Bijlage 1 - Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behoort bij het raadsvoorstel: vaststelling bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9 2-5-2023 A. Procedure B. Zienswijzenbeoordeling C. Ambtshalve voorstellen A. Procedure Het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 17 februari 2022 bekendgemaakt. De bekendmaking vond plaats in het Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl) en op de gemeentelijke website (haarlemmermeergemeente.nl). Het ontwerpbesluit en het ontwerpbestemmingsplan hebben vanaf 18 februari 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode konden zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Er zijn vier zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. De indieners van de zienswijzen noemen wij hierna reclamanten. In deze nota krijgen de reclamanten een nummer. Daarmee voorkomen we dat er persoonsgegevens (zoals de naam of het adres) in deze nota staan en via het internet verspreid worden. Daarmee voldoen we aan de regels over privacy. Wij geven aan de reclamanten aan welke onderstaande tekstonderdelen over hun eigen zienswijze gaan. Wij hebben de raadsleden met een vertrouwelijk overzicht voorzien van de benodigde gegevens van de reclamanten. Het nummer van de reclamanten komt overeen met de nummering die wij hebben aangehouden in het overzicht dat aan de raadsleden is gestuurd.
De zienswijzen zijn afkomstig van: 1. Reclamant 1 2. Reclamant 2 3. Reclamant 3 4. Reclamant 4. Ontvankelijkheid De zienswijzen van reclamant 1 en reclamant 2 zijn tijdig ingediend. Wij verklaren die zienswijzen daarom ontvankelijk. De zienswijzen van reclamant 3 en reclamant 4 zijn buiten de periode van tervisielegging ontvangen. Wij verklaren de zienswijzen van reclamant 3 en reclamant 4 daarom niet-ontvankelijk. Wij merken wel op dat de zienswijze van reclamant 3 inhoudelijk bijna niet afwijkt van het gestelde in het grootste deel van de zienswijze van reclamant 2. De zienswijze van reclamant 4 komt voor een belangrijk deel ook overeen met de andere zienswijzen die tijdig zijn ingediend. Daarnaast wijzen wij reclamant 4 nog op het nader onderzoek naar vleermuizen dat als bijlage bij de toelichting van de vast te stellen versie van het bestemmingsplan is bijgevoegd. B. Beoordeling van de zienswijzen Hierna zijn de zienswijzen samengevat en van onze reactie voorzien. Zienswijze 1: Reclamant 1 1. Het mogelijk maken van horeca in het fort en vooral de daarbij behorende twee terrassen zetten de historische functie en uitstraling van het fort dat onderdeel is van de Stelling van Amsterdam onder druk. Antwoord Het Fort bij de Liebrug is een provinciaal monument.
De provinciale Omgevingsverordening NH2020 bevat juridische regels om de monumentale waarden van dit monument en andere provinciale monumenten te beschermen. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat het beschermde monument op enige wijze wordt
ontsierd. Daarbij is het Fort bij de Liebrug ook onderdeel van het UNESCO-Werelderfgoed de Stelling van Amsterdam. Ook de Stelling van Amsterdam is beschermd op basis van regels in de provinciale omgevingsverordening. Die regels houden in dat de kernkwaliteiten van het werelderfgoed in stand worden gehouden of worden versterkt. Met de provincie is overleg gevoerd over de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, waaronder het realiseren van horeca en het aanleggen van twee terrassen. De provincie heeft geoordeeld dat de bouwen gebruiksmogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt de kernkwaliteiten van het werelderfgoed niet aantasten. In artikel 3.3.1 onder a van de regels van het bestemmingsplan is verder opgenomen dat de functies in het fort alleen zijn toegestaan als die passen bij de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het fort en de omgeving. Voor de horeca gelden nog aanvullende eisen zoals opgenomen in artikel 3.3.1 onder c, e en f. Door het uitbreiden van de gebruiksmogelijkheden van het fort wordt het fort aantrekkelijker gemaakt voor het publiek en kan het provinciale monument duurzaam in stand worden gehouden. Wij zien geen reden dat de horeca met bijbehorende terrassen (met inachtneming van de hierboven regels) afbreuk doet aan de historische functie en uitstraling van het fort. Reclamant heeft dat in de zienswijze niet nader onderbouwd. 2.
De nu al toegestane functies passen in tegenstelling tot een horecafunctie juist wel bij het fort en zorgen al voor voldoende opbrengsten om het fort te kunnen onderhouden en beheren. Antwoord Het nu nog geldende bestemmingsplan Buitengebied uit 2014 kent aan de gronden van het fort de bestemming ‘Bedrijf’ toe. Dit betekent dat alleen bedrijven zich in het fort mogen vestigen die op de Lijst van toegelaten bedrijven voorkomen en ook zijn toegelaten. Beleidsmatig is het wenselijk om de Stelling van Amsterdam herkenbaar en beleefbaar te maken, bijvoorbeeld op grond van de Visie Groengebied Amsterdam-Haarlem. Hierbij gaat het onder andere om het exploiteren en openbaar toegankelijk maken van de forten. De functies die op grond van het nieuwe bestemmingsplan zijn toegestaan, bieden meer kansen om zowel de exploitatie als de openbare toegankelijkheid te verbeteren dan wanneer er alleen bedrijven zijn toegestaan in het fort. Het nieuwe bestemmingsplan faciliteert daarom functies als een atelier, een cursusruimte, maar ook horeca. Deze functies vinden wij goed passen bij de beleidsmatige doelstelling om een beter openbaar toegankelijk en goed te exploiteren fort te realiseren.
3.
Er zijn voldoende alternatieve horecagelegenheden in de nabijheid van het plangebied. Het toestaan van horeca in het fort zal leiden tot een lagere bezettingsgraad van de al bestaande horeca en zal het personeelstekort in de horecasector verder vergroten. Antwoord Of er wel of niet voldoende alternatieve horecagelegenheden zijn in de nabijheid van het plangebied, de veronderstelde lagere bezettingsgraad en een toename van het personeelstekort bij al bestaande horecagelegenheden vormen bij een planologische belangenafweging geen belang dat ruimtelijk relevant is. Deze aspecten zijn daarom niet relevant voor de vraag of het bestemmingsplan vastgesteld kan worden.
4.
Het toestaan van horeca in het fort leidt tot extra verkeer wat problemen oplevert voor de verkeersafwikkeling. Daarnaast zorgt het extra verkeer voor geluidsoverlast, hinder door uitlaatgassen (zoals fijnstof), lichtbelasting en levert de horecafunctie zelf ook uitstoot op. Antwoord Paragraaf 5.14.1 onder het kopje ‘Verkeer’ van de toelichting bij het bestemmingsplan gaat in op de verkeersgeneratie van de verschillende functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt. De
verkeersgeneratie is gebaseerd op kencijfers van het kennisplatform CROW. Het klopt inderdaad dat op basis van die kencijfers horeca meer verkeer genereert dan de bedrijfsfuncties die in het nu geldende bestemmingsplan zijn toegestaan. Dit extra verkeer (47 motorvoertuigbewegingen per etmaal) kan echter goed opgevangen worden door de bestaande verkeersstructuur bij het fort. De te verwachte geluidsoverlast van de horeca is nader onderzocht. Uit de onderzoekresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden voor horeca. Wel is aangegeven dat het gebruik van versterkte muziek alleen op het zuidelijke terras is toegestaan. Hierbij geldt dat de boxen een maximaal opgesteld geluidvermogen van 95 dB(A) hebben en tot maximaal 23.00 uur in werking zijn. Een limiter op de versterker moet zorgen dat het geluidvermogen niet wordt overschreden. De berekening met de NIBM-tool (Niet In Betekenende Mate), waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke projecten aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld, is beschreven in paragraaf 5.10 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Die berekening toont aan dat het extra verkeer (47 motorvoertuigbewegingen per etmaal) dat ontstaat als gevolg van het bestemmingsplan en de met het bestemmingsplan toegestane functies zelf, slechts “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen.
Doordat er sprake is van “niet in betekenende mate” is er sprake van een vrijstelling van de toetsing aan de grenswaarde uit de Wet luchtkwaliteit. Daarnaast gelden er voor horeca normen op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer, bijvoorbeeld ten aanzien van geur. Ondernemers moeten aan deze normen voldoen. Is dat niet het geval dan kan daar handhavend tegen worden opgetreden. Met de komst van de nieuwe functies zal er geen sprake zijn van onaanvaardbare lichthinder. Buiten het fort zijn qua functie alleen twee terrassen toegestaan. Deze terrassen liggen aan de westzijde van het fort. De dichtstbijzijnde woningen liggen ten oosten en noordoosten van het fort. Het fort en de aanwezige hoogteverschillen voorkomen lichthinder. De verlichting van de terrassen wordt beperkt tot de openingstijden van de horeca en zal er gebruik worden gemaakt van aangepaste verlichting. 5.
Het verkeer dat naar de horecafunctie zal komen en het verkeersgeluid en het geluid van de horeca zelf zetten het broedgedrag van (water)vogels en andere dieren rondom het fort én het woongenot van omwonenden onder druk. Antwoord De te verwachte geluidsoverlast van de horeca is nader onderzocht. Uit de onderzoekresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden voor horeca. Wel is aangegeven dat het gebruik van versterkte muziek alleen op het meest zuidelijke terras is toegestaan. Hierbij geldt dat de boxen gericht naar het westen een maximaal opgesteld geluidvermogen van 95 dB(A) hebben en tot maximaal 23.00 uur in werking zijn. Een limiter op de versterker moet zorgen dat het geluidvermogen niet wordt overschreden. In de uitgevoerde ecologische quickscan bij het ontwerpbestemmingsplan is geconcludeerd dat voor de meeste diersoorten geen negatieve effecten worden verwacht door de functieverruiming. Het plangebied is voor een klein deel onderdeel van een veel groter leefgebied. In de naaste omgeving zijn vergelijkbare of betere biotopen aanwezig. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze diersoorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Naar de aanwezigheid van vleermuizen is naast de quickscan nog nader onderzoek verricht.
Uit het nader onderzoek naar vleermuizen blijkt dat er geen sprake is van verstoring als er mitigerende maatregelen worden genomen. Door de openingstijd van de horecavestigingen tot 23.00 uur wordt verstoring of verkleining van het leefgebied voldoende beperkt. Daarnaast zal er gebruik worden gemaakt van aangepaste verlichting.
Conclusies reclamant 1 Naar aanleiding van hetgeen in deze zienswijze naar voren is gebracht is geluidonderzoek en nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Uit de geluidrapportage blijkt dat er voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden voor horeca. Aangezien versterkte muziek alleen op het zuidelijke terras is toegestaan is voor dat terras op de verbeelding van het bestemmingsplan een functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd versterkte muziek toegestaan’ opgenomen. In de regels is nu opgenomen dat: versterkte muziek alleen op het zuidelijke terras is toegestaan versterkte muziek op het zuidelijke terras alleen tussen 9.00 en 23.00 uur is toegestaan de boxen naar het westen gericht moeten zijn en een opgesteld geluidvermogen van maximaal 95 dB(A) mogen hebben. Door de uitgevoerde onderzoeken voor geluid en vleermuizen zijn paragraaf 5.5 en 5.6 van de toelichting aangepast en aangevuld. Bij onderzoeksrapporten zijn als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. Zienswijze 2: Reclamant 2 1. Om de doelstellingen van het fort te bereiken volstaat een bestemming met horeca categorie 1 in plaats van categorie 2. Antwoord Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wijzen wij bestemmingen aan en stellen wij regels om ervoor te zorgen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de regels van het bestemmingsplan voor de horeca vinden wij dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij het toestaan van horeca tot en met categorie 2. Zo is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt de horeca voldoet aan de gestelde grenswaarden. Ook bevatten de regels van het bestemmingsplan beperkingen voor de vestiging van horeca binnen het plangebied. Er geldt een oppervlaktebeperking voor horeca, zowel voor de inpandige horeca als voor de terrassen. Ook zijn er regels gesteld om te borgen dat er voldoende parkeerplekken gerealiseerd worden. De uitgevoerde onderzoeken en de gestelde regels maken dat er voor horeca tot en met categorie 2 sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2.
De openingstijden van de horeca moeten ingeperkt worden en in het bestemmingsplan vastgelegd. De openingstijden zouden op weekdagen en weekenden tot 18:00 uur of uiterlijk tot 20:00 uur ingeperkt moeten worden. Antwoord De toegestane horeca betreft horeca van maximaal categorie 2. Daarvoor geldt volgens de Algemene Plaatselijke Verordening een openingstijd tot 23.00 uur. Vanuit ruimtelijk oogpunt zijn er geen argumenten om de openingstijd verder te beperken. Het uitgevoerde geluidonderzoek toont immers aan dat de horeca voldoet aan de geldende grenswaarden. Daarnaast is versterkte muziek alleen toegestaan tot 23.00 uur op het zuidelijke terras, dienen de boxen naar het westen gericht te zijn en mag het opgesteld geluidvermogen maximaal 95 dB(A) bedragen.
3.
De onderbouwing van het aspect geluid is gebaseerd op aannames. Reclamant verzoekt een deugdelijk geluidsonderzoek te laten uitvoeren. Antwoord Om het aspect beter te onderbouwen is op grond van de huidige wet- en regelgeving een geluidsonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan gevoegd. Uit het geluidrapport blijkt dat er voldaan wordt aan de gestelde
grenswaarden voor horeca. Aangezien versterkte muziek alleen op het zuidelijke terras is toegestaan is voor dat terras op de verbeelding van het bestemmingsplan een functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - versterkte muziek toegestaan’ opgenomen. In de regels is nu opgenomen dat: versterkte muziek alleen op het zuidelijke terras is toegestaan; versterkte muziek op het zuidelijke terras alleen tussen 9.00 en 23.00 uur is toegestaan de boxen naar het westen gericht moeten zijn en een opgesteld geluidvermogen van maximaal 95 dB(A) mogen hebben. 4.
De aanname dat er geen aanvullende geuroverlast is door de horeca en terrassen is niet met beoordelingscriteria onderbouwd en deze conclusie kan op basis van de informatie uit het bestemmingsplan niet getrokken worden. Een verder weg gelegen horecavestiging is afhankelijk van de windrichting nu al goed te ruiken. Antwoord Voor een horecagelegenheid stelt het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) algemene regels om geurhinder te voorkomen. Als aan deze algemene regels wordt voldaan, dan gaat de wetgever ervan uit dat er in de omgeving sprake zal zijn van een aanvaardbaar niveau van geurhinder. Reclamant geeft aan dat er nu al geur waarneembaar is van een andere horecavestiging. Hoewel dergelijke geur als hinderlijk ervaren kan worden, betekent dit niet dat er sprake is van een onaanvaardbaar geurniveau. De wettelijke eisen die hieraan gesteld worden volgen zoals gezegd uit het Activiteitenbesluit. Zowel bestaande als nieuwe horecavestigingen moeten aan deze eisen voldoen. Als een horecavestiging zich niet aan deze eisen houdt, kan daartegen een verzoek tot handhaving worden ingediend.
5.
Gevraagd wordt om inzage in de resultaten en conclusie van het nadere onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Antwoord Het nadere onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd.
6.
Eerder is een vergunning voor Liedeweg 32 niet afgegeven aangezien de verkeersbelasting voor de Liedeweg te groot zou zijn. Het voorgestelde plan omvat nog veel meer verkeersbewegingen. Antwoord Paragraaf 5.14.1 onder het kopje ‘Verkeer’ van de toelichting bij het bestemmingsplan gaat in op de verkeersgeneratie van de verschillende functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt. De verkeersgeneratie is gebaseerd op kencijfers van het kennisplatform CROW. Het extra verkeer dat ontstaat door de functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt is 47 motorvoertuigen per etmaal en kan goed opgevangen worden door de bestaande verkeersstructuur bij het fort. Een weigering van een omgevingsvergunning voor het adres dat reclamant noemt vanwege het aantal verkeersbewegingen is ons niet bekend.
7.
Voor de cursusruimte/vergaderruimte is voor de verkeersgeneratie aangesloten bij het CROW-kengetal van de categorie avondonderwijs. Argumentatie waarom deze categorie vergelijkbaar is met deze bestemming ontbreekt. Verwacht wordt dat de meeste deelnemers met de auto zullen komen. Antwoord Zoals reclamant terecht aangeeft is de categorie avondonderwijs inderdaad een functie waarbij kan worden aangenomen dat relatief veel mensen met de auto komen. Bij een cursusruimte/
vergaderaccommodatie is dat ook aannemelijk. Daarom is ervoor gekozen om aan te sluiten bij de categorie avondonderwijs. 8.
In de berekening van het aantal motorvoertuigbewegingen als gevolg van de bestemmingsplanwijziging zijn de terrassen niet meegenomen. Daardoor zou het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal meer zijn dan nu is berekend. Het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal zou 98 in plaats van 42 moeten zijn voor de horecafunctie (inclusief terrassen). Antwoord Het terras is vooral een ondersteunende functie bij het fort en geen zelfstandige functie. Daarom worden de terrassen niet meegerekend in de berekening van het aantal motorvoertuigen. Het uitgangspunt bij het bepalen van de norm voor horeca is dat de horecavestiging het hele jaar door klanten zal bedienen. In de winter verplaatsen mensen zich naar binnen en in de zomer naar buiten. De aanwezigheid of het ontbreken van een terras is al verwerkt bij het bepalen van de parkeernorm voor horeca. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte op deze locatie is daarom alleen berekend op basis van de oppervlakte van het gebouwde deel van de horecavestiging. Ook voor het aantal motorvoertuigen dat deze functie genereert is de omvang van het bebouwde deel van de horecavestiging leidend. De berekening van het aantal motorvoertuigen is dus correct uitgevoerd.
9.
De toegangsbrug naar het fort is een smalle en korte eenbaansbrug. Hierdoor kan niet meer dan één auto tegelijk gebruik van de brug maken. Verwacht wordt dat hierdoor, en vanwege de tractoren die zich al over de Liedeweg heen en weer bewegen, op piekmomenten/weekenden een verkeersinfarct veroorzaakt wordt. Hierdoor ontstaan voor de woningen aan de overzijde van het fort opstoppingen en verkeershinder en wordt het gebruik van in-, uitritten en parkeerfaciliteiten geblokkeerd. Antwoord Zoals hiervoor benoemd in ons antwoord op onderdeel 6 van deze zienswijze, kan de bestaande verkeerstructuur in de nabijheid van het fort het beperkte extra verkeer dat ontstaat door de functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt goed opvangen. Tractoren zijn daarbij onderdeel van de uitgangspunten waarmee gerekend wordt voor het bepalen van het aantal voertuigbewegingen. Opstoppingen en verkeershinder zijn daarom niet te verwachten. Daarbij komt nog dat er twee bruggen zijn waarover het fort te bereiken is. Om veiligheidsredenen is het hek voor één van de bruggen vaak gesloten, maar wanneer het nodig blijkt te zijn kan het fort via de twee bestaande bruggen bereikt worden.
10. De aantrekkende werking van fietsers en recreanten krijgt onvoldoende aandacht in het bestemmingsplan. Gevraagd wordt om hier meer onderzoek naar te doen. Antwoord Paragraaf 5.14 van de toelichting bij het bestemmingsplan gaat in op het aspect verkeer. In deze paragraaf is ook aandacht geschonken aan het stallen van fietsen bij het fort. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om extra fietsenstallingen te plaatsen als dat nodig blijkt te zijn. Verkeersveiligheid voor fietsers is ook van groot belang. Waar mogelijk zetten wij in op het verder verbeteren van de verkeersveiligheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om het handhaven van de verkeersregels, het inzetten op verkeerseducatie en het zorgen voor een duurzaam veilige inrichting van de wegen. 11. Bij de berekening van de parkeernorm had ook rekening gehouden moeten worden met de twee terrassen en met de huurders van de 15 units die ook gebruik zullen maken van de parkeerfaciliteiten. Dat er geen gemeentelijk beleid is voor een parkeernorm is geen reden om aan te nemen dat de parkeerbehoefte door het terras niet verder zal toenemen.
Antwoord Over het rekening houden met terrassen bij het bepalen van de parkeerbehoefte is in het antwoord op punt 8 van deze zienswijze al ingegaan. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte voor het fort is gerekend met een invulling van het fort met toegestane functies met de hoogste parkeernorm. Op die manier kan bepaald worden of er ook in dat geval voldoende parkeerplekken aanwezig zijn om de maximale parkeerbehoefte te kunnen opvangen. De geldende bestemming ‘Bedrijf’ kent een lagere parkeernorm dan de functies horeca en cursusruimte/vergaderaccommodatie. Daarom is er bij het bepalen van de parkeerbehoefte uitgegaan van de maximale oppervlakte die het bestemmingsplan toestaat voor de functies horeca en cursusruimte/vergaderaccommodatie. Voor de dan nog resterende oppervlakte wordt uitgegaan van de functie bedrijf. Op die manier is berekend dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor het opvangen van de maximale parkeerbehoefte. De 38 parkeerplaatsen die worden gerealiseerd zijn ook ruim voldoende om de parkeerbehoefte van de huidige huurders van de vijftien aanwezige units in het fort op te vangen. Voor dat gebruik zijn op basis van de parkeernormen namelijk minder parkeerplaatsen nodig dan in het geval waarin een deel van de huidige huurders plaats zou maken voor of zou overstappen naar de functies horeca en cursusruimte/vergaderaccommodatie.
Zoals benoemd, worden er ook in dat geval voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. 12. Recreanten maken momenteel al gebruik van 8 van de 36 geplande parkeerfaciliteiten. Dit huidige gebruik is, evenals de aanloop van de huidige huurders, niet in de berekeningen meegenomen. Antwoord Paragraaf 5.14 van de toelichting bij het bestemmingsplan gaat onder andere in op het aspect parkeren. In die paragraaf is de parkeerbehoefte weergegeven uitgaande van de maximale planologische invulling. Daarvoor is gekeken naar de parkeervraag per functie die het bestemmingsplan toestaat en hoeveel m² per functie is toegestaan. Horeca heeft van de toegestane functies de grootste parkeerbehoefte. Daarom is in de berekening ervanuit gegaan dat de oppervlakte voor horeca volledig wordt ingevuld. De functies die nu al in het fort zijn toegestaan zijn ook in de berekening meegenomen. Het huidige gebruik is weldegelijk meegenomen in de berekening van de parkeerbehoefte. Voor de maximale planologische invulling zijn voldoende parkeerplekken voorzien. Overigens worden er voor zover bij ons bekend in beperkte mate auto’s geparkeerd voor de toegangsbrug bij het fort. 13. Door de gemeente is gezegd dat ‘als de parkeerplaatsen toch vol zijn, er op de in de omgeving gelegen publieke parkeerplaatsen wordt geparkeerd’.
Welke parkeerplaatsen worden hiermee bedoeld? Bezoekers parkeren nu op het terrein van de woningen tegenover het fort. Nergens worden preventieve maatregelen benoemd om deze problematiek te voorkomen. Antwoord Uitgangspunt is dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden bij het fort zelf. Ook uitgaande van een maximale invulling van de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan zijn er voldoende parkeerplekken om te kunnen voldoen aan de gestelde parkeernormen. Daar komt nog bij dat een belangrijk deel van de bezoekers van het fort recreanten zullen zijn die lopend of op de fiets het fort bezoeken. In het onwaarschijnlijke geval dat de parkeerplaatsen vol zijn, is het uiteraard niet de bedoeling dat er geparkeerd gaat worden op parkeerplaatsen van derden. Er zal dan uitgeweken moeten worden naar beschikbare openbare parkeerplekken verderop in het dorp. Zoals gezegd, uitgangspunt is dat voor de nieuwe invulling van het fort wordt voorzien in de aanleg van voldoende parkeerplaatsen. Om dit beter inzichtelijk te maken hebben we in figuur 4.6 (paragraaf 5.14) van de toelichting een afbeelding opgenomen waarin 32 parkeervakken zijn ingetekend, terwijl op basis van een maximale planologische
invulling 24 parkeerplaatsen nodig zijn. De gehanteerde maatvoering voldoet aan de daarvoor geldende normen. 14. Gevraagd wordt om de acht parkeerplekken buiten het fort, wat nu al een plek is voor hangen, drinken, roken of andere activiteiten na sluitingstijd van het fort, minder geschikt te maken voor overlastgevende activiteiten tijdens en na de openingstijden van het fort. Antwoord De locatie van de nieuw te maken parkeerplekken voor de toegangsbrug van het fort bestaat nu nog uit een gras- en rietveldje met wat struiken. In de nieuwe situatie zal wel duidelijk te zien zijn dat er parkeerplaatsen en fietsenrekken zijn. De nieuwe inrichting maakt de plek niet geschikt voor de activiteiten die de reclamant beschrijft. Overigens zijn ons geen meldingen bekend van overlast op deze locatie. 15. Bij het worst-case scenario luchtkwaliteit wordt uitgegaan van een toename van 29 mvt/etm. Gelet op de eerder aangevoerde argumenten ten aanzien van het aantal mvt/etm moet de berekening luchtkwaliteit opnieuw beoordeeld worden. Antwoord De berekening voor luchtkwaliteit is uitgevoerd conform de geldende wet- en regelgeving. Bij een herberekening van de verkeersgeneratie is gebleken dat de toename van het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal 47 is. Dit is nog steeds een toename die binnen de bestaande verkeersstructuur kan worden opgevangen.
In paragraaf 5.10 is in de berekening voor luchtkwaliteit het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal daarom aangepast naar 47. De conclusie blijft hetzelfde: de bijdrage van het extra verkeer is volgens de geldende regelgeving “niet in betekenende mate”. Er is geen nader onderzoek nodig. 16. Gesteld wordt dat de gemeente belanghebbende is bij de bestemmingswijziging en financiële belangen heeft bij de doorgang van het bestemmingsplan. Gevraagd wordt om een onafhankelijke organisatie of commissie op te richten die de bestemmingsplanprocedure gaat afhandelen. Antwoord De gemeente heeft bij het uitvoeren van haar wettelijke taken onder andere de bevoegdheid om bestemmingsplannen vast te laten stellen door de gemeenteraad. Deze wettelijke taak kan niet worden overgedragen aan een andere organisatie. Daarbij wordt opgemerkt dat de gemeente geen financiële belangen heeft die een rol spelen bij het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusies reclamant 2 De conclusie die bij reclamant 1 is getrokken is ook bij reclamant 2 van toepassing. Daarnaast is de toelichting bij het bestemmingsplan aangepast door: 1. in paragraaf 3.3.2 in te gaan op de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer 2.
in paragraaf 5.14 met figuur 4.6 duidelijker te maken dat het fortterrein op basis van de geldende normen parkeerplaatsen en rijbanen plaats kan bieden aan 32 parkeerplaatsen (terwijl op basis van een maximale planologische invulling 24 parkeerplaatsen nodig zijn) 3. in paragaaf 5.14.1 onder het kopje ‘Verkeer’ de motivering op te nemen waarom voor de functie cursusruimte/vergaderaccommodatie is aangesloten bij het kengetal van de CROW voor de categorie avondonderwijs 4. onder hetzelfde kopje van paragraaf 5.14.1 de verkeergeneratie opnieuw te berekenen, waardoor de berekening voor luchtkwaliteit (paragraaf 5.10) ook aangepast is.
C. Ambtshalve wijzigingen In het bestemmingsplan zijn diverse ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Hieronder zijn deze vermeld. Correcties van verwijzingen, typfouten, nummeringen en dergelijke ondergeschikte aanpassingen zijn niet vermeld. Toelichting en bijlagen Paragraaf 3.1.5 is geactualiseerd Toelichting: de oude versie van het Nationaal Water Programma is vervangen door de nieuwe versie 2022-2027. Paragraaf 3.3.1 is geactualiseerd Toelichting: de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 is op 3 maart 2022 vastgesteld door de gemeenteraad en de structuurvisie is daarbij ingetrokken. Paragraaf 3.3.6 is geactualiseerd. Toelichting: de tekst over Waarde – Archeologie 1 is verwijderd, omdat volgens het archeologiebeleid van maart 2021 volstaan kan worden met een dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam. Paragraaf 3.3.7 is toegevoegd Toelichting: op 14 juli 2022 heeft de gemeenteraad klimaatadaptatiebeleid vastgesteld. Paragraaf 5.5.2 is geactualiseerd Toelichting: bij het onderwerp stikstof is de bouwfase nu ook beschouwd en vormt geen belemmering voor de gewenste functieverruiming. Paragraaf 5.15.1 is geactualiseerd Toelichting: het oude waterbeheerplan 5, 2016-2021 is vervangen door het nieuwe waterbeheerprogramma 6.
Paragraaf 6.2.3 is ingevuld Toelichting: de paragraaf bevat nu algemene informatie over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, de ingediende zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. Paragraaf 7.3.2 is geactualiseerd. Toelichting: de tekst over Waarde – Archeologie 1 is verwijderd, omdat volgens het archeologiebeleid van maart 2021 volstaan kan worden met een dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam. Regels en bijlagen (doorgehaald is verwijderde tekst) Artikel 4 Waarde – Archeologie 1 is vervallen. Toelichting: volgens het archeologiebeleid van maart 2021 valt het fort onder de gebiedsaanduiding Stelling van Amsterdam en kan volstaan worden met een artikel ‘Waarde – Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam’, waarin een bouw- en graafverbod geregeld zijn. Artikel 10, lid 10.1 is aangepast. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken geldt, dat op eigen terrein in voldoende mate ruimte moet zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen met inachtneming van de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer.
Artikel 10, lid 10.4, sub a en b zijn vervangen door: a. voor wat betreft het parkeren op eigen terrein: indien op andere wijze in voldoende mate ruimte wordt gereserveerd, ingericht en in stand wordt gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer; b. voor wat betreft het in voldoende mate ruimte reserveren, inrichten en in stand houden: indien aanpassing van het (bouw)plan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Er is een artikel 10.5 ‘Nadere eisen’ toegevoegd: Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en inrichting van de ruimte voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, indien dit noodzakelijk is om een functionele verkeersstructuur en/of bereikbaarheid te waarborgen. De verkeersveiligheid, woon- en leefomgeving mogen niet worden aangetast. Toelichting: bovenstaande wijzigingen in artikel 10 zijn overgenomen uit de partiële herziening parkeerregels. Verbeelding De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ is vervallen. Toelichting: volgens het archeologiebeleid van maart 2021 valt het fort onder de gebiedsaanduiding Stelling van Amsterdam en kan voor archeologie volstaan worden met een dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam’.