CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B&W_Raadsvoorstel bij Jaarstukken 2024 (22 april)

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 12 juni 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RAADSDEBAT Raadzaal 19.00 – 20.30 uur RV Jaarstukken 2024 (12045013)3.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel Onderwerp

Portefeuillehouder Inlichtingen Collegevergadering

Jaarstukken 2024 mr. drs. Beryl van Straten Hans leeuwen 22 april 2025

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

12045013

1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de Jaarstukken 2024 vast te stellen, met een gerealiseerd voordelig resultaat van € 18,199 miljoen en dit toe te voegen aan de Algemene dekkingsreserve; 2. € 3,135 miljoen te bestemmen voor budgetoverhevelingen ten laste van de Algemene dekkingsreserve en hiertoe vast te stellen de 8e begrotingswijziging van 2025; 3. de bestemmingsreserve Indexatie subsidies woningbouw in te stellen, hierin de rentevoordelen als gevolg van vooruitontvangen bedragen op subsidies van het Rijk voor de stimulering van de woningbouw te reserveren en aan de Algemene dekkingsreserve € 2,033 te onttrekken en te storten in de reserve Indexatie subsidies woningbouw; 4. het restant voordelig resultaat van € 13,301 miljoen te onttrekken aan de Algemene dekkingsreserve en toe te voegen aan de reserve Schaalsprong; 5. voor de verwerking van de beslispunten 3 en 4 de 9e begrotingswijziging van 2025 vast te stellen; 6. de begrotings- en de kredietoverschrijdingen conform het 'Overzicht begrotings- en kredietoverschrijdingen' te autoriseren; 7. in te stemmen met de rechtmatigheidsverantwoording; 8. in te stemmen met een bedrag van € 10,1 miljoen als 10e kredietverstrekking van 2025 voor het doorschuiven van in 2024 vrijgegeven restantjaarschijven van kredieten naar 2025. 2.

Samenvatting Met de Jaarstukken 2024 leggen we financiële en beleidsmatige verantwoording af over de beleidsdoelen en activiteiten uit de Programmabegroting 2024-2027. In de Najaarsrapportage 2024 werd rekening gehouden met een voordelig resultaat van € 23,6 miljoen. We hebben over 2024 een voordelig resultaat behaald van € 18,199 miljoen (zie voor een toelichting hierop het hoofdstuk 'Resultaat overzicht baten en lasten' van de Jaarstukken 2024). Voorgesteld wordt om € 3,135 miljoen aan niet-bestede budgetten over te hevelen naar 2025, zoals toegelicht in het hoofdstuk 'budgetoverhevelingen' van de Jaarstukken 2024. Het netto resultaat komt daarmee uit op € 15,064 miljoen voordelig.

Jaarstukken 2024

pagina 2

Voorgesteld wordt om van het netto resultaat een bedrag van € 2,033 miljoen toe te voegen aan de nieuw in te stellen bestemmingsreserve Indexatie subsidies woningbouw. In deze reserve worden de rentevoordelen gestort die het gevolg zijn van nog niet bestede voorschotten op subsidies van het Rijk voor de stimulering van de woningbouw. Deze voorschotten worden door het Rijk niet geïndexeerd voor loon- en prijsstijgingen. Vooral bij de verkregen subsidies voor specifiek woningbouw kan dit in de toekomst voor budgettaire problemen leiden. Om de tekorten die ontstaan zoveel mogelijk te dekken, stellen we voor om de rentevoordelen die samenhangen met de ontvangen subsidies in te zetten ter dekking van de ontstane indexatietekorten. Voor het resterende netto resultaat van € 13,031 miljoen wordt voorgesteld dit toe te voegen aan de Reserve schaalsprong. Voor het realiseren van de Schaalsprong wonen zijn investeringen in infrastructuur, supra bovenwijks groen en maatschappelijke voorzieningen (onderwijs en sport) noodzakelijk. Door tijdig financiële middelen 'vooruit te sparen' borgen we dat woningbouw en de bijbehorende voorzieningen in balans met elkaar kunnen worden ontwikkeld.

Dit is nodig voor de tijdige realisatie van nieuwe woningen, het mede voorkomen van vertragingen in de realisatie daarvan en het voldoen aan de resultaatverplichtingen die vastzitten aan verleende rijkssubsidies. Dit laatste voorkomt (gedeeltelijke) terugbetaling van omvangrijke verkregen subsidies. Met de Investeringsstrategie en Investeringsanalyse Schaalsprong wonen 2023 (7736120) is inzicht gegeven in de minimaal noodzakelijke supra bovenwijkse investeringen die het gevolg zijn van de woningbouwprojecten van de Schaalsprong Wonen en de daartegenover staande financiële dekking. Een storting in de Reserve schaalsprong is noodzakelijk om de benodigde investeringen voor de Schaalsprong Wonen te kunnen bekostigen. Recapitulerend is de voorgestelde bestemming van het resultaat 2024 als volgt: Omschrijving (bedragen x € 1.000; - is nadeel) Voordelig resultaat Jaarstukken 2024 Voorgestelde budgetoverhevelingen Netto resultaat 2024 Voorgestelde bestemming netto resultaat: - Instellen Reserve indexatie subsidies woningbouw - Reserve schaalsprong Totaal bestemming

18.199 -3.135 15.064 2.033 13.031 15.064

Verder wordt voorgesteld met de rechtmatigheidsverantwoording in te stemmen. Uit deze verantwoording blijkt dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 27,3 miljoen bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 6,191 miljoen. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 11,6 miljoen acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken. Het betreft hier overschrijdingen van lasten passend binnen bestaand beleid en open-einde regelingen. De resterende € 15,67 miljoen zijn onrechtmatig tot stand gekomen lasten als gevolg van het niet voldoen aan het voorwaardencriterium. Dit laatste betreft het aanbestedingsbeleid, waarbij € 14,7 miljoen wordt veroorzaakt door de opvang ontheemden uit Oekraïne waar de raad al over geïnformeerd is.

Jaarstukken 2024

pagina 3

Ook wordt voorgesteld om een bedrag van € 10,1 miljoen aan voor 2024 vrijgegeven restantjaarschijven van kredieten door te schuiven naar 2025 (zie voor een toelichting hierop het hoofdstuk 'Restantkredieten'). 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Met de Jaarstukken 2024 leggen we beleidsmatige en financiële verantwoording af over het jaar 2024. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen

In de Jaarstukken 2024 geven we antwoord op de volgende drie W-vragen: • Wat wilden we bereiken? • Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? • Wat heeft het gekost? De jaarstukken bestaan uit twee onderdelen, te weten het jaarverslag en de jaarrekening. Het onderdeel jaarverslag omvat de verantwoording per programma over de uitvoering van de beleidsvoornemens. Hierbij wordt antwoord gegeven op de eerste twee W-vragen. In de verplichte paragrafen wordt aanvullende informatie gegeven over programma-overstijgende onderwerpen zoals lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, bedrijfsvoering, grondbeleid, financiering, verbonden partijen en Openbaarheid Wet open overheid (Woo). Dit onderdeel bevat ook de niet verplichte paragrafen vastgoed en toezichtinformatie. De jaarrekening bevat de financiële verantwoording, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten en een toelichting op beide. In de jaarrekening is ook de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Rekeningresultaat 2024

We hebben over 2024 een voordelig resultaat behaald van € 18,199 miljoen. In de Najaarsrapportage 2024 werd rekening gehouden met een voordelig resultaat van € 23,612 miljoen. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door incidentele nadelen die nog niet bekend waren bij het opstellen van de Najaarsrapportage 2024. Ondanks dit incidentele voordelige resultaat over 2024 blijft er sprake van een negatief meerjarenbeeld vanaf 2026. In het hoofdstuk 'Resultaat overzicht van baten en lasten' is een samenvatting van de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde programmabegroting opgenomen. In onderstaande tabel worden vanuit deze samenvatting de vijf grootste verschillen ten opzichte van de stand van de Najaarsrapportage 2024 uitgelicht. Deze verschillen zijn incidenteel van aard. Omschrijving (bedragen x € 1.000; - is nadeel) Voorziening pensioenverplichting wethouders -3.764 Leges Wet algemene bepalingen omgevingsrecht -5.303 Onroerendezaakbelastingen niet-woningen oude jaren -2.588 Deelneming Waterwolf -2.811 Personeelslasten programma's 2.041

Jaarstukken 2024

pagina 4

Toelichting op de grootste verschillen Voorziening pensioenverplichting wethouders Wegens een lagere rekenrente en indexatie van de pensioenen van wethouders is een hogere storting gedaan in de voorziening pensioenverplichting wethouders om aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Leges Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Bij het prognosticeren van het legesresultaat wordt er binnen de gemeente Haarlemmermeer gewerkt met scenario's. De verwachting bij de Najaarsrapportage 2024 was dat het resultaat hoger uit zou vallen dan daadwerkelijk is gerealiseerd. Doordat de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) in de tussentijdse rapportage, die door ons voor de legesprognose is gebruikt, een aantal legeszaken niet juist gerapporteerd heeft, zijn de legesopbrengsten lager uitgevallen dan de prognose. Door de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 waren er onzekerheden over de inkomsten van leges uit aanvragen voor vergunningen op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Aan het einde van 2023 zijn er net voor het ingaan van de Omgevingswet nog veel aanvragen onder het oude regime gedaan wat een eenmalig voordeel gaf van € 4,8 miljoen. Mede hierdoor zijn in 2024 minder leges verantwoord. Onroerendezaakbetastingen niet-woningen oude jaren Het nadeel op de OZB niet-woningen betreft de jaren 2022 en 2023.

Met een grote belastingplichtige is in 2024 overeenstemming bereikt over de getaxeerde waarde voor het belastingjaar 2024. Er is daarbij van de veronderstelling uitgegaan dat dit terugwerkende kracht zou hebben voor de jaren 2022 en 2023. Eind 2024 bleek echter dat de bezwaarschriften over die jaren niet ingetrokken zijn en er voor die jaren geen overeenstemming is. In de jaarstukken is nu vanuit het voorzichtigheidsprincipe rekening gehouden met het maximaal betwiste bedrag aan waarde volgens de Wet waardering onroerende zaken (WOZ-waarde) en de mogelijke nog te verwerken verminderingen op de belastingaanslagen. Dit is het maximale risico dat we lopen. Dit is een incidenteel nadeel. Voor 2025 en verder is in de prognoses rekening gehouden met de overeenstemming over de WOZ-waarde die over 2024 is bereikt. Deelneming Waterwolf De verkoop van De Waterwolf Dienstverlening Buitenruimte BV heeft begin 2025 plaatsgevonden waardoor de verkoopopbrengst in 2025 verantwoord moet worden. In de ramingen was ervan uitgegaan dat de verkoop nog in 2024 zou plaatsvinden. Personeelslasten programma's De opbrengst die gerealiseerd is via de verrekeningen van uren is hoger dan geraamd. Een gedeelte van dit voordeel (€ 732.000) komt ten gunste van de algemene dekkingsmiddelen. Het andere gedeelte wordt verantwoord in het overzicht overhead.

Daarnaast is aan de kostenkant een voordeel van € 1.298.000 gerealiseerd, voornamelijk vanwege lagere personele lasten doordat vacatures niet altijd direct ingevuld kunnen worden.

Jaarstukken 2024

pagina 5

Rechtmatigheidsverantwoording

Met de rechtmatigheidsverantwoording leggen we verantwoording af over de naleving van de regels voor het financiële reilen en zeilen in de organisatie. Bijvoorbeeld over naleving van de voorwaarden voor subsidies en Europese aanbestedingen of van regels met betrekking tot lasten waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting. Onze conclusie is dat de in de Jaarrekening 2024 verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens van € 6,191 miljoen. Voor een belangrijk deel betreft dit het voorwaardencriterium, waarbij de belangrijkste oorzaak de opvang van ontheemden uit Oekraïne is waar de raad al over geïnformeerd is via de nota van B&W Onrechtmatigheid aanbestedingsprocedure contracten opvang Oekraïners (10193428). Budgetoverhevelingen

Voorgesteld wordt om € 3,135 miljoen aan niet-bestede budgetten over te hevelen naar 2025, zoals toegelicht in het onderdeel 'Budgetoverhevelingen'. De vijf grootste over te hevelen budgetten zijn: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Specifieke uitkeringen (Spuk's) Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en Integraal zorgakkoord (IZA) Opvang statushouders hotel- en accommodatieregeling (HAR) Planeetbaan 2 557 Brede asielopgave 400 Onderwijsachterstanden 379 Bijdrage zorginstelling 225 In de Financiële verordening Haarlemmermeer 2023 (10164435) (inclusief eerste wijziging) zijn toetsingscriteria voor budgetoverhevelingen benoemd. Deze criteria zijn: 1. het achterwege blijven van de budgetoverheveling leidt tot een significante vertraging in de oorspronkelijk voorgenomen uitvoering; 2. het minimumbedrag voor een budgetoverheveling bedraagt € 200.000; 3. de overheveling moet betrekking hebben op incidenteel beschikbaar gestelde budgetten; 4. door de overheveling mag het betreffende budget niet worden overschreden. Acht budgetoverhevelingen zijn lager dan € 200.000 en voldoen hierdoor niet aan toetsingscriterium 2. maar we vinden het noodzakelijk dat hier een uitzondering op wordt gemaakt. Dit betreffen: a. tijdelijke onderwijshuisvesting Integraal huisvestingsplan onderwijs € 192.000; b. invoering Omgevingswet € 168.000; c. Economische Koers en Ondernemersplein € 155.000; d.

Stadscentrum Hoofddorp en Spoorzone Novex € 143.000; e. Spreidingswet € 109.000; f. tuinuitgifte project wijken jonger dan 20 jaar € 108.000; g. ventilatie bestaande schoolgebouwen (Spuk Ventilatie in scholen) € 102.000; h. actieplan wapens en jongeren € 36.000. De reden van de voorgestelde uitzonderingen is toegelicht in het onderdeel 'Budgetoverhevelingen' van de Jaarstukken 2024. Na aftrek van de voorgestelde budgetoverhevelingen komt het netto resultaat uit op € 15,064 miljoen voordelig.

Jaarstukken 2024

pagina 6

Bestemming jaarrekeningresultaat

Reserve indexatie subsidies woningbouw Ter stimulering van woningbouw worden er vanuit het Rijk diverse subsidies beschikbaar gesteld. Met het binnenhalen van subsidies kunnen we belangrijke stappen zetten om onze woningbouwambitie voor 2040 te verwezenlijken. De afgelopen jaren (vanaf 2020) hebben we diverse malen met succes een beroep gedaan op deze rijksmiddelen. Tot op heden hebben we hiervoor ruim € 160 miljoen (exclusief BTW) aan subsidiebeschikkingen ontvangen. Het Rijk bepaalt de hoogte van het subsidiebedrag zonder rekening te houden met toekomstige prijsindexaties (loon- en prijsstijgingen). Wel betaalt het Rijk vooruit aan de gemeenten. Gemeenten hebben hierdoor een rentevoordeel wat ter dekking gebruikt kan worden voor de optredende indexaties. Dit rentevoordeel ontstaat doordat de gemeente werkt met totaalfinanciering en als gevolg van de ontvangen voorschotten minder geldleningen hoeft aan te trekken. Binnen de gemeentelijke administratie kunnen we dit rentevoordeel echter niet koppelen aan de gesubsidieerde projecten met toekomstige prijsindexaties. Hierdoor ontstaan tekorten voor de (infrastructurele) maatregelen ten gevolge van gemiste indexaties enerzijds en rentevoordelen in de gemeentelijke exploitatie anderzijds. Juist bij de verkregen subsidies voor specifiek woningbouw kan dit in de toekomst voor budgettaire problemen leiden.

Immers het totaal bedrag van de woningbouwsubsidies is hoog, daarnaast zit er veel tijd, tot tien jaar, tussen het moment van uitbetalen van de subsidie en het daadwerkelijk investeren. Hierdoor gaat het snel om grote bedragen. Om de tekorten die ontstaan zoveel mogelijk te dekken stellen we voor om de rentevoordelen als gevolg van de ontvangen subsidies in te zetten ter dekking van de ontstane indexatietekorten. Dit wijkt af van de huidige gemeentelijke financiële systematiek maar we zien dit als een mogelijkheid en kans om vanwege de grootte van de rentevoordelen enerzijds en de oplopende tekorten voor de investeringsmaatregelen anderzijds als de meest verstandige praktische oplossing. Daarom stellen we bij deze jaarstukken voor hier een nieuwe bestemmingsreserve 'indexatie subsidies woningbouw' voor in te stellen. De boekwaarde van nog niet benutte subsidies bedroeg per 1 januari 2024 € 58,1 miljoen en is als volgt opgebouwd: Balansstand Omschrijving 1-1-2024 11.717 SPUK Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur 31.776 SPUK Pilot Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget (Spoorzone) 14.594 SPUK Woningbouwimpuls 58.087 Totaal De bespaarde rente over 2024 bepalen we door het gemiddelde rentepercentage dat we van het schatkistbankieren verkrijgen te hanteren.

Hiermee gebruiken we een eenduidig herleidbaar rentepercentage, wat het meest aansluit bij de werkelijke rentevoordelen die we als gemeente hebben. We stellen voor een bedrag van 3,5% van € 58,087 miljoen is € 2,033 miljoen te storten in de bestemmingsreserve 'Indexatie subsidies woningbouw'. Het doel van deze reserve is het dekken van loon- en prijsstijgingen van de investeringen ten behoeve van de realisatie van woningbouwprojecten voor het deel dat gedekt wordt uit vooruitontvangen specifieke uitkeringen van het Rijk.

Jaarstukken 2024

pagina 7

Bij de Voorjaarsrapportage 2025 komen we met een voorstel om de voeding van deze reserve structureel te borgen en te verwerken bij de planning- en control (P&C)-producten. Reserve schaalsprong Voorgesteld wordt om het restant netto resultaat van € 13,031 miljoen toe te voegen aan de Reserve schaalsprong. Bij het instellen van de reserve Schaalsprong (2019.0027574) is besloten om elk jaar bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat een afweging te maken om het voordelige resultaat toe te voegen aan deze reserve. Met een ratio weerstandsvermogen die valt onder de classificatie 'Uitstekend' waarbij de Algemene dekkingsreserve meer dan toereikend is, kan een incidentele toevoeging worden gedaan van het jaarrekeningresultaat in de Reserve schaalsprong. Ook voeding van de reserve door het surplus van de Algemene reserve grondzaken te storten is één van de mogelijkheden. Daarnaast is afgesproken om structureel € 2 miljoen uit de algemene dekkingsmiddelen voor de stelpost kapitaallasten Schaalsprong beschikbaar te stellen (2021.0002603). Over de besteding van de reserves en de stelpost wordt altijd door de raad besloten middels een integrale afweging bij de voorjaarsrapportage. We hebben de ambitie om het grote woningtekort terug te dringen. Dit betekent dat het gewenst is om ten opzichte van de huidige woningvoorraad tot en met 2030 ongeveer 20% aan woningen bij te bouwen.

De Reserve schaalsprong en de stelpost kapitaallasten Schaalsprong zijn ingericht om de voor deze groei benodigde investeringen in infrastructuur, supra bovenwijks groen (2020.0000409) en wettelijk vereiste maatschappelijke voorzieningen (onderwijs en sport) (2021.0002603) te bekostigen. Door tijdig financiële middelen 'vooruit te sparen' borgen we dat woningbouw en de bijbehorende voorzieningen in balans met elkaar kunnen worden ontwikkeld. Dit is nodig voor de tijdige realisatie van nieuwe woningen, het mede voorkomen van vertragingen in de realisatie daarvan en het voldoen aan de resultaatverplichtingen die vastzitten aan verleende rijkssubsidies. Dit laatste voorkomt (gedeeltelijke) terugbetaling van omvangrijke verkregen subsidies. Voor de dekking van de investeringsstrategie Schaalsprong Wonen zijn drie voedingsbronnen vastgesteld door de raad: 1. het surplus (alle middelen boven € 5 miljoen) van de Algemene reserve grondzaken storten in de reserve Schaalsprong (in 2023 en 2024 geen surplus); 2. bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat een incidentele storting in de reserve Schaalsprong overwegen (in 2023 geen storting); 3. stelpost kapitaallasten Schaalsprong van € 2 miljoen.

Met de Investeringsstrategie en Investeringsanalyse Schaalsprong wonen 2023 (7736120) is inzicht gegeven in de minimaal noodzakelijke supra bovenwijkse investeringen die het gevolg zijn van de woningbouwprojecten van de Schaalsprong Wonen en de daartegenover staande financiële dekking. Deze financiële dekking staat onder druk. De raad heeft tijdens de behandeling van de Jaarstukken 2023 op 6 juni 2024 met een amendement besloten het bedrag ter hoogte van het jaarrekeningresultaat 2023 via moties en amendementen bij de behandeling van de Voorjaarsrapportage 2024 te betrekken en niet te storten in de Reserve schaalsprong. Daarnaast kan er de komende jaren, uitgaande van de actuele inzichten (zie het Meerjarenperspectief grondzaken 2025 (12013353)), minder toegevoegd worden aan de Reserve schaalsprong vanuit de Algemene reserve grondzaken. Het voorstel om de jaarlijkse toevoeging aan de stelpost kapitaallasten Schaalsprong per 2027 met € 0,5 miljoen te verhogen naar € 2,5 miljoen, is vanwege het negatieve meerjarenbeeld, niet geëffectueerd in de meerjarenbegroting.

Jaarstukken 2024

pagina 8

Ook mogelijke toekomstige beleidswijzigingen (bijvoorbeeld de vereiste in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting dat twee derde van de te realiseren woningen betaalbaar moet zijn) hebben hun weerslag op de financiële dekking. In 2025 actualiseren we de Investeringsstrategie. Hierin worden de op dat moment voorziene relevante ontwikkelingen en variabelen meegenomen. Gezien het bovenstaande is de storting in de Reserve schaalsprong noodzakelijk om de benodigde investeringen voor de Schaalsprong Wonen te kunnen bekostigen. Investeringen We stellen verder voor om voor een bedrag van € 10,1 miljoen aan voor 2024 vrijgegeven jaarschijven van kredieten door te schuiven naar 2025 (zie voor een uitgebreide toelichting hierop het hoofdstuk 'Restantkredieten' in de Jaarstukken 2024). In het Strategisch Perspectief Investeringen (SPI) voorjaar en najaar 2024 zijn de kredieten in 2024 geactualiseerd en was er een bedrag beschikbaar van € 98,2 miljoen. In totaal is in 2024 € 74,4 miljoen aan investeringsuitgaven gedaan. Dit geeft een realisatiegraad van 76%. Dit betekent dat per 31 december 2024 van de vrijgegeven jaarschijven nog een bedrag resteert van € 23,8 miljoen. Van de € 23,8 miljoen kan op basis van de vastgestelde richtlijnen conform het Activabeleid gemeente Haarlemmermeer 2019 (2019.0054155) een bedrag van € 10,1 miljoen worden doorgeschoven naar 2025.

Het gaat hier om: • kredieten die in 2024 door de raad beschikbaar zijn gesteld, maar waarvan uitvoering nog niet volledig heeft plaatsgevonden (€ 3,7 miljoen). Deze kredieten worden op grond van de richtlijnen zonder meer overgeheveld; • kredieten die vóór 2024 door de raad beschikbaar zijn gesteld, waarvan de investeringen over meerdere jaren lopen of waarvan uitvoering nog niet volledig heeft plaatsgevonden, maar waarvoor inmiddels wel concrete verplichtingen zijn aangegaan (€ 6,3 miljoen); • voorbereidingskredieten die door de raad beschikbaar zijn gesteld, waarvan de daadwerkelijke uitvoering de komende jaren plaatsvindt (€ 0,4 miljoen). Bij voorbereidingskredieten vindt op grond van de richtlijnen altijd overheveling plaats. De grootste doorgeschoven jaarschijven zijn: • Spoorzone Graan voor Visch Zuid, Hoofddorp € 1,1 miljoen; • Spoorzone Stationskwartier, Hoofddorp € 1,1 miljoen; • Duurzaamheidsleningen, € 1,1 miljoen; • Schuilhoeve, Badhoevedorp € 0,8 miljoen; • Fietsroute Oude Notweg, Haarlemmerliede € 0,7 miljoen. Het verschil van € 13,7 miljoen betreft kredieten die zijn komen te vervallen. Dit betreft met name het beschikbaar gestelde bedrag voor strategische grondaankopen van € 10 miljoen waarvan in 2024 geen gebruik is gemaakt.

De financiële consequenties van de wijziging in de kapitaallasten, veroorzaakt door het verschuiven van de kredieten, worden verwerkt in het meerjarenbeeld bij de Voorjaarsrapportage 2025.

Jaarstukken 2024

pagina 9

3.3 Wat mag het kosten?

De Programmabegroting 2024-2027 is de basis voor de uitvoering van de beleidsdoelen en bijbehorende activiteiten in 2024. In het onderdeel 'Wat heeft het gekost' staan per programma de afwijkingen toegelicht ten opzichte van de begroting inclusief de wijzigingen die de raad heeft vastgesteld. Begrotingsrechtmatigheid In het hoofdstuk 'Overzicht begrotings- en kredietoverschrijdingen' zijn de overschrijdingen gespecificeerd en toegelicht. De conclusie hiervan is dat de afwijkingen plaatsvinden binnen de vastgestelde budgettaire en beleidskaders en daarmee acceptabel zijn. Wat zijn de financiële risico’s?

Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De raad heeft budgetrecht en een controlerende taak. Ons college is, binnen de door de raad vastgestelde beleidsmatige en financiële kaders, integraal verantwoordelijk voor het uitvoeren van de beleidsdoelen en activiteiten in de programmabegroting en de verantwoording en verslaglegging van de resultaten in de Jaarstukken 2024. De portefeuillehouder Financiën is binnen het college eerste aanspreekpunt voor de P&C-producten. 3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?

De controleverklaring van de accountant bij de Jaarstukken 2024 is nog niet beschikbaar. Deze wordt door de accountant rechtstreeks aan de raad aangeboden. Tevens wordt dan de door de accountant gewaarmerkte Jaarstukken 2024 bij de vergaderstukken gevoegd. De gewaarmerkte versie van de jaarstukken is het document waarover de raad een besluit neemt. Met de vaststelling van de Jaarstukken 2024 is de planning- en controlcyclus van 2024 afgerond. 3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de MRA en er zijn met betrekking tot dit onderwerp geen regionale afspraken gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=0a786c2d-9eb6-49e0-a9f7-d66f7cff68ff