CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Haalbaarheidsonderzoek Transformatorstation A4zone West

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 12 juni 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIEDEBAT 2 - Heijezaal 20.30 – 22.00 uur RV (GEHEIME BIJLAGEN) Locatiekeuze transformatorstation A4 zone West (12115791)6.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Haalbaarheidsstudie twee locaties transformatorstation A4-zone West Aanvulling op locatieonderzoek transformatorstation A4-zone West 2022

Het betreft een gezamenlijk haalbaarheidsonderzoek met de gemeente. Graag in deze titelpagina’s dat ook als zodanig vermelden met toevoeging van de namen Tom de Munck, Henri Schiffer en Frans Breg

Document ID

HBS A4 zone west – v6

Versie

6

Status

Concept

Datum laatste versie

4-3-2025

Opdrachtgever

Liander & TenneT

Projectmanager Reddyn Matheys de Boer

1

Auteurs Reddyn

Jitske Blom, Nikki Bartels

Gezien door

Dirk-Jan Pasma

Goedgekeurd

Matheys de Boer

Verspreidingslijst

TenneT: N. van der Zwet Liander: S. Tjoonk

2

COLOFON Reddyn B.V. is voor TenneT en Liander de gezamenlijke service provider op het gebied van hoogspanning en complexe middenspanning. Reddyn zet Qirion in voor de uitvoering van deze werkzaamheden. Reddyn werkt alleen voor TenneT en Liander. In Reddyn zijn de aanleg, beheer, onderhoud en storingsdienst van de hoog- en (complexe) middenspanningsassets van het huidige en voormalige (110/150 kV) Liander-gebied ondergebracht. Veiligheid en betrouwbaarheid zijn hierbij onze belangrijkste speerpunten. Postadres: Reddyn B.V. PAC 3NJ8120 Postbus 50, 6920 AB Duiven Bezoekadressen: Duiven: Dijkgraaf 4, 6921 RL Duiven Amsterdam: Basisweg 10, 1043 AP Amsterdam Leeuwarden: Melkemastate 2, 8925 AP Leeuwarden

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, in enige vorm of enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Reddyn.

3

Wijzigingen Versielog Datum

Auteur

Opmerking

1

4-3-2024 projectteam Reddyn Concept voor TenneT en Liander

2

14-3-2024 projectteam Reddyn Concept na correctieronde voor TenneT en Liander

3

18-3-2024 projectteam Reddyn Concept voor gemeente na opmerkingen TenneT

4

20-3-2024 projectteam Reddyn Concept voor gemeente na tekstuele opmerkingen TenneT

5

17-2-2025 projectteam Reddyn Opmerkingen gemeente verwerkt en landschappelijke en stedenbouwkundige voorwaarden toegevoegd.

6

4-3-2025

Projectteam Reddyn Tabel landschappelijke eisen toegevoegd.

Deze pagina in de externe eindvisie verwijderen.

4

INHOUD 1 Inleiding ....................................................................................................................................................... 6 1.1

Van locatieonderzoek naar locatiebesluit .......................................................................................... 6

1.2

Doel Haalbaarheidsstudie ................................................................................................................. 7

1.3

Leeswijzer ......................................................................................................................................... 7

2

Samenvatting locatieonderzoek 2022 .................................................................................................. 8

3

Resultaten haalbaarheidsstudie van relevante planologische aspecten ....................................... 10

4

3.1

Akoestisch onderzoek ..................................................................................................................... 10

3.2

Berekening elektromagnetische velden .......................................................................................... 13

3.3

Ruimtelijke en landschappelijke inpassing ...................................................................................... 15

Haalbaarheid grondverwerving ........................................................................................................... 18 4.1

Eigendom ........................................................................................................................................ 18

4.2

Waardering gronden ....................................................................................................................... 19

4.3

20

5

Maatschappelijke consultatie .............................................................................................................. 21

6

Algemene slotconclusie ...................................................................................................................... 25

bijwerken

5

1 Inleiding Er is een grote behoefte aan extra transportcapaciteit van elektriciteit in een groot deel van Haarlemmermeer. Dit komt door woningbouw, nieuwe bedrijven, bedrijfsuitbreiding en vanwege de energietransitie. De energievraag is de laatste jaren sterk gegroeid waardoor de maximale capaciteit van het elektriciteitsnet is bereikt. Nieuwe grootverbruikers kunnen daardoor niet meer worden aangesloten. Daarom is een nieuw transformatorstation noodzakelijk, naast het al in aanbouw zijnde station RozenburgZuid. Dit nieuwe station heeft de werknaam ‘A4-zone West’. Vanuit Liander is een studie uitgevoerd naar het te verwachten gevraagde vermogen in het gebied. Hieruit volgt dat het geprognotiseerde vermogen in 2050 in totaal 1000 MVA bedraagt in de regio Haarlemmermeer. Uit de studie blijkt dat er nog veel onzekerheden bestaan ten aanzien van het aansluiten van datacenters. Voor de overige ontwikkelingen bestaat deze onzekerheid niet. Deze ontwikkelingen bestaan uit onder andere woningbouw, glastuinbouw, bedrijventerreinen en ontwikkelingen in de energietransitie. Van de geprognotiseerde 1000 MVA is met betrekking tot bedrijfszeker stationsvermogen (BZSV) 200 MVA reeds beschikbaar in de regio middels bestaande stations. Daar komt 400 MVA bij middels station Rozenburg-Zuid.

Voor de overige 400 MVA is een oplossing benodigd in de vorm van andermaal een nieuw 150/20 kV transformatorstation, thans aan de westzijde van de A4. Een groot deel van de nieuwe vraag in het gebied komt van datacenters. Datacenters vragen op dit moment nog vaak een aansluiting op het middenspanningsnet van Liander. Steeds vaker stappen datacenters over naar een 150kV-aansluiting op het TenneT-domein. Hiermee worden dan de transformatoren van Liander niet mee belast. Een 200 MWA Green Datacenter Campus (GDCC) maakt deel uit van de ontwikkeling van Schiphol Trade Park. Bij het mede in afstemming met SADC opgestelde lokatieonderzoek van 2022 is het uitgangspunt vastgelegd dat deze campus rechtstreeks door TenneT wordt gevoed. De uitgifte aan 2 of 3 grote datacenter partijen (ieder 100 MW) betekent dat deze aangesloten zullen worden via een eigen inkoopstation op het hoogspanningsnet van TenneT. TenneT acht het ook nog mogelijk dat er 3 datacenters kunnen komen van 65 MW. De gemeente en SADC stellen hierbij de randvoorwaarde dat het Green Datacenter Campus (GDCC) gaat beschikken over eigen inkoopstations en er geen voeding door Liander zal plaatsvinden. Hierdoor komt de uiteindelijke capaciteit van het transformatorstation volledig beschikbaar voor de ruimtelijke ontwikkelingen en de energietransitie die de gemeente voor staat.

Bij een overstap op het TenneT-domein ontstaat binnen het Liander-domein (meer) ruimte, waarmee overige ontwikkelingen opgevangen kunnen worden. Ongeacht de aansluiting van de datacenters blijft een tweede station naast Rozenburg-Zuid noodzakelijk. TenneT en Liander gaan uit van een 150/20kV-station van 4 tot 6 ha.

1.1

Van locatieonderzoek naar locatiebesluit

In 2022 heeft Reddyn in afstemming met de gemeente, TenneT en Liander, alsmede SADC, een locatieonderzoek uitgevoerd voor een nieuw 150/20kV-station voor in de Haarlemmermeer nabij Hoofddorp. In het locatieonderzoek dat zich richtte op het gebied ten westen van de A4 en grenzend aan Hoofddorp is naar voren gekomen dat de locatie genaamd 'Langs de Bennebroekerweg, (zuidzijde) de voorkeur geniet. Bij de bespreking van dit onderzoek in de raad op 2 februari 2023, en vervolgens bij een besluit van de raad op 23 maart 2023, is gevraagd respectievelijk besloten ook de locatie aan de Bennebroekerweg grenzende locatie 'In de Green Datacenter Campus' (noordzijde) bij de haalbaarheidsstudie te betrekken. In deze studie zal moeten blijken of de raad een voorstel kan worden gedaan om een definitief locatiebesluit voor één van beide locaties te nemen. Beide percelen zijn nu in gebruik als agrarisch gebied. Voorliggende studie onderzoekt de haalbaarheid voor een nieuw 150/20kV-station voor de locaties ‘Langs de Bennebroekerweg en een perceel op de locatie ‘In de Campus’ (zie figuur 1.1). De eerste locatie komt te liggen tussen het beoogde tracé van de 6

Weg om de Zuid en de bestaande Bennebroekerweg. De woning aan de Bennebroekerweg 421 verdwijnt indien wordt gekozen voor de optie ‘In de Campus.’

Figuur 1.1 Locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’ en locatie ‘Op de Campus’

1.2

Doel Haalbaarheidsstudie

Het doel van deze haalbaarheidsstudie is een definitieve locatie te bepalen voor station A4-zone West, waarbij wordt gekozen tussen locaties ‘Langs de Bennebroekerweg ’ en ‘In de Campus’. Als startpunt gebruiken we de informatie uit de locatiestudie uit 2022. Daarnaast worden de locaties ‘Langs de Bennebroekerweg ’ en een perceel op de locatie ‘In de Campus’ gewaardeerd op de aspecten geluid, elektromagnetische velden, grondverwerving en ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Deze aspecten zijn getoetst aan het TenneT PVE.00.002 en afwijkingen worden beschreven.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het locatieonderzoek uit 2022 samengevat. In hoofdstuk 3 zijn de resultaten uit de op verzoek van de gemeente uitgevoerde onderzoeken naar geluid en elektromagnetische velden terug te vinden, evenals de haalbaarheid van grondverwerving en ruimtelijke inpassing. De relevante verschillen tussen de locaties worden beschreven in hoofdstuk 4. De verschillen leiden uiteindelijk tot een voorkeursvariant.

7

2

Samenvatting locatieonderzoek 2022

In het locatieonderzoek uit 20221 zijn vier potentiële stationslocaties onderzocht. Dit zijn de locaties ‘Op de Energyhub’, ‘Langs de Bennebroekerweg (optie 1)’, ‘Langs de Bennebroekerweg (optie 2)’ en ‘In de Campus’ (zie figuur 2.1).

Figuur 2.1 Onderzochte locaties locatieonderzoek 2022

Deze locaties zijn onderzocht op de (technische) mogelijkheden voor de aanleg van diverse 150kV en 20kV tracés. Daarnaast is een inventarisatie gemaakt van de grondeigendommen en de mogelijkheden tot grondverwerving. Ook zijn belemmeringen ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van een station op de vier locaties in kaart gebracht. Het gaat om de volgende omgevingsaspecten: -

1

Geluid Externe veiligheid Bestemmingsplantoets Bodem Archeologie en aardkunde Conventionele explosieven Natuur Water Elektromagnetische velden

Reddyn, Locatieonderzoek Transformatorstation A4-zone West, 11 augustus 2022 (versie 3.4).

8

De locaties zijn op deze omgevingsaspecten niet onderscheidend.2 De vier locaties zijn tenslotte gewaardeerd op bovengenoemde aspecten, namelijk (technische) mogelijkheden, grondeigendom, ruimtelijke inpassing en omgeving. Hieruit bleek dat de locatie ‘Langs de Bennebroekerweg ’ het meest gunstig scoort als locatie voor een transformatorstation. Dit is voornamelijk het gevolg van betere mogelijkheden voor tracering van de diverse kabelcircuits en de ligging ten opzichte van de primaire voedingsgebieden. Ook zijn de mogelijkheden voor ruimtelijke inpassing hier beter.

2

Ten aanzien van PVE.00.002 Planologische traceringsuitgangspunten en locatie-eisen van TenneT is het aspect ‘windturbine’

nog niet beoordeeld.

9

3

Resultaten haalbaarheidsstudie van relevante planologische aspecten

De gemeenteraad van Haarlemmermeer heeft verzocht om een nadere haalbaarheidsstudie naar twee locaties. Omdat uit het locatieonderzoek van 2022 blijkt dat diverse planologische aspecten niet onderscheidend zijn, is ervoor gekozen om verder onderzoek te doen naar de onderwerpen geluid, EMvelden, grondverwerving en landschappelijke en ruimtelijke inpassing.

3.1

Akoestisch onderzoek

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van bijvoorbeeld woningen rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies, wordt in het algemeen gebruikgemaakt van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn.

Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Ingenieursbureau Peutz heeft akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de twee mogelijke locaties voor station A4-zone West. De berekeningen zijn uitgevoerd voor de situatie waarbij vijf transformatoren gelijktijdig op vollast in bedrijf zijn, gedurende 24 uur per dag ('worst case scenario'). De transformatoren zijn de enige geluidsbronnen op het transformatorstation (nb Op Rozenburg-Zuid waren ook zgn. spoelen van TenneT nodig, die zorgden voor stabiliteit op het 150 kV kabelnet). Voor de berekeningen is een aantal aannames gedaan: de opstelling van de transformatoren in open cellen (nb op Rozenburg-Zuid met een voorzetwand) en de hoogte van de gebouwen is vergelijkbaar met de situatie op station Rozenburg-Zuid. Het volledige akoestisch onderzoek is terug te vinden in bijlage 1. Het totaal gelijktijdig te schakelen transformatorvermogen in de buitenlucht is hoger dan 200 MVA, waardoor het transformatorstation wordt beschouwd als een ‘activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken'. Dergelijke activiteiten (die zijn aangewezen in artikel 5.78b in het 'Besluit kwaliteit leefomgeving' (Bkl)), mogen alleen op een 'industrieterrein' plaatsvinden.

Een ‘industrieterrein’ kan in een nieuw omgevingsplan worden gedefinieerd en is dus niet alleen van toepassing voor bestaande bedrijven-/industrieterreinen. Voor 'industrieterreinen' dienen een geluidaandachtsgebied en geluidproductieplafonds (GPP's) in gedefinieerde geluidreferentiepunten (GRP's) te worden vastgesteld in een omgevingsplan.

10

Resultaten Voor locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’3 is de kleinste afstand vanaf de begrenzing van het station tot woningen in de omgeving circa 50 meter (bedrijfswoning aan de noordzijde van de Bennebroekerweg) 4 en circa 200 meter (woning aan de zuidzijde van de Bennebroekerweg, langs de Rjinlanderweg). Voor de locatie ‘Op de Campus’ is de kleinste afstand vanaf de begrenzing van het station tot woningen in de omgeving circa 430 meter (eveneens de woning aan de zuidzijde van de Bennebroekerweg, langs de Rijnlanderweg). In figuren 3.1.1 en 3.1.2 zijn de begrenzingen van het 'industrieterrein' en de grootte van het geluidaandachtsgebied voor beide locaties weergegeven. De open zijde van de transformatoren van Liander bevindt zich aan de oostzijde wat de grotere geluidsuitstraling naar die kant verklaart. De betekenis van het geluidaandachtsgebied is, dat nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld de bouw van geluidgevoelige gebouwen) binnen het geluidaandachtsgebied specifiek moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag.

Figuur 3.1.1 Geluidaandachtsgebied ter plaatse van locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’

3

Voor de volledigheid: de zuidelijke locatie wordt hier bedoeld.

4

Deze zal mogelijk worden gesloopt in verband met de ontwikkeling van het bedrijventerrein.

11

Figuur 3.1.2 Geluidaandachtsgebied ter plaatse van locatie ‘Op de Campus’

Vanwege de omvang van het transformatorstation (> 200 MVA) moet de geluidproductie formeel geclassificeerd wordt als 'activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken'. Daarom moeten een industrieterrein, een geluidaandachtsgebied en geluidproductieplafonds worden vastgesteld in het omgevingsplan. Uit het onderzoek volgt dat er zich geen geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bevinden binnen het geluidaandachtsgebied. Dit geldt voor beide beoogde locaties. De geluidniveaus op de gevel van de woningen is getoetst aan de grenswaarden die van toepassing zijn voor 'gemengd gebied', te weten 50 dB(A) etmaalwaarde (50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht. Uit het onderzoek blijkt verder dat, uitgaande van locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’, de ten gevolge van het station optredende geluidbelasting ter plaatse van woningen maximaal 33 dB(A) (LAr,LT gedurende de dag, de avond en de nacht) bedraagt, inclusief een eventuele toeslag voor tonaal geluid. Dit betreft de woning aan de Bennebroekerweg 421. Mogelijk moet deze woning vanwege de uitbreiding van Schiphol Trade Park verdwijnen. Wanneer deze woning buiten beschouwing wordt gelaten, is de geluidsbelasting op de dichtstbijzijnde woning maximaal 29 dB(A) (LAr,LT gedurende de dag, de avond en de nacht) inclusief een eventuele toeslag voor tonaal geluid.

Uitgaande van locatie ‘Op de Campus’ bedraagt de optredende geluidbelasting ter plaatse van woningen maximaal 22 dB(A) (LAr,LT gedurende de dag, de avond en de nacht) inclusief een eventuele toeslag voor tonaal geluid. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden vastgesteld dat voor beide locaties sprake is van een uit akoestisch oogpunt planologisch inpasbare situatie. Er zijn geen aanvullende geluidsmaatregelen nodig om het station op een van beide locaties te realiseren. Door het ontbreken van de spoelen van TenneT is sprake van een aanzienlijk lagere geluidsbelasting dan die van het station Rozenburg-Zuid. Er is dan ook geen aanleiding om de transformatorruimtes te voorzien van een dichte voorzetwand.

12

3.2

Berekening elektromagnetische velden

Voor de blootstelling - kortdurend of langdurend - aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. Er is geen sprake is van overschrijding van de blootstellingslimiet op publiek toegankelijke plaatsen in de nabijheid van TenneT-assets. De verzamelde wetenschappelijke gegevens wijzen op het bestaan van een zwakke, maar statistisch significante associatie tussen het voorkomen van leukemie bij kinderen tot 15 jaar en het wonen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsverbindingen.

Ondanks dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor een oorzakelijk verband heeft de Rijksoverheid, op advies van de Gezondheidsraad, in 2005 een beleidsadvies (Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Ministerie van VROM, 3 oktober 2005 / Verduidelijking van het advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Ministerie van VROM, 4 november 2008) uitgebracht voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarin wordt geadviseerd zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden met een jaargemiddelde veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla. Dit komt er op neer dat het advies is om bij nieuwe situaties gevoelige bestemmingen (woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen) zo veel als redelijkerwijs mogelijk buiten de magneetveldzone van 0,4 microtesla te plaatsen. Bovengenoemd beleidsadvies van de Rijksoverheid ziet op langdurige blootstelling en is van toepassing op nieuwe situaties en bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Voor alle hoogspanningsverbindingen geldt daarnaast te allen tijde de blootstellingslimiet van 100 microtesla conform de aanbeveling van de Europese Unie. Deze waarde wordt ook in Nederland gehanteerd.

In het onderzoek naar mogelijkheden om het voorzorgbeleid verder uit te breiden, is in 2021 het Lysiasrapport (Lysias advies, kenmerk A19RVO-100, 19 oktober 2020) gepubliceerd. In dit rapport wordt geadviseerd om bij nieuwe situaties bronmaatregelen te treffen en om een ruimtelijke afweging te maken voor de verschillende componenten in het elektriciteitsnet. Bij bronmaatregelen wordt onder andere voorgesteld om kabels in driehoek aan te leggen om zo het magneetveld te verkleinen. Voor wat betreft de ruimtelijke afweging bevat het rapport een tabel met afwegingsafstanden voor verschillende onderdelen van het elektriciteitsnet, zoals hoogspanningsstation en kabels op verschillende spanningsniveaus. Op 21 april 2023 heeft de minister van Klimaat en Energie het herijkte voorzorgsbeleid gepubliceerd (Voorzorgsbeleid voor magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen, ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 23 april 2023). De minister heeft besloten dat het voorzorgsbeleid uitgebreid dient te worden naar ook ondergrondse verbindingen en hoogspanningsstations. Hierbij blijft voor wat betreft de bovengrondse verbindingen de noodzaak om berekeningen uit te voeren bestaan. Voor de overige componenten in het elektriciteitsnet dienen bij de bouw of aanleg van deze componenten bronmaatregelen te worden genomen.

De minister gaat niet mee in het advies van het Lysiasrapport om afwegingsafstanden voor de schrijven. Ook bevat het herijkte beleid geen rekenmethodieken voor hoogspanningsstations of ondergrondse verbindingen om de jaargemidddelde 0,4 microtesla contour te berekenen. De ligging van kabels is echter nauwelijks onderscheidend tussen de twee locaties en daarmee niet relevant voor deze haalbaarheidsstudie. In het herijkte beleid is wel ruimte voor de gemeenten om hierin eigen beleid te formuleren. De gemeente Haarlemmermeer heeft geen eigen beleid ten aanzien van magneetvelden, maar heeft voor deze locaties wel gevraagd heeft om de 0,4 microteslacontour in beeld te brengen.

13

Duurzaam Energie Perspectief (Dep) heeft voor beide locaties een indicatieve 0,4 microtesla magneetveldcontour berekend. Een detailberekening van een magneetveldcontour van 0,4 microtesla is voor beide locaties in deze fase niet mogelijk, omdat er nog geen detailontwerp is. Wel is met de uitgangspunten van station OS Rozenburg Zuid voor beide locaties een 0,4 magneetveldcontour geconstrueerd. OS Rozenburg Zuid is een geschikte (‘worst case’) referentie voor het nieuw te bouwen station A4-zone West, alleen Rozenburg Zuid heeft een hoger bedrijfszeker vermogen en daarmee meer transformatoren en middenspanningsinstallaties. Daarnaast komen er geen compensatiespoelen op station A4-zone West. Resultaten In figuren 3.2.1 en 3.2.2 is de indicatieve 0,4 microtesla magneetveldzone voor beide locaties weergegeven (gele contour). Hierbij is alleen gekeken naar het stationsterrein, niet naar de kabels erbuiten. Verschillen in kabelontwerp leiden tot minimale verschillen in de magneetveldzone. In de indicatieve magneetveldzone is te zien dat rondom de kabeltracés de 0,4 microtesla magneetveldzone zich enkele meters vanaf de buitenste kabels bevindt. Dit blijft het geval bij andere kabelligging.

Figuur 3.2.1 Indicatieve 0,4 microtesla magneetveldzone (gele lijn) locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’

14

Figuur 3.2.2 Indicatieve 0,4 microtesla magneetveldzone (gele lijn) locatie ‘Op de Campus’

Conclusie Het wettelijk kader/ blootstellingslimiet is 100 uT. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. Er is geen sprake is van overschrijding van de blootstellingslimiet op publiek toegankelijke plaatsen in de nabijheid van TenneT-assets. Daarnaast is op verzoek van de gemeente de 0,4 microtesla mageneetveldzone berekend. In de nabije omgeving van de optionele stationslocaties liggen geen gevoelige bestemmingen, en de indicatieve 0,4 microtesla magneetveldzone ligt bij beide locaties niet ver buiten de hekwerken van het station. Er is dan ook geen overlap met gevoelige bestemmingen. Bij beide locaties zijn er wettelijk geen belemmeringen, omdat de blootstellingslimiet niet wordt overschreden op publiekelijk toegankelijke ruimte en er standaard proportionele maatregelen worden getroffen.

3.3

Ruimtelijke en landschappelijke inpassing

Het onderdeel ruimtelijke en landschappelijke inpassing voor de beide beoogde locaties wordt meer uitgebreid beschreven in bijlage 2. Ook de zuidelijke locatie is beeldbepalend, gelegen in de open buffer, aan de voorkant van PARK21 en langs de nieuwe Weg om de Zuid. Het parkgebied PARK21, gekenmerkt door afwisselende agrarische- en bos-zones, presenteert zich in de huidige plannen of kaders over de Weg om de Zuid heen met een open “polderkamer” naar STP en de Bennebroekerweg 3.3.1

Samenvatting ruimtelijke en landschappelijke inpassing beide locaties..

Inpassingseis

Samenvatting ruimtelijke en landschappelijke eisen Locatie STP Locatie Zuid

15

NNN verbinding borgen (fauna-passeerbare voorziening)

•

Niet van toepassing; de NNN verbinding loopt aan de zuidzijde van de (huidige) Bennebroekerweg.

•

•

•

•

•

strook van 25m parallel aan en inclusief de tocht, vrij van gebouwen en bomen en voorzien van een natuurvriendelijke oever Bij voorkeur doorloop van de oever onder een auto-ontsluiting. Indien niet mogelijk : faunavoorziening in de vorm van een passage (met duiker of tunnel o.i.d.) Aanbrengen van een loopstrook ten behoeve van grondgebonden fauna, volgens specificaties “otter”. Voldoende ruimte vrijhouden - vrij van lichtverstoring - ten behoeve van vleermuizen, volgens specificaties “watervleermuis”. Doorstromend water beschikbaar houden, volgens specificaties “vissen”.

Bomenrij en sloot langs dwarslinten

•

Behoud van bomen indien mogelijk, verder geen specifieke eisen

•

Minimale aantasting of zelfs versterking van bomen langs de Bennebroekerweg

Inpassing ontwerp

•

Circular Avenue ten noorden van het perceel moet naar het noorden verschuiven om zo ruimte te maken voor en aan te sluiten op het stationsperceel Inrichtingsplan STP is in beginsel van toepassing. Inpassing buiten de gronduitgifte is daar voor rekening van SADC Maximale bouwhoogte 15m Waar mogelijk behouden huidige bomen op erf Minimale afstand van het hart van de BBW van 50m Ontwerp met de uitstraling van Rozenburg zuid op voorhand als passend beoordeeld voor deze locatie

•

Architectonische en landschappelijke inpassing in samenhang met de Weg om de Zuid Een integraal landschappelijk inpassingsplan zal door de gemeente worden aangestuurd en gerealiseerd Voor de gehele zone liggend tussen de bestaande en de nieuwe Bennebroekerweg (Weg op de Zuid) zal de gemeente door een extern landschapsbureau een visie (landschapskader entreezone Hoofddorp-Zuid) laten opstellen. Voor de locatie van bomen, houdt de gemeente rekening met de TenneT en Liander kabeltracés. Max bouwhoogte 15m Bestaande Bomenrij BBW zoveel mogelijk behouden enkel bij in en uitrit onderbreken Rooilijn voor beide gebouwen is anders (niet 2 gebouwen in dezelfde rooilijn)

• • • • • •

•

• •

•

16

Inpassingseis Bebouwingsvrije zone

Locatie STP

Locatie Zuid

•

•

50m vanuit hart van de weg tenzij vorm van erf

•

50m vanuit hart van de weg tenzij vorm van erf Een strook van 25 meter parallel aan, en inclusief, de tocht vrijhouden van bebouwing en bomen (Zie NNN)

Ontsluiting

•

ontsluiting via Circulair Avenue (noordzijde van perceel)

•

Ontsluiting vanaf huidige BBW, fauna passeerbaar vanwege NNN verbinding

Gemeenteschappelijk van toepassing zijnde ruimtelijke kaders

•

Integraal Ontwikkelingsplan (IOP) STP inrichtings plan STP Visie Polderlinten + BKP BBW is dwarslint/ Rijnlanderweg is langslint Tracering/verlegging Bennebroekerweg Ruimtelijke Handreiking electriciteitsstations provincie NH

•

Integraal Ontwikkelingsplan (IOP) STP landschapskader entreezone Hoofddorp-Zuid Visie Polderlinten + BKP BBW is dwarslint/ Rijnlanderweg is langslint Tracering/verlegging Bennebroekerweg Ruimtelijke Handreiking electriciteitsstations provincie NH

Kavelpaspoort, minibeeldkwaliteitsplan GDCC kavels 4 en 5 en BOPA als basis

•

• • • • •

Specifieke van toepassing zijnde ruimtelijke kaders

•

• • • • •

•

Ontwikkelingsplan Park21 / Masterplangebied Park 21 NNN-verbinding ten zuiden van BBW

3.3.2 Ruimtelijke afweging

17

4

Haalbaarheid grondverwerving

De totaal benodigde oppervlakte aan grond ten behoeve van de realisatie en instandhouding van het station met toebehoren is circa 4 hectare. Deze grond zal door TenneT en Liander elk apart verworven moeten worden. De netbeheerders streven ernaar om de gronden minnelijk, oftewel in overeenstemming, in eigendom te verkrijgen.

4.1

Eigendom

Beide locaties zijn gelegen in de kadastrale gemeente Haarlemmermeer. Locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’ ligt in de volgende percelen: Sectie en perceel AM 1837

Oppervlakte 176.175 m²

Eigenaar Het Fonds van wijlen A. de Haas

Figuur 4.1.1 Kadastrale perceel locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’

18

Locatie ‘Op de Campus‘ ligt in de volgende percelen: Sectie en perceel AL 3151

Oppervlakte 433.288 m²

Eigenaar GEM A4-zone West Beheer B.V.

AL 3080

96.537 m²

Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 4.1.2 Kadastrale percelen locatie ‘Op de Campus’

4.2

Waardering gronden

In een vertrouwelijke bijlage wordt nader ingegaan op de inbrengwaarde van de beide locaties.Uit deze waardering blijkt dat er een groot verschil zit in de waarde, waarbij in de studie wordt meegenomen dat de verwachte koopprijs voor de grond ‘Langs de Bennebroekerweg’ aanzienlijk lager zal zijn dan de koopprijs voor de grond ‘Op de Campus’. Verschil in de waardering van de gronden is met name vanwege de huidige bestemming van de percelen. ‘Langs de Bennebroekerweg’ heeft een agrarische bestemming en ‘Op de Campus’ een uit te werken bedrijfs-/gemengde doeleinden bestemming en maken deel uit van de bedrijventerreinontwikkeling van de GEM A4 West, die STP ontwikkelt.

19

4.3 Voor beide locaties wordt vanuit stedenbouwkundig opzicht een ontwerp vergelijkbaar met elektriciteitsstation Rozenburg-Zuid gevraagd, dit met uitzondering van de meergenoemde spoelen van TenneT. Op beide locaties is een transformatorstation technisch te realiseren. Wel is een wezenlijk verschil dat uit de verrichte inpassingsstudie is gebleken dat het ruimtebeslag van kabels op het bedrijventerrein bij de locatie ‘In de Campus’ groter dan bij de locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’. SADC heeft aangegeven dat hier nader uitwerkingsoverleg dient plaats te vinden vanwege de reeds geprogrammeerde drukte met kabels en leidingen in de ondergrond van het bedrijventerrein. Ook verwachten de netbeheerders dat voor voor de locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’ minder zakelijk recht overeenkomsten (ZRO’s) voor de diverse kabeltracés overeen gekomen hoeven te worden. Hiermee is de slagingskans hoger en het investeringsbedrag kleiner.

20

5

Maatschappelijke consultatie

5.1

Beschrijving proces van communicatie met omgeving en andere belanghebbenden

De gemeente heeft bij het haalbaarheidsonderzoek zorgvuldig aandacht besteed aan informatieve participatie met omwonenden en andere betrokken partijen. Dit betekent dat er uitgebreid informatie is gegeven over de plannen. Waarbij er gelegenheid voor de omwonenden en betrokken partijen was om uitleg te krijgen, vragen te stellen en te reageren op de plannen. De volgende stappen zijn ondernomen: 1. Communicatie via brieven Er zijn drie brieven verstuurd naar de direct omwonenden en belanghebbenden. We stuurden de brieven naar een gebied van 500 meter rondom. Dit gebied was gebaseerd op resultaten over mogelijke hinder of overlast van een vergelijkbaar station dat nu wordt gebouwd bij de Incheonweg. Daarnaast zijn geïnteresseerden ook uitgenodigd en geïnformeerd via een algemene oproep in de InforMeer. • In december 2022 verstuurden we een eerste brief. We vertelden in de brief en dat de gemeente met netbeheerders TenneT en Liander een locatie bij hen in de buurt zou onderzoeken Dit ging om een locatie aan de Bennebroekerweg aan de zuidkant. • In juli 2023 verstuurden we een tweede brief. Hierbij vertelden we dat de gemeenteraad verzocht ook een tweede locatie te onderzoeken aan de noordkant van de Bennebroekerweg. • De derde brief verstuurden we op 4 maart 2025. Hierin vertelden we over het lopende haalbaarheidsonderzoek en over de vertraging die hierbij was opgelopen.

In deze laatste brief werden de omwonenden voor een inloopbijeenkomst uitgenodigd op 24 maart 2025. 2. Telefonische informatievoorziening Enkele omwonenden en bedrijven zijn door de projectmanager persoonlijk benaderd voor een toelichting. De gemeente heeft gesprekken gevoerd om vragen te beantwoorden en uitleg te geven over het proces. 3. Keukentafelgesprekken Met enkele direct omwonenden zijn keukentafelgesprekken gevoerd. Tijdens deze gesprekken was er ruimte voor persoonlijke inbreng, zorgen en suggesties vanuit de betrokkenen. 4. Overleg met SADC De gemeente heeft nauw overleg gehad met SADC, de ontwikkelaar van Schiphol Trade Park in het kader van de locatie aan de noordkant van de Bennebroekerweg. Hierbij is met name de ruimtelijke inpassing in hun ontwikkelingsplannen besproken en zijn ook de financiële gevolgen voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein in beel gebracht. 5. Inloopavond 24 maart 2025 Hiervoor zijn direct omwonenden en belanghebbenden uitgenodigd via een brief (zie hierboven). Daarnaast is de uitnodiging gepubliceerd op de digitale krant van gemeente Haarlemmermeer: InforMeeronline en in de agenda van InforMeeronline.

Tijdens een georganiseerde inloopavond kregen omwonenden de gelegenheid om vragen te stellen en reacties te geven op de ruimtelijke randvoorwaarden van gepresenteerde inpassingsvoorstellen en ook op de verrichte onderzoeken over het geluid en electromagnetische velden. De avond bood een open platform voor dialoog en feedback vanuit de omgeving. 6. Reacties Omwonenden en belangstellenden kregen de mogelijkheid om een reactieformulier in te vullen tijdens de inloopavond. Het formulier kon ingeleverd worden tot 1 april 2025. In totaal zijn zes reactieformulieren ontvangen. Onderstaand een overzicht van de reacties, inclusief een beantwoording daarvan met een algemene conclusie. De vragen, die op het reactieformulier werden gesteld zijn:

•

Wat vindt u van de presentatie en het voorgestelde ontwerp van het transformatorstation? ☐ Zeer positief ☐ Positief ☐ Neutraal ☐ Negatief ☐ Zeer negatief

• •

Toelichting op de vraag: ruimte om het antwoord op bovenstaande vraag toe te lichten. Heeft u vragen en/of zorgen over het transformatorstation die u met ons wilt delen?

21

• Deelnemer 1

Heeft u verder nog ideeën, suggesties of opmerkingen die u met ons wilt delen? Indruk

Toelichting

Vragen/zorgen

Beantwoording

Positief

Duidelijke toelichting op presentatie

Ondanks gebruikte modellen met betrekking tot straling en geluid ben ik toch bezorgd over verwaaiing/ verstrooiing geluid. 50 dB lijkt niet veel maar 24/7 mumgeluid, hoe zacht ook, is zeer storend.

De installaties van TenneT zijn inpandig en hebben geen geluidsuitstraling naar buiten. De 6 transformatoren van Liander, waarvan maximaal 5 in werking, veroorzaken wel licht geluid. Getoetst is aan de wettelijke normen, inclusief een toeslag voor het tonale geluid. Er is slechts op korte afstand van de locatie sprake van een geluidsniveau dat uitstijgt boven de wettelijke norm. De woningen zijn op zodanige afstand gesitueerd, dat daar in ruime mate wordt voldaan aan de wettelijke norm. Vergeleken met het station aan de Incheonweg in Rozenburg is er een belangrijk verschil. Daar was TenneT genoodzaakt ook een tweetal zogenaamde spelen te plaatsen, die zorgdragen voor stabiliteit op het 150 kV stroomnet. Die bleken daar de grootste geluidsveroorzaker te zijn, maar zijn op de locaties aan de Bennebroekerweg niet noodzakelijk. Met betrekking tot de straling, of beter gezegd, de magnetische velden wijst het verrichte onderzoek ook uit dat niet slechts aan de wettelijke norm wordt voldaan, maar ook aan de veel hogere zorgvuldigheidsnorm van 0,4 microtesla, die ook bij het station aan de Incheonweg is gehanteerd.

22

2

3 4 5

Duidelijk

Zeer positief Zeer positief Positief

Zeer uitgebreide informatie, wel jammer dat er maar twee locaties zijn onderzocht, terwijl er hier ter plekke nog minimaal een nuttig extra alternatief werd geopperd.

Ja, zorgen over straling en geluidsoverlast. Graag bij de inrichting van het terrein rekening houden met de wilde dieren die hier wonen.

Zo spoedig mogelijk een beslissing. Geluidsoverlast in deze contreien wordt steeds zwaarder. Nergens wordt er rekening gehouden met van het alsmaar meer cumulerende effect van vlieg-trein-A4 en sluiprouteverkeer Rijnlanderweg om nog maar te zwijgen over de te verwachten geluidsoverlast bij het creëren van een (evenementen)terrein. Hoewel deze informatieavond op prijs wordt gesteld, is dit voor het eerst in anderhalf jaar dat bewoners iets te horen krijgen. Info in gemeentebladen in gedrukte vorm bereikt ons niet, daar er al jaren niet huis-aan-huis wordt bezorgd. Niet

Kortom er is ter plaatse van de woningen geen sprake van risico op hinder of gezondheidsschade ter plaatse van de in de omgeving aanwezige woningen. Voor de geluidhinder en electromagnetische velden wordt verwezen naar het hiervoor gegeven antwoord. Er wordt bij de verdere uitwerking van de plannen vereist floraen faunaonderzoek gedaan en, als de noodzaak uit dat onderzoek blijkt, gezorgd worden voor de vereiste mitigerende maatregelen.

De locaties aan de Bennebroekerweg zijn op dit moment inderdaad al qua geluid belaste locaties. Dit zowel wat vlieglawaai betreft als het wegverkeer. Hoewel geen achtergrondgeluidsanalyse is gemaakt, is het op grond van de beperkte nieuwe geluidsbelasting aannemelijk dat deze niet leidt tot een verzwaring van de reeds aanwezige geluidsbelasting (p.m. check bij akoestisch adviseur; dit is mijn aanname) Het is juist dat de informatievoorziening is gestagneerd omdat de inpassing van met name de vereiste kabels en leidingen, vooral die op de noordelijke locatie, extra onderzoek en uitwerking heeft gevraagd. Voor een adequate informatie van de

23

iedereen zit continu op internet te speuren naar nieuws uit de gemeente. Verzoek om vervolgbrieven aan een ruimer adressenbestand te sturen.

6

Positief

Fijn dat deze opzet gesloten is en daardoor weinig straling, geluid richting de omgeving zal produceren. Daarmee een relatief compact gebouw. Goede opzet van de inloop en fijn om alle gezichten een keer bij een naam te zien. Maakt het persoonlijker en prettiger. Goed verzorgd (broodjes, drankjes) maar ook duidelijke beelden/borden.

omwonenden en betrokkenen moest die uitwerking en het onderzoek wel zijn afgerond. Zowel de omgeving als de gemeenteraad hebben wij hier tussentijds over geïnformeerd. Zoals gezegd zijn de brieven gestuurd naar de adressen binnen een straal van 500 meter. Ook heeft algemene informatie plaatsgevonden via Infomeer en de gemeentelijke website.

Nee, uit de uitleg is een goed beeld gekomen dat er goed over zaken nagedacht. Indien er een voorkeur voor een locatie mag worden gegeven is de voorkeur de zuidelijke locatie. Vanuit kostenperspectief, rechte aansluiting op het kabeltracé vanuit STP en ook reeds besproken met grondeigenaren en direct omwonenden.

Conclusie De meeste reacties over de presentatie en het voorgestelde ontwerp zijn positief tot zeer positief. Er is wat zorg over het geluid en de electromagnetische velden, door reageerders straling genoemd. Geluid wordt daarbij vaker als zorg genoemd dan straling. De zorgen gaan over de verstrooiing van het geluid en het totale effect ervan in deze omgeving. Ee deelnemer aan de avond geeft aan dat rekening moet worden gehouden met wilde dieren die op locaties verblijven enn voorts dat communicatie naar een bredere groep belangrijk is. Een van de deelnemers geeft de voorkeur voor de zuidelijke locatie expliciet aan en waardeert het dat de hoogspanningsinstallatie in een gebouw wordt geplaatst. Met deze brede aanpak van informatieve participatie hebben we een zo transparant mogelijk proces doorlopen. Waarbij de belangen van alle betrokken partijen zorgvuldig zijn meegewogen. Uit de reacties en op basis van de hierboven gegeven beantwoording op de concrete vragen leiden wij af dat er sprake is van voldoende draagvlak in de omgeving voor beide locaties Door een enkeling is een voorkeur voor de zuidelijke locatie uitgesproken. Uiteraard zal na een definitief locatiebesluit door de gemeenteraad een verdere ruimtelijke onderbouwing van die locatie moeten plaatsvinden als onderdeel van de te nemen planologische maatregel.

Overigens krijgen belanghebbenden ook in het kader van die procedure weer gelegenheid op het plan te reageren.

24

6

Algemene slotconclusie

In deze haalbaarheidsstudie zijn de locaties ‘Langs de Bennebroekerweg 1’ en ‘In de Campus’ onderzocht om een voorkeurslocatie voor station A4-zone West te bepalen. • Voor de aspecten geluid en EMV is er geen onderscheid tussen beide locaties. • Beide locaties zijn ook technisch vergelijkbaar te realiseren, waarbij het station Rozenburg-Zuid als passende referentie is gehanteerd. Zoals uit het eerdere locatieonderzoek al was gebleken, heeft de locatie “In de campus” grotere uitdagingen om de bijbehorende stroomkabels in te passen. • Wat betreft landschappelijke inpassing gelden voor de locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’ meer landschappelijke eisen, met name natuurgerelateerde eisen, maar hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar.. • Beide locaties zijn in ruimtelijk en planologisch opzicht als gelijkwaardig te beschouwen. • Op basis van de waardering van de gronden (zie vertrouwelijke memo) onderscheidt ‘Langs de Bennebroekerweg’ zich zeer positief ten opzichte van de locatie ‘In de Campus’. • Het aanzienlijke verschil in verwervingswaarde of kosten, even afgezien van de bereidheid van de grondeigenaren tot overdracht, dient bij de afweging te worden betrokken. De netwerkbedrijven zijn gehouden tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten te investeren in nieuwe infrastructuur als deze. Kosten worden immers ten laste van energiegebruikers gebracht.

Het is ook hierom dat zij onder toezicht van de Autoriteit Consument en Markt staan, die hier op toe ziet. • Ook de gemeentelijke afweging dient hier rekening mee te houden. De gemeente heeft op grond van haar eigen ruimtelijke beoordeling géén overwegend argument om juist te kiezen voor de noordelijke locatie.

Gelet op al het hiervoor gestelde geniet de locatie ‘langs de Bennebroekerweg de voorkeur. Voorgesteld wordt die locatie als definitieve voorkeurslocatie aan te wijzen en verder planologisch-juridisch uit te gaan werken.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=cc4f9345-ceb9-49b0-8830-73f0c17e3417