Bijlage 1 - De statuten WBTR SOPOH toets
Tekst van het document
STATUTENWIJZIGING Stichting Floreer Openbaar Onderwijs voorheen Stichting Openbaar Primair Onderwijs Haarlemmermeer (SOPOH) Heden [datum] tweeduizend drie en twintig., verscheen voor mij, mr Charles Francois Tasseron, notaris met plaats van vestiging Haarlemmermeer: Handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: 1. De heer Sjoerd Boudewijn Arlman, geboren te Den Haag op zes juni negentienhonderdtachtig, zich identificerende met zijn paspoort met kenmerk NTDB8HBR7 uitgegeven te Amsterdam op 1 september 2014, gehuwd met Martine Stamsnijder, wonende te Amsterdam; en 2. Mevrouw
Judy
Joy
Menger,
geboren
te
Den
Haag
op
vier
november
negentienhonderdtweeëntachtig zich identificerende met haar paspoort met kenmerk NU9JJ6F14 uitgegeven te Den Haag op 27 februari 2015 , wonende te Den Haag, Te dezen handelend als gezamenlijk bevoegd bestuurders van de STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS HAARLEMMERMEER, statutair gevestigd te Haarlemmermeer, kantoorhoudende te 2132 DV Hoofddorp Wilhelminalaan 55, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer va Koophandel onder dossiernummer 34107734, deze rechtspersoon hierna te noemen de Stichting. De comparant verklaarde: 1. De stichting is opgericht bij akte, op zesentwintig november negentienhonderd achtennegentig verleden voor mr. J.J.A. de Groot, destijds notaris te Haarlemmermeer; 2. de statuten van de stichting zijn laatstelijk gewijzigd vijf januari tweeduizend vijftien; 3. dat in de vergadering van de Raad van Toezicht van 13 februari tweeduizend drieëntwintig is besloten de statuten van de stichting te wijzigen; 4. dat de stichting wordt voorgezet onder de naam: “Stichting Floreer Openbaar Onderwijs”; in deze vergadering is aan de comparant volmacht verleend tot het ondertekenen van deze akte; 5. van het hiervoor gemelde besluit en de hiervoor gemelde volmacht blijkt uit een exemplaar van de notulen van die vergadering, dat aan deze akte zal worden gehecht.
Ter uitvoering van gemeld besluit verklaarde de comparant de statuten gewijzigd opnieuw vast te stellen als volgt. STATUTEN Begripsbepalingen en regelgeving Artikel 1 1.
In deze statuten wordt verstaan onder: a.
bevoegd gezag: de stichting als bedoeld in deze statuten;
geheel te wijzigen en
b.
college van bestuur: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting;
c.
gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer;
d.
gemeenschappelijke medezeggenschapsraad: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad verbonden aan de school/scholen, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen;
e.
raad van toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17b Wpo;
f.
school/scholen: de door de stichting in stand gehouden openbare school/scholen voor primair onderwijs;
g.
schriftelijk: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld;
h.
stichting: deze stichting, zijnde Stichting Floreer Openbaar Onderwijs, voorheen bekend als Stichting Openbaar Primair Onderwijs Haarlemmermeer, statutair gevestigd te gemeente Haarlemmermeer, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 34107734;
i. 2.
Wpo: de Wet op het primair onderwijs, dan wel een daarvoor in de plaats tredende wet.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.
3.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd.
4.
De vigerende wet – regelgeving en landelijke governance-codes, waaronder de Code Goed Bestuur PO en de Code Goed Toezicht, zijn op deze statuten van toepassing.
Naam en zetel Artikel 2 1.
De stichting draagt de naam: Stichting Floreer Openbaar Onderwijs.
2.
De stichting heeft haar zetel in de gemeente Haarlemmermeer.
3.
De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
Doel Artikel 3 1.
De stichting heeft tot doel het geven van primair openbaar onderwijs overeenkomstig artikel 46 WPO en richt zich op het leren en ontwikkelen van kinderen van 0-13.
2.
De stichting tracht dit doel te verwezenlijken door: a.
de instandhouding van één of meer scholen voor openbaar onderwijs;
b.
het doen geven en bevorderen van onderwijs in de zin van de Wpo en/of andere onderwijswetgeving die op de stichting van toepassing kan zijn;
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
en al hetgeen met voorstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. WBTR 3.
De stichting heeft geen winstoogmerk.
Karakter openbaar onderwijs Artikel 4 1.
Het openbaar onderwijs draagt overeenkomstig artikel 46 Wpo bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.
2.
De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag als bedoeld in de onderwijswetgeving uit.
Middelen en beheer Artikel 5 1.
De stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen en particulieren inbegrepen.
2.
Erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard.
Organen en Commissies Artikel 6 1.
De stichting kent als civielrechtelijke organen: a. het college van bestuur; b. de raad van toezicht.
2.
Zowel het college van bestuur als de raad van toezicht kunnen commissies instellen, indien het college van bestuur of de raad van toezicht dat in het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie wenselijk of noodzakelijk acht. Commissies behoren niet tot de civielrechtelijke organen van de stichting.
College van bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 7 1.
Het bestuur van de stichting is opgedragen aan het college van bestuur. Het college van bestuur bestaat uit ten minste 1 en maximaal 3 natuurlijke personen. De leden van van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. Het aantal leden van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld.
2.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, vast te stellen openbare werving – en selectieprocedure en profielschets (en) en voorts met in achtneming van het bepaalde in lid 3 en 4.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
3.
In geval van een meerhoofdig college van bestuur is er naast een algemene profielschets ook een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van het college van bestuur dienen te beschikken. De profielschets is richtsnoer en hiervan kan om moverende redenen worden afgeweken.
4.
Ieder lid van het college van bestuur is onafhankelijk ten opzichte van de overige leden van het college van bestuur, de raad van toezicht en van de (deel)belangen van de stichting. Bij de benoeming worden de vigerende regels van de codes in acht genomen.
5.
De raad van toezicht kan in geval van een meerhoofdig college van bestuur een van de leden van het college van bestuur benoemen tot voorzitter. Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid van het college van bestuur met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. De onderlinge taakverdeling wordt door de raad van
toezicht
goedgekeurd.
Een
zodanige
taakverdeling
laat
de
gezamenlijke
verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur onverlet. 6.
De leden van het college van bestuur worden benoemd voor de duur van hun arbeidsovereenkomst of voor een andere door de raad van toezicht te bepalen periode. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van het college van bestuur.
7.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden.
8.
De leden van het college van bestuur worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, kan nader worden uitgewerkt in het reglement van de raad van toezicht.
9.
Leden van het college van bestuur vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Voor het aanvaarden van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie door een lid van het college van bestuur wordt voorafgaand goedkeuring gevraagd aan de raad van toezicht. Aan leden van het college van bestuur worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt. WBTR
College van bestuur; schorsing en ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 8 1.
De raad van toezicht schorst en ontslaat de leden van het college van bestuur. Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
2.
Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing.
3.
Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen.
4.
Het lid van het college van bestuur dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van het college van bestuur over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.
5.
Een lid van het college van bestuur defungeert voorts: a.
door zijn vrijwillig aftreden;
b.
doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard;
c.
indien titel 16 (Curatele), titel 19 (Onderbewindstelling) en/of titel 20 (Mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt;
d.
door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
6.
e.
door de beëindiging van zijn (arbeids)overeenkomst met de stichting;
f.
door zijn ontslag door de rechtbank;
g.
door zijn overlijden.
Ingeval van vacatures, dan wel ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van het college van bestuur. Zonodig en zo lang als nodig is voor de goede uitoefening van de taken van het college van bestuur, wordt de vrijgevallen positie in het college van bestuur waargenomen door een door de RvT aan te wijzen interimbestuurder
7.
Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen/interimbestuurder(s), onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. WBTR
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
College van bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 9 1.
Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. Aan het college van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe die tot het bevoegd gezag behoren en voorts al die taken en bevoegdheden die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het college van bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen, de leerlingen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders, het belang van de onderwijsorganisatie en naar het belang van de samenleving en weegt deze verschillende belangen af. WBTR
3.
Het college van bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de raad van toezicht. Het college van bestuur brengt aan de raad van toezicht periodiek verslag uit.
4.
Het college van bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt (de rechtshandelingen als bedoeld in artikel 291 lid 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek).
5.
Het college van bestuur behoeft voorts de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor: a.
het vaststellen van de bestuursvisie, het (meerjaren)beleidsplan en de bijbehorende (meerjaren)begroting;
b.
de vaststelling van de jaarrekening en het bestuursverslag (jaarverslag), met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant;
c.
het
aangaan
van
(financiële)
verplichtingen
(waaronder
subsidie-
of
investeringsverplichtingen) en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en een bij reglement College van bestuur te bepalen bedrag te boven gaan; d.
het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting en/of de met haar in een groep verbonden rechtspersonen;
e.
het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het college van bestuur daartoe bevoegd is;
f.
het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden;
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
g.
het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd
tenzij
de
verplichting
daartoe
voortvloeit
uit
een
collectieve
arbeidsovereenkomst; h.
het benoemen en ontslaan van personen met een salaris of andere beloning waarvan het bruto bedrag meer bedraagt dan een door de RvT vastgesteld bedrag of betrekking heeft op een door de RvT te bepalen functieschaal;
i.
het teweegbrengen van een belangrijke wijziging in de organisatie;
j.
het aanvragen van faillissement en surseance van betaling;
k.
het vaststellen en wijzigen van reglementen als bedoeld in deze statuten, daaronder in elk geval begrepen het managementstatuut in de zin van artikel 31 van de Wet op het primair onderwijs, het reglement College van Bestuur en het reglement van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad;
l.
onderwerpen waarover een (potentieel) tegenstrijdig belang dan wel een verstrengeling van belangen bestaat ten aanzien van één of meer leden van het college van bestuur;
m.
het stichten, alsmede (het aanvaarden van) een bestuursoverdracht, samenvoeging of splitsing van een school;
n.
het doen van een voorstel aan de gemeenteraad tot opheffing van een school; niet zijnde enkel een nevenvestiging of – locatie;
o.
het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo;
p. 6.
juridische fusie of juridische splitsing.
De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in lid 4 en lid 5 van dit artikel genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze andere besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het college van bestuur te worden medegedeeld.
7.
De raad van toezicht kan besluiten dat indien het belang van een rechtshandeling als bedoeld in dit artikel beneden een door de raad van toezicht vast te stellen grens blijft, goedkeuring door de raad van toezicht niet vereist is.
College van bestuur; vergadering en besluitvorming Artikel 10 1.
Het college van bestuur legt zijn besluiten schriftelijk vast en stelt deze op verzoek van een ieder beschikbaar, tenzij het bepaalde in lid 5 onder a., b. of c. van toepassing is.
2.
Indien en voor zover sprake is van een meerhoofdig college van bestuur, gelden voorts de hierna volgende bepalingen.
3.
De oproeping tot de bestuursvergadering geschiedt schriftelijk aan ieder lid van het college van bestuur in opdracht van het college van bestuur. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen.
4.
Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen indien de meerderheid van de leden van het college van bestuur ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een lid van het college van bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk -daaronder mede begrepen e-mail - gevolmachtigd ander lid van het college van bestuur doen vertegenwoordigen. Hiervan wordt in de notulen mededeling gedaan.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen in een vergadering, waarin alle leden van het college van bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 5.
Vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten tot een besloten vergadering indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a.
het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
b.
de economische of financiële belangen van de stichting;
c.
het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de
aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het college van bestuur anders beslist. 6.
In de vergadering van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur recht op het uitbrengen van één stem. Het college van bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
7.
Indien de stemmen staken ten aanzien van een voorstel, wordt het voorstel op de agenda geplaatst van een volgende vergadering. Indien de stemmen dan opnieuw staken, komt geen besluit tot stand. WBTR
8.
Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft en in ieder geval indien dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt genomen door de overige leden van het college van bestuur. Indien het enig lid dan wel alle leden van het college van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft/hebben en in ieder geval indien dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. WBTR
9.
Het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het college van bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het college van bestuur deelnemen, mits dat lid van het college van bestuur steeds alle andere leden van het college van bestuur kan verstaan en door die andere leden van het college van bestuur wordt verstaan.
10.
Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk – daaronder mede begrepen e-mail- en unaniem geschiedt en alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de leden van het college van bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.
11.
In het reglement College van Bestuur worden nader geregeld, met in achtneming van deze statuten, aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
College van bestuur; vertegenwoordiging Artikel 11 1.
De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. Daarnaast wordt de stichting vertegenwoordigd door elk lid van het college van bestuur afzonderlijk.
2.
Krachtens besluit van het college van bestuur kan aan één of meer personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht.
Raad van toezicht; samenstelling en benoeming Artikel 12 1.
De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De benoeming van de leden van de raad van toezicht vindt plaats op persoonlijke titel. Is het aantal leden minder dan vijf, dan behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen.
2.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. De benoeming geschiedt op voordracht van de raad van toezicht, tenzij de benoeming geschiedt op bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, als hierna bedoeld. Van een voordracht door de raad van toezicht zal de gemeenteraad slechts op zwaarwegende gronden afwijken. Bij een voordracht heeft de raad van toezicht de dan geldende regels rond onverenigbaarheid van functies toegepast.
3.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht. In aanvulling daarop, wordt een derde gedeelte van het aantal leden waaruit de raad van toezicht bestaat, op bindende voordracht
benoemd
van
de
oudergeleding
van
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad. Voor zover een derde gedeelte niet een geheel getal als resultaat kent, wordt dit getal naar boven afgerond. 4.
Voor de zetels in de raad van toezicht ten aanzien waarvan de oudergeleding van de gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad
en
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad een hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht, doch slechts voor één zittingsperiode. Voor de zetels in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
en
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad
voordrachtsrecht hebben, heeft de raad van toezicht eveneens een voordrachtsrecht.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
geen
5.
De voordrachten als hiervoor in dit artikel bepaald en de benoemingen geschieden met inachtneming van een door de raad van toezicht, na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure. De raad van toezicht stelt een algemeen profiel op voor zijn samenstelling naar ten minste deskundigheden, vaardigheden en diversiteit. Het college van bestuur en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en). De profielschets(en) wordt/worden vooraf openbaar gemaakt. Bij het ontstaan van een vacature wordt het algemeen profiel van de raad van toezicht als geheel bekeken en gaat de raad van toezicht na of de algemene dan wel specifieke profielschets nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De profielschets(en) wordt/worden vervolgens opnieuw vastgesteld. De verdere procedure voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht kan worden geregeld in het reglement raad van toezicht.
6.
De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de leden van het college van bestuur en welk deelbelang van de stichting ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting en de scholen betrokken deelbelangen. Bij de benoeming worden de vigerende regels in de codes in acht genomen.
7.
De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter. De raad van toezicht kan onderling vaststellen welk lid van de raad van toezicht met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de raad van toezicht onverlet.
8.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar.
9.
Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn. Voor een herbenoeming is niet opnieuw een besluit van de gemeenteraad vereist omdat tot een herbenoeming door de raad van toezicht zelf wordt besloten.
10.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden.
11.
De leden van de raad van toezicht hebben recht op vergoeding van de door hen in uitoefening van hun functie gemaakte kosten en ontvangen ter zake hun werkzaamheden voor de stichting een vergoeding in lijn met de in het onderwijs vigerende wet- en regelgeving voor goed bestuur en met inachtneming van de adviezen van de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI). De hoogte van deze vergoedingen worden vastgesteld door de raad van toezicht. De hiervoor omschreven vergoedingen worden in het jaarverslag van de raad van toezicht en daarmee ook in het bestuursverslag van de stichting zichtbaar gemaakt en toegelicht.
12.
De leden van de raad van toezicht worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. Jaarlijks evalueert de raad van toezicht zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop de evaluatie plaatsvindt kan nader worden uitgewerkt in het reglement raad van toezicht.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
13.
Leden van de raad van toezicht vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Een lid van de raad van toezicht meldt de aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie. In het jaarverslag van de RvT, dat wordt opgenomen in het bestuursverslag, worden alle hoofd- en nevenfuncties van de leden van de raad van toezicht vermeld. Aan leden van de raad van toezicht worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt.
Raad van toezicht; schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 13 1.
Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst en ontslagen door de gemeenteraad, op verzoek van de raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht kan slechts worden geschorst en ontslagen wegens: a.
verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren;
b.
onverenigbaarheid van functies of belangen;
c.
wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de raad van toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de stichting.
2.
Een lid van de raad van toezicht kan voorts worden geschorst door de raad van toezicht wegens één van de in lid 1 genoemde gronden, voor een periode van ten hoogste drie maanden. Indien een lid van de raad van toezicht wordt geschorst door de raad van toezicht, deelt de voorzitter van de raad van toezicht dit per omgaande schriftelijk aan de gemeenteraad mee.
3.
Voor het einde van de schorsingsperiode als genoemd in het vorige lid, neemt de raad van toezicht een besluit tot verlenging dan wel opheffing van de schorsing. Bij gebreke van een tijdig besluit vervalt de schorsing. Een schorsing kan éénmaal worden verlengd, voor ten hoogste een periode van drie maanden, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen.
4.
Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot (voorstel tot) ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de raad van toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.
5.
Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a.
door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);
b.
doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard;
c.
indien titel 16 (Curatele), titel 19 (Onderbewindstelling) en/of titel 20 (Mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen;
d.
door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
6.
e.
door zijn ontslag door de rechtbank;
f.
door zijn overlijden.
In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de voltallige taken van de raad van toezicht waar. Een niet voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd.
7.
In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht wordt door de wethouder met de portefeuille onderwijs van de gemeente een persoon aangewezen die tijdelijk met het toezicht op de stichting is belast, alsook gehouden is zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de raad van toezicht aan de gemeenteraad, een en ander tot de gemeenteraad conform het bepaalde in artikel 12 lid 2 in benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht heeft voorzien. WBTR
Raad van toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 14 1.
De raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op de verwezenlijking van de doelstelling van de stichting, het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting en de door haar in stand gehouden scholen. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde, fungeert als klankbord en kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.
2.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie en de door de stichting in stand gehouden scholen. WBTR De toezichtwerkzaamheden worden door de leden van de raad van toezicht op naam van en onder verantwoordelijkheid van het toezichthoudende orgaan als collectief verricht. De leden van de raad van toezicht zijn niet bevoegd individueel namens de raad van toezicht besluiten te nemen en/of de raad van toezicht te binden.
3.
De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de raad van toezicht belast met: a.
het goedkeuren van de besluiten van het college van bestuur als genoemd in deze statuten;
b.
het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving;
c.
het houden van toezicht op het functioneren van het college van bestuur en het toezien op de naleving door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 lid 1 Wpo en eventuele afwijkingen van die code;
d.
het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen.
e. 4.
het benoemen van de accountant
De raad van toezicht legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd, in het bestuursverslag van de stichting.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
5.
Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad van toezicht nodig of dienstig zijn. De raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen.
6.
Het college van bestuur stelt ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.
7.
De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; de raad van toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.
8.
De raad van toezicht kan voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak zich doen bijstaan door één of meer deskundigen.
Raad van toezicht; vergadering en besluitvorming Artikel 15 1.
De raad van toezicht vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en).
2.
De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de raad van toezicht door het college van bestuur in opdracht van degene(n) die het houden van de vergadering heeft of hebben verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen.
3.
De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, indien alle leden van de raad van toezicht hiermee instemmen.
4.
Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen.
5.
De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid door de vicevoorzitter, en bij diens afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding.
6.
Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
7.
Vergaderingen van de raad van toezicht zijn in beginsel niet openbaar.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
8.
In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Tenzij anders blijkt in deze statuten, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. Indien de stemmen staken, wordt het voorstel geplaatst op de agenda van een volgende vergadering van de raad van toezicht. Indien in die tweede vergadering de stemmen opnieuw staken ten aanzien van het voorstel, komt geen besluit tot stand. WBTR
9.
Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft en in ieder geval indien dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt alsdan genomen door de overige leden van de raad van toezicht. De aanwezigheid van het betreffende lid telt niet mee voor het bepalen van het quorum. Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben en in ieder geval indien dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit door de raad van toezicht genomen onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. WBTR
10.
De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.
11.
Een besluit van de raad van toezicht kan ook buiten de vergadering tot stand komen, mits die schriftelijk geschiedt, geen van de leden zicht tegen deze wijze van besluitvorming verzet en het besluit unaniem is. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.
12.
De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij en hebben een adviserende stem. Tenminste een keer per jaar vergadert de raad van toezicht in afwezigheid van het college van bestuur. In deze vergadering komen het onderlinge functioneren van de raad van toezicht en het college van bestuur aan de orde, alsmede het functioneren van het college van bestuur en de individuele leden van het college van bestuur. De voorzitter doet van de uitkomst hiervan verslag aan (de individuele leden van) het college van bestuur.
13.
De raad van toezicht zal met inachtneming van deze statuten, een reglement raad van toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
Boekjaar en jaarstukken Artikel 16 1.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2.
Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3.
Het college van bestuur stelt jaarlijks een beleidsplan en bijbehorende begroting op voor het komende boekjaar en legt deze voor het einde van het boekjaar ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Na goedkeuring van de raad van toezicht stelt het college van bestuur het beleidsplan en de begroting vast. Het college van bestuur stelt voorts een meerjarenbeleidsplan op, alsmede een bijbehorende meerjarenraming .
4.
Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het college van bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt (jaarrekening), welke jaarstukken tijdig vergezeld worden van een rapport van een accountant.
5.
De accountant wordt door de raad van toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan het college van bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen.
6.
Het college van bestuur stelt voorts een bestuursverslag op. Bij het opmaken van het bestuursverslag schenkt het college van bestuur tevens aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.
7.
De jaarstukken als hiervoor bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. De jaarrekening wordt ten blijke van vaststelling en goedkeuring door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan.
8.
Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren.
9.
De jaarstukken zijn openbaar en worden na goedkeuring door de raad van toezicht en vaststelling door het college van bestuur binnen gerede tijd aangeboden aan de gemeenteraad.
Statutenwijziging Artikel 17 1.
Het college van bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.
2.
Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer
3.
De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad. De gemeenteraad kan zijn instemming aan een voorgenomen statutenwijziging slechts onthouden indien de overheersende invloed van de overheid in de raad van toezicht niet is verzekerd.
4.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder lid van het college van bestuur is afzonderlijk bevoegd deze akte te (doen) doen verlijden. Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen bij het door de Kamers van Koophandel gehouden handelsregister.
5.
Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing.
Ontbinding en vereffening Artikel 18 1.
Met betrekking tot het besluit tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in het direct voorafgaande artikel van deze statuten van overeenkomstige toepassing.
2.
De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
3.
De vereffening geschiedt door het college van bestuur, dan wel door een door het college van bestuur aan te wijzen (rechts)persoon.
4.
Een eventueel batig saldo wordt conform het doel van de stichting uitgekeerd aan de gemeente Haarlemmermeer ten behoeve van het openbaar primair onderwijs.
5.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
Vrijwaring Artikel 19 De bestuurder(s) of/en toezichthouder(s) worden middels dit artikel gevrijwaard voor alle voor hen nadelige financiële gevolgen van hun handelen of nalaten indien er sprake is van handelen of nalaten te goeder trouw. Tevens worden in dit kader alle kosten in het kader van de (juridische) ondersteuning vergoed; door de instelling aan de bestuurder(s) en of toezichthouder(s).
Statutenwijziging SOPOH ten behoeve van instemming gemeenteraad Haarlemmermeer