CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 - Bijlagen 1 tm 7 bij toelichting

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 25 mei 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Gasleiding Raasdorp - Sloten (7621222)24.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Gasleiding Raasdorp ‐ Sloten Bestemmingsplan – 24 april 2023 Bijlagen toelichting 1 t/m 7

Bijlage 1 Archeologisch bureauonderzoek

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek

Lot 1: G-H Ombouw tracé Nuon power Diemen (W-201 + W-744) A-803-02, gemeente Haarlemmermeer

projectnummer 455806 revisie 05 30 januari 2023

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek Lot 1: G-H Ombouw tracé Nuon power Diemen (W-201 + W-744) A-803-02, gemeente Haarlemmermeer projectnummer 455806 projectnummer GU I.013709.01 documentnummer 455806-ARCH-H-001 revisie 05 30 januari 2023

Auteurs V. Uffink A.J. Brokke

Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN

datum vrijgave 30-01-2023

beschrijving revisie 05 Voorgelegd aan bevoegd gezag

vrijgave L. de Jong-van Twisk

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

3

1

Inleiding

4

2

Bureauonderzoek

5

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4

Beschrijving onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Bekende waarden Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting Conclusies en advies voor vervolgonderzoek

5 5 5 7 8 11 14 14 15 16 16 17 18

Literatuur en geraadpleegde bronnen

19

Lijst met afbeeldingen

20

Bijlagen 1 2

Archeologische perioden AMZ-cyclus

Kaartbijlagen 455806-ARCHIS

Gegevens uit ARCHIS

Blad 1 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem

455806 4733076100 Noord-Holland Haarlemmermeer Badhoevedorp, Lijnden Gasleiding Haarlemmermeer

Kaartblad 25W Coördinaten 116506/482034 117968/482367 118767/482434 118791/482189 Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering September 2019, aanpassing januari 2023 Projectteam L. de Jong- van Twisk (projectleider) V. Uffink (KNA-archeoloog) Vrijgave conform KNA A.J. Brokke (senior KNA-archeoloog (4002) en senior KNA prospector (4004)) Bevoegd gezag Gemeente Haarlemmermeer Deskundige Bevoegd gezag Eliza van Rooijen Beheer documentatie Antea Group

Afbeelding 1. Ligging van het tracé binnen de gemeente Haarlemmermeer (bron: ESRI Nederland en het Kadaster).

Blad 2 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Samenvatting In het kader van nieuwbouw van delen van het transportnet wordt de aanleg van een nieuwe DN450 HTL-leiding en een DN400 RTL-koppelleiding voorzien. De tracés van de nieuw te leggen buisleidingen lopen door de gemeentes Amsterdam, Amstelveen en Haarlemmermeer. Dit bureauonderzoek heeft alleen betrekking op het gedeelte van het tracé dat gelegen is binnen de gemeente Haarlemmermeer. Uit de in en rond het plangebied uitgevoerde archeologische onderzoeken kan geconcludeerd worden dat in de omgeving van het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Uit archeologisch onderzoek is duidelijk dat even ten noorden van het plangebied, ter hoogte van de A4, diepe veenontgravingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast is het gebied voor de droogmaking van het Haarlemmermeer lange tijd water geweest, waardoor het veen is verdwenen. Antea Group adviseert vanwege de lage archeologische verwachting om geen vervolgonderzoek uit te voeren. De gemeente Haarlemmermeer gaat niet akkoord met het advies, en heeft besloten dat vanwege de omvang van het gebied een verkennend booronderzoek vereist is. Het besluit van de gemeente Haarlemmermeer luidt als volgt: “Dit booronderzoek kan beperkt blijven tot de open ontgravingen voor de leidingensleuf en de in- en uittredepunten.

Het doel van het onderzoek is te bepalen of er binnen het plangebied locaties voorkomen waar archeologische waarden verwacht kunnen worden en die in aanmerking komen voor verder onderzoek. Het booronderzoek dat is uitgevoerd voor de aanleg van een elektriciteitskabel langs het tracé Schiphol-Schiphol-RijkHoofddorp kan als voorbeeld dienen voor het booronderzoek. Vanwege de mogelijkheid op archeologische waarden die niet met een vooronderzoek kunnen worden opgespoord adviseren wij aanvullend een passieve begeleiding van de graafwerkzaamheden.” Het booronderzoek kan beperkt blijven tot de open ontgravingen voor de in te ploegen leiding, (bestaande uit de kopgaten), de veldstrekkingen, de werkputten bij afsluiterschema S-293 en voor de HDD betreft het de in- en uittredepunten. Het doel van het onderzoek is te bepalen of er binnen het plangebied locaties voorkomen waar archeologische waarden verwacht kunnen worden en die in aanmerking komen voor verder onderzoek. Dit betreft een selectieadvies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Haarlemmermeer. Het onderhavige rapport is derhalve voorgelegd aan de gemeente Haarlemmermeer ter beoordeling.

Blad 3 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

1

Inleiding In het kader van nieuwbouw van delen van het transportnet wordt de aanleg van een nieuwe DN450 HTL-leiding en een DN400 RTL-koppelleiding voorzien. De tracés van de nieuw te leggen buisleidingen lopen door de gemeentes Amsterdam, Amstelveen en Haarlemmermeer. Dit bureauonderzoek heeft alleen betrekking op het gedeelte van het tracé dat gelegen is binnen de gemeente Haarlemmermeer (afbeelding 1). Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Het plangebied is onderzoeksplichtig conform het beleid van de gemeente Haarlemmermeer. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.

Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4002 en 4003 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor het KNA-protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).

Blad 4 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

2

Bureauonderzoek Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Daarbij worden vragen gesteld als “Waar kunnen we wat verwachten?”. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

2.1.1

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen en/of werkzaamheden betrekking hebben. Voor dit plangebied wordt in de regel ook de ruimtelijke procedure gevoerd waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verstoord worden. Het onderzoeksgebied is het gebied waar informatie over wordt ingewonnen om een goed beeld te krijgen van de (te verwachten) archeologische waarden. Dit gebied is veelal groter dan het plangebied. In dit geval wordt een werkstrook van 30 m aangehouden, met aan weerszijde van het tracé een marge van 50 m. In totaal heeft het onderzoeksgebied dus een breedte van 130 m. Dit wordt voldoende geacht om het gespecificeerd verwachtingsmodel op te kunnen stellen. In de gemeente Haarlemmermeer wordt een DN450 HTL-leiding aangelegd. Het tracé loopt vanaf drainagekanaal “Nieuwkerkertocht”, ten zuiden van Knooppunt Raasdorp, richting het zuidoosten, parallel aan de N232 – Schipholweg. Vanaf hier loop het tracé via de A9 tot aan de A4 binnen de gemeente Haarlemmermeer. Vanaf de A4 tot aan de Haagseweg loopt het tracé verder in de gemeente Amsterdam. Het tracé heeft een totale lengte van 7,5 km.

Binnen de gemeente Haarlemmermeer betreft dit een lengte van lengte van 6,5 km en binnen de gemeente Amsterdam 1 km. De breedte van het tracé is 30 m. De ligging van het tracé is weergegeven op afbeelding 1.

2.1.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarische zone, bedrijventerrein en woonerf. (afbeelding 2). Op diverse plekken worden wegen en waterwegen door het tracé doorkruist.

Blad 5 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied binnen de gemeente Haarlemmermeer (bron: ESRI Nederland).

Consequenties toekomstig gebruik De DN450 HTL-leiding wordt zowel middels een HDD boring, open ontgraving en inploegen aangelegd. Het westelijke uiteinde van de tracésectie binnen gemeente Haarlemmermeer bevindt zich circa 1 km ten noorden van het zogenaamde “Schiphol Brandweer – Polderbaan Kazerne”, parallel aan drainagekanaal “Nieuwekerkertocht”. Het oostelijke uiteinde ligt bij de kruising tussen de A4 en de Nieuwemeerdijk. De tracésectie binnen de gemeente Haarlemmermeer heeft een lengte van circa 6,5 km. Delen van het tracé worden aangelegd door middel van een ploegmethode. Bij leidingaanleg door middel van inploegen wordt de aan te brengen leiding bevestigd aan een ploeg die door de grond wordt getrokken. Voor het tracé zou de leiding op de inploegbare delen op een diepte van 2,0 m-mv (ca. NAP -6,4 m) worden aangebracht. Alleen daar waar de ploegdelen starten en eindigen wordt een sleuf in open ontgraving gegraven, dit betreffen de zogenoemde kopgaten. Bij het cultuurtechnisch afwerken van de percelen zal de bodem worden gespit/gewoeld tot een diepte van circa 0,7 m-mv. Daarnaast worden op enkele tracédelen sleuven in open ontgraving aangelegd, er worden werkputten gegraven bij het bestaande afsluiterschema S-293 en er worden bij de HDD in- en uittredepunten werkputten gegraven.

Bij de ontgravingen kunnen eventuele in de bodem aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

Blad 6 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

2.1.3

Archeologisch beleid Binnen de gemeente Haarlemmermeer voert het tracé door een gebied met diverse vigerende bestemmingsplannen (Afbeelding 3). Dit zijn bestemmingsplan “Badhoevedorp Lijnden Oost 1e herziening”, bestemmingsplan “Buitengebied Noord”, bestemmingsplan “Haarlemmermeer 2014” en bestemmingsplan “Badhoevedorp De Veldpost”. Binnen de gemeente Amsterdam doorkruist het tracé het vigerend bestemmingsplan “Nieuwe Meer” (1e herziening). Voor het grootste deel van het plangebied is geen dubbelbestemming archeologie opgenomen. Een uitzondering hierop is de zone ter plaatse en ten westen van de A4. Hier geldt een dubbelstemming waarde archeologie. De zone is onderzoeksplichtig bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 500 m2 en/of die de bodem dieper dan 0,4 m – mv verstoren. Hierin volgt de dubbelbestemming de beleidskaart van de gemeente Haarlemmermeer (zie paragraaf 2.3).

Afbeelding 3. Dubbelbestemming binnen het plangebied. + patroon = dubbelbestemming waarde – archeologie. (bron: PDOK.)

Blad 7 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

2.1.4

Landschappelijke situatie Geologie en geomorfologie Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 239.000 tot 126.000 jaar voor heden) breidden de noordelijke ijskappen zich vanuit Scandinavië uit tot in Nederland. De ondergrond werd onder druk van het schuivende landijs tot enkele tientallen meters omhoog gestuwd. Op deze manier werd onder meer de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe gevormd. De laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 tot 10.000 jaar voor heden), kende minder lage temperaturen waardoor het landijs Nederland niet bereikte. Door koude poolwinden werd een dikke laag dekzand afgezet. De afzettingen uit het pleistoceen (waartoe het Saalien en Weichselien worden gerekend) zijn ter hoogte van het plangebied op circa 11 m – NAP (circa 7 m – mv) aanwezig1. Vanaf 10.000 jaar voor Chr. brak het Holoceen aan, dat wordt gekenmerkt door een gematigd klimaat. Door de stijging van de zeespiegel vormden zich in de kuststreek strandwallen, die het achterland afsloten van de zee. Hierdoor verdronken de lager gelegen delen van het dekzandlandschap geleidelijk in zoet regen- en rivierwater. Door de vorming van de kustbarrière nam de invloed van de zee op het achterliggende gebied af. Hierdoor ontstond een zoetwaterlagune waarin op grote schaal veenvorming optrad (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket).

Ook het plangebied behoorde tot dit veengebied.2 Doordat dit veengebied zeer nat was, was deze plek over het algemeen niet geschikt voor bewoning en landbouw. Alleen de hoger gelegen delen van het landschap, zoals bijvoorbeeld de oevers langs geulen waren mogelijk geschikt voor gebruik in het neolithicum (zie ook afbeelding 6). In de nieuwe tijd ontstond in het veengebied en in een groot deel van het plangebied een meer, het Haarlemmermeer. Dit meer bleef bestaan tot de drooglegging in 1852.

1

https://www.DINOloket.nl

2

https://maps.noord-holland.nl

Blad 8 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Afbeelding 4: plangebied op paleogeografische kaarten. Bron: Vos 2018.

Het grootste deel van het plangebied ligt binnen de droogmakerij Haarlemmermeer en het deel ter hoogte van de A4 binnen het zogenaamde oudland (zie paragraaf 2.1.5 en afbeelding 9). Het voormalige Haarlemmermeer bestaat uit een vlakte van (oude) getijdeafzettingen. De afzettingen betreffen grotendeels gesedimenteerde platen of geulen (sub- en intergetijdenafzettingen (laagpakket van Wormer) welke na de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852 aan het oppervlak zijn komen te liggen. Het oudland betreft het veenrestant dat op de (oude) getijdenafzetingen is achtergebleven. 3 Binnen het Haarlemmermeer zijn veenrestanten volledig weggeslagen en zijn oude getijdeafzettingen aanwezig van het laagpakket van Wormer4. Ter plaatse van het oudland is het gebied ontgonnen en bebouwd. Hoewel het oudland ongekarteerd is wegens de huidige bebouwing is op geomorfologische kaart te zien is dat in en rondom het plangebied alleen nog vlakte en getij-afzettingen aanwezig zijn (code 1M35) (donkergroen) (afbeelding 5). Enige veenrestvlakte (code 2M83) is nog rond het oostelijke deel van het tracé aanwezig). 3 De Boer et al., 2011, 19, 55. 4 De Boer et al., 2011.

Blad 9 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

AHN Op het Actueel Hoogtebestand Nederland is te zien dat het tracé laag in het landschap ligt op circa 4,5 m – NAP (afbeelding 6). In de wit omcirkelde gebieden op de kaart zijn laag gelegen (donkerblauw) gebieden te zien die mogelijk duiden op geultjes.

Afbeelding 5. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in rood het tracé binnen de gemeente Haarlemmermeer (bron: PDOK).

Afbeelding 6. Uitsnede van de AHN met in roze-blauw het tracé (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog) (bron: www.ahn.nl). Zones met fossiele geulen zijn weergegeven met witte omlijningen.

Blad 10 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart loopt het tracé deels door kalkrijke leek- of woudeerdgronden (klei) (code pMn86C) (afbeelding 7). Leek- of woudeerdgronden komen met name voor in droogmakerijen. Ze hebben een 30 tot 50 cm dikke donkere bovengrond (A-horizont), die is ontstaan door baggeren en het opbrengen van kalkrijk materiaal. Een klein gedeelte van het tracé loopt tevens door kalkrijke poldervaaggronden (zware zavel) (code Mn12A). Een deel van het gebied is niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Vlakbij het deel van het plangebied dat tot het oudland behoort, ter plaatse van de A4, komt echter ook koopveengrond voor (code hVk). De grondwatertrap in het grootse deel van het plangebied is VI:  Grondwatertrap VI: gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 0,4 en 0.8 m – mv. Gemiddeld laagste grondwaterstand meer dan 1,2 m – mv; In gebieden met een hoge grondwaterstand (VI) kunnen organische archeologische resten, zoals hout, relatief beter bewaard zijn gebleven.

Afbeelding 7. Uitsnede van de bodemkaart met in rood het tracé binnen de gemeente Haarlemmermeer (bron: STIBOKA).

2.1.5

Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Op de topografische kaart van 1850 ligt het tracé grotendeels binnen water, het Haarlemmermeer (afbeelding 8). Een klein deel van het tracé doorsnijdt akkerland en een waterweg. Er lijkt geen bebouwing aanwezig. In 1852 was het Haarlemmermeer drooggelegd wat duidelijk te zien is op de kaart van 1900 (afbeelding 9). Het tracé doorsnijdt enkele waterwegen, wegen, woonerven en akkerland. Op de kaart van 1950 is duidelijk dat de situatie nagenoeg

Blad 11 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

ongewijzigd is gebleven (afbeelding 10). De kaart van 1975 laat zien dat de bebouwing rondom het tracé is toegenomen (afbeelding 11). Ook loopt het tracé door knooppunt Badhoevedorp.

Afbeelding 8. Uitsnede van de topografische kaart van 1850 met in rood het tracé (bron: www.topotijdreis.nl).

Afbeelding 9. Uitsnede van de topografische kaart van 1900 met in rood het tracé (bron: www.topotijdreis.nl).

Blad 12 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Afbeelding 10. Uitsnede van de topografische kaart van 1950 met in rood het tracé (bron: www.topotijdreis.nl).

Afbeelding 11. Uitsnede van de topografische kaart van 1975 met in rood het tracé (bron: www.topotijdreis.nl).

Blad 13 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Mogelijke verstoringen Mogelijk is verstoring van de bovenste bodemlagen opgetreden door grondbewerking. Ook is het mogelijk dat er in de gebieden al sprake is van andere ondergrondse infrastructuur, zoals kabels en leidingen.

2.2

Bekende waarden

2.2.1

Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 150 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 455806–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen Binnen het onderzoeksgebied is geen sprake van archeologische monumenten. Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Binnen het onderzoeksgebied is geen sprake van archeologische waarnemingen. Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken In 2011 is door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek uitgevoerd bij de aanleg van een aardgastransportleidingtracé tussen Beverwijk en Wijngaarden (Zaakid 2201777100). Dit onderzoek kruist het tracé ten zuiden van Knooppunt Raasdorp. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is duidelijk dat ter plaatse van het plangebied een lage archeologische verwachting bestaat voor alle perioden. Er werd daarom geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren5. In 2009 is door BAAC een archeologisch bureauonderzoek voor plangebied A4/A10 tussen Knooppunt Badhoevedorp en Amstel te Amsterdam (Zaakid 2236672100). Dit onderzoek kruist het tracé ten noorden van Knooppunt Badhoevedorp.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is aangegeven dat het plangebied binnen een zone met een lage archeologische verwachting voor alle perioden ligt. Er werd daarom geadviseerd om voor het gebied met een lage verwachting geen vervolgonderzoek te doen6. In 2009 is door Sweco een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor plangebied Dijkverbetering Ringvaartdijk Oost te Sloten (Zaakid 2265013100). Het onderzoeksgebied ligt net buiten en ten noorden van het plangebied, ter plaatse van de A4 even boven knooppunt Badhoevedorp. Op basis van de resultaten uit het archeologisch bureauonderzoek geldt voor het onderzochte plangebied een lage archeologische verwachting voor het aantreffen van resten vanaf de Bronstijd tot en met de nieuwe tijd. Twee aspecten liggen ten grondslag aan de lage verwachting. Enerzijds diepe afgravingen van de plaatselijke veengronden. Anderzijds bevindt het gebied zich aan de rand van het voormalige Haarlemmermeer. Voor de droogmakerij is het gebied sterk aangetast door het voormalige water. Er werd daarom geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren7. 5 De Boer et al., 2011. 6

Buesink, 2009.

7 Huizing-Schreur & Osinga, 2009.

Blad 14 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Met uitzondering van bovengenoemde onderzoeken (Zaakid 4013569100, 3297424100 en 2265013100) waren resultaten niet digitaal beschikbaar. Zaakid

Toponiem

Type onderzoek

Uitvoerder

Archeologisch; Archeodienst Gelderland BV 4000040100 Haarlemmermeer bureauonderzoek

Advies Onbekend

2201777100 Leiderdorp

Archeologisch; RAAP Archeologisch Adviesbureau Geen bureauonderzoek vervolgonderzoek

2242641100 Haarlemmermeer

Archeologisch; NMF Erfgoedadvies bureauonderzoek

2372930100 Lijnden

Archeologisch; RAAP Archeologisch Adviesbureau Onbekend bureauonderzoek

2102705100 Haarlemmermeer

Archeologisch; Sagro bureauonderzoek

Onbekend

2236672100 Amsterdam

Archeologisch; BAAC BV bureauonderzoek

Wel vervolgonderzoek

2466542100 Amsterdam

Archeologisch; Gemeente Amsterdam bureauonderzoek

Onbekend

2298273100 Cruquius

Archeologisch; Sweco bureauonderzoek

Onbekend

2265013100 Sloten

Archeologisch; Sweco bureauonderzoek

Geen vervolgonderzoek

2388783100 Amsterdam

Archeologisch; Gemeente Amsterdam bureauonderzoek

Onbekend

2339007100 Amsterdam

Archeologisch; Gemeente Amsterdam bureauonderzoek

Onbekend

2388783100 Amsterdam

Archeologisch; Gemeente Amsterdam bureauonderzoek

Onbekend

Onbekend

Tabel 1. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).

Conclusie: Uit de in en rond het plangebied uitgevoerde archeologische onderzoeken kan geconcludeerd worden dat in de omgeving van het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting. Duidelijk is dat even ten noorden van het plangebied, ter hoogte van de A4, diepe veenontgravingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast is het gebied voor de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852 lange tijd water geweest waardoor het veen volledig verdwenen is. Dit wordt ondersteund door de landschappelijke gegevens waarbij duidelijk is geworden dat in beide gebieden voornamelijk oude vlakte en getijde-afzettingen zijn achtergebleven (laagpakket van Wormer) en waarbij veenlagen volledig verdwenen zijn (Hollandveen Laagpakket). Derhalve geldt voor het gebied een lage archeologische verwachting voor alle perioden.

2.2.2

Ondergrondse bouwhistorische waarden Binnen het plangebied worden geen specifieke bouwhistorische waarden verwacht.

Blad 15 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

2.3

Archeologische verwachting

2.3.1

Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart De provincie Noord-Holland beschikt over een informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie, waarin ook informatie over archeologie is opgenomen. Op deze kaart zijn naast de archeologische monumenten ook tien regio’s met archeologisch belang aangegeven. Het onderhavige plangebied ligt niet in zo’n regio. Ook is er geen sprake van cultuurhistorische objecten.8 Gemeentelijke verwachtingskaart Door de gemeente Amsterdam is voor het gebied, in het kader van bestemmingsplan Nieuwe Meer, een verwachtingskaart opgesteld. Hieruit blijkt dat in het gebied sporen van landgebruik uit de middeleeuwen tot in de 20e eeuw voor kunnen komen. De sporen hebben echter weinig samenhang en een lage dichtheid. Eventuele sporen zijn mogelijk door de herinrichting in de 20e eeuw deels verstoord. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Haarlemmermeer (2021) bevindt het grootse deel van het deel van het tracé zich binnen een zone waarin archeologisch onderzoek vereist is bij bodemverstorende ingrepen over een oppervlakte van meer dan 10.000 m2 en met een diepte van meer dan 40 cm -mv. Uitzondering hierop betreft een zone ten noordoosten van knooppunt Badhoevedorp waarin archeologisch onderzoek vereist is bij bodemverstorende ingrepen over een oppervlakte van meer dan 500 m2 en met een diepte van meer dan 40 cm -mv (afbeelding 12).9

Afbeelding 12. Beleidskaart van de gemeente Haarlemmermeer. 8 https://maps.noord-holland.nl 9 https://haarlemmermeergemeente.nl/archeologisch-vooronderzoek

Blad 16 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

2.3.2

Gespecificeerde archeologische verwachting Datering en complextype Doordat het plangebied tot circa 1852 bestond uit een zeer natte ondergrond, welke niet geschikt was voor bewoning en landbouw, is er over het algemeen een lage verwachting voor het neolithicum tot de nieuwe tijd. Alleen de hoger gelegen delen van het landschap, zoals bijvoorbeeld de oevers langs geulen waren mogelijk geschikt voor gebruik in het neolithicum (zie ook afbeelding 6). De resten uit het neolithicum zullen in relatie staan tot de nomadische levenswijze van de mens, zoals tijdelijke jachtkampjes. In de nieuwe tijd heeft het plangebied deels binnen het Haarlemmermeer gelegen (tot de drooglegging in 1852). Hoewel het gebied in die periode niet geschikt was voor bewoning werd deze wel gebruikt voor onder andere scheepvaart, visserij en militaire doeleinden. Daarvan kunnen losse vondsten worden verwacht. Vanaf de periode van de drooglegging kunnen in het deel van het plangebied, binnen de grenzen van het voormalige Haarlemmermeer, ook archeologische resten uit de nieuwe tijd worden aangetroffen. Voor dit gebied geldt een verwachting voor sporen die samenhangen met landinrichting en landgebruik. Deze verwachting is er ook voor het deel van het plangebied ter plaatse van de A4 (oudland), voor de periode vanaf de middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.

Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot sporen van landgebruik van enkele tientallen vierkante meters. Diepteligging Archeologische resten uit de prehistorie worden op een diepte van maximaal 2 m – mv verwacht. Indien er archeologische resten van landgebruik vanaf de middeleeuwen binnen het plangebied aanwezig zijn, bevinden deze zich vermoedelijk direct aan of onder het maaiveld. Dit geldt ook voor losse vondsten uit de periode in de nieuwe tijd waarin het plangebied deels binnen het Haarlemmermeer lag. Locatie Archeologische resten uit de prehistorie kunnen worden aangetroffen op de oevers van de geulen die te zien zijn op het AHN (zie afbeelding 6). Archeologische resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen. Uiterlijke kenmerken Prehistorie: resten van tijdelijke jachtkampjes zoals vuursteen, bot, haardkuilen. Middeleeuwen en nieuwe tijd: gebruiksvoorwerpen of sporen van landgebruik, in een lage dichtheid en in weinig samenhang. Nieuwe tijd (binnen het Haarlemmermeer): losse vondsten die gerelateerd zijn aan scheepvaart, visserij of militaire voorwerpen. Mogelijke verstoringen Mogelijk is verstoring van de bovenste bodemlagen opgetreden door grondbewerking in het oostelijke deel en door het water van het Haarlemmermeer in het overige deel van het plangebied.

Archeologische resten zijn mogelijk deels verstoord door de herinrichting van het gebied in de 20e eeuw. Ook is het mogelijk dat er in de gebieden al sprake is van andere ondergrondse infrastructuur, zoals kabels- en leidingen.

Blad 17 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

2.4

Conclusies en advies voor vervolgonderzoek Uit de in en rond het plangebied uitgevoerde archeologische onderzoeken kan geconcludeerd worden dat in de omgeving van het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Uit archeologisch onderzoek is duidelijk dat even ten noorden van het plangebied, ter hoogte van de A4, diepe veenontgravingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast is het gebied voor de droogmaking van het Haarlemmermeer lange tijd water geweest, waardoor het veen is verdwenen. Antea Group adviseert vanwege de lage archeologische verwachting om geen vervolgonderzoek uit te voeren. De gemeente Haarlemmermeer gaat niet akkoord met het advies, en heeft besloten dat vanwege de omvang van het gebied een verkennend booronderzoek vereist is. Het besluit van de gemeente Haarlemmermeer luidt als volgt: “Dit booronderzoek kan beperkt blijven tot de open ontgravingen voor de leidingensleuf en de in- en uittredepunten. Het doel van het onderzoek is te bepalen of er binnen het plangebied locaties voorkomen waar archeologische waarden verwacht kunnen worden en die in aanmerking komen voor verder onderzoek. Het booronderzoek dat is uitgevoerd voor de aanleg van een elektriciteitskabel langs het tracé Schiphol-Schiphol-RijkHoofddorp kan als voorbeeld dienen voor het booronderzoek.

Vanwege de mogelijkheid op archeologische waarden die niet met een vooronderzoek kunnen worden opgespoord adviseren wij aanvullend een passieve begeleiding van de graafwerkzaamheden.” 10 Het booronderzoek kan beperkt blijven tot de open ontgravingen voor de in te ploegen leiding, (bestaande uit de kopgaten), de veldstrekkingen, de werkputten bij afsluiterschema S-293 en voor de HDD betreft het de in- en uittredepunten. Het doel van het onderzoek is te bepalen of er binnen het plangebied locaties voorkomen waar archeologische waarden verwacht kunnen worden en die in aanmerking komen voor verder onderzoek. Dit betreft een selectieadvies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Haarlemmermeer. Het onderhavige rapport is derhalve voorgelegd aan de gemeente Haarlemmermeer ter beoordeling. Antea Group, Januari 2023, Oosterhout

10 Memo NMF erfgoedadvies (adviseur bevoegd gezag) d.d. 8 november 2022.

Blad 18 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Literatuur en geraadpleegde bronnen Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Boer de, G.H., Schenk J.A., Roemburg van, J., 2011: Aardgastransportleidingtracé BeverwijkWijngaarden, Archeologisch vooronderzoek: een bureaustudie ten behoeve van de m.e.r.procedure, Weesp. Boshoven E.H., Witmer E.M., 2019: Archeologische quickscan, HTL-leiding Tussen schema Raasdorp (s-293) tot aan M&R Sloten (A-173) en RTL-G-gasleiding noordelijk van de Bosbaan, Weesp. Buesink, A., 2009: Plangebied A4/A10 tussen knooppunt Badhoevedorp en Amstel te Amsterdam, ‘s-Hertogenbosh. Huizing-Schreur A., Osinga M., 2009: Dijkverbetering Ringvaartdijk Oost te Sloten, Groningen. Kaarten  Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen  Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen  Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen  Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)  Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet  ahn.maps.arcgis.com  beeldbank.cultureelerfgoed.nl  www.aardeopdekaart.nl  www.archis.cultureelerfgoed.nl  www.atlasleefomgeving.nl  www.pdok.nl  www.ruimtelijkeplannen.nl  www.topotijdreis.nl  maps.noordholland.nl  www.DINOloket.nl  haarlemmermeergemeente.nl/archeologisch-vooronderzoek

Blad 19 van 19

Antea Group Archeologie 2019/142 Bureauonderzoek projectnummer 455806 30 januari 2023 revisie 05 N.V. Nederlandse Gasunie

Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Ligging van het tracé binnen de gemeente Haarlemmermeer. Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied binnen de gemeente Haarlemmermeer. Afbeelding 3. Overzicht van de vigerende dubbelbestemmingen ‘waarde-archeologie’. Afbeelding 4. Uitsnede van de geomorfologische kaart. Abeelding 5. Uitsnede van de AHN. Afbeelding 6. Uitsnede van de bodemkaart. Afbeelding 7. Uitsnede van de topografische kaart van 1850 Afbeelding 8. Uitsnede van de topografische kaart van 1900. Abeelding 9. Uitsnede van de topografische kaart van 1950. Afbeelding 10. Uitsnede van de topografische kaart van 1975 . Afbeelding 11. Beleidskaart van de gemeente Haarlemmermeer.

Blad 20 van 19

Bijlage 1: Archeologische perioden

Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.

Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.

Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.

Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.

Na Chr.

Archeologische periode-indeling conform ABR Periode Recent

Subperiode

Begin 1945

eind heden

Afkorting

Nieuwe Tijd

Late Nieuwe tijd Midden Nieuwe tijd Vroege Nieuwe tijd

1850 1650 1500

1945 1850 1650

NTC NTB NTA

Middeleeuwen

Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen A

1250 1050 900 725 525 450

1500 1250 1050 900 725 525

LMB LMA VMD VMC VMB VMA

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 270 150 70 25 -12

450 350 270 150 70 25

LROMB LROMA MROMB MROMA VROMB VROMA

IJzertijd

Late IJzertijd Midden IJzertijd Vroege IJzertijd

250 500 800

12 250 500

LIJZ MIJZ VIJZ

Bronstijd

Late Bronstijd Midden Bronstijd B Midden Bronstijd A Vroege Bronstijd

1100 1500 1800 2000

800 1100 1500 1800

LBR MBRB MBRA VBR

Neolithicum

Laat Neolithicum B Laat Neolithicum A Midden Neolithicum B Midden Neolithicum A Vroeg Neolithicum B Vroeg Neolithicum A

2450 2850 3400 4200 4900 5300

2000 2450 2850 3400 4200 4900

LNEOB LNEOA MNEOB MNOEA VNEOB VNEOA

Mesolithicum

Laat Mesolithicum Midden Mesolithicum Vroeg Mesolithicum

6450 7100 8800

5300 6450 7100

LMESO MMESO VMESO

Paleolithicum

Laat Paleolithicum B Laat Paleolithicum A Midden Paleolithicum Vroeg Paleolithicum

18.000 35.000 300.000

8800 18.000 35.000 300.000

LPALEOB LPALEOA MPALEO VPALEO

Ottoonse tijd Karolingische tijd Merovingische tijd

Steentijd

Voor Chr.

Metaaltijd

volksverhuizingstijd

Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.

Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)

Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.

Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.

De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.

Kaartbijlagen

,000000

,000000

113000

,000000

2192016100

2421205100

3292053100

2336204100 2371067100

2214794100

2214786100

2231163100

2056706100

2172309100 3981501100

2233489100

2439375100

4000835100

2385501100

116000 2243427100

2262551100 2394371100

485500

,000000

114500

,000000

,000000

111500

1051018 3103169100

2175144100

! (

2456344100

2000426100

4546728100 2445700100

2366556100

3995150100 2467790100

2280696100

2434758100

2255959100 2466542100

2242099100

2386230100

485500

,000000

110000

2224587100

2230280100

2290261100

2395084100

2380844100 2201777100

1055353 3051329100 2439334100

2102705100

! (

2242641100 3976489100 4874657100

2460191100

4907729100 4879655100

2017697100 4035260100 2278169100

,000000

2371197100

2187376100

484000

2296183100

2016513100 2422834100

2202449100

484000

,000000

2372930100

4918372100

4003062100

2298273100

4662622100

4000040100

2425248100

2236672100

2203389100

4734875100

4900227100 2388783100

2339007100

2265013100

2178247100

,000000

482500

2279002100

2080528100 4922324100

HDD

%

4000040100

4733076100

Open ontgraving

4766238100

! (

Vondstlocaties

! (

Vondstmeldingen

2009726100

Onderzoeksmeldingen

D0

Monumenten

NR

481000

,000000

WAARDE

12-3-2021 DATUM

Definitief

Terrein van archeologische waarde

N. Hendrikx PROJECTLEIDER

PROJECTOMSCHRIJVING

BO Gasunie Lot 1 NUON DIemen en Lot 2 ROCA Rotterdam

Terrein van zeer hoge archeologische waarde

KAARTTITEL

Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

FORMAAT

A3

DATUM

BLAD IN BLADEN

STATUS

WIJZ.NR

12-3-2021 Definitief

1 van 1

D0

www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

0455806.100-ARCHIS-Haarlemmermeer 2478458100 Esri Nederland, Community Map Contributors

Gemeenten (Bestuurlijke Grenzen 2021)

,000000

SCHAAL

1:20.000

L. de Jong-van Twisk

2256347100 Terrein van hoge archeologische waarde

GET.

2176181100 GIS SPECIALIST

2176716100 N.V. Nederlandse Gasunie

2216268100

NH

WIJZIGING

OPDRACHTGEVER

110000

4753367100

0 75 150 300 450 600 Meters

,000000

111500

,000000

113000

,000000

114500

C:\Users\d10288\OneDrive - Antea Group\Projecten\0455806.100\0455806.100-ARCHIS.mxd

,000000

116000

,000000

Legenda

481000

482500

,000000

4737078100

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. vincent.uffink@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.

www.anteagroup.nl

Bijlage 2 PvA verkennend bodemonderzoek

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Lot 1: G-H Ombouw tracé Nuon power Diemen (W-201 + W-744) A-803-02, gemeente Haarlemmermeer

projectnummer 455806 revisie 00 19 december 2022

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase) Lot 1: G-H Ombouw tracé Nuon power Diemen (W-201 + W-744) A-803-02, gemeente Haarlemmermeer projectnummer 455806 projectnummer GU I.013709.01 revisie 00 19 december 2022

Auteur J. Rotteveel

Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN

datum vrijgave 19‐12‐2022

beschrijving revisie 00 Definitief

gecontroleerd/vrijgave KNA G. Sophie

vrijgave L. de Jong-van Twisk

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

2

Namenlijst

4

3

Overlegplan

5

4

Uitvoeringsplan

6

5

Planning

8

6

Veiligheidsplan & Risicoanalyse

9

Boorplan

11

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455806 19 december 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem

455806 4733076100 Noord-Holland Haarlemmermeer Badhoevedorp, Lijnden Gasleiding Haarlemmermeer

Kaartblad 25W Coördinaten 116506/482034 117968/482189 118767/482434 118791/482189 Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering Januari 2023 Projectteam L. de Jong- van Twisk (projectleider) G. Sophie (senior KNA-prospector) M. van Riel (projectarcheoloog) J. Rotteveel (projectarcheoloog) Vrijgave conform KNA G. Sophie (senior KNA prospector) Bevoegd gezag Gemeente Haarlemmermeer Deskundige Bevoegd gezag Eliza van Rooijen Beheer documentatie Antea Group

Afbeelding 1. Ligging van het tracé binnen de gemeente Haarlemmermeer (bron: ESRI Nederland en het Kadaster).

Blad 1 van 12

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455806 19 december 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie

1

Inleiding Aanleiding

In het kader van nieuwbouw van delen van het transportnet wordt de aanleg van een nieuwe DN450 HTL-leiding en een DN400 RTL-koppelleiding voorzien. De tracés van de nieuw te leggen buisleidingen lopen door de gemeentes Amsterdam, Amstelveen en Haarlemmermeer. Voorliggende Plan van Aanpak is gebaseerd op het reeds uitgevoerde bureauonderzoek en heeft alleen betrekking op het gedeelte van het tracé dat gelegen is binnen de gemeente Haarlemmermeer. Uit de in en rond het plangebied uitgevoerde archeologische onderzoeken kan geconcludeerd worden dat in de omgeving van het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Uit archeologisch onderzoek is duidelijk dat even ten noorden van het plangebied, ter hoogte van de A4, diepe veenontgravingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast is het gebied voor de droogmaking van het Haarlemmermeer lange tijd water geweest, waardoor het veen is verdwenen. Antea Group adviseert vanwege de lage archeologische verwachting om geen vervolgonderzoek uit te voeren. De gemeente Haarlemmermeer gaat niet akkoord met het advies, en heeft besloten dat vanwege de omvang van het gebied een verkennend booronderzoek vereist is. Het besluit van de gemeente Haarlemmermeer luidt als volgt: “Dit booronderzoek kan beperkt blijven tot de open ontgravingen voor de leidingensleuf en de in- en uittredepunten.

Het doel van het onderzoek is te bepalen of er binnen het plangebied locaties voorkomen waar archeologische waarden verwacht kunnen worden en die in aanmerking komen voor verder onderzoek. Het booronderzoek dat is uitgevoerd voor de aanleg van een elektriciteitskabel langs het tracé Schiphol-Schiphol-Rijk-Hoofddorp kan als voorbeeld dienen voor het booronderzoek. Vanwege de mogelijkheid op archeologische waarden die niet met een vooronderzoek kunnen worden opgespoord adviseren wij aanvullend een passieve begeleiding van de graafwerkzaamheden.”

Programma van Eisen Bureauonderzoek Gespecificeerde verwachting

Het booronderzoek kan beperkt blijven tot de open ontgravingen voor de in te ploegen leiding, (bestaande uit de kopgaten), de veldstrekkingen, de werkputten bij afsluiterschema S-293 en voor de HDD betreft het de in- en uittredepunten. Het doel van het onderzoek is te bepalen of er binnen het plangebied locaties voorkomen waar archeologische resten verwacht kunnen worden en die in aanmerking komen voor verder onderzoek. Antea Group adviseert om ten behoeve van het cultuurtechnisch herstel (tot 0,7 m-mv) geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. In dit Plan van Aanpak zetten we de praktische uitvoering van het onderzoek op een rij. n.v.t. Uffink, V. & Brokke, A.J.: Bureauonderzoek Lot 1: G-H Ombouw tracé Nuon power Diemen (W-201 + W-744) A-803-02, gemeente Haarlemmermeer, Antea Group, Archeologie 2019/142/Antea Group, Oosterhout Datering en complextype Doordat het plangebied tot circa 1852 bestond uit een zeer natte ondergrond, die niet geschikt was voor bewoning en landbouw, is er een lage verwachting voor het neolithicum tot de nieuwe tijd. Overigens, is er een kleine kans dat op de oevers van de geulen die te zien zijn op het AHN prehistorische resten aanwezig zijn (zie afbeeling). Deze resten zullen te maken hebben met een nomadische levenswijze van de mens, zoals tijdelijke jachtkampjes.

Blad 2 van 12

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455806 19 december 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie

In het deel van het plangebied binnen de grenzen van het voormalige Haarlemmermeer kunnen archeologische resten uit de nieuwe tijd (vanaf de drooglegging in 1852) worden aangetroffen. Binnen het plangebied ter plaatse van de A4 (oudland) kunnen resten aanwezig zijn uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Voor beide gebieden geldt een verwachting voor sporen die samenhangen met landinrichting en landgebruik.

Afbeelding: Uitsnede van de AHN met in roze-blauw het tracé (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog) (bron: www.ahn.nl).

Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot sporen van landgebruik van enkele tientallen vierkante meters. Diepteligging Archeologische resten uit de prehistorie worden op een diepte van maximaal 2 m – mv verwacht. Indien er archeologische resten van landgebruik vanaf de middeleeuwen binnen het plangebied aanwezig zijn, bevinden deze zich vermoedelijk direct aan of onder het maaiveld. Locatie Archeologische resten uit de prehistorie kunnen worden aangetroffen op de oevers van de geulen die te zien zijn op het AHN. Archeologische resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen. Uiterlijke kenmerken  Prehistorie: resten van tijdelijke jachtkampjes zoals vuursteen, bot, haardkuilen.  Middeleeuwen en nieuwe tijd: gebruiksvoorwerpen of sporen van landgebruik, in een lage dichtheid en in weinig samenhang.

Specialistische onderzoeksgebieden

Mogelijke verstoringen Mogelijk is verstoring van de bovenste bodemlagen opgetreden door grondbewerking in het oostelijke deel en door het water van het Haarlemmermeer in het overige deel van het plangebied. Archeologische resten zijn mogelijk deels verstoord door de herinrichting van het gebied in de 20e eeuw. Ook is het mogelijk dat er in de gebieden al sprake is van andere ondergrondse infrastructuur, zoals kabels- en leidingen. n.v.t.

Blad 3 van 12

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455806 19 december 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie

2

Namenlijst Senior KNA Prospector

Gerjan Sophie - (06) 53 39 07 93 - gerjan.sophie@anteagroup.nl

KNA Prospector MA (leidinggevende) 1e vervanger Senior KNA-P 1e vervanger KNA Prosp. MA Projectleider Archeologie Overige teamleden

n.v.t.

Opdrachtgever (OG) Contactpersoon OG Bevoegd gezag (BG) Adviseur BG Specialisten Veiligheidscoördinator

Pieter Teekens - (06) 51 60 59 97 - pieter.teekens@anteagroup.nl n.v.t. Vincent Uffink – (06) 10 90 75 53 – vincent.uffink@anteagroup.nl Mathijs van Riel – (06) 15 64 13 39 – mathijs.vanriel@anteagroup.nl; Jelmer Rotteveel – (06) 11 39 70 94 – jelmer.rotteveel@anteagroup.nl N.V. Nederlandse Gasunie naam: Jan van Leerdam telefoonnr.: (06) 53 61 28 30 email: j.van.leerdam@gasunie.nl Gemeente Haarlemmermeer naam: Eliza van Rooijen telefoonnr.: (06) 21 31 09 61 email: e.vanrooijen@nmferfgoedadvies.nl n.v.t. Gerda van Eijk - (06) 12 80 90 98

Blad 4 van 12

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455806 19 december 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie

3

Overlegplan Overleg

Datum/week

Locatie

Aanwezig

Startoverleg

Week 3 (2023)

Teams

Toolbox

23 januari 2023

Veld

Leonie de Jong-Van Twisk Gerjan Sophie Mathijs van Riel Jelmer Rotteveel Gerjan Sophie Jelmer Rotteveel

25 januari 2023

veld

Gerjan Sophie Mathijs van Riel

Veldoverleg n.v.t. (wekelijks) Evaluatieoverleg n.v.t. Uitwerkingsoverleg n.v.t. Overig n.v.t. Eventueel aanvullend (telefonisch) overleg bij belangrijke wijzigingen t.o.v. verwachting/offerte

Blad 5 van 12

Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455806 19 december 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie

4

Uitvoeringsplan Algemeen PvE KNA Vergunning/certificering

Overig Wijzigingen

n.v.t. Alle werkzaamheden worden uitgevoerd conform KNA 4.1. Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie). Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB). Vergunningen zijn aanwezig/raadpleegbaar. Er zijn geen specifieke vergunningen van toepassing. n.v.t. Wijzigingen ten opzichte van het PvA dienen te worden gemeld aan de opdrachtgever.

Voorbereiding (te regelen/geregeld door) Onderzoeksmelding KLIC Veldwerkmap Projectbegeleidingsformulieren (PBF’s) TopCon Caddy Betredingstoestemming Overig

J. Rotteveel J. Rotteveel n.v.t. Gerjan Sophie Gerjan Sophie Gerjan Sophie Opdrachtgever n.v.t.

Uitvoering boringen Methode conform Leidraad SIKB Motivatie methode

Boorgrid/-dichtheid Boortype Aantal boringen Boordiepte Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/ paleo-landschap Wijze inmeten boringen

n.v.t.: verkennend booronderzoek In verwachtingsgebieden- verkennende boringen: Binnen het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Het doel van het verkennende booronderzoek is om te bepalen wat de algemene bodemopbouw is en in hoeverre de bodem is verstoord (verkennend) en of zich in het plangebied relevante archeologische niveaus bevinden die de (eventuele) aanwezigheid van een archeologische vindplaats ondersteunen, zoals een potentiële archeologische laag, bodemvorming of een fysisch geografisch element dat vroegere bewoningsmogelijkheid ondersteunt. Verkennend: 2 boringen per open ontgraving en veldstrekking Edelman - 7 cm/Gutsboor - 3 cm Circa 42 boringen Maximaal 2,0 m -mv n.v.t. TopCon (fixed GPS)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=24a953bf-e016-4390-9b68-72bb50af760a