Amendement VVD PVDA HAP Forza GL FvD CU-SGP 1H SRH GH CDA Woonwagenbeleid 2023.12.07
Tekst van het document
Amendement Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 2023 Art. 26 RvO De raad van de gemeente Haarlemmermeer in vergadering bijeen op donderdag 7 december 2023, Stelt voor, het raadsvoorstel ‘Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 2023’ (8414029) te wijzigen op de punten genoemd onder ‘A’, en de (rest van de) tekst van het raadsvoorstel daarop aan te passen rekening houdend met de wijzigingen onder ‘B’. Stelt voor, het onderliggende Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 2023 (8414029) te wijzigen op de (zes) punten genoemd onder ‘B’.
A. Wijzigingen in de beslispunten van het raadsvoorstel Originele tekst: “1. Het Woonwagenbeleid Haarlemmermeer vast te stellen, met daarin de volgende ambities: (…) b. uitvoeren van locatieonderzoek naar de uitbreiding van standplaatsen en sociale huurwoonwagens op de huidige woonwagenlocaties en nieuwe locaties; c. uitbreiden van het aantal standplaatsen met 21 (op basis van onderzoek 'Woonwagenstandplaatsen in Nederland'), waarvan 5 tot 10 standplaatsen met sociale huurwoonwagens; (…)” Nieuwe tekst: “1. Het Woonwagenbeleid Haarlemmermeer vast te stellen, met daarin de volgende uitgangspunten: (…) b. uitvoeren van locatieonderzoek naar de uitbreiding van standplaatsen en (sociale) huurwoonwagens op de huidige woonwagenlocaties en nieuwe locaties; c. uitbreiden van het aantal standplaatsen met 21 (op basis van onderzoek 'Woonwagenstandplaatsen in Nederland'), waarvan minimaal 5 standplaatsen met sociale huurwoonwagens; (…)” Toelichting: De wijzigingen van deze beslispunten zijn een gevolg van wijzigingsvoorstellen in het beleid zelf (zie hiervoor de toelichtingen onder punt B).
1
B. Wijzigingen in het Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 2023 1. Grootte van de vakken en woonvorm Originele tekst (paragraaf 5. Ruimtelijke kaders, pagina 11): “In het onderzoek naar nieuwe locaties gaan we uit van een grootte tussen de 100 en 200 m2. In de jaren tachtig werd uitgegaan van standplaatsen van tenminste 10 bij 20 meter (200m2), om te zorgen voor voldoende ruimte tussen de woonwagens, onder andere vanwege brandveiligheid. Ook op de tweedehandsmarkt voor woonwagens is deze maat het uitgangspunt. Voor nieuwe standplaatsen, bijvoorbeeld voor sociale huurwoonwagens kijken we ook naar andere opties, zoals kleinere standplaatsen/woonwagens en woonwagens met een verdieping. We gaan uit van maatwerk per locatie. “ Nieuwe tekst: “In het onderzoek naar nieuwe locaties is het uitgangspunt dat een vak voldoet aan 200 m2. In de jaren tachtig werd uitgegaan van standplaatsen van tenminste 10 bij 20 meter (200m2), om te zorgen voor voldoende ruimte tussen de woonwagens, onder andere vanwege brandveiligheid. Ook op de tweedehandsmarkt voor woonwagens is deze maat het uitgangspunt. We gaan uit van maatwerk per locatie, waarbij in overleg met de woonwagenbewoners afgeweken kan worden van de grootte van een standplaats. “ Toelichting: Een kleinere standplaats dan 200 m2 is voor de woonwagenbewoners vooralsnog geen optie.
Een woonwagen heeft vrije draairuimte nodig voor plaatsing en in verband met brandveiligheid. Daarom kan alleen afgeweken worden van de grootte van een standplaats als de woonwagenbewoners hiermee instemmen. Daarbij kan het niet zo zijn dat de gemeente in beleid bepaald dat de woonvorm er anders uit komt te zien, dan in de cultuur gebruikelijk is. Zo is het stapelen van woonwagens geen reële optie. Daarom is deze passage geschrapt. Maatwerk moet wel mogelijk blijven, dus dat blijft opgenomen in het beleid.
2. Sociale huurwoonwagens 2.1. Originele tekst (inhoudsopgave, pagina 3): 6.2 Toewijzing nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens 2.1. Nieuwe tekst: 6.2 Toewijzing nieuwe standplaatsen en (sociale) huurwoonwagens 2.2. Originele tekst (paragraaf 1.4 ambities, pagina 5): “Uitvoeren van locatieonderzoek naar de uitbreiding van standplaatsen en sociale huurwoonwagens op de huidige woonwagenlocaties en nieuwe locaties.” EN
2
“Uitbreiden van het aantal standplaatsen met 21 (op basis van onderzoek ‘Woonwagenstandplaatsen in Nederland’, zie paragraaf 4.3), waarvan 5 tot 10 standplaatsen met sociale huurwoonwagens.” EN “Monitoren van de behoefte, deze ambities en het aantal standplaatsen en sociale huurwoonwagens in de Bestuurlijke Voortgangsrapportage Wonen.” 2.2. Nieuwe tekst: “Uitvoeren van locatieonderzoek naar de uitbreiding van standplaatsen en (sociale) huurwoonwagens op de huidige woonwagenlocaties en nieuwe locaties.” EN “Uitbreiden van het aantal standplaatsen met 21 (op basis van onderzoek ‘Woonwagenstandplaatsen in Nederland’, zie paragraaf 4.3), waarvan minimaal 5 standplaatsen met sociale huurwoonwagens.” EN “Monitoren van de behoefte, deze ambities en het aantal standplaatsen en (sociale) huurwoonwagens in de Bestuurlijke Voortgangsrapportage Wonen.” 2.3. Originele tekst (paragraaf 4.3 Kwantitatieve en kwalitatieve opgave, pagina 10): De wachttijd voor een gemiddelde sociale huurwoning in Haarlemmermeer is ca 17 jaar. Een standplaats is een specifieke vorm van woonruimte waarvoor net als bij andere bijzondere sociale huurwoningen de wachttijd langer is dan het gemiddelde. Aangezien wij ook de woonwagenbewoners uit de lagere inkomensgroep de mogelijkheid willen bieden om in een woonwagen te wonen, hebben wij de ambitie om 5 tot 10 sociale huurwoonwagens toe te voegen.
Kanttekening bij het realiseren van nieuwe standplaatsen met sociale huur woonwagens, zijn de hoge ontwikkelingskosten en hoge onrendabele top. 2.3. Nieuwe tekst: In een woonwagencentrum woont arm en rijk door elkaar en werkt de verdeling van sociale huur, vrije huursector en (huur)koop anders dan in de reguliere woningmarkt. Hoewel uit het behoeftenonderzoek van Woonwagenbelangen Nederland (2018) niet is gebleken dat er in Haarlemmermeer behoefte is voor het realiseren van woonwagens die binnen de sociale huur vallen, blijkt uit recente gesprekken dat deze behoefte wel aanwezig is. De behoefte naar het soort vak dient per geval gewogen te worden en door middel van maatwerk te worden voorzien in een passende woonoplossing. Het doel is om in familieverband samen te wonen en niet in inkomensverband.
3
2.4. Originele tekst (paragraaf 6. Wachtlijst en Toewijzing, pagina 13): Bij de toewijzing maken we onderscheid in de toewijzing van bestaande standplaatsen met koopwagens en de nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens. 2.4. Nieuwe tekst: Bij de toewijzing maken we onderscheid in de toewijzing van bestaande standplaatsen met koopwagens en de nieuwe standplaatsen en (sociale) huurwoonwagens. 2.5. Originele tekst (paragraaf 6.2. Toewijzing nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens, pagina 13): 6.2 Toewijzing nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens Nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens worden toegewezen op basis van een wachtlijst die is opgebouwd volgens onderstaande puntensystematiek. 2.5. Nieuwe tekst: 6.2 Toewijzing nieuwe standplaatsen en (sociale) huurwoonwagens Nieuwe standplaatsen en (sociale) huurwoonwagens worden toegewezen op basis van een wachtlijst die is opgebouwd volgens onderstaande puntensystematiek. 2.6. Originele tekst (paragraaf 6.2. Toewijzing nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens, pagina 14): Ingeval een nieuwe standplaats gerealiseerd wordt of een sociale huurwoonwagen vrijkomt worden de volgende stappen doorlopen: 2.6.
Nieuwe tekst: Ingeval een nieuwe standplaats gerealiseerd wordt of een (sociale) huurwoonwagen vrijkomt worden de volgende stappen doorlopen: Toelichting: De behoefte van sociale huurwoonwagens is nergens opgehaald of gemeten, maar uit gesprekken blijkt dat er wel enige behoefte is. Deze behoefte moet los van dit beleid worden onderzocht. Uit het voorliggende beleid blijkt wel dat het realiseren van sociale huurwoonwagens kostbaar en lastiger te realiseren zijn. Ook zou het vertragend kunnen werken. Huurwoonwagens of huurkoop zijn wel een reële opties om nader te onderzoeken.
3. Afstammingsbeginsel 3.1. Originele tekst (paragraaf 1.3 Begripsbepaling, pagina 4): Het afstammingsbeginsel bepaalt wie er binnen de groep woonwagenbewoners valt. Eerste graads(ouders, kinderen) tweedegraadsfamilieleden (broers, zussen, kleinkinderen, grootouders) van woonwagenbewoners vallen binnen het afstammingsbeginsel.
4
3.1. Nieuwe tekst: Het afstammingsbeginsel bepaalt wie er binnen de groep woonwagenbewoners valt. Eerste graads(ouders, kinderen), tweedegraads- (broers, zussen, kleinkinderen, grootouders), derdegraads(overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten, ooms en tantes) en vierdegraads familieleden (betovergrootouders, achterneven en achternichten, oudooms en oudtantes) van woonwagenbewoners vallen binnen het afstammingsbeginsel. 3.2. Originele tekst (paragraaf 2.2. Doelgroep, pagina 6): Eerste- en tweedegraads familieleden van huidige woonwagenbewoners in de gemeente Haarlemmermeer voor zoverre deze zich identificeren als woonwagenbewoners en voldoen aan het afstammingsbeginsel 3.2. Nieuwe tekst: Eerste-, tweede-, derde- en vierdegraads familieleden van huidige woonwagenbewoners in de gemeente Haarlemmermeer voor zoverre deze zich identificeren als woonwagenbewoners en voldoen aan het afstammingsbeginsel 3.3. Originele tekst (paragraaf 6.1 Toewijzing bestaande standplaatsen met koopwoonwagens, pagina 13): Belangstellenden reageren met vermelding van eventuele familierelaties (1e en 2e graads) op de locatie waar de standplaats vrij komt. 3.3. Nieuwe tekst: Belangstellenden reageren met vermelding van eventuele familierelaties (1e, 2e, 3e en 4e graads) op de locatie waar de standplaats vrij komt. 3.4.
Originele tekst (paragraaf 6.2 Toewijzing nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens, pagina 13): Voor a tot en met d geldt het afstammingsbeginsel: eerste graads- (ouders, kinderen) en tweedegraadsfamilieleden (broers, zussen, kleinkinderen, grootouders) van woonwagenbewoners 3.4. Nieuwe tekst: Voor a tot en met d geldt het afstammingsbeginsel, zoals bepaald in paragraaf 1.3 van dit beleid 3.5. Originele tekst (paragraaf 6.2 Toewijzing nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens, pagina 14): Belangstellenden reageren met vermelding van eventuele familierelaties (1e en 2e graads) op de locatie waar de standplaats vrij komt. EN b1 Bestaande locatie: degene met de meeste punten met eerste- of tweedegraads familiebanden op de locatiewaar de standplaats gerealiseerd wordt.
5
EN b2 Nieuwe locatie of sociale huurwoonwagen: degene met de meeste punten met eerste- of tweedegraads familiebanden op een woonwagenlocatie in Haarlemmermeer. 3.5. Nieuwe tekst: Belangstellenden reageren met vermelding van eventuele familierelaties (1e, 2e, 3e en 4e graads) op de locatie waar de standplaats vrij komt. EN b1 Bestaande locatie: degene met de meeste punten met eerste-, tweede, derde of vierde graads familiebanden op de locatiewaar de standplaats gerealiseerd wordt. EN b2 Nieuwe locatie of sociale huurwoonwagen: degene met de meeste punten met eerste-, tweede-, derde- of vierdegraads familiebanden op een woonwagenlocatie in Haarlemmermeer. Toelichting: De huidige omschrijving van het afstammingsbeginsel is beperkt tot 1e en 2e graads. Dit is te beperkt; dit bleek al uit het inspreken van de woonwagenbewoners. Daarom wordt de afstamming uitgebreid naar 3e en 4e graads. Eerst om te bewerkstellingen dat een deel van een familie niet wordt uitgesloten. Ten tweede wordt voorkomen dat hele verre familie plekken inneemt die bedoeld zijn voor familie die dichtbij staan.
4. Ambities 4.1 Originele tekst (Inhoudsopgave, pagina 3): 1.4 Ambities 4.1 Nieuwe tekst: 1.4 Uitgangspunten 4.2 Originele tekst (paragraaf 1.4 Ambities, pagina 5): 1.4 Ambities Hieronder staan de belangrijkste ambities uit het woonwagenbeleid. 4.2 Nieuwe tekst: 1.4 Uitgangspunten Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten uit het woonwagenbeleid. Toelichting: De raad spreekt zich uit dat ambities te vrijblijvend zijn. De raad wenst te spreken over uitgangspunten; dat is het vertrekpunt.
6
5. Spijtoptanten 5.1 Originele tekst (paragraaf 1.3 Begripsbepaling, pagina 4): Spijtoptanten Woonwagenbewoners die in een ‘reguliere’ woning wonen en weer in een woonwagen willen wonen. 5.1 Nieuwe tekst: Spijtoptanten of repatrianten Woonwagenbewoners die in een ‘reguliere’ woning wonen en weer in een woonwagen willen wonen. 5.2 Originele tekst (paragraaf 4.2 Onderzoek Standplaatsbehoefte Haarlemmermeer 2018, pagina 9): Spijtoptanten (woonwagenbewoners die in een ‘reguliere’ woning wonen en weer in een woonwagen willen wonen) 5.2 Nieuwe tekst: Spijtoptanten of repatrianten (woonwagenbewoners die in een ‘reguliere’ woning wonen en weer in een woonwagen willen wonen) 5.3 Originele tekst (paragraaf 4.2 Onderzoek Standplaatsbehoefte Haarlemmermeer 2018, pagina 9): Bij het opstellen en bijhouden van de wachtlijst monitoren we de behoefte aan standplaatsen voor inwonende familieleden en spijtoptanten en brengen ook de voorkeur voor koop of huur woonwagens in beeld. 5.3 Nieuwe tekst: Bij het opstellen en bijhouden van de wachtlijst monitoren we de behoefte aan standplaatsen voor inwonende familieleden en spijtoptanten en repatrianten en brengen ook de voorkeur voor koop of huur woonwagens in beeld. 5.4 Originele tekst (paragraaf 6.2 Toewijzing nieuwe standplaatsen en sociale huurwoonwagens, pagina 13): c. Spijtoptant 5.4 Nieuwe tekst: c.
Spijtoptant of repatriant Toelichting: Er is naast spijtoptanten ook een groep (oud) woonwagenbewoners die willen repatriëren. De term ‘repatriant’ is gangbaar om naast ‘spijtoptant’ te gebruiken.
6. Overige technische wijzigingen 9.1 Originele tekst (paragraaf 5.1 Kosten realisatie woonwagenstandplaatsen, pagina 12): Dit is met name het geval wanneer een woonwagenstandplaats met sociale huurwoning wordt gerealiseerd.
7
9.1 Nieuwe tekst: Dit is met name het geval wanneer een woonwagenstandplaats met sociale huurwoonwagen wordt gerealiseerd.
En gaat over tot de orde van de dag. Mark Achterbergh-Copier VVD Haarlemmermeer
Kim Denie Pvda Haarlemmermeer
Manon Woolthuis HAP
Marlène Hogervorst Forza! Haarlemmermeer
Roy Staal GroenLinks Haarlemmermeer
Brigitte Antolini FvD
Jennifer Hup CU-SGP
Hans Spijker EEN Haarlemmermeer
Rinus Beusenberg SRH
Kasper Sulmann Gezond Haarlemmermeer
Pauline Maat CDA Haarlemmermeer
8