Bijlage 2.12 - Luchtkwaliteitsonderzoek
Tekst van het document
Notitie
notitienummer datum opdrachtgever auteur goedkeuring vrijgave project projectnr. betreft
20220204-458699-rev02 4 februari 2022 Treehouse CV T. Sweerts C. van Tilburg A. Hatzman BP, onderzoeken en proces Treehouse Hoofddorp 0458699.100 Beoordeling van het aspect luchtkwaliteit
INLEIDING Treehouse CV, een samenwerking tussen Kondor Wessel Projecten BV, Delta Development Group BV en NIBC, is voornemens het parkeerterrein (Apriscoterrein) gelegen tussen de Kruisweg, Nieuweweg en de Prins Hendriklaan in Hoofddorp te transformeren tot een duurzaam stadsblok. In deze ontwikkeling zijn de voornemens om 280 appartementen, circa 450 vierkante meter commerciële voorzieningen en circa 1.550 vierkante meter horeca te realiseren. Het planvoornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Hoofddorp Centrum’ welke is vastgesteld op 28 januari 2016 door de gemeente Haarlemmermeer. Om de strijdigheid op te heffen is onderstaand bestemmingsplan opgesteld. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient onder andere het aspect luchtkwaliteit beoordeeld te worden. Voorliggend document vormt deze beoordeling van het aspect luchtkwaliteit. De ligging van de ontwikkeling is weergegeven in onderstaande figuur (rode ster).
Figuur 1: Ligging ontwikkeling in Hoofddorp
blad 1 van 4
notitienummer: 20220204-458699-rev02 betreft: Beoordeling van het aspect luchtkwaliteit
BELEIDSKADER De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; b. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Het besluit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); d. Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen. Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer.
Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. Tabel 1: Vastgestelde grenswaarden (concentraties in µg/m3) Stof
Soort Concentratie jaargemiddelde 40 Fijn stof (PM10) 24-uursgemiddelde 50 Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde 25 jaargemiddelde 40 Stikstofdioxide (NO2) uurgemiddelde* 200 Koolmonoxide (CO) 8-uurgemiddelde 10.000 Lood (Pb) jaargemiddelde 0,5 24-uursgemiddelde 125 Zwaveldioxide (SO2) uurgemiddelde 350 Benzeen (C6H6) jaargemiddelde 5 * grenswaarde van toepassing bij wegen waarvan ten minste 40.000 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken
Aantal overschrijdingen 35 18 3 24 -
Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) maatgevend. Voor deze stoffen is de kans het grootst dat de bijbehorende grenswaarden worden overschreden. Overschrijding van de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 (200 µg/m3) is, in relatie tot wegverkeer, redelijkerwijs uitgesloten. Dergelijke hoge concentraties doen zich niet voor langs wegen en uit metingen over een periode van 10 jaar blijkt dat overschrijding van de uurnorm voor NO2 niet meer aan de orde is . Net als voor de jaargemiddelde concentratie PM10 is voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5 ook een grenswaarde vastgesteld (25 µg/m3). PM2,5 is een deelverzameling van PM10 en de PM10- en PM2,5-concentraties zijn dan ook sterk aan elkaar gerelateerd. Uitgaande van de huidige kennis over emissies en concentraties van PM2,5 en PM10 kan worden gesteld dat, als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarden voor PM2,5 zal worden voldaan . Overige luchtverontreinigende stoffen Voor de overige luchtverontreinigende stoffen, waarvoor grens- of richtwaarden zijn opgenomen in de Wm , zijn de laatste jaren nergens in Nederland overschrijdingen opgetreden van deze waarden en de concentraties vertonen een dalende trend . Dit beeld wordt bevestigd door metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM .
Het is dan ook aannemelijk dat een overschrijding van de voor deze (overige) stoffen vastgestelde grens- en richtwaarden, als gevolg van een besluit, redelijkerwijs kan worden uitgesloten.
blad 2 van 4
notitienummer: 20220204-458699-rev02 betreft: Beoordeling van het aspect luchtkwaliteit
Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan/project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Een plan/project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 niet meer bedraagt dan 3% van de grenswaarde voor die stoffen. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentraties met 1,2 µg/m3. Plannen of projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, die onder het gelijknamige Besluit hangt, zijn categorieën van gevallen opgenomen die per definitie 'niet in betekenende mate' zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling of een kantoorontwikkeling van minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlak. Deze ontwikkelingen hoeven dan niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hiervoor hoeft geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden.
BEOORDELING EFFECT PLAN TREEHOUSE Het voorgenomen plan (Treehouse) de volgende ontwikkeling mogelijk: 280 woningen; 1.550 m2 horeca; 450 m2 commerciële ruimte. In onderstaande figuur is de locatie van het BP Treehouse weergegeven (Aprisco-locatie).
Figuur 2: Locaties ontwikkelingen
Uit het verkeersonderzoek1 blijkt dat er sprake is van een maximale verkeersgeneratie van 1.396 mvt/etm. Op basis van de CROW is bepaald dat het aandeel vrachtverkeer 1,8% is. Met de NIBM-tool (versie 2021) is de maximale toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 berekend als gevolg van het extra verkeer (dit zijn de verkeersbewegingen van het nieuwe plan waar de verkeerbewegingen van de huidige situatie niet in mindering gebracht zijn). De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen. 1 Verkeersonderzoek ontwikkeling Treehouse, februari 2022 Antea Group
blad 3 van 4
notitienummer: 20220204-458699-rev02 betreft: Beoordeling van het aspect luchtkwaliteit
Figuur 3: Berekening bijdrage ontwikkeling met de NIBM-tool.
Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de maximale bijdrage van het voorgenomen plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 minder is dan 1,2 µg/m3. Op basis hiervan is aannemelijk dat het voorgenomen plan niet in betekenende mate bijdraagt. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg.
blad 4 van 4