Bijlage 2.5 - Nader bodemonderzoek
Tekst van het document
Nader bodemonderzoek project Cloudforest Hoofddorp 18 september 2020
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Verantwoording Titel
Nader bodemonderzoek project Cloudforest Hoofddorp
Opdrachtgever
Treehouse Hoofddorp CV
Projectleider
René Takens
Auteur(s)
Wouter Hageman en Helgah Makarem
Tweede lezer
Harm Landman (kwaliteitsborger protocol 2018), Annelies Voogt (bodemadviseur)
Uitvoering meet- en inspectiewerk
B.M. Celie en J. van Rooden (Tauw, certificaatnummer K54913)
Projectnummer
1264370
Aantal pagina’s
21
Datum
18 september 2020
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven
Colofon Tauw bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 6 2.1
Inleiding .............................................................................................................................. 6
2.2
Locatiegegevens ................................................................................................................ 6
2.3
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................ 6
2.3.1
Historisch bodemonderzoek........................................................................................ 6
2.3.2
Voorgaande (verkennende) bodemonderzoek ........................................................... 6
2.4 3
Onderzoeksvragen ............................................................................................................. 7
Onderzoeksopzet en uitgevoerde werkzaamheden .................................................................. 8 3.1
Onderzoeksmethode en gehanteerde onderzoeksstrategie .............................................. 8
3.1.1
Nader bodemonderzoek PFAS ................................................................................... 8
3.1.2
Nader bodemonderzoek naar asbest .......................................................................... 8
3.1.3
Verkennend bodemonderzoek naar asbest in niet onderzochte delen ....................... 8
3.1.4
Verkennend onderzoek naar asbest onder parkeervakken ........................................ 8
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden ............................................................................................ 9
Verkennend bodemonderzoek naar asbest in onverdachte delen ............................................ 9 3.3 4
Resultaten ............................................................................................................................... 10 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 10
4.2
Resultaten PFAS in grond en grondwater ........................................................................ 11
4.3
Resultaten zeefkromme analyse ...................................................................................... 14
4.4
Resultaten zuiveringsparameters ..................................................................................... 14
4.5
Nader bodemonderzoek naar asbest ............................................................................... 15
4.5.1
Toetsingskader.......................................................................................................... 15
4.5.2
Visuele inspectie maaiveld en overige veldwaarnemingen ....................................... 15
4.5.3
Resultaten en toetsing .............................................................................................. 15
4.6 5
Veiligheid en kwaliteit ......................................................................................................... 9
Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................... 17
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 19 5.1
Conclusies ........................................................................................................................ 19
5.1.1
PFAS ......................................................................................................................... 19
3/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Gemeente Haarlemmermeer ................................................................................................... 19 Inschatting afzetmogelijkheden grond ..................................................................................... 20 5.1.2
Nader bodemonderzoek naar asbest ........................................................................ 21
5.1.3
Verkennend bodemonderzoek naar asbest in niet onderzochte delen ..................... 21
5.1.4
Verkennend onderzoek naar asbest onder parkeervakken ...................................... 21
5.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 21
Bijlage 1
Regionale ligging van de onderzoekslocatie
Bijlage 2
Onderzoekslocatie en situering monsterpunten
Bijlage 3
Voorgaand verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 5
Sleufprofielen
Bijlage 6
Formulieren veldwerk
Bijlage 7
Toetsingskader & Haarlemmermeer PFAS beleid
Bijlage 8
Berekening van asbestgehalten
Bijlage 9
Analyserapporten
Bijlage 10
Foto’s onderzoekslocatie en veldwerk
4/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
1 Inleiding In opdracht van Treehouse Hoofddorp CV heeft Tauw een nader bodemonderzoek inclusief asbest volgens NEN 5707 1 uitgevoerd op de parkeerplaats bij het Raadhuisplein in Hoofddorp. De locatie is gelegen op de hoek van de Prins Hendriklaan, de Nieuweweg en Kruisweg, plaatselijk bekend als de Aprisco-locatie. De aanleiding voor het nader bodemonderzoek inclusief asbest is: • De resultaten van het voorgaande (verkennende) bodemonderzoek 2 waarbij verhoogde •
gehalten PFAS (specifiek Perfluorbutaanzuur ofwel PFBA) zijn aangetoond in de grond De resultaten van het voorgaande (verkennende) bodemonderzoek2 naar asbest waarbij er plaatselijk asbest was aangetroffen en dat er derhalve mogelijk sprake is van een verontreiniging met asbest
Het doel van het nader bodemonderzoek inclusief asbest is: •
Verificatie van de aanwezigheid en meer inzicht verkrijgen in de aanwezigheid en verdeling van PFAS in de grond aangezien er tijdens het verkennend onderzoek alleen mengmonsters zijn geanalyseerd
•
Het exact vaststellen van de aanwezigheid, de aard, het gehalte en de omvang van de verontreiniging met asbest (methode 2)
De resultaten van dit onderzoek zijn reeds in mei 2018 gerapporteerd. Omdat echter het toetsingskader voor PFAS onlangs in gewijzigd, zijn de analyseresultaten opnieuw getoetst. Dit heeft consequenties gehad voor de conclusies van dit onderzoek. Op deze punten is deze rapportage aangepast.
1 2
NEN 5707: Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond, december 2017 Tauw, R001 1262697HWB V01, 8 februari 2018
5/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
2 Vooronderzoek 2.1
Inleiding
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. In bijlage 2 is een situatiekaart opgenomen. Tauw heeft een vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 5725 3. Dit vooronderzoek is onderdeel van het voorgaande (verkennende) bodemonderzoek2 wat is opgenomen in bijlage 3. Tevens wordt daar nader ingegaan op mogelijke externe bronnen van verontreiniging. In deze rapportage worden kort de belangrijkste aandachtspunten besproken.
2.2
Locatiegegevens
•
Terreinverharding: cementgebonden puin (parkeervlakken) en stelconplaten (overig)
• •
Huidige bestemming: parkeerplaats Toekomstige bestemming: bebouwing met een half verdiepte parkeergarage die circa 1,5 meter onder maaiveld ligt
2.3
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
2.3.1 Historisch bodemonderzoek Via de website van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is het mogelijk om beschikbare bodemgegevens te downloaden. Deze zijn toegevoegd in het voorgaande (verkennende) bodemonderzoek2 in bijlage 3. Hieruit kwam naar voren dat er geen gegevens van historische bodemonderzoeken beschikbaar zijn direct op de locatie van de parkeerplaats. Binnen een straal van 25 meter rondom de parkeerplaats zijn er wel gegevens van historische bodemonderzoeken beschikbaar. Hieruit kwam naar voren dat de grond in de omgeving licht verontreinigd (boven de achtergrondwaarde) is met PAK, PCB’s en minerale olie en licht tot sterk verontreinigd (boven de interventiewaarde) is met zware metalen. Het grondwater in de omgeving is licht verontreinigd met zware metalen en licht tot sterk verontreinigd met vluchtige aromaten en arseen. Arseen is waarschijnlijk gerelateerd aan een natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie. 2.3.2 Voorgaande (verkennende) bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten van het voorgaande (verkennend) bodemonderzoek2 blijkt dat de grond van 0-1,0 m-mv licht verontreinigd is met PAK en zware metalen en het grondwater licht verontreinigd is met alleen zware metalen. Het grondwater bevat lichte verhogingen voor Perfluorbutaanzuur (PFBA), Perfluoroctaanzuur (gPFOA), Perfluorpentaanzuur (PFPeA).
In de grond zijn geen verhoogde gehaltes aan Perfluoroctaansulfonzuur (gPFOS) en Perfluoroctaanzuur (gPFOA) aangetoond. De Indicatieve interventiewaarde (INEV) werd voor PFOS en PFOA niet overschreden.
3
NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017
6/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Wel is een verhoogd gehalte (industrie klasse: 5<x-≤50 µg/kg) aan Perfluorbutaanzuur (PFBA) aangetoond in een mengmonster dat hoger is dan de vastgestelde achtergrondwaarde 4 (1,5 µg/kg ds voor PFOS en afzonderlijke PFAS) voor de Haarlemmermeer. Voor PFOA betreft deze achtergrondwaarde 1,7 µg/kg ds. Uit de conclusies blijkt dat er verificatie van de resultaten en meer inzicht gewenst is in de verdeling van de PFAS verontreiniging (specifiek PFBA) in de grond, aangezien er tijdens het verkennend onderzoek alleen mengmonsters zijn geanalyseerd. Mogelijk is er sprake van enkele spots, maar er kan ook sprake zijn van een diffuse verontreiniging. Derhalve is een nader bodemonderzoek uitgevoerd naar de verdeling van PFAS in deze grond. Op één plek van het terrein is in het voorgaande onderzoek2 asbest aangetroffen (boring 17, mengmonster B) met een gehalte boven 100 mg/kg d.s. Deze uitspraak is echter indicatief omdat er op deze plek tevens ook een stukje asbesthoudend materiaal is gevonden. Indien in een boring een stukje asbesthoudend materiaal is aangetroffen is er vanwege het kleine volume van de boring al heel snel sprake van een hoog gehalte aan asbest in de bodem. De verwachting is dat het gehalte veel lager zal zijn bij het graven van een sleuf. Daarom is deze conclusie met een nader bodemonderzoek naar asbest.
In het voorgaand (verkennend) bodemonderzoek2 zijn alleen monsters genomen waar puin in de grond was aangetroffen. Hoewel er in deze verdachte bodemlagen geen asbest werd aangetoond, dient formeel ook de puinvrije grond te worden onderzocht. Daarnaast was in het vorige onderzoek de cementgebonden puinverharding en de grond hier direct onder nog niet onderzocht. Derhalve is hiernaar nader onderzoek uitgevoerd.
2.4
Onderzoeksvragen
Naar aanleiding van de resultaten van het voorgaand (verkennend) bodemonderzoek zijn onderstaande onderzoeksvragen gesteld voor dit nader bodemonderzoek: • Wat is de verdeling van de verontreiniging met PFAS (specifiek PFBA) in de grond? • Wat is het gehalte asbest ter plaatse op de plek waar in voorgaand onderzoek een stukje • •
4
asbest was aangetroffen? Is de aanname terecht dat de onverdachte delen van voorgaande (verkennend) bodemonderzoek2 als onverdacht kunnen worden beschouwd? Is de aanname dat de puinverharding en de bodem onder de parkeervlakken verdacht is voor de aanwezigheid van asbest terecht?
ACN en Bodemkwaliteitskaart PFOS en PFOA Regio Noordzeekanaalgebied, versie 3.2 d.d. 2-1-2020
7/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
3 Onderzoeksopzet en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksmethode en gehanteerde onderzoeksstrategie
3.1.1 Nader bodemonderzoek PFAS Voor het nader bodemonderzoek naar PFAS (specifiek PFBA) zijn de boringen van de andere (onderstaande) bodemonderzoeken naar asbest doorgezet tot 2,0 m -mv, waarvan alleen monsterpotten gevuld zijn. Tevens is er een peilbuis tot 2,5 m -mv geplaatst in het midden van het terrein. 3.1.2 Nader bodemonderzoek naar asbest Het nader onderzoek naar asbest (rondom boring 17) is uitgevoerd met de volgende methode: • Het vaststellen van de verontreiniging per homogeen vak van 50 m2 tot 200 m2 voor het meer in detail vaststellen van de omvang van de verontreiniging Gezien de aanleiding van het onderzoek en de resultaten van het vooronderzoek is de volgende onderzoeksstrategie gehanteerd: • Verdachte ondergrond, plaatselijke verontreiniging met onbekende plaats van voorkomen Dit is gedaan door middel van het graven van één sleuf van circa 1,30 m* 0,45 m* 1,00 m (l*b*h) met een mobiele kraan. De stelconplaten zijn door middel van de kraan verwijderd voordat de sleuf werd gegraven. Daarnaast is er een SEM-analyse uitgevoerd, omdat in het voorgaand (verkennend) bodemonderzoek2 naar voren kwam dat er in mengmonster B aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van respirabele vezels (uit de lichtmicroscoop analyse).
3.1.3 Verkennend bodemonderzoek naar asbest in niet onderzochte delen Bij het voorgaande verkennend bodemonderzoek naar asbest werd de volgende methode gebruikt: •
Diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE)
Er zijn daarom nog 6 boringen geplaatst tot 1,5 m -mv in de niet onderzochte delen (waar geen puin was aangetroffen) om het verkennend bodemonderzoek naar asbest af te ronden conform de NEN 5707. Er zijn zowel asbestemmers gevuld van de boven- (0-0,5 m -mv) en ondergrond tot 0,5-1,5 m -mv) en monsterpotten per halve meter. De locatie is verhard met stelconplaten, daarom zijn in afwijking van de norm NEN 5707, de monsters verzamelt met een 120 mm edelmanboor. 3.1.4
Verkennend onderzoek naar asbest onder parkeervakken
Er zijn verdeeld over de parkeervakken 10 boringen uitgevoerd. Er zijn 4 mengmonsters op asbest geanalyseerd. Omdat er in het voorgaand (verkennend) bodemonderzoek niet door de parkeervlakken kon worden geboord zijn machinale constructieboringen (120 mm) uitgevoerd. De monsters zijn, in afwijking van de norm NEN 5707, verzamelt met een 100 mm edelmanboor.
8/21
Kenmerk
3.2
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd op woensdag 4 april 2018 door B.M. Celie en J. van Rooden. Het grondwater is bemonsterd op woensdag 18 april 2018 door J. van Rooden. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. Een overzicht van de uitgevoerde veld- en analysewerzaamheden is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Uitgevoerde veld- en analyse werkzaamheden Werkzaamheden
Aantal (boornummer)
Omschrijving Oppervlakte onderzoekslocatie in m2
5500
Nader bodemonderzoek Perfluorbutaanzuur (PFBA) Peilbuis tot 2,5 m -mv
1 (32)
Analyse PFC (14) lage grens 0,1 µg/kg
16
Analyse PFC (25) lage grens 0,1 µg/l
1
Analyse HDSR lozingspakket
1
Zuiveringsmogelijkheden Analyse zeefkromme, SCG inclusief voorbehandeling (sedigraaf)
2
Nader onderzoek naar asbest Aantal sleuven (1,3 * 0,45 * 1,0 m), doorgeboord (ø 120 mm) tot 1,5 m-mv
1 (41)
Analyse grond op asbest fractie 0,5 - 20 mm
2
Analyse grond op asbest fractie < 0,5 mm door middel van SEM
1
Verkennend bodemonderzoek naar asbest in onverdachte delen Boringen tot 1,5 m -mv (ø 120 mm) (monsterpot per halve meter en
6 (51, 52, 53, 54, 55, 56) (en
asbestemmer 0-0,5 m -mv en 0,5-1,5 m -mv)
peilbuis 32)
Analyse puin op asbest
1
Analyse grond op asbest fractie 0,5 - 20 mm
4
Verkennend onderzoek naar asbest onder parkeervakken Constructieboringen tot 2,0 m -mv (ø 100 mm) (monsterpot per halve
10 (22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29,
meter en asbestemmer)
39, 31)
Opgemerkt wordt dat het analysepakket voor PFAS ten tijde van het uitgevoerde nader onderzoek bestond uit 14 parameters. Binnen het huidige Tijdelijke Handelingskader PFAS van het Ministerie van I&W worden inmiddels 28 individuele PFAS onderzocht.
3.3
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 4. Er is afgeweken van de vigerende protocollen. Inhoudelijk 2e lezer rapportage: Harm Landman.
9/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
4 Resultaten 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Tijdens de werkzaamheden is asbestverdacht materiaal (puin) waargenomen. De verdachte zintuiglijke waarnemingen die kunnen duiden op mogelijk bodemverontreiniging of asbestverdacht materiaal zijn weergegeven in tabel 4.1. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 5. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.1 Verdachte zintuigelijke waarnemingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging Boring Dieptetraject Textuur Waarneming## (m -mv) 22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus matig, zandig matig
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus matig, zandig matig
0,0
0,4
puinlaag
0,4
0,9
klei, humeus zwak, zandig sterk
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus zwak, zandig zwak
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus zwak, zandig matig
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus zwak, zandig matig
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus zwak, zandig matig
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus matig, zandig matig
0,0
0,4
puinlaag
0,5
1,0
klei, humeus matig, zandig matig
0,0
0,4
puinlaag
puin 2/fijn
puin 2/fijn
puin 2/m.grof
puin 2/fijn
puin 2/fijn,
puin 2/fijn
puin 2/fijn
puin 2/fijn
puin 2/fijn
0,5
1,0
klei, humeus zwak, zandig zwak
puin 2/fijn
32
0,3
0,7
klei, humeus matig, zandig matig
puin 3/fijn
41
0,2
0,5
matig grof zand, siltig zwak
puin 1/m.grof
0,5
1,0
puin 2/m.grof
0,2
0,5
0,5
1,0
54
0,2
0,5
55
0,2
0,5
56
0,2
0,5
matig grof zand, humeus matig, kleiig matig matig grof zand, humeus matig, kleiig matig matig grof zand, humeus zwak, kleiig uiterst matig grof zand, humeus zwak, siltig zwak matig grof zand, humeus zwak, siltig zwak matig grof zand, humeus zwak, kleiig matig
53
puin 2/fijn puin 1/m.grof puin 1/fijn puin 1/fijn puin 1/fijn
## De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)
10/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Tabel 4.2 Veldmetingen Peilbuis
Bovenkant
Filterdiepte
Datum
GWS
pH
EC
(m -mv)
(-)
(μS/cm)
0,70
6,61
895
buis (m -mv) 32
0,00
(m -mv) 1,50
2,50
18.04.18
De gemeten zuurgraad (6,61) en elektrische geleidend vermogen (895) van het grondwater zijn normaal voor deze regio. De troebelheid van het grondwater is verhoogd (> 10 NTU). Dit kan leiden tot een beperkte verhoging van concentraties van organische parameters in het grondwater. Het wordt, gezien de resultaten, niet noodzakelijk geacht om een heranalyse of herbemonstering van het grondwater uit te voeren. In tabel 4.3 zijn de grondwaterstanden in N.A.P. weergegeven. Op basis van de N.A.P. grondwaterstand in de peilbuizen is de grondwaterstroming richting het noordoosten. Tabel 4.3 N.A.P. metingen grondwaterstanden (GWS) Peilbuis
Maaiveld
Bovenkant buis
Bovenkant
Filterdiepte
GWS
GWS
(m -mv)
(m -mv)
N.A.P.
buis M
N.A.P.
(m -mv)
7
-4,061
-4,061
-0,08
1,50
2,50
0,81
-4,871
8
-4,347
-4.445
-0,08
1,50
2,50
0,56
-4,907
10
-4,036
-4,125
-0,08
1,50
2,50
1,00
-5,036
32
-4,149
-4,180
0,00
1,50
2,50
0,70
-4,849
4.2
Resultaten PFAS in grond en grondwater
In navolgende tabellen 4.3-4.5 en 4.8 zijn de onderzoeksresultaten voor de PFAS verbindingen in grond en grondwater weergegeven. Het gehanteerde toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 9.
11/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Tabel 4.4 Analyseresultaten grond 1 Meetpunt Traject (cm-mv) Datum
Perfluorbutaanzuur (PFBA) C4 (ug/kg Ds) Perfluorpentaanzuur (PFPeA) C5 (ug/kg Ds) Perfluorhexaanzuur (PFHxA) C6 (ug/kg Ds) Perfluorheptaanzuur (PFHpA) C7 (ug/kg Ds) Perfluoroctaanzuur (PFOA) C8 (ug/kg Ds) Perfluornonaanzuur (PFNA) C9 (ug/kg Ds) Perfluordecaanzuur (PFDA) C10 (ug/kg Ds) Perfluorundecaanzuur (PFUnA) C11 (ug/kg Ds) Perfluordodecaanzuur (PFDoA) C12 (ug/kg Ds) Perfluortridecaanzuur (PFTrA) C13 (ug/kg Ds) Perfluortetradecaanzuur (PFTeA) C14 (ug/kg Ds) Perfluorbutaansulfonaat (PFBS) C4 (ug/kg Ds) Perfluorhexaansulfonaat (PFHxS) C6 (ug/kg Ds) Perfluoroctaansulfonaat (PFOS) C8 (ug/kg Ds)
22
24
25
26
27
29
30
50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
40 - 90 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
0,2
0,3
0,2
1,1
0,6
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
0,7
0,4
0,8
0,2
0,9
0,3
0,5
Cursief: gehalte is hoger dan de rapportagegrens en lager dan de Achtergrondwaarde gemeente Haarlemmermeer
Tabel 4.5 Analyseresultaten grond 2 Meetpunt Traject (cm-mv) Datum
Perfluorbutaanzuur (PFBA) C4 (ug/kg Ds) Perfluorpentaanzuur (PFPeA) C5 (ug/kg Ds) Perfluorhexaanzuur (PFHxA) C6 (ug/kg Ds) Perfluorheptaanzuur (PFHpA) C7 (ug/kg Ds) Perfluoroctaanzuur (PFOA) C8 (ug/kg Ds) Perfluornonaanzuur (PFNA) C9 (ug/kg Ds) Perfluordecaanzuur (PFDA) C10 (ug/kg Ds) Perfluorundecaanzuur (PFUnA) C11 (ug/kg Ds)
31 50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
32
51
52
54
55
56
30 - 70
15 - 50
15 - 50
15 - 50
15 - 50
15 - 50
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,5
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
0,3
< 0,1
0,2
0,8
< 0,1
0,3
0,2
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
0,2
0,2
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
12/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Meetpunt Traject (cm-mv) Datum
Perfluordodecaanzuur (PFDoA) C12 (ug/kg Ds) Perfluortridecaanzuur (PFTrA) C13 (ug/kg Ds) Perfluortetradecaanzuur (PFTeA) C14 (ug/kg Ds) Perfluorbutaansulfonaat (PFBS) C4 (ug/kg Ds) Perfluorhexaansulfonaat (PFHxS) C6 (ug/kg Ds) Perfluoroctaansulfonaat (PFOS) C8 (ug/kg Ds)
31 50 100 19-42018 [ug/kg Ds] < 0,1
32
51
52
54
55
56
30 - 70
15 - 50
15 - 50
15 - 50
15 - 50
15 - 50
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,1
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,1
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,1
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,1
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,1
19-42018 [ug/kg Ds] < 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
0,3
1,1
1
1,6ab
0,2
1,4b
0,3
Cursief: gehalte is hoger dan de rapportagegrens en lager dan de Achtergrondwaarde gemeente Haarlemmermeer a
Gehalte boven de vastgestelde achtergrondwaarde Haarlemermeer
b
Gehalte boven de landelijk gehanteerde achtergrondwaarde uit het Tijdelijk Handleingskader PFAs van Ministerie
I&W
In het grondmonster van de bovengrond bij boring 52 wordt de landelijk vastgestelde achtergrondwaarde uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS van het Ministerie van I&W (Juli 2020) van 1,4 µg/kg d.s. voor PFOS overschreden. Ter plaatse van boring 55 is het gehalte gelijk aan de achtergrondwaarde uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS. Ter plaatse van boring 52 wordt ook de door de gemeente Haarlemmermeer vastgestelde achtergrondwaarde van 1,5 µg/kg d.s. voor PFOS overschreden. De maximale toepassingseis voor wonen (5 µg/kg d.s.) en Industrie (50 µg/kg d.s.) van de gemeente Haarlemmermeer wordt niet overschreden. Voor PFOA en de overige PFAS is geen sprake van overschrijdingen van de landelijke achtergrondwaarden en/of achetrgrondwaarde van de gemeente Haarlemmermeer. In navolgende tabel 4.7 zijn de analyseresultaten voor de ten opzichte van de rapportagegrens verhoogd aangetoonde PFAS verbindingen weergegeven. Tabel 4.7 Analyseresultaten grondwater Peilbuis
Pb 32
Filterdiepte (m -mv)
1,5-2,5
Eenheid
ug/l
perfluor-1-butaansulfonaat (PFBS)
0,03
Perfluoroctaansulfonaat (PFOS)
0,01
Perfluorbutaanzuur (PFBA)
0,03
Perfluorheptaanzuur (PFHpA)
0,005
Perfluorhexaanzuur (PFHxA)
0,02
Perfluoroctaanzuur (PFOA)
0,04
Perfluorpentaanzuur (PFPeA)
0,02
Perfluortridecaanzuur (PFTrDA)
0,005
13/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Peilbuis
Pb 32
Filterdiepte (m -mv)
1,5-2,5
Eenheid
ug/l
Perfluortetradecaanzuur (PFTeDA)
0,01
Uit de resultaten volgt dat de grondwaterconcentraties voor PFOS en PFOA de INEV waarden (grondwater inclusief drinkwater) van het RIVM niet overschrijden. Voor de overige aangetoonde zijn op dit moment geen toetswaarden beschikbaar maar opgemerkt wordt dat de concentraties voor deze overige PFAS allen ook (minimaal een factor 10) onder de als meest kritisch beschouwde INEV-waarde voor PFOS liggen.
4.3
Resultaten zeefkromme analyse
In tabel 4.8 zijn de resultaten van de zeefkromme analyse weergegeven. Tabel 4.8 Analyseresultaten zeefkromme Meetpunt Traject (cm-mv) Datum
24
55
40 - 90
15 - 50
19-4-2018
19-4-2018
[mg/kg Ds]
[mg/kg Ds]
fractie < 16 um
22
4,7
fractie < 1000 um
95
x < 2 um
16
3,4
x < 16 um
23
5,3
x < 32 um
26
6,6
x < 50 um
29
7,1
x < 63 um
29
7,4
x < 125 um
44
12
x < 250 um
73
70
x < 500 um
89
98
100
100
op zeef 2 mm
36
6,1
lutum (fractie<2um)
15
3
x < 1000 um x < 2000 um
4.4
99
Resultaten zuiveringsparameters
In tabel 4.9 zijn de resultaten van de analyse van de zuiveringsparameters weergegeven.
14/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Tabel 4.9 Analyseresultaten zuiveringsparameters Peilbuis
Pb 32
Filterdiepte (m -mv)
1,5-2,5
Eenheid
ug/l
chloride (mg/l)
56
ijzer (Fe)
5200
ammoniumstikstof als N (mg N/l)
4,2
totaal fosfor (mg P/l) (mg P/l)
0,11
nitraat als N (mg N/l)
0,22
nitriet als N (mg N/l)
0,06
CZV (in mg O2/l) (mg O2/l)
37
stikstof vlgs. Kjeldahl (mg N/l) (mg N/l)
5,4
sulfaat (mg/l)
19
stikstof
5700
zwevende stof (mg/l)
740
Veldparameters pH (-)
6,61
EC (µS/cm)
895
4.5 4.5.1
Nader bodemonderzoek naar asbest Toetsingskader
De toetsing van asbest is beschreven in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Er is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, indien asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (gehalte serpentijn asbest + 10x gehalte amfibool asbest). Indien deze norm op een plaats wordt overschreden, dan is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De norm voor niet-vormgegeven bouwstoffen in de Regeling bodemkwaliteit bedraagt tevens 100 mg/kg. 4.5.2 Visuele inspectie maaiveld en overige veldwaarnemingen De maaiveldbedekking was meer dan 75 % als gevolg van de stelconplaten en het asfalt. Daarom heeft er geen visuele inspectie van het maaiveld conform Protocol 2018 plaatsgevonden. Voor details wordt verwezen naar de in bijlage 5 bijgevoegde sleufprofielen en de in bijlage 6 bijgevoegde formulieren van het veldwerk. Foto’s zijn opgenomen in bijlage 10. 4.5.3
Resultaten en toetsing
Voor het toetsen van het asbestgehalte in de bodem is het gehalte serpentijn asbest vermeerderd met 10 x het gehalte aan amfibool asbest.
15/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Tabel 4.10 Samenstelling (meng)monsters Onderzoek
Monstercode
Traject
Deelmonsters
(m-mv) VBO onder
MA (puin)
0-0,4
22-1, 23-1, 24-1, 25-1, 26-1,
parkeervlakken
27-1, 28-1, 29-1, 30-1, 31-1
VBO onder
MB
0,4-1,0
22-2, 23-2, 26-2, 27-2, 30-2,
MC
0,15-0,7
32-2, 51-1, 52-1, 53-1, 54-1,
parkeervlakken VBO onverdachte delen
55-1, 56-1 VBO onverdachte delen
MD
0,3-1,2
32-3, 51-2, 52-2, 53-2, 54-2,
VBO onder
ME
0,4-1,0
24-2, 25-2, 28-2, 29-2, 31-2
MF
0,2-0,45
41-1
MG
0,45-0,95
41-2
55-2, 56-2
parkeervlakken Nader bodemonderzoek naar asbest Nader bodemonderzoek naar asbest Tabel 4.11 Overzicht resultaten Onderzoek
Monster-
Traject
Totale
Toetsing
Totaal gewogen
Toetsing
code
(m-mv)
gewogen
norm
gehalte asbest
risiconorm
gehalte
fractie <0,5 mm
asbest* (mg/kg d.s.) VBO onder
MA
0-0,4
<1
-
NVT
NVT
parkeervlakken
(puin)
VBO onder
MB
0,4-1,0
<1
-
NVT
NVT
MC
0,15-0,7
<1
-
NVT
NVT
MD
0,3-1,2
<1
-
NVT
NVT
ME
0,4-1,0
37
-
NVT
NVT
MF
0,2-0,45
<1
-
NVT
NVT
MG
0,45-0,95
<1
-
<1,3
##
parkeervlakken VBO onverdachte delen VBO onverdachte delen VBO onder parkeervlakken Nader bodemonderzoek naar asbest Nader bodemonderzoek naar asbest
16/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
*Inclusief resultaat fractie <0,5 mm d.m.v. SEM - Interventiewaarde wordt niet overschreden + Interventiewaarde wordt overschreden # Risiconorm wordt overschreden ## Risiconorm wordt niet overschreden
Voor de berekening van de gewogen gehalten wordt verwezen naar bijlage 8. Alleen mengmonster ME is meegenomen in de berekeningen omdat het gehalte >1 mg/kg d.s. is. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 9.
4.6
Beantwoording onderzoeksvragen
Wat is de verdeling van de verontreiniging met PFBA in de grond? In het onderhavige naderonderzoek is geen Perfluorbutaanzuur (PFBA) boven de rapportagegrens aangetoond in de grond. In het grondwater is een verhoogde concentratie Perfluorbutaanzuur (PFBA) van 0,03 µg/l aangetoond. Voor PFBA is momenteel geen specifieke toetswaarde beschikbaar maar de concentratie ligt ruim (ca factor 10) beneden de meest kritische INEV waarde voor PFOS (Zie ook bijlage 7 voor het toetsingskader van PFAS). Tijdens het verkennend bodemonderzoek werd in de mengmonsters nog een gehalte aan PFBA van 11 tot 37 µg/kg ds aangetroffen in de mengmonsters (omgerekend naar standaardbodem). Er is geen duidelijke verklaring voor het feit dat er in het nader onderzoek geen PFBA is aangetroffen. Er kan sprake zijn van een contaminatie van een externe bron tijdens de veldwerkzaamheden (bijvoorbeeld nieuwe of net gewassen brandwerende kleding), maar bij navraag blijkt dit niet het geval te zijn. Tijdens het verkennende bodemonderzoek zijn glazen monsterpotjes gebruikt, waarvan recent bekend is dat hier perfluorverbindingen aan kunnen absorberen. Bij het nader onderzoek zijn kunststof potjes gebruikt. Dit kan echter geen verklaring zijn, omdat dan tijdens het nader onderzoek hogere gehaltes zouden zijn gemeten en dat is niet het geval.
Er kan ook sprake zijn van een contaminatie in het laboratorium, maar uit navraag volgt dat het laboratorium verwacht dat dit niet het geval is. Tenslotte is het mogelijk dat er sprake is van een “spot” van beperkte omvang in de grond die tijdens het nader onderzoek is gemist. De oorzaak van een eventuele PFBA verontreiniging is onbekend. Gezien de lage gemeten concentraties PFAS in het nader onderzoek wordt aangenomen dat er geen sprake is van een puntbron en daarmee een ernstige bodemverontreiniging met PFBA. We verwachten dat de PFAS verontreiniging een diffuus karakter heeft en dat de gehalten over het algemeen voldoen aan de door de gemeente Haarlemmermeer/provincie Noord-Holland vastgestelde achtergrondwaarden (ACN-waarden). Wat is het gehalte asbest ter plaatse van het geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in het voorgaande (verkennend) bodemonderzoek2? Er is geen asbest aangetoond.
17/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Is de aanname terecht dat de niet onderzochte delen van voorgaande (verkennend) bodemonderzoek2 als verdacht kunnen worden beschouwd? Nee, er is geen asbest aangetoond. De delen kunnen als onverdacht worden beschouwd. Is de aanname dat de bodem onder de parkeervlakken verdacht is voor de aanwezigheid van asbest terecht? Nee, er is geen asbest aangetoond met een gehalte groter dan 0,5 x interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). Nader onderzoek is niet nodig.
18/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
5 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van Treehouse Hoofddorp CV heeft Tauw een nader bodemonderzoek inclusief asbest volgens NEN 57071 uitgevoerd ter plaatse van de parkeerplaats aan de Prins Hendriklaan, Nieuweweg en Kruisweg in Hoofddorp. De aanleiding voor het nader bodemonderzoek inclusief asbest is: • De resultaten van het voorgaande (verkennende) bodemonderzoek 5 waarbij is
•
geconcludeerd dat er PFAS (specifiek PFBA) aanwezig is in (mengmonsters van) de grond De resultaten van het voorgaande (verkennende) bodemonderzoek2 naar asbest waarbij is geconcludeerd dat er asbest aanwezig is en dat er derhalve mogelijk sprake is van een verontreiniging met asbest
Het doel van het nader bodemonderzoek inclusief asbest is: • Meer inzicht krijgen in de aanwezigheid en verdeling van de verontreiniging met PFAS (specifiek PFBA) in de grond, aangezien er tijdens het verkennend onderzoek alleen •
5.1
mengmonsters zijn geanalyseerd het exact vaststellen van de aanwezigheid, de aard, het gehalte en de omvang van de verontreiniging met asbest (methode 2)
Conclusies
5.1.1 PFAS In het nader onderzoek is geen Perfluorbutaanzuur (PFBA) boven de rapportagegrens aangetoond in de grond. De volgende PFAS-verbindingen zijn wel boven de rapportagegrens aangetoond in de grond: • Perfluoroctaanzuur (PFOA) • •
Perfluoroctaansulfonaat (PFOS) Perfluordecaanzuur (PFDA).
Gezien de lage gemeten concentraties PFAS in het nader onderzoek wordt aangenomen dat er geen sprake is van een puntbron en daarmee een ernstige bodemverontreiniging met PFBA. We verwachten dat de PFAS verontreiniging een diffuus karakter heeft en dat de gehalten over het algemeen voldoen aan de door de gemeente Haarlemmermeer/provincie Noord-Holland vastgestelde achtergrondwaarden (ACN-waarden). Gemeente Haarlemmermeer Met uitzondering van grondmonster 52 (15- 50 m-mv) liggen alle gemeten PFAS-gehalten onder de vastgestelde achtergrondwaarden van de gemeente Haarlemmermeer.
5
Tauw, R001 1262697HWB V01, 8 februari 2018
19/21
Kenmerk
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Op basis van de indicatieve toetsing aan de toepassingseisen PFAS van Haarlemmermeer wordt de bodem overwegend ingedeeld in de klasse “Niet ingedeeld – PFOS/PFOA vrij toepasbaar”. Aan de noordoostelijke kant van de onderzoekslocatie” is 1,6 µg/kg PFOS is aangetoond en dat is net boven de vastgestelde achtergrondwaarde van 1,5 µg/kg. Hier wordt de bodem indicatief ingedeeld in de klasse “Niet ingedeeld -PFOS/PFOA-Toepasbaar” Generiek landelijk beleid (THK PFAS Ministerie van I&W) Op twee monsters na, liggen de geanalyseerde gehaltes PFOA en PFOS en de overige PFAS in alle grondmonsters onder de landelijk vastgestelde achtergrondwaarden. De bodemkwaliteit wordt gezien als Maximale waarde Niet ingedeeld (landbouw/natuur). Bij het grondmonsters 52 (15- 50 m-mv) aan de noordoostelijke kant en 55 (15- 50 m-mv) aan zuidoostelijke kant aan van de onderzoekslocatie zijn 1,6 µg/kg en 1,4 µg/kg PFOS is aangetoond, waar de landelijke achtergrondwaarde op 1,4 µg/kg ds ligt. Inschatting afzetmogelijkheden grond Op basis van de PFAS gehaltes (inclusief PFOS en PFOA) van alle grondmonsters wordt de grond ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Niet ingedeeld -PFOS/PFOA-Toepasbaar” (landbouw/natuur) volgens het beleid van de gemeente Haarlemmermeer.
Conform het beleid van de gemeente Haarlemmermeer mag deze grond naar verwachting worden hergebruikt binnen de gemeentegrenzen maar gezien de beperkt gemeten PFAS verbindingen (14 verbindingen) dient voorafgaand aan hergebruik, vrijkomende grond nog onderzocht te worden middels een partijkeuring (AP-04 keuring) waarbij onderzocht wordt op 28 PFAS verbindingen conform het Tijdelijk Handelingskader PFAS). Op basis van de Indicatieve toetsing aan het landelijke beleid van de gemeten PFOS concentratie bij grondmonsters 55 (PFOS 1,4 µg/kg) en 52 (PFOS 1,6 µg/kg) wordt deze ingedeeld in respectievelijk categorie B2 (waarmee er sprake is van een Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en in oppervlaktewater (afhankelijk van toepassingssituatie) en categorie C (waarmee er sprake is van een beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en onder de grondwaterstand). PFAS in het Grondwater In het grondwater zijn de volgende stoffen boven de rapportagegrens aangetoond: Perfluorbutaanzuur (PFBA), Perfluoroctaansulfonaat (PFOS), Perfluoroctaanzuur (PFOA), Perfluorpentaanzuur (PFPeA), Perfluortetradecaanzuur (PFTeDA), Perfluortridecaanzuur (PFTrDA). De concentraties variëren van 0,005 tot 0,04 µg/l. Uit de resultaten volgt dat de grondwaterconcentraties voor PFOS en PFOA de INEV waarden (grondwater inclusief drinkwater) van het RIVM niet overschrijden.
Voor de overige aangetoonde zijn op dit moment geen toetswaarden beschikbaar maar opgemerkt wordt dat de concentraties voor deze overige PFAS allen ook (minimaal een factor 10) onder de als meest kritisch beschouwde INEV-waarde voor PFOS liggen.
20/21
Kenmerk
5.1.2
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Nader bodemonderzoek naar asbest
De grond of puinlaag ter plaatse van de deellocatie (boring 41) kan als niet-asbesthoudend worden beschouwd. Er zijn geen beperkingen voor het bewerken en hergebruiken van de bodem voor wat asbest betreft. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. 5.1.3 Verkennend bodemonderzoek naar asbest in niet onderzochte delen Geconcludeerd wordt dat het gedeelte van de delen waar asbest niet is aangetoond, als onverdacht op asbest kan blijven worden beschouwd. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek. 5.1.4
Verkennend onderzoek naar asbest onder parkeervakken
Geconcludeerd wordt dat het gedeelte onder de parkeervlakken als onverdacht op asbest kan blijven worden beschouwd. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek. Aangezien er geen verontreinigingen aanwezig zijn met gehaltes boven de interventiewaarde, is er geen sanering nodig. Milieuhygiënisch gezien zijn er ruime mogelijkheden om de bij de bouw vrijkomende grond elders te hergebruiken.
5.2
Aanbevelingen
Het volgende wordt aanbevolen: •
Overleg met acceptant van de grond en het bevoegd gezag om het hergebruik van deze grond te effectueren. Er kan dan ook worden bepaald of er nog een partijkeuring noodzakelijk is
•
Overleg te gaan met het bevoegd gezag over de lozingsmogelijkheden van het bemalingswater
Arbo Wetgeving Op basis van dit bodemonderzoek is bij de werkzaamheden geen veiligheidsklasse van toepassing. Dit is gebaseerd op de CROW 400 6, tweede gewijzigde druk december 2017. Conform de CROW 400 dienen de werkzaamheden waar geen veiligheidsklasse van toepassing is, te worden uitgevoerd onder het minimale niveau van risicobeheersing (basishygiëne maatregelen en basiskennis).
6
Tot en met 1 januari 2019 kan nog gebruik gemaakt worden van de CROW P132
21/21
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Regionale ligging van de onderzoekslocatie
Parkeerplaats, ‘Aprisco locatie’
Julianalaan
Boslaan
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Onderzoekslocatie en situering monsterpunten
Opdrachtgever
Asbest Sleuf
Schaal
Treehouse Hoofddorp CV
Status
1 : 750
Boring
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Dat. 17.4.2018 14:31
Tekeningnummer
Nader bodemonderzoek project Cloudforest A4 210x297 mm Hoofddorp
Peilbuis Meetpunt Klic12374
Getek.
Gebouwen
N 0
15
Gec.
30
45m
Concept
Project
2a
1264370 P00005
hwb Postbus 133 7400 AC Deventer Tel. (0570)699911
Opdrachtgever
Asbest Sleuf
Schaal
Treehouse Hoofddorp CV
Status
1 : 500
Boring
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Dat. 17.4.2018 14:29
Tekeningnummer
Nader bodemonderzoek project Cloudforest A4 210x297 mm Hoofddorp
Peilbuis Meetpunt Klic12374 Gebouwen
Indicatief bodemonderzoek Julianalaan 43 en zijstraat van de Burgemeester van der Willigenlaan
N 0
10
Getek.
Gec.
20
30m
Concept
Project
2b
1264370 P00004
hwb Postbus 133 7400 AC Deventer Tel. (0570)699911
Opdrachtgever
Asbest Sleuf
Schaal
Treehouse Hoofddorp CV
Status
1 : 1.000
Boring
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Dat. 17.4.2018 14:32
Tekeningnummer
Indicatief bodemonderzoek zijstraat van de Burgemeester van der Willigenlaan
Getek.
Nader bodemonderzoek project Cloudforest A4 210x297 mm Hoofddorp
Peilbuis Meetpunt Klic12374 Gebouwen
N 0
25
Gec.
50m
Concept
Project
2c
1264370 P00006
hwb Postbus 133 7400 AC Deventer Tel. (0570)699911
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1264370HWB-V02-los-NL
Voorgaand verkennend bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek project Cloudforest Hoofddorp 8 februari 2018
Kenmerk
R001-1262697HWB-V01
Verantwoording Titel
Verkennend bodemonderzoek project Cloudforest Hoofddorp
Opdrachtgever
Treehouse Hoofddorp CV
Projectleider
René Takens
Auteur(s)
Wouter Hageman
Uitvoering meet- en inspectiewerk
B.M. Celie, M.S. Tiemens en F.A. Bisschop (Tauw certificaatnummer K54913)
Projectnummer
1262697
Aantal pagina’s
39
Datum
8 februari 2018
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 911 E info.deventer@tauw.nl
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Tauw. Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij Tauw hoge prioriteit. Tauw hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd dan wel geaccrediteerd volgens: • •
NEN-EN-ISO 9001 VCA**-certificering voor veilig werken bij meet- en inspectieactiviteiten en bodemsaneringen, ook in risicogebieden railinfra
•
Er zijn analyses uitgevoerd door het NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Al-West
•
Tauw bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018.
2/39
Kenmerk
R001-1262697HWB-V01
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 6
3
4
5
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 6
2.2
Toekomstige situatie .......................................................................................................... 9
2.3
Verdachte locaties .............................................................................................................. 9
2.4
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................... 9
2.5
Regionale geohydrologie ................................................................................................. 10
2.6
Beleidsregels PFOS- en PFOA-houdende grond ............................................................ 11
2.7
Onderzoeksvragen ........................................................................................................... 11
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde Werkzaamheden .......................................................... 13 3.1
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 13
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 13
3.3
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 14
Resultaten ............................................................................................................................... 15 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 15
4.2
Bodemonderzoek asbest ................................................................................................. 16
4.2.1
Toetsingskader.......................................................................................................... 16
4.2.2
Visuele inspectie maaiveld ........................................................................................ 16
4.2.3
Resultaten en toetsing .............................................................................................. 16
4.3
Resultaten grond en grondwater ...................................................................................... 17
4.4
Resultaten grond en grondwater PFAS ........................................................................... 18
4.5
Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................... 19
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 20 5.1
Conclusies ........................................................................................................................ 20
5.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 21
Bijlage 1
: Regionale Ligging Onderzoekslocatie ........................................................................ 22
Bijlage 2
: Kaart Situering Monsternemingspunten ..................................................................... 23
Bijlage 3
Kadastrale gegevens .................................................................................................... 24
Bijlage 4
Beschikbare bodemgegevens ...................................................................................... 25
Bijlage 5
: Veiligheid en Kwaliteit ................................................................................................. 26
3/39
Kenmerk
R001-1262697HWB-V01
Bijlage 6
: Boorprofielen .............................................................................................................. 27
Bijlage 7
: Toetsingskader ........................................................................................................... 28
B5.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 ................................................................. 28 B5.3 Toetsingskader PFAS ......................................................................................................... 29 B5.3 Toetsingswaarden standaardbodem .................................................................................. 31 Bijlage 8
: Getoetste omgerekende analyseresultaten ................................................................ 34
B6.1 Grond .................................................................................................................................. 34 B6.2 Grondwater ......................................................................................................................... 36 Bijlage 9
: Analysecertificaten...................................................................................................... 39
4/39
1 Inleiding In opdracht van Treehouse Hoofddorp CV heeft Tauw een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57401 en op basis van NEN 57072 uitgevoerd ter plaatse van de parkeerplaats bij het Raadhuisplein in Hoofddorp. De locatie is gelegen op de hoek van de Prins Hendriklaan, de Nieuweweg en Kruisweg, plaatselijk bekend als de Aprisco-locatie. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is: • De voorgenomen aankoop en herontwikkeling van het terrein Het doel van het bodemonderzoek is: • Het verkrijgen van een beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem
1
NEN 5740: Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond,
januari 2009/A1:2016 2
NEN 5707: Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond, augustus 2015
5/39
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Voorafgaand aan het onderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 57253 uitgevoerd. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. De locatie heeft een oppervlakte van circa 5.500 m2 en is in gebruik als parkeerplaats (zie figuur 2.1). De algemene informatie is opgenomen in tabel 2.1. Het kadastrale register laat zien dat de eigenaar van het terrein Aprisco II B.V. is. In bijlage 3 zijn de kadastrale gegevens toegevoegd. Daarin is ook te zien dat er geen publiekrechtelijke beperkingen bekend zijn.
Figuur 2.1: Ligging van de onderzoekslocatie (bron:Globespotter.Cyclomedia 2017)
3
NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, januari 2009
6/39
Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Raadhuisplein, Hoofddorp
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
L 3724, L 4268, L 4580, L 4583, L 4584, L 4617, L 4618, L 4681, L 4949, L 4950, L 5932, L 5933, L 6011, L 6047, L 6048
Publiekrechtelijke beperking
Geen beperkingen bekend
X-Y coördinaten
107894-479600, 107946-479633, 107917-479603, 107936-479593, 107949-479619, 107925-479628, 107930-479635, 107938-479648, 107923-479597, 107937-479604, 107906-479606, 107910-479611, 107958-479618, 107895-479630, 107919-479621
2
Oppervlakte (m )
5500
Verharding
Volledig stelconplaten en asfalt
Bebouwing
Geen bebouwing aanwezig
Huidig gebruik
Parkeerplaats
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Infrastructuur en industrie
Bodemfunctieklasse gemeente Haarlemmermeer
Wonen
Bodemkwaliteitsklasse gemeente Haarlemmermeer
Bovengrond: Industrie Ondergrond: Natuur/Landbouw
Voordat de locatie in gebruik was genomen als parkeerplaats stonden er woningen (onder andere van Dokter van der Zee) op de locatie. Tevens was er een klein weilandje aanwezig (zie onderstaande foto uit 1980).
7/39
Een overzicht van de ontwikkeling van de locatie is weergegeven in figuur 2.2. Dit kan als volgt kort worden samengevat: 1) De locatie was tot circa 1951 agrarisch gebied, daarna kwamen de eerste woningen; 2) In 1961 kwam er een ontwikkeling van het gebied met een aanzienlijke toename van woningen en een fabriek (Machinefabriek Spaans) op ruime afstand ten westen van het terrein; 3) Vanaf 1981 ontwikkelde de fabriek zich ten westen van het terrein; 4) Voor 1988 werd het huidige gemeentehuis gebouwd. Tevens werd er naast de parkeerplaats aan de oostkant een museum gebouwd; 5) Eind jaren ’90 zijn de woningen op de locatie gesloopt 6) vanaf 2013 wordt de locatie weergegeven als parkeerlocatie, maar was waarschijnlijk al langere tijd als zodanig in gebruik. In de huurovereenkomst tussen Aprisco en de gemeente uit 2004 is aangegeven dat het terrein in gebruik wordt genomen als parkeerterrein.
Figuur 2.2: Ontwikkeling van het Raadhuisplein (bron: topotijdreis.nl)
8/39
2.2
Toekomstige situatie
De opdrachtgever heeft aangegeven dat de gehele plot gebruikt gaat worden voor het realiseren van bebouwing met een half verdiepte parkeergarage die circa 1,5 meter onder maaiveld ligt.
2.3
Verdachte locaties
Voor het inventariseren van de verdachte locaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Bevoegd gezag Wbb: de gemeente Haarlemmermeer • Omgevingsdienst: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied •
Diverse GIS-bronnen: globespotter.cyclomedia.com, topotijdreis.nl, odnzkg.nl
Via de website van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is het mogelijk om beschikbare bodemgegevens te downloaden. Deze zijn toegevoegd in bijlage 4. Hieruit komt naar voren dat er geen gegevens van historische bodemonderzoeken beschikbaar zijn direct op de locatie van de parkeerplaats. Binnen een buffer van 25 meter rondom de parkeerplaats zijn er wel gegevens van historische bodemonderzoeken beschikbaar. Hieruit komt naar voren dat de grond licht verontreinigd (boven de achtergrondwaarde) is met PAK, PCB’s en minerale olie en licht tot sterk verontreinigd (boven de interventiewaarde) is met zware metalen. Het grondwater is licht verontreinigd met zware metalen en licht tot sterk verontreinigd met vluchtige aromaten en arseen. Arseen is waarschijnlijk gerelateerd aan een natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie. Hieruit volgt dat de locatie verdacht is voor de volgende stoffen: • Grond: PAK, PCB’s, minerale olie en zware metalen •
2.4
Grondwater: zware metalen, vluchtige aromaten en arseen
Asbestverdachtheid van de bodem
Tijdens enkele van de voorgaande bodemonderzoeken in de omgeving (zie bijlage 4) is asbestverdacht materiaal (puin) waargenomen. Van dit asbestverdacht materiaal (puin) is een aantal indicatieve asbestmonsters genomen, maar hierin is geen asbest aangetroffen. De informatie uit topotijdreis.nl laat zien dat er geen industrie heeft plaatsgevonden op het terrein waarbij mogelijk asbestverdacht materiaal gebruikt is. Via de parkeermanager is bekend geworden dat er een funderingslaag aanwezig is met zand en dat voorheen de parkeerplaats een braakliggend terrein was. Mogelijk is er door de sloop van de woningen puin in de bodem terechtgekomen. In tabel 2.2 is het vooronderzoek van asbest kort samengevat. Hieruit volgt dat de locatie verdacht is voor de aanwezigheid van asbest.
9/39
Tabel 2.2 Samenvatting vooronderzoek asbest Asbestverdacht aspect
Verdacht? (ja/nee/onbekend)
Informatiebron/toelichting
Puinhoudende grond
Mogelijk (Ja)
Bijlage 4
Asbestverwerkende industrie
Nee
Topotijdreis.nl
Asbest in industriële voorzieningen
Nee
Topotijdreis.nl
Asbestwegen –erven, -dammen en
Nee
Topotijdreis.nl
Onbekend
-
Asbesthoudende bebouwing
Onbekend (mogelijk wel)
Topotijdreis.nl
Asbesthoudende beschoeiingen of
Nee
Topotijdreis.nl
dempingen Historische ophogingen met asbesthoudende bodem of baggerspecie
afperkingsschotten Glastuinbouw/kassen
Nee
Topotijdreis.nl
Historische calamiteiten met
Nee
Bijlage 4
Puinfunderingslaag
Nee
Parkeermanager
Stortingen
Onbekend
-
Voormalige opslag met
Onbekend (mogelijk wel)
Topotijdreis.nl
Onbekend (mogelijk wel)
Topotijdreis.nl
Onbekend (mogelijk wel)
Topotijdreis.nl
asbest
asbestverdacht materaal (voormalige) aanwezigheid van op- en overslag van puin of mobiele puinbrekers (voormalige) aanwezigheid van depots puinhoudende grond
2.5
Regionale geohydrologie
In onderstaande tabel zijn de regionale geohydrologische gegevens weergegeven. Tabel 2.3 Regionale geohydrologische gegevens
Naam
Waarde
Fysisch Geografische Regio *1)
Zeekleigebied
Woonplaats *2)
Hoofddorp
Bodemgebruik Hoofdgroep *3)
Bebouwd
Bodemgebruik deeltype *3)
Detailhandel en horeca
Maaiveld Hoogte *4)
-4,25 m tov NAP
GHG (1998 - 2006) *5)
0,93 m tov MV
GLG (1998 - 2006) *6)
1,51 m tov MV
GVG (1998 - 2006) *7)
1,1 m tov MV
*1) Nationaal Geo Register *2) Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).
10/39
*3) CBS Bestand Bodemgebruik 2012 *4) Esri Nederland Hoogtebestand AHN2 *5) Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GHG van de periode 1998 - 2006 *6) Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GLG van de periode 1998 - 2006 *7) Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GVG van de periode 1998 - 2006
Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden.
2.6
Beleidsregels PFOS- en PFOA-houdende grond
Beleidsregel provincie Noord-Holland Op 11 juli 2017 heeft de provincie Noord-Holland als bevoegd gezag Wbb een beleidsregel4 vastgesteld met betrekking tot PFOS en PFOA. In deze beleidsregel is onder meer opgenomen dat bij voorgenomen werkzaamheden in verontreinigde bodemonderzoek naar PFOS en/of PFOA dient te worden verricht, indien er een reële verdenking bestaat dat PFOS en/of PFOA in de bodem kan worden aangetroffen. Van een reële verdenking is in ieder geval sprake indien op een locatie PFOS- en/of PFOA houdend blusschuim is gebruikt of gewerkt is met PFOS en/of PFOA , dan wel het aannemelijk is dat de locatie door verspreiding van PFOS en/of PFOA belast is. Daarnaast zijn regels opgenomen voor: De invulling van de zorgplicht voor nieuwe verontreinigingen met PFOS en/of PFOA Beoordelingskader en sanering van historische verontreiniging met PFOS en/of PFOA Beleidsregel gemeente Haarlemmermeer Op 3 oktober 2017 is er een beleidsregel5 vastgesteld door de gemeente Haarlemmermeer voor het toepassen van PFOS- en PFOA-houdende grond en baggerspecie op de landbodem in gemeente Haarlemmermeer. Hierin zijn onder meer toepassingseisen (maximale waarden) voor met PFOS/PFOA verontreinigde grond opgenomen.
Aangezien het niet uitgesloten is dat de bodem op de locatie (bijvoorbeeld door verspreiding vanuit de omgeving) is belast met PFOS, PFOA en/of overige PFAS verbindingen en in het kader van de bouw grond zal worden afgevoerd, zijn ook PFAS (waaronder PFOS- en PFOA) analyses meegenomen te worden in het verkennend bodemonderzoek.
2.7
Onderzoeksvragen
Naar aanleiding van de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het verkennend onderzoek kunnen onderstaande onderzoeksvragen worden gesteld: • Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem? 4 Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 11 juli 2017 met kenmerk 966922/968949 tot vaststelling van de Beleidsregel PFOS en PFOA Noord-Holland. Provinciaal blad Nr. 3228 d.d. 20 juli 2017 5 Besluit van de gemeente Haarlemmermeer van 3 oktober 2017 met kenmerk 2017.0055034, tot vaststelling van een Beleidsregel voor het toepassen van PFOS- en PFOA-houdende grond en baggerspecie op de landbodem in de gemeente Haarlemmermeer
11/39
•
Is de aanname dat de bodem van de locatie verdacht is voor de aanwezigheid van asbest terecht?
12/39
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde Werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
Om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5740 gehanteerd: • Strategie voor een verdachte locatie diffuse bodembelasting heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE) Daarnaast is er een verkennend bodemonderzoek naar asbest op basis van NEN 57072 met de volgende strategie gehanteerd: • Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld De locatie is volledig verhard met stelconplaten en asfalt. Daarom is in afwijking van de norm NEN 5707 het asbestmateriaal verzamelt met een 120 mm edelmanboor. Ook zijn er in afwijking van de norm NEN 5707, alleen asbestemmers voor analyse gevuld als er asbestverdacht materiaal (puin) is aangetroffen in de bodem. Een kaart met de ligging van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 2.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd op vrijdag 5 januari 2018 door B.M. Celie en M.S. Tiemens. Het grondwater is bemonsterd op vrijdag 12 januari 2018 door F.A. Bisschop. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. Een overzicht van de uitgevoerde veld- en analysewerzaamheden is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Veldwerk
Aantal
Boring tot circa 1,5 m -mv
18
Monsterpuntnummers 1, 2, 3, 5, 6, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19
Boring met peilbuis tot circa 3,0 m -mv6
3
Gestaakte boring
3
4, 20, 21
Analyses
Aantal
(Meng)monstercodes
Standaard stoffenpakket grond1, arseen,
3
Tauw 14 PFAS-verbindingen (waaronder PFOS/PFOA) grond Standaard stoffenpakket grondwater2,
1
7, 8, 10
1.
11-1, 14-1, 16-1, 19- 1
2.
2-3, 7-3, 17-4, 18-3
3.
1-2, 6-2, 9-2, 12-2
Pb 10 F (1,50- 2,50)
arseen, Tauw 14 PFAS-verbindingen (waaronder PFOS/PFOA) grondwater 6
Er zijn 2 peilbuizen geplaatst alleen voor het meten van de grondwaterstand
13/39
Asbest grond NEN 5898
2
A.
(<20mm) 10-15 kg
(1-1, 2-1, 2-2, 3-1, 4-1, 5-1, 91, 10-1, 11-1, 12-1, 12-2, 131, 13-2, 18-1, 18-2, 19-1)
B. Asbest
1
(17-1, 17-2)
17-2
verzamelplaatmateriaal 1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),
PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof 2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
minerale olie (GC)
Uit het veldwerk bleek dat de parkeervakken uit stenen/puin, afgesmeerd met asfalt en/of beton bestaan. De betonboorder kwam hier niet doorheen (op drie plaatsen geprobeerd bij 4, 20 en 21), want het materiaal bleef niet hangen in de boor. Daarom zijn alle boringen door de stelconplaten gezet. Bij boring 17 is een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen op bijna een meter diepte (monster 17-2). Dit verzamelmonster is op asbest geanalyseerd. Van die boring is een apart mengmonster genomen van de puinhoudende grond (B). Van de overige boringen met puinbijmenging is ook een mengmonster (A) samengesteld.
3.3
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 5. Er is beperkt afgeweken van de vigerende protocollen.
14/39
4 Resultaten 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tijdens de werkzaamheden is op één plek asbestverdacht materiaal waargenomen. De maaiveldbedekking was meer dan 75% als gevolg van de stelconplaten en het asfalt. Daarom heeft er geen visuele inspectie van het maaiveld conform Protocol 2018 plaatsgevonden. De verdachte zintuiglijke waarnemingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging zijn weergegeven in tabel 4.1. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 6. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.1 Verdachte zintuiglijke waarnemingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging