CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 - Bijlagen 8 tm 16 bij toelichting

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 25 mei 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Gasleiding Raasdorp - Sloten (7621222)24.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Gasleiding Raasdorp ‐ Sloten Bestemmingsplan – 24 april 2023 Bijlagen toelichting 8 t/m 16

Bijlage 8 Aanvullend ecologisch onderzoek

Tolhuisweg 57 8443 DV Heerenveen Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T (0513) 63 45 67 F (0513) 63 33 53 info@anteagroup.nl www.anteagroup.nl

N.V. Nederlandse Gasunie t.a.v. de heer J. van Leerdam Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN

datum uw brief van uw kenmerk projectnummer onderwerp

9 maart 2022 0455806.100 Resultaten aanvullend veldbezoek tracéwijziging rondom A4 en uitlegstrook Bosbaan, NUON Diemen (rev0A)

Geachte heer Van Leerdam, Naar aanleiding van de voorgenomen aanleg van een gastransportleiding voor het project NUON Diemen ontvangt u middels deze briefrapportage de resultaten van het aanvullend ecologisch veldbezoek dat voor de tracéwijziging rondom de A4 en voor de uitlegstrook van de Bosbaan is uitgevoerd. Aanleiding N.V. Nederlandse Gasunie is voornemens een gastransportleiding aan te leggen in het kader van het project ‘G-H ombouw tracé Nuon power Diemen’, tussen Raasdorp (S-293), M&R Sloten (A-173) en langs de Bosbaan te Amstelveen. Het tracé heeft een totale lengte van circa negen kilometer. Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten. Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Situatie Door Natuurbalans (2021) is een natuurtoets uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkelingen. Rondom de A4 is echter in een later stadium een tracéwijziging doorgevoerd, waarbij de A4 middels twee HDD boringen zal worden aangelegd.

Ten behoeve van de aanleg van deze twee HDD boringen met werkputten bij de in- en uittredepunten, zijn tevens uitlegstroken op het maaiveld voorzien. Daarnaast is de uitlegstrook van de Bosbaan inmiddels bekend; deze komt aan de oostzijde van de Bosbaan en wordt deels uitgelegd op het water nabij de Koenkade. Hiertoe is een aanvullend ecologisch veldbezoek uitgevoerd, om te beoordelen of hier aanvullende maatregelen moeten worden getroffen ten behoeve van ecologie.

contactpersoon: e-mail: bijlage(n):

L. de Jong-van Twisk leonie.vantwisk@anteagroup.nl

Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

T 06 11 53 05 77 gecontroleerd:

0455806.100 blad 2 van 10

Methode Onderstaand worden de resultaten uiteengezet van het ecologisch veldbezoek dat door Antea Group is uitgevoerd op 9 december 2021 en op 4 februari 2022. Vanwege het ontbreken van betredingstoestemming in december is destijds geen veldbezoek uitgevoerd op het Schipholterrein. Om deze reden is dit veldbezoek op een later tijdstip (4 februari) uitgevoerd en toegevoegd aan voorliggend document. Figuur 1 toont de gebieden welke ecologisch zijn beoordeeld (met een rood kader). Gedurende het bezoek van 9 december 2021 is gezocht naar (jaarrond beschermde) nesten en is ingeschat of gebieden geschikte standplaatsen kunnen hebben voor beschermde planten. Op 4 februari 2022 zijn de locaties van het Schipholterrein en de Bosbaan (uitlegstrook, deels gepland op het water) bezocht.

Figuur 1. Beoordeelde gebieden in rode kaders.

In de onderstaande paragrafen wordt onderscheid gemaakt in de volgende deelgebieden:  Bosschage Schipholweg  Randzones westelijk gebied  Bosschage ten westen van A4  Bosschage ten oosten van A4  Schipholterrein  Uitlegstrook Bosbaan

0455806.100 blad 3 van 10

Resultaten Bosschage Schipholweg Reeds bekend is dat er een nestlocatie aanwezig is van de sperwer in het bosgebied langs de Schipholweg. Daarnaast zijn nog twee nesten gevonden in de bosschage, zie Figuur 2. Het verwijderen van een jaarrond beschermd nest van een sperwer is een overtreding van de Vogelrichtlijn. Verder is dit bosgebied geschikt voor kleine marterachtigen. Hiertoe is nader onderzoek naar marterachtigen noodzakelijk.

Figuur 2. Aangetroffen nesten in de bosschage Schipholweg.

Het is niet ongewoon voor een sperwer om meerdere nesten te hebben in een bosschage. De nesten zijn met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van dezelfde sperwer. Randzones westelijk gebied Met dit gebied worden de bosranden bedoeld tussen de bosschage van de Schipholweg en de A4. Langs de randen is gezocht naar nesten waar de werkzaamheden een verstorend effect op kunnen hebben. Het gebied is echter zeer druk bezocht door wandelaars met honden en in de randen spelen ook veel kinderen (onder andere veel boomhutten aanwezig). Er zijn geen nesten aangetroffen waar verstoring op kan plaatsvinden. Daarnaast is in het gebied een graszone aanwezig tussen de bomenlanen in, waar lage vegetatie groeit. De vegetatie staat zeer dicht op elkaar en er is geen sprake van verschraling. Beschermde planten worden niet verwacht, tevens door het maaibeheer en de hoge aanwezigheid van wandelaars met honden. Daarnaast stagneert op veel plekken ook water, wat leidt tot open grond met veel modder doordat het veel betreden en daarmee beschadigd wordt. Figuur 3 toont een impressie van het gebied.

0455806.100 blad 4 van 10

Figuur 3. Impressie van de groene zone, gelegen tussen bomenlanen.

Bosschage ten westen van A4 Deze bosschage betreft de bosschage tussen de Schipholweg en de A4 in. In dit bosgebied is gezocht naar potentiële jaarrond beschermde nesten. Echter, bij aankomst werd gewerkt met heiwerkzaamheden, wat een flinke verstoring oplevert aan de omgeving. Daarnaast zijn geen potentiële nestlocaties aangetroffen in de bosschage. Figuur 4 toont een impressie van het gebied.

Figuur 4. Impressie bosschage.

0455806.100 blad 5 van 10

Figuur 5 toont de aangetroffen werkzaamheden.

Figuur 5. Werkzaamheden met zwaar materiaal aan de noordzijde van de bosschage.

Op het open grasland achter de bosschage is beoogd om een open ontgraving uit te voeren. In dit gebied komen mogelijk beschermde planten voor (Natuurbalans, 2021). Echter, bij het bezoek van 9 december 2021 waren hier al werkzaamheden aan de gang, zie Figuur 6.

Figuur 6. Werkzaamheden ten oosten van de bosschage.

0455806.100 blad 6 van 10

De aanwezigheid van beschermde planten is hier door de aanwezige vegetatiestructuur, het beheer en de voedingsrijke bodem niet te verwachten. Daarnaast betreffen de huidige werkzaamheden tevens graafwerkzaamheden, waardoor potentiële standplaatsen niet meer te achterhalen zijn. Bosschage ten oosten van A4 De bosschage ten oosten van de A4 is bezocht vanaf de golfbaan. Het meer oostelijk gelegen perceel is niet beoordeeld, doordat hiervoor geen toestemming was en het gebied niet te overzien was vanaf de openbare ruimte. De bosschage uit onderliggend kader was al gekapt bij aankomst, zie Figuur 7 en 8.

Figuur 7. Ligging van de bosschage nabij golfterrein.

Figuur 8. Grotendeels gekapte bosschage. De afgezaagde boomstronken waren nog aanwezig. Mede door deze kap zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen.

0455806.100 blad 7 van 10

Schipholterrein Dit betreft het gebied dat gelegen is tussen de Oude Haagseweg en de Koekoekslaan, zie Figuur 9.

Figuur 9. Impressie van het terrein.

0455806.100 blad 8 van 10

Vogels In het gebied en de directe omgeving zijn geen potentiële jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Derhalve kunnen effecten op vogels met een jaarrond beschermd nest worden uitgesloten. Zoogdieren Marterachtigen Het plangebied is geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen. De afwisseling van vochtig biotoop en ruige begroeiing geeft het gebied een waarde als foerageergebied voor de hermelijn en de bunzing, in mindere mate ook de wezel. Echter, het gebied is te vochtig om verblijfplaatsen te bevatten. Op het grasland zullen eventuele verblijfplaatsen onder water komen te liggen, waardoor dergelijke locaties worden vermeden met betrekking tot verblijfplaatsen. Verblijfplaatsen worden in de randzone met opgaande begroeiing en bomen eerder verwacht. Het voornemen leidt daarnaast niet tot het permanent verloren gaan van leefgebied, waardoor het voornemen niet zal leiden tot het permanent verlaten of verloren gaan van verblijfplaatsen. Aangezien de kleine marterachtigen onder Artikel 3.10, onderdeel A vallen, is het van belang dat het voornemen niet leidt tot het permanent ongeschikt worden van verblijfplaatsen. Om deze reden worden negatieve effecten niet verwacht. Vleermuizen Het plangebied kan gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Zoals eerder benoemd zal het voornemen niet leiden tot het permanent verloren gaan van foerageergebied.

Na en gedurende de realisatie van het voornemen kunnen de vleermuizen het gebied blijven gebruiken als foerageergebied. Derhalve worden negatieve effecten niet verwacht. Flora Het gebied is bezocht om te beoordelen of nadere onderzoeken naar beschermde plantensoorten aan de orde is. In de omgeving zijn de volgende plantensoorten aanwezig: grote bosaardbei, kartuizer anjer, knollathyrus, knolspirea en kranskarwij. Alle soorten, met uitzondering van kranskarwij, groeit op droge bodems. De aanwezigheid van pitrus op het veld geeft een indicatie dat het hier een vochtige tot zeer vochtige bodem betreft. Derhalve kunnen de grote bosaardbei, kartuizer anjer, knollathyrus en knolspirea redelijkerwijs worden uitgesloten. De kranskarwij groeit op vochtige tot vaak natte, matig voedselarme, zwak zure grond. De bodem in het plangebied komt in principe overeen met de standplaatseigenschappen van kranskarwier. De plant komt echter van nature voor in het zuiden van Nederland en is in de regio van Schiphol enkel bekend als ‘niet wild’, zie Figuur 10.

0455806.100 blad 9 van 10

Figuur 10. Verspreiding van Kranskarwij volgens de Floron verspreidingsatlas, 2022.

De Wet natuurbescherming heeft betrekking op in het wild voorkomende soorten, waardoor de wetgeving voor verwilderde planten onduidelijk is. Aangezien de plant echter in een ruime omgeving om Schiphol heen niet als wilde plant voorkomt, wordt nader onderzoek niet geadviseerd. De natuurlijke verspreiding van de soort ligt in het zuiden van het land. Uitlegstrook Bosbaan Het tracé langs de Bosbaan is uitgebreid naar het oosten in de vorm van een uitlegstrook, waarbij een deel van het terrein wordt beïnvloed dat buiten de originele scope lag. Onder andere is het mogelijk dat een deel van de werkzaamheden als een steiger op het water worden uitgevoerd. Het biotoop is echter vergelijkbaar, waardoor de nadere onderzoeken naar ringslang, vlinders en planten representatief zijn. Om in te schatten of een effect kan optreden op soorten is het gebied bezocht op 4 februari 2022 om te zoeken naar eventuele jaarrond beschermde nesten van vogels of eekhoorns. Daarnaast is beoordeeld of de werkzaamheden een negatief effect kunnen hebben op foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. In het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nesten aangetroffen van vogels met een jaarrond beschermd nest of van eekhoorns.

Het waterrijke gebied is echter wel leefgebied van de ijsvogel (NDFF 2017-2022) en aan de oevers van het water zijn op enkele plekken veel overhangende takken te zien, zie Figuur 10.

0455806.100 blad 10 van 10

Figuur 1. Overhangende takken vormen ideaal jachtbiotoop voor de ijsvogel.

Het is van belang dat bij het plaatsen van de steiger geen overhangende bomen worden verwijderd en dat voldoende foerageermogelijkheden blijven bestaan voor de ijsvogel. Dit kan door delen van open water onder de overhangende takken vrij te houden en geen houtachtige vegetatie te verwijderen. Dit advies is gebaseerd op de algemene Zorgplicht. Vleermuizen Het waterrijke gebied uit Figuur 10 kan tevens gebruikt worden door vleermuizen als foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. De beschutte locaties zijn ideaal foerageergebied voor soorten als watervleermuis, rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Het realiseren van een tijdelijke steiger en het uitvoeren van grondwerkzaamheden zullen niet direct leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Echter, wanneer in het donker gewerkt wordt met behulp van kunstverlichting kan dit een verstorend effect hebben op foeragerende en passerende vleermuizen. Vleermuizen zijn gevoelig voor lichtverstoring, waardoor werkzaamheden niet tussen zonsondergang en zonsopkomst mogen worden uitgevoerd. Indien dit noodzakelijk is dan zal nader onderzoek moeten worden uitgevoerd om eventuele effecten in beeld te kunnen brengen.

Conclusies en aanbevelingen Voor de uitlegstrook op het water bij de Bosbaan dient tijdens de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de ijsvogel en vleermuizen (zie bovenstaande alinea’s). Ter plaatse van het bosgebied langs de Schipholweg is een sperwernest aanwezig. Het verwijderen van een jaarrond beschermd nest van een sperwer is een overtreding van de Vogelrichtlijn, waartoe een ontheffingstraject noodzakelijk is. Verder dient ter plaatse van dit bosgebied nader onderzoek uitgevoerd te worden naar marterachtigen. Provincie Noord-Holland geeft aan dat marteronderzoek dient plaats te vinden in de meest actieve periode, namelijk van mei tot en met augustus. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/ uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Antea Group

L. de Jong-van Twisk projectmanager

Bijlage 9 Memo vogelonderzoek Badhoevedorp

Memo

Aan

A. Star, P. Dirks, K. Wagemakers

Van

K.N. Raatjes

Datum

07 juni 2022

Betreft

Memo Vogelonderzoek Badhoevedorp

Project

Gebiedsontwikkeling Badhoevedorp

Inleiding Eind februari is een uitvraag gedaan naar een onderzoek naar jaarrond beschermde nesten. Het onderzoeksgebied betreft een bosschage in Badhoevedorp, ten noorden van het bedrijventerrein aan de Schipholweg en ten zuiden van de gronden van de voormalige ligging van de A9 (zie Figuur 1). Deze bosschage moet gekapt worden voor de aanleg van een nieuwe gasleiding en de aanleg van een watergang voor de ecologische verbinding Groene AS. In de bosschage zijn nesten aangetroffen van soorten die mogelijk een jaarrond beschermd nest hebben.

Figuur 1. In rood de te kappen bosschage, in geel het zoekgebied.

Methode Het veldonderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is uitgevoerd in lijn met het protocol van BIJ12 voor de buizerd. In dit protocol is opgenomen dat twee tot vier veldbezoeken tussen half maart en half mei uitgevoerd moeten worden. Het eerste bezoek is noodzakelijk om de nestplaats vast te stellen. Aangezien de nestplaatsen reeds bekend zijn (bepaald op 03 maart 2022), kan deze ronde overgeslagen worden. In totaal moeten minimaal twee bezoeken gebracht worden. Wanneer na deze twee bezoeken activiteit op het nest is vastgesteld, is volgende bezoeken niet meer noodzakelijk. Pas na 4 bezoeken kan uitgesloten worden dat het nest niet in gebruik is. Echter, omdat sommige soorten, zoals de boomvalk, later in het jaar broedde wordt een tweetal extra bezoeken uitgevoerd in de periode half mei tot half augustus. Tevens wordt één nachtbezoek uitgevoerd om te luisteren naar ransuil. In Tabel 1 staan de uitgevoerde bezoeken weergegeven. Tijdens het veldbezoek wordt gekeken en geluisterd naar broed indicerend gedrag van vogels met jaarrond beschermde nesten. Tevens wordt er onder de boom gekeken naar sporen van bewoning. Het zoekgebied is groter dan het daadwerkelijk bosje, omdat vogels niet altijd op het

Pagina 1

Memo

nest zitten maar meestal wel binnen een kilometer van het nest aanwezig zijn, zie Figuur 1 voor het plangebied en onderzoeksgebied. Tabel 1. Uitgevoerde bezoeken naar nesten bosschage Badhoevedorp.

Datum

Tijd

Soort

Waarnemer

2022-03-17

13:00 14:00 20:15 23:30 09:00 10:00 14:00 15:00 12:30 13:30

Buizerd

Carola v.d. Tempel

Ransuil

Carola v.d. Tempel

Buizerd/ havik/ sperwer Buizerd/ havik/ sperwer/ boomvalk

Carola v.d. Tempel & Kevin Raatjes Kevin Raatjes

Havik/ sperwer / boomvalk

Kevin Raatjes

2022-04-16 2022-04-20 2022-05-12 2022-06-01

Weer (Celsius; m/s) 10,7; W5 Onbewolkt 8,5; O4 Onbewolkt 14,0; NO5 Onbewolkt 17,2; W7 Licht bewolkt 14,5; W7 Zwaar bewolkt

Figuur 2. Uitstekende staartveer op nest bosschage Badhoevedorp.

Resultaten Op 3 maart zijn boomholtes gecontroleerd voor de offerte. Geen holtes in de bomen aanwezig wel 3 nesten in het te kappen bosje. Geen sporen onder de nesten, geen dieren op de nesten. Een maal een buizerd gehoord die hoog over vloog. In het bosje ten oosten van het plangebied zit een ook een groot nest/ horst. Tijdens het eerste veldbezoek, half maart, is als eerste een overvliegende havik waargenomen. Verder geen sporen onder de nesten in het plangebied gezien, ook niet bij het nest in het oostelijke bosje. Op de overige nesten geen bewoning gezien. Wel verschillende zwarte kraaien en eksters met takken in de bek zien vliegen. Deze gingen echter niet naar de nesten toe. Bij het veldbezoek half april, welke een avondbezoek betrof, is een opvliegende buizerd waargenomen. Deze had vermoedelijk een tijdelijke rustplaats aan de rand van de bosschage. Verdere binding kon tijdens dit bezoek niet

Pagina 2

Memo

aangetoond worden. Bij het begin van het bezoek was het nog licht en is een buizerd gezien die opvloog vanaf een struik aan de rand van de te kappen bosschage. Er zijn geen ransuilen gehoord. De nesten zijn bekeken en er zijn geen sporen onder de nesten gevonden. Bijzonder is dat er wel een paartje bosuil is gehoord. Het is onduidelijk war deze broeden in dit gebied. Tijdens de opvolgende bezoeken is in de directe omgeving van de nestplaatsen een wild eend waargenomen die geen kop meer had (prooi).Tevens zijn op verschillende plekken veren van duiven gevonden. Dit hoeft niet direct te wijzen op een prooi, maar het is wel mogelijk. Tijdens het laatste bezoek is een veer van een havik gevonden vlak bij de nestlocatie. Tijdens het laatste bezoek is meermaals geroep van havik gehoord rondom de nestlocatie. Daarnaast is waargenomen dat een havik het nest betrad en op het nest ging zitten. Het naastgelegen nest is onbewoond.

Conclusie In het onderzoeksgebied is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de beschermde nestplaatsen. Op basis van de waarnemingen komt er één nestplaats voor van een havik. Het andere nest is onbewoond. De geplande werkzaamheden gaan leiden tot vernietiging van het nest van havik. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (artikel 3.1 lid 2 Wnb). Om de werkzaamheden te mogen uitvoeren is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. De havik is een soort met een jaarrond beschermd nest in de provincie Noord-Holland. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om van het bevoegd gezag een ontheffing te krijgen voor het uitvoeren van de verboden handelingen. Voor vogels kan volgens artikel 3.3 een ontheffing verleend worden indien er a) geen andere bevredigende oplossing bestaat , b) wordt voldaan aan een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn (volksgezondheid of de openbare veiligheid) en c) de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Om dit laatste aan te tonen is het nodig om mitigerende en compenserende maatregelen te nemen. Hierbij wordt gedacht aan het aanbieden van alternatieve nestlocatie in de directe omgeving.

Zorgplicht Tijdens het avondbezoek zijn meerdere soorten vleermuizen foeragerend waargenomen in het onderzoeksgebied. In het kader van de zorgplicht is het van belang om werkzaamheden zoveel als mogelijk uit te voeren tussen zonsopgang en zonsondergang om negatieve effecten op vleermuizen te voorkomen. Indien werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst uitgevoerd dienen te worden, dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting waarbij enkel het plangebied aangelicht wordt. Voorkomen dient te worden dat opgaande beplanting verlicht wordt. Daarnaast komen/ kunnen er verschillende vrijgestelde soorten grondgebonden zoogdieren voorkomen binnen het plangebied. In het kader van de zorgplicht is het van belang om werkzaamheden uit te voeren in de richting van groen dat behouden blijft, zodat aanwezige dieren een vluchtroute hebben.

K.N. Raatjes MSc Ecoloog Natuurlijk Zaken Landschap Noord-Holland 088 006 44 49 of 06 3364 75 31

Pagina 3

Bijlage 10 Onderzoek marterachtigen

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg G-H ombouw tracé Nuon power Diemen

projectnummer 0455806.100 concept revisie 0A 11 oktober 2022

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg G-H ombouw tracé Nuon power Diemen projectnummer 0455806.100 concept revisie 0A 11 oktober 2022

Auteurs J.M. Kooijman

Gecontroleerd: M. Poelman

Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

datum 11 oktober 2022

beschrijving concept

vrijgave L. de Jong - van Twisk

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging onderzoeksgebied Doel Leeswijzer

2 3 4 4

2

Wettelijk kader

5

2.1 2.2 2.3

Algemeen Wnb - soortbescherming Algemene zorgplicht

5 5 5

3

Methoden

7

3.1 3.2

Onderzoeksmethode Overzicht veldbezoeken

7 8

4

Resultaten

9

4.1

Invasieve exoten

9

5

Effectbeoordeling

10

5.1 5.2

Marterachtigen Overige soorten

10 10

6

Conclusies en aanbevelingen

12

6.1 6.2 6.3

Aanleiding Marterachtigen Overige soorten

12 12 12

7

Bronnen

13

Blad 1 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

1

Inleiding

1.1

Aanleiding N.V. Nederlandse Gasunie is voornemens een gastransportleiding aan te leggen in het kader van het project ‘G-H ombouw tracé Nuon power Diemen’, tussen Raasdorp (S-293), M&R Sloten (A173) en langs de Bosbaan te Amstelveen. In figuur 1 is de ligging van de genoemde tracés weergegeven.

Figuur 1: Ligging tracé. Bron achtergrond: ESRI, Topo RD.

Het tracé heeft een totale lengte van circa negen kilometer. De beoogde ontwikkeling dient te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. De ontwikkeling mag niet in strijd zijn met het beleid omtrent soortenbescherming en gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Derhalve is inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. In dit kader zijn meerdere natuuronderzoeken uitgevoerd: Quick-Scan (Natuurbalans, 2019); Natuurtoets (Natuurbalans, 2021); Memo aanvullend veldbezoek tracéwijziging rondom A4 en uitlegstrook Bosbaan (Antea Group, 2022); Nadere onderzoeken soortbescherming (Antea Group, 2022); Aanvullend veldbezoek ecologie HDD6-HDD7 (Antea Group, 2022); Memo Vogelonderzoek Badhoevedorp (Natuurlijke Zaken, 2022). In 2021 heeft Antea Group een controle uitgevoerd op het bosje langs de Schipholweg, onderdeel van tracé Raasdorp- Sloten (Memo aanvullend veldbezoek tracéwijziging rondom A4 en uitlegstrook Bosbaan, Antea Group 2022).

Blad 2 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

Uit deze inhoudelijke beoordeling is gebleken dat in het plangebied mogelijk vaste verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied aanwezig is voor kleine marterachtigen (bunzing en wezel) en mogelijk boommarter en/of steenmarter (zie figuur 1.2). Deze soorten zijn beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het aantasten van vaste verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied is in overtreding met de Wnb. Om te bepalen of dit aan de orde is bij de beoogde ontwikkeling is in 2022 nader onderzoek uitgevoerd naar de steenmarter, boommarter en kleine marterachtigen. In voorliggende rapportage zijn de resultaten van het nader onderzoek beschreven.

Figuur 1.2. Ligging van het onderzoeksgebied. Bron: Arcgis, 2022.

1.2

Ligging onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied ligt tussen de Stichtseweg en de A27. Hier bevinden zich momenteel een watergang en een brede groenstrook met gras, een kruidlaag, struikgewas en bomen (zie figuur 1.3). Met name de groenstrook is geschikt als leefgebied voor de kleine marterachtigen. De bermen worden met regelmaat gemaaid.

Blad 3 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

Figuur 1.3. Impressie van het onderzoeksgebied.

1.3

Doel Het doel van voorliggende rapportage is het inzichtelijk maken van de resultaten van het nader onderzoek naar boommarters, steenmarters en kleine marterachtigen. Tevens wordt aangegeven of er sprake is van het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, wat eventuele consequenties hiervan zijn, en of er een noodzaak is tot het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming.

1.4

Leeswijzer Het rapport is als volgt opgezet:  In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader van het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming beschreven.  In hoofdstuk 3 wordt de methodiek van de soort specifieke onderzoeken beschreven.  In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de onderzoeken gepresenteerd.  In hoofdstuk 5 wordt de toetsing en beoordeling van de in Hoofdstuk 4 gepresenteerde bevindingen weergegeven.  In hoofdstuk 6 worden de conclusies weergegeven.

Blad 4 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

2

Wettelijk kader

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb omvat de bescherming van Natura 2000gebieden, soorten en houtopstanden. In voorliggende rapportage wordt enkel ingegaan op het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming. Hier zal in Hoofdstuk 5 aan getoetst worden.

2.2

Wnb - soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn (art. 3.1); 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels (art. 3.5); 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’) (art. 3.10). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in nationale wetgeving. Voorliggende toetsing richt zich op het voorkomen van boommarters, steenmarters en (kleine) marterachtigen. Deze zijn beschermd in het kader van het nationale beschermingsregime ‘’andere soorten’’ (Artikel 3.10 Wnb). Onderstaand zijn de verbodsbepalingen uit dit artikel uiteengezet. Ontheffingsplicht Indien bij de beoogde ontwikkeling verbodsbepalingen uit artikel 3.10 worden overtreden, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming bij de provincie waarin de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk.

De grond waarop een ontheffing kan worden verleend verschilt per categorie (1-3)

2.3

Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de algemene zorgplicht opgenomen (zie onderstaand kader). De zorgplicht houdt in dat planten en dieren nooit onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld gewerkt te worden op een manier

Blad 5 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

dat dieren kunnen ontsnappen. Tevens kan het nodig zijn om soorten te verplaatsen. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Blad 6 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

3

Methoden

3.1

Onderzoeksmethode Het onderzoek naar marterachtigen is uitgevoerd op basis van de Handreiking Kleine Marters, bescherming Noord-Holland. Er is geen vastgestelde onderzoeksmethode voor de steenmarter en boommarter. Enkele methoden uit de Handreiking Kleine Marters zijn ook effectief voor het aantonen van de aanwezigheid van de steenmarter en boommarter. Tijdens het onderzoek zijn gedurende circa 4 weken, 3 cameraopstellingen geplaatst in het bosgebied langs de Schipholweg. Het betreft een struikrover, een mostela en een losse wildcamera met lokstof. Struikrovers zijn PVC buizen die aan één kant gesloten en één kant open zijn en diagonaal aflopen. Aan de dichte zijde is een wildcamera geplaatst. Aan de andere zijde is een blik sardines als lokmiddel geplaatst om de trefkans te verhogen. In het blikje sardines wordt een klein gaatje geprikt om de geur van de lokstof te verspreiden. De camera reageert op beweging en warmte, waardoor passerende dieren worden vastgelegd. De mostela is een houten kist met een doorgang naar binnen middels een deels open PVC buis. Aan de binnenkant van de houten kist is een camera geplaatst, gericht op de PVC buis. Op deze wijze worden de dieren vastgelegd op de wildcamera wanneer zij de mostela betreden. De wildcamera’s zijn gedurende het onderzoek na circa elke 2 weken uitgelezen, waarbij batterijen, SD kaarten en lokmiddel worden vervangen.

Figuur 3.1. Een struikrover. De locaties van de camera’s zijn in het veld bepaald aan de hand van het voorkomen van geschikt habitat en de omvang van de aantasting door het voornemen. Voor de plaatsing van het onderzoeksmateriaal is aan de volgende punten gedacht: a) De ecologie van de marterachtigen; b) Potentieel geschikte verblijfplaatsen; c) Diefstalgevoeligheid; d) Gevoeligheid voor waterschade.

Blad 7 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

In figuur 3.2 zijn de locaties waar de camera’s zijn geplaatst weergegeven. Tijdens de veldbezoeken is tevens gelet op sporen, prooiresten, individuen van prooidiersoorten voor de marterachtigen en eventuele zichtwaarnemingen van marterachtigen. Het onderzoek is uitgevoerd door medewerkers van Antea Group en heeft plaatsgevonden in de periode 2 mei 2022 tot 14 juli 2022 (zie tabel 3.1). De struikrover is door een grasmaaier geraakt tijdens maaiwerkzaamheden langs de oevers. Derhalve is data verloren gegaan en de camera, inclusief SD kaart, is niet teruggevonden. Er is nogmaals een onderzoeksperiode van 4 weken uitgevoerd met enkel de struikrover om de resultaten alsnog te verkrijgen.

Figuur 3.2. Locaties waar de materialen zijn geplaatst gedurende het onderzoek naar marterachtigen.

3.2

Overzicht veldbezoeken In Tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de data en activiteiten van de onderzoeksrondes. De inventarisaties zijn uitgevoerd door deskundige ecologen van Antea Group. Tabel 3.1. Overzicht veldbezoeken. Datum Activiteit Camera’s plaatsen 2 mei 2022 Tussentijdse controle. Batterijen, SD kaarten en lokmiddel 20 mei 2022 1 juni 2022 16 juni 2022 30 juni 2022 14 juli 2022

vervangen Camera’s ophalen Struikrover geplaatst Tussentijdse controle. Batterijen, SD kaarten en lokmiddel vervangen Struikrover opgehaald.

Blad 8 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

4

Resultaten Tijdens het onderzoek zijn geen marterachtigen waargenomen. Overige geregistreerde soorten betreffen huiskatten, honden, spitsmuizen, bruine rat, egel, diverse vogels (o.a. houtduif, merel, roodborst, winterkoning), diverse insecten en naaktslakken. De egel (Figuur 4.1) kan in het plangebied verblijven en heeft vermoedelijk verblijfplaatsen. De egel is niet beschermd onder de Wet Natuurbescherming, maar valt wel onder de algemene Zorgplicht.

Figuur 4.1. Aangetroffen egel en bosmuis in het plangebied.

4.1

Invasieve exoten Naast de aangetroffen zoogdieren is het hoge aantal reuzenbereklauw opgevallen. De reuzenbereklauw is meerdere malen volledig weg gemaaid op de locatie (aan de randen van het bos), maar komt snel terug. De reuzenbereklauw is een invasieve exoot waarvoor bestrijding wordt geadviseerd. Daarnaast dient zorgvuldig te worden omgegaan met het afvoeren van grond en plantaardig materiaal om verdere verspreiding te voorkomen. Geadviseerd wordt om hiervoor de gemeente te raadplegen indien grond of plantaardig materiaal moet worden afgevoerd. Tevens is de halsbandparkiet broedend waargenomen in holtes van de schietwilgen langs de Schipholweg ten zuidwesten van het plangebied.

Blad 9 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

5

Effectbeoordeling In dit hoofdstuk worden de in hoofdstuk 4 uiteengezette resultaten getoetst aan de Wet natuurbescherming. Er wordt beschreven of het noodzakelijk is om een ontheffing aan te vragen in het kader van het onderdeel soortenbescherming in de Wet natuurbescherming.

5.1

Marterachtigen In het plangebied zijn gedurende het onderzoek geen marterachtigen waargenomen. Wel komen diverse soorten marterachtigen voor in de omgeving (Natuurlijke Zaken, 2021). Het betreffende bosgebied langs de Schipholweg is echter een kleinschalig bosgebied in een vrij drukke omgeving. Er lopen zeer veel mensen van het omliggende bedrijventerrein en de omliggende woongebieden. Derhalve zijn er ook veel katten en honden aanwezig. Ook zijn regelmatig grote hoeveelheden gedumpt materiaal waargenomen en enkele mogelijke slaapplekken van daklozen. Door de hoge mate van verstoring in het bosgebied worden marterachtigen daardoor niet snel verwacht. Er is veel optische verstoring in het plangebied, waardoor het gebied waarschijnlijk niet gebruikt wordt door marterachtigen. Langs het terrein is een bedrijventerrein gelegen en er zijn veel wandelaars in het omliggende gebied. Mensen betreden het bosgebied niet veel, maar er lopen wel zeer vaak loslopende honden en katten door het bosgebied. Doordat marterachtigen over het algemeen een sterke geur hebben worden zij snel ontdekt door honden. Derhalve zijn verblijfplaatsen op dergelijke locaties niet snel te verwachten. Marters kunnen (sporadisch) wel het gebied bezoeken, want ze komen immers in de omgeving voor.

Echter, van verblijfplaatsen is geen sprake en er zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wet Natuurbescherming.

5.2

Overige soorten Vogels De wildcamera’s hebben meerdere vogelsoorten waargenomen. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). In het onderzoeksgebied kunnen nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Er kan eenvoudig rekening worden gehouden met broedvogels door (kap)werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa maart tot en met juli1) uit te voeren. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatie-specifieke maatregelen 1

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 10 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde. Overige zoogdieren – egel, muizen en ratten De zoogdieren – anders dan marterachtigen - die door de wildcamera’s zijn waargenomen, staan allen op de vrijstellingslijst van de Provincie Noord-Holland. Dit houdt in dat geen ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden voor de werkzaamheden. Wel dient gewerkt te worden volgens de Algemene zorgplicht, zoals benoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Er kan eenvoudig rekening worden gehouden met deze soorten door zorgvuldig te werk te gaan en vanuit één richting te werken zodat dieren tijdig het gebied kunnen ontvluchten. Algemene zorgplicht De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Bij de werkzaamheden kan de zorgplicht in acht worden genomen door het treffen van simpele maatregelen. Hieronder worden enkele maatregelen benoemt; Werk in één richting, waarbij de richting wordt bepaald door mogelijke vluchtroutes voor dieren. Hiermee wordt voorkomen dat dieren worden ingesloten tijdens de werkzaamheden; Zoveel mogelijk werken vanaf bestaande infrastructuur en stapvoets rijden, zodat dieren kunnen wegvluchten; Te allen tijde zorgvuldig handelen en bij het aantreffen van dieren ze de kans geven om rustig weg te vluchten.

Blad 11 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Aanleiding N.V. Nederlandse Gasunie is voornemens een gastransportleiding aan te leggen in het kader van het project ‘G-H ombouw tracé Nuon power Diemen’, tussen Raasdorp (S-293), M&R Sloten (A173) en langs de Bosbaan te Amstelveen. Het tracé heeft een totale lengte van circa negen kilometer. Antea Group heeft de opdracht gekregen om in 2022 een nader onderzoek uit te voeren naar marterachtigen voor het plangebied. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze beoordeling is in 2022 nader onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van boommarter, steenmarter en (kleine) marterachtigen in het plangebied.

6.2

Marterachtigen Tijdens het onderzoek zijn geen marterachtigen waargenomen. Overige geregistreerde soorten betreffen huiskatten, honden, spitsmuizen, bruine rat, egel, diverse vogels (o.a. houtduif, merel, roodborst, winterkoning), diverse insecten en naaktslakken. Voor marterachtigen is er geen sprake van het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming bij de voorgenomen werkzaamheden.

6.3

Overige soorten Vogels De wildcamera’s hebben meerdere algemene vogelsoorten waargenomen. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Er kan eenvoudig rekening worden gehouden met broedvogels door (kap)werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Andere mogelijkheden om rekening te houden met broedvogels zijn in hoofdstuk 5 beschreven. Overige zoogdieren – egel en kleinere grondgebonden zoogdieren De wildcamera’s hebben meerdere zoogdieren waargenomen. Deze zijn vrijgesteld en hiervoor hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Voor elke soort en elk individu in Nederland geldt echter dat gewerkt dient te worden volgens de Algemene zorgplicht. Hierbij wordt gewaarborgd dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord worden. Enkele maatregelen die vallen onder de zorgplicht zijn benoemd in Hoofdstuk 5.

Blad 12 van 13

Nader onderzoek marterachtigen Schipholweg projectnummer 0455806.100 11 oktober 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie

7

Bronnen Bouwens, S. 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Provincie NoordBrabant. Handreiking wezel, hermelijn en bunzing, 2017. Wezel, Hermelijn en Bunzing beschermd in Noord-Holland. Natuurlijke zaken 2022. Memo vogelonderzoek Schipholweg. Westra, S.A., Kuiters, R.S.M., 2018. Beheerwijzer landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen. Versie 1, maart 2018. Websites www.ndff.nl www.zoogdiervereniging.nl

Blad 13 van 13

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. jos.vanseters@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bijlage 11 Memo stikstofdepositie 2023

MEMO STIKSTOFDEPOSITIE OPDRACHTGEVER

N.V. Nederlandse Gasunie

CONTACTPERSOON

De heer J. van Leerdam

BETREFT

G-H ombouw tracé Raasdorp - Sloten

PROJECTNR.

SOL022300 (Vervolg op SOL007980 en SOL020498)

DOCUMENTNR.

SOL022300.NOT001_Stikstofdepositie_v3

CONTACTPERSOON WSP

Anita Heddes

TELEFOONNUMMER

06 - 22 915 110

E-MAIL

Anita.Heddes@WSP.com

AUTEUR

Natascha Pirovano

DATUM

9 maart 2023

1

INLEIDING

In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie is een onderzoek uitgevoerd naar de toename van de stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van het ombouwen van het leidingnet en een meet- en regelstation zodat dit geschikt is voor de levering van H gas tussen Raasdorp en Sloten. Voor de werkzaamheden wordt gebruik gemaakt van materieel met verbrandingsmotoren. De werkzaamheden kunnen daarom leiden tot een stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden. In deze voortoets wordt bepaald of de werkzaamheden een toename van stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden veroorzaken, waardoor significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied al of niet kunnen worden uitgesloten.

2

WETTELIJK KADER

Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat de programmatische aanpak stikstof (PAS) niet als basis gebruikt mag worden voor vergunningen voor nieuwe activiteiten die leiden tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De grens- en drempelwaarden voor stikstofdepositie zijn niet meer geldig. Plannen en projecten moeten zelfstandig worden beoordeeld. Op basis van art. 2.7 lid 2 Wnb is het verboden zonder vergunning projecten te realiseren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Conform art. 2.8 lid 1 Wnb kan een project dat significante gevolgen kan hebben op soorten en habitats pas worden vastgesteld nadat een passende beoordeling is opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.

pagina 1/25

De vergunningplicht geldt alleen voor projecten. Het is daarom relevant om vast te stellen of in dit geval sprake is van een project in de zin van de Wnb. In de uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1604 geeft de Afdeling bestuursrechtspraak aan dat voor de uitleg van dit begrip relevant is of de activiteit significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dit betekent dat in een voortoets niet alleen bepaald moet worden of een project effecten heeft op een Natura 2000-gebied maar ook of deze effecten significant zijn. Immers indien wordt vastgesteld dat de effecten niet significant zijn, dan is een vergunning niet noodzakelijk en wordt ook geen passende beoordeling opgesteld. In het Sweetman-arrest (ECLI:EU:C:2012:743) wordt ingegaan op de vraag wanneer sprake is van een aantasting van de natuurlijke kenmerken van een gebied. Immers wanneer deze niet worden aangetast komen de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar en is geen sprake van significante gevolgen. De natuurlijke kenmerken van het gebied worden bewaard wanneer de betrokken habitat behouden blijft in een gunstige staat van instandhouding. Een project kan niet uitgevoerd worden wanneer de gevolgen negatief zijn en de natuurlijke kenmerken aantasten. Hierbij kunnen drie situaties onderscheiden worden: 1.

‘een plan of project kan een strikt tijdelijk kwaliteitsverlies meebrengen, dat weer volledig ongedaan kan worden gemaakt; met andere woorden, het gebied kan binnen korte tijd worden hersteld in zijn normale staat van instandhouding. Als voorbeeld hiervan kan dienen het graven van een geul in de grond voor de aanleg van een ondergrondse pijplijn door een hoek van een gebied. Mits een eventuele verstoring van het gebied kan worden hersteld, zou er (volgens de advocaat-generaal) geen sprake zijn van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied’; 2. ‘omgekeerd moeten maatregelen die leiden tot de permanente verwoesting van een deel van de habitat met het oog waarop het gebied werd aangewezen, naar mijn mening per definitie als een aantasting worden beschouwd. De verwoesting kan mogelijk fundamenteel en onomkeerbaar afbreuk doen aan de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied’; 3. ‘de derde situatie omvat plannen of projecten waarvan de gevolgen voor het gebied zich tussen deze beide uitersten bevinden’. Met betrekking tot de eerste situatie is nog relevant om te bepalen wanneer er sprake is van een tijdelijk kwaliteitsverlies.

In de uitspraak ECLI:NL:RVS:2014:3884 heeft de Raad van State bepaald dat een verlies aan kwaliteit op 1,7% van een habitattype dat binnen maximaal 5 jaar hersteld zal zijn, niet leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied. Geconcludeerd wordt dat om te bepalen of een project vergunningsplichtig is in de voortoets bepaald moet worden of het project significante gevolgen heeft. Hierbij moet nagegaan worden of gelet op de instandhoudingsdoelstellingen de kwaliteit van de habitats kan verslechteren. Een tijdelijk effect waarvan de habitat binnen een bepaalde termijn kan herstellen leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. De instandhoudingsdoelstelling komen in die situatie niet in gevaar en er is geen sprake van significante gevolgen.

pagina 2/25

3

UITGANGSPUNTEN

3.1

SITUATIE

Het plangebied bevindt zich ter hoogte van Badhoevedorp en langs de Bosbaanweg. De ligging van het tracé weergegeven in figuur 3-1.

Figuur 3-1 Locatie werkzaamheden leiding Gasunie (rood: aan te leggen HTL-leiding, paars: aan te leggen RTL-leiding) 3.2

EMISSIE

Tijdens de aanlegfase van de leiding wordt NOx uitgestoten naar de omgeving. Door Gasunie is aangegeven welke emissiebronnen aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden en is de duur van elke bron aangegeven. Uitgangspunt is dat zo veel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van schoon materieel van STAGE klasse IV en dat alleen in uitzonderlijke gevallen gebruik wordt gemaakt van machines van STAGE klasse III. In bijlage A is een overzicht opgenomen van de uitgangspunten tijdens de werkzaamheden. Voor de machines van STAGE klasse IV is uitgegaan van 6% AdBlue toevoeging, voor de machines van STAGE klasse III is, waar mogelijk, uitgegaan van 3% AdBlue toevoeging1. Verkeer van en naar de locatie is beschouwd vanaf de N231 naar de Bosbaan, vanaf de A4 en de A9 naar het tracé bij Badhoevedorp en vanaf de A4 naar het meet- en regelstation. Vanaf de N231 en de A4 en de A9 wordt aangenomen dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Uitgangspunt is dat 1.020 bewegingen met zware vrachtwagens plaatsvinden en 6.014 bewegingen met personenwagens of bestelbusjes (lichte motorvoertuigen). 3.3

REKENMETHODE

De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de AERIUS-Calculator2. De berekeningen zijn uitgevoerd in de rekenconfiguratie “Berekenen voor Wnb”. Dit betekent dat alleen de rekenpunten worden gebruikt die relevant zijn voor de aanvraag van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. De berekeningen zijn uitgevoerd voor 2023.

1

2

O.b.v. het TNO-rapport ‘Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’ is het AdBlue verbruik voor STAGE IV-materieel / STAGE IIB-materieel gelimiteerd tot 7% / 4% en is 6% / 3% voor dit materieel een gangbaar percentage. AERIUS versie 2022

pagina 3/25

3.4

RELEVANTE NATURA 2000-GEBIEDEN

In figuur 3-2 is een overzicht opgenomen van de Natura 2000-gebieden die zich bevinden in de omgeving van het plangebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn ‘Kennemerland-Zuid’, ‘Botshol’ en ‘Polder Westzaan’, elk op ongeveer 12 km afstand van de werklocatie.

Figuur 3-2 Ligging van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied (i)

pagina 4/25

4

STIKSTOFDEPOSITIE

Op basis van de aangeleverde uitgangspunten is de stikstofdepositie op de nabij gelegen Natura 2000-gebieden bepaald. Uit de berekeningen blijkt dat de activiteiten leiden tot een toename van de stikstofdepositie van ten hoogste 0,03 mol/ha/jaar op de Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’, een toename van maximaal 0,02 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden ’Oostelijke Vechtplassen’, ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’, ‘Polder Westzaan’, ‘Botshol’, ‘Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder’ en een toename van de stikstofdepositie met maximaal 0,01 mol/ha/jaar in de Natura 2000-gebieden ‘Noordhollands Duinreservaat’, ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en ‘Naardermeer’. De berekeningsresultaten zijn opgenomen in bijlage B. In figuur 4-1 is een overzicht opgenomen van de locaties waar een toename van de stikstofdepositie wordt berekend.

Figuur 4-1 Hexagonen (rekenpunten) waar een depositie wordt berekend

Van de berekende stikstofdepositie moet worden bepaald of deze significante effecten heeft op de genoemde habitattypen en soorten. Er is sprake van significante effecten indien de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar komen.

pagina 5/25

5

BEOORDELING SIGNIFICANT EFFECT

De werkzaamheden aan het leidingnet van Gasunie worden uitgevoerd in 2023 en veroorzaken in dat jaar een tijdelijke verhoging van de stikstofdepositie op een aantal habitattypen. Hierna wordt per Natura 2000-gebied ingegaan op de instandhoudingsdoelstellingen en achtergrondconcentratie. 5.1

KENNEMERLAND – ZUID

In Kennemerland - Zuid is een toename van de depositie berekend op de locaties die zijn weergegeven in figuur 5-1.

Figuur 5-1 Locaties met een toename van de depositie in Kennemerland - Zuid

In tabel 5-1 is een overzicht opgenomen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen waar een toename van de depositie is berekend. Verder is er een toename van de stikstofdepositie berekend op het leefgebied Lg12, Zoom, mantel en droog struweel van de duinen. Dit is het leefgebied voor de Nauwe korfslak en Groenknolorchis.

pagina 6/25

Tabel 5-1 Instandhoudingsdoelstellingen Habitattype

Oppervlakte

Kwaliteit

Populatie

H2180A Duinbossen (droog), berken - eikenbos

behoud

behoud

n.v.t.

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

behoud

behoud

n.v.t.

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

toename

verbetering

n.v.t.

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

behoud

verbetering

n.v.t.

H2160 Duindoornstruwelen

behoud

behoud

n.v.t.

H1290B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

toename

verbetering

n.v.t.

H2180B Duinbossen (vochtig)

behoud

verbetering

n.v.t.

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

toename

verbetering

n.v.t.

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

behoud

behoud

n.v.t.

H2120 Witte duinen

toename

verbetering

n.v.t.

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

behoud

behoud

n.v.t.

H2150 Duinheiden met struikhei

behoud

behoud

n.v.t.

H2170 Kruipwilgstruwelen

behoud

behoud

n.v.t.

H2130C Grijze duinen (heischraal)

toename

verbetering

n.v.t.

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

toename

verbetering

n.v.t.

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

behoud

behoud

n.v.t.

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

toename

verbetering

n.v.t.

H2110 Embrionale duinen

behoud

behoud

n.v.t.

H7210 Galigaanmoerassen

behoud

behoud

n.v.t.

Nauwe korfslak

behoud

behoud

behoud

Groenknolorchis

toename

verbetering

toename

In de Aerius Monitor is nagegaan of voor de betreffende habitattypen sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW). In tabel 5-2 wordt dit weergegeven door aan te geven of er sprake is van een overbelasting.

pagina 7/25

Tabel 5-2 Overschrijding van de kritische depositiewaarde van de habitattypen (bron: Aerius Monitor) Habitattype

KDW [mol/ha/ jaar]

Toename depositie [mol/ha/jaar]

Mate van overbelasting

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

1.071

0,03

92% licht tot matig overbelast

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

1,786

0,02

1% licht tot matig overbelast

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

1.071

0,02

8% licht tot matig overbelast

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

714

0,02

100% licht tot zwaar overbelast

H2160 Duindoornstruwelen

2.000

0,02

Geen overbelasting

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

1.429

0,02

1% licht tot matig overbelast

H2180B Duinbossen (vochtig)

2.214

0,02

Geen overbelasting

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

2.143

0.02

1% licht overbelast

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

1.071

0,02

70% licht tot matig overbelast

H2120 Witte duinen

1.429

0,02

1% licht tot matig overbelast

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

1.071

0,01

7% licht tot matig overbelast

H2150 Duinheiden met struikhei

1.071

0,02

26% licht tot matig overbelast

H2170 Kruipwilgstruwelen

2.286

0,01

Geen overbelasting

H2130C Grijze duinen (heischraal)

714

0,01

100% licht tot matig overbelast

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

2.143

0,02

2% licht tot matig overbelast

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

1.429

0,02

16% licht tot matig overbelast

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

2.143

0.01

Geen overbelasting

H2110 Embrionale duinen

1.429

0,01

Geen overbelasting

H7210 Galigaanmoerassen

1.571

0,01

Geen overbelasting

Lg12 (Nauwe korfslak en groenknolorchis)

1.634

0,02

Geen overbelasting

Uit tabel 5-2 blijkt dat bij 13 habitattypen sprake is van een overbelasting door stikstof in één of meerdere hexagonen (rekenpunten). Alleen bij het habitattype Grijze duinen (kalkarm) is sprake van een zware overbelasting in de hexagonen.

pagina 8/25

5.2

ILPERVELD, VARKENSLAND, OOSTZANERVELD & TWISKE

In Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske is een toename van de depositie berekend op de locaties die zijn weergegeven in figuur 5-2. In tabel 5-3 is een overzicht opgenomen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen waar een toename van de depositie is berekend. Tabel 5-3 Instandhoudingsdoelstellingen Habitattype

Oppervlakte

Kwaliteit

Populatie

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

toename

behoud

n.v.t.

H91Do Hoogveenbossen

behoud

behoud

n.v.t.

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

toename

behoud

n.v.t.

H3140lv Kranswierwateren in laagveengebieden

toename

behoud

n.v.t.

Figuur 5-2 Locaties met een toename van de depositie in Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

In de Aerius Monitor is nagegaan of voor de betreffende habitattypen sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW). In tabel 5-4 wordt dit weergegeven door aan te geven of er sprake is van een overbelasting.

pagina 9/25

Tabel 5-4 Overschrijding van de kritische depositiewaarde van de habitattypen (bron: Aerius Monitor) Habitattype

KDW [mol/ha/jaar]

Toename depositie [mol/ha/jaar]

Mate van overbelasting

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

714

0,02

100% matig overbelast

H91Do Hoogveenbossen

1.786

0,02

Geen overbelasting

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

786

0,02

100% matig overbelast

H3140lv Kranswierwateren in laagveengebieden

2.143

0,02

Geen overbelasting

Uit tabel 5-4 blijkt dat bij de Vochtige heiden (laagveengebied) en bij de Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) sprake is van een matige overbelasting door stikstof in de hexagonen (rekenpunten). 5.3

POLDER WESTZAAN

In polder Westzaan is een toename van de depositie berekend op de locaties die zijn weergegeven in figuur 5-3.

Figuur 5-3 Locaties met een toename van de depositie in Polder Westzaan

In tabel 5-5 is een overzicht opgenomen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen waar een toename van de depositie is berekend.

pagina 10/25

Tabel 5-5 Instandhoudingsdoelstellingen Habitattype

Oppervlakte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=f6a03633-b713-4aec-8fce-74a70fc40e2e