7398174 rv Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatie onder de Omgevingswet
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel onderwerp
Portefeuillehouder steller Collegevergadering
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de Omgevingswet drs. Jurgen Nobel mr. JeroenOosterhof 14 maart 2023
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
7398174
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voorte stellen om: 1. de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie'vast te stellen, inclusiefde hierin opgenomenlijst van gevallen waarvooradvies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanseomgevingsplanactiviteit en inclusiefde lijst van gevallen waarbij participatieverplicht wordt gesteld bij een buitenplanseomgevingsplanactiviteit; 2. de volgende situaties en/ofbevoegdheden te delegeren aan onscollege: a. het vertalen van vastgesteld beleid in het nieuweomgevingsplan; b. het vastleggen van een projectvan een bepaalde omvang in het omgevingsplan; c. het vertalen van verleende omgevingsvergunningenin afwijking van het omgevingsplan in het omgevingsplan; d. het nemenvan een voorbereidingsbesluit; e. het verwerken van technische aanpassingenen verbeteringen van het omgevingsplan; 3. ruimtelijke ontwikkelingenwaarvoor, opgrond van de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' geen sprake zou zijn van een bindend adviesrecht, opbasis van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht aan te wijzen als categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) niet is vereist; 4.
ruimtelijke ontwikkelingenwaarvoor in de geldende bestemmingsplanneneen wijzigingsbevoegdheid is opgenomen,maar gekozen wordt vooreen omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan, eveneensaan te wijzen als categorieënvan gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) niet is vereist, mits de ontwikkelingpassen binnende voorwaarden van die wijzigingsbevoegdheid; 5. het raadsbesluit van 3 oktober2019 (2019.0040560) in te trekken; 6. de beslispuntenonder 1 en 2 bekend te maken en in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt; 7. de beslispuntenonder 3 en 4 bekend te maken en in werking te laten treden met ingang van de dag van publicatie.
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de
pagina 2
Omgevingswet
2. Samenvatting
De inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt veranderingen met zich mee voorde rol van de gemeenteraad in ruimtelijke procedures. Zowel bij het toestaan van nieuweontwikkelingen als bij het borgen van een goede fysieke leefomgeving zijn er aanzienlijkewijzigingen ten opzichte van de huidige werkwijze. Na een toelichting opde veranderende rol van de gemeenteraad doen wij het voorstelom een lijst van gevallen aan te wijzen waarvooradvies van de gemeenteraad nodig is en waar participatieverplicht wordt gesteld. Verder wordt voorgesteld om de vaststelling van het omgevingsplan in bepaalde situaties aan onscollege te delegeren. Na het besluit van de gemeenteraad zullenproceduresvoorruimtelijke ontwikkelingensneller verlopen. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Wij willen bereiken dat vanaf het momentdat de Omgevingswet in werking treedt duidelijkheid bestaat over onzewettelijke bevoegdheden en de procedures die wij zullenvolgen om nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingenal dan niet toete staan. 3.2 Wat gaanwe daarvoordoen?
Wij stellen de raad voorom de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' vast te stellen. Ook stellen wij de raad voorom een aantal bevoegdheden aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren en stellen wij voorom, vooruitlopend opde inwerkingtreding van de Omgevingswet, het raadsbesluit 'Aanwijzencategorieënvan gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) vereist is (artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrecht)' met kenmerk 2019.0040560 in te trekken. Wat zijn de argumenten? Aanleiding
De Omgevingswet treedt opbasis van de huidige planningop1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet moet zorgen vooreen samenhangend stelsel van proceduresen instrumenten ophet gebied van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bepaalt onder andere dat de gemeenteraad een omgevingsvisie en een omgevingsplan dient vast te stellen. In de omgevingsvisie geeft de gemeente aan hoe zij het leefgebied wil ontwikkelenen beschermen. Die keuzes werkt zij uit in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voorde fysieke leefomgeving. Een voorbeeld is het bouwen van een woonwijk,waardoor de ruimtelijke inrichting van een gebied verandert. Of het kappen van bomen,waardoor de omgeving minder groen wordt. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan voorhet hele grondgebied. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er een omgevingsplan van rechtswege dat steeds zal worden gewijzigd om uiteindelijk alle regels van de bestemmingsplannenopte nemenin het omgevingsplan. Bijvoorbeeld wanneereen initiatiefnemereen plan heeft dat niet in het omgevingsplan van rechtswege past, maar dat wel opde éénof andere manier bijdraagt aan de lange termijn opgaven van de gemeente Haarlemmermeer. Zo'nontwikkelingzal dan in het omgevingsplan worden opgenomen.Ook zullener regionale- en/oflandelijke ontwikkelingenzijn die het noodzakelijk maken om het omgevingsplan aan te passen.
Aan nieuweontwikkelingendie niet in overeenstemmingzijn met het omgevingsplan kan op verschillende manieren medewerking worden verleend. Zo zal het in bepaalde gevallen nodig
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de
pagina 3
Omgevingswet
zijn om het omgevingsplan (gedeeltelijk) te wijzigen. Aannemelijkis dat grote planmatige ontwikkelingenof beleidswijzigingen door middel van een aanpassing van het omgevingsplan zullenworden vastgelegd. Voorbepaalde initiatievenzal het echter meer voorde hand liggen om van het omgevingsplan af te wijken. Te denken valt dan aan concreetuitgewerkte plannen voorwoningbouw,infrastructuur,bedrijven en andere voorzieningen.Dit kan door een zogenaamde omgevingsvergunningvooreen buitenplanseomgevingsplan-activiteit (ookwel 'buitenplanseopa'of 'bopa'genoemd) te verlenen.Een buitenplanseomgevingsplanactiviteit is een activiteit die in strijd is met de regels van het omgevingsplan. Vooruitlopend opde inwerkingtreding van de Omgevingswet dient een aantal keuzes te worden gemaakt over de gemeentelijke bevoegdheden en procedures onder de Omgevingswet. Voorliggendekeuzes
De Omgevingswet bepaalt wie het bevoegd gezag is voorde vaststelling van een omgevingsplan en voorhet verlenenvan een omgevingsvergunning. Uitgangspunt is dat de gemeenteraad het omgevingsplan vaststelt en dat onscollege van burgemeester en wethouders omgevingsvergunningenverleent. Verder is in de Omgevingswet aangegeven welke procedures daarbij moetenworden gevolgd. In afwijking van deze hoofdregel geeft de Omgevingswet de gemeenteraad echter de mogelijkheid om, binnenbepaalde randvoorwaarden, hieraan een nadere invullingte geven. Voorhet al dan niet aanpassenvan de bevoegdheden zoals die in de Omgevingswet zijn vastgelegd, is het van belang dat een standpuntwordt ingenomenover drie situaties dan wel regelingen waar de gemeenteraad bepaalde gevallen kan aanwijzen waarin zij van die bevoegdheden afwijkt. Het gaat om de volgende situaties: 1. Het verplichte advies van de gemeenteraad vooreen omgevingsvergunningvooreen buitenplanseomgevingsplanactiviteit. 2. De verplichte participatie bij een omgevingsvergunningvooreen buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 3. Het delegatiebesluit voorhet aanpassenvan het omgevingsplan. Daarnaast heeft onscollege van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de uitgebreide voorbereidingsprocedurein plaats van de reguliere procedurevan toepassingte verklaren vooreen aanvraag omgevingsvergunningvooreen buitenplanseopa.
Dit betreft een bevoegdheid van onscollege, maar vanwege de samenhang met de keuzes die de raad dient te maken, komt ookdie situatie in dit raadsvoorstel aan de orde. Adviesvande gemeenteraad voor eenbuitenplanse omgevingsplanactiviteit
In artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit is bepaald dat de gemeenteraad ervoorkan kiezen om zichzelf als adviseur aan te wijzen vooraanvragen om een omgevingsvergunningvoorbepaalde gevallen van buitenplanseomgevingsplanactiviteiten.Dat gaat dus om aanvragen voor activiteiten die in strijd zijn met het geldende omgevingsplan, bijvoorbeeld de transformatievan een bedrijf of een kantoornaar woningen. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voorhet verlenenvan de omgevingsvergunning, ookals daarbij sprake is van een buitenplanseomgevingsplanactiviteit. Bij het beoordelenvan een aanvraag om een buitenplanseomgevingsplanactiviteit, toetst het college aan het criterium 'evenwichtige toedeling van functiesaan locaties'. Dat criterium komt in de plaats van het criterium 'goede ruimtelijke ordening'. In de gevallen waarvoorde raad zichzelf opgrond van artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit adviesrecht heeft gegeven, kan een vergunningvooreen buitenplanseomgevingsplanactiviteit alleen worden verleend als dat in
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de
pagina 4
Omgevingswet
overeenstemmingis met het advies van de raad. Het advies van de raad is daarmee een bindend advies, ookwel een verzwaard adviesrecht genoemd. Oftewel, bij een negatief advies zal het college van burgemeester en wethouders de aanvraag om omgevingsvergunning moeten weigeren. De werkwijze onder de Omgevingswet wordt daarmee 'omgekeerd' ten opzichte van de huidige werkwijze onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In de huidige situatie heeft de raad met het raadsbesluit 'Aanwijzen categorieënvan gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) vereist is (artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrecht)' met kenmerk 2019.0040560 namelijk bepaald in welke gevallen er geen verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) is vereist. In alle andere gevallen is bij een omgevingsvergunningsaanvraag die wordt voorbereid met de uitgebreide procedureeen vvgb van de raad vereist. De nieuwesituatie zal zijn dat de raad opbasis van de aangewezen categorieën een advies uitbrengt aan onscollege. Als de gemeenteraad niets zouvastleggen, dan is het wettelijk zo geregeld dat wij activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en waarvoor een omgevingsvergunningis aangevraagd zelf toetsenaan het criterium 'evenwichtige toedeling van functiesaan locaties'. Oftewel, in die situatie hoeven wij aanvragen om omgevingsvergunning niet voor teleggen aan de raad.
Gelet ophet vorenstaande achten wij het van belang dat al vóórde inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt vastgelegd in welke gevallen de gemeenteraad een advies over buitenplanseomgevingsplanactiviteitenaan onscollege wenst uit te brengen. Voorhet aanwijzen van de gevallen waarover de raad om advies moet wordengevraagd is vanzelfsprekend een zorgvuldige afweging van belangen nodig. We stellen voorom daarbij gebruik te maken van de ervaringen die zijn opgedaan met de categorieën van gevallen waarvoor thans een vvgb van de gemeenteraad nodig is. Verder dient bij het aanwijzen van de gevallen waarover de raad wenst te adviseren te worden bepaald of een activiteit aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voorde fysieke leefomgeving. De impact van een ruimtelijke ontwikkelingzal mede afhangen van de locatie waar de ontwikkelingwordt gerealiseerd. Een stedelijke ontwikkelingin het centrumvan Hoofddorp zal bijvoorbeeld minder impact hebben dan een vergelijkbare ontwikkelingin éénvan onzekernenaan de Ringdijk. Een ander belang om rekening mee te houden bij het aanwijzen van de gevallen waarover de raad advies wenst uit te brengen, is de beslistermijn vooreen aanvraag omgevingsvergunning. In de huidige situatie geldt vooraanvragen om omgevingsvergunningwaarvooreen vvgb van de raad is vereist, een beslistermijn van 26 weken. Die termijn kan met zes weken worden verlengd.
De hoofdregel van de Omgevingswet is dat vooraanvragen om omgevingsvergunning een beslistermijn geldt van acht weken, dit met de mogelijkheid om die termijn eenmalig te verlengen met zes weken. Deze beslistermijn geldt ookvooreen aanvraag vooreen omgevingsvergunningwaarbij sprake is van een buitenplanseomgevingsplanactiviteit. Met andere woorden, de beslistermijn wordt in de nieuwesituatie flink verkort. Daarom dient de gemeenteraad bij het bepalenvan de gevallen mee te wegen dat de Omgevingswet als doel heeft om de besluitvormingover initiatievensneller en overzichtelijker te laten verlopen.Zodoende ligt de bevoegdheid om een omgevingsplanactiviteit te vergunnen bij onscollege. Het is daarbij van belang om te beseffen dat de (niet fatale) termijn voorhet beslissen opeen aanvraag waarover de raad wil adviseren ook'slechts' acht weken is. Het behalen van die termijn, die weliswaar nog met zes weken mag worden verlengd tot veertien
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatie onder de
pagina 5
Omgevingswet
weken, is niet haalbaar opgrond van het huidige bestuurlijkeproces.Aldus dienen de categorieënwaarvoorde raad bindend advies uitbrengt zorgvuldig te worden gekozen. Daarbij speelt ookmee dat de rol van de gemeenteraad meer ligt bij kaderstelling en bij grootschalige ontwikkelingen.De gemeenteraad bepaalt de hoofdlijnenvan het beleid. Met de vaststelling van de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036) is al richting gegeven aan het gewenste omgevingsbeleid. Daarnaast stelt de raad (delen van) het omgevingsplan vast. De nadere uitvoeringligt bij het dagelijks bestuur,onscollege. Op basis van bovenstaande overwegingen hebben wij een bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' opgesteld. Ten opzichte van de huidige situatie, waarin voorniet aangewezen ontwikkelingeneen verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd, zal de raad opgrond van de lijst vermoedelijk in minder gevallen om een advies worden gevraagd. Wij stellen de raad een bijlage voormet gevallen waarvoorde raad advies dient uit te brengen, die in overeenstemmingis met de wettelijke kaders en ookvoldoende invullinggeeft aan alle hiervoor genoemde belangen. Wij stellen de raad voordeze bijlage vast te stellen. Verplichteparticipatie bij eenbuitenplanse omgevingsplanactiviteit
Vanuitde Omgevingswet wordt een initiatiefnemergestimuleerd om derden actief bij de totstandkoming van zijn aanvraag om omgevingsvergunningte betrekken. Artikel 7.4 van de Omgevingsregeling bepaalt dat een aanvrager dient aan te geven of de aanvrager aan participatie heeft gedaan en zo ja, hoe. Participatie is geen verplichting en is geheel vormvrij. Initiatiefnemersdie aan participatie doen, zullenmoetenbeschrijven hoe de participatie heeft plaatsgevonden en wat de resultatendaarvan zijn. Initiatiefnemersbehouden de vrijheid om niet te participeren.Daar kunnengoede redenen voorzijn, bijvoorbeeld als de omvang en de aard van de voorgenomenactiviteit marginaal zijn en weinig impact opde leefomgeving zullen hebben. Wanneerhet bevoegd gezag niet genoeg informatieheeft om een goede belangenafweging te kunnenmaken, dan kan het om meer informatievragen aan de initiatiefnemer. Bij gebrek aan participatie kan het bevoegd gezag zelf aanvullende informatieverzamelen om tot een zorgvuldige belangenafweging te komen.Dit kan opdrie manieren: 1. In overleg met een aanvrager kan het bevoegd gezag de ontwerpaanvraagter inzage leggen. Daarna kan de aanvrager de eventuelenieuweinformatieverwerken in de aanvraag. 2. Het bevoegd gezag kan de aanvraag ter inzage leggen voorzienswijzen.Die zienswijzen dient het bevoegd gezag te betrekken bij de besluitvorming. 3.
Het bevoegd gezag kan zelf rechtstreeks contactopnemenmet potentiële belanghebbenden. In aansluiting opde verplichting voorhet bevoegd gezag om een belangenafweging te maken, kan de gemeenteraad kan ervoorkiezen om activiteiten aan te wijzen waarvoorparticipatie verplicht wordt gesteld voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen buitenplanseopa kan worden ingediend. Voordie activiteiten waarvoor de participatie verplicht is gesteld, zal de aanvrager moetenlaten zien dat hij aan participatie heeft gedaan en waartoe de participatie heeft geleid. Op basis van de door de initiatiefnemerbij de vergunningaanvraag gevoegde informatieover participatieis het dan aan onscollege om te bepalenof wij over
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de
pagina 6
Omgevingswet
voldoende gegevens beschikken om alle belangen af te wegen en een zorgvuldig besluit te nemen. Ons college blijft verantwoordelijkvoorhet te nemenbesluit en de motivering om de omgevingsvergunningwel of niet te verlenen.Voorde motivering van het besluit kunnenwij niet volstaan met verwijzen naar de door de initiatiefnemerbij de aanvraag verstrekte informatieover de resultatenvan de participatie.Vanuitonzebehartiging van het publieke belang moetenwe een eigen afweging maken. Dat betekent dat wij onsmoetenvergewissen dat de informatieuit de participatievolledig en zorgvuldig is gewogen bij het opstellenvan het planen dat wij moetennagaan of aanvullende informatieover feiten of belangen nodig is. Het bestuursorgaandat besluit over de aanvraag om omgevingsvergunning kan eventueel aanvullend derden-belanghebbenden benaderen als zonder die informatiegeen goede belangenafweging kan worden gemaakt. Let wel, participatiegaat over de mogelijkheid om belangen aan de orde te stellen en alle belangen af te wegen. Er kan ookna participatieweerstand blijven tegen bepaalde ontwikkelingen.Het bevoegd gezag en dus ookde gemeenteraad dient een eigenstandige afweging te maken van het algemene publiekebelang opbasis van alle informatie,waaronder de uitkomstenvan het participatieproces.
De gemeenteraad kan ervoorkiezen om de activiteiten waarvoorparticipatieverplicht wordt gesteld, te benoemenin het participatiebeleid. Daarnaast kan de raad een apart raadsbesluit over participatie nemen.Omdat de lijst van gevallen waarover de gemeenteraad advies dient te geven betrekking heeft opruimtelijke ontwikkelingenmet een grote(re) impact opde omgeving en voorstelbaar is dat juist voordie activiteiten participatiewenselijk is, het gaat vaker om ontwikkelingendie maatschappelijk gevoelig liggen, stellen wij voorom die lijst te combineren met de activiteiten waarvoor participatieverplicht wordt gesteld. Zo ontstaat er een consistente lijn, namelijk dat ten behoeve van aanvragen om buitenplanseomgevingsplanactiviteiten, vooruitlopend ophet bindende advies van de raad, participatie met de omgeving plaatsvindt. De uitkomstenvan de participatie kan de raad dan betrekken bij het te geven advies aan ons college. Daarom hebben wij een bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' opgesteld. Wij stellen voorde in die bijlage opgenomenlijst van gevallen van activiteiten waarvoor participatie verplicht wordt gesteld vast te stellen. Deze lijst is in overeenstemmingis met de wettelijke kaders en geeft naar onzemening invullingaan alle hiervoor genoemde belangen. Let wel, de wijze waarop aan participatiewordt gedaan blijft vormvrij.
De initiatiefnemerblijft dus zelf verantwoordelijkvoorhet opstellenvan een degelijk participatietraject, opbasis van de gestelde participatiebeginselenen kaders. De gemeente heeft diverse folders gemaakt om de initiatiefnemersopweg te helpen met participatie. Essentie is dat hoe groter een initiatief is, hoe meer overdenken en planningvoorafnodig is vooreen goed participatietraject. Delegatievaststelling omgevingsplan
De gemeenteraad kan opgrond van de Omgevingswet de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Deze ruime delegatiemogelijkheid komt in plaats van de mogelijkheid onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) om het bestemmingsplan uit te werken ofte wijzigen, of om nadere eisen te stellen. Op grond van de Wro zijn dat bevoegdheden van het college van burgemeester en
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatie onder de
pagina 7
Omgevingswet
wethouders. Nieuw is dat de gemeenteraad ookhet nemenvan een voorbereidingsbesluit kan delegeren aan het college. De geldende bestemmingsplannenin de gemeente Haarlemmermeer bevatten verschillende soortenwijzigingsbevoegdheden. Naast specifieke wijzigingsbevoegdheden om (kleine) ruimtelijke ontwikkelingentoe te staan zijn er ookalgemene wijzigingsregels die in elk bestemmingsplan zijn opgenomen,bijvoorbeeld om de bestemmingsgrens beperkt te overschrijden. Uitwerkingsverplichtingen komennog heel beperkt voorin de geldende bestemmingsplannen. Het delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit van de raad, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het delegatiebesluit geeft de reikwijdte van de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders aan. Het bepaalt binnenwelke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend. Vanuitpraktische redenen, zoals het voorkomendat er dubbele besluitvormingmoet plaatsvinden, een snellere dienstverlening en het aanbrengen van consistentiemet betrekking tot het advies van de gemeenteraad vooreen buitenplanseomgevingsplanactiviteit, achten wij het raadzaam om bepaalde bevoegdheden te delegeren. Wij stellen de raad dan ookvoorom de volgende situaties en/ofbevoegdheden te delegeren aan onscollege: a. b. c. d. e.
Delegatie van het vertalen van vastgesteld beleid in het nieuweomgevingsplan. Delegatie van een projectvan een bepaalde omvang. Delegatie van het vertalen van verleende omgevingsvergunningenin afwijking van het omgevingsplan in het nieuweomgevingsplan. Delegatie van het nemenvan een voorbereidingsbesluit. Delegatie van het verwerken van technische aanpassingenen verbeteringen, zoals nummering,spelfouten,verwijzingen en dergelijke.
Ad a. De door de gemeenteraad vast te stellen beleidsregels dienen te worden verwerkt in het omgevingsplan. In deze situatie gaat het om de verwerking van een door de gemeenteraad genomen besluit in het omgevingsplan,wat voorkomtdat er dubbele besluitvormingzou plaatsvinden. Niettemin, er moet rekening mee worden gehouden dat het schaalniveau van beleidsregels kan verschillen. Er is beleid met brede strategische kaders en er is beleid met een concreteuitwerking over wat wel en wat niet wordt toegestaan. Regels in het omgevingsplan zullenheel concreetzijn en het is dus mogelijk dat er nog veel ruimte is tusseneen breed strategisch kader en de vertaling daarvan naar concreteregels voorin het omgevingsplan. Het is daarom belangrijk om bij de vaststelling van nieuwebeleidsregels vervolgafspraken te maken over de verdere invullingvan het beleid. Dient onscollege nog een keer terug te komen bij de raad met een verdere invullingvan de kaders ofwordt het beleid direct vertaald naar het omgevingsplan?Wij stellen voorom in het desbetreffende beleidsstuk, dat door de raad wordt vastgesteld, altijd vast te leggen dat onscollege de beleidsregels kan vertalen in het omgevingsplan. In algemene zin stellen wij dan ookvoorom de bevoegdheid van het vertalen van vastgesteld beleid in het nieuweomgevingsplan aan onscollege te delegeren. Ad b.
Het is van belang dat de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de buitenplanseomgevingsplanactiviteit consistentis met de bevoegdheid van het college tot het vaststellen van wijzigingen van het omgevingsplan. De inhoud van de opgave of ontwikkelingzou leidend moetenzijn voorde beantwoording van de vraag wie bevoegd
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de
pagina 8
Omgevingswet
gezag is. De initiatiefnemerbepaalt grotendeels zelf welk instrumentwordt toegepast: een buitenplanseomgevingsplanactiviteit of een wijziging van het omgevingsplan. Slechts in een beperkt aantal gevallen is het niet mogelijk om te kiezen vooreen buitenplanse omgevingsplanactiviteit omdat de vergunninggevolgen heeft voorde naastgelegen percelen. Bijvoorbeeld omdat de milieucategorie van de percelenin de buurtmoet wijzigen. Dan is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Als de initiatiefnemervooreen ontwikkeling(bijvoorbeeld twintig woningen)een omgevingsvergunningaanvraagt dan is onscollege het bevoegd gezag. Als een initiatiefnemer voordezelfde ontwikkelingeen wijziging van het omgevingsplan aanvraagt, dan zou de raad het bevoegd gezag zijn. Wij zijn van mening dat het voor de hand ligt om de ontwikkelingendie via een buitenplanseopa mogelijk gemaakt kunnenworden, te delegeren aan onscollege. Voor ruimtelijke ontwikkelingenmet een grote impact opde omgeving zal de raad, opbasis van de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie', hoe dan ookom een bindend advies gevraagd moetenworden. Voorgesteld wordt om vooreen projectvan bepaalde omvang uit te gaan van de situaties waarvoorgeen advies van de gemeenteraad nodig is en waarvoor ookgeen verplichte participatie geldt. Ad c.
Een verleende omgevingsvergunningvooreen buitenplanseopa moet binnenvijfjaar worden verwerkt in het omgevingsplan. Hierbij geldt nog een overgangstermijn die met een Koninklijk besluit wordt bepaald voordat deze verplichting in werking treedt. De raad neemt met dit raadsvoorstel, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, een standpuntin over de aanvragen om buitenplanseomgevingsplanactiviteitenwaarover de raad nog wenst te adviseren. Om te voorkomendat de raad ookvoordie gevallen weer een besluit moet nemen als die vergunningenin het omgevingsplan worden verwerkt, is het raadzaam om het verwerken van verleende omgevingsvergunningenvoorbuitenplanseomgevingsplanactiviteiten te delegeren aan onscollege. Tegen het verwerken van de (onherroepelijke) omgevingsvergunning(en)in het omgevingsplan kunnenookgeen zienswijzen meer worden ingediend en zal geen beroepopenstaan voorbelanghebbenden. Er is slechts sprake van een administratieve handeling, er is geen enkele beleidsvrijheid om het plan nog afwijkend van de omgevingsvergunningaan te passen. Ad d. Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee voorbeschermingsregels gaan gelden voornieuweactiviteiten. Hierdoor wordt voorhet gebied waarvoor het besluit wordt genomende bestaande situatie als het ware tijdelijk bevrorentotdat het omgevingsplan is gewijzigd.
Met het nemenvan een voorbereidingsbesluit wordt voorkomendat een initiatiefnemereen aanvraag indient die vergund moet wordenterwijl dat beleidsmatig niet langer als gewenst wordt beschouwd. Het voorbereidingsbesluit is onder de Omgevingswet onderdeel van het omgevingsplan. Het besluit is niet langer meer een zelfstandig besluit. Hierdoor staan alle regels bij elkaar in het omgevingsplan en worden regelconflictenvoorkomen. Bij een voorbereidingsbesluitis het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Ons college kan hierin sneller acteren dan de gemeenteraad. Voorgesteld wordt dan ookom de bevoegdheid tot het nemenvan een voorbereidingsbesluit tedelegeren aan onscollege. Aan de
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de
pagina 9
Omgevingswet
delegatie kan worden toegevoegd dat onscollege verplicht is om de raad te informeren wanneerwij gebruik maken van een voorbereidingsbesluit. Ad e. Het is naar onzemening het meest praktisch en efficiëntdat onscollege technische aanpassingen,zoals vernummeringenen technische actualisaties en verbeteringen van het omgevingsplan kan aanbrengen. Het gaat dan om wijzigingen die passen binnende door de gemeenteraad vastgestelde kaders. Reguliereof uitgebreideprocedurevoor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
De hoofdregel van de Omgevingswet is dat opaanvragen om een omgevingsvergunningde reguliere voorbereidingsprocedurevan toepassingis. Deze procedureis gebaseerd opde standaardregeling voorhet afhandelen van aanvragen tot het geven van een beschikking uit titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 16.64, eerste lid van de Omgevingswet bedraagt de beslistermijn acht weken. De uitgebreide voorbereidingsprocedure van 26 weken wordt slechts in uitzonderingsgevallen doorlopen. Allereerst kan dit het geval zijn als een aanvrager en het bevoegd gezag gezamenlijk de voorkeurgeven aan het doorlopenvan een uitgebreide voorbereidingsprocedure.Bijvoorbeeld bij een grootschalig project,waarvooreen complexeafweging is vereist en waarbij het op voorhand vaststaat dat meerdere belanghebbenden bedenkingen zullenhebben. Dan kan het raadzaam zijn om de gelegenheid aan anderen te bieden tot het indienen van een zienswijze op het voorgenomenbesluit, zodat deze zienswijzenin een definitief besluit (opvoorhand) kunnen worden meegewogen. In een reguliere procedurewordt een besluit genomen,zonder dat voorafde gelegenheid wordt geboden tot inspraak, tenzij participatievoorafverplicht is gesteld.
Daarnaast zijn in de wet specifieke activiteiten benoemd, waarbij een uitgebreide voorbereidingsproceduremoet worden doorlopen.Dit betreft voornamelijkactiviteiten, waarvoor het opgrond van internationaalrechtelijkeverplichtingen noodzakelijk is, dat in de voorbereidingsprocedureeen geformaliseerde mogelijkheid is opgenomentot het indienenvan zienswijzendoor eenieder, tenzij participatievoorafverplicht is gesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval als vooreen bepaalde (omgevingsvergunningplichtige) ontwikkelingeen milieueffectrapport(MER) moet wordengemaakt of indien het gaat om specifiek in het Omgevingsbesluit aangewezen gevallen van activiteiten, zoals een rijksmonumentenactiviteit of bepaalde lozingsactiviteiten.Als éénof meer van deze activiteiten deel uitmakenvan een aanvraag, is de uitgebreide voorbereidingsprocedurevan toepassing. Verder is tijdens het wetgevingsproces van de Omgevingswet, door middel van een amendement, nog een belangrijke uitzonderingophet uitgangspuntvan de reguliere procedure opgenomen.Deze uitzondering houdt in, dat aan artikel 16.65 van de Omgevingswet een vierde lid is toegevoegd. Hierin is bepaald dat het bevoegd gezag zelfstandig de uitgebreide voorbereidingsprocedurevan afdeling 3.4 van de Awb van toepassing kan verklaren opde voorbereiding van de beslissing opeen aanvraag om een omgevingsvergunningvooreen buitenplanseomgevingsplanactiviteit.
De mogelijkheid voorhet bevoegd gezag, in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders, tot het van toepassingverklaren van de uitgebreide procedureis beperkt tot een 'activiteit die aanzienlijkegevolgen heeft of kan hebben opde fysieke leefomgeving' en 'waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen hebben'. De aanvrager van een omgevingsvergunning heeft vervolgens de mogelijkheid om een zienswijze in
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatieonder de
pagina 10
Omgevingswet
te dienen ophet besluit om de uitgebreide proceduretoe te passen. Het van toepassing verklaren van de uitgebreide proceduredient per geval te worden beslotenen gemotiveerd. De voorwaarden om de uitgebreide procedurevan toepassingte kunnenverklaren, te weten aanzienlijkegevolgen voorde leefomgeving en dat er naar verwachting bedenkingen zullenzijn, zijn niet altijd eenvoudig te objectiverenvoorwaarden. Het zijn opennormen.Wij zien echter een sterke samenhang met de activiteiten die worden aangewezen als gevallen waarover de raad advies dient uit te brengen en de activiteiten waar participatie verplicht wordt gesteld. Immers, voordie gevallen kan algemeen gesteld worden dat sprake is van een activiteit die aanzienlijkegevolgen heeft of kan hebben opde fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullenhebben. Bovendien is het in die situaties niet haalbaar om de aanvraag om een omgevingsvergunningvia de reguliere procedure, binneneen termijn van acht weken, af te handelen.
Om als bevoegd gezag zo transparanten duidelijk mogelijk te communicerennaar aanvragers om een omgevingsvergunningover de te volgen voorbereidingsprocedure,zijn wij voornemens om in de gevallen waar de raad om advies dient te worden gevraagd en/ofwaar participatie verplicht wordt gesteld, te besluitenom standaard gebruik te maken van de bevoegdheid om voorzulke aanvragen de uitgebreide voorbereidingsprocedurevan toepassingte verklaren. Vooraanvragen om een buitenplanseomgevingsplanactiviteit die hier niet onder vallen, zal per geval worden beoordeeld of de uitgebreide voorbereidingsprocedurevan toepassingwordt verklaard. Voorde volledigheid merken wij opdat eventuelerechtsgevolgen pas ontstaanzodra het bevoegd gezag vooreen individueel geval heeft beslotenom de uitgebreide procedurevan toepassingte verklaren. Categorieënvangevallenwaarvoorgeenverklaringvangeenbedenkingennodig is
Vooraanvragen om omgevingsvergunningdie in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan en waarop de uitgebreide procedurevan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassingis, geldt nog de hoofdregel dat een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad is vereist (artikel 6.5 lid 1 Bor). De gemeenteraad kan echter categorieën van gevallen aanwijzen waarin een vvgb niet is vereist (artikel 6.5 lid 3 Bor). Bij besluit van 3 oktober 2019 (2019.0040560) heeft de raad categorieën van gevallen, zoals bedoeld in artikel 6.5 lid 3 Bor, aangewezen. Zoals hiervoor is toegelicht, heeft de Omgevingswet als doel om besluitvormingover initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen.Ook is aangegeven dat de rol van de gemeenteraad onder de Omgevingswet meer ligt bij kaderstelling en bij grootschalige ontwikkelingen.Op basis van deze overwegingen is de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' opgesteld, waarbij wij verwachten dat de raad, ten opzichte van de huidige situatie, vermoedelijk in minder gevallen om een advies wordt gevraagd.
Gelet opde beoogde werkwijze onder de Omgevingswet (procesen inhoud) en rekening houdend met de huidige (beperkte) ambtelijke capaciteit om nieuweruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren, stellen wij voorom vooruitlopend opde inwerkingtreding van de Omgevingswet de aangewezen categorieënvan gevallen aan te passen. Dooraan te sluitenopde gevallen die zijn opgenomenin de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie', zal bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet sprake zijn van een soepeleovergang en wordt ervaring met de nieuwegevallen opgedaan. Daarnaast zal dit leiden tot een verlichting van de huidige werkdruk ten aanzien van nieuweruimtelijke ontwikkelingenen neemt de raad alvast de positie
Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatie onder de
pagina 11
Omgevingswet
in die opgrond van de Omgevingswet wordt verwacht, door primair te sturenopde kaders en grootschalige ontwikkelingen.Voorde volledigheid merken wij opdat ooklopende procedures, te weten ontwikkelingenwaarvooreen ontwerpvvgb door de raad is afgegeven, onder deze nieuweregeling vallen. 3.3
Wat mag het kosten?
Aan de uitvoeringvan dit voorstelzijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Watzijn definanciële risico's?
Onze gemeente looptgeen vermeldenswaardige besluit.
financiëlerisico's bij de uitvoeringvan dit
3.4 Wie is daarvoorverantwoordelijk?
De raad stelt de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' vast. Tevens wijst de raad nieuwecategorieën van gevallen zoals bedoeld in artikel 6.5 lid 3 Bor vast. Verder stelt de raad het besluit om de vaststelling van het omgevingsplan aan onscollege te delegeren vast. De portefeuillehouderRuimtelijke Ordening is binnenhet college van burgemeester en wethouders het eerste aanspreekpunt voorde uitvoeringvan dit beleid. 3.5 Welkeoverigerelevante informatieis beschikbaar?
Het besluit om de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' vast te stellen wordt opde wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Hetzelfde geldt voorde besluiten om een aantal bevoegdheden aan onscollege te delegeren en nieuwecategorieën van gevallen zoals bedoeld in artikel 6.5 lid 3 Bor vast te stellen. 3.6
Wanneeren hoe zal de raadoverde voortgangworden geïnformeerd?
Wij stellen de raad voorom de voorgestelde werkwijze voorhet bindend adviesrecht en de verplichte participatie éénjaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren. De raad wordt over de uitkomstenvan die evaluatie geïnformeerd. Als de evaluatie aanleiding geeft om de gevallen zoals opgenomenin de bijlage 'Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie' aan te passen, zal de raad daarvoor een voorstelworden gedaan.
4.
Ondertekening
Bijlage(n): • Bijlage Adviesrecht gemeenteraad en verplichte partipipatie