Bijlage 2-11 Definitief toetsingsadvies Commissie m.e.r.
Tekst van het document
PARK21, gemeente Haarlemmermeer Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 7 december 2022 / projectnummer: 3169
Advies over het MER in het kort De gemeente Haarlemmermeer wil tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep een groot (stads)park van duizend hectare aanleggen. Er komt een gevarieerd landschap dat plaats moet bieden aan landbouw, recreatie, sport, ontspanning en aan groenvoorzieningen. Voordat de gemeenteraad van Haarlemmermeer een beslissing neemt over het nieuwe bestemmingsplan, zijn eerst alle mogelijke gevolgen voor de omgeving onderzocht. Deze zijn beschreven in het milieueffectrapport1 (MER). De Commissie constateerde in haar vorige advies2 dat het MER niet alle relevante informatie over de milieugevolgen bevatte. Daarop heeft de gemeente het MER aangevuld met extra informatie3. Op verzoek van de gemeenteraad spreekt de Commissie zich in dit advies uit over de juistheid en de volledigheid van de aanvulling.
Wat blijkt uit de aanvulling op het MER? De aanvulling gaat in op alle adviezen en aanbevelingen uit het vorige advies van de Commissie. Uit de aanvulling blijkt dat de in het MER ontbrekende functies uit het bestemmingsplan (zoals de impact van een extreem drukke dag op de verkeers- en parkeerstromen en de aanleg van zonneakkers) niet leiden tot aangepaste effectscores. Daarnaast blijkt uit de aanvulling dat de gestelde doelen (gedeeltelijk) worden bereikt.
Wat is het advies van de Commissie? De Commissie vindt de aanvulling uitgebreid en volledig. Het is zichtbaar dat door het uitwerken van de eerder ontbrekende informatie het plan is verbeterd. De Commissie is van oordeel dat het MER en de aanvulling tezamen alle essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over PARK21 waarbij het milieubelang volwaardig meeweegt. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.
Figuur 1. Voorlopig eindbeeld 2040 van PARK21, gelegen tussen Hoofddorp en NieuwVennep. Bron: gemeente Haarlemmermeer.
1
Milieueffectrapport PARK21 Haarlemmermeer, Antea Group, 14-01-2022.
2
Te raadplegen via: https://commissiemer.nl/adviezen/3169.
3
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21, Antea Group, 06-10-2022.
-1-
Aanleiding MER PARK21 is ongeveer 1000 hectare groot en moet plaats bieden aan landbouw, recreatie, sport, ontspanning en aan groenvoorzieningen. Een deel van dit park is reeds in een bestemmingsplan vastgelegd en al gerealiseerd. Voor de verdere ontwikkeling is een nieuw bestemmingsplan (verbrede reikwijdte) nodig. Het voornemen van de gemeente Haarlemmermeer valt volgens het Besluit milieueffectrapportage (onder andere) in de categorie ‘landinrichtingsproject’ en daarom wordt een MER opgesteld. Rol van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie is bij wet ingesteld, onafhankelijk en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Haarlemmermeer - besluit over het bestemmingsplan voor PARK21. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3169 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe. In de tekst wordt een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
Reikwijdte bestemmingsplan In de aanvulling op het MER is een analyse gemaakt van onderscheidende activiteiten tussen het bestemmingsplan en het (worst-case scenario van het) MER. Hieruit blijkt dat enkele aspecten niet volwaardig zijn beoordeeld in het MER. Dit is alsnog gedaan en er wordt geconcludeerd dat de effecten hiervan vallen binnen de beoordeling uit het MER. Die hoeft dus niet aangepast te worden. De Commissie onderschrijft deze conclusie. Ze is van mening dat het aangevulde MER nu completer is met ook inzicht in de mogelijke effecten van bijvoorbeeld zonneparken. Er is een goede analyse gemaakt en het MER biedt daarmee inzicht in de mogelijke effecten van de verschillende functies uit het bestemmingsplan.
Doelbereik De aanvulling op het MER beschrijft in hoofdstuk 3 de haalbaarheid van de hoofd- en nevendoelstellingen en geeft inzicht in de onzekerheden die spelen. Dit is gedaan voor zowel de basis- als de maximale variant. Het betreft onder andere een kwalitatieve beschrijving van het watersysteem. De Commissie vindt het positief dat er getoetst wordt aan concrete doelstellingen. De aanvulling geeft daarmee een goede onderbouwing over het (gedeeltelijk) behalen van de doelen.
-2-
Stikstofeffecten tijdens bouwfase In de aanvulling op het MER zijn alsnog de stikstofdeposities voor de basisvariant uit de bouwfase berekend op basis van (conservatieve) aannames voor het deelproject Groot Vennep in zone 3. Uit de berekeningen blijkt dat er op het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid in de periode tot 2029 jaarlijks een stikstofdepositie is te verwachten van 0,06 mol per hectare. Doordat PARK21 dan niet meer als landbouwgrond wordt gebruikt, wordt ook geen mest meer uitgereden. Als dit wordt meegerekend (‘intern salderen’), dan is geen sprake meer van extra stikstofdeposities in de natuurgebieden. In de aanvulling wordt daarnaast een aantal extra maatregelen benoemd om de stikstofemissies in de gebruiksfase verder te beperken. Het valt de Commissie op dat voor de uit productie te nemen landbouwgronden (de huidige emissies) nu andere kentallen worden gehanteerd dan bij de berekeningen die bij het MER zaten. In het onderzoeksrapport naar stikstof4 van het MER werd uitgegaan van 7,26 kg NH3 per hectare per jaar terwijl in de aanvulling 10,05 kg NH3 wordt genoemd. Het verschil komt voort uit andere aannames in type gewassen (wisselteelt) en een schatting van het percentage dat in gebruik is als landbouwgrond. Hiervoor wordt geen onderbouwing gegeven.
De Commissie beveelt daarom aan om, voordat de gemeenteraad een besluit neemt over dit project, goed te onderbouwen waarom nu andere kentallen worden gebruikt. Omdat de uiteindelijke stikstofemissies in beide gevallen binnen de gestelde grenzen van het huidige gebruik blijven, zal dit in het MER niet leiden tot andere effectscores.
Verkeer en parkeren In de aanvulling op het MER is meer inzicht gegeven in de verkeerskundige effecten en in het ruimtebeslag van (meerdaagse) evenementen. Er is een uitgebreide verkeersstudie uitgevoerd naar de effecten van evenementen op de omgeving. Hierbij zijn de beschikbare locaties voor parkeer- en/of campingplaatsen in de omgeving gekwantificeerd (oppervlakte en aantal) en op kaart aangegeven. Er is getoetst of de verkeersafwikkeling en de benodigde parkeerruimte passen in het worst-case scenario. Het valt de Commissie op dat het aantal toe te laten evenementenbezoekers beperkt wordt door het aantal aanwezige parkeerplaatsen. Omdat PARK21 een relatief lange ontwikkeltijd kent en kavels soms tijdelijk gebruikt kunnen worden als parkeerplaats en later weer niet, is onzeker hoeveel bezoekers welkom zijn. Met de omgevingsvergunning, die elk evenement nodig heeft, is hierop te sturen. Dit voorkomt dat er teveel bezoekers komen waarvoor op dat moment niet voldoende parkeerplaatsen zijn. De Commissie kan deze beredenering volgen. Ze merkt volledigheidshalve op dat deze dynamische situatie ook kan betekenen dat er op een bepaald moment geen (hele) grote evenementen mogelijk zijn of dat extra maatregelen nodig zijn (zoals parkeren op grotere afstand in combinatie met pendelbussen).
Klimaatadaptatie en waterkwaliteit De aanvulling op MER bevat een toelichting op de gemaakte keuzes en gaat in op de aanbevelingen uit het vorige advies van de Commissie. Het blijkt dat het Hoogheem-
4
Onderzoek stikstofdepositie PARK21, Antea Group, 14-01-2022.
-3-
raadschap van Rijnland goed betrokken is bij het project en dat er uitgebreider onderzoek beschikbaar is, dan dat er in eerste instantie in het MER werd beschreven. Ook blijkt dat in de lage delen van PARK21 afgravingen plaatsvinden. Daarmee wordt het risico op uitspoeling van de fosfaatrijke bovengrond zo veel mogelijk beperkt. Monitoring van de waterkwaliteit zal moeten uitwijzen of er door de getroffen maatregel(en) in de praktijk niet te veel fosfaat in het water terecht komt.
Monitoring en evaluatie In de aanvulling op het MER staat dat monitoring (en specifiek de evaluatie van de prioritaire structuur) wordt betrokken bij de jaarlijkse voortgangsrapportage aan de gemeenteraad van Haarlemmermeer. De Commissie merkt volledigheidshalve op dat monitoring zich richt op doelbereik, randvoorwaarden en effecten. Ze beveelt aan om voor de jaarlijkse monitoring aan de gemeenteraad een compleet monitorings- en evaluatierapport op te stellen.
-4-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Jan Bakker drs. Gert Dekker ir. Marlies Verspui ir. Ruud Westerhof Wouter Berendsen MSc (secretaris) drs. Marieke van Rhijn (voorzitter) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D.9.
Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Haarlemmermeer. Initiatiefnemer besluit College van Burgemeester en Wethouders. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3169 in te vullen in het zoekvak.