Bijlage 1 - Nota van zienswijzen.pdf
Tekst van het document
1
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels Deze nota behoort tot het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels.
A. Procedure B. Beoordeling zienswijzen C. Ambtshalve wijzigingsvoorstel
A. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan is op 2 september 2021 bekendgemaakt en heeft vanaf 3 september 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen met stukken die daarover gaan. In deze periode kon iedereen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan indienen bij de gemeenteraad. Zestien personen, families en instanties hebben zienswijzen ingediend. De raadsleden is ter vertrouwelijke behandeling een overzicht verstrekt met de nodige gegevens van de zienswijze-indieners (hierna: reclamanten). In deze nota van zienswijzen zijn de reclamanten met een nummer aangeduid dat correspondeert met de nummering in het overzicht. Van de natuurlijke personen zijn geen persoonsgegevens vermeld. Dat is gedaan om te voldoen aan de regelgeving over privacy. Wij zullen individueel de reclamanten meedelen welke onderstaande tekstonderdelen over hun eigen zienswijze gaan. De zienswijzen zijn alle binnen de termijn ingediend. Ze zijn daarom alle ontvankelijk.
B.
Beoordeling zienswijzen
Algemeen In de zienswijzen zijn twee hoofdonderwerpen te onderkennen: - het gebruik van boerenland voor de 150 kV-kabels, aangevoerd door agrariërs en - het woon- en leefklimaat door toedoen van het trafostation, aangevoerd door omwonenden van het trafostation. In de zienswijzen over het transformatorstation (verder in deze nota: trafostation) noemen nagenoeg alle reclamanten: - de locatie met ruimtelijke inpassing, - het geluidaspect mede in verhouding tot gebiedskenmerken en - de naleving van wat het bestemmingsplan regelt. Daarom gaan wij eerst in op deze drie aspecten. Daarna hebben wij alle zienswijzen samengevat en per zienswijzeonderdeel van onze reactie voorzien voor zover het andere onderwerpen betreft dan de drie hoofdaspecten. De samenvattingen van de zienswijze-onderdelen zijn cursief gezet. Per reclamant en aan het eind van deze nota hebben wij onze conclusies vermeld. Locatie Reclamanten menen dat er onvoldoende is gekeken naar alternatieve locaties voor het trafostation en dat suggesties voor alternatieven van belanghebbenden van de hand zijn gewezen. Een aantal reclamanten ziet graag dat het trafostation in de richting van de Aalsmeerderweg opschuift. Een reclamant ziet het liefst dat het trafostation in tegengestelde dus zuidoostelijke richting opschuift, tot buiten het verlengde van het gebied, waarvoor de reservering van de parallelle Kaagbaan geldt.
Reactie over locatie Wij menen dat uitvoerig gekeken is naar alternatieve locaties voor het trafostation. In de samenvatting van het raadsvoorstel ‘Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg’ (2021.0000636) staat het volgende:
2
“Wij zijn vanaf 2015 in overleg met de netwerkbedrijven TenneT en Liander over de locatie voor een nieuw onderstation om daarmee te voldoen aan de groeiende vraag naar stroom. Een eerste locatieonderzoek leidde tot een tweetal voorkeurlocaties in het deelgebied Prima4a bij Rijsenhout, en een locatie langs het spoor op Schiphol Trade Park (STP). De netwerkbedrijven hadden een voorkeur voor een van de locaties bij Rijsenhout, maar de gemeenteraad heeft in 2018 met een motie uitgesproken deze locaties niet geschikt te vinden. Vervolgens is de haalbaarheid van de locatie op STP nader onderzocht totdat ook die locatie niet meer in aanmerking kwam vanwege het plan van een metrolijn, de Noord/Zuidlijn, tussen Amsterdam/ Schiphol en Hoofddorp.” Het zoekgebied voor de stationslocatie ligt aan de oostzijde van de Rijksweg A4 (aan de westzijde wordt gezocht naar een locatie voor een tweede trafostation). Een belangrijk uitgangspunt voor het vaststellen van dit zoekgebied is om het station zo dicht mogelijk bij het voedingsgebied voor de elektriciteit te realiseren. In het zoekgebied bevinden zich belemmeringen die maken dat de gekozen locatie aan de Incheonweg de enige overgebleven mogelijkheid is. Ten eerste zijn er geen kavels meer geschikt of beschikbaar binnen de bedrijventerreinen Schiphol-Rijk en Schiphol Logistics Park West en Oost.
Daarnaast geldt er een hoogtebeperking voor een deel van het zoekgebied op basis van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (zie Hoofdstuk 2 van de Haalbaarheidsstudie). Aan het hierop genomen raadsbesluit ging vooraf de nota d.d. 24 november 2020 (2020.0001695). Daarin is voor de oostzijde van de A4 de voorlopige voorkeur uitgesproken voor de locatie op Schiphol Logistics Park, gelegen ten zuiden van de Incheonweg in Rozenburg (2020.0001695). In deze nota staan tevens de voor- en nadelen van deze locatie beschreven. Deze locatie is in het verzorgingsgebied de enige haalbare locatie. Het verschuiven van de stationslocatie in de richting van de Aalsmeerderweg is niet mogelijk. Er is een reservering voor de parallelle Kaagbaan aanwezig. Die is vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur. Zolang die geldt, zullen wij die respecteren, met de onvermijdelijke effecten daarvan. Tevens dient voldoende afstand te zijn tot de woningen aan de Aalsmeerderweg, onder meer in verband met geluid. Ook heeft de grondeigenaar van de trafolocatie verzocht om plaatsing van het trafostation aan de oostelijke grens van de kavel, zodat er niet een te kleine restkavel overblijft. Wij zien in wat de reclamanten aanvoeren, geen reden om af te zien van de locatie, waarvoor de gemeente heeft gekozen.
Ruimtelijke inpassing Reclamanten menen dat de locatie van het trafostation ten koste gaat van de functie als recreatiegebied voor de omgeving. Ook zou er onvoldoende rekening zijn gehouden met het cultuurhistorische karakter en is er onvoldoende landschappelijk ingepast. Dit zou kunnen worden opgelost door een aarden wal en beplanting aan te brengen op het perceel. Reactie over Ruimtelijke inpassing In het bestemmingsplan Rozenburg SLP geldt voor de trafolocatie de bestemming Agrarisch. Ook is hier een bevoegdheid opgenomen om de bestemming te wijzigen in ‘Bedrijventerrein’, ‘Verkeer’, ‘Groen’ en ‘Recreatie’. De provincie Noord-Holland heeft de gronden verworven met het oog op ontwikkeling van bedrijventerrein. Wegens de nu voorgestelde nieuwe functie die het nieuwe bestemmingsplan mogelijk maakt, zal de agrarische functie verdwijnen. Er is zo veel mogelijk rekening gehouden met het ‘Beeldkwaliteitplan Schiphol Logistics Park e.o.’ (2015). Dat beeldkwaliteitsplan vormt het gebiedsgerichte kader voor welstandsbeoordeling voor de betreffende locatie. Aan dit plan is in het kader van het Haalbaarheidsonderzoek uitwerking gegeven met de notitie ‘Ruimtelijke inpassing hoogspanningsstation Schiphol Logistics Park’. Ook al was in 2015 nog geen sprake van het nu beoogde trafostation, zal dat aansluiten bij de van toepassing zijnde uitgangspunten en uitwerking voor dit gebied.
Overigens, het bestemmingsplan heeft een tamelijk abstract karakter en legt vooral bestemmingen voor bepaalde functies met maatvoering vast. Een bestemmingsplan gaat niet over de concreetheid van het bouwplan zelf, ook niet over de inrichting van een terrein. De vergunningaanvraag wordt later ingediend. Daarin krijgt de concrete bebouwing alle aandacht met inachtneming van gestelde kaders. Tussen het perceel waarop het trafostation is beoogd en de Geniedijk komt het Geniepark. Het is de bedoeling dat het Geniepark met bomen wordt beplant en van wandelpaden voorzien. Het onverharde oostelijke en
3
zuidelijke deel van het transformatorterrein zelf zal worden beplant als een bloemenweide. Zo sluit de terreininrichting aan op het Geniepark, terwijl de benodigde bebouwing voornamelijk aan de Incheonweg geconcentreerd wordt. De verwachting is dat deze inrichting ook een positief effect heeft op diverse dieren, zoals vlinders en bijen, wat de natuur ten goede komt. Door dit groene, natuurlijke karakter sluit het station goed aan op het groene karakter van de ten zuiden beoogde bomenweide in het Geniepark. Op deze wijze zal er een goede overgang van het bedrijventerrein naar het grasland met lage bomen in het Geniepark ontstaan die aanvullende inpassingsmaatregelen overbodig maakt. In de relatie tussen het trafostation en zijn omgeving is het streven om enige doorkijk juist te behouden. Dat is voor de openheid vanaf de Geniedijk, die meebepalend is voor behoud van het cultuurhistorische karakter van het voormalige vestingwerk en zijn omgeving. De gebouwen kunnen in relatie daarmee met een eigen signatuur en uitstraling zichtbaar zijn zonder dat zij afbreuk doen aan de beschreven ruimtelijke context. En zij kunnen zich onderscheiden van de grote bedrijfspanden aan bijvoorbeeld aan de overzijde van de Incheonweg.
Daarom kan het antwoord op een eerder gestelde vraag of de gemeente het passend vindt dat het trafostation op minder dan 100 meter van de Geniedijk komt, met ja beantwoord worden. Het Geniepark vanaf de Aalsmeerderweg tot en met de locatie van het trafostation (dus tot de gronden van de Arendshoeve) worden parallel aan de ontwikkeling van het trafostation gerealiseerd. De realisatieafspraken maken deel uit van de overeenkomsten die met TenneT, Liander en de provincie worden gesloten voor de ontwikkeling van de gronden. Overigens heeft de gemeente al een deel van de betreffende gronden in eigendom. Het resterende deel zal de provincie aan de gemeente overdragen. Uitgangspunt is dat het Geniepark tussen Aalsmeerderweg en trafostation uiterlijk wordt gerealiseerd aansluitend op de realisatie van het trafostation. Op het terrein van het station kan niet of nauwelijks diepwortelende beplanting worden aangebracht. Dit is een gevolg van het feit dat op het perceel veel ondergrondse kabels nodig zijn, zowel 150 kV-kabels als kabels met minder hoge spanning om het voedingsgebied te bedienen. Ook moet ruimte worden gehouden voor een adequate buffering- en infiltratievoorziening voor regenwater. Enkele zienswijzen gaan in op een verdergaande groene afscherming buiten het terrein van het trafostation.
Hierbij is het goed te beseffen dat aanvragers TenneT en Liander alleen eigendoms-zeggenschap zal hebben op het terrein waarop het trafostation wordt gebouwd. Het is wel zo dat het nieuwe bestemmingsplan een regeling treft voor een geluidzone met een wijder bereik, maar buiten het trafoterrein gaat het uitsluitend over de geluidzone van het trafostation. Buiten het trafoterrein bevat dit bestemmingsplan geen complete bestemmingsregeling. Daar blijft het onderliggende bestemmingsplan voor die gronden gewoon gelden met als enige aanvullende element de geluidzone. De gemeente kan in het voorliggende kader niet de vrijheid nemen een bestemmingsregeling toe te voegen buiten het terrein van TenneT anders dan het verplichte vastleggen van de geluidzone. Het staat de reclamanten vrij om zelf te bezien wat zij kunnen bereiken in direct onderling overleg met de betreffende rechthebbenden op de bedoelde gronden. Geluid Reclamanten stellen dat In het gebied, waar zij al geluidoverlast van bijvoorbeeld Schiphol, bedrijven en de A4 ervaren, na de bouw van het trafostation een onevenredige toename van geluid en andere vormen van overlast zal optreden. Omdat zij de situatie als buitengebied zien en niet als gemengd gebied, vinden zij dat een richtafstand van 300 meter moet worden aangehouden in plaats van 200 meter voor de invloed van het trafostation op hun woning.
Zij vinden dat de gemeente onvoldoende rekening houdt met het laagfrequente geluid dat het trafostation zal produceren en met de cumulatie van geluid. Reclamerende dijkbewoners, die respectievelijk 5 meter en 8 meter boven het polderniveau wonen en slapen, ondervinden al hinder van de koelventilatoren op de datacentra. Andere reclamanten noemen ook het verkeer van de bedrijven. Ondanks alle berekeningen zijn zij er niet van overtuigd, dat zij niet meer overlast krijgen. Zij verwachten dat door de vier muren van het trafostation het geluid omhooggestuwd wordt. Zij geven aan dat juist de mensen op de dijk misschien overlast ondervinden. Reclamanten vragen om een nulmeting.
4
Een reclamant wil dat de gevelwaarde wordt geschrapt en daarvoor in de plaats een erfgrenswaarde wordt gebruikt. Hij wil ook dat deze voor zijn situatie wordt berekend, zodat hij bij overschrijding de benodigde stappen kan ondernemen. Milieuzonering In het ontwerpbestemmingsplan zijn verschillende richtlijnen opgenomen, zonder enige consequentie indien deze niet gehaald worden. Een voorbeeld hiervan is de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering’. De reclamant die dit noemt, verwacht dat in het bestemmingsplan komt te staan, dat er specifieke sancties en maatregelen genomen worden als men niet aan de richtlijn voldoet. Hierdoor voelt hij zich beter beschermd als omwonende. Reactie over Geluid Karakter gebied en richtafstand Een richtafstand voor geluid van de VNG is een hulpmiddel om te beoordelen of bedrijven passend zijn in de omgeving. Het is geen norm maar een richtlijn. Een richtlijn is minder verplichtend. De locatie van het nieuw te bouwen station is bepalend voor de gebiedstypering. Dit is de locatie waar de geluidsbronnen zich bevinden. Het karakter van de directe omgeving van het trafostation is niet dat van een ‘rustige woonwijk’. Feitelijk gaat het om een aantal wooneenheden langs de Geniedijk, woningen, horeca en een bedrijventerrein dat aan de overzijde van de Incheonweg begint.
Feitelijk is het er niet rustig, zoals diverse reclamanten aangeven in hun zienswijze. Daarom is het verdedigbaar om het gebied te typeren als gemengd gebied. Bij een gemengd gebied hoort een richtafstand van 200 meter. Van een richtafstand kan worden afgeweken, als dat maar goed gemotiveerd gebeurt. Hiervoor is het van belang door middel van onderzoek aan te tonen dat ook bij het overschrijden van de richtafstanden geen relevante hinder optreedt en aan de wettelijke normering wordt voldaan. Wat wij dan ook vooral belangrijk vinden, daarbij juist het belang van omwonenden in het oog hebbend, is wat deskundig geobjectiveerd, de berekende invloed is van de geluidproductie van het nieuwe element in het achterland, het trafostation. De wetgeving en andere regelgeving (met name de Wet geluidhinder en het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012) gaan ook over de verplicht te gebruiken methode voor het doen van akoestisch onderzoek. Dat wordt in het akoestisch rapport nader technisch toegelicht. Het houdt onder meer in dat niet wordt berekend wat de geluidbelasting is op de grens van een perceel waarop een ‘gevoelige bestemming’ staat – bijvoorbeeld een woning – maar dat de geluidbelasting op de gevels moet worden berekend. Een meting betreft in nagenoeg alle gevallen een momentopname waarbij allerlei specifieke omstandigheden meedoen in de uitslag van de meter.
Hoe de geluidbelasting zich over langere tijd, dag, maand, seizoenen etc. gedraagt is hiermee nog alleszins onzeker waardoor die benadering niet geoorloofd is. De geluidemissie van het trafostation op de erfgrens is zichtbaar in de contouren in fig. 4.1 en 4.2 van het akoestisch rapport. Het maximaal berekende gemiddelde geluidsniveau bedraagt 42 dB(A). Deze geluidsbelasting voldoet aan de normering voor zowel een stille woonwijk als een gemengd gebied. Daarom kan een conclusie zijn, dat gelet op dit berekeningsresultaat de discussie over het gebiedstype nauwelijks relevant blijkt te zijn. Transformatorvermogen en milieucategorie Voor omgevingstype 'gemengd gebied' is voor milieucategorie 4.2 (opgesteld transformatorvermogen van 200 tot 1000 MVA) een richtafstand passend van 200 meter. Dat is één afstandstap lager dan voor het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Van milieucategorie 5.1 of een opgesteld transformatorvermogen van meer dan 1000 MVA is in dit geval geen sprake. Voor het station is de afstand van de (gevels) van de aanwezige geluidgevoelige gebouwen (woningen) tot de inrichtingsgrens (hek van het station) van het geprojecteerde trafostation minimaal circa 220 meter, dus meer dan de toepasselijke richtafstand van 200 meter. Feitelijk kan om die reden al worden gesproken van een ruimtelijk inpasbare situatie.
TenneT en Liander hebben er desondanks voor gekozen in het geluidsonderzoek ook nog de volgende stap uit te laten voeren. Toetsing geluid In de fase van het locatieonderzoek, die voorafging aan de huidige fase van het bestemmingsplan, hebben veel mensen hun stem laten horen. Er zijn veel contacten geweest, overleggen, er zijn vragen gesteld en antwoorden gegeven. Voor een belangrijk deel gaat het over het geluid van het trafostation. In de Wet geluidhinder heet dat industrielawaai, in dit geval van een inrichting als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder. Dan is het goed om te bedenken dat bij de opzet van het bestemmingsplan het uitgangspunt is
5
doorgevoerd om de geluidbronnen (transformatoren en compensatiespoelen) zo ver mogelijk van geluidgevoelige bestemmingen te projecteren. Het plan voldoet aan de zojuist gemotiveerde afstandsrichtlijn en het voldoet aan de geluidnormen. Vervolgens is getoetst aan grenswaarden. In deze stap zijn de berekende geluidniveaus die het trafostation veroorzaakt op de gevels van omliggende woningen getoetst aan de grenswaarden die van toepassing zijn voor 'gemengd gebied', te weten 50 dB(A) etmaalwaarde. De etmaalwaarde is – volgens de wettelijke systematiek – een afgeleide van de volgende waarden: 50 dB(A) in de dag-periode, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht. Uit het geluidonderzoek blijkt dat aan deze grenswaarden wordt voldaan. Hierbij is van belang dat de nacht bepalend is en dat rekening wordt gehouden met het laagfrequente (tonale) karakter van het geluid, waarvoor een opslag geldt van respectievelijk 10 dB(A) en 5 dB(A). In deze specifieke situatie is dus sprake van twee rekenkundige opslagen. Het berekende geluid op de gevel van de dichtstbijzijnde woning bedraagt 28 dB(A), inclusief genoemde opslagen dus 43 dB(A). Dat is ruimschoots onder de norm van 50 dB(A) die voor ‘gemengd gebied’ van toepassing is en zelfs onder de door reclamanten bepleite norm van 45 dB(A) die voor een ‘rustige woonwijk’ van toepassing is.
Dit is mede het gevolg van extra akoestische maatregelen, waarop wij hierna nog ingaan. Wegens negatief gebleven reacties van omwonenden hebben TenneT en Liander besloten tot het toepassen van een extra afsluitende wand, zodat de transformatoren en compensatiespoelen in vierwandige cellen komen te staan. De vierde wand is uitneembaar en wordt aan de binnenzijde geluidabsorberend uitgevoerd. De open zijde van de transformatoren was aan de oostelijke zijde, de zijde van de geluidgevoelige objecten, gepositioneerd. Daarnaast vormden de spoelen de belangrijkste geluidbron voor de omgeving. Als extra geluidreducerende maatregel worden compensatiespoelen geplaatst die 5 dB(A) stiller zijn dan gangbaar is. Geluid dat naar boven wordt afgestraald, zal zich niet direct horizontaal verplaatsen. Er is geen sprake van de door een reclamant genoemde stuwing die in horizontale richting tot meer geluidbelasting leidt. Dat door deze meer doordachte opstelling meer geluidbelasting op woningniveau plaatsvindt, wordt ook door het rekenmodel niet onderschreven. Tevens is het niet gebruikelijk en niet gewenst om de trafo-compartimenten te voorzien van een bovenafdichting. Dat is in verband met ventilatie en de daarmee te garanderen koeling van de compartimenten. Dus uitstraling van geluid aan de bovenzijde is een gegeven, zonder dat het in dit geval tot normoverschrijding leidt.
Voor het toestaan van minder transformatoren, waarom een reclamant verzoekt, is geen reden, omdat de geplande opstelling voldoet aan geldende regelgeving. Voor laagfrequent geluid is een ‘verzwaring’ van 5 dB(A) toegepast op de berekende geluidsbelasting. De 5 dB(A) verzwaring (toeslag) betreft het laagfrequente karakter van het geluid van de transformatoren. Hierbij is een bepaalde toon (in Hz) nadrukkelijk aanwezig. Dit kan in een willekeurige frequentie optreden. Als laagfrequent geluid wordt aangemerkt geluid tussen 20 Hz en 100 Hz. De laagst bemeten (of gehanteerde) frequentie van het transformatorgeluid bedraagt 64 Hz. Dit kan worden afgeleid uit de brongegevens in bijlage 1 – Lijst van puntbronnen – van het akoestisch rapport. De zogeheten 31 Hz-band is niet meegenomen, omdat deze voor het A-gewogen geluid in de meeste gevallen niet relevant is. De aanname is dat in dit geval zich geen laagfrequent geluid zal voordoen. Voor het geval dat zo’n laagfrequent geluid zich toch voordoet, is de moeilijkheid dat daarvoor geen normeringskader is in de regelgeving. Wel is in o.a. de NSG-richtlijn weergegeven hoe LFG te herkennen c.q. hoe dit proefondervindelijk vast te stellen is. Invloed ontwerp op geluid De vraag of het architectonisch ontwerp en de bliksemspitsen invloed hebben op de akoestische eigenschappen van het trafostation, kan als volgt worden beantwoord.
In het geluidonderzoek is rekening gehouden met de aanwezige gebouwen. De gebouwen op het terrein zijn volledig akoestisch reflecterend meegenomen in het rekenmodel. Dit is aan te merken als een worst case benadering. Van de bliksemspitsen wordt geen invloed verwacht op de geluidbelasting op de gevel. Als er al sprake zou zijn van veel wind, waarbij de bliksemspitsen geluid genereren, zorgt dat voor camouflage van het geluid. Dan zal het gedeelte van het omgevingsgeluid dat de wind veroorzaakt in het omgevingsgeluid, evenals geluid van verkeer in de omgeving, het geluid dat door toedoen van de bliksemspitsen wordt gegenereerd, flink overstemmen. Nulmeting geluid Het verzoek om een nulmeting te doen, vanuit de gedachte dat later een vergelijking mogelijk is tussen de huidige situatie zonder trafostation en de nieuwe situatie met trafostation, hebben wij met waardering in overweging genomen. Immers, in veel soorten situaties is dat een zinvolle methode. Dat ligt met geluid in de openlucht anders.
6
Een nulmeting van geluid in de openlucht is altijd een momentopname en sterk afhankelijk van diverse niet te beïnvloeden factoren, waarbij bijvoorbeeld de windrichting en de situatie in de omgeving (drukte op Schiphol en op de A4) meebepalend zijn. Daarom biedt zo’n meting een aardig gegeven op het meetmoment, maar is zij in dit geval niet zinvol, want niet maatgevend. Sterker nog, als de geluidsemissie iets zou toenemen maar nog steeds binnen de geluidsruimte is die het Activiteitenbesluit biedt, is er nog steeds sprake van een situatie die voldoet aan de geldende wetgeving. Zonegrens Een reclamant stelt dat het voorstel zonegrens in het ontwerpbestemmingsplan niet definitief is en niet specifiek. Dat de zonegrens niet definitief is, komt omdat het bestemmingsplan nog niet definitief is. Zodra de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, is dat het definitieve gemeentelijke standpunt over het bestemmingsplan inclusief de industrie-geluidzones. Daarna kan met behulp van metingen worden vastgesteld of wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 50 dB(A) op de zonegrens. Liander moet daarnaast aan de controlepunten uit de milieuvergunning voldoen. De geluidwaarde op en buiten de zonegrens mag dus niet meer zijn dan 50 dBA etmaalwaarde.
Toepassen antigeluid Peutz heeft enkele jaren geleden uitgebreid onderzoek gedaan naar antigeluid aan transformatoren. Er zijn geen kant-en-klare antigeluid-systemen op de markt verkrijgbaar. Dat betekent dat per bron (transformator en/of spoel) op basis van uitgebreide geluidmetingen een systeem ontworpen moet worden. Dit is tijdrovend en (dus) kostbaar. De geluidreductie is richting-specifiek. Dat wil zeggen dat in een bepaalde richting een reductie gerealiseerd kan worden maar dat in andere richtingen deze reductie minder is of zelfs een toename van het geluidniveau kan optreden. Een algehele 'uitdoving' van het geluid is in de praktijk niet mogelijk. In de situatie van het trafostation aan de Incheonweg zijn er in meerdere richtingen woningen aanwezig. Antigeluid lijkt daarom in dit geval niet de meest efficiënte oplossing. Cumulatie, omgevingsgeluid Zoals uit het akoestisch rapport blijkt, wordt het gecumuleerde geluidniveau op de trafolocatie gedomineerd door het aanwezige wegverkeersgeluid. Gelet op de bijdrage van het trafostation kan tevens de conclusie worden getrokken dat het wegverkeersgeluid en het luchtvaartgeluid een maskerend effect zullen hebben op de geluidsemissie van het trafostation. Desalniettemin zijn er maatregelen genomen om de geluidproductie van het station te verminderen, zoals eerder in deze nota beschreven.
Door deze maatregelen en de manier, waarop ze in het bestemmingsplan zijn verwerkt, is in zoverre sprake van een resultaatverplichting, niet slechts van een inspanningsverplichting. Naleving van wat het bestemmingsplan regelt Reclamanten zien dat in het ontwerpbestemmingsplan verscheidene richtlijnen zijn opgenomen, zonder enige consequentie indien deze niet gehaald worden. Een voorbeeld hiervan is de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering’. Een reclamant verwacht dat in het bestemmingsplan komt te staan, dat er specifieke sancties en maatregelen genomen worden als men niet aan de richtlijn voldoet. Hierdoor voelt hij zich beter beschermd als omwonende. Een reclamant heeft twijfel over de onafhankelijkheid waarmee dit plan is uitgevoerd omdat de gemeente, Tennet en Liander een totaal ander doel voor ogen hebben dan de omwonenden. Het bevreemdt dan ook als omwonenden vragen om een subsidie voor een onafhankelijke controle, dat er niet op korte termijn uitsluitsel is. De omwonenden moeten gerustgesteld worden dat dit plan zeer secuur is uitgevoerd en dat aan alles gedacht is om de omwonenden veilig en gezond te laten wonen. Hij verwacht dat de onafhankelijke controle kan plaatsvinden voordat het rapport definitief gemaakt wordt en men er niet ten koste van alles een haastklus van maakt.
Reactie over Naleving Enkele elementen uit de zienswijzen hebben wij hier gegroepeerd onder het kopje Naleving. De zorgen die in de zienswijzen zijn geuit, hebben bijvoorbeeld geleid tot het verzoek om een 42 dB(A)-contour van de compensatiespoelen vast te stellen, opdat dit na ingebruikstelling van het trafostation meetbaar blijft als referentie. Ook is gevraagd om een erfgrenswaarde in plaats van een gevelwaarde. Reclamanten roepen
7
daarmee eigenlijk de gemeente op een beheersbaar plan vast te stellen, door op de situatie toegespitste controlecriteria in het bestemmingsplan op te nemen. Met begrip voor het feit dat men zich gedetailleerd heeft ingeleefd en dat men heeft geprobeerd zich voor te bereiden op wat zich aan onwelgevalligs misschien zal voordoen, moeten wij hiernaast zetten dat het wettelijk systeem anders in elkaar zit. Wat men in de zienswijzen aanreikt, zijn eigenlijk handvatten voor handhaving. Maar in de regelgeving staan criteria over beoordelingen die vooraf aan de vaststelling van een bestemmingsplan moeten plaatsvinden; aan dat stelsel van gegevens, normen, richtlijnen en dergelijke is getoetst zoals hiervoor en in de bestemmingsplanstukken is omschreven. Over het geluidaspect zijn alle relevante gegevens en geluidcontouren in het akoestisch rapport opgenomen. Zo zitten in het rekenmodel ten aanzien van de spoelen uitgangspunten voor het bronniveau en de tijdsduur dat de spoelen in werking zijn. Dat zijn tevens de uitgangspunten voor de berekende geluidbelasting op de woningen. Naar ons oordeel zijn de gebruikte methoden correct toegepast. En de maatregelen die worden doorgevoerd, hebben wij passend en ruim voldoende bevonden. Wij mogen geen strengere eisen stellen dan de regelgeving toelaat.
Om deze reden mogen wij bijvoorbeeld geen maximale waarden vaststellen voor de grens van iemands erf. Wat dit voorbeeld betreft, is de maatstaf in de Wet geluidhinder de geluidbelasting op de buitengevel van een gevoelig object, zoals een woning. Dit laatste kunnen wij iets technischer benoemen: de Wet geluidhinder kent evenals de Wet milieubeheer een toetsing op basis van de gevelbelasting op een woning. Hierbij wordt in de praktijk voor het toetspunt, volgens landelijke richtlijnen, een afstand van 1 meter vóór de gevel gehanteerd en 0,1 meter bij modellering. Gelet hierop wordt de tuin in dit kader niet beschouwd als een te beschermen object, met uitzondering van het gedeelte tussen gevel en toetspunt. Als in de praktijk na realisering van de beoogde bestemmingen blijkt dat de omstandigheden feitelijk anders zijn dan de begrenzingen die het bestemmingsplan stelt en/of anders blijken dan in of krachtens omgevingsvergunningen worden gesteld, dan kan iemand daarin een reden zien om dat bij de vergunninghouder en/of de vergunningverlenende instantie onder de aandacht te brengen, tot en met het indienen van een handhavingsverzoek.
8
Overige onderwerpen per reclamant Reclamant 1 ARAG Rechtsbijstand namens cliënt Wegens de relatief korte afstand van ongeveer 200 meter tussen de woning van cliënten en het trafostation vinden cliënten dat hun woon- en leefklimaat onevenredig worden aangetast. In het gebied, waar zij al geluidoverlast van bijvoorbeeld Schiphol, bedrijven en de A4 ervaren, zullen na de bouw van het trafostation een onevenredige toename van geluid en andere vormen van overlast optreden. Omdat zij de situatie als buitengebied zien en niet gemengd gebied, vinden zij dat een richtafstand van 300 meter moet worden aangehouden in plaats van 200 meter voor de invloed van het trafostation op hun woning. De gemeente houdt onvoldoende rekening met het laagfrequente geluid dat het trafostation zal produceren en evenmin met de cumulatie van geluid. Cliënten vrezen ook nadelige effecten op hun gezondheid door de straling die het trafostation veroorzaakt. Zij stellen voorts dat de gemeente ten onrechte onvoldoende alternatieve locaties voor het trafostation, met minder burgerwoningen in de buurt, heeft bekeken. Hierbij wordt, met verwijzing naar vaste rechtspraak, aangevoerd dat een gemeente c.q. onze gemeente geen medewerking kan geven aan een plan, indien op voorhand duidelijk is dat met de verwezenlijking van alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.
Reactie 1 De reclamant noemt als afstand tussen cliënts woning en het trafostation 200 meter. In feite is het zo dat de afstand tussen de achtergrens van zijn perceel en de grens van de ‘geluidzone – industrie transformatorstation’ ruim 200 meter is. De afstand tot het perceel van het trafostation is bijna 400 meter. Het elektromagnetisch veld van het station en de 150kV kabelverbinding is in beeld gebracht. Binnen de contour van 100 microtesla (blootstellingslimiet) en binnen de contour van 0,4 microtesla (jaargemiddeld) liggen geen gevoelige bestemmingen zoals woningen. Het blijkt dat de 0,4 microtesla contour nauwelijks buiten de grenzen komt van het perceel van het trafostation. Het bestemmingsplan voldoet hiermee aan de geldende wet- en regelgeving en het voorzorgsprincipe. Zie voorts de Reactie over Geluid, die op pagina 3 begint. Conclusie reclamant 1: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 2 2A geluidzones Reclamant 2 ziet graag de 42 dB(A)-contour van de spoelen vastgelegd, evenals als de 50 dB(A) zone, zodat dit na ingebruikstelling meetbaar blijft als referentie. Juist omdat geluid in deze omgeving moeilijk meetbaar is, zou het goed zijn, juist bij de bron de metingen te verrichten. Ook van de beloofde nulmeting vinden zij niets terug. Reactie 2A Zie Reactie over Naleving. 2B waterberging Iets wat er erg voorlopig uitziet, is de waterberging.
Dat wordt misschien een sloot of een wadi. Voor ons als omwonenden is dat belangrijk; een wadi kan juist vogels aantrekken, waar Schiphol weer problemen mee heeft, zoals in het verleden met het SLP-gebied het geval was. Reactie 2B De waterberging wordt uitgewerkt voor het aanvragen van de benodigde watervergunning in verband met de compensatie van verhard oppervlak. De oppervlakte van het compensatiewater is veel kleiner dan de begrenzing die het Luchthavenindelingbesluit is gesteld, ongeacht de methode die gekozen wordt. 2C De reclamant kan zich soms niet aan de indruk onttrekken, dat sommige zaken juist in het ongewisse worden gelaten, zodat het voor hen als bewoners na de vaststelling van het bestemmingsplan veel lastiger wordt om hun stem te laten horen.
9
Reactie 2C Het is aldoor de intentie van alle betrokken beoordelende instanties om zo transparant mogelijk informatie beschikbaar te stellen en uit te leggen aan iedereen die zijn informatiebehoefte kenbaar maakt. Concrete blijken daarvan zijn de verslagen van overleggen en de vragen-en-antwoorden-overzichten die als bijlagen van het Haalbaarheidsonderzoek tot de stukken van het bestemmingsplan behoren. Volgend op het bestemmingsplan is of zijn omgevingsvergunningen aan de orde, zowel voor het bouwen als voor milieuaspecten. Zij kennen elk hun eigen rechtsbescherming met voorafgaande officiële bekendmakingen. 2D geluid Als dijkbewoners bevinden zij zich in een unieke positie: zij wonen ruim 5 meter boven het maaiveld en slapen 8 meter boven maaiveld. Momenteel ondervinden zij al hinder van de koelventilatoren op de datacentra, op grotere afstand als het transformator station straks, op gelijke hoogte van de slaapkamers. Dat is de huidige situatie, terwijl zij aan de gevel bijna niets horen. In de vergunningen vinden ze daar niets over terug. Ondanks alle berekeningen van adviesbureau Peutz zijn zij er niet van overtuigd, dat zij niet meer overlast krijgen. Zij verwachten dat door de vier muren van het trafostation het geluid omhooggestuwd wordt. Juist de mensen op de dijk kunnen misschien overlast ondervinden. Zie de berekeningen over de vorige opstelling met de oude spoelen.
Daardoor kregen b.v. mensen op de Aarbergerweg meer geluid te verduren. Dat stillere spoelen uitkomst bieden, is te hopen en juichen ze toe. Maar, stellen zij, het gebruik van spoelen zo dicht bij woningen blijft een experiment, waarbij de uitkomst alleen te berekenen is. Bovendien moeten deze spoelen nog ontworpen worden. Ook is niet bekend, hoe vaak deze spoelen in gebruik zullen zijn, waardoor je ze op het ene moment wel hoort en later weer niet. Mocht er toch overlast ontstaan na ingebruikstelling, wat is dan de oplossing? Graag zien zij dan toch de mogelijkheid tot het plaatsen van een dak opgenomen in het definitieve bestemmingsplan. Reactie 2D In het akoestisch onderzoek is, zoals gebruikelijk, rekening gehouden met onder meer hoogteligging van de geluidbronnen, van de relevante gevoelige bestemmingen, met de aard van het tussengelegen terrein (water, grond, glas, andere verhardingen enzovoorts. Zie voorts Reactie over Geluid, die op pagina 3 begint. 2E landschappelijke inpassing In het participatietraject over het trafostation is steeds aangegeven dat het station landschappelijk ingepast zou worden mede door de aanleg van het Geniepark. De reclamant is verbaasd dat nu alleen sprake is van beplanting in het gedeelte van 200 meter achter het trafostation.
Hij ziet graag de beplanting doorgezet tot aan de Aalsmeerderweg, maar vreest dat het lang kan duren in verband met de nog voortdurende reservering voor de parallelle Kaagbaan. Juist de aanplant van bomen langs de hele Geniedijk zal de acceptatie van het trafostation bevorderen. En op die manier worden zij als bewoners serieus genomen. Zie Reactie over Landschappelijke inpassing, die op pagina 2 begint. Conclusie reclamant 2: leidt niet tot wijziging van het plan.
Reclamant 3 geluid Voor reclamant 3 is het belangrijkst dat het trafostation meer geluid gaat opleveren dan er verwacht wordt en dat hem zijn woongenot zal worden ontnomen. Omdat zij vier meter hoger wonen dan de lncheonweg en het trafostation vier wanden heeft, denkt hij dat het geluid hierdoor omhoog zal gaan en met de wind meegevoerd zal worden, en wellicht nog meer als het fietspad naast zijn woning, dat naar het logistiek park leidt, als trekgat fungeert voor extra trafostation-geluid. Graag zou hij willen dat een nulmeting gedaan wordt door het meten van geluid bij zijn woning voordat het trafostation in gebruik genomen wordt, te verrichten door een onafhankelijk bedrijf. In verband met het geluid wordt er gesproken over het toegestane geluid op een industriegebied maar, zo stelt hij, dit gebied had tot voor kort de bestemming groen. Dat er flink gebouwd is achter het mooie park dat direct
10
achter de dijk ligt, was bekend. Maar dat er ook zoveel datacentra zouden komen, was hem niet bekend. Die horen naar zijn idee niet bij Schiphol logistiek. De datacentra zijn mede de reden dat er een tekort aan stroom is en dat er een trafostation nodig is. Maar dat er dan geluidnormen worden gebruikt van een industrieterrein, terwijl het gebied van het te plaatsen trafostation nog groen is, lijkt hem niet terecht en niet eerlijk naar de bewoners. Reactie 3 Zie Reactie over Geluid, die begint op pagina 3. Conclusie reclamant 3: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 4 4A Bouwschade Omdat zich tijdens de bouw van het trafostation schade kan voordoen, wil reclamant 4 een vooropname van alle opstallen en vergoeding van schade en van kosten die voor hem met de bouw verband houden, bijvoorbeeld met een andere werklocatie dan thuis, waar hij normaliter voltijds werkt. Reactie 4A Zie Reactie 5C 4B Calamiteitenplan Hij had in dit plan een calamiteitenplan verwacht, waarin ook goed beschreven wordt waaraan de omwonenden eventueel blootgesteld worden, met één loket voor omwonenden voor klachten, vragen en dergelijke. Reactie 4B Een calamiteitenplan maakt geen onderdeel uit van een bestemmingsplan, het hoort daarin niet thuis.
Het bevoegd gezag ziet erop toe dat TenneT en Liander zich tijdens de bouw van het trafostation houden aan de geldende wet- en regelgeving over gezondheid en veiligheid van de omgeving. Tijdens de werkzaamheden zal er één aanspreekpunt namens de gemeente en één aanspreekpunt namens TenneT en Liander beschikbaar zijn voor vragen en klachten vanuit de omgeving. Over wie dat zullen zijn, krijgen de omwonenden bericht. Geluid Bij navraag over het getoonde gebouw is het deze reclamant gebleken dat nog niet duidelijk is of de constructie en de vorm van het trafostation invloed zouden kunnen hebben op het geluidsbeeld. Het voorgenomen station krijgt hoge bliksemafleiders; deze kunnen met een bepaalde wind geluid produceren en gegevens over deze geluidsinvloeden zijn nergens terug te vinden. Er wordt, stelt hij, onzorgvuldig omgegaan wordt met het geluid, terwijl men weet dat dit de grootse zorg van omwonenden is. Reactie 4C Zie Reactie over Geluid, vanaf pagina 3. 4D nulmeting De reclamant vraagt zich af hoe het feit dat er landelijk klachten zijn over (laagfrequent) geluid, zich verhoudt tot de opmerking In de plantoelichting dat het aspect geluid geen belemmering is voor het vaststellen van het bestemmingsplan, zonder dat erbij staat welke garanties de mensen hebben die er misschien toch last van gaan krijgen.
Daarbij ook opgenomen welke stappen deze mensen kunnen ondernemen, indien er niet aan deze waarborg wordt voldaan. Om de hoeveelheid geluid in kaart te brengen, wil hij een nulmeting van het geluid over een langere tijd in meerdere perioden van het jaar, gedaan door een onafhankelijke partij en een meting na de komst van het trafostation en informatie over de manier van afhandelen. Reactie 4D Zie Reactie over Geluid en Reactie over Naleving, vanaf pagina 3.
11
4E Milieuzonering In het ontwerpbestemmingsplan zijn verschillende richtlijnen opgenomen, zonder enige consequentie indien deze niet gehaald worden. Een voorbeeld hiervan is de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering’. Hij verwacht dat in het bestemmingsplan komt te staan, dat er specifieke sancties en maatregelen genomen worden als men niet aan de richtlijn voldoet. Hierdoor voelt hij zich beter beschermd als omwonende. Reactie 4E Zie Reactie over Naleving. 4F Onafhankelijke controle van onderzoeksgegevens De reclamant heeft twijfel over de onafhankelijkheid waarmee dit plan is uitgevoerd omdat de gemeente, Tennet en Liander een totaal ander doel voor ogen hebben dan de omwonenden. Het bevreemdt hem dan ook als omwonenden vragen om een subsidie voor een onafhankelijke controle, dat er niet op korte termijn uitsluitsel is. De omwonenden moeten gerustgesteld worden dat dit plan zeer secuur is uitgevoerd en dat aan alles gedacht is om de omwonenden veilig en gezond te laten wonen. Hij verwacht dat de onafhankelijke controle kan plaatsvinden voordat het rapport definitief gemaakt wordt en men er niet ten koste van alles een haastklus van maakt. Reactie 4F De in het bestemmingsplan opgenomen externe onderzoeken zijn door de gemeentelijke deskundigen beoordeeld en akkoord bevonden.
Voor de beoordeling van de rapportage over de elektromagnetische velden heeft de gemeente zelf geen expertise in huis. We hebben een ter zake deskundig en onafhankelijk extern bureau gevraagd die voor de gemeente te beoordelen. De daarbij gemaakte opmerkingen zijn in de rapportages verwerkt. Voor zover de reclamant twijfel houdt over de juistheid van wat naar voren is gebracht in rapportages en argumentaties, heeft het hem vrij gestaan en staat het hem nog steeds vrij om zichzelf van contra-expertise te voorzien. Daarmee gemoeide kosten komen uit de aard der zaak niet voor rekening van de gemeente. Zie ook Reactie 6. 4G Onvoldoende concreetheid De reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan vol staat met onafgeronde zaken: geen specifieke gegevens, ontbrekende of halve informatie. Daardoor vindt hij het moeilijk om een concrete zienswijze in te dienen. Als voorbeelden noemt hij dat er nog geen WBR-vergunning is en dat de Gasunie nog niet gereageerd heeft op dit plan. [Een WBR-vergunning is een vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.] Reactie 4G Naar ons inzicht is voldoende bekend om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening, het centrale beginsel in de ruimtelijke ordening. Daarom vinden wij het aanvaardbaar de raad voor te stellen het bestemmingsplan vast te stellen.
Tennet en Liander verwachten hun vergunningaanvragen te doen nadat het bestemmingsplan in werking is getreden. Zij verwachten dat Rijkswaterstaat de WBR-vergunning zal verlenen, omdat het ontwerp en de uitvoering kan voldoen aan de van toepassing zijnde eisen. Hetzelfde geldt voor het aanleggen van kabels nabij leidingen van de Gasunie. 4H Overstromingsrisico Er wordt van uitgegaan dat de risicoanalyse over een overstroming voor het trafostation ‘Vijfhuizen’ [in De Liede] gelijkwaardig kan zijn aan die voor de voorgenomen locatie in Rozenburg. Maar de afstand tot de Ringvaart komt niet overeen en de hoeveelheid bewoning in de zeer dichte nabijheid is ook niet gelijkwaardig. Hij wil in het bestemmingsplan lezen wat er gedaan wordt in geval van een overstroming, ook voor de omwonenden. Reactie 4H
12
De afstand tot de Ringvaart is voor zowel trafostation Vijfhuizen als het toekomstige station aan de Incheonweg ongeveer 500 meter. In de omgeving van station in De Liede staan inderdaad minder woningen. Echter, zodra er een overstroming is ter plaatse van het trafostation dan zal deze worden uitgeschakeld. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de vestiging van een trafostation mogelijk en is niet gericht op het verschaffen van bescherming aan omwonenden in geval van een overstroming. Een bestemmingsplan heeft die functie niet. Wel geeft de risicoanalyse een beeld van de risico's voor het trafostation in De Liede. Dit is vergelijkbaar met het trafostation aan de Incheonweg. 4I Ruimtelijke inpassing De ruimtelijke inpassing van het trafostation blijkt, anders dan eerder vermeld, een bomenrij te zijn bij het water langs het terrein van het voorgenoemde trafostation in plaats van over langere afstand. Reactie 4I Zie Reactie over Landschappelijke inpassing. 4J Zonegrens De reclamant stelt dat het voorstel zonegrens In het ontwerpbestemmingsplan niet definitief is en niet specifiek. Dit dient volgens hem definitief gemaakt te worden met daarbij de exacte meetwaarden op deze grens. Reactie 4J Zie Reactie over Zonegrens op pagina 5. Conclusie reclamant 4: leidt niet tot wijziging van het plan.
Reclamant 5 5A algemeen Reclamant 5 stelt dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met het bepaalde in artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, omdat er niet uit blijkt dat voldoende is gedaan aan het voorzorgbeginsel. Dat betreft in dit geval de verplichting om burgers te beschermen tegen de gevolgen van milieuvervuiling, ook als deze niet levensbedreigend is. De overheid mag niet nalaten effectieve maatregelen te nemen die zijn gericht op het voorkomen van ernstige en onomkeerbare milieu- of gezondheidsschade. Reactie 5A Zo algemeen als deze reclamant refereert aan Europese beginselen, zo specifiek zijn wij in de planstukken en in het voorafgaande geweest over de wijzen, waarop wij ter bescherming van de omwonenden begrenzingen hebben gesteld aan de mogelijkheden die in dit bestemmingsplan zijn geregeld.
5B specifiek De reclamant geeft voorbeelden van onvoldoende duidelijkheid over de volgende onderwerpen: - Er wordt in paragraaf 5.6.1 gesproken over de geluidbelasting van de buitengevel, maar hoe staat het met de meetwaarden in de tuin?; - over eventuele hinder door geluid of laagfrequent geluid is het advies van de GGD om hierover contact te houden met de omwonenden, omdat dit risico op hinder niet uitgesloten kan worden – dit vindt hij op zich al reden genoeg om bezwaar te hebben tegen het ontwerpbestemmingsplan; - de effecten die de architectonisch vormgeving (repeterend geplaatste gevelplaten) op het geluid heeft, zijn niet meegenomen in de geluidsonderzoeken; - hetzelfde geldt voor de voorgenomen bliksemafleiders. Reactie 5B
13
Zie de Reactie over Geluid, die op pagina 3 begint. Zie over gezondheid Reactie 1. 5C bouwschade, planschade Voorts mist reclamant 5 informatie over mogelijke waardevermindering door bouwschade of planschade. Reactie 5C Bouwschade is een verschijnsel dat juridisch beheerst wordt door wetgeving over de privaatrechtelijke verhouding tussen de veroorzaker van schade en hen aan wie schade wordt berokkend. Dat is andere wetgeving dan die over ruimtelijke ordening c.q. de publiekrechtelijke aspecten daarvan, die in de Wet ruimtelijke ordening staan. Het is inherent aan een bestemmingsplan dat daarin niet het onderwerp bouwschade voorkomt. Een aannemer hoort verzekerd te zijn en schade, die uiteraard primair voorkomen moet worden, door toedoen van zijn werkzaamheden moet worden vergoed. In dit geval hebben TenneT en Liander gesteld, dat zij op alle drie elementen uit de vorige zin zullen letten en er gevolg aan geven. Gelet op de afstand tussen de eigendommen van hen die bouwschade vrezen en het beoogde trafostation zullen bouw- of aanlegactiviteiten niet in de directe nabijheid van woningen plaatsvinden. Wanneer er meer bekend is over de wijze waarop de bouw zal plaatsvinden, is voor de uitvoerend aannemer en daarmee ook de netbeheerders meer duidelijk over het risico en het voorkomen van eventuele schade aan opstallen van derden.
Tijdens de uitvoeringswerkzaamheden kan hinder worden ervaren door omwonenden en bedrijven in de vorm van bijvoorbeeld geluid- of verkeershinder. Het uitgangspunt is dat hinder zoveel mogelijk wordt beperkt. TenneT en Liander hebben aangegeven tijdig en gedurende het project afstemming te verzorgen met omwonenden en bedrijven over de planning en werkzaamheden. De gemeente heeft de taak bouwtoezicht uit te oefenen; op die taak is zij aanspreekbaar. Over planschade vermelden wij het volgende. Nu wij in onze reacties bij alle besproken onderwerpen vinden dat de belangen die gediend zijn met het plan, meer gewicht toegekend dient te worden dan de belangen die de reclamanten hebben aangevoerd, blijft over, dat misschien sprake is van planschade. De Wet ruimtelijke ordening kent een regeling over tegemoetkoming in schade die iemand lijdt ten gevolge van een bestemmingsplan, welke schade redelijkerwijs niet voor zijn rekening hoeft te blijven en voor zover de tegemoetkoming in planschade niet voldoende anderszins verzekerd is. Onze gemeente heeft een verordening, waarin criteria en de gang van zaken zijn geregeld. Een aanvraag om tegemoetkoming in planschade kan worden gedaan vanaf het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is en binnen een periode van vijf jaar vanaf dat moment.
5D Het ontwerpbestemmingsplan gaat volgens reclamant 5 voorbij aan het gegeven dat veel omwonenden voor deze locatie gekozen hebben vanwege het rustige en groene karakter van het wonen aan de ringvaart. Reactie 5D Gezien de afstand tussen de woning van deze reclamant en het nieuwe trafostation (minstens 400 m) en gelet op de uit te voeren geluidreducerende maatregelen, is het niet aannemelijk dat het trafostation te horen is. Bovendien heeft het station, dat in principe onbemensd is, een te verwaarlozen verkeersaantrekkende werking. Vanaf de positie van deze reclamant kan er nagenoeg geen zicht zijn op de voorgenomen bebouwing van het trafostation. 5E Het ontwerpbestemmingsplan houdt onvoldoende rekening met het cultuurhistorische karakter van een deel van de omgeving. De locatie van het trafostation in de beoogde omvang gaat ten koste van het welzijn van omwonenden en andere recreanten. Dat komt door het aanmerken van deze omgeving als recreatiegebied (in het Beeldkwaliteitplan Schiphol Logistics Park e.o.), de nabijheid van het Fort Aalsmeer en de beoogde ontwikkeling van de ringvaart.
14
Reactie 5E Zie Reactie over Landschappelijke inpassing. Conclusie reclamant 5: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 6 Reclamant 6 brengt de volgende redenering naar voren. Overal in Nederland is meer elektrische stroom nodig door nuttige maar stroomslurpende activiteiten. Trafostations zijn onontbeerlijk voor de elektriciteitsvoorziening, maar boezemen omwonenden angst in, die de overheid blijkt niet te kunnen wegnemen, ondanks bijvoorbeeld participatietrajecten met grote budgetten (voor dit trafostation ca € 100.000) voor haalbaarheidsstudies. Gezondheidsproblemen en daarmee waardedaling van de leefomgeving zijn veelal bij vaststelling van nieuwe bestemmingsplannen niet onderkend of niet bekend, maar komen door betere meetmethoden later aan het licht. Dus omwonenden trekken momenteel alle registers open om noodzakelijke aanpassing van belangrijke infrastructurele werken aan te vechten. Gevolg ellenlange, tenenkrommende procedures met eigenlijk alleen verliezers en op langere termijn nog meer Nederlanders die nog feller in verweer komen. Hij doet het volgende voorstel.
Die ellenlange procedures zouden voorkomen kunnen worden als bewoners financiële middelen krijgen van overheid of exploitanten van de infrastructuur om: • zich te kunnen laten bijstaan door externe en onafhankelijk deskundigen • juridische bijstand in te huren voor gevallen dat er later toch gezondheidsproblemen of nadelige effecten op de leefomgeving optreden. Daarom verzoekt hij u om het bestemmingplan voor het trafostation alleen vast te stellen als er voor de direct belanghebbenden en omwonenden financiële middelen worden gereserveerd voor in het voorstel genoemde kosten. Een verzoek hiervoor is gedaan aan de Gemeente Haarlemmermeer door Werkgroep "Aalsmeerderbrug zegt ook Nee tegen 150KV". Hierbij is gevoegd het subsidieverzoek van voornoemde werkgroep. Reactie 6 Ook in dit verband gaat op wat in Reactie 4F staat, namelijk dat het iedereen vrij staat om zichzelf te voorzien van expertise. Ook kunnen mensen en organisaties subsidie aanvragen. Een subsidieaanvraag moet aan bepaalde vereisten voldoen. Informatie daarover is te vinden op en via de volgende webpagina: https://haarlemmermeergemeente.nl/taak/subsidie-aanvragen. Wij vinden het van belang om eerst de gemeenteraad zich te laten uitspreken over de hoofdzaak, het bestemmingsplan, en niet eerst als college over een daarop vooruitlopende concretisering een besluit te nemen.
Conclusie reclamant 6: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 7 De afgelopen 160 jaar heeft de familie van reclamant 7 geprobeerd met respect voor natuur, buren en milieu steeds op eigentijdse wijze invulling gegeven aan het agrarisch bestaan. Sinds circa 25 jaar maken particulieren en bedrijven gebruik van de showkas voor grotere en kleinere bijeenkomsten. Hiermee wil hij doorgaan. Hij ziet schade ontstaan door de trafostation-plannen van de gemeente: 7A - waardevermindering grond, bedrijf, woning en leefomgeving, door wat de reclamant ziet als fundamentele beperkingen die de komst van het trafostation oplevert voor beheer en exploitatie van de Arendshoeve. Er zijn ook erfdienstbaarheden waarop het nieuwe bestemmingsplan van invloed is en die effect kunnen hebben op de bedrijfsvoering. Misschien zijn opslagmogelijkheden voor energiedragers niet meer mogelijk; ander voorbeeld: misschien is straks een kindercrèche niet meer mogelijk.
15
- bouwschade, inclusief die aan bestaande leidingen tussen de Meerlanden en zijn bedrijf. Ook bestaat in dit verband gevaar ontstaat van zoute kwel. Reactie 7A Zie Reactie 5C Voorafgaand aan de werkzaamheden zullen TenneT/ Liander overleg plegen met reclamant 7 om de raakvlakken tussen de realisatie van het station en zijn eigendommen en bedrijfsactiviteiten te bespreken. Reclamant 7 doet ook enkele verbetervoorstellen. 7B - Het zou goed zijn een aarden wal met beplanting te maken en/of een voedselbos aan te leggen; zij kunnen dienen voor visuele afscherming en minder geluid en voor beperking van waardevermindering. Reactie 7B Zie Reactie over Landschappelijk inpassing. 7C - De reclamant waardeert dat cellen vier wanden krijgt en vindt het logisch om ook op de transformatoren een dak te plaatsen. Reactie 7C Zie Reactie over Geluid. 7D - Hij beveelt hergebruik aan van restwarmte van het trafostation, volgens het voorstel van zijn zoon (zie zienswijze van reclamant 16). Reactie 7D Zie Reactie 16. 7E - Hij raadt aan om onderzoek te doen naar het inzetten van geluidgolven die het geluid dat het trafostation genereert, opheffen. Reactie 7E Zie Reactie over Geluid. 7F - Hij beveelt aan zonnepanelen op de daken van de nieuwe bebouwing te plaatsen. Reactie 7F In het ontwerp van de gebouwen van TenneT en Liander is voorzien, dat er zonnepanelen worden aangebracht.
Reclamant 7 doet ook de volgende suggesties. 7G - gelijktijdig met de trafo-uitvoeringswerkzaamheden aanleggen van een ontsluiting van zijn kas op de Incheonweg; Reactie 7G De realisatie van het trafostation en een ontsluiting van het terrein van reclamant 7 op de Incheonweg zijn twee losstaande onderwerpen. 7H - beschikbaar stellen van stroom voor fietsen, auto’s en dergelijke; 7H - teruglevering van stroom door omwonenden en omliggende bedrijven. Reactie 7H Voor de netbeheerders geldt op grond van artikel 10b van de Elektriciteitswet een verbod om elektriciteit te produceren of te leveren. Dit is voorbehouden aan de commerciële energieleveranciers. Conclusie reclamant 7: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 8
16
8A Tijdens de informatieavond op 29 september is reclamant 8 verteld dat het Geniepark alleen achter het trafostation wordt beplant en dat de percelen zonder bestemming voorlopig niet beplant worden, anders dan het beeld dan eerder is geschetst. Neemt de gemeente haar verantwoordelijkheid en maakt zij er een zo mooi mogelijk park van als beloofd, of worden er een paar zielige fruitboompjes geplant als zoethoudertje? Reactie 8A Zie Reactie over Ruimtelijke inpassing. 8B De reclamant vraagt hoe het mogelijk is dat het trafostation niet onder de reservering voor de parallelle kaagbaan gebouwd mag worden, terwijl deze nu onder aanvliegroute C36 (zwanenburgbaan) komt te liggen. Dat is een aanvliegroute die tevens gebruikt wordt om vliegtuigen die na opstijgen problemen hebben, terug te laten keren! Als het station 250 meter richting Aalsmeerderweg zou gaan, zijn een aantal van onze zorgen weggenomen. Reactie 8B Zie Reactie over Locatie. De locatie van het station ligt inderdaad in het verlengde van de Zwanenburgbaan. Vanwege de afstand (ruim 3 km) gelden er uit hoofde van het LIB geen beperkingen om een station te realiseren aan de Incheonweg. Conclusie reclamant 8: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 9 Geluid Het baart reclamant zorgen dat het geluid dat het trafostation produceert, de rust in het gebied kan wegnemen.
Reclamant is van mening dat niet wordt voldaan aan de toepasselijke criteria op basis van de Wet geluidhinder. Uit het rapport van adviesbureau Peutz blijkt dat de gemeten etmaalwaarde 46/47dB(A) is. Cliënt vindt de gebiedstypering "gemengd gebied" onjuist, stelt dat sprake is van "rustige woonwijk". Ter onderbouwing verwijst cliënt naar de visie van gemeente Haarlemmermeer omtrent de Ringdijk. In deze visie worden recreatie en rust vooropgesteld. De Aalsmeerderdijk kan niet worden aangemerkt als een hoofdinfrastructuur zoals bedoeld in de VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Er is door de gemeente voorgesteld om ter plaatse auto's juist te gast te laten zijn. De gebiedstypering "rustige woonwijk" brengt met zich mee dat de afstand tot het trafostation minimaal 300 meter moet zijn. Elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen tussen 200 en 1000 MVA vallen onder de milieucategorie 4.2. De kortste afstand van het station (inrichtingsgrens) tot de dichtstbij gelegen woning (Aalsmeerderdijk 455 B-12) bedraagt echter circa 220 meter. Er is dus wel degelijk een berekening vereist van de geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen.
Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' gelden de volgende maximale waarden: - 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde) - 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde) - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Daar de etmaalwaarde boven de 45 dB(A) uitkomt, is er geen sprake van een geschikte locatie. Door middel van vier kabelcircuits kan 1050 MVA naar het eerste station worden getransporteerd. Daar het trafostation geschikt is voor meer dan 1000 MVA, moet het trafostation op basis van het transformatorvermogen worden ingedeeld in een hogere milieucategorie. Dit brengt met zich mee dat het trafostation op een nog grotere afstand (milieucategorie 5.1 500 meter) moet worden geplaatst. Omdat woningen dichterbij staan dan de genoemde afstanden, is er geen sprake van een geschikte locatie. Mocht de gemeente van mening zijn dat er wel sprake is van een gemengd gebied en aan de geluidsnormen wordt voldaan, verzoekt hij om minder transformatoren toe te staan. Dit zal de geluidshinder aanzienlijk verminderen. Hoewel geluidsoverlast voor iedereen anders wordt ervaren, is het constante geluid dat een trafostation produceert, niet wenselijk in de buurt van woningen.
17
Reactie 9 Zie Reactie over Geluid Conclusie reclamant 9: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 10 1 Geluid Als leek is het lastig de geluidsrapporten te begrijpen die door bureau Peutz zijn opgesteld. Reclamant 10 zou graag een nulmeting zien op de erfgrens van de tuin om zo te kunnen bepalen of later, na ingebruikname van het trafostation, het geluid inderdaad binnen de normen blijft zoals in de rapporten is vermeld. Hij is bang voor een laagfrequente bromtoon en alleen met een nulmeting vertrouwt hij op een eerlijke rechtsgang. 2 Locatiekeuze Reclamant vindt het onbegrijpelijk dat er voor een locatie wordt gekozen op 220 meter afstand van woningen terwijl er een prima alternatief was in 2018, namelijk locatie 2B langs de snelweg A4. Hij heeft van TenneT en Liander begrepen dat zij in 2018 zeer content waren met die locatie. Oplossing is station 250 meter richting Aalsmeerderweg! Reactie 10 Zie Reactie over Geluid en Reactie over Locatie. Conclusie reclamant 10: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 11 De twee families die tezamen reclamant 11 zijn, vinden het vreemd, dat deze locatie verkozen is boven eerdere locaties verder verwijderd van woongebied.