CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001_UGPrapport Constructies TO

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 28 maart 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: 3. Rapporten RHDHV37.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT Nieuw Gemeentehuis Haarlemmermeer Uitgangspuntenrapport Constructies TO Klant:

Gemeente Haarlemmermeer

Referentie: BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001 Status:

Definitief/04

Datum:

2 februari 2024

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Contactweg 47 1014 AN Amsterdam Netherlands Industry & Buildings

+31 88 348 95 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Nieuw Gemeentehuis Haarlemmermeer Sub titel: Uitgangspuntenrapport Constructies TO Referentie: BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001 Uw kenmerk Status: 04/Definitief Datum: 2 februari 2024 Projectnaam: Gemeentehuis Haarlemmermeer Projectnummer: BI2694 Auteur(s): Kim Uijlenbroek, Walter van Adrichem Opgesteld door: Kim Uijlenbroek Gecontroleerd door: Walter van Adrichem Datum: 26-01-2024 Goedgekeurd door: Walter van Adrichem Datum: 26-01-2024

Classificatie Projectgerelateerd

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Projectomschrijving

1

1.2

Leeswijzer

1

2

Referenties

3

2.1

Toets aan Programma van Eisen

3

2.2

Gegevens van derden

3

2.3

Bijbehorende documenten

4

2.4

Voorschriften en literatuur

4

3

Constructieprincipe en constructiegedrag

6

3.1

Algemeen

6

3.1.1 3.1.2

Stramien Verdiepingshoogte

6 7

3.2

Verticale belastingafdracht

7

3.2.1 3.2.2 3.2.3

Voorhuis Raadzaalvolume Achterhuis

8 9 9

3.3

Stabiliteit

11

3.3.1 3.3.2 3.3.3

Langsrichting Dwarsrichting voorhuis Dwarsrichting achterhuis

11 12 14

3.4

Dilataties en/of tijdelijke voegen

15

3.5

Fundering en bouwput

15

3.6

Robuustheid constructie

16

4

Algemene uitgangspunten

17

4.1

Projectspecifieke eisen

17

4.1.1 4.1.2 4.1.3

Eisen flexibiliteit Eisen beperking van hinder naar de omgeving Eisen duurzaamheid en milieu

17 17 17

Disclaimer Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

iii

Projectgerelateerd

4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7

Uitbreidbaarheid Bodem en ondergrond Ondergrondse infrastructuur Conditie bestaande constructie

17 18 18 19

5

Constructieve uitgangspunten

20

5.1

Veiligheid en betrouwbaarheid

20

5.1.1 5.1.2 5.1.3

Gevolgklasse en ontwerplevensduur Belastingsfactoren -factoren

20 20 21

5.2

Materialen

21

5.2.1 5.2.2

Materiaalfactoren Materiaalspecificaties

21 21

5.3

Eisen m.b.t. bruikbaarheidsgrenstoestanden

22

5.3.1 5.3.2

Vervormingen Trillingen

23 23

5.4

Eisen m.b.t. tot brandwerendheid

24

5.4.1 5.4.2

Sterkte bij brand Brandwerendheid kanaalplaatvloeren

24 25

6

Belastingen

27

6.1

Resulterende belastingen

27

6.2

Blijvende belastingen

28

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6

Volumieke gewichten Belastingen door grond en grondwater Belastingen waterretentie Belastingen sprinklerkelder Belastingen door kunstwerk Belastingen door groen

28 28 28 29 29 29

6.2.6.1

Dak

29

6.2.6.2

Plantenbakken

30

6.3

Veranderlijke belastingen

31

6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6 6.3.7 6.3.8

Belastingen door personen, meubilair en opslag Belastingen op balustrades Belastingen voor garages en voertuigverkeersruimten Belastingen door regenwater Belastingen door sneeuw Belastingen door wind Belastingen door temperatuurverschillen Belastingen door installaties

31 32 33 33 33 33 37 37

6.3.8.1

Installatiezones

37

6.3.8.2

Liftbelastingen

37

6.3.8.3

Lichttrussen Burgerzaal

37

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

iv

Projectgerelateerd

6.3.8.4

Belastingen kluis

37

6.4

Bijzondere belastingen

38

6.4.1

Belastingen door aanrijding

38

7

Uitgangspunten t.b.v. installaties

39

7.1

Stabiliteitswand as 5

39

7.2

Installaties door staalconstructie en kanaalplaatvloer

39

7.3

Ondersteuning LBK en droge koeler

41

8

Uitgangspunten uitwerking constructie-onderdelen

42

8.1

Funderingspalen

42

8.2

In het werk gestorte betonconstructie

42

8.3

Prefab vloeren

42

8.4

Prefab wanden

43

8.5

Detaillering staalconstructie

43

8.6

Staalplaatbetonvloeren

49

9

Uitgangspunten uitwerking bouwkundige constructies

50

9.1

Bouwkundige uitgangspunten

50

9.2

Vervormingstoleranties gevels en binnenwanden

50

9.2.1

Staalconstructie t.b.v. prefab trappen

54

9.2.1.1

Noodtrappenhuis voorhuis

54

9.2.1.2

Noodtrappenhuizen achterhuis

55

9.2.2 9.2.3

Wanden raadzaalvolume Stalen trap raadzaalvolume

56 59

9.3

Noodoverstorten

60

10

Uitgangspunten voor de uitvoering

62

10.1

Fundering en bouwput

62

10.2

Stabiliteit tijdens de uitvoering

62

10.3

Onderstempeling

62

10.4

Kanaalplaatvloeren t.p.v. traforuimtes

62

Tabellen Tabel 3-1: Verdiepingshoogten, conform afspraken en tekeningset Cepezed [5]

7

Tabel 5-1: Belastingsfactoren CC2 conform NEN-EN 1990/+NB

20

Tabel 5-2: ψ-factoren

21

Tabel 5-3: Milieuklassen en betonspecificaties

22

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

v

Projectgerelateerd

Tabel 5-4: Overzicht brandwerendheidseisen (hoofd-)draagconstructie in minuten

24

Tabel 6-1: Belastingen dakvloer voorhuis en achterhuis

27

Tabel 6-2: Belastingen verdiepingsvloeren voorhuis en achterhuis

27

Tabel 6-3: Belastingen verdiepingsvloeren raadzaalvolume

28

Tabel 6-4: Gebouwparameters voor de bepaling van de windbelasting

34

Tabel 6-5: Extreme stuwdruk op de gevel voor windrichting loodrecht op as A – E en as 1 – 2134 Tabel 6-6: cscd factor voor windrichting loodrecht op as A – E en as 1 – 21

35

Tabel 6-7: Resulterende windbelasting op de gevel voor windrichting loodrecht op as A – E en as 1 – 21 36 Tabel 6-8: Interne onderdruk en overdruk conform NEN-EN 1991-1-4 (6) opmerking 2

36

Tabel 6-9: Wrijvingsfactoren dak

36

Tabel 6-10: Rekenwaarden van equivalente statische krachten door stootbelasting door voertuigen conform NEN-EN 1991-1-7 NB.1 4.1

38

Figuren Figuur 3-1: Overzicht gebouwonderdelen, weergave in plattegrond Cepezed

6

Figuur 3-2: Generiek constructieoverzicht voorhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

8

Figuur 3-3: Overzicht constructie raadzaalvolume

9

Figuur 3-4: Generiek constructie overzicht achterhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

10

Figuur 3-5: Overzicht stabiliteit langsrichting, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

11

Figuur 3-6: Aanzicht trek- drukschoren op as-B en as-7 & as-10 voor stabiliteit in langsrichting 12 Figuur 3-7: Stabiliteit dwarsrichting voorhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

13

Figuur 3-8: Aanzicht windverbanden op as-2 en betonwand op as-5 voor stabiliteit in dwarsrichting voor het voorhuis

13

Figuur 3-9: Stabiliteit in dwarsrichting voor het achterhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

14

Figuur 3-10: Aanzicht stabiliteitswand op as-9 voor stabiliteit in dwarsrichting voor het achterhuis 15 Figuur 4-1: overzicht bestaande kelder (rood), nieuwe kavelgrens (blauw) en nieuwe kabels en leidingenstroken (groen) 18 Figuur 5-1: Voorbeeld milieuklassen

22

Figuur 5-2: indeling van trillingssterkte in klassen en aanbevolen niveaus ten aanzien van gebruiksfunctie uit HIVOSS richtlijn [9].

24

Figuur 5-3: Tabel 1 uit brief BFBN november 2015

26

Figuur 6-1: Locatie kunstwerk

29

Figuur 6-2: Foto kunstwerk

29

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

vi

Projectgerelateerd

Figuur 6-3: Locaties met intensievere begroeiing

30

Figuur 6-4: belastingbepaling uit plantenbakken

30

Figuur 6-5: Indeling vloerafscheiding ter plaatse van een hoogteverschil (Figuur NB.A.1 uit NENEN 1991-1-1) 32 Figuur 6-6: Indeling windgebieden Nederland (NEN-EN 1991-1-4 NB, figuur NB.1) alsmede extreme waarde stuwdruk (qp(Ze = 25,0m)) (NEN-EN 1991-1-4 NB tabel NB.5)

34

Figuur 6-7: Horizontale verdeling extreme waarde stuwdruk voor gebouwen van h ≤ b (NEN-EN 1991-1-4 figuur 7.4) 34 Figuur 6-8: cscd factor voor stalen gebouwen met meer verdiepingen conform NEN-EN 1991-1-4 figuur D.1) 35 Figuur 6-9: Inwendige druk op vlakken (NEN-EN 1991-1-4 figuur 5.1)

36

Figuur 6-10: Positie trusses Burgerzaal

37

Figuur 6-11: Situatie aanrijdbelasting

38

Figuur 7-1: Sparingen door stabiliteitswand as 5

39

Figuur 7-2: Leidingdoorvoer liggers en kanaalplaat, eiland t.p.v. as 5

40

Figuur 7-3: Leidingdoorvoer liggers en kanaalplaat, eiland t.p.v. as 14-15

41

Figuur 8-1: Zichtwerk onderzijde liggers eerste verdieping

44

Figuur 8-2: Zichtwerk onderzijde liggers tweede verdieping

44

Figuur 8-3: Zichtwerk onderzijde liggers derde verdieping

45

Figuur 8-4: Zichtwerk onderzijde liggers vierde verdieping

45

Figuur 8-5: Zichtwerk onderzijde liggers vijfde verdieping

46

Figuur 8-6: Doorsnede en zij-aanzicht kolom-liggerverbinding

47

Figuur 8-7: Boven- en onderaanzicht kolom-liggerverbinding

48

Figuur 9-1: Extra staal t.b.v. opvang prefab trappen voorhuis

54

Figuur 9-2: Bouwkundig staal noodtrappenhuis voorhuis

55

Figuur 9-3: hoeklijnen t.b.v. opvang bordessen, noodtrappenhuizen achterhuis

56

Figuur 9-4: Principe bouwkundig staal gevel raadzaalvolume. Links: standaard situatie, rechts: situatie boven entree 57 Figuur 9-5: Doorsnede gevel raadzaal ter plaatse van trap

58

Figuur 9-6: Plattegrond gevel raadzaal ter plaatse van trap

59

Figuur 9-7: Hangstaven stalen trap

59

Figuur 9-8: Ligger waaraan de hangstaven van de trap bevestigd worden

59

Bijlagen A1

Gehanteerde permanente vloerbelastingen

A2

Memo veranderlijke belastingen i.r.t. TPvE

A3

Overzicht plattegronden i.r.t. veranderlijke belastingen TPvE

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

vii

Projectgerelateerd

A4

Gehanteerde variabele vloerbelastingen

A5

Beoordeling belastingen uit installaties

A6

Belastingen liftinstallaties

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

viii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Projectomschrijving

De gemeente Haarlemmermeer is een sterk groeiende gemeente in de randstad. Met momenteel meer dan 150.000 inwoners behoort Haarlemmermeer tot de twintig grootste gemeenten van Nederland. De gemeentelijke organisatie is gehuisvest in een bestaand raadhuis gevestigd in het centrum van Hoofddorp. Dit huidige raadhuis is verouderd en voldoet niet meer aan de huidige bouweisen alsmede de kosten voor onderhoud en energieverbruik zijn hoog. Hierdoor heeft de raad in 2020 besloten dat de huisvesting van de gemeente aan vernieuwing toe is. Het nieuwe gemeentehuis komt op dezelfde plek als het bestaande raadhuis in het centrum van Hoofddorp. Dit raadhuis, inclusief delen van de kelder, wordt voor aanvang van de nieuwbouw gesloopt. De palen en delen van de kelder blijven achter, deze worden ingemeten en gelden als randvoorwaarde voor het ontwerp van de fundering van het nieuwe gemeentehuis. Voor de nieuwbouw heeft de gemeente volgende partijen aangesteld voor het ontwerp van het nieuwe gemeentehuis: Architect Constructeur Installatie adviseur Bouwfysica, akkoestiek en brandveiligheid Duurzaamheid (Breeam) Kostencalculatie

Cepezed Royal HaskoningDHV Halmos Halmos / ZRI Halmos / ZRI IGG

Royal HaskoningDHV behartigt het constructieve ontwerp van het nieuwe raadhuis. Voor het Technisch Ontwerp (TO) is het constructieve uitgangspuntenrapport opgesteld dat overzicht geeft in de constructieve uitgangspunten en het constructief ontwerp alsmede onderbouwing van de gemaakte keuzes.

1.2

Leeswijzer

Dit uitgangspuntenrapport is een onderdeel van het bestek. De functie van dit rapport is vierledig:  Het uitgangspuntenrapport vormt het vertrekpunt voor alle door Royal HaskoningDHV vervaardigde / te vervaardigen berekeningen.  Het rapport geeft opdrachtgever, ontwerpteamleden en gemeentelijke instanties inzicht in het constructief ontwerp, als toelichting op de constructieve tekeningen c.q. modellen.  In het uitgangspuntenrapport worden uitgangspunten vastgelegd die in de voorafgaande fase(s) met de opdrachtgever en in het ontwerpteam gemaakt zijn.  In het rapport worden uitgangspunten beschreven, die voor de aannemer van belang zijn bij de uitwerking, engineering en uitvoering. De indeling van het rapport is als volgt: 

In hoofdstuk 2 wordt aangegeven welke gegevens van derden, documenten en voorschriften/literatuur uitgangspunt geweest zijn voor het ontwerp en uitgangspunt zijn voor de door de aannemer te vervaardigen berekeningen.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

1

Projectgerelateerd

  

 

In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op het constructieprincipe en het bijbehorende gedrag. Dit helpt de aannemer inzicht te krijgen in de constructie, wat van belang is voor de uitwerking, engineering en uitvoering. In hoofdstuk 4 worden algemene uitgangspunten beschreven t.b.v. de door de aannemer te vervaardigen berekeningen. In hoofdstuk 5 worden algemene constructieve uitgangspunten beschreven t.b.v. de door de aannemer te vervaardigen berekeningen. In hoofdstuk 6 wordt een overzicht gegeven van in rekening te brengen belastingen. Deze zijn benodigd voor de uitwerking van de door de aannemer uit te werken constructie-onderdelen en bouwkundige constructies, alsmede voor het maken van montageplannen en werkplannen. In hoofdstuk 7 worden uitgangspunten t.a.v. het maken van sparingen en doorvoeren van leidingen door constructie-onderdelen beschreven. In hoofdstuk 8 worden de uitgangspunten beschreven die aangehouden dienen te worden bij de uitwerking van de door de aannemer uit te werken constructie-onderdelen. Indien onderdelen die door de aannemer uitgewerkt dienen te worden, niet beschreven worden in dit hoofdstuk, dan geldt dat de tekeningen van architect en/of constructeur en de uitgangspunten in de hoofdstukken 2 t/m 7 van dit rapport voldoende informatie geven voor de uitwerking.

In hoofdstuk 9 worden de uitgangspunten beschreven die aangehouden dienen te worden bij de uitwerking van de door de aannemer uit te werken specifieke bouwkundige constructies. Indien onderdelen die door de aannemer uitgewerkt dienen te worden, niet beschreven worden in dit hoofdstuk, dan geldt dat de tekeningen van architect en de uitgangspunten in de hoofdstukken 2 t/m 7 van dit rapport voldoende informatie geven voor de uitwerking. In hoofdstuk 10 worden de uitgangspunten beschreven die door de aannemer aangehouden dienen te worden bij de uitvoering. Voor onderdelen, die niet beschreven worden dit hoofdstuk, worden geen specifieke randvoorwaarden voorgeschreven aan de uitvoering en geldt dat de aannemer werkplannen en montageplannen kan maken op basis van de informatie in de hoofdstukken 2 t/m 9.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

2

Projectgerelateerd

2

Referenties

2.1

Toets aan Programma van Eisen

Het gehanteerde programma van eisen (PvE) alsmede technisch programma van eisen (TPvE) betreffen volgende documenten: [1] “Nieuwe huisvesting Programma van Eisen”, Gemeente Haarlemmermeer, d.d. 17-11-2020, versie 1.4, status definitief [2] “Gemeente Haarlemmermeer Technisch Programma van Eisen”, Gemeente Haarlemmermeer, d.d. 15-10-2020, versie 1.0, status definitief De volgende twee generieke aspecten uit het PvE en TPvE zijn van invloed op het constructief ontwerp met oog op flexibiliteit:  De constructie van het gebouw dient flexibiliteit en vrije indeelbaarheid te faciliteren voor eventuele wijzigingen in en/of aan het gebouw in de toekomst.  Flexibiliteit en vrije indeelbaarheid voor eventuele wijzigingen in de toekomst dient gefaciliteerd te worden door voldoende marge in de belastingen. Hierdoor zijn in het TPvE vloerbelastingen per gebouwzonering voorgeschreven, zie [2] Bijlage 1 Ruimtematrix TPvE pagina 34 t/m 36. Hierbij is onderscheid gemaakt in publiekelijk toegankelijke ruimtes en niet-publieke delen van het gebouw. Met het oog op de flexibiliteit van het Gemeentehuis verdient het de aanbeveling om bij het constructief ontwerp rekening te houden met kolomvrije zones en modulaire stramienmaten. De overige relaties omtrent PvE en TPvE zijn gegeven in paragraaf 4.1

2.2

Gegevens van derden

De gegevens betreffende de fundering zijn ontleend aan onderstaande rapporten: [3] “Geotechnisch onderzoek en advies fundering op palen”, 6423-243289, Fugro, d.d. 29 november 2023 [4] Inmeting heipalen inclusief ingemeten kelder, 2023-6016 d.d. 12-09-2023, Vlasman Sloopwerken Het ontwerp is gebaseerd op onderstaande bouwkundige tekeningen: [5] “Gemeente Haarlemmermeer, plattegronden en doorsneden”, Cepezed, d.d. 20-12-2023 Eisen omtrent bouwfysica, akoestiek, duurzaamheid en brandveiligheid omtrent Nieuwe gemeentehuis Haarlemmermeer zijn gegeven in: [6] “Bouwfysica, akoestiek en duurzaamheid”, GHM2201M003, ZRI, d.d. 15-12-2023 [7] “Brandveiligheidsconcept”, GHM2201R003, ZRI, d.d. 15-12-2023 Eisen omtrent duurzaamheid (Breeam en (B)ENG) zijn gegeven in: [8] “Resultaten (B)ENG-berekeningen”, GHM2201M001, ZRI, d.d. 22-07-2022 Eisen omtrent trillingen zijn ontleend aan: [9] “Trillingen van vloeren: ontwerprichtlijn”, RFS2-CT-2007-00033 Human induced Vibrations of Steel Structures (HIVOSS) d.d. 2007

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

3

Projectgerelateerd

2.3

Bijbehorende documenten

[10] “Gemeente Haarlemmermeer, plattegronden, doorsneden en details”, Royal HaskoningDHV, d.d. 20-12-2023

2.4

Voorschriften en literatuur

Van toepassing voor dit project zijn Bouwbesluit 2012 en de vigerende versies van onderstaande voorschriften, tenzij anders vermeldt. NEN-EN 1990/+NB NEN 8700

Grondslagen van het constructief ontwerpen Grondslagen van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk - grondslagen

NEN-EN 1991-1-1/+NB NEN-EN 1991-1-2/+NB NEN-EN 1991-1-3/+NB NEN-EN 1991-1-4/+NB NEN-EN 1991-1-5/+NB NEN-EN 1991-1-6 NEN-EN 1991-1-7/+NB NEN-EN 1991-2/+NB NEN-EN 1991-3/+NB NEN-EN 1991-4/+NB NEN 8701 NPR 6703

Dichtheden, eigen gewicht, opgelegde belastingen Belastingen bij brand Sneeuwbelasting Windbelasting Thermische belasting Belasting tijdens uitvoering Buitengewone belastingen (botsing, explosie) Verkeersbelasting op bruggen Belastingen veroorzaakt door kranen en machines Silo’s en opslagtanks Bestaand bouwwerk – belastingen Wateraccumulatie – aanvullende rekenregels en vereenvoudigingen

NEN-EN 1992-1-1/+NB NEN-EN 1992-1-2/+NB NEN-EN 1992-3/+NB NEN-EN 1992-4/+NB NEN-EN 206-1 NEN-EN 13670 NEN 6008 NEN 8005

Betonconstructies: algemene regels Betonconstructies: ontwerp en berekening van constructies bij brand Betonconstructies: constructies voor keren en opslaan van stoffen Betonconstructies: bevestigingsmiddelen voor gebruik in beton Beton: specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit Het vervaardigen van betonconstructies Betonstaal Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1

NEN-EN 1993-1-1/+NB NEN-EN 1993-1-2/+NB NEN-EN 1993-1-3/+NB

Staalconstructies: algemene regels Staalconstructies: ontwerp en berekening van constructies bij brand Staalconstructies: aanvullende regels voor koudgevormde dunwandige profielen en platen Staalconstructies: aanvullende regels voor roestvaste staalsoorten Staalconstructies: constructieve plaatvelden Staalconstructies: sterkte en stabiliteit van schaalconstructies Staalconstructies: sterkte en stabiliteit haaks op het vlak belaste platen Staalconstructies: ontwerp en berekening van verbindingen Staalconstructies: vermoeiing Staalconstructies: materiaaltaaiheid en eigenschappen in de dikterichting Staalconstructies: ontwerp en berekening van op trek belaste componenten Staalconstructies: aanvullende regels voor staalsoorten tot en met S700

NEN-EN 1993-1-4/+NB NEN-EN 1993-1-5/+NB NEN-EN 1993-1-6/+NB NEN-EN 1993-1-7/+NB NEN-EN 1993-1-8/+NB NEN-EN 1993-1-9/+NB NEN-EN 1993-1-10/+NB NEN-EN 1993-1-11/+NB NEN-EN 1993-1-12/+NB 2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

4

Projectgerelateerd

NEN-EN 1993-3-1/+NB NEN-EN 1993-5/+NB NEN 6771 CEN/TS 1992-4-2 NEN-EN 1090-2

Staalconstructies: torens en masten Staalconstructies: palen en damwanden Staalconstructies – stabiliteit Ontwerp en berekening van bevestigingsmiddelen voor gebruik in beton – deel 4-2: ankerbouten Het vervaardigen van staalconstructies deel 2 – technische eisen voor staalconstructies

NEN-EN 1994-1-1/+NB NEN-EN 1994-1-2/+NB

Staal-betonconstructies: algemene regels Staal-betonconstructies: ontwerp en berekening van constructies bij brand

NEN-EN 1995-1-1/+NB NEN-EN 1995-1-2/+NB NEN-EN 1995-2/+NB NEN-EN 1194 NEN-EN 338

houtconstructies: algemene regels houtconstructies: ontwerp en berekening van constructies bij brand houtconstructies: bruggen Gelijmd gelamineerd hout - sterkteklassen Hout voor constructieve toepassingen - sterkteklassen

NEN-EN 1997-1/+NB NEN-EN 1997-2 NEN 9997-1

geotechnisch ontwerp: algemene regels geotechnisch ontwerp: grondonderzoek en beproeving geotechnisch ontwerpen van constructies (samenstelling NEN-EN 1997-1/+NB en NEN 9097-1) Bestaand bouwwerk – geotechnische constructies

NEN 8707

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

5

Projectgerelateerd

3

Constructieprincipe en constructiegedrag

3.1

Algemeen

Het nieuwe gemeentehuis te Haarlemmermeer is onder te verdelen in twee gebouwonderdelen, zie hiervoor figuur 3-1. Het voorhuis, gelegen aan de voorkant van het gebouw aangrenzend aan het plein, is de entrée van het gebouw (publieke functie). In dit onderdeel is het ronde raadzaalvolume gelegen. Het achterhuis is in het verlengde van het voorhuis gepositioneerd, hier bevinden zich de semi- publieke en de niet publieke zones.

Figuur 3-1: Overzicht gebouwonderdelen, weergave in plattegrond Cepezed

Het achterhuis kenmerkt zich door de repeterende constructie in de twee beuken tussen as-B & as-C alsmede as-D & as-E. De kantoorbeuken zijn onderbroken door het atrium tussen as-C & as-D. Dit atrium wordt op verschillende niveaus en posities in de plattegrond doorkruist met een doorgang en trap alsmede een vloer op de eerste en tweede verdieping. Het raadzaalvolume in het voorhuis bestaat nagenoeg over een eigen losstaande constructie. Op de fundering, tweede verdieping en op dak niveau is de constructie gekoppeld aan de constructie van het voorhuis. Het gedetailleerde overzicht van de (hoofd)draagconstructie is gegeven in [10].

3.1.1

Stramien

Stramienmaat voorhuis:  Cijferassen: 5,4 m (afwijking tussen as-6 & as-7: stramienmaat = 6,3 m)  Letterassen: 12,6 m (afwijking tussen as-A & as-B: stramienmaat = 10,8 m) Stramienmaat achterhuis:  Cijferassen: 5,4 m  Letterassen: 12,6 m 2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

6

Projectgerelateerd

3.1.2

Verdiepingshoogte

Het voorhuis bestaat uit vier bouwlagen (inclusief begane grond). Het achterhuis bestaat uit vijf bouwlagen (inclusief begane grond). Op het dak van het achterhuis worden tussen as 7 en 10 installaties gepositioneerd. Deze installatieruimte wordt omgeven middels een verticale afscheiding. In het horizontale vlak worden boven de installaties PV-panelen geplaatst op een lichte staalconstructie. Deze constructie is open en niet wind- of waterdicht. De installaties op het dak van het achterhuis staan dus in de buitenlucht. Het peil van het nieuwe gemeentehuis wordt gelijk gehouden aan het peil van het bestaande raadhuis: -3,9 m + NAP. Tabel 3-1: Verdiepingshoogten, conform afspraken en tekeningset Cepezed [5] Aantal verdiepingen (exclusief begane grond)

4

Dakopbouw: luchtbehandeling op stalen frame + scherm

5000

mm

Verdiepingshoogte begane grond

3800

mm

Verdiepingshoogte verdiepingen

3800

mm

Hoogte bovenkant dakrand

19620

mm

Gebouwhoogte inclusief dakopbouw

24000

mm

3.2

Verticale belastingafdracht

Uit een vergelijk van constructiesystemen in de DO-fase resulteert dat een kanaalplaatvloeren met een staalskelet de voorkeur betreft voor de constructie van het nieuwe gemeentehuis. Vanuit het TPvE [2] is voorgeschreven dat veranderlijke vloerbelasting van 4,0 kN/m2 en 5,0 kN/m2 toegepast moeten worden, zie paragraaf 6.3. Deze veranderlijke belasting in combinatie met de overspanning van 12,6 m resulteert in een kanaalplaat 320 (met of zonder druklaag). Een kanaalplaat 260 beschikt over onvoldoende sterkte bij een veranderlijke belasting van 5,0 kN/m2 alsmede dient een ravelingsconstructie toegepast te worden rondom grote sparingen bij een veranderlijke vloerbelasting van 4,0 kN/m2. Geïntegreerde liggers zijn vanuit architect gewenst, daarnaast geldt dat installaties makkelijker onder de vloer doorgevoerd kunnen worden. Voor de kolommen is de wens vanuit architect om stalen buizen (as-C & as-D) alsmede kokers (ter plaatse van de gevel) toe te passen. Voor de constructieve vloeropbouw is besloten een kanaalplaatvloer toe te passen met een druklaag van 70 mm en een anhydriet afwerkvloer van 60 mm. Dit is naar voren gekomen uit een integrale afweging vanuit gebruik, installaties, duurzaamheid en constructies.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

7

Projectgerelateerd

3.2.1

Voorhuis

Het gedetailleerd overzicht van de constructie is gegeven in [10]. Voor een generiek overzicht van de constructie ter plaatse van de 2de verdieping zie figuur 3-2. De constructie van het voorhuis bestaat uit een staalskelet en kanaalplaten.

Figuur 3-2: Generiek constructieoverzicht voorhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

Tussen as-A & as-C is het raadzaalvolume gelegen dat nagenoeg los staat van de constructie van het voorhuis. Om het raadzaalvolume heen op as-A, as-1 en as-6 staat een glazen gevel die vrij overspant tussen begane grondvloer en de dakvloer. Om deze gevel te dragen en steunen (wind) worden rechthoekige kokers toegepast. Om op de hoeken op as-A & as-1 en as-A & as-6 kleinere kokers toe te kunnen passen, worden op de 2de verdieping horizontale kokerliggers toegepast, waardoor de hoekkolommen gekoppeld worden met de andere kokers op as-1, as-6 en as-A. In de middenbeuk tussen as-C & as-D is op de 1ste en 3de verdieping geen vloer gelegen. Voor de resterend verdiepingen overspant de kanaalplaatvloer 12,6 m. Tussen as-D & as-E is omwille van de stabiliteit (zie paragraaf 3.3.3) de overspanningsrichting van de kanaalplaatvloeren op een aantal verdiepingen gedraaid, zie hiervoor paragraaf 3.3.2. De betonwand die vanuit stabiliteit wordt gehanteerd wordt ook gebruikt voor verticale belastingafdracht.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

8

Projectgerelateerd

3.2.2

Raadzaalvolume

Gedetailleerd constructieoverzicht omtrent het raadzaalvolume is gegeven in [10]. Het volume heeft een kleine cirkelvormige plattegrond op de 1e verdieping en een grote cirkelvormige plattegrond op de 2e verdieping (Figuur 3-3). Door de ronde vorm van het raadzaalvolume is het minder voor de hand liggend om voor de gehele vloer kanaalplaten te hanteren. Daarom worden alleen kanaalplaten toegepast tussen de parallel gepositioneerde hoofdliggers. De vloer aan de buitenzijde met variërende vloeroverspanning bestaat uit een staalplaatbetonvloer. De vloeren worden opgevangen door een staalskelet. Het skelet bestaat uit 14 kolommen, waarvan 10 op de omtrek van de grote cirkel en 4 op de omtrek van de kleine cirkel. De 1e verdiepingsvloer wordt ondersteund door de 4 kolommen op de kleine cirkel en daarnaast randkolommen die hangen aan de 2de verdieping. De 2de verdiepingsvloer wordt ondersteund door alle 14 kolommen. Vier kolommen op de grote cirkel lopen vervolgens door tot het dak. Hier worden 2 grote HE900B liggers toegepast om het dak te overspannen.

Figuur 3-3: Overzicht constructie raadzaalvolume

Het raadzaalvolume wordt op begane grondniveau, 2de verdieping en dakniveau (4de verdieping) gekoppeld aan de rest van het gebouw. De horizontale krachten vanuit het raadzaalvolume dienen op deze niveaus overgedragen te worden naar de vloeren van het voorhuis.

3.2.3

Achterhuis

Gedetailleerd constructieoverzicht omtrent het achterhuis is gegeven in [10]. Voor een generiek overzicht van de constructie ter plaatse van de 2de verdieping zie Figuur 3-4.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

9

Projectgerelateerd

Figuur 3-4: Generiek constructie overzicht achterhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

De kanaalplaatvloer overspant 12,6 m en dient door het staalskelet lijnvormig ondersteund te worden op de letterassen. Om de stalen doorsnede van deze liggers efficiënt te gebruiken betreffen dit doorgaande liggers en wordt het buigend moment verdeeld in een steunpuntsmoment en een veldmoment. Verschillende type liggers zijn onderzocht, te weten geïntegreerde liggers in de vorm van (T)HQ- en SFBliggers en liggers onder de vloer in de vorm van HE-profielen. Op verzoek van de architect is gekozen voor de variant met geïntegreerde liggers. Gekozen is voor (T)HQ-liggers, omdat deze economischer bleken dan SFB-liggers. De gevelkolommen op as-B & as-E staan h.o.h. 3,6 m. De kolommen op as-C en as-D staan h.o.h. 5,4 m (uitgelijnd op de cijferstramienen). In het centrale gedeelte van het achterhuis, tussen as-C & as-D, is een groot atrium gelegen. Dit atrium wordt op verschillende verdiepingen onderbroken door passages of zoals op de 2de verdieping een restaurant tussen as-18 & as-22. Daar waar een groter vloerveld tussen as-C & as-D is gelegen wordt de kanaalplaatvloer 320 met 70 mm druklaag doorgezet. Voor een passage geldt dat deze constructie bestaat uit houten vloeren in de vorm van een gelamineerde houten balklaag met multiplex beplating, zie [10]. In verband met benodigde tussenruimte voor sprinkler liggen de balken h.o.h. 800 mm.

Door het atrium en de onderbrekingen in het atrium van passages en vloerconstructie krijgen de kolommen op as-C & as-D niet allemaal eenzelfde neerwaartse belasting. Hierdoor kan een optimalisatie in hoeveelheid staal toegepast worden door voor deze kolommen te variëren in wanddikte van de buis. Dit heeft als effect dat de buitendiameter van de kolommen op as-C & as-D gelijk blijven. Zie voor dit overzicht de constructieve tekeningen [10].

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

10

Projectgerelateerd

3.3

Stabiliteit

In het gebouw dienen stabiliteitssystemen opgenomen te worden in de (hoofd) draagconstructie om weerstand te bieden aan horizontale krachten op het gebouw. Hiervoor wordt onderscheid gemaakt in stabiliteit in langsrichting, stabiliteit in dwarsrichting voor het voorhuis en stabiliteit in dwarsrichting voor het achterhuis.

3.3.1

Langsrichting

Verschillende stabiliteitssystemen en mogelijke oplossingen betreffende stabiliteit in langsrichting van het gebouw zijn onderzocht. Vanuit de architect is het de voorkeur dat in het voorhuis geen stabiliteitssysteem (in de vorm van kruizen) in de gevel op as-A gepositioneerd wordt. Dit heeft ervoor gezorgd dat stabiliteit in langsrichting opgenomen wordt door stabiliteitssystemen gelegen in het achterhuis die zorgdragen voor stabiliteit van het gehele gebouw. De stabiliteit in langsrichting van het gebouw wordt verzorgd door stalen trek- drukschoren gepositioneerd in de gevel op as-B & as-E, zie figuur 3-5 en figuur 3-6.

Figuur 3-5: Overzicht stabiliteit langsrichting, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

11

Projectgerelateerd

Figuur 3-6: Aanzicht trek- drukschoren op as-B en as-7 & as-10 voor stabiliteit in langsrichting

De stabiliteitssystemen voor stabiliteit in langsrichting zijn gelegen bij de trappenhuizen in het achterhuis. Bij de trappenhuizen is op begane grondniveau een deur naar buiten gepositioneerd. Dit heeft als gevolg dat op deze positie geen trek- drukschoor in het stabiliteitssysteem gepositioneerd kan worden, zie Figuur 3-6. Het stabiliteitssysteem is dusdanig ontworpen dat in de SLS (= bruikbaarheidsgrenstoestand) geen trekkracht op de fundering ontstaat. In de ULS (= uiterste grenstoestand) resulteert dit in een kleine trekkracht op de fundering.

3.3.2

Dwarsrichting voorhuis

Voor stabiliteit in dwarsrichting, in tegenstelling tot stabiliteit in langsrichting, is in de plattegrond van het voorhuis wel de mogelijkheid om stabiliteitsvoorzieningen te integreren. Deze zijn gelegen op as-2 & as-5. Het stabiliteitsverband op as-2 is van begane grondvloer tot 2de verdiepingsvloer geïntegreerd in de gevel en op bovenliggende verdiepingen in een scheidingswand. De betonwand op as-5 grenst aan een verticale installatieschacht. Aan de bovenzijde van de betonwand dienen per verdieping installatiekanalen te worden doorgevoerd, zie ook figuur 3-8.Posities van de installatiesparingen in de wand zijn afgestemd met de installatie-adviseur, zie ook 7.1

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

12

Projectgerelateerd

Figuur 3-7: Stabiliteit dwarsrichting voorhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

Figuur 3-8: Aanzicht windverbanden op as-2 en betonwand op as-5 voor stabiliteit in dwarsrichting voor het voorhuis

Voor de stabiliteitssystemen op as-2 geldt het uitgangspunt dat de gevel zo transparant mogelijk is. Hierdoor is gekozen voor een stalen stabiliteitssysteem in plaats van een betonwand. Voor de betonwand geldt dat deze dusdanig is ontworpen in combinatie met de verticale neerwaartse belasting vanuit de vloeren dat in de SLS geen trekbelasting optreedt in de fundering. In de ULS ontstaat een minimale trekkracht op de fundering. Ter plaatse van het stabiliteitssysteem op as 2 treedt zowel in SLS als ULS geen trek op in de fundering.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

13

Projectgerelateerd

3.3.3

Dwarsrichting achterhuis

De positie van de trappenhuizen in de plattegrond van het achterhuis lenen zich uitstekend om in de wanden van de trappenhuizen stabiliteit te voorzien, zie Figuur 3-9. Hiervoor geldt dat twee opties voor stabiliteit mogelijk zijn: stalen verbanden (kruizen en/of trek- drukschoren) of betonnen wanden. De wanden van de trappenhuizen zijn relatief kort. Dit resulteert in het feit dat de arm die het windmoment dient op te nemen klein is. Dit heeft als gevolg in grote verticale krachten (opwaarts en neerwaarts). De opwaartse belasting mag niet te groot zijn aangezien dan trekpalen dienen te worden toegepast die relatief duur zijn en niet de benodigde stijfheid halen. Daarnaast dienen de stabiliteitssystemen te resulteren in voldoende stijfheid om te voldoen aan de maximale horizontale verplaatsing. Bovenstaande argumenten hebben ertoe geleidt dat gekozen is om stabiliteit te halen uit betonnen wanden. Door het gewicht van de wanden wordt de opwaartse verticale kracht gereduceerd vergeleken bij stalen verbanden. Bij de bepaling van de neerwaartse belasting op de wanden is tevens rekening gehouden met de positie van de installatieschachten. Daarnaast is de betonwand stijver dan stalen verbanden. Bijkomend voordeel is dat de betonwanden (200 mm dik) voldoen aan de brandwerendheidseisen omtrent de vluchttrappenhuizen.

Bij stalen verbanden zou door bekleding of coating deze brandwerendheid eisen gehaald moeten worden.

Figuur 3-9: Stabiliteit in dwarsrichting voor het achterhuis, weergave 2de verdieping plattegrond Cepezed

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

14

Projectgerelateerd

Figuur 3-10: Aanzicht stabiliteitswand op as-9 voor stabiliteit in dwarsrichting voor het achterhuis

Het achterhuis beschikt over een achttal stabiliteitswanden. De vloer zorgt voor schijfwerking op iedere verdieping door het toepassen van een constructieve druklaag. Door het atrium in het midden van het achterhuis werken de stabiliteitswanden niet volledig samen en kan de horizontale belasting niet evenredig worden verdeeld over de hoogte. Op het dak boven het atrium is voor een gedeelte een daklicht aanwezig. In het verlengde van de stabiliteitswanden op as-9 en as-19 is dit daklicht niet aanwezig. Door de schijfwerking in de dakvloer zijn de wanden op dit niveau wel gekoppeld, zie figuur 3-10. De koppeling van de stabiliteitswanden resulteert in het feit dat de correlatiefactor, zie paragraaf 6.3.6, gehanteerd mag worden. Dit resulteert in een totale windfactor van 0,85 x (0,8 + 0,5) = 1,105. In de SLS treedt geen trekbelasting op de fundering . Hierdoor kan de stijfheid van de betonwanden als ongescheurd gerekend worden. In de ULS ontstaat een kleine trekbelasting op de fundering.

3.4

Dilataties en/of tijdelijke voegen

Het staalskelet van het nieuwe gemeentehuis zal ongedilateerd uitgevoerd worden.

3.5

Fundering en bouwput

Gezien de grondgesteldheid dient het gebouw op palen gefundeerd te worden. Daarvoor zijn een drietal systemen onderzocht:  Geheide prefab betonpalen  Geboorde avegaarpalen  Geboorde Fundexpalen met groutinjectie. Op basis van dit onderzoek concluderen wij het volgende:  Avegaarpalen zijn niet geschikt. Enerzijds door het lage draagvermogen ten opzichte van de andere paaltypes, anderzijds omdat de slappe toplagen kunnen leiden tot insnoering van de palen.  Geheide palen zullen geluids- en trillingsoverlast geven. Tot een inheiniveau van 16,0 m à 17,0 m -NAP verwachten wij normaal heiwerk. Bij een inheiniveau tot 20,0 m -NAP verwachten wij zwaar heiwerk. Heien tot 16,0 m à 17,0 m -NAP kan daarom overwogen worden. Dieper heien wordt gezien de overlast niet geadviseerd. 2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

15

Projectgerelateerd

Bij het inheiniveau van 16,0 m à 17,0 m -NAP worden voor de prefab palen relatief lage paaldraagvermogens gevonden. Op de gevelassen leidt dit nog tot een praktisch palenplan, op de middenassen en ter plaatse van de stabiliteitselementen leidt dit echter tot veel palen en daarmee zware funderingsconstructies. Voordeel van de Fundexpalen is dat deze geen geluids- en trillingsoverlast geven. Bij de Fundexpalen kan naar behoefte gevarieerd worden in aanlegniveau (16,0 m à 17,0 m -NAP en 20,0 m -NAP) en diameter (460/560 of 560/660). Op de gevelassen kunnen de kleinere minder lange palen toegepast worden. Op de middenassen en ter plaatse van de stabiliteitselementen de grotere en langere palen.

Gezien voorgaande afwegingen en de wens vanuit de gemeente om geluids- en trillingsoverlast bij het aanbrengen van de paalfundering te beperken, is gekozen voor de Fundexpaal (o.g.) met groutinjectie. Het toepassen van Fundexpalen zal wel duurder zijn dan prefab palen. Voor het palenplan met locatie, afmetingen palen en draagvermogen zie het palenplan in [10]. Ten behoeve van de sprinkler dient een sprinklerbassin opgenomen te worden in het nieuwe gebouw. Het sprinklerbassin is gelegen onder de fietsenstalling. Dit betekent dat onder de fietsenstalling een kelder gemaakt dient te worden. Om een dure bouwput te voorkomen is de diepte dusdanig gekozen dat voor realisatie geen spanningsbemaling toegepast hoeft te worden. Op basis van een opbarstberekening (zie [3]) blijkt de sprinkerkelder een grensgeval als het gaat om wel of niet bemalen. Geadviseerd wordt om de grondwaterstand goed te monitoren en maatregelen te nemen als de grondwaterstand te hoog dreigt te worden. Na afronding van Error! Reference source not found. is het aanlegniveau van de sprinklerkelder iets gewijzigd. Het aanlegniveau van de gehele bak is 19 cm minder diep geworden, wat gunstig is in relatie tot de veiligheid tegen opbarsten. Wel is er lokaal een verdieping toegevoegd, waarvan het aanlegniveau dieper is. Hierover heeft Fugro het volgende aangegeven (per mail d.d.

12-01-2024): In paragraaf 3.1 van het funderingsadvies is een opbarstberekening gegeven voor de aanleg van de sprinklerkelder. In deze berekening is uitgegaan van een ontgravingsniveau voor het zandbed van NAP -6,9 m, overeenkomend met het ontgravingsniveau voor dit lokaal diepere deel. Als onder dit diepere deel geen of direct na ontgraven een zandbed van beperkte dikte (zeg 5-10 cm) wordt aangelegd is uitgaande van de bodemopbouw zoals aangetroffen bij B01 en B02 net geen voldoende veiligheid tegen opbarsten (maar wel sprake van een evenwichtssituatie). Hierbij wordt uitgegaan van dezelfde uitgangspunten als aangehouden in de berekening voor de sprinklerkelder, waarbij met name de stijghoogte vooraf gecontroleerd moet worden. In de berekening is geen rekening gehouden met de beperkte omvang van de ontgraving, hetgeen een positief effect heeft op de stabiliteit tegen opbarsten. Conclusie: in combinatie met monitoring van de stijghoogte en het direct aanleggen van een eventueel zandbed van 5-10 cm kan het werk zonder spanningsbemaling worden uitgevoerd.

3.6

Robuustheid constructie

Het staalskelet bestaat uit doorgaande geïntegreerde stalen liggers en verdiepingshoge stalen kolommen. Doorgaande stalen liggers zorgen voor samenhang van de constructie. Voor de vloeren geldt dat kanaalplaten met druklaag worden toegepast, die gekoppeld worden met de stalen liggers. Voor zijlwerking kunnen in dit vloersysteem trekbanden worden toegepast voor samenhang van de constructie.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

16

Projectgerelateerd

Voor de robuustheid van de constructie wordt ‘NEN 1991-1-7 bijlage A ontwerpen voor de gevolgen van lokaal bezwijken van gebouwen door een onbekende oorzaak’ gevolgd. Het gebouw heeft een bijeenkomst/kantoorfunctie en wordt op basis hiervan ingedeeld in gevolgklasse 2b. Voor de gevolgklasse 2b geldt conform NEN-EN 1991-1-7:  Het gebouw wordt ontworpen, berekend en gebouwd overeenkomstig de regels opgenomen in EN 1990 t/m EN 1999 voor voldoende stabiliteit bij normaal gebruik  Behoren horizontale trekbanden, zoals vastgelegd in A.5.1 en A.5.2 voor constructies met respectievelijk kolommen en dragende wanden (zie 1.5.11), in combinatie met verticale trekbanden, zoals gedefinieerd in A.6, te zijn toegepast in alle dragende kolommen en wanden, of als alternatief,  Behoort voor het gebouw te zijn gecontroleerd of bij de denkbeeldige verwijdering van iedere dragende kolom en iedere ligger die een kolom ondersteunt, of een willekeurig deel van een dragende wand zoals gedefinieerd in A.7 (telkens één deel per verdieping van het gebouw) de stabiliteit van het gebouw is verzekerd en of lokale schade een bepaalde grens niet overschrijdt. Gekozen is om de filosofie toe te passen van het denkbeeldig verwijderen van een kolom. Daar waar dit niet kan wordt de kolom uitgevoerd als een kritisch element.

Voor de robuustheidsberekening wordt verwezen naar rapport BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-930003 van RHDHV.

4

Algemene uitgangspunten

4.1

Projectspecifieke eisen

4.1.1

Eisen flexibiliteit

De eisen omtrent flexibiliteit van het nieuwe gemeentehuis staan geformuleerd in het TPvE [2]. Als generiek uitgangspunt geldt dat de invulling van de technische eisen als een ‘maatpak’ ontworpen dienen te worden. Dit ‘maatpak’ dient echter wel aangepast te kunnen worden aan de wensen en eisen in de toekomst. Het gebouw moet zodanig worden ontworpen dat toekomstige wijzigingen eenvoudig kunnen worden gerealiseerd zonder ingrijpende aanpassingen. Dit betekent voor de constructie dat flexibiliteit uit moet komen in een vrije indeelbaarheid voor eventuele wijzigingen in en/of aan het gebouw in de toekomst, alsmede voldoende marge in de belastingen. De veranderlijke belastingen per gebouwzonering zijn gegeven in het TPvE [2] met oog op toekomstbestendigheid.

4.1.2

Eisen beperking van hinder naar de omgeving

Vanuit de Gemeente is aangegeven dat overlast door het aanbrengen van de funderingspalen voor de omgeving beperkt moet blijven. Dit resulteert in de keuze voor een geluids- en trillingsarm systeem.

4.1.3

Eisen duurzaamheid en milieu

Uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid liggen vast in document [6] en [8].

4.1.4

Uitbreidbaarheid

Besloten in Ontwerpteamoverleg d.d. 02-juni-2022 is dat als uitgangspunt gesteld wordt dat in het huidige ontwerp geen rekening gehouden hoeft te worden met een uitbreidbaarheid van het gebouw in de toekomst, zowel in horizontale en verticale richting.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

17

Projectgerelateerd

De verdiepingshoogten van de verdiepingen zijn vastgelegd zoals gegeven in paragraaf 3.1.2.

4.1.5

Bodem en ondergrond

De bouwlocatie is gelegen in het stadcentrum van de gemeente Haarlemmermeer. Voor de opbouw van de grond, zie Error! Reference source not found.. Maaiveld:

-4,20 tot -4,40 m + NAP

Grondwaterstanden (als uitgangspunt voor berekening constructie en paalfundering): Maximale freatische grondwaterstand: -4,50 m + NAP (op basis van Dinoloket peilbuizen)) Maximum stijghoogte (GWSmax) eindfase: -5,30 m + NAP (zie [3])

4.1.6

Ondergrondse infrastructuur

Onder het bestaande gemeentehuis zit aan de voorzijde een kelder. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat deze kelder bij het verwijderen van de bovenbouw gaat opdrijven door het ontbreken van voldoende neerwaartse belasting. Door het uitblijven van neerwaartse belasting uit het nieuwe gebouw blijkt het kostentechnisch niet realistisch de kelder in het nieuwe ontwerp te handhaven. Vervolgens is bekend geworden dat er een tweetal kabels- en leidingenstroken gepland staan op een afstand van vier meter van de nieuwe kavelgrens, zie ook figuur 4-1. Door deze kabels- en leidingenstroken wordt het noodzakelijk om ten minste lokaal de bestaande kelder te slopen. Daarop is besloten dat de kelder dusdanig gesloopt wordt dat het mogelijk wordt de nieuwe fundering (palen en poeren) en de tweetal stroken voor kabels en leidingen te realiseren. De sloop van de kelder is binnen de gemeente een separaat project.

Figuur 4-1: overzicht bestaande kelder (rood), nieuwe kavelgrens (blauw) en nieuwe kabels en leidingenstroken (groen)

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

18

Projectgerelateerd

4.1.7

Conditie bestaande constructie

De bestaande constructie van het gemeentehuis is gesloopt en hier betreft geen mogelijkheid om aspecten uit het bestaande gebouw her te gebruiken in het nieuwe ontwerp. De palen waar het bestaande gemeentehuis op staat gefundeerd blijven in de grond aanwezig waarbij de bovenste meter van de paal verwijderd is. In het nieuwe palenplan is rekening gehouden met deze achterblijvende palen. Op basis van archieftekeningen en inmetingen [4] zijn de bestaande palen opgenomen in het Revit-model. Hier is rekening mee gehouden in het ontwerp van de nieuwe fundering. Ter plaatse van de bestaande kelder blijven delen van de constructie achter. Daar waar mogelijk is de nieuwe fundering zo ontworpen dat bestaande poeren niet gesloopt hoefden te worden. Sloop van de bestaande kelder is naar verwachting gereed Q1 2024. De gesloopte situatie zal dan door de aannemer ingemeten worden, zodat gecontroleerd kan worden of alles volgens tekening gesloopt is.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

19

Projectgerelateerd

5

Constructieve uitgangspunten

5.1

Veiligheid en betrouwbaarheid

5.1.1

Gevolgklasse en ontwerplevensduur

Gevolgklasse:

CC2b

volgens NEN-EN 1990/+NB tabel B1

Ontwerplevensduurklasse:

4

volgens NEN-EN 1990/+NB tabel 2.1

Ontwerplevensduur:

50 jaar

volgens NEN-EN 1990/+NB tabel 2.1

5.1.2

Belastingsfactoren

Op basis van NEN-EN 1990/+NB worden de belastingfactoren in Tabel 5-1 toegepast. Bij de uitvoer van de computerberekeningen worden de belastingcombinaties voor het specifieke geval gegeven. Tabel 5-1: Belastingsfactoren CC2 conform NEN-EN 1990/+NB Permanente belastingen Belastingcombinaties

Normaal (ongunstig)

Gunstig

Overheersende veranderlijke belasting

Veranderlijke gelijk met de overheersende

Uiterste grenstoestanden (UGT) EQU 1)

1,10

0,90

1,50

1,50*0,i (i>1)

2), 3)

1,35

0,90

1,50*0,1

1,50*0,i (i>1)

STR/GEO (vgl. 6.10b) 2), 3)

1,20

0,90

1,50

1,50*0,i (i>1)

Buitengewoon

1,00

1,00

1,00*1,1

1,00*2,i (i>1)

1,00

1,00

1,00

1,00*0,i (i>1)

1,00

1,00

1,00*1,1

1,00*2,i (i>1)

STR/GEO (vgl. 6.10a)

Bruikbaarheidsgrenstoestanden (BGT) Karakteristiek (onomkeerbare grenstoestand)

Frequent

(omkeerbare grenstoestand o.a. scheurwijdte gewapend en voorgespannen beton, trillingen, doorbuiging door tijdelijke belastingen)

Quasi-permanent

1,00

1,00

1,00*2,1

1,00*2,i (i>1)

(omkeerbare grenstoestand en lange termijneffecten o.a. kruip, doorbuiging door permanente belastingen, doorbuiging beton)

Opmerkingen: Volgens NEN-EN 1990 1) 2) 3)

EQU: verlies van statisch evenwicht van de constructie waarbij de sterktes van bouwmaterialen of de grond in het algemeen niet bepalend zijn STR: intern bezwijken of buitensporige vervorming van de constructie of van constructieve elementen waarbij de sterktes bepalend zijn (fundering op staal, palen, kelderwanden enz.) GEO: bezwijken of buitensporige vervorming van de grond waarbij de sterktes van grond bepalend zijn voor de te leveren weerstand

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

20

Projectgerelateerd

-factoren

5.1.3

De  -factoren worden bepaald volgens NEN-EN 1990/+NB art. A1.2.2. Voor dit project worden de waarden van Tabel 5-2 toegepast. Tabel 5-2: ψ-factoren Veranderlijke belasting

0

1

2

Categorie B

Kantoorruimtes

0,6 1)

0,6 1)

0,45 1)

Categorie C

Bijeenkomstruimtes

0,6/0,4 2)

0,7

0,6

Categorie E

Opslagruimtes

1,0

0,9

0,8

Categorie F

Verkeersruimte, voertuig  30 kN

0,7

0,7

0,6

Categorie G

Verkeersruimte, 30 kN < voertuig  160 kN

0,7

0,5

0,3

Categorie H

Daken

0,0

0,0

0,0

Sneeuw

0,0

0,2

0,0

Wind

0,0

0,2

0,0

Temperatuur

0,0

0,5

0,0

Opmerkingen: 0 = factor i.v.m. de combinatiewaarde van een veranderlijke belasting 1 = factor i.v.m. de frequente waarde van een veranderlijke belasting (1% van de tijd aanwezig) 2 = factor i.v.m. de quasi-blijvende waarde van een veranderlijke belasting (50% van de tijd aanwezig) 1)

2)

De veranderlijke belasting voor ruimtes gelegen in de niet publieke zone betreft conform TPvE [2] 4 kN/m2, zie paragraaf 6.1. Deze veranderlijke belasting is inclusief het gewicht uit lichte scheidingswanden, deze betreft 0,8 kN/m2, zie hiervoor ook paragraaf 6.1. De momentaanfactor voor het aandeel lichte scheidingswanden betreft 1,0, voor de overige belasting betreft de momentaanfactor = 0,5. Dit resulteert in een resultante momentaanfactor van 0 = 1 = 0,8 x 1,0 + (4,0 – 0,8) x 0,5 / 4,0 = 0,6 en 2 = 0,8 x 1,0 + (4,0 – 0,8) x 0,3 / 4,0 = 0,45. De waarde 0,6 geldt voor delen van het gebouw die in geval van een calamiteit zwaar kunnen worden belast door een mensenmenigte (vluchtroutes, trappen enz.); de waarde 0,4 geldt in overige gevallen.

5.2

Materialen

5.2.1

Materiaalfactoren

De te hanteren materiaalfactoren conform de materiaalgebonden Eurocodes.

5.2.2

Materiaalspecificaties

2 februari 2024

Beton In het werk gestort Prefab Betonstaal Milieuklasse

UPR CONSTRUCTIES

C30/37 C50/60 B500B conform Tabel 5-3

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

21

Projectgerelateerd

Tabel 5-3: Milieuklassen en betonspecificaties Agressief milieu aanvullend

Samengestelde milieuklassen

Situatie Betonwerk binnenmilieu

XC1

n.v.t.

Paalfundering

XC4, XA1

n.v.t.

Funderingsbalken/kelderwanden

XC4, XD3, XF2

n.v.t.

Keldervloer onder grondwater

XC2

n.v.t. Onbekleed dak XC4, XF3 Bekleed dak XC1

Onbekleed dak XC4, XF3

Balkon, galerij XC4, XD3, XF4

Bekleed dak XC1 Verharding (boven) XC4, XD3, XF4 (XA2)

Dak (onder) XC1

Keerwand XC4, XD3, XF2 (XA2)

Gevels XC4, XF1 Gevels XC4, XF1 Kelderwand (zoet spatzone) XC4, XF1

Bedrijfsvloer (boven) XC3 (XD2, XA2)

Vloeren/Wanden (binnen) XC1 Parkeerdek XC4, XD3, XF4

Kelderwand (boven GWS) XC4, XD3, XF2

Randbalk XC4, XD3, XF2

Bedrijfsvloer (onder) XC4

Funderingspalen XC2 (XA1)

Dak (onder) XC1

Buiten beschut XC3, XF1

Plafond parkeerkelder XC3

Vloer parkeerkelder (boven) XC4, XD3

Funderingsstrook XC2 (XA1)

Kelderwand (zoet natte zone) XC2

Funderingspalen XC2 (XA1)

Vloer parkeerkelder (onder) XC2 (XA1)

Kelderwand (onder GWS) XC2 (XA1)

Figuur 5-1: Voorbeeld milieuklassen

Constructiestaal Walsprofielen Kokerprofielen Buisprofielen Geïntegreerde liggers Platen

5.3

S355JR (binnen) S355J2 (overig) S355J0 (binnen) S355J2 (overig) S355JR / S355J0 (binnen) S355J2 / S355ML (overig) S355J0(binnen) S355JR

Eisen m.b.t. bruikbaarheidsgrenstoestanden

Voor vervormingen en trillingen wordt uitgegaan van de eisen die in NEN-EN 1990 A1.4 zijn opgenomen. De bruikbaarheidscriteria behoren voor elk project te zijn vastgesteld en overeengekomen met de opdrachtgever. Tevens moeten volgens de NB de strengste criteria volgens NEN-EN 1990 A1.4.3, A1.4.4 en NEN-EN 1992 t/m NEN-EN 1999 zijn gebruikt.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

22

Projectgerelateerd

5.3.1

Vervormingen

Eisen aan de bijkomende doorbuiging (NEN-EN 1990 art. A1.4.3(3)) Vloeren (w2 +w3) wbij  3/1000 x lrep Vloeren met scheurgevoelige wanden (w2 +w3) wbij  1/500 x lrep Daken (w2 +w3) wbij  1/250 x lrep w2 (lange termijn deel blijvende belastingen): quasi-blijvende combinatie w3 (veranderlijke belastingen): frequente combi. (vloer), karakteristieke combinatie (dak) Eisen aan de doorbuiging in eindtoestand (NEN-EN 1990 NB art. A1.4.3(4)) Indien uiterlijk van de constructie van belang is. weind  1/250 x lrep Vloeren (w1 + w2 +w3) Daken (w1 + w2 +w3) weind  1/250 x lrep w1 (korte termijn deel blijvende belastingen): quasi-blijvende combinatie w2 + w3: quasi-blijvende combinatie Aanvullende eisen aan de doorbuiging in eindtoestand ten gevolge van gevel Vloeren (w2 +w3) wbij  1/500 x lrep  15 mm Daken (w2 +w3) wbij  1/500 x lrep  15 mm w1 (korte termijn deel blijvende belastingen): quasi-blijvende combinatie w2 + w3: quasi-blijvende combinatie Eisen aan de totale horizontale doorbuiging / scheefstand ((NEN-EN 1990 art. A1.4.3(7)) Gebouwen met meer dan één bouwlaag uhor  h/300 per bouwlaag uhor  h/500 voor het gehele gebouw uhor: karakteristieke belastingscombinatie

5.3.2

Trillingen

Het gebouw dient aan een aantal eisen met betrekking tot trillingen te voldoen. Trillingen mogen de doelmatigheid van een constructieonderdeel het gebouw niet belemmeren en geen schade veroorzaken. Hinderlijke trillingen en verstoring van apparatuur moeten worden voorkomen. Voor het project worden trillingen door resonantie van de vloeren en windtrillingen beschouwd conform NEN-EN 1990 NB art. A1.4.4(2). Resonantie vloeren, lopen (woning, kantoor): Permanente en momentane belasting  Eerste eigen frequentie

fe

5 150 3

kN/m2 of kN/ligger of Hz

Onderdelen die gevoelig zijn voor trillingen, zoals de stalen trappen met grote overspanning tussen de houten vloeren in het atrium van het achterhuis, dienen beoordeeld te worden, bijvoorbeeld volgens de HIVOSS richtlijn [9]. In onderstaande figuur 5-2 volgt voor kantoren een aanbevolen waarde ES-RMS90 kleiner dan 3,2 en een kritische waarde 3,2 < ES-RMS90 < 12,8. De ES-RMS90 waarde dient bij voorkeur dus kleiner te zijn dan 3,2 en anders hierbij in de buurt te liggen.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

23

Projectgerelateerd

Figuur 5-2: indeling van trillingssterkte in klassen en aanbevolen niveaus ten aanzien van gebruiksfunctie uit HIVOSS richtlijn [9].

5.4

Eisen m.b.t. tot brandwerendheid

5.4.1

Sterkte bij brand

Brandwerendheidseisen omtrent de (hoofd-) draagconstructie zijn gegeven in [7] Onder de (hoofd)draagconstructie worden alle constructie-onderdelen verstaan die weergegeven zijn in [10]. Het gebouw bestaat voor het overgrote deel in één brandcompartiment. Ter plaatse van de trappenhuizen en verschillende vluchtwegen wordt in de ruimte voor een trappenhuis een sub-brandcompartiment gerealiseerd, zie [6]. Dit betekent dat de eisen gegeven in Bouwbesluit 2012 artikel 2.10 lid 4 van toepassing zijn op de brandwerendheid van de (hoofd-) draagconstructie bij het instandhouden van de draagconstructie bij brand in een naastgelegen brandcompartiment, zie Tabel 5-4. De brandwerendheid is met 30 minuten gereduceerd door een lage permanente vuurbelasting, zie [7]. De wanden gelegen om de vluchttrappenhuizen behoren tot de brandscheiding waarvoor geldt: 60 minuten. Tabel 5-4: Overzicht brandwerendheidseisen (hoofd-)draagconstructie in minuten Gebouwonderdeel Voorhuis

Achterhuis

kantoor

kantoor

15,4 m  > 13,0 m

19,2 m  > 13,0 m

Eis volgens bouwbesluit artikel 2.10

90

90

Reductie i.v.m. permanente vuurbelasting  500 MJ/m2 1)

30

30

Constructie die “60 minuten brandscheiding” in stand houdt 2)

60

60

Type gebouw Hoogste vloer verblijfsgebied

Opmerkingen: 1) Bij een lage permanente vuurbelasting is een reductie van de brandwerendheidseis mogelijk van 30 minuten. Deze vuurbelasting is door middel van berekening bepaald. Zie hiervoor de rapportage van ZRI, [7]. 2) Een brandscheiding dient in stand te worden gehouden tijdens brand. Indien instorting van de vloer- /dakconstructie onder c.q. boven deze scheiding leidt tot instorting van die scheiding, dan dient voor die vloer- /dakconstructie een gelijke brandwerendheidseis te worden aangehouden als voor de scheiding. Een reductie van die eis ten gevolge van een lage permanente vuurbelasting is hierbij niet toegestaan.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

24

Projectgerelateerd

5.4.2

Brandwerendheid kanaalplaatvloeren

De kanaalplaatvloeren vormen een onderdeel van de hoofddraagconstructie en hebben daarmee een brandwerendheidseis van 60 minuten. Ten aanzien van de brandwerendheid van kanaalplaten worden de geadviseerde maatregelen van de BFBN conform de brief d.d. november 2015 aan te houden. Het gebouw valt conform NEN-EN 1991-1-7 in gevolgklasse CC2b. Voor deze klasse geldt dat er aanvullende maatregelen geadviseerd worden, indien de toplaag dikker is dan 0,25 x H, waarbij H de hoogte van de kanaalplaatvloer is. Met de hoogte van 260 mm en 320 mm geeft dit 65 mm respectievelijk 80 mm. De toplaag, bestaande uit de druklaag plus afwerkvloer bedraagt 130 mm. Dit betekent dat aanvullende maatregelen benodigd zijn. De maatregelen zijn weergegeven in tabel 1 van de brief van BFBN (Figuur 5-3). In het gemeentehuis wordt een sprinklerinstallatie toegepast en wordt daarmee aan de aanvullende maatregelen voldaan.

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

25

Projectgerelateerd

Figuur 5-3: Tabel 1 uit brief BFBN november 2015

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

26

Projectgerelateerd

6

Belastingen

6.1

Resulterende belastingen

Tabel 6-1: Belastingen dakvloer voorhuis en achterhuis Belasting

Ontwerpbelasting

Opmerkingen

Eigen gewicht:  Eigen gewicht kanaalplaat 400  Eigen gewicht kanaalplaat 320  Eigen gewicht kanaalplaat 260

4,90 kN/m2 4,29 kN/m2 3,83 kN/m2

-

Rustende belasting:  Druklaag 70 mm  Plafond en leidingen  Dakbedekking en isolatie  PV panelen  Waterretentiepakket  Glazen dak atrium  Grind / tegels

1,75 kN/m2 0,50 kN/m2 0,20 kN/m2 0,50 kN/m2 1,60 kN/m2 / 0,85 kN/m2 1,50 kN/m2 1,00 kN/m2

Zie 6.2.3 -

Veranderlijke belasting:  Niet toegankelijk dak  Toegankelijk dak  Regenwater  Sneeuw  Windbelasting  Installatiezone

1,00 kN/m2 / 1,5 kN 1) 5,00 kN/m2 / 7 kN 2) 0,56 kN/m2 0,97 kN/m2 5,00 kN/m2

Zie 6.3.4 Zie 6.3.5 Zie 6.3.6 -

Opmerkingen: 1) NEN-EN 1991-1-1 NB.4 Tabel 6.10 klasse H daken. 2) NEN-EN 1991-1-1 NB.1 Tabel 6.2 klasse C3 zonder obstakels voor rondlopende mensen.

Tabel 6-2: Belastingen verdiepingsvloeren voorhuis en achterhuis Belasting

Ontwerpbelasting

Opmerkingen

Eigen gewicht:  Eigen gewicht kanaalplaat 320

4,29 kN/m2

-

1,75 kN/m2 1,20 kN/m2 2,00 kN/m2 0,50 kN/m2 0,50 kN/m2 1,50 kN/m2 1,00 kN/m2

Niet t.p.v. dakterras Zie 6.2.6

5,00 kN/m2 / 7 kN 1) 5,00 kN/m2 / 7 kN 1) 5,00 kN/m2 / 10 kN 1) 4,00 kN/m2 / 3 kN 2) 0,80 kN/m2 3) 0,97 kN/m2

Zie 6.3.6

Rustende belasting:  Druklaag 70 mm  Afwerklaag 60 mm  Afwerking dakterras  Plafond en leidingen  Houten betimmering tribunetrap  Gewicht gevel  Gewicht glasgevel  Groen (plantenbakken) Veranderlijke belasting:  Ruimtes in publieke zone  Ruimtes in (semi)publieke zone  Opslagruimte onder tribunetrap  Ruimtes in niet publieke zone  Lichte scheidingswanden  Windbelasting

Opmerkingen: 1) TPvE [2] Bijlage 1 constructie variabele belasting kN/m2. 2) TPvE [2] Bijlage 1 constructie variabele belasting kN/m2 (dit is inclusief belasting uit lichte scheidingswanden).

2 februari 2024

UPR CONSTRUCTIES

BI2694-RHD-XX-ZZ-RP-S-910001

27

Projectgerelateerd

3)

Lichte scheidingswanden uitgangspunt = 2x dubbele gipsplaat 12,5 mm = 4 x 12kg = 48 kg. Frame metal-stud uitgangspunt = 5 kg/m2. Totale gewicht = 48kg/m2 + 5kg/m2 = 53 kg/m2. Maximale verdiepingshoogte bedraagt circa 3,6 m, resulteert in belasting 53kg/m2 x 3,6m = 1,9 kN/m2. Conform NEN-EN 1991-1-1 6.3.1.2 (8) resulteert dit in qk = 0,8 kN/m2.

Tabel 6-3: Belastingen verdiepingsvloeren raadzaalvolume Belasting

Ontwerpbelasting

Opmerkingen

Eigen gewicht:  Eigen gewicht kanaalplaat 260  Staalplaatbetonvloer Comflor 75, d = 120 of 160 mm

3,83 kN/m2 2,33 kN/m2 / 3,13 kN/m2

-

Rustende belasting:  Druklaag 70 mm (alleen voor kanaalplaat)  Afwerklaag 60 mm  Plafond en leidingen  Gewicht binnenvel

1,75 kN/m2 1,20 kN/m2 0,50 kN/m2 1,00 kN/m2

-

Veranderlijke belasting:  Ruimtes in (semi)openbaar gebied

5,00 kN/m2 / 7,0 kN 1)

-

Opmerkingen: 1) TPvE [2] Bijlage 1 constructie variabele belasting kN/m2.

6.2

Blijvende belastingen

Een overzicht van de gehanteerde permanente belastingen is gegeven in bijlage A1. Onderstaand volgt een toelichting hierop.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=9c50bd9c-df6e-424e-a4f8-b977336874cf