CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 - Aanvullend onderzoek Flora en Fauna

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 29 februari 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep IJweg 1762 (10363075) - AANGENOMEN (unaniem)3.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUURONDERZOEK IJWEG 1762 NIEUW-VENNEP Vleermuizen en vogels

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 4-11-2022

VERANTWOORDING Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail: Uitvoering: Adres:

Vastgoed Nationaal Dhr. A.W. Koolhaas Korenaarstraat 27 2153 BN Nieuw-Vennep 06 30372387 awk@vastgoednationaal.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Projectleider:

J.I. Andringa MSc.

Auteurs:

Ing. C.J. Aalbers Ing. J.C.H. den Hollander

Kwaliteitscontrole:

Ing. S. van Lieshout

Projectcode: Status: Datum:

VNVW2102 Concept 4-11-2022

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is aangesloten bij brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.

2

INHOUDSOPGAVE

1 1.1 1.2

Inleiding ...................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel.................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ......................................................................................................................... 4

2 Onderzoeksmethodiek................................................................................................................ 6 2.1 Broedvogels ............................................................................................................................. 6 2.2 Gierzwaluw .............................................................................................................................. 6 2.3 Huismus .................................................................................................................................. 6 2.4 Vleermuizen ............................................................................................................................. 6 2.4.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen............................................................................................ 6 2.4.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen .................................................................................. 7 2.4.3 Winterverblijfplaatsen ............................................................................................................ 7 2.4.4 Vliegroutes en foerageergebieden ......................................................................................... 7 2.5 Overzicht inventarisaties...........................................................................................................

7 3 Resultaten................................................................................................................................... 8 3.1 Broedvogels ............................................................................................................................. 8 3.2 Gierzwaluw .............................................................................................................................. 8 3.3 Huismus .................................................................................................................................. 8 3.4 Vleermuizen ............................................................................................................................. 8 3.4.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen............................................................................................ 8 3.4.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen .................................................................................. 8 3.4.3 Winterverblijfplaatsen ............................................................................................................ 8 3.4.4 Vliegroutes en foerageergebieden ......................................................................................... 9 3.5 Beschermde functies projectgebied .......................................................................................... 9 4 4.1 4.2

Conclusie en aanbevelingen .................................................................................................... 10 Conclusie ............................................................................................................................... 10 Aanbevelingen t.a.v. de Wet natuurbescherming ..................................................................... 10

Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:

Kaart resultaten broedvogels ............................................................................................... 11 Kaart resultaten gierzwaluw................................................................................................. 12 Kaart resultaten huismus ..................................................................................................... 13 Kaart resultaten vleermuizen ............................................................................................... 14 Locatie verblijfplaatsen vleermuizen..................................................................................... 15

3

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL Vastgoed Nationaal is voornemens de bestaande bebouwing in projectgebied ‘IJweg 1762’ in Nieuw-Vennep te amoveren en een zorgvastgoedcomplex te ontwikkelen. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. In maart 2021 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een Quickscan Wet natuurbescherming1. Uit de Quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen. In opdracht van Vastgoed Nationaal is derhalve een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door de boombalk, buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, ransuil, sperwer en vleermuizen. Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek en aanbevelingen ten opzichte van de Wet natuurbescherming.

1.2

WETTELIJK KADER Wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Er wordt onderscheid gemaakt in soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Er kan mogelijk zonder een ontheffing middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt.

Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten en aan de voorwaarden in de gedragscode wordt voldaan. De nestlocaties van de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, ransuil en de sperwer zijn jaarrond beschermd. De verbodsbepalingen voor Europees beschermde vogels zijn opgenomen in artikel 3.1 (Vogelrichtlijn) van de Wet natuurbescherming. Alle vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd. De verbodsbepalingen voor Europees beschermde vleermuizen zijn opgenomen in artikel 3.5 (Habitatrichtlijn) van de Wet natuurbescherming. Europees beschermde soorten – Vogelrichtlijn (Artikel 3.1 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

1 Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2021). Quickscan Wet natuurbescherming IJweg 1762 te Nieuw-Vennep (VNNA2007). 8 maart 2021.

4

Europees beschermde soorten – Habitatrichtlijn (Artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

5

2

ONDERZOEKSMETHODIEK

2.1

BROEDVOGELS Het onderzoek naar broedvogels heeft bestaan uit een inventarisatie van nesten en territoria binnen de invloedssfeer van het projectgebied. Hierbij zijn de vogels uit categorieën 1-4 uit de herziene vogellijst van het Ministerie van E, L & I welke 26 augustus 2009 is gepubliceerd. De methode voor het inventariseren van broedvogels is gebaseerd op de BMP-methode van SOVON2. Er is specifiek aandacht besteed aan de aanwezigheid van nestlocaties van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil en de sperwer. Om de aanwezigheid van broedgevallen en territoria vast te stellen zijn er vijf bezoeken aan het projectgebied gebracht, vanaf één uur voor zonsopkomst tot circa één uur na zonsopkomst. Door één uur voor zonsopkomst in het onderzoeksgebied te zijn, is tevens de activiteit van nacht-actieve soorten onderzocht. Het inventariseren van broedvogels heeft plaatsgevonden in de periode 15 maart – 15 juli 2022. De inventarisaties zijn verspreid over de aangegeven onderzoeksperiode uitgevoerd met een minimale tussenpose van 10 dagen, teneinde de trefkans op zowel vroeg als later in het seizoen aanwezige soorten te vergroten. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.2

GIERZWALUW Het onderzoek naar de gierzwaluw is uitgevoerd conform het Kennisdocument Gierzwaluw3. Er zijn drie rondes in de periode 1 juni tot en met 15 juli 2022 uitgevoerd. Eén ronde is tussen 20 juni en 7 juli 2022 uitgevoerd in verband met de aanwezigheid van jongen. De rondes zijn twee uur voor zonsondergang gestart en een half uur na zonsondergang geëindigd. Tijdens het onderzoek zijn de waarnemingen op kaart ingetekend en is het projectgebied doorkruist. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.3

HUISMUS Het onderzoek naar de huismus is uitgevoerd op basis van de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus 4. In de periode 1 april tot en met 20 juni 2022 zijn twee rondes uitgevoerd. De rondes zijn vanaf minimaal één uur na zonsopkomst en maximaal tot één uur voor zonsondergang uitgevoerd met een minimale duur van één uur. Hierbij zijn nestlocaties, territoria en onderdelen van het functioneel leefgebied in kaart gebracht. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.4

VLEERMUIZEN Onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, migratieroutes, vliegroutes en foerageergebied. Per onderzochte functie is er onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 20215. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt standaard met de Pettersson D240X. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.

2.4.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 15 mei – 15 juli 2022 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit drie rondes, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa twee uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. De overige twee rondes zijn 's avonds vanaf zonsondergang uitgevoerd. 2

Vergeer J.W., van Dijk A.J.,Boele A., van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels, Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. 3 BIJ12 (2017). Kennisdocument Gierzwaluw (versie 1.0). Juli 2017. 4 Netwerk Groene Bureaus (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Juli 2017. 5 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2020). Vleermuisprotocol 2021. Oktober 2020. 6

2.4.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In de periode 15 augustus – 15 september 2022 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee rondes, waarvan er één vanaf middernacht is uitgevoerd. De overige ronde is vanaf twee uur voor zonsondergang uitgevoerd. De ronde vanaf middernacht is gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar de aanwezigheid van zwermende dieren in het kader van massawinterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.

2.4.3

WINTERVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 1 augustus – 10 september 2022 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zwermende dieren in het kader van massawinterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Deze inventarisatie bestaat uit twee rondes van twee uur, die vanaf middernacht zijn uitgevoerd. Eén ronde is gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen van vleermuizen. In de periode 1 december 2021 – 1 maart 2022 zijn potentiële winterverblijfplaatsen onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen, de geschiktheid van het binnenklimaat en de aanwezigheid van sporen van vleermuizen die kunnen duiden op het gebruik van het projectgebied door vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van een ladder, zaklamp, spiegel en endoscoop.

2.4.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

Het onderzoek naar vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen is simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd en bestaat uit twee rondes. Eén ronde is in de kraamperiode van vleermuizen uitgevoerd. De overige ronde is in de paarperiode van vleermuizen uitgevoerd.

2.5

OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. C.J. Aalbers, ing. B. Albers, S. Breur, W. Janssen, ing. S.T.J. Kuip en A.M.J. Tijmensen. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum

Tijd

Hoofdgroep

Activiteit

Weersomstandigheden

01-02-2022

12:00 – 13:00

Vleermuizen

Winterverblijfplaatsen

Geheel bewolkt, 4 Bft, 10 °C

24-03-2022

05:35 – 07:35

Vogels

Jaarrond beschermde nesten

Vrijwel onbewolkt, 2 Bft, 5 °C

12-04-2022

05:52 – 07:52

Vogels

Jaarrond beschermde nesten

Geheel bewolkt, 3 Bft, 8 °C

12-04-2022

07:52 – 09:52

Vogels

Huismus

Geheel bewolkt, 3 Bft, 13 °C

02-05-2022

05:10 – 07:10

Vogels

Jaarrond beschermde nesten

Vrijwel onbewolkt, 2 Bft, 10 °C

02-05-2022

07:08 – 09:08

Vogels

Huismus

Vrijwel onbewolkt, 2 Bft, 13 °C

01-06-2022

04:26 – 06:26

Vogels

Jaarrond beschermde nesten

Half bewolkt, 3 Bft, 10 °C

01-06-2022

19:53 – 22:23

Vogels

Gierzwaluw

Half bewolkt, 3 Bft, 12 °C

01-06-2022

21:53 – 23:53

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

Half bewolkt, 3 Bft, 11 °C

02-06-2022

03:25 – 05:25

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

Half bewolkt, 2 Bft, 10 °C

21-06-2022

04:20 – 06:20

Vogels

Jaarrond beschermde nesten

Vrijwel geheel bewolkt, 2 Bft, 12 °C

21-06-2022

20:07 – 22:37

Vogels

Gierzwaluw

Vrijwel geheel bewolkt, 2 Bft, 16 °C

04-07-2022

20:05 – 22:35

Vogels

Gierzwaluw

Half bewolkt, 3 Bft, 15 °C

04-07-2022

22:05 – 00:05

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

Half bewolkt, 3 Bft, 14 °C

03-08-2022

00:00 – 02:00

Vleermuizen

Massawinterverblijfplaatsen

Half tot zwaar bewolkt, 3 Bft, 20 °C

15-08-2022

00:00 – 02:00

Vleermuizen

Paarverblijfplaatsen en

Vrijwel geheel bewolkt, 2 Bft, 21 °C

zwermplaatsen Massawinterverblijfplaatsen 05-09-2022

04:59 – 06:59

Vleermuizen

Paarverblijfplaatsen en

Geheel bewolkt, 3 Bft, 19 °C

zwermplaatsen

7

3

RESULTATEN

3.1

BROEDVOGELS In de directe omgeving van het projectgebied is een potentieel jaarrond beschermd nest vastgesteld. Dit nest is dit jaar echter niet in gebruik genomen door broedvogels. In en nabij het projectgebied zijn tevens geen vogels uit de categorieën 1-4 uit de herziene vogellijst waargenomen. In bijlage 1 is het potentieel jaarrond beschermd nest op kaart ingetekend. 3.2

GIERZWALUW Er zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw in het projectgebied vastgesteld. In het projectgebied zijn gedurende één inventarisatie twaalf foeragerende en vier passerende individuen van de gierzwaluw waargenomen. Hierbij is geen binding met de bebouwing in het projectgebied vastgesteld. In bijlage 2 zijn de resultaten van het onderzoek naar de gierzwaluw op kaart weergegeven. 3.3

HUISMUS Er zijn geen nestlocaties van de huismus in het projectgebied vastgesteld. Gedurende het onderzoek zijn er in het projectgebied elf individuen van de huismus waargenomen. Hierbij is echter geen binding met het projectgebied vastgesteld. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van essentieel leefgebied van de huismus. Grenzend aan het projectgebied is daarentegen wel een essentieel foerageergebied vastgesteld. Dit foerageergebied bevindt zich op het naastgelegen perceel van IJweg 1760 en bevat onder anderen groenblijvende struiken. In bijlage 3 zijn de resultaten van het onderzoek naar de huismus op kaart weergegeven. Op afbeelding 2 in bijlage 4 is een impressie van het essentiële foerageergebied van de huismus weergegeven. 3.4

VLEERMUIZEN In het projectgebied en in de directe omgeving zijn gedurende het onderzoek de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 4 zijn de resultaten van het onderzoek naar vleermuizen op kaart weergegeven. 3.4.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

Er zijn in het projectgebied twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld in het projectgebied. Deze verblijfplaatsen bevinden zich aan de zuidoostzijde van de IJweg 1762. Eén verblijfplaats bevindt zich onder een afgebroken kantpan halverwege de rij kantpannen tussen de nok en de dakgoot. De invliegopening van de andere verblijfplaats bevindt zich tussen de bovenkant van luifels en de latei boven in de kopgevel. De locatie van beide verblijfplaatsen zijn op afbeelding 1 in bijlage 4 aangegeven. Tijdens het onderzoek naar zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis en passerende individuen van de laatvlieger en de rosse vleermuis waargenomen.

3.4.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

Er is gedurende een langere periode een baltsend individu van de gewone dwergvleermuis waargenomen aan de zuidoostzijde van het noordelijke gebouw aan de IJweg 1762. Dit individu vertoonde duidelijk binding met de bebouwing. Dit is een indicatie dat er een paarverblijfplaats aan deze zijde van de bebouwing aanwezig is. Doordat het individu balts in de vlucht vertoonde en hierbij niet invloog, kon de exacte locatie van de paarverblijfplaats echter niet worden vastgesteld.

3.4.3

WINTERVERBLIJFPLAATSEN

Er zijn geen winterverblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied vastgesteld. In het projectgebied is daarnaast geen zwermactiviteit van vleermuizen waargenomen dat kan duiden op de aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats. Op 1 februari 2022 zijn de zolderruimtes van de gebouwen binnen het projectgebied gecontroleerd op de aanwezigheid van overwinterende vleermuizen. In de lagere schuur met dakpannen aan de zuidkant van het projectgebied was alleen in het zuidoostelijke gedeelte de zolderruimte inpandig te onderzoeken. De zolder aan de noordwestelijke zijde is niet toegankelijk. Er zijn geen overwinterende vleermuizen of sporen van vleermuizen waargenomen. De noordelijke schuur heeft een dak met golfplaten. In deze schuur zijn geen potentiële overwinteringsplaatsen voor vleermuizen aanwezig. 8

3.4.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

In het projectgebied is geen vaste vliegroute van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn er vier passerende individuen van de gewone dwergvleermuis, drie passerende individuen van de rosse dwergvleermuis en twee passerende individuen van de laatvlieger waargenomen. Hierbij is geen binding met lijnvormige elementen in het projectgebied vastgesteld. Het projectgebied wordt door zes individuen van de gewone dwergvleermuis gebruikt als foerageergebied. In de directe omgeving zijn soortgelijke of geschiktere foerageergelegenheden aanwezig zoals de aangrenzende percelen ten noorden van het projectgebied en rondom de houtopstanden ten zuidoosten van het projectgebied. Door het beperkte gebruik en de aanwezigheid van voldoende alternatieven is het foerageergebied in het projectgebied niet van essentieel belang voor de staat van instandhouding van de lokale populaties vleermuizen.

3.5

BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat elementen welke worden benut door beschermde soorten. In tabel 2 is weergegeven welke beschermde functies zijn aangetroffen in het projectgebied. Tabel 2: Beschermde functies Wet natuurbescherming Nederlandse naam Artikel 3.5

Gewone dwergvleermuis

Wetenschappelijke naam Pipistrellus pipistrellus

Functie Zomerverblijfplaats (2) Paarverblijfplaats (1)

9

4

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

4.1

CONCLUSIE In het projectgebied zijn twee zomerverblijfplaatsen en een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn geen vaste vliegroutes of essentiële foerageergebieden vastgesteld binnen het projectgebied. Binnen het projectgebied zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus aangetroffen. Aangrenzend aan het projectgebied is een essentieel foerageergebied van de huismus vastgesteld. In de directe omgeving van het projectgebied is een potentieel jaarrond beschermd nest waargenomen dat dit jaar echter niet in gebruik is genomen door broedvogels. 4.2

AANBEVELINGEN T.A.V. DE WET NATUURBESCHERMING In het projectgebied zijn twee zomerverblijfplaatsen en een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens de geplande werkzaamheden zullen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren gaan en worden verbodsbepalingen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden. Derhalve is het noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen voor verbodsbepalingen uit artikel 3.5. Aan een ontheffing kunnen bepaalde voorwaarden verbonden zijn, zoals het treffen van maatregelen. Het is in het algemeen wenselijk om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren (globaal maart - augustus), om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Deze periode is niet leidend. Mochten broedgevallen ten tijde van de werkzaamheden aanwezig zijn in het projectgebied, dan mogen deze niet worden verstoord of vernietigd. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Tijdens eventueel grondverzet kunnen er mogelijk individuen van algemene amfibieën en zoogdieren, zoals de gewone pad en de veldmuis, worden gedood.

Hiervoor geldt een meldplicht bij de Omgevingsdienst Noord-Holland, omdat er gebruik wordt gemaakt van de provinciale vrijstelling. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van dieren te voorkomen.

10

Bijlage 1:

Kaart resultaten broedvogels

11

Bijlage 2:

Kaart resultaten gierzwaluw

12

Bijlage 3:

Kaart resultaten huismus

13

Bijlage 4:

Kaart resultaten vleermuizen

14

Bijlage 5:

Locatie verblijfplaatsen vleermuizen

Afbeelding 1: Locatie verblijfplaatsen vleermuizen

Afbeelding 2: Impressie essentieel foerageergebied huismus

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=5ecd0df7-5e21-4f19-a26a-a8cfd9d9c888