Bijlage 2 Droogijs365 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks Droogijs365
B.V.
Datum:
7 februari
Projectnummer: Opdrachtgever:
2024153
Auteur(s):
(geanonimiseerd) &
2025
Droogijs365 Mark
Kiwiet
Ruimtelijke onderbouwing Droogijs365
CO2
opslagtanks
B.V.
Datum:
7 februari 2025
Opdrachtgever: Auteurs:
Droogijs365
Gecontroleerd
aanvraag
(geanonimiseerd) | door:
Projectnummer: Kenmerk:
(geanonimiseerd) 2024153
R01-2024153-Droogijs365-Ruimtelijke onderbouwing Bopa-v1
Revisies Revisie
Datum
Auteur(s)
Documentbeschrijving
1
7 februari 2025
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
omgevingsplanactiviteit
©
Copyright
Alle rechten van
1e
Ruimtelijke onderbouwing buitenplanse CO2
opslagtanks
Oostkracht10
uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel druk, fotokopie of op welke andere wijze ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.
Rapport:
voorbehouden. Niets uit deze
Ruimtelijke onderbouwing
aanvraag
CO2
opslagtanks
1 van 18
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
1. 1
Aanleiding Ligging plangebied Geldend omgevingsplan
3
1. 2 1. 3
3 4
1. 3. 1
Type omgevingsplanactiviteit
5
1. 3. 2
Procedure omgevingsplanactiviteit
6
2
Planbeschrijving
7
2. 1
7
2. 2
Bestaande situatie Nieuwe situatie
3
Beleidskaders
9
3. 1
Rijksbeleid 3. 1. 1 De Nationale Omgevingsvisie
9
Besluit kwaliteit leefomgeving
9
Provinciaal beleid 3. 2. 1 Omgevingsverordening Noord-Holland
11
3. 1. 2 3. 2
7
Gemeentelijk beleid
3. 3
9
11 11
3. 3. 1
Omgevingsvisie Gemeente Haarlemmermeer 2040
11
3. 3. 2
TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels bodem
12
3. 3. 3
Parapluplan parkeerregels - partiële herziening
13
3. 3. 4
Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur
13
3. 3. 5
Archeologische beleidskaart
13
4
Milieuaspecten
14
4. 1
Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid
14
15
4. 5
Geluid Kabels en leidingen
4. 6
Geur
15
4. 7
16
4. 9
Luchtkwaliteit Milieu effectrapportage Natuur en ecologie
4. 10
Water
16
4. 11
Verkeer en parkeren
16
5
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
17
5. 1
17
5. 3
Omgevingsdialoog Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
4. 2 4. 3 4. 4
4. 8
5. 2
14 14 15
16 16
17 17
2 van 18
11
Aanleiding
Droogijs365 B.V. (hierna: Droogijs) maakt droogijs van CO2. Het droogijs wordt op basis van de wens van de klant gevuld in bakken met een maximale grootte van 350 kg. Het droogijs wordt vervolgens klaargezet voor verzending en door middel van vrachtwagens of bestelbusjes naar klanten vervoerd.
1.2
Ligging plangebied
Droogijs is voornemens om een nieuwe bedrijfslocatie te openen aan de WN (geanonimiseerd) ‘on BN (geanonimiseerd) (Kedastreal De betreft een een locatie met bedrijfspand bedrijfshal en drie loading perceel HLMO3-H-10602). beoogde docks. Droogijs gaat dit bedrijfspand in gebruik te nemen en drie opslagtanks realiseren voor de opslag van vloeibaar koolzuur (CO2). CO2 is een verstikkend gas van ADR-klasse 2. Alle opslagtanks hebben een inhoud van 50 m3. Op figuur 1 is de ligging van de beoogde opslagtanks rood gearceerd.
Figuur1 Ligging opslagtanks (rode vlak) van Droogijs
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing
aanvraag
CO2
opslagtanks
3
van
18
Geldend omgevingsplan
1. 3
Op de gronden van het plangebied is het tijdelijke ‘Verruiming vergunningsvrije bouwmogelijkheden’ (identificatie: /akn/nl/act/gm0394/2020/omgevingsplan) van toepassing. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit de bestaande bestemmingsplannen in de gemeente Haarlemmermeer en de bruidsschatregels. Op de desbetreffende gronden is het bestemmingsplan ‘Badhoevedorp Lijnden Oost’ (identificatie: NL. IMRO. 0394. BPGbadlynoost00000-C001) van toepassing. In dit bestemmingsplan hebben de gronden van het plangebied •
een:
Enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ bedoeld voor bedrijven met: o milieucategorie 3. 1 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3. 1' (artikel 8.1 lid a onder 1) o milieucategorie 3. 2 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3. 2' (artikel 8.1 lid a onder 2) Onder de voorwaarde dat: o geluidszoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan (artikel 8.1 lid l); o verkooppunten van motorbrandstoffen niet zijn toegestaan (artikel 8.1 lid m); o risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Vuurwerkbesluit opslag hieronder begrepen niet zijn toegestaan (artikel 8.1 lid n). Functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3. 2’ Gebiedsaanduiding geluidzone – industrie. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding geldende volgende regels (artikel 43. 1): o nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder zijn uitsluitend toegestaan op gronden met de aanduiding ‘Geluidszone – Industrie’ als de geluidbelasting van de gevels van deze gebouwen en/of terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde (artikel 43.1.2 lid a); o geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder zijn toegestaan indien daarvoor een hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder is verleend (artikel 43.1.2 lid b).
Bouwregels (artikel 8. 2): o Gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd met een maximum aangegeven bouwhoogte en bebouwingspercentage (artikel 8. 2. 1). o Bouwwerken geen gebouw zijnde hebben regels betreffende de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 3 meter en er geld een maximum bouwhoogte van 6 meter (artikel 8. 2. 2). Specifieke gebruiksregels waarin staat geformuleerd wat voor soort gebruik van de gronden als strijdig wordt beschouwd (artikel 8. 4. 1). Afwijkingsmogelijkheden voor een afwijking van de milieucategorie of voor bedrijven die niet voorkomen op de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ onder de voorwaarde dat: o deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan (artikel 8.5.1 lid a); o het geen risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Vuurwerkbesluit betreft (artikel 8.5.1 lid b). ,
,
,
,
,
,
,
• •
,
,
,
,
,
,
•
• •
,
,
,
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
4 van 18
1. 3. 1
Type omgevingsplanactiviteit
Afwijking functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3. 2’ Het bestemmingsplan ‘Badhoevedorp Lijnden Oost’ laat bedrijven tot en met milieucategorie 3. 2 toe mits deze zijn genoemd in de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. De activiteiten van Droogijs het opslaan van CO2 in opslagtanks zijn hierin niet genoemd. Op basis van artikel 8.5.1 lid a is het mogelijk om af te wijken van de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ als het bedrijf naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan. In onderstaande paragraven is onderbouwd waarom de activiteiten van Droogijs gelijk kunnen worden gesteld aan de maximaal toegestane milieucategorie en dus binnen het bestemmingsplan passen. ,
,
,
,
Conclusie: De plaatsing en het gebruik van de opslagtanks past niet binnen de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3. 2’. Afwijking risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen Het opslaan van CO2 is aangewezen als milieubelastende activiteit in artikel 3.21 lid a van het Besluit activiteiten leefomgeving. Er geldt echter geen vergunningplicht. Dit betekent dat Droogijs niet als risicovolle inrichting wordt aangemerkt. ,
Conclusie: Hier komen geen strijdigheden uit i. v. m. de plaatsing en het gebruik van de opslagtanks. Afwijking gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ Het opslaan van CO2 produceert geen geluid. Ook is het niet geluidsgevoelig. Conclusie: Hier komen geen strijdigheden uit i. v. m. de plaatsing en het gebruik van de opslagtanks. Afwijking bouwregels De opslagtanks vallen onder de categorie ‘overige bouwwerken geen gebouwen zijnde’. Hiermee komen ze onder artikel 8. 2. 2 van het bestemmingsplan te vallen. Dit artikel zegt dat de hoogte van ‘overige bouwwerken geen gebouwen zijnde’ niet meer dan 6 meter mag zijn. De opslagtanks hebben een hoogte ,
,
van
12 meter.
Conclusie: De plaatsing en het gebruik van de opslagtanks past niet binnen de maximale bouwhoogtes voor ‘overige bouwwerken geen gebouwen zijnde’. ,
Specifieke gebruiksregels De gebruiksregels geven aan wat per definitie strijdig is en wat per definitie toegestaan is. Het opslaan van CO2 in opslagtanks valt buiten de activiteiten/bedrijven die gedefinieerd worden in het strijdig gebruik. Het toegestaan gebruik gaat in op de bouwoppervlakte en vloeroppervlakte hier de opslagtanks binnen. ,
Conclusie: Hier komen geen strijdigheden uit i. v. m. de plaatsing en het gebruik van de opslagtanks.
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
5 van 18
1. 3. 2
Procedure omgevingsplanactiviteit
In artikel 8. 3 en in artikel 8. 5 van het bestemmingsplan worden verschillende afwijkingsmogelijkheden geboden van het gestelde in artikel 8. 2 en 8. 4. Dit zijn geen afwijkingsmogelijkheden waar de opslagtanks voor in aanmerking komen. Er is in dit geval dus geen sprake van een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit maar van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het is verboden om deze activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning (artikel 5. 1 lid 1 sub a Omgevingswet). Op een dergelijke vergunningaanvraag zijn de beoordelingsregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties van toepassing (artikel 5. 21 lid 2 sub b Omgevingswet en artikel 8. 0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving). Deze beoordelingsregels staan in artikel 8. 0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving en ,
schrijven de toepassing van de instructieregels van de provincie (uit de omgevingsverordening) (uit hoofdstuk 5 van het Bkl) voor.
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
en
het Rijk
6 van 18
2
Planbeschrijving
2. 1
Bestaande situatie
Het plangebied ligt op bedrijventerrein ‘Airport Buisness Park’ in Lijnden op het kadastrale perceel HLM03H-10602. Binnen het plangebied bevindt zich een bedrijfshal met drie loading docks. ,
In de bedrijfshal wordt door middel van een installatie droogijs gemaakt. Vloeibare CO2 wordt hierbij omgezet naar een vaste stof. Dit gebeurt aan de hand van een drukverschil (hoge druk naar lage druk). De vaste stof is qua uiterlijk te vergelijken met sneeuw. In de installatie wordt deze sneeuw door een soort
trechter geduwd naar een cilindervormige trechter. Dit cilinder is voorzien van gaatjes in verschillende groottes. Door middel van druk wordt de sneeuwvormige CO2 samengedrukt en door de gaatjes geperst. Hiermee ontstaat het droogijs in bepaalde maten. Dit droogijs wordt in geïsoleerde bakken van circa 350 kg gestort en klaargezet voor verzending. ,
Het droogijs wordt door middel van vrachtwagens of bestelbusjes naar klanten vervoerd. Droogijs is een product dat beperkt ‘houdbaar’ is omdat het ijs met tijd teruggaat naar gasvorm. Vaak wordt het product besteld en de volgende dag geleverd. Het droogijs wordt onder andere geleverd aan bedrijven in de voedingsmiddelensector. Ten behoeve hiervan moet een FSSC 22000 certificaat worden behaald dat aangeeft dat het product geurloos kleurloos en smaakloos is. Het proces wordt volledig afgesloten uitgevoerd zodat het proces niet kan worden gecontamineerd. De enige emissie die vrijkomt bij het proces is een geringe geluidsemissie en een geringe hoeveelheid CO2 dat wordt afgevoerd. ,
,
,
,
,
2. 2
Nieuwe situatie
Naast de bestaande bedrijfshal (binnen het bouwvlak) is Droogijs voornemens om drie opslagtanks te plaatsen van ieder 50 m 3 voor de opslag van vloeibare CO2. Door middel van leidingwerk wordt de tank verbonden met installaties die de CO2 omzetten naar droogijs. Deze buis wordt ten behoeve van het proces gebruikt. Vanuit de CO2 tank wordt vloeibare CO2 naar de buis van de installatie geleid. Op figuur 2 is de ligging van de opslagtanks ten opzichte van de bedrijfshal de locatie van de machinekamer en de ,
opstelplaats van de tankwagen
Rapport:
weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
7 van 18
Figuur 2 Locatie opslagtanks , machinekamer en opstelplaats
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
8 van 18
3
Beleidskaders
3. 1
Rijksbeleid
3. 1. 1
De Nationale Omgevingsvisie
Sinds de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk vervangen door de Nationale Omgevingsvisie (Hierna NOVI). In de NOVI schetst het Rijk hoe Nederland er in 2050 uit moet zien. Daar horen een viertal prioriteiten bij: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • Duurzaam economisch groeipotentieel • Sterke en gezonde steden en regio’s • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Om de beleidskeuzes weloverwogen te maken hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes die helpen bij het ,
,
afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Er wordt in de NOVI niet specifiek ingegaan op het gebied waar Droogijs zich bevind. Schiphol wordt wel apart benoemd in de NOVI maar dit gaat voornamelijk in op de positie van Schiphol ten opzichte van de ,
economie.
3. 1. 2
Besluit kwaliteit leefomgeving
Sinds de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is onder andere het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna Bkl). In hoofdstuk 5 van het Bkl staan de instructieregels over het omgevingsplan. De instructieregels gaan over: • Het waarborgen van de veiligheid; Het beschermen van de waterbelangen; • • Het beschermen van de gezondheid en van het milieu; • Het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; Het behouden van ruimte voor toekomstige functies; • • Het behoeden van de staan en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; Het gebruik van bouwwerken; • • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Het waarborgen van de veiligheid De opslagtanks brengen geen PR10 -6 contour of aandachtsgebieden met zich mee. De opslagtanks brengen dus geen risico’s met zich mee op het gebied van externe veiligheid. Daarnaast is er geen sprake van brandof explosiegevaar. Het opslaan van CO2 in opslagtanks is volgens het Bal een milieubelastende activiteit. Voor deze activiteit gelden de veiligheidsafstanden uit artikel 4. 905 Bal. Voor opslagtanks met een inhoud van meer dan 10 m3 is deze afstand 3 meter tot de begrenzing van de locatie.
Dit betekent dat binnen 3 meter van de opslagtanks geen bouwwerken aanwezig mogen zijn. CO2 is niet brandgevoelig of explosiegevoelig. Daarom gelden
er geen
aandachtsgebieden. CO2 werkt
verstikkend wanneer dit in de openlucht vrijkomt.
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
9 van 18
Naast de bovengenoemde veiligheidsafstanden moet bij het plaatsen van de drie opslagtanks worden voldaan aan de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 9. De PGS 9 bevat maatregelen waarmee de risico’s van het opslaan van cryogene gassen te beheersen zijn. Hierin staan onder andere regels over
aanrijdbeveiliging rampenbestrijding en keuringen. ,
Ook worden in de PGS 9 interne afstanden genoemd waaraan moet worden voldaan bij het plaatsen van de opslagtanks. Deze afstanden komen overeen met de afstanden die worden genoemd in het Bal namelijk 3 meter tussen de opslagtanks en het gebouw. De gevels van het gebouw waartegen de opslagtanks worden geplaatst heeft echter een brandwerendheid van 60 minuten. Hierdoor geldt er in plaats van een afstand van 3 meter een afstand van 1 meter tussen de opslagtanks en het gebouw. ,
,
Het beschermen van de waterbelangen Het plangebied ligt niet op een rivierbed die aangewezen is in bijlage XII van het Bkl. Ook zijn de andere onderwerpen rondom water niet van toepassing. Het beschermen van de gezondheid en van het milieu De instructieregels uit deze paragraaf van het Bkl zijn niet van toepassing op de opslagtanks omdat het ,
plangebied niet ligt in een aandachtsgebied voor de kwaliteit van de buitenlucht en omdat er geen gebouwen in de omgeving liggen die in het Bkl als gevoelig voor geluid trilling en geur worden aangemerkt of als bodemgevoelig gebouw. ,
Het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed De instructieregels uit deze paragraaf van het Bkl zijn niet van toepassing op de opslagtanks omdat het ,
plangebied niet in kustgebied of wadden(zee)gebied ligt (substantiële) stedelijke ontwikkeling vormt en het plangebied niet is aangemerkt als monument beschermd stad- of dorpsgezicht of beschermd cultuurlandschap. een
,
geen
,
Het behouden van ruimte voor toekomstige functies; De instructieregels uit deze paragraaf van het Bkl zijn niet van toepassing op de opslagtanks omdat het plangebied niet is gelegen in een reserveringsgebied voor autowegen autosnelwegen hoofdspoorwegen of ,
,
buisleidingen
van
,
nationaal belang.
Het behoeden
van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; Het merendeel van de instructieregels uit deze paragraaf van het Bkl zijn niet van toepassing omdat het geen militair terrein is of terrein met een militair object alsook geen landelijke fiets- en wandelroutes. Wel ligt luchthaven Schiphol in de omgeving van het plangebied. Hierbij moet rekening worden gehouden met eventuele belemmeringen voor Schiphol die de plaatsing van de opslagtanks met zich meebrengt. Het belangrijkste aspect waar rekening mee gehouden moet worden is de bouwhoogte. ,
,
In Bijlage 4 van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol is op een kaart weergegeven wat de maatgevende toetshoogtes zijn. Hierop is te zien dat het locatie van de opslagtanks een maatgevende toetshoogte van 30 meter heeft. De opslagtanks hebben een hoogte van maximaal 12 meter. De plaatsing van de opslagtanks vormt voor het functioneren van Schiphol dus geen belemmering. Het gebruik van bouwwerken; De instructieregels uit deze paragraaf
planvoornemen niet draait
Rapport:
om
het Bkl zijn niet van toepassing op de opslagtanks omdat dit de realisatie van nieuwe wooneenheden. van
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
,
10 van 18
Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. De instructieregels uit deze paragraaf van het Bkl zijn niet van toepassing op de opslagtanks omdat het plangebied niet in of naast een openbare buitenruimte voor personen ligt. ,
3. 2
Provinciaal beleid
3. 2. 1
Omgevingsverordening Noord-Holland
In de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland die sinds 1 januari 2024 van kracht is staan ,
,
rechtstreeks geldende regels voor activiteiten en instructieregels voor het gemeentelijke omgevingsplan. Op de locatie van de geprojecteerde opslagtanks zijn verschillende werkingsgebieden van toepassing. Deze gebieden zijn echter niet relevant voor de activiteit opslag van CO2 in opslagtanks.
3. 3
Gemeentelijk beleid
3. 3. 1
Omgevingsvisie Gemeente Haarlemmermeer 2040
Sinds de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de ‘Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040’ vastgesteld in oktober 2024. De omgevingsvisie beschrijft vier verhaallijnen van de gemeente: Wonen waar dorp en stad samenkomen • • Economisch krachtig en divers • Ontspannen in ons buitengebied • Slim en stevig verbonden met onze netwerken Deze ambities worden uitgewerkt in gebiedsspecifieke •
• •
•
• •
•
opgaven voor
,
het gebied ‘Haarlemmermeer Noord’:
Geef ruimte voor fietsende en wandelende recreanten en streef naar het beperken van de toegang voor recreanten met auto’s in kwetsbare gebieden. Maak waar mogelijk rustplekken waar de kwaliteit van de dorpen en van het gebied te beleven is. Streef naar het afmaken van het Groene Carré aan de noordzijde langs de Schipholweg. Zo wordt de luchthaven beter ingepast en wordt de landschappelijke structuur van de polder in het noorden versterkt. Dit biedt aantrekkelijke ruimte voor fiets- en wandelverbindingen en watercompensatie. Verbeter de relatie tussen de Haarlemmermeerpolder en Haarlemmerliede en Spaarnwoude zo mogelijk met een fietsverbinding over de Ringvaart bij fort De Liede. Maak de fietsverbinding van de F200 via de Zoete Inval en het Fort aan de Liede over de Ringvaart naar de F232 veilig als doorgaande snelfietsroute. Zorg dat de mogelijke ontwikkeling van (commerciële) (vrijetijds)voorzieningen en de doorontwikkeling van recreatiegebied Spaarnwoude meerwaarde heeft voor inwoners. Streef naar een aantrekkelijk en veilig fiets- en wandelnetwerk voor ommetjes in en rond de dorpen. Zo stimuleren we dat inwoners meer bewegen. Gebruik de mogelijkheden van de Ringdijk en Ringvaart voor mogelijke (nieuwe) jaagpaden waar mensen kunnen fietsen en wandelen. Beperk het doorgaande verkeer op de Ringdijk zoveel mogelijk. Ontwikkel een samenhangend landschap in de metropoolregio.
Sluit aan bij de scheggen van Amsterdam de Brettenzone en Tuinen van West. Pas het cluster zonneakkers in het ‘Zonnecarré’ rondom het banenstelsel van Schiphol zorgvuldig in en zorg voor lokaal eigenaarschap. Het gebied wordt niet onttrokken aan het agrarisch gebied. Ontwikkel de nieuwere werklocaties Polanenpark en De Liede voor bedrijven met een hoge milieucategorie. Blijf inzetten op de veiligheid en handhaving op bedrijventerrein De Weeren. Zorg dat erfgoed voedselproductie en veehouderij in kringlopen en natuur hand in hand gaan. Houd daarbij rekening met autonome processen als bodemdaling. ,
,
•
•
•
Rapport:
,
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
11 van 18
de
potentie voor herontwikkeling effecten voor de leefomgeving hebben. Benut
e
Geef
aandacht e
e
e
de leefbaarheid
erfgoed,
maar
voorkom dat nieuwe functies
nadelige
gebieden, zowel ruimtelijk als sociaal. Geef daarbij groen gezondheid. Zorg levendige centra en dorpskernen. (geanonimiseerd) Zorg waar mogelijk voor afscherming tegen negatieve milieueffecten bij de opzet en inrichting B Zuid en buiten de en benut voor de (binnen ‘buik’) (geanonimiseerd) daarbij (winter)groen beleving. TN een dat de die de Vader met kinderen Zorg veranderingen gebiedsontwikkeling op steiger in het (geanonimiseerd) wandelpark in Badhoevedorp met multifunctionele accommodatie op achtergrond. B met zich aansluiten het doel om het (geanonimiseerd) meebrengen, bij oorspronkelijke dorp weer tot TN een geheel te maken. Zorg ook dat ontwikkelingen een passende schaal krijgen. Daarbij moeten wonen, groen, voorzieningen en verkeer in balans met elkaar worden ontwikkeld. Het groene lint verbindt alle delen van het dorp met een langzaam verkeersroute. Benut de beperkte ruimte (die het Luchthavenindelingbesluit geeft) voor nieuwe woningen voor verbetering van de leefbaarheid. Zorg dat deze woningen met goede geluidsmaatregelen gebouwd
e
aandacht
van
aan
aan
van
bestaande
en
voor
worden.
De
plaatsing van de opslagtanks
3.3.2
werkt
deze
doelstellingen
niet tegen.
TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels bodem
voorbereidingsbesluit bodem van de gemeente Haarlemmermeer legt regels op voor het gebruik van gebouwen en plaatsen van gebouwen op de bodem. Het plaatsen van opslagtanks van 50 m3 per stuk zal gepaard gaan met bodemwerkzaamheden, er zal namelijk een fundering gestort worden. Er wordt op vier manieren onderscheid gemaakt in graafwerkzaamheden: -__Kleinschalig graven met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Kleinschalig graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit -_Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit, anders dan kleinschalig graven Het
-__
Graven
-
in bodem
met
een
kwaliteit boven
paragrafen
van
toepassing
de interventiewaarde
bodemkwaliteit, anders dan
kleinschalig graven Welke
van
is op het
plaatsen
van
de
opslagtanks
wordt
gebaseerd
op
factoren:
twee
Het totale
-_
-___De
graafvolume;
en
interventiewaarde bodemkwaliteit.
Om
achter de interventiewaardes te komen dient
Om
een
initiatiefnemer niet
kan
een
initiatiefnemer
In dit
OK 10
de drie
geval
moet
onnodig
ervoor
bij het
te belasten
kiezen
uitvoeren
van
er
met
een
voorgaand
het doen
geen verkennend bodemonderzoek uit te voeren (artikel 1.8, lid 4). de activiteit aan de regels voor kleinschalig graven in bodem met een
kwaliteit boven
de interventiewaarde bodemkwaliteit worden voldoen
Rapport:
deze
onderzoek
uitgevoerd te worden. bij kleinschalig grondverzet,
om
werkzaamheden
aan
van
bodemonderzoek
voldaan.
Droogijs
zal
tijdens
de
regels.
Ruimtelijke onderbouwing
aanvraag
CO2
opslagtanks
12
van
18
3. 3. 3
Parapluplan parkeerregels
-
partiële herziening
Artikel 3. 2. 1 van het parapluplan parkeerregels – partiële herziening zegt: “Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken geldt dat op eigen terrein in voldoende mate ruimte moet zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren stallen laden en/of lossen van voertuigen overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer”. Aangezien de opslagtanks geplaatst worden op eigen terrein en er rekening is gehouden met de toevoer van de CO2 door vrachtwagens is er voldoende rekening gehouden met het parapluplan en vormt dit geen belemmering. ,
,
,
,
3. 3. 4
Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur
De waterschapsverordening van het hoogheemraadschap beheergebied van Rijnland. De doelen zijn: • • • • •
van
Rijnland bevat de doelen die gelden voor het
Overstromingen wateroverlast en waterschaarste voorkomen en als het nodig is beperken. De chemische kwaliteit van het water en de ecologische kwaliteit van het water beschermen en verbeteren. De goede werking van de afvalwaterzuiveringen en transportleidingen beschermen en verbeteren. De maatschappelijke functies voor watersystemen waarmaken. Meewerken aan een duurzaam en goed beheer en gebruik van het grondwater. ,
De plaatsing van de opslagtanks werkt deze doelen niet tegen.
3. 3. 5
Archeologische beleidskaart
De archeologische beleidskaart van de gemeente Haarlemmermeer laat zien dat het plangebied in de groene zone ligt. Dit is een zone met een lage verwachting op archeologie. In deze zone geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 10. 000 vierkante meter en dieper dan 40 centimeter. Bij de plaatsing van de opslagtanks zullen deze grenzen niet worden overschreden. De archeologische beleidskaart is tevens opgenomen in het omgevingsplan. Het plangebied heeft geen archeologische dubbelbestemmingen.
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
13 van 18
4
Milieuaspecten
4. 1
Bedrijven en milieuzonering
Zoals beschreven in paragraaf 1. 3 is het initiatief strijdig met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan ‘Badhoevedorp Lijnden Oost’ laat bedrijven tot en met milieucategorie 3. 2 toe mits deze zijn genoemd in de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. De activiteiten van Droogijs het opslaan van CO2 in opslagtanks zijn hierin niet genoemd. Op basis van artikel 8.5.1 lid a is het mogelijk om af te wijken van de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ als het bedrijf naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan. ,
,
,
,
Om de milieucategorie te kunnen bepalen wordt gebruik gemaakt van richtafstanden. De richtafstanden worden gebruikt als afstand tussen een milieubelastende activiteit en de gevel van een woning. Er bestaan meerdere afstandsklassen overeenkomend met de milieucategorieën. Elke milieucategorie heeft dus zijn eigen richtafstand. Per milieuklasse (geluid geur gevaar en verkeer) wordt gekeken welke richtafstand van toepassing is. De grootste is maatgevend voor de milieucategorie. In het plangebied is categorie 3. 2 toegestaan. Conform de handreiking bedrijven en milieuzoneringen is de bijbehorende richtafstand 100 meter. Dit betekent dat zolang de afstanden van de individuele milieuklassen niet groter zijn dan 100 meter het initiatief past binnen het bestemmingsplan. ,
,
,
,
De plaatsing en de ingebruikname van opslagtanks voor CO2 heeft voor zowel geur stof geluid als gevaar weinig tot geen nadelige effecten op de omgeving. Dit betekent dat de activiteiten van Droogijs ruim binnen milieucategorie 3. 2 vallen en daarmee passen binnen het bestemmingsplan. Een verdere beschrijving van de ,
,
milieuaspecten en -effecten is in de onderstaande paragraven te vinden.
4. 2
Bodem
De plaatsing en ingebruikname van de opslagtanks door Droogijs zorgt niet voor een functiewijziging
van
het grondgebruik. Dit blijft een bedrijvenfunctie waarbij de aanwezigheid van mensen zeer sterk ondergeschikt is. Tijdens de plaatsing van de opslagtanks wordt er een fundering aangelegd. Het aanleggen van de fundering en het bouwen van de opslagtanks wordt uitgevoerd volgens de regels uit het TAMvoorbereidingsbesluit daarmee is bodem en een bodemonderzoek geen relevant aspect voor de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij zijn bij het de opslag en het gebruik van de tanks geen bodembedreigende stoffen betrokken. ,
,
4. 3
Externe veiligheid
Een opslagtank kan afhankelijk van de stof die erin wordt opgeslagen gevaren met zich meebrengen. Ook de grootte van de opslagtank bepaalt hoe groot de gevolgen kunnen zijn bij een incident. De opslagtanks voor Droogijs met CO2 brengt weinig gevaren met zich mee. Dit komt omdat CO2 niet brandbaar en niet explosief is. Wel kan CO2 zuurstof verdringen wat kan leiden tot verstikkingsgevaar. ,
,
,
De opslagtanks worden buiten geplaatst. Toch kan het plotseling vrijkomen van 50 m3 CO2 in de buitenlucht gevolgen hebben. Op basis van artikel 4. 905 het Besluit activiteiten leefomgeving geldt er een afstand van 3 meter voor het plaatsgebonden risico. Binnen deze afstand mogen geen (beperkt) kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen staan. Het dichtstbijzijnde gebouw ligt binnen deze 3 meter omdat de opslagtanks ,
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
14 van 18
naast het gebouw worden geplaatst. Dit is toegestaan omdat de tanks een functionele binding hebben met ,
het gebouw
en
beide bij hetzelfde bedrijf horen. Hierdoor is de afstandseis niet relevant.
Bij het vrijkomen van gekoelde vloeibare CO2 kunnen er verschillende gevolgen optreden. Door het grote temperatuurverschil begint de vloeistof direct te verdampen. Dit zorgt ervoor dat waterdamp in de lucht condenseert waardoor een dichte mist ontstaat. Naast de mist verandert de CO2 in gasvorm. Dit gas is zwaarder dan lucht waardoor het zich laag bij de grond verspreidt en kan zakken naar dieper gelegen ruimtes. Dit kan leiden tot verstikkingsgevaar vooral in afgesloten ruimtes. ,
,
,
,
Om dit gevaar te beperken worden de opslagtanks volledig uitgevoerd volgens de richtlijn PGS 9. Deze richtlijn zorgt ervoor dat het vrijkomen van CO2 door een storing of defect wordt voorkomen. Ook beschrijft PGS 9 hoe er moet worden omgegaan met een incident. Door de beperkte ernst van de risico’s en de maatregelen die zijn genomen is externe veiligheid vanuit deze activiteit op de omgeving voor deze ,
,
,
,
activiteit niet relevant. De externe veiligheid van buitenaf heeft weinig impact. Dit komt doordat het dichtstbijzijnde aandachtsgebied op 300 meter afstand ligt. Dit is het gifwolkaandachtsgebied van de snelweg A5. Deze weg heeft ook een explosieaandachtsgebied dat eindigt op ruim 400 meter en een brandaandachtsgebied dat eindigt op 575 meter. Verder liggen er twee buisleidingen op ongeveer 580 en 620 meter afstand. Dit betreft één aardgasleiding (620 meter) en één leiding voor brandbare vloeistoffen (580 meter). Beide leidingen hebben een brandaandachtsgebied waarbij de dichtstbijzijnde eindigt op ongeveer 450 meter van de locatie. ,
4. 4
Geluid
Het proces van Droogijs brengt enige geluidsemissie met zich mee. Dit geluid wordt met name gemaakt door de machines die het droogijs produceren. Het bronniveau van deze machines is ongeveer 85 dB. De machines worden binnen neergezet waardoor het geluidsniveau dat naar buiten straalt laag is. Binnen het
bestemmingsplan geldt er een beperking op de reductie van geluidsemissie omdat het gebied zich bevind nabij Schiphol. Daardoor is er standaard een hoge geluidsemissie. De dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten liggen op ongeveer 130 meter afstand. Ook hier geldt een uitzondering op de beperkingen voor geluid. Het aantal vervoersbewegingen die toegevoegd worden voor het vullen van de opslag dragen ook niet substantieel bij aan de geluidsemissie die er in de omgeving is. ,
4. 5
Kabels en leidingen
Op circa 580 meter van het plangebied ligt een overige leiding waar brandbare vloeistoffen doorheen stromen op circa 620 meter licht een hogedruk aardgasleiding en er liggen binnen 4000 meter geen hoogspanningsleidingen. De verschillende veiligheidszones van deze leidingen liggen niet over het plangebied. Voor de inrichting van het plangebied zal er gegraven worden voor de plaatsing van de opslagtanks. Voordat er gegraven wordt zal er een KLIC-melding worden gedaan om inzichtelijk te krijgen ,
,
,
of er nog andere relevante kabels en leidingen in de grond liggen.
4. 6
Geur
De plaatsing en in gebruik name
de opslagtanks met CO2 leveren geen geuremissies op. Er worden geen stoffen gebruikt dan wel processen uitgevoerd met relevante geuraspecten.
Rapport:
van
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
15 van 18
4. 7
Luchtkwaliteit
Stikstofdepositie De plaatsing en ingebruikname van de opslagtanks brengen geen stikstofuitstoot met zich mee aangezien er geen sprake is van verbranding. Ook het transport voor de toevoer van CO2 zorgt niet voor een noemenswaardige uitstoot. Stikstofdepositie in de gebruiksfase is daarmee niet relevant. ,
Luchtkwaliteit Gelijk aan stikstofdepositie is er voor luchtkwaliteit geen relevante impact aangezien er geen sprake is van verbranding en uitstoot. Luchtkwaliteit is daarmee niet relevant. ,
4. 8
Milieu effectrapportage
De plaatsing van de opslagtanks vormt geen project die in bijlage V van het Omgevingsbesluit wordt genoemd. Conform artikel 11. 6 en 11. 8 van het Omgevingsbesluit geldt daarmee geen verplichting om milieueffectrapport te maken (project-mer-plichtig) of om te beoordelen of hetgeen aanzienlijke milieueffecten kan hebben waarvoor mogelijk een milieueffectrapport moeten worden gemaakt (mer-
een
beoordelingsplicht).
4. 9
Natuur en ecologie
De activiteiten hebben geen invloed op de natuur en ecologie in het gebied. Er zijn geen natuurgebieden in de omgeving. Door de plaatsing van de opslagtanks zullen er geen gevolgen ontstaan voor de samenstelling van de natuur en de ecologie. Er vindt geen uitstoot plaats waardoor beplanting kan veranderen wat weer ,
gevolgen kan hebben op de diersoorten in de omgeving.
4. 10 Water De activiteit heeft geen effect op de waterhuishouding in het gebied. Er ontstaan door het opslaan van CO2 in opslagtanks geen afvalwaterstromen die een negatief effect hebben op het water. Daarnaast vinden er geen lozingen plaats op het water. Het opslaan van CO2 in opslagtanks is geen belemmering voor het thema water.
4. 11 Verkeer en parkeren De plaatsing van de opslagtanks zal niet zorgen voor een grote verhoging van de verkeersaantallen op het industrieterrein. Alle transport zal plaatsvinden via de daarvoor aangelegde wegen. Op het terrein van
Droogijs is daarnaast voldoende parkeergelegenheid voorzien om alle aanwezige personen een parkeerplaats te bieden.
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
16 van 18
5
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
5. 1
Omgevingsdialoog
Er is en wordt
omgevingsdialoog georganiseerd vanuit Droogijs. Dit is niet nodig aangezien de dichtstbijzijnde woning op 130 meter ligt van de opslagtanks en daarmee geen eventuele hinder ondervindt.
5. 2
geen
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt meestal de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is bezwaar en beroep mogelijk.
5. 3
Economische uitvoerbaarheid
De kosten in verband met de realisatie van het project zijn voor rekening
de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure van een omgevingsvergunning zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Hiermee zijn de kosten voor de gemeente afgedekt.
Rapport:
Ruimtelijke onderbouwing aanvraag CO2 opslagtanks
van
17 van 18
& Oostkracht10
BV
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) CIC, EN (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn
A\+.00:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
oostkracht10.nl
veiligheid