Bijlage 2-1 Beeldkwaliteitsplan Polderlaag
Tekst van het document
beeldkwaliteit polderlaag
colofon 1 december 2014
Gemeente Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TZ Hoofddorp Voor eventuele vragen over toepassingen en uitwerkingen van dit beeldkwaliteitsplan openbare ruimte PARK21 kunt u contact opnemen met het projectteam PARK21 via park21@haarlemmermeer.nl.
2
Vista Landschapsarchitectuur en Stedenbouw TT. Neveritaweg 23 1033 WB Amsterdam
Tekst en illustraties: Vista Landschapsarchitectuur en Stedenbouw Huisstijl grafische vormgeving: Üppig Identity Store
beeldkwaliteit polderlaag 3
4
Addendum Beeldkwaliteitsplan Polderlaag
De gemeente Haarlemmermeer wil initiatiefnemers ruimte én richting geven bij ontwikkelingen binnen het aangewezen zoekgebied voor zonneakkers binnen PARK21. Dit addendum op het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag wordt ingezet als aanzet tot een nadere uitwerking van – en inspirerende aanvulling op – de beleidsregels uit het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer (2020). De nadere uitwerking van dit addendum zal plaatsvinden in het definitieve Beeldkwaliteitsplan Polderlaag. Dit document biedt handvatten om een goede invulling te geven aan de geldende kaders en is een startpunt om met de omgeving in gesprek te gaan. De gemeente wil hiermee waken voor de ruimtelijke kwaliteiten in het gebied en deze zoveel mogelijk versterken. Het is belangrijk dat er een samenhangend geheel ontstaat, waarbij de transformatie van agrarische percelen naar park en leisurelaag op vrijwillige basis gestimuleerd wordt. Zonder deze nadere uitwerking is er een risico dat kansen voor meer ruimtelijke kwaliteit onbenut blijven, een rommelig beeld ontstaat en groene- en recreatieve verbindingen onvoldoende op elkaar aansluiten. In het kort wil de gemeente met dit addendum op het beeldkwaliteitsplan: • Richting geven aan te ontwikkelen zonneakkers binnen PARK21; • De ruimtelijke kwaliteit van PARK21 behouden en versterken; • De samenhang tussen initiatieven borgen.
De volgende elementen zullen verwoord en uitgewerkt worden in het definitieve beeldkwaliteitsplan Polderlaag en kunnen nu als richtinggevende kaders worden gezien: • •
Zonneakkers hebben een strakke vorm met zo min mogelijk ‘rafelranden’. Ruimte tussen de rijen zonnepanelen moeten of: o agrarisch gebruikt worden in de vorm van een moderne strokenteelt of. o ingepland worden volgens de Leidraad groene bouwstenen met een ontwerp van korte vegetaties, zoomvegetatie en/of kruidenrijk gras.
Figuur: inspiratie voor panelen in combinatie met landbouw en/ of groene bouwstenen.
• •
Doorzichten over bestaande poldersloten blijven vrij waardoor de historische verkavelingsstructuur zichtbaar blijft in het landschap. Doorzichten over de bestaande poldersloten om de 200 meter in de lengterichting van de rijen worden verder versterkt door de onderlinge afstand van minimaal 7 meter tussen de bovenkant van de insteeksloot en de eerste rijpanelen te borgen. (zie de rode pijl in het figuur hieronder)
Figuur: lengte doorsnede (rode pijl) en dwars doorsnede (gele pijl). •
•
• • • • • •
De rijen panelen staan evenwijdig met de kavelstructuur (zuidwest opstelling) met om de 100 meter tussenruimtes voor dwarsdoorzicht, haaks op de rijen (zie de gele pijl in het figuur hier boven). Technische installaties worden zo onopvallend mogelijk vormgegeven. Dat houdt in dat ze zo laag mogelijk zijn, het ritme van de opstelling volgen en qua kleurstelling zoveel mogelijk wegvallen in het geheel. Panelen hebben een uniforme uitstraling. Anders gekleurde rasters, verschillende type panelen en reclame-uitingen zijn esthetisch niet toegestaan. Het zonne-akker geeft zowel vanaf de grond als vanuit de lucht een rustig ruimtelijk beeld. De panelen van de verschillende deelprojecten zijn van vergelijkbare typen Binnen de deelgebieden wordt aangesloten bij eerdere initiatieven wat betreft type opstelling, ritme en hoogte. Zonneakkers dragen bij aan de ontsluiting van het landelijk gebied. Dit door aanleg van aantrekkelijke randen met openbare routes erdoor of erlangs. Eventuele gewassen en beplanting tussen de zonneakkers of aan de randen mogen geen opgaand groen zijn hoger dan 1,5meter. De rijen betreffen enkele rijen, opstelling in dakprofiel is niet toegestaan.
Voorwoord In 2011 is Masterplan PARK21 vastgesteld door de raad van gemeente Haarlemmermeer. Een belangrijk doel van het Masterplan is het beleefbaar houden van de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken van de polder in het toekomstige park. Het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag is een verdere uitwerking van het Masterplan en geeft belangrijke richtlijnen voor de verdere ontwikkeling van respectievelijk de polderlinten, het polderland, erven en bebouwing op de erven. Het beeldkwaliteitsplan toont het ambitieniveau en bevat de formele regels waaraan ruimtelijke initiatieven in de polderlaag van PARK21 moeten voldoen. De formele regels uit het beeldkwaliteitsplan vormen samen met de regels uit de vigerende bestemmingsplannen het formele kader waaraan ruimtelijke initiatieven getoetst zullen worden. De formele regels die in het beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen zijn een specificatie van de Welstandsnota Gemeente Haarlemmermeer voor de polderlaag in PARK21. Conform deze welstandsnota zullen de formele regels van het beeldkwaliteitsplan na vaststelling door de raad, onderdeel uitmaken van de Welstandsnota Haarlemmermeer. De eisen uit het beeldkwaliteitplan prevaleren dan boven de algemene regels uit de welstandsnota.
Naast formele regels geeft het beeldkwaliteitsplan inzicht in het ambitieniveau voor ruimtelijke en functionele kwaliteit in de polderlaag. Het beeldkwaliteitsplan is in die zin ook te beschouwen en gebruiken als een document ter inspiratie met richtinggevende uitgangspunten voor het bereiken van ruimtelijke kwaliteit bij inrichtingsplannen. Het beeldkwaliteitsplan zal een belangrijke rol spelen bij de begeleiding van initiatieven door het Q-team PARK21.
5
6
Leeswijzer In hoofdstuk 1: Inleiding, wordt de polderlaag in Masterplan PARK21 kort beschreven. Vervolgens wordt de rol van het beeldkwaliteitsplan als kaderstellend en richtinggevend document voor ruimtelijke kwaliteit toegelicht. Tevens wordt de relatie met andere beleidsdocumenten en de vigerende bestemmingsplannen gelegd. Tot slot wordt het beeldkwaliteitsplan beschreven als specificatie van de Welstandsnota van de Gemeente Haarlemmermeer. In hoofdstuk 2: De betekenis van de polderlaag in PARK21, wordt uitgebreid stilgestaan bij de ontginningsgeschiedenis van de polder. De belangrijkste landschappelijke kenmerken van polder passeren daarbij de revue. Tegen de achtergrond van deze informatie kunnen de richtinggevende uitspraken in het beeldkwaliteitsplan in de juiste context worden geplaatst. In de hoofdstukken: 3. Beeldkwaliteit Polderlinten, 4. Beeldkwaliteit Polderland, 5. Beeldkwaliteit Erven en 6. Beeldkwaliteit Bebouwing, worden voor de essentiële structuurdragers van de polderlaag achtereenvolgens beschreven: wat de historische kenmerken zijn, hoe de bestaande situatie er uitziet als referentie en welke ruimtelijke ontwikkelingen er spelen. Vervolgens is steeds een paragraaf 'formele regels' geformuleerd die
richtinggevend zijn voor ruimtelijke initiatieven. Aanvullend zijn nog aanvullende adviezen, referenties en voorbeelden opgenomen ter illustratie van het ambitieniveau. In hoofdstuk 7 wordt nog kort stilgestaan bij de toepassing van het beeldkwaliteitsplan, de rol van het Q-team PARK21 en de communicatie over ruimtelijk initiatieven.
7
8
FORMELE REGELS POLDERLINTEN • versterken van de linten door herstel van de cultuurhistorische dubbelzijdige wegbeplanting met populieren, waar mogelijk: dat geldt ook voor de HoofdwegWest en Hoofdweg-Oost; • herstel, waar mogelijk, van de cultuurhistorische wegsloten en erfsloten: dit verfraait de wegprofielen in zeer hoge mate, is van betekenis voor de ruimtelijke positionering van de erven en draagt bij aan het verbeterd droogmakerijsysteem, in het bijzonder de waterhuishouding van linten en erven; • het nieuwe profiel van de linten wordt als gevolg van toe te voegen beplanting en sloten breder: zie profielen; • de erven liggen in een zone begrensd door rooilijnen, zich uitstrekkend tot 125 meter vanuit het hart van het lint; daarbij is sprake van een bebouwingsvrije zone van 20 meter uit het hart van het lint; • de bestaande ruimtes tussen de erven, uitgezonderd de parklaag, moeten in principe open blijven; in een enkele geval, daar waar veel ruimte tussen de bestaande erven aanwezig is, zou de realisatie van een nieuw erf met bebouwing denkbaar zijn.
FORMELE REGELS POLDERLAND • in Masterplan PARK21 zijn zichtlijnen opgenomen die het ook in de toekomst mogelijk maken om de karakteristieke maten van de polder te blijven ervaren: het gaat hier bijvoorbeeld om zichtlijn van lint naar lint van 2 km; daarnaast is het belangrijk om zichtlijnen te behouden vanuit het gebied op bijvoorbeeld de bruggen over de Hoofdvaart, de Citer (parkentree Hoofddorp) en de Harp (parkentree Nieuw-Vennep), het Kasteel in Nieuw-Vennep, de hoogbouw van kantorenpark de Beukenhorst en Schiphol; • buiten de erven is geen nieuwe bebouwing toegestaan; • de water- en perceelsstructuur kunnen alleen worden aangepast conform het karakter van de oorspronkelijke structuur; de topografische kaart van 1900 is hiervoor een goede referentie; ten behoeve van het verbeterd droogmakerijsysteem kunnen sloten worden toegevoegd die aansluiten bij dat patroon; anders gezegd: het is niet gewenst om sloten te verbreden, maar wel om sloten volgens het cultuurhistorisch patroon toe te voegen: op die manier worden de contrasten tussen polder en park versterkt; dit sluit tevens aan bij de doelstelling wegsloten en erfsloten te herstellen; er mogen geen sloten worden gedempt;
•
•
•
•
•
in de programmatabel (Masterplan PARK21) staat aangegeven welke functies in het polderland wel, en welke niet worden gewenst; in het polderland kunnen lokale of regionale polderevenementen plaatsvinden voor maximaal 2500 bezoekers; kavel- en veldpaden koppelen aan watergangen; begeleiden met akkeronkruiden is een goede optie; voor het ontwikkelen van plannen voor verbreding van agrarische bedrijven en de inrichting van bijgaande gronden verdient het aanbeveling om terughoudend met verdichting om te gaan in verband met de openheid van de polder; bijvoorbeeld bij de aanleg van boomgaarden, windsingels of hoogopgaande beplanting; maatwerk is gewenst; meer grasland met vee is zeer welkom voor variatie in het landschap; perceelsgrenzen zijn bijvoorkeur sloten of hagen; hekwerken op percelen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen; in het geval van paardenhouderij verdienen houten hekken de voorkeur boven afzettingen met witte linten.
Samenvatting FORMELE REGELS ERVEN • de erven zijn cruciale elementen in de beleving van de polderlaag; de functie van de erven is daarom in PARK21 primair (verbreed) agrarisch; • ontwikkel of herstel de erven op basis van de kernwaarden zoals in dit rapport beschreven en verbeeld; behoud van de cultuurhistorische kwaliteiten van de erven is van belang voor de eigenheid en aantrekkelijkheid van Haarlemmermeer; • kies bij nieuwe ontwikkelingen op het erf voor een stedenbouwkundige opzet waarbij het doorzicht over erftoegang naar het achterland een open zichtas blijft; maak in de positionering een duidelijk ordening naar hoofdgebouw en bijgebouwen; • de ruimte voor het hoofdgebouw is ingericht met levend groen, als tuin; deze ruimte is geen verhardingsvlak of ruimte voor parkeren; parkeren kan plaatsvinden op het binnenterrein van het erf, buiten de zichtas naar het achterland; • parkeren geschiedt op eigen erf; maximaal 50 parkeerplaatsen per erf; • in verband met de capaciteit van de linten gelden er beperkte bezoekersaantallen (circa 50-300 personen tegelijkertijd en circa 150900 personen per dag); • voor de erven aan de Rijnlanderweg gelden
•
•
•
• •
•
extra beperkingen in verband met het LIB Schiphol; de erfgrens aan de achterzijde is 125 meter vanaf de polderweg vanuit het hart van het lint, aan de voorzijde 20 meter vanuit het hart van het lint; aan de zijkanten en op de achterkant van het bouwperceel wordt een erfbeplanting aangebracht in een strook van minstens 5 meter breed; erfbeplanting bestaat uit streekeigen beplanting, bij voorkeur geen exoten of cultivars (zie beplantingsvoorschriften Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte PARK21); herstel waar mogelijk de waterstructuur rondom de erven; kies toepasselijk materiaalgebruik voor verharding, buitenruimtemeubiliair en verlichting, passend in de landelijke en groene sfeer, volgens bijgaande referenties. bebording / reclame dienen te passen bij het welstandsbeleid van de gemeente en Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte PARK21.
FORMELE REGELS BEBOUWING ERVEN • de functionele invulling van de bebouwing dient gekoppeld te zijn aan agrarisch gebruik en agrarische verbreding; • principes van duurzaam bouwen zijn van toepassing; • geldende wet- en milieuregelgeving is van toepassing; • kies voor een bebouwingstypologie met een landelijke uitstraling: kappen (geen platte of afgetopte daken) en natuurlijke materialen zoals baksteen, pannen van natuurlijk materiaal, hout en riet (zie bijgaande referentiebeelden).
9
0 1
2
3
Index
INLEIDING
13
De polderlaag in Masterplan PARK21 Waarom een Beeldkwaliteitsplan Polderlaag PARK21 Belangrijke documenten Actuele bestemmingsplannen Status
13 13 14 14 15
DE POLDERLAAG IN PARK21
17
DNA van de polder Veenmeren Waterwolf Leeghwater Stoomkracht Ontginning Poldergeometrie Metropoolregio Groot Amsterdam Historische kaart 1903/1913 Bestaande situatie 2012 Verbeelding Masterplan PARK21
17 17 17 18 18 18 19 19 20/21 22/23 24/25
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
27
Historische kernmerken linten Ruimtelijke ontwikkelingen Formele regels IJweg Hoofdvaart Rijnlanderweg
27 29 31 33 37 41
4
5
6
7
BEELDKWALITEIT POLDERLAND
43
Historische kenmerken polderruimte Ruimtelijke ontwikkelingen Formele regels Programmatabel polderland Inrichtingselementen polderland Voorbeelduitwerkingen transformatie van de polder
45 46 47 49 49 50
BEELDKWALITEIT ERVEN
53
Historische kenmerken erven Ruimtelijke ontwikkelingen Formele regels Erfbeplanting Programmatabel erven
53 53 55 57 59
BEELDKWALITEIT BEBOUWING
61
Historische kenmerken bebouwing Ruimtelijke ontwikkelingen Formele regels Bestaande bebouwing IJweg Bestaande bebouwing Hoofdvaart Bestaande bebouwing Rijnlanderweg Referentiebeelden architectuur
61 61 63 64 66 68 70
HANDHAVING BEELDKWALITEIT
73
Toetsingskader Q-team Communicatie
73 73 73
11
INTRODUCTIE
12
DE POLDERLAAG IN MASTERPLAN PARK21 In PARK21 blijft zowel de polder als het agrarisch gebruik ook in de toekomst een belangrijke rol spelen in het ruimtelijk beeld. De polder representeert de cultuurhistorie in het gebied en houdt deze herkenbaar en beleefbaar. De structuur van de polder kenmerkt zich door de lange lanen, rechte kavelsloten en strakke erfbeplanting. Het is de basis voor de inpassing van verbrede landbouw, natuur en water. Vanaf de polderlinten is ruim zicht op het achterland en op herkenningspunten in Nieuw-Vennep en Hoofddorp. Deze landschappelijke openheid is belangrijk in de beleving van PARK21. Het Masterplan PARK21 geeft aan dat het toekomstige park is opgebouwd uit drie sferen of lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen lopen elk dwars door
het park, vullen elkaar aan, maar verschillen ook heel duidelijk. De contrasten in landschap en activiteiten, maken PARK21 spannend, een belevenis. Tegenover de rechte lijnen van de polderlaag staan de vloeiende lijnen van de parklaag en leisurelaag. WAAROM EEN BEELDKWALITEITSPLAN POLDERLAAG PARK21? PARK21 zal tot stand komen door zowel publieke als private initiatieven en investeringen. Om private ontwikkelingen te faciliteren worden beeldkwaliteitsplannen ontwikkeld als richtinggevend kader om de ruimtelijke kwaliteit en samenhang in het park te bewaken. Het Masterplan PARK21 stimuleert particulieren in de polderlaag nieuw programma te ontwikkelen dat voortborduurt op de
13 INLEIDING
1
Inleiding
agrarische functie en ruimtelijke identiteit van de polder. Met de ontwikkeling van het park verandert het polderlandschap op termijn van karakter. Grootschalige productie maakt plaats voor stadslandbouw met recreatieve en landschappelijke functies. Behoud en ontwikkeling van de ‘genius loci’ van polder is een belangrijk doel in de polder. Het Masterplan PARK21 zet in op het ook in de toekomst kunnen herkennen en beleven van de oorspronkelijke cultuurtechnische inrichting, met de daarbij behorende en land- en tuinbouw in verschillende delen van het park. Het beeldkwaliteitsplan is een belangrijk instrument voor het ondersteunen en beoordelen van particuliere initiatieven. Hierbij zal het in de meeste gevallen gaan om de transformatie van bestaande bedrijven.
14
PARK21 en Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte PARK21 (Gemeente Haarlemmermeer / Vista / Uppig 2013). Daarnaast geeft het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag PARK21 verdere invulling aan de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030. Een belangrijk kernpunt in de structuurvisie is ‘Cultuurhistorie en diversiteit als drager’. Toetsingscriteria voor ruimtelijke kwaliteit worden hierin als volgt omschreven: • De ervaarbare openheid van de polder. Door • Polderlinten de lange lijnen van de polder te behouden, Van oorsprong ontsluiten polderwegen het blijft het karakter van de ‘open’ polder agrarisch gebied en vormen zij de verbinding voelbaar, ook al neemt de weidse openheid tussen de dorpen. Langs deze wegen liggen af. beplante erven, boerderijen, woningen en diverse • Basisprofielen voor Door de verschillende soorten bedrijvigheid. de verticale elementen onderdelen van het raamwerk. Met de de zoals bomenrijen en erfbeplantingen langs ‘tweede oplevering’ ontstaat een nieuwe polderlinten is de ruimtelijke opbouw van de polder zichtbaar.structuur De grootschalige openheid van poldereigen van wegen, waterlopen deen polder is primair te zien vanaf de polderwegen. BELANGRIJKE DOCUMENTEN groen. DeGewenste profielopbouw van de polderwegen wordt De studie: ‘Erven en landschappelijke beplanting • en ongewenste ontwikkelingen gekenmerkt door een smalle rijbaan, geflankeerd in de Haarlemmermeer.
Landschap Noordlangs de oude polderlinten (…). Het historisch door een sloot aan een of twee kanten. Tussen Holland (2013)’ geeft een belangrijk inzicht in netwerk krijgt een nieuwe lokale, culturele en rijbaan en sloot staat aan een kant een rij bomen de cultuurhistorie van de polder, linten, erven en recreatieve betekenis, die in de hele polder met een ruime onderlinge afstand, bijvoorkeur aan boerderijen. Het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag en beleefd in de degezien zuidoostzijde, zodatkan de worden. schaduw Door het grootste bouwt voor op deze inzichten. Verder is het gebruikswaarde van de cultuurhistorische deel van de dag op de weg valt en niet op het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag PARK21 een structuur van deop polder te zorgt, investeren, land. De schaduw de weg ondanks de minimale beplanting, eenbeleving lommerrijk uitwerking van hoofdstuk 3.3 van het Masterplan wordt de kwaliteit voor van de en karakter Kernwaarden erven in Haarlemmermeer (concept, februari 2013) als de zon schijnt. Wonen
Polderlinten
Zoekgebied mix wonen, water en groen
Polderdwarswegen Lanen
Kantoorlocaties, bedrijventerreinen en logistiek Uit te werken kantoorlocatie i.c.m. groen/sport/recreatie Glastuinbouw; nieuwbouw en herstructurering
Tochten
Polderpaden
Groen blauwe structuur
Gepland groen
Autowegen: nationale infrastructuur + parallelstructuur + reserveringen Autowegen: regionale infrastructuur + reserveringen
Autowegen: lokale hoofdontsluitingsroutes + reserveringen Ongestoord Logistieke Verbinding (OLV)
Spoorlijnen + reserveringen Huidige HOV-lijnvoering + reserveringen (gemeente en MRA)
Onderzoek Schiphol naar ondergrondse verbinding Zoekgebied windmolenpark
Zoekgebied piekberging Monumentaal erf
br
, fe
t ep
r ua
3)
01
i2
nc
Plankaart, structuurvisie Haarlemmermeer 2030 Plankaart
(co
Linten, structuurvisierm Haarlemmermeer 2030 e
Polderlinten
m
m
le ar
en rv
4/188 | Structuurvisie Haarlemmermeer 2030
r ee
in
Ha
e Figuur Wegbeplanting na advies Heidemij (1905-1940) en rd
r Ke
aa
nw
100/188 | Structuurvisie Haarlemmermeer 2030
daarmee ook de waarde in de toekomst verhoogd. Het erkennen en omarmen van de cultuurhistorische en ruimtelijke betekenis van de oude polderwegen (…) biedt kansen. Het geeft Haarlemmermeer een eigen kracht en identiteit, nu en in de toekomst. ACTUELE BESTEMMINGSPLANNEN De polderlaag in PARK21 valt thans onder het vigerende ‘Bestemmingsplan Nieuw-Vennep De polderlinten worden verkeerskundig PARK21 Deelgebied 1’ en het ‘Bestemmingsplan afgewaardeerd tot het laagste niveau van Buitengebied Midden’. Laatst genoemd verkeersafwikkeling (erftoegangswegen). bestemmingsplan heeft een consoliderend De lokale functie van deze wegen wordt karakter. De nieuwe bestemmingsplannen bieden hierdoor versterkt; het zijn de mooiste fietsroutes ten langs opzichte van de oude bestemmingsplannen, de cultuurhistorie van Haarlemmermeer. meer ruimte voor agrarische verbreding/ De verkeerskundige afwaardering heeft ook nevenactiviteiten. Hierbij kan gedacht gevolgen voor de bestemmingen dieworden aan de gevestigd kunnen worden. aanlinten verkoop van producten, bed & breakfast In het kader van de wateropgave worden de en ondersteunende horeca. Bij de verdere polderlinten enPARK21 de hoofdwegen transformatieontwikkeling van zullen teinzijner tijd gebieden voorzien van een achterwetering.
nieuwe bestemmingsplannen worden ontwikkeld Op de rustig gelegen kavels die zo aan de in een nader te bepalen bestemmingsplanvorm, polderlinten ontstaan, is ruimte voor nieuwe lokale afhankelijk van de concreetheid en de gewenste functies, bijvoorbeeld cultureel-maatschappelijke. situering op manier de deelontwikkelingen, Op deze worden de linten de verstevigd grondpositie en de zekerheid deoorspronkelijke financiële ondanks het feit dat ze hun over smalle uitvoerbaarheid. Zie of ook hoofdstuk 5.3 juridischprofiel behouden terugkrijgen. planologisch traject in het Masterplan PARK21. • Polderdwarswegen De oost-west geörienteerde Polderdwarswegen hebben weinig bebouwing, op enkele buurtschappen na (Boesingheliede, ’t Kabel, De Hoek). De profielopbouw van deze wegen is van oorsprong gelijk aan die van de linten. Met dit verschil, dat ze over het algemeen niet door sloten, maar door een tocht worden geflankeerd, met bomen in het talud. De bomen staan hier bijvoorkeur aan de zuidwestkant, waardoor ook hier de schaduw op de weg valt. De Kruisweg, tussen Aalsmeer en Hoofddorp, heeft altijd een bijzonder functie vervuld, aangezien het een regionale route met provinciale status was, en deels nog is. Het enige continue groenelement op deze weg is de heg tussen de weg en de parallelweg.
Op de Schipholweg 45 bij Boesingheliede staat zo’n zelfde heg tussen 19 na e i de rijbaan en de parallelweg. t a u sit g Kernwaarden Wegbeplanting navan 1955 erven Door de aanleg de uit Nieuwe Bennebroekerweg tin an l ep ten oosten van het(concept, spoor, kan de Benne broekerin Haarlemmermeer februari 2013) b eg W ur Landschap Noord-Holland gu Fi
Figuur Wegbeplanting situatie na 1945
STATUS In de Welstandsnota 2012 (Gemeente Haarlemmermeer/ Concept V3) wordt aangegeven dat grotere herstructureringsplannen moeten passen binnen het kader van een stedenbouwkundig plan (in dit geval Masterplan
PARK21) en een beeldkwaliteitsplan. Het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag PARK21 wordt als bijlage van de Welstandstandnota vastgesteld door de Raad.
15
DE POLDERLAAG IN PARK21
16
polder
park
pret
IDENTITEIT Polder landschap
IDENTITEIT Recreatielandschap
IDENTITEIT Leisurelandschap
FUNCTIE Bestaande woon- en agrarische functies Plattelandsrecreatie Educatie Productie en verkoop streekproducten
FUNCTIE Ontspanning Fietsen en wandelen Evenementen Sport en spel
FUNCTIE Themapark Festiviteiten Cultuur Hotel, horeca en congres faciliteiten
VORM Rechte lijnen, grid
VORM Meanderende lijnen
VORM Meervormig
KLEUR Aarde tinten
KLEUR Groene tinten
KLEUR Meerkleurig
DNA VAN DE POLDER In het Masterplan PARK21 is bepaald dat de polderstructuur ruimtelijk en functioneel herkenbaar blijft in PARK21. De enorme watervlakte die Haarlemmermeer ooit was, werd in de periode tussen 1849-1852 stoomgemalen drooggelegd. De ontginning van de bodem van het meer werd gebaseerd op een rijke traditie van polders maken in Nederland. De geometrische indeling van de polder is nog steeds goed herkenbaar en vormt als het ware het DNA van Haarlemmermeer. Deze geschiedenis is immers enorm bepalend voor de identiteit van Haarlemmermeer. VEENMEREN In de middeleeuwen kende het gebied tussen de steden Amsterdam, Haarlem en Leiden tenminste drie veenmeren, te weten: het Spieringmeer in het noorden, het Oude Haarlemmermeer in het midden en het Leidsemeer in het zuiden. Door vervening ten behoeve van de brandstofvoorziening van de groeiende steden en hun bedrijvigheid en als gevolg van golfafslag door slechte of ontbrekende bedijking verdween in de loop der jaren vooral aan de noordelijke en oostelijke oevers steeds meer veenland.
Jan van Goyen, Gezicht op de Haarlemmermeer., 1656
WATERWOLF Omstreeks 1477 ontstond bij de Vennep een open verbinding tussen het Oude Haarlemmermeer en het Leidsemeer. In 1508 werden de laatste restanten van de landbrug die het Oude Haarlemmermeer en het Spieringmeer
17 DE POLDERLAAG IN PARK21
2
De polderlaag in PARK21
Ontwikkeling van de Haarlemmermeerpolder
DE POLDERLAAG IN PARK21
18
1300 - 1400
1800
1900
van elkaar scheidden weggespoeld. Hierbij ging tevens de belangrijkste verbinding over land tussen Haarlem en Amsterdam via Sloten verloren, waarna nog slechts de route via de Spaarndammerdijk overbleef. Uiteindelijk voegden de drie meren zich aaneen tot één groot meer, dat Haarlemmermeer werd genoemd: het grootste meer van Holland, met een oppervlakte van bijna 17 duizend hectare. Vanwege het landvretende karakter van het meer door golfslag, kreeg het de bijnaam de "Waterwolf".
meer zou worden drooggemalen. Bij Koninklijk Besluit werd een commissie belast met het maken van een ontwerp voor de droogmaking. Dit ontwerp liet even op zich wachten; pas toen in 1839 Amsterdam en Leiden weer te kampen hadden met overlast kwam er schot in de zaak. Voor het graven van de Ringvaart en de bedijking ging in 1840 bij Hillegom de eerste spade in de grond. Na acht jaar graven was het meer volledig afgesloten door een ringdijk van 59,5 km lengte en 0,70 tot 1,70 m hoogte. Inmiddels was besloten de droogmaking volledig met stoomkracht te verrichten: een unicum in die tijd, want tot dan werden vooral windmolens gebruikt. In 1845 werd een proefgemaal De Leeghwater bij de Kaag gebouwd, dat in 1848 begon met het droogmalen. In 1849 werden de
andere twee stoomgemalen in gebruik genomen: Gemaal De Cruquius bij Heemstede en Gemaal De Lynden bij Osdorp.
LEEGHWATER Al in de 17e eeuw werden, onder andere door Leeghwater, plannen gemaakt om Haarlemmermeer droog te malen. Hiervoor zouden circa 200 poldermolens nodig zijn geweest. Tegen deze plannen bestond echter sterke oppositie. Leiden wilde zijn lucratieve visrechten niet kwijt en Haarlem lag dwars omdat het fors verdiende aan de scheepvaart; het transportmiddel bij uitstek in het drassige Holland. Daarnaast ontbraken de middelen en was er weinig vertrouwen in de technische haalbaarheid van een droogmakerij op deze schaal. STOOMKRACHT Eind 1836 hadden twee stormen het water tot de poorten van Leiden en Amsterdam opgejaagd, waarna koning Willem I in 1837 besloot dat het
Stoomgemaal Leeghwater
ONTGINNING In de jaren daarna werd het nieuwe land ontgonnen. De kopers van de grond bestonden vooral uit rijke lieden uit de grote steden, die grond vervolgens aan boeren verpachtten. In de polder zouden twee dorpen gesticht worden: Kruisdorp (het latere Hoofddorp) en Venneperdorp (het latere Nieuw-Vennep). Kruisdorp ontwikkelde zich al snel tot het belangrijkste dorp van de polder, mede doordat hier het gemeentehuis gebouwd werd. Ook het polderhuis kwam in dit dorp. Later kwamen er meer dorpen, waarvan Badhoevedorp en
1980
2013
Zwanenburg de grootste zijn. Gemaal De Cruquius werd in 1933 buiten gebruik gesteld en is sindsdien een museum. Nabij Aalsmeer verscheen inmiddels een nieuw derde gemaal, De Bolstra (vernoemd naar Melchior Bolstra). Sinds 2001 is er het Gemaal Koning Willem I, het vierde gemaal van de polder, gelegen bij Vijfhuizen, een paar kilometer ten oosten van het oude stoomgemaal De Cruquius. Het gemaal De Lynden werd in 2006 uitgebreid om een grotere capaciteit te verkrijgen, dit mede door de uitbreiding van het verharde oppervlak in de polder, als gevolg van uitbreiding van de (woon) bebouwing en uitbreiding van Schiphol.
inundatiekade gepland. De kanalen hebben namen die eindigen op "tocht", behalve de Hoofdvaart en de Kruisvaart. In het noorden van de polder is het patroon inmiddels sterk gefragmenteerd door de start- en landingsbanen van Luchthaven Schiphol.
gebieden en ook nu is PARK21 niet alleen lokaal, maar is ook regionaal dienend. Aanvankelijk was Haarlemmermeer een landbouwgemeente. In de 20e eeuw kwam de glastuinbouw op en werd de Luchthaven Schiphol ontwikkeld. Zowel rond Schiphol als Hoofddorp ontwikkelen zich nu grote bedrijventerreinen en kantoorparken. Nu is Haarlemmermeer met de Mainport Schiphol een spil in de Metropoolregio Groot Amsterdam.
POLDERGEOMETRIE De Haarlemmermeerpolder wordt omringd door de Ringvaart. Ongeveer van noordoost naar zuidwest loopt de Hoofdvaart dwars door de polder. De polder wordt drooggehouden door vijf gemalen en wordt doorsneden door een strak patroon van wegen en afwateringskanalen. Ongeveer in de richting noordoost-zuidwest loopt precies elke twee kilometer een weg en precies in het midden daartussen een kanaal. Dwars daarop, ongeveer in de richting zuidoostnoordwest loopt om de drie kilometer een weg, met direct naast de weg een kanaal. De oriëntatie van het patroon is gebaseerd op de lijn tussen Fort Schiphol en Fort De Liede; langs wat nu de Schipholweg is, was ooit een
METROPOOLREGIO GROOT AMSTERDAM De Haarlemmermeer werd drooggelegd ten behoeve van “bescherming” van omliggende
19 DE POLDERLAAG IN PARK21
1940
DE POLDERLAAG IN PARK21
20
HISTORISCHE KAART 1903/1913 Op deze kaart (bovenste deel 1913, te herkennen aan de trambaan; onderste deel 1903) is de oorspronkelijke ontginningsstructuur van de polder goed herkenbaar. Met tussenruimten van een kilometer zijn van west naar oost te zien: IJtocht, IJweg, Nieuwerkerktocht, Hoofdvaart (geflankeer d door de Hoofdweg-West en Hoofdweg-Oost), Kagertocht, Rijnlanderweg, Slotertocht. De ontginning kende aanvankelijk een minder fijnmazig slotenstelstel. Omdat de polder te kampen kreeg met veel wateroverlast is dat slotenstelsel uitgebreid, waardoor de polder smallere percelen kreeg van vaak maar zo’n 50 meter breed. Binnen de polder is een grote variatie aan percelen te zien van langerekt, met verschillende breedtes, tot vierkant of blokvormig. Waarschijnlijk zijn de verschillen gebaseerd op ondergrond en teelt. Daarnaast is te zien dat er veel meer grasland was in de polder. De ontwikkeling van de landbouw vanaf de aanleg van de polder werd ook beïnvloed door de beschikbaarheid van mest. Bij gebrek aan kunstmest (pas na de eerste wereldoorlog werd dit langzamerhand gemeengoed) waren ook hier de akkers aangewezen op dierlijke mest. Weliswaar vanwege de vruchtbare klei veel minder dan op de armere zandgronden, maar toch was mest voor o.a. fosfaat heel belangrijk.
In de polder zijn er ook nog sporen van bemesting en veehouderij over, zoals vele hooibergen en onder heel wat boerderijen melkkelders. Pas na de tweede wereldoorlog is het huidige akkerbouwgebied ontstaan!
DE POLDERLAAG IN PARK21
21
BESTAANDE SITUATIE 2012 De oorspronkelijke ontginning is nog goed herkenbaar. Opvallend zijn de toegenomen en grotere erven en bedrijfsgebouwen, de grotere percelen van vaak 200 meter breed als gevolg van slootdemping en aanleg van drainage. Minder goed zichtbaar, maar wel belangrijk, zijn de opveel plaatsen verdwenen sloten langs wegen (als gevolg van verbredingen en de aanleg van fietspaden) en erven. Als nieuwe elementen in het landschap vallen verder op: de N205 die de IJtocht kruist, de busbaan langs de Nieuwerkerktocht (tracé oude trambaan), de Spoorlaan en het spoor langs de Kagertocht, de A4 langs de Slotertocht en de Nieuwe Bennebroekerweg.
DE POLDERLAAG IN PARK21
22
DE POLDERLAAG IN PARK21
23
DE POLDERLAAG IN PARK21
24
VERBEELDING MASTERPLAN PARK21 Deze kaart verbeeldt hoe PARK21 er in de toekomst uit kan zien. PARK21 krijgt mede vorm door particuliere initiatieven voor voorzieningen en attracties.
Polderlaag Linten en erven Agrarisch transformatie-gebied met sloten direct verbonden met het hoofdwatersysteem van de polder Transitie zone polderlaag - parklaag: water en riet
DE POLDERLAAG IN PARK21
25
Parklaag
Leisurelaag
Infrastructuur
Verhoogde parklaag met parkbos, paden en velden
Parkhart
Parkwegen geven toegang tot leisure faciliteiten en parkeren
Ontwikkeling in de parklaag (sport, speelplaatsen, thematuinen, golf, wellness, etc.)
Hoofddorp Pioniers: Softbalvereniging
Lokale wegen
Strand, zwemmen, watersporten (bv wave tuin, kabelskibaan) Parkeervelden
Leisure Zone
HOV-lijnen en -haltes Mogelijk toekomstige locatie PARK21 trein- of metrostation
BODEM
26
IJweg
Hoofdvaart Rijnlanderweg
HISTORISCHE KERNMERKEN LINTEN De polderlinten zijn de ontginningslijnen van de polder. PARK21 is ontsloten door de linten: IJweg, Hoofdweg-Westzijde en Hoofdweg-Oostzijde N520) en Rijnlanderweg. Door verkeerskundige maatregelen (verbreding + aanleg van vrij liggende fietspaden) zijn de profielen in de loop der jaren gewijzigd. De linten liggen hoger in het landschap dan de aanliggende poldergrond. Essentiële te behouden of te reconstrueren kenmerken van de polderlinten zijn:
• • •
•
ruimtelijke eenheid over de gehele lengte van het profiel im PARK21; beplanting met populieren; de transparantie van de linten en de coulissenwerking van erven: tussen de erven bestaat open zicht op de polder; het langs en tussen der erven doorkijken versterkt de visuele dieptewerking; wegsloten en erfsloten: in de ontginning zijn langs wegen en erven sloten aangelegd; door wegverbreding en de aanleg van fietspaden zijn deze veelal verdwenen.
Rijnlanderweg: rechts de weg, sloot en laanbeplanting, links het vrijliggende fietspad waardoor wegsloot en laanbeplanting zijn verdwenen.
27 BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
3
Beeldkwaliteit polderlinten
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
28
Een eenduidig en continu beeld van de linten in de Haarlemmermeer is ver te zoeken. Vooral in de bebouwde kom is de karakteristieke ruimtelijke opbouw van het agrarisch lint verloren gegaan. Dit geldt bijvoorbeeld straks ook voor de Rijnlanderweg in het Schiphol Trade Park. Voor PARK21 is beleving van de polderlaag cruciaal en de linten spelen daarin een belangrijke rol. Het voorstel is dan ook zoveel mogelijk te streven naar beplanting aan weerszijden van de polderlinten. Hiermee komen de linten steviger in het landschap tot uitdrukking. Dit is belangrijk omdat de linten uiteindelijk ruimtelijke concurrentie zullen krijgen van de parklaag en leisure laag. Zeker in de leisurezone aan de Rijnlanderweg zal het belangrijk zijn om de linten stevig in het landschap te versterken. Cultuurhistorisch is de beplanting aan weerszijden van de weg verantwoord omdat dit aansluit bij het eerste planmatige aanpak van de beplanting naar advies van de Heidemij (1905). In PARK21 zullen de linten zowel aan de kant van Hoofddorp als aan de kant van Nieuw-Vennep aansluiten op de bebouwde kom. Onlogische aansluitingen op het linten profiel buiten het Park zijn daarmee uitgesloten.
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN Het gebruik en de beleving van de linten zal door de ontwikkeling van PARK21 geleidelijk veranderen: • IJweg, Hoofdweg-Westzijde en Rijnlanderweg worden op termijn afgewaardeerd tot een erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 kilometer per uur (snelheidsremmende maatregelen kunnen nodig zijn om deze snelheid ook echt te kunnen afdwingen); • Hoofdweg-Oostzijde wordt op termijn afgewaardeerd tot een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur; • de linten krijgen een belangrijke functie als ontsluiting van PARK21; • aan de linten komen daardoor ook toegangen tot PARK21 met informatiepanelen en parkmeubilair; • het recreatieve fiets- en wandelverkeer zal daardoor sterk toenemen; • er ontstaan kruisingen met de parklaag inclusief met wandel- en fietspaden; • er komen enkele wandel- en fietsbruggen over de Hoofdvaart; • in de toekomst sluiten veldpaden in de polder aan op de linten; • de aanblik van het polderlandschap zal in de toekomst naar verwachting meer gevarieerd worden, met mogelijk meer variatie in gewassen, meer sloten en enkele recreatieve elementen, zoals bijvoorbeeld boerengolf; • er komen voorzieningen voor wandelaars langs de polderlinten; • bij oversteken van langzaam verkeer over de linten komen verkeer remmende maatregelen; • de linten moeten geschikt blijven voor landbouwverkeer.
29 BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
In de studie: ‘Erven en landschappelijke beplanting in de Haarlemmermeer. Landschap Noord-Holland (2013)’ wordt inzicht geboden in de beplantingsgeschiedenis van de polder. Tot 1905 werd de beplanting overgelaten aan de eigenaren. De Nederlandse Heidemaatschappij heeft het polderbestuur geadviseerd de polderwegen tweezijdig te beplanten met iepen. Dit advies is waarschjinlijk uitgevoerd. In de Tweede Wereldoorlog is de beplanting in de Haarlmemmermeerpolder massaal gekapt. Na de oorlog is het gebruikelijk geworden de wegen met populieren te beplanten.
Principeprofiel IJweg en Rijnlanderweg
Principeprofiel Hoofdweg West en Oost
Beplanting en wegsloten
Beplanting en wegsloten
Huidige situatie
Huidige situatie
Toekomstige situatie
Toekomstige situatie
30
FORMELE REGELS POLDERLINTEN • versterken van de linten door herstel van de cultuurhistorische dubbelzijdige wegbeplanting met populieren, waar mogelijk: dat geldt ook voor de HoofdwegWest en Hoofdweg-Oost; • herstel, waar mogelijk, van de cultuurhistorische wegsloten en erfsloten: dit verfraait de wegprofielen in zeer hoge mate, is van betekenis voor de ruimtelijke positionering van de erven en draagt bij aan het verbeterd droogmakerijsysteem, in het bijzonder de waterhuishouding van linten en erven; • het nieuwe profiel van de linten wordt als gevolg van toe te voegen beplanting en sloten breder: zie profielen; • de erven liggen in een zone begrensd door rooilijnen, zich uitstrekkend tot 125 meter vanuit het hart van het lint; daarbij is sprake van een bebouwingsvrije zone van 20 meter uit het hart van het lint; • de bestaande ruimtes tussen de erven, uitgezonderd de parklaag, moeten in principe open blijven; in een enkele geval, daar waar veel ruimte tussen de bestaande erven aanwezig is, zou de realisatie van een nieuw erf met bebouwing denkbaar zijn.
31
32
Lu
c
fo ht
to
IJ
g we
va
nu
e it h
tn
oo
o rd
os
t en
33 BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
IJweg
IJWEG De IJweg verbindt de nieuwe woongebieden van Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Op deze luchtfoto van de IJweg is goed te zien hoe het oorspronkelijke agrarisch lint is getransformeerd. Hoewel er een aantal grote agrarische bedrijven aan het lint gevestigd zijn, hebben veel ‘stedelijke functies zich in het lint genesteld. Aan de Hoofddorpzijde zien we op nummer 1273 Meers Paarden Centrum met grote bedrijfsgebouwen en parkeervoorzieningen; daar tegenover op 1336 tuincentrum GroenRijk met kassen en parkeren. Ter plaatse is de beplanting wegbeplanting verdwenen. Aan de Nieuw-Vennepse kant is de Van Zantenhal op 1415 opvallend, een evenementen bedrijf met ook hier grote hallen en parkeerplaatsen. De erven van de hiervoor genoemde functies steken honderden meters diep het veld in. Schuin tegenover de Van Zantenhal bevinden zich kassen en percelen met vollegronds tuinbouw. Verder bevinden zich verschillende burgererven aan het lint. Stolpboerderij de Knap is een authentiek, maar helaas wat vervallen boerderij met een enigszins verwilderde erfbeplanting. Verder is weinig van de authenticiteit van het lint overgebleven. Het lint oogt rommelig. Veel erven hebben een stedelijk karakter met geen of summiere beplanting.
In het kader van de ontwikkeling van PARK21 is het wenselijk dat de IJweg landschappelijk wordt versterkt (herstel of aanleg wegsloten, aanvullende wegbeplanting en passende erfbeplanting waar mogelijk).
IJweg rond 1900
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
34
IJweg 2013
IJweg Topografie
1
2
3
IJweg slotenpatroon en erftoegangen
1
Rooilijn 125m
Rooilijn 125m
IJweg erven en open zones
2
3
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
35
36
n Ho te os d e o d n or va no t en t e an th ui e r s k n va we g e an dw e a f o d Ho stzij o e t W t fo ch en L u st o O
d of
va
ar
t
37 BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
Hoofdweg-Oost- en Westzijde aan weerszijden van de Hoofdvaart
HOOFDVAART De Hoofdweg-Westzijde en de HoofdwegOostzijde aan weerszijden van de Hoofdvaart verbinden de kernen Hoofddorp en NieuwVennep. Zoals ook op de luchtfoto is te zien heeft de Hoofdvaart als centrale as in de polder een sterk ruimtelijk karakter. Deze 20 kilometerlange hoofdontwatering van de polder belichaamt de lange lijnen en grote maten van de polder. De Hoofdvaart is verreweg de belangrijkste structuurdrager in de polder en zal dat straks ook zijn in PARK21. De bruggen over de Hoofddvaart, de Harp (bij Hoofddorp) en de Citer (bij Nieuw-Vennep), zijn landmarks van internationale architectonische allure. Zij zullen in de toekomst ook belangrijke landmarks zijn in de entrees tot PARK21 langs de Hoofdvaart. Aan het lint liggen enkele burgerwoningen en (agrarische) bedrijven. Kop-romp-boerderij Nieuw Vennep aan de Hoofdvaart 1041 heeft de status van Rijksmonument. Het Pomphuisje nabij Hoofdweg 1126 stamt uit 1920 en is een gemeentelijk monument. Veel erven beschikken niet over erfbeplanting. Dit doet afbreuk aan het karakter en de ruimtelijke kwaliteit van het lint. In het kader van de ontwikkeling van PARK21 is het wenselijk dat de Hoofdweg-Westzijde en de Hoofdweg-Oostzijde landschappelijk worden versterkt (herstel of aanleg wegsloten, aanvullende wegbeplanting en passende erfbeplanting waar mogelijk).
Hoofdweg West en Oost rond 1900
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
38
Hoofdweg West en Oost 2013
Hoofdweg Topografie
1
3
2
Hoofdweg slotenpatroon en erftoegangen
1
Rooilijn 125m
Rooilijn 125m
Hoofdweg-West- en Oostzijde erven en open zones
2
3
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
39
40
L
h uc
t fo
to
n Rij
la
n
r de
we
g
va
nu
it
t he
no
or
o do
st e
n
41 BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
Rijnlanderweg
RIJNLANDERWEG De Rijnlanderweg is geen verbinding tussen woongebieden met het toekomstige PARK21, zoals de Hoofdvaart en de IJweg dat wel zijn. Dat zal ook in de toekomst zo blijven. Noordelijk van het toekomstige PARK21 zal de Rijnlanderweg ruimtelijk opgenomen worden in het Schiphol Trade Park. Net als de IJweg maakt de Rijnlanderweg een wat rommelige indruk. Anders dan bij de IJweg zijn de erven niet zo sterk in omvang gegroeid. De arbeiderswoning op 1253 is een gemeentelijk momument. Deze woning is monument vanwege de historische betekenis. De familie Boogaard bood in de Tweede Wereldoorlog vele onderduikers een schuilplaats. De woning is een typisch voorbeeld van een arbeidershuisje zoals er meerdere in de Haarlemmermeerpolder voorkomen. Aan de Rijnlanderweg liggen twee verbrede agrarische bedrijven. Zorgboerderij Kees van Schie op 1144 en de enige melkveehouderij (met grasland) bedrijf in het gebied van PARK21 op nummer 1166B. Eigenaren Kees & Ellie van Wees verkopen hier tevens streekproducten. Aan de Rijnlanderweg is ook het erf gesitueerd dat toegang geeft tot Baggerdepot Meegrond. Dit erf geeft een rommelige industriële uitstraling. Het baggerdepot wordt beëindigd en opgenomen in PARK21. Dit zal in 2017 zijn gerealiseerd. Ook veel erven aan de Rijnlanderweg beschikken niet over erfbeplanting. Dit doet afbreuk aan het karakter en de ruimtelijke kwaliteit van het lint.
In het kader van de ontwikkeling van PARK21 is het wenselijk dat de Rijnlanderweg landschappelijk wordt versterkt (herstel of aanleg wegsloten, aanvullende wegbeplanting en passende erfbeplanting waar mogelijk).
Rijnlanderweg rond 1900
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
42
Rijnlanderweg 2013
Rijnlanderweg Topografie
1
3
2
Rijnlanderweg slotenpatroon en erftoegangen
1
Rooilijn 125m
Rooilijn 125m
Rijnlanderweg erven en open zones
2
3
BEELDKWALITEIT POLDERLINTEN
43
44
Pomphuisje nabij Hoofdweg 1126
HISTORISCHE KENMERKEN POLDERRUIMTE De oorspronkelijke open ruimte van Haarlemmermeer als watervlak in het omringende veenlandschap is terug te herkennen in de polder. Verstedelijking slokt echter steeds meer open ruimte op. De ontginning heeft een specifieke maatvoering in de polder gebracht. Essentiële polderkenmerken voor PARK21 zijn: • de Hoofdvaart (met de Hoofdweg-Westzijde en Hoofdweg-Oostzijde) als ruimtelijke as of ‘Grand Canal’, het belangrijkste afwateringskanaal in de polder met een zuidwest-noordoost oriëntatie; • de polderlinten die daar parallel aan lopen op 2 km afstand van elkaar; • een geometrisch stelsel van poldersloten en -tochten; • het Pomphuisje nabij Hoofdweg 1126 is een gemeentelijk monument; • een perceellering met percelen van gemiddeld zo’n 50 meter breed en maximaal 1km diep, met overigens vele variaties (zie kaart 1903/1913); door toepassing van drainage zijn de percelen later met name veel breder geworden; • het landgebruik heeft zich altijd gekenmerkt door akkerbouw, fruitteelt en weidebouw (op de historische kaarten is goed te zien dat er veel meer grasland in de polder is geweest, waarschijnlijk op de nattere percelen); • in Haarlemmermeer planten de boeren volgens oud agrarisch gebruik halverwege hun eigendom een solitaire boom: de zogenaamde 500el boom (zie kaartfragment 1876); deze 500el boom markeerde het
45 BEELDKWALITEIT POLDERLAND
4
Beeldkwaliteit polderland
eigendom en had daarnaast praktisch nut. Landarbeiders konden er bij regen onder schuilen en in de zomer bood de boom een rustplek in de schaduw. RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN Voor het polderland zijn de volgende ontwikkelingen belangrijk: • door de ontwikkeling van PARK21 en de schaalverandering die hiervan het gevolg is, ontstaat geleidelijk minder ontwikkelingsruimte voor de huidige vormen van landbouw; daarentegen ontstaan ruimtelijk en planologisch juridisch meer mogelijkheden voor verbreding van agrarisch bedrijven; deze mogelijkheden ontstaan al met het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Midden en zullen in de toekomst naar
BEELDKWALITEIT POLDERLAND
46
Veldpaden in de polder
•
Schaalverkleining
verwachting nog verder worden uitgebreid; het Hoogheemraadschap Rijnland streeft naar een robuuster watersysteem in de polder en speelt daarmee in op de klimaatverandering; het concept hiervoor heet het ‘verbeterd droogmakerijsysteem’, hetgeen neerkomt op een flexibel waterpeil, waarbij in de winterperiode meer water in het gebied wordt vastgehouden en waarbij meer oppervlakte water wordt gecreëerd voor waterberging (hierbij dient rekening te worden gehouden met mogelijk gevaar voor opbarsten). Bij klimaatverandering
•
•
worden meer uitersten verwacht, waarvoor meer flexibiliteit van het watersysteem wordt gevergd, bovendien wordt momenteel veel water in en uit de polder gepompt, Rijnland wil dit verminderen door meer ruimte te maken voor gebiedseigen water; op de overgangen tussen polder en zullen robuuste watergangen met rietkragen worden aangelegd, deze creëren een overgang en buffer, en hebben een ook een functie in het verbeterd droogmakerijsysteem; de polderlaag zal worden ontsloten voor wandelaars door kavel- en veldpaden.
•
•
•
•
voegen: op die manier worden de contrasten tussen polder en park versterkt; dit sluit tevens aan bij de doelstelling wegsloten en erfsloten te herstellen; er mogen geen sloten worden gedempt (door de invoering van het verbeterd droogmakerijsysteem zal het peil in de sloten een deel van het jaar hoger zijn dan nu het geval is, waardoor het water ook beter beleefbaar wordt); in de programmatabel op de volgende pagina (Masterplan PARK21) staat aangegeven welke functies in het polderland wel, en welke niet worden gewenst; in het polderland kunnen lokale of regionale polderevenementen plaatsvinden voor maximaal 2500 bezoekers; kavel- en veldpaden koppelen aan watergangen; begeleiden met akkeronkruiden is een goede optie; voor het ontwikkelen van plannen voor verbreding van agrarische bedrijven en de inrichting van bijgaande gronden verdient het aanbeveling om terughoudend met verdichting om te gaan in verband met de openheid van de polder; bijvoorbeeld bij
Boomgaarden
•
de aanleg van boomgaarden, windsingels of hoogopgaande beplanting; maatwerk is gewenst; meer grasland met vee is zeer welkom voor variatie in het landschap; perceelsgrenzen zijn bijvoorkeur sloten of hagen; hekwerken op percelen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen; in het geval van paardenhouderij verdienen houten hekken de voorkeur boven afzettingen met witte linten.
47 BEELDKWALITEIT POLDERLAND
FORMELE REGELS • in Masterplan PARK21 zijn zichtlijnen opgenomen die het ook in de toekomst mogelijk maken om de karakteristieke maten van de polder te blijven ervaren: het gaat hier bijvoorbeeld om zichtlijn van lint naar lint van 2 km; daarnaast is het belangrijk om zichtlijnen te behouden vanuit het gebied op bijvoorbeeld de bruggen over de Hoofdvaart, de Citer (parkentree Hoofddorp) en de Harp (parkentree Nieuw-Vennep), het Kasteel in Nieuw-Vennep, de hoogbouw van kantorenpark de Beukenhorst en Schiphol; • buiten de erven is geen nieuwe bebouwing toegestaan; • de water- en perceelsstructuur kunnen alleen worden aangepast conform het karakter van de oorspronkelijke structuur; de topografische kaart van 1900 is hiervoor een goede referentie; ten behoeve van het verbeterd droogmakerijsysteem kunnen sloten worden toegevoegd die aansluiten bij dat patroon; anders gezegd: het is niet gewenst om sloten te verbreden, maar wel om sloten volgens het cultuurhistorisch patroon toe te
BEELDKWALITEIT POLDERLAND
48
- Paardenpensionstalling - Kleine forellenvijver, pluktuin, kleinvee - Tijdelijke polderevenementen (zoals trekkertrekwedstrijden), oogstfeest met streekproducten etc. - Fietsenverhuur - Museum met verbinding poldercultuur - Huisgebonden beroepen vanuit bestaande woningen (dienstverlening die door beperkte omvang ondergeschikt Polderlaag programmatabel PROGRAMMATABELisPOLDERLAND aan de normale woonfunctie zoals administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, (para-)medisch, Locatie Toegestane functies en voorzieningen (indicatief) therapeutisch of vergelijkbaar beroep).
Niet toegestane functies en voorzieningen (indicatief)
woningen (tenzij loodsen sloop en herbouw of - Agrarische Bestaande functies (wonen, agrarisch, bedrijven) - Nieuwe kassen, schuren, functie (akkerbouw, veeteelt, - fruitboomgaarden), Boerderij-/plattelandsrecreatie - bedrijfswoning) Bebouwing zoals paviljoens, huisjes bij voorkeur biologisch, - Detailhandel, - Verkoop streekproducten, inclusief kantoor en opslag Motorcross tenzij verbonden aan agrarische stadslandbouw, meer kleinschaligheid, diversiteit aan of –recreatie - (aantrekkelijke Educatieve activiteiten - productie Parkeerterrein, tenzij incidenteel overloopparkeren ogende) teelten en vee - Dienstverlening tenzij verbonden met agrarische - Sociaal-maatschappelijke voorzieningen (zorg, opvang, (in de wei) bij grote parkevenementen Kinderboerderij / hertenkamp / dierenpark productie of plattelandsrecreatie - reïntegratie) Poldersporten (boerengolf, schaapscheren, paardenweides - Grootschalig parkeren - Creatieve enin ambachtelijke productieverwerkingsbij manege) combinatie met teelten en / wei - Autoclub bedrijvenpolderevenementen (kaasmakerij, hoefsmid, bierbrouwerij) - Tijdelijke (zoals - Caravanstalling - Teambuildingen vergaderboerderij voor bedrijven trekkertrekwedstrijden), oogstfeest met streekproducten - Groothandel (met uitzondering van bestaande - etc.
Ruimte bezinning reflectie (tot voor maximaal 2.500en bezoekers) bedrijven) - Veldpaden, Beauty farm, wellness boerenpaden e.d. om de agrarische functie te - Bouwbedrijf, timmerwerkplaats - kunnen Kinderspeelboerderij zien en beleven. - Industriële bedrijvigheid, autosloperij - Natuur- en milieu-educatiecentrum - Kantoren - Horeca, theetuin Kleinschalige verblijfsrecreatie (B&B met maximaal 6 INRICHTINGSELEMENTEN POLDERLAND eenheden conform provinciaal beleid) Veldpaden verhard- Boerencamping (maximaal 20 eenheden conform Veldpaden onverhard rijksbeleid) Veldpaden kunnen verhard of onverhard worden Onverharde paden worden uitgevoerd als Masterplan Park21 | versie 3.0 | gemeente Haarlemmermeer | april 2011 53 - Manege: binneneninbuitenvoorzieningen uitgevoerd. Een veldpad is altijd rechtlijnig graspaden. Het pad is rechtlijnig en gekoppeld Paardenpensionstalling de richting van de -kavelstructuur en gekoppeld aan een kavelgrens en een sloot. Graspaden - Kleine pluktuin, kleinvee aan een kavelgrens en sloot.forellenvijver, Ze worden verhard zijn geschikt voor extensieve gebruiksvormen. - Tijdelijke polderevenementen (zoals trekkertrekuitgevoerd als de paden ook als landbouwweg in Omdat er geen fundering aanwezig is, kunnen wedstrijden), oogstfeest gebruikzijn. Het pad wordt uitgevoerd in prefab met streekproducten etc.
in het algemeen geen grote lasten of intensiteiten Fietsenverhuur betonplaten. Dit is -een materiaal wat veel in het gedragen worden. Omdat er geen externe - Museum met verbinding poldercultuur agrarisch gebied op erven en landbouwwegen grondstoffen ingebracht worden, kunnen - Huisgebonden beroepen wordt toegepast. Het voordeel is dat dit veldpad vanuit bestaande woningen herstellingen makkelijk uitgevoerd worden met (dienstverlening die door ook goed toegankelijk is voor mindervaliden. Een beperkte omvang ondergeschikt relatief beperkte ingrepen: rijven, frezen, walsen is de aan de normale woonfunctie zoals administratief, of eventueel herinzaaien. De voorkeur wordt ander voordeel is dat platen makelijk kunnen architectonisch, kunstzinnig, juridisch, (para-)medisch, gegeven om graspaden in te zaaien met een worden verplaatst en hergebruikt. therapeutisch of vergelijkbaar beroep). tweejarige grassoort. Polderlaag: erven polderland
Polderlaag: polderland
- Agrarische functie (akkerbouw, veeteelt, fruitboomgaarden), bij voorkeur biologisch, stadslandbouw, meer kleinschaligheid, diversiteit aan (aantrekkelijke ogende) teelten en vee - Kinderboerderij / hertenkamp / dierenpark - Poldersporten (boerengolf, schaapscheren, paardenweides bij manege) in combinatie met teelten / wei - Tijdelijke polderevenementen (zoals trekkertrekwedstrijden), oogstfeest met streekproducten etc. (tot maximaal 2.500 bezoekers) - Veldpaden, boerenpaden e.d. om de agrarische functie te kunnen zien en beleven.
- Nieuwe kassen, schuren, loodsen - Bebouwing zoals paviljoens, huisjes - Motorcross - Parkeerterrein, tenzij incidenteel overloopparkeren (in de wei) bij grote parkevenementen
BEELDKWALITEIT POLDERLAND
49
VOORBEELDUITWERKINGEN TRANSFORMATIE VAN DE POLDER
50 BEELDKWALITEIT POLDERLAND
Bestaande situatie
Transformatie van het erf, aanleg van een veldpad op het achterland.
51 BEELDKWALITEIT POLDERLAND
Transformatie van erf en achterland naar stadslandbouw.
Transformatie van erf en achterland naar plattelands recreatie.
BEPLANTING
52
HISTORISCHE KENMERKEN ERVEN ‘Erven en landschappelijke beplanting in de Haarlemmermeer. Landschap Noord-Holland. (Dillon, A en F. Koornneef, 2013)’ geeft een belangrijk inzicht in de oorspronkelijke opbouw van de erven (zie ook de afbeeldingen op blz. 54 en 55 linksonder). In de studie wordt onderscheid gemaakt tussen erven van de eerste generatie, van direct na de ontginning en erven van de twee generatie, die later tot ontwikkeling kwamen. Daarnaast is het landarbeiderserf beschreven.
Belangrijke historische kernwaarden van het boernerf zijn: • het groene voorerf; • de erfbeplanting en/of windsingel; • de sloten rondom het erf en soms ook de sloot op het erf; • de erfbeplanting; • soms hoogstamboomgaard en/of moestuin; • doorzicht naar het achterland.
Historische kernwaarden van het landarbeiderserf: • het groene voorerf; • de erfbeplanting en/of windsingel; • de sloten langs of rondom het erf; • de erfbeplanting; • soms hoogstamboomgaard en/of moestuin.
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN Voor het polderland zijn de volgende ontwikkelingen belangrijk: • Er zijn weinig erven in het gebied van PARK21 authentiek gebleven. Door ontwikkelingen op het erf (uitbreiding, schaalvergroting, zwaar vrachtverkeer en functieverandering) zijn de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten van de erven sterk achteruit gegaan. De wegsloten en erfsloten zijn op veel plaatsen verdwenen, het voorerf is vaak verhard en dient als parkeerplaats, de erfbeplanting is in veel gevallen verminderd of verdwenen, in het beplantingsbeeld zijn veel exoten en cultivars geïntroduceerd die minder goed passen in het landschap, er zijn veel hekwerken verschenen op de erven. • Door de ontwikkeling van PARK21 ontstaan ruimtelijk en planologisch juridisch meer mogelijkheden voor functies op het erf, zoals bijvoorbeeld verkoop van producten, bed & breakfast en ondersteunende horeca; deze mogelijkheden ontstaan al met het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Midden en zullen in de toekomst naar verwachting nog verder worden uitgebreid; • Het Hoogheemraadschap Rijnland streeft naar een robuuster watersysteem in de polder en speelt daarmee in op de klimaatverandering; het concept hiervoor heet het ‘verbeterd droogmakerijsysteem’, zie ook eerder; dit is ook van belang voor de drooglegging van de erven.
53 BEELDKWALITEIT ERVEN
5
Beeldkwaliteit erven
voorerf wegberm sloten binnensloten bebouwing weg
voorerf wegberm sloten bebouwing weg windsingel
Schuur
bomenrij
bomenrij hoogstamfruitboom
solitaire boom
solitaire boom geschoren haag
Stal/schuur
Stal/schuur
Woning
Woning
Kernwaarden erven in Haarlemmermeer (concept, februari 2013) variabel gem. 14 m
variabel gem. 14 m
Kernwaarden erven in Haarlemmermeer (concept, februari 2013)
200
variabel, kavelbreedte
BEELDKWALITEIT ERVEN
54 Voorbeeld van een boerenerf vandede eerste generatie in Figuur 2: Voorbeeld van authentiek een authentiek boerenerf van eerste generatie in Haarlemmermeer. Haarlemmermeer.
een authentiek boerenerf vangeneratie de tweede Figuur 3:Voorbeeld Voorbeeld vanvan eeneen een authentiek boerenerf van de tweede in Haarlemmermeer.generatie in Haarlemmermeer. -6-
Woning
voorerf wegberm sloten grenssloot (soms aanwezig) bebouwing weg
voorerf wegberm sloten grenssloot (soms aanwezig) bebouwing weg
geschoren haag
geschoren haag
solitaire boom
solitaire boom
Woning Woning
Authentiek landarbeiderserf Haarlemmermeer met haag
Figuur 4: Authentiek landarbeiderserf Haarlemmermeer met haag
Authentiek landarbeiderserf met sloten rondom
Figuur 4: Authentiek Haarlemmermeer met haag Figuur 5: landarbeiderserf Authentiek landarbeiderserf met sloten rondom -8-
Figuur 5: Authentiek landarbe -8-
F ORMELE REGELS • de erven zijn cruciale elementen in de beleving van de polderlaag; de functie van de erven is daarom in PARK21 primair (verbreed) agrarisch; • ontwikkel of herstel de erven op basis van de kernwaarden zoals in dit rapport beschreven en verbeeld; behoud van de cultuurhistorische kwaliteiten van de erven is van belang voor de eigenheid en aantrekkelijkheid van Haarlemmermeer; • kies bij nieuwe ontwikkelingen op het erf voor een stedenbouwkundige opzet waarbij het doorzicht over erftoegang naar het achterland een open zichtas blijft; maak in de positionering een duidelijk ordening naar hoofdgebouw en bijgebouwen; • parkeren mag niet plaatsvinden op het groende voorerf, maar op het binnenterrein van het erf, buiten de zichtas naar het achterland; • bestaande bebouwing mag worden
•
•
•
•
vervangen. Ruimte voor ruimte regeling is van toepassing; de erfgrens aan de achterzijde is 125 meter vanaf de polderweg vanuit het hart van het lint, aan de voorzijde 20 meter vanuit het hart van het lint; de ruimte voor het hoofdgebouw is ingericht met levend groen, als tuin; deze ruimte is geen verhardingsvlak of ruimte voor parkeren; aan de zijkanten en op de achterkant van het bouwperceel wordt een erfbeplanting aangebracht in een strook van minstens 5 meter breed; erfbeplanting bestaat uit streekeigen beplanting, bij voorkeur geen exoten of cultivars (zie volgende pagina en beplantingsvoorschriften Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte PARK21);