Bijlage 1 Nota van zienswijzen 'Beleidskader microturbines' en geanonimiseerde zienswijzen
Tekst van het document
Beleidskader Microtubines Nota van zienswijzen
Colofon Tekst, vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl
Fotografie Beeldbank Haarlemmermeer
<Klik hier en kies datum>
Inhoudsopgave 1.
Procedure ........................................................................................................................................................... 4 1.1 Wat vooraf ging ...................................................................................................................................................... 4 1.2 Proces ..................................................................................................................................................................... 4
2.
Beoordeling zienswijzen ...................................................................................................................................... 5 2.1 Reclamant 1 ............................................................................................................................................................ 5 2.1.1 Uniforme voorwaarden microturbine............................................................................................................. 5 2.2 Reclamant 2 ............................................................................................................................................................ 5 2.2.1 Onderzoek effecten microturbines op vogels en vleermuizen ....................................................................... 5 2.2.2 Kijk goed naar mogelijkheden voor zonne-energie opwek ............................................................................. 5 2.2.3 Sta geen microturbines toe in en nabij natuurgebieden ................................................................................ 6 2.2.4 Zorg voor een goede omgang met cumulatie ................................................................................................. 6 2.2.5 Plaats de microturbines niet in het verlengde van of nabij houtsingels en bomen ........................................
7 2.2.6 Plaats microturbines buiten de groene aankleding op het agrarisch bouwperceel ....................................... 7 2.2.7 Plaats de microturbines niet nabij vliegroutes/uitvliegopeningen van gebouwen ........................................ 7 2.2.8 Vereis aanpassingen aan de microturbine ...................................................................................................... 8 2.3 Reclamant 3 ............................................................................................................................................................ 8 2.4 Reclamant 4 ........................................................................................................................................................... 8 2.4.1 Spaarnwoude – geen ruimte voor boederijmolens ........................................................................................ 8 2.4.2 Plaatsing turbines op erf 1/2 ........................................................................................................................... 9 2.4.3 Plaatsing turbines op erf 2/2 ........................................................................................................................... 9 2.4.4 Ashoogte van de boederijmolen .....................................................................................................................
9 2.4.5 Combinatie met zonnepanelen 1/2 .............................................................................................................. 10 2.5 Reclamant 5 .......................................................................................................................................................... 10 2.5.1 Combinatie met zonnepanelen 2/2 .............................................................................................................. 10 2.5.2 Eigen gebruik ................................................................................................................................................. 10
3.
(Ambtshalve) wijzigingen ...................................................................................................................................12
1. Procedure 1.1
Wat vooraf ging
Op 2 februari 2023 heeft de raad unaniem de motie ‘Na wind komt zonneschijn’ aangenomen, gericht op het mogelijk maken van het plaatsen van microturbines voor inwoners en ondernemers in Haarlemmermeer. Om de behoefte aan beleid voor microturbines in onze gemeente verder te peilen, is er overleg geweest met de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland en zijn er bijeenkomsten georganiseerd via Tegenstroom voor potentiële belanghebbenden. Ook is het onderwerp tijdens het bestuurlijk agrarisch overleg besproken. Uit de ontvangen reacties blijkt interesse in microturbines voor agrarische of andere bedrijven in het landelijk gebied. Het ontwerpbeleid is vervolgens gemaakt in lijn met bestaande visies en documenten van Haarlemmermeer en volgt de provinciale handreiking Wind op Land. Het ontwerpbeleidskader heeft van 26 juni tot en met 15 september 2024 ter inzage gelegen.
1.2
Proces
De publicatie van het ontwerpbeleidskader microturbines werd op 24 juni 2024 bekend gemaakt op de gemeentelijke website. De bekendmaking is ook geplaatst in het Gemeenteblad (officielebekendmakingen.nl) op 1 juli 2024. (Dit betrof het Gemeenteblad 2024, 281695). Het ontwerpbeleidskader microturbines heeft vanaf 26 juni 2024 tot en met 15 september 2024 ter inzage gelegen. In deze periode konden zienswijzen op het ontwerpbeleidskader worden ingediend. Er zijn vijf zienswijzen ingediend. De indieners van de zienswijzen noemen wij hierna reclamanten. In deze nota krijgen de reclamanten een nummer. Daarmee voorkomen we dat er persoonsgegevens (zoals de naam of het adres) in deze nota staan en zo openbaar worden. Daarmee voldoen we aan de privacyregels. Wij geven aan de reclamanten aan welk nummer ze hebben gekregen. Op deze manier kunnen ze de reactie op hun zienswijze makkelijk terugvinden. Wij hebben de raadsleden van een vertrouwelijk overzicht voorzien van de benodigde gegevens van de reclamanten. Het nummer van de reclamanten komt overeen met de nummering die wij hebben aangehouden in het overzicht dat naar de raadsleden is gestuurd. Per reclamant is de ingediende zienswijze in subonderwerpen verdeeld. Onder elk subonderwerp staat onze reactie. In deze reactie geven wij aan of de ingediende zienswijze tot een wijziging van het beleidskader leidt.
Wanneer dit het geval is, dan geven wij ook aan welke wijziging wordt doorgevoerd.
Ontvankelijkheid De zienswijzen van reclamant 1, 2, 3, 4 en 5 zijn tijdig ingediend. Wij verklaren deze zienswijzen daarom ontvankelijk.
2. Beoordeling zienswijzen 2.1
Reclamant 1
2.1.1
Uniforme voorwaarden microturbine
De voorwaarden ten aanzien van de microturbine laten wat betreft reclamant te veel ruimte voor interpretatie en zijn daarmee te weinig transparant en uniform. Reclamant stelt voor om voorwaarden 5 (rank silhouet) en 6 (ingetogen kleurgebruik) te laten vervallen en te wijzigen in bijvoorbeeld: ‘De microturbine is ontworpen conform de vereisten van de NEN-EN_IEC 61400-2. Dit voorkomt discussies over hoe een erfwindmolen eruit zou moeten zien. Bovendien wordt bovenstaande ook vereist in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).” Reactie De NEN-norm 61400-2 is inderdaad van toepassing op kleine windturbines en bevat normen voor een ontwerp van de windturbine gelet op externe veiligheid. De voorwaarden uit het beleidskader zijn aanvullend hierop en doen niet af aan de ontwerpeisen uit de NEN-norm. Conclusie Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.2
Reclamant 2
2.2.1
Onderzoek effecten microturbines op vogels en vleermuizen
Reclamant wijst op een pilotonderzoek van Ecosensys in 2019 waaruit blijkt dat microturbines, zeker in verhouding tot hun bijdrage aan de RES-doelstelling, waarschijnlijk leiden tot een verhoogd aantal aanvaringsslachtoffers ten opzichte van reguliere windmolens. Reclamant raadt aan om in te zetten op onderzoek naar de effecten van microturbines op vogels en vleermuizen. De eventuele plaatsing van microturbines in Haarlemmermeer zou kunnen bijdragen aan het algemene kennisniveau door verder onderzoek een voorwaarde voor toestemming te maken. Reactie Ten opzichte van de RES-doelstellingen is de bijdrage van microturbines inderdaad beperkt. De opgewekte energie hangt af van de locatie van de microturbine, de rotordiameter en de lokale windsnelheden. Microturbines voorzien wel in een behoefte, vooral in de agrarische sector. Het voordeel van zon- en windenergie is dat deze direct voor eigen gebruik kan worden benut. Gebruikers zijn minder afhankelijk van energiemaatschappijen en energieprijzen. Uit het in Groningen uitgevoerde onderzoek naar de invloed van erfturbines op vogels en vleermuizen blijkt dat vleermuizen en vogels waarschijnlijk vaker verongelukken door kleine windturbines dan eerder gedacht. Vervolgonderzoek, mede gefinancierd door de provincie Noord-Holland en andere provincies, loopt tot eind 2024.
Op basis van de uitkomsten kunnen beleidswijzigingen worden doorgevoerd door de provincie Noord-Holland. Wij houden dit in de gaten en voeren zo nodig ook wijzigingen door in het beleid. Conclusie Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.2.2
Kijk goed naar mogelijkheden voor zonne-energie opwek
De mogelijkheden voor het installeren van zonnepanelen op daken dienen eerst te worden onderzocht, aangezien zonnepanelen op daken minder impact hebben op de kwaliteiten van de omgeving. Reclamant verzoekt in het beleidskader vast te leggen welke gronden een valide reden zijn om microturbines te verkiezen boven zonnepanelen en raadt aan om hierin objectief en streng te zijn. Reactie Vanwege de impact op de omgeving gaat de voorkeur uit naar zonnepanelen, maar we willen de ontwikkeling van microturbines niet belemmeren als zonnepanelen niet mogelijk zijn. Het is vooraf niet mogelijk alle situaties te overzien en daarom is het wenselijk om dit in de specifieke situatie te kunnen beoordelen. Wij begrijpen de behoefte
aan duidelijkere richtlijnen voor de verantwoording. Wij gaan daarom (deels) in bovenstaand punt mee. Wel vinden wij het van belang om ook beslisruimte per specifiek geval te houden. Conclusie: Het beleidskader wordt aangepast. Op pagina 8 van het Ontwerpbeleidskader microturbines stond: “De mogelijkheden voor het installeren van zonnepanelen op daken dient eerst te worden onderzocht, aangezien zonnepanelen op daken minder impact heeft op de kwaliteiten van de omgeving. Als er geen zonnepanelen aanwezig zijn, dient bij de aanvraag te worden toegelicht waarom niet eerst zonnepanelen zijn geïnstalleerd. Het college weigert de aanvraag als dit onvoldoende overtuigend is gemotiveerd en naar het oordeel van het college de installatie van zonnepanelen voorrang moet worden gegeven.” Dit wordt: “De mogelijkheden voor het installeren van zonnepanelen op daken dient eerst te worden onderzocht, aangezien zonnepanelen op daken minder impact heeft op de kwaliteiten van de omgeving. Als er geen zonnepanelen aanwezig zijn, dient bij de aanvraag te worden toegelicht waarom niet eerst zonnepanelen zijn geïnstalleerd. De aanvrager onderbouwt waarom zonnepanelen geen reële optie zijn en gaat in deze bebouwing bijvoorbeeld in op de benodigde aanpassingen aan het dak, dan wel het aansluitpunt en de terugverdientijd van de zonnepanelen ten opzichte van een microturbine.
Het college weigert de aanvraag als dit onvoldoende overtuigend is gemotiveerd en naar het oordeel van het college de installatie van zonnepanelen voorrang moet worden gegeven.”
2.2.3
Sta geen microturbines toe in en nabij natuurgebieden
Reclamant verzoekt geen microturbines toe te staan in en nabij natuurgebieden. Het beleidskader onderschrijft deze aanbeveling: “De microturbine staat op voldoende afstand van beschermde landschappelijk waardevolle elementen en structuren zoals het Natuurnetwerk Nederland, zodat daar geen onevenredig afbreuk aan wordt gedaan.” Reclamant raadt aan specifieker te benoemen om welke elementen en structuren dit gaat. Denk hierbij niet alleen aan Natuurnetwerk Nederland of Natura-2000 gebieden, maar ook aan ganzenrustgebied, groene contour, weidevogelkerngebied, waardevolle houtopstanden of andere houtopstanden. Reclamant verzoekt daarnaast natuuronderzoek uit te laten voeren om te bepalen wat een goede minimale afstand van een microturbine tot natuurgebieden is. Reactie Er is bewust voor gekozen om geen specifieke kwalificatie te geven van de verschillende beschermingsregimes. Hiermee wordt voorkomen dat het microturbinebeleid gaandeweg niet meer aansluit op wijzigingen in beleid, wetgeving en (instandhoudings)doelstellingen met betrekking tot beschermde landschappen en natuur. Wijzigingen die kunnen zien op naamgeving, wettelijke kaders en regels, kwantificatie en kwalificatie van gebieden en doelsoorten. Wij wijzigen de geciteerde tekst, omdat het criterium "voldoende afstand” een onvoldoende specifiek criterium is.
De tekst wordt aangepast zodat wordt gewaarborgd dat de vastgestelde waarden van beschermd landelijk gebied niet worden geschaad. Hiermee is er op voorhand geen sprake van een afstandscriterium. Dit laat onverlet dat een kwalitatieve beoordeling, waarin afstand een relevante factor kan zijn, noodzakelijk blijft. Conclusie Het beleidskader wordt aangepast. Op pagina 6 wordt de volgende tekst vervangen: “(Beschermd) natuurgebied: De microturbine staat op voldoende afstand van beschermde landschappelijk waardevolle elementen en structuren zoals het Natuurnetwerk Nederland, zodat daar geen onevenredig afbreuk aan wordt gedaan.” door: “Microturbines zijn enkel mogelijk als de vastgestelde waarden van beschermd landelijk gebied zoals het Natuurnetwerk Nederland niet worden geschaad. Uit de Omgevingsverordening van de Provincie NoordHolland blijkt wat de waarden zijn voor het Natuurnetwerk Nederland en ander beschermd landelijk gebied.”
2.2.4
Zorg voor een goede omgang met cumulatie
Reclamant adviseert om te bepalen hoeveel microturbines er maximaal wenselijk zijn in een gebied en daarbij het maximum aantal microturbines in een gebied te baseren op de staat van instandhouding van relevante soorten. Neem hierbij bij voorkeur de staat van instandhouding die bepaald is na plaatsing van microturbines die al in het gebied staan. Als dat niet kan dan tellen de microturbines die geplaatst zijn na de laatste vaststelling van de staat van instandhouding mee in de cumulatie van mogelijke slachtoffers.
Reactie Op voorhand het aantal microturbines in het een gebied bepalen is niet mogelijk als populaties van beschermde soorten niet of onvoldoende in beeld zijn, alsmede de impact van te plaatsen microturbines. Hierbij kan cumulatie ook optreden met andere ruimtelijke ingrepen dan microturbines. Initiatiefnemers moeten een quickscan en mogelijk aanvullend onderzoek doen om inzichtelijk te maken in hoeverre er beschermde functies geschaad kunnen worden door een gewenste microturbine. Onderdeel van het toetsingskader van een eventueel te verkrijgen omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit is het effect op de staat van instandhouding. Bij de vergunningverlening moet cumulatie worden betrokken. Conclusie Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.2.5
Plaats de microturbines niet in het verlengde van of nabij houtsingels en bomen
Ecosensys beschrijft in hun vervolgonderzoek uit 2022 nog een aantal maatregelen die mogelijk effectief zijn om aanvaringsslachtoffers te verminderen. Bij al deze maatregelen geldt wel dat er nog geen onderzoek is verricht naar hun effectiviteit. Reclamant brengt deze aanbevelingen onder de aandacht. Locaties in het verlengde van of nabij houtsingels en bomen zijn bij uitstek locaties waar vleermuizen foerageren. Om vleermuisslachtoffers te voorkomen kunnen microturbines het beste op grotere afstand (>20 meter) van dergelijke landschapselementen worden geplaatst, zo stelt reclamant. In het beleidskader is een afstand van 10 meter aangehouden. Reclamant beveelt aan deze afstand te verdubbelen. Reactie In de ruimtelijke plaatsingscriteria is onder 4.3, sub d opgenomen dat de microturbine op minimaal 10 meter dient te worden geplaatst, met een maximale toegestane afstand van 30 meter van het erf en op het bouwperceel. Uit de literatuur is nog geen kwantificering bekend waarbij er sprake is van een algemeen toepasbare veilige afstand; dit is soort-, locatie- en functiespecifiek. De 10 meter betreft daarom een ondergrens, onafhankelijk van de aangetroffen soort en functie. Als de quickscan en eventueel benodigd aanvullend onderzoek beschermde waarden aantonen die een grotere afstand noodzaken, dient dit te worden aangehouden.
Als er dan niet kan worden voldaan aan het criterium >10, < 30 meter is de microturbine niet vergunbaar. Conclusie Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.2.6
Plaats microturbines buiten de groene aankleding op het agrarisch bouwperceel
Op en rond een agrarisch bouwperceel is meer activiteit van boerenerfvogels te verwachten dan daarbuiten. Hetzelfde geldt voor de vleermuis. Je zou de microturbines daarom het liefst buiten het agrarisch bouwperceel plaatsen. Helaas lijkt dit in strijd met de Omgevingsverordening NH2022. Reclamant verzoekt om binnen het agrarisch bouwperceel te zoeken naar een locatie waar zo min mogelijk erfbeplanting staat. Reactie Vanuit landschappelijk oogpunt is het wenselijk de microturbine zoveel mogelijk te plaatsen binnen de visuele begrenzing van het erf- en bebouwingsensemble. Als de quickscan en eventueel benodigd onderzoek beschermde waarden aantonen die een andere positionering noodzaken, dient die te worden aangehouden. Dit volgt uit 4.3, sub d, van de ruimtelijke plaatsingscriteria van het beleidskader. Wij passen het beleidskader aan zodat duidelijk is dat hiermee wordt afgeweken van het eerstgenoemde uitgangspunt. Conclusie Het beleidskader wordt aangepast. Onderdeel 4.3, sub d, van de ruimtelijke plaatsingscriteria komt te luiden: i.
2.2.7
“de microturbine wordt, in afwijking van het bepaalde onder 4.3, sub a van de ruimtelijke plaatsingscriteria, niet nabij gebouwen en in/nabij lijnvormige elementen en erfbeplanting geplaatst, indien uit de ecologische quickscan (plus evt. aanvullend onderzoek) blijkt dat een effect op beschermde natuurwaarden niet kan worden uitgesloten. (...)”
Plaats de microturbines niet nabij vliegroutes/uitvliegopeningen van gebouwen
Het is wenselijk om bij het bepalen van de locatie van de microturbine rekening te houden met gebouwbewonende vogelsoorten. Dit zijn soorten zoals de kerkuil, torenvalk, spreeuw, huis- en boerenzwaluw. Zij vliegen vaak op
specifieke punten in en uit het gebouw. Reclamant adviseert daarom microturbines liever niet te plaatsen in de vliegbaan van en naar de broedplaats van gebouwbewonende vogelsoorten, maar daar waar de minste vogel- en vleermuisbewegingen te verwachten zijn. Reactie Een beleidskader kan geen ruimere activiteiten toestaan dan wettelijk toegestaan. De plaatsing van een microturbine mag dus geen beschermde verblijfs- en rustplaatsen en/of essentiële vliegroutes/foerageergebied aantasten. Indien uit de quickscan en eventueel benodigd aanvullend onderzoek blijkt dat er beschermde waarden aanwezig zijn dient de microturbine zo te worden geplaatst dat deze waarden niet worden geschaad. Conclusie Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.2.8
Vereis aanpassingen aan de microturbine
Reclamant wijst erop dat op de staart van de EAZ-windturbine birdspikes / meeuwenpinnen aangebracht kunnen worden. Zo wordt voorkomen dat roofvogels of uilen op de microturbine landen. Reactie De aanbevelingen vanuit het eerder uitgevoerde onderzoek door Ecosensys zijn innovatieve ideeën en er is nog geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de maatregelen. We houden de ontwikkelingen in de gaten en zullen zo nodig het beleidskader aanpassen. In het beleidskader voegen wij informatie toe over het eerder uitgevoerde onderzoek. Conclusie Het beleidskader wordt aangepast. Op pagina 14 is informatie toegevoegd over de aanbevelingen uit het in 2022 uitgevoerde onderzoek door Ecosensys.
2.9 Voorkom extra vestiging van muizen onder de microturbine Een opvallende bevinding uit het vervolgonderzoek van Ecosensys in Groningen en Friesland is dat er onder microturbines vaker muizengaten van veldmuizen werden gevonden dan elders in de omgeving. Deze veldmuizen kunnen roofvogels en uilen aantrekken die tijdens het foerageren in de rotorbladen terecht kunnen komen. Om dit te voorkomen is het een idee om onder de microturbine vegetatie aan te leggen die minder aantrekkelijk is voor veldmuizen. De aanleg van ‘overhoekjes’ voor veldmuizen op grotere afstand van de windturbine kan stimuleren dat veldmuizen zich daar vestigen. Reactie Wij verwijzen naar onze reactie onder 2.8. Conclusie Het beleidskader wordt aangepast. Wij verwijzen naar de conclusie onder 2.8.
2.3
Reclamant 3
Reclamant 3 denkt dat het een goed plan is om de windturbines neer te zetten. Het waait hier in ons landje bijna altijd en men kan er maar beter profijt van hebben. Reactie De positieve reactie wordt gewaardeerd. Conclusie: Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.4
Reclamant 4
2.4.1
Spaarnwoude – geen ruimte voor boederijmolens
Reclamant wijst erop dat op pagina 7 van het beleidskader Spaarnwoude blauw is gearceerd. Blauw staat voor (beschermd) natuurgebied. Dit betekent dat er geen ruimte is voor boerderijmolens. "Echter staat op pagina 8 de vermelding dat ‘microturbine op voldoende afstand staat van beschermde structuren als het natuurnetwerk
Nederland. Zodat er geen onevenredige afbreuk aan wordt gedaan.’ Wij vinden de formulering omtrent afstandscriteria te strikt. Ons voorstel is om de tekst aan te passen en te vermelden dat boerderijmolens mogelijk zijn, mits er geen afbreuk wordt gedaan aan de kernkwaliteiten en structuren van het Natuurnetwerk Nederland.” Reactie Wij verwijzen naar onze reactie onder 2.2.3. Conclusie: Het beleidskader wordt aangepast. Wij verwijzen naar onze conclusie onder 2.2.3.
2.4.2
Plaatsing turbines op erf 1/2
Reclamant heeft vragen bij het voorstel om de molen standaard in zuidwestelijke richting te plaatsen. “Hoewel de zuidwestenwind vaak dominant is, kunnen andere factoren, zoals de aanwezigheid van gebouwen of woningen aan de zuidwestkant van het erf, een andere plaatsing wenselijk maken. Wij vragen om meer ruimte te bieden voor plaatsing op een alternatieve locatie waar ook voldoende wind uit andere richtingen kan worden opgevangen.” Reactie De gemeente kan zich vinden in de argumentatie van reclamant. Het stuk over zuidwestelijke richting wordt dan ook geschrapt. Conclusie: Het beleidskader wordt aangepast. Op pagina 10 van het Ontwerpbeleidskader Microturbines stond: “De microturbine wordt in principe aan het zuidwesten van het bouwperceel geplaatst. Op deze locatie kan de turbine de meeste wind opvangen, wat resulteert in de meest optimale toedeling van de functie aan de locatie.” Dit stuk vervalt.
2.4.3
Plaatsing turbines op erf 2/2
Reclamant wil graag aanvullende mogelijkheden benadrukken voor plaatsing buiten de erfsingel, zodat de turbines op windrijke locaties kunnen worden geplaatst. “Ook in andere provincies wordt de molen buiten, maar in de nabijheid van de erfsingel gebouwd, wat op een landschappelijk verantwoorde manier kan gebeuren. Wij stellen voor om aanvullende voorwaarden te formuleren die een balans bieden tussen het behoud van het landschap en het productieve karakter van de omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan een minimale afstand van de boerenerfmolen tot de openbare weg of het aanplanten van struweel langs akkergrenzen om de molens deels aan het zicht te onttrekken. Deze aanpak voorkomt verrommeling van het landschap en draagt tegelijkertijd bij aan de verduurzaming van agrarische bedrijven.” Reactie In de OmgevingsverorderdingNH2022 (artikel 6.37) staat dat de [kleine] windturbine kunnen worden gebouwd in het landelijk gebied op een agrarisch bouwperceel of op een bouwperceel van ten minste 1 hectare waar een stedelijke activiteit is toegestaan. Wij zijn daarom gebonden aan plaatsing op het bouwperceel. Daarnaast staat in de Visie polderlinten Haarlemmermeer het volgende: “Voor de bebouwing zijn met name de principes voor een ‘agrarisch productie-erf’ en een ‘traditioneel erf’ relevant (3.5). Naar de weg presenteert de bebouwing zich met representatieve gevels en tuinen.
Aan de achterzijde is voldoende ruimte voor de agrarische productieprocessen en ruimte voor de plaatsing van een kleine windturbines (tot 15 meter).” Conclusie: Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.4.4
Ashoogte van de boederijmolen
“In het ontwerpbeleidskader wordt een maximale ashoogte van 15 meter voor boerderijmolens genoemd, conform de provinciale regels. [Reclamant] pleit echter voor een verhoging naar 35 meter omdat dit meer keuze biedt tussen verschillende leveranciers en een hogere energieopbrengst oplevert, vooral voor grotere bedrijven. Een ashoogte van 15 meter is vooral geschikt voor kleine melkveebedrijven, terwijl dit voor grotere bedrijven onvoldoende aansluit bij de energiebehoefte. Op basis van CBS-cijfers over bedrijven per sector en omvang blijkt dat met het beleid van 15 meter ashoogte slechts enkele boerderijmolens gerealiseerd gaan worden. Daarom hebben we bij de provincie al langer gepleit voor 35 meter en hopen we dat de gemeente dit ook ondersteunt. We wijzen daarbij op het proces in Zuid-Holland, waar een verhoging naar 35 meter tiphoogte wordt onderzocht. Hoewel de gemeente provinciaal beleid volgt, zou een pilotproject met een hogere ashoogte waardevolle inzichten bieden in de impact op energieopbrengst en landschap en tegelijkertijd innovatie bevorderen.” Reactie
Wij nemen de provinciale instructieregels in acht en kunnen daar niet van afwijken. Ontwikkelingen op dit gebied worden echter met interesse gevolgd. Conclusie: Dit punt leidt niet tot aanpassing van het beleidskader.
2.4.5
Combinatie met zonnepanelen 1/2
Reclamant stelt het volgende: “Het ontwerpbeleidskader stelt dat de mogelijkheden voor zonnepanelen op daken eerst moeten worden onderzocht voordat een boerderijmolen geplaatst mag worden. Als zonnepanelen ontbreken of niet kunnen worden geïnstalleerd moet de ondernemer dit overtuigend motiveren, anders kan de aanvraag worden afgewezen. Echter, het beleidsstuk geeft geen duidelijke richtlijnen voor wat een ‘voldoende gemotiveerde’ verantwoording inhoudt, wat leidt tot onzekerheid en de kans op willekeurige beoordelingen. Wij vinden deze benadering te star en niet goed afgestemd op de praktijk. Het verplicht stellen van een zonnepanelenonderzoek houdt onvoldoende rekening met bedrijfsspecifieke factoren, zoals beperkt geschikt dakoppervlak of de beperkingen aan de kant van energiebedrijven, bijvoorbeeld door netcongestie. We pleiten daarom voor meer flexibiliteit, zodat ondernemers de beste duurzame energieoplossing kunnen kiezen op basis van hun bedrijfsvoering en verzoeken om deze voorwaarde te herzien. We willen graag een voorstel doen voor de voorwaarden rondom de onderzoeksverplichting voor zonnepanelen. Een boerderijmolen zou eerder moeten worden toegestaan dan zonnepanelen in de volgende gevallen: •Indien de doorlooptijd voor het verzwaren van kabels langer dan één jaar duurt.
•Als het verhogen van de teruglevercapaciteit of het gecontracteerde vermogen (vooral in congestiegebieden) langer dan één jaar duurt. •Indiende benodigde aanpassingen aan het dak voor zonnepanelen onevenredig duur zijn in verhouding tot de verwachte opbrengst. •Als het verzwaren van de aansluiting meer dan één jaar kost. •Wanneer de terugverdientijd van zonnepanelen langer is dan die van een boerderijmolen. Met deze aanpassingen wordt beter rekening gehouden met de praktische beperkingen van agrarische bedrijven en kunnen duurzame energieoplossingen zonder onnodige vertraging worden doorgevoerd.” Reactie Wij verwijzen naar onze reactie onder 2.2.2 Conclusie: Het beleidskader wordt aangepast. Wij verwijzen naar onze conclusie onder 2.2.2
2.5
Reclamant 5
2.5.1
Combinatie met zonnepanelen 2/2
Reclamant heeft bezwaar tegen paragraaf 1 van 2.3.1 van de gebruikersvoorwaarden. Reclamant geeft aan dat de gebruikersvoorwaarde dat het installeren van zonnepanelen op daken eerst moet worden onderzocht, aan een aantal belangrijke zaken voorbijgaat, die het voor de aanvrager onnodig moeilijk zouden kunnen maken om een vergunning voor een microturbine aan te vragen, en mogelijk hoge kosten voor het aantonen of door allerlei hoepels springen om iets voor elkaar te krijgen. Gezien de wens van de overheid maar ook van bedrijven om te verduurzamen, is het wenselijk om de keuze aan de ondernemers te laten, en deze zal zelf heel goed kunnen bepalen wat op zijn locatie het beste is, hij draagt immers ook het risico van de investering. Ook zal het vergunning en aanvraagproces toegankelijker en overzichtelijker worden.
Reactie Wij verwijzen naar onze reactie onder 2.2.2 Conclusie: Het beleidskader wordt aangepast. Wij verwijzen naar de conclusie onder 2.2.2
2.5.2
Eigen gebruik
Reclamant vindt dat gebruikersvoorwaarde 3 (“De microturbine is uitsluitend voor eigen gebruik en wordt niet primair gebruikt om energie te leveren aan het net”) zou moeten vervallen. Dit zou een eigen keuze dienen te zijn.
Reactie In vergelijking met grote windturbines is het vermogen van microturbines relatief klein. Ze zijn daardoor vooral geschikt voor eigen gebruik en liggen niet voor de hand als oplossing voor het primair leveren van energie aan het net. Het terugleveren aan het net bij overproductie, wordt door deze gebruiksvoorwaarde echter niet belemmerd. De formulering wordt in het definitieve beleidskader aangepast om dit laatste uitdrukkelijker te benadrukken. Conclusie: Dit punt leidt tot aanpassing van het beleidskader. Op pagina 8 van het Ontwerpbeleidskader microturbines stond: “De microturbine is uitsluitend voor eigen gebruik en wordt niet primair gebruikt om energie te leveren aan het net.” Dit wordt: “De microturbine is in de basis bedoeld voor eigen gebruik en wordt niet primair gebruikt om energie te leveren aan het net.”
3. (Ambtshalve) wijzigingen In het beleidskader zijn diverse (ambtshalve) wijzigingen doorgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste vermeld. Correcties van verwijzingen, typfouten, nummeringen en dergelijke ondergeschikte aanpassingen zijn niet vermeld. De introductie van de kansenkaart op pagina 6 van het beleidskader is aangepast. “De kansenkaart toont aan welke locaties worden gezien als landelijk gebied in Haarlemmermeer. Gezien microturbines alleen in het landelijk gebied geplaatst mogen worden, toont de kaart de kansrijke gebieden kansrijk zijn voor microturbines.” De kansenkaart op pagina van 6 van het beleidskader is aangepast. De blauwe markering nabij Abbenes is verwijderd, omdat dit gebied moet vallen onder landelijk gebied en niet onder natuurgebied. De beschrijving in de legenda onder 6 is aangepast: “Beschermd natuurgebied: (BLAUW: In dit landelijk gebied is geenmogelijk ruimte voor microturbines onder bepaalde voorwaarden. Let op: Dit gebied valt voor een groot deel binnen Natuurnetwerk Nederland)” De toelichting op de afbeelding van de kansenkaart is aangepast. “Afbeelding 4: Deze kansenkaart toont aangeeft grof weer op welke locaties worden gezien als potentieel landelijk gebied om microturbines te plaatsenmogelijk zijn en waar er beperkingen zijn. De kaart is een indicatie.
Landelijk gebied kan door het zijn van een transformatiegebied wijzigen in niet-landelijk gebied (4. In de legenda). Deze kaart bevat daarnaast ook geen nuances en uitzonderingsgevallen. Bron: Polderlintenvisie, p.12. “ In plaats van uitgesloten gebieden en (mogelijk) uitgesloten gebieden, is er nu onderscheid gemaakt tussen uitgesloten gebieden en gebieden met beperkingen. Natuurgebieden zijn verplaatst van uitgesloten gebieden naar gebieden met beperkingen. Op pagina 14 van het beleidskader zijn de uitgangspunten ecologie verwijderd, omdat deze zijn opgenomen in het beleidskader.
windmófèns .
op maat b.v. Paaptilsterweg 29 Oldenzijl
9986XP
(geanonimiseerd) www.windmolensopmaat.nl (geanonimiseerd)@windmolensopmaat.nl
Gemeente t.a.v.
Haarlemmermeer
Burgemeester
Postbus
250
2130AG
Hoofddorp
en
wethouders
Datum:
08-07-2024
Betreft:
Zienswijze
Geacht
Beleidskader Microturbines
Haarlemmermeer
college,
Onlangs heeft u het Beleidskader Microturbines Haarlemmermeer ter inzage gelegd. Wij zijn erg blij dat de gemeente dit plan heeft geschreven waarmee het makkelijker wordt voor ondernemers
Wij hebben
om
vergunning
een
echter ook
een
U wilt ruimte bieden
aan
dit beleidskader
u
van
wilt
de microturbine
weinig transparant
voor
transparantie
uniform. Wij zijn lid
zich
ruimte
van
onderdeel
door
NedZero,
interpretatie
rotoroppervlak
Internationale
Wij stellen
IEC 61400-2
voor
om en te
laten vervallen vereisten
van
eruit
moeten
zou
activiteiten
in
wijzigen
Bovendien
dan
ook
om
onze
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Namens
(rotordiameter
maximaal
5 (rank
en
bijvoorbeeld:
de NEN-EN-IEC 61400-2.
u
Windmolens
de
de
van
het
agrarische ashoogte met een 16 meter) conform de
silhouet)
Dit voorkomt
wordt
6
(ingetogen kleurgebruik)
‘De microturbine discussies
bovenstaande
is ontworpen over
hoe
op Maat
B.V.
kanttekeningen
een
ter harte
te
nemen.
te
conform
de
erfwindmolen
ook vereist in het Besluit
leefomgeving (Bal)
Wij verzoeken
te
normering’
de voorwaarden
zien.
zijn daarmee
verduurzaming van het platteland. de geringe hoogte en rotordiameter en gaan daarom
200m2
van
ten aanzien
de
op in de omgeving. Ze worden zorgvuldig ingepast bij de rest van erfensemble. Erfwindmolens hebben een hoogte van 15 tot 30m maximaal
en
middels
en
De voorwaarden
creëren. voor
door wind
brancheorganisatie van omschrijven wij een erfturbine als volgt:
Als branche
is een essentieel
kenmerken
kleine windmolen.
elektriciteit
van
uniformiteit
en
inziens teveel
ons
een
kanttekeningen.
paar
Nederlandse windindustrie.
Erfwindmolens
vragen
kleinschalige opwekking
laten en
‘De erfwindmolen
te
aan
Aanbevelingen ten aanzien van het Beleidskader Microturbines van de gemeente Haarlemmermeer Algemene positie Microturbines dragen bij aan de nationale RES-doelstelling van 35 TWh hernieuwbare energie in 2030. Deze bijdrage is echter beperkt. De Herijking RES NHZ zegt hierover het volgende: “Een [microturbine] met een tiphoogte van 21 meter met een vermogen van 15 KW kan jaarlijks bijvoorbeeld 32,1 MWh produceren. Ter vergelijking: een grote windturbine met een tiphoogte van 165 meter met een vermogen van 5,6 MW levert 16.800 MWh per jaar op. Dit betekent dat meer dan 500 microturbines nodig zouden zijn voor dezelfde energieopbrengst als één grote windturbine”. Er is op dit moment slechts beperkt onderzoek gedaan naar de effecten van microturbines op vogels en vleermuizen. In Nederland heeft Ecosensys in 2019 een pilotonderzoek uitgevoerd binnen de provincie Groningen. In 2022 volgde een vervolgonderzoek in de provincies Groningen en Friesland. Ondanks dit beperkte onderzoek lijkt het erop dat het aantal aanvaringsslachtoffers groter is dan bij reguliere windturbines. Dit komt omdat de gangbare vlieghoogte van veel boerderijvogels overeenkomt met de relatief lage ashoogte van microturbines. Deze twee gegevens – de beperkte bijdrage aan de RES-doelstelling in combinatie met een verhoogd risico op aanvaringsslachtoffers t.o.v.
reguliere windturbines – maakt dat de Natuur en Milieufederatie Noord-Holland op dit moment vrij kritisch is over microturbines. Op zijn minst is terughoudendheid geboden. De gemeente Haarlemmermeer wil microturbines toch mogelijk maken in landelijk gebied. In dit document doen wij enkele concrete aanbevelingen voor hun Beleidskader Microturbines.
Concrete aanbevelingen 1.
Zet in op onderzoek naar de effecten van microturbines op vogels en vleermuizen Microturbines leiden, zeker in verhouding tot hun bijdrage aan de RES-doelstelling, waarschijnlijk tot een verhoogd aantal aanvaringsslachtoffers t.ov. reguliere windmolens. Hoe groot het risico precies is, en om welke soorten het gaat, is op dit moment echter onduidelijk – er is zoals gezegd slechts een beperkt aantal studies gedaan naar de effecten van microturbines op vogels en vleermuizen. De eventuele plaatsing van microturbines in Haarlemmermeer zou kunnen bijdragen aan het algemene kennisniveau door verder onderzoek een voorwaarde voor toestemming te maken.
Samen voor een groen, gezond en leefbaar Noord-Holland
2.
Kijk goed naar mogelijkheden voor zonne-energie opwek De mogelijkheden voor het installeren van zonnepanelen op daken dienen eerst te worden onderzocht, aangezien zonnepanelen op daken minder impact hebben op de kwaliteiten van de omgeving. De gemeente Haarlemmermeer is zich hiervan bewust en zegt in hun Beleidskader: “Als er geen zonnepanelen aanwezig zijn, dient bij de aanvraag te worden toegelicht waarom niet eerst zonnepanelen zijn geïnstalleerd. Het college weigert de aanvraag als dit onvoldoende overtuigend is gemotiveerd en naar het oordeel van het college de installatie van zonnepanelen voorrang moet worden gegeven.” Leg in het Beleidskader vast welke gronden een valide reden zijn om microturbines te verkiezen boven zonnepanelen. Wees hierin objectief en streng.
3.
Sta geen microturbines toe in en nabij natuurgebieden Het beleidskader onderschrijft deze aanbeveling: “De microturbine staat op voldoende afstand van beschermde landschappelijk waardevolle elementen en structuren zoals het Natuurnetwerk Nederland, zodat daar geen onevenredig afbreuk aan wordt gedaan.” Wees specifieker om welke elementen en structuren dit gaat. Denk hierbij niet alleen aan Natuurnetwerk Nederland of Natura-2000 gebieden, maar ook aan ganzenrustgebied, groene contour, weidevogelkerngebied, waardevolle houtopstanden of andere houtopstanden. Laat daarnaast natuuronderzoek bepalen wat een goede minimale afstand van een microturbine tot natuurgebieden.
4. Zorg voor een goede omgang met cumulatie Bepaal hoeveel microturbines er maximaal wenselijk zijn in een gebied. Baseer het maximum aantal microturbines in een gebied op de staat van instandhouding van relevante soorten. Neem hierbij bij voorkeur de staat van instandhouding die bepaald is na plaatsing van microturbines die al in het gebied staan. Als dat niet kan dan tellen de microturbines die geplaatst zijn na de laatste vaststelling van de staat van instandhouding mee in de cumulatie van mogelijke slachtoffers.
Additionele aanbevelingen Naast deze aanbevelingen beschrijft Ecosensys in hun vervolgonderzoek uit 2022 nog een aantal maatregelen die mogelijk effectief zijn om aanvaringsslachtoffers te verminderen. De Natuur en Milieufederatie Noord-Holland wil deze graag meegeven. Bij al deze maatregelen geldt wel dat er nog geen onderzoek is verricht naar hun effectiviteit.
5.
Plaats de microturbines niet in het verlengde van of nabij houtsingels en bomen Dit zijn bij uitstek locaties waar vleermuizen foerageren. Om vleermuisslachtoffers te voorkomen kunnen microturbines het beste op grotere afstand (>20 m) van dergelijke landschapselementen worden geplaatst. Het Beleidskader is zich hiervan bewust, hoewel het de afstand van 10 m aanhoudt. Wij bevelen aan deze afstand te verdubbelen.
6.
Plaats microturbines buiten de groene aankleding op het agrarisch bouwperceel Op en rond een agrarisch bouwperceel is meer activiteit van boerenerfvogels te verwachten dan daarbuiten. Hetzelfde geldt voor de vleermuis. Je zou de microturbines daarom het liefst buiten het agrarisch bouwperceel plaatsen. Helaas lijkt dit in strijd met de Omgevingsverordening NH2022. Het is wel mogelijk om binnen het agrarisch bouwperceel te zoeken naar een locatie waar zo min mogelijk erfbeplanting staat.
7.
Plaats de microturbines niet nabij vliegroutes / uitvliegopeningen van gebouwen Het is wenselijk om bij het bepalen van de locatie van de microturbine rekening te houden met gebouwbewonende vogelsoorten. Dit zijn soorten zoals de kerkuil, torenvalk, spreeuw, huis- en boerenzwaluw. Zij vliegen vaak op specifieke punten in en uit het gebouw. Plaats microturbines daarom liever niet in de vliegbaan van en naar de broedplaats van gebouwbewonende vogelsoorten, maar daar waar de minste vogel- en vleermuisbewegingen te verwachten zijn.
8.
Vereis aanpassingen aan de microturbine Op de staart van de EAZ-windturbine zouden birdspikes / meeuwenpinnen aangebracht kunnen worden. Zo wordt voorkomen dat roofvogels of uilen op de microturbine landen.
9.
Voorkom extra vestiging van muizen onder de microturbine Een opvallende bevinding uit het vervolgonderzoek van Ecosensys in Groningen en Friesland was dat er onder microturbine vaker muizengaten van veldmuizen werden gevonden dan elders in de omgeving. Deze veldmuizen kunnen roofvogels en uilen aantrekken die tijdens het foerageren in de rotorbladen terecht kunnen komen. Om dit te voorkomen is het een idee om onder de microturbine vegetatie aan te leggen die minder aantrekkelijk is voor veldmuizen. De aanleg van ‘overhoekjes’ voor veldmuizen op grotere afstand van de windturbine kan stimuleren dat veldmuizen zich daar vestigen.
gemeente Haarlemmermeer
Contact Ingezonden Uw
met
op: 13
de gemeente
september
2024
Haarlemmermeer
10:52
referentie is: OF-UULWUB
Vraag, melding of klacht Wat wilt Ik heb
u
doen?
een
vraag of opmerking
Uw gegevens Voorletter(s) (geanonimiseerd)
Tussenvoegsel(s) Achternaam
(geanonimiseerd) Straat
(geanonimiseerd) Huisnummer
(geanonimiseerd) Huisnummerletter
Huisnummertoevoeging Postcode
(geanonimiseerd) Plaats
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Telefoonnummer
(geanonimiseerd) E-mailadres
(geanonimiseerd) 1/2
Uw
bericht
Wat is uw
vraag?
Over
de windturbines.
Mijn man en ik denken dat het een goed plan is om ze neer te zetten. Het waait hier in ons landje bijna altijd en we kunnen er maar beter profijt van hebben. We hebben er geen problemen mee als ze in de buurt komen. Wij wonen in Leimuiden. Met vriendelijke groet, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Gaat
uw
vraag
over
een
eerdere
aanvraag?
En heeft
u
hiervan
een
zaaknummer? Vul die dan hier
In.
Wilt
u een
foto of document
[X] Ja, ik ga akkoord
met
toevoegen?
het verwerken
Dat kan
van
hieronder, het is niet verplicht.
mijn gegevens
privacybeleid.
2/2
zoals
beschreven
staat
in het
LTO
noord
Het
College
t
088888
a
info@ltonoord.nl
wi
__www.ltonoord.nl Postadres:
Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer Postbus 2130
van
HOOFDDORP nn
Per e-mail:
Hoofdkantoor: Dr. Stolteweg 2 8025 AV Zwolle
info@haarlemmermeer.nl
september
Datum:
13
Betreft:
Zienswijze
Geacht
Postbus 240 8000 AE Zwolle
250
AG
College,
leden
6666
Referentie: NH/JK/MvD/24.072
2024
LTO Noord
van
inzake Ontwerpbeleidskader
microturbines
de Gemeenteraad,
Noord heeft, mede namens de afdeling Haarlemmermeer van LTO Noord, met interesse kennisgenomen van het Ontwerpbeleidskader microturbines/boerderijmolens dat momenteel ter inzage ligt. Wij willen uw gemeente complimenteren voor de voortvarende wijze waarop dit belangrijke onderwerp is opgepakt. In de inleiding benadrukt u terecht dat ondernemers in de landbouwsector baat hebben bij de inzet van kleine windturbines. LTO
In deze zienswijze willen wij graag onze opmerkingen en suggesties delen, in de hoop dat dit leidt tot aanpassingen in het ontwerpbeleidskader om het nog ‘ondernemer-vriendelijker’ te maken. 1.
Verduurzaming
en efficiënte procedure Noord hecht grote waarde aan het feit dat onze leden hun bedrijf kunnen verduurzamen, een maatschappelijke opgave die we met elkaar moeten realiseren. Om ondernemers de benodigde ruimte te bieden, is het essentieel dat beleid aansluit op de praktijk. Op pagina 6 wordt de procedure voor de aanvraag van een omgevingsvergunning buiten het omgevingsplan om beschreven.
LTO
Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa): Microturbines passen (nog) niet in het geldende omgevingsplan. Initiatiefnemers kunnen aan de hand van dit beleidskader een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aanvragen voor realisatie van een microturbine, een zogenaamde Bopa.
Wij
zouden graag met u in gesprek gaan over de extra kosten voor de vergunningprocedure van de We hebben verschillende ideeën over mogelijke oplossingen om de kosten te reduceren. Uiteindelijk pleiten wij voor het opnemen van de boerderijmolen in de eerstvolgende herziening van het omgevingsplan.
Bopa.
2.
Spaarnwoude en plaatsingsmogelijkheden Op pagina 7 wordt Spaarnwoude in het beleidskader blauw gearceerd, ruimte is voor
wat
betekent dat
er
geen
boerderijmolens.
(6.) (Beschermd) Natuurgebied (BLAUW: In dít gebied is geen ruimte voor microturbines) Zoals te lezen is er geen ruimte
voor
een
boerderijmolens.
Echter staat op
pagina
8 de
vermelding
‘microturbine op voldoende afstand staat van beschermde structuren als het natuurnetwerk Nederland. Zodat er geen onevenredige afbreuk aan wordt gedaan.
Achter de boer
en
tuinder. Voor
ons
allemaal.
(geanonimiseerd)
dat
Wij vinden de formulering omtrent afstandscriteria te strikt. Ons voorstel is om de tekst aan te passen en te vermelden dat boerderijmolens mogelijk zijn , mits er geen afbreuk wordt gedaan aan de kernkwaliteiten en structuren van het Natuurnetwerk Nederland. 3. Locatie van de molen Wij waarderen de flexibiliteit die wordt geboden om turbines achter het erf te plaatsen indien dit nodig is. Tegelijkertijd hebben we vragen bij het voorstel om de molen standaard in zuidwestelijke richting te plaatsen. Hoewel de zuidwestenwind vaak dominant is , kunnen andere factoren , zoals de aanwezigheid van gebouwen of woningen aan de zuidwestkant van het erf , een andere plaatsing wenselijk maken. Wij vragen om meer ruimte te bieden voor plaatsing op een alternatieve locatie waar ook voldoende wind uit andere richtingen kan worden opgevangen.
Wij waarderen de flexibiliteit die wordt geboden om boerderijmolens achter het erf te plaatsen indien dit nodig is. Tegelijkertijd willen wij graag aanvullende mogelijkheden benadrukken voor plaatsing buiten de erfsingel , zodat de turbines op windrijke locaties kunnen worden geplaatst Ook in andere provincies wordt de molen buiten , maar in de nabijheid van , de erfsingel gebouwd , wat op een landschappelijk verantwoorde manier kan gebeuren. Wij stellen voor om aanvullende voorwaarden te formuleren die een balans bieden tussen het behoud van het landschap en het productieve karakter van de omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan een minimale afstand van de boerenerfmolen tot de openbare weg of het aanplanten van struweel langs akkergrenzen om de molens deels aan het zicht te onttrekken. Deze aanpak voorkomt verrommeling van het landschap en draagt tegelijkertijd bij aan de verduurzaming van agrarische bedrijven. 4. Ashoogte van de boerderijmolen In het ontwerpbeleidskader wordt een maximale ashoogte van 15 meter voor boerderijmolens genoemd , conform de provinciale regels. LTO Noord pleit echter voor een verhoging naar 35 meter omdat dit meer keuze biedt tussen verschillende leveranciers en een hogere energieopbrengst oplevert , vooral voor grotere bedrijven.
Een ashoogte van 15 meter is vooral geschikt voor kleine melkveebedrijven , terwijl dit voor grotere bedrijven onvoldoende aansluit bij de energiebehoefte. Op basis van CBS-cijfers over bedrijven per sector en omvang blijkt dat met het beleid van 15 meter ashoogte slechts enkele boerderijmolens gerealiseerd gaan worden. Daarom hebben we bij de provincie al langer gepleit voor 35 meter en hopen we dat de gemeente dit ook ondersteunt. We wijzen daarbij op het proces in Zuid-Holland , waar een verhoging naar 35 meter tiphoogte wordt onderzocht. Hoewel de gemeente provinciaal beleid volgt , zou een pilotproject met een hogere ashoogte waardevolle inzichten bieden in de impact op energieopbrengst en landschap en tegelijkertijd innovatie bevorderen. 5. Combinatie met zonnepanelen Het ontwerpbeleidskader stelt dat de mogelijkheden voor zonnepanelen op daken eerst moeten worden onderzocht voordat een boerderijmolen geplaatst mag worden. Als zonnepanelen ontbreken of niet kunnen worden geïnstalleerd moet de ondernemer dit overtuigend motiveren , anders kan de aanvraag worden afgewezen. Echter , het beleidsstuk geeft geen duidelijke richtlijnen voor wat een ‘voldoende gemotiveerde’ verantwoording inhoudt , wat leidt tot onzekerheid en de kans op willekeurige beoordelingen. Wij vinden deze benadering te star en niet goed afgestemd op de praktijk.
Het verplicht stellen van een zonnepanelenonderzoek houdt onvoldoende rekening met bedrijfsspecifieke factoren , zoals beperkt geschikt dakoppervlak of de beperkingen aan de kant van energiebedrijven , bijvoorbeeld door netcongestie. We pleiten daarom voor meer flexibiliteit , zodat ondernemers de beste duurzame energieoplossing kunnen kiezen op basis van hun bedrijfsvoering en verzoeken om deze voorwaarde te herzien. 2 NH/JK/MvD/24. 072
LTO
noord
We
willen graag
zonnepanelen.
een
Een
voorstel doen
voor
boerderijmolen
zou
de voorwaarden rondom de onderzoeksverplichting voor eerder moeten worden toegestaan dan zonnepanelen in de
volgende gevallen: * e
_
e
e
Met
Indien de doorlooptijd voor het verzwaren van kabels langer dan één jaar duurt. Als het verhogen van de teruglevercapaciteit of het gecontracteerde vermogen (vooral in congestiegebieden) langer dan één jaar duurt. Indien de benodigde aanpassingen aan het dak voor zonnepanelen onevenredig duur zijn in verhouding tot de verwachte opbrengst. Als het verzwaren van de aansluiting meer dan één jaar kost. Wanneer de terugverdientijd van zonnepanelen langer is dan die van een boerderijmolen. deze
bedrijven
aanpassingen en
wordt beter rekening gehouden met de praktische beperkingen kunnen duurzame energieoplossingen zonder onnodige vertraging worden
agrarische doorgevoerd.
van
Tot slot
Wij waarderen
de inzet van het
College
op dit
onderwerp
en
blijven als partner graag
betrokken.
Wij vertrouwen erop dat uw college onze aanvullingen serieus zal overwegen. Mocht onze inbreng nog aanleiding geven tot vragen, dan kunt u contact opnemen met (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) afdeling Haarlemmermeer en betrokken bij dit dossier: (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Namens
LTO
Noord hoop
ik u voldoende
geïnformeerd
te hebben.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
3
NH/JK/MvD/24.072
(geanonimiseerd) VIA MAIL
GEMEENTE
HAARLEMMERMEER
PosTBUSs 250 2130
AG
HOOFDDORP
Hoofddorp, 13 september 2024 Betreft: Indienen Geachte
Zienswijze ontwerpbeleidskader microturbines
mevrouw,
heer,
zienswijze breng ik graag mijn standpunt naar voren over het ontwerpbeleidskader microturbines. Ik vind het een goede zaak dat er naar duurzame energieoplossingen wordt gekeken, en het onderwerp microturbine spreekt ons zeer aan. Met deze
mijn zienswijze in context te plaatsen, kan ik meegeven dat wij zouden voldoen zitten waar een aan de ruimtelijke plaatsingscriteria, en ook dat wij in een gebied microturbine geplaatst zou kunnen worden. Daarnaast verbruiken wij voor ons agrarisch bedrijf ca 150.000 kWh per jaar. Om
Gezien bovenstaande hebben
wij bezwaar tegen paragraaf 1 van 2.3.1 de
gebruikersvoorwaarden. mogelijkheden voor het installeren van zonnepanelen op daken dient onderzocht, aangezien zonnepanelen op daken minder impact heeft op de kwaliteiten van de omgeving. Als er geen zonnepanelen aanwezig zijn, dient bij de aanvraag te worden toegelicht waarom niet eerst zonnepanelen zijn geïnstalleerd. Het college weigert de aanvraag als dit onvoldoende overtuigend is gemotiveerd en naar het oordeel van het college de zonnepanelen voorrang moet worden omgeven” Hierin staat” De eerst te worden
Deze
belangrijke om
een
voor
op zich niet onredelijk klinken, echter deze gaat voorbij aan een aantal zaken, die het voor de aanvrager onnodig moeilijk zouden kunnen maken
eis mag
vergunning
voor
een
microturbine
het aantonen of door allerlei
aan
te vragen,
hoepels springen
om
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
en
iets
mogelijke hoge kosten elkaar te krijgen.
voor
(geanonimiseerd) Ik
hier de
noem
volgende punten:
Op ons agrarisch bedrijf bewaren wij ook de producten die wij oogsten, gemiddeld zon 8 maanden per jaar. Dat doen we in geïsoleerde schuren, opgebouwd uit sandwichpanelen. Hoewel niet al te oud, zijn deze niet geschikt om zonnepanelen op te monteren, met name draagkracht en ligging. 2. Dit type schuur is heel slecht of niet te verzekeren met zonnepanelen. 3. Om de producten te koelen gebruiken wij 80% van onze stroom tussen 20.00 uur en 08.00 uur. Tijdens die tijden is er WEL WIND en GEEN ZON. 4. Gezien de bewaarperiode van de oogst (september-maart) is dit wel een periode waarin genoeg wind is, maar waarbij de zonneopbrengst minder is. 5. Gezien de situatie op het stroomnet, en de discussie over terug leveren is het gebruik van zonnepanelen met veer onzekerheden omgeven, terwijl wind alleen voor eigen gebruik is, en relatief eenvoudig voor ons gerealiseerd zou 1.
kunnen worden. 6.
groot deel van onze totale energiebehoefte kunnen afdekken, met zonnepanelen op daken zal dit bij lange na niet mogelijk zijn. 1 microturbine
zou
een
Gezien bovenstaande
argumenten ziet u dat windenergie aantrekkelijker is dan zonne-energie. zullen
immers
en
het feit dat
ons
veel
weinig potentiële zijn: aangewezen gebieden zijn maar een beperkt aanvragers aantal agrarische bedrijven, stel ik voor om deze paragraaf te schrappen. Buiten de
genoemde argumenten,
voor
er maar
in de
bedrijven om te verduurzamen, is het wenselijk om de keuze aan de ondernemer te laten, en deze zal zelf heel goed kunnen bepalen war op zijn locatie het beste is, hij draagt immers ook het risico van de investering. Gezien de
wens
van
de overheid
Ook zal het vergunning
en
maar
ook
aanvraagproces
van
toegankelijker
en
overzichtelijker
worden.
nog een opmerking over 2.3.1 gebruiksvoorwaarden 3: “de microturbine is uitsluitend voor eigen gebruik en wordt niet primair gebruikt om energie te leveren aan het net. Dan lees ik in de checklist aanvraag Buiten bovenstaand
onder
punt
5:
wenselijk
voor
overproductie
omgevingsvergunning Hoewel
misschien
Aansluiting op
je kunt hem uitzetten of aan een accu vraag is of je een netaansluiting kunt krijgen. immers
zou
het electriciteitsnetwerk. dit ook
een
koppelen, terwijl
(geanonimiseerd)
keuze
moeten
het nog
maar
de
zijn,
(geanonimiseerd) Ik verzoek
vriendelijk om deze overpeinzingen en bezorgdheden in uw verdere besluitvorming te betrekken en te zorgen dat windenergie een aantrekkelijk u
alternatief wordt
om
te verduurzamen.
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)