Bijlage 1 Stimulansz-rapport ‘Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid: een onderzoek naar de armoedeval in de gemeente Haarlemmermeer’
Tekst van het document
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid
Een onderzoek naar de armoedeval in de gemeente Haarlemmermeer
Lieke van Rootselaar Karin van Nuland
Conceptversie 19-11-2024 Definitieve versie 5-2-2025
Inleiding Dit rapport behandelt de volgende centrale vraagstelling: Gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt, de zogenaamde armoedegrens? En welke mogelijkheden heeft de gemeente Haarlemmermeer in haar gemeentelijk beleid om deze eventuele armoedeval te voorkomen? De gemeente Haarlemmermeer heeft gevraagd om te onderzoeken: 1. Waar de armoedeval ligt bij de verschillende huishoudtypen?; 2. Wat de hoogte is van de armoedeval bij verschillende huishoudtypen?; 3. Wat kan de gemeente Haarlemmermeer doen om de armoedeval te verminderen/ tegen te gaan daarbij lerend van andere gemeenten? Het doel van het onderzoek is om een objectief beeld te vormen van het samenspel tussen landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning en of er ergens sprake is van een feitelijke inkomensachteruitgang, de zogenaamde armoedeval. En welke oplossing heeft de gemeente Haarlemmermeer eventueel om deze armoedeval te voorkomen, kijkend naar andere gemeenten.
2
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
Inhoud Inleiding ________________________________________________________________________________________________________ 2 De auteurs ______________________________________________________________________________________________________ 5 Managementsamenvatting _________________________________________________________________________________________ 6 Onderzoeksuitkomsten __________________________________________________________________________________________ 6 1 Opzet van het onderzoek ________________________________________________________________________________________ 8 1.1 Inleiding __________________________________________________________________________________________________ 8 1.2 Keuze voor huishoudtypes ___________________________________________________________________________________ 8 1.3 Overzicht van de relevante regelingen __________________________________________________________________________ 9 1.4 Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen? _____________________________________________________ 9 1.5 De hoogte van landelijke regelingen en heffingskortingen __________________________________________________________ 10 1.6 De hoogte van gemeentelijke regelingen _______________________________________________________________________ 11 1.7 Gemeentelijke regelingen die niet meegenomen worden in de berekening
____________________________________________ 12 1.8 Resterende stelposten ______________________________________________________________________________________ 13 1.9 Disclaimer _______________________________________________________________________________________________ 13 2 Resultaten ___________________________________________________________________________________________________ 15 2.1 Inleiding _________________________________________________________________________________________________ 15 2.2 Alleenstaande tussen 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd ______________________________________________________ 15 2.3 Alleenstaande ouder met 2 kinderen __________________________________________________________________________ 18 2.4 Samenwonend/gehuwd zonder kinderen _______________________________________________________________________ 21 2.5 Samenwonend/gehuwd met 2 kinderen ________________________________________________________________________ 24
3
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
3 Benchmark gemeenten ________________________________________________________________________________________ 28 4 Bijzondere bijstand medische kosten _____________________________________________________________________________ 33 5 Conclusie ____________________________________________________________________________________________________ 34 6 Aanbevelingen _______________________________________________________________________________________________ 37 Over Stimulansz _________________________________________________________________________________________________ 41
4
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
De auteurs
5
A
Lieke van Rootselaar
Karin van Nuland
Adviseur bestaanszekerheid
Adviseur Armoede en schulden
06 47 37 51 05
06 83670254
lieke.vanrootselaar@stimulansz.nl
karin.vannuland@stimulansz.nl
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
Managementsamenvatting Onderzoeksuitkomsten Uit dit onderzoek door Stimulansz blijkt dat er in alle vier gekozen huishuidtypes inderdaad sprake is van een absolute en een relatieve armoedeval in de gemeente Haarlemmermeer. Een armoedeval ontstaat vanuit de volgende factoren: De landelijke toeslagen nemen geleidelijk af naarmate het inkomen stijgt. Hierdoor veroorzaken de landelijke toeslagen geen armoedeval, maar verminderen wel de groei van het inkomen bij een groeiend loon. De landelijke vergoedingen beginnen bij een echtpaar te dalen na 110% van de bijstandsnorm. De landelijke vergoedingen bij een alleenstaande ouder beginnen pas te dalen bij 150% van de bijstandsnorm. Dat komt omdat de bijstandsnorm voor een echtpaar gelijk is aan het wettelijke minimum inkomen en de bijstandsnorm van de alleenstaande (ouder) 70% van het wettelijk minimum inkomen is. Het gemeentelijke minimabeleid heeft een buiten wettelijk kader. Dit betekent dat gemeenten nagenoeg zelf bepalen welke regelingen ze aanbieden en welke inkomensgrenzen, voorwaarden en tegemoetkomingen ze vervolgens voor elke regeling hanteren.
6
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Mensen met een inkomen uit uitkering of werk net boven de gehanteerde inkomensgrens van de gemeentelijke regeling, verliezen de gehele gemeentelijke toeslag. Als gevolg hiervan daalt het netto-inkomen. Wanneer het netto-inkomen onder bijstandsniveau zakt, is er sprake van een absolute armoedeval. Dit zijn de rode cijfers in de overzichtstabel ‘armoedeval per maand’. Wanneer het totaal inkomen daalt terwijl het inkomen uit uitkering of werk toeneemt, maar niet onder bijstandsniveau uitkomt, spreekt men in dit rapport van een relatieve armoedeval. Dit zijn de blauwe cijfers in de overzichtstabel ‘armoedeval per maand’. In de gemeente Haarlemmermeer is er sprake van een absolute armoedeval bij alle gekozen huishoudtypes wanneer het inkomen net boven bijstandsniveau is. Het totale inkomen daalt onder de bijstandsnorm. Bij de alleenstaande ouder en gehuwden met kinderen is er na het wegvallen van de kindregelingen ook sprake van absolute armoedeval. Bij de alleenstaande ouder is er slechts kort sprake van een absolute armoedeval, deze gaat daarna over op een relatieve armoedeval. Bij een paar met kinderen houdt de absolute armoedeval langer aan en gaat daarna over in een relatieve armoedeval. In onderstaand tabel vindt u een samenvattend overzicht van de uitkomsten van het onderzoek naar de armoedeval in de gemeente Haarlemmermeer.
Naar inhoudsopgave
Overzichtstabel armoedeval per maand van de gemeente Haarlemmermeer Armoedeval in € per maand Inkomen t.o.v. bijstandsuitkering
100%
101%
110%
120%
121%
130%
140%
150%
170%
Alleenstaande
0
-21
91
210
106
183
268
350
439
Alleenstaande ouder met 2 kinderen
0
-21
91
215
-43
68
193
317
438
Echtpaar zonder kinderen
0
-15
127
205
2
55
95
196
378
Echtpaar met 2 kinderen
0
-15
127
205
-144
-91
-73
7
135
Gemeente Haarlemmermeer
7
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
1 1.1
Opzet van het onderzoek Inleiding
De onderzoeksvraag is ’gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt? En welke mogelijkheden heeft de gemeente Haarlemmermeer om de armoedeval te voorkomen, kijkend naar het minimabeleid van andere gemeenten? De onderzoeksvraag kent vier onderliggende vragen: 1. Wat de landelijke en gemeentelijke toeslagen en tegemoetkomingen voor de verschillende huishoudtypen?; 2. Waar ligt de armoedeval bij verschillende huishoudtypen?; 3. Wat is de hoogte van de armoedeval bij verschillende huishoudtypen?; 4. Wat is de gemeentelijke- en landelijke component van de armoedeval?; 5. Welke mogelijkheden heeft de gemeente Haarlemmermeer mocht er sprake zijn van een armoedeval om deze te verkleinen, kijkend naar andere gemeenten en de regeling ‘bijzondere bijstand medische kosten’? In de volgende hoofdstukken gaan we op deze vragen in. Het rapport wordt afgesloten met de conclusies en aanbevelingen.
8
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
1.2
Keuze voor huishoudtypes
In dit onderzoek is uitgegaan van percentages van de toepasselijke bijstandsnorm (het wettelijk minimum). Er zijn 4 huishoudtypes onderzocht met inkomensnormen van 100% tot 170% van de bijstandsnorm. De reden om het inkomen in percentages van de bijstandsnorm te nemen, is om zo aan te kunnen sluiten bij de manier waarop gemeenten rekenen in hun minimabeleid. Het gaat om de huishoudtypen: • Alleenstaande tussen de 21 en pensioengerechtigde leeftijd; • Alleenstaande met 2 kinderen: 1 kind in het basisonderwijs en 1 kind in het voortgezet onderwijs; • Echtpaar/samenwonenden zonder kinderen met partner van gelijke leeftijd; • Echtpaar/samenwonenden met 2 kinderen: 1 kind in het basisonderwijs en 1 kind in het voortgezet onderwijs en partner van gelijke leeftijd. Het onderscheid alleenstaande, alleenstaande ouder en echtpaar/samenwonenden met en zonder kinderen sluit aan bij de normensystematiek uit de Participatiewet en wordt door gemeenten gebruikt als basis voor het minimabeleid. Vanwege de onderzoeksvraag zijn personen met de pensioengerechtigde leeftijd buiten beschouwing gelaten.
Naar inhoudsopgave
Door te kiezen voor kinderen in de schoolgaande leeftijd tot en met 17 jaar wordt het merendeel van het gemeentelijke ‘Kindpakket’ meegenomen in het onderzoek. Deze 4 huishoudtypes geven samen een representatief beeld, ook van te verwachten uitkomsten bij andere huishoudtypes, bijvoorbeeld bij een gezin met 3 of meer kinderen.
1.3 Overzicht van de relevante regelingen In de berekeningen zijn de relevante regelingen, zowel landelijk als gemeentelijk, voor inkomensondersteuning meegenomen. Landelijke toeslagen en heffingskortingen: a. Huurtoeslag; b. Zorgtoeslag; c. Kindgebonden budget; d. Inkomensafhankelijke combinatiekorting. Daarnaast zijn de gemeentelijke (decentrale) regelingen die voor de gemeente Haarlemmermeer gelden verwerkt: 1. Bijzondere bijstand; 2. Individuele inkomenstoeslag; 3. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen; 4. Collectieve zorgverzekering; 5. Haarlemmermeer doet mee! Voor volwassenen;
9
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
6. Kindpakket: a Jong Haarlemmermeer doet mee! b Tegemoetkoming schoolkosten c Bijlesregeling d Laptopregeling
1.4 Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen? Landelijke toeslagen en heffingskortingen: Bij het arbeidsinkomen wordt gerekend met een oplopend percentage van het sociaal minimum, dat is per definitie netto uitgedrukt, het gaat daarom om een netto-inkomen. De (afbouw van) reguliere algemene heffingskorting en arbeidskorting speelt daarom hier geen rol. Voor alle toeslagen geldt dat de aanvrager tot de doelgroep van de regeling moet behoren. Verder geldt voor alle toeslagen, met uitzondering van de kinderbijslag, dat ze afhankelijk zijn van het inkomen van de aanvrager. De huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget kennen een geleidelijke afbouw in vergoedingshoogte naarmate het inkomen stijgt. De combinatiekorting stijgt juist als het inkomen uit werk stijgt, terwijl de algemene heffingskorting (minstverdienende partner) in de praktijk vanwege maximering gelijk blijft.
Naar inhoudsopgave
Gemeentelijke regelingen: Bij de gemeente Haarlemmermeer zijn de minimaregelingen inkomensafhankelijk. De gemeente hanteert een inkomensgrens1 om aanvragers wel of niet toe te laten tot de regeling, in dit geval 120% van de geldende bijstandsnorm. De inkomensgrens werkt als volgt: iedere aanvrager met een inkomen tot de inkomensgrens kan worden toegelaten tot de regeling en krijgt de volledige vergoedingen die hierbij horen. Iedereen met een inkomen boven de inkomenstoetsgrens wordt volledig uitgesloten van de regeling. Dit geldt ook voor inwoners van wie de inkomsten de inkomensgrens net overschrijden. Een uitzondering hierop is de bijzondere bijstand. Het recht op bijzondere bijstand (een vergoeding voor onvoorzienbare, noodzakelijke en niet uit het reguliere inkomen te betalen kosten) wordt bepaald aan de hand van een (inkomens-) draagkracht-berekening. De draagkracht is het bedrag dat de aanvrager zelf kan bijdragen in de kosten, met bijzondere bijstand kan dan het overige deel van de kosten worden vergoed.
Deze draagkrachtsystematiek sluit aan bij het maatwerkprincipe van de Participatiewet.
1.5 De hoogte van landelijke regelingen en heffingskortingen De huurtoeslag is naast inkomensafhankelijk ook afhankelijk van de hoogte van de huur én het aantal personen dat de woning bewoont. De zorgtoeslag is inkomensafhankelijk. De hoogte van de toeslag hangt af van het hebben van een partner. Het kindgebonden budget is inkomensafhankelijk. De hoogte van het budget hangt af van de aan- of afwezigheid van een partner. Alleenstaande ouders krijgen bij dit budget een verhoging door middel van de alleenstaande-ouderkop (ALOkop). Verder is de hoogte afhankelijk van het aantal kinderen. De inkomensafhankelijke combinatiekorting is inkomensafhankelijk in de zin dat de combinatiekorting toeneemt bij een stijgend loon. De combinatiekorting geldt voor (alleenstaande) ouders met inkomen uit werk.
De draagkracht neemt geleidelijk toe bij een stijgend inkomen, waardoor het recht op een vergoeding geleidelijk afneemt.2 1
Deze inkomensgrens speelt een belangrijke rol op het moment dat de oorzaken van de armoedeval worden geanalyseerd
10
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
2
Verduidelijking met een voorbeeld: € 100 aan bijzondere kosten en een eigen draagkracht van € 40 betekent een vergoeding van de gemeente van € 60. Als de eigen draagkracht met het inkomen groeit tot € 80, dan daalt de gemeentelijke vergoeding naar € 20.
Naar inhoudsopgave
1.6 De hoogte van gemeentelijke regelingen De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald door de draagkracht van de aanvrager én de hoogte van de te vergoeden kosten. In theorie is de hoogte dus onbegrensd. In het onderzoek zal er daarom worden uitgegaan van stelposten. Bij de bijzondere bijstand is de stelpost € 200 per jaar, € 17 per maand. Bij samenwonenden/gehuwden bedraagt de bijzondere bijstand €400 per jaar. Dit is een geschat gemiddelde, wat overeenkomt met de bedragen die in de Divosa Benchmark worden gevonden. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag (IIT) wordt bepaald door het gemeentelijk beleid. Het lokale beleid bepaalt de hoogte van de inkomensgrens. Verder bepaalt de gemeente de hoogte van de toeslag voor groepen, te weten alleenstaanden, alleenstaande ouders en aanvragers met partners. Bij de gemeente Haarlemmermeer kunnen inwoners met maximaal 120% van de bijstandsnorm aanspraak maken op de volgende toeslag: o Voor gehuwden/samenwonenden € 480 o Voor een alleenstaande ouder € 620 o Voor een alleenstaande € 690
Haarlemmermeer kunnen inwoners met een laag inkomen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing. Dit bedrag varieert van € 388,44 tot €445,92. Dit is afhankelijk van de wijze van inzameling en ongeacht het aantal bewoners. In dit onderzoek hanteren we een gemiddeld bedrag van € 400 per jaar, ongeacht het aantal bewoners. De gemeente Haarlemmermeer heeft bij 2 zorgverzekeraars de mogelijkheid om 2 verschillende pakketten af te sluiten in het kader van een collectieve zorgverzekering. In dit onderzoek hanteren we de tegemoetkoming van het meest gebruikte pakket waarbij ook het eigen risico is meeverzekerd. De gemeentelijke tegemoetkoming bedraagt € 40 per maand per polishouder. Voor Haarlemmermeer doet mee! voor volwassenen geldt een inkomensgrens 120% van de geldende bijstandsnorm. Het bedrag van deze minimaregeling bedraagt € 225 per jaar per volwassene. Het Kindpakket is voor alle kinderen, van 4 tot 18 jaar, in Haarlemmermeer. Het Kindpakket bestaat uit een viertal regelingen en staat open voor ouders met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm.
De kwijtschelding gemeentelijke belastingen wordt beslist aan de hand van de Leidraad Invordering. In de gemeente
11
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
De 4 regelingen in het kindpakket zijn: a. Jong Haarlemmermeer doet mee!; Om kinderen te stimuleren te participeren in de gemeente Haarlemmermeer kan het kind kiezen uit één van de onderstaande regelingen: o € 500 per kind per jaar om mee te kunnen doen aan activiteiten o € 610 per kind voor zwemles o € 850 per kind per jaar voor muziekles Het maximale bedrag voor één van deze drie regelingen bedraagt € 500 per kind per jaar. b. Tegemoetkoming schoolkosten; Voor de lagere school bedraagt deze regeling € 170 per kind per jaar. Voor het middelbaar en beroepsonderwijs € 340 per kind per jaar tot en met 17 jaar. c. Bijlesregeling; Voor kinderen tussen de 9 en 17 jaar is jaarlijks een bedrag van maximaal € 2.000 beschikbaar voor bijles onder bepaalde voorwaarden. Deze regeling wordt niet meegenomen in de berekening tijdens dit onderzoek, omdat deze regeling sporadisch wordt ingezet voor een zeer beperkte groep kinderen. d. Laptopregeling; Schoolgaande kinderen kunnen eens per 4 jaar een laptop aanvragen met een maximum van twee laptops per gezin. De waarde per laptop bedraagt ongeveer €500. In de berekening is er € 10,42 per maand per kind gerekend voor deze regeling.
12
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Overzicht van de minimaregelingen voor een alleenstaande ouder met 2 kinderen in de gemeente Haarlemmermeer: Voor de ouder: 1. 2. 3. 4. 5.
Gemiddelde aan bijzondere bijstand voor bijzondere kosten Individuele inkomstentoeslag Collectieve zorgverzekering Haarlemmermeer doet mee! Voor volwassenen Kwijtschelding gemeentelijke belasting
€200 per jaar € 620 per jaar € 480 per jaar € 225 per jaar € 400 per jaar
Voor de twee kinderen het kindpakket 6. 7. 8.
Jong Haarlemmermeer doet mee! Tegemoetkoming schoolkosten Laptopregeling
€ 1.000 per jaar
Totaal gemeentelijke minimaregelingen:
€ 3.685 per jaar
€ 510 per jaar € 250 per jaar +
1.7 Gemeentelijke regelingen die niet meegenomen worden in de berekening De volgende gemeentelijke regelingen worden niet meegenomen in de armoedevalberekening; Studietoeslag In de aard is deze regeling niet relevant voor de armoedeval. De studietoeslag wordt verstrekt aan studenten die door een medische beperking niet in staat zijn om naast hun studie niet of nauwelijks kunnen bijverdienen. Deze doelgroep stroomt niet uit naar werk.
Naar inhoudsopgave
1.8
Resterende stelposten
Huurtoeslag Er is gekozen voor een huur van gemiddeld € 600 per maand bij alleenstaande en een huur van gemiddeld € 650 bij een meerpersoonshuishouden. Bij een te hoge huur ontstaat er geen recht op huurtoeslag en daarmee zou de huurtoeslag buiten het onderzoek blijven. Verder is het eenvoudig voor te stellen wat de resultaten zijn bij een iets hogere of iets lagere huur (respectievelijk een iets hogere en iets lagere huurtoeslag). De te onderzoeken lonen zijn bepaald aan de hand van de percentages op de bijstandsnorm. Met behulp van het koopkrachtmodel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn vervolgens voor al deze gezinssituaties en inkomenssituaties de toeslagen en de heffingskortingen doorgerekend.
1.9
Disclaimer
1. Welke vragen worden niet beantwoord? De onderzoeksvraag moet heel letterlijk genomen worden. Dit onderzoek doet alleen uitspraak over de armoedeval vanuit het mechanisme van het landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid. Het onderzoek zegt niets over de mate en de wijze waarop het inkomen moet en kan worden besteed. Kortom: het onderzoek kijkt naar de ontwikkeling van het inkomen en welke gevolgen dat heeft voor de hoogte van de
13
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
landelijke en gemeentelijke regelingen, maar kijkt niet naar de uitgaven van de inwoner. Verder: Het onderzoek heeft zich niet expliciet gericht op de complexiteit en onzekerheid van ons landelijke toeslagenstelsel. Voor inwoners is het niet altijd duidelijk wanneer en hoeveel recht zij hebben op de verschillende centrale en decentrale inkomensvoorzieningen. 2. Welke regelingen worden niet behandeld? De kinderopvangtoeslag compenseert voor een groot deel de kosten van kinderopvang bij werkende ouders. Wat resteert is de eigen bijdrage. De noodzaak en de omvang van de kinderopvang is individueel bepaald en is daarom buiten dit onderzoek gehouden. In het algemeen geldt dat de kosten van kinderopvang altijd hoger zijn dan de kinderopvangtoeslag. In het kader van een individuele analyse of ‘werken gaat lonen’ is het aan te raden om alle specifieke verwervingskosten mee te nemen (dus naast kinderopvangkosten ook reiskosten of representatiekosten). Er wordt in dit onderzoek geen rekening gehouden met verwervingskosten, aangezien deze zeer individueel bepaald zijn. In het kader van een individuele analyse of ‘werken loont’, is het aan te raden om alle specifieke verwervingskosten wel mee te nemen. In veel gevallen kost ‘gaan werken’ ook geld. Het gaat dan om kinderopvangkosten, reiskosten of representatiekosten. Als de kinderopvang niet geheel wordt
Naar inhoudsopgave
gecompenseerd door toeslagen, dan moet het verschil worden betaald uit het netto-inkomen. Dit geldt ook voor reis- en representatiekosten die nergens worden vergoed. Maar zelfs het 'mislopen' van voordelige boodschappen in verband met de werktijden, is een kostenverhogende factor. 3. Het uitgangspunt is dat de inwoner alle regelingen aanvraagt. Bij de berekening gaan we ervan uit dat de inwoner alle regelingen aanvraagt. Wanneer de inwoner bepaalde regelingen niet aanvraagt, verlaagt dit het besteedbaar inkomen en daarmee zal werken soms eerder lonen. Hoe beter het gebruik van inkomensvoorzieningen, hoe groter de armoedeval kan zijn. Maar als we graag willen dat iedereen – en vooral kinderen - kan meedoen in de samenleving en enigszins kan rondkomen van het budget, is minimabeleid broodnodig. In dit rapport wordt gewerkt met standaard aanvraagprofielen. De applicatie WerkloonT vergelijkt de financiële situatie vóór (bijstand) en na (werk) op persoonsniveau als iemand uitstroomt naar werk.
14
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
2
Resultaten
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de landelijke en gemeentelijke regelingen voor de gemeente Haarlemmermeer uitgewerkt per huishoudtype. Toelichting op de grafieken en tabellen Bij ieder huishoudtype treft u twee grafieken en één tabel. De eerste grafiek is steeds het netto maandinkomen samen met de landelijke toeslagen. De tweede grafiek is steeds het nettomaandinkomen samen met de landelijke toeslagen én de gemeentelijke minimaregelingen. Na deze twee grafieken volgt een overzichtstabel met daarin opgenomen het totaal aan inkomen, landelijke toeslagen en gemeentelijke vergoedingen. De landelijke toeslagen en de gemeentelijke vergoedingen worden berekend op basis van het maandinkomen. Door het maandinkomen van bijstand te wijzigen in loon en dit vervolgens in stapjes te verhogen wordt zichtbaar of en hoeveel recht er bestaat op landelijke toeslagen en gemeentelijke vergoedingen.
In de berekeningen wordt ervan uitgegaan dat alle toeslagen en vergoedingen waar recht op bestaat daadwerkelijk zijn aangevraagd en ontvangen.
2.2 Alleenstaande tussen 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd De onderstaande twee grafieken laten de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen van een alleenstaande. De eerste grafiek laat zien wat de landelijke toeslagen doen wanneer het inkomen toeneemt. De tweede grafiek laat het samenspel zien van de landelijke toeslagen en de gemeentelijke toeslagen wanneer het inkomen toeneemt.
Aangezien de inkomsten en de toeslagen netto worden ontvangen, gaat de trendvergelijking uit van een ophoging van de netto-inkomenssituatie.
15
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
€
€
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 1: overzicht netto-maandinkomsten en landelijke toeslagen voor een alleenstaande in de gemeente Haarlemmermeer, 2024.
16
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 2: Totale maandinkomsten voor een alleenstaande in de gemeente Haarlemmermeer, 2024.
Naar inhoudsopgave
De onderstaand tabel laat dezelfde informatie zien als grafiek 2
Netto-uitkering of loon ex vt Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Haarlemmermeer doet mee (Volwassenen) Kwijtschelding belasting
Casus 1: Bijstands uitkering
Casus 2: werk op 101% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 140% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
1243
1255
1367
1491
1504
1615
1740
1864
2113
357 123
357 123
357 123
352 123
349 123
315 123
275 123
233 123
115 81
16 40
16 40
16 40
16 40
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
40
40
40
40
0
0
0
0
0
18
18
18
18
0
0
0
0
0
33
0
0
0
0
0
0
0
0
2080 210
1976 106
2053 183
2138 268
2220 350
2309 439
Wat komt erbinnen? 1870 1849 1961 Stijging besteedbaar -21 91 inkomen t.o.v. bijstandsuitkering In de gemeente Haarlemmermeer heeft de alleenstaande een kleine armoedeval wanneer het inkomen bij arbeid net boven bijstandsniveau ligt. Dit komt door het wegvallen van het recht op kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen bij een inkomen meer dan de bijstandsnorm. Dit heeft een armoedeval tot gevolg van €21 per maand, € 252 per jaar. De grafiek laat een knik zien bij een inkomen net boven 120% van de bijstandsnorm. Het inkomen in absolute zin blijft stijgen,
17
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
maar minder dan verwacht kan worden. We spreken hier van een relatieve armoedeval. Bij het netto maandinkomen tussen € 1.504 en €1.740 stijgt minder hard dan men zou mogen verwachten. De geringe stijging van het inkomen komt door het ineens wegvallen van alle overgebleven minimaregelingen van de gemeente Haarlemmermeer. Vanaf 140% van de bijstandsnorm is het inkomen hoog genoeg om het verlies aan minimaregelingen te compenseren.
Naar inhoudsopgave
2.3 Alleenstaande ouder met 2 kinderen De onderstaande twee grafieken laten de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen van een alleenstaande ouder met 2 kinderen; één kind op het basisonderwijs en één kind op het voortgezet onderwijs. De eerste grafiek laat zien wat de landelijke toeslagen doen wanneer het inkomen van de alleenstaande ouder toeneemt. De tweede grafiek laat het samenspel zien van de landelijke toeslagen en de gemeentelijke toeslagen wanneer het inkomen toeneemt.
Daarna heeft het inkomen tussen de 130% en 150% van de bijstandsnorm nodig om het gemis aan lokale regelingen van de gemeente Haarlemmermeer op te vangen. Tot een inkomen van 150% van de bijstandsnorm, ad € 1.864, is er sprake van een relatieve armoedeval. Dit betekent dat het inkomen wel hoger is dan in de bijstand, maar minder stijgt dan dat verwacht kan worden.
Bij de gemeente Haarlemmermeer is er op twee momenten sprake van een armoedeval bij een alleenstaande met 2 schoolgaande kinderen. De eerste armoedeval treft mensen met een inkomen net boven de bijstandsnorm. Deze armoedeval ontstaat door het wegvallen van de kwijtschelding gemeentelijke belasting. De armoedeval is €21 per maand. Een alleenstaande ouder heeft met een inkomen net boven bijstandsniveau jaarlijks €252 minder te besteden als in de bijstand. De gemeente Haarlemmermeer hanteert bij alle minimaregelingen een inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm. Wanneer het inkomen net boven deze inkomensgrens is, ontstaat er een absolute armoedeval. Het inkomen is niet hoog genoeg om het gemis aan lokale regelingen op te vangen. De armoedeval bij het inkomen van 121% van de bijstandsnorm is € 43 per maand. Een alleenstaande ouder heeft jaarlijks €516 minder te besteden als in de bijstand.
18
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
€ €
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 3: overzicht netto-maandinkomsten en landelijke toeslagen voor de alleenstaande ouder in de gemeente Haarlemmermeer,2024.
19
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 4: Totale maandinkomsten voor de alleenstaande ouder in de gemeente Haarlemmermeer, 2024.
Naar inhoudsopgave
Onderstaand tabel laat dezelfde informatie zien als in grafiek 4 Casus 1: Bijstands uitkering
Casus 2: werk op 101% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 140% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
1243
1255
1367
1491
1504
1615
1740
1864
2113
753 389 123
753 389 123
753 389 123
753 389 123
753 389 123
753 389 123
753 389 123
753 389 123
730 326 81
Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag
16 51
16 51
16 51
16 51
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Collectieve zorgverzekering
40
40
40
40
0
0
0
0
0
Haarlemmermeer doet mee (Volwassenen)
18
18
18
18
0
0
0
0
0
Kindpakket
146
146
146
146
0
0
0
0
0
Kwijtschelding belasting
33
0
0
0
0
0
0
0
0
Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tv bijstandsuitkering
2812
2791 -21
2903 91
3027 215
2769 -43
2880 68
3005 193
3129 317
3250 438
Netto-uitkering of loon ex vt Landelijke toeslagen: Kindgebonden budget Huurtoeslag Zorgtoeslag
20
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
2.4 Samenwonend/gehuwd zonder kinderen De onderstaande twee grafieken laten de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen van een samenwonend/gehuwd paar zonder kinderen. De eerste grafiek laat zien wat de landelijke toeslagen doen wanneer het inkomen toeneemt. De tweede grafiek laat het samenspel zien van de landelijke toeslagen en de gemeentelijke toeslagen wanneer het inkomen toeneemt. De bijstandsnorm van samenwonenden/gehuwden is gelijk aan het wettelijk minimum inkomen. Hierdoor dalen de landelijke toeslagen vanaf 110% van de bijstandsnorm. Ter vergelijking, de landelijke toeslagen bij de alleenstaande (ouder) beginnen te dalen bij 150% van de bijstandsnorm. Doordat de landelijke toeslagen eerder en sneller dalen dan bij een alleenstaande (ouder) stijgt het netto-inkomen van samenwonenden/gehuwden (zeer) gestaag bij het aanvaarden van werk. De inkomsten uit arbeid moeten het eerder en sneller teruglopen van de landelijke toeslagen compenseren, voordat het netto-inkomen toeneemt.
Ook bij de gehuwden zonder kinderen stijgt het absoluut inkomen niet lineair mee met de inkomsten uit arbeid. Wanneer de overige gemeentelijke minimaregelingen wegvallen bij een inkomen hoger dan 120% van de geldende bijstandsnorm is er sprake van een relatieve armoedeval tot een inkomen van 160% van de geldende bijstandsnorm. Tussen een inkomen van € 2.148 en € 2.850 stijgt het maandelijks netto-inkomen van de gezinnen, maar minder hard dan men kan verwachten. Bijvoorbeeld: Een gezin zonder kinderen met een inkomen van € 2.486 per maand heeft maandelijks € 95 netto meer te besteden dan een gezin in de bijstand. Terwijl het inkomen uit arbeid ruim € 700 meer is dan de geldende bijstandsnorm. De oorzaak voor de zeer geringe stijging van het absoluut inkomen ligt aan het feit dat de landelijke toeslagen bij samenwonenden en gehuwden sneller dalen dan bij een alleenstaande (ouder). Dit omdat de bijstandsnorm van een (echt)paar is gelijk aan het sociaal minimum. De bijstandsnorm van de alleenstaande (ouder) is 70% van het sociaal minimum. De landelijke toeslagen gaan afbouwen vanaf 110% van het sociaal minimum. Het ineens wegvallen van alle gemeentelijke regelingen is daarom niet uitsluitend de oorzaak van de geringe stijging van het absolute inkomen, maar versterkt deze ontwikkeling.
Bij een samenwonend of gehuwd paar zonder kinderen is er een absolute armoedeval wanneer de kostwinnaar net iets meer verdient dan de geldende bijstandsnorm. Deze armoedeval van €15 per maand, €180 per jaar, wordt veroorzaakt door het vervallen van het recht op kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
21
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
€
€
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 5: overzicht netto-maandinkomsten en landelijke toeslagen voor een samenwonend/gehuwd paar zonder kinderen in de gemeente Haarlemmermeer, 2024.
22
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 6: Totale maandinkomsten voor een samenwonend/gehuwd paar zonder kinderen in de gemeente Haarlemmermeer, 2024.
Naar inhoudsopgave
Onderstaand tabel laat dezelfde informatie zien als in grafiek 6
Netto-uitkering of loon ex vt Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Haarlemmermeer doet mee (Volwassenen) Kwijtschelding belasting Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen t.o.v. bijstandsuitkering
23
Casus 1: Bijstands uitkering
Casus 2: werk op 101% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 140% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
1775
1793
1953
2130
2148
2308
2486
2663
3018
389 236
389 236
379 228
320 188
312 182
245 142
158 91
127 46
0 0
33 57 80 37
33 57 80 37
33 57 80 37
33 57 80 37
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
33
0
0
0
0
0
0
0
0
2640
2625 -15
2767 127
2845 205
2642 2
2695 55
2735 95
2836 196
3018 378
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
2.5 Samenwonend/gehuwd met 2 kinderen De onderstaande twee grafieken laten de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen van een samenwonend/gehuwd paar met twee kinderen; één kind in het basisonderwijs en één kind op het voortgezet onderwijs. De eerste grafiek laat zien wat de landelijke toeslagen doen wanneer het inkomen toeneemt. De tweede grafiek laat het samenspel zien van de landelijke toeslagen en de gemeentelijke toeslagen wanneer het inkomen toeneemt. De bijstandsnorm van samenwonenden/gehuwden is gelijk aan het wettelijk minimum inkomen. Hierdoor dalen de landelijke toeslagen vanaf 110% van de bijstandsnorm. De landelijke toeslagen bij de alleenstaande (ouder) beginnen te dalen bij 150% van de bijstandsnorm. Doordat de landelijke toeslagen eerder en sneller dalen dan bij een alleenstaande (ouder) stijgt het netto-inkomen van samenwonenden/gehuwden (zeer) gestaag bij het aanvaarden van werk. De inkomsten uit arbeid moeten het eerder en sneller teruglopen van de landelijke toeslagen compenseren, voordat het netto-inkomen toeneemt. De grafiek maakt zichtbaar dat de armoedeval in de gemeente Haarlemmermeer ook hier aanwezig is op het moment dat het
24
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
inkomen van de kostwinnaar net boven het bijstandsniveau bedraagt. De armoedeval bedraagt €15 per maand. Bij een gehuwd paar met twee kinderen zien we dat, zodra het inkomen boven 120% van de geldende bijstandsnorm komt, een forse armoedeval optreedt die langer aanhoudt dan bij de eerdere huishoudtypes. Bij een netto-inkomen van €2.148 per maand is sprake van een armoedeval van €144 per maand. Een (echt)paar met 2 kinderen heeft jaarlijks €1.728 minder te besteden dan een (echt)paar in de bijstand bij een nettoinkomen van € 1.728 per maand. De absolute armoedeval bij een paar met kinderen zet door tot een inkomen van 150% van de geldende bijstandsnorm. Een paar met kinderen met een inkomen tussen de € 2.148 en €2.663 gaan er in de gemeente Haarlemmermeer in absolute zin op achteruit ten opzichte van de bijstand. Wanneer het inkomen tussen de €373 en €775 stijg per maand ten opzichte van de bijstand, gaat het paar met kinderen er financieel gezien maandelijks op achteruit. De armoedeval wordt bij samenwonenden en gehuwden niet alleen veroorzaakt door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen. De armoedeval bij deze huishoudens wordt versterkt door het tegelijkertijd afnemen van de landelijke toeslagen.
Naar inhoudsopgave
€ €
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 7: overzicht netto-maandinkomsten en landelijke toeslagen voor een samenwonend/gehuwd paar met 2 kinderen in de gemeente Haarlemmermeer, 2024.
25
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Maandinkomen in procenten % t.o.v. de bijstandsnorm
Grafiek 8: Totale maandinkomsten voor een samenwonend/gehuwd paar met 2 kinderen in de gemeente Haarlemmermeer, 2024.
Naar inhoudsopgave
Onderstaand tabel laat dezelfde informatie zien als in grafiek 8
Netto-uitkering of loon ex vt Landelijke toeslagen: Kindgebonden budget Huurtoeslag Zorgtoeslag Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Haarlemmermeer doet mee (Volwassenen) Kindpakket Kwijtschelding belasting Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen t.o.v. bijstandsuitkering
26
Casus 1: Bijstands uitkering
Casus 2: werk op 101% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 140% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
1775
1793
1953
2130
2148
2308
2486
2663
3018
463 389 236
463 389 236
463 379 228
463 320 188
463 312 182
463 245 142
441 158 91
420 127 46
366 0 0
33 57 80 37
33 57 80 37
33 57 80 37
33 57 80 37
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
146 33
146 0
146 0
146 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
3249
3234 -15
3376 127
3454 205
3105 -144
3158 -91
3176 -73
3256 7
3384 135
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
Resume De oorzaken van deze armoedeval en/of daling van absoluut inkomen zijn bij samenwonenden en gehuwden met /zonder kinderen complexer dan bij een alleenstaande (ouder). De volgende oorzaken gelden hier: • De landelijke vergoedingen beginnen bij het echtpaar te dalen vanaf 110% van de bijstandsnorm. De landelijke vergoedingen bij de alleenstaande ouder beginnen pas te dalen bij 150% van de bijstandsnorm. Dat komt omdat de bijstandsnorm voor een echtpaar gelijk is aan het wettelijke minimum inkomen. • De landelijke toeslagen worden echter niet toegekend op percentages van de bijstandsnorm, maar worden bepaald aan de hand van de absolute hoogte van het loon. In alle gevallen dalen de landelijke toeslagen als dit inkomen net boven het wettelijke minimumloon bedraagt. Dit staat los van het gegeven of dit loon wordt verdiend door een persoon met of zonder partner.
27
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
3
Benchmark gemeenten
In deze paragraaf vindt de vergelijking plaats met vijf, door Haarlemmermeer geselecteerde, gemeenten. Het minimabeleid van de gemeente Haarlemmermeer in 2024 is vergeleken met het minimabeleid van de gemeente Alphen aan den Rijn, Almere, Amsterdam, Haarlem en Nijmegen in 2024. Voor deze gemeenten is bewust gekozen vanwege hun ligging dichtbij Haarlemmermeer, het vergelijkbare aantal inwoners of het overeenkomende aantal bijstandsgerechtigden. Voor Amsterdam is een norm vastgesteld om hun aanpak van minimaregelingen (via jaaropgave) vergelijkbaar te maken. Er is gekeken naar de meest gangbare regelingen en hoe deze aansluiten bij Haarlemmermeer. Bij kindregelingen zijn de volgende regelingen meegenomen: Jeugd- & Cultuurfonds, schoolkosten, en computerregeling.
28
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
Overzicht van Regelingen en Normen van de verschillende gemeenten. 1 Collectieve zorgverzekering: Normen variëren tussen 120% en 140% van het sociaal minimum. De bedragen variëren tussen €14,50 en €44 per persoon. Opvallend is dat gemeenten redelijk dicht bij elkaar liggen, met twee uitschieters naar beneden. 2 Kwijtschelding: Alle gemeenten hanteren dezelfde norm, maar de bedragen lopen uiteen. Nijmegen heeft landelijk de laagste bijdrage voor de gemeentelijke belasting. 3 Bijzondere bijstand: Om variatie te reduceren, is een stelpost van €200 per jaar (€400 voor gehuwden/samenwonenden) gebruikt. Normen variëren tussen 100% en 140%. 4 Individuele inkomenstoeslag (IIT): Hogere normen leiden tot lagere bedragen. Alle gemeenten hanteren drie groepen (alleenstaand, alleenstaande ouder, en gehuwd met of zonder kinderen), behalve één gemeente. Deze maakt onderscheid tussen gehuwden met en zonder kinderen en hanteert vier groepen. De bedragen variëren tussen €170 en €825 voor een gehuwd stel met kinderen. 5 Kindregelingen: Inkomensgrenzen variëren tussen 120% en 140%. De bedragen liggen tussen €800 en €1.486 per kind. 6 Meedoenregeling volwassenen: Normen variëren tussen 120% en 140%, met bedragen van €150 tot €350 per persoon.
29
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Samenvattend Wanneer de bedragen worden opgeteld en gekoppeld aan verschillende huishoudtypen, blijkt dat de verschillen tussen gemeenten relatief klein zijn. Dit geeft aan dat, hoewel de aanpak per gemeente verschilt, de uiteindelijke ondersteuning per huishoudtype in de praktijk grotendeels vergelijkbaar blijft. Dit kan erop wijzen dat gemeenten, ondanks hun beleidsvrijheid, toch vergelijkbare keuzes maken in het ondersteunen van hun minima. Het overzicht toont aan dat de gemeente Haarlemmermeer geen grote afwijkingen vertoont ten opzichte van de andere onderzochte gemeenten. Dit betekent dat Haarlemmermeer zich met haar minimaregelingen aansluit bij de algemene trend van vergelijkbare ondersteuning. Elke gemeente heeft de vrijheid om haar eigen minimabeleid vorm te geven. Hierbij houden ze rekening met factoren zoals hun lokale prioriteiten, de grootte en samenstelling van de doelgroep en de stappen die zij als gemeente willen nemen om ondersteuning te bieden. Deze verschillen in aanpak lijken echter niet te leiden tot grote variaties in de daadwerkelijke ondersteuning die inwoners per huishoudtype ontvangen.
Naar inhoudsopgave
30
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
31
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
32
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
4 Bijzondere bijstand medische kosten Bijzondere bijstand voor medische kosten is buiten wettelijk beleid. Dit betekent dat de gemeente dit beleid niet heeft gebaseerd op een grondslag uit de wet, maar het gevoerde beleid mag niet strijdig zijn met de wet. De gemeente Haarlemmermeer heeft haar beleid met betrekking tot de bijzondere bijstand medische kosten ruimhartig vormgegeven. Ze hanteert hierin een ruimhartiger beleid dan de meeste gemeenten. In de gemeente Haarlemmermeer hoeft de inwoner niet per se aanvullend verzekerd te zijn om in bijzondere individuele omstandigheden in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand. Hierdoor ontstaat de situatie dat sommige inwoners – ook met een laag inkomen – maandelijks een hoge premie betalen voor een aanvullende ziektekostenverzekering, terwijl andere inwoners dat niet doen en voor extra zorgkosten bijzondere bijstand aanvragen (en krijgen). Gangbaar is om de zorgverzekeringswet als passende en toereikende voorliggende voorziening te formuleren. Dit betekent dat in de meeste gemeenten de inwoners de zorgkosten waarvoor men zich had kunnen verzekeren door middel van een (collectieve) aanvullende verzekering niet worden vergoed vanuit de bijzondere bijstand. In deze
33
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
gemeenten wordt slechts sporadisch bijzondere bijstand voor medische kosten verstrekt. En als het al wordt verstrekt, dan alleen voor het bedrag dat de inwoner mis zou lopen als de inwoner een vergelijkbare aanvullende verzekering zou hebben bij een andere verzekeraar dan de collectieve verzekering die de gemeente aanbiedt. Wanneer de gemeente Haarlemmermeer haar beleidsregels wil aanpassen met betrekking tot de bijzondere medische kosten, moet zij een afweging maken in hoeverre ze de zorgverzekeringswet toereikend vindt. Wanneer de zorgverzekeringswet als toereikend wordt gezien is bijzondere bijstand verstrekken niet meer nodig. Art 16 van de Participatiewet zou dan gehanteerd kunnen worden wanneer er maatwerk nodig is. Recent is er een uitspraak van de Hoge Raad geweest waarin de gemeente in het gelijk is gesteld met betrekking tot het niet verstrekken van tandartskosten. De relatie tussen de armoedeval en de bijzondere bijstand voor medische kosten bestaat uit het feit dat wanneer de gemeente medische kosten compenseert, de inwoner deze compensatie extra moet verdienen uit arbeid om het wegvallen van deze compensatie te compenseren.
Naar inhoudsopgave
5
Conclusie
De centrale vraag ‘gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt?’ kan nu beantwoord worden, maar het antwoord is niet eenduidig. De gemeente Haarlemmermeer heeft Stimulansz gevraagd om te onderzoeken: 1. Wat de landelijke en gemeentelijke toeslagen en tegemoetkomingen voor de verschillende huishoudtypen?; 2. Waar ligt de armoedeval bij verschillende huishoudtypen?; 3. Wat is de hoogte van de armoedeval bij verschillende huishoudtypen?; 4. Wat is de gemeentelijke- en landelijke component van de armoedeval?; 5. Welke mogelijkheden heeft de gemeente Haarlemmermeer mocht er sprake zijn van een armoedeval om deze te verkleinen, kijkend naar andere gemeenten en de regeling ‘bijzondere bijstand medische kosten’? Hieronder worden deze vragen per huishoudtypen uitgewerkt. Het antwoord op de eerste deelvraag is terug te vinden in hoofdstuk 2. Daarin staat per gekozen huishoudtype een overzicht van het landelijke en gemeentelijke minimabeleid uitgewerkt. Het antwoord op deelvraag 3 is terug te vinden in de tabel hiernaast.
34
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Armoedeval in € per maand Inkomen t.o.v. bijstandsuitkering Gemeente Haarlemmermeer Alleenstaande Alleenstaande ouder met 2 kinderen Echtpaar zonder kinderen Echtpaar met 2 kinderen
100%
101%
110%
120%
121%
130%
140%
150%
170%
0
-21
91
210
106
183
268
350
439
0
-21
91
215
-43
68
193
317
438
0
-15
127
205
2
55
95
196
378
0
-15
127
205
-144
-91
-73
7
135
Alle gekozen huishoudtypes hebben een kleine armoedeval in zich wanneer het recht op de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen vervalt. De absolute armoedeval varieert van € 21 per maand bij de alleenstaande (ouder) en €15 per maand bij samenwonenden of gehuwden met en zonder minderjarige kinderen. In alle gekozen huishoudtypes duurt het even voordat het inkomen het wegvallen van de gemeentelijke regelingen kan compenseren. Bij de huishoudtypes zonder kinderen is sprake van een relatieve armoedeval na het wegvallen van alle gemeentelijke regelingen. Bij de huishoudtypes met kinderen is er eerst sprake van een absolute armoedeval en daarna van een relatieve armoedeval. Na de kleine armoedeval bij het wegvallen van het recht op kwijtschelding gemeentelijke belastingen zien we bij alle gekozen huishoudtypen het totale inkomen toenemen als het
Naar inhoudsopgave
inkomen uit arbeid en/of uitkering toeneemt. Deze stijging van het absolute inkomen zet door tot het inkomen 120% van de geldende bijstandsnorm bedraagt. Bij het inkomen van 120% van de geldende bijstandsnorm vervalt het recht op de overige gemeentelijke regelingen in één keer. De gevolgen van het volledig wegvallen van de gemeentelijke regelingen is per huishoudtypen verschillend. Bij de huishoudtypen zonder kinderen; alleenstaande en samenwonenden/gehuwden zonder kinderen, neemt het inkomen minder hard toe dan men zou verwachten, een relatieve armoedeval. Het totale inkomen blijft hoger dan in de bijstandssituatie maar groeit niet lineair mee. Maar het loont financieel gezien nog steeds om te werken. De huishoudtypes met kinderen; bij alleenstaande ouders en samenwonenden/gehuwden met kinderen is er sprake van een absolute armoedeval door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen. Naast het wegvallen van de gemeentelijke regelingen voor de ouder(s), valt ook het ruimhartige kindpakket van de gemeente Haarlemmermeer in een keer weg boven 120% van de geldende bijstandsnorm. Het gevolg is dat het totale inkomen van de huishoudens met kinderen zo ver daalt dat deze gezinnen financieel gezien in totaal minder inkomsten hebben dan in de bijstand. Het loont in deze gevallen, financieel gezien, niet om te werken (rode cijfers In bovenstaande tabel) .
Bij de alleenstaande ouder is de absolute armoedeval na het wegvallen van de gemeentelijke regelingen
35
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
kort. De absolute armoedeval gaat bij 130% van de geldende bijstandsnorm over in een relatieve armoedeval (blauwe cijfers in bovenstaande tabel). Bij een paar met kinderen heeft het inkomen een langere tijd nodig om het wegvallen van de gemeentelijke regelingen te compenseren. Daar duurt het tot langer dan 170% van de bijstandsnorm voordat de relatieve armoedeval (blauwe cijfers in bovenstaande tabel) voorbij is. Bij de alleenstaande ouder is er sprake van een armoedeval van €43 per maand, € 516 per jaar, bij een inkomen rond €1.550 per maand. Dat is het inkomen na het wegvallen van de gemeentelijke regelingen bij 120% van de bijstandsnorm. Na de 130% van de bijstandsnorm bedraagt het totale inkomen meer dan in de bijstand, maar is lager dan het inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Deze relatieve armoedeval zet door tot 150% van de geldende bijstandsnorm. Samengevat: Een alleenstaande ouder heeft bij een inkomen uit arbeid van €1.500 in totaal €43 per maand minder inkomsten dan in bijstand. Bij inkomsten uit arbeid tussen €1.600 en €1.850 houdt het gezin in totaal minder over dan met een inkomen tot € 1.490, maar wel meer dan in de bijstand. De armoedeval is het hoogst bij een inkomen net boven 121% van de geldende bijstandsnorm. De armoedeval bedraagt dan €144 per maand. Dat is € 1.728 per jaar.
De absolute armoedeval neemt daarna iets af, maar duurt bij een echtpaar met schoolgaande kinderen tot een inkomen tot 150% van de geldende bijstandsnorm. Bij samenwonenden/gehuwden met kinderen is er sprake van een absolute armoedeval wanneer
Naar inhoudsopgave
het inkomen uit arbeid tussen de €2.150 en € 2.650 is. In deze situatie houdt het gezin minder totale inkomsten over dan in de bijstand. Daarna stijgt het inkomen boven bijstandsniveau maar duurt het nog een tijd voordat het totale inkomen hoger is dan wanneer het gezin aanspraak kon maken op alle gemeentelijke regelingen.
In de praktijk kan het om forse bedragen gaan, honderden euro’s per jaar, maar de armoedeval is altijd individueel bepaald en afhankelijk van de volgende factoren: • De hoogte van de vergoedingen die de gemeente per regeling verstrekt, en • De kosten die het gezin maakt en die door de regelingen worden vergoed.
Bij de gemeente Haarlemmermeer zien we bij gezinnen met kinderen dat de gemeentelijke regelingen op basis van dezelfde inkomenstoetsgrens op hetzelfde moment wegvallen, terwijl de landelijke toeslagen ook teruglopen. Het inkomen uit werk is niet hoog genoeg is om de terugloop van landelijke en lokale regelingen te compenseren. De armoedeval bij samenwonenden/gehuwden met kinderen is groter en houdt langer stand dan bij de alleenstaande ouder met schoolgaande kinderen. De oorzaak van de hogere en langer durende armoedeval bij gehuwden met kinderen is tweeledig. • De landelijke toeslagen bij het echtpaar dalen vanaf 105% van de bijstandsnorm. Dit komt omdat het inkomen van een echtpaar in de bijstand overeenkomt met het wettelijk minimumloon. De landelijke toeslagen bij de alleenstaande (ouder) beginnen pas te dalen bij 150% van de bijstandsnorm. • En zoals eerder aangegeven: het wegvallen van de tegemoetkomingen vanuit het Kindpakket bij een inkomen boven de 120% van de geldende bijstandsnorm. De diepte van de armoedeval is afhankelijk van de hoogte van de weggevallen gemeentelijke regelingen.
36
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
Naar inhoudsopgave
6
Aanbevelingen
Overall nadelen van de armoedeval De armoedeval wordt door mensen in de Participatiewet een belangrijke demotiverende factor genoemd voor werkaanvaarding vanuit de bijstand. Dit onderzoek maakt duidelijk dat (meer) gaan werken in sommige gevallen tot inkomensachteruitgang leidt. Voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder geldt dat het verruimen van het aantal werkuren, indien mogelijk, het inkomen verhoogt. Bij een inkomen van ongeveer 150% van de bijstandsnorm werkt een alleenstaande en alleenstaande ouder voltijds met een wettelijk minimumloon. Vanaf dit inkomen worden de landelijke toeslagen geleidelijk afgebouwd. De bijstandsnorm voor een echtpaar is gelijk aan het wettelijk minimumloon, waardoor de landelijke toeslagen al afbouwen wanneer een echtpaar iets boven de bijstandsnorm verdient. Daarnaast geldt voor een echtpaar dat wanneer ze beiden werken, ze een grotere belastingteruggaaf ontvangen en hierdoor de armoedeval verkleinen c.q. voorkomen. De complexiteit van de regelgeving betekent dat er deskundigheid nodig is om een nauwkeurige voorspelling te doen als iemand vanuit de bijstand de stap naar betaalde arbeid zet. “Wat betekent dit dan voor mijn toeslagen?” is een
37
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
eenvoudige vraag, maar blijkt in de spreekkamer lastig te beantwoorden. Zoals het onderzoek laat zien zijn de werkende minima, naast hun loon, voor een zeer groot deel aangewezen op landelijke en gemeentelijke toeslagen. Dit financiële belang maakt de angst voor verlies, of voor terugvordering van te veel ontvangen toeslagen, alleen maar groter. Landelijke ontwikkelingen met betrekking tot de gemeentelijke minimaregelingen De rol en functie van het minimabeleid staat sinds vorig jaar weer op de agenda. Onder andere door het rapport ‘Een zeker bestaan, naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum, van commissie Sociaal minimum (2023). Gemeenten kennen een eigen minimabeleid, dat zij in autonomie uitvoeren. Hierdoor is het minimabeleid per gemeente verschillend. Vanuit het rijk zijn er generieke minimaregelingen naar de gemeenten gekomen, zoals individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand. Gemeenten zijn echter vrij om de hoogte van deze regelingen en inkomensgrenzen van deze regelingen vast te stellen in haar beleid. Dit heeft geleid tot groeiende ongelijkheid tussen mensen in verschillende gemeenten die in principe recht hebben op dezelfde mate van inkomensondersteuning. Volgens de commissie moet de overheid het besteedbaar inkomen verhogen en in de toekomst op peil moet houden,
Naar inhoudsopgave
zodat gemeenten zich met haar minimabeleid kan richten op maatwerk voor haar inwoners in het minimabeleid. Het rapport ‘gemeentelijke minimabeleid’, Nibud (2024) onderschrijft deze conclusies en aanbevelingen van de commissie Sociaal minimum met haar rapport. Aanbevelingen voor de gemeente Haarlemmermeer De daadwerkelijke armoedeval; beleidsmatig De gemeente Haarlemmermeer heeft op twee momenten een armoedeval in haar minimabeleid; de eerste armoedeval is net na het wegvallen van het recht op kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en de tweede armoedeval ontstaat na 120% van de geldende bijstandsnorm wanneer het recht op de overige minimaregelingen in een keer vervallen. Op de eerste armoedeval heeft de gemeente Haarlemmermeer geen invloed. Het eventuele recht op kwijtschelding is geregeld in de Wet invordering. De tweede armoedeval ontstaat door het in een keer wegvallen van alle overig minimaregelingen. Beleidsmatig kan de gemeente Haarlemmermeer aan twee knoppen draaien om deze armoedeval te verkleinen of te voorkomen. Een eerste winst is om af te zien van het hanteren van één inkomensgrens voor alle gemeentelijke regelingen. Hierbij mag niet worden voorbijgegaan aan de motivatie van de gemeente om één categoriale inkomensgrens te hanteren, vanwege de
38
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
uitvoerbaarheid van de regelingen. De gemeente Haarlemmermeer kiest voor een categoriale definitie van armoede om veel aanvragen te kunnen afhandelen tegen betaalbare uitvoeringskosten. Door een spreiding van de inkomensgrenzen kan de armoedeval verkleind en soms voorkomen worden. Een andere mogelijkheid om de armoedeval te verkleinen is om de hoogte van de minimaregeling aan te passen. Hoe ruimhartige het gemeentelijke beleid, hoe meer inkomen de inwoner moet vergaren om het gat van het wegvallen van de gemeentelijke regelingen te overbruggen. Door het minimabeleid beter te laten aansluiten op de behoeften per huishouden, wordt de armoedeval per huishouden verkleind of voorkomen. In de gemeente Haarlemmermeer blijken vooral de gezinnen met kinderen risico te lopen om te maken te krijgen met een armoedeval. Uit de benchmark met andere gemeenten komt naar voren dat de individuele inkomenstoeslag (IIT) en de collectieve zorgverzekering in andere gemeenten lagere bedragen en/of inkomensgrenzen hebben. Door het aanpassen van de beleidsregels voor de bijzondere bijstand voor medische kosten gaan de verstrekte verdragen aan bijzondere bijstand omlaag. Hierdoor zal de armoedeval verminderen.
Naar inhoudsopgave
De daadwerkelijke armoedeval; individueel Het bespreekbaar maken van de armoedeval bij re-integratie is belangrijk om in een later stadium (problematische) schulden of terugval in de bijstandsuitkering te voorkomen. Mocht de inwoner met het accepteren van betaalde arbeid te maken krijgen met een inkomensachteruitgang, dan kan overwogen worden of deze achteruitgang (tijdelijk) financieel gecompenseerd wordt. De gemeente kan deze achteruitgang berekenen met WerkloonT en een maatbudget beschikbaar stellen. Te denken aan een uitstroompremie in bepaalde gevallen, verruimen van de minimagelden of gerichte vergoedingen van kosten die te maken hebben met de aanvaarding van werk, zoals vervoersen reiskosten, verwervingskosten zoals persoonlijke verzorging en kinderopvang kunnen de weggevallen toeslagen compenseren. Deze mogelijkheden kunnen ook bij de (toekomstig) werkgever neergelegd worden. Daarnaast is het verstandig om het verschil tussen het totale inkomen en het besteedbaar inkomen te berekenen en bespreken. Inwoners met een inkomen tot ongeveer 170% van de bijstandsnorm zijn nog steeds voor een (groot) gedeelte afhankelijk van toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het voorkomen van onderbenutting of niet-gebruik is een belangrijk gespreksonderwerp in de dienstverlening van de gemeente en het maatschappelijk middenveld.
39
Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid • 5 februari 2025
De gevreesde armoedeval De armoedeval en/of daling van het absolute inkomen blijft in dit huidige belastingstelsel altijd bestaan. Het is voor de gemeente belangrijk om te weten wanneer die val intreedt, wat de hoogte ervan is en hoe die armoedeval beïnvloed kan worden. Het is belangrijk om te zorgen voor voldoende kennis op de juiste plekken om potentiële ‘uitstromers’ gerust te stellen door (financiële) zekerheid te bieden. Dat betekent dat de nieuwe loonsituatie moet worden berekend, maar ook dat aan deze voorspelling door de gemeentegaranties worden verbonden. Tot slot Mensen met een laag inkomen zijn in Nederland erg afhankelijk van landelijke en gemeentelijke toeslagen om te kunnen rondkomen met hun financiën. Voor de arbeidsinschakeling is de combinatie van onduidelijkheid en afhankelijkheid daarom een probleem. Onzekerheid over wanneer er wel of geen recht is op toeslagen, is een remmende factor voor arbeidsinschakeling. Er is al veel geschreven over de gevolgen van leven in armoede. De wetenschap is de laatste jaren steeds meer gaan ontdekken dat niet kunnen rondkomen met je budget veel (chronische) stress in huishoudens oplevert en kinderen in een kansarmere positie plaatst. Veel mensen met een laag inkomen balanceren op de rand van rondkomen en schulden.