b1. Nota 2021.0000261 Reactie op plan van aanpak transitie Metropoolregio Amsterdam.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
nota van B&W Onderwerp
Portefeuillehouders Collegevergadering Inlichtingen Registratienummer
Reactie op plan van aanpak transitie Metropoolregio Amsterdam Marianne Schuurmans-Wijdeven 16 maart 2021 W. Bosveld (+31235676138) 2021.0000261
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college heeft besloten om: 1. in te stemmen met de reactie en deze als leidraad in te zetten in de consultatieronde van de transitiecommissie Metropoolregio Amsterdam in de periode maart-juni 2021; 2. deze nota ter informatie te zenden aan de raad. 2. Samenvatting
Begin februari 2021 heeft de transitiecommissie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een eerste Concept Voorstel Transitie Metropoolregio Amsterdam gedeeld met de leden van de Regiegroep MRA. Ter voorbereiding op een aantal besprekingen van het voorstel hebben wij een eerste reactie gegeven. Het ging om: • de Regiegroep Amstelland-Meerlanden Overleg (AM) van 15 februari 2021; • de Regiegroep MRA van 17 februari 2021. Op 9 maart 2021 heeft de transitiecommissie MRA op basis van de besprekingen het voorstel aangepast en geschikt gemaakt voor de formele start van de consultatieronde voor colleges, raden en staten van de MRA. Bij deze nota vindt u de begeleidende brief (bijlage 1), het voorstel met de titel 'Voorstel MRA metropool van grote klasse' (bijlage 2), MRA-persbericht en een samenvatting 'Presentatie voorstel Transitiecommissie (bijlage 4) die 15 februari 2021 gedeeld is met de Regiegroep AM. Het voorstel van de transitiecommissie MRA is een antwoord op de uitkomsten van de externe evaluatie van de MRA in 2019 met de titel 'Meer richting en resultaat' en daarop aansluitend het advies van Ben Verwaayen eind 2020 over de governancestructuur van de MRA. Het komend halfjaar wordt een proces doorlopen om met elkaar tot een gedragen voorstel voor de transitie van de MRA te komen. Daarvoor heeft de transitiecommissie MRA een eerste voorstel opgesteld.
Reactie college Kort samengevat zijn wij positief over de voortvarendheid waarmee de transitiecommissie de veranderingen oppakt. Wij steunen de grote lijnen van het voorstel om te sturen op meer
Reactie op plan van aanpak transitie MRA
Pagina 2
daadkracht, betere en zichtbare legitimiteit en meer integraliteit in onze samenwerking in de MRA. Daarvoor is een aanpassing van het governancemodel nodig. Wij vinden een goede positionering van de MRA binnen Nederland en Europa zeer belangrijk. Daarbij is de borging van de democratische legitimiteit een voorwaarde. Ook hechten wij aan een evenwichtige politieke verdeling in het Dagelijks bestuur. Een helder en zorgvuldig proces is nodig om de transitie vorm te geven en de aanhaking van raden en staten te borgen. 3.
Uitwerking
3.1 Wat willen we bereiken?
Het komend halfjaar wordt het proces voor de transitie van de MRA doorlopen. Daarvoor heeft de transitiecommissie MRA een eerste voorstel opgesteld. Aanleiding voor de veranderingen zijn de aanbevelingen van de externe evaluatie van de MRA uit 2019: 1. Ontwikkel een breed gedragen regionale visie, focus en slagkracht De regio kent ongekende uitdagingen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (zoals woningbouwopgave, mobiliteit- en energietransitie) en sociaal maatschappelijke ontwikkeling. Het ontbreekt aan een gezamenlijke opvatting over wat de MRA voor een regio wil zijn, een eensgezind beeld en focus op de regionale opgave en sturing op koers en resultaat. 2. Amsterdam moet als centrumgemeente volop de leiding nemen in de samenwerking Geen enkele gemeente of deelregio kan alleen vanuit het eigen belang meedoen. Daar tegenover staat dat de regio die rol Amsterdam ook moet gunnen. Transparante en zorgvuldige processen voor een evenwichtige regionale ontwikkeling zijn daarbij nodig. 3. Vervoerregio Amsterdam (VRA) en Amsterdam Economie Board (AEB) moeten beter aangehaakt bij de MRA. De VRA bestaat uit 15 gemeenten, de overige gemeenten vallen onder de Provinciale vervoersautoriteit. De VRA en AEB hebben een belangrijke rol bij strategisch ontwikkeling van de MRA en moeten zo ook worden ingezet. 4. Stroomlijn de governance De MRA kent een zeer grote versplintering.
Veel gremia met een eigen agenda zonder integrale visie en strategie. Geen onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Deelregio's zijn wisselend georganiseerd. Er wordt te veel gehandeld vanuit eigenbelang en er is teveel vrijblijvendheid. Het voorstel van de transitiecommissie is een antwoord op de bovengenoemde aanbevelingen. Daarnaast is in het voorstel het advies van Ben Verwaayen over de governance van de MRA verder uitgewerkt, zoals de relatie met de platforms en een voorstel voor prioriteiten. Het komend halfjaar wordt een proces doorlopen om met elkaar tot een gedragen voorstel voor de transitie van de MRA te komen. Daarvoor heeft de transitiecommissie MRA een eerste voorstel opgesteld. Ter voorbereiding op de bespreking van het voorstel in de Regiegroep AM en de Regiegroep MRA en de consultatieronde die de transitiecommissie voorzien heeft in maart 2021 geven wij via deze nota een eerste reactie. De transitiecommissie stelt in het voorstel dat we allemaal doordrongen zijn van de noodzaak tot samenwerking, maar nu moeten we het gaan doen. Dat vraagt om een versterking van het samenwerkingsmodel, met heldere rollen, taken en doelen waar we elkaar op aan kunnen spreken. Reactie college
Reactie op plan van aanpak transitie MRA
Pagina 3
Wij zijn positief over de voortvarendheid waarmee de transitiecommissie de veranderingen oppakt. Wij ondersteunen het belang van meer daadkracht, betere en zichtbare legitimiteit en meer integraliteit in onze samenwerking in de MRA en zien om dat te bereiken de noodzaak voor een aangepaste governancemodel. Het voorstel heeft een hoog ambitieniveau en tegelijk is er oog voor wat wel en niet mogelijk is. Veel van onze zorgen die wij eerder hebben gedeeld hebben een plek gekregen in het voorstel. Het is een grote uitdaging om tot goede samenwerking te komen. Wij willen een actieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de MRA tot een slagvaardige en krachtige samenwerking. Wij vinden een goede positionering van de MRA binnen Nederland en Europa zeer belangrijk. Daarbij is de borging van de democratische legitimiteit een voorwaarde. Ook hechten wij aan een evenwichtige politieke verdeling in het Dagelijks bestuur. Een helder en zorgvuldig proces is nodig om de transitie vorm te geven en de aanhaking van raden en staten te borgen. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Voorstel transitiecommissie over typering van het MRA-gebied
In het voorstel wordt een beeld geschetst wat de MRA is: een bijzondere metropool bestaande uit een diversiteit aan landschappen, steden en dorpen, korte afstanden tot groen en voorzieningen (zie voorstel regels 1-116). Wat ons onderscheidt van andere metropolen is: • de nabijheid van groen en voorzieningen, alles wat een metropool te bieden heeft, maar in een bijna dorpse sfeer in vergelijking met andere metropolen; • ook de relatief kleine verschillen in sociale positie onderscheiden ons van andere metropolen in de wereld. De transitiecommissie stelt dat het behouden van deze kwaliteiten essentieel is voor de kwaliteit van leven in ons gebied. Tegelijkertijd ontwikkelt de MRA zich tot een werkelijke metropool, met een verdere verstedelijking in en rond Amsterdam. De bestuurlijke vraagstukken zijn groot. Er is zorg over economisch herstel na de coronacrisis, de druk op de ruimte en de trend naar toenemende sociale verschillen, die we in onze metropool willen keren. Reactie college Haarlemmermeer is een gemeente die bestaat uit een mix van vele dorpen en kernen, groen en grootstedelijke gebieden zoals Schiphol en Hoofddorp. Wij weten als geen ander hoe belangrijk het is als bestuur in te spelen op die diversiteit aan gebieden, inwoners en ondernemers. Diversiteit vereist maatwerk voor ontwikkelingen en regelmatig ook bescherming.
Dat we dit als MRA ook onderkennen voor de regio als geheel is voor ons belangrijk. De polycentrische benadering van onze regio die we als uitgangspunt voor de verstedelijkingstrategie hanteren, is het vertrekpunt van samenwerking in de MRA en verdient een nadrukkelijke plek in het voorstel. Aandacht voor sociale verschillen zien wij niet als een losstaand thema, maar als een belangrijk onderdeel van verstedelijking. Het moet in samenhang bekeken worden met de vele andere ontwikkelingen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de regio. Voorstel transitiecommissie over prioriteiten: een metropool van grote klasse
De transitiecommissie heeft gezocht naar prioriteiten die het profiel van de MRA duidelijk maken, met de focus op wat de MRA internationaal onderscheidend maakt. Daarom zijn de
Reactie op plan van aanpak transitie MRA
Pagina 4
prioriteiten op een meer strategisch niveau benoemd. In het voorstel is een eerste aanzet gegeven voor de drie prioriteiten (zie voorstel regels 120-190): 1.
2.
3.
De meest inventieve regio van Europa, met de best opgeleide bevolking • Creatief ondernemerschap • Tech, Data, Artificial Intelligence • Life Sciences & Health • Groene innovatie et cetera De regio voor iedereen, naar de menselijke maat • Sociaal evenwichtig • Open & divers • Hoge leefkwaliteit (wonen, landschap, cultuur) • Nabijheid (publieke) diensten et cetera De duurzaam verbonden regio • Internationaal knooppunt • Systeemsprong haven. Openbaar Vervoer, luchtvaart, verduurzaming • Digitale hub et cetera
Reactie college Wij vinden het een goede keuze van de transitiecommissie om prioritaire thema's te kiezen op strategisch niveau die profiel geven aan de MRA als geheel. Toch vinden wij dat met de gepresenteerde prioriteiten niet de benodigde sturing en slagkracht verkregen wordt die nodig is. Ze zijn nog erg algemeen, meer geschikt voor een visie, en het unieke aan de MRA komt nog onvoldoende naar voren. Daarnaast verdwijnt door de uitgebreide onderverdeling de gewenste focus (en slagkracht). Genoeg woningen en banen die goed bereikbaar zijn, zijn de meest urgente kwesties van dit moment. Voor ons is een mix van strategische doelen en urgente zaken belangrijk om vaart te houden in de samenwerking. De integrale aanpak van woningbouw, infrastructuur, groen en duurzaamheid blijft een aandachtspunt dat niet door aparte platforms kan worden opgelost. Dit heeft expliciet aandacht nodig. Een overweging kan zijn om dichter bij de MRA-agenda te blijven en daar prioriteiten uit te halen die zichtbaar en actief opgepakt worden. Een duidelijk samenspel met de MRA-agenda lijkt ons verstandig, om te voorkomen dat een aparte uitvoeringslijn ontstaat. Voorstel transitiecommissie over de governanceprincipes: sterke MRA, sterke democratische controle
De transitiecommissie schetst dat er een grote bestuurlijke uitdaging ligt, namelijk focus en slagkracht organiseren in een MRA dat het geen officieel bestuurlijk, democratisch gelegitimeerd orgaan is. De transitiecommissie hecht er waarde aan een aantal principes voor samenwerking met elkaar af te spreken die nodig zijn om constructief met elkaar samen te werken (zie voorstel regels 195-265). Reactie college In het advies staat: De inhoud staat voorop. Omdat sturing vanuit de MRA steunt op vertrouwen en overtuiging en niet op hiërarchie, committeren de leden zich aan de gedeelde ambitie en doelen; Dit ligt subtieler dan het hier staat. Bestaan er doelen waar alle leden 100% achterstaan? De regio kan verdeeld zijn en gemeenten of provincies hebben daar het volste recht toe als zij over de taak gaan. Dit maakt een principe over draagvlak veel belangrijker.
Reactie op plan van aanpak transitie MRA
Pagina 5
Over het algemeen ondersteunen we de genoemde principes. In de uitvoering moet blijken of gewerkt wordt of kan worden volgens de principes. Alleen de intentie is niet genoeg, processen moeten er op worden aangepast. De laatste jaren is gebleken dat processen niet helder zijn, stukken erg laat komen zodat er onvoldoende tijd is om met betrokkenen af te stemmen, zoals met raad en deelregio. Wij vinden het belangrijk dat dit verbetert met de nieuwe governancestructuur en de prioriteiten. Wij zagen daar al een belangrijke rol voor het MRA-bureau. In de nieuwe structuur verwachten wij dat het Dagelijks bestuur en de nieuwe Directie van de MRA hier werk van maken. Wij maken ons grote zorgen dat deelnemers afhaken als dit niet verbetert. Hoewel het in de principes genoemd staat, willen we nogmaals benadrukken dat gemeenten eigen beslissingsbevoegdheid hebben en regie voeren op een groot aantal taken. Daar moet niet aan getornd worden en vraagt grote zorgvuldigheid over welke besluiten op welke overlegtafel passeren. Voorstel transitiecommissie over de governancestructuur: een heldere, eenvoudige(r) organisatie
De nieuwe governancestructuur bestaat op advies van Ben Verwaayen uit een algemene vergadering, bestuur en directie. In het voorstel van de transitiecommissie zijn de verschillende gremia verder uitgewerkt naar rollen, taken, verhouding tot andere overleggen en samenstelling (zie voorstel regels 270-412). In het advies van Ben Verwaayen werd nog niets gezegd over de platforms. In het voorstel van de transitiecommissie hebben deze een duidelijke plek gekregen. Het grootste deel van het werk gebeurt in de platforms, zij voeden het bestuur met belangrijke componenten van de prioriteiten. Het bestuur inspireert op hun beurt de platforms vanuit de prioriteiten. De transitiecommissie doet geen voorstel voor aanpassing van de platforms, maar vraagt wel aan de platforms en portefeuille-overleggen na te denken hoe de drie inhoudelijk doelen een organisatorische plaats krijgen, zodanig dat slagkracht geborgd is. De transitiecommissie spreekt daarbij ook over het eventueel toevoegen van een vierde platform voor een slimmere indeling. Het gaat er dan onder andere om doel 2 'De regio voor iedereen, naar de menselijke maat' als nieuw aandachtsgebied in de MRA een plek te geven. De directie bestaat uit de directeur MRA en het oude MRA-bureau (zie ook paragraaf 3.3 van deze nota over de bekostiging hiervan). Zij sturen op de uitvoering van de MRA-agenda en de prioriteiten.
Niet opgenomen in het voorstel is dat naast de directie er ambtelijk ook het Directeuren Overleg MRA (DO MRA) is. Daarin zitten de directeuren van de grote gemeenten in de MRA, waaronder ook een directeur van Haarlemmermeer. Samen met de directie vormen zij een schakelpunt tussen de platforms en het bestuur. In een eerdere versies van het voorstel was een schema opgenomen waarin alle gremia in beeld waren gebracht. Dit gaf een vertekend beeld, alsof de MRA een hiërarchische organisatie is in plaats van een netwerkorganisatie. Het nieuwe voorstel bevat daarom geen organogram meer.
Reactie college Wij verwachten dat met de nieuwe governancestructuur de MRA meer slagkracht en richting krijgt.
Reactie op plan van aanpak transitie MRA
Pagina 6
Wij hechten aan een evenwichtige politieke verdeling in het Dagelijks bestuur. Het bestuur kan te maken krijgen met belangentegenstellingen. Een helder proces bij belangentegenstellingen vinden wij belangrijk, bijvoorbeeld dat belangentegenstellingen met bijbehorende argumentatie inzichtelijk worden gemaakt, zodat er over gesproken kan worden. De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid ligt bij gemeenten en provincies. Het voorstel is dat voor de eerste samenstelling van het bestuur de burgemeester van Amsterdam optreedt als formateur (voorstel regels 301-305). Daarna, voorjaar 2022 na de gemeenteraadsverkiezingen, is dit aan de algemene vergadering. De transitiecommissie stelt voor om het voorzitterschap van de platforms te beleggen bij de provincies (regels 339-341). Hoewel de transitiecommissie aangeeft dat dit om pragmatische redenen is en niet om politieke, lijkt ons dit een onwenselijke ontwikkeling. Op dit moment bepalen de platforms zelf hun voorzitter. De MRA is ooit gestart als samenwerkingsverband van de gemeenten, en waarom zou de provincie altijd de voorzitter leveren? Als in gezamenlijkheid daartoe wordt besloten, is dat prima, maar het zou niet een automatisme moeten zijn. Dat alle platforms altijd onder leiding staan van de provincies is een brug te ver. De transitiecommissie stuurt voorzichtig aan op een 4e platform, Sociaal.
Hiermee kan invulling gegeven worden aan de tweede doelstelling 'een regio voor iedereen naar menselijke maat' en tegelijkertijd is dit een uitbreiding van de huidige samenwerking terwijl juist gepleit is voor meer focus. Wij vinden dat Haarlemmermeer binnen het sociaal domein al participeert in diverse samenwerkingsverbanden en sub regio's. Het college ziet geen meerwaarde om op gebied van sociaal maatschappelijke thema's de samenwerking binnen MRA-regioverband te verdiepen. Een apart platform sociaal past ook niet als je het als integraal onderdeel van verstedelijking ziet. Het risico van de bredere taakopvatting van de nieuwe directie is dat in de ambtelijke lijn meer wordt opgelost dan bestuurlijk wenselijk is, en zo voorbijgaat aan politieke besluiten. De evaluatiecommissie heeft dit in 2019 ook als probleem gesignaleerd. Bestuurlijke besluiten zijn leidend en moeten op de juiste overlegtafel worden geagendeerd. Daarbij moet steeds ook nadrukkelijk de rol van de raad worden meegenomen. 3.3 Wat mag het kosten?
De deelnemende gemeenten betalen € 1,53 per inwoner. Daarmee heeft de MRA in 2020 een budget van € 8,5 miljoen. Dit budget wordt gebruikt voor personeel en bureaukosten van het MRA-bureau, maar ook bijdragen aan bijvoorbeeld onderzoeken, cofinanciering van stimuleringsprojecten en prijsvragen gerelateerd aan de MRA-agenda. Onze bijdrage wordt gedekt uit het in de Programmabegroting 2021-2024 beschikbare budget van het beleidsdoel "het behartigen van de belangen van Haarlemmermeer buiten de gemeentegrenzen en het versterken van de bestuurlijke samenwerking", van het programma "Bestuur Samenleving en Publiekscontact", taakveld 0.1. De bijdrage van Haarlemmermeer aan de MRA in het jaar 2021 is € 240.000.
Voorstel Transitiecommissie Het MRA-bureau wordt omgevormd tot een professionele directie, bestaande uit een directeur en circa dertig fte. Zij sturen op de uitvoering van de MRA-agenda en de prioriteiten. Het
Reactie op plan van aanpak transitie MRA
Pagina 7
voorstel is om de directie-basis te versterken met medewerkers uit de gemeenten en provincies en om die om niet beschikbaar te stellen. De uitlenende organisaties betalen de loonkosten en deze medewerkers blijven voor 0,1 tot 0,2 fte werken voor de uitlenende organisatie om een sterkere binding tussen directie en de MRA-deelnemers te krijgen (zie voorstel pagina 14). Reactie college Wij vinden het belangrijk dat mensen goed aangehaakt zijn bij zowel de gemeentelijke organisatie als de MRA voor goede koppeling van gemeentelijk en regionaal belang. Ook nu al zijn veel van onze medewerkers betrokken bij de MRA. Het voorstel mensen om niet beschikbaar te stellen zien wij nog als onderwerp voor gesprek. Dat gemeenten mensen leveren is logisch, omdat het gaat om samenwerking op activiteiten waar we achter staan. De inzet van medewerkers zou een win-win situatie moeten opleveren. In verband met de ombuigingen maken wij bezwaar tegen extra financiële druk. Als de MRA een organisatie is die een hoge kwaliteit moet leveren, dan hoort bij die ambitie ook een zekere mate van financiering. Gemeenten zullen op dit moment nauwelijks extra mensen kunnen missen. Daarnaast kampen gemeenten met grote financiële tekorten. Ook is wellicht nog efficiëntiewinst te behalen op ambtelijke inzet door te focussen op effectieve besluitvorming en uitvoering van concrete projecten/doelstellingen.
De MRA moet meer slagvaardig en effectiever ingezet worden. Binnen de MRA zijn ook andere regionale samenwerkingsverbanden actief, zoals Amsterdam In Business (AIB) en Amsterdam Economie Board (AEB). De AIB is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Almere en Haarlemmermeer dat de acquisitie en het relatiebeheer van internationale investeerders en bedrijven in de MRA op zich neemt. Wij dragen daar € 275.000 aan bij. De AEB heeft tot doel welvaart en welzijn in de MRA toekomstbestendig te versterken middels samenwerking van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen met als inzet innovatie en economische ontwikkeling. Wij dragen daar niet apart aan bij. De Vervoerregio Amsterdam (VRA) is voor mobiliteit een waardevol onderdeel van de MRA met een goede democratische borging en financiële middelen. De MRA is van grote waarde voor Haarlemmermeer. Succesvolle regio's weten waarin zij zich onderscheiden van andere regio's en benutten dat om succesvol te zijn. Niet alleen in economisch opzicht, maar ook in kwaliteit van de ruimtelijke omgeving en sociale structuren. Dit vraagt sturing en samenwerking, zodat waar nodig beleidskeuzen van de deelnemers de regio versterken en daarmee voordelen opleveren voor inwoners en ondernemers. De verstedelijkingsstrategie is daar een goed instrument bij.
Waar een gedeeld belang is trekken we samen op, zoals voor goede regionale ontsluiting voor auto's, openbaar vervoer en de fiets, voldoende woningbouw en (grootschalig) groen. Ook is de MRA belangrijk voor economische ontwikkeling, herstel van de economie na corona, werkgelegenheid, goede match tussen vraag en aanbod van werknemers en werknemers helpen bij omscholing. Om de schaarse ruimte optimaal te gebruiken stemmen we regionaal het hotel- en kantoren aanbod af. Concrete voordelen van de MRA zijn dat je samen kunt inzetten voor het financieren van grootschalige ruimtelijk projecten, zoals het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp of financiële ondersteuning bij de ontwikkeling van grootschalig groen. Ook voor het binnenhalen van Europees subsidiegeld helpt samenwerking binnen de MRA.
Reartie op plan van aanpak transitie MRA
Pagina 8
3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
De transitie van de MRA mondt uiteindelijk uit in een vernieuwd convenant MRA. Daarin worden de afspraken over de nieuwe governancestructuur en werkwijzen vastgelegd tussen de deelnemers. De kaderstellende en controlerende rol van de raad wordt geborgd door consultatie van raden en staten in maart en mei 2021. Uiteindelijk is het aan de raden en staten om te besluiten over het aangepast convenant waarin de veranderingen zijn verwerkt 3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
Planning: • begin februari: uitnodiging aan leden van de regiegroep MRA om te reageren op het voorstel, geen officiële wensen en bedenkingen procedure, maar op basis van het zogenaamde 'piepsysteem'; • 17 februari: extra Regiegroep MRA om eerste voorstellen te bespreken; o voorbespreking AM standpunt in AM Regiegroep van 15 februari • maart-april: consultatie colleges, raden en staten, reacties kunnen tot 5 mei worden ingediend; • april: aanpassen samenwerkingsafspraken/convenant op basis van het (aangepaste voorstel; • half mei: transitiecommissie buigt zich over de ingebrachte wensen en bedenkingen • Voor 21 mei: extra regiegroep MRA: mogelijkheid tot bijsturen voorstellen, vaststellen nieuw concept; • juni: formele bekrachtiging door colleges, raden en staten van de nieuwe samenwerkingsafspraken; • eind juni: extra Regiegroep formele bekrachtiging nieuwe samenwerkingsafspraken. Reactie college De planning is ambitieus. Wij hechten aan een tijdige aanhaking op momenten dat input van de deelnemers wordt gevraagd. Er moet tijd genoeg zijn om met elkaar van gedachten te wisselen, tussen college en raad, tussen bestuurders en raden van de AM en met de MRA. Daarnaast lopen er nu twee belangrijke processen waarbij raden en staten een rol hebben: de transitie MRA en de verstedelijkingstrategie.
Dit maakt de noodzaak voor zorgvuldig en heldere processen nog belangrijker, zodat iedereen goed kan volgen wat er gebeurt en een bijdrage kan leveren. Voor ons is het principe van 'Coalition of the willing' een waardevolle insteek: wat regionaal kan doen we met de buurgemeenten, wat via de metropool kan doen we via de MRA. 3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?
De aanpassing van de MRA-governance moet leiden tot een slagvaardige organisatie die het verschil kan maken voor herstel en de ontwikkeling van de regio, met als randvoorwaarde dat de democratische legitimiteit van de deelnemers geborgd is. 4. Ondertekening
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,
V
Reactie op plan van aanpak transitie MRA
Bijlage(n) • Begeleidende brief aan raden en staten, 9 maart 2021 • Voorstel Metropool van grote klasse, versie 9 maart 2021 • MRA-persbericht transitie MRA 9 maart 2021 • Presentatie voorstel transitiecommissie, 12 februari 2021
Pagina 9
Retouradres: Strawinskylaan 1779, 1077 XX Amsterdam
Datum
9 maart 2021
Behandeld door
Remco Rienties, 06 – 20002447, r.rienties@metropoolregioamsterdam.nl
Onderwerp
Voorstel voor de versteviging van de MRA samenwerking
Geachte raads- en Statenleden en bestuurders in de Metropoolregio Amsterdam, Met groot genoegen sturen wij u het voorstel voor de versterking van onze samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam. Een voorstel waarmee wij hopen onze regionale samenwerking meer vanuit gedeelde inhoudelijke ambities en gezamenlijke kracht te kunnen besturen. Een metropoolregio van grote klasse. Dit voorstel is het resultaat van intensieve voorbereiding door de transitiecommissie en overleg tussen de transitiecommissie en de regiegroep. Aanleiding voor het voorstel is de evaluatie uit 2019, de scenariobijeenkomsten die met Ben Verwaayen zijn doorlopen, en een reeks informele gesprekken met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de platforms en partners uit de Amsterdam Economic Board. Na verwerking van alle input hebben de leden van de Regiegroep na een extra bijeenkomst en een schriftelijke ronde de gelegenheid genomen om het voorstel van de transitiecommissie verder aan te scherpen. Eerder hebben wij u over dit proces om te komen tot een voorstel in de brief van 12 januari jl. geïnfomeerd. De transitiecommissie heeft haar best gedaan zorgvuldige formuleringen te kiezen en daarmee recht te doen aan de opvattingen en belangen van de verschillende gesprekspartners.
Uiteindelijk hebben wij keuzes gemaakt waarvan wij veronderstellen dat die zo veel mogelijk aan de wensen van alle MRA-deelnemers tegemoet komen. Voor ons staan draagvlak en transparantie, maar ook daadkracht en resultaatgerichtheid voorop.
Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)
info@metropoolregioamsterdam.nl
1077 XX Amsterdam
www.metropoolregioamsterdam.nl
Het is een voorstel om te komen tot een nieuwe sterke Metropoolregio Amsterdam met een sterke democratische controle. Dit voorstel is niet het eind van een traject, maar de start. Het vraagt nog om nadere uitwerking; hier gaan we als transitiecommissie de komende maanden enthousiast mee verder. De komende periode wordt dit voorstel uitgewerkt in Samenwerkinsgafspraken. Voordat we als transitiecommissie deze Samenwerkingsafspraken opstellen vinden we het van groot belang om van alle deelnemers, juist ook van raads- en Statenleden, te horen wat men van het voorstel vindt. We verzoeken de college dan ook om over het voorstel met de raads- of Statenleden het gesprek te voeren in de komende consultatieperiode. We nemen u graag verder mee in het proces van consultatie, Samenwerkingsafspraken en vaststelling, zoals we dat gezamenlijk de komende maanden gaan doorlopen. Dit proces ziet er tot na de zomer als volgt uit: Tot 5 mei 2021 - Consultatie Het voorstel van de transitiecommissie ligt vanaf heden ter bespreking bij alle colleges, raden en Staten.
U wordt verzocht zich uit te spreken over het voorstel. De reacties kunnen tot 5 mei 2021 worden ingediend. Tevens wordt u vriendelijk verzocht met uw planninng voor de komende maanden rekening te houden met een moment van definitieve goedkeuring van de nog op te stellen Samenwerkingsafspraken. In de komende week benadert de MRA directie uw bestuursadviseurs met de vraag of er behoefte is aan ondersteuning in het door u te doorlopen traject.
Tijdens deze periode is het mogelijk om gebruik te maken van: Deelregionale (digitale) bijeenkomsten over het voorstel voor raads- en Statenleden met de voorzitter van de MRA en andere leden van de transitiecommissie. U wordt hierover op korte termijn nader geïnfomeerd. Leden van de transitiecommissie, die op verzoek van colleges, raden of Staten het voorstel kunnen toelichten. Een op de MRA-website te vinden Q&A over het voorstel en het proces. Uiterlijk medio mei 2021 - Transistiecommissie De commissie bespreekt alle inbreng van colleges, raden en Staten, en verwerkt deze tot het definitieve voorstel voor de Samenwerkingsafspraken.
Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)
info@metropoolregioamsterdam.nl
1077 XX Amsterdam
www.metropoolregioamsterdam.nl
Uiterlijk 21 mei 2021 – Extra regiegroep De regiegroep behandelt het voorstel voor de Samenwerkingsafspraken en stelt deze in concept vast. Direct daarna geeft de Regiegroep het voorstel voor de Samenwerkingsafspraken vrij ter behandeling en ter goedkeuring door de colleges, raden en Staten. Tot eind juni - Periode goedkeuring van Samenwerkingsafspraken door colleges, raden en Staten We vragen de colleges, raden en Staten vóór eind juni een bespreking en (zo mogelijk) vaststelling van de Samenwerkingsafspraken in te plannen. Eind juni - Extra Regiegroep De Regiegroep neemt alle reacties op het verzoek van goedkeuring door colleges, raden en Staten in ontvangst en meldt daarna de formele bekrachtiging van de Samenwerkingsafspraken aan alle deelnemers. Na de zomer De eerste bijeenkomst van de nieuwe MRA raadtafel wordt in september gepland. Dan wordt de nieuwe MRA raadtafel verder geconcretiseerd. Voorbereidingen voor deze eerste bijeenkomst worden direct na medio juni gestart en ondersteund door de MRA directie. Op een feestelijke (en inhoudelijk interessante) wijze wordt aandacht besteed aan het door alle deelnemers ondertekenen van de nieuwe afspraken. De exacte vorm hiervan hangt af van wat er dan, gegeven Corona, mogelijk is. Aan de basis van een goede samenwerking ligt vertrouwen en elkaar kennen.
We beseffen dat elkaar ontmoeten en elkaar spreken hiervoor ontzettend belangrijk is. Juist in de huidige tijd is dit lastig. Door de maatregelen die tot op de dag van vandaag nodig zijn om het coronavirus te bestrijden, treffen we elkaar inmiddels al bijna een jaar vrijwel uitsluitend digitaal. Dat bemoeilijkt ons aller werk, maar maakt het niet onmogelijk. Uiteraard hopen we dat in de loop van het jaar steeds meer mogelijk wordt, en dat we elkaar ook fysiek weer gaan ontmoeten. We sluiten als transitiecommissie graag aan bij bijeenkomsten die u (al dan niet deelregionaal) organiseert om het voorstel te bespreken, zodat we waar nodig kunnen toelichten welke keuzes we hebben gemaakt en waarom we die hebben gemaakt. Digitaal zolang dat moet, fysiek zodra het weer veilig kan.
Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)
info@metropoolregioamsterdam.nl
1077 XX Amsterdam
www.metropoolregioamsterdam.nl
Tot slot treft u bij als bijlage het persbericht dat gelijktijdig met deze mail naar de media is verzonden. Met vriendelijke groet, De leden van de transitiecommissie, Arthur van Dijk Femke Halsema (voorzitter) Thijs Kroese Gerard Kuipers Leen Verbeek Franc Weerwind Emiel Reiding (secretaris)
Bijlagen: Voorstel Persbericht
Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)
info@metropoolregioamsterdam.nl
1077 XX Amsterdam
www.metropoolregioamsterdam.nl
I De noodzaak van de Metropoolregio Amsterdam
5
10
15
20
25
30
35
Groot Amsterdam is een gebied tussen twee kusten. Je vindt er badplaatsen, parken, veenweidegebieden, recreatieterreinen, zeehavens, historische steden en in het hart ligt een luchthaven. Dat alles wordt omzoomd door suburbane woonmilieus en bedrijventerreinen. Dichte infrastructuur maakt de verbinding tussen al deze plekken mogelijk. Hoewel deze metropoolregio relatief beperkt van omvang is, is het gebied gevarieerd door verschillende landschappen, door de zichtbare geschiedenis, de verschillende woonmilieus, en het contrast tussen dorpse rust en stedelijke drukte. Dat geeft het karakter. De strategische ligging in West-Europa, op een internetknooppunt, aan de Noordzee en goed ontsloten, doet de rest. Dit citaat is afkomstig uit het boek ‘Groot Amsterdam. Metropool in ontwikkeling’ van Theo Baart en schetst de onvermijdelijke en historische verandering van het gebied dat wij samen bewonen en besturen. Dat is in de eerste plaats een economische en maatschappelijke ontwikkeling. Bedrijven als Schiphol en Tata Steel, net als de havens, spannen onzichtbare draden door de gehele regio in werkgelegenheid en economische groei. Met de toename van de internationale handel, de vestiging van internationale bedrijven en de snelle groei van het toerisme, is de regio een pleisterplaats geworden voor expats en internationale bezoekers.
De metropool dijt uit en verstedelijkt, van de IJmond tot en met Lelystad, van Zaanstreek-Waterland tot Amstelland-Meerlanden. Amstelveen wordt meer grootstedelijk en Zaanstad kruipt dichter bij Amsterdam. Plaatsen als Almere, Purmerend, Hoofddorp en Uithoorn verstedelijken verder, niet in de laatste plaats omdat ze plek bieden aan de middengroepen voor wie het wonen in Amsterdam onbetaalbaar wordt. Tegelijk neemt ook de dagelijkse pendel van woon- en werkverkeer toe waardoor wegen en openbaar vervoer intensiever worden gebruikt. Met de groei van het inwonertal, het economische en sociale verkeer, is er grote druk ontstaan op de historische oude kernen, op het landschap en de recreatiegebieden. De wording van een werkelijke metropool is daarmee de afgelopen jaren ook onvermijdelijk een groot bestuurlijk vraagstuk geworden. Voor de keuze voor een nieuw ziekenhuis, een nieuwe hogeschool, de vestigingsplek van een nieuw internationaal bedrijf, de nieuwe huizen en bedrijventerreinen, de aanleg van nieuwe wegen en openbaar vervoersverbindingen, moet
40
aanhoudend overleg plaatsvinden tussen gemeenten (en provincies) en wordt vergaderd in wisselende samenwerkingsverbanden: in de Vervoerregio, in portefeuille-overleggen van bestuurders en tijdens thematische platformbijeenkomsten. In de Amsterdam Economic Board hebben de grote bedrijven en kennisinstellingen zich verzameld om de regio van advies te dienen. Bestuurlijk verenigt de regio zich in de MRA, een soms actief, soms minder actief samenwerkingsverband en overlegorgaan.
45
50
55
60
65
70
In een door de regiegroep van de MRA gevraagde onafhankelijke evaluatie uit 2019 wordt onder de veelzeggende titel Meer richting en resultaat geoordeeld dat de bestuurlijke samenwerking in de regio tekortschiet. Deze is versplinterd en fragmentarisch, het mankeert aan eigenaarschap, leiderschap en daadkracht, waardoor de metropolitane ontwikkeling onvoldoende wordt gestuurd en begeleid. De noodzaak van eendrachtige en sterke regionale sturing is groot, en sinds het uitbreken van de coronapandemie in 2020 enkel groter geworden: 1. In de wereldwijde en Europese economische (en bestuurlijke) ontwikkeling spelen regio’s een steeds belangrijkere rol. In de slag om de vestiging van bedrijven, de toekenning van Europese gelden en in de nationale besluitvorming over bijvoorbeeld grote woningbouwprojecten, nieuwe openbaarvervoersverbindingen, energie- en klimaatmaatregelen en investeringen in natuur en landschap wordt sterker gekeken naar de betekenis ervan voor de regio, dan naar de bijdrage ervan voor de verschillende gemeenten en provincies die er deel van uitmaken; 2.
Met het gegroeide inwonertal, de hausse aan toeristen en het toenemend aantal vervoersbewegingen staat de leefbaarheid van de regio onder druk: (Inter)nationale vraagstukken ten aanzien van energietransitie, klimaatverandering, verduurzaming van de mobiliteit en voortgaande verstedelijking dienen pregnant beantwoord te worden in de metropoolregio. De dubbele opgave om de kwaliteit van leven van de inwoners te bewaren en te versterken en tegelijkertijd de druk op onze natuurlijke omgeving en ons landschap te verminderen, is per definitie een bovenlokale, regionale aangelegenheid.
75
80
85
3. 90
95
100
105
110
Onze regio heeft daarbij in toenemende mate te maken met een ‘waterbedeffect’ waarbij het polycentrisch evenwicht onder druk komt te staan. Ondanks de bouw van duizenden woningen neemt bijvoorbeeld het aandeel betaalbare woningen in de hele metropool af. In de MRA neemt de segregatie tussen de rijke en arme delen en tussen de kansrijke en kansarme inwoners toe. Mensen met een laag en middeninkomen vertrekken uit Amsterdam omdat zij geen betaalbare woning kunnen vinden. Zij verhuizen naar bijvoorbeeld Hoofddorp, Almere of Purmerend. Ook in andere stedelijke kernen zoals bijvoorbeeld Zaanstad, verdiept de ongelijkheid zich. Juist de evenwichtige opbouw die de regio van oudsher heeft bepaalt in sterke mate het welzijn van haar inwoners en de (internationale) aantrekkingskracht voor bedrijven en bezoekers. De coronapandemie trekt diepe sporen in de metropoolregio. De afgelopen jaren kende de regio de snelste economische en werkgelegenheidsgroei, met de komst van corona is dit omgedraaid in de grootste krimp. Het grote aandeel van economische sectoren zoals toerisme, cultuur, horeca, uitzendbureaus, groothandel en detailhandel in de groei van de afgelopen jaren, blijkt tijdens een pandemie de achilleshiel.
Er is een realistische verwachting dat de regionale economie zich na corona snel herstelt, tegelijkertijd is er noodzaak tot herijking om onze economische veerkracht aanzienlijk te vergroten.
Met de economische, duurzaamheids- en maatschappelijke opgaven waarvoor de metropoolregio staat doemt er ook onmiddellijk een groot bestuurlijk dilemma op. Ons bestuursstelsel kent geen regionaal bestuur naast de (nationale, provinciale en lokale) democratisch gelegitimeerde bestuurslagen, noch bestaat er in de metropoolregio op dit moment de wens om die in het leven te roepen. De aanbeveling in de evaluatie van 2019 (waar een groot aantal lokale en provinciale bestuurders voor zijn geïnterviewd) om de MRA meer doorzettingsmacht en -kracht te geven verhoudt zich slecht tot de eis van democratische verantwoording en transparantie. Anders gezegd, er is behoefte aan sterke regionale sturing maar er is tegelijkertijd weerzin tegen een regionaal orgaan dat zich macht en positie toe-eigent zonder dat het geworteld is in de lokale en provinciale democratie. De wording van een
115
polycentrische metropool vraagt met andere woorden om een evenwichtige ontwikkeling en spreiding van verantwoordelijkheid, om gezamenlijke moed en solidariteit, en onderling bestuurlijk vertrouwen. Samenwerking is vrijwillig maar kan niet vrijblijvend zijn als de metropool voor de eigen inwoners, in Nederland en in internationale vergelijkingen succesvol wil zijn.
II Nieuwe ambitie: een metropool van grote klasse 120 In vervolg op de evaluatie heeft de regiegroep strateeg Ben Verwaayen gevraagd om te helpen een toekomstperspectief voor de metropoolregio te schetsen. Als tweede is hem de vraag voorgelegd hoe de metropoolregio beter kan samenwerken en bestuurlijk effectiever wordt. 125
130
Op basis van scenario’s zijn 32 burgemeesters en 2 Commissarissen door Verwaayen bevraagd over hun toekomstbeeld van de regio. Zij bleken opvallend gelijkgestemd. Vrijwel niemand denkt dat in de regio alles bij het oude kan blijven, even weinig bestuurders denken dat de metropool zich moet toeleggen op maximale economische competitie met andere Europese regio’s. Er is grote waardering voor de historische wording, de grote variatie in stedelijke kernen en landschappelijke schoonheid, de brede welvaart en de spreiding van maatschappelijke kansen, en men beschouwt nabijheid en menselijke maat als een grote kracht.
135
140
145
Dit leidt tot een gezamenlijk gedragen keuze voor de ontwikkeling van de regio tot ‘een metropool van grote klasse’. Dit betekent dat creativiteit, nieuwsgierigheid, internationale openheid en ondernemingszin dragende beginselen zijn bij verdere regionale ontwikkelingen. In de internationale vergelijkingen moet de metropoolregio zich niet in de eerste plaats onderscheiden door zijn rijkdom en economisch groeipotentieel maar door zijn duurzame innovatiekracht, sociale evenwicht en culturele vernieuwing. Het onderscheidend vermogen van de metropoolregio ligt niet in de kwantiteit van bulkproductie en groeicijfers maar in de kwaliteit van zijn beroepsbevolking, het potentieel van zijn jongeren, het ondernemersklimaat waarin startups en innovatie floreren en van de dagelijkse omgeving om te wonen, werken en te recreëren. De historisch gegroeide metropool die een
grote diversiteit en kwaliteit van leven kent bevat met andere woorden ook de opdracht voor de toekomst. 150
155
160
Het voorkeursscenario ‘een metropool van grote klasse’ is de afgelopen tijd op verzoek van de regiegroep van de MRA door de transitiecommissie (door ondergetekenden) geoperationaliseerd. Wat betekent dit voor onze gezamenlijke activiteiten? Waar leggen wij ons op toe en wat willen wij bereiken? Hoe presenteren wij ons in Den Haag, in Europa en internationaal? Wat maakt de regio onderscheidend, allereerst voor onze eigen inwoners en de hier al gevestigde bedrijven en instellingen, maar ook voor nieuwe (internationale) bedrijven, kennis- en kunstinstellingen en maatschappelijke organisaties die overwegen zich in onze regio te vestigen? Op basis van een rondgang langs alle deelnemers van de MRA en enkele leden van de Amsterdam Economic Board stelt de transitiecommissie voor om de ambitie ‘een metropool van grote klasse’ te operationaliseren in drie doelen:
165 1.
2.
3.
De meest inventieve regio van Europa, met de best opgeleide bevolking
Een regio voor iedereen, naar de menselijke maat
Een duurzaam verbonden regio
Creatief ondernemerschap
Tech, Data, Artificial Intelligence
Life sciences & Health
Groene innovatie et cetera
Sociaal evenwichtig
Open & divers
Hoge leefkwaliteit (wonen, landschap, cultuur)
Nabijheid van (publieke) diensten et cetera
Internationaal knooppunt
Systeemsprong haven, OV, luchtvaart, verduurzaming
Digitale hub et cetera
Deze drie doelen bouwen voort op de historische ontwikkeling van de metropoolregio (en sluiten aan bij de actielijnen van de MRA-agenda) maar
170
175
180
185
beperken ook de reikwijdte van bemoeienis door de MRA. Wat lokaal of in de deelregio’s kan, gebeurt ook daar. Door onze gedeelde ambitie te preciseren en te expliciteren vergroten we de herkenbaarheid en de onderscheidende kracht van de MRA. Op dit moment heeft de regio al een heel goede uitgangspositie. Startups, duurzame, creatieve en mediabedrijven zijn sterk vertegenwoordigd, onze internationaal erkende universiteiten en hogescholen bieden het potentieel voor verdere innovatie. De regio vormt een belangrijk internetknooppunt, waar Schiphol, de havens en internationale OV-lijnen onze fysieke, internationale verbinding garanderen. Ondanks de kleine schaal is de variatie in landschappelijkheid en woonmilieus groot en dankzij de kleine schaal zijn publieke voorzieningen (scholen, ziekenhuizen, kunst en cultuur et cetera) altijd nabij. Tegelijkertijd zijn er ernstige belemmeringen om de ambitie een metropool van grote klasse te worden, te verwezenlijken. De arbeidsproductiviteit en participatie nemen nauwelijks toe, er zijn tekorten op de arbeidsmarkt, de mobiliteit staat onder druk en de vraag naar betaalbare woningen stijgt sneller dan het aanbod waardoor de toegankelijkheid van de regio onder druk staat.
In energietransitie, klimaatadaptatie en de omvorming tot een circulaire economie liggen grote kansen voor innovatie en nieuwe welvaart maar deze vergen ook grote aanpassingen van inwoners en overheden.
190
III Nieuwe samenwerking: sterke MRA, sterke democratische controle 195
200
The proof of the pudding is in the eating. De MRA wordt niet morgen opgericht maar bestaat al geruime tijd en functioneert soms beter en soms minder. Er zijn bestuurlijke platforms en portefeuillehouders die elkaar treffen, waar zaken worden gedaan op deelterreinen. Er is een MRA-agenda, een agendacommissie en een regiegroep waar afspraken worden gemaakt over de regionale samenwerking en de voortgang ervan. Uit de evaluatie van 2019 blijkt dat de informele uitwisseling van kennis en ervaring wordt gewaardeerd en er de afgelopen jaren resultaten zijn geboekt waar de MRA-deelnemers trots op zijn: de acquisitie van EMA, afspraken over bedrijventerreinen, gezamenlijke maatregelen om toeristenstromen meer te
205
210
215
220
225
230
235
spreiden, de activiteiten van de Amsterdam Economic Board, verbeteringen in infrastructuur en OV et cetera. Maar er wordt ook geklaagd over bestuurlijke drukte, papierstromen en overleggen die nergens toe leiden. Belangrijker dan dat is dat koers, visie, richting en eendracht worden gemist. Hier doemt het grote bestuurlijke dilemma opnieuw op. De MRA is geen officieel bestuurlijk, democratisch gelegitimeerd orgaan. De besluiten over bijvoorbeeld de begroting en de MRA-agenda liggen (vanzelfsprekend) onverkort bij de Raden en Staten. Deze hebben hun democratische bevoegdheden en beslissingsmacht en bepalen daarmee ook de kaders voor het handelen in de MRA. De MRA is een samenwerkingsverband, opgebouwd vanuit de deelregio’s, dat zijn legitimatie ontleent aan gedeeld enthousiasme, gelijkgestemdheid over de toekomst van de regio, overtuigingskracht en onderling vertrouwen. De gesprekspartners in de evaluatie van 2019 en de scenariobijeenkomsten van Verwaayen spreken ook de hoop en de verwachting uit dat de MRA de komende jaren leiding geeft aan de ontwikkeling van de regio, macht en kracht verzamelt en van grotere betekenis wordt.
Hoe, met andere woorden, ervoor te zorgen dat de MRA betekenisvol wordt voor zijn inwoners, voor de nationale overheid, in Europa en in internationale overleggen en tegelijkertijd de Raden en de Staten zich betrokken en erkend weten in (de aanloop naar) de besluitvorming. Dat vereist vereenvoudiging van het overleg binnen de MRA tot een overzichtelijk aantal organen met een duidelijke positie en opdracht. De bestuurlijke drukte dient verminderd te worden, overleggen moeten heldere besluitvorming dienen en deze dienen bijtijds te kunnen worden voorgelegd aan, en gecontroleerd door Raden en Staten. Tegelijkertijd dient de positie van onze partners beter te worden verankerd in de samenwerking: bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties dienen hun weg gemakkelijk te vinden naar het bestuur van de MRA. Daarvoor versterken we ook de samenwerking met de Amsterdam Economic Board.
Daartoe zijn de volgende richtinggevende principes voor samenwerking geformuleerd:
240
245
* De basis voor de samenwerking in de MRA ligt in de zeven deelregio’s. Zonder sterke deelregio’s geen sterke MRA. In de MRA-platforms en de portefeuillehoudersoverleggen zijn de deelregio’s vertegenwoordigd. Dit vereist ambtelijke en bestuurlijke afstemming en overleg met de Raden in de deelregio’s. Op welke wijze men daaraan invulling geeft wordt in de deelregio’s zelf besloten, waarbij de provincies indien gewenst een actieve, stimulerende rol vervullen. Vanuit de deelregio’s zijn er ook belangrijke relaties met gebieden buiten de MRA (zoals Noord-Holland-Noord, regio’s rond Utrecht, Zwolle en Leiden). * De inhoud staat voorop. Omdat sturing vanuit de MRA steunt op vertrouwen en overtuiging en niet op hiërarchie, committeren de leden zich aan de gedeelde ambitie en doelen;
250
255
260
265
* Draagvlak is onmisbaar aangezien de cruciale besluiten alleen door de democratische organen kunnen worden genomen. Dit betekent geregelde afstemming met deelregio’s, tijdige openbaarmaking van agenda’s, stukken en verslagen via de MRA-website. * In de beperking toont zich de meester. Lang niet alle opgaven lenen zich voor het schaalniveau van de MRA. De MRA is geen rupsje nooit genoeg dat alle regionale kwesties naar zich toetrekt: de activiteiten en voorstellen dienen de centrale ambitie en drie bijbehorende doelen. * De MRA heeft een interne en een externe functie. Dat betekent als eerste de versterking van de onderlinge samenwerking in de regio door te begeesteren, bestuurders en maatschappelijke partners bijeen te brengen en draagvlak te zoeken op gewenste, grote regionale ontwikkelingen. Als tweede betekent dit het vergroten van de bekendheid, het gezag en de overtuigingskracht van de regio bij de eigen inwoners, de nationale overheid, in Europa en op internationale fora.
IV Een heldere, eenvoudige(r) organisatie 270
275
280
285
290
295
Op basis van de evaluatie uit 2019 en het advies van Verwaayen stellen wij een vereenvoudiging en verheldering voor van het samenwerkingsverband MRA. We zetten de agendacommissie en de regiegroep om naar respectievelijk een bestuur en een algemene vergadering en we professionaliseren het huidige MRA Bureau. Vanuit het principe ‘aandacht geeft kracht’ gaat de vergaderfrequentie van bestuur en algemene vergadering omhoog. En we scherpen de verantwoordingslijnen tussen het bestuur van de MRA en de democratisch gekozen organen aan. 1. Bestuur MRA Het bestuur heeft de dagelijkse leiding over de samenwerking in de MRA. Dit vervangt de agendacommissie. Het bewaakt de realisatie van de centrale ambitie, de drie inhoudelijke doelen en de inhoudelijke samenhang ertussen. Het bestuur is het gezicht naar buiten, zij coördineert de lobby in Den Haag en Brussel en zorgt dat er met één mond wordt gesproken. Het bestuur is verantwoordelijk voor het draagvlak voor de te nemen besluiten die ambtelijk worden voorbereid door de directie. In haar werk maakt het bestuur dankbaar gebruik van het werk van de bestuurlijke platforms. Voor advies gaat het bestuur te rade bij de algemene vergadering en daaraan legt zij ook verantwoording af. Alle democratisch te bekrachtigen, bestuurlijke besluiten worden voorgelegd aan de raden en staten. De leden van het bestuur opereren zonder last of ruggespraak.
Het bestuur komt maandelijks bijeen en bestaat uit: - Burgemeester Amsterdam (voorzitter) - CdK Noord-Holland - CdK Flevoland - Per bestuurlijk platform één afgevaardigde; niet zijnde de voorzitter - Directeur MRA (secretaris)
300
305
Voor de eerste samenstelling van het bestuur wordt de burgemeester van Amsterdam aangewezen als formateur. Bij de samenstelling wordt rekening gehouden met geografische verdeling van de portefeuillehouders die vanuit de platforms deel uitmaken van het bestuur. Elke portefeuillehouder zal voor één of twee deelregio’s als linking pin fungeren.
Bij toekomstige wijzigingen in de samenstelling van het bestuur is de AV aan zet. 2. De bestuurlijke platforms
310
315
320
325
330
Op dit moment kent de MRA drie platforms (Economie, Ruimte en Mobiliteit) en 4 portefeuillehoudersoverleggen (PHO’s Duurzaamheid, Wonen, Landschap en Cultuur). De platforms kennen ambtelijke overleggen (AO’s), directeurenoverleggen (DO’s) en bestuurlijke overleggen (BO’s). De platforms zorgen onder andere voor de inhoudelijke voorbereiding van de MRA-inbreng in de samenwerking met het Rijk, zoals bij de Verstedelijkingsstrategie en het MIRT. De platforms hebben een belangrijke positie in de voorbereiding en de uitvoering van de centrale ambitie en de bijbehorende doelen. Aan de platforms wordt gevraagd om bij de toekomstige indeling de drie inhoudelijke doelen te betrekken. Met de nieuwe ambitie zijn er een aantal onderwerpen die om meer bestuurlijke aandacht vragen, maar we willen ook een slanke en doelgerichte organisatie opzetten. Daarom wordt voorgesteld in de overgangsperiode (zie het slot van deze notitie) de verhouding tussen de (huidige) platforms en de PHO’s opnieuw te bezien. Onderwerpen als (groene) innovatie (energie en klimaat), sociaal evenwicht en de menselijke maat (leefbaarheid, onderwijs, arbeidsmarkt en betaalbaar wonen) rechtvaardigen meer bestuurlijke aandacht. Nu zijn er onder de vlag van de MRA zeven inhoudelijke bestuurlijke overleggen.
Ook met de eventuele toevoeging van een vierde platform is er een slimmere indeling mogelijk waarin dit aantal kan worden teruggebracht, terwijl recht wordt gedaan aan de gewenste extra aandacht voor de genoemde onderwerpen. Het toekomstige bestuur gaat daarover in de overgangsperiode het gesprek aan met de portefeuillehouders.
335
340
Elk platform stelt elk jaar, in overleg met het bestuur, een nieuwe inhoudelijke agenda op. Deze worden door het bestuur gebundeld voorgelegd aan de algemene vergadering. De platforms komen bestuurlijk 4 tot 6 keer per jaar bij elkaar. De voorzitters van de platforms worden geleverd door de beide provincies (bij vier platforms ieder 2). Een transparante keuze vooraf, waarvoor om pragmatische, niet om politieke redenen is gekozen. Indien een lid van een platform stopt als bestuurder, dan stelt de betreffende deelregio
een opvolger voor. In de MRA-platforms en de PHO’s zijn alle deelregio’s met minimaal één afgevaardigde vertegenwoordigd. 345 3. Algemene vergadering
350
355
360
De algemene vergadering (AV) is een breed overleg waarin alle MRAdeelnemers zijn vertegenwoordigd: 32 gemeenten, 2 provincies en de Vervoerregio Amsterdam. Zij legitimeert de bestuurlijke prioriteiten, bekrachtigt de samenstelling van het bestuur en toetst of het bestuur handelt binnen de kaders van de begroting en de MRA Agenda (waarvan de kaders worden vastgesteld door Raden en Staten). Daarmee is de AV het centrale orgaan en bewaakt de identiteit en cultuur van de MRA. De AV vervangt de huidige regiegroep. De deelregio’s stemmen onderling af wie zij (burgemeester(s) en/of wethouder(s)) afvaardigen, dubbeling met een positie in het bestuur is uitgesloten. Het bestuur legt verantwoording af in de AV. De leden van de AV leggen verantwoording af in hun Raden en Staten. De AV komt vier keer per jaar bijeen, of vaker indien de leden dat wensen of als het bestuur daar met redenen omkleed om vraagt. De burgemeester van Almere zit de AV als kwartiermaker voor in de eerste twee jaar. De AV bepaalt daarna zelf hoe het voorzitterschap vorm te geven.
365 4. Raden en staten, én de Raadtafel
370
375
Vanzelfsprekend hebben de Raden en Staten onverkort hun eigen bevoegdheden. Zij nemen besluiten over de begroting en de MRA Agenda. Daarmee bepalen de Raden en Staten de kaders voor het handelen binnen de MRA. In de vernieuwde samenwerking worden de Raden en Staten in een eerder stadium inhoudelijk bij onderwerpen betrokken (bijvoorbeeld door digitale consultatie). Om ervoor te zorgen dat het bestuur genoeg voeling heeft met de democratische vertegenwoordiging in de MRA wordt de positie van de Raadtafel versterkt. Deze zal bestaan uit 1 raadslid per gemeente en 2 statenleden per provincie. Allereerst adviseert de Raadtafel het bestuur en de AV over het proces van besluitvorming en controle. Zij kan gevraagd en ongevraagd advies geven. Daarnaast vervult de Raadtafel ook de rol van
380
385
390
395
400
405
410
ambassadeur. Dit betekent dat de Raadtafel initiatief neemt tot het organiseren van bijeenkomsten voor Raads- en Statenleden, inhoudelijke gesprekken met experts of leden van de Amsterdam Economic Board en daarin wordt ondersteund door de MRA-directie. Als een beslissing grote gevolgen heeft, wordt de formele lijn van wensen en bedenkingen gebruikt. Die loopt via de Raden en Staten, niet via de Raadtafel. De Raadtafel kan wel gevraagd en ongevraagd adviseren deze lijn te doorlopen. De huidige Raadtafel wordt nadrukkelijk betrokken bij de invulling van de versterkte rol. 5. Directie MRA De directie stuurt op uitvoering van de MRA-agenda en de bestuurlijke afspraken over de centrale ambitie en de bijbehorende doelen. Bij het maken van afspraken heeft de directie een agenderende en initiërende rol. Daadkracht in de uitvoering koppelt de directie aan het bijdragen aan draagvlak voor de te nemen besluiten. Daarin heeft de directie een spilfunctie voor betrokken ambtenaren, bestuurders en raads- en statenleden. De directie rapporteert aan het bestuur en krijgt een aanmerkelijk sterkere positie dan het huidige secretariaat dat vooral ondersteunt. Dit betekent dat het ambtelijk apparaat wordt aangepast op basis van een op te stellen profiel voor de bezetting. Een formatie met een vaste kern van ongeveer 30 fte wordt op voorhand redelijk geacht.
In het profiel wordt aangegeven aan welke taken, projecten en programma’s de medewerkers worden gekoppeld. De deelregio’s stellen geschikte kandidaten om niet beschikbaar voor de directie MRA. Zo ontstaat een vaste kern en een flexibele schil die kan meebewegen met de vragen van het bestuur. De mensen die de deelregio’s inzetten werken nu feitelijk meestal al aan opgaven in MRA-verband. We brengen deze nu alleen organisatorisch bij elkaar. Zo hoeven er geen additionele kosten te worden gemaakt. Dit heeft het voordeel dat er een goede afspiegeling in personeel ontstaat, dat de kwaliteit van kandidaten gewaarborgd kan worden en de kosten naar draagkracht binnen de deelregio’s kunnen worden gedeeld.
415
420
425
430
435
440
V Tot slot De verandering die hier wordt voorgesteld zal niet van vandaag op morgen zijn beslag krijgen. Door de coronapandemie en de noodzaak van economisch en maatschappelijk herstel heeft versterking van de MRA wel grote urgentie. In het eerder aan Colleges, Raden en Staten toegestuurde schema is voorzien in definitieve besluitvorming over de centrale ambitie, de drie doelen en het herziene samenwerkingsverband voor de zomer van 2021. Na de consultatie op basis van de nu voorliggende notitie zal de vereenvoudigde organisatie de komende maanden verder worden uitgewerkt in een protocol dat ook voor de zomer wordt voorgelegd. Na de definitieve besluitvorming zal in ieder geval een overgangsperiode van een half jaar (tot eind 2021) nodig zijn om de nieuwe werkwijze te bestendigen. Het bestuur werkt samen met de platforms scenario’s uit hoe de centrale ambitie, de drie doelen en het reguliere werk op basis van de MRAagenda kunnen worden verbonden. Ook wordt nagegaan of de MRA-agenda 2020-2024 aanpassing en aanscherping behoeft. Vertrouwen, gedeeld enthousiasme, begrip voor elkaars wensen en zorgen, en een gezamenlijk gedragen ambitie ontstaan in ontmoeting. Jaarlijks komen we daarom met de gehele MRA bijeen om te praten over de relevante inhoudelijke onderwerpen, bij voorkeur in combinatie met de State of the Region.
We nodigen sprekers uit die de Raads- en Statenleden, bestuurders, ambtenaren en onze maatschappelijke partners inspireren en verleiden nieuwe horizonten te verkennen. Immers, alleen samen brengen wij onze metropoolregio verder. De transitiecommissie,
445
450
Arthur van Dijk Femke Halsema (voorzitter) Thijs Kroese Gerard Kuipers Leen Verbeek Franc Weerwind Emiel Reiding (secretaris)
10 maart 2021
Andere organisatie MRA nodig voor ontwikkeling ‘metropool van grote klasse’ De organisatie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) moet eenvoudiger worden om de grote ambities van het samenwerkingsverband te kunnen waarmaken. In internationaal perspectief moet de regio zich bovendien niet alleen onderscheiden door economische groeimogelijkheden, maar ook door de goed opgeleide beroepsbevolking, het sociaal evenwicht en de hoge kwaliteit van de leefomgeving. Zo kan de regio zich ontwikkelen tot een ‘metropool van grote klasse’. De organisatie moet hiervoor veranderen en overzichtelijker worden. Dit voorstel doet een commissie onder leiding van de Amsterdamse burgemeester en MRA-voorzitter Femke Halsema aan de colleges van burgemeester en wethouders, de gemeenteraden en Provinciale Staten in de MRA. De commissie bestaat naast Halsema uit Arthur van Dijk (commissaris van de Koning in Noord-Holland), Leen Verbeek (commissaris van de Koning in Flevoland), Franc Weerwind (burgemeester van Almere), Gerard Kuipers (wethouder in Hilversum) en Thijs Kroese (wethouder in Purmerend). Het voorstel van de commissie is vandaag aan de deelnemers van de MRA verzonden. De commissie komt met haar voorstel naar aanleiding van een evaluatie van de MRAsamenwerking.
Hieruit bleek dat de ontwikkeling van de regio onvoldoende wordt gestuurd en begeleid, terwijl het belang van sterke regionale sturing groot is. Ambitie uitgewerkt in drie doelen Diverse gesprekken en bijeenkomsten hebben geresulteerd in de gedeelde ambitie van een ‘metropool van grote klasse’, waarin nabijheid en de menselijke maat een grote kracht zijn. Deze ambitie is in het voorstel uitgewerkt in drie doelen: • • •