CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

7225811 rv PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage (MER)

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 6 april 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV (GEHEIME BIJLAGE) PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage (MER) (7225811)7.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER) mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker, drs. Jurgen Nobel Jeroen de Pijper, WouterSietinga 17 januari 2023

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

7225811 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluitom: 1. de Leidraad Groene Bouwstenen vast te stellen; 2. de monitoringsplannen Leisure, Verkeer en Methodiek Stikstofemissiemonitoring PARK21 vast te stellen onder de voorwaarde dat de gemeenteraad instemt met het 'PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)'; 3. opgrond van artikel 25 lid 2 Gemeentewet geheimhouding opte leggen opgrond van artikel 5.1 lid 2 onder b van de Wet open overheid: economische offinanciële belangen van de gemeente. De geheimhouding geldt voorde bijlage Financiële haalbaarheid Masterplan PARK21; 4. met een separaat voorstelde raad voor testellen opgrond van artikel 25 lid 3 Gemeentewet de geheimhouding te bekrachtigen in de eerstvolgende raadsvergadering opgrond van artikel 5.1 lid 2 onder b van de Wet open overheid: economische offinanciële belangen van de gemeente. De geheimhouding geldt voorde bijlage Financiële haalbaarheid Masterplan PARK21; 5. indien er voorvaststelling een nieuwe uitgave komt van AERIUS (rekeninstrument voor stikstof en neerslag daarvan) de clustermanager Ruimte, Economie en Duurzaamheid te machtigen tot het herberekenen van de stikstofgetallen en het vervangen van bijlage 7 'Onderzoek stikstofdepositiePARK21' onder de voorwaarde dat de uitkomsten niet leiden tot een wijziging in de regels van PARK21 Bestemmingsplan en de Milieueffectrapportage (MER).

Het college besluitde raad voor testellen om: 1. in te stemmen met de beantwoording van de zienswijzen 2. 3. 4.

en voorgestelde aanpassingen

volgens de bij dit raadvoorstel gevoegde 'Nota van zienswijzen en ambtshalve voorstellen'; de beeld kwaliteitsplannen Polderlaag, Leisurelaag en Openbare Ruimte PARK21 vast te stellen en deze onderdeel te laten worden van de Welstandsnota Haarlemmermeer; af te wijken van Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030 (2021.0000060) door normaal agrarisch gebruiken beheer uit te sluiten van de preventieve archeologietoets; af te wijken van het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer 2021 (2021.0000631) doorter plaatse van de bestemming Groen-Park een maximaal geluidsniveau van 55dBA bij concerten en 65dBA bij eendaagse - en meerdaagse evenementen te hanteren (in plaats van een geluidsniveau van 65-75dBAen 70dBA);

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 2

5.

af te wijken van het Beleid voorcommerciëlevoorzieningen Haarlemmermeer; regels en ruimte (2019.0057889) voorPARK21 doorvast te stellen dat onder voorwaarden bij transformatie van agrarische bedrijven een maximaal metrage aan ondergeschikte functie voorhoreca en detailhandel van 200 m2 brutovloeroppervlakis toegestaan; 6. af te wijken van het Beleid voorcommerciëlevoorzieningen Haarlemmermeer; regels en ruimte (2019.0057889) voorPARK21 doorvast te stellen dat onder voorwaarden in de leisurelaag, ondergeschikte activiteiten gericht ophoreca, detailhandel of commerciële dienstverlening dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit opeen perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat het maximum brutovloeroppervlakper activiteit niet meer bedraagt dan: a. bij een leisurefunctie met een grondoppervlakvan 0 tot 1.000 m2:150 m2; b. bij een leisurefunctie met een grondoppervlakvan 1.000 tot 5.000 m2: 300 m2; c. bij een leisurefunctie met een grondoppervlakvan meer dan 5.000 m2:10% van dit grondoppervlakmet een maximum van 1.500 m2; 7. af te wijken van het Verblijfsaccommodatiebeleid gemeente Haarlemmermeer 2021-2025 (2020.0002664) voorPARK21 doorvast te stellen dat bij transformatie van agrarische bedrijven onder voorwaarden verblijfsrecreatie tot een maximum brutovloeroppervlakvan 350 m2 is toegestaan, bestaande uit: a.

bed en breakfast tot een maximum van tien kamers; b. short stay appartementen tot een maximum van tien kamers; c. groepsaccommodatietot een maximum voor25 personen; d. camping/ camperplaatsen tot een maximum van 20 plaatsen; e. hotels tot een maximum van tien kamers; 8. geen exploitatieplan vast te stellen voorhet bestemmingsplan 'PARK21 Bestemmingsplan en milieueffectrapportage(MER)'. Er wordt afgeweken van de plicht om gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan een exploitatieplan opte nemen. Hiervoormaken we gebruikvan artikel 7C Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw); 9. de Milieueffectrapportage(MER) inclusief de aanvulling ophet MER te aanvaarden; 10. het bestemmingsplan 'PARK21' met planidentificatie NL.IMR0.0394.BPGIgbPARK21000000C001, bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 Besluit ruimtelijke ordening in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen, overeenkomstig de bij dit besluitgevoegde bescheiden en opgrond van de overwegingen genoemd in het voorstelvan burgemeester en wethouders; 11. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2. Samenvatting PARK21 wordt een grootschalig groen- en recreatiegebied in Haarlemmermeer van circa 1.000 hectare. Het gebied ligt tussen de kernen Hoofddorpen Nieuw-Vennep.

Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, het samenbrengen van stad en platteland, het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voorinwoners uit Haarlemmermeer, maar ookvoorregionale en (inter)nationale bezoekers. Het bestemmingsplan PARK21 vormt het juridisch-planologischkader voorde ontwikkeling van PARK21. Met het doorlopenvan de Milieueffectrapportage(MER)-procedureen het opstellen van het Milieueffectrapportis het milieubelang volwaardig meegewogen.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 3

3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Haarlemmermeer en haar omgeving is de afgelopen jaren sterk verstedelijkt. Met de huidige bebouwingis er al een tekort aan recreatiegebieden. Ook de komende jaren zetten we in op een verdere schaalsprong. Toekomstbestendige groei is daarbij ons uitgangspunt. Voorgroen en recreatie zetten we daarbij eerst in opde aanleg van geplande en kwaliteitsverbetering van de bestaande groenprojecten ofgebieden. Bij aanleg gaat het daarbij om PARK21. Tussen Hoofddorpen Nieuw-Vennep, in PARK21, vinden we ruimte voorgroen en actieve ontspanning. In Haarlemmermeer is een grote verscheidenheid aan leefstijlen en recreatiebehoeften. PARK21 brengt een grote inhaalslag ophet gebied van recreatiegroen en geeft invulling aan de recreatiebehoeften. PARK21 levert een belangrijke bijdrage aan de verbetering van het woon- en leefklimaat in Haarlemmermeer. Met PARK21 willen we voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ookkwalitatief. Het park verbindt de kernen Hoofddorpen Nieuw-Vennep en vormt een verbindende schakel tussen oost(de Westeinderplassen en Rijsenhout) en west (Zwaanshoek en Beinsdorp en

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

•

• •

Pagina 4

de binnenduinrand daarachter) middels een krachtige, groene, waterrijke en recreatieve verbinding door de polder; het samenbrengen van stad en platteland, inwoners en agrariërs. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan nieuwe perspectieven voorde landbouw; het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voormensen uit de directe omgeving, maar ookvoorregionale en (inter)nationale bezoekers; verduurzaming van het watersysteem. PARK21 is een voorbeeldprojectopgebied van duurzaamheid met als belangrijke inzet verduurzaming van het watersysteem in (de parklaag van) het gebied.

PARK21 wordt een grootschaligpark, centraal in Haarlemmermeer waar groen, klimaatadaptatie, recreatie, ondernemerschap in de vrije tijdseconomie en agrarisch ondernemerschap samen komen en een uniek gebied vormen. PARK21 is een bijzondere schakel in de regionale groenstructuur,een nieuw landschap, een manier om onze gemeente en haar cultuurhistoriemeer gezicht te geven. Realisatie gebeurt ten dele traditioneel doorde gemeente en vooreen belangrijk deel in samenwerking met initiatiefnemers. 3.2 Wat gaanwe daarvoordoen? Bestemmingsplan verbredereikwijdte

Om de gebiedsontwikkeling PARK21 te faciliteren, hebben we een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opgesteld. Het bestemmingsplan biedt het planologisch-juridischkader voorde realisatie van PARK21. PARK21 is aangemerkt als experiment in het kader van de Crisis­ en herstelwet (Chw). Hiermee wordt geanticipeerd opde naderende Omgevingswet, die naar verwachting op1 juli 2023 in werking treedt. Het bestemmingsplan krijgt daarmee het karakter van een omgevingsplan. Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte dat voorPARK21 is opgesteld, is anders vormgegeven dan reguliere bestemmingsplannen. Het is bij reguliere bestemmingsplannen gebruikelijk om doormiddel van een combinatie van verbeelding en regels aan te geven welke bouw-en gebruiksmogelijkheden vooreen bepaald perceel ofgebied gelden. Bij het bestemmingsplan verbrede reikwijdte wordt een andere vorm gekozen. Er wordt beschreven wat onze gemeente wil mogelijk maken, zonder heel nauwkeurig te benoemen hoe en waar zaken mogelijk gemaakt worden. Het vormt daarmee een globaler kader. Initiatiefnemers hebben zo meer flexibiliteit en worden zo meer uitgedaagd om zich met de ontwikkeling van het gebied te gaan bezighouden. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning moet doorde initiatiefnemer worden aangetoond dat voldaan wordt aan de regels die zijn opgenomen in het bestemmingsplan.

Middels een zogenoemde uitgestelde onderzoeksplicht geven zij invulling aan waar en hoe zij de functie in willen passen in PARK21 en hoe wordt voldaan aan deze regels (zoals bijvoorbeeldde beeldkwaliteitsplannen, het monitoringsplan verkeer, geluid, bodem, geur en dergelijke). Bij een bestemmingsplan verbrede reikwijdte gaat de planhorizon van een bestemmingsplan van tien naar twintig jaar. En er is geen gedetailleerde verbeelding (plankaart), maar er zijn relatieve en relationele planregels, waardoor meer flexibiliteit mogelijk is. Gezien de beoogdefuncties en de potentiële bezoekersaantallen hebben we een volwaardige afweging van milieubelangen bij de planvorming gedaan. Concreet betekent dit dat een MERprocedureis doorlopen.Het MER, inclusief de aanvulling ophet MER - het resultaat van de MER-procedure- vormt de onderbouwing voorhet bestemmingsplan.

Pagina 5

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Planinhoud

Het bestemmingsplan is opgebouwduit de drie 'lagen': de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. Een functie valt altijd of in de polderlaag of in de parklaag of in de leisurelaag. Dat is het uitgangspunt bij de regeling in het bestemmingsplan. De polderlaag vormt het (deels) conserverende gedeelte van het bestemmingsplan: de planologische regels uit het bestemmingsplan Buitengebied Midden nemen we over. De polderlaag biedt ooktransformatieruimte aan agrarische bedrijven naar kringlooplandbouwen verbrede stadslandbouw. Doorrealisatie van het park, via transformatie van een deel van teeltgronden naar PARK21, ontstaat ruimte voornieuwe functies passend bij verbrede landbouw. Hier is een omgevingsvergunningstelsel vooropgenomen. Daarbij gaat het om maatschappelijke en recreatieve functies als kinderdagverblijven, verblijfsaccommodaties, verkoopvan agrarische producten en ondergeschikte horeca. Ook is er ruimte voormaximaal twintig hectare zonneakkers waarbij sprake is van meerwaarde vooreducatie, recreatie en natuurontwikkeling. De parklaag is een openbaar toegankelijke recreatieve groenstructuuren zorgt voorsamenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden.

De parklaag maakt ookonderdeel uit van de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen de binnenduinrand en de Westeinderplassen en draagt bij aan de biodiversiteit. De parklaag wordt met het bestemmingsplan direct bestemd. De leisurelaag biedt ruimte aan recreatieve voorzieningen die ingepast worden in de parklaag. De leisurelaag kan met uiteenlopende functies ingevuld worden, zoals (niet uitputtend) sportvoorzieningen, musea, wellness, themapark en horeca. Daarbij wordt onderstaande zonering gehanteerd.

m LANDBOUW, ONTSPANNING & VERMAAK

UÜ LANDBOUW

Afbeelding 2. De verschillende zonesensferenin PARK21

overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart (zones 1 en 2); in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de (stads)landbouw de sfeer (zones 3 en 4) en in het oostelijkdeel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (leisure) en landbouw prominent aanwezig (zones 5 en 6). PARK21 biedt ruimte voor220 hectare brutoaan vrije tijdsvoorzieningen, netto gaat het om 145 hectare aan ruimte voorde functies. Deze vrijetijdsvoorzieningen worden landschappelijk via parkkamers (uitgeefbare kavels) ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag onder andere dooreen omzoming van de parkkamer met openbaar park. Ondernemers die in een parkkamer een leisurefunctie willen ontwikkelen, moeten voldoen aan de voorwaarden en doelen van het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan Leisurelaag. Ook hier is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. Hierin is onder andere een uitgebreide onderzoeksverplichting verwerkt.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 6

Tussen de Rijnlanderweg en het spooris opde locatie van het voormalige baggerdepotbinnen de bestemming groen park de functieaanduiding evenemententerrein opgenomen. Hierdoor wordt het openbaar park ookdubbelgebruiktvoorevenementen. Er worden diverse evenementen als kleine en grotere concerten en eendaagse en meerdaagse festivals onder voorwaarden mogelijk gemaakt. In het bestemmingsplan is ookhet Landgoed Kleine Vennep nader bestemd. Het Landgoed Kleine Vennep is reeds landschappelijk ingericht en heeft nu al wandel- en fietsverbindingen met de huidige en toekomstigegronden binnen PARK21. Functies als hotel en horeca worden ophet landgoed ookmogelijk gemaakt. Basisstructuur endoorgroei PARK21 Op de verbeelding van het bestemmingsplan is de basisstructuuraangegeven. De basisstructuur leidt tot samenhang van PARK21 en realisatie van de doorgaande parkverbindingen. De basisstructuurheeft prioriteit. Ontwikkeling van de leisurelaag buiten de basisstructuurkan in principe pas na realisatie van de basisstructuurofeerder als is aangetoond dat de ontwikkeling geen belemmering vormt voorrealisatie van de basisstructuur.De basisstructuurnodigt verder uit tot gebruiken gebruiknodigt weer uit tot investeren doorderden. De inrichting van de basisstructuurbiedt dus de voedingsbodem waarop initiatieven tot bloei kunnen komen.

Afbeelding 3:indicatief eindbeeld PARK21; paarsgestippelde vlak is debeoogde basisstructuur

Relatieve en relationele planregels

Het bestemmingsplan PARK21 is een bestemmingsplan verbrede reikwijdte. Dit is een bestemmingsplan dat regels bevat over allerlei aspecten van de fysieke leefomgeving, in plaats van alleen regels in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dat betekent dat in het plan ookregels zijn opgenomen over bijvoorbeeldmilieu, gezondheid, (externe) veiligheid, en duurzaamheid. Het bestemmingsplan heeft daarmee een integraal karakter, net als het omgevingsplan onder de toekomstigeOmgevingswet. Er is sprake van een omgevingsstelsel. Het gebruikvan gronden of bouwwerken vooreen bepaalde activiteit is alleen mogelijk na verlening van omgevingsvergunningen vooreen bestemmingsplanactiviteit. Aan de verlening van die omgevingsaspecten zijn nadere randvoorwaarden verbonden. Zo moet onder meer voldaan worden aan de doelen van PARK21 en het milieubelang en de bijbehorende vastgestelde beleidsregels. Belangrijke beleidsregels zijn de beeldkwaliteitsplannen, de monitoringregels en leidraad groene bouwstenen. Deze beleidsregels zijn dynamisch en kunnen in de tijd wijzigen. Hieronder geven we een beknopte toelichting opdeze beleidsregels.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 7

Beeldkwaliteitsplannen Leisurelaag, Polderlaag enOpenbare Ruimte Bij grote plannen en projecten wordt voorde inrichting van het betreffende gebied een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hierin staan de eisen die de kwaliteit van het te ontwikkelen gebied waarborgen. VoorPARK21 zijn de beeldkwaliteitsplannen Leisurelaag, Polderlaag en Openbare Ruimte opgesteld. Het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag is een verdere uitwerking van het Masterplan. Het omschrijft de randvoorwaarden, ontwerprichtlijnen en na te streven beeldkwaliteit voorde leisure initiatieven die een plek krijgen in de parkkamers. Een parkkamer is een open ruimte in het park die geheel wordt omsloten dooropenbaar parkgebied (de parklaag). Parkkamers waarin mogelijkheden voor(commerciële en semipublieke)duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen worden geboden, zijn onderdeel van de leisurelaag. De regels uit de beeldkwaliteitsplannen vormen, samen met de regels uit het bestemmingsplan, het formele kader waaraan we ruimtelijke initiatieven toetsen. We stellen voorom ookvoorde polderlaag en de openbare ruimte beeldkwaliteitsplannen vast te stellen. De regels die in de beeldkwaliteitsplannen zijn opgenomen, zijn een specificatie van de welstandsnota (2020.0002340). De beeldkwaliteitsplannen worden als addendum aan de welstandsnota toegevoegd.

Conform deze welstandsnota zullen de formele regels van de beeldkwaliteitsplannen, na vaststelling doorde raad, onderdeel uitmaken van de welstandsbeoordeling. De eisen uit de beeldkwaliteitsplannen gaan dan voorde algemene regels uit de welstandsnota. groene bouwstenen Leidraad Het groen draagt in belangrijke mate bij aan de herkenbaarheid van en samenhang tussen alle deelgebieden en ontwikkelingen in PARK21 en is bepalend voorde identiteit, zowel van de deelgebieden als van het park als geheel. Het groen is ookdé drager van de ecologischefunctie en van veel van de recreatieve mogelijkheden in PARK21. Om deze reden is het van groot belang dat alle onderdelen van de groene ruimte zorgvuldigworden ingepast, ontworpen, aangelegd én beheerd. Deze leidraad borgtde samenhang en herkenbaarheid van het groen in PARK21. Met kaders, regels, aanbevelingen en voorbeelden wordt richting gegeven aan ontwerp, aanleg en beheer van groene elementen die samen de groene ruimte van PARK21 zullen vormen. De leidraad vormt daarmee een uitwerking van het Masterplan en de beeldkwaliteitsplannen voorde openbare ruimte en voorde polderlaag van PARK21. Monitoren Monitoringsplan Verkeer Om de ontwikkeling van PARK21 mogelijk te maken zonder daarbij de ontwikkeling van woonen werklocaties elders in onze gemeente te belemmeren, benutten we de restruimte ophet verkeersnetwerk.

De ruimte voordoorgroeivan PARK21 oplangere termijn met name bij ontwikkelingen met een bovenregionaal verzorgingsgebied - is beperkt. Uit onderzoek blijkt dat er gelimiteerde restruimte is opde diverse kruispunten. De basisstructuur kan worden gerealiseerd als het kruispunt Rijnlanderweg-Bennebroekerweg is aangepast. Deze (tijdelijke) aanpassing wordt nu vormgegeven vanuit het projectVerbreding Bennebroekerweg. Voorde realisatie van heel PARK21 moeten meer verkeersaanpassingen gedaan worden waarvoornadere ruimtelijke proceduresnodig zijn. Dit betreft verbreding van de Nieuwe Bennerboekerweg, waarbij in het bijzonder de aanpassing van onderstaande kruispunten leidt tot voldoende verkeerscapaciteit voorde ontwikkeling: • Hoofdweg- Oostzijde (N520) - Nieuwe Bennebroekerweg; • Nieuwe Bennebroekerweg - Spoorlaan.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 8

Omdat de ontwikkeling van PARK21 afhankelijk is van nog te nemen verkeersmaatregelen is een goede voorwaardelijke regeling in het bestemmingsplan opgenomen. Zo'n voorwaardelijke regeling, ofwel monitoringsregel, sluit goed aan bij de voorgenomen organische ontwikkeling van PARK21. Bij organische ontwikkeling is namelijk, naast de initiatieven die zich aandienen, ookde ontwikkelruimte die opeen gegeven moment beschikbaar is, bepalend voorde snelheid van de transformatie. Methodiek Stikstofemissiemonitoring PARK21 De realisatie van PARK21 met recreatieve functies kan leiden tot een uitstootvan stikstof. De ontwikkeling PARK21 ligt opcirca vier kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Om bedrijvigheid toe te staan en te borgen dat het plan desondanks niet leidt tot een toename van stikstofdepositieopNatura 2000-gebieden zijn verschillende borgingsregels in het bestemmingsplan opgenomen. Naast een verbod ophet verwarmen van gebouwen met aardgas (binnen de wettelijke kaders) is ookvoorzien in een systeem dat de maximaal uit te stoten hoeveelheid stikstofemissie vanuit de bedrijven vastlegt en reguleert tot een maximum van de stikstofemissieruimte die ontstaat doordat agrarische percelen transformeren naar een park. Meer concreet wordt in de gebruiksregels voorzien in een stikstofemissieverbodvoor bedrijfsemissies.

Doormiddel van een omgevingsvergunning kan van dit verbod onder voorwaarden worden afgeweken. Dit betekent dat, wanneer het stikstofplafond niet wordt overschreden én sprake is van een 'evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte', alsnog toestemming kan worden verleend. Toetsing vindt plaats aan de hand van een beleidsregel stikstof die als bijlage bij het bestemmingsplan wordt gevoegd. Uitgaande van de beschikbare stikstofvrijkomend uit stoppen met bemesten van agrarische percelen en rekening houdend met mogelijke effecten van ontwikkelingen in wet- en regelgeving en jurisprudentie is een maximale stikstofemissie vastgesteld. Met dit borgingssysteem in het bestemmingsplan is verzekerd dat er geen stikstofdepositietoename ontstaat in de Natura 2000-gebieden. Bovendien wordt met dit systeem invulling gegeven aan de doelstelling om een park te realiseren waarin bedrijven gestimuleerd worden om emissie-reducerende maatregelen te treffen. Er is een nieuw AERIUS-model in ontwikkeling. Dit is het benodigde en wettelijk verplichte rekenmodel voorhet uitvoeren van stikstofberekeningen. Bij vaststelling van het bestemmingsplan is het noodzakelijk dat de berekeningen met het dan geldende AERIUS-model zijn toegevoegd.

Gezien de onzekerheid omtrent het moment waarop het nieuwe AERIUSmodel beschikbaar wordt, verlenen wij mandaat aan de clustermanager Ruimte, Economie en Duurzaamheid (RED) om de bijlage zonder tussenkomst van het college en de gemeenteraad te vervangen, met dien verstande dat de uitkomsten van de nieuwe berekeningen geen effect hebben opde regels in het bestemmingsplan. Monitoringsplan Leisure De monitoring van de leisurelaag speelt een belangrijke rol bij het begeleiden van de transformatie naar een levendig gemengd parkgebied doordat het de informatie biedt vooreen efficiënte bijsturing van de ontwikkeling. Milieueffectrapport (MER)

Via het doorlopenvan een MER-procedurehebben we een volwaardige afweging van milieubelangen bij de planvorming gedaan. Het MER inclusief de aanvulling het ophet MER het resultaat van de MER-procedure- vormt de onderbouwing voorhet bestemmingsplan. Het MER heeft geleid tot een actualisatie van het Masterplan en het opstellen van nadere beleidsregels als het beeldkwaliteitsplan Leisure en de monitoring.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 9

Het MER voorPARK21 is een strategisch MER. Dat betekent dat het MER nadrukkelijk gebruikt is om keuzes af te wegen en kaders voorde ontwikkeling te bepalen. Dit is terug te zien in de opzetvan het MER in drie delen. In deel A worden de voorgeschiedenis, de doelstellingen en de te onderzoeken varianten beschreven. In deel B vindt de effectbeoordeling van deze varianten plaats. In deel C worden nadere uitwerkingsopgaven behandeld die om keuzes vragen. Het MER sluit af met een aanzet voormonitoring en evaluatie en een spelregelkader. In het MER komen alle relevante ruimtelijke thema's en milieuthema's aan bod (zie afbeelding 4). Mobiliteit

Milieu en gezondheid

Bereikbaarheid (auto,ov en langzaam verkeer) Verkeerssituatie en verkeers ­ veiligheid

Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Geur Gezondheid

Ondergrond

Groenblauwe kwaliteit • • •

Watersysteem Klimaatadaptatie Natuur

• •

Bodemopbouw Milieu-

I

Ruimtelijke Kwaliteit * *

Landschap Cultuurhistorie

I

Duurzaamheid • *

Energietransitie Circulariteit

hygiënische bodemkwaliteit •

Archeologie

•

Trillingen

Afbeelding 4. De hoofdthema's zoalsbehandeld in hetMER PARK21

Adviescommissiem.e.r. De concept MER is voorbeoordeling opgestuurdnaar de Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. gaf een voorlopigadvies. De Commissie m.e.r. heeft geadviseerd de MER opvier punten aan te vullen. Deze vier punten zijn: 1. onderzoek de mogelijke effecten bij een maximaal gebruikvan PARK21; 2. beschrijf of de gestelde doelstellingen worden gehaald; 3. onderzoek de stikstofeffecten van de bouwfase; 4. onderzoek de effecten van verkeer en parkeren bij grote evenementen. Op de vier punten is het MER aangevuld. De commissie heeft de aanvullingen beoordeeld. Het eindadvies van de Commissie m.e.r. luidt:

daarna

"De Commissievindtdeaanvulling uitgebreid envolledig.Het is zichtbaar datdoorhetzo uitwerkenvandeeerder ontbrekende informatie hetplanis verbeterd. De Commissieis van oordeel dathetMER endeaanvulling tezamenalleessentiële informatie bevatom eenbesluitte kunnen nemenoverPARK21 waarbijhetmilieubelang volwaardig meeweegt." Nota vanzienswijzenen ambtshalve wijzigingen

Alle zienswijzen en de beantwoording daarop zijn samengevat in de bijlage 'Nota Beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen PARK21'. Alle reacties zijn voorzien van een antwoord. Ook is aangegeven ofde reacties hebben geleid tot aanpassingen aan het definitieve bestemmingsplan. In deze nota zijn ookde ambtshalve wijzigingen opgenomen. De belangrijkste aanpassingen zijn: met betrekking tot de bescherming van de archeologische waarden is normaal agrarisch gebruikvrijgesteld tot 1,5 meter diepte; er zijn nieuwe stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd waarbij het evenemententerrein en het voormalige baggerdepotzijn betrokken; regels voorhorecavoorzieningen zijn nader gedifferentieerd; voorde locatie Hoofdweg 1041 is de bestemming Landgoedbedrijf opgenomen.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 10

De aanpassingen die naar aanleiding van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn gedaan, zijn onderaan in de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen samengevat. Watzijn de kanttekeningen en risico's?

De vertaling van het Masterplan PARK21 in een planologisch juridisch kader opbasis waarvan de ontwikkeling kan worden gefaciliteerd, geeft opeen aantal punten maatwerk en/of afwijkingen van beleid. Deze afwijkingen lichten we hieronder toe en betreffen het afwijken van: het Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030; het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer 2021; het Beleid voorcommerciëlevoorzieningen Haarlemmermeer; het Verblijfsaccomodatiebeleid gemeente Haarlemmermeer 2021-2025. Archeologie

Wij stellen voor afte wijken van het Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030 door normaal agrarisch gebruiken beheer uit te sluiten van de preventieve archeologietoets.We constateren aan de hand van diverse zienswijzen dat zonder deze afwijking er sprake zouzijn van een verzwaring van kosten en regeldruk, dat niet onze intentie is. Het agrarisch land is sinds jaar en dag in gebruiken beheer als agrarische gronden. Deze uitsluiting komt overeen met de regeling uit het huidige bestemmingsplan buitengebied Midden. Hierdoorvoorkomen we dat het agrarische gebruiken beheer dat al decennia plaats vindt, beperktwordt. Als opgenomen in het Archeologiebeleid zijn we voornemens een paraplubestemmingsplan op te stellen, zodat het beleid, optimaal wordt vertaald voorheel het gemeentelijke grondgebied. De archeologische waarden 1 t/m 6 uit de beleidskaart krijgen in het paraplubestemmingsplan (en ieder nieuw omgevingsplan) de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. In het bestemmingsplan kunnen meerdere, verschillende 'Waarden Archeologie'voorkomen.

Middels dit toekomstige paraplubestemmingsplan worden voorhet gehele gemeentelijke grondgebied ruimtelijke planprocedures, bijvoorbeeldvoorhet bouwen, aan een omgevingsvergunning en de noodzaak van archeologisch onderzoek gekoppeld.Het paraplubestemmingsplan voorkomt dat er een versnipperde regeling ontstaat binnen de verschillende bestemmingsplannen in de gemeente. Voorliggende bestemmingsplan PARK21 looptdaarop vooruit.Voorde bescherming van het bodemarchief wegen archeologische waarden mee bij ruimtelijke planprocedures. Bij nieuwe ontwikkelingen is archeologisch onderzoek (volgens archeologieregimes) verplicht. Voorde gronden in PARK21 met een lage archeologische verwachtingswaarde is de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6 opgenomen. Daarbij stellen we voorhet huidige normale agrarische gebruiken beheer uit te sluiten van de onderzoeksplicht. In de periode februari tot april 2021 is een archeologisch bureauonderzoeken een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het kader van de voorgenomen ontwikkeling van PARK21. Het onderzoek was gericht opzone 2 van de basisstructuur,de zone waar de recreatieplas gerealiseerd wordt en waar een middelhoge archeologische verwachtingswaarde (waarde - Archeologie 4) gedefinieerd was.

Het betrofeen omvang van 113 hectare en beslaat het grootstedeel ingeklemd tussen de Uweg in het noordwesten, de Noordelijke Randweg in het zuidwesten, de Zuidtak Zuidtangent in het zuidoosten en de Nieuwe Bennebroekerweg in het noordoosten. De archeologische verwachting (de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten) is voor dit deel van PARK21 opgrond van de resultaten van het onderzoek bijgesteld naar gebied

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 11

zonder archeologische verwachting. We hebben daarom (conform beleid: Gebied zonder archeologische verwachting) besloten over te gaan tot vrijgave van het plangebied basisstructuurzone 2 (2022.0000326). Gelet opde resultaten van het uitgevoerde archeologisch onderzoek is voordit deel van het plangebied geen archeologische dubbelbestemming in het plangebied opgenomen. Geluidsnormenevenementen

Haarlemmermeer 2021 Wij stellen voor afte wijken van het Uitvoeringsbeleid evenementen doorter plaatse van de bestemming Groen-Park een maximaal geluidsniveau van 55dBA bij concerten en 65dBA bij eendaagse - en meerdaagse evenementen te hanteren, in plaats van een geluidsniveau van 65-75dBAen 70dBA zoals benoemd in het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer 2021 (2021.0000631). In het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer 2021 (2021.0000631) zijn procesen regels opgenomen voorhet organiseren van evenementen. Onder de regels vallen ookde te hanteren geluidsnormeringen. Op de locatie met de bestemming Groen Park (aan de Rijnlanderweg) zijn regels opgenomen voorevenementen (art 13 in het bestemmingsplan). De geluidsnorm die we hier hanteren wijkt af van de geluidsnorm van het uitvoeringsbeleid. Het maximale geluidsniveau van 55dBA hanteren we bij concerten en 65dBA bij eendaagse - en meerdaagse evenementen, in plaats van een geluidsniveau van 65-75dBAen 70dBA. Omwonenden hebben opde verschillende participatiemomenten zorgen geuit omtrent geluidshinder van het evenemententerrein. Om die reden stellen we een strengere norm voor dan het geldende beleid. Dit is voordit evenemententerrein ookmogelijk doorde relatief grote afstand tot woningen. Commerciëlevoorzieningen

Wij stellen voorom voorPARK21 af te wijken van het 'Beleid voorcommerciëlevoorzieningen Haarlemmermeer regels en ruimte', door voorde ondergeschikte functies van horeca, detailhandel en commerciële dienstverlening een aangepast metrages voordeze voorzieningen te gebruiken. Ladderonderbouwing commerciëlevoorzieningen Het beleid commerciëlevoorzieningen voorzietoplocaties met aantoonbare toeristische of recreatieve potentie, kansen voorvestiging van horeca, functie gebonden detailhandel en commerciële dienstverlening. Zo ookvoorPARK21. Voornieuwe ontwikkelingen volgt uit het beleid dat onze gemeente een integrale afweging maakt onder andere opbasis van een ruimtelijk- economische onderbouwing (zogenaamde Laddertoets, conform de 'Ladder van duurzame verstedelijking'). VoorPARK21 is een Laddertoets opgesteld (Ladderonderbouwing Leisurevoorzieningen PARK21 Haarlemmermeer 17 oktober2021). De ladderonderbouwing gaat in opde hoofdleisure functies voorhet gebied als horeca, sport,themaparken, evenementen en verblijfsaccommodaties. Commerciëlevoorzieningen PARK21 zien we als een uniek groen, recreatie- en vrijetijdsgebied binnen Haarlemmermeer. In afwijking van het beleid bieden we daarom in PARK21 meer ruimte voorondergeschikte horeca, detailhandel en commerciële dienstverlening.

Zowel in de leisurelaag als bij de transformatie vooragrarische bedrijven wijken we af van het maximale metrage voorondergeschikte functies. We zien bij de transformatie van agrarische bedrijven en de groei van PARK21 meer draagvlak voorondergeschikte voorzieningen aan horeca en detailhandel dan in ander agrarisch gebied in Haarlemmermeer. We gaan daarom uit van maximaal 200m2 brutovloeroppervlakper vestiging in plaats van 150m2.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 12

De ruimte die in de leisurelaag voorondergeschikte activiteiten voorhoreca, detailhandel en commerciële voorzieningen wordt geboden, varieert en is afhankelijk van de groottevan het initiatief waaraan de functie ondergeschikt is. Dit varieert van 150m2 tot maximaal 1.500m2 brutovloeroppervlak. Daarbij nemen we conform beleid de verplichting opdat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning de initiatiefnemer nader dient te onderbouwen dat er voldoende behoefte aan de aangevraagde functie is (in kwalitatieve zin (concept, programmering, doelgroepen locatie) en kwantitatieve zin (aantallen en meters)) en dat de functie geen onaanvaardbare effecten ophet voorzieningenniveau en ondernemersklimaat heeft. Horeca Uit de ladderonderbouwing volgt dat er bij de ontwikkeling van PARK21 marktruimte is voor maximaal 13.800m2 aan horecavoorzieningen. Daarbij is het advies de zelfstandige horeca op een select aantal bijzonder plekken te clusteren. In het bestemmingsplan is dit (ten opzichtevan het ontwerp bestemmingsplan) nader gespecifieerd doorte voorzien in een clustering van zelfstandige horeca rondom de recreatieplas en te voorzien in zelfstandige horeca in de basisstructuuren bij het landgoed (ookgelegen in de basisstructuur).En daarnaast de ruimte vooralte benutten voorondergeschikte horeca.

Ondergeschikte horeca is horeca die de hoofdactiviteit ondersteund, denk bijvoorbeeldaan de sportkantine bij een sportvereniging. Detailhandel Voordetailhandel wordt voorzien in maximaal één zelfstandige vestiging, gekoppeldaan het parkconcept. Hierbij gaat het om een landwinkel die in het plangebied wordt toegestaan met een omvang van maximaal 350m2 brutovloeroppervlakte.Supermarkten en overige zelfstandige detailhandel worden in het plangebied uitgesloten. Zelfstandige commerciële dienstverlening wordt niet mogelijk gemaakt. Verblijfsaccommodaties

Wij stellen vooraf te wijken van het Verblijfsaccommodatiebeleid gemeente Haarlemmermeer 2021-2025 doorbij de transformatie van agrarische bedrijven meer mogelijkheden te bieden voorrecreatieve overnachtingseenheden. Het bestemmingsplan PARK21 voorzietin vestiging van verblijfsaccommodaties, zowel opde erven als in de leisurelaag. Conform beleid is voorhet hele plangebied via de ladderonderbouwing een markttoets gedaan en zijn de stappen van het afwegingskader op hooflijnen doorlopen.De ladderonderbouwing geeft aan dat er bij de ontwikkeling van heel PARK21 ruimte is voormaximaal 680 overnachtingseenheden. De uitkomsten van deze markttoets zijn planologisch-juridischvertaald. Bij de transformatie van agrarische bedrijven wordt de vestiging van verblijfsaccommodaties ten opzichtevan het beleid verruimd. In het beleid verblijfsaccommodaties is voorhet plangebied uitgegaan van de vestigingsmogelijkheden van het bestemmingsplan Buitengebied. Campings van vijftien plaatsen en bed en breakfast tot vier kamers is hier toegestaan. Het beleid geeft ookaan dat het wenselijk is verblijfsaccommodaties in de buurtvan een toeristische trekpleister of recreatieve functie mogelijk te maken, maar specificeert dit niet verder.

Bij de realisatie van het recreatiegebied PARK21 en aan de hand van de ladderonderbouwing zien wij onder voorwaarden meer ruimte voorverblijfsaccomodaties op de agrarische erven. We verbreden dit naar maximaal 350m2 brutooppervlak,bestaande uit verschillende overnachtingsconcepten als bed en breakfast, kleine hotels met allen maximaal tien kamers en groepsaccommodatiesen camping/camperplaatsen met respectievelijk plaats voormaximaal 25 personen en twintig plaatsen.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 13

Kleinschalige verblijfsrecreatie is ooktoegestaan zonder een koppeling aan een hoofdleisure functie, maar wel ondersteunend voorPARK21. Ten opzichtevan het ontwerp bestemmingsplan is in de regels van het bestemmingsplan voor deze functie een kleine aanpassing doorgevoerd,om meer mogelijkheden te bieden. In het ontwerp bestemmingsplan was opgenomen dat deze kleinschalige accommodaties niet meer dan 10 overnachtingsmogelijkheden mochten hebben, dat is nu verhoogd naar 25. Verder sluiten we aan bij het beleid om geen grote zelfstandige hotels te faciliteren en meer diversificatie in overnachtingsmogelijkheden mogelijk te maken. Verblijfsaccommodaties zijn ondergeschikt aan de hoofdleisure functie. De omvang dient in overeenstemming te zijn met deze hoofdfunctie en varieert. Tevens voorziethet bestemmingsplan in een vakantiepark dat aan de waterrecreatie is gekoppeld,met maximaal 50 eenheden. Overigeaandachtspunten

De ontwikkeling van PARK21 kent, naast het genoemde maatwerk ten opzichtevan beleid, ook een aantal andere aandachtspunten. De ontwikkeling van PARK21 komt kavelgewijs tot stand, deels realiseren wij de ontwikkeling zelf en deels faciliteren wij de ontwikkeling van derden. Hiermee is transitie naar een parklandschap opbasis van vrijwilligheid in belangrijke mate geborgd. De ontwikkeling van PARK21 kan echter achterblijven bij de ambities indien vanuit de markt minder initiatief komt. De basisstructuurkan worden gezien als de 'draagconstructie' van PARK21. Het is van belang dat deze basis, met daarin de doorgaande verbindingen en enkele icoonprojecten, tot stand komt. Op deze wijze ontstaat een landschap met samenhang en is het interessant voorpartijen om verder te investeren en zo PARK21 verder te laten groeien. Wanneer de basisstructuurniet in haar geheel kan worden aangelegd, ontbreekt samenhang in het landschap. Het risico bestaat dan dat de interesse van derde partijen om te investeren in PARK21 afneemt. Het is de bedoeling dat de polderlaag binnen PARK21 transformeert naar de park- en leisurelaag. Dit heeft vanzelfsprekend gevolgen voorde landbouwsector. Een deel van het landbouwareaal zal verloren gaan. De doorgroeivan PARK21 hangt nauw samen met nadere investeringen in de infrastructuur.

Een aantal autonome verkeersmaatregelen en realisatie van de verbreding van de Nieuwe Bennebroekerweg zijn voorwaardelijk voorde ontwikkeling van PARK21. Stikstof Om nieuwe functies in PARK21 toe te staan en te borgen dat het plan desondanks niet leidt tot een toename van stikstofdepositieopNatura 2000-gebieden zijn verschillende borgingsregels in het bestemmingsplan opgenomen. Deze mechanismen borgen dat de uitstootvanuit PARK21 niet leiden tot onacceptabele deposities. Onderdeel daarvan is dat de verantwoording nogmaals plaatsvindt bij het daadwerkelijk toestaan van nieuwe functies in het gebied. Bij de bepaling van de borgingsregels is voorzichtigheidshalve een inschatting gemaakt van het mogelijke effect van ontwikkelingen in wet- en regelgeving en jurisprudentie. Gelijktijdig is de regelgeving rondom stikstof opdit moment hoogdynamisch. Voorhet realiseren van initiatieven, met zoals eerder toegelicht een uitgestelde onderzoeksplicht, kan dynamiek in de regelgeving leiden tot aanvullende bepalingen bijvoorbeeldbij het verkrijgen van vergunningen in het kader van de Natuurbeschermingswet. Hierdoorkan vestiging in PARK21 complexer worden voorleisurefuncties.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 14

3.3 Watmag hetkosten?

De plankosten om het bestemmingsplan opte stellen en af te ronden zijn opgenomen in het investeringsproject PARK21. Met het raadsvoorstel 'PARK21 Financiën' (7225733) wordt nieuw krediet aangevraagd om in 2023 verder te kunnen werken aan de afronding van het bestemmingsplan. De financiële haalbaarheid (kosten, opbrengsten en subsidies, bijdrage ruimtelijke investeringen Haarlemmermeer) is met de geheime bijlage Financiële haalbaarheid Masterplan PARK21 2022, in beeld gebracht. De basisstructuurkan met de beschikbare en gereserveerde gelden en verwachte opbrengsten worden gerealiseerd. Vooralsnoggeldt dat de beschikbare middelen niet toereikend zijn om PARK21 in zijn geheel aan te leggen. We gaan ervan uit dat bij concrete vervolgstappen in de loopvan de tijd aanvullende middelen, zoals subsidies en bijdragen waaronder ookbijdragen uit de bestemmingsreserve Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH), zullen volgen (conform de Herijkingsstrategie). We spannen ons in voorhet verkrijgen van subsidies van de rijksoverheid en zoeken ooknaar Europesesubsidiemogelijkheden. Aangezien een grootdeel van de gronden doorparticulieren zal worden ontwikkeld, hebben wij de plicht om kostenverhaal - het verrekenen van de kosten zoals van de aanleg van openbare nutsvoorzieningen - toe te passen.

Hiervoorbeschikken we over de experimentstatus opgrond van artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Kostenverhaal Ingevolge artikel 6.12 Wro kan de gemeenteraad besluiten dat wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan bij het bestemmingsplan. In dit geval wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan omdat de gemeente Haarlemmermeer vooreen deel eigenaar is van de gronden waarop het bestemmingsplan van toepassing is. Voorde delen van het plangebied waar wij geen eigenaar zijn wordt gebruikgemaakt van artikel 7c lid 10 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet waarbij de mogelijkheid bestaat af te wijken van artikel 6.12 eerste en derde lid van de Wet ruimtelijke ordening en het kostenverhaal te regelen bij de omgevingsvergunning voorde aangewezen bouwplannen. Alvorens omgevingsvergunning wordt verleend vooreen bouwplan(ingevolge 6.2.1 Bro) waarvoor kostenverhaal verplicht is, dient het kostenverhaal te zijn verzekerd overeenkomstig artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening. De parklaag heeft grotendeels een functie als regionale recreatievoorziening. Deze zal worden gerealiseerd met bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen conform het gemeentelijk beleid en aanvullende subsidies en dekking.

Het kostenverhaal voorde aangewezen bouwplannen zal bestaan uit de kosten van de wettelijke kostensoortenlijst en worden toegedeeld opbasis van de profijt,proportionaliteiten toerekenbaarheid (PPT) criteria. De kosten zullen bestaan uit aanleg van de parkkamers (uitgeefbare kavels) in de leisurelaag inclusief parkeren, groen en water, de kosten voorde ontsluiting van de parkkamers en de landschappelijke inpassing. Watzijn definanciëlerisico's

Indien er niet voldoende inkomsten zijn, kan een deel van het park niet worden aangelegd. De kosten zullen pas worden gerealiseerd indien de dekking verzekerd is. Dit betekent dat er een risico is dat het park niet geheel wordt gerealiseerd. Dit is ookonderdeel van de keuze voor organische ontwikkeling. De aanvullende financiële informatie is opgenomen in de geheime bijlage Financiële haalbaarheid Masterplan PARK21 2022.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 15

3.4 Wie is daarvoorverantwoordelijk?

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan en de beeldkwaliteitsplannen vast. Het college bereidt het bestemmingsplan en de beeldkwaliteitsplan voor.Voorde beoordeling van de vaststelling van het bestemmingsplan, het MER en de beeldkwaliteitsplannen is de raad het bevoegd gezag. De portefeuillehouderPARK21 is eerste aanspreekpunt binnen het college voorhet bestemmingsplan. Doorhet college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd opte treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Raad van State. 3.5 Welkeoverigerelevante informatieis beschikbaar?

Participatie encommunicatie Voorontwerpbestemmingsplan In juni 2021 is het voorontwerpbestemmingsplan en het concept-MER vastgesteld (2021.0001380) en 'vrijgegeven' voorreacties van inwoners, (mogelijke) initiatiefnemers, ketenpartners en andere belanghebbenden. In de bijgevoegde 'Nota van Inspraak, vooroverleg en ambtshalve wijzigingen' is de beantwoording opde inspraakreacties te lezen. Ter inzagelegging ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken heeft vanaf 25 februari tot en met 7 april 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn 26 zienswijzen ingediend. In de bijgevoegde 'Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' is te lezen welke op-en aanmerkingen alsnog zijn verwerkt in dit definitieve bestemmingsplan. In het voorjaar/de zomer van 2021 en in het voorjaarvan 2022 hebben we diverse informatiebijeenkomsten georganiseerd voorbelanghebbenden en geïnteresseerden. Dit waren aparte bijeenkomsten voorbewoners, pachters en eigenaren in het gebied, de betrokken dorpsen wijkraden, initiatiefnemers en een algemene bijeenkomst vooriedereen die geïnteresseerd is. De algemene bijeenkomsten zijn opgenomen en opde website geplaatst, zodat ookopeen ander tijdstip kon en kan worden teruggekeken.

Tijdens de bijeenkomsten hebben we het planvoornemen voorPARK21 uitgelegd, hoe we tot het ontwerp-MER, het (voor)ontwerpbestemmingsplan en het concept Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag zijn gekomen en hoe hieropkan worden gereageerd en wat de volgende stappen zijn. Vaststelling Na vaststelling van het bestemmingsplan doorde gemeenteraad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na besluitvorming worden de besluiten in het Gemeenteblad bekendgemaakt (te raadplegen via officiëlebekendmakingen.nl). Het bestemmingsplan is ookte vinden opruimtelijkeplannen.nl. De indieners van zienswijzen worden per brief geïnformeerd. Via de diverse communicatiekanalen van PARK21 (zoals website, nieuwsbrief, sociale media, et cetera) communiceren we ookover de vaststelling en de inzageperiode. Adviescommissiem.e.r. De Commissie m.e.r. vindt de aanvulling ophet MER tezamen met het MER uitgebreid en volledig. Het is zichtbaar dat doorhet uitwerken van de eerder ontbrekende informatie het plan is verbeterd. De Commissie m.e.r. is van oordeel dat het MER en de aanvulling tezamen alle essentiële informatie bevatten om een besluitte kunnen nemen over PARK21 waarbij het milieubelang volwaardig meeweegt. Geheimhouding Bij onze besluitvorming is het uitgangspunt dat informatie openbaar is.

Dit sluit aan bij het principe van een transparante overheid zoals is bedoeld in de Woo.Er kunnen zich echter

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 16

gevallen voordoen waarbij openbaarmaking van bepaalde informatie niet gewenst is. Daarvan is in dit geval sprake. De bijlage Financiële haalbaarheid Masterplan PARK21 bevat informatie over de financiële aspecten van PARK21, zoals dekking, kansen en risico's. Omdat dit de financiële en economische belangen van de gemeente kan schaden maken we gebruikvan de uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 onder b van de Wet open overheid. We besluiten in dit geval die informatie niet openbaar te maken. Juridischeaspecten Met het vaststellen van de beeldkwaliteitsplannen en doordeze toe te voegen aan de Welstandsnota ontstaat het juridische kader voorde welstandtoets van aangevraagde omgevingsvergunningen. Met het vaststellen van het bestemmingsplan wordt het ruimtelijk-planologischkader vastgelegd voorde ontwikkeling van PARK21. Na vaststelling van het bestemmingsplan doorde gemeenteraad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na die inzagetermijn is het plan van kracht, tenzij beroepwordt ingesteld en voorlopigevoorziening wordt aangevraagd bij de Afdeling bestuursrechtspraakvan de Raad van State (hierna: Afdeling). Als tegen het plan wel beroep wordt ingesteld, maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorzieningbij de Afdeling is gedaan, dan treedt het plan in werking direct na de beroepstermijn.

3.6 Wanneeren hoe zal de raadoverde voortgangworden geïnformeerd?

Als tegen het plan beroepwordt ingesteld, wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd. De raad wordt verder via het Meerjarenperspectief Investeringen (MPI), het Meerjarenperspectief Grondzaken (MPG) en de jaarlijkse voortgangsrapportage geïnformeerd over de stand van zaken van de ontwikkeling van PARK21. En als daar aanleiding toe is, wordt de raad tussentijds geïnformeerd. 3.7 Wat betekent dit voor de MetropoolregioAmsterdam(MRA)?

De MRA bestaat uit een combinatie van woongebieden, kust, duinen, moerasgebieden, droogmakerijen en grootschalige nationale landschappen. Het typisch Hollandse landschap dat PARK21 vertegenwoordigt en waarin de beleving van de poldercentraal staat, is van grote waarde voorde dynamiek van de metropoolregio. Landschappelijke kwaliteit en een groot aanbod aan recreatiemogelijkheden en amusementsvoorzieningen zijn essentiële voorwaarden voorblijvende economische en duurzame groei in het dichtbevolkte gebied van de MRA. De ontwikkeling van PARK21 is daarom een logisch antwoord opde huidige en toekomstige verstedelijking in deze regio. PARK21 wordt in het Verstedelijkingsconcept Metropoolregio Amsterdam 2050 versie 3 eindversie (2021.0003112), in een aantal kaders genoemd. In de Zuidflank (Amstelland-Meerlanden) is versnelling in de aanleg van recreatiegebieden en het toegankelijk maken van het landschap tussen dorpen en steden nodig in relatie tot de verstedelijking. Dat krijgt onder meer gestalte in de ontwikkeling van een landschappelijke verbinding tussen de Westeinderscheg en PARK21. En in het bijzonder is er behoefte aan een ecologischeverbinding tussen de duinen en het Groene Hart (via PARK21 en de Westeinderplassen en Amstelscheg) en een recreatieve verbinding vanaf de Amsterdamse waterleidingduinen via PARK21, over de Ringvaart naar de Westeinderscheg, het Amsterdamse

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

Pagina 17

Bos en de Amstelscheg. Ook is het - in relatie tot de snelle verstedelijking in onze regio, de overlast van Schipholen het verlichten van recreatieve druk - belangrijk dat verbindingen tot stand komen tussen Nationaal Park Zuid-Kennemerland met Spaarnwoude en PARK21. 4.

Ondertekening

1. 2.

Bijlage BP Toelichting PARK21 Bijlage bij de toelichting: • 2-1 Beeldkwaliteitsplan Polderlaag • 2-2 Beeldkwaliteitsplan Openbare ruimte • 2-3 Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag • 2-4 Leidraad Groene Bouwstenen • 2-5 Onderzoek Landbouw • 2-6 Uitgangspunten en modelresultaten MER PARK21 • 2-7 Samenvatting Milieueffectrapport • 2-8 Milieueffectrapport(MER) ® 2-9 voorlopig toetsadvies Commissie m.e.r. • 2-10 aanvulling MER • 2-11 Definitief toetsingsadvies Commissie m.e.r. • 2-12 Spelregelkader en aanbevelingen MER • 2-13 AchtergrondrapportMER Duurzaamheid • 2-14 AchtergrondrapportMER GroenBlauw • 2-15 AchtergrondrapportMER Landbouw • 2-16 Achtergrondrapport MER Milieu en gezondheid • 2-17 Achtergrondrapport MER Ondergrond • 2-18 Quickscan trillingen • 2-19 Ladderonderbouwing • 2-20 Archeologischonderzoek • 2-21 Natuurtoets • 2-22 Onderzoek Stikstofdepositie • 2-23 Verkeersonderzoek • 2-24 Akoestisch onderzoek evenementenlocatie • 2-25 Analyse evenementenverkeer • 2-26 Nota van Inspraak, vooroverlegen ambtshalve wijzigingen • 2-27 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bijlage BP regels PARK21 Bijlage bij de regels • 4-1 Beleidsregel beeldkwaliteitsplan Polderlaag • 4-2 Beleidsregel beeldkwaliteitsplan Openbare ruimte • 4-3 Beleidsregel beeldkwaliteitsplan Leisurelaag • 4-4 Leidraad Groene Bouwstenen

3. 4.

PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage(MER)

5.

6.

• 4-5 Monitoringsplan Leisure • 4-6 Methodiek stikstofemmissiemonitoring PARK21 • 4-7 Monitoringsplan Verkeer • 4-8 Staat van Bedrijfsactiviteiten • 4-9 Staat van Horeca-activiteiten • 4-10 Vergunning Uweg 1438 Verbeelding • 5-1 BP-PARK21-blad01 • 5-2 BP-PARK21-blad02 • 5-3 BP-PARK21-BasisstructuurbladOl • 5-4 BP-PARK21-Basisstructuurblad02 • 5-5 BP-PARK21-exploitatiegebied bladOl • 5-6BP-PARK21-exploitatiegebied blad02 • 5-7 BP-PARK21-Parklaag bladOl • 5-8 BP-PARK21-Parklaag blad02 • 5-9 BP-PARK21-Transformatielaag bladOl • 5-10 BP-PARK21-Transformatielaag blad02 Financiële haalbaarheid Masterplan PARK21 (geheim)

Pagina 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=da97370f-98ed-4789-936c-ecc2a85d5800