Bestuurlijke reactie Rekenkamerbrief opvolgonderzoek Re-integratie
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
De leden van de Rekenkamer Haarlemmermeer
Postbus250 2130 AG Hoofddorp
Bezoekadres: Taurusavenue 100 Hoofddorp Telefoon 0900 1852
cluster Contactpersoon Telefoon Uw brief Ons kenmerk Bijiage(n) onderwerp
Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg Beatrijs Aukema 0900 1852 18juli2024 XS-24080708.462 Rekenkamerbrief opvolgonderzoek Re-integratie Bestuurlijke reactie Rekenkamerbrief opvolgonderzoek Re-integratie
Verzenddatum
1 7 SEP. 2024
Geachte leden van de rekenkamer, Op 18 juli 2024 ontvingen wij de Rekenkamerbrief opvolgonderzoek Re-integratie. U heeft ons gevraagd om een bestuurlijke reactie op dit opvolgonderzoek. Met deze brief geven wij onze reactie en gaan wij in op uw conclusies en aanbevelingen. Context: In 2020 deed de rekenkamer onderzoek naar de re-integratie van inwoners met een bijstandsuitkering van de categorieën B en C. Categorie B gaat om inwoners die kansrijk zijn om weer aan het werk te komen met beperkte ondersteuning. Categorie C gaat om inwoners die kansrijk zijn om weer aan het werk te gaan met intensieve ondersteuning. Op basis van dit onderzoek deed de rekenkamer vier aanbevelingen. Eén aan de raad, en drie aan het college. In deze 'Rekenkamerbrief opvolgonderzoek' wordt drie jaar later na het aannemen van deze aanbevelingen beschreven of de aanbevelingen zijn opgevolgd. De rekenkamer heeft hiervoor verschillende stukken opgevraagd en gesprekken gevoerd met medewerkers die verantwoordelijk of betrokken zijn bij de uitvoering van re-integratie in de gemeente Haarlemmermeer. De samenwerking met de rekenkamer is als prettig en constructief ervaren. In deze bestuurlijke reactie reageren we per aanbeveling op de door de rekenkamer gedane bevindingen. Aanbeveling 1.
De rekenkamer deed aanbeveling om een debat te voeren over de ambitie voor inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en het college opdracht te geven deze ambitie te expliciteren. Bevinding opvolgen aanbeveling 1: Deels opgevolgd
Ons kenmerk: XS-24080708.462
Pagina 2
De rekenkamer constateert dat de raad niet zelf een debat heeft geïnitieerd over dit onderwerp maar dat wij in het beleid wel aandacht besteden aan inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Reactie: We herkennen de bevindingen van de rekenkamer. Aanbeveling 2.
Omdat de focus van het beleid ten tijde van het onderzoek sterk lag op toeleiding naar betaald werk en de aandacht voor inwoners voor wie betaald werk (voorlopig) niet tot de mogelijkheden behoorde beperkt was, deden we de aanbeveling om beleid te maken voor bijstandsgerechtigden met weinig perspectief op betaald werk. Bevinding opvolgen aanbeveling 2: Opgevolgd Reactie: Wij herkennen de bevindingen.
Aanbeveling 3.
Omdat uit de enquête onder bijstandsgerechtigden bleek dat zij lang niet altijd het gevoel hebben dat zij zelf mee kunnen bepalen hoe hun ondersteuning eruit ziet, deden we de aanbeveling hen meer te betrekken bij de invulling van hun re-integratietraject. Bevinding opvolgen aanbeveling 3: Deels opgevolgd De rekenkamer concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat in het beleid is vastgelegd dat bijstandsgerechigden zelf invloed op hun ondersteuning hebben. Professionals geven aan dat de persoonlijke aandacht voor bijstandsgerechtigden is toegenomen. Reactie: Wij herkennen ons in deze bevindingen. Wel willen we een paar zaken nog verduidelijken. De werkwijze in de praktijk is zeker gericht op het betrekken van de inwoner bij de invulling van hun re-integratietraject. De casemanager en de inwoner bepreken samen de mogelijkheden voor passende re-integratie op basis van de kennis, ervaring, interesses en behoeften en ontwikkelperspectieven van de inwoner. Op basis van deze gesprekken wordt invulling gegeven aan het re-integratietraject. Op het naleven van deze werkwijze wordt nadrukkelijk gestuurd omdat we voor ogen hebben dat we de inwoner ondersteunen bij het duurzaam vinden van een passende plek in de samenleving. Deze sturing gebeurt in de uitvoering maar ook door de inkoop van de juiste trajecten bij re-integratiepartners.
Deze inkoop gebeurt op basis van de ervaring die de individuele casemanagers hebben met de verschillende inwoners en komt tot stand in een samenwerking tussen beleid, contractmanagement en uitvoering. De reintegratiepartner, de casemanager en de inwoner komen gezamenlijk tot afspraken over de te nemen stappen en over de inzet van instrumenten. In bijlage 1 'Aanpak van re-integratie en de inzet op de verschillende doelgroepen' van de nota 'Begeleiding naar werk en re-integratie in Haarlemmermeer' (2021.0000848) stellen wij op pagina drie nogmaals dat we conform deze aanbeveling 'nadrukkelijk samen met de inwoner bepalen wat een realistisch, passend traject is'. We zullen de huidige werkwijze, dat we het uitgangspunt hebben om in samenspraak met de inwoner te komen tot de inzet van een traject, formeel in de beleidsregels re-integratie vastleggen. De rekenkamer concludeert dat voor de casemanagers die zijn aangetrokken voor participatie, de caseload hoog is. Dit is inderdaad het geval. Op gezette tijden (een keer per jaar) bekijken wij
Ons kenmerk: XS-24080708.462
Pagina 3
of de caseload-aantallen nog reëel zijn en evenredig goed verdeeld over casemanagers. Op dit moment is voor wat betreft de inzet van personele capaciteit, zonder extra budget, niet meer mogelijk Aanbeveling 4
Omdat tijdens het vorige onderzoek bleek dat het zeer veel moeite kostte om hier zicht op te krijgen, deden we de aanbeveling om het gebruik, de ervaringen en de effecten van reintegratieondersteuning beter te registreren. Bevinding opvolgen aanbeveling 4: Opgevolgd Bestuurlijke reactie: Wij herkennen ons in deze bevinding. Wat gaat goed en wat kan beter?
Wij herkennen de positieve ontwikkelingen in de uitvoering die de rekenkamer schetst. Zo is er veel aandacht voor teamontwikkeling waardoor nu sprake is van een gedreven team met veel verschillende expertise en specifieke casemanagers voor de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor passende ondersteuning kan worden ingezet. In dit proces is zoals aangegeven sprake van een nauwe samenwerking tussen de uitvoering en beleid. Bevinding rekenkamer: De rekenkamer ziet alle ontwikkelingen en afspraken die zijn gemaakt in de uitvoering niet terug in beleidsstukken of uitvoeringsrichtlijnen. "Keuzes in de uitvoering zouden beter vastgelegd moeten worden, vindt de rekenkamer. Dit kan bijdragen aan het borgen van de ingeslagen weg en aan het voorbereiden van de lokale invulling van landelijke beleidswijzigingen". Reactie: Wij onderschrijven het belang van het vastleggen van afspraken en ingezette keuzes. We benadrukken ook dat wat in de uitvoering gebeurt in nauwe samenwerking met beleid tot stand komt. Soms proberen we ook eerst werkwijzen uit, bijvoorbeeld in een pilot of project, voordat we het formaliseren in beleid. Het laatste raadsbesluit over re-integratie is van 2021 (2021.0000848). De daarin gedane voorstellen om in balans de verschillende doelgroepen die wij ondersteunen te bedienen voeren we sindsdien uit.
Weliswaar zijn er geen beleidsnota's meer richting raad gegaan maar verschillende beleidssturingsdocumenten zijn aangepast op het ingezette beleid. Zo zijn de teksten van de Planning en Control cyclus de afgelopen jaren aangepast (bijvoorbeeld de activiteit 'Participatie (meedoen) in de samenleving' is toegevoegd) en zijn verordeningen en beleidsregels naar ingezet beleid aangepast. Voor de Programmabegroting 2025 -2028 is in samenspraak met de raad een andere indeling tot stand gekomen. Dit traject om de programmabegroting voor het programma Zorg en Werk aan te passen is in 2023 en begin 2024 met de raad doorlopen in het kader van de Duisenbergmethode. In dit traject is dus door raad, bestuur en beleid aandacht geweest voor ontwikkelingen en veranderingen binnen re-integratie en het meetbaar vastleggen van gegevens. Verder stelt de rekenkamer dat: "Zeker nu de Participatiewet op het punt staat aangepast te worden, het belangrijk is dat aandacht uitgaan naar: de bestendiging van in de uitvoering gemaakte keuzes, en het in positie brengen van raadsleden om zich over de lokale invulling van de landelijke wijzigingen uit te spreken."
Ons kenmerk: XS-24080708.462
Pagina 4
Reactie: Op het eerste punt zijn wij reeds ingegaan. Voor het tweede punt geldt dat zodra de landelijke wijzigingen concreet genoeg zijn, wij de raad informeren en vragen naar de lokale invulling. Zo heeft de raad op 4 juli 2024 unaniem besloten tot het vaststellen van de gewijzigde verordening Sociaal Domein 2024 (11048268). In het kader van wijzigingen binnen de Participatiewet zijn in deze verordening met name artikelen gewijzigd die betrekking hebben op de re-integratieverordening (onderdeel van hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen Participatiewet verordening Sociaal Domein 2024). Dit deel van de verordening is aangepast naar aanleiding van de vereisten van het Breed Offensief, onderdeel van de wijzigingen binnen de Participatiewet. Ook de beleidsregels zijn hierop aangepast. Met behulp van een was/wordt-lijst heeft de gemeenteraad zich kunnen uitspreken over de aanpassingen. De voorstellen binnen het wijzigingstraject van de Participatiewet zijn landelijk diverse keren uitgesteld. Het wijzigingstraject bestaat uit drie sporen. Spoor 1 is het wetsvoorstel Participatiewet in balans, gericht op het minder streng hanteren van de wet, het verruimen van de mogelijkheden voor eigen inkomsten en een dienstverlening vanuit vertrouwen in plaats van wantrouwen. Spoor 2 bevat domein overstijgende maatregelen en maatregelen voor de langere termijn. Het betreft een stelselwijziging.
Spoor 3 is gericht op het ontwikkelen van een instrumentarium om de vakkundigheid van professionals in de gemeentelijke uitvoering te verbeteren. Op dit moment is een wetsvoorstel met een twintigtal wijzigingen (spoor 1) van de Participatiewet naar de tweede kamer gestuurd. Met name de vertaling naar gemeenten hoe zij de wetswijzigingen moeten doorvoeren en de betaalbaarheid zijn nog punten van discussie. Wij zijn benieuwd hoe het nieuw aangetreden kabinet met de plannen zal omgaan. Op een enkel onderdeel hebben we geanticipeerd (ook naar aanleiding van een motie vanuit de gemeenteraad) op de nieuwe wet. Zo is voor de inkomenskant, de grens van wat een persoon in de bijstand jaarlijks mag ontvangen aan giften verhoogd vooruitlopend op de voorgenomen wetswijziging. Daarnaast sluiten alle ontwikkelingen die in de uitvoering worden gedaan goed aan op spoor 3 binnen het wijzigingstraject 'Versterken van vakkundigheid' in (de verandering naar) de herziene Participatiewet. In dit spoor wordt een cultuurverandering bepleit waar we in onze dienstverlening volop aan werken. Wij verwachten u met deze reactie voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, / de burgemeester,
Mari
uurmans-Wijdeven