Bijlage 2-26 Nota van inspraak, vooroverleg en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Nota van inspraak, vooroverleg en ambtshalve wijzigingen behorend bij collegevoorstel tot vrijgeven van het ontwerpbestemmingsplan PARK21 voor zienswijzen
A. Procedure B. Inspraakreacties beoordeling C. Reacties uit het wettelijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening D. Ambtshalve wijzigingen van het voorontwerpbestemmingsplan
A. Procedure Het voorontwerpbesluit met het bijbehorende concept-MER is op 15 juni 2021 bekendgemaakt en heeft met daarop betrekking hebbende stukken vanaf 16 juni 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode konden inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Er zijn 20 inspraakreacties binnengekomen. De inspraakreacties zijn alle binnen de termijn ingediend. Ze zijn daarom alle ontvankelijk.
B. Inspraakreacties beoordeling Hierna hebben wij de inspraakreacties samengevat en van onze reactie voorzien. De reacties van privépersonen zijn geanonimiseerd. Inspraakreactie 1. Vogelwerkgroep Zuid-Kennermerland. Indiener houdt een pleidooi voor een snellere realisering van een samenhangende parklaag in PARK21 mét natuurwaarden. Indiener vraagt meer aandacht voor natuuraspecten in het bestemmingsplan. Met name het Achtergrondrapport Groenblauw, maar ook het hoofdrapport van het MER gaan wel in op de mogelijkheden van natuurontwikkeling in PARK21 en de ecologische verbindingszone. Indiener vraagt aandacht voor de volgende thema’s: a. Het versneld aanleggen van de gehele parklaag als volwaardige natuurverbindingszone met daarin ruimte voor natuurinclusieve recreatie. b. De parklaag dient robuuster te worden. Een wijziging in de gehanteerde verhouding een derde parklaag, een derde leisurelaag en een derde polderlaag dient, zoals ook in hoofdstuk 17 van het MER geadviseerd, heroverwogen te worden door minder parkkamers in de parklaag te reserveren voor commerciële activiteiten. c. De commerciële activiteiten d.m.v. particulier initiatief in de parkkamers binnen de parklaag dienen natuurinclusief, kleinschalig en gericht op de lokale bevolking te zijn. In het bestemmingsplan dienen minimale randvoorwaarden voor landschappelijke inpassing te worden opgenomen. d.
Een uitgebreide infrastructuur om deze voorzieningen bereikbaar te maken dient hierbij vermeden te worden. Ontsluiting d.m.v. fietspaden en een specifieke ov-voorziening verdienen verreweg de voorkeur. e. De polderlaag dient een extra dimensie te geven aan biodiversiteit, het verhogen van de natuurwaarde en natuurinclusieve recreatie. De akkers dienen (gereguleerd) ontsloten te worden om de natuurinclusieve recreatie(polder)beleving te bevorderen. f. De plannen voor een nieuw aan te leggen recreatieplas dienen heroverwogen te worden waarbij het realiseren van een natuurplas met moeraszone een mogelijk alternatief is. g. Het nieuw te creëren evenemententerrein voor (inter)nationale festiviteiten dient de huidige evenementenlocaties in de recreatiegebieden binnen de gemeente Haarlemmermeer te ontlasten. h. Verder dient er rekening gehouden te worden met het belang van een robuuste West/Oost natuurverbinding met voldoende natuurwaarden en een grotere biodiversiteit. Reactie a. Het belang van een spoedige aanleg van de parklaag wordt onderschreven. Een eerste voorwaarde om dit te kunnen realiseren, is een onherroepelijk bestemmingsplan. Vervolgens kan de uitvoering starten. Dit gebeurt deels door inzet van gemeentelijke middelen en anderzijds doordat het bestemmingsplan de ruimte biedt aan marktpartijen om onder voorwaarden invulling te geven aan de parklaag.
Het bestemmingsplan als instrument kan niet sturen op een snelle uitvoering, wel biedt het de randvoorwaarden om een snelle uitvoering mogelijk te maken. PARK21 wordt uiteindelijk een grootschalig groen- en recreatiegebied in Haarlemmermeer van wel 1000 hectare in totaal. PARK21 is een bouwsteen in de verbinding tussen oost (de Westeinderplassen en Rijsenhout) en west (Zwaanshoek en Beinsdorp en de binnenduinrand daarachter). De basisstructuur is de drager, aanjager en verbindende schakel tussen gebieden, maar ook tussen functies binnen PARK21. Door het inrichten van de basisstructuur wordt een openbaar toegankelijke, recreatieve, parkomgeving gecreëerd met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde. Er ontstaat dynamiek omdat mensen uit Hoofddorp en Nieuw-Vennep er graag recreëren. De dynamiek vormt een potentieel voor nieuwe ondernemers (zowel profit als non-profit) en deze ondernemers moeten bijdragen aan het verbreden, vergroten en versterken van de Parklaag. Door te beginnen met de basisstructuur en deze te realiseren voor 2030 ontstaat een lokaal regionaal park, dat ook de basis biedt voor het doorgroeien naar het totale park voor 2040. b. Het MER-onderzoek doet de aanbeveling om een verdeling van maximaal 20% leisurelaag minimaal 40% parklaag en minimaal 40% polderlaag te hanteren over het gehele park. Dit wordt overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan.
Zo borgen we het groene karakter van PARK21 en de door inspreker genoemde robuuste parklaag. c. In het voorontwerpbestemmingsplan zijn nog niet alle (rand)voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor een goede inrichting van het park. Deze waren nog in ontwikkeling en maken onderdeel uit
d.
e. f.
g.
h.
van het ontwerpbestemmingsplan. Eén van de kaders is de beleidsregel Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag. In dat beeldkwaliteitsplan zijn aanvullend op de regels uit het bestemmingsplan extra randvoorwaarden en kaders opgenomen voor een goede ruimtelijke, landschappelijke en architectonische inpassing in PARK21, onder andere voor de punten die indiener benoemt. Het conceptbeeldkwaliteitsplan wordt als bijlage 3 bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan PARK21 ter inzage gelegd. PARK21 biedt ruimte aan een recreatieve langzaam verkeerroute voor fietsers, wandelaars en ruiters door het park. Daarnaast streven we naar een goede aansluiting op het (hoogwaardige) openbaar vervoer. In het gebied zal de auto te gast zijn. Er worden geen nieuwe doorgaande wegen aangelegd. Wel maakt het bestemmingsplan het mogelijk om bij nieuwe voorzieningen een eigen aansluiting te realiseren. Deze aansluitingen mogen in principe niet ontsluiten op de bestaande linten in PARK21. Het bevorderen van biodiversiteit is een van de doelstellingen van PARK21. Met de realisatie van PARK21 neemt de biodiversiteit toe. De recreatieplas is een belangrijk onderdeel van PARK21. Deze mogelijkheid wordt niet geschrapt in het plan. Daarnaast maken de regels het mogelijk om onder voorwaarden water, ook in de vorm van een natuurplas, mogelijk te maken.
Tot de voorwaarden horen bijvoorbeeld regels met betrekking tot ganzen in relatie tot Schiphol. Dit om te voorkomen dat vliegtuigen van en naar Schiphol in gevaar komen door een botsing met (grote) vogels. Met het mogelijk maken van het evenemententerrein in PARK21 wordt onderkend dat de maximale capaciteit in de bestaande recreatiegebieden in Haarlemmermeer voor grootschalige evenementen is bereikt. De aanleg van het terrein maakt het mogelijk om te voorzien in een toenemende vraag naar evenementen in de gemeente. De vaststelling van het bestemmingsplan PARK21 betekent niet dat op andere plaatsen in de gemeente minder evenementen mogelijk zijn. Het bestemmingsplan PARK21 gaat niet over andere gebieden. Het bevorderen van biodiversiteit is een van de doelstellingen van PARK21. PARK21 is onderdeel van de verbinding tussen oost (de Westeinderplassen en Rijsenhout) en west (Zwaanshoek en Beinsdorp en de binnenduinrand daarachter). PARK21 is ook een verbindende schakel tussen de scheggen die vanuit het landschap MRA zijn geformuleerd. De scheggen verbinden de stad via het nieuwe ecologische zoetwaterbuffer netwerk met onze nationale landschappen Laag-Holland en het Groene Hart.
Conclusie • In het ontwerpbestemmingsplan wordt de verdeling tussen leisurelaag, parklaag en polderlaag van een derde, een derde, een derde gewijzigd naar het MER-advies van maximaal 20% leisurelaag minimaal 40% parklaag en minimaal 40% polderlaag. • In het ontwerpbestemmingsplan worden regels gesteld voor de inpassing van de leisurefuncties, door regels te stellen aan de bouwwerken (in artikel 12) en groene inpassing (in artikel 11.5.3.) en het toepassen van de beleidsregel Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag. • De overige reacties hebben niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie 2. MOJO Concerts B.V. Indiener heeft de “mogelijkheid" van evenementen op PARK21 beschouwd en de volgende aandachtspunten benoemd: a. De duur van een dag in een meerdaags evenement is in principe 24 uur. Met betrekking tot geluidsproductie moet bepaald worden wat in de nachtelijke uren toegestaan wordt. b. De duur van een meerdaags evenement zou bij voorkeur 5 dagen moeten worden. De 2 toegevoegde dagen zijn respectievelijk een aankomst- en een vertrekdag. c. Het opbouwen van een meerdaags evenement is niet altijd mogelijk binnen een tijdsbestek van 4 dagen. Het verdient de voorkeur rekening te houden worden met periodes van minimaal 3 weken opbouw voorafgaand aan het evenement en 1,5 week afbouw na het evenement. d.
De bezoekersaantallen voor eendaagse evenementen zouden bij voorkeur verhoogd moeten worden tot minimaal 65.000 bezoekers om rendabel te kunnen zijn. e. Het opbouwen van een eendaags festival van deze omvang binnen een tijdsbestek van 4 dagen is niet altijd mogelijk. Hiervoor moet rekening gehouden worden met periodes van 1,5 week opbouw voorafgaand aan het evenement en 1 week afbouw na het evenement. f. De bezoekersaantallen voor concerten zouden bij voorkeur verhoogd moeten worden naar minimaal 65.000 bezoekers om rendabel te kunnen zijn.
g.
h.
Het opbouwen van een concert van deze omvang binnen een tijdsbestek van 4 dagen is niet altijd mogelijk. Hiervoor moet rekening gehouden worden met periodes van 1,5 week opbouw voorafgaand aan het evenement en 3 dagen afbouw na het evenement. Het opbouwen van kleine concerten zou een termijn van een week opbouwen en 3 dagen afbouwen meer passend zijn.
Reactie a. In artikel 13 van de regels is aangegeven dat een evenement plaatsvindt tussen 07.00 uur en 23.00 uur. Op vrijdagen, zaterdagen en dagen voorafgaand aan een wettelijk vrije dag vindt een evenement tussen 07.00 uur en 24.00 uur plaats. Bij meerdaagse evenementen moet de nachtrust gerespecteerd worden in de uren waarop een evenement niet mag plaatsvinden. Voor een evenement moet een evenementenvergunning worden aangevraagd bij de gemeente. b. In het ontwerpbestemmingsplan is de tekst aangepast. Een meerdaags evenement duurt nu maximaal 3 dagen, exclusief 1 dag voor aankomst en exclusief 1 dag voor vertrek. c. De op- en afbouw van een evenement kan inderdaad meer tijd vergen dan het aantal dagen dat in het voorontwerp is opgenomen. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt het aantal dagen voor op- en afbouw van een meerdaags evenement op 21 respectievelijk 14 dagen gezet. d. In het ontwerpbestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid toegevoegd waarmee burgemeester en wethouders de bevoegdheid krijgen om onder voorwaarden met een omgevingsvergunning een groter aantal bezoekers toe te staan bij een eendaags evenement. e. De op- en afbouw van een eendaags festival kan inderdaad meer tijd vergen dan het aantal dagen dat in het voorontwerp is opgenomen.
In de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt het aantal dagen voor op- en afbouw van een eendaags festival op 11 respectievelijk 4 dagen gezet. f. In het ontwerpbestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid toegevoegd waarmee burgemeester en wethouders de bevoegdheid krijgen om onder voorwaarden met een omgevingsvergunning een groter aantal bezoekers toe te staan bij een eendaags evenement. g. De op- en afbouw van een concert met niet meer dan 20.000 bezoekers kan inderdaad meer tijd vergen dan het aantal dagen dat in het voorontwerp is opgenomen. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt het aantal dagen voor op- en afbouw van een dergelijk concert op 11 respectievelijk 4 dagen gezet. h. De op- en afbouw van een klein concert kan inderdaad meer tijd vergen dan het aantal dagen dat in het voorontwerp is opgenomen. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt het aantal dagen voor op- en afbouw van een concert op 7 respectievelijk 3 dagen gezet. Conclusie • Artikel 13 ‘Groen - Park’ met de aanduiding ‘evenemententerrein’ is aangepast om een aankomst- en vertrekdag bij meerdaagse evenementen mogelijk te maken. • Artikel 13 ‘Groen - Park’ met de aanduiding ‘evenemententerrein’ is aangevuld met een afwijkingsmogelijkheid om meer bezoekers toe te kunnen staan bij een eendaags festival of concert. Daarvoor is wel een omgevingsvergunningaanvraag noodzakelijk.
• Artikel 13 ‘Groen - Park’ met de aanduiding ‘evenemententerrein’ is aangepast om voldoende ruimte te bieden voor op- en afbouw van evenementen. Inspraakreactie 3. Indiener heeft een agrarisch bedrijf binnen PARK21 en maakt zich zorgen over de door de gemeente beoogde agrarische activiteiten binnen PARK21. Indiener wil door de gemeente bevestigd zien dat: a. Het aanpassen van de agrarische bedrijvigheid altijd op vrijwillige basis moet plaatsvinden. Het is aan de ondernemer om te bepalen in welke richting die het bedrijf ontwikkelt. Als de ondernemerskeuze (nog) niet in lijn is met de door de gemeente beoogde ontwikkelingsrichting dan blijft de bestaande agrarische functie ruimtelijk gefaciliteerd worden. b. De geldende agrarische bestemming, inclusief de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden, wordt gerespecteerd. Hierdoor kan de ondernemer het bedrijf blijvend aanpassen aan de zich wijzigende (economische) ontwikkelingen. c. De aan de agrarische bestemming gekoppelde afspraken over het waterbeheer altijd intact blijven. Een organische ontwikkeling van PARK21 mag niet tot gevolg hebben dat onder meer peilbesluiten worden aangepast in het nadeel van de agrarische functie. Ook het watersysteem in totaliteit mag door nieuwe functies niet nadelig beïnvloed worden. De aan- en afvoer van het water moet geborgd zijn.
d.
De aan- en afvoer van (agrarische) producten, en daarmee ook de bereikbaarheid van de bedrijven, gegarandeerd moet blijven. Indiener vraagt daarnaast aandacht voor het volgende: e. De basisstructuur is recht over het bouwvlak van indiener bestemd, eerder lag dit noordelijker op de gemeentelijke gronden en de toegang naar de Parklanden. Indiener lijkt het logisch om de basisstructuur over de gemeentelijke gronden te laten lopen. f. Evenementenverkeer. In bijlage 18, analyse evenementenverkeer, is aangegeven dat de ingang aan de Rijnlanderweg ook gebruikt zal worden voor een deel van het verkeer naar en afkomstig van het evenemententerrein. Indiener verzoekt de gemeente om de uitrit naar het noorden te verplaatsen. Ook verzoekt Indiener om het perceel voor het evenemententerrein, dat de bestemming ‘Agrarisch’ heeft, ook als zodanig te handhaven. Momenteel wordt het (tijdelijk?) als opslagterrein gebruikt. Dit is niet toegestaan in het huidig bestemmingsplan, maar ook niet in het voorontwerpbestemmingsplan dat ter inzage ligt. Reactie a. Voor zover dat is toegestaan binnen de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan PARK21, mag iedereen zelf bepalen wat hij realiseert op zijn grondeigendom. Het bestemmingsplan maakt bepaalde functies mogelijk en kan randvoorwaarden stellen aan de mate en de wijze van bebouwing en het gebruik.
De eigenaar bepaalt binnen deze randvoorwaarden zelf wat hij realiseert of wat hij niet realiseert. Hij is dus niet verplicht om de bestemming te verwezenlijken. Dit uitgangspunt heeft tot gevolg dat over het algemeen er geen uitvoeringsaspecten in het bestemmingsplan worden opgenomen. b. In het bestemmingsplan PARK21 zijn in de Polderlaag de bestaande regels, inclusief de bestaande mogelijkheden om te kunnen uitbreiden of om nevenactiviteiten te ontplooien, overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied Midden. Deze regels staan in het ontwerpbestemmingsplan in artikel 17 en verder. Naast deze bestaande mogelijkheden biedt het ontwerpbestemmingsplan PARK21 in artikel 19 extra mogelijkheden als er sprake is van transformatie. De mogelijkheden ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan zijn daardoor verruimd. c. De gemeente is niet de waterbeheerder in het gebied. Dit is het Hoogheemraadschap van Rijnland. In het bestemmingsplan PARK21 zijn er geen voornemens om aanpassingen te doen in het waterbeheer binnen het agrarische gebruik, tenzij hier nadrukkelijk wederzijdse instemming over is. d. In het bestemmingsplan is de bestaande wegenstructuur opgenomen. Voor wijzigingen in aan- en afvoerroutes of in de bereikbaarheid van percelen zijn verkeersbesluiten nodig. Het bestemmingsplan gaat daar niet over. PARK21 biedt ruimte aan recreatieve functies.
Recreatieve functies in het park, zullen niet ontsloten worden middels de bestaande linten Rijnlanderweg, Hoofdweg en IJweg, maar ontsloten worden via de Parkweg, (nieuwe)Bennebroekerweg, Noordelijke randweg en/ of Spoorlaan. Naast de recreatieve functies in het park is er in de modellen ook rekening gehouden met verbrede functies aan de genoemde linten. Prognoses van deze functies zijn modelmatig doorgerekend om een beeld van de totale verkeersontwikkeling te krijgen voor het jaar 2030 en 2040. Het park kan zich tot 2030 in de basisvariant ontwikkelen zonder dat er grote verkeersknelpunten ontstaan. Voor het verder ontwikkelen van PARK21 tot 2040 is de verbreding van de Nieuwe Bennebroekerweg voorwaardelijk. e. De ligging van de basisstructuur over het perceel van indiener wordt aangepast op de verbeelding. De structuur komt daarmee ten noorden van het perceel van indiener te liggen, op gemeentegrond. f. De ligging van de uitrit van het evenemententerrein wordt aangepast op de verbeelding. De inrit van het evenemententerrein verschuift daarmee naar het noorden. De huidige bestemming uit het bestemmingsplan Buitengebied Midden is overgenomen. Conclusie • De ligging van de basisstructuur (in het voorontwerpbestemmingsplan nog de prioritaire structuur genoemd) is aangepast op de verbeelding, waardoor deze niet meer op het perceel van indiener ligt.
Deze ligt nu ten noorden van het perceel. • De ligging van de uitrit van het evenemententerrein is in noordelijke richting verschoven op de verbeelding. • De overige reacties hebben niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerpbestemmingsplan.
Inspraakreactie 4. Stichting Dorpsraad Nieuw Vennep Indiener vraagt aandacht voor de volgende punten: a. Kan er eerst groen worden gerealiseerd voor bewoners door middel van het stimuleren van lokale ondernemers die recreatie creëren voor de omgeving? Deze ontwikkeling moet worden losgekoppeld van de bredere ontwikkeling van grote evenementen. b. Indiener blijft haar bedenkingen houden over het gebruik van vervuilde grond en staat sceptisch tegenover het afdekken van deze grond met een zogenaamde leeflaag van een halve meter. Indiener spreekt zich uit voor optie 3 uit het MER, een platte parklaag met af en toe een hoogteaccent van maximaal 2 meter. c. De uitvoering van het deel van het evenemententerrein kan pas worden uitgevoerd als men rekening houdt met de verkeerscirculatie en de impact op Nieuw-Vennep. d. Indiener heeft zorg over geluidshinder bij evenementen, met name door ervaringen uit het verleden waarbij het geluid bij bepaalde windrichtingen wel degelijk het dorp bereiken en hinder veroorzaken. Indiener dringt erop aan een breder onderzoek te doen naar de geluidsbelasting in Nieuw-Vennep. Daarnaast pleit indiener ervoor om het effect van geluidsschermen mee te nemen. Indiener stelt tot kort diverse financiële vragen. Het bestemmingsplan gaat hier niet over. Deze vragen worden daarom niet meegenomen in deze antwoordnota. Reactie a.
Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van PARK21 mogelijk. Het realiseren van groen door het stimuleren van lokale ondernemers kan niet worden geregeld in een bestemmingsplan. Wel bevat het bestemmingsplan de regels om het groen aan te leggen en het ondernemen mogelijk te maken. Het evenemententerrein is een specifiek onderdeel van PARK21. Grote evenementen kunnen niet overal in het park worden gehouden. Als het gaat om de komst van recreatieve voorzieningen (leisure) dan gelden eisen aan de aanleg van park, water en groen. Deze worden in het ontwerpbestemmingsplan en het concept van het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag vastgelegd. b. Het MER doet de aanbeveling om een parklaag van gemiddeld 2 meter hoog niet te realiseren. Het MER benoemd de variant waarbij de parklaag gemiddeld 0,75 meter hoog wordt als beste alternatief. Bij deze variant wordt de landschappelijke kwaliteit zoals beschreven in het masterplan beter gerealiseerd dan wanneer er gekozen wordt voor een plat park met af en toe een hoogte accent. Het invoeren van het verbeterde droogmakerij systeem is ook een belangrijk element voor het realiseren van een toekomstbestendig watersysteem. Bij een platte parklaag met af en toe een hoogte accent is veel moeilijker een park te realiseren samen met het verbeterde droogmakerij systeem. Er ontstaat dan een beperkte drooglegging en moeilijke groeiomstandigheden.
Daarom kiezen we voor de variant waarbij de parklaag gemiddeld 0,75 meter wordt opgehoogd. Bij het ophogen van het park, sluiten we het gebruik van hergebruiksgrond met industrie klasse uit. In het ontwerpbestemmingsplan is deze aanpassing opgenomen. c. In het bestemmingsplan zijn voorwaarden opgenomen voor het houden van evenementen. Met deze voorwaarden wordt onder meer vastgelegd wat het maximale geluid is, welke en hoeveel evenementen maximaal mogelijk zijn en op welke uren van de dag het evenement mag plaatsvinden. Deze voorwaarden zijn tot stand gekomen op basis van, onder andere, onderzoeken naar de bereikbaarheid van het terrein en geluidsonderzoeken. Voor het in beeld brengen van de verkeerseffecten in de pieksituaties rondom de evenementen, is een analyse gemaakt naar de verkeerseffecten. Daar komen een aantal ‘spelregels’ uit voor de afwikkeling van het verkeer tijdens een evenement. Deze spelregels worden meegegeven aan de organisator van het evenement. Voor het organiseren van een evenement moet op tijd een evenementenvergunning worden aangevraagd. Dan wordt getoetst aan allerlei aspecten die te maken hebben met het op een goede en veilige manier organiseren van een evenement en op het zoveel mogelijk voorkomen van overlast. Bij het aanvragen van de vergunning zal de afwikkeling van het verkeer getoetst worden door gemeente.
Bij het houden van evenementen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de inwoners van Nieuw-Vennep (en uiteraard andere omwonenden). In het Masterplan uit 2011 is de locatie al benoemd als evenemententerrein. In het masterplan wordt aangegeven dat dit terrein grote delen van het jaar openbaar terrein (park) is en dat dit terrein bij evenementen wordt afgesloten. Zo ontstaan een multifunctionele, openbare landschappelijke functie met een natuurlijk amfitheater, uitkijkheuvel, gekoppeld aan een landschapsbrug over het spoor. Het
d.
realiseren van het evenemententerrein is onderzocht in het kader van het concept MER en voorontwerpbestemmingsplan en daaruit blijkt dat het houden van evenementen op genoemde locatie mogelijk is. We willen in dit deel van het park ruimte bieden aan een integraal landschap waarbij de hoofdinfrastructuur voor het langzaam verkeer over het spoor gecombineerd wordt met geluidsreducerende maatregelen om bijvoorbeeld hinder tijdens evenementen te verminderen. Dit kan door het natuurlijke amfitheater en bijvoorbeeld beplanting daarop in te richten. Voor de berekeningen in het MER en bestemmingsplan zijn we hier nog niet vanuit gegaan, maar bij het maken van het inrichtingsplan voor deze deellocatie zullen we nader kijken naar een optimalisatie bij de inrichting. In het ontwerpbestemmingsplan zijn in artikel 13 regels opgenomen over geluid. Deze regels zijn gebaseerd op het uitgevoerde akoestische onderzoek naar evenementen en zijn strenger dan het beleid dat gemeentebreed in heel Haarlemmermeer geldt voor evenementen. Met deze regels wordt het geluid van evenementen gemaximaliseerd. Ook zijn regels opgenomen voor geluid in de late avond en nacht. Een concert tot diep in de nacht is dan ook niet mogelijk.
Conclusie. • In het ontwerpbestemmingsplan is de gemiddelde hoogte van de parklaag aangepast van 2,00 meter naar 0,75 meter. • De overige reacties hebben niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie 5. Stichting bewoners Rijnlanderweg e.o. a. Indiener vraagt aandacht voor de relatie tussen realisatie van het park en de beheerlasten daarvan. Goed beheer is noodzakelijk om ongewenste overlast van onkruid in tuinen en agrarische percelen te voorkomen. b. Indiener geeft aan dat bewoners van de Rijnlanderweg zeer tevreden zijn over het open landschap. De mogelijkheid daar elke 2 weken een festival te organiseren is voor hen niet nodig. Voor het bijkomende verkeer van de festivals zien zij geen oplossing in het rapport. c. Indiener vraagt de gemeente ook of zij rekening heeft gehouden met het houden van festivals en de aanvliegroute van Schiphol, zowel in de zin van geluid als in de zin van (on)mogelijkheden voor festivals binnen het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. d. Indiener heeft ook opmerkingen over het baggerdepot. De voorkeur van bewoners gaat er naar uit om het depot te laten zoals het nu is. e. Indiener ziet de boer-burger verbinding in de vorm van Parklanden als positief en dit kan zonder bestemmingsplanwijziging blijven bestaan. Dit zijn kleine bijeenkomsten, gericht op onze bewoners. f.
Indiener vraagt tot slot aandacht voor een mooier en kleiner park, waarbij de ruimte voor een PARK21 van Drie Merenweg tot de Hoofdvaart, desnoods tot het spoor beperkt is. Dan behoudt Haarlemmermeer de Rijnlanderweg als cultuurlandschap en worden vrije zichtlijnen behouden. Reactie gemeente a. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van het PARK21 mogelijk. In een bestemmingsplan kan het beheer niet worden geregeld. De gemeente heeft in 2016 besloten dat het wil faciliteren bij het opzetten van een overkoepelende organisatie voor beheer en exploitatie, waarbij ook een verantwoordelijkheid ligt bij betrokken ondernemers. Het streven is dat het beheer een zo beperkt mogelijk beslag legt op de gemeentelijke begroting. b. De komst van het evenemententerrein betekent inderdaad dat de omgeving van de Rijnlanderweg zal gaan veranderen. Heel PARK21 zal de komende jaren langzaam gaan veranderen door de komst van nieuwe voorzieningen en de aanplant van veel groen. Het evenemententerrein is in principe een open onderdeel van het toekomstige park, maar hier kunnen met regelmaat evenementen worden gehouden. In het voorontwerpbestemmingsplan is in artikel 13 vastgelegd hoeveel evenementen maximaal per jaar georganiseerd mogen worden en onder welke voorwaarden. De opgenomen akoestische randvoorwaarden zijn strenger dan elders in Haarlemmermeer. Dit ter bescherming van omwonenden.
In het ontwerpbestemmingsplan is dit artikel aangepast door het onderscheid tussen evenementen en concerten weg te nemen en een realistisch aantal dagen voor op- en afbouw op te nemen. Ook is bepaald dat bij een meerdaags groot evenement een dag voor aankomst en een dag voor vertrek mogelijk is. Een organisator moet voor elk evenement een vergunning aanvragen. Het zoveel mogelijk voorkomen van overlast is daarbij een van de uitgangspunten.
c.
d.
e.
f.
Voor het in beeld brengen van de verkeerseffecten in de pieksituaties rondom de evenementen is een analyse gemaakt naar de verkeerseffecten. Daar komen een aantal ‘spelregels’ uit voor de afwikkeling van het verkeer tijdens een evenement. Deze spelregels worden meegegeven aan de organisator van het evenement. Voor het groepsrisico geldt in het algemeen geen milieunorm als grens- of richtwaarde. Maar het groepsrisico kent de zogenaamde verantwoordingsplicht. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar externe veiligheid (8.2 in het hoofdrapport van het MER). In het bestemmingsplan is, waar nodig, een verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is geconcludeerd dat het groepsrisico in PARK21 erg laag is. Voor het evenemententerrein is geen verantwoording nodig. In het bestemmingsplan houden we volledig rekening met de ligging van PARK21 binnen het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. De Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) en Luchthaven Schiphol zijn al vroeg gevraagd om advies. Over het evenemententerrein op deze locatie geeft de VRK aan dat activiteiten waarbij er gevaar bestaat voor het hinderen van piloten of luchtvaartapparatuur niet toegestaan zullen zijn. Dit betekent concreet dat evenementen met lasers, lichtshows of vuurwerk niet wenselijk of zelfs verboden kunnen zijn. Luchthaven Schiphol heeft geen opmerkingen gemaakt over de ligging van het evenemententerrein.
Het baggerdepot in zijn huidige vorm laten bestaan is geen optie. We willen in dit deel van het park ruimte bieden aan een integraal landschap waarbij de hoofdinfrastructuur voor het langzame verkeer over het spoor gecombineerd wordt met geluidreducerende maatregelen om bijvoorbeeld hinder tijdens evenementen te verminderen. Dit kan door het natuurlijke amfitheater en bijvoorbeeld beplanting daarop in te richten. Voor de berekeningen in het MER en bestemmingsplan zijn we hier nog niet vanuit gegaan, maar bij het maken van het inrichtingsplan voor deze deellocatie zullen we nader kijken naar een optimalisatie bij de inrichting. De ontwikkelingen in PARK21 staan gelukkig niet stil. Rond de Rijnlanderweg zijn al diverse mooie initiatieven ontplooid in de geest van PARK21, zoals de Parklanden. Met het nieuwe bestemmingsplan krijgen de Parklanden ook extra mogelijkheden om hun activiteiten uit te breiden. De vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is straks ook niet het startschot voor PARK21. De ontwikkeling van het park is al lang geleden gestart. Het bestemmingsplan geeft straks wel de nodige regels, ruimte en prioritering voor de verdere ontwikkelingen van PARK21. Enerzijds door duidelijk te zijn over wat niet mag en anderzijds door extra ruimte te geven aan ondernemende partijen om nieuwe initiatieven te ontplooien in het gebied.
PARK21 wordt uiteindelijk (in 2040) een groot groen- en recreatiegebied van maximaal 1.000 hectare in totaal. Het wordt geen monotoon park. Sommige delen bieden plaats aan agrariërs, andere delen aan natuur, water, sport en spel. Weer op andere plekken zullen grote en kleine recreatieve voorzieningen worden gerealiseerd in een groene omgeving. En sommige delen zullen weinig tot niet veranderen ten opzichte van nu. Zo worden de bestaande linten inderdaad beschermd. Op deze manier ontstaat langzaam maar zeker een divers, groen landschap onder de noemer PARK21.
Conclusie • De reactie heeft niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie 6. Indiener onderschrijft wat gezegd is onder inspraakreactie 5, en vult daarop aan. a. Indiener vraagt zich af of het evenemententerrein controversieel is, omdat deze niet wordt genoemd in “omgevingsvisie in het kort”. b. Indiener vraagt hoe de omgevingsvisie van de gemeente Haarlemmermeer te verenigen is met de aanleg van een evenemententerrein in PARK21. c. Indiener geeft aan dat in het plan geen reserveringen zijn opgenomen voor planschade. Indiener verwacht dat bewoners en bedrijven aan de Rijnlanderweg bij het doorgaan van een evenemententerrein hier aanspraak op zullen gaan maken. d. Indiener geeft aan dat in het voorontwerpbestemmingsplan en het MER er sprake is van hotels. Echter waar deze in PARK21 gelokaliseerd zouden worden, is niet ingevuld. Hiermee acht indiener dat het MER niet compleet is en daardoor onbruikbaar is ter ondersteuning van het voorontwerpbestemmingsplan. e. Indiener geeft aan dat bewoners van de Rijnlanderweg diverse keren hebben aangegeven dat een evenemententerrein op het baggerdepot onwenselijk is voor hen. Het evenemententerrein zal vooral bedoeld zijn voor bezoekers van buiten de gemeente en bewoners overlast bezorgen.
f.
Indiener constateert dat in bijlage 17 met minimale onderbouwing wordt gesteld dat de overlast aanvaardbaar is en binnen de wettelijke grenzen blijft. Voor de opstellers van het rapport is het aanvaardbaar dat alle overlast volgens de modellen binnen de wettelijke grenzen blijft. Aan de bewoners is niets gevraagd. g. Indiener benoemt de geluidsbelasting rond de Rijnlanderweg vanuit Schiphol, HSL en A4. Indiener verwijst ook naar een passage over cumulatie uit de Wet Geluidshinder. Indiener constateert dat er geen onderzoek is gedaan naar cumulatie en de resultaten voor geluidsbelasting dus incompleet zijn. h. Indiener geeft aan dat het geluidsonderzoek naar evenementengeluid aangeeft dat lage bastonen extra overlast opleveren. Het rapport doet hiervoor aanbevelingen om hinder te beperken. Indiener stelt dat de regels in het bestemmingsplan aangepast moeten worden op het punt van maximale geluidsbelasting. i. Indiener geeft aan dat geluidsbelasting op de gevel wordt berekend. Indiener stelt dat meeste bewoners in de periode van evenementen buiten zullen verblijven en daarmee voor langere periode worden blootgesteld aan een geluidsbelasting van 85dB. Indiener stelt dat hiermee de veilige grenzen voor bewoners worden overschreden en stelt dat de regels moeten worden aangepast. j.
Indiener stelt dat er geen geluidscontour is vastgesteld van 50 dB(A) waardoor het MER en het bestemmingsplan onvolledig zijn. Indiener verwijst naar de Wet Geluidshinder en wat daar gesteld wordt voor een gezoneerd industrieterrein. k. Indiener benoemt dat in de geluidsberekeningen voor evenementen uitgegaan is van een specifieke oriëntatie van het podium. Nergens is vastgelegd dat dit de oriëntatie moet zijn, dat hierop wordt gecontroleerd en op wordt gehandhaafd. a. Indiener stelt dat als er afwijkingen plaatsvinden de geluidsberekeningen dan niet langer toepasbaar zijn. b. Indiener stelt dat controle en handhaving op podiumoriëntatie niet zijn opgenomen in de regels. l. Te allen tijde moet worden voorkomen dat handhaving van een evenement aan diens organisator wordt overgelaten (anders wordt het een “de slager keurt zijn eigen vlees” situatie). Bij steller is, gezien de ervaringen uit het verleden, weinig of geen vertrouwen in handhaving door de gemeente. Handhaving (bij geluidsoverlast) is onvoldoende en niet eenduidig vastgelegd. Risico bestaat dat door de gemeente niet handhavend wordt opgetreden. m. Indiener leest in de overige aanbevelingen rondom evenementen dat goede communicatie tussen de gemeente, handhavers en organisatoren wenselijk is. Indiener betreurt het dat bewoners hier niet als groep worden genoemd. n.
Indiener vermoedt dat bij bijlage 17 (Akoestisch onderzoek Evenemententerrein PARK21) niet onafhankelijk geschreven is en door de gemeente lijkt te zijn beïnvloed. Indiener stelt, anders gezegd, dat de MER, die zwaar op deze bijlage(s) leunt, geen onafhankelijk product is. o. Indiener geeft aan dat in het verleden door de gemeente beloofd is de bewoners nadrukkelijk te betrekken bij de totstandkoming van de MER. Indiener stelt dat de gemeente hier de afspraken niet is nagekomen. p. Indiener stelt dat CO2 uitstoot door en tijdens het evenementen niet berekend zijn en dat daardoor het MER incompleet is. q. In bijlage 14 (verkeersonderzoek) wordt het verkeersmodel NZH 2.4 genoemd. Indiener kan niet terugvinden of dat rekenmodel goed toepasbaar is op de specifieke situatie in de Haarlemmermeer, in het bijzonder daar waar het de (nieuwe) Bennebroekerweg en de Rijnlanderweg betreft. De validatie van het rekenmodel ontbreekt. r. Indiener stelt dat binnen het project de NBBW in het kader van de inspraak op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nieuwe Bennebroekerweg, waarbij is aangegeven dat een koude kruising van de Bennebroekerweg en de Rijnlanderweg onbespreekbaar is, de berekeningen in bijlage 14 worden daarmee mogelijk ongeldig en niet bruikbaar ten gevolge van aanpassingen aan de NRD Nieuwe Bennebroekerweg aldus indiener. s.
In het voorstel om een koude kruising te realiseren tussen Rijnlanderweg en Bennebroekerweg wordt geen enkele rekening gehouden met de aanrijtijden voor hulpdiensten. Ook de bereikbaarheid van de woningen en bedrijven aan de Rijnlanderweg is geen onderwerp geweest in de analyses. Indiener stelt dat de bewoners aan de Rijnlanderweg voor de gemeente een niet bestaande groep inwoners van de Haarlemmermeer is.
t.
Indiener vraagt de gemeente om het advies in bijlage 11 (quickscan trillingen) dat betrekking heeft op het niet gebruiken van de Rijnlanderweg voor verkeersbewegingen / vervoersstromen tijdens aanleg en gebruik van PARK21 over te nemen. Indiener vraagt de gemeente om af te zien van het evenemententerrein in zijn slot betoog. Reactie a. In het ontwerp van de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 is de ontwikkeling van PARK21 opgenomen. De ontwerp-omgevingsvisie lag ter inzage vanaf 13 september 2021. Over het evenemententerrein wordt onder andere gezegd: “De maximale capaciteit in de bestaande recreatiegebieden in Haarlemmermeer voor grootschalige evenementen is bereikt. Met de ontwikkeling van PARK21 is uitbreiding met een grootschalig evenemententerrein mogelijk”. Het evenemententerrein is niet controversieel verklaard. b. Zie de beantwoording onder a. c. Bij de beoordeling voor het bestemmingsplan hoeft de raad in principe het onderdeel planschade niet mee te wegen. Pas wanneer de verwachting is dat de mogelijke planschade zo hoog is dat de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in gevaar komt, dan moet dit worden meegewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Daar is in dit geval geen sprake van. Eventuele planschadeverzoeken tegen het evenemententerrein zorgen er niet voor dat PARK21 niet uitvoerbaar is. Planschade is een aparte wettelijke mogelijkheid.
Een verzoek om een tegemoetkoming in planschade kan worden ingediend nadat een besluit, zoals dit bestemmingsplan, onherroepelijk is geworden. Hiervoor is een aparte webpagina gemaakt: https://haarlemmermeergemeente.nl/taak/planschade d. Omdat het bestemmingsplan PARK21 kaders geeft voor ontwikkeling, zijn veel van de genoemde ontwikkelmogelijkheden niet op een exacte locatie ingetekend. De exacte locatie van nieuw te bouwen hotels bij leisurevoorzieningen is op dit moment niet bekend. Het bestemmingsplan is juist bedoeld om ruimte te geven aan ondernemers. Het voorontwerpbestemmingsplan PARK21 maakt een groot aantal nieuwe functies mogelijk, waaronder hotels. Voor hotels is aangegeven dat deze alleen zijn toegestaan binnen de parkkamers. De parkkamers zijn alleen mogelijk binnen de zogenaamde ‘leisurelaag’. Het aantal hotels en het aantal kamers is in de regels beperkt. Dit zijn de kaders waarbinnen ondernemers met plannen kunnen komen om in PARK21 leisurevoorzieningen te ontwikkelen. In het MER is nadrukkelijk rekening gehouden met de flexibiliteit van functies en locaties van functies. Deze flexibiliteit is uitgangspunt geweest bij het MER en het (voor)ontwerpbestemmingsplan. e. De maximale capaciteit in de bestaande recreatiegebieden in Haarlemmermeer voor grootschalige evenementen is bereikt.
De aanleg van het terrein maakt het mogelijk om te voorzien in een toenemende vraag naar evenementen in de gemeente. Voor het organiseren van een evenement is een vergunning nodig waarin wordt getoetst aan allerlei aspecten die te maken hebben met het op een goede en veilige manier organiseren van een evenement en op het zoveel mogelijk voorkomen van overlast. Bij het houden van evenementen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de belangen van omwonenden. f. De conclusie dat de evenementen op de onderzochte locatie niet tot onaanvaardbare geluidhinder zullen leiden is gebaseerd op wat is onderzocht en weergegeven in de akoestische rapportage. Op basis van het onderzoek worden in ieder geval een aantal aanbevelingen gedaan die moeten worden opgevolgd en worden vastgelegd in beleid over evenementen. Dit betreft: • geen norm voor kleinere evenementen met geringe impact, hierbij wel de restrictie dat er alleen achtergrondmuziek of onversterkte muziek wordt geproduceerd • bij handhaving naast geluidmetingen in dB(A) ook geluidmetingen in dB(C) uitvoeren. Voor toetsing geldt dat het verschil tussen dB(A) en dB(C) maximaal 20 dB mag bedragen. Toetspunt is onder andere recht voor de geluidsinstallatie waarbij de uitvoering van de geluidsmetingen uiteraard moeten voldoen aan de landelijke richtlijnen en voorschriften.
Deze punten zijn vastgelegd in artikel 13 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan. Ook wordt aangegeven dat geluidsmetingen zowel bij de bron als de ontvanger moeten worden uitgevoerd. Hiermee kan de overdracht (afname geluid) inzichtelijk worden gemaakt. De evenementenvergunning dient vooraf te worden afgegeven en op dat moment moet ook duidelijk zijn binnen welke geluidnormen het evenement moet plaatsvinden, dat voor alle geldende toetspunten ongeacht waar deze zich bevinden.
Bij het ontwerpbestemmingsplan wordt een gewijzigd onderzoek bijgevoegd (versie 1 december 2021). In het gewijzigde onderzoek is ook de cumulatie van geluid onderzocht en onderbouwd. Ook is in het aangepaste onderzoek een woning meegenomen die niet was ingetekend op de kaart. De conclusies van het onderzoek blijven ongewijzigd. Bij grote evenementen bedraagt de berekende geluidsbelasting maximaal 61 dB(A). Hiermee wordt ruim voldaan aan de geluidswaarde van 70 dB(A) uit de Algemene Plaatselijke Verordening. g. Het akoestische onderzoek dat bij het voorontwerpbestemmingsplan is bijgevoegd besteed inderdaad geen aandacht aan cumulatie. Daarom is het onderzoek aangepast in het ontwerpbestemmingsplan. Cumulatie van ander bronnen, zoals luchtvaart, is nu meegenomen. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het vliegtuiglawaai in bijna alle gevallen de bepalende factor is in de berekening naar de gecumuleerde geluidbelasting. Dit wordt veroorzaakt doordat bij de bepaling van de cumulatieve geluidsbelasting een hoge hinderlijkheidsfactor voor luchtvaartlawaai wordt meegerekend. Alleen bij een groot evenement, is op een enkele (bedrijfs)woning op het bedrijventerrein Spoorzicht, het evenementengeluid even bepalend als het vliegtuiglawaai. Maar over het algemeen kan gesteld worden dat het vliegtuiglawaai bepalend is in de omgeving, en niet het evenementenlawaai van PARK21. h.
Juist omdat de invloed van basstonen niet altijd goed inzichtelijk worden gemaakt, is daar in het akoestisch onderzoek uitgebreid aandacht aan besteed. Dit heeft geleid tot het opnemen van regels voor basstonen in het bestemmingsplan, waarbij nog een marge is gehanteerd tussen wat maximaal is toegestaan en wat maximaal aanvaardbaar is. De regels over geluid in het ontwerpbestemmingsplan zijn daarmee strenger dan de regels uit het evenementenbeleid dat elders in de gemeente geldt. i. De landelijke geluidwetgeving is zodanig dat de geluidsnormen bij de gevel gelden. Deze gelden niet voor tuinen etc. Dat zou ook tot onduidelijkheid leiden in verband met de grootte van iemands kavel. Dus er is geen sprake van bescherming in de tuin, ondanks de periode waarin de evenementen normaal gesproken plaatsvinden. Bescherming geldt op het puntvlak voor de gevel (ca. 1m). j. Hier is geen sprake van een gezoneerd industrieterrein. Een 50 dB-contour- en zone is dan niet aan de orde. Het betreft hier ook geen bronpunten (geluidsniveaus) met een vaste waarde. Deze kunnen per evenement verschillen. k. Het akoestisch onderzoek is gebaseerd op de inrichting van het evenemententerrein in de vorm van een ‘natuurlijk’ openlucht amfitheater. In het bestemmingsplan zijn geluidsnormen opgenomen.
Als een evenement wordt georganiseerd met een andere podiumopstelling, dan zijn nog steeds de geluidsnormen uit het bestemmingsplan van kracht. De oriëntatie en opstelling van geluidsbronnen, zoals luidsprekers, zijn ook een toetspunt bij de evenementenvergunning. l. Voor het bestemmingsplan hebben we een onderzoek gedaan naar onder meer geluid en verkeer om te onderzoeken of een evenemententerrein inpasbaar kan zijn. We zijn daarbij uitgegaan van een leeg veld zonder parkinrichting. Een evenemententerrein in een parkomgeving zal minder hinder veroorzaken dan nu is berekend. We willen in dit deel van het park ruimte bieden aan een integraal landschap waarbij de hoofdinfrastructuur voor het langzame verkeer over het spoor gecombineerd wordt met geluidreducerende maatregelen om bijvoorbeeld hinder tijdens evenementen te verminderen. Dit kan door het natuurlijke amfitheater en bijvoorbeeld beplanting daarop in te richten. Voor de berekeningen in het MER en bestemmingsplan zijn we hier nog niet vanuit gegaan zoals gezegd, maar bij het maken van het inrichtingsplan voor deze deellocatie zullen we nader kijken naar een optimalisatie bij de inrichting.
Voor het organiseren van een evenement is een aparte vergunning nodig waarin wordt getoetst aan allerlei aspecten die te maken hebben met het op een goede en veilige manier organiseren van een evenement en op het zoveel mogelijk voorkomen van overlast. Bij het houden van evenementen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de inwoners van omwonenden. Tijdens zo’n vergunning traject wordt getoetst aan grenswaarden die vastgelegd zijn in het bestemmingsplan. m. De opmerking betreft een weergave van een deel van de aanbevelingen. De wijze waarop inwoners worden betrokken is een uitvoeringsaspect. Daar gaat het bestemmingsplan niet over ook al is het betrekken van inwoners uiteraard van belang. n. De gemeente heeft een gespecialiseerd en onafhankelijk bureau gevraagd de gemeente te adviseren voor deze ontwikkeling, waaronder de ontwikkeling van een evenementenlocatie in het park. Het uiteindelijke MER zal daarnaast beoordeeld worden door de commissie MER. De commissie MER zal met experts het MER, en onderliggende onderzoeken, beoordelen en de gemeenteraad hierover adviseren.
o.
p.
q.
r.
s.
t.
Indiener stelt dat beloofd is de bewoners nadrukkelijk te betrekken in de totstandkoming van het MER. Gemeente wil de bewoners inderdaad nadrukkelijk betrekken en daarvoor wordt voor het bestemmingsplan en het MER PARK21 juist gewerkt met een voorontwerp en een concept MER die een uitgebreid participatietraject kennen, zodat alle inwoners kunnen reageren op de concepten voordat de plannen de wettelijke bestemmingsplanprocedure gaan doorlopen. De CO2-uitstoot tijdens evenementen is afhankelijk van vele factoren, zoals het type evenementen, het gebruik van materieel en installaties en de energievoorziening. Dit detailniveau wijkt af van het detailniveau van het MER en van het bestemmingsplan. Onderzoek naar de CO2-uitstoot zou zeer beperkt waardevolle informatie bieden vanwege de hoge onzekerheidsmarge. In het MER zijn wel het toekomstige energieverbruik en de mogelijkheden om hierin duurzaam te voorzien onderzocht om daarmee afwegingen rondom de energietransitie en het reduceren van CO2-emissies te voeden. De modelberekeningen zijn gemaakt met het verkeersmodel NHZ 2.4. Dit verkeersmodel is gericht op de regio rondom Haarlemmermeer. Het verkeersmodel wordt gekalibreerd op verkeerscijfers uit verkeerstellingen.
Dit model wordt vervolgens aangevuld met de beoogde functies en hun kentallen qua bezoekersaantallen vanuit de CROW, maar ook met geplande en verwachte andere ontwikkelingen zoals woningbouw, bedrijventerrein e.d. Zo kunnen de verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling van PARK21 worden meegenomen in de modelberekeningen. Uit deze modelberekeningen volgen de intensiteiten op het omliggende wegennet. Inspreker reageert op de eerste fase Nieuwe Bennebroekerweg die bestaat uit tijdelijke aanpassingen op het kruispunt Bennebroekerweg – Rijnlanderweg in 2022. Hiervoor is een eigen studie gestart dat moet leiden tot een tijdelijke oplossing om de doorstroming op de (Nieuwe) Bennebroekerweg te verbeteren met inachtneming van de huidige situatie en geplande ontwikkelingen, waaronder PARK21. Daarmee is de uiteindelijke tijdelijke aanpassing passend binnen de kaders van bijlage 14 van het voorontwerpbestemmingsplan. De bijlage over het verkeersonderzoek is als bijlage 20 opgenomen bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Inspreker reageert op de eerste fase Nieuwe Bennebroekerweg die bestaat uit tijdelijke aanpassingen op het kruispunt Bennebroekerweg – Rijnlanderweg in 2022. Hiervoor is een eigen studie gestart dat moet leiden tot een tijdelijke oplossing om de doorstroming op de (Nieuwe) Bennebroekerweg te verbeteren.
Gedurende deze studie is er overleg geweest met aan- en omwonenden. Het betreffende advies kan niet in het bestemmingsplan worden opgenomen als een juridische regel. Dit is een zogenoemd ‘uitvoeringsaspect’ en daar gaat het bestemmingsplan niet over.
Conclusie: • Het akoestisch onderzoek evenemententerrein is geactualiseerd. In het onderzoek is cumulatie opgenomen. Dit heeft niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie 7. a. Indiener beschrijft de huidige situatie rond de Rijnlanderweg en stelt dat aan de Rijnlanderweg een groot deel van de intentie waar PARK21 aan wil voldoen al is gerealiseerd. Indiener geeft aan dat die niet zit te wachten op grote evenementen. b. Indiener geeft aan dat de ruimte op het baggerdepot ook gebruikt zou kunnen worden voor het Transportmuseum, Crash museum, voor een park van verschillende bomen en struiken (Arboretum) met wandelpaden. Het fietspad moet worden opgeknapt, zodat bewoners en overige zoals fietsers fatsoenlijk hiervan gebruik kunnen maken. Reactie a. Rond de Rijnlanderweg zijn inderdaad al diverse mooie initiatieven ontplooid in de geest van PARK21, zoals de Parklanden. De vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is straks ook niet het startschot voor PARK21. De ontwikkeling van het park is al lang geleden gestart. Het bestemmingsplan geeft straks wel de nodige regels, ruimte en prioritering voor de verdere ontwikkelingen van PARK21. Enerzijds door duidelijk te zijn over wat niet mag en anderzijds door extra ruimte te geven aan ondernemende partijen om nieuwe initiatieven te ontplooien in het gebied.
De komst van een locatie in PARK21 waar evenementen gehouden kunnen worden heeft natuurlijk impact op de omgeving. De gemeenteraad heeft het evenemententerrein in het Masterplan voor PARK21 opgenomen als icoonproject, samen met het Parkhart en de recreatieplas. In tegenstelling tot de andere icoonprojecten is het evenemententerrein niet het hele jaar door in gebruik voor evenementen. De hoofdbestemming is ‘Groen - Park’, waarmee wordt aangegeven dat het in eerste
b.
instantie onderdeel is van de (en aangelegd wordt als) groene parklaag in PARK21. Per jaar kunnen hier een beperkt aantal evenementen worden gehouden. Door duidelijke regels te stellen aan zaken als het aantal bezoekers, tijden en geluidsproductie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met omwonenden. Het bestemmingsplan PARK21 geeft de kaders waarbinnen ondernemers en andere partijen het gebied kunnen gaan ontwikkelen. Binnen de kaders is ook ruimte voor museale functies. Het evenemententerrein wordt groen ingericht als onderdeel van de basisstructuur van PARK21. Het overgrote deel van het jaar is hier dus sprake van een rustige, groene parkomgeving. Het bestemmingsplan geeft de mogelijkheid om hier ook evenementen te organiseren. Dit is vergelijkbaar met de situatie in het Haarlemmermeerse Bos. Ook daar is sprake van een groen stadspark waar soms op een goede manier grote en kleine evenementen georganiseerd worden. Onderhoud aan bestaande paden is niet iets waar een bestemmingsplan over gaat. Hiervoor kan direct een melding worden gedaan via https://haarlemmermeergemeente.nl/taak/direct-melden.
Conclusie: • De reactie heeft niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie 8. Indiener geeft aan dat PARK21 vergroot dient te worden vanaf Getsewoud tot aan Abbenes, Lisserbroek, Buitenkaag tot en met Leimuiden, aangezien anders het hele nog agrarische gebied dat hier nog existeert, zal worden opgeofferd aan woningbouw, datacenters, infrastructuur en bedrijventerreinen. Indiener stelt dat de gemeente alleen het ringvaartgebied beschermt en niet het laatste groene en agrarische gebied van de Haarlemmermeer. Reactie De wereld houdt inderdaad niet op bij de plangrens van PARK21. Daarom werkt de gemeente Haarlemmermeer aan de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040. In de ontwerp-omgevingsvisie geeft de gemeente aan hoe het zich de komende 20 jaar wil ontwikkelen en waarom. PARK21 vormt onderdeel van een grotere groene structuur, juist om tegenwicht te bieden aan de verstedelijking. En om ook in de toekomst ruimte te kunnen bieden aan haar inwoners om in het groen te recreëren en aan haar (agrarische) ondernemers om zich te kunnen blijven ontwikkelen. De ontwerp-omgevingsvisie is met ingang van 13 september 2021 ter visie gelegd en raadpleegbaar via https://haarlemmermeergemeente.nl/haarlemmermeervan-morgen/omgevingsvisie. In 2022 wordt de definitieve omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad.
Conclusie: • In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de relatie tussen PARK21 en de ontwerpomgevingsvisie opgenomen. Bij de totstandkoming van het voorontwerp is de inmiddels verouderde concept-omgevingsvisie gebruikt. Inspraakreactie 9. Indiener heeft 2 ideeën die passend zijn binnen PARK21. a. Een moestuin waar lokale mensen spullen kunnen afnemen tegen een vergoeding, maar niet de lasten hebben van een eigen moestuin. De moestuin wordt door derden gerund (als sociaal evenement). b. In Zwaanshoek is er een frikandellenmuur waar boerenkaas en eieren uit de muur door voorbijgangers gekocht kunnen worden. Het zou leuk zijn als de boeren uit PARK21 dat ook aanbieden. Dit moet op een plek zijn die iets dichter bij het recreatieve pad is waar mensen veel langskomen, langs het fietspad van PARK21. Het moeten mooie, groene boerenschuurtjes worden die passen in het park, die heel duidelijk en makkelijk toegankelijk zijn, en waarbij producten van de lokale boeren uit het park uit de muur getrokken kunnen worden. Daarnaast moeten klanten makkelijk kunnen betalen met hun telefoon. De schuurtjes kunnen overigens desnoods lekker gecentreerd bij elkaar. Het boerenerf opgaan is voor velen een hoge drempel en totaal niet duidelijk wie wat verkoopt op het erf. De ‘frikandellenmuur’ moet een plek in het park zijn waar men gewoon even boerenkaasje, lokaal gebrouwen wijn/bier etc.
bij elkaar kan sprokkelen tijdens een wandeling. Zo kunnen bezoekers de lokale boeren beter steunen en genieten.
Reactie a. Het is goed om te zien dat er op dit moment al mooie initiatieven voor PARK21 naar voren komen. Deze voorbeelden kunnen dienen ter inspiratie. Het bestemmingsplan geeft de kaders waarbinnen ondernemers dit soort initiatieven kunnen ontwikkelen. De gemeente faciliteert en begeleidt de ondernemers hierin. Voor meer informatie over de kansen die PARK21 biedt voor initiatieven kan contact worden opgenomen met de projectorganisatie PARK21 op https://www.park21.info/contact. b. Zie a. Conclusie: • De reactie heeft niet geleid tot aanpassingen aan het ontwerpbestemmingsplan. Inspraakreactie 10. Indiener stelt dat het perceel kadastraal bekend de gemeente Haarlemmermeer, sectie AM, nummer 1717 inclusief de toegangsweg, die vanaf de Hoofdweg tussen het crematorium en Hoofdweg 1126 naar het zuiden loopt ter toegang tot het achterliggende agrarische perceel niet juist is bestemd. Op de plankaart is deze strook ten onrechte aangemerkt als groenstrook. Verzocht wordt dan ook de agrarische toegangsweg als agrarisch te bestemmen. Reactie Het gebruik van de grond komt inderdaad niet overeen met de bestemming. In het ontwerpbestemmingsplan krijgt dit deel de bestemming ‘Agrarisch’ in plaats van de bestemming ‘Groen’.
Conclusie: • De verbeelding van het bestemmingsplan wordt aangepast voor het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AM, nummer 1717 (inclusief de toegangsweg) door de bestemming ‘Groen’ te wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch’. Inspraakreactie 11. Indiener stelt dat het perceel kadastraal bekend de gemeente Haarlemmermeer, sectie AM, nummer 1811, betreft een voormalige arbeiderswoning behorende bij de (voormalige) agrarische boerderij ‘Nollyhoeve’, niet juist is bestemd. Het gebruik van de woning en het omliggende terrein is al decennia wonen en tuin. In de plankaart is alleen het voorste gedeelte bestemd als wonen, het achterste gedeelte heeft een agrarische bestemming. Daarom wordt verzocht om het gehele kadastrale perceel Haarlemmermeer AM 1811 op de plankaart de bestemming ‘Wonen’ te geven. Reactie Het achterste gedeelte van het perceel is in het voorontwerp inderdaad bestemd als ‘Agrarisch’. Op basis van luchtfoto’s is vastgesteld dat dit gedeelte al decennialang bij het woonperceel in gebruik is en niet als agrarische grond wordt gebruikt. Daarom wordt het verzoek om dit deel te wijzigen van agrarisch in wonen (feitelijk achtererf) toegekend. Over de meest westelijke punt van dit perceel is in het voorontwerp een klein deel van de basisstructuur getekend.
Dit wordt gecorrigeerd in het ontwerpbestemmingsplan, zodat de basisstructuur niet over het woonperceel ligt. Deze aanpassing staat bij de ambtshalve wijzigingen. Conclusie: • De verbeelding van het bestemmingsplan wordt aangepast voor het perceel kadastraal bekend: gemeente Haarlemmermeer, sectie AM, nummer 1811 door de bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. • De verkeerd ingetekende basisstructuur op een deel van het woonperceel wordt in het ontwerpbestemmingsplan verwijderd. Inspraakreactie 12. Indiener wil samen met de gemeente beoordelen of zijn initiatief ‘Greennest’ passend is binnen het bestemmingsplan. Met verschillende ondernemers en onderwijsinstellingen wordt in het initiatief ingezet op samenwerken aan een ‘experience’. Hoofddoelstellingen zijn: - Inspireren om functioneel groen toe te passen - Inspiratie geven voor het gebruik en consumeren van lekkere en gezonde tuinbouwproducten.
Daarnaast zal Greennest duurzaamheid tonen en een educatieve rol vervullen; met het Nova College is de samenwerking gezocht om de leerlingen in een praktijksetting kennis te laten maken met de bovengenoemde thema’s (dit gaat om zowel opleidingen ICT als horeca, bouw, installatietechniek en duurzaamheid). Het betreft een gevarieerd ruimtelijk programma waarbij genoemde thema’s beleefd worden. Deels kan Greennest elementen van de Floriade Wereldexpo 2022 overnemen, zoals de speeltuin ‘A million friends’, die de rol en het belang van biodiversiteit voor de tuinbouw op een letterlijk speelse manier belicht met puzzels, klimtoestellen en interactieve speeltoestellen. Daarnaast vraagt indiener voor nu specifiek aandacht voor duurzame energieopwekking. Een van de mogelijkheden die op dit moment in onderzoek is, is de inzet van moderne biomeilers, die organische reststromen zoals bermmaaisel of keukenrestanten omzetten in CO2 en warmte. Gezien de complexe afvalstoffenwetgeving in Nederland is het nodig dat het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt deze reststromen op locatie te mogen omzetten in warmte en nuttige producten. Reactie Gemeente Haarlemmermeer is met verschillende ondernemende en belangstellende partijen in gesprek over de mogelijkheden binnen PARK21. De initiatieven variëren van vrij globaal tot meer uitgewerkt.
In het voorontwerpbestemmingsplan is een deel van de regeling voor PARK21 opgenomen en ter inzage gelegd. Belangrijke toetsdocumenten, zoals het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag, waren op dat moment nog in ontwikkeling. Het bestemmingsplan PARK21 met de daarbij behorende beleidsregels geeft na vaststelling het kader voor initiatieven in het plan. Dit kader is een zorgvuldig afgestemd samenspel tussen het MER, uitgevoerde omgevingsonderzoeken, vastgesteld beleid, wettelijke en juridische kaders en de ambities. Het kader is nodig om het initiatief te kunnen beoordelen in de totale context van PARK21 en het biedt initiatiefnemers duidelijkheid of en hoe initiatieven verder ontwikkeld kunnen worden. Een aantal initiatieven, waaronder de initiatieven die in deze inspraakreactie zijn genoemd, zijn door middel van een botsproef aan het voorontwerpbestemmingsplan en het concept-MER getoetst. Omdat de meeste initiatieven globaal zijn is de toetsing op hoofdlijnen gedaan. Als resultaat van deze botsproeven worden een aantal wijzigingen in de regels en de verbeelding opgenomen waarmee de mogelijkheden in het park worden verruimd. Los daarvan stellen wij de initiatiefnemer voor om in gesprek te blijven over de voorgenomen ontwikkeling.