Bijlage 2-22 Onderzoek stikstofdepositie PARK21 (aangepast 22-2-2023)
Tekst van het document
Onderzoek stikstofdepositie PARK21
projectnummer 0417636.105 definitief rev02 17 februari 2023
Onderzoek stikstofdepositie PARK21
projectnummer 0417636.105 definitief rev02 17 februari 2023
Auteurs J.J. Verhoeven MSc
Opdrachtgever Gemeente Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TX Hoofddorp
datum 17 februari 2023
beschrijving definitief
vrijgave J.J. Verhoeven MSc
Inhoudsopgave
Blz.
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Plangebied Vooronderzoek Leeswijzer
1 1 1 1 3
2
Wettelijk kader
4
3
Voorgenomen ontwikkeling
5
3.1 3.2 3.3
Algemene beschrijving voornemen Doelstellingen PARK21 Uitgevoerde berekeningen
5 7 8
4
Uitgangspunten en rekenresultaten
11
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Algemene uitgangspunten Realisatiefase prioritaire structuur Landgoedbedrijf Evenemententerrein Gebruiksfase prioritaire structuur Emissieplafonds 2030 en 2040 Omrekenfactoren
11 13 18 22 25 27 30
5
Conclusies
32
Bijlage 1 AERIUS-berekeningen
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Gemeente Haarlemmermeer werkt aan de ontwikkeling van PARK21: een park voor iedereen, met ruimte voor sport, recreatie, ontspanning, groen en landbouw. Het park met een omvang van 1.000 hectare ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en wordt een groot en gevarieerd parklandschap, openbaar toegankelijk voor publiek. Er is ruimte voor activiteiten bij de boer, allerlei soorten sport en spel, cultuur, ontspanning, een recreatieplas, groen en weides, wandel- fiets- en skatepaden, horeca, evenementen en dagrecreatie. PARK21 wordt een park voor mensen uit Haarlemmermeer, de regio en verder. Een deel van PARK21 is al vastgelegd in een bestemmingsplan en gerealiseerd. Voor de verdere ontwikkeling van PARK21 is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dat bestemmingsplan vormt de formele, juridisch-planologische vertaling om de ambities en kaders uit het Masterplan PARK21 mogelijk te maken. Vanwege de omvang van deze ontwikkeling heeft de gemeente Haarlemmermeer besloten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r. met kleine letters) te doorlopen. Voor de m.e.r. en het bestemmingsplan worden diverse milieu- en gebiedsonderzoeken uitgevoerd. Dit rapport richt zich op het thema stikstofdepositie.
1.2
Plangebied Het plangebied voor PARK21 ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Noordelijke Randweg, aan de oostzijde door de A4, aan de noordzijde door de Bennebroekerweg en aan de westzijde door de Drie Merenweg. Het gebied is ten behoeve van de oriëntatie ingedeeld in zes zones, die op onderstaande figuur zijn aangeduid. Een gedeelte van zone 1 en 2 is reeds gerealiseerd. In hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied nader toegelicht.
Figuur 1.1: Plangebied PARK21
1.3
Vooronderzoek Vanwege de veranderlijkheid van stikstofregelgeving, de situatie in Natura 2000-gebieden en het rekenprogramma AERIUS is het thema stikstofdepositie zeer lastig op het abstractieniveau van het MER en bestemmingsplan PARK21 te beschouwen. Door deze externe factoren komt het
Blad 1 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
bijvoorbeeld voor dat een sluitende stikstofbegroting een maand na dato niet meer geldig is. Daarom is er bij de publicatie van het voorontwerp bestemmingsplan en MER voor gekozen geen stikstofberekeningen bij te voegen. Gedurende de planvorming is echter wel uitgebreid onderzoek gedaan naar de manier waarop geborgd kan worden dat de transformatie van PARK21 geen toename van stikstofdepositie tot gevolg heeft. In deze paragraaf worden de gezette stappen op hoofdlijnen beschreven om een introductie te geven op de rekenresultaten die in dit onderzoek worden gepubliceerd. Eerste berekeningen m.b.t. MER-varianten In februari 2021 zijn de eerste berekeningen voor PARK21 uitgevoerd. In deze berekening zijn voor de ‘basisvariant’ (2030) en de ‘maximale variant’ (2040)1 zeer worst case aannames gedaan in een verkennende stikstofberekening. Met deze uitgangspunten werden bijdragen op overbelaste hexagonen van stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden (hierna: N2000 hexagonen) berekend. Op basis van deze eerste rekenresultaten is geconcludeerd dat significant negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden waarop depositie plaatsvindt niet zonder meer kunnen worden uitgesloten. Er is toen geadviseerd om de uitgangspunten van het plan aan te passen om zo tot lagere deposities te komen.
Ter inzage legging voorontwerp bestemmingsplan en concept MER In juni 2021 is het voorontwerp BP met concept MER door de gemeente Haarlemmermeer gepubliceerd. In het concept MER is het volgende geconcludeerd ten aanzien van stikstofdepositie: “In PARK21 worden initiatieven gerealiseerd die stikstofemissies veroorzaken. Tegenover deze emissietoename staat een emissiereductie, als gevolg van het uit productie halen van agrarische grond. Op basis van verkennende berekeningen is de verwachting dat deze saldering, bij de uitgangspunten voor de basisvariant en de maximale variant, onvoldoende is om toename van stikstofdepositie op overbelaste habitats te voorkomen. De bijdragen zijn naar verwachting klein en dus mogelijk ecologisch niet relevant, maar veel Natura 2000-gebieden zijn overbelast zodat ecologisch beoordeeld dient te worden of significant negatieve effecten (op voorhand) kunnen worden uitgesloten. Deze voorlopige resultaten geven aanleiding om in de uitwerking van de plannen voor PARK21 nadrukkelijk aandacht te besteden aan het aspect stikstofdepositie (zie aanbevelingen en MER deel C).” Het plan is mede (maar niet uitsluitend) door de stikstofberekening aangepast op de volgende punten: • Het verplicht stellen van aardgasloze ontwikkelingen. Dit levert een significante reductie op van de stikstofuitstoot van de toekomstige bedrijven.
• Het beperken van de maximale milieucategorie. Hoewel de stikstofemissie van een bedrijf niet per definitie wordt bepaald door de milieucategorie ervan, kan in algemene zin gesteld worden dat zwaardere bedrijvigheid een hogere stikstofemissie (NO x) heeft. In PARK21 worden slechts enkele bedrijven verwacht met een milieucategorie van 3.1 of hoger. • Het beperken van de leisurelaag tot maximaal 20% van de totale oppervlakte, resulterend in 220 hectare bruto parkkamers waar leisure-ontwikkelingen mogelijk zijn. Hierbij wordt een verhouding van 2/3 ontwikkelruimte tegenover 1/3 ruimte voor landschappelijke inpassing aangehouden. Dit levert in totaal 145 hectare ontwikkelruimte op voor leisure en ondersteunende voorzieningen. Op basis van de verkennende berekeningen, die voorafgaand aan de publicatie van het voorontwerp zijn uitgevoerd, is beoordeeld dat een stikstofneutrale ontwikkeling van PARK21 mogelijk is. Hiervoor zal stikstofemissie gereduceerd worden door het uit productie halen van agrarische grond. De emissiereductie creëert voldoende stikstofdepositieruimte om de 1
Zie hoofdstuk 3.
Blad 2 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
ontwikkeling van PARK21 mogelijk te maken. Vanwege het organische karakter van het plan, is het echter niet te zeggen waar de grens ligt. Type, omvang en benodigde installaties van leisureinitiatieven bepalen uiteindelijk de stikstofemissie. Daarom is geadviseerd om een emissieplafond vast te leggen, zodat binnenplans kan worden gezorgd voor (evenwichtige) verdeling van de stikstofruimte, terwijl de planregels tevens borgen dat het plan als geheel geen toename van stikstofdepositie veroorzaakt. Gevoeligheidsanalyse (september 2021) Na de 5 km uitspraak van de Raad van State2 is een nieuwe stikstofdepositieberekening uitgevoerd. In deze berekening zijn de emissies voor wegverkeer berekend met de rekenmodule OPS i.p.v. de gebruikelijke rekenmodule SRM-2 (omdat deze de emissie van wegverkeer op meer dan 5 km van de wegbron niet meer bij de berekening voor stikstofdepositie betrekt). Doel van deze berekening is het bepalen van de grenzen waartegen de transformatie van PARK21 kan aanlopen in het kader van stikstofdepositie. Geconcludeerd is dat het emissieplafond lager moet liggen dan wat bij een reëel maximale invulling van het planvoornemen wordt geproduceerd. Dit is echter geen grote belemmering voor de ontwikkeling, omdat ook met een lager emissieplafond er voldoende ontwikkelruimte beschikbaar is om de ontwikkeling van de prioritaire structuur mogelijk te maken.
Er is daarom voor gekozen om dit emissieplafond te berekenen en vast te leggen in het bestemmingsplan, met daarnaast een beleidsregel die toe ziet op een evenwichtige verdeling van de emissieruimte binnen PARK21. Afronding onderzoek (december 2022 en februari 2023) Eind 2022 zijn de uitgangspunten van de berekeningen geactualiseerd aan de hand van de meest actuele inzichten en datgene wat in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Twee direct bestemde ontwikkelingen (een landgoedbedrijf en een evenemententerrein) zijn nader beschouwd en de emissieplafonds zijn opnieuw berekend. De omrekenfactoren om flexibiliteit binnen het emissieplafond te bieden zijn nu ook exact bepaald. De bedoeling was om bij deze actualisatieslag ook de nieuwste versie van AERIUS Calculator (versie 2022) te gebruiken. Deze versie is uitgesteld naar 26 januari 2023. Direct daarna zijn alle berekeningen opnieuw uitgevoerd met de actuele AERIUS Calculator. Een aantal omrekenfactoren wijzigt hierdoor marginaal. De eerder bepaalde emissieplafonds en conclusies over het al dan niet optreden van stikstofdepositie worden door de geactualiseerde berekeningen ondersteund.
1.4
Leeswijzer Dit rapport bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgen: • Hoofdstuk 2, waarin het wettelijk kader beschreven is, • Hoofdstuk 3, waarin de voorgenomen ontwikkeling en te onderzoeken varianten beschreven zijn, • Hoofdstuk 4, dat de uitgangspunten en rekenresultaten bevat, en • Hoofdstuk 5, waarin de conclusies zijn samengevat. De AERIUS-berekeningen zijn als bijlagen toegevoegd.
2
Zie hoofdstuk 2.
Blad 3 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. De Wnb, onderdeel gebiedsbescherming, biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Het kan daarbij zowel activiteiten binnen als buiten het betreffende Natura 2000-gebied betreffen. Het regime voor Natura 2000 kent een zogenaamde externe werking, waardoor ook moet worden bezien of activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, negatieve effecten kunnen hebben op de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. Het is verplicht om plannen te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). Bij plannen dient in een oriënterende fase onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg. Als een plan (of de wijziging van een plan) op zichzelf zelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat het plan qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Als een plan (of de wijziging van een plan) op zichzelf leidt tot een toename van stikstofdepositie, maar vergeleken met de referentiesituatie er geen toename is van stikstofdepositie, dan zijn er eveneens geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
In de twee genoemde situaties staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) dan niet in de weg. Rekenprogramma De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het bij projecten verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2022). Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma AERIUS Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats.
Blad 4 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
3
Voorgenomen ontwikkeling
3.1
Algemene beschrijving voornemen Met PARK21 maakt Haarlemmermeer een groot en gevarieerd landschap om te recreëren, te verblijven en te ondernemen, voor nu en in de toekomst. PARK21 is de nieuwe achtertuin voor bewoners, een bijzondere schakel in de regionale groenstructuur, een nieuw landschap, een manier om Haarlemmermeer en haar cultuurhistorie méér gezicht te geven. Realisatie gebeurt ten dele traditioneel door de gemeente en voor een belangrijk deel in samenwerking met initiatiefnemers. De overheid faciliteert, geeft kaders mee en nodigt initiatiefnemers uit om met concrete plannen te komen. Zo groeit het park organisch richting het indicatieve eindbeeld. Het park wordt opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen vullen elkaar aan, lopen in elkaar over, maar verschillen ook duidelijk. • De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw. • De parklaag is een toegankelijke recreatieve groenstructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21.
Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en is ruimte voor sport, spel en voorzieningen, maar vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. • De leisurelaag biedt (commerciële) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. Drie sferen PARK21 bestaat uit drie sferen die van west naar oost verschillen. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart; in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de landbouw de sfeer en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en polderlaag prominent aanwezig. Binnen het park verkleurt de verhouding tussen de drie lagen van west naar oost. In zone 1 en 2 ligt de nadruk op de parklaag met daarbinnen kleinere parkkamers en een centrumgebied rondom de recreatieplas en het parkhart. De nadruk ligt op (water)sport en ontspanning en recreatie met een lokaal/regionaal bezoekersprofiel. In zone 3 en 4 is de polderlaag omvangrijker en ligt in de leisurelaag de nadruk op innovatie, educatie, ontspanning en cultuur. Verder naar het oosten worden de parkkamers groter en vergroot het verzorgingsgebied steeds verder van lokaal naar nationaal.
In zone 5 is ook ruimte voor leisurefuncties met een groot nationaal verzorgingsgebied. Deze functies kunnen ook in deeltijd aanwezig zijn, zoals bij een evenementenlocatie. In zone 6 is met name landbouw in de polderlaag aanwezig.
Blad 5 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 3.1: Streven zonetypering PARK21
Prioritaire structuur PARK21 is als park een verbindende groenstructuur met de prioritaire structuur van minimaal 175180 hectare als groen/blauwe ruggengraat met een ambitie om door te groeien tot een parklaag van circa 360 hectare. De prioritaire structuur geeft invulling aan de minimale doelstellingen en ambities achter PARK21. Het realiseert de groenblauwe oost-west verbinding en een kwalitatief verblijfsgebied dat Nieuw Vennep en Hoofddorp verbindt. Het nodigt uit om vanuit de kernen het park en polderland te verkennen en biedt plaats aan een robuust toekomstbestendig watersysteem. Dit komt alleen tot wasdom als de prioritaire structuur als aaneengesloten gebied wordt gerealiseerd van voldoende kwaliteit. Door het inrichten van de prioritaire structuur wordt een vrij openbaar toegankelijke, recreatieve, parkomgeving gecreëerd met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde. Er ontstaat dynamiek omdat mensen uit Haarlemmermeer er graag recreëren. De dynamiek vormt een potentieel voor nieuwe ondernemers (zowel profit als non-profit). Met de komst van de ondernemers ontstaat de basis voor een verdere versterking en groei van het park. De prioritaire structuur verbindt op deze wijze de parklaag met de leisurelaag. In de onderstaande figuren is de prioritaire structuur indicatief weergegeven.
Om deze in samenhang en aaneengesloten te kunnen ontwikkelen heeft de gemeente Haarlemmermeer diverse posities minnelijk verworven, namelijk: • zone 1 (reeds gerealiseerde deelgebied 1), • zone 3 (locatie Groot Vennep), • zone 5 (locatie MeerGrond) • zone 6 (locatie PARKlanden). In zones 2 en 4 zijn nog noordelijke en zuidelijke varianten mogelijk.
Blad 6 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 3.2: Indicatieve prioritaire structuur (boven), met opties voor zone 2 (links, boven optie 2A, onder optie 2B) en zone 4 (rechts, boven optie 4A, onder optie 4B)
3.2
Doelstellingen PARK21 Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; • het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw; • het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale, nationale en wellicht internationale bezoekers;
Blad 7 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
•
een voorbeeld project op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied om klimaatveranderingen, verzilting en voldoende zoetwater het hoofd te kunnen blijven bieden in de toekomst. De ambitie en de opgave om park-, polder-, en leisurelaag te realiseren zijn vertaald in nadere doelstellingen als richtkader voor onder andere het MER-onderzoek. De doelstellingen zijn in de volgende alinea’s verwoord, waarbij onderscheid is gemaakt in een hoofddoelstelling en nevendoelstellingen. De hoofddoelstelling voor PARK21 is: PARK21 realiseert een parklaag als grootschalige groenvoorziening tussen Hoofddorp en NieuwVennep, die bestaat uit minimaal 175-180 hectare prioritaire, openbaar vrij toegankelijke groenstructuur. Dit hoofddoel van PARK21 verbindt een tweetal nevendoelstellingen die randvoorwaardelijk zijn voor een evenwichtige, toekomstbestendige en volwaardige transformatie naar een multifunctioneel recreatief gebied. Deze nevendoelstellingen zijn: • De polderlaag biedt perspectief voor transitie van de landbouw zodat de landbouwsector in PARK21 ook op de lange termijn een belangrijke plek kan behouden. • De leisurelaag biedt een duurzame stimulans voor het doorgroeien van PARK21. De volledige doelstellingen zijn opgenomen in het hoofdrapport van het MER.
3.3
Uitgevoerde berekeningen In deze rapportage wordt verslag gedaan van de volgende berekeningen: 1. Realisatie prioritaire structuur (paragraaf 4.2) 2. Realisatie Landgoedbedrijf (paragraaf 4.3) 3. Gebruik Landgoedbedrijf (paragraaf 4.3) 4. Gebruik Evenemententerrein (paragraaf 4.4) 5. Gebruik prioritaire structuur (paragraaf 4.5) 6. Emissieplafond 2030 (paragraaf 4.6) 7. Emissieplafond 2040 (paragraaf 4.6) 8. Berekening benodigde emissieruimte voor verkeerstoename (paragraaf 4.6) 9. Omrekenfactoren (paragraaf 4.7) In de verslaglegging is grofweg aangesloten bij de volgorde van ontwikkelingen in PARK21. Daarin wordt primair een prioritaire structuur (parklaag) gerealiseerd (berekening 1), waarbinnen ruimte ontstaat voor (leisure)functies. In de parkkamers binnen deze structuur worden deelontwikkelingen mogelijk gemaakt, in beginsel een landgoedbedrijf en een evenemententerrein (berekeningen 2 tot en met 4). Deze deelontwikkelingen gezamenlijk geven invulling aan het voornemen van PARK21. De gevolgen van dit voornemen zijn op kortere termijn concreet te bepalen (berekening 5), maar op de langere termijn wordt gewerkt met emissieplafonds om goed om te kunnen gaan met organische ontwikkeling (berekeningen 6 en 7). Om dit emissieplafond voor kavelgebonden emissies te kunnen toepassen is het van belang om de benodigde emissieruimte voor verkeerstoename te bepalen (berekening 8).
En om later in de ontwikkeling flexibiliteit te behouden zijn omrekenfactoren wenselijk (berekening 9). In de volgende alinea’s zijn de uitgevoerde berekeningen kort toegelicht. In hoofdstuk 4 zijn de uitgangspunten en resultaten uitvoeriger per berekening beschreven.
Blad 8 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Realisatiefase prioritaire structuur (berekening 1) De aanleg van de prioritaire structuur van ca. 180 hectare is een concreet voornemen met een proces van meerdere jaren. Met berekening 1 is de bijdrage aan stikstofdepositie door deze fase bepaald. Hierin is zowel de realisatie van de parklaag als van de bebouwing beschouwd. Direct bestemde ontwikkelingen (berekeningen 2, 3 en 4) In het bestemmingsplan PARK21 worden twee activiteiten planologisch direct mogelijk gemaakt: een evenemententerrein ter plaatse van het baggerdepot in zone 5, met parkeergelegenheid in zone 6, en een landgoedbedrijf in zone 3. Voor beide ontwikkelingen moet afzonderlijk het stikstofdepositie-effect in beeld worden gebracht in het kader van de Wet natuurbescherming. Er zijn daarom berekeningen uitgevoerd voor de gebruiksfase en de realisatiefase van het Landgoedbedrijf. Voor de gebruiksfase van het evenemententerrein is bepaald welk jaarlijks emissieplafond geldt voor alle evenementen. De realisatiefase van het evenemententerrein is deel van de inrichting van de parklaag en is dus in de voor de realisatie van de prioritaire structuur uitgevoerde berekening opgenomen. De op- en afbouw van evenementen is onderdeel van de gebruiksfase voor deze activiteit.
Figuur 3.3: Globale ligging Park21 (licht blauwe stippellijn), plangebied Landgoedbedrijf Klein Vennep en plangebied evenemententerrein.
Gebruiksfase prioritaire structuur in cumulatie (berekening 5) De eerste fase van het voornemen van PARK21 is de aanleg van de prioritaire structuur met daarin een parklaag, de direct bestemde ontwikkelingen en enkele andere leisurefuncties. Gezamenlijk vormt dit de basis voor de verdere ontwikkeling van PARK21 en worden hiermee de minimale doelstellingen voor de gebiedstransformatie behaald. Voor alle ontwikkelingen die later worden
Blad 9 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
toegevoegd in parkkamers geldt dat deze moeten voldoen aan de stikstofregels in het bestemmingsplan die borgen dat er geen stikstofdepositie ontstaat door deze doorontwikkeling van PARK21. De cumulatieve stikstofeffecten van de ontwikkelingen die zijn voorzien binnen de prioritaire structuur zijn gezamenlijk beschouwd om de haalbaarheid van het plan aan te tonen. Emissieplafonds 2030 en 2040 (berekeningen 6, 7 en 8) In het MER worden twee planvarianten onderscheiden: een basisvariant en een maximale variant. De basisvariant bestaat uit de prioritaire structuur inclusief ontwikkelruimte voor initiatieven. De realisatie van dit deel van het voornemen is voor 2030 voorzien en wordt in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt met een omgevingsvergunningenstelsel. Omdat de transformatie, los van de prioritaire structuur, nog onzeker is, zowel qua verloop als qua invulling, zijn er tal van eindbeelden mogelijk. Er wordt daarom met een emissieplafond gestuurd op het voorkomen van stikstofdepositietoename in Natura 2000-gebieden. Met de maximale variant wordt in het MER een indicatieve maximale invulling van PARK21 in 2040 onderzocht die aansluit bij de doelstellingen van PARK21.
Doorgroei naar deze maximale invulling is nog onzeker, omdat er bijvoorbeeld maatregelen moeten worden getroffen aan het verkeersnetwerk en er voldoende agrarische grond moet transformeren naar park- en leisurelaag. Om ook voor de doorgroei van PARK21 stikstofdepositietoename te voorkomen is een emissieplafond 2040 bepaald. De emissieplafonds gelden voor alle activiteiten op de kavel, omdat daarop ook te sturen is. Stikstofemissie buiten de kavel – als gevolg van verkeersgeneratie door een nieuwe functie – is juridisch-planologisch niet goed te beperken. Er is daarom bepaald hoeveel emissieruimte moet worden gereserveerd om te salderen met de emissies door verkeer. Omrekenfactoren (berekening 9) Berekening 93 is noodzakelijk om binnen PARK21 de ontwikkelruimte te kunnen verdelen tussen verschillende zones. Een emissie van 1 kg NH3 in zone 1 heeft een andere gevolg voor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden dan een emissie van 1 kg NH3 in zone 4, vanwege het verschil in afstand tot Natura 2000-gebieden. Met berekening 9 is de relatie tussen emissie per zone en stikstofdepositie vastgelegd. Dit is met name voor monitoring en vergunningverlening relevant.
3
Omdat per zone en per emissie-eenheid twee AERIUS-berekening noodzakelijk zijn om het exacte kantelpunt te bepalen bestaat “berekening 9” in feite uit 20 berekeningen. Omdat deze 20 berekeningen tot één resultaat leiden, namelijk de omrekentabel, wordt gesproken van één “berekening 9”.
Blad 10 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
4
Uitgangspunten en rekenresultaten
4.1
Algemene uitgangspunten De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is berekend met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2022). Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats. In de berekeningsuitdraaien van AERIUS Calculator worden zowel alle invoergegevens als alle resultaten weergegeven. In deze berekening zijn de emissies voor wegverkeer berekend met de rekenmodule OPS i.p.v. de gebruikelijke rekenmodule SRM-2 (omdat deze de emissie van wegverkeer op meer dan 5 km van de wegbron niet meer bij de berekening voor stikstofdepositie betrekt). Voor emissie als gevolg van de ontwikkeling geldt dat de emissie is gemodelleerd is met behulp van sector 'Industrie - Overig'. Hierbij zijn standaard bronkenmerken aangehouden (22 m uittreedhoogte, 0,280 WM warmte-output en 11 m spreiding). Voor emissie die wegvalt als gevolg van het beëindigen van de bemesting is gemodelleerd met behulp van de sector 'Landbouw Landbouwgrond - Mestaanwending - Dierlijke mest'. Hierbij bepaalt AERIUS calculator automatisch de bronkenmerken.
De berekeningen zijn gericht op het onderzoeken van het verschil tussen de huidige en toekomstige situatie voor verschillende scenario’s. In de huidige situatie is het plangebied grotendeels in agrarisch gebruik. Een onderdeel van dat gebruik is bemesting, waardoor ammoniak (NH3) uitdampt. Dit zorgt voor stikstofdepositie. In de toekomstige situatie wordt grond uit agrarische productie genomen en gestopt met de bemesting. In plaats daarvan komen emissies van de beoogde ontwikkeling, zoals bedrijfsemissies en verkeersemissies. Indien deze nieuwe emissies (zowel stikstofoxiden NOx als ammoniak NH3) niet leiden tot een bijdrage van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (daar waar sprake is van een hexagoon met een [naderende] overbelasting), geldt dat er door PARK21 geen significante negatieve gevolgen zijn voor Natura 2000-gebieden. Emissiekengetal agrarisch gebruik Tegenover de toegenomen stikstofdepositie door de aanleg van PARK21, staat een reductie door het uit productie halen van landbouwgrond. Op deze grond wordt uitgegaan van bemesting conform de stikstofgebruiksnormen van het Ministerie van LNV4. Om bodemziekten te voorkomen en de bodemvruchtbaarheid en -structuur te verbeteren wordt in de akkerbouw vruchtwisseling toegepast. Op basis van de in het plangebied gehanteerde vruchtwisseling is een kengetal per hectare bepaald5.
Voor een goede vruchtwisseling wordt een vruchtwisselingsschema gebruikt, waarbij de gewassen in groepen worden ingedeeld, aangegeven wordt welke gewassen na elkaar komen en een bepaalde cyclus of rotatie wordt aangehouden. In een groep zitten de gewassen die vatbaar zijn 4 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2022-10/Tabel-2-Stikstof-landbouwgrond-2022-2.pdf
5
In een eerdere versie van dit onderzoek (bij het ontwerp bestemmingsplan) werd aangesloten bij de stikstofgebruiksnorm voor pootaardappelen (lage norm – 100 kg N/ha). Dit was een behoudend uitgangspunt omdat dit een relatief lage norm is. Na nader onderzoek is besloten een kengetal te bepalen op basis van wisselteelt, omdat dit in het plangebied wordt toegepast en het kengetal daarmee een betere benadering van de werkelijkheid geeft.
Blad 11 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
voor dezelfde ziekten, zoals granen. De gangbare cyclus bestaat uit vier jaren teeltplan. Een veel gebruikte vruchtwisseling is 1 op 4, waarin aardappelen, granen, suikerbieten en overige teelten (bijvoorbeeld bollen, graszaad, wortels, uien of sla) elkaar vaak opvolgen. Representatieve stikstofgebruiksnormen zijn voor handen voor pootaardappelen, consumptieaardappelen wintertarwe, suikerbieten en uien. Deze kennen normen van respectievelijk 100, 225, 245, 150 en 120 kg N/hectare. Met een vruchtwisseling met wintertarwe (245 kg N/ha), suikerbieten (150 kg N/ha), pootaardappelen (100 kg N/ha) en uien (120 kg N/ha) komt de gemiddelde jaarlijkse stikstofgebruiksnorm op 153,75 kg N/ha. Als consumptieaardappelen worden geteeld in plaats van pootaardappelen komt het gemiddelde op 185 kg N/ha/jaar. Uitgaande van 153,75 kg N/ha als conservatief uitgangspunt en 4,04 kg N per ton mest, komt dit neer op iets meer dan 38 ton mest per hectare per jaar. Dit heeft een emissie van 11,16 kg NH3/ha/jaar. Voor de grond die uit productie wordt genomen is voor de berekening de aanname gedaan dat 90% van de totale grond ook daadwerkelijk in gebruik is als landbouwgrond waarop mest kan worden uitgereden. Dit getal komt voort uit ambtelijke inzichten over het huidig gebruik, opgedaan op basis van verkenningen van deelprojecten.
Het resulterende kengetal voor de stikstofreductie per hectare uit productie genomen landbouwgrond is 10,05 kg NH3/ha/jaar. Voor het kengetal is alleen rekening gehouden met de uitstoot door het toepassen van mest. Het gebruik van verbrandingsmotoren in tractoren en ander materieel dat past bij het (akkerbouw)bedrijf is niet betrokken in deze berekening. Voor agrarisch gebruik bij akkerbouw is de bandbreedte voor het aantal draaiuren tussen de 600 en 1250 uur. De 1250 draaiuren per jaar geldt voor loonwerkers en 600 draaiuren geldt voor een gemiddeld bedrijf. Een gemiddeld akkerbouwbedrijf is ongeveer 60 hectare groot. Daarmee ontstaan 10 draaiuren per jaar per hectare en ongeveer 1,7 kg NOx per jaar emissie. Gezien de onzekerheid van het aantal draaiuren bij de bedrijfsvoering van de huidige bedrijven en de wisselende aard en omvang is het aantal draaiuren buiten beschouwing gelaten in de berekening. Daarmee wordt een conservatief uitgangspunt gehanteerd. Emissie bedrijfsmatige bronnen Er is slechts beperkte informatie beschikbaar over relevante emissiefactoren voor industriële en bedrijfsmatige bronnen, zeker als het om onderverdeling naar bedrijf (per SBI-code) of milieucategorie gaat. Dit is niet geheel onverklaarbaar, daar geen enkel bedrijf (ook als het een bedrijf uit dezelfde SBI categorie betreft) dezelfde emissies heeft.
Voor de industriële emissies is echter wel informatie beschikbaar in de databank van het CBS. Voor de invloed van de bedrijven op de stikstofdepositie is gekeken naar de emissies van de stoffen NOx en NH3. Deze stoffen kunnen onder meer vrijkomen bij productieprocessen en zullen veelal naar de buitenlucht worden afgevoerd via schoorstenen of afzuiginstallaties. Ook het in werking hebben van mobiele werktuigen met verbrandingsmotor (o.a. heftrucks) leidt tot een emissie van deze stoffen. Om te komen tot voor het onderzoek bruikbare emissiekentallen per milieucategorie is uitgegaan van de totale emissie van NOx en NH3 in Nederland zoals opgenomen in de databank van het CBS als gevolg van (industriële) bedrijfsactiviteiten en mobiele bronnen. Op basis van deze gegevens is vervolgens een emissie-aandeel per milieucategorie bepaald. Ook is bekend (op basis van de jaarlijkse inventarisatie van bedrijventerreinen) wat het totale oppervlak aan bedrijventerreinen is in Nederland. Door deze laatste gegevens te combineren met de emissie-aandelen per milieucategorie wordt aldus per stof en per milieucategorie een emissiekengetal, uitgedrukt in kilogram per hectare per jaar verkregen. Voor categorie 3 bedrijven wordt een kengetal van 131 kg NOx/ha/jaar en 5 kg NH3/ha/jaar en voor categorie 2 bedrijven een kengetal van 98 kg NOx/ha/ja en 0 kg NH3/ha/ja gehanteerd.
Omdat binnen de milieucategorieën de stikstofemissies per
Blad 12 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
bedrijfstype flink uiteen kunnen lopen, wordt hierna met “milieucategorie 2” bedoeld: “vergelijkbare stikstofemissie met het emissiekental voor milieucategorie 2 bedrijvigheid”. Idem voor milieucategorie 3. In PARK21 moeten (en kunnen) alle ontwikkelingen aardgasvrij zijn. Omdat er geen verbranding plaats vindt, wordt de stikstofemissie van toekomstige ontwikkelingen sterk beperkt ten opzichte van de kengetallen. Dit geldt voor de bebouwing, maar niet per se voor buitenactiviteiten en bijvoorbeeld aggregaten, mobiele werktuigen of houtvuurtjes en barbecues (bijvoorbeeld op een camping). Er kan van een aanzienlijke reductie van de bovenstaande kengetallen worden uitgegaan. Er is uitgegaan van een behoudende reductiefactor van 40% om dit te reflecteren. Verkeersgeneratie Het verkeer in de huidige situatie is bij deze berekeningen buiten beschouwing gelaten. Ten aanzien van het verkeer in de toekomstige situatie geldt dat het is meegenomen op basis van het door de opdrachtgever aangeleverde verkeersmodel. De uitgangspunten en rekenresultaten zijn beschreven in het verkeersonderzoek6. Dit verkeersonderzoek gaat uit van hogere aantallen verkeer dan daadwerkelijk zullen worden geproduceerd door PARK21. Naar aanleiding van het MER is de ontwikkelruimte in PARK21 beperkt ten opzichte van de oorspronkelijke uitgangspunten voor het verkeersonderzoek.
Voor de eerste fasen van de ontwikkeling is er bovendien nog geen sprake van volledige invulling van de ontwikkelruimte. Door wel met alle verkeersgeneratie te rekenen wordt een behouden uitgangspunt gekozen. Voor rekenjaren tot 2030 wordt uitgegaan van de delta tussen de verkeersmodellen 2030 autonoom en 2030 prioritaire structuur (basisvariant). Voor 2040 wordt uitgegaan van de delta tussen de verkeersmodellen 2040 autonoom en 2040 maximale variant. Het verkeer is meegenomen tot de dichtstbijzijnde provinciale weg of rijksweg, waar het verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen. Dit is aan de noordwestzijde de N205 en aan de zuidoostzijde de A4.
4.2
Realisatiefase prioritaire structuur Hoewel in deze paragraaf diverse getallen tot twee cijfers achter de komma worden genoemd, is een belangrijke noot dat er geen volledige nauwkeurigheid wordt beoogd. Een afwijking van bijvoorbeeld 0,02 mol/ha/jaar is ecologisch (mogelijk) relevant. Vanwege de onzekerheid rondom de ontwikkeling van PARK21 is het niet mogelijk een gedetailleerde berekening uit te voeren van de stikstofdepositie in de realisatiefase. Daarom is op basis van onderbouwde aannames een beeld gevormd van de effecten. Dit is gedaan met een AERIUS-berekening voor de realisatiefase van de prioritaire structuur. Op basis van deze berekening kunnen ook conclusies worden getrokken over de aanleg van de maximale variant. De aanpak is vertaald in een analyse van de juiste uitgangspunten voor de berekening. Met deze onderbouwde uitgangspunten is een berekening uitgevoerd van het stikstofdepositie-effect tijdens de aanlegfase. Emissie grondwerkzaamheden Voor de stikstofdepositieberekening is gebruik gemaakt van aannames voor het deelproject Groot Vennep in zone 3 van PARK21. Dit project is voldoende vergevorderd om aannames te doen over het voor de aanleg benodigde materieel. Voor het aantal hectares dat wordt ingericht is op basis 6
Verkeersonderzoek PARK21 – Verkeerskundige analyse t.b.v. MER onderzoek, Goudappel Coffeng, 31 maart 2021, R1.03.
Blad 13 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
van deze aannames een aantal draaiuren en verkeersbewegingen gemodelleerd, zoals opgenomen in onderstaande tabel: Tabel 4.1: Uitgangspunten grondwerkzaamheden landinrichting toelichting rupskraan ontgraven dumper intern vervoer rupskraan verwerken (asfalt)vrachtauto's shovel wals asfaltset kraan trekker met wagen trekker met bomenpaal boor trekker met waterwagen
250m3/uur 4 stuks 10m3 bij kranen 250m3/uur 2 vrachten per uur [profileren van banen] verdichten zand en korrel incl walsen etc mobiele kraan voor plantgaten lokale trekker met platte wagen voor bijrijden planten en palen lokale trekker met gatenboor (voor palen of plantgaten) 10x2 dagen watergeven na planten
Per hectare 22,44 89,78 23,32 6,18 0,48 0,88 0,48 9,77 9,77
uur uur uur uur uur uur uur uur uur
5,98 3,20
uur uur
Om de technologische ontwikkeling in materieel te reflecteren wordt gebruik gemaakt van kengetallen voor materieel van 2019 en jonger, dat voldoet aan de huidige eisen (Stage V). Dit relatief jonge materieel is gekozen omdat de looptijd van de realisatie tot 2030 duurt. In 2030 is materieel uit 2019 niet jong en representatief meer. Op basis van deze uitgangspunten ontstaat een emissie van 13,8 kg NOx en 0,56 kg NH3 per hectare grondwerkzaamheden. Indien materieel en transport elektrisch wordt aangedreven wordt de stikstofemissie zelfs verwaarloosbaar. Trends wijzen uit dat de bouwsector die kant op beweegt: er is inmiddels groot materieel voor groot grondwerk geëlektrificeerd. De verwachting is ook dat regelgeving ten aanzien van uitstoot aanzienlijke reducties gaat eisen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van 2030 ten aanzien van de stikstofemissie. Emissie bouwwerkzaamheden Op een vergelijkbare wijze is met behulp van kengetallen voor bouwen een emissie per hectare parkkamer en ontwikkelruimte in de linten bepaald. Er is aangesloten bij het kengetal voor de bouw van flats zonder parkeergarage, gebruik makend van werktuigen stage 4 (2014) en vrachtwagens Euro VI (2013). Het kengetal is daarmee 101 kg NOx en 0,2 kg NH3 per hectare ontwikkelruimte.
Er is geen kengetal beschikbaar voor de specifieke bouwprojecten die in PARK21 zijn voorzien, of voor de bouw met schoner materieel. Bovendien zal naar verwachting niet alle ontwikkelruimte worden bebouwd. Deels omdat niet duidelijk is of de maximale ontwikkelruimte voor leisure wordt benut en deels omdat er niet altijd sprake zal zijn van bebouwing. Een voorbeeld zijn de reeds in deelgebied 1 gerealiseerde functies als klimpark, rugby en e-motercross. Dit zijn functies met nauwelijks bebouwing en nauwelijks bouwtijd. Het gebruikte kengetal overschat dan ook de effecten van de in PARK21 verwachte bouwprojecten.
Blad 14 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 4.1: Uit het BKP Leisure, als uitgangspunt gehanteerd voor de realisatie van een parkkamer. De 145 hectare leisurevoorzieningen bedraagt zowel de buitenruimte functie als het gebouw.
Werkverkeer aanlegfase Op basis van de aannames voor deelproject Groot Vennep wordt geconcludeerd dat 58,4 lichte en 12,4 zware verkeersbewegingen benodigd zijn per hectare grondwerkzaamheden. Deze aantallen worden overgenomen voor de bouwfase. Emissiereductie door beëindiging huidig gebruik Tegenover de toegenomen stikstofdepositie door de aanleg van PARK21, staat een reductie door het uit productie halen van landbouwgrond. Logischerwijs is minimaal eenzelfde omvang in hectares uit productie op het moment dat daar sprake is van werkzaamheden. Op deze grond wordt uitgegaan van bemesting conform de stikstofgebruiksnormen van het Ministerie van LNV. Op basis van de uitgangspunten in de vorige paragraaf wordt een emissiekengetal van 10,05 kg NH3/ha/jaar gehanteerd voor de uit productie te nemen grond. Duur van de aanlegperiode Binnen PARK21 wordt voor de realisatiefase een spoorboekje aangehouden, waarbij het eerste jaar (groeiseizoen) het (basis)grondwerk wordt uitgevoerd en ingezaaid met groenbemester. Het tweede jaar wordt het park afgebouwd en het groen, de wegen e.d. gerealiseerd (en waar nodig hoogte accenten verder versterkt worden). Er wordt in de basis vanuit gegaan dat het park na 3 jaar gebruikt kan worden als park.
De leisurevoorzieningen kunnen naar verwachting na het tweede jaar (dus in het derde jaar) starten met bouwen, terwijl de laatste werkzaamheden aan het park verricht worden. Als (conservatief) uitgangspunt wordt gehanteerd dat een perceel dat wordt heringericht drie jaar uit productie is voor het in gebruik wordt genomen: een jaar voor het basisgrondwerk, een jaar voor inrichting en een jaar voor bouw en afronding van de leisurevoorzieningen.
Blad 15 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel 4.2: Samenvatting uitgangspunten
Emissies grondwerkzaamheden landinrichting
Emissie bouwwerkzaamheden leisure
Huidige emissie door agrarisch gebruik
Onderbouwing
Duur
Emissie per hectare per jaar 6,9 kg NOx 0,28 kg NH3
Verkeersbewegingen per hectare (per jaar)
Gebaseerd op benodigde materieel voor Groot-Vennep, 13,8 kg NOx, 0,56 kg NH3 per hectare Gebaseerd op kengetal voor bouw van flats zonder parkeergarage, 101 kg NOx en 0,2 kg NH3 per hectare ontwikkelruimte 10,05 kg NH3/ha/jaar, gebaseerd op wisselteelt wintertarwe, suikerbieten, pootaardappelen en uien, 90% van de grond in gebruik als landbouwgrond.
Twee jaar
Eén jaar
101 kg NOx 0,2 kg NH3
58,4 licht 12,4 zwaar
Uit productie gedurende drie jaar
10,05 kg NH3
58,4 licht 12,4 zwaar
58,4 licht 12,4 zwaar
Berekening aanlegfase In AERIUS wordt stikstofdepositie berekend per jaar. De duur van de aanlegfase speelt daarom een rol bij de resultaten. Dit is niet op voorhand voor de gehele ontwikkeling exact te bepalen. De verwachte aanlegperiode voor de prioritaire structuur is 2023-2029, dus circa zeven jaar. Als uitgangspunt voor de berekening is gekozen voor een jaar waarin 1/5 van de totale werkzaamheden plaats vindt. Dat betekent dat van de 180 hectare prioritaire structuur 1/5 (36 hectare) in het eerste jaar van aanleg (basisgrondwerk) bevindt, 1/5 in het tweede jaar van aanleg (inrichting) en 1/5 in het derde jaar (bouw en afronding). Dat betekent dat in totaal 108 hectare uit agrarische productie is genomen in dat jaar. In het eerste en tweede jaar vinden grondwerkzaamheden plaats met de emissie zoals hierboven beschreven. Als rekenjaar is 2023 gekozen, dit is maatgevend. In het derde jaar vinden bouwwerkzaamheden plaats, maar enkel daar waar sprake is van ontwikkelruimte voor leisure. Deze ruimte is gelimiteerd op basis van de uitkomsten van het MER. De vastgestelde verhouding tussen de drie lagen is minimaal 40% voor de park- en polderlaag en maximaal 20% voor de leisurelaag. Met dit uitgangspunt kan de prioritaire structuur van 180
Blad 16 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
hectare onderverdeeld worden in minimaal 120 hectare parklaag en 60 hectare leisurelaag. De beoogde functie van de prioritaire structuur is zorgen voor een aantrekkelijk en dynamisch gebied met een aantal icoonprojecten en publiekstrekkers om de organische gebiedsontwikkeling voor de doorgroei aan te jagen. Het is daarmee denkbaar dat de prioritaire structuur een hogere dichtheid zal kennen in de leisurelaag dan het gemiddelde voor het gehele park, mede door een aantal grote leisurefuncties als een evenemententerrein als tijdelijke functie in het park. Als conservatief uitgangspunt wordt om die reden een maximale leisurelaag van 80 hectare in de berekening opgenomen. Dit is ruim meer dan de minimaal 45 hectare die in het bestemmingsplan is benoemd als noodzakelijke voorzieningen binnen de basisstructuur. Voor de basisvariant is tevens sprake van transformatie van agrarische bedrijven. Veelal leidt de basisstructuur tot een zeer grote reductie van het agrarische bedrijf, de parklaag beslaat vaak de gehele huiskavel. Om die reden wordt uitgegaan van 20 hectare nieuwe functies op de agrarische erven als gevolg van transformatie van ebdrijven. Naar verwachting een overschatting van de te verwachten transformatie en daarom een conservatief uitgangspunt in deze berekening.
Er wordt daarom uitgegaan van in totaal 100 hectare ontwikkelruimte met bouwwerkzaamheden tot 2029, waarvan 1/5, 20 hectare, in het rekenjaar plaats vindt. De ontwikkelruimte is verdeeld over PARK21 op basis van de uitgangspunten van de basisvariant van het MER. Tabel 4.3: Gemodelleerde emissies
Eerste jaar aanlegfase (basisgrondwerk) Tweede jaar aanlegfase (inrichting) Derde jaar aanlegfase (bouw en afronding) Verkeersbewegingen
Toename stikstofemissie Emissie grondwerkzaamheden: 6,9 kg NOx en 0,28 kg NH3 per hectare, maal 36 hectare Emissie grondwerkzaamheden: 6,9 kg NOx en 0,28 kg NH3 per hectare, maal 36 hectare Emissie bouwwerkzaamheden: 101 kg NOx en 0,2 kg NH3, maal 20 hectare Benodigde verkeersbewegingen voor de aanleg van 108 hectare (totaal 6.306 licht, 1.335 zwaar)
Afname stikstofemissie Emissie huidige situatie: 10,05 kg NH3/ha/jaar, maal 36 hectare Emissie huidige situatie: 10,05 kg NH3/ha/jaar, maal 36 hectare Emissie huidige situatie: 10,05 kg NH3/ha/jaar, maal 36 hectare Niet gemodelleerd
Maximale variant Voor de maximale variant uit het MER en de totale ontwikkeling van PARK21, waarvoor de aanlegperiode tot 2040 is voorzien, is geen berekening uitgevoerd. Er is sprake van een grotere omvang van de landinrichting (circa 345 hectare in aanvulling op de prioritaire structuur), waardoor emissies door grond- en bouwwerkzaamheden toenemen. Daar staat een reductie van de emissie door technologische ontwikkeling en regelgeving tegenover. De emissie van het huidig agrarisch gebruik per hectare verandert niet, maar door de grotere omvang van de landinrichting stijgt wel de totale emissiereductie door het uit productie nemen van landbouwgrond. Al met al is het niet zinvol een berekening uit te voeren van de stikstofeffecten tijdens de aanlegperiode van de maximale variant. De conclusie voor de basisvariant zijn over te nemen. Resultaten Het resultaat van de projectberekening is een maximale bijdrage van 0,00 mol/ha/jaar. Er zijn afnames berekend tot 0,07 mol/ha/jaar. De berekening is in de bijlage AERIUS-berekeningen bij dit rapport opgenomen.
Blad 17 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Naar verwachting zal een grotere afname van stikstofemissie plaatsvinden, omdat gebruik is gemaakt van conservatieve uitgangspunten. De exacte wijze van uitvoering, inclusief aanlegperiode, inrichtingsplan en materieelgebruik hebben hierop nog impact. Om te sturen op reductie van de stikstofdepositie voor de aanlegfase in PARK21 zijn nog diverse mitigerende maatregelen voorhanden: • Voorschrijven van schoon materieel. Bijvoorbeeld door dit mee te wegen en/of te vereisen in aanbestedingen (als dit niet al wettelijk vastgelegd is in generiek beleid). • Optimaliseren van de aanleg door de afstand waarover grondstoffen moeten worden vervoerd zoveel mogelijk te beperken. Met gronddepots en een goede meerjarenplanning van vrijkomende grond in de omgeving (Hoofddorp en Nieuw-Vennep) kunnen transportkilometers worden voorkomen. PARK21 biedt ruimte voor het ontvangen van grond als bouwmateriaal. Dit is interessant als omliggende bouwprojecten een grondoverschot hebben. daarmee kan PARK21 de transport afstanden voor dit projecten aanzienlijk verkleinen en bijdragen aan de reductie van stikstofemissie op die projecten. • Combineren van de aanleg van de parklaag met de realisatie van een functie in de parkkamer om te voorkomen dat twee maal grondverzet nodig is. • Reduceren van de stikstofemissie tijdens de gebruiksfase van PARK21.
• Hergebruik van materialen in de bouw, zodat minder stikstofemissie benodigd is voor de productie ervan.
4.3
Landgoedbedrijf In zone 3 wordt een landgoedbedrijf “Kleine Vennep” direct mogelijk gemaakt. Voor dit landgoedbedrijf zijn berekeningen uitgevoerd voor de realisatiefase en de gebruiksfase. In aanvulling op de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan worden 300 m2 bvo horeca, 6 vakantiewoningen en een hotel met 40 kamers inclusief ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. Het organiseren van evenementen en diverse bedrijfsgerelateerde activiteiten op het terrein zijn al mogelijk en vormen daarom geen nieuwe ontwikkeling in het bestemmingsplan PARK21. Er worden vier commerciële ruimtes gerealiseerd met de volgende oppervlakten (bvo): • Een (landschaps)hotel van 1600 m2, • 6 recreatieunits (vakantiewoningen) van in totaal 300 m2 • Horeca van 300 m2, en • Een theater in de vorm van een hoefijzer van in totaal 2.000 m2. In onderstaande figuur is een schets opgenomen van het toekomstige landgoedbedrijf.
Blad 18 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 4.2 Impressie Landgoedbedrijf Klein-Vennep
Realisatie landgoedbedrijf In de realisatiefase wordt rekening gehouden met de bouw van 4200 m2 . Het bouwrijp maken, de bouw en het woonrijp maken vinden gefaseerd plaats. Uitgangspunt is dat in jaar 1 de bouwrijpfase plaatsvindt en in jaar 2 de bouw en het woonrijp maken beide plaatsvinden. Met een standaard set aan mobiele werktuigen en de aanname dat alle mobiele werktuigen behoren tot de Stage V-categorie met een bouwjaar tussen 2019-heden en vermogen tussen 75560 kW zijn de verbruiksgegevens van de mobiele werktuigen bepaald. Het verbruik aan AdBlue is bepaald met behulp van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’ 7. Hierin is aangegeven dat gerekend mag worden tot 7% AdBlue voor Stage V-materieel. De kentallen per fase worden in onderstaande tabel getoond. Deze zijn gebaseerd op vergelijkbare projecten waarvan het benodigde materieel inclusief draaiuren bekend is. Tabel 4.4 kengetallen emissiefactor per fase. Kentallen per 100 m2 bvo. Werktuig Stage-V / 10.000 m2 Bouwrijp maken Bouw Woonrijp maken
NOx kg/j 0,133 0,462 0,042
NH3 kg/j 0,025 0,036 0,008
De kencijfers zijn in onderstaande tabellen aangepast op de ontwikkeling Landgoedbedrijf Park21. Op basis van de tabellen en de bouwverkeersbewegingen in paragraaf 3.4 is geconstateerd dat de uitstoot in jaar 2 het hoogst is. 7
Bij12, juni 2022, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021
Blad 19 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel 4.5 Emissies jaar 1 m2
1600 300 300 2000
Fase bouwrijp maken Landschapshotel Recreatieunits Horeca Theater
Totaal
NOx
NH3
2,128
5,586
0,4 0,075 0,075 0,5 1,05
NOx
NH3
7,392 1.386 1,389 9,24 19,404
0,576 0,108 0,108 0,072 1,512
0,672 0,126 0,126 0,84 1,764 21,168
0,128 0,024 0,024 0,16 0,336 1,848
0,399 0.399 2,66
Tabel 4.6 Emissies jaar 2 m2
1600 300 300 2000
Fase bouw Landschapshotel Recreatieunites Horeca Theater
Sub-Totaal
1600 300 300 2000
Fase woonrijp maken Landschapshotel Recreatieunites Horeca Theater
Sub-Totaal Totaal
Bouwverkeer Er zullen werknemers naar het plangebied komen met licht verkeer ten behoeve van de bouw. Daarnaast worden er met vrachtverkeer materialen aangeleverd tijdens de bouw. Voor bouwverkeersbewegingen in de bouwrijpfase en de woonrijpfase zijn de volgende kencijfers gebruikt: 1250 lichte verkeersbewegingen en 1000 zware verkeersbewegingen per jaar per 10.000 m2 bvo. Er is sprake van 4.200 m2 bvo. In de bouwfase wordt uitgegaan van het kencijfer dat voor 10.000 m2 bvo 6.000 lichte en 1.500 zware verkeersbewegingen per jaar plaats vinden. Voor de realisatie van het landgoedbedrijf gelden de onderstaande aantallen. Ook voor het bouwverkeer is jaar 2 maatgevend. Tabel 4.7 Aantal bouwverkeerbewegingen. Voertuigtype Bouwrijp maken (jaar 1) Licht verkeer Zwaar verkeer Bouwen (jaar 2) Licht verkeer Zwaar verkeer Woonrijp maken (jaar 2) Licht verkeer Zwaar verkeer
M.v.t./jr 525 420 2.520 630 525 420
De verwachting is dat de bouwrijpfase (jaar 1) in 2024 of 2025 plaats vindt. Jaar 2 is daarom 2025 of 2026. Gekozen is voor 2025 als maatgevend rekenjaar, waarbij de emissies zoals bepaald voor
Blad 20 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
de bouw- en woonrijpfase zijn gemodelleerd conform de voorgaande tabellen. Het bouwverkeer is gemodelleerd tot aan de A4. Gebruik landgoedbedrijf De gehele ontwikkeling wordt gasloos en kent geen relevante bronnen van stikstofdepositie, anders dan de verkeersgeneratie. Om deze te bepalen is zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten van het verkeersonderzoek voor geheel PARK21: • Uitgegaan is van ‘sterk stedelijk’ als stedelijkheidsgraad en ligging in een buitengebied. • Horeca o Op basis van het kencijfer voor horecavoorzieningen uit CROW 317 (15 mvt/etmaal per 100 m2 bvo voor bezoekers + 10% voor werknemers) o 300 m2 bvo geeft in totaal 346 bewegingen per week o Vermenigvuldigd met 52 geeft 17.992 mvt/jaar. • Vakantiewoningen o Voor bezoekers 7,4 mvt/etmaal op basis van CROW kencijfer voor een vrije sector huurwoning in het buitengebied. o Bezetting in de vakantieperiodes (12 weken * 7 dagen) en de weekenden (40 weken * 3 dagen), en halve bezetting in de rest van het jaar (40 weken * 4 dagen). o Uitgaande van 6 vakantiewoningen: vakantieperiode en weekenden: 6 x 7,4 x (12 x 7 + 40 x 3) = 9.058 mvt/jaar; rest van het jaar: 0,5 x 6 x 7,4 x (40 x 4) = 3.552 mvt/jaar. o 10% extra autoverkeer door het aandeel werknemers, geeft in totaal 12.610*1,1=13.871 mvt/jaar.
• Hotel o Met het kencijfer conform CROW 381 is de verkeersgeneratie voor het hotel met 40 kamers, inclusief ondergeschikte functies bepaald. Er is niet uitgegaan van maatgevende seizoenen. o 3* hotel: 83.6 mvt/weekdag = 30.514 mvt/jaar In totaal geeft dit een verkeersgeneratie van 62.377 mvt/jaar. • Verdeling van verkeer o Een significant deel van het verkeer zal uit Nieuw-Vennep en Hoofddorp komen. Verkeer van verder komt uit de richtingen A4 noord, A4 zuid/A44, N201/N205 en N205/N208. Alle verkeersbewegingen zijn aan deze vier routes toegekend tot waar het verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen. o Het verkeer is verdeeld op basis van een inschatting van de herkomst van bezoekers: 40% A4 noord, 30% A4 zuid/A44 en 15% via beide westelijke routes. De voorgaande uitgangspunten zijn in AERIUS calculator gemodelleerd. De berekening is uitgevoerd voor rekenjaar 2025, omdat dit het eerst mogelijke jaar is dat het landgoedbedrijf (deels) in gebruik is. Daarmee is dit rekenjaar maatgevend. Resultaten Voor beide berekeningen voor het landgoedbedrijf geeft AERIUS Calculator een rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar voor de hoogst berekende bijdrage aan stikstofdepositie. De rekenresultaten zijn bijgevoegd in de bijlage AERIUS-berekeningen.
Blad 21 van 33
Onderzoek stikstofdepositie PARK21 projectnummer 0417636.105 17 februari 2023 Gemeente Haarlemmermeer
4.4
Evenemententerrein Realisatiefase evenemententerrein De aanlegfase van het evenemententerrein betreft de grondwerkzaamheden die plaatsvinden om dit deel van het plangebied als prioritaire structuur in te richten. De aanleg van de prioritaire structuur is als één geheel beschouwd in paragraaf 4.2 en leidt niet tot een toename van stikstofdepositie. Overzicht gebruiksfase De gebruiksfase van het evenemententerrein heeft betrekking op de op- en afbouw en het plaatsvinden van evenementen. Hierbij ontstaat stikstofemissie door (op)bouwwerkzaamheden, generatoren en ander materieel en door verkeersgeneratie van leveranciers, medewerkers en bezoekers. Bij het in gebruik nemen van het evenemententerrein wordt de huidige functie van het gebied beëindigd. Aan de westzijde van de Rijnlanderweg (in zone 5) is dat het gebruik als baggerdepot. Aan de oostzijde (in zone 6) is het huidig gebruik agrarisch. Het staken van het gebruik, zowel in zone 5 als zone 6, leidt tot reductie van stikstofemissie. Baggerdepot (referentiesituatie, zone 5) De bestaande planologische situatie ter plaatse van het baggerdepot is in AERIUS gemodelleerd op basis van door de gebruiker aangeleverde gegevens. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • 80.000 ton aan- en afvoer van grond per jaar, waarvoor 2.700 vrachtwagens, 5.400 bewegingen zwaar verkeer benodigd zijn.
De vrachtwagens draaien stationair op het terrein. • Gebruik van een kraan (jaarrond 8 uur per dag, 30 liter diesel per uur), shovel (jaarrond 1 uur per dag, 17,5 liter diesel per uur), waterwagen (2 uur per dag gedurende vier weken in de droge perioden, 17,5 liter diesel per uur). • Zes mvt/etmaal voor de drie medewerkers en bezoekers. • Gebruik van een keet van 200 m2. • Materieel van na 1998, stage II. Agrarisch gebruik (referentiesituatie, zone 6) In de bestaande situatie wordt het terrein in zone 6, dat voor parkeren en/of camping tijdens evenementen kan worden gebruikt, bemest ten behoeve van agrarisch gebruik. Er is sprake van wisselteelt en bemesting van zeker 90% van de grond. In de afgelopen jaren hebben op basis van de basisregistratie gewaspercelen en de pachtovereenkomst de volgende teelten plaatsgevonden: wintertarwe, suikerbieten, bloemen, consumptieaardappelen, uien en haver. Er is daarom aangesloten bij het emissiekengetal van 10,05 kg NH3/ha/jaar. Er wordt 10 hectare landbouwgrond uit productie genomen, waardoor een bestaande emissie van 100,5 kg NH3/jaar is opgenomen. Verkeersgeneratie evenementen (beoogde situatie) Op basis van het Verkeersonderzoek MER PARK21 en het Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 is de verkeersgeneratie van de evenementen bepaald.
Voor de verdeling van licht/middel/zwaar verkeer en de verdeling van verkeer over ontvlechtingsroutes zijn expert judgement aannames gedaan op basis van de onderzoeken en door evenementorganisatoren aangeleverde informatie. Naast de pendeldiensten voor OV reizigers zijn ook pendeldiensten vanaf verder van het evenemententerrein gelegen parkeerlocaties gemodelleerd. Hierbij is uitgegaan van één bus (50 plekken) per 25 auto’s (gemiddelde bezetting twee personen).