8414039 rv Programma Riolering en Stedelijk Water 2024-2028
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel Onderwerp
Portefeuillehouders Steller Collegevergadering
Programma Riolering en Stedelijk Water 2024-2028 Marjolein Steffens-van de Water, mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Maureen van Munster 7 november 2023
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
8414039
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluitde raad voor te stellen om: 1. het Programma Riolering en Stedelijk Water 2024-2028 gemeente Haarlemmermeer vast te stellen; 2. in te stemmen met het extra benodigde onderhoudsbudget voor riolering en stedelijk water van € 1.430.700 in 2024; € 1.727.900in 2025; € 1.776.500 in 2026; € 1.791.500in 2027 en structureel € 1.841.500 vanaf 2028, inclusief de uitbreiding van de formatie voor het onderhoud van riolering en stedelijk water, deze lasten te dekken uit de rioolheffing of de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing en dit te verwerken in de Voorjaarsrapportage 2024; 3. een krediet van € 5.947.900 voor de investeringen uit de jaarschijf 2024 van het PRSW voor de uitvoering van vervangings- en verbeteringsmaatregelen aan het rioleringsstelsel te autoriseren en vrij te geven en hiertoe vast te stellen de 5e kredietverstrekking van 2024; 4. de kapitaallasten hiervan te dekken uit de rioolheffing of de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing en dit te verwerken in de Voorjaarsrapportage 2024. 2. Samenvatting
Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2023 (2020.0002929)omvat de zorg voor ons riolerings- en watersysteem. Onder watersysteem wordt verstaan het samenhangend geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems, oevers en technische infrastructuur, zoals duikers. Om het beleid voor ons riolerings- en watersysteem af te stemmen op de Omgevingswet en in te spelen op actuele thema's als klimaatadaptatie is het GRP vervangen door het Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 20242028 gemeente Haarlemmermeer. Hierin geven wij weer hoe wij ons riolerings- en watersysteem de komende jaren op orde brengen en houden om onder andere de volksgezondheid te beschermen, ervoor te zorgen dat de straten zoveel mogelijk begaanbaar blijven en het water weg blijft van woningen tijdens regenbuien. Uit het PRSW blijkt dat de staat van de riolering over het algemeen voldoende is, maar dat er vanaf 2024 extra onderhoudsbudget en extra personele capaciteit nodig is voor riolering en stedelijk water om de veiligheid en de kwaliteit ook in de toekomst te kunnen waarborgen. Dit komt met name doordat de riolering van de wijken die gebouwd zijn tijdens de grote uitbreidingen vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw nu aan vervanging toe zijn, waardoor er een grote vervangingsgolf op ons afkomt.
Deze vervangingsopgave valt samen met de opgave om de openbare ruimte conform het landelijke Deltaplan
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
pagina
2
Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) in 2050 zoveel mogelijk klimaatadaptief te hebben ingericht. Ook is het nodig dat wij het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (baggeren, duikers, stuwen en beschoeiing) verder ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit. Om het PRSW uit te voeren zal de rioolheffing de eerste twee jaar met 13,7% per jaar moeten stijgen en de twee jaar daarna met 8,5% per jaar (exclusief indexatie). Dit houdt in dat de rioolheffing zal stijgen tot € 156,68 (in 2024), € 178,46 (in 2025), € 193,27 (in 2026) en € 209,31 (in 2027). Om aan de bovengenoemde opgaven te kunnen voldoen willen wij een gebiedsgerichte aanpak uitwerken die leidt tot wijkvernieuwingen. Hierbij wordt voor de complete openbare ruimte in een gebied bepaald wat moet worden vernieuwd of waar herinrichting nodig is. Deze aanpak geeft ons ook de mogelijkheid om in de toekomst te kijken, verder vooruit te plannen en onze middelen efficiënter in te zetten en tevens overlast voor inwoners te beperken, omdat de straat niet meerdere keren open moet voor vervangingen. Met dit voorstel vragen wij structureel extra onderhoudsbudgetten aan en voor het jaar 2024 investeringskredieten. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Het op orde brengen en houden van een goed functionerend riolerings- en watersysteem is belangrijk voor een goede leefomgeving. Het beschermt de volksgezondheid en zorgt er bijvoorbeeld voor dat de straten zoveel mogelijk begaanbaar blijven en water weg blijft bij de woningen tijdens regenbuien. Om het riolerings- en watersysteem op peil te houden, moeten wij het systeem voortdurend onderhouden en waar nodig vervangen. In onze Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036) hebben wij als ambitie opgenomen dat wij streven naar een robuust,duurzaam en klimaatbestendig watersysteem en dat wij de waterkwaliteit willen verbeteren. Hierbij zien wij het watersysteem als één samenhangend geheel. Het is van belang om alle componenten van het watersysteem in balans te houden en bij te laten dragen aan een goede werking hiervan. Ons huidige beleid voor het beheer en onderhoud van riolering en stedelijk water is opgenomen in het GRP 2021-2023, waarvan de looptijd bijna is verstreken. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024 worden de wettelijke zorgplichten uit de Wet milieubeheer en de Waterwet voor afvalwater, hemelwater en grondwater en onze rol in de zorg voor oppervlaktewater een onderdeel van de Omgevingswet. Op grond van de Omgevingswet is het niet meer wettelijk verplicht een GRP vast te stellen.
Om toch een plan te hebben waarin ons beleid voor riolering en stedelijk water is opgenomen en dat tevens de grondslag vormt voor de rioolheffing, hebben wij een PRSW opgesteld voor de periode 2024-2028. Het PRSW is de nadere uitwerking van de Omgevingsvisie voor onze ambities op het gebied van het watersysteem, van onze watertaken en voor klimaatadaptatie. Een actueel thema in onze zorg voor het watersysteem is het veranderende klimaat. Hierdoor wisselen extreme regenbuien, opwarming en langdurige droogte elkaar af. Vooral in verstedelijkte gebieden heeft dat grote gevolgen, namelijk wateroverlast en hittestress. In de zeer recent gepubliceerde klimaatscenario's van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) wordt verwacht dat de zomers nog droger worden en de winters nog natter dan werd voorspeld in voorgaande KNMI klimaatscenario's. Daarnaast komen er meer extreme weersomstandigheden voor in de vorm van droogte en piekbuien. Dit vraagt om extra inzet en investeringen in het watersysteem zoals berging en vasthouden van water in de perioden van droogte en bij natte perioden een extra bemaling bij overtollig water. Wij worden genoodzaakt onze leefomgeving aan te passen aan deze veranderende klimaatomstandigheden door een klimaatadaptieve inrichting. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben zich verbonden aan het landelijke DPRA.
Dit plan heeft als uitgangspunt dat Nederland in 2050 klimaatadaptief is ingericht. Inmiddels hebben wij maatregelen voor klimaatadaptie opgenomen in ons Klimaatadaptatiebeleid (2022.0000040). Een robuust,duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is hiervoor essentieel. Wateroverlast kunnen we echter nooit helemaal voorkomen. We proberen het wel zo veel mogelijk te beperken.
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
pagina
3
In het Klimaatadaptatiebeleid is opgenomen dat klimaatadaptieve maatregelen extra kosten met zich mee kunnen brengen en dat wij deze binnen de bestaande openbare ruimte waar mogelijk zullen dekken uit de rioolheffing en de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing. Dit geldt alleen voor maatregelen die binnen de zorgplichten vallen. Voor andere maatregelen zullen wij waar mogelijk subsidies aanvragen. Hoewel wij ernaar streven om additionele kosten binnen de eigen budgetten te dekken, is in het Klimaatadaptatiebeleid vermeld dat wij, indien de bestaande budgetten niet toereikend zijn, een voorstel voorleggen aan de raad of prioriteit zullen geven aan de meest essentiële maatregelen. In het PRSW zijn de maatregelen voor klimaatadaptatie becijferd voor de onderdelen die onder de rioolheffing vallen. 3.2 Wat gaanwe daarvoordoen? Gemeentelijk Rioleringsplanwordt ProgrammaRiolering en StedelijkWater
Het huidige GRP 2021-2023 omvat de zorg voor riolering en stedelijk water. Het GRP is vervangen door het PRSW 2024-2028 gemeente Haarlemmermeer (bijlage), een plan dat uitgaat van de hele gemeentelijke waterketen. Dit PRSW beschrijft de visie en de ambities en brengt het beleid, de juridische verankering daarvan en de benodigde bedrijfsvoering, inclusief de kostentoerekening aan de rioolheffing en de inzet van de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing, in kaart. Het bevat tevens de uitwerking van de gemeentelijke watertaken en de onderbouwing van de rioolheffing. De visie en de ambitie zijn gekoppeld aan onze Omgevingsvisie. Riolering en de waterhuishouding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het PRSW is een goed planinstrument om te kunnen anticiperen op de trends en ontwikkelingen binnen dit vakgebied, bijvoorbeeld klimaatverandering. Met dit programma sorteren we voor op de Omgevingswet en hierin wordt tevens gekeken waar specifieke regelgeving voor riolering en stedelijk water na de invoering van de Omgevingswet een plaats moet krijgen. Op hoofdlijnen handhaven we de huidige koers en stellen deze bij om in te spelen op de komst van de Omgevingswet en op klimaatadaptatie.
In het PRSW hebben wij voor de zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater en voor oppervlaktewaterbeheer de volgende doelen opgenomen: Afvalwater • doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico's en beperken overlast voor de omgeving; • bijdragen aan een duurzame inzameling van afvalwater en bijdragen aan duurzame verwerking door het hoogheemraadschap van Rijnland. Hemelwater • doelmatige inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; • beperken van het risico op wateroverlast en schade; • beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater; • bijdragen aan klimaatadaptatie. Grondwater • beperken van structurele nadelige gevolgen in openbaar gebied van de grondwaterstand, afgestemd op de functie van het gebied/object voor de aan de grond gegeven bestemming (voor zover doelmatig en geen taak van een andere overheid); • adviseren bij grondwaterproblemen; • bijdragen aan klimaatadaptatie. Oppervlaktewater • borgen bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater; • bijdragen aan het verhogen van de ecologie en de landschappelijke beleving van water; • bijdragen aan klimaatadaptatie.
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
pagina
4
De inhoud van het voormalige beheerplan Watergangen (baggeren, duikers, beschoeiing, stuwen, schonen watergangen) is toegevoegd aan het PRSW, om alle kosten, beleid en activiteiten die nodig zijn voor een goed en robuustwatersysteem die gedekt worden uit de rioolheffing op elkaar af te stemmen en overzichtelijk bij elkaar te presenteren. Belangrijkste conclusies ProgrammaRiolering en StedelijkWater
Onze gemeente ligt in een polderlandschap met een zeer gevarieerde bodemsamenstelling en bodemopbouw. De verschillende polders binnen onze gemeente hebben hun eigen kenmerken. De grootste polder, de Haarlemmermeerpolder, is van oudsher een droogmakerij. Hier is sprake van een grote kweldruk en dit heeft negatieve invloed op de waterkwaliteit. Het is hierdoor belangrijk dat het water goed kan worden doorgespoeld en afgevoerd. De afgelopen periode is er met het GRP 2021-2023 gewerkt aan rioleringsbeheer en ook klimaatadaptatie heeft een grotere rol gekregen. In het PRSW is onze ambitie uitgewerkt om Haarlemmermeer in 2050 zoveel mogelijk klimaatbestendig te hebben ingericht. Naast deze ambitie blijven we de komende planperiode op planmatige en doelmatige wijze invulling geven aan onze gemeentelijke waterzorgplichten op het gebied van afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater. Op hoofdlijnen handhaven we de huidige koers en wij stellen deze bij om in te spelen op de komst van de Omgevingswet en ontwikkelingen rondom klimaatadaptatie. Hierbij hanteren wij als uitgangspunt dat wij maatregelen uitvoeren tegen bijvoorbeeld wateroverlast, indien de investeringen in verhouding staan tot de geconstateerde overlast of wij proberen deze te combineren met andere reconstructies.
Naast het inspelen op de ontwikkelingen staan we de komende periode voor twee grote uitdagingen: de vervangingsopgave riolering en stedelijk water en de beheeropgave oppervlaktewater. VervangingsoPKave riolering In voorgaande planperioden is gewerkt aan een robuustrioleringssysteem. Het goed functioneren van de riolering is immers essentieel voor de volksgezondheid. Om dit op peil te houden, moeten we het systeem voortdurend onderhouden en waar nodig vervangen. Uit het PRSW blijkt dat de staat van de riolering over het algemeen voldoende is, maar dat wij in de (nabije) toekomst een hoge vervangingsopgave hebben voor riolering. Haarlemmermeer heeft vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw perioden gekend van snelle groei. Door pieken in de aanleg bereikt de riolering het einde van de levensduur. Daarnaast is de functie van het (gemengde) rioolstelsel uit die tijd niet meer toereikend om onze zorgplichten goed en duurzaam in te kunnen vullen. Deze riolering is (nog) niet of zeer beperkt ingericht om de effecten van klimaatverandering, met soms extreme regenbuien, op te kunnen vangen en voldoet hierdoor niet aan de voorkeursvolgorde voor afvalwater volgens de Wet milieubeheer (voorkomen-beperken-scheiden) en de voorkeursvolgorde voor de verwerking van hemelwater (vasthouden-bergen-afvoeren). Dit type stelsel moet daarom vervangen worden.
Gezien de omvang van deze vervangingsopgave is het wenselijk hierop te anticiperen. Uit onderzoek blijkt dat de vervangingsopgave gemiddeld elf kilometer per jaar bedraagt. De lengte komt overeen met de gebouwde wijken die de levensduur (60 jaar) van het vrijvervalriool hebben bereikt. Deze hoge vervangingsopgave valt samen met de opgave om de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten. Gelijktijdig nemen we daarom een verbeteropgave mee door ingrepen in de onder- en bovengrondse ruimte, zoals zorgen voor ruimte voor water en vergroening, om in te spelen op klimaatverandering. In onderstaande grafiek is de aanleg van het rioolstelsel weergegeven (in jaren en lengte (meters)).
pagina
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
70000
5
■ Vuilwaterriool ■ Hemelwaterriool i’Gemengd riool
60000
50000
£ $
5
3
Ei S
8 8
Beheeropgave watersysteem Naast de vervangingsopgave voor riolering werken wij met dit PRSW ook aan onze beheeropgave voor een goed functionerend oppervlaktewatersysteem en vullen we de zorgplichten rondom grondwaterbeheer verder in. We richten ons op een zorgvuldige ont- en afwateringssituatie (grondwaterbeheer), toepassing van duurzaam waterbeheer en goed beheer en onderhoud. De komende planperiode gaan we met name meer planmatig onderhoud uitvoeren aan drainage, duikers, watergangen, baggeren, beschoeiingen en stuwen. Beheer en onderhoud hiervan vindt nu signaalgestuurd plaats. Hiervoor is een vast jaarlijks budget beschikbaar, voornamelijk gebaseerd op het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. We maken onze informatie over het areaal en de toestand van drainageleidingen, stuwen, duikers en beschoeiingen compleet en we maken verschillende beheerplannen voor duikers, watergangen, baggeren, beschoeiingen, stuwen en grondwater. Op basis hiervan kunnen we vervolgens berekenen en programmeren welke vervangingsinvesteringen er in de toekomst op ons afkomen voor deze onderdelen. Extra onderzoeken Voor een doelmatig beheer van ons riool- en stedelijk watersysteem is het nodig dat wij inzicht houden en krijgen in de toestand en het functioneren van ons riool- en stedelijk watersysteem.
De komende planperiode gaan we voor planvorming en onderzoek aan de slag met de diverse activiteiten. Voorbeelden zijn de al vermelde beheerplannen voor de diverse onderdelen van het oppervlaktewater, maar ook het verkennen van een doelmatigheidsafweging voor nieuwe lozingen van (huishoudelijk) afvalwater en het in samenwerking met het hoogheemraadschap van Rijnland ontwikkelen van beleid ten
2021
40000
pagina 6
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
aanzien van WKO's (warmte-koude-opslag = bodemenergiesystemen). De gemeentelijke zorgplicht op het onderdeel grondwater dient inhoudelijk nader gedetailleerd ingevuld te worden. Aanvullende onderzoeken zijn hiervoor in eerste instantie nodig. Ook is meer kennis nodig over het functioneren van het stedelijk watersysteem onder meer extreme omstandigheden om te kunnen inspelen op de ontwikkelingen en om kosteneffectieve maatregelen te treffen in de meest urgente gebieden. We zorgen ervoor dat onze rekenmodellen op orde zijn en actualiseren ons inzicht in het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van ons stelsel. Met de verkregen inzichten kunnen we onder andere ons beheersgebied en de riolering robuusten toekomstgericht inrichten, foutaansluitingen herstellen en ons beheer en onderhoud prioriteren. Gevolgen Omgevingswet Als de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, heeft iedere gemeente direct één omgevingsplan voor de fysieke leefomgeving van rechtswege, bestaande uit onder andere de oude bestemmingsplannen, te vervallen rijksregels (de zogenoemde bruidsschat), plaatselijke verordeningen en regels. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om dit tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan.
Het PRSW geeft de kaders om het deel van het omgevingsplan dat betrekking heeft op stedelijk water en riolering te kunnen invullen. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert voor ons vrijwel alle VTHtaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) uit die onder de Omgevingswet vallen. Gedurende de planperiode van het PSWR gaan we, in overleg met de OD NZKG, een aantal aandachtspunten van de verbeterde versie van de bruidsschat beoordelen op de vraag of (verdere) aanpassing van de regelgeving nodig is. Wat is hiervoor nodig? • Extra onderhoudsbudget Voor riolering en stedelijk water is structureel extra onderhoudsbudget nodig. Het gaat aan de ene kant om extra budget voor levensduurverlengende maatregelen (relinen) en ingrepen om de volksgezondheid te kunnen waarborgen. Doordat we meer inspecteren, komen hieruit ook meer maatregelen die we moeten treffen. Daarnaast zijn de kosten van deze maatregelen door prijsstijgingen hoger, waardoor het huidige onderhoudsbudget ontoereikend is. Als laatste is door prijsstijging het budget voor elektra verhoogd. Aan de andere kant zijn zoals hierboven beschreven extra onderzoeken nodig naar onder andere de werking van het oppervlaktewatersysteem en het grondwatersysteem. Binnen het huidige onderhoudsbudget is voor deze extra kosten onvoldoende ruimte.
Wij gaan zo efficiënt mogelijk om met de beschikbare middelen, maar lopen er nu tegenaan dat we met de huidige onderhoudsbudgetten bijna op de ondergrens zitten van wat nodig is om de openbare ruimte veilig te houden voor iedereen. In onderstaande tabel zijn de benodigde extra onderhoudskosten weergegeven (inclusief kosten benodigde extra personele capaciteit, zie hieronder). Tabel1
2024
2025
2026
2027
2028
€ 1.727.900
1.776.500 €
€ 1.791.500
€ 1.841.500
Benodigdeextraonderhoudskosten PRSW €1.430.700
• Extra personele capaciteit Met behulp van de Formatiescan (Stichting RIONED) is berekend hoeveel tijd - en dus hoeveel fte - er nodig is voor de uitvoering van onze watertaken. De Formatiescan gebruiktkengetallen om de benodigde formatie te bepalen, naar functieprofiel en naar type activiteit. Op basis hiervan is in de financiële doorrekening van het PRSW rekening gehouden met een personele uitbreiding van 5,1 fte (2 fte in 2024, 2 fte in 2025 en 1,1 fte in 2026) voor riolering en stedelijk water. Deze formatie-uitbreiding is nodig voor het kunnen uitvoeren van reguliere onderhoudswerkzaamheden, het vervangen van gemengde door
pagina
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
7
gescheiden riolering en het klimaatadaptief herinrichten van de onder- en bovengrondse ruimte. Binnen de bestaande personele capaciteit voor het rioolbeheer is al sprake van krapte. Zonder deze formatie is het niet mogelijk om deze werkzaamheden uit te voeren. De kosten van de formatie-uitbreiding zijn verwerkt in tabel 1.
• Investeringsopgave Wij hebben voor de komende vijfjaar een doorkijk gemaakt van de verwachte benodigde investeringsbudgetten voor vervanging (tabel 2). Dit beeld is gebaseerd op onze huidige inzichten en prijspeilen en is, met uitzondering van 2024, nog een ruwe raming. De planning en de hiermee gepaard gaande investeringsbudgetten zijn afhankelijk van veel factoren, waardoor het benodigde investeringsbudget kan afwijken. Gezien de omvang van het benodigde geraamde investeringsvolume vanaf 2025 en de complexiteit van de projecten herijken wij jaarlijks de investeringsbehoefte en vragen wij jaarlijks de daadwerkelijke benodigde investeringsbudgetten aan om te komen tot een realistische planning. Met dit raadsvoorstel vragen wij het benodigde krediet voor het jaar 2024. Tabel 2 Benodigdeinvesteringsbudgetten Vervangingen verbetering Maatregelen klimaatadaptatie
2024 €4.976.800
2025
2026
2027
2028
€ 8.906.700 €19.783.100 € 19.783.100 € 19.837.300 € 245.200
€971.100
€ 1.650.000
€2.026.500
€782.300
€ 5.947.900
€ 10.556.700
€21.809.600
€20.565.400€ 20.082.500
(maaiveld) Totaal
De investeringsbehoefte voor de periode 2024-2028 uit het PRSW komt voort uit de kwaliteit en levensduur van het areaal. Dit zijn nieuwe investeringen, die bovenop de reeds toegekende kredieten komen. Deze investeringen zijn nodig om verouderde riolering te vervangen en ons rioolstelsel veilig en doelmatig te houden. Als wij deze vervangingen niet doen, dan kunnen wij bij extreme regenval de bereikbaarheid niet waarborgen en wegen en mogelijk woningen onder water komen te staan. In het ergste geval kunnen zelfs rioolbuizen instorten. Daarnaast zijn in deze budgetten kosten opgenomen voor klimaatadaptatie (voor zover deze onder de gemeentelijke watertaken en bijbehorende zorgplichten vallen). Met deze investeringen leveren wij een bijdrage aan de landelijke ambitie om Nederland in 2050 klimaatadaptief te hebben ingericht. Wij onderzoeken nog of wij in aanmerking komen voor een subsidie voor deze maatregelen.
• Anderewerkwijze:wijkvernieuwing De hoge vervangingsopgave voor riolering staat niet op zichzelf. Ook andere onderdelen in de fysieke leefomgeving, zoals verhardingen, zijn aan vervanging toe. Dit blijkt uit de actualisering van de Beheerplannen Fysieke leefomgeving, die wij gelijktijdig met het PRSW hebben voorbereid. Daarnaast moet voor klimaatadaptatie niet alleen de riolering worden aangepakt, maar moeten ook bovengronds maatregelen worden getroffen, zoals meer groen, de aanleg van plekken waar water kan worden opgevangen of kan infiltreren en het aanpassen van de hellinghoek van bestrating om water weg te leiden van locaties waar het overlast geeft en te leiden naar plekken waar het kan worden opgevangen. Ook de energietransitie zal zijn weerslag hebben op de openbare ruimte. Om overlast voor inwoners te voorkomen willen wij deze vervangingen en klimaatadaptieve maatregelen zoveel mogelijk combineren. Dit is bovendien efficiënter en bespaart kosten. Deze kostenbesparing is nog niet te becijferen. Bij maatregelen voor klimaatadaptatie en aanpassingen in het watersysteem is ook een zekere omvang nodig, omdat het watersysteem als geheel (of per deelgebied) in één keer aangepast moet worden. Anders hebben de maatregelen weinig of beperkt effect. Voor de aanpak van deze opgaven is een andere manier van werken nodig.
Wij werken een gebiedsgerichte aanpak uit die leidt tot wijkvernieuwingen. Hierbij wordt voor de complete openbare ruimte in een gebied bepaald wat moet worden opgeknapt. Waar mogelijk worden maatregelen voor de energietransitie ingepast. Deze aanpak geeft ons ook de mogelijkheid om in de toekomst te kijken, verder
pagina
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
8
vooruit te plannen en onze middelen efficiënter in te zetten. Het project Welgelegen in Nieuw-Vennep is het eerste project waarin wij ervaring opdoen met deze werkwijze. De eerstvolgende projecten zullen naar verwachting vanaf 2026 in uitvoering gaan. Op basis van de kwaliteit van riolering en verhardingen is hiervoor een planning gemaakt. In de periode 2024-2028 is gepland om de volgende wijkvernieuwingen voor te bereiden of uit te voeren: Spaarndam, Zwanenburg (meerdere wijken), Badhoevedorp (centrum), Rijsenhout en Hoofddorp West. In de investeringsbehoefte voor riolering (tabel 2) is rekening gehouden met deze wijkvernieuwingen. 3.3
Wat mag het kosten?
De kosten voor de uitvoering van dit voorstel zijn verdeeld in: a) aanvullende budgetten voor beheer en onderhoud en personele capaciteit (structureel vanaf 2024); b) een kredietaanvraag voor vervangings- en verbeteringswerkzaamheden (jaarschijf PRSW 2024). Deze kosten worden hieronder geraamd en gespecificeerd. Met deze kosten is nog geen rekening gehouden in de Programmabegroting 2024-2027. a.
Extrabenodigdebudgettenonderhoud en personelecapaciteit
In onderstaande tabel zijn de extra benodigde budgetten voor het beheer en onderhoud (inclusief de kosten van extra personele capaciteit) opgenomen. Tabel3 Benodigdeextrabudgettenvoor beheeren onderhoud Jaar
Bedrag
In 2024:
€ 1.430.700
In 2025:
€ 1.727.900
In 2026:
€ 1.776.500
In 2027:
€ 1.791.500
Vanaf 2028:
€ 1.841.500
Deze kosten worden gedekt uit de rioolheffing en de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing. verwerkt in de Voorjaarsrapportage 2024. b.
Dit wordt
AutorisatiekredietProgrammaRiolering en StedelijkWater(PRSW) 2024
Voor vervangings- en verbeteringswerkzaamheden aan het rioolstelsel is in 2024 een krediet nodig van € 5.947.900. Deze werkzaamheden betreffen de vervanging van met name gemengde riolering in integrale projecten gecombineerd met de vervanging van verhardingen. Voorbeelden zijn de Burgemeester van Bruggenstraat in Halfweg, Roekenbos en de Söderblomstraat in Hoofddorp en de Maria Margarethalaan in Abbenes. Hierbij nemen wij gelijktijdig maatregelen voor klimaatadaptatie mee. Kosten voor klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden gedekt uit de rioolheffing en de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing. Dit geldt alleen voor maatregelen die binnen de zorgplichten vallen. Andere investeringen voor klimaatadaptatie (beperken hittestress) worden gedekt uit de Vernieuwing Openbare Ruimte (VOR) en deze worden apart aangevraagd. Tabel4 Kostenvervangingsen verbeteringswerkzaamheden Investering
Onderdeel Vervanging
en verbetering rioolstelsel
Vervanging woonarkgemalen Verbeteringsinvesteringen
Totaleinvesteringen
en IBA's
voor klimaatadaptatie
€ 4.776.800 200.000 971.100
€ 5.947.900
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
pagina
9
Met een rekenrente van 2% bedragen de kapitaallasten in 2025: € 218.100, in 2026: € 216.100, in 2027: € 214.100 en in 2028: € 212.100. Deze geraamde kapitaallasten worden gedekt uit de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing. Deze kredietaanvraag verwerken wij bij de Voorjaarsrapportage 2024. In de berekening van de kosten is er rekening mee gehouden dat de inkoop-btw compensabel is. Rioolheffing en kostendekkendheid
Voor de dekking van uitgaven voor het op orde brengen en houden van een goed functionerend riool- en stedelijk watersysteem, inclusief de wateren en voorzieningen die bijdragen aan een robuuste waterhuishouding maken wij gebruikvan de rioolheffing en de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing. De voorziening is in het verleden gevuld met de opbrengsten van de rioolheffing en overschotten op het taakveld riolering. Het saldo van deze voorziening was op 31 december 2022 € 7.249.000. Om te bepalen hoe de heffing zich de komende jaren moet ontwikkelen, hebben we ons kostendekkingsplan doorgerekend. Het verloop van de rioolheffing voor de komende planperiode ziet er als volgt uit: Tabel5 Rioolheffing Jaar
Benodigdeinkomsten
Aantal(equivalente)
uit rioolheffing
heffingseenheden
Rioolheffing per 1-1
Percentage stijging per 1-1
2023
€ 10.834.200
78.760
€ 137,56
Stijging al verwerkt
2024
€ 12.496.835
79.760
C 156,68
+13,7%
2025
€ 14.412.354
€ 178,46
+ 13,7%
€ 193,27
+ 8,5%
80.760
2026
€ 15.801.851
81.760
2027
€ 17.322.718
82.760
€209,31
+ 8,5%
2028
€ 17.532.031
83.760
€209,31
0,0%
De rioolheffing zal de eerste vier jaar moeten stijgen om de lasten in de planperiode te dekken en de voorziening niet negatief te laten worden. Dat vraagt de eerste twee jaar een stijging met 13,7% per jaar en daarna twee jaar stijging met 8,5% per jaar (exclusief indexatie). Het hoge stijgingspercentage in de eerste twee jaar heeft meerdere oorzaken. De prijzen (ten aanzien van loonkosten/energie/materiaal) zijn fors gestegen, de vervangingspiek in ons forse areaal staat voor de deur en ook op andere vlakken zijn hoge uitgaven noodzakelijk (zoals voor planvorming en onderzoek, klimaatadaptieve prijsstijgingen van elektriciteit, maatregelen en het organiseren van de benodigde personele capaciteit). Voor 2024 is inmiddels besloten tot een stijging van het rioolrecht met 13,7% in 2024 (2023.8302591, Belastingvoorstellen 2024), waarmee de kosten voor de extra onderhoudsbudgetten, personele capaciteit en de vervangings- en verbeteringswerkzaamheden in 2024 zijn gedekt. Na deze eerste periode zijn meer geleidelijke ontwikkelingen mogelijk. De eerste vier jaar na de initiële stijging kan de heffing namelijk even gelijk blijven (0% stijging, exclusief indexatie). Door relatief lagere lasten, liggen in deze jaren de inkomsten wat hoger dan de uitgaven waardoor de voorziening zich kan herstellen.
Vervolgens is tot en met 2055 waarschijnlijk een relatief geleidelijke stijging van de heffing nodig, hoofdzakelijk om de groeiende kapitaallasten uit nieuwe investeringen te dekken. De prognose van het verloop van de Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing in de periode 2023 tot en met 2082 is weergegeven in onderstaande grafiek.
pagina
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
CO CM O CM
CO CM o CM
s
o CM
CO CO o CM
CO Oo CM
CO Oo CM
CO in o CM
co iD o CM
co
CO
co
co
h»
CM
o CM
r--
CM
§
§
10
o CM
Uitgangspunt is dat de voorziening niet negatief mag worden (conform wet- en regelgeving van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)) en dat door stortingen en onttrekkingen 100% kostendekkendheid op de rioolheffing wordt bereikt. In 2055 bereiken we een kantelpunt in het lastenpatroon, doordat de nieuwe kapitaallasten niet meer stijgen. Dit wordt verklaard doordat de investeringsplanning is ingericht op het klimaatbestendig zijn van de gemeente Haarlemmermeer in 2050. Het investeringsvolume wordt daarna aanzienlijk lager, omdat de vervangings- en verbeteropgave voor gemengde rioolstelsels dan volbracht is en de nodige klimaatadaptatiemaatregelen op maaiveld al zijn getroffen. IVcrf zijn definanciële risico's?
Bij de uitvoering van dit voorstel moet rekening worden gehouden met de volgende significante risico's. • met name als gevolg van de stijgende energie-, loon- en materiaalprijzen en rentelasten is een risico dat de kosten van projecten fors hoger uitvallen; • door de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het risico dat wij als gevolg van capaciteitsgebrek projecten moeten doorschuiven. Dat geldt niet alleen voor onze interne capaciteit. Wij ervaren dat aannemers in sommige gevallen niet inschrijven op aanbestedingen omdat zij onvoldoende capaciteit hebben. Ook blijken aannemers terughoudend te zijn bij aanbestedingen met eisen op het gebied van duurzaamheid, waardoor wij bepaalde werkzaamheden moeilijk op de markt kunnen zetten. Een andere vertragende factor kunnen werkzaamheden van de nutsbedrijven zijn. Zij voeren hun werkzaamheden vaak vooruitlopend op onze werkzaamheden uit. Omdat zij eveneens capaciteitsproblemen ondervinden, kunnen onze projecten vertragen. Daarnaast kan de aanwezigheid van oneigenlijk gebruikvan gemeentegrond bij projecten ook voor vertraging zorgen, ondanks dat wij alert zijn op de aanpak hiervan. Om de kans van het voordoen of het gevolg van dit risico te beperken proberen wij een realistische investeringsplanning te hanteren en vragen wij voor complexe projecten eerst een voorbereidingskrediet aan.
Het uitvoeringskrediet vragen wij pas aan wanneer de uitvoeringsmaatregelen voldoende zijn uitgewerkt. 3.4
Wie is daarvoorverantwoordelijk?
De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van het PRSW en het beschikbaar stellen van budgetten en kredieten. De uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte valt onder de verantwoordelijkheid van het college. De portefeuillehouder Fysieke Leefomgeving is het eerste aanspreekpunt. 3.5
Welkeoverigerelevante informatieis beschikbaar?
Participatie encommunicatie Wij publiceren het PRSW in het digitale Gemeenteblad.
Programma Riolering en Stedelijk Water (PRSW) 2024-2028
pagina
11
Het onderhoud van de openbare ruimte heeft invloed op de leef-, woon- en werkomgeving van inwoners en ondernemers. Samen met gebruikers van de fysieke leefomgeving zoeken wij zo veel mogelijk naar creatieve en duurzame ideeën om de leefomgeving te blijven verbeteren door deze partijen via participatie te betrekken bij werkzaamheden in de woon-, werk- en leefomgeving. De vorm van participatie bij onderhoud en vervanging is maatwerk en is afhankelijk van aard, omvang en complexiteit van de werkzaamheden. Bij de uitvoering van verbeteringsmaatregelen volgen wij voor de afzonderlijke projecten een informatie en communicatietraject, bijvoorbeeld via het versturen van informatiebrieven en/of berichten in de Informeer. Over het PRSW is overleg gevoerd met het hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het water- en zuiveringsbeheer in Haarlemmermeer. De reactie van het hoogheemraadschap van Rijnland is opgenomen in dit plan. Het hoogheemraadschap van Rijnland is positief over het PRSW en steunt ons beleid. 3.6 Wanneeren hoe zal de raad/hetcollegeoverde voortgangworden geïnformeerd?
Om te kunnen anticiperen op deze nieuwe ontwikkelingen is het wenselijk om het PRSW periodiek te actualiseren. Halverwege de planperiode is een evaluatie voorzien. De raad wordt over de voortgang van investeringen geïnformeerd in het Meerjarenperspectief Investeringen (MPI). 4.
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de wnd. secretaris, de burgemeester,
Bijlage(n): • Programma Riolering en Stedelijk Water 2024-2028 gemeente Haarlemmermeer