CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 05 - Advies Participatieraad

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 4 juli 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Verordening Sociaal Domein Gemeente Haarlemmermeer 2024 (11048268) - AANGENOMEN2.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer

Postbus 250 2130 AG Hoofddorp

Bezoekadres: Gemeentekantoor Polderlanden Marktlaan 124 2132 DM Hoofddorp

Contactpersoon Doorkiesnummer

Participatieraad Haarlemmermeer Ineke van Dijk 023-567 6861

Uw brief Ons kenmerk Bijlage(n) Onderwerp

Verzenddatum

PRH2024-02 Advies verordening en beleidsregels sociaal domein 2024

24 april 2024

Geacht college, In uw brief van 19 maart 2024 met als kenmerk 10721313 vraagt u de Participatieraad (PR) om advies uit te brengen over de Verordening Sociaal Domein Haarlemmermeer 2024 en een tiental beleidsregels. U geeft daarbij aan dat de wijzigingen voor de inwoners meer keuzevrijheid en een verbetering van de mogelijkheden tot financiële ondersteuning betekenen. Daarnaast geeft u aan dat de wijzigingen voortvloeien uit het verbeteren van de uitvoeringspraktijk en voortgaande jurisprudentie. De PR gaat graag in op uw verzoek advies uit te brengen. Ter voorbereiding van onderstaand advies heeft op 4 april een delegatie van de PR een goed en plezierig gesprek gehad met twee van uw beleidsadviseurs. De PR is positief over de gekozen lijn en ziet dat er voor de inwoners sprake is van meer duidelijkheid en een uitbreiding van keuzemogelijkheden. Ook het beter afstemmen van regels en procedures met buurgemeenten wordt als winst gezien. Daarnaast is het te prijzen dat er 1 verordening is gekomen voor de Jeugdwet, de WMO2015 en de Participatiewet. Het bovenstaande neemt niet weg dat de PR een aantal adviezen heeft. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen meer algemene adviezen die het totaal van de verordening en beleidsregels betreffen en adviezen meer specifiek op een aantal beleidsregels.

1

Algemeen 1. De PR adviseert een expliciete koppeling te leggen tussen de voorliggende stukken en het beleidskader sociaal domein “Meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer”. Voor dit beleidskader is brede steun binnen de gemeente en bij maatschappelijke organisaties en de Participatieraad. Door de koppeling te leggen met de doelstellingen uit het beleidskader en de leidende principes worden de verordening en beleidsregels in een herkenbaar kader geplaatst. De PR is van mening dat dat zowel goed is voor de inwoners als voor de interne organisatie van de gemeente. In de toelichting op de “was-wordt van de verordening” wordt gesteld dat de aanpassingen geen grote invloed hebben op de interne dienstverlening. Dit verbaast de PR. Het meer toepassen van het leidend principe van de menselijke maat betekent een fundamentele (en geen gemakkelijke) gedragsverandering van individuele ambtenaren. Het is een kans om in de verordening en beleidsregels de kern van het beleidskader sociaal domein een plek te geven. Dat geeft houvast! 2. Het valt de PR op dat in de stukken regelmatig gesproken wordt over rechtmatigheid en doelmatigheid / doeltreffendheid. Er wordt echter geen link gelegd naar de kwaliteit van de dienstverlening anders dan dat de kwaliteit in financiële termen wordt gedefinieerd. Voorbeelden: a.

artikel 9 lid 6, waarin even het woord kwaliteit genoemd wordt, maar niet verder uitgewerkt, en het woord kwaliteit ook niet is opgenomen in de titel van dit artikel. In het beleidskader WMO-Toezicht-Kwaliteitstoezicht , VNGMinisterie van VWS, 15 februari 2023, beschrijft men dat het huidige WMO toezicht uit drie onderdelen bestaat: calamiteitentoezicht, kwaliteitstoezicht en rechtmatigheidstoezicht. De PR adviseert deze drie aspecten onder dit artikel 9 in de verordening of beleidsregels te benoemen en uit te werken. b. Artikel 23, waarin het gaat over verhouding prijs-kwaliteit van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, maar in het vervolg van dit artikel uitsluitend gesproken wordt over prijs en geen woord over kwaliteit. Dit geldt ook voor artikel 32 waar het gaat over de verhouding prijs en kwaliteit leveringvoorziening door derden (bijzondere bepalingen WMO 2015). De PR adviseert om expliciet in te gaan op welke inhoudelijke kwaliteit met de dienstverlening wordt nagestreefd en hoe het toezicht daarop wordt ingericht. In artikel 32 van de verordening wordt de “verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden” behandeld maar er wordt niet verwezen naar een nadere concretisering in de beleidsregels.

Daardoor wordt een mogelijkheid niet benut om beleidsregels ten aanzien van kwaliteit van de geleverde voorzieningen te borgen en om zo meer houvast voor het praktisch handelen te geven aan zowel het ambtelijk apparaat als de aangewezen toezichthouder op de kwaliteit, zoals bijvoorbeeld de GGD. Borging draagt er ook toe bij dat gesignaleerde verbeteringen op de kwaliteit worden doorgevoerd. In de handreiking Toezicht WMO, opgesteld door de VNG 1, staat in hoofdstuk 2 als voorbeeld een piramide waarin de inbedding van het toezicht (zowel kwalitatief als repressief) in het gemeentelijk beleid (o.a. in een verordening en beleidsegels) geregeld kan worden. In artikel 34 van de verordening is opgenomen dat het college nadere beleidsregels opstelt ter nadere uitvoering van dit hoofdstuk (hoofdstuk 4 bijzondere bepalingen Participatiewet). Voor hoofdstuk 3 1

Handreiking WMO-toezicht, VNG, december 2020 2

3.

4.

5.

6.

van de verordening die gaat over bijzondere bepalingen WMO 2015 is helaas deze bepaling niet opgenomen terwijl er juist kansen liggen om aanvullende beleidsregels op te stellen ten aanzien van de uitvoering en de (kwaliteits)borging van de WMO en Jeugdwet. Op dit moment is er uitsluitend een beleidsregel die gaat over het toegangsproces en maatwerkvoorzieningen WMO. Terwijl het ook de kwaliteit van uitvoering vanuit cliëntenperspectief betreft en de gemeente het afgelopen jaar het toezicht op rechtmatigheid en op de kwaliteit en calamiteiten verder aan het inbedden is. De PR adviseert via een beleidsregel te regelen hoe de toezichthouders zich verhouden tot B&W en het ambtelijk apparaat (liefst onafhankelijk). De GGD houdt op verzoek van de gemeente toezicht op de kwaliteit van een deel van de (WMO) voorzieningen en toetst dit steekproefsgewijs. Het afgelopen jaar waren dit drie voorzieningen in de gemeente Haarlemmermeer. Daarnaast is de GGD de plek waar aanbieders calamiteiten moeten melden. De GGD rapporteert aan de gemeente en het is de bedoeling dat deze bevindingen worden gedeeld met B&W. Voor de inbedding van dit hele proces, waar veel partijen bij betrokken zijn, adviseert de PR beleidsregels op te stellen die bijdragen aan de borging van de kwaliteitscyclus.

Zeker nu door vergrijzing er naar verwachting een forse uitbreiding van beschermd wonen thuis onder de WMO zal gaan plaatsvinden, hecht de participatieraad eraan dat dit proces, voor deze kwetsbare groepen en hun omgeving, goed ingebed wordt. In artikel 2 lijkt er altijd sprake te moeten zijn van een verzoek van een cliënt. De PR is van mening dat de gemeente ook proactief en ongevraagd moet wijzen op alle ondersteuningsmogelijkheden die er zijn. De PR adviseert daarom in artikel 2 de suggestie weg te nemen dat er altijd sprake moet zijn van een verzoek. De PR adviseert in artikel 5 lid 6 een regeling op te nemen voor mensen die via een traject, al of niet tijdelijk, aan het werk gaan, maar die het helaas toch niet lukt aan het werk te blijven, zodat zij via een verkort traject weer in aanmerking komen voor een uitkering. Het is niet wenselijk dat deze mensen weer de hele procedure moeten doorlopen om in aanmerking te komen voor een uitkering. Het bespaart veel tijd, is klantvriendelijk en motiveert klanten meer om wel te proberen aan het werk te komen. Diverse gemeenten kennen al een dergelijke regeling.

In hoofdstuk 4 van de WMO 2015 staat de verplichting voor de gemeente tot het inrichten van een meld- en adviespunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK) en staan de taken hiervan benoemd, als ook de verplichting tot het bevorderen van een goede samenwerking tussen alle bij de uitvoering betrokken partijen. De PR adviseert deze zorgplicht en de hiervoor beschikbare voorzieningen en de toegang hiertoe eveneens te borgen in deze verordening en de beleidsregels. Dit mede vanuit het gelijkheidsbeginsel voor alle inwoners. De PR adviseert in de verordening een artikel op te nemen waarin geregeld wordt op welke wijze, bij wie en volgens welke procedure inwoners bezwaar kunnen maken tegen de toepassing van deze verordening en de beleidsregels.

Specifiek op beleidsregels In algemene zin adviseert de PR om in alle beleidsregels een eenduidige formulering toe te passen op de mogelijkheid om af te wijken van de regels in bijzondere gevallen (hardheidsclausule). Dit maakt het ook voor uitvoerders van deze regels duidelijk dat in uitzonderlijke gevallen afgeweken mag worden van de regels.

3

Meer specifiek op een aantal beleidsregels behorend bij de verordening Sociaal Domein heeft de PR nog de volgende adviezen. Beleidsregel 4. Re-integratie • De PR is blij met de over de hele lijn voor onze inwoners positieve bijstellingen. Wij vertrouwen op een goede afstemming met het UWV op de trajecten die zij aanbiedt om mensen (weer) naar werk te brengen, zodat het ook voor de inwoner begrijpelijk blijft tot wie hij/zij zich moet wenden voor wat. • De PR adviseert om in artikel 15 niet alleen een intensievere begeleiding op de werkvloer mogelijk te maken voor mensen met een motorische of visuele handicap, maar ook voor mensen met een auditieve of verstandelijke handicap of met gedrags- of psychische problematiek. Beleidsregel 5. Bijzondere bijstand • De PR betreurt het dat voorgesteld wordt de inkomensgrens voor het kindpakket terug te brengen naar 120%. Aangezien nog steeds ruim 4.000 gezinnen onder de armoedegrens leven adviseert de PR deze grens te handhaven op 130%. • In artikel 9 lid 2 wordt geregeld dat als het inkomen met €200 per maand wijzigt de draagkracht opnieuw wordt vastgesteld. Wij vertrouwen erop dat bij deze vaststelling rekening gehouden wordt met het effect dat een wijziging van het inkomen heeft op eventuele toeslagen die men ontvangt. • De PR adviseert ten aanzien van artikel 14 lid 2 te onderzoeken of altijd een jaarlijkse aanvraag noodzakelijk is.

In die gevallen waarbij sprake is van een jaarlijks vast inkomen (pensioen, AOW, PW-uitkering) kan mogelijk volstaan worden met ambtshalve toekenning en een aanvraag per 3-5 jaar. Dit scheelt tijd en menskracht en het financiële risico is minimaal. • In artikel 17 lid 4 wordt de verplichting opgelegd het eigen huis te koop te zetten. Dit kan tot gevolg hebben dat het huis verkocht wordt, maar er geen goedkoper alternatief te vinden is. In dit geval en in het geval de huisvesting volstrekt niet passend is voor de situatie van betrokkene(n) mag, naar de PR aanneemt, betrokkene in de eigen woning blijven wonen tot een passend en goedkoper alternatief beschikbaar is. • De PR adviseert in artikel 20 lid 2 te spreken van de snelste route, want de kortste route kan in tijd langer en in kosten hoger zijn. Beleidsregel 6. Minimaregelingen • De PR adviseert ook hier de inkomensgrens te handhaven op 130% (zie onze eerdere motivatie). • Het is de PR verder niet duidelijk waarom soms verschillende groepen binnen de onderscheiden doelgroep worden uitgesloten van de gepresenteerde regeling. Voorbeeld hiervan is artikel 2, waarin jongeren met studiefinanciering uitgesloten worden van ieder recht op een minimaregeling en betreft het dan ook zelfstandig uitwonende jongeren? Andere voorbeelden staan in de beschreven minimaregelingen in Hoofdstuk 2, waarbij bijv.

in artikel 10 en 13 kinderen die andere vormen van onderwijs volgen dan primair of voortgezet onderwijs uitgesloten worden van ondersteuning. Deze uitsluitingen worden ook niet gemotiveerd. Wij adviseren op voorhand geen volwassenen of kinderen die voldoen aan de algemene criteria op voorhand uit te sluiten van deze minima-regelingen.

4

Beleidsregel 11. Vrijlating giften • De PR adviseert het nu voorgestelde maximale bedrag voor vrijlating giften van €1.800 vast te stellen op een bedrag gelijk aan de jaarlijks door de rijksoverheid vast te stellen maximale vrijwilligersvergoeding. Voordeel hiervan is dat er dan jaarlijks een indexatie plaatsvindt op de maximale vrijlating van giften. • In algemene zin adviseert de PR overal waar in de verordening of de beleidsregels sprake is van vaste bedragen, zoals hier en bijvoorbeeld in de beleidsregels minimaregelingen art. 3 lid 6 de waarde van de eigen auto bij bepaling van het vermogen, een formulering te kiezen die een jaarlijkse indexatie regelt. Beleidsregel 13. Inburgering • In artikel 2 lid 2 staat dat de inburgeringsplichtige door de gemeente uitgenodigd wordt voor de brede intake. Wij nemen aan dat dit niet betekent dat de inburgeringsplichtige hiervoor naar het gemeentehuis moet komen, maar dat de gemeente naar de inburgeringsplichtige toekomt. Dit voorkomt kosten en stress en onduidelijkheid hoe daar te komen en maakt de brede intake laagdrempeliger. De PR hoopt met bovenstaand advies een bijdrage geleverd te hebben aan het vergroten van de kwaliteit van de verordening en de beleidsregels en ziet uit naar uw reactie. Indien nodig of gewenst is de PR vanzelfsprekend bereid om een nadere toelichting te geven.

Met vriendelijke groeten,

Ab Warffemius voorzitter Participatieraad Haarlemmermeer

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=321d9d62-db1e-4289-ae45-9fce2a95ecaa