CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 TAM-omgevingsplan Hoofddorp Boslaan-Kruisweg motivering met bijbehorende bijlagen

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 juni 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Gewijzigde vaststelling Tijdelijke Alternatieve Maatregel-omgevingsplan Hoofddorp Boslaan–Kruisweg (13262402)22.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a ‘Hoofddorp Boslaan-Kruisweg’

TAM-Omgevingsplan – september 2025 Motivering

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................... 4

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .......................................................................................... 4

1.3

Doel en planvorm ................................................................................................................... 6

1.4

Geldende omgevingsplan en regelingen ................................................................................ 6

1.5

Planproces ............................................................................................................................ 12

1.6

Leeswijzer ............................................................................................................................. 12

Beschrijving huidige situatie .............................................................................................. 13 2.1

Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 13

2.2

Functionele structuur ........................................................................................................... 16

Beleid en regelgeving ........................................................................................................ 17 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 17

3.2

Provinciaal en regionaal beleid............................................................................................. 21

3.3

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 27

Nieuwe situatie ................................................................................................................. 35 4.1

Toekomstige ontwikkelingen in het plangebied .................................................................. 35

4.2

Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 36

4.3

Functionele structuur ........................................................................................................... 37

Onderzoek en beperkingen ................................................................................................ 38 5.1

Bodem ................................................................................................................................... 38

5.2

Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................. 41

5.3

Omgevingsveiligheid ............................................................................................................. 46

5.4

Explosieven ........................................................................................................................... 48

5.5

Flora en fauna ....................................................................................................................... 49

5.6

Geluid .................................................................................................................................... 53

5.7

Geluid, geur en trillingen ...................................................................................................... 57

5.8

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties ............................................................. 60

5.9

Licht....................................................................................................................................... 61

5.10

Lucht .................................................................................................................................. 62

5.11

Luchtvaartverkeer ............................................................................................................. 66

5.12

Verkeer .............................................................................................................................. 67

5.13

Water ................................................................................................................................. 71

5.14

Duurzaamheid/ klimaatadaptatie ..................................................................................... 76 ‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 2

6

7

5.15

Milieueffectrapportage ..................................................................................................... 77

5.16

Ladder voor duurzame verstedelijking.............................................................................. 81

Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 83 6.1

Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................................... 83

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 83

Juridische aspecten ........................................................................................................... 85 7.1

Opzet regels en verbeelding ................................................................................................. 85

7.2

Handhaafbaarheid ................................................................................................................ 86

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Ter hoogte van de Kruisweg 871 en de Boslaan 17 te Hoofddorp was een in verval geraakt bedrijventerrein gesitueerd. Het bedrijventerrein had een negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit van de gehele omgeving. Het bedrijventerrein was in gebruik door onder andere een garagebedrijf en een webshop in sportartikelen, tevens stonden er panden leeg. Binnen het plangebied waren verschillende gebouwen, waaronder twee bedrijfswoningen, en bijbehorende voorzieningen aanwezig zoals een parkeerterrein. Bezien vanaf de Kruisweg en Boslaan oogde het plangebied rommelig en onaantrekkelijk. De beoogde transformatie naar wonen zal een geschikt alternatief zijn die de leefbaarheid van Hoofddorp ten goede komt. De aanleiding voor het opstellen van voorliggend TAM-omgevingsplan is de wens om woningbouw te realiseren. Het plan omvat de realisatie van 83 woningen in de vorm van grondgebonden woningen, appartementen en enkele dekwoningen. In het geldende omgevingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Gemengd – 5’. Aanvullend geldt voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘wro-zone-wijzigingsgebied 3’. Met deze wijzigingsbevoegdheid kunnen de genoemde geldende enkelbestemmingen omgezet worden naar de functies ‘Wonen – Gestapeld', ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’, ‘Sport’ en 'Gemengd-4’.

Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich op een kruising aan de Hoofdweg en Boslaan te Hoofddorp. Het plangebied staat kadastraal bekend als Haarlemmermeer, sectie K, perceelnummers 4760, 7243, 7246, 7247, 7248, 7285, 7796 en 7811. De oppervlakte van het gehele plangebied bedraagt afgerond 10.500 m2. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Boslaan en aangrenzende bebouwing, aan de oostzijde door bomen en water, aan de zuidzijde door de Kruisweg en aan de westzijde door de kruisweg en Boslaan. Direct aan de overzijde van de Kruisweg bevindt zich de ingang van het stadspark Hoofddorp met onder andere het Slavernij Monument. Het gehele plangebied bevindt zich aan de oostzijde van Hoofddorp. Het centrum van Hoofddorp bevindt zich op circa 500 meter ten westen van het plangebied, gemakkelijk te bereiken via de Kruisweg. De omgeving als geheel bestaat uit een gemengd gebied met woningbouw, bedrijvigheid en openbare groenvoorzieningen.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 4

Figuur 1.1 Plangebied (bron: pdokviewer.nl)

Figuur 1.2 Ligging plangebied in Hoofddorp

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 5

1.3 Doel en planvorm De doelstelling van het TAM-omgevingsplan ‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2.

1.4

Geldende omgevingsplan en regelingen

Ter plaatse van het plangebied vigeren de volgende ruimtelijke plannen, welke allemaal onderdeel uitmaken van het Omgevingsplan van de gemeente Haarlemmermeer: Plannaam

Vastgesteld

Bestemmingsplan Hoofddorp Oost

24-05-2012

Parapluplan parkeerregels

04-10-2018

Parapluplan datacenters

22-10-2022

Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters

07-12-2023

Parapluplan parkeerregels – partiële herziening

09-03-2023

Voor onderhavig TAM-omgevingsplan is voornamelijk het bestemmingsplan Hoofddorp Oost relevant. Het parapluplan parkeerregels en de partiële herziening worden in paragraaf 5.14 nader beschouwd. In onderstaande paragraaf wordt het bestemmingsplan Hoofddorp Oost met de bestemmingen die vigeren op het plangebied behandeld.

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Hoofddorp Oost’, plangebied gelijk aan de gebiedsaanduiding ‘wro-zone - Wijzigingsgebied 3’

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 6

De gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten tot ten hoogste categorie 2. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is ook een bedrijfswoning toegestaan. Binnen het plangebied zijn op drie locaties bedrijfswoningen planologisch toegestaan, daarvan zijn er twee gerealiseerd. Behorend bij de hoofdfunctie zijn ook kantoren, verhardingen, groen-, water- en nutsvoorzieningen, fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen toegestaan. Het plangebied kent twee bouwvlakken waarbinnen hoofdgebouwen zijn toegestaan met een maximale bouw- en goothoogte van respectievelijk 8 en 6 meter. Gemengde bestemming De gronden met de bestemming ‘Gemengd – 5’ zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten tot ten hoogste categorie 2, cultuur en ontspanning uitsluitend in de vorm van een snookercentrum en sportvoorzieningen, uitsluitend in de vorm van een sportschool. Behorend bij de hoofdfunctie zijn ook kantoren, verhardingen, groen-, water- en nutsvoorzieningen, fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen toegestaan. Het plangebied kent één bouwvlak (dat gelijk is aan het bestemmingsvlak) waarbinnen een hoofdgebouw is toegestaan met een maximale bouw- en goothoogte van respectievelijk 8 en 6 meter. Zoals in de inleiding gesteld kent het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘wro-zonewijzigingsgebied 3’.

Middels deze wijzigingsbevoegdheid kan het bevoegd gezag de geldende bestemmingen wijzigen in de enkelbestemmingen ‘Wonen – Gestapeld', ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’, ‘Sport’ en 'Gemengd-4’. In de wijzigingsbevoegdheid zijn regels opgenomen die als voorwaarde gelden voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid. De wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden onder voorwaarde dat: a) er maximaal 80 woningen per hectare zijn toegestaan; b) de gesloten bebouwingswand langs de Boslaan maximaal 9 meter hoog mag zijn; c) de bebouwing op de hoek Boslaan met de bestemming Maatschappelijk maximaal 12 meter hoog mag zijn; d) overige bebouwing in het gebied maximaal 18 meter hoog mag zijn; e) maximaal 40 woningen mogen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van 9 meter; f) de bebouwing aan de Boslaan een afstand van 6 meter moet aanhouden tot de grens van de bestemming verkeer; g) het gebied met 1 ontsluitingsweg wordt ontsloten. De ontsluiting vindt plaats op de Boslaan.

Deze ontsluitingsweg dient gesitueerd te worden parallel aan het bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk’ en voorzien te zijn van een fietspad dat aansluit op het fietspad langs de Kagertocht; h) binnen de bestemming ‘Sport’ uitsluitend een sportschool is toegestaan; i) afhankelijk van het type woning voorzien wordt in 1,3-1,6 parkeerplaatsen per woning binnen het wijzigingsgebied; j) de gebruiksmogelijkheden van het aangrenzende gebied niet onevenredig worden aangetast; k) er een positief advies van de waterbeheerder verkregen is; l) uit onderzoek naar de bodemkwaliteit blijkt dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; ‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 7

m) uit onderzoek blijkt dat er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van externe veiligheid; n) uit onderzoek blijkt dat er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit en geluid; o) uit onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving; p) de economische uitvoerbaarheid op grond van artikel 6.12 Wro verzekerd is; q) geen detailhandel is toegestaan. De huidige bestemmingen voorzien niet in het juiste juridisch-planologische kader om woningbouw mogelijk te maken. Onder de Omgevingswet kan niet zonder meer gebruik worden gemaakt van een Wijzigingsplan zoals dat onder de Wro mogelijk was. Daarom is gekozen voor de Tijdelijke Alternatieve Maatregel waarbij IMRO coderingen mogen worden voortgezet (TAM-IMRO plannen). Voorliggend TAM-omgevingsplan maakt de woningbouwontwikkeling mogelijk, waarbij de wijzigingsregels zoals gesteld in de wijzigingsbevoegdheid zoveel mogelijk als uitgangspunt gehanteerd zijn. Vanwege het groene karakter aan de zuid-oostzijde van de woningen is daar nog een functie ‘Groen’ toegevoegd.

1.4.1 Toets aan de wijzigingsregels De wijzigingsregels zullen in deze paragraaf één voor één getoetst worden. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze het TAM-omgevingsplan (en het opgestelde bouwplan) aan deze wijzigingsregels voldoen. a. er maximaal 80 woningen per hectare zijn toegestaan Het volledige TAM-omgevingsplangebied heeft een oppervlakte van (afgerond) 10.500 m2. Per hectare zijn 80 woningen toegestaan, dat betekent dat binnen het TAM-omgevingsplangebied in totaal 84 woningen zijn toegestaan conform de wijzigingsregel. In de wijzigingsregels is geen onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwbouwwoningen, alle woningen binnen het TAMomgevingsplangebied worden geteld. Het bouwplan voorziet in de realisatie van 83 woningen, ook blijft de woning aan de Kruisweg 873 bestaan. Het totaal komt daarmee op 84 woningen binnen het TAM-omgevingsplangebied. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. b. de gesloten bebouwingswand langs de Boslaan maximaal 9 meter hoog mag zijn Het TAM-omgevingsplan voldoet aan deze voorwaarde, dit wordt planologisch vastgelegd op de verbeelding met een maximale bouwhoogte. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. c.

de bebouwing op de hoek Boslaan met de bestemming Maatschappelijk maximaal 12 meter hoog mag zijn Het TAM-omgevingsplan voldoet aan deze voorwaarde, dit wordt planologisch vastgelegd op de verbeelding met een maximale bouwhoogte. ‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 8

Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. d. overige bebouwing in het gebied maximaal 18 meter hoog mag zijn Wijzigingsregel d dient in samenhang met de leden b en c gelezen te worden. Op basis van leden b en c mag de bouwhoogte aan de Boslaan en op de hoek met de bestemming ‘Maatschappelijk’ respectievelijk maximaal 9 en 12 meter bedragen. De overige bebouwing binnen het TAMomgevingsplangebied mag maximaal 18 meter zijn. Het TAM-omgevingsplan voldoet aan deze voorwaarde, dit wordt planologisch vastgelegd op de verbeelding met een maximale bouwhoogte. Lid b, c en d van de wijzigingsregels hebben ook een relatie tot lid e, daar zal onder het volgende kopje nader op ingegaan worden. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. e. Maximaal 40 woningen mogen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van 9 meter De zinsopbouw van wijzigingsregel e wijkt af van de zinsopbouw in de leden b t/m d. Waar in leden b t/m d gesproken wordt over ‘maximaal X meter hoog’ wordt in lid e gesproken over ‘maximaal 40 woningen mogen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van 9 meter’. De letterlijke interpretatie van deze zinsnede is dat er maximaal 40 woningen gerealiseerd mogen worden met een exacte bouwhoogte van 9 meter. Er wordt in dit lid niks geregeld over lagere en hogere bouwhoogtes van woningen. De juridische interpretatie is dan ook dat (m.u.v.

de beperkingen in lid b en c) overal tot 18 meter hoog gebouwd mag worden binnen het TAMomgevingsplangebied. Het TAM-omgevingsplan voldoet aan deze voorwaarde, dit wordt planologisch vastgelegd op de verbeelding met een maximale bouwhoogte. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. f. de bebouwing aan de Boslaan een afstand van 6 meter moet aanhouden tot de grens van de bestemming verkeer De woningen aan de Boslaan worden op een afstand van minimaal 6 meter tot aan de functie verkeer gerealiseerd. Juridisch wordt dit vastgelegd door middel van de positionering van de bouwvlakken op de verbeelding. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. g. het gebied met 1 ontsluitingsweg wordt ontsloten. De ontsluiting vindt plaats op de Boslaan. Deze ontsluitingsweg dient gesitueerd te worden parallel aan het bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk’ en voorzien te zijn van een fietspad dat aansluit op het fietspad langs de Kagertocht; De woningen worden middels één ontsluitingsweg ontsloten op de Boslaan, deze ontsluiting loopt parallel aan de bestaande maatschappelijke bestemming. Vervolgens kan via het plan een aansluiting worden gemaakt op het fietspad langs de Kagertocht. Het fietspad zal middendoor het plan gerealiseerd worden. ‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 9

Subconclusie: Het bouw en het TAM-omgevingsplan voldoen. h. binnen de bestemming ‘Sport’ uitsluitend een sportschool is toegestaan In het TAM-omgevingsplan wordt geen functie ‘Sport’ opgenomen. Deze wijzigingsregel is dan ook niet relevant. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. i. afhankelijk van het type woning voorzien wordt in 1,3-1,6 parkeerplaatsen per woning binnen het wijzigingsgebied In eerste aanleg kan de wijze waarop deze wijzigingsregel geformuleerd is vragen oproepen. De gemeente hecht er waarde aan de interpretatie van deze regels toe te lichten. Met deze regels is geborgd dat voor de woningen binnen het plangebied voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden, dit mag zowel binnen als buiten de directe grenzen van het TAM-omgevingsplangebied. Wel dient de parkeerbehoefte op basis van de huidige parkeernormen berekend te worden, de eerder voorziene normen van 1,3-1,6 zijn met de vaststelling van de paraplubestemmingsplannen “Parapluplan parkeerregels” en Parapluplan parkeerregels – partiële herziening” vervangen. De volledige parkeeronderbouwing wordt in paragraaf 5.14 gegeven. De initiatiefnemer realiseert ook parkeerplaatsen die net buiten de grenzen van het TAMomgevingsplan liggen. Deze gronden, aan de rand van het woongebied, zijn geschikt voor parkeerplaatsen.

Met deze toepassing ontstaat er stedenbouwkundig gezien een kwalitatief beter plan en meer ruimte binnen het nieuwe woongebied om kwaliteit en groen toe te voegen op locaties waar deze groenvoorzieningen de meeste positieve invloed hebben. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. j.de gebruiksmogelijkheden van het aangrenzende gebied niet onevenredig worden aangetast In de motivering van het TAM-omgevingsplan zal onderbouwd worden dat er geen onevenredige negatieve gevolgen ontstaan voor het gebruik van de aangrenzende woningen en bedrijven. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. k.er een positief advies van de waterbeheerder verkregen is Het hoogheemraadschap is voorafgaand aan de procedure gevraagd worden om op het TAMomgevingsplan te adviseren. Op basis van de planvorming is een positief advies afgegeven, daarmee wordt voldaan aan deze wijzigingsregel. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 10

l. uit onderzoek naar de bodemkwaliteit blijkt dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie In de motivering van het TAM-omgevingsplan zullen de uitgevoerde bodemonderzoeken inclusief de resultaten besproken worden. Uit de onderzoeken blijkt dat sanering noodzakelijk is, deze sanering is (financieel) uitvoerbaar en daarmee zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de nieuwe woonfunctie. Daarnaast is er een beschikking verkregen. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. m. uit onderzoek blijkt dat er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van externe veiligheid In de motivering van het TAM-omgevingsplan zal het uitgevoerde onderzoek naar externe veiligheid besproken worden. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van externe veiligheid. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. n. uit onderzoek blijkt dat er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit en geluid In de motivering van het TAM-omgevingsplan zullen de aspecten luchtkwaliteit en geluid nader onderbouwd worden. Gezien de locatie en de omvang van de ontwikkeling zijn onoverkomelijke belemmeringen op voorhand uitgesloten. Met de onderbouwing in de motivering (inclusief eventuele aanvullende onderzoeken) kan voldaan worden aan deze wijzigingsregel. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. o.

uit onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving Het onderzoek naar flora en fauna is afgerond, dit wordt in de motivering van het TAMomgevingsplan opgenomen. Uit het onderzoek zijn geen belemmeringen naar voren gekomen, ook het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet noodzakelijk. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. p. de economische uitvoerbaarheid op grond van artikel 6.12 Wro verzekerd is De economische uitvoerbaarheid wordt middels een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer verzekerd. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. q. geen detailhandel is toegestaan. Het TAM-omgevingsplan voorziet niet in detailhandel, daarmee kan voldaan worden aan deze wijzigingsregel. Subconclusie: Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen. ‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 11

1.4.2 Conclusie Het bouwplan en het TAM-omgevingsplan voldoen aan alle wijzigingsregels zoals vervat in het geldende bestemmingsplan ‘Hoofddorp-Oost’. Het enige afwijkende is dat er voor de verduidelijking en benadrukking van de groene functie een functie ‘Groen’ is toegevoegd aan de zuidoostzijde van de woningen in het oostelijk gelegen blok. Op basis van deze conclusie kan voorliggend TAM-omgevingsplan juridisch correct in procedure worden gebracht door het college van Burgemeester en Wethouders, met de uiteindelijke vaststelling van het TAM-omgevingsplan door de gemeenteraad als doel.

1.5 Planproces Een TAM-omgevingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in artikel 3.4 van de Algemene wet Bestuursrecht (Awb). Het ontwerp-TAM-omgevingsplan wordt voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie en waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het ontwerpTAM-omgevingsplan te reageren. Voor voorliggend TAM-omgevingsplan is besloten om het vooroverleg en de terinzagelegging van het ontwerp-TAM-omgevingsplan parallel te laten verlopen. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het definitieve TAM-omgevingsplan. Indien nodig vindt voor vaststelling nog nadere afstemming met de vooroverlegpartners plaats. Tijdens de tervisielegging van het ontwerp-TAM-omgevingsplan kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden afgewogen in het vast te stellen TAM-omgevingsplan. Het vastgestelde TAM-omgevingsplan wordt ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1.6 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze motivering geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het TAM-omgevingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 12

2 Beschrijving huidige situatie Op het bedrijventerrein aan de Kruisweg/Boslaan waren verschillende bedrijven gevestigd waaronder een webshop in sportartikelen en een bedrijf dat auto-onderdelen verkoopt. Tevens stonden een aantal panden leeg. Daarnaast waren er diverse parkeerplekken en bijgebouwen aanwezig, deze waren nog sporadisch in gebruik. Het plangebied was in het verleden nog enigszins aan de buitenrand van Hoofddorp gesitueerd, omgeven door groen. Met de uitbreiding van Hoofddorp aan oostzijde is het plangebied inmiddels volledig omringd met stedelijke bebouwing, met woningbouw ten oosten maar ook het bedrijven- en kantorenpark Hyde Park ten zuiden van het plangebied.

2.1 Ruimtelijke structuur 2.1.1 Ruimtelijke ontwikkelingen Hoofddorp ligt in het centrum van de gemeente Haarlemmermeer en telt circa 75.000 inwoners waarmee het de grootste plaats is binnen de gemeente Haarlemmermeer. In relatief korte tijd is Hoofddorp een grote plaats geworden. Waar er in 1970 nog circa 9.000 mensen woonden waren dat er in 2009 al meer dan 70.000. Met de geplande nieuwbouwwijken ten zuiden en westen van Hoofddorp is de verwachting dat dit doorgroeit tot ruim 90.000 inwoners. Het plangebied bevindt zich ten oosten van het centrum van Hoofddorp en kent nog een vrije ruime opzet, met verschillende groen- en sportvoorzieningen in de nabije omgeving. Naast woningbouw begint op circa 400 meter van het plangebied ook een groot bedrijventerrein dat zich naast en rondom de N201 heeft ontwikkeld (de Hoek, Beukenhorst).

2.1.2 Planspecifiek De voormalige bebouwing binnen het plangebied viel te kenmerken als een bedrijventerrein met in verval geraakte bedrijfsbebouwing inclusief veel terreinverharding. Enkele bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning waren tot voorkort nog in gebruik. Bezien vanaf de Kruisweg is er aan de oostzijde van het perceel een groene onbebouwde strook (langs de Kagertocht). Op het perceel vindt enige opslag van goederen plaats. Dit perceel heeft een groene invulling maar kent planologisch wel een bedrijfsfunctie met de mogelijkheid om een bedrijfswoning te realiseren. De oppervlakte van het gehele plangebied bedraagt afgerond 10.500 m2. Op onderstaande afbeeldingen is de huidige situatie van het plangebied te zien. Onderstaande afbeeldingen geven de situatie binnen het plangebied weer voor de inmiddels uitgevoerde sloop.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 13

Figuur 2.1 Voormalige situatie van het plangebied bezien vanaf de Kruisweg (bron: google maps)

Figuur 2.2 Voormalige situatie van het plangebied bezien vanaf de noordzijde van de Boslaan (bron: google maps)

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 14

Figuur 2.3 Voormalige situatie van het plangebied bezien vanaf zuidzijde van de Boslaan (bron: google maps)

Figuur 2.4 De openbare groenvoorziening (Stadspark) direct tegenover het plangebied (bron: google maps)

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 15

2.2 Functionele structuur 2.2.1 Algemeen In de jaren 70 werd de Haarlemmermeer en vooral Hoofddorp aangewezen als groeikern waardoor de bevolking snel toenam in Hoofddorp. Naast veel woningen kent Hoofddorp ook een gunstig vestigingsklimaat voor nationale en internationale bedrijven. Door de gunstige ligging aan de A4, in de nabijheid van Schiphol is Hoofddorp een aantrekkelijke plaats voor bedrijven om zich te vestigen. Zo kent Hoofddorp verschillende bedrijventerreinen waaronder ‘Beukenhorst’ en ‘De Hoek’ aan de oostzijde en ‘Graan voor Visch-Zuid’ en ‘De President’ aan de zuidzijde. Hoofddorp is ten opzichte van de 9.000 inwoners in 1970 sterk gegroeid en kent nog steeds veel geplande nieuwbouwwijken. Deze uitbreidingen vinden niet plaats aan de oostkant vanwege de geluidscontouren van Schiphol waar rekening mee moet worden gehouden. Dit is ook de reden dat het winkelcentrum niet centraal ligt, maar ten oostzijde van de stad. Inbreiding vindt aan de oostzijde wel plaats, daarvan is voorliggend plan een voorbeeld.

2.2.2 Planspecifiek In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen, kantoren, sportvelden, groenvoorzieningen en op een iets grotere afstand het winkelcentrum van Hoofddorp. Het plangebied zelf bestaat zoals benoemd uit een verouderd bedrijventerrein welke niet langer wenselijk wordt geacht in een omgeving waar steeds meer gewoond wordt. Het plangebied wordt getransformeerd naar de gewenste woonfunctie, passend bij de beoogde ruimtelijke kwaliteit.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 16

3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) ‘Duurzaam perspectief voor onze samenleving’ komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: 1. Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Planspecifiek De met dit TAM-omgevingsplan gepaard gaande nieuwbouw van woningen heeft wel raakvlakken met de NOVI, met name waar het gaat om het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving. Met de transformatie van een oud bedrijventerrein tot een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving wordt hier een kleine bijdrage aan geleverd. Het abstractieniveau van de NOVI is dusdanig hoog, dat er geen directe opgaven voor het TAM-omgevingsplan gelden.

3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die invulling geven aan de Omgevingswet en bieden het juridisch kader voor maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Besluiten die geheel over zijn gegaan naar het Besluit kwaliteit leefomgeving is bijvoorbeeld het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 17

Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ook de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning. Waar voorheen dergelijke regels in een groot aantal wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen verspreid stonden, zijn ze samengebracht in één hoofdstuk. Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Er mag alleen een vergunning worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Daarnaast gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b en 8.0e van het Bkl. In afdeling 5.1 van het Bkl zijn instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties opgenomen zoals: • Waarborgen van de veiligheid; • Beschermen van de waterbelangen; • Beschermen van de gezondheid en van het milieu; • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; • Behoud van ruimte voor toekomstige functies; • Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; • Gebruik van bouwwerken; • Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.

In afdeling 5.2 van het Bkl zijn de instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving opgenomen zoals: • Voorkomen van belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorwegeninfrastructuur en rijkswegen; • Lokale spoorwegen binnen vervoerregio’s; • Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool.

Planspecifiek In hoofdstuk 4 wordt nader getoetst aan de instructieregels die in afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden genoemd. In voorgenoemde paragraaf wordt onderbouwd dat met het beoogde planinitiatief sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 18

3.1.3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) In het Besluit activiteiten leefomgeving staan regels van het rijk voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Tevens staat vermeld voor welke activiteiten een meld- of vergunningplicht geldt. Met het inwerking treden van de Omgevingswet wordt het begrip ‘inrichting’ vervangen door milieubelastende activiteit. Ingevolge de Begripsbepalingen (artikel 1.1 van de Omgevingswet) wordt met een milieubelastende activiteit het volgende bedoeld: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.” In hoofdstuk 3 van de Bal is per bedrijfstak aangegeven welke activiteiten als milieubelastend moet worden aangemerkt. Op grond van artikel 5.1 lid 2 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. In hoofdstuk 4 en 5 van het Bal staan de inhoudelijke regels die gelden voor de milieubelastende activiteit. Naast de rijksregels kunnen er ook decentrale regels gelden voor milieubelastende activiteiten. Deze kunnen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapverordening zijn opgenomen.

In de Bal worden verder nog regels opgesteld voor de volgende activiteiten: • Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk (hoofdstuk 6); • Activiteiten in de Noordzee (hoofdstuk 7); • Activiteiten rond rijkswegen (hoofdstuk 8); • Activiteiten rond spoorwegen (hoofdstuk 9); • Activiteiten rond luchthavens (hoofdstuk 10); • Activiteiten die de natuur betreffen (hoofdstuk 11); • Landinrichtingsactiviteiten (hoofdstuk 12); • Activiteiten die cultureel erfgoed betreffen (hoofdstuk 13); • Activiteiten die werelderfgoed betreffen (hoofdstuk 14); • Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden (hoofdstuk 15); • Grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren (hoofdstuk 16); • Afval van schepen in binnenwateren (hoofdstuk 17).

Planspecifiek Het planinitiatief betreft geen activiteit zoals genoemd in hoofdstuk 3 van de Bal, derhalve is geen omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit vereist en geldt er ook geen informatieof meldingsplicht op grond van het Bal.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 19

3.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de functie van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. De gemeente zorgt ervoor dat nieuwe inwoners in een zo vroegtijdig mogelijk stadium deugdelijk en objectief geïnformeerd worden over geluidsbelasting en mogelijke hinder door vliegtuiggeluid (of –uitstoot en kerosinegeur) door de aanwezigheid van de luchthaven Schiphol. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor dit TAM-omgevingsplan.

3.1.5 Nationaal waterplan 2022 - 2027 Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027 en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Nederland voldoet hiermee aan de Europese eisen om actuele plannen en programma’s op te stellen ten aanzien van duurzaam watergebruik en waterveiligheid. In het waterplan worden normen gesteld voor de hoogte van dijken en de ruimte voor reservering van waterberging. In paragraaf 5.14 wordt het aspect water nader beschouwd voor onderhavig planinitiatief.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 20

3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Dit beleidsdocument vervangt de Provinciale structuurvisie Noord-Holland 2040. In de omgevingsvisie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen zoals klimaatverandering, de overgang naar duurzame energie, verdere verstedelijking, bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, de economische transitie en natuur en biodiversiteit. De omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De visie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Daarnaast worden er vijf bewegingen geschetst die laten zien hoe er wordt omgegaan met deze ontwikkelprincipes. Het betreft onderstaande vijf bewegingen: • Dynamisch schiereiland; • Metropool in ontwikkeling; • Sterke kernen, sterke regio's; • Nieuwe energie; • Natuurlijk en vitaal landelijk omgeving. De bewegingen verbinden de economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei.

Met de visie wordt de juiste koers uitgezet om ook in 2050 een economisch concurrerende en leefbare provincie Noord-Holland te zijn en te blijven.

Planspecifiek Het plangebied valt binnen de beweging 'Metropool in ontwikkeling'. De metropool in ontwikkeling kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan steden, dorpen en deelregio's, met specifieke identiteiten en kwaliteiten. De vraag naar woningen blijft de komende jaren onverminderd hoog, net als de (ruimte)vraag voor recreatie en andere functies binnen woongebieden. Tegelijkertijd wil de provincie de waardevolle landschappen in de metropoolregio sparen. De bebouwings- en woningopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij heeft de provincie behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden als prioriteit gesteld. De voorgenomen ontwikkeling draagt met de realisatie van 83 woningen (van diverse typologieën) in Hoofddorp bij aan de beweging 'sterke kernen, sterke regio's' en 'metropool in ontwikkeling'.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 21

Daarnaast draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de wens van de provincie om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Wanneer daarbij de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid extra toeneemt vanwege het wegbestemmen van een binnenstedelijke bedrijfsfunctie is dat een pre. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwantitatieve woningbouwbehoefte. Dit blijkt ook uit de toets aan de beleidsstukken in de volgende paragrafen.

3.2.2 Omgevingsverordening NH2022 De Omgevingsverordening NH2022 is onder de Omgevingswet de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020. Deze omgevingsverordening vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. De ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NH2022.

Planspecifiek Middels voorliggend TAM-omgevingsplan wordt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt, binnen bestaand stedelijk gebied, in de nabijheid van Schiphol. Op figuur 3.1 is te zien dat het plangebied buiten het landelijk gebied valt, waardoor alleen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte afspraken (artikel 6.3). Dit wordt nader beschouwd in paragraaf 3.2.3. Een verdere toetsing aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig.

Figuur 3.1 Uitsnede omgevingsverordening kaart 14 (bron: provincie Noord-Holland) ‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 22

Daarnaast bevindt het plangebied zich in de nabijheid van Schiphol. Kijkend naar figuur 3.2 is gebleken dat het gebied buiten de LIB-5 zone valt van Schiphol, waardoor de Provinciale Omgevingsverordening geen belemmeringen oplevert voor onderliggend planinitiatief.

Figuur 3.2 Uitsnede omgevingsverordening kaart 15 (bron: Provincie Noord-Holland)

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 23

3.2.3 Provinciale Woonagenda 2020-2025 Eén van de belangrijkste speerpunten uit de provinciale Woonagenda is het aanjagen van de woningbouwproductie op korte termijn. Daarbij wordt ingezet op woningbouw op specifieke locaties waar het ruimtelijk goed past en waar de voorzieningen al goed geregeld zijn. Daarnaast moet worden gezorgd voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Actiepunten zijn: • Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden • Bieden van kennis, meedenkkracht en hulp • Versnellen woningbouwproductie • Samenwerking stimuleren • Verduurzaming wonen • Meer flexibiliteit in de woningmarkt • Stimuleren circulair bouwen • Leveren van informatie en monitoring Via ’woonakkoorden’ worden afspraken met regio’s en gemeenten gemaakt over woningbouw en programmering en fasering van deze woningbouwplannen. Uitgangspunt is de juiste balans tussen vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. De woonakkoorden vervangen daarmee de Regionale Actieprogramma’s Wonen (RAP’s). De woonakkoorden dienen in overeenstemming te zijn met de provinciale Omgevingsvisie en de uitgangspunten, speerpunten en richtinggevende principes van de Woonagenda. Eventuele grootschalige buitenstedelijke plannen van de regio worden wel onderdeel van de woonakkoorden.

Dit deel van het woonakkoord wordt jaarlijks, of zoveel vaker als wenselijk, geactualiseerd. In de omgevings-verordening wordt het onder voorwaarden mogelijk gemaakt om in Noord-Holland Noord ook kleinschalige, buitenstedelijke woningbouwplannen in het woonakkoord op te nemen.

Planspecifiek De geplande nieuwbouwwoningen zullen allemaal aardgasvrij gebouwd worden en duurzaam uitgevoerd worden conform de geldende duurzaamheidsnormen. De woningbouwplannen van de gemeente Haarlemmermeer dienen afgestemd te zijn met de regio Amstelland-Meerlanden, dat zal in paragraaf 3.2.4 nader toegelicht worden. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied en is in de huidige situatie een vervallen bedrijventerrein. Met de realisatie van 83 gewenste woningen ter plaatse is sprake van duurzaam ruimte gebruik. Algemeen kan gesteld worden dat de ruimtelijke kwaliteit zowel binnen als nabij het plangebied zal verbeteren.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 24

3.2.4 Regionale Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 Het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 (vastgesteld op 28 mei 2021) is een bestuurlijk akkoord tussen de provincie Noord-Holland en de zes gemeenten in de regio Amstelland-Meerlanden (hierna: AM): gemeente Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn. De ambities uit het woonakkoord passen binnen het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 (paragraaf 3.3.2) en binnen het provinciale woonbeleid zoals vastgelegd in de Woonagenda 2020-2025. De provincie en AM-gemeenten stellen in het Woonakkoord de volgende prioriteiten: • We verbinden ons aan versnelling van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen; • We willen de bestaande betaalbare woningvoorraad beter benutten; • Als er knelpunten zijn in de samenwerking, dan maken we die zoveel mogelijk bespreekbaar – en werken we samen aan een oplossing; • Samen sterk in de regionale samenwerking: waar mogelijk trekken we als partners op – binnen AM en de MRA en naar het Rijk. Ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid. De behoefte aan extra woningen doet zich voor in alle prijsklassen, zowel huur als koop. Maar betaalbare woningen zijn een belangrijk aandachtspunt.

Voor Haarlemmermeer is afgesproken de woningbouw te versnellen om de regionale vraag beter op te kunnen vangen. Woningbehoefte De geraamde extra woningbehoefte in de periode 2020 tot 2030 is voor de regio AM 18.580 woningen. Het huidige (regionale) tekort is hierin niet meegerekend. Het aantal van 18.580 woningen is dus te zien als de minimale behoefte. De harde plannen van de gemeenten in de regio voorzien op dit moment nog niet in voldoende woningen, het opschroeven van de woningbouwontwikkeling is noodzakelijk. Breder gezien heeft de regio op dit moment plannen voor ongeveer 38.000 woningen tussen 2020 en 2030, dit zijn zowel plannen waarvan de planologische procedure is afgerond (harde plancapaciteit), als plannen die nog in voorbereiding zijn of genomen moeten worden (zachte plancapaciteit). Een wijzigingsbevoegdheid is een voorbeeld van zachte plancapaciteit, deze dienen dan ook omgezet te worden in harde plancapaciteit om de doelstellingen te behalen. Het aandeel van de gemeente Haarlemmermeer is hierin ongeveer 14.500 woningen. De opgave ligt dan ook vooral op het ‘hard’ maken van de zachte plannen en uiteindelijk het daadwerkelijk realiseren van de voorgenomen plannen. Waar mogelijk kan de gemeente ook extra dan de eigen behoefte bouwen, dit om de regionale druk te verlichten.

Het doel is het versnellen van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen. Onder ‘betaalbare woningen’ verstaan we sociale huurwoningen en middeldure koop- en/of huurwoningen.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 25

Planspecifiek Om de regionale doelstelling te kunnen behalen is het belangrijk dat de gemeente Haarlemmermeer de zachte plancapaciteit omzet in harde plancapaciteit. Met voorliggend TAMomgevingsplan wordt deze zachte plancapaciteit omgezet tot harde plancapaciteit, passend binnen de hoge regionale behoefte en doelstellingen. De ontwikkeling voorziet in grondgebonden woningen, appartementen en enkele dekwoningen, hiermee is het initiatief passend binnen de woningbehoefte van de gehele regio. Naar verwachting zullen deze woningen interessant zijn voor één- en tweepersoonshuishoudens, maar overige doelgroepen worden niet uitgesloten. Het woningaanbod bestaat voor starters bijvoorbeeld voornamelijk uit betaalbare appartementen (sociale huur en koop) en voor gezinnen uit een variatie van eengezinswoningen met verschillende afmetingen. Het woningbouwprogramma bestaat uit 30% sociale huur, 20% middensegment (koop) en 50% vrije sector. In paragraaf 3.3.2 wordt hier nog nader op ingegaan. Het bouwplan levert een bijdrage aan het realiseren van voldoende betaalbaar en duurzaam woningaanbod voor de gehele regio.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 26

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021) De ambitie is dat Haarlemmermeer groeit naar 200.000 inwoners in 2040. Daarbij moet het een aantrekkelijke plek zijn om te wonen en werken, voor nu en in de toekomst. De omgevingsvisie helpt om zuinig en zorgvuldig met de ruimte in Haarlemmermeer om te gaan. Ze beschrijft ambities en doelen voor verschillende thema’s en zet de koers voor 2040, dit betekent: • blijven inzetten op het fysiek en sociaal verbonden zijn met elkaar en de omgeving; • gebruik blijven maken van onze grote variatie en diversiteit in landschappen en kernen; • ons blijven positioneren als attractieve ontmoetingsplaats. Dit lezen we terug in vier verhaallijnen: 1. Wonen waar stad en dorp samen komen 2. Economisch krachtig en divers 3. Ontspannen in ons buitengebied 4. Slim en stevig verbonden met onze netwerken Haarlemmermeer is in te delen in vijf gebieden Noord, Hoofddorp, West, Zuid en Oost en NieuwVennep. Per gebied is gekeken naar diverse wensen en behoeften. Dit heeft geresulteerd in gebied specifieke opgaven. Daarnaast worden ambities en uitgangspunten van verschillende onderwerpen beschreven, zoals economie, luchtvaart, wonen, landschap en schone energie, die gelden voor heel Haarlemmermeer.

Planspecifiek In de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 ligt het plangebied binnen het gebied Hoofddorp. Het accent binnen dit gebied verschuift naar binnenstedelijke vernieuwing en verdichting. Verstedelijking en verdichting is alleen mogelijk als er ook uitstekende mogelijkheden zijn voor recreatie. De directe omgeving van het plangebied is daar een goed voorbeeld van met veel relatief grote groen- recreatie- en sportvoorzieningen. De bestaande wijken geven een mooie doorsnede van het suburbane wonen. Deze kwaliteit wordt gekoesterd. Met het onderhavige plan wordt hieraan bijgedragen.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 27

Figuur 3.3 Uitsnede Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 28

3.3.2 Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025 De ambities van de gemeente Haarlemmermeer voor het woonbeleid van de komende vijf jaar komen voort uit de regionale bouwtaak, lokale omstandigheden en vraagaanbodverhoudingen op de woningmarkt. Ons woonbeleid gaat uit van eigenheid, verscheidenheid en doorstroming. Variatie in het woningaanbod zorgt voor gemengde dorpen en wijken, is toekomstbestendig en vergroot de mogelijkheden voor een wooncarrière binnen Haarlemmermeer. Wonen houdt in onze visie verband met een visie op groen, bereikbaarheid, werk en voorzieningen. Om die reden maken we verschil tussen de grote (centraal gelegen) dorpen Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Badhoevedorp enerzijds en de kleinere kernen langs de Ringvaart anderzijds. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van vier woonmilieus: • landelijk tot circa 20 woningen per hectare; • centrum dorps tot circa 25 woningen per hectare; • stedelijk centrum tot circa 50 woningen per hectare; • stedelijk plus tot circa 80 woningen per hectare. Daarbij is het belangrijk dat in alle woonmilieus de helft van de nieuwe woningen betaalbaar (prijssegmenten laag en midden) wordt en blijft. Voor ontwikkelingen met meer dan 30 woningen geldt daarom: 50% betaalbare woningen, waarvan minimaal 30% sociale huur en 20% in het middensegment (huur en/of koop).

Planspecifiek Een van de pijlers uit het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025 is: divers aanbod door middel van nieuwbouw. Tevens speelt het project ook in op een vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen. De nieuwbouwwoningen aan de Kruisweg/Boslaan spelen in op de behoefte die er bestaat vanuit de markt, door woningen in verschillende typologieën te realiseren voor verschillende doelgroepen. Door middel van de transformatie van bedrijventerrein naar woongebied wordt de vitaliteit en leefbaarheid van het gebied vergroot. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen met meer dan 30 woningen dat minstens 50% van de woningen betaalbaar moet zijn waarvan een significant deel sociale huur. Aangezien er in onderhavig planinitiatief 83 woningen worden gerealiseerd geldt deze eis voor het project. Het project kent een wel afgewogen woningbouwprogramma zoals weergegeven in onderstaande tabel. 52% (afgerond) van het woningbouwprogramma valt binnen de categorie betaalbaar wonen (sociale huur en koop/huur middensegment), daarmee wordt voldaan aan de beleidsregels van de gemeente Haarlemmermeer. In onderstaande tabel is het woningprogramma cijfermatig weergegeven.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 29

Type woning Koopwoningen (duur) Koop appartementen (duur)

Aantal 37 3

Percentage (afgerond) 44,6% 3,6%

Koop appartementen (betaalbaar)

17

20,5%

Huur appartementen (sociaal)

26

31,3%

Totaal 83 100% Tabel: verantwoording woningbouwprogramma t.a.v. woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025

3.3.3 Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer In de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer is de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit opgenomen. De welstandsnota baseert zich op het ruimtelijk raamwerk van de Haarlemmermeer. De welstandsnota werkt aanvullend op het TAM-omgevingsplan, waarmee de gemeente op een hoger detailniveau redelijke eisen van welstand kan stellen aan het uiterlijk van bouwwerken. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van materiaalgebruik, kleurgebruik, vormgeving en ontwerpdetails. Binnen de gemeente zijn verschillende welstandsregimes bepaald. Toetsing van het bouwplan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Welstandsnota vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw.

Planspecifiek Het plangebied kent een regulier welstandsregime. Hierbij wordt het gebouw niet alleen in haar omgeving maar ook als zelfstandig object getoetst, de architectonische benadering. Op dit niveau doet ook een beeldkwaliteitsplan uitspraken over de uitstraling en verschijningsvorm van de bebouwing, zonder de architectuur geheel vast te leggen. Een regulier welstandsregime neemt ook de volgende aspecten mee: • de geleding van het bouwvolume: verschillende bouwhoogten, accenten zoals torens of grote openingen; • de vormgeving van de gevel: verticale, horizontale, neutrale of onregelmatige geleding; • de keuze van de dakvorm: plat, hellend vlak of kap, zoals lessenaars-, zadel-, schilddak of mansardekap; • het gebruik van compositorische middelen: erkers, luifels, balkons, loggia’s; • het gebruik van decoratieve middelen: (uitkragende) daklijsten, raamlijsten, gevelbanden. Onderhavig planinitiatief is afgestemd met de afdeling stedenbouw van de gemeente Haarlemmermeer. Daarbij is na het delen van de concepten geconcludeerd dat er geen beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld. Onderhavig planinitiatief is reeds twee keer voorgelegd aan de afdeling Welstand van de gemeente Haarlemmermeer. Daaruit bleek dat er een positieve grondhouding is ten opzichte van het voorgestelde plan.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 30

3.3.4 Klimaatadaptatiebeleid Op 7 juli 2022 heeft de gemeenteraad het Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer vastgesteld. Het beleid beschrijft op welke manier de gemeente om wil gaan met klimaatverandering. Extreme hitte en droogte, hevige regen en grotere kans op overstromingen zijn allemaal gevolgen van klimaatverandering. Met het Klimaatadaptatiebeleid zijn er minimale normen vastgesteld, basisveiligheidsniveaus genoemd, waarmee we de leefomgeving beter bestand maken tegen extreem weer. Er zijn drie ambities voor klimaatbestendigheid vastgesteld: • een koele woon- en werkomgeving; • de droogtegevoeligheid verminderen; • een waterrobuuste leefomgeving.

Planspecifiek Bij de voorgenomen ontwikkeling worden verschillende maatregelen getroffen om een koele woon- en werkomgeving te creëren. Er worden bomen geplant, een groene openbare inrichting aangelegd, groene erfafscheidingen gerealiseerd met onder andere hagen. De woningen zijn zo georiënteerd dat ze slim gepositioneerd zijn op de zon (ook in relatie tot de TO-juli eis). Droogtegevoeligheid wordt voorkomen voor een DIT-riool en er wordt een waterrobuuste leefomgeving gecreëerd door een waterbergende weg aan te leggen. In paragraaf 5.15 wordt hier nog verder op ingegaan.

3.3.5 Kaders klimaatbeleid 2008-2020 In 2008 heeft de gemeenteraad de nota 'Kaders klimaatbeleid 2008-2020' vastgesteld. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is (1) een reductie van de CO2 uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. beperking van de energievraag; 2. opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen; 3. indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te gebeuren. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. De thema's zijn: Gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw. • Bestaande woningen. • Nieuwbouwwoningen. • Bestaande bedrijven. • Agrarische bedrijven/ Glastuinbouw.

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 31

Planspecifiek In de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met de doelstelling om een CO2reductie te behalen door de woningen gasloos te bouwen. De woningen zullen op een duurzame wijze voorzien worden van stroom en warmte in de vorm van bijvoorbeeld warmtepompen en zonnecollectoren.

3.3.6 Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer Het aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in de regio. De druk op de verkeers- en vervoersnetwerken zal daardoor toenemen. Daarnaast zet de groei van de verkeersstromen van en naar de luchthaven de bereikbaarheid van de Multimodale Knoop Schiphol onder druk. Er zijn voor de visie de volgende ambities opgesteld: • vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; • ruimte voor innovatie voor het 'nieuwe bewegen'; • een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; door een slimme fasering, wat nodig is wordt aangelegd, ruimte voor toekomstige uitbreiding wordt gereserveerd. Uitgangspunt is ‘eerst bewegen, dan bouwen’; • bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; • mobiliteit met oog voor de leefomgeving; overlast zoveel mogelijk beperken. • veilig bewegen; • evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; • mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, rijk en bedrijfsleven; • faciliteren van schone en stille mobiliteit; • monitoring en indicatoren. De mobiliteitsvisie benoemt vervolgens een aantal thema’s waarvoor doelstellingen zijn benoemd. De thema’s zijn: • Netwerken verknopen • Auto • Goederenvervoer • Openbaar vervoer • Fiets • Voetgangers • Verkeersveiligheid • Parkeren

‘Hoofddorp Oost 2e wijziging’ 32

Planspecifiek Het plangebied grenst aan enerzijds de Kruisweg en anderzijds de Boslaan. De Kruisweg is een belangrijke verkeersader binnen het centrum van Hoofddorp. In het mobiliteitsplan van de gemeente Haarlemmermeer zijn voor de gehele Kruisweg verschillende maatregelen opgenomen om de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid te kunnen verbeteren. Deze maatregelen zijn mede nodig om de verkeersafwikkeling in de toekomst te kunnen borgen. In het ontwerp verkeersstructuurplan Hoofddorp van de gemeente wordt ten aanzien van de kruising Kruisweg/ Boslaan uitgegaan van een rotonde bij de kruising met de Boslaan. Het betreft een verbetering van een nu acceptabele situatie, de bestaande situatie vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend TAM-omgevingsplan.

3.3.7 Handboek Parkeernormen Het handboek en bijbehorende berekeningsblad zijn een instrument om voor benoemde situaties de parkeernorm op eenduidige wijze vast te stellen. De norm is afhankelijk van de betreffende functie, stedelijkheid, centrumligging, afstand tot HOV-halte of NS-station. Een parkeerbalans vergelijkt de verwachte parkeervraag van een ontwikkeling met het parkeeraanbod. Daarmee wordt beoordeeld of bij een ontwikkeling voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. Bij het opstellen van een parkeerbalans wordt rekening gehouden met: • Bezoekersaandeel: minimaal het aantal parkeerplaatsen voor bezoekers moet voor bezoekers toegankelijk zijn. • Deelauto’s: bij een deelautoverplichting kan er een correctie worden toegepast op de autonome parkeervraag voor bewoners. • Dubbelgebruik van parkeerplaatsen: dit wordt berekend op basis van aanwezigheidspercentages op verschillende dagdelen, niet alle functies pieken op hetzelfde moment in hun parkeervraag. • Correctie voor parkeren op eigen erf: niet alle parkeergelegenheid op eigen erf wordt altijd door de eigenaar gebruikt. Als niet in voldoende parkeren kan worden voorzien, kan worden afgeweken van het benodigd aantal parkeerplaatsen wanneer parkeeronderzoek uitwijst dat in de directe omgeving voldoende parkeerruimte beschikbaar is voor de parkeerders van de ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=7d25385d-96b9-4f73-87e5-4a8ad3f882fe