b2 Nota Ondermijningsbeeld Schiphol.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
nota van B&W Onderwerp Ondermijningsbeeld Schiphol Portefeuillehouder Marianne Schuurmans-Wijdeven Collegevergadering 12 mei 2020 Inlichtingen L.H.J. van Elk (+3123S674836) Registratienummer 2020.0001081
1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college heeft besloten om: 1. in te stemmen met het proces bestaande uit de opvolging van de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport 'Ondermijning op en rond de luchthaven Schiphol'; 2. conform artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding op te leggen op de nota en het rapport; de geheimhouding wordt opgelegd op grond van artikel 10, tweede lid, sub f van de Wet openbaarheid van bestuur: het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; 3. deze nota en bijbehorend rapport ter informatie te zenden aan de raad.
2. Samenvatting Bureau Beke heeft in samenwerking met Bureau Lokale Zaken en met medewerking van de Politieacademie onderzoek gedaan naar ondermijning op Schiphol. Dit heeft geresulteerd in het rapport 'Ondermijning op en rond de luchthaven Schiphol' (verder Ondermijningsbeeld Schiphol). De burgemeester van Haarlemmermeer en de Stuurgroep Aanpak Ondermijning hebben destijds verzocht om dit onderzoek. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: Ministerie van JenV) heeft gelden beschikbaar gesteld voor het opstellen van het Ondermijningsbeeld Schiphol. Verschillende publieke en private partijen zoals de Koninklijke Marechaussee (KMar), Douane, gemeente Haarlemmermeer, Schiphol Group, KLM, Openbaar Ministerie (OM) en het Regionaal Informatie en Experticecentrum (RIEC) hebben informatie aangeleverd om een zo compleet mogelijk beeld te kunnen schetsen. Het Ondermijningsbeeld Schiphol is daarmee een lijvig rapport geworden. In deze nota zijn de hoofdconclusies en aanbevelingen kort weergegeven.
3.1 Wat willen we bereiken?
In opdracht van de burgemeester van Haarlemmermeer en de Stuurgroep Aanpak Ondermijning Noord-Holland (met voorzitter regioburgemeester Jos Wienen) is door Bureau Beke in samenwerking met Bureau Lokale Zaken en met medewerking van de Politieacademie het Ondermijningsbeeld Schiphol opgesteld. De opdrachtgevers wilden zicht krijgen op de ondermijnende activiteiten die verband houden voor wat betreft het luchthaventerrein van Schiphol teneinde (aanvullende) maatregelen te kunnen nemen wat betreft de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Daarbij gaat het om inzicht in de aard en omvang van het fenomeen ondermijning op Schiphol en om het formuleren van aanbevelingen voor de (publiek-
Ondermijningsbeeld Schiphol
Pagina 2
private) organisaties die een rol (kunnen) vervullen bij de aanpak en het voorkomen van ondermijnende criminaliteit op Schiphol. Het Ondermijningsbeeld Schiphol is gebaseerd op een literatuurstudie, documentenanalyse, analyse van kwantitatieve data, vier werkbezoeken, observaties op - voor het publiek toegankelijke - locaties en (groeps-)interviews met in totaal 109 respondenten. Daarnaast is een verkennende scan uitgevoerd naar indicaties die wijzen op mogelijke 'niet-pluis' bedrijven. Verschillende publieke en private partijen zoals KMar, Douane, gemeente Haarlemmermeer, Schiphol Group, KLM, OM en het RIEC hebben informatie aangeleverd om een zo compleet mogelijk beeld te kunnen schetsen. Achtergrond financiering ondermijningsbeeld en aanpak ondermijning op Schiphol Het Ministerie van JenV heeft eind 2018 incidenteel middelen beschikbaar gesteld aan de RIECregio Noord-Holland via de Stuurgroep Aanpak Ondermijning voor het opmaken van het Ondermijningsbeeld Schiphol. Het Ondermijningsbeeld Schiphol wordt nu opgeleverd. Ook een Infographic en een animatiefilm als presentatie bij het ondermijningsbeeld zijn ontwikkeld.
Naast de bovengenoemde incidentele middelen voor het ontwikkelen van het Ondermijningsbeeld Schiphol zijn in 2019 door het Ministerie van JenV gelden beschikbaar gesteld voor meerdere projecten voor de aanpak van ondermijning in Noord-Holland vanuit het zogenaamde 'ondermijningsfonds'. Een deel van de gelden zijn ontvangen voor de versterking van de aanpak ondermijning op de luchthaven Schiphol. Dit heeft geresulteerd in een projectmatige aanpak genaamd 'Project Orville'. Het project voor de luchthaven Schiphol ziet toe op vijf onderwerpen: • versterken van onderzoek en aanpak drugscriminaliteit op Schiphol. • aanpak van gelegenheidsstructuren op Schiphol-Oost. • een branchegerichte aanpak. • awareness ondermijning en integriteit vergroten bij organisaties werkzaam op Schiphol. • de opvolging van het Ondermijningsbeeld Schiphol. Voor Project Orville werd een bedrag ontvangen van € 1.997.500. Dit is bijna € 1 miljoen minder dan oorspronkelijk gevraagd. De minister redeneerde destijds dat hij hecht aan een bijdrage van de private partijen op Schiphol en heeft daarom minder geld ter beschikking gesteld. Over deze bijdrage wordt op een later moment gesproken ook gezien de huidige coronacrisis. Het onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd en de vraag van de opdrachtgevers is beantwoord.
Het geeft zicht op de ondermijnende criminaliteit op de luchthaven en beschrijft tevens kwetsbare processen en locaties op de luchthaven. Het onderzoek geeft de reeds bestaande publiekprivate samenwerking op de luchthaven een steun in de rug. Het rapport laat goed zien waar voor de aanpak van ondermijning op de luchthaven versterking noodzakelijk is. Omdat de publiek-private samenwerking al goed verloopt, is er vertrouwen dat de aanbevelingen worden uitgevoerd. In de verschillende aanbevelingen zal nog wel een prioritering moeten worden aangebracht. Tevens moet worden gekeken (ook gezien de situatie op de luchthaven door de coronacrisis) hoe en welke middelen er extra nodig zijn en op welke termijn. 3.2 Wat gaan we daar voor doen?
De hoofdconclusies uit het Ondermijningsbeeld Schiphol zijn samengevat: • •
Veiligheidsbeleid primaire focus beveiliging burgerluchtvaart. Integrale aanpak in handen van klein aantal professionals, waardoor het nu niet mogelijk is om noodzakelijke doorbraken te realiseren.
Ondermijningsbeeld Schiphol
• • • •
Pagina 3
Logistieke en bedrijfsmatige infrastructuur benut door criminelen en Schipholpashouders worden betrokken bij criminele activiteiten (criminele infiltratie). Criminele infiltratie bedreigt de veiligheid op de werkvloer en van de burgerluchtvaart. Drugssmokkel/ (internationale) georganiseerde drugscriminaliteit) belangrijkste ondermijnende criminaliteitsprobleem. Andere ondermijnende criminaliteitsproblemen zijn: mensenhandel en -smokkel, smokkel van liquide middelen/illegale geneesmiddelen/ anabolen/tabak/namaakgoederen/wild-life en (georganiseerde) diefstal, fraude en witwassen.
Aanbevelingen Hieronder zijn de aanbevelingen weergegeven. Een aantal aanbevelingen wordt reeds uitgevoerd. Wij gaan niet als enige over de opvolging van de aanbevelingen. Daarom zal in de komende maanden in samenwerking met Beveiliging en Publieke Veiligheid Schiphol (verder BPVS en nadere duiding hiervan volgt later in deze nota) nader worden bekeken of de andere aanbevelingen worden overgenomen. 1.
2. 3.
4.
5. 6.
7. 8.
9.
Beschouw de infiltratie (..) die criminele netwerken toegang geeft tot vliegtuigen en bagage niet alleen als een dagelijks misdaadprobleem (ondermijning), maar ook als een bedreiging voor de veiligheid van de burgerluchtvaart. Vanwege de topprioriteit voor dit laatste impliceert dit meer strategische steun en sturing bij het reduceren van criminele kansen op Schiphol. Geef, mede in het kader van goed werkgeverschap, prioriteit aan het verbeteren van de veiligheid van Schipholpashouders. Werk (mede omwille van het vorige punt) aan de integriteit van de Schipholpashouders, ook met het oog op het imago van (belangrijke bedrijven op) Schiphol. Inrichten van 'geleend gezag': strategische steun van een autoriteit en vanuit een strategische overlegvorm om maatregelen af te dwingen. De strategische steun zal moeten worden gezocht in de top van de BPVS-structuur. Bezie of de aanjaagfunctie in handen gelegd moet worden van een of enkele autonome professionals, als Schipholvariant op een Rotterdamse stadsmarinier; sterke persoonlijkheden met een urgente tijdelijke opdracht. Beschikbaar maken van budget om noodzakelijke maatregelen snel door te kunnen voeren. Besef van urgentie creëren omtrent concrete aspecten van ondermijning op Schiphol.
Op basis van scherpe analyses dient focus aan te worden gebracht in de vorm van concrete acties en coalities die criminele kansen en praktijken reduceren. Om in het Schiphol-netwerk de noodzaak tot actie aan te tonen, is het belangrijk om niet alleen criminologische analyses te maken, maar om (indien relevant) ook overtuigende relaties te leggen met: de veiligheid van de luchtvaart, beveiligings-lacunes, imagoschade, de veiligheid van Schipholpashouders en/of economische schade of winst. Doorbreken van beperkingen door hiërarchie en netwerk. Aanjagers hebben autonomie en de mogelijkheid om iedereen te spreken en zo nodig aan te spreken. Maak een ontdubbeld overzicht van geregistreerde misdrijven, aangiften en controleopbrengsten. Daarbij kan mede gebruik gemaakt worden van inzichten uit strafrechtelijke onderzoeken over criminele modus operandi, om zo criminele kansen, trends en innovatie tijdig in kaart te brengen. Geef verder gestalte aan de voorgenomen locatiegerichte aanpak van ondermijning, met prioriteit voor Schiphol-Oost en de bagagekelders.
Ondermijningsbeeld Schiphol
Pagina 4
10. Geef ook verder gestalte aan de branchegerichte aanpak, waarbij de schoonmaak- en cateringbranche kunnen dienen als breekijzer. 11. Gebruik de resultaten van de bedrijven-analyse (..) om gestalte te geven aan een andere analyse en aan een aanpak op maat, gericht op risico-bedrijven. Maak daarbij gebruik van de mogelijkheden om in RIEC-structuren informatie uit te wisselen. 12. Geef gestalte aan de (voorgenomen) bewustwordings-trainingen binnen publieke en private organisaties. Bouw een netwerk op via de trainingen, met behulp van de ondermijningsspecialisten (de te benoemen points of contact ondermijning) en zogenoemde ambassadeurs bij publieke partijen. 13. De Brigade Toezicht Beveiliging Burgerluchtvaart van de KMar voert inspecties uit bij honderden bedrijven naar de beveiliging en het antiterrorismebeleid. Er wordt geen extra belang toegekend aan indicatoren die mogelijkerwijs ondermijning in de hand werken. De resultaten worden onderbenut bij de integrale risicobeheersing op Schiphol, want er worden, voor zover onderzoekers bekend, geen overkoepelende analyses gemaakt van de inspectiebevindingen. De onderzoekers raden aan om dit wel te doen, met aandacht voor de mogelijke overlap tussen beveiliging en ondermijning. Om de aanpak van ondermijning te volgen en een impuls te geven kan gestalte worden gegeven aan auditing van branches, belangrijke organisaties of locaties.
Betrokken partijen De gemeente Haarlemmermeer, KMar, Douane, Openbaar Ministerie, Schiphol Group, KLM en het RIEC zijn betrokken partijen bij de opvolging van de aanbevelingen uit het Ondermijningsbeeld Schiphol. Dit zijn partners die reeds samenwerken in verschillende gremia zoals de Stuurgroep Aanpak Ondermijning, Platform BPVS en de stuurgroep BPVS. 1) Stuurgroep Aanpak Ondermijning De Stuurgroep Aanpak Ondermijning is een regionaal overleg op politie-eenheidsniveau (met als voorzitter de regioburgemeester van Haarlem). Burgemeester Schuurmans-Wijdeven neemt deel aan deze stuurgroep evenals negen andere burgemeesters en de overige RIEC partners (onder andere de politie, KMar en Douane). De taken van het RIEC en het Programma Aanpak Ondermijning Noord-Holland vallen namelijk hier onder. De Stuurgroep legt verantwoording af aan het Ministerie van JenV over de aangewende versterkingsgelden. Dat betreft in dit geval; a) de gelden die verstrekt zijn voor de opmaak van het Ondermijningsbeeld Schiphol; b) de gelden uit het ondermijningsfonds waarmee Project Orville is gestart (en waar de opvolging van het Ondermijningsbeeld Schiphol één van de vijf deelplannen betreft). 2) Beveiliging en Publieke Veiligheid Schiphol (BPVS) Op Schiphol hebben de partners een eigen veiligheidsoverleg. Het zogenoemde BPVS. Het BPVS kent drie niveaus.
In het Platform BPVS worden de betrokken publieke en private instanties vertegenwoordigd door de hoogste functionaris dus onder andere directeuren-generaal van departementen, directeuren van de private partijen, de burgemeester van Haarlemmermeer, de commandant van de KMar, de algemeen directeur van de Douane, de Hoofd Officier van Justitie en de eenheidschef Noord-Holland van de politie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Het platform vergadert tweemaal per jaar en wordt voorgezeten door de CEO van Schiphol of het hoofd van de NCTV. Op het tweede niveau functioneert een stuurgroep BPVS met functionarissen op strategisch niveau net onder dat van de topfunctionaris in het platform. De stuurgroep komt zesmaal per jaar bijeen. De stuurgroep vormt op hoofdlijnen een veiligheidsstrategie en richt werkgroepen in om de strategie te concretiseren op een specifiek veiligheidsdomein en om de stap te zetten naar uitvoering. Er zijn anno 2020 zeven werkgroepen actief waaronder de Werkgroep Integere Luchthaven (WIL).
Ondermijningsbeeld Schiphol
Pagina 5
De WIL heeft een nauwe samenwerking met Project Orville. De voorzitters van de verschillende werkgroepen hebben tevens zitting in de stuurgroep BPVS. Die verschillende gremia maken de bestuursstructuur voor de opvolging van het Ondermijningsbeeld Schiphol niet eenvoudig. De financiële verantwoording voor de opvolging van het beeld (als deelplan van Project Orville vanuit de versterkingsmiddelen) verloopt immers via de Stuurgroep Aanpak Ondermijning. De sturing van de aanpak op de luchthaven en de daarbij gevraagde bijdrage van private partijen maakt echter dat het Platform BPVS ook een nadrukkelijke rol heeft. De opvolging van de aanbevelingen wordt voornamelijk binnen de BPVS-structuur verder besproken. 3.3 Wat mag het kosten?
Het uitvoeren dan de aanbevelingen is één van de vijf deelprojecten onder Project Orville. Vanuit het Ministerie van JenV is hiervoor geld beschikbaar gesteld uit het ondermijningsfonds. Dit zal de opvolging alleen niet volledig dekken. Ten aanzien van het missende budget wordt nader overleg gevoerd met de private partners op Schiphol. De gemeente Haarlemmermeer hoeft op dit moment geen financiële bijdrage te leveren aan de aanpak van ondermijning op Schiphol anders dan de ambtelijke inzet. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Burgemeester Schuurmans-Wijdeven is binnen het college eerste aanspreekpunt voor de aanpak van ondermijning in de gemeente. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
Het Ondermijningsbeeld Schiphol heeft de status '(departementaal) vertrouwelijk'. Deze status kennen wij niet binnen de gemeente maar omdat het een integraal rapport is die door meerdere partners is opgesteld is er voor gekozen deze definitie te hanteren. Wij hebben daarom besloten om geheimhouding op te leggen. Dit betekent dat na behandeling in de raad de geheimhouding niet bekrachtigd wordt door de raad zodat het stuk daarna openbaar is. Er wordt geen gebruik gemaakt van een actieve communicatiestrategie. In samenwerking met de Netwerkgroep Communicatie van de Werkgroep Integere Luchthaven (vallend onder de stuurgroep BPVS) en het BPVS-woordvoerdersoverleg wordt een Vragen en Antwoorden lijst opgesteld voor het moment waarop de status '(departementaal) vertrouwelijk' vervalt. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
De raad wordt eenmaal per jaar geïnformeerd over de opvolging van de aanbevelingen die voortkomen uit het Ondermijningsbeeld Schiphol. 4. Ondertekening
V
V
Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
Anton van Wijk Edward van der Torre Gerine van Barneveld Joey Wolsink
Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
Anton van Wijk Edward van der Torre Gerine van Barneveld Joey Wolsink
Colofon In opdracht van Gemeente Haarlemmermeer / Stuurgroep Aanpak Ondermijning Bureau Beke Anton van Wijk, Gerine van Barneveld en Joey Wolsink Lokale Zaken Edward van der Torre Met medewerking van Juno van Esseveldt, Marcel Grotens, Lisa Klein Haneveld, Rebecca Rijnink (Bureau Beke), Maaike Heijkoop, Jimmy Maan (Lokale Zaken) en Pieter Tops (Politieacademie)
Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol © 2020 Bureau Beke, Arnhem Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print or other means without written permission from the authors
ISBN 978-94-92255-38-9
Inhoud
Infographic: Ondermijningsbeeld Schiphol april 2020 8
Samenvatting 11 Voorwoord 47 Inleiding en onderzoeksvragen 49 1 Opzet en uitvoering van het onderzoek 53 1.1 Literatuur, documenten en data-analyse 53 1.2 Interviews 54 1.3 Werkbezoeken en observaties 57 1.4 Bedrijvenscan 57
2 Literatuuroverzicht en afbakening 61 2.1 Ontwikkeling van het concept ‘ondermijning’ 61 2.2 Ondermijning gedefinieerd 63 2.3
Ondermijning op logistieke knooppunten: casus Rotterdamse haven 64
2.3.1
Logistieke bottlenecks 65
2.3.2
Kwetsbare locaties 68
2.3.3
Kwetsbare sectoren 69
2.4
Ondermijning in relatie tot Schiphol: een nadere conceptualisering 71
3 Het Schipholnetwerk: sleutelactoren 75 3.1
Commissie Oord: impuls voor de publiek-private veiligheidsorganisatie 75
3.2
Gemeente, OM en RIEC: ondermijningsaanpak onder bijzondere
omstandigheden 77 3.3 Douane: complexe risicobeheersing 80 3.4 Koninklijke Marechaussee 85 3.5 Private actoren 90 3.5.1
Schiphol Group 90
3.5.2
Werkgelegenheid op Schiphol 93
4 Ondermijning: netwerkstrategie en coalities 99 4.1 Netwerk-strategie 99
4.2 Coalities 104 4.2.1
Het CargoHarc-team 105
4.2.2
Het Samenwerkingsverband Liquide Middelen 106
4.2.3
De Werkgroep Integere Luchthaven 106
4.2.4
Project Orville 107
4.2.5
Het samenwerkingsverband RIEC 109
4.2.6
Het Post Interventieteam 109
5
Ondermijning op Schiphol: geregistreerde omvang 111
5.1 Drugssmokkel 111 5.2 Mensenhandel en -smokkel 117 5.3 Smokkel van liquide middelen en witwassen 118 5.4 Overige smokkelvormen 121 5.4.1
Geneesmiddelen 121
5.4.2
Tabak en alcohol 122
5.4.3
Namaakgoederen 124
5.4.4
Wapens en strategische goederen 125
5.5 Ladingdiefstal en mobiel banditisme 128 5.6 Criminaliteit met ondermijnende kenmerken 128 5.6.1
Diefstal uit de onderhoudshangars 128
5.6.2
Diefstal uit ingecheckte bagage 130
5.6.3
Taxiproblematiek 131
6 Aard van ondermijning op Schiphol 135 6.1 Drugssmokkel: routes per drugssoort 135 6.2 Drugssmokkel via de passagiersstroom 143 6.3 Drugssmokkel via de bagagestroom 149 6.4 Drugssmokkel via de vrachtstroom 153 6.5
Drugssmokkel via de poststroom: brieven en pakketten 161
6.6 Mensenhandel en -smokkel 165 6.7 Smokkel van liquide middelen en witwassen 166 6.8 Overige smokkelvormen 168 6.8.1
Geneesmiddelen 168
6.8.2
Tabak 169
6.8.3
Namaakgoederen 170
6.8.4
Anabolen 172
6.8.5
Wildlife 173
6.9 Diefstal 173 6.9.1
Lading- of vrachtdiefstal 173
6.9.2
Mobiel banditisme 175
6.9.3
Diefstal uit de onderhoudshangars 176
6.9.4
Diefstal van ingecheckte bagage 177
6.10
Fraude 179
6.10.1 Creditcardfraude 179 6.10.2 Interne KLM-fraude 180 6.10.3 Ticketfraude 180 6.10.4 Factuurfraude 180 6.10.5 Witwassen en andere criminaliteitsvormen 181
7 Criminele kansen op Schiphol 185 7.1 Kwetsbare locaties 185 7.1.1
De bagagekelders 185
7.1.2
De afhandelloods(en) 188
7.1.3
Cameratoezicht: blindspots in beveiligde gebieden 188
7.1.4
Schiphol-Oost 189
7.2 Kwetsbare goederen- en passagiersstromen 194 7.3 Structurele kwetsbaarheden 199 7.3.1
Kwetsbare branches en beroepen 199
7.3.2
Horizontaal toezicht 203
7.3.3
Douanecontroles: dilemma’s en criminele kansen 207
7.3.4
Grenzen aan de opsporing 211
7.4 Kwesties rondom de Schipholpas 213 7.5 Integriteit 217
8 Bedrijvenanalyse op en rond Schiphol 223 8.1 Aantal bedrijven 223 8.2 Methodiek 224 8.2.1
Risicovolle branches 225
8.2.2
Openbare bronnen 228
8.2.3
Verdiepende analyse 230
8.3 Bedrijvenanalyse op vijf locaties 230
9
Van strategie naar aanbevelingen: inzicht en slagkracht 245
9.1 Netwerkstrategie: beperkingen en uitdagingen 245 9.2 Van strategie naar doorbraak en blijvende actie 249
10 Methodologische beschouwing 255 Geraadpleegde bronnen 259 Gebruikte afkortingen 269 Bijlagen 271
Ondermijningsbeeld Schiphol ^ 327 directe vliegbestemmingen
Criminele kansen ^ Kwetsbare locaties
^ > 70 mln passagiers + grote hoeveelheid bezoekers
^ 1,72 mln ton vracht ^ Kwetsbare goederenen passagiersstromen ^ Honderden bedrijven, groot winkelcentrum en een NS-station
^ ± 300.000 banen ^ ± 30 mld bijdrage aan BNP
Onderzoek Aanleiding Opdracht gemeente Haarlemmermeer/ Stuurgroep Aanpak Ondermijning ^ Onderzoek naar ondermijnende activiteiten die verband houden met luchthaventerrein Schiphol
Doel ^ Zicht op aard en omvang ondermijning op de luchthaven ^ Aanbevelingen voor publiek-private partners
Betrokkenen ^ Douane, Gemeente Haarlemmermeer, Koninklijke Marechaussee, Openbaar Ministerie, RIEC Noord-Holland, KLM, Schiphol Group ^ 109 respondenten van vele publiek-private partners op de luchthaven
^ Kwetsbare branches en beroepen Service
Schiphol april 2020 Hoofdconclusies ^ Veiligheidsbeleid primaire focus beveiliging burgerluchtvaart ^ Integrale aanpak in handen van klein aantal professionals, waardoor het nu niet mogelijk is om noodzakelijke doorbraken te realiseren ^ Logistieke en bedrijfsmatige infrastructuur benut door criminelen en Schipholpashouders worden betrokken bij criminele activiteiten (criminele infiltratie) ^ Criminele infiltratie bedreigt de veiligheid op de werkvloer en van de burgerluchtvaart ^ Drugssmokkel/ (internationale) georganiseerde drugscriminaliteit) belangrijkste ondermijnende criminaliteitsprobleem ^ Andere ondermijnende criminaliteitsproblemen zijn: mensenhandel en -smokkel, smokkel van liquide middelen/illegale geneesmiddelen/ anabolen/tabak/namaakgoederen/wild-life en (georganiseerde) diefstal, fraude en witwassen
^ Grenzen aan horizontaal toezicht, douanecontroles en opsporing
Goods to declare
^ Kwetsbaarheden gerelateerd aan de Schipholpas
Aanbevelingen ^ Herijk het integrale perspectief op veiligheid Versterking bewustwording en strategische steun ^ Creëer condities om criminele infiltratie te bestrijden Geleend gezag, vrijgemaakt budget en besef van urgentie
^ Bedrijven (kunnen faciliterende rol spelen bij criminele activiteiten)
^ Geef verder gestalte aan de locatie-, brancheen bedrijvengerichte aanpak Prioriteit voor Schiphol Oost, de bagagekelders en de schoonmaak- en cateringbranche ^ Ontwikkel een Schiphol veiligheidsmonitor Breng informatie op ondubbelzinnige wijze bijeen ^ Organisatorische opdrachten: awareness, meldingen en netwerkvorming Trainingen en een meldpunt voor signalen Service
^ Geef gestalte aan audits Aandacht voor interactie met betrokken organisaties
Samenvatting
Inleiding Schiphol levert een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Er zijn in 2018 ruim zeventig miljoen passagiers vervoerd, plus een vrachtvolume van 1,72 miljoen ton. Er zijn ongeveer een half miljoen vliegbewegingen genoteerd met 327 directe bestemmingen vanaf Schiphol. Schiphol telt onder meer een groot winkelcentrum, een treinstation, honderden bedrijven en een grote stroom bezoekers. Schiphol is een omvangrijk knooppunt tussen Nederland en de rest van de wereld, het voorziet in tienduizenden banen en levert dertig miljard euro bij aan het bruto nationaal product. De uitstekende faciliteiten die Schiphol biedt, zijn dus een belangrijke impuls voor de economie. Echter, de illegale economie – de georganiseerde criminaliteit – profiteert hier ook van. Er zijn door het ministerie van Justitie en Veiligheid, vanuit het landelijke ondermijningsfonds, zogenoemde incidentele versterkingsgelden beschikbaar gesteld ter verbetering van de aanpak van ondermijning op Schiphol. De veiligheidstaak op Schiphol is veelzijdig en ligt in handen van talrijke publieke en private instanties met ieder hun taak en daaraan verbonden kennis en belangen. Het garanderen van de veiligheid van het vliegverkeer en van passagiers heeft topprioriteit, mede vanwege een al lang bestaande terreurdreiging in het internationale vliegverkeer.
Het is belangrijk en interessant om te bezien hoe dit zich vandaag de dag verhoudt tot (de aanpak van) ondermijning. Er bestaan verschillende definities van ondermijning. De rode draad in veel omschrijvingen betreft de nadruk op schadelijke gevolgen van georganiseerde criminaliteit, namelijk de aantasting van de formele of informele werking van de samenleving. Dit is abstract, maar het wordt – zo benadrukken veel respondenten – al snel concreet ten aanzien van Schiphol. Ondermijning wordt in de context van deze mainport gezien als criminaliteit waarbij Schipholpashouders betrokken zijn en misbruik maken van hun positie of bevoegdheden. Daarnaast
Samenvatting 11
zien de onderzoekers dat de logistieke en bedrijfsmatige infrastructuur op de luchthaven structureel in georganiseerd verband wordt misbruikt, zonder dat daar Schipholpashouders bij betrokken zijn. Dit wordt eveneens aangemerkt als ondermijning. Het ondermijningsbeeld Schiphol geeft antwoord op onderzoeksvragen die zijn gericht op de volgende thema’s: 1. de organisatie en strategie van toezicht, handhaving en opsporing op Schiphol 2. de aard van de ondermijning en de criminele kansen die daarbij worden benut 3. de omvang van de ondermijnende criminaliteit 4. een verkennende analyse van bedrijven op en rondom Schiphol 5. aanbevelingen Het ondermijningsbeeld Schiphol is gebaseerd op een literatuurstudie, documentenanalyse, analyse van kwantitatieve data, vier werkbezoeken (luchthaven beveiligde gebieden), observaties op voor het publiek toegankelijke locaties en (groeps-)interviews met in totaal 109 respondenten. Voorts is, omdat tijdens de interviews bleek dat de bedrijven op en rondom Schiphol wat ondermijning betreft een blinde vlek waren, een verkennende scan uitgevoerd naar indicaties die wijzen op mogelijke ‘niet-pluis’-bedrijven. Deze samenvatting presenteert de belangrijkste bevindingen. In paragraaf 1 worden de hoofdconclusies van het rapport besproken. Paragraaf 2 gaat in op de organisatie en strategie van toezicht, handhaving en opsporing op Schiphol.
Paragraaf 3 gaat over de aard en omvang van de (ondermijnende) criminaliteitsvormen op de luchthaven Schiphol. In paragraaf 4 volgt een bespreking van de criminele kansen op de luchthaven. Paragraaf 5 beschrijft de verkennende analyse van bedrijven op en rondom Schiphol. Ten slotte sluit paragraaf 6 af met aanbevelingen.
1 Hoofdconclusies Op basis van de bevindingen van het ondermijningsbeeld Schiphol, zijn de volgende hoofdconclusies geformuleerd: 1. Bij het veiligheidsbeleid op Schiphol ligt de focus van oudsher op de beveiliging van de burgerluchtvaart en op controle van goederen die de EU-grens passeren, mede om daarmee drempels op te werpen voor (georganiseerde) criminelen. Dagelijks geven honderden publieke en private professionals gestalte aan deze beveiliging. Criminele netwerken zoeken naar manieren
12 Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
om de beveiliging en controles te omzeilen, onder meer door te infiltreren onder Schipholpashouders met toegang tot delen van het beschermde of beveiligde luchthavengebied. Dit kan leiden tot verhoogde kwetsbaarheid van de pashouders. 2. De drugssmokkel is volgens bronnen het belangrijkste ondermijnende criminaliteitsprobleem op Schiphol. Het gaat hier voornamelijk om (de invoer van) cocaïne en (de uitvoer van) synthetische drugs. Tegelijkertijd moeten andere zaken, zoals georganiseerde diefstal of de faciliterende rol van bedrijven op en rond Schiphol niet uit het oog worden verloren. De vele verdachte transacties (volgens opgave FIU) van tientallen miljoenen euro’s die van bedrijven op en rond Schiphol afkomstig zijn, vormen een belangrijk signaal dat hier in de aanpak verder op geïnvesteerd moet worden. 3. De ondermijnende criminaliteit vindt plaats op verschillende locaties (o.a. Schiphol Oost, het platform, de afhandelloodsen, de onderhoudshangars en in de bagagekelders) en bij verschillende branches (o.a. schoonmaak, catering, (bagage)afhandeling, en onderhoud) wordt geïnfiltreerd. De omvang van deze criminele infiltratie op deze locaties en bij deze branches is niet bekend, maar wel de casus en de gehanteerde werkwijzen (zie paragraaf 3 in deze samenvatting en hoofdstuk 7 in het rapport). 4.
Het beveiligingsregime kent elementen die worden benut door georganiseerde criminelen: a.) veiligheidscontroles zijn sterk gericht op personen die het beveiligde luchthavengebied (airside) betreden (terwijl betrokken Schipholpashouders goederen naar buiten smokkelen); b.) op basis van haar wettelijke taak en (in relatie met acht departementen) geformuleerde prioriteiten ligt de focus van de Douane op binnenkomende goederenstromen (terwijl criminelen ook smokkelen vanaf de luchthaven Schiphol) en op goederen die binnenkomen van buiten de Europese Unie (terwijl smokkelroutes ook lopen via vaak minder goed beveiligde Europese luchthavens naar Schiphol); c). het gaat daarnaast om andere kwetsbaarheden, zoals gebrekkige toegangscontrole en ontbrekende uitgangscontrole op Schiphol Oost, snelle toegang tot de airside met een Privium-pas en beperkingen aan het systeem van de zogenoemde Schipholpas (pashouders kunnen bijvoorbeeld ook buiten werktijd de airside bezoeken). 5. De criminele infiltratie is een bedreiging voor de veiligheid van: a.) de Schipholpashouders, vanwege criminele intimidatie op de werkvloer, en b.) de burgerluchtvaart, omdat criminele netwerken toegang hebben tot vliegtuigen, bagage en luchtvracht.
Samenvatting 13
6. De integrale aanpak van ondermijning ligt voornamelijk in handen van een klein aantal professionals op beleidsniveau, waardoor het nu niet mogelijk is om – met name bij het bestrijden van de criminele infiltratie – noodzakelijke doorbraken te realiseren.
2 Organisatie en strategie Bijzondere kenmerken van Schiphol – met name de enorme stroom van passagiers, vracht en bagage, maar ook de grote hoeveelheid bezoekers, winkels en bedrijven – werken door in het perspectief op veiligheid. Het veiligheidsbeleid is deels gebiedsgericht, maar ook grensoverschrijdend en gericht op internationale risico’s, zoals terrorisme en ondermijnende criminaliteit. De veelzijdige veiligheidstaak op luchthaven Schiphol leidt tot een beleidsnetwerk van talrijke publieke en private instanties met ieder hun taak en daaraan verbonden kennis en belangen. Kernpartners bij de aanpak van ondermijning zijn het Openbaar Ministerie (verder OM), de Koninklijke Marechaussee (verder KMar), de Douane, FIOD, Schiphol Group, de KLM, de gemeente Haarlemmermeer en het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Noord Holland (verder RIEC NH). Sinds de Commissie Toegangsbeheer Schiphol in 2005 (verder commissie Oord) wordt gestreefd naar integraal risicobeheer, waarbij criminaliteitsbestrijding wordt gekoppeld aan de beveiliging van de burgerluchtvaart. Het rapport van de commissie Oord resulteerde in de oprichting van het besturingsmodel Beveiliging en Publieke Veiligheid Schiphol (verder BPVS). In het Platform BPVS worden betrokken publieke en private instanties vertegenwoordigd door een topfunctionaris.
Op het tweede niveau functioneert een stuurgroep BPVS met functionarissen op strategisch niveau. In dit veiligheidsnetwerk wordt al lange tijd een klassieke veiligheidsstrategie gevolgd. Die strategie heeft gunstige effecten, maar loopt tegen grenzen aan bij de aanpak van ondermijning. Drie klassieke benaderingen leveren, hoewel de beperkingen in beeld komen, een belangrijke bijdrage aan de veiligheid van Schiphol: 1. Er bestaat een positieve relatie tussen een groot aantal maatregelen dat is gericht op luchtvaartbeveiliging en misdaadbestrijding, ook al hebben die maatregelen primair het oogmerk om aanslagen op vliegtuigen en passagiers te voorkomen. De beveiliging kreeg in 2005 een impuls door het rapport van de commissie Oord. Die commissie drong aan op inspecties om zwakke plekken in die beveiliging systematisch in kaart te brengen. Belangrijke beperking: de aandacht voor beveiliging stimuleert criminelen
14 Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
om de beveiliging te omzeilen, onder meer door systematisch gebruik te maken van Schipholpashouders. 2. Er bestaat (ook) een positieve relatie tussen aan de ene kant douanecontroles van goederen en bagage en aan de andere kant criminaliteitsbestrijding. De Douane corrigeert de bias in de beveiliging door middel van permanente analyses en controles van goederen en passagiers(-bagage) die op Schiphol de EU-buitengrens passeren. De Douane combineert horizontaal toezicht (zelfcontrole van bedrijven en monitoring en certificering van bedrijven die minder vaak administratief gecontroleerd worden) met verticaal toezicht (allerhande controles, gebaseerd op zogenoemde risicoprofielen). Belangrijke beperking: criminele netwerken hebben helpende handen onder Schipholpashouders. Deze pashouders beschikken over kennis van de fysieke omgeving en van logistieke processen, alsook van de werkwijzen van Douane, KMar en beveiliging. Dit blijft in stand als verboden goederen worden onderschept. 3. Opsporingsonderzoeken door de KMar en door het CargoHarc-team dragen bij aan de bestrijding van drugscriminaliteit en andere delicten. Belangrijke beperking: de onderzoeken blijven vaak beperkt tot uitvoerders en regelaars. De onderzoeken, arrestaties en veroordelingen verstoren de criminele kansenstructuur op en rondom Schiphol in beperkte mate.
Criminele uitvoerders kunnen worden vervangen en organisatoren en financiers worden vaak niet strafrechtelijk vervolgd. De genoemde beperkingen van klassieke benaderingen hangen vooral samen met het (overwegend) monodisciplinaire karakter van – belangrijke en onmisbare – douanecontroles en opsporingsonderzoeken. Respondenten denken ook dat het overheidsoptreden (op onderdelen) te voorspelbaar is geworden voor criminelen. Deze inzichten hebben in de afgelopen jaren geleid tot strategievernieuwing bij de aanpak van ondermijning: 1. De aanpak van ondermijning vraagt om interventies in het logistieke proces op Schiphol, zodat er barrières worden opgeworpen voor criminelen. Het uitgangspunt daarbij is inzicht in criminele werkwijzen en in criminele kansen; niet zozeer op basis van registraties, maar vooral op basis van kennis en ervaring van professionals. Het zogenoemde project Orville prioriteert de analyses en aanpak van drugscriminaliteit. Toezicht en controle moeten ook flexibel en onverwachts worden gericht op risicovolle objecten, subjecten en locaties. Belangrijkste uitdaging: met maatwerk – branche voor branche en locatie voor locatie – barrières opwerpen, zodat
Samenvatting 15
de criminele speelruimte afneemt. De Werkgroep Integere Luchthaven (WIL) geeft gestalte aan de branchegerichte publiek-private aanpak van criminele kansen in het logistieke proces met prioriteit voor de schoonmaakbranche en catering. Belangrijke locaties voor een gerichte aanpak zijn onder meer de bagagekelders, Schiphol Oost en de afhandelloodsen. 2. Vanwege de criminele infiltratie wordt gestreefd naar het versterken van de integriteit van Schipholpashouders. De belangrijkste maatregelen zijn screening, het systeem van de Schipholpas, allerhande gelegenheidsbeperkende maatregelen, awareness-trainingen, inzet van bedrijfsrecherche, inventarisatie van kwetsbare functies (als opmaat voor onder meer extra achtergrondonderzoeken en roulatie) en meldpunten. Belangrijkste uitdaging: doorbreken van de gesloten wereld van het personeel (de Schipholpashouders) op kwetsbare locaties en bij kwetsbare branches, omdat hier de infiltratie het meest (gemakkelijk) gestalte krijgt. 3. Het Schiphol-netwerk op het terrein van veiligheid telt te veel actoren om, waar dat nodig is vanwege concrete criminele kansen, te komen tot gemeenschappelijke actie(s). Dat is ook niet nodig en daarom wordt gezocht naar coalities van publieke en private partijen die tijd, middelen en kennis investeren in concrete maatregelen.
Er zijn lang bestaande structurele samenwerkingsverbanden (het CargoHarc-team en het Samenwerkingsverband Liquide Middelen) en sinds 2016 bestrijdt het Post Interventie Team (PIT) gericht drugszendingen die in post en pakketten naar en vanuit Nederland worden verzonden.1 Om de onder punt 4 en 5 geformuleerde ambities in de praktijk te brengen, ligt het voortouw bij project Orville. Eén onderdeel van dit project, namelijk de branchegerichte aanpak van criminele kansen, ligt in handen van de Werkgroep Integere Luchthaven. Belangrijkste uitdaging: het vraagstuk van ondermijning ontleden in kansrijke deelopdrachten die ter hand worden genomen door professionals, die beschikken over de noodzakelijke middelen, vaardigheden, kennis én, waar nodig, steun en medewerking vanuit bestaande organisaties en de strategische top. Het project Orville en de Werkgroep Integere Luchthaven dienen echter met (te) weinig vrijgemaakte mensen en middelen een impuls te geven aan de aanpak van ondermijning op een unieke locatie met tienduizenden medewerkers en een gigantische stroom goederen en passagiers (zie hoofdstuk 4 in het rapport). Dit is niet voldoende om noodzakelijke doorbraken te realiseren: de aanbevelingen (zie paragraaf 6 in deze samenvatting) zijn erop gericht om dit mogelijk te maken.
16 Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
3 Verschijningsvormen: de aard en omvang van ondermijning op en rond Schiphol In deze paragraaf worden de belangrijkste vormen van ondermijnende criminaliteit op en rond Schiphol besproken. Een opmerking vooraf: vaak spelen niet-integere Schipholpashouders een cruciale rol in het faciliteren van de ondermijnende criminaliteit. De integriteitskwesties kunnen op iedere Schipholpashouder betrekking hebben.
3.1 Drugscriminaliteit Wat betreft ondermijnende criminaliteit is (internationale) georganiseerde drugscriminaliteit het grootste probleem. Criminele drugsnetwerken investeren (sociaal en financieel) in infiltratie op Schiphol. Met name via Schipholpashouders die werkzaamheden verrichten op operationeel niveau en die (vaak op tamelijk eenvoudige wijze) vanuit deze posities cruciale diensten en/of informatie leveren (zie onder andere hoofdstuk 7 in het rapport). Criminele Schipholpashouders maken gebruik van grondige kennis van de fysieke omgeving en van werkprocessen op Schiphol, alsook van toegang tot (beveiligde) gebieden. Het is niet bekend hoeveel Schipholpashouders crimineel actief (kunnen) zijn. Het gaat om uiteenlopende functies, processen, organisaties en locaties, waardoor ondermijnende drugscriminaliteit op Schiphol een groot geografisch bereik heeft en is ingebed in dagelijkse arbeidsroutines. Toegang tot Schiphol is letterlijk veel waard voor georganiseerde criminelen. Wie duurzaam infiltreert in de logistieke processen op Schiphol kan steeds weer concrete criminele projecten opzetten en uitvoeren. De gemiddelde drugszending via Schiphol is weliswaar (lang) niet zo omvangrijk als in zeecontainers, maar de opbrengsten van systematische drugscriminaliteit zijn hoog.
Het overgrote deel van de op Schiphol aangetroffen drugs wordt volgens de respondenten – getuige de hoeveelheden, taakspecialisatie en/of professionaliteit van de gehanteerde smokkeltechnieken – gesmokkeld door criminele netwerken. Vanwege de mainport-functie van Schiphol opereren die netwerken internationaal en (redelijk) goed georganiseerd. Immers, op het traject vanuit het bronland naar het bestemmingsland dienen – afhankelijk van de precieze werkwijze – talrijke criminele taken te worden volbracht: preparatie van de drugszending, ronselen en instrueren drugskoeriers, ronselen van Schipholpashouders voor informatie of (andere) criminele diensten, plaatsing van de drugszending in de bagage- of vrachtstroom, de drugszending op de luchthaven van bestemming uit de bagage- of vrachtstroom laten halen door Schipholpashouders, de drugszending ongemerkt de controles laten passeren, de drugskoerier ophalen
Samenvatting 17
en, niet in de laatste plaats, alle betrokkenen instrueren en positioneren op de juiste tijd en locatie. Dit vergt (internationale) organisatie en heeft geleid tot specialisatie bij criminele drugsnetwerken. Deze netwerken kennen verschillen lagen, van financier, via organisatoren naar uitvoerders. Respondenten constateren interne afscherming, in die zin dat uitvoerend criminele Schipholpashouders worden ingezet door een criminele (oud-)collega, zonder dat ze op de hoogte zijn van (namen van personen in) de organisatie. Ze leveren alleen nog, zo lijkt het althans vaak te gaan, veiliggestelde drugs in bij een ‘afhaler’ die ze (van gezicht) leren kennen. De professionaliteit en flexibiliteit van drugssmokkel via Schiphol komen tot uitdrukking in vernuftige verbergtechnieken en versluieringsmethoden. Drugs worden op allerhande manieren verborgen, onder meer in producten, verpakkingen, vervoersmiddelen en voorwerpen. Het kan worden verstopt tussen, achter of in een deklading. Drugs of grondstoffen kunnen worden geïmpregneerd of opgelost, al worden ook eenvoudige technieken nog altijd gebruikt: doorslikken, in het lichaam duwen of op het lichaam plakken. Drugs worden gemaskeerd door ze chemisch te bewerken, bijvoorbeeld om geuren te verbergen.
Soms komt aan het licht dat criminelen lang hebben gewacht alvorens ze een transportlijn benutten voor smokkel om zo eerst de indruk te wekken dat het gaat om integere vrachten. Er worden documenten vervalst of er worden gestolen documenten gebruikt om de indruk te wekken dat de zendingen integer zijn. Er valt volgens experts letterlijk een dik boek te schrijven over alle technieken en methoden, waarbij opvalt dat er steeds meer tijd en geld wordt geïnvesteerd in het prepareren van drugszendingen. Toch keek een topexpert nog even vreemd op toen een leverancier van scanapparatuur vertelde dat het duurste en meest innovatieve exemplaar zojuist was besteld door een Zuid-Amerikaans bedrijf uit een gekende ‘risicosector’. Het leek te bevestigen wat al langer werd vermoed: topcriminelen testen met de allerbeste apparatuur. Het onderzoeksmateriaal wijst uit dat drugs worden gesmokkeld via verschillende ‘stromen’, namelijk: a. De passagiersstroom. Koeriers smokkelen drugs in het lijf (de ‘slik- of duwmethode’), op het lijf (drugs tegen het lichaam aan vervoeren of impregneren in kleding) of bij het lijf (koeriers vervoeren drugs in handbagage). Dergelijke smokkelaars worden voornamelijk geconstateerd op routes vanuit Afrika of het Caribische gebied. Koeriers worden – om de drugs veilig te stellen – (bijna altijd) op Schiphol opgehaald door een crimineel.
Criminele organisaties uit (de omgeving van) Amsterdam, Rotterdam en
18 Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
Den Haag leggen zich volgens respondenten toe op drugssmokkel via koeriers. b. De bagagestroom.2 Drugs worden zonder gebruik van een koerier gesmokkeld in ruimbagage, vaak in een koffer. Hierbij wordt een uitgebreid pallet van verberg- en versluieringstechnieken toegepast. Medewerking van Schipholpashouders is noodzakelijk, in elk geval op de luchthaven waarop wordt gevlogen, om de drugszending uit de bagagestroom te halen en vervolgens van airside naar landside te (laten) brengen. De bagage met drugs dient niet op te vallen, maar moet wel herkenbaar zijn voor betrokken pashouders. Drugssmokkel via de bagagestroom vergt meer organisatie dan smokkel door passagiers, vooral omdat Schipholpashouders – te midden van een omvangrijke bagagestroom – de drugszending op precies het juiste tijdstip en op de goede locatie moeten onderscheppen. De Douane en de KMar registreren de bevindingen van de passagiers- en bagagestroom in één gezamenlijk bestand. Een analyse van dit bestand wijst uit dat dat in 2016, 2017 en 2018 respectievelijk 495, 517 en 642 bevindingen zijn gedaan van drugszendingen in de passagiers- en bagagestroom.3 De meeste onderschepte ladingen hebben betrekking op cocaïnezendingen.4 Daarnaast gaat het om qat, cannabis, heroïne en XTC (zie tabel 1). Onder de categorie ‘overige’ vallen zendingen die niet nader zijn gedefinieerd in de ontvangen registraties.
Tabel 1: Aantal onderschepte drugszendingen naar soort en jaar in de passagiers- en bagagestroom 2016 (n=495)
2017 (n=517)
2018 (n=642)
Soort drug
n
%
n
%
n
%
Cocaïne
459
93%
382
74%
548
85%
Cannabis
6
1%
7
1%
8
1%
Qat
16
3%
77
15%
43
7%
Heroïne
7
1%
30
6%
30
5%
XTC
2
0%
5
1%
8
1%
Overige
6
1%
17
3%
7
1%
Bron: Douane-KMar
Samenvatting 19
c. De vrachtstroom. Bij drugssmokkel via de vrachtstroom dient onderscheid te worden gemaakt tussen gemanifesteerde vracht (genummerde vrachtzendingen die worden verstuurd met een vrachtbrief) en ongemanifesteerde vracht (waarbij drugs op allerhande plaatsen in het vliegtuig worden verstopt: ‘in alles wat open kan’). Gemanifesteerde vracht betreft reguliere en geregistreerde zendingen die kunnen worden verstuurd door bonafide bedrijven, maar ook door dekmantelbedrijven, die met het oog op drugscriminaliteit zijn opgezet, al is de kans relatief groot dat dit laatste wordt opgemerkt door de Douane. Respondenten wijzen op uiterst geavanceerde smokkelmethoden (verbergen en versluieren) door internationale criminele organisaties in het topsegment via gemanifesteerde vracht, onder meer via geijkte zendingen, zoals bloemen. Dergelijke criminaliteit is gericht op smokkel ‘door de controle heen’, in die zin dat drugs bij x-ray-scans niet worden opgemerkt, maar louter bij schaarse en tijdrovende fysieke controle. Eenvoudige smokkel via gemanifesteerde vracht blijft voorkomen, zoals drugspakketten die simpelweg tussen de vracht liggen. Als de drugs ‘door de controle heen’ wordt gesmokkeld, zijn er (in principe) geen Schipholpashouders nodig om de drugs veilig te stellen. Het veilig stellen gebeurt dan buiten Schiphol, bijvoorbeeld bij een logistiek bedrijf of bloemenhandel.
Bij smokkel via ongemanifesteerde vracht worden de drugs ‘kaal’ (niet genummerd of geregistreerd) in het vliegtuig verstopt. Daarbij worden grofweg drie werkwijzen toegepast: a.) smokkel in geprepareerde AKE-containers of in ULD- of PMC-pallets5; b.) smokkel via postzakken6; c.) drugs verstoppen in het passagiersgedeelte of technische deel van het vliegtuig. Bij deze laatste methode zijn bijna per definitie Schipholpashouders betrokken bij het veiligstellen van de drugs, zoals cateringmedewerkers, schoonmakers, onderhoudspersoneel, chauffeurs (van high loaders, waterwagens, tankwagens of vuilniswagens) of aircrew. Het plaatsen en uithalen van drugs vergt organisatie: zicht en/of invloed op de roosters van Schipholpashouders om (bereidwillige) criminele actoren op de juiste tijd en plaats te positioneren; informatie-uitwisseling tussen criminelen in bron- en bestemmingsland over de precieze locatie van de verstopte drugszending; het ronselen, instrueren en controleren van de ‘uithalers’. De zogenoemde next move-methode vergt informatie over de planning van vluchten met een bepaald vliegtuig. De drugs worden dan niet - vanwege extra alertheid van overheidsorganisaties - veilig gesteld
20 Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
direct na een vlucht uit een risicoland, maar pas als hetzelfde vliegtuig vanuit een niet-risicoland weer op Schiphol vliegt. d. De poststroom. Bij drugssmokkel via de poststroom worden diensten voor het verzenden van brieven en pakketten, zoals geschenk- en koerierszendingen, misbruikt. Deze vorm van drugscriminaliteit wordt geconstateerd (zie tabel 2), maar de precieze criminele werkwijzen zijn in veel opzichten een blinde vlek. Synthetische drugs (xtc en amfetamine) worden in hoge mate aangetroffen in de poststroom vanaf Schiphol. Dat geldt ook voor de meerderheid van de in de poststroom onderschepte cannabis. Cocaïne, heroïne en qat wordt vooral onderschept in de poststroom naar Schiphol. De internationale drugshandel per poststroom heeft een impuls gekregen door criminelen die als zogenoemde vendor het darkweb gebruiken om drugs te verkopen met bitcoin als betaalmiddel. Er is mondiaal veel vraag naar in Nederland geproduceerde xtc en amfetamine vanwege de goede (reputatie wat betreft) prijs, kwaliteit en levering.7 Wat betreft drugssmokkel per luchtvracht (inclusief post) zijn kwantitatieve gegevens beschikbaar gesteld door Douane en KMar. In dit bestand zijn verschillende typen luchtvracht te onderscheiden, zoals tabel 2 laat zien. Het merendeel van de luchtvrachtzendingen waarin verdovende middelen werd aangetroffen, betreft postpakketten.
In de drie jaar waarover registraties zijn ontvangen, gaat het om ruim 2.200 postpakketten. Ook geschenkzendingen van en naar Suriname scoren hoog. Tabel 2: Aantal onderschepte drugszendingen naar type zending in de vracht- en poststroom (2016-2018) 2016
2017
2018
Totaal geschenkzendingen
379
688
579
Totaal koerierszendingen
69
60
89
Totaal postpakket8
652
823
764
Totaal gemanifesteerd
24
26
29
Totaal ongemanifesteerd
31
29
16
Onbekend
29
57
48
Totaal
1.184
1.683
1.525
Bron: Douane-KMar
Samenvatting 21
Vanwege de gebruikte analysemethoden is het niet mogelijk om het aantal onderschepte drugszendingen naar soort te onderscheiden voor de verschillende type luchtvrachtzendingen. De bevindingen op de verschillende typen luchtvrachtzendingen tezamen laten zien dat cocaïne de meest onderschepte drugsvorm is in de vrachtstroom, met in totaal 1.807 onderschepte cocaïnezendingen in de periode 2016-2018 (zie tabel 3). Tabel 3: Aantal onderschepte drugszendingen naar soort en jaar in de vracht- en poststroom 2016 (n=1.184)
2017 (n=1.683)
2018 (n=1.525)
Soort drugs
n
%
n
%
n
%
Cannabis
149
13%
149
9%
204
13%
XTC
180
15%
245
15%
331
22%
Cocaïne
453
38%
735
44%
619
41%
Amfetamine
15
1%
9
1%
6
0%
Heroïne
29
2%
36
2%
79
5%
Qat
233
20%
314
19%
133
9%
Overige
139
12%
160
10%
128
8%
Bron: Douane-Kmar
Mede afhankelijk van de gesmokkelde drugssoort, worden verschillende routes gebruikt bij de smokkel van drugs naar de luchthaven Schiphol. Een analyse van aangeleverde bestanden laat de meest voorkomende herkomstlanden van verschillende drugssoorten zien. De analyse onderstreept de belangrijke rol van het Caribische gebied in de smokkelroutes van cocaïne. Het overgrote deel van de onderschepte cocaïnezendingen in de periode 2016-2018 is afkomstig van vluchten vanuit Suriname en Curaçao, met als uitschieters 1.534 zendingen (85%) vanuit Suriname in de vrachtstroom en 545 zendingen (39%) vanuit Curaçao in de passagiersstroom. Verder worden Brazilië en Aruba in de registraties opgemerkt als landen vanwaar cocaïne – via de passagiers- of vrachtstroom – naar Schiphol is gesmokkeld. Uit de literatuur blijkt dat traditionele aanvoerroutes van heroïne naar Europa veelal verlopen via land- of zeetransport en luchtroutes beduidend ondergeschikt
22 Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
zijn.9 Desalniettemin tonen de gedeelde Douane- en KMar-registraties aan dat de invoer van heroïnesmokkel niet uitsluitend via zee- en landtransport wordt georganiseerd. Het merendeel van de onderschepte heroïnezendingen in de vrachten passagiersstroom (i.e. luchtroutes) is afkomstig uit Zuid-Afrika (23%, N=48). Andere herkomstlanden zijn Kenia, Oeganda, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten. Nederland vervult een belangrijke rol in de productie van synthetische drugs. Respondenten leggen uit dat precursoren, nodig voor de productie van amfetamine en MDMA, via diverse smokkelroutes vanuit Azië of Oost-Europa Nederland in worden gebracht. Daarnaast leggen ze uit dat via een uitgaande luchtvrachtstroom volwaardig geprepareerde (XTC-)pillen vanuit Nederland (vanaf Schiphol) of buurlanden worden geëxporteerd naar het buitenland. XTC en Amfetamine zijn tussen 2016 en 2018 het meest onderschept op vluchten vanaf Schiphol (respectievelijk 98%, N=739 en 67%, N=20). Cannabis wordt eveneens veelal gedetecteerd op vluchten vanaf Schiphol.
Ongeveer tweederde (63%, N=314) van de in de luchtvracht onderschepte cannabis in de genoemde tijdsperiode is afkomstig van een vlucht vanaf Schiphol.10 In de passagiersstroom is ruim de helft (52%, N=11) van de onderschepte cannabis afkomstig van Schiphol.11 Andere geregistreerde herkomstlanden van cannabis zijn Nigeria, de Verenigde Staten, Canada en Zwitserland. Qat, ten slotte, blijkt met name afkomstig uit Kenia, met in totaal 262 geregistreerde onderscheppingen in de vracht- en passagiersstroom vanuit dit land (32% van het totaal aantal onderscheppingen qat binnen beide stromen). Andere geregistreerde herkomstlanden zijn India, Nigeria en Zambia (passagiersstroom) en de Verenigde Arabische Emiraten (vrachtstroom).12
3.2 Overige criminaliteit Naast de georganiseerde drugscriminaliteit komen de volgende (georganiseerde) ondermijnende criminele fenomenen (frequent) in beeld, waarbij is opgetekend dat het niet altijd om ondermijnende criminaliteit hoeft te gaan: a. Mensenhandel en -smokkel. Gespecialiseerde KMar-medewerkers zijn alert op indicaties van mensenhandel of mensensmokkel via de passagiersstroom op Schiphol. Er zijn frequent vermoedens over mogelijke seksuele uitbuiting (voornamelijk van vrouwen die afkomstig zijn uit Oost- of Centraal-Europa), maar dit resulteert zelden in een aangifte of aanhouding. Als deze vrouwen (en hun eventuele begeleider) worden aangesproken, blijkt vaak dat hen een goed betaalde baan in de prostitutie is toegezegd. Op dat moment stemmen de vrouwen daarmee in, al is
Samenvatting 23
het de vraag hoe die baan uiteindelijk uitpakt en hoe vrijwillig of (door omstandigheden en/of intimidatie) gedwongen deze instemming is. Ondervraagden zijn vaak terughoudend, mogelijk vanwege wantrouwen jegens politiediensten. Bij vermoedens van mensenhandel wordt informatie verstrekt aan de politie. Over de periode 2015-2018 registreerde het Sluisteam van de KMar enkele tientallen gevallen waar, op basis van verschillende signalen, sprake kan zijn (geweest) van een slachtoffer van mensenhandel. Bij (signalen over) mensensmokkel betreft het voornamelijk vluchtelingen. Een vluchteling kan worden gefaciliteerd door mensensmokkelaars, bijvoorbeeld door hem of haar te voorzien van valse identiteitspapieren of door (gedeeltelijk) mee te reizen. Dit valt in korte tijd in een gesprek op Schiphol nauwelijks te onderzoeken. Het Sluisteam van de KMar registreerde in de periode 2015-2018 enkele tientallen mogelijke slachtoffers van mensensmokkel. Daaruit blijkt dat deze criminaliteit verhardt. Vluchtelingen lopen het risico om tijdens hun reis slachtoffer te worden van fysiek en mentaal geweld. De kans op betrokkenheid van Schipholpashouders bij deze criminaliteit is vandaag de dag gering volgens respondenten. Ongeveer twintig jaar geleden waren er nog geen controleposten met biometrische controle.
Destijds bood dat (ruime) mogelijkheden om ‘de deuren open te houden en mensen mee te sluizen’, van airside naar landside. b. Smokkel van liquide middelen en witwassen. Vooral bij uitgaand verkeer vanaf Schiphol wordt frequent smokkel van liquide middelen geconstateerd. Na drugssmokkel is het waarschijnlijk de meest voorkomende smokkel, mede vanwege een relatie met drugscriminaliteit: contant geld dat in de Nederlandse drugsindustrie is verdiend, wordt naar het buitenland gebracht, zodat het daar kan worden witgewassen. Reizigers mogen in de passagiersstroom maximaal € 10.000 contant meenemen. Boven dat bedrag geldt een aangifteverplichting als de EU-grens wordt gepasseerd. Dit laat onverlet dat een reiziger – vanwege de omgekeerde bewijslast bij witwassen – voor elk bedrag een verklaring moet kunnen geven over de herkomst of bestemming van het geld. Er worden (dan ook) liquide middelen gesmokkeld en verstopt op allerhande manieren, zoals geld in schoenzolen, verborgen in een koffer, ‘ingenaaid’ in kleding en geld inslikken of in het lichaam duwen. Wanneer een reiziger het nalaat om aangifte te doen van bedragen boven de € 10.000, maakt de Douane een proces-verbaal op inzake een
24 Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol
vermoeden van witwassen. Deze processen-verbaal worden geregistreerd door de Douane. Vanaf 2016 nemen de registraties op niet-aangegeven geldbedragen fors toe, zo blijkt uit de registraties. Waar in 2016 473 processen verbaal zijn opgemaakt, betreffen dit er in 2017 en 2018 ruim 1.200. Een deel van de passagiers, bij wie een niet-aangegeven geldbedrag boven de € 10.000 is gedetecteerd, krijgt een transactie aangeboden en kan doorreizen. Voor een ander deel geldt dat de bevinding wordt overgedragen aan het Samenwerkingsverband Liquide Middelen (SVLM). Dit team onderzocht in de jaren 2016 tot 2018 per jaar gemiddeld ongeveer dertig zaken, waarmee bedragen waren gemoeid van ruim 1 miljoen euro (2016) tot bijna 1,5 miljoen (2018).13 De vrachtstroom is bij internationaal vervoer van liquide middelen – ook voor geld dat (ooit) crimineel is verdiend en mogelijk inmiddels valt te verantwoorden c.q. is witgewassen – interessant. Hiertoe bestaan namelijk goede legale mogelijkheden. De vrachtstroom kent vooralsnog geen aangifteverplichting, waardoor onbeperkte hoeveelheden liquide middelen per luchtvracht kunnen worden verstuurd. Een respondent van een waarde-transportbedrijf legt uit dat de mogelijke illegaliteit van een liquide luchtvrachtzending in de private sector wordt bepaald op basis van een fingerspitzengefühl.
Dit resulteert in criminele kansen, al is onduidelijk hoe vaak deze worden benut. Aan de Financial Intelligence Unit (FIU) is in het kader van onderhavig onderzoek gevraagd om een overzicht te maken van verdachte transacties (VT) met betrekking tot Schiphol.14 De FIU heeft voor de jaren 2017 en 2018 een selectie gemaakt van verdachte transacties, waarbij rekening is gehouden met 1) de plaats van uitvoering van de transactie en 2) de vestigingsplaats, het woonadres en/of de postcode van de betrokken partij in het gebied Schiphol Centrum, Schiphol-Rijk en Schiphol-Oost. In totaal registreerde de FIU in de genoemde tijdsperiode 761 verdachte transacties, met een totale waarde van 224 miljoen euro. De FIU vermeldt dat het hierbij gaat om transacties van rechtspersonen in het gebied SchipholCentrum, Schiphol-Rijk en Schiphol-Oost. c. Smokkel van illegale geneesmiddelen. De verboden handel in geneesmiddelen kent een verdienmodel met hoge winstmarges.15 De productie van bepaalde geneesmiddelen lijkt op de productie van synthetische drugs, zoals xtc. Bepaalde middelen en grondstoffen die nodig zijn voor deze drugsproductie, kunnen ook gebruikt worden om medicijnen te maken. De handel in illegale geneesmiddelen is geen opsporingsprioriteit. De
Samenvatting 25
controletaak op in- en uitvoer van (illegale) geneesmiddelen ligt bij de Douane. Er wordt voornamelijk smokkel naar Schiphol geconstateerd. Grondstoffen zijn doorgaans in poedervorm en worden onder meer in verpakkingen van etenswaren gesmokkeld. Grondstoffensmokkel via de poststroom lijkt toegenomen ten opzichte van smokkel via de passagierslijn, mede vanwege de lage pakkans binnen de poststroom. Een opvallende niche op de markt van illegale medicijnen is die van anabole steroïden. Er is in Nederland een tamelijk grote consumentenmarkt, inclusief min of meer openlijke handel in onder meer sportscholen en horeca. Bedrijven voor de handel in voedingssupplementen dienen als dekmantel en witwasfaciliteit. Een categorie criminele organisaties (met name in handen van autochtone Nederlanders) is zowel actief op de markt van synthetische drugs als op die van illegale medicijnen, inclusief anabolen. De Douane houdt gegevens bij van inbeslaggenomen geneesmiddelen bij passagiers- en vrachtstroom. In vergelijking met de jaren 2016-2017 is het aantal in beslaggenomen zendingen in zowel de passagiers- als de vrachtstroom gering. In 2016 en 2017 zijn 1.811 en 1.952 zendingen met geneesmiddelen in de passagiersstroom onderschept en 2.879 en 4.975 zendingen in de vrachtstroom. In 2018 onderschepte de Douane 381 zendingen in de passagiersstroom en 2.869 in de vrachtstroom.
Respondenten merkten op dat het bij deze registraties niet per definitie gaat om criminele organisaties die hiermee geld verdienen, maar uitgesloten is dat zeker niet. d. Sigarettensmokkel. Vanwege de hoge consumentenprijs voor tabak/sigaretten is in Nederland een omvangrijke markt ontstaan voor georganiseerde illegale handel in goedkope sigaretten, onder meer vanuit avondwinkels en kleine supermarkten. Deze goedkope sigaretten worden volgens respondenten voornamelijk door georganiseerde criminelen uit Centraalof Oost-Europa naar Schiphol en Nederland gebracht, onder meer met koeriers. De Douane houdt ook het aantal onderschepte tabak-zendingen bij. Hieruit blijkt dat de illegale invoer van tabak en alcohol de grootste categorie met onderschepte zendingen is in de passagiersstroom. In 2018 worden ruim 4 miljoen sigaretten in beslaggenomen. Die aantallen zijn in de jaren daarvoor lager. De hoeveelheden tabak zijn eveneens groot: bijna 700 kilo in 2018. Ook hier moet worden opgemerkt dat deze registra-