Bijlage 2-21 Natuurtoets
Tekst van het document
Indien vaste rust- en verblijfplaatsen, vliegroutes en of foerageergebied van vleermuizen in het plangebied aanwezig blijken te zijn, hoeft dit vooralsnog geen belemmering te zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, aangezien soortspecifieke maatregelen te combineren zijn met de nieuwe bestemming in, of in de directe omgeving van het plangebied. Het betekent wel dat voorafgaand aan de werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkelingen in het plangebied voorwaarden worden gesteld (en zijn uitgevoerd) aan de wijze en periode van de werkzaamheden en het opnemen/integreren van voorzieningen zoals vleermuiskasten. Concluderend: de soortbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het vaststellen van het plan wat betreft de vleermuizen. Vervolgstappen (1) Geen gebouwen slopen, bomen kappen of brede watergangen dempen of blokkeren en geen verlichting toepassen in gebruiksfase of eventueel vleermuisvriendelijke verlichting. Vervolgstappen (2) Nader onderzoek Vleermuizen gebruiken hun leefgebied door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om een het projectgebied meerdere malen verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) te bezoeken voor het vleermuisonderzoek.
Blad 21 van 26
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Bunzing, hermelijn en wezel De bunzing, hermelijn en wezel zijn aangetroffen in het plangebied. De marterachtigen vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming (artikel 3.10). In het projectgebied bieden bosschages en ruigte potentieel geschikt leefgebied. Oude holen van muizen, ratten, konijnen en takkenhopen zijn voorbeelden van geschikte verblijfplaatsen (zoogdiervereniging, z.d.). De kans op verblijfplaatsen is vooral aanwezig rond de erven, langs ruigere oevers en dergelijke. Of er als gevolg van het plan negatieve effecten zijn op marterachtigen dient nader te worden bepaald. Nader onderzoek Om te kunnen bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden door de voorgenomen ontwikkeling, is (afhankelijk van de ingrepen) nader onderzoek naar het gebruik van geschikte gebiedsdelen noodzakelijk. Hoe dit onderzoek uitgevoerd wordt dient nader bepaald te worden afhankelijk van de locatie/soort. Indien verblijfplaatsen van marterachtigen in het plangebied aanwezig blijken te zijn, hoeft dit vooralsnog geen belemmering te zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, aangezien soortspecifieke maatregelen te combineren zijn met de nieuwe bestemming in het plangebied.
Het betekent wel dat voorafgaand aan de werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkelingen in het plangebied voorwaarden worden gesteld (en zijn uitgevoerd) aan de wijze en periode van de werkzaamheden. Concluderend: de soortbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan wat betreft de bunzing, hermelijn en wezel.
Blad 22 van 26
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
5.2.3
Rugstreeppad Op 1,5 km afstand van Park21 komt de rugstreeppad voor, dit is ruim binnen de verspreidingsafstand van 5 km die de soort kan overbruggen. De aanwezigheid van de soort is niet uit te sluiten op basis van het oriënterend veldbezoek. Bovendien is de kans aanwezig dat de soort het plangebied bij werkzaamheden in groten getale kolonialiseert. Hier zijn echter maatregelen tegen te nemen. Om inzichtelijk te krijgen of het plangebied in gebruik is door de rugstreeppad is nader onderzoek noodzakelijk. Met de uitkomsten van het onderzoek kunnen eventueel noodzakelijke vervolgstappen worden bepaald. Nader onderzoek Om inzichtelijk te krijgen of het plangebied in gebruik is bij de rugstreeppad zijn drie gebiedsbezoeken noodzakelijk in de periode in de periode half april – begin augustus (waarvan minimaal 1 keer in de periode t/m mei). Onderzoek dient plaats te vinden vanaf 1 uur na zonsondergang (Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus). Indien de rugstreeppad in het plangebied aanwezig blijkt te zijn, hoeft dit vooralsnog geen belemmering te zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, aangezien soortspecifieke maatregelen te combineren zijn met de nieuwe bestemming in, of in de directe omgeving van het plangebied.
Het betekent wel dat voorafgaand aan de werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkelingen in het plangebied voorwaarden worden gesteld (en zijn uitgevoerd) aan de wijze en periode van de werkzaamheden en het opnemen/integreren van compensatie maatregelen. Concluderend: de soortbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het vaststellen van het plan wat betreft rugstreeppad.
5.3
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat op circa 4 kilometer afstand van het plangebied het Natura 2000gebied Kennemerland-Zuid ligt (andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand). Vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid zijn alle storingsfactoren uitgesloten met uitzondering van vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie. Voor de meervleermuis geldt bovendien dat er voorwaarden van toepassing zijn. Indien hier niet aan kan worden voldaan is nader onderzoek noodzakelijk (Zie 5.2.2. Vleermuizen). Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie niet op voorhand uit te sluiten. Een AERIUS-berekening kan hier duidelijkheid in verschaffen. Afhankelijk van de uitkomsten van die berekening kunnen eventueel noodzakelijke vervolgstappen worden bepaald. Zonder Aerius-berekening kan niet met zekerheid gesteld worden dat de gebiedsbescherming de uitvoering van het plan niet belemmert.
Blad 23 van 26
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Vervolgstappen Als gevolg van de plannen kunnen significante negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden niet bij voorbaat met zekerheid uitgesloten worden. Een Aerius-berekening is noodzakelijk om te kunnen bepalen of er kans is op significant negatieve effecten met betrekking tot stikstofdepositie. Aan de hand van de Aerius-berekening kunnen eventueel noodzakelijke vervolgstappen worden bepaald. Voor eventueel noodzakelijk stappen m.b.t. (meer)vleermuizen zie 5.2.2.
5.3.2
Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Aangezien de natuurtoets in het kader van een m.e.r. is voor wat betreft de NNN bij directe en indirecte effecten sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevinden zich percelen van het NNN binnen het plangebied. Deze percelen zijn al ingericht en er is van directe aantasting van de NNN dus geen sprake. Om te kunnen bepalen of er sprake is van indirecte aantasting is het nodig de plannen de toetsen aan de wezenlijke kenmerken en waarden (wkw), het oppervlak en de samenhang van de NNN. De wkw van het NNN in Noord-Holland bestaan (op deelgebiedsniveau) uit de aanwezige actuele en potentiële natuurwaarden waarvoor de provincie Noord-Holland op (inter)nationaal of regionaal niveau een grote (beleidsmatige) verantwoordelijkheid draagt, inclusief alle noodzakelijke abiotische en ruimtelijke condities voor deze natuurwaarden. De wezenlijke kenmerken en waarden van het betreffende NNN-gebied ‘Haarlemmermeer Z13’ zijn in de Omgevingsverordening beschreven. De actuele natuurwaarden luiden als volgt: ‘Kenmerkend is de afwisseling van bos, bosranden en open graslanden (N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland), waar ook recreatief medegebruik plaatsvindt. De meer aaneengesloten bosstructuren zijn nog relatief jong en deels ook eenvormig.
Actueel is nog geen sprake van specifieke natuurwaarden of soortgroepen, maar bestaat de kwaliteit vooral uit het samenhangende groene karakter en de kleinschalige afwisseling (multifunctionele natuur). Deze kwaliteit vormt de basis voor zowel natuurbehoud als recreatie’. En de potentiële natuurwaarden zijn ‘Met name de jonge bossen hebben de potentie voor de ontwikkeling naar gevarieerd loofbos op vochtige tot droge kleibodems (N14.03 Haagbeuken- en essenbos). Voor bosvogels en andere kenmerkende soorten van oude bossen is de potentie beperkt door de relatief geïsoleerde ligging en beperkte oppervlakte van de bossen. Door extensief beheer van aangrenzende graslanden kunnen wel gevarieerde bosranden met struweel en bloemrijke ruigten ontstaan en bij toenemende ouderdom en consequent beheer kan ook de kwaliteit van de nog jonge graslanden toenemen’. De potenties voor het NNN-gebied zijn beperkt door de relatief geïsoleerde ligging en beperkte oppervlakte. Het plan voor Park21 heeft geen negatief effect op de actuele natuurwaarden (bos, bosranden en open graslanden met recreatief medegebruik). Het plan voor Park21 heeft geen effect op de oppervlakte van NNN-gebied Haarlemmermeer en is er geen negatief effect op de samenhang van gebieden. Wanneer de gewenste verbinding door Park21 gerealiseerd wordt is er zelfs een positief effect op de samenhang met andere gebieden.
De beoogde inrichting van Park21 heeft geen negatief effect op de wkw, oppervlakte en samenhang van NNN-gebied Haarlemmermeer. Concluderend: Significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn uitgesloten. Het natuurbeleid van het NNN vormt geen belemmering voor het vaststellen van het plan.
Blad 24 van 26
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
5.3.3
Overige gebiedsbescherming De provincie Noord-Holland verleend subsidies via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer is onderdeel van SNL. Park21 ligt binnen de agrarische leefgebieden ‘open akker’ dan wel ‘natte dooradering’ en het hele gebied ligt binnen de categorie ‘water’. Door de provincie kan daarom subsidie verleend worden voor bepaalde maatregelen in het kader van agrarisch natuurbeheer. Er wordt geadviseerd hierover helderheid te krijgen bij de provincie en te bepalen of dit consequenties heeft voor het vaststellen van het plan. Vervolgstappen Bij provincie duidelijkheid verkrijgen of er agrarisch natuurbeheer wordt toegepast en de eventuele gevolgen voor het vaststellen van het plan.
Blad 25 van 26
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
6
Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocumenten Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Overig: Maps.noord-holland.nl Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Natura2000.nl Omgevingsverordening Noord-Holland Ravon.nl Stichting MEER Groen – Aankleding van Bomen- en Insectenpad www.stichtingmeergroen.nl/html/projecten.html Verspreidingsatlas.nl Waarneming.nl Groot spiegelklokje - https://waarneming.nl/observation/194636808/ Wijkraad Hoofddorp-Oost – Maaien of Zaaien www.wijkraadhoofddorpoost.nl/maaien-ofzaaien/ Zoogdiervereniging.nl
Blad 26 van 26
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Bijlagen
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam
Amfibieën
Dagvlinders
Haften
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
bever
kamsalamander
Zoogdieren
knoflookpad
landzoogdieren lynx
rugstreeppad
noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Libellen
Nachtvlinders Reptielen
gestreepte waterroofkever juchtleerkever
Zaadplanten
vleermuizen
kleine dwergvleermuis kleine hoefijzerneus laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
kleine vlotvaren
Weekdieren
ingekorven vleermuis
Zoogdieren
vermiljoenkever
Sporenplanten tonghaarmuts Vissen
hazelmuis
steur
Zoogdieren
zeezoogdieren
kleine zwaardwalvis narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel B (1). “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Amfibieën
Nederlandse naam
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander*
Europese rivierkreeft
Meerkikker*
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Dagvlinders Kleine heivlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Zoogdieren
Grijze zeehond Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Speerwaterjuffer
Ree*
Kevers
Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel B (2). Per provincie vrijgestelde “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. (aangegeven met een ‘x’ of ‘*’). Provincie Soort
Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht
Noord- ZuidNoordFlevoland Zeeland Limburg Holland Holland Brabant
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
x
x
x
x
x
x
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x x
Eekhoorn
(*)
Egel
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
(**)
Hermelijn
x
x
x
x
x
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis Meerkikker
x (***)
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Molmuis
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
(****)
x
x
Wild zwijn Woelrat
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
(*) = vrijgesteld maart–april en juli t/m november (**) = vrijgesteld in juli t/m september, (***) = 15 aug t/m 15 okt, (****) = 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017)
x
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.
Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).
Ontheffingsgronden
1 2
3
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Artikel 3.1
Artikel 3.5
Artikel 3.10
Soorten van de Vogelrichtlijn
Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern
Andere soorten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
Nee
Nee
X
Nee
Nee
3.10 2a-g
Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.
Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.
Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.
Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.
Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen).
Stroomschema vergunningsprocedure Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze is ook van kracht onder de huidige Wet natuurbescherming. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoets een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 4 februari 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. 0513 634567 E. pieter.dehoop@anteagroup.com
www.anteagroup.nl