Bijlage 2-17 Achtergrondrapport MER Ondergrond
Tekst van het document
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21
projectnummer 0417636.107 definitief revisie 02 10 december 2021
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21
projectnummer 0417636.107 definitief revisie 02 10 december 2021
Auteurs T. Burgers Th.M. Prins J.J. Verhoeven
Opdrachtgever Gemeente Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TX Hoofddorp
datum vrijgave
beschrijving revisie 02 versie voorontwerp
gecontroleerd A.C. Oerlemans
vrijgave J.J. Verhoeven
Inhoudsopgave
Blz.
Achtergrondrapport Ondergrond
2
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Plangebied Leeswijzer
1 1 1
2
Voorgenomen ontwikkeling
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Masterplan Algemene beschrijving voornemen Doelstellingen PARK21 Referentiesituatie Te onderzoeken varianten
3 5 7 8 10
3
Bodemopbouw
21
3.1 3.2 3.3 3.4
Bodemopbouw en geohydrologie Ontgraving Terreinophoging Conclusie en aanbevelingen
21 23 27 37
4
Milieuhygiënische bodemkwaliteit
40
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Wet en regelgeving Bodemkwaliteit PFAS Depot MeerGrond Conclusie en aanbevelingen
40 41 43 43 44
5
Archeologie
45
6
Overige aspecten
47
6.1 6.2 6.3 6.4
Trillingen Niet Gesprongen Explosieven Kabels en leidingen Conclusie en aanbevelingen
47 49 50 50
Tekeningen
54
Bijlagen 1 2
Actueel Hoogtebestand Nederland Tekeningen
• • • • •
417636.107-S1 417636.107-S2 417636.107-S3 417636.107-S4 417636.107-S5
Dikte holocene deklaag Stijghoogte grondwater 1e watervoerend pakket Topotijdreis Profielen NGE Meergrond
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Gemeente Haarlemmermeer werkt aan de ontwikkeling van PARK21: een park voor iedereen, met ruimte voor sport, recreatie, ontspanning, groen en landbouw. Het park met een omvang van 1.000 hectare ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en wordt een groot en gevarieerd parklandschap, openbaar toegankelijk voor publiek. Er is ruimte voor activiteiten bij de boer, allerlei soorten sport en spel, cultuur, ontspanning, een recreatieplas, groen en weides, wandel- fiets- en skatepaden, horeca, evenementen en dagrecreatie. PARK21 wordt een park voor mensen uit Haarlemmermeer, de regio en verder. Een deel van PARK21 is al vastgelegd in een bestemmingsplan en gerealiseerd. Voor de verdere ontwikkeling van PARK21 is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dat bestemmingsplan vormt de formele, juridisch-planologische vertaling om de ambities en kaders uit het Masterplan PARK21 mogelijk te maken. Vanwege de omvang van deze ontwikkeling heeft de gemeente Haarlemmermeer besloten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r. met kleine letters) te doorlopen. Voor de m.e.r. worden diverse milieu- en gebiedsonderzoeken uitgevoerd. Dit rapport richt zich op het thema ondergrond.
1.2
Plangebied Het plangebied voor PARK21 ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Noordelijke Randweg, aan de oostzijde door de A4, aan de noordzijde door de Bennebroekerweg en aan de westzijde door de Drie Merenweg. Het gebied is ten behoeve van de oriëntatie ingedeeld in zes zones, die op onderstaande figuur zijn aangeduid. Een gedeelte van zone 1 en 2 is reeds gerealiseerd. In hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied nader toegelicht.
Figuur 1.1: Plangebied PARK21
1.3
Leeswijzer In dit rapport zijn de onderzoeksresultaten van de aan de ondergrond gerelateerde thema’s beschreven. Het rapport is als volgt opgebouwd:
Blad 1 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
• •
• • •
In hoofdstuk 2 zijn de voorgenomen ontwikkeling (inclusief voorgeschiedenis en doelstellingen) en de te onderzoeken varianten beschreven; In hoofdstuk 3 zijn de gevolgen in relatie tot de bodemopbouw van het plangebied beschreven, waarbij onder andere in wordt gegaan op geohydrologie en de gevolgen van ontgraving en terreinophoging; In hoofdstuk 4 worden de gevolgen met betrekking tot de milieuhygiënische bodemkwaliteit nader toegelicht; In hoofdstuk 5 wordt het aspect archeologie behandeld; In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de aspecten trillingen, niet gesprongen explosieven en kabels en leidingen.
Dit rapport vormt met de achtergrondrapportages Duurzaamheid, Groenblauw en Milieu & Gezondheid en het verkeersonderzoek de inhoudelijke basis voor het milieueffectrapport PARK21.
Blad 2 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
2
Voorgenomen ontwikkeling
2.1
Masterplan PARK21 wordt al aan het eind van de vorige eeuw in beleidsstukken genoemd. In 2011 is een masterplan opgesteld, waarvan in 2016 de uitvoeringsstrategie herijkt is.
Figuur 2.1: Masterplan PARK21, beeld 2016
Masterplan In het Masterplan en de Herijking uitvoeringsstrategie PARK21 zijn de hoofdstructuren van de gebiedsontwikkeling beschreven en de kaders voor de ontwikkeling en de strategie voor de realisering opgenomen. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is sprake van een landschappelijke ‘stip op de horizon’ waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald. Ontwikkeling vindt plaats per kavel op initiatief van de gebruiker, de eigenaar of andere private partijen. De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren binnen de kaders van het Masterplan het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie). Tevens zet de gemeente met de beschikbare en gereserveerde publieke middelen zich in op het realiseren van de basisstructuur. De basisstructuur bestaat uit de hoofdontsluiting(en), een deel van de waterplas, met aanliggend parkhart, en een retentiebekken als onderdeel van het duurzame watersysteem. Deze basisstructuur is een vliegwiel voor verdere investeringen uit de markt.
De ontsluiting maakt dat functies hier op kunnen aanhaken, laat zien dat de transformatie daadwerkelijk vorm krijgt en creëert een geconcentreerde stroom van gebruikers. Deze basisstructuur wordt de prioritaire structuur genoemd en zal minimaal 175-180 hectare omvatten als parklaag met parkkamers (bijvoorbeeld voor het Parkhart als icoonproject).
Blad 3 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 2.2: Prioritaire structuur (conform herijking Masterplan)
Botsproeven In het kader van de planvorming is een aantal “botsproeven” uitgevoerd in voorbereiding op het opstellen van het MER en het bestemmingsplan. In deze botsproeven is de haalbaarheid van het masterplan onderzocht door middel van globale berekeningen voor verschillende milieuthema’s. Hieruit kwam naar voren dat de initiële voorgenomen ontwikkeling tot grote (lastig oplosbare) knelpunten leidt. De botsproeven hebben aangetoond dat de voorgestane ontwikkeling verkeerstechnisch niet haalbaar was en de doorgang van andere gebiedsontwikkelingen in de gemeente onevenredig zou belemmeren. Naar aanleiding van deze botsproeven heeft in 2020 een ambtelijke verdieping plaatsgevonden op de initiële voorgenomen ontwikkelingen binnen de kaders voor de planvorming conform de herijking 2016. Enerzijds om een aantal knelpunten te voorkomen en anderzijds om het plan van andere accenten en een aangepaste transformatiestrategie te voorzien, die beter aansluiten bij de actuele ambities van de gemeente Haarlemmermeer. De grootschalige leisure waarvan in eerdere plannen sprake was en het totale programma voor PARK21 zijn daarbij afgeschaald.
De nadruk is komen te liggen op een groen-recreatieve basisinrichting waarin opgenomen, met daarin de wenselijke groenblauwe dooradering van het gebied en de recreatieve verbindingen voor langzaam verkeer tussen de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en een recreatieve langzaam verkeer verbinding oost-west. Daarin hebben icoon onderdelen als het parkhart en recreatieplas, retentiebekken (ook polderuiterwaarden genoemd) en VDS een plaats. Daarnaast wordt ruimte geboden voor leisure voorzieningen die het park versterken zonder het verkeersnetwerk te overbelasten of voor een onevenredig grote milieu-impact zorgen. De aspecten van het herijkte masterplan - de drie lagen, de prioritaire structuur, de uitgangspunten met betrekking tot organische ontwikkeling en de brede doelstellingen - zijn overeind gebleven. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt het actuele planvoornemen beschreven, dat dient als uitgangspunt voor het MER en de bijbehorende onderzoeken. Dit planvoornemen bevat een grote mate van flexibiliteit, zodat er ruimte is voor optimalisatie gedurende de planvorming en realisatie van deelprojecten. Deze optimalisatie wordt gezocht door het MER strategisch in te zetten en nadrukkelijk te gebruiken om randvoorwaarden en spelregels te ontwikkelen voor de transformatie van het gebied.
Deze randvoorwaarden en spelregels zullen worden vertaald in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (hierna: bestemmingsplan), dat zowel de realisatie van een prioritaire structuur van 175-180 hectare op korte termijn als de verdere organische groei van PARK21 zal begeleiden.
Blad 4 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
2.2
Algemene beschrijving voornemen Met PARK21 maakt Haarlemmermeer een groot en gevarieerd landschap om te recreëren, te verblijven en te ondernemen, voor nu en in de toekomst. PARK21 is de nieuwe achtertuin voor bewoners, een bijzondere schakel in de regionale groenstructuur, een nieuw landschap, een manier om Haarlemmermeer en haar cultuurhistorie méér gezicht te geven. Realisatie gebeurt ten dele traditioneel door de gemeente en voor een belangrijk deel in samenwerking met initiatiefnemers. De overheid faciliteert, geeft kaders mee en nodigt initiatiefnemers uit om met concrete plannen te komen. Zo groeit het park organisch richting het indicatieve eindbeeld. Het park wordt opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen vullen elkaar aan, lopen in elkaar over, maar verschillen ook duidelijk. • De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw. • De parklaag is een toegankelijke recreatieve groenstructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21.
Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en is ruimte voor sport, spel en voorzieningen, maar vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. • De leisurelaag biedt (commerciële) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. Drie sferen PARK21 bestaat uit drie sferen die van west naar oost verschillen. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart; in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de landbouw de sfeer en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en polderlaag prominent aanwezig. Binnen het park verkleurt de verhouding tussen de drie lagen van west naar oost. In zone 1 en 2 ligt de nadruk op de parklaag met daarbinnen kleinere parkkamers en een centrumgebied rondom de recreatieplas en het parkhart. De nadruk ligt op (water)sport en ontspanning en recreatie met een lokaal/regionaal bezoekersprofiel. In zone 3 en 4 is de polderlaag omvangrijker en ligt in de leisurelaag de nadruk op innovatie, educatie, ontspanning en cultuur. Verder naar het oosten worden de parkkamers groter en vergroot het verzorgingsgebied steeds verder van lokaal naar nationaal.
In zone 5 is ook ruimte voor leisurefuncties met een groot nationaal verzorgingsgebied. Deze functies kunnen ook in deeltijd aanwezig zijn, zoals bij een evenementenlocatie. In zone 6 is met name landbouw in de polderlaag aanwezig.
Blad 5 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 2.3: Streven zonetypering PARK21
Prioritaire structuur PARK21 is als park een verbindende groenstructuur met de prioritaire structuur van minimaal 175180 hectare als groen/blauwe ruggengraat met een ambitie om door te groeien tot een parklaag van circa 360 hectare. De prioritaire structuur geeft invulling aan de minimale doelstellingen en ambities achter PARK21. Het realiseert de groenblauwe oost-west verbinding en een kwalitatief verblijfsgebied dat Nieuw Vennep en Hoofddorp verbindt. Het nodigt uit om vanuit de kernen het park en polderland te verkennen en biedt plaats aan een robuust toekomstbestendig watersysteem. Dit komt alleen tot wasdom als de prioritaire structuur als aaneengesloten gebied wordt gerealiseerd van voldoende kwaliteit. Door het inrichten van de prioritaire structuur wordt een vrij openbaar toegankelijke, recreatieve, parkomgeving gecreëerd met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde. Er ontstaat dynamiek omdat mensen uit Haarlemmermeer er graag recreëren. De dynamiek vormt een potentieel voor nieuwe ondernemers (zowel profit als non-profit). Met de komst van de ondernemers ontstaat de basis voor een verdere versterking en groei van het park. De prioritaire structuur verbindt op deze wijze de parklaag met de leisurelaag. In de onderstaande figuren is de prioritaire structuur indicatief weergegeven.
Om deze in samenhang en aaneengesloten te kunnen ontwikkelen heeft de gemeente Haarlemmermeer diverse posities minnelijk verworven, namelijk: • zone 1 (reeds gerealiseerde deelgebied 1), • zone 3 (locatie Groot Vennep), • zone 5 (locatie MeerGrond) • zone 6 (locatie PARKlanden). Grote ontbrekende schakels zijn zones 2 en 4, waar nog noordelijke en zuidelijke opties mogelijk zijn. Afhankelijk van de invulling van deze schakels, zouden er nog kleinere verbindende schakels tussen de deelgebieden ontstaan die op dit moment nog onduidelijk zijn.
Blad 6 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 2.4: Indicatieve prioritaire structuur (boven), met opties voor zone 2 (links, boven optie 2A, onder optie 2B) en zone 4 (rechts, boven optie 4A, onder optie 4B)
2.3
Doelstellingen PARK21 Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; • het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw;
Blad 7 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
•
het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale, nationale en wellicht internationale bezoekers; • een voorbeeld project op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied om klimaatveranderingen, verzilting en voldoende zoetwater het hoofd te kunnen blijven bieden in de toekomst. De ambitie en de opgave om park-, polder-, en leisurelaag te realiseren zijn vertaald in nadere doelstellingen als richtkader voor onder andere het MER-onderzoek. De doelstellingen zijn in de volgende alinea’s verwoord, waarbij onderscheid is gemaakt in een hoofddoelstelling en nevendoelstellingen. De hoofddoelstelling voor PARK21 is: PARK21 realiseert een parklaag als grootschalige groenvoorziening tussen Hoofddorp en NieuwVennep, die bestaat uit minimaal 175-180 hectare prioritaire, openbaar vrij toegankelijke groenstructuur. Dit hoofddoel van PARK21 verbindt een tweetal nevendoelstellingen die randvoorwaardelijk zijn voor een evenwichtige, toekomstbestendige en volwaardige transformatie naar een multifunctioneel recreatief gebied. Deze nevendoelstellingen zijn: • De polderlaag biedt perspectief voor transitie van de landbouw zodat de landbouwsector in PARK21 ook op de lange termijn een belangrijke plek kan behouden.
• De leisurelaag biedt een duurzame stimulans voor het doorgroeien van PARK21. De volledige doelstellingen zijn opgenomen in het hoofdrapport van het MER.
2.4
Referentiesituatie In het milieueffectrapport wordt de plansituatie (inclusief ontwikkeling) vergeleken met de referentiesituatie. De plansituatie is de situatie na uitvoering van de plannen in een vooraf bepaald referentiejaar. De referentiesituatie is de situatie zonder planontwikkeling, in dat jaar. Die wordt bepaald door de huidige situatie inclusief de trends en ontwikkelingen, die plaats zullen vinden gedurende de planperiode, zonder dat daarvoor nieuwe ruimtelijke besluiten noodzakelijk zijn. Door de plansituatie en referentiesituatie met elkaar te vergelijken ontstaat een duidelijk beeld van de effecten die ook daadwerkelijk het gevolg zijn van het plan. In deze paragraaf wordt de referentiesituatie samengevat, een uitgebreide toelichting is opgenomen in het hoofdrapport. De plansituatie wordt in twee scenario’s, te weten de basisvariant en de maximale variant onderzocht. Er is gekozen voor deze twee varianten omdat beide het uiterste beschrijven van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen de gegeven doelstellingen en kaders. De twee varianten beschrijven daarmee de twee uitersten van de ontwikkeling van PARK21. Omvang transformatiegebied Een deel van PARK21 in zones 1 en 2 is al opgenomen in het bestemmingsplan “Nieuw-Vennep PARK21 deelgebied 1” (2012) en de beheersverordening “Haarlemmermeer 2014” (2014) . Dit deel van het park is ook al aangelegd en in gebruik genomen.
In het milieueffectrapport worden de effecten van de realisatie van het resterende deel van PARK21 onderzocht, omdat deelgebied 1 tot de autonome situatie behoort. De doelstellingen voor PARK21 en de beoogde verdeling tussen de park-, polder- en leisurelaag gelden echter voor het gehele gebied.
Blad 8 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
De totale oppervlakte van het plangebied is 1019 hectare. Daarvan beslaat aanwezige infrastructuur (spoorwegen, wegen en vaarten) in totaal 57 hectare. De omvang van het reeds getransformeerde gedeelte is 84 hectare. Het plangebied waar het MER direct betrekking op heeft is de resterende 878 hectare.
Figuur 2.5: Schets huidige situatie (noordelijk deel zone 1 en 2)
Planjaar De plantermijn van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte dat voor PARK21 wordt opgesteld is 20 jaar. De ontwikkeling van de basisvariant (zie paragraaf 3.4 voor een nadere beschrijving van de te onderzoeken varianten) wordt echter voorzien voor 2030. Als planjaar voor de basisvariant wordt daarom 2030 gehanteerd. Voor de ontwikkeling van de maximale variant is in principe 2040 het planjaar. Vanwege de onzekerheid over (onder andere) maatschappelijke, technologische en klimatologische trends is het lastig om voor een dergelijke lange plantermijn concrete uitspraken over milieueffecten te willen doen. Bovendien speelt mee dat de exacte ontwikkeling van PARK21 nog onzeker is en daarmee ook de effecten. Het is goed denkbaar dat de transformatie van PARK21 eerder “afgerond” is dan het eindjaar 2040. Een dergelijk eindbeeld bevindt zich tussen de varianten in, ook qua milieueffecten. Voor het MER staat het op hoofdlijnen in beeld brengen van worst case effecten en het bepalen van noodzakelijke randvoorwaarden en spelregels centraal. Verkeersstructuur Haarlemmermeer is een dynamische gemeente met vele vraagstukken en opgaven die in samenhang gerealiseerd worden. Wonen, verkeer en recreëren moeten hand in hand oplopen, zonder elkaar daarbij te belemmeren.
Het is een opgave gebleken om in het bestaande verkeersnetwerk toekomstige woningbouwopgaven én PARK21 gezamenlijk inpasbaar te maken tot 2030 en tussen 2030 en 2040. Uit de in 2020 uitgevoerde verkeersonderzoeken is gebleken dat tot 2030, met een aantal autonome, kleinschalige verkeersnetwerkaanpassingen, voldoende verkeersruimte voor de start van PARK21 ontstaat, naast de beoogde woningbouw en bedrijventerreinenontwikkelingen. Na 2030 is een structurele uitbreiding van de infrastructuur noodzakelijk om de toename van verkeer in de toekomst te kunnen faciliteren. De autonome verkeersmaatregelen voor 2030 zijn zonder ruimtelijke procedures toe te passen. Voor de grote aanpassingen richting 2040 moeten nog wel besluiten worden genomen. Dit is een van de redenen dat in het MER een basisvariant wordt onderzocht, met planjaar 2030, en een maximale variant met planjaar 2040. Van deze maximale variant is op voorhand duidelijk dat de uitvoerbaarheid afhankelijkheid is van de infrastructurele maatregelen, die in feite een raakvlakproject vormen. Dit vraagt om een goede voorwaardelijke regeling in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte PARK21. Dit sluit echter goed aan bij de voorgenomen organische ontwikkeling van PARK21, waarbij naast de initiatieven die zich aandienen, ook de
Blad 9 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
ontwikkelruimte die op een gegeven moment beschikbaar is bepalend is voor de snelheid van transformatie. Referentiesituatie 2030 Voor de autonome situatie 2030 wordt uitgegaan van de ontwikkeling van een deel van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in Haarlemmermeer. Om rekening te houden met een ontwikkelingen in verschillende planfasen, sommige zeker en sommige minder zeker, mee te wegen is ter indicatie een globaal programma opgenomen. Hoewel deze nog niet allen juridischplanologisch zijn vastgelegd, is er voor PARK21 voor gekozen om in alle gevallen rekening te houden met het doorgaan van deze ontwikkelingen. Op deze wijze wordt voorkomen dat PARK21 op voorhand de ontwikkeling van woningbouw en bedrijventerreinen beperkt. Referentiesituatie 2040 Voor de effectbeoordeling van de maximale variant wordt uitgegaan van de realisatie van een aantal infrastructurele maatregelen zoals hiervoor beschreven. Een tweede uitgangspunt is dat de ontwikkeling van de prioritaire structuur heeft plaatsgevonden voor 2030. Daarnaast wordt rekening gehouden met de realisatie van diverse ruimtelijke ontwikkelingen.
Raakvlakprojecten en relevante trends Naast de hiervoor genoemde projecten, die onderdeel uitmaken van de referentiesituatie voor 2030 respectievelijk 2040, zijn de volgende raakvlakprojecten voor PARK21 relevant: • Opwaardering van de Nieuwe Bennebroekerweg en andere infrastructurele ingrepen in gemeente Haarlemmermeer (zie ook 3.3.1); • Luchthavenindelingbesluit Schiphol / herverdeling luchtruim; • Mogelijkheid tot doortrekken van de Noord-Zuidlijn in de Haarlemmermeer; Belangrijke trends met impact op (de milieueffecten van) PARK21 zijn onder meer: • Klimaatverandering; • De energietransitie en het landelijke en regionale beleid dat daarvoor ontwikkeld is en wordt; • Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en veranderende huishoudensomvang; • De ontwikkelingen en mogelijke transitie in de landbouwsector; • De achteruitgang van biodiversiteit en ecologische waarden; • Technologische ontwikkelingen, met gevolgen voor emissies, grondstofgebruik en afvalproductie; • Mobiliteitsontwikkelingen (deelvoertuigen, zelfrijdende voertuigen etc.); • Verandering van de maatschappelijke behoefte aan (specifieke typen) recreatiegebieden, bijvoorbeeld de groei van het aantal evenementen en de behoefte aan meer sporten en bewegen in de buitenlucht; • De (maatschappelijke) impact van de Covid-19 pandemie.
2.5
Te onderzoeken varianten De doelstellingen, voorgeschiedenis, eigendomsverhoudingen en interne botsproeven met specialisten hebben invulling gegeven aan een uitwerking van het planvoornemen op hoofdlijnen. De totale omvang van PARK21, exclusief infrastructuur, is ca. 960 hectare. Op basis van de doelstellingen in paragraaf 3.2 is het streefeindbeeld een verdeling van 1/3 – 1/3 – 1/3, maar geldt
Blad 10 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
dat dit voor de polderlaag en parklaag een minimum is en voor de leisurelaag een maximum. Er is dan ook een bandbreedte aan eindsituaties mogelijk, die voldoen aan dit streven. Er worden twee planvarianten onderscheiden die in het MER worden onderzocht: een basisvariant en een maximale variant. De basisvariant bestaat uit de prioritaire structuur inclusief ontwikkelruimte voor initiatieven. De realisatie van dit deel van het voornemen is voor 2030 voorzien en wordt in het bestemmingsplan direct mogelijk gemaakt (met flexibiliteit). Omdat de transformatie, los van de prioritaire structuur, nog onzeker is, zowel qua verloop als qua invulling, zijn er tal van eindbeelden mogelijk. Met de maximale variant wordt een indicatieve maximale invulling van PARK21 in 2040 onderzocht die aansluit bij de nu voorziene kaders voor PARK21, te denken valt bijvoorbeeld aan een zone-indeling voor functies, de doelstellingen per laag en de complete ontwikkeling volgens de verdeling 1/3 parklaag, 1/3 leisurelaag en 1/3 polderlaag. Met deze hypothetische invulling worden de worst case milieueffecten onderzocht. In de volgende paragrafen worden eerst de uitgangspunten beschreven die voor beide varianten gelden. Vervolgens worden de programmatische en ruimtelijke kaders per variant behandeld.
2.5.1
Algemene uitgangspunten De ontwikkelstrategie van PARK21 draait om samenwerking van partijen. De gemeente creëert condities, stimuleert en begeleidt. Publiek/private samenwerking is noodzakelijk voor het waarmaken van de recreatieve ambities. Speciale doelgroep hierbij zijn de huidige agrariërs die mogelijkheden krijgen geboden en gefaciliteerd worden door de gemeente om in de polderlaag te komen tot agrarische transformatie met kansen op verbreding in relatie tot de stad en de omringende parkontwikkelingen (productverkoop, bed&breakfast, zorg, etc). Een belangrijke voorwaarde voor het welslagen is dat de ontwikkeling niet alleen van buiten wordt geïnitieerd, maar ook door de sector zelf gedragen wordt. Wegens de focus op ontwikkeling op basis van private initiatieven vormt de kavelgewijze ontwikkeling het uitgangspunt (in plaats van een ontwikkelingsstrategie per deelgebied), waarbij het niet zeker is welke kavel op welk moment transformeert. Parkkamers Omsloten door de parklaag worden parkkamers gerealiseerd, waar ruimte is voor initiatieven die verenigbaar zijn met de doelen van PARK21. De invulling van een deel van deze parkkamers is al concreter uitgewerkt. Nabij de toekomstige HOV-halte op de Zuidtangent worden, in zone 2 een parkhart en een recreatieplas aangelegd.
Ten oosten van de Zuidtangent, in zone 3, wordt verwacht dat een educatieve proeftuin kan worden gerealiseerd en ten zuiden daarvan een polderuiterwaarde. In de overige zones worden eveneens parkkamers gerealiseerd, waar verschillende typen initiatieven een plek kunnen krijgen. Parkhart Het Parkhart is een drager van de recreatieontwikkeling, welke ontwikkeld kan worden tot een centrum voor buitenrecreatie en outdoor activiteiten, gecombineerd met horeca en indoor voorzieningen nabij de recreatieplas. Recreatieplas In PARK21 is een recreatieplas voorzien. De plas krijgt een recreatieve (zwemwater)functie. Over de randvoorwaarden en ontwerpuitgangspunten is overeenstemming tussen gemeente en
Blad 11 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
hoogheemraadschap. De wijze waarop de plas wordt gevoed (regenwater, boezem of VDS) wordt op basis van de resultaten in het MER bepaald. De plas krijgt een eigen peil en mag onder reguliere omstandigheden 50 cm fluctueren (seizoensfluctuatie). Ontwikkelingen in de linten In PARK21 wordt in ontwikkelruimte in de linten voorzien als onderdeel van de polderlaag. De ontwikkelruimte is verspreid over de agrarische erven in het plangebied. De ontwikkelruimte gaat gepaard met de transformatie van het agrarisch gebied naar polderlaag conform de doelstellingen die voor deze laag gelden. Op de erven wordt ruimte geboden voor verbreding van de agrarische bedrijven, met bijvoorbeeld een vergadercentrum, B&B of kleinschalige horeca en detailhandel. Verbeterd droogmakerij systeem Het VDS is een vorm van flexibel peilbeheer. Het gebied krijgt een waterpeil met een bandbreedte tussen het peil van de polderboezem en het oorspronkelijke zomerpeil van de vakbemaling.. Als het water boven het maximale peil komt stroomt het water het gebied uit, de polderboezem in. Uitgangspunt voor PARK21 is dat het VDS wordt toegepast in de park- en leisurelaag en op vrijwillige basis in de polderlaag. Meer informatie over het VDS is te vinden in het achtergrondrapport Groenblauw en hoofdstukken 8 en 15 van het MER.
Retentiebekken (polderuiterwaarde) In het plangebied van PARK21 bestaat de wens om ten behoeve van een robuust watersysteem dat water kan bergen ten tijde van piekbuien extra waterbergend oppervlak nodig. Deze extra compensatie kan gedeeltelijk worden gezocht in de toename van het wateroppervlak en het bewust aanleggen of gebruiken van reeds lage delen die door onderlopen bij een peilstijging een bijdrage levert aan de bergingscapaciteit. In zone 3 wordt hiervoor een polderuiterwaarde (retentiebekken) ingericht. Het retentiebekken is geprojecteerd in het zuiden van zone 3 op een deel met laag maaiveld op een actuele hoogte van ca NAP -5,67 m. Ophoging en inrichting Zowel de parklaag als de parkkamers worden gedeeltelijk opgehoogd. Voor de ophoging wordt uitgegaan van een ophoging ten opzichte van het bestaande maaiveld van gemiddeld 2 meter voor de parklaag en 0,25 meter voor de parkkamers. De parklaag varieert van 0 tot 4 meter in hoogte. In het plangebied is een baggerslibdepot aanwezig (in zone 5), waar afgeweken zal worden van deze hoogtes. Aan deze locatie wordt een landschappelijke invulling gegeven met een landmark op een heuvel, waarmee tevens de verbinding over het spoor kan worden gemaakt. De verbindende parklaag heeft een variabele breedte van 65 tot 115 meter. Hieronder zijn principeprofielen opgenomen van de beoogde inrichting van de prioritaire structuur.
Voor de parklaag is een concept beplantingsstrategie opgesteld, de ‘Leidraad groene bouwsteen’. Deze vormt een belangrijke leidraad bij de inrichting van de parklaag.
Blad 12 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 2.6: Principe oplossing voor dwarsdoorsnedes prioritaire structuur (parklaag)
Infrastructuur In de prioritaire structuur wordt infrastructuur gerealiseerd in de vorm van de parkweg en fiets-, wandel- en ruiterpaden. De parkweg ontsluit de parkkamers in het westelijk deel op het omliggende wegennet. De parkweg is voorzien vanaf het honkbalstadion in zone 1 (waar het eerste stuk al is gerealiseerd) en loopt door zone 1 en 2 naar het oosten, aan de oostzijde van de Nieuwekerkertocht naar het zuiden en sluit ter hoogte van de Operaweg aan op de Noordelijke Randweg Nieuw-Vennep. Met deze weg ontstaat een ontsluitingsroute voor de parkkamers in de prioritaire structuur in zone 1, 2 en 3, zodat deze niet op de polderlinten (IJweg en Hoofdweg) hoeven te worden aangesloten. Met de bestaande ontsluitingsweg van het baggerdepot langs het spoor van noord naar zuid in zone 5 wordt ook in die zone voorkomen dat regulier verkeer vanuit de parkkamers wordt afgewikkeld op het polderlint (Rijnlanderweg). Deze bestaande parallelweg langs het spoor maakt in de toekomst in zone 5 ook een lus om het huidige baggerdepot heen, om als dienstweg te kunnen worden ingezet bij evenementen. De hoofdroute voor het langzaam verkeer slingert vanaf de Drie Merenweg door de zes zones tot de verzorgingsplaats langs de A4, waar deze aansluit op de bestaande parallelstructuur langs de A4 naar het noordoosten. In deze route worden een wandelpad, fietspad en ruiterpad gebundeld.
Op de bestaande HOV-baan tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep door PARK21, wordt een nieuwe halte gerealiseerd ter hoogte van het parkhart.
2.5.2
Basisvariant De basisvariant bestaat uit circa 180 hectare prioritaire structuur in de vorm van parklaag met parkkamers, die in aanvulling op het reeds aangelegde deelgebied 1 als een verbinding tussen oost en west en tussen noord en zuid door PARK21 wordt gerealiseerd. Deze prioritaire structuur bestaat uit een parklaag die gedeeltelijk wordt opgehoogd en waarbinnen parkkamers worden gerealiseerd. Onderdeel van de basisvariant zijn een recreatieplas in zone 2 en een
Blad 13 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
polderuiterwaarde in zone 3, alsmede de totale verbinding tussen oost (Westeinderplassen) en west (duingebied). Ook wordt binnen de prioritaire structuur het verbeterd droogmakerij systeem (VDS) toegepast. Voor de ontwikkeling van de basisvariant, zal ook een gedeeltelijke transitie van het huidige landbouwgebied kavelgewijs plaats vinden. Naast verandering van landbouw naar park en leisure (parkkamers) is er ook sprake van transitie van huidige landbouw naar multifunctionele landbouw. Als voorbeeld wordt de boerderij ‘Kleine Vennep’ genoemd die reeds transformeert naar een landgoed met verbrede mogelijkheden. In totaal, inclusief deelgebied 1 en de getransformeerde polderlaag, ontstaat een ontwikkeling van meer dan 300 hectare binnen PARK21 door het realiseren van de basisvariant. In de onderstaande figuur is een indicatieve uitwerking van de prioritaire structuur opgenomen, waarbij zowel in zone 2 als zone 4 een zuidelijke optie is gekozen. Dit is de worst case invulling van de prioritaire structuur, doordat in de zuidelijke varianten landschappelijk meer ruimte mogelijk wordt geacht aan leisure activiteiten. Door rekening te houden met de maximale invulling van parkkamers met leisurevoorzieningen, wordt er rekening gehouden met de maximaal te verwachten milieueffecten.
Figuur 2.6: Indicatieve prioritaire structuur (zuidelijke variant in zone 2 en 4)
Parkkamers Naast het parkhart en een mogelijke educatieve proeftuin kan er nog ca. 80 hectare aan parkkamer gecreëerd waar leisurevoorzieningen een plek kunnen krijgen. In totaal gaat het om maximaal 100 hectare als worst case voor de milieueffectbeoordeling. De invulling van de parkkamers moet passen bij en liefst bijdragen aan de doelstellingen van PARK21. De thematische typering per zone is een streven voor het eindbeeld. In de onderstaande tabel zijn de uitgangspunten voor de basisvariant per zone opgenomen. Met de uitgangspunten uit de tabel worden per gebiedsonderzoek (luchtkwaliteit, geluid, verkeer, etc.) worst case aannames gedaan over enerzijds de landinrichting (grondbalans en benodigde werkzaamheden) en anderzijds de emissies in de plansituatie, wanneer in alle parkkamers initiatieven zijn gerealiseerd. Er wordt bijvoorbeeld uitgegaan van de aanleg van minimaal 180 hectare prioritaire structuur, in plaats van 175 hectare, omdat nog niet zeker is hoe groot deze exact wordt. Voor de parkkamers wordt een maximaal oppervlak aan ontwikkelruimte aangehouden.
Blad 14 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel 2.2: Uitgangspunten basisvariant (totale nieuwe ontwikkeling)
Zone 1
Zone 2
Zone 3
Zone 4
Zone 5
Zone 6
Typering zone
Sport en recreatie
Watersport en recreatie
Landbouw, innovatie en educatie
Landbouw, cultuur en educatie
Landbouw en park
Te realiseren prioritaire structuur Ruimte voor functies Indicatie nieuwe functies
20 ha
55 ha, inclusief ca. 25 ha recreatieplas
50 ha
25 ha
Landbouw en grootschalig e recreatie 25 ha
Totaal
5 ha
180 ha
17 ha
37 ha
6 ha
20 ha
20 ha
-
100 ha
Buitensportvoorzieninge n
Evenementenlocatie
-
1,5 ha
Proeftuin met hotel, kenniscentrum 1,5 ha
(openlucht)museum.
Ontwikke lruimte in de linten Indicatie nieuwe functies in de linten
Watersport, vakantieresort, parkhart 3 ha
1,5 ha
1,5 ha
3 ha
12 ha
Verbrede agrarische activiteiten, zoals horeca, bed & breakfast, vergadercentra.
Wanneer een parkkamer niet of niet geheel wordt ontwikkeld, zal deze (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk en daarmee onderdeel van de parklaag blijven. Wordt een parkkamer wel ontwikkeld, dan kan de parkkamer groter zijn dan sec de ontwikkelruimte, omdat bijvoorbeeld de landschappelijke afscheiding, ondersteunende voorzieningen en de infrastructuur om ruimte vragen. Circa 700 hectare van het plangebied (878 hectare minus 175-180 hectare prioritaire structuur) blijft in de basisvariant dezelfde functie behouden als dit nu heeft.
2.5.3
Maximale variant In de maximale variant wordt een indicatief eindbeeld van PARK21 gebruikt om de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te onderzoeken. In dit eindbeeld is geheel PARK21 getransformeerd, wat betekent dat het park bestaat uit een parklaag, een polderlaag en een leisurelaag in een 1/3-1/3-
Blad 15 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
1/3 verhouding. In totaal is ca. 360 hectare aan recreatief groen gerealiseerd, inclusief de prioritaire structuur en deelgebied 1, dat tot de autonome situatie behoort. De polderlaag omvat minimaal 1/3 van het gebied, waar landbouw de hoofdfunctie blijft. Maximaal 1/3 wordt in parkkamers als leisurelaag met diverse recreatieve voorzieningen ingericht. De onderstaande tabel geeft de te onderzoeken variant weer voor de situatie zonder en met het reeds gerealiseerde gedeelte van PARK21. De omvang van de polderlaag en de parklaag is groter dan 1/3 per laag, van de leisurelaag is de omvang flink kleiner dan 1/3. De gehanteerde 175 hectare is het uitgangspunt voor de totale ontwikkelruimte voor functies in parkkamers. Wanneer een parkkamer niet of niet geheel wordt ontwikkeld, zal deze (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk en daarmee onderdeel van de parklaag blijven. Wordt een parkkamer wel ontwikkeld, dan kan de parkkamer groter zijn dan sec de ontwikkelruimte, omdat bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing, ringwater als afscheiding en compensatie, ondersteunende voorzieningen en de infrastructuur om ruimte vragen. Voor de worst case benadering wordt uitgegaan van de aangegeven of ingeschatte indicatieve ontwikkelruimte per functie. Tabel 2.3: Verdeling lagen in maximale variant
Maximale variant Parklaag Polderlaag Leisurelaag Totaal
350 350 175 875
Inclusief deelgebied 1 400 370 190 960
In de bovenstaande tabel zijn de uitgangspunten per zone voor de maximale variant beschreven. Hierin wordt in totaal rekening gehouden met 350 hectare nieuw te realiseren parklaag, bovenop de bestaande 51 hectare in deelgebied 1, die deel uit maakt van de referentiesituatie. Hiermee wordt ruim voldaan aan het streven om meer dan 1/3 parklaag te realiseren. Er wordt rekening gehouden met in totaal 175 hectare aan ontwikkelruimte voor leisure in de parkkamers, in aanvulling op de 15 hectare die tot de referentiesituatie behoort. De rest van de beschikbare ruimte voor de leisurelaag (max 1/3 van het totaal) kan worden benut voor de ontsluiting en landschappelijke inpassing en de afscheiding middels water op het snijvlak van de leisure- en parklaag. De polderlaag zal met deze uitgangspunten nog circa 370 hectare beslaan. Afhankelijk van het verloop van de transformatie kan de polderlaag echter kleiner zijn. Voor enkele thema’s en in het bijzonder voor de landbouwsector is het van belang om naar de effecten te kijken wanneer de omvang van het totale agrarische gebied (polderlaag en/of voortzetting van de bestaande agrarische activiteiten) wordt teruggebracht tot 320 hectare, 1/3 van de totale 960 hectare. In de polderlaag wordt in totaal 21,5 hectare aan ontwikkelruimte voorzien voor verbrede agrarische activiteiten.
Blad 16 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel 2.4: Uitgangspunten maximale variant
Uitgangspunt verdeling lagen, maximale variant 100% 80% 60% 40% 20% 0% zone 1
zone 2
zone 3 Parklaag
zone 4
zone 5
Leisurelaag
Polderlaag
zone 6
Totaal
Zone 1
Zone 2
Zone 3
Zone 4
Zone 5
Zone 6
Typering zone
Sport en recreatie
Watersport en recreatie
39,5 ha
49 ha
Landbouw, cultuur en educatie 25 ha
Landbouw en grootschalige recreatie 45 ha
Landbouw en park
Ruimte voor functies Indicatie nieuwe functies
Landbouw, innovatie en educatie 16,5 ha
Wellness, horeca, scouting
Watersport, vakantieresort
Themapark/ experience
Grootschalige leisure
-
Ontwikkelruimte in de linten Indicatie nieuwe functies in de linten
5,5 ha
3 ha
Proeftuin met hotel, kenniscentrum 1,5 ha
7 ha
1,5 ha
3 ha
• •
-
Totaal
175 ha
21,5 ha
Verbrede agrarische activiteiten, zoals horeca, bed & breakfast, vergadercentra. Paardenpension in zone 4
In totaal wordt 525 hectare ingericht als parklaag of leisurelaag, met veel groen, water in de vorm van watergangen, polderuiterwaarde en recreatieplas(sen). Als worst case benadering wordt
Blad 17 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
aangehouden dat 350 hectare wordt ingericht als groene parklaag met een significante ophoging, 135 hectare als parkkamer met een beperkte ophoging en 40 hectare als recreatieplas. Hiervan wordt de eerste 180 hectare aangelegd conform de uitgangspunten voor de basisvariant/prioritaire structuur in de periode tot 2030. De overige ontwikkelingen hebben een looptijd tot 2040.
Blad 18 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel 2.4: Uitgangspunten maximale variant
Uitgangspunt verdeling lagen, maximale variant 100% 80% 60% 40% 20% 0% zone 1
zone 2
zone 3 Parklaag
zone 4
zone 5
zone 6
Leisurelaag
Polderlaag
Totaal
Zone 1
Zone 2
Zone 3
Zone 4
Zone 5
Zone 6
Typering zone
Sport en recreatie
Watersport en recreatie
39,5 ha
49 ha
Landbouw, cultuur en educatie 25 ha
Landbouw en grootschalige recreatie 45 ha
Landbouw en park
Ruimte voor initiatieven Indicatie nieuwe functies Ontwikkelruimte in de linten Indicatie nieuwe functies in de linten
Landbouw, innovatie en educatie 16,5 ha
Wellness, horeca, scouting
Watersport, vakantieresor t
Proeftuin met hotel, kenniscentrum
Themapark/e xperience
Grootschalige leisure
-
5,5 ha
3 ha
1,5 ha
7 ha
1,5 ha
3 ha
• •
-
Verbrede agrarische activiteiten, zoals horeca, bed & breakfast, vergadercentra. Paardenpension in zone 4
Blad 19 van 51
Totaal
175 ha
21,5 ha
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Landinrichting Voor de landinrichting worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als voor de basisvariant. In totaal wordt 525 hectare ingericht als parklaag of leisurelaag, met veel groen, water in de vorm van watergangen, polderuiterwaarde en recreatieplas(sen). Als worst case benadering wordt aangehouden dat 350 hectare wordt ingericht als groene parklaag met een significante ophoging, 135 hectare als parkkamer met een beperkte ophoging en 40 hectare als recreatieplas. Hiervan wordt de eerste 180 hectare aangelegd conform de uitgangspunten voor de basisvariant/prioritaire structuur in de periode tot 2030. De overige ontwikkelingen hebben een looptijd tot 2040. Nadere uitwerking van kaders Omdat de ontwikkeling van PARK21 aanvullend op de basisvariant nog onzeker is, wordt het MER ingezet om kaders te bepalen voor toekomstige initiatieven. Met het MER wordt onderzocht hoe, met de bovenstaande uitgangspunten en de doelstellingen uit paragraaf 2.3, de bestemmingsplanregeling kan worden vormgegeven om de transformatie succesvol te laten verlopen. De analyse van de milieugevolgen van de maximale variant zal zich daarom sterk richten op de benodigde randvoorwaarden (door de gemeente te realiseren) en spelregels (voor ontwikkelaars) om nadelige milieugevolgen te voorkomen, integraal de doelstellingen te borgen en het behalen van extra kwaliteit te stimuleren.
Blad 20 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
3
Bodemopbouw Realisatie van PARK21 gaat samen met veranderingen aan het maaiveld, in de ondergrond en het grondwater. Om de milieueffecten van zowel ontgravingen als ophogingen te analyseren wordt eerst de opbouw en samenstelling van de ondergrond beschreven op basis van de beschrijvingen uit eerdere onderzoeken. Vervolgens wordt ingegaan op de te realiseren recreatieplas en het retentiebekken, de gewenste terreinophogingen en de mogelijke trillingen in relatie tot deze werkzaamheden.
3.1
Bodemopbouw en geohydrologie
3.1.1
Maaiveld De maaiveldhoogte in PARK21 varieert van N.A.P. -4,2 tot N.A.P -5,0 m. De gemiddelde maaiveldhoogte bedraagt N.A.P. -4,5 m. De hoogtekaart is opgenomen in bijlage 1.
3.1.2
Ondergrond In de Haarlemmermeer bestaat het bovenste deel van de ondergrond hoofdzakelijk uit kleiig fijn zand afgewisseld met kleilagen. Gezamenlijk vormen deze lagen de Holocene deklaag (zie tekening 417636.107-S1). De deklaag wordt aangetroffen vanaf het maaiveld tot een diepte van circa N.A.P. -11 à -12 m. In een deel van de Haarlemmermeer wordt aan de onderzijde van de deklaag ook het zogenaamde basisveen aangetroffen. In grote delen van de Haarlemmermeer zijn geulen ingesleten in de ondergrond tot op een diepte van circa N.A.P. -25 m. Ter plaatse van deze geulen is een deel van het Pleistocene zand geërodeerd en ontbreekt het basisveen. Vervolgens zijn de geulen weer opgevuld met zandig en kleiig materiaal. Onder de deklaag ligt het eerste watervoerend pakket (zie tekening 417636.107-S4). Het betreft een pakket zand. De onderzijde van dit pakket wordt aangetroffen op een diepte van circa N.A.P. -30 m. Onder het eerste watervoerend pakket wordt het tweede watervoerend pakket aangetroffen dat ook is opgebouwd uit zandlagen. Tussen beide pakketten is in de omgeving van PARK21 geen scheidende laag aanwezig. De kleilagen in de deklaag hebben invloed op de verwachte effecten als gevolg van de gewenste veranderingen in het terrein.
De ondergrond is maatgevend voor de draagkracht, de zettingsgevoeligheid in combinatie met de wens om het terrein plaatselijk op te hogen en de weerstand die grondwaterstroming ondervindt als gevolg van de samenstelling van de ondergrond. De aanwezigheid van het basisveen is een belangrijke parameter in het geval diepe ontgravingen uitgevoerd moeten worden. Voor ondiepe ontgravingen is deze laag minder relevant. De aanwezigheid van basisveen zorgt voor een hoge weerstand van de deklaag en heeft daarom een sterk isolerende werking tussen het ondiepe, freatische grondwater en het grondwater in het eerste watervoerend pakket. Veranderingen in het freatische vlak worden bij de aanwezigheid van basisveen sterk uit gedempt richting het eerste watervoerend pakket. Omdat het basisveen ontbreekt ter plaatse van de geulen is het dempende effect van de deklaag daar een stuk minder
Blad 21 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
dan buiten de geulen. Vanwege dit verschil is het belangrijk de begrenzing van het basisveen goed in beeld te hebben. In 2009 is ten behoeve van de planvorming rond PARK21 door Fugro ter plaatse van PARK21 bodemonderzoek gedaan om nader inzicht te krijgen naar de laterale verbreiding van het basisveen in het gebied. De resultaten zijn geïnterpreteerd door RHDHV (Vervolgonderzoek Recreatieplas, RHDHV, 12 juli 2012) en aangevuld met gegevens uit de landelijke meetnet van het TNO (Dinoloket) en verwerkt in tekening 417636.107-S1.
3.1.3
Bodemopbouw Op basis van de Bodemkaart van Nederland kan de bodem worden omschreven als een kalkrijke lichte klei. Plaatselijk is sprake van een zavel ofwel een meer zandig ontwikkelde klei. De in figuur 3.1 genoemde eerdgronden zijn geheel gerijpte zavel- en kleigronden zonder donkere bovengrond en zonder veen binnen 80 cm – mv.
Figuur 3.1: Bodem met globale contour PARK21 (bron Waterstructuurvisie Haarlemmermeerpolder, 2010)
3.1.4
Oppervlaktewater In de peilvakken in de omgeving van PARK21 wordt het oppervlaktewater in de huidige situatie gemiddeld op een vast peil gehouden van N.A.P. - 5,87 m tot N.A.P. - 6.57 m. Na realisatie van het VDS (Verbeterd Droogmakerij Systeem) heeft het peil een ondergrens van N.A.P. -6,37 m. en een bovengrens van N.A.P. -6,02 m in de winter en N.A.P. -5,87 m. in de zomer.
3.1.5
Grondwater Een onderscheid wordt gemaakt tussen het ondiepe grondwater en het diepere grondwater. De freatische, ondiepe grondwaterstand in de omgeving van PARK21 wordt sterk beïnvloed door de aanwezige ontwatering en hangt daardoor sterk samen met het oppervlaktewaterpeil.
Blad 22 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Het diepere grondwater staat onder invloed van regionale grondwatersystemen. Uit de isohypsenkaart voor het eerste watervoerend pakket (zie tekening 417636.107-S2) blijkt dat ter plaatse van PARK21 sprake is van een stijghoogtegradiënt van grofweg west naar oost. De stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerend pakket varieert van N.A.P. -4 m in het westen tot N.A.P. -5,5 m voor het oostelijke deel van PARK21. De stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerend pakket ligt grotendeels hoger dan de freatische grondwaterstand, waardoor er een voortdurende kwelstroom optreedt naar de percelen en de watergangen. In verband met de kwelsituatie en relatief grote slootafstand in het gebied (150 tot 200 m) zal sprake zijn van opbolling van de grondwaterstand tussen de watergangen in.
3.2
Ontgraving Een onderscheid wordt gemaakt in het aanleggen van een recreatieplas en de aanleg van watergangen. In het laatste geval kan sprake zijn van een geheel nieuwe watergang of het plaatselijk verleggen van de watergang in verband met de gewenste ontwikkeling van het gebied.
3.2.1
Recreatieplas Het ontwerp van de recreatie plas is sinds het eerste ontwerp uit 2010 tweemaal aangepast. Het huidige ontwerp is ontstaan na de herijking in 2016. Het huidige ontwerp van de recreatieplas is gebaseerd op een maximale ontgravingsdiepte van 1,25 meter ten opzichte van het huidige maaiveld ofwel tot een diepte van N.A.P. -5,75 m. ten opzichte van het gemiddelde maaiveldniveau (zie figuur 3.2). De vrijkomende grond wordt ter plaatse toegepast om het terrein buiten de ontgraving te verhogen. De maximale waterdiepte zoals nu voorzien in het plan bedraagt 2,5 meter (zie figuur 3.3). Dit impliceert een waterpeil in de plas van N.A.P. -3,25 m.
Figuur 3.2: Afgraving recreatieplas, bron: Regiedocument deelgebied 2, 2014
Blad 23 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Het ontwerp na herijking sluit niet aan op het ontwerp en de geohydrologische berekeningen van de ondiepe recreatieplas zoals uitgevoerd voor 2016 en het oorspronkelijke ontwerp uit 2010 als diepe zandwinplas. In 2014 zijn de effecten beschreven voor een ondiepe recreatieplas aan de hand van een waterpeil van N.A.P. -4,25 m en een bodemdiepte van N.A.P. -6,75 m. Bij dit ontwerp is sprake van gemiddeld neutrale kwelsituatie. In het ontwerp na de herijking zal dus meer oppervlaktewater infiltreren naar de omgeving.
Figuur 3.3: Waterdiepte recreatieplas, bron: Regiedocument deelgebied 2, 2014
Voor het realiseren van de recreatieplas kunnen vanuit het thema ondergrond drie onderdelen worden aangegeven die invloed kunnen hebben op de omgeving, te weten: • Het opbarsten van de waterbodem in de realisatiefase en het opbarsten van de waterbodem in watergangen in de directe omgeving van de plas; • Het creëren van een infiltratiesituatie; • Een waterniveau hoger dan het bestaande maaiveld. In tabel 3.1 zijn de mogelijke effecten bij de verschillende varianten beschreven. Dit zijn inmiddels verouderde varianten, deze informatie is betrokken bij het ontwikkelen van definitieve kaders voor de recreatieplas. Hiervoor wordt verwezen naar het MER hoofdrapport en de Achtergrondrapportage Groenblauw. Op basis van het MER hoofdrapport en de Achtergrondrapportage Groenblauw wordt een gecombineerde variant met opgelegde plas en een aan VDS gekoppeld systeem voorgesteld. De exercitie alhier is gericht op een afweging over opbarsting, welvorming en kwel, dus aan de bodem gerelateerde aspecten. Tabel 3.1: Overzicht effecten bij verschillende plasvarianten Diepe zandwinput Ondiepe put I Rapport RH 2012 RHDHV 11 juni 2013 Ontgravingsdiepte 50 m -mv. 2,25 m -mv. ofwel maximaal N.A.P. -6,5 m. Waterpeil Oppervlakte plas (ha) Grond (m3)
N.A.P. -4,43 m. 80 40.000.000
Blad 24 van 51
N.A.P. -4,25 m. 52 1.000.000
Ondiepe put II Plan na herijking 1,25 m -mv. ofwel maximaal N.A.P. -5,75 m. N.A.P. -3,25 m. 25 300.000
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Opbarstrisico putbodem plas Opbarstrisico putbodem watergangen (‘welvorming’) Kwel Peilfluctuatie Water aanvoer Waterkwaliteit
n.v.t.
Ja
Nee bij vast peil. Met flexibel peilbeheer gering neutraal Gering tot groot (flexibel peilbeheer) nee goed
Nee.
Nee. Dus uitvoering in de droge mogelijk Gering
neutraal Groot (0,5 m)
infiltratie Beperkt
ja matig
ja matig
Opbarstrisico waterbodem Door het wegnemen van een deel van de ondergrond neemt de neerwaartse druk af en de opwaartse druk toe. Bij overschrijding van dit evenwicht kan de bodem van de ontgraving opbarsten. Gevolg is een toename van de kwel tijdens de realisatiefase en een slechtere waterkwaliteit in de plas als gevolg van zoute kwel. Geconcludeerd wordt dat de graafwerkzaamheden maar tot een beperkte diepte in den droge uitgevoerd kunnen worden. Vanaf deze diepte dient de neerwaartse druk te worden vergroot. Dit vindt in de praktijk plaats door het in stand houden van een vast waterpeil in de ontgraving. Bij een uitvoering in den natte is het risico op opbarsten beter beheersbaar en daarmee de omgevingseffecten bij het optreden van een eventuele calamiteit. Nadelen zijn de verwerking van de natte grond en het risico op instabiele (onderwater)taluds bij ontgraving. In het geval van een zandwinput zal er sowieso in den natte gewerkt moeten worden aangezien de werkzaamheden met een cutterzuiger of vergelijkbaar materieel moeten worden uitgevoerd. Welvorming Onder welvorming wordt verstaan een sterk lokaal fenomeen waar grondwater uittreedt aan het oppervlak of in het oppervlaktewater. In dit geval wordt welvorming beschreven als gevolg van de aan te leggen recreatieplas.
Stabiliteitsberekeningen zijn uitgevoerd op basis van eerder onderzoek (RHDHV, kenmerk IS-RD20140052 C0.0, d.d. 7 maart 2014). Uitgaande van een waterpeil van N.A.P. -6,6 m in de watergangen binnen PARK21 en een diepte van N.A.P. -7,6 m is nooit sprake van voldoende stabiliteit bij de realisatie van nieuwe watergangen. De uitkomsten van de opbarstberekeningen (RHDHV, 7 maart 2014) komen overeen met de huidige situatie. Ook in de huidige situatie is er bij de meeste watergangen in het projectgebied een opbarstrisico en daarmee de kans op welvorming. Het instellen van een VDS heeft een positief effect op de kans op welvorming. Hoewel het risico kleiner wordt, lijkt opbarsten van de bodem van de watergang nog steeds een reële mogelijkheid. Door de aanleg van een recreatieplas zal zich een nieuw evenwicht gaan instellen in de grondwaterhuishouding van het gebied. Bij de ondiepe plasvarianten I en II is er een zeer beperkt effect op de stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerend pakket in de directe omgeving van de plas. Hierdoor is het effect op de kwelsituatie in de omgeving van de plas verwaarloosbaar. Door de zeer geringe invloed op de stijghoogte wordt er ook geen significante verhoging van het opbarstrisico verwacht voor de watergangen in de omgeving door een grotere druk van het grondwater in het eerste watervoerend pakket.
Bij een diepe zandput is dit wel een reëel risico met name als ook flexibel peilbeheer wordt toegepast.
Blad 25 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Kwel Als gevolg van het hogere peil in de recreatieplas ten opzichte van het oppervlaktewater en het ondiepe en diep grondwater zal infiltratie van water uit de recreatieplas optreden naar de ondiepe ondergrond. Dit geldt voor zowel de huidige en toekomstige situatie met flexibel peilbeheer hoewel een VDS wel een positief effect heeft op het verminderen van kwel. Vanwege de aanwezige kweldruk en weerstandsbiedende lagen in de ondergrond is de verticale wegzijging voor beide ondiepe varianten naar het eerste watervoerend pakket beperkt. Een aanvullende maatregel in de vorm van het aanbrengen van een weerstandsbiedende kleilaag op de plasbodem is niet noodzakelijk. Horizontale afstroming waardoor mogelijk langdurig natte omstandigheden optreden in de directe omgeving van de plas zijn realistisch voor de ondiepe variant II. Een aanvullende maatregel in de vorm van het aanbrengen van een weerstandsbiedende kleilaag tegen het onderwatertalud of het aanbrengen van een ringsloot lijkt wel noodzakelijk. Op basis van de resultaten van de geohydrologische berekeningen (RHDHV, BC1541-100101/N004/ 500051/Rott, d.d. 11 juni 2013) zal, zonder taludafdichting, de kweldruk in de nabije omgeving toenemen en daarmee de afvoer via de watergangen. Per saldo zal het totale waterbezwaar voor de gehele Haarlemmermeer iets afnemen.
Door het hoger waterpeil in de plas is er per saldo sprake van een hogere tegendruk in de Haarlemmermeer. Wateraanvoer Met uitzondering van de diepe plas zal incidenteel water moeten worden aangevoerd vanuit de watergangen om het gewenste waterpeil in stand te kunnen houden. Voor de ondiepe putten wordt de hoeveelheid aan te voeren water bepaald door de verdampingsverliezen en het waterverlies via de taluds. De afvoer van ondiepe kwel via de omliggende sloten zal voor de ondiepe put II hoger liggen van voor put I. In beide gevallen zal het toepassen van een taludbekleiding een positieve invloed hebben op de afvoer van dit kwelwater. Het aspect wateraanvoer wordt gedetailleerd beschouwd in de Achtergrondrapportage Groenblauw Waterkwaliteit De kweldruk is hoger in het westelijke deel van PARK21 dan voor het zuidoostelijke deel. De geprojecteerde ligging van de recreatieplas in zone 2 wordt als positief beoordeeld in relatie tot het verminderen van kwel met een mindere kwaliteit. Het aspect waterkwaliteit wordt gedetailleerd beschouwd in de Achtergrondrapportage Groenblauw. Veiligheid Een waterpeil in de plas van N.A.P. -3,25 m (Ondiepe put II) impliceert een beoogd waterniveau 1,25 meter boven de huidige gemiddelde maaiveldhoogte. Vanuit veiligheidsrisico’s voor de omgeving is het belangrijk dat de grondophoging ook een waterkerende functie met voldoende stabiliteit krijgt.
Een meer gedetailleerde geotechnische toetsing dient plaats te vinden op basis van geotechnisch onderzoek ten aanzien van aanleghoogte, de verwachte eind- en restzetting en mogelijke afschuivingsrisico’s bij verweking van het grondlichaam door natte condities. De invloed van flexibel peilbeheer heeft geen invloed op het aspect veiligheid voor de ondiepe plas II. Voor de zandwinput en de ondiepe plas I speelt het aspect (water) veiligheid geen rol.
3.2.2
Retentiebekken (polderuiterwaarde)
Blad 26 van 51
Achtergrondrapport Ondergrond MER PARK21 projectnummer 0417636.107 10 december 2021 revisie 02 Gemeente Haarlemmermeer
Ten behoeve van een robuust watersysteem dat water bergt water ten tijde van piekbuien in combinatie met de voorgenomen aanleg van verhard oppervlak is extra waterbergend oppervlak benodigd. Deze extra compensatie kan gedeeltelijk worden gezocht in de toename van het wateroppervlak en in het bewust aanleggen van lage delen die door onderlopen bij een peilstijging een bijdrage leveren aan de bergingscapaciteit. In zone 3 wordt hiervoor een retentiebekken ingericht. Het retentiebekken wordt ook wel aangeduid als polderuiterwaarde. De waterbergende capaciteit van dit retentiebekken neemt toe met een grotere ontgravingsdiepte en omvang. De ontgravingsdiepte is vanwege het risico op opbarsten echter beperkt. Het waterretentiebekken is niet permanent watervoerend. Maatgevend is het risico van opbarsten voor een situatie dat het retentiebekken droog staat. De opgravingsdiepte is dan begrensd tot N.A.P. – 6,1 m. De berekening is gebaseerd op een stijghoogte van het diepe grondwater van N.A.P. -4,6 m en de volumegewichten zoals gehanteerd in de studie naar de risico’s van opbarsten van de watergang (Royal HaskoningDHV, 2014). Het retentiebekken wordt naar verwachting circa 6 tot 8 hectare in omvang. De exacte omvang is nog onzeker.