Bijlage 2-3 Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag
Tekst van het document
Eis B.12 - Materiaalgebruik Materiaalgebruik in de gevels en dak volgt het thema 'gebouwen in het groen'. De gebouwen in de parkkamers hebben een uitgesproken landschappelijk karakter. De SDG van de gemeente Haarlemmermeer zetten hierbij in op circulariteit en natuurinclusiviteit. Dit betekent op hoofdlijnen gebruik van natuurlijke materialen bij gebouwdelen die gesloten dienen te zijn en glas bij open delen. In het algemeen zijn de gevels levendig door variatie en dieptewerking van materialen in de gevel. (zie toelichting op p. 77).
53 BEELDKWALITEIT BEBOUWING
4.1 TOPEISEN (VISIE)
standaard profiel overgang parkkamer - park
standaard profiel overgang parkkamer - park
Maximale footprint V1
'onzichtbare' bebouwing inrichting
parkkamergrens
overgangsprofiel parkk. - park
'zichtbare' bebouwing
bebouwingsgrens
kavelrand
'onzichtbare' bebouwing
23m.
20m.+ maaiveld uitzonderingsgebied typologie 'De kas, Variant 1'
uitzonderingsgebied typologie 'De kas, Variant 1'
niet bebouwde zone
parkkamergrens
niet bebouwde zone
inrichting
bebouwingsgrens
23m.
bebouwingsenvelop maaiveld
bebouwingsgrens bebouwingsgrens
kavelrand
parkkamergrens parkkamergrens
Parkkamer Small (S) Het bebouwbare oppervlak van de kleine parkkamer is beperkt tot 1000m2 totaal.
overgangsprofiel parkk. - park
Parkkamer 'Small'
niet bebouwde zone
parkkamergrens
9m. +maaiveld
bebouwingsgrens
niet bebouwde zone
bebouwingsgrens
20m. Toelichting Eis B.13 -20m. Definitie oppervlak parkkamer
15°
Per formaat parkkamer (S,M,L) is de wijze waarop invulling gegeven mag worden aan deze footprint verschillend:
parkkamergrens
oppervlak parkkamer
parkkamergrens
Eis B.13 - Bebouwbare footprint De footprint van alle gebouwen en gebouwaanhorigheden samen ten opzichte van het oppervlak van een parkkamer is beperkt binnen de parkkamergrenzen. De parkkamergrens ligt in het midden van de omringende sloot (of vergelijkbare natuurlijke afscheiding indien sloot technisch niet haalbaar is), die is vastgelegd in het principe landschappelijke overgangsprofiel van de parkkamers (zie hoofdstuk 3).
parkkamergrens
4.2 SPECIFIEKE EISEN
bebouwingsenvelop
Nota bene: In aanvulling op het bovenstaande volgt de bebouwing in de parkkamers de eisen ten aanzien van de bebouwingszone (zie Eis B.14, Eis B.15 en Eis B.16).
eigendonsgrens
inrichting
kavelrand
'onzichtbare' bebouwing
bebouwingsgrens
bebouwingsgrens
kavelrand
eigendonsgrens
'zichtbare' bebouwing
overgangsprofiel parkkamer - park
niet bebouwde zone
Maximale footprint V2
bebouwingsgrens
23m. parkkamergrens
20m.+ maaiveld uitzonderingsgebied typologie 'De kas, Variant 1' bebouwingsenvelop maaiveld
Toelichting Eis B.13 - Verdeling bebouwing tussen 'zichtbare' bebouwing en bebouwing die gebouwtypologie 'Opgetild maaiveld' volgt overgangsprofiel parkkamer - park
Parkkamer 'Large'
kavelrand
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
Parkkamer Large (L) Het totaal bebouwbare oppervlak is 33% van het oppervlak van de parkkamer binnen de parkkamergrens. Van het bebouwbare oppervlak mag 2/3 (22% van het oppervlak van de parkkamer) 'zichtbare' bebouwing zijn, de overige 1/3 (11% van het oppervlak van de parkkamer)volgt gebouwtypologie 'Opgetild maaiveld' (zie Eis B.18.5).
overgangsprofiel parkkamer - park
Parkkamer 'Medium'
maaiveld
inrichting
15°
Parkkamer Medium (M) Het totaal bebouwbare oppervlak is 33% van het oppervlak van de parkkamer binnen de parkkamergrens. Van het bebouwbare oppervlak mag 1/2 (16,5% van het oppervlak van de parkkamer) 'zichtbare' bebouwing zijn, de overige 1/2 (16,5% van het oppervlak van de parkkamer) volgt gebouwtypologie 'Opgetild maaiveld' (zie Eis B.18.5).
15°
54
parkkamergrens
parkkamergrens
oppervlak parkkamer
standaard profiel overgang parkkamer - park
bebouwingsenvelop kavelrand
maaiveld
kavelrand
overgangsprofiel parkk. - park
niet bebouwde zone
parkkamergrens
9m. +maaiveld
bebouwingsgrens
niet bebouwde zone
20m. bebouwingsgrens
parkkamergrens
20m.
15°
Eis B.14 - Niet bebouwde zone Bij alle parkkamers is er een 15m. niet bebouwde zone langs de rand van de parkkamer, beginnend bij de kavelrand. De kavelrand volgt uit het landschappelijke overgangsprofiel van parkkamer naar park (zie hoofdstuk 3).
standaard profiel overgang parkkamer - park
overgangsprofiel parkk. - park
Parkkamer 'Small'
bebouwingsgrens
uitzonderingsgebied typologie 'De kas, Variant 1'
niet bebouwde zone
kavelrand
maaiveld
kavelrand
15° overgangsprofiel parkkamer - park
Parkkamer 'Medium'
niet bebouwde zone
bebouwingsgrens
parkkamergrens
23m.
20m.+ maaiveld uitzonderingsgebied typologie 'De kas, Variant 1' bebouwingsenvelop
overgangsprofiel parkkamer - park
kavelrand
15°
maaiveld
55
Parkkamer 'Large'
Toelichting Eis B.14, Eis B.15 en Eis B.16 - bebouwingszone parkkamers S, M en L
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
Nota bene.: Gebouwtypologie 'De Kas, Variant 1' (zie Toelichting bij eis B.18.3) is uitgezonderd van deze 15º regel en mag tot de maximale bouwhoogte tegen de rand van de niet bebouwde zone gepositioneerd worden.
20m.+ maaiveld uitzonderingsgebied typologie 'De kas, Variant 1' bebouwingsenvelop
overgangsprofiel parkkamer - park
Eis B.16 - Bebouwingshoogte De bebouwingszone verschilt per formaat parkkamer (S,M,L). Elke parkkamer kent een schuine lijn vanuit de kavelrand van 15º ten opzichte van het maaiveld waardoor de hoogte van bebouwing in de parkkamer naar de randen toe beperkt wordt. Zie toelichting op Eis.
niet bebouwde zone
23m. bebouwingsgrens
parkkamergrens
23m.
parkkamergrens
Eis B.15 - Bebouwingshoogte algemeen Bebouwing in de parkkamer heeft een maximale hoogte van 9m. boven maaiveld voor de kleine parkkamer (S) en 20m. boven maaiveld voor de middelgrote (M) en de grote (L) parkkamer.
Uitzichttoren Floriade Venlo
Afbeelding 4.8 - voorbeeld uitkijktoren in park
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
56
Wilhelminatoren Vaals - Ruimtemakers Architectengroep
Afbeelding 4.9 - voorbeeld uitkijktoren in park
Marsk tower - BIG
Afbeelding 4.7 - voorbeeld uitkijktoren in park
Camp adventure Forest Tower - EFFEKT
Afbeelding 4.10 - voorbeeld uitkijktoren in park
Eis B.17 - Maximale incidentele bouwhoogte Een hoogteaccent tot maximaal 40m. N.A.P. is éénmaal toegestaan in deelgebied 2 ter plaatse van het Parkhart en éénmaal toegestaan in een 'Large' parkkamer in deelgebied 5. De mogelijkheid een hoogteaccent toe te passen is ter discretie aan de beoordelende instantie. Toelichting bij eis B.17 - Bebouwing blijft onder de boomkruinen. Boven de bomen uit komen alleen hoogteaccenten die de stedelijke functies in het park signaleren. De bomen in het park zullen in volwassen toestand circa 20m. hoog zijn. Voor de kleine parkkamer (S) wordt 20m. te hoog geacht ten opzichte van het oppervlak en is een beperking tot circa 9m. boven maaiveld aangehouden. Nota bene: Het Luchthavenindelingsbesluit (Lib) is te allen tijden leidend voor de maximale hoogte bepaling van de bebouwing.
Toelichting Eis B.17 - Hoogte accenten in de bebouwing
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
57
Museum Voorlinden, Wassenaar - Kraaijvanger Architects
Afbeelding 4.11 - voorbeeld typologie 'het paviljoen'
Museum Insel Hombroich
Afbeelding 4.12 - voorbeeld typologie 'campus bebouwing'
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
58
Hortus Botanicus, Leiden - BiermanHenket architecten
Afbeelding 4.13 - voorbeeld typologie 'de kas'
Eden project, Cornwall
Afbeelding 4.15 - voorbeeld typologie 'freeform lichtgewicht gebouw'
Parkeergarage, Katwijk - RoyalHaskoningDHV/ZJA/OKRA
Afbeelding 4.14 - voorbeeld typologie 'opgetild maaiveld'
Eis B.18.1 - Het paviljoen Dit zijn één of meerdere bouwvolumes onder een dak met overstek die de omgeving het gebouw in brengen. Eis B.18.2 - Campus bebouwing Dit zijn een heldere, vrijstaande bouwvolume's die in samenhang zijn ontworpen, zowel naar elkaar als naar de landschappelijke inrichting van de parkkamer. Eis B.18.3 - De kas Dit is een glazen omhulling met een referentie naar kassenbouw. Deze typologie bestaat uit twee varianten: Variant 1: een 'groene' geheel transparante glazen kas, gevuld met beplanting, zonder interne bouwvolumes. Variant 2: Dit is een glazen omhulling met een bouwmassa binnen de glazen omhulling. Eis B.18.4 - Freeform lichtgewicht gebouwen Dit is een lichte transparante of translucente structuur die een bouwmassa omhult of op zichzelf staat. Eis B.18.5 - Opgetild maaiveld Dit is een gebouw met een grote footprint waar het maaiveld overheen getrokken wordt. Op dit verhoogde maaiveld staan heldere bouwmassa's zoals in de voorgaande gebouwtypologiën beschreven. Toelichting bij eis B.18 Om handvatten te bieden aan initiatiefnemers voor bebouwing in de parkkamers zijn er een aantal gebouwtypolgieën gedefinieërd die de richtlijn vormen voor het ontwerp van deze bebouwing. De ene typologie sluit de
andere typologie niet uit en kunnen samen voorkomen in één parkkamer. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bovenliggende topeisen. Nota bene: Voor verdere uitleg van deze eisen zie toelichtingen per eis op de komende pagina's. Eis B.19 - Opstallen en Tijdelijke bebouwing Voor tijdelijke bebouwing als afschermingen of omheiningen wordt bij voorkeur natuurlijke materialen gebruikt zoals hout of een grondwal. Opstallen of tijdelijke bebouwing met verblijfsruimte zoals kassahokjes, toiletten, keetruimte, etc. dienen zicht op een juiste wijze te verhouden tot de parksfeer. Opstallen die een industrieel karakter hebben, of zich anderszins slecht verhouden tot een parksfeer, zoals containers, portacabins, etc. zijn niet toegestaan. Bij twijfel kan dit besproken worden in het Q-team. Tijdelijke opstallen met een mobiel karakter zoals foodtrucks, ijsverkopers, espressokarretjes en dergelijke, zijn ruimtelijk toegestaan.
59 BEELDKWALITEIT BEBOUWING
Eis B.18 - Gebouwtypologiën Gebouwen in de parkkamer zijn ontworpen als één van de volgende gebouwtypologiën:
Brochstein paviljoen, Rice - Thomas Phifer and Partners
Afbeelding 4.16 - voorbeeld typologie 'het paviljoen'
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
60
Harvest paviljoen, Kunshan - Vector Architects
Afbeelding 4.17 - voorbeeld typologie 'het paviljoen'
Meiso no Mori Municipal Funeral Hall, Kakamigahara - Toyo Ito
Afbeelding 4.19 - voorbeeld typologie 'het paviljoen'
Museum Voorlinden - Kraaijvanger Architects
Afbeelding 4.18 - voorbeeld typologie 'het paviljoen'
Grace Farms, New Canaan, SANAA
Afbeelding 4.20 - voorbeeld typologie 'het paviljoen'
4.3 TOELICHTING BIJ DE EISEN Toelichting bij eis B.18.1 Gebouwtypologie 'Het paviljoen' De gebouwtypologie "Het paviljoen" is een gebouw dat de omgeving het gebouw in uitnodigt. Het grote dakoverstek en de ruimte die daaronder ontstaat brengt de omgeving het gebouw in en maakt een zachte overgang tussen gebouw en omgeving. Door het grote overstek in het dak, gecombineerd met een sterke horizontale geleding van de gevel in de bouwmassa(s) onder het dak blijft het gebouw laag en vlak in zijn expressie.
Toelichting bij eis B.18.1 - Schematische uitwerking typologie 'Het paviljoen'
61 BEELDKWALITEIT BEBOUWING
De gebouwtypologie "Het paviljoen" volgt de volgende richtlijnen: • Eén of meerdere bouwvolumes die middels een dak met een fors overstek verbonden zijn. • Het overstek van het dak is royaal in verhoudig tot de hoogte van het gebouw. • Het dak is licht van karakter en is los van het onderliggende volume gehouden. • Kolommen of steunpunten bevinden zich teruggetrokken van de dakrand, zodat het dak los gehouden blijft van de onderliggende structuur.
Vitra campus, Weil am Rhein - Zaha Hadid Architects / Herzog & De Meuron Architects
Afbeelding 4.21 - voorbeeld typologie 'campus bebouwing'
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
62
Museuminsel Hombroich, Neuss -
Afbeelding 4.22 - voorbeeld typologie 'campus bebouwing'
Paviljoen Puur, Diemen - Emma Architecten
Afbeelding 4.24 - voorbeeld typologie 'campus bebouwing'
Museuminsel Hombroich, Neuss -
Afbeelding 4.23 - voorbeeld typologie 'campus bebouwing'
Museum of Architecture, Imabari - Toyo Ito
Afbeelding 4.25 - voorbeeld typologie 'campus bebouwing'
Toelichting bij eis B.18.2 Gebouwtypologie 'Campus bebouwing' De 'campus bebouwing' gaat uit van een situatie waarbij er meerdere gebouwen in een parkkamer nodig zijn van gelijkaardige afmetingen. Door de gebouwen in een familie en in eenheid met het landschappelijk ontwerp van de parkkamer te ontwerpen ontstaat er rust en eenduidigheid binnen de parkkamer. Hierdoor wordt de parkkamer leesbaar en krijgt het initiatief een heldere identiteit.
63
Toelichting bij eis B.18.2 - Schematische uitwerking typologie 'Campus bebouwing'
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
De gebouwtypologie 'Campus bebouwing' volgt de volgende richtlijnen: • De afzonderlijke gebouwen zijn solitaire objecten in een groene omgeving. • Alle gebouwen in één parkkamer vormen een heldere familie, met een heldere vormverwantschap en een heldere kleurverwantschap. • Onderlinge afstanden van de afzonderlijke gebouwen zijn op elkaar afgestemd • De formaten van de afzonderlijke gebouwen zijn op elkaar afgestemd. • De gebouwen zijn op de inrichting van de parkkamer afgestemd.
Hortus Botanicus, Leiden - BiermanHenket architecten
Afbeelding 4.26 - voorbeeld typologie 'De kas'
CAH, Dronten - BDG Architecten
Afbeelding 4.27 - voorbeeld typologie 'De kas'
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
64
Botanical Gardens, Adelaide
Afbeelding 4.28 - voorbeeld typologie 'De kas'
House, Hanklit - Karm Arkitektur
Afbeelding 4.30 - voorbeeld typologie 'De kas'
L’Umbracle, Valencia - Santiago Calatrava
Afbeelding 4.29 - voorbeeld typologie 'De kas'
Toelichting bij eis B.18.3
De kas Variant 1
Gebouwtypologie 'De kas'
De gebouwtypologie 'De kas' volgt de volgende richtlijnen: • Er bestaan 2 hoofdvarianten: 1. Variant 1: een 'groene' geheel transparante glazen kas, gevuld met beplanting, zonder interne bouwvolumes. 2. Variant 2: Dit is een glazen omhulling met een bouwmassa binnen de glazen omhulling. - Een glazen omhulsel rondom één of meerdere (gesloten) bouwvolumes dat los refereert aan de glastuinbouw. • Voor variant 1 geldt een uitzondering ten aanzien van de algemene bebouwingsregels, waarbij dit type kas niet hoeft te worden gebouwd binnen de 'bouwenvelop', maar hoger kan zijn langs de bebouwingsvrije grens van de parkkamer (zie Eis B.16). • De glazen omhulsels hebben heldere, ongecompliceerde volumes. • Meerdere kasvolumes vormen één familie, de afzonderelijke volumes hebben een helder vormverwachtschap. • Er steken geen gesloten volumes door het glas van de kas heen. • De kleur van het glas is neutraal en heeft geen uitgesproken kleuren. • Al het glas is doorzichtig/transparant.
De kas Variant 2
65 BEELDKWALITEIT BEBOUWING
De kas is een verwijzing naar de Nederlandse glastuinbouw en heeft een uitstraling die goed past in het gebied en de parklaag van PARK21. Ondanks de grote transparantie van de kas tekent het volume van de kas helder af en ontstaat hierdoor veel vrijheid binnen dit volume om een eigen invulling te geven. De kas kan in velerlei vormen ontwikkeld worden, maar volgt toch heldere richtlijnen.
Toelichting bij eis B.18.3 - Schematische uitwerking typologie 'De kas'
Vrijheidsmuseum, Groesbeek - ZJA
Afbeelding 4.31 - voorbeeld typologie 'Freeform lichtgewicht gebouwen'
Afbeelding 4.32 - voorbeeld typologie 'Freeform lichtgewicht gebouwen'
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
66
Google HQ, North Bayshore campus - Thomas Heatherwick / BIG
Afbeelding 4.33 - voorbeeld typologie 'Freeform lichtgewicht gebouwen'
Eden project, Cornwall
Afbeelding 4.35 - voorbeeld typologie 'Freeform lichtgewicht gebouwen'
Google HQ, North Bayshore campus - Thomas Heatherwick / BIG
Afbeelding 4.34 - voorbeeld typologie 'Freeform lichtgewicht gebouwen'
Toelichting bij eis B.18.4 Gebouwtypologie 'Freeform lichtgewicht gebouwen'
Toelichting bij Eis B.18.4 - Schematische uitwerking typologie 'Freeform lichtgewicht gebouwen' 67 BEELDKWALITEIT BEBOUWING
De gebouwtypologie "Freeform lichtgewicht gebouwen" volgt de volgende richtlijnen: • Een lichtgewicht transparant of translucent omhulsel rondom één of meerdere bouwvolumes met een vrije vorm. • Meerdere freeform volumes vormen een familie. • Er steken geen gesloten volumes door het het freeform omhulsel heen. • De kleur van de freeform gebouwen met een translucent omhulsel is licht: wit, of lichtgrijs. • Eventuele grafische opdruk op de huid is beperkt en overschreeuwt het gebouw niet.
Hoofdkantoor Capgemini, Utrecht – Ibelings van Tilburg architecten
Afbeelding 4.36 - voorbeeld typologie 'Opgetild maaiveld'
TU Delft Bibliotheek, Delft - Mecanoo
Afbeelding 4.37 - voorbeeld typologie 'Opgetild maaiveld'
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
68
Earthquake Memorial Museum, Wenchuan - Cai Yongjie
Afbeelding 4.38 - voorbeeld typologie 'Opgetild maaiveld'
Biesbosch Museumeiland, Werkendam - Studio Marco Vermeulen
Afbeelding 4.40 - voorbeeld typologie 'Opgetild maaiveld'
Parkeergarage, Katwijk - RoyalHaskoningDHV / ZJA / OKRA
Afbeelding 4.39 - voorbeeld typologie 'Opgetild maaiveld'
Toelichting bij eis B.18.5 Gebouwtypologie 'Opgetild maaiveld'
Toelichting bij Eis B.18.5 - Afbeelding aansluiting verhoogde maaiveld op omringend maaiveld 69 BEELDKWALITEIT BEBOUWING
De gebouwtypologie 'Opgetild maaiveld' volgt de volgende richtlijnen: • Gebouwen op het opgetilde maaiveld volgen een van de voorgaande gebouwtypologiën. • Meerdere gebouwen op het opgetilde maaiveld staan gepositioneerd en verhouden zich tot elkaar zoals is aangegeven in de 'Campus' gebouwtypologie. • Het opgetilde maaiveld mag niet resulteren in een continue 'zichtbare' gevel langs de rand van het opgetilde maaiveld. Het opgetilde maaiveld dient voor 50% van de omtrek van het gebouw langs de randen gelijkvloers aan te sluiten op het omliggende maaiveld. • Elke 'zichtbare' gevel mag separaat maximaal 25% van de omtrek van het gebouw aaneengesloten zijn. • De inrichting van het opgetilde maaiveld sluit aan op de inrichting van de parkkamer. • Het opgetilde maaiveld is (deels) begaanbaar.
Toelichting bij Eis B.18.5 - Afbeelding aansluiting verhoogde maaiveld op omringend maaiveld
Pompstation Groot Schijn, Antwerpen - ZJA
Afbeelding 4.41 - verrommeling tegen gaan door integratie van technische instalaties in bouwvolume
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
70
Bastion Verlengde Waalbrug, Nijmegen - ZJA
Afbeelding 4.42 - integratie van tecnische installaties in gevelpatroon
Huis van Hilde, Castricum - VVKH Architecten
Afbeelding 4.44 - integratie van tecnische installaties in gebouwplint
Mercatorbad, Amsterdam - VenhoevenCS
Afbeelding 4.43 - opnemen van technische installaties is architectuur
Toelichting bij eis B.9 Verrommeling Verrommeling kan optreden bij diverse onderdelen van de inrichting van de parkkamer, van maaiveldafwerking en beplanting tot prullenbakken, banken en hekwerken, hoofdgebouwen en nevenobjecten. Er kan binnen een parkkamer een velerlei aan nevengebouwen noodzakelijk zijn zoals afvalcontainers, electriciteitscabines, pompinstallaties, schakelstations voor zonnepanelen, toegangscontrole. Het is noodzaak deze objecten zoveel mogelijk te bundelen tot heldere bouwmassa's in een heldere ruimtelijke organisatie. Om te voorkomen dat er volledige 'service' kanten voor toeleveranciers en ophaaldiensten ontstaan die 'gebouwachterkanten' gaan vormen met navenante terreinverrommeling is het zeer wenselijk dit soort zaken maximaal te bundelen met bijvoorbeeld de hoofdmassa('s) en deze landschappelijk in te kleden met bijvoorbeeld grondlichamen of andere landschappelijke elementen.
Toelichting bij eis B.9 - Afbeelding schematische plattegrond parkkamer; bundelen tot heldere bouwmassa's en heldere ruimtelijke organisatie
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
71
Minnaert gebouw, Utrecht - Neutelings Riedijk Arhcitecten
Afbeelding 4.45 - opnemen naamgeving in structuur
Restaurant De Kas, Amsterdam - Studio Piet Boon
Afbeelding 4.46 - opnemen naamgeving op becheiden wijze
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
72
Kaap Skil, Oude Schild - Mecanoo
Afbeelding 4.47 - opnemen naamgeving geveltextuur
Kindercampus Zuidas, Amsterdam - Fact Architects & Hund Falk architecten
Afbeelding 4.48 - opnemen op bescheiden wijze
Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam - 3XN Arkitekter
Afbeelding 4.49 - opnemen op naamgeving in dakrand
Toelichting bij eis B.10 Naamgeving en reclame op gebouwen Reclame-uitiingen en/of naamgeving op de bebouwing in de parkkamer hebben een ondergeschikt karakter en overschreeuwen de hoofdmassa van het gebouw niet. • Kleuren van uittingen zijn terughoudend en zoveel mogelijk transparant van karakter. • Bannieren en grote gevelbestrijkende uittingen zijn niet toegestaan. • Naamgeving en reclameuittingen vormen een geïntegreerd onderdeel van de architectuur van het gebouw.
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
73
Toelichting bij eis B.10 - Naamgeving en reclameuittingen op bebouwing in de parkkamers
Heydar Aliyev Center, Baku - Zaha Hadid Architects
Afbeelding 4.50 - gloeiende verlichting vanuit binnenruimten
Exup Offices, Umbertide - EXUP
Afbeelding 4.51 - gloeiende verlichting achter de gevel
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
74
Pompstation Groot Schijn, Antwerpen - ZJA
Afbeelding 4.52 - met strijklicht aanstralen gevel
Meiso no Mori Municipal Funeral Hall, Kakamigahara - Toyo Ito
Afbeelding 4.54 - gloeiende verlichting vanuit binnenruimten
hoofdkantoor Technogym Village, Cesena - Antonio Citterio
Afbeelding 4.53 - gloeiende verlichting vanuit binnenruimten
Toelichting bij eis B.11 Bebouwingsverlichting Verlichting van gebouwen in de parkkamers is afgestemd op de omgeving. Gebouwen in de parkomgeving gloeien, ze stralen niet. De aandacht wordt getrokken door zachte verlichting van het gebouw en zijn omgeving. Harde uitschijning van gebouwverlichting of lichtschijnwerpers die niet op het gebouw gericht zijn dienen voorkomen te worden, verlichting in kassen naar dient naar beneden gericht te worden. Uitstraling van verlichting naar boven dient mogelijkerwijs rekening te houden met het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB).
Toelichting bij eis B.11 - Bebouwingsverlichting
Borden Park Pavilion, Edmonton - gh3
Afbeelding 4.55 - gloeiende verlichting vanuit binnenruimten
Burnham Pavilion, Chicago - UNStudio
Afbeelding 4.57 - zachte aanstraling
Recital centre & MTC theatre, Melbourne - ARM
Afbeelding 4.56 - harde lichtlijnen
Institute of Technology Workshop, Kanagawa - Junya Ishigami
Afbeelding 4.58 - harde uitstraling
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
75
Afbeelding 4.59 - natuurinclusief bouwen
Afbeelding 4.60 - opbreken gevelvlakken middels patronen en vlakken
Afbeelding 4.61 - voorbeeld gebruik natuurlijke materialen
Afbeelding 4.62 - voorbeeld gebruik natuurlijke materialen
Afbeelding 4.63 - voorbeeld gebruik natuurlijke materialen
Afbeelding 4.64 - voorbeeld gebruik gevelbegroeiing
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
76
Toelichting bij eis B.12 Materiaalgebruik Materiaalgebruik van de gebouwen sluit aan bij de natuurlijke/parkachtige omgeving van de parkkamers en de SDG van de gemeente Haarlemmermeer. Gebruik van materialen die dit ondersteunen zijn noodzakelijk. Achterkanten van de gebouwen dienen voorkomen te worden, dit kan gedaan worden door veel glas toe te passen en veel contact tussen binnen en buiten te creëren. Delen van gebouwen die gesloten dienen te zijn mogen geen achterkanten worden. Door de gesloten delen van natuurlijke materialen te voorzien voegen deze zich naar de landschappelijke inrichting van de parkkamers.
De gebouwen in de parkkamer dienen zich ondergeschikt te maken aan het omliggende landschap. Door geleding en opdeling in de materialisering van de gevel te maken, krijgt de gevel schaal en textuur. De gevel moet niet een groot abstract vlak zijn, maar juist levendig en opgebroken. Natuurlijke bouwmaterialen, groene gevels en groendaken genieten de sterke voorkeur bij de uitwerking van materiaalgebruik. Dit takt uitstekend aan op de thema's circulariteit, biodiversiteit en maatschappelijke relevantie uit de SGD. Groendaken (buiten het 'opgetilde maaiveld' zijn bij voorkeur geheel groen of niet groen. Halfslachtige oplossingen genieten geen voorkeur.
Afbeelding 4.65 - voorbeeld levendig en opgebroken gevelvlak
Afbeelding 4.66 - voorbeeld groendak tot de rand
Afbeelding 4.67 - voorbeeld industrieel en vlak gevelbeeld
Afbeelding 4.68 - voorbeeld natuurlijk gevelmateriaal
Afbeelding 4.69 - voorbeeld natuurlijk gevelmateriaal
Afbeelding 4.70 - voorbeeld eentonig en vlak gevelbeeld
Afbeelding 4.71 - voorbeeld levendig gevelbeeld in baksteen
Afbeelding 4.72 - voorbeeld levendig gevelbeeld
Afbeelding 4.73 - voorbeeld industrieel en vlak gevelbeeld
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
77
DUURZAAMHEID PARKCONCEPT
78
Foto: Jur Engelchor fotografie
Park21 ontwikkelen we om te voorzien in de lokale en regionale recreatiebehoefte. PARK21 is een transformatie van het bestaande agrarische landschap en gebied. Doelstellingen bij de transformatie zijn: • Ruimte geven aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief voor de lokale behoefte. Met een krachtige, groene en recreatieve verbindingen tussen oost-west en noord-zuid; • Het samenbrengen van stad en platteland, inwoners en agrariërs. Zo ontstaan nieuwe perspectieven voor de landbouw; • Het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor mensen uit de directe omgeving, maar ook voor regionale en (inter)nationale bezoekers; • Een voorbeeldproject op gebied van duurzaamheid/ klimaatadaptie met onder andere een toekomst gericht robuust watersysteem. We streven naar een PARK21 met een sterke identiteit. PARK21 vertelt het verhaal van het voortdurend veranderende polderlandschap
en laat de verschillende tijdlagen zien. Het verhaal komt tot stand met de nieuwe pioniers in PARK21. Zij brengen het polderlandschap tot leven. PARK21 geeft invulling aan maatschappelijke behoeftes, ook als deze door de tijd veranderen. De recreatiebehoefte wordt ingevuld door de verschillende lagen, maar ook met de leisurelaag en de daarin te realiseren voorzieningen.Doelstelling is een divers en onderscheidend recreatief voorzieningen aanbod dat PARK21 versterkt en aansluit bij de (markt) behoefte. Dit noopt mogelijk tot het maken van keuzes tussen gelijke of gelijksoortige voorzieningen van verschillende initiatiefnemers op hetzelfde moment. Gemeente wenst hiervoor een afwegingskader te hanteren welke ingaat op de doelstellingen achter PARK21. Als extra instrument is, naast landschappelijke en architectonische inpassing zoals eerder omschreven in dit BKP Leisurelaag, een SDG-meetlat vormgegeven. De meetlat geeft invulling aan de eis B4, zoals in hoofdstuk 4
79 DUURZAAMHEID
5.
Duurzaamheid
opgenomen. Deze meetlat is een selectie en vertaling van Sustainable Development Goals (SDG), waarmee initiatieven gescoord kunnen worden. Met deze meetlat kunnen initiatieven breed gescoord worden op hun bijdrage aan het behalen van de doelstellingen die met Park21 worden nagestreefd. De SDG-doelen zijn geformuleerd op 5 thema’s die toepassing kunnen vinden in Park21. Deze zijn: 1. Biodiversiteit 2. Circulariteit 3. Hernieuwbare energie en CO2 4. Maatschappelijke meerwaarde 5. Lokale economie
DUURZAAMHEID
80
We willen op deze wijze stimuleren dat initiatiefnemers nadenken over een passende invulling van deze gemeentelijke wens om PARK21 te versterken met deze SDG-doelen. Hiermee benoemen we de aspecten waarop per initiatief gescoord kan worden. Doel is dat daarbij: 1.
2.
3.
4.
Een beoordeling mogelijk is waarin initiatiefnemer en gemeente zich beiden kunnen vinden, De beoordelingen gezamenlijk een gebalanceerde afweging van initiatieven mogelijk maken, Initiatiefnemers zich kunnen inzetten om een hogere waardering te krijgen op een bepaald aspect, Waarbij deze hogere waardering ook gepaard gaat met een significante positieve bijdrage op het aspect.
5.1 BIODIVERSITEIT Op dit ogenblik is de biodiversiteit van de Haarlemmermeerpolder onder het gemiddelde van vergelijkbare streken in Nederland. De oorspronkelijke landbouwkundige ontginning van de Haarlemmermeerpolder en de sterke economische bedrijfsontwikkeling gericht op maximaal gebruik van de gronden liet en laat
geen tot weinig ruimte voor natuur en biodiversiteit. De aanleg van natuur- en recreatiegebieden sinds de jaren ’70 heeft geleid tot een aantal waardevolle gebieden, maar er is nog meer ruimte nodig en vooral ook een gemeente dekkend netwerk van verbindingen en gebieden. Ook bebouwing kan een positieve rol spelen voor de toename van biodiversiteit. PARK21 zal gaan bijdragen aan meer ruimte voor natuur en een hogere biodiversiteit in Haarlemmermeer. PARK21 is belangrijk als gebied met ruimte voor natuur en biodiversiteit en heeft een verbindende functie. Het is met Park Zwaanshoek en de Boseilanden de schakel tussen de landgoederen en bossen in de binnen duinrand in het westen en de Westeinderplassen via Rijsenhout en de groengebieden/ parkjes daar. Het is een doelstelling om met PARK21 de biodiversiteit passend binnen de biotoopkenmerken van de regio te versterken. In de leisurelaag wensen we initiatieven die bijdragen aan het in stand houden en bevorderen van de biodiversiteit. Dit door het creëren van habitats en het wegnemen van verstorende factoren, specifiek gelet op de bij Haarlemmermeer en omliggende gebieden passende soorten. De leisurelaag levert een bijdrage aan de instandhouding en verbreding van beschermde (en overige) soorten.
We kijken naar en beoordelen maatregelen: • Binnen de parkkamer, te denken valt bijvoorbeeld aan gebruik van (inheemse) gebiedspecifieke beplanting, beperken verhard en bebouwd oppervlakte, versterken van het habitat van relevante soorten, klimaat adaptieve inrichtingselementen. • Bij het gebouw, te denken valt bijvoorbeeld invulling met groene daken en gevels, versterken van habitat van relevante soorten, beperken van hinder door lichtuitstraling, natuur inclusief bouwen.
Circulariteit gaat ervan uit dat producten worden hergebruikt en de grondstoffen voor later zijn. Dit houdt in dat producten gedemonteerd kunnen worden, zodat de materialen opnieuw/elders gebruikt kunnen worden. Het uitgangspunt is dat dezelfde producten meerdere doelen kunnen dienen en afval niet meer bestaat. in 2030 moet de Nederlandse economie voor 50% op hergebruikt materiaal draaien, in 2050 zelfs voor 100%. Voor het aspect ‘circulair ondernemen’ is in de Visie Duurzaamheid PARK21 de volgende ambitie opgenomen: in PARK21 worden in 2030 kringlopen van materialen volledig gesloten, waardoor het afval wordt hergebruikt of benut voor energieopwekking. We kijken we naar de kansen voor circulaire economie gericht op de aspecten materialen, water en energie. Deze aspecten omvatten de procesmatige en fysieke verbetering van een lineair naar een meer circulair systeem. We beoordelen op Initiatieven die bijdragen aan het sluiten van kringlopen van grondstoffen en de reductie van grondstoffengebruik, waarbij afval en verspilling wordt voorkomen doordat ingezet wordt op een zo hoog mogelijke positief op de circulariteitsladder (R-ladder).
5.3 HERNIEUWBARE ENERGIE, CO2 EN STIKSTOF De energietransitie is de overgang van het huidige energiesysteem, waarin energiebronnen worden gebruikt die eindig (fossiel) zijn, naar een energiesysteem waarin energiebronnen worden gebruikt die oneindig (duurzaam) zijn. De doelstelling is om op de lange termijn (2050) het finaal energiegebruik in Haarlemmermeer te halveren ten opzichte van 2016, met behoud van de economische ontwikkeling binnen de gemeente, en de resterende energievraag zonder aardgas in te vullen, in lijn met de nationale doelstelling.
De ambitie om energie productief te worden (er wordt meer hernieuwbare energie geproduceerd dan er wordt verbruikt) kan op diverse manieren worden behaald. Initiatieven die meer hernieuwbare energie opwekken dan voor de eigen bedrijfsprocessen nodig is en dit terugleveren aan het net, waardoor CO2-emissie elders (door verbruik van fossiele energie) wordt voorkomen zijn wenselijk voor PARK21. Net als initiatieven die direct bijdragen aan de reductie van CO2-emissies. De wijze waarop initiatiefnemers het energie productief invullen staat in principe vrij (bijvoorbeeld met zonnepanelen). De gemeente stimuleert de creativiteit van de initiatiefnemer binnen de gestelde beleidskaders. De gemeente toetst de gekozen oplossingen op hun bijdrage aan energieproductief worden maar tevens op wenselijkheid in breder perspectief. Daarbij wordt gekeken naar onder andere landschappelijke effecten en de geldende beleidskaders. Gemeente beoordeelt ook de mate waarin stikstofemissieruimte noodzakelijk is voor initiatieven. Er is voor PARK21 een beperkte stikstofemissieruimte waarbij gemeente de ambitie heeft om de totale uitstoot van stikstof te verkleinen. Een harde eis is dat de met de stikstofemissie samenhangende depositie op gevoelige Natura 2000-gebieden in ieder geval voor PARK21 als geheel niet mag toenemen.
Er komt binnen PARK21 stikstofemissieruimte beschikbaar doordat agrarisch areaal uit productie wordt gehaald, waardoor het bijvoorbeeld niet meer bemest wordt. De beschikbare stikstofemissieruimte wordt evenwichtig en evenredig verdeeld over de zones en de maximale omvang van de leisurelaag. Een individueel initiatief mag slechts een deel van de beschikbare stikstofemissieruimte gebruiken dat overeen komt met een evenredig deel van het stikstofemissieplafond voor de betreffende zone. Dit evenredige deel wordt berekend
door de omvang van de ontwikkelruimte van het initiatief te delen door de totale ontwikkelruimte in de betreffende zone. Er is daarbij een uitzonderingsmogelijkheid tot 120% voor een enkel initiatief zolang dit geen negatieve gevolgen heeft voor de doelstellingen van PARK21 als geheel. 5.4 MAATSCHAPPELIJKE MEERWAARDE PARK21 wil als groen en waterrijk recreatiegebied tegenwicht bieden tegen de aanzienlijke verstedelijking van de noordvleugel van de randstad. Daarbij geven we middels PARK21 invulling aan de behoefte aan recreatiemogelijkheden dicht bij huis. Deze behoefte is al jaren onveranderd sterk gebleken en zelfs toegenomen door o.m. vergrijzing, het grotere belang dat bevolking hecht aan gezondheid door bewegen en ontspannen in het groen dicht bij huis en grotere belangstelling voor natuur. De gemeente zal initiatieven beoordelen waarbij Initiatieven de voorkeur verdienen als maatschappelijke meerwaarde geboden wordt door: • Educatie te bieden op het gebied van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur, in het bijzonder over klimaatverandering en -adaptatie, cultureel en natuurlijk erfgoed, natuurlijke hulpbronnen en ecosysteemdiensten, circulariteit en biodiversiteit. • Leer-, werk- en leefomgevingen te creëren voor minder gerepresenteerde groepen, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en het reguliere onderwijssysteem.
• Een bijdrage te leveren aan mentale gezondheid, welzijn, toegankelijkheid en inclusie. 5.5 LOKALE ECONOMIE PARK21 is een integraal gebied waarbij de polder- en leisurelaag verbonden worden door de parklaag. Naast de verbindende
81 DUURZAAMHEID
5.2 CIRCULARITEIT
DUURZAAMHEID
82
Foto: Danny fotografie
Afbeelding 5.1 - kinderen bestuderen het onderwaterleven tijdens de zomerweek 2019
Foto: Danny fotografie
Afbeelding 5.2 - koe melken tijdens de Aardappeloogst Parklanden
Foto: deafbeelding.nl
Afbeelding 5.3 - bomen planten tijdens de Boomfeestdag 2019
Naast het versterken van de identiteit, streven we naar het duurzaam versterken van PARK21. Voorwaarde is dat conform de ladder voor duurzame verstedelijking de behoefte aan voorziening inzichtelijk wordt gemaakt, kwantitatief (in aantallen en meters) en kwalitatief (qua concept, programmering, doelgroep en locatie). Ook moet worden aangetoond dat er geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten optreden. Gemeente zal initiatieven beoordelen op de bijdrage die ze leveren aan de identiteit en de invulling van een marktbehoefte waarbij gemeente streeft naar een divers palet aan recreatieve voorzieningen die bijdragen aan een brede maatschappelijke behoefte, zowel recreatief als in economische zin. Met dat laatste denken we aan leer-werkplekken, werken met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, het versterken van het streekproduct en dergelijke. Initiatieven die bijdragen aan de lokale economie door verkoop, afzet of levering van producten aan inwoners, lokale of regionale winkeliers of organisaties, bedrijven verdienen onze voorkeur. Initiatieven die dit tevens combineren met educatie, rondleidingen of bezoekmogelijkheden hebben ook een streepje voor.
5.6 DE SDG-MEETLAT
5.7 TOETSING DOOR GEMEENTE
Door op elk van de vijf aspecten met zijn subcriteria te beoordelen op een vijfpuntsschaal, kunnen initiatieven, waar nodig, met elkaar vergeleken worden en beoordeeld worden op het al dan niet bieden van een positieve bijdrage aan de SDG doelen. De beoordelingen corresponderen daarbij met de volgende beschrijving:
Ieder initiatief dient met bovenstaande tabel gescoord te worden waarbij per aspect en subcriterium de score gemotiveerd wordt. De gemeente toetst deze. De beoordeling hangt af van de motivering en de aard en omvang van een initiatief. Per geval toetst de gemeente op welke wijze een bijdrage geleverd wordt. In zijn algemeenheid geldt namelijk dat er voor de beoordeling niet gemeten wordt in absolute waardes. Initiatieven zullen verschillen in areaal en budget, waardoor een absolute vergelijking niet wenselijk is. Daarom worden de beoordelingen relatief bepaald ten opzichte van de aard en omvang van een initiatief (wat bijvoorbeeld wil zeggen dat de beoordeling bij initiatieven van gelijke aard anders uit kunnen pakken door een verschillende omvang). Daarbij wordt een kwalitatieve beoordeling gevraagd en geen kwantitatieve berekening. Gemeente zal de beoordeling bespreken met initiatiefnemer waarbij initiatiefnemer eenmalig de mogelijkheid krijgt aspecten nader toe te lichten en/ of aan te vullen alvorens de score definitief wordt.
Voor elk initiatief verplicht de gemeente de initiatiefnemer tot het scoren en motiveren van zijn initiatief. Daarbij dient een initiatiefnemer altijd alle vijf de aspecten, met hun subcriteria, te scoren. De initiatieven worden per aspect en bijbehorende subcriteria, gescoord middels bovenstaande schaal.
83 DUURZAAMHEID
parklaag, is de identiteit binnen PARK21 ook verbindend binnen de leisurelaag. Initiatieven scoren hoger op de SDG-meetlat naarmate ze een grotere bijdrage leveren aan het vertellen van “het verhaal van het voortdurend veranderende polderlandschap en laat de verschillende tijdlagen zien”, te denken valt aan: • het verhaal van de Hollandse polders wordt verteld en nieuwe hoofdstukken worden toegevoegd met het verbeterde droogmakerij systeem als watersysteem; • het landschap ruimte biedt voor maatschappelijke behoeftes, ook als deze door de tijd veranderen; • pioniers geëerd worden en nieuwe pioniers de ruimte krijgen”
PROCES
84
Foto: Danny fotografie
Grotere gebiedsontwikkelingen binnen Haarlemmermeer vinden plaats binnen het kader van een stedenbouwkundig- of masterplan en een beeldkwaliteitsplan. PARK21 is een grote gebiedsontwikkeling met een Masterplan en beeldkwaliteitsplannen die toezien op de verschillende lagen. Het voorliggend beeldkwaliteitsplan Leisurelaag ziet toe op de uitgangspunten, uiterlijke verschijning van gebouwen en buitenruimte gelegen in de leisurelaag. Daarnaast zijn er ook de beeldkwaliteitsplannen Polderlaag en Openbare ruimte (parklaag). Hiermee kent PARK21 een specifiek welstandsregime. Voor PARK21 is een supervisor aangesteld. De supervisor is als adviseur van het College van Burgemeester & Wethouders de bewaker van de kwaliteit en integraliteit van de plannen. Hij/zij overlegt met (ontwerpers van) initiatiefnemers en geeft gevraagd en ongevraagd advies inzake de passendheid van de plannen binnen de kaders van het Masterplan en de Beeldkwaliteitsplannen. De supervisor PARK21 werkt nauw samen met het kwaliteitsteam PARK21. Dit team bestaat uit diverse adviseurs op gebied van stedenbouw en architectuur, recreatie, planvorming e.d. en is het Q-team genaamd. Het kwaliteitsteam geeft advies en toetst formeel. Ook het enthousiasmeren van ontwikkelingen binnen het plan hoort daar bij.
Voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning binnen een gebied waar een beeldkwaliteitsplan is opgesteld wordt ingediend, worden deze plannen voorgelegd aan de betreffende supervisor/ het kwaliteitsteam. In overleg met de supervisor/het kwaliteitsteam wordt tot een aanvraag gekomen. Het beeldkwaliteitsplan is het toetsingskader voor welstand bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Voor de begeleiding en beoordeling zijn de volgende momenten van bespreking voorzien: 1. Introductie bij de kick-off 2. Eind SO 3. Eind VO 4. Eind DO Tussentijds overleg over de stand van zaken is op verzoek van een van de partijen mogelijk. Indien een aanvraag afwijkend is van de vastgestelde kaders in het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag is er de mogelijkheid een afwijkingsprocedure te volgen. Deze procedure kan na een positief advies van het Q team en de gemandateerde supervisor worden gevolgd. En wordt afhankelijk van de aard van de afwijking voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders (passend in de afwijkingsregels van het bestemmingsplan) of gemeenteraad.
85 PROCES
6.
Proces