5. Raadsvoorstel Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030 drs. Marja Ruigrok Jertske Pasman 26 januari 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2020.0000060
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. het archeologiebeleid 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030' vast te stellen waarbij als belangrijkste aanpassingen gedaan zijn: • het opstellen van zes categorieën binnen de regimes; • het opstellen van de verwachtingskaart. 2. Samenvatting
Na de samenvoeging van de gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude en gemeente Haarlemmermeer was er nieuw Erfgoed-en Archeologiebeleid nodig. Het samenvoegen van de nota's 'Erfgoed op de Kaart' (2010.0049739) en 'Beleidsnota archeologie gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude' (RUI 11/001) bleek niet een kwestie van in elkaar schuiven te zijn. Er is geheel nieuw beleid opgesteld. Volgens de toezegging die gedaan is in de raadssessie van 13 februari 2020, bij het vaststellen van de erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030 'Erfgoed omarmen en beleven' (2020.0000051) ligt nu het nieuwe geactualiseerde archeologiebeleid ter vaststelling voor. Het geactualiseerde 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030' is een onderdeel van het uitvoeringsprogramma behorende bij de Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 'Erfgoed omarmen en beleven' (2020.0000051) In dit nieuwe beleid is een verwachtingskaart en een beleidskaart opgenomen. De verwachtingskaart is nieuw. Op deze kaart is te zien wat de verwachting is op archeologische vondsten naar aanleiding van onderzoek van historische kaarten en eerdere vondsten. De beleidskaart geeft aan wanneer er verder onderzoek gedaan moet worden als de bodem verstoord wordt. De mate van onderzoek hangt af van de oppervlakte van het te verstoren gebied en de diepte waarop de verstoringen plaats vinden.
pagina 2
Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030
3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Met dit Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030 is er beleid opgesteld om ook het ondergrondse erfgoed van Haarlemmermeer te omarmen en beleven. Archeologie gaat over sporen en resten van menselijke aanwezigheid vanaf 300.000 jaar geleden in de bodem en onder water. Deze resten vertellen ons nu, hoe de mensen toen geleefd hebben. Op dit moment zijn er veel ontwikkelingen binnen de gemeente op het gebied van woning en wegenbouw. Het is voor alle betrokken partijen noodzakelijk om te weten waar er archeologische sporen gevonden kunnen worden en wat de geldende regels zijn met betrekking tot archeologie in het te ontwikkelen gebied. Binnen de omgevingswet ligt er veel focus op landschap, erfgoed en archeologie. Vooruitlopend op de invoering van de wet is dit archeologiebeleid opgesteld. Met het 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030' is er een eenduidig beleid opgesteld. Nieuw ten opzichte van het huidige beleid is het feit dat er een verwachtingskaart is opgesteld. Deze kaart was in beide voormalige gemeenten niet aanwezig. Dit is een dynamische kaart waarop te zien is wat de verwachtingen zijn in een gebied ten aanzien van archeologische vondsten. Na onderzoek wordt de kaart bijgewerkt indien op een plek vondsten zijn gedaan. Haarlemmermeer is relatief jong land, waarbij de verwachtingen voor archeologie in het gebied van het voormalige Haarlemmermeer minder hoog zijn.
Het Noordelijke gedeelte van onze gemeente heeft meer geschiedenis in zich en de archeologische verwachtingen zijn daar plaatselijk ook hoger. De terp waar de Stompe Toren zich op bevindt, is bijvoorbeeld een oude strandwal en een provinciaal aardkundig monument. Tevens is de beleidskaart ook een onderdeel van dit beleid. De beleidskaan geeft aan welke regimes er gelden in welk gebied. Naar aanleiding van de verwachtingen worden er met dit beleid zes regimes ingevoerd waarbij de grootte van het plangebied en de diepte van de grondverstoring bepalen of er onderzoek gepleegd moet worden. In de onderstaande tabel zijn de regimes te zien uit de voormalige gemeentes Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Haarlemmermeer. De kolom van het actuele beleid geeft aan welke regimes er in het nieuwe beleid opgenomen zijn. Deze verdeling is gebaseerd op de regimes die er waren in de Haarlemmerliede en Spaarnwoude, omdat daar de verwachtingswaarde het hoogst zijn.
Oud beleid Categorie
Regime voormalige Haarlemmerliede Spaarnwoude
Prov. monument Stelling A’dam
Regime voormalige Haarlemmermeer
Actueel beleid Categorie
> 0 m2
Waarde Archeologie 1 (Prov. monument)
Gem. monument & Archeologisch waardevol gebied 1
Onderzoek ongeacht grootte en diepte
> 50 m2
Waarde Archeologie 2
Archeologisch waardevol gebied 2
> 50 m2 en dieper dan 35 cm
> 500 m2
Waarde Archeologie 3
Regime
Stelling van Amsterdam: geen bodemingreep toegestaan. Vergunning aanvragen bij provincie. Vastgestelde archeologische waarden Onderzoek verplicht bij alle bodemingrepen. Bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek.
pagina 3
Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030
> 10.000 m2
Waarde Archeologie 4
Archeologisch waardevol gebied 3
> 500 m2 en dieper dan 40 cm
Archeologisch waardevol gebied 4
> 2500 m2 en dieper dan 40 cm
Waarde Archeologie 5
Archeologisch waardevol gebied 5
> 10.000 m2 en dieper dan 40 cm
Waarde Archeologie 6
Overige delen
Vrijstelling
Gebied zonder archeologische verwachting
Bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek. Bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek. Bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek. Geen onderzoek
Het doel van dit beleid is duidelijkheid en transparantie te geven aan alle partijen die in aanraking komen met archeologie. Het archeologisch onderzoek wordt gefaseerd uitgevoerd volgens een vaste methodiek (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1) 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Als overgangsregel geldt dat het nieuwe 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030' in gaat voor projecten die na vaststelling van dit beleid door de raad een toetsing aanvragen. Voor projecten die al een toetsing hebben aangevraagd voor de vaststelling van dit nieuwe beleid, zal het huidige archeologie beleid blijven gelden. Dat zijn 'Nota Erfgoed op de Kaart' (2010.0049739) en 'Beleidsnota archeologie van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude' (RUI11/001). Dit beleid heeft invloed op de mate van onderzoek dat gedaan moet worden. Het beleid bevat een verwachtingskaart die door iedereen te raadplegen is, zodat alle betrokken partijen, intern en extern weten of er archeologische vondsten te verwachten zijn in een plangebied. Op beleidskaart is er weergegeven welk regime er dan geldt. 3.3 Wat mag het kosten?
Onderzoek als gevolg van dit beleid komt voor rekening van de initiatiefnemer. Mocht er extra onderzoek nodig zijn voor de inventarisatie van de archeologische waarde dan komen de kosten voor verstoorder of ook wel de initiatiefnemer. De kosten voor de uitvoering van dit voorstel worden geraamd op € 3.500. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd: twee keer een strippenkaart van € 1.750 euro voor 20 uur a € 87,50 archeologische advies vanuit de provinciale adviesdienst NMFerfgoedadvies. De kosten worden gedekt uit het programma Maatschappelijke ontwikkeling, beleidsdoel D 'Inwoners nemen deel aan een breed aanbod van culturele activiteiten en maken kennis met de culturele historie van Haarlemmermeer, waarvoor wij het cultureel erfgoed behouden', taakveld 5.5. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Het is de bevoegdheid van de raad om de kaders van nieuw beleid vast te stellen. Het college is eerste aanspreekpunt voor de uitwerking van de beleidskaders en uitvoering van
Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030
pagina 4
de beleidsvoornemens. De portefeuillehouder Cultuur is voor dit onderwerp het eerste aanspreekpunt binnen het college. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
De huidige verwachtingskaart is samengesteld met behulp van de leden van de Erfgoedcommissie 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
Bij de evaluatie van het erfgoed beleid Erfgoedbeleid gemeente Haarlemmermeer 20202030 'Erfgoed Omarmen en Beleven' zal ook het Archeologiebeleid als onderdeel hiervan geëvalueerd worden. Dit vindt plaats aan het eind van de looptijd van deze nota welke loopt tot 2030. 4. Ondertekening
Bijlage(n): • Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030.
Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030
Colofon Tekst Mevr T. Fonds van The Missing Link Vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl Fotografie Kaart vooromslag; Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, D. Jansen & B.I. Smit 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. Oktober 2020
2
Gemeente Haarlemmermeer
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................. 4 1 Inleiding ................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .................................................................................................................................................................................................. 5
1.2
Doel ................................................................................................................................................................................................................ 5
1.3
Ambitie ......................................................................................................................................................................................................... 5
2 Verhaal van Haarlemmermeer ..................................................................... 7 3 Wettelijk kader .................................................................................................... 11 3.1
Nationaal kader .................................................................................................................................................................................... 11
3.1.1
Verdrag van Malta ............................................................................................................................................................................... 11
3.1.2
Erfgoedwet .............................................................................................................................................................................................. 11
3.1.3
Omgevingswet ....................................................................................................................................................................................... 11
3.1.4
Besluit kwaliteit leefomgeving ..................................................................................................................................................... 12
3.2
Provinciaal kader ................................................................................................................................................................................. 12
3.2.1
Beleid Noord-Holland ....................................................................................................................................................................... 12
3.3
Gemeentelijk kader ............................................................................................................................................................................ 13
3.3.1
Omgang met archeologie in gemeentelijke plannen .................................................................................................... 13
3.3.2 Archeologisch onderzoek ............................................................................................................................................................... 13
4 Archeologie op de kaart ................................................................................ 15 4.1
Archeologische beleidskaart ........................................................................................................................................................ 15
4.2
Archeologische verwachtingskaart .......................................................................................................................................... 16
4.3
Monumenten ........................................................................................................................................................................................... 17
5 Uitvoering ............................................................................................................. 18 5.1
Archeologie in het bestemmingsplan/ omgevingsplan ............................................................................................... 18
5.2
Omgevingsvergunning ..................................................................................................................................................................... 18
5.3
Verordening fysiek domein ............................................................................................................................................................ 18
5.4
Archeologisch onderzoek ............................................................................................................................................................... 18
5.5
Proces Archeologische Monumentenzorg (AMZ) .............................................................................................................. 19
5.5.1
Inventarisatie ........................................................................................................................................................................................ 20
5.5.2 Sectorale waardering KNA ............................................................................................................................................................ 20 5.5.3 Eisen aan de maatregelen ............................................................................................................................................................ 20 5.5.4 Programma van Eisen ....................................................................................................................................................................... 21 5.6
Archeologische expertise ................................................................................................................................................................ 21
5.7
Toevalsvondst ........................................................................................................................................................................................ 21
6 Blik op de toekomst: de historie zichtbaar ............................................ 23 6.1
Inleiding .................................................................................................................................................................................................... 23
6.2
Archeologie en publiek .................................................................................................................................................................... 23
6.3
Openbare ruimte ................................................................................................................................................................................ 23
6.4
Educatie ................................................................................................................................................................................................... 23
6.5
Toerisme ................................................................................................................................................................................................... 23
Bijlagen ...................................................................................................................... 24 Beleidsnota Archeologie
3
Voorwoord De samenvoeging van de gemeente
Dat betekent dat we naast het zorgdragen voor
Haarlemmermeer met Haarlemmerliede en
het archeologisch erfgoed, ook het toegankelijk
Spaarnwoude in 2019 maakt dat verschillende
maken ervan voor inwoners en bezoekers centraal
beleidsvisies worden samengevoegd. Dat geeft ook
stellen. Het verhaal van Haarlemmermeer moet
de mogelijkheid om een nieuwe koers te bepalen
verteld worden, waardoor het verleden gaat
of beleidslijnen te versterken. Daarom is voor het
‘leven’. Op deze manier kan het erfgoed een
erfgoed van de gehele gemeente een nieuwe visie
belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling
geschreven, met ambitie om erfgoed te omarmen
van de gemeentelijke identiteit, verbondenheid en
en te beleven. Doel is het erfgoed niet alleen goed
saamhorigheid, die Haarlemmermeer een prettige
beheren en bewaren voor toekomstige generaties
plaats maken om te wonen, werken en recreëren.
maar de kracht van het erfgoed tegelijkertijd te
De wortels van het verleden bieden daarvoor een
benutten voor de economische, ruimtelijke en
stevige bedding.
culturele ontwikkeling van onze gemeente. Drs. Marja Ruigrok In de nieuwe erfgoedvisie ontbrak nog de archeologie. Het archeologiebeleid uit de oude beleidsnota Erfgoed op de kaart van Haarlemmermeer en de Beleidsnota Archeologie van Haarlemmerliede en Spaarnwoude hebben we hier samengevoegd tot een eenduidig beleidsstuk over de omgang met archeologische waarden in onze gemeente. Tweede stap is om de archeologie weer onderdeel te laten uitmaken van de integrale visie op het erfgoed en vervolgens de identiteit van onze gemeente als bouwsteen te gebruiken voor de Omgevingsvisie. Met erfgoed, kunst en cultuur kunnen we onze samenleving versterken. Erfgoed is een van de dragende en verbindende krachten voor opgaven en ontwikkelingen binnen Haarlemmermeer. Wij streven naar een actief gebruik van erfgoed waar zoveel mogelijk mensen van kunnen genieten zonder ontwikkelingen tegen te houden.
4
Gemeente Haarlemmermeer
Wethouder Cultuur
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Deze nota fungeert tevens als eerste bouwsteen
Sinds de aanpassing van de Monumentenwet in
in het proces om in de toekomst tot een integraal
2007 is de gemeente verantwoordelijk voor de wijze
erfgoedbeleid te komen, dat op zijn beurt weer de
waarop rekening wordt gehouden met archeologie.
basis vormt voor de toekomstige omgevingsvisie.
Daarom is in 2010 erfgoedbeleid opgesteld voor
De visie van de gemeente richt zich nu op het
het grondgebied van de toenmalige gemeente
inzichtelijk maken en houden van aard, locatie en
Haarlemmermeer inclusief een archeologische
kwaliteit van archeologische waarden.
beleidskaart. Het archeologisch beleid van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude komt uit 2009. Sindsdien wordt op basis daarvan
1.3
bij ruimtelijke plannen rekening gehouden met
De gemeente wil haar verantwoordelijkheid voor het
Ambitie
archeologie.
archeologische erfgoed vertalen naar een heldere visie. Daarbij wil de gemeente graag integraal te
Vanwege de samenvoeging in 2019 van de
werk gaan, vooruitlopend op de Omgevingswet, die
gemeenten, is een update van het gemeentelijk
in 2022 van kracht wordt. Deze wet vraagt om een
archeologiebeleid gewenst. De oude beleidsvisies
nieuwe manier van werken, waarbij alle (beleids)
sluiten niet op elkaar aan. Daarnaast ligt er nu een
onderwerpen in samenhang worden bezien en
kans om te verwoorden wat de gemeente met
vervolgens een afweging wordt gemaakt.
archeologie beoogt. Deze beleidsnota vervangt de hier genoemde nota’s van voor de samenvoeging.
De nieuwe archeologische beleidsnota is een update van het beleidskader en de bijbehorende
1.2
Doel
kaarten. Deze beleidsnota fungeert als eerste bouwsteen in
Met deze beleidsnota Archeologie, kan op
het proces om tot een integraal erfgoedbeleid te
verantwoorde wijze een archeologiebeleid
komen, dat op zijn beurt weer de basis vormt voor
worden geïmplementeerd dat een juiste
de toekomstige omgevingsvisie.
balans weet te vinden tussen een goede omgang met het archeologische erfgoed en
Het aanwezige erfgoed vertelt het verhaal van
andere maatschappelijke belangen die bij
de gemeente. In de afgelopen maanden heeft de
planontwikkelingen moeten worden gewogen.
Erfgoedvisie van de gemeente vorm gekregen aan
Het uitgangspunt hierbij is het aanbrengen van
de hand van twee verhaallijnen, die de identiteit
een maatschappelijk aanvaardbare balans tussen
van de gemeente beschrijven. De intentie is om het
de ruimtelijke ordening en het zorgvuldig beheer
archeologiebeleid hier in onder te brengen, waarbij
van het bodemarchief. Haarlemmermeer is een
de verhaallijnen ook voor dit beleid leidend worden.
dynamische gemeente met veel ontwikkelingen. Bij deze ontwikkelingen willen we als gemeente de
Door vervolgens de identiteit aan de basis van de
archeologische waarden waarborgen. De gemeente
omgevingsvisie te zetten, is het mogelijk om de
beoogt met dit beleid in een vroegtijdig stadium
verschillende beleidssectoren te overstijgen en tot
naar initiatiefnemers duidelijkheid qua onderzoek en
een daadwerkelijk integrale aanpak te komen. Het
mogelijke kosten met betrekking tot archeologie te
opstellen van een omgevingsvisie biedt de kans om
creëren.
na te denken over de toekomst van de gemeente: 'Wie zijn we ook al weer en waar willen we heen?' Door de gemeentelijke identiteit als uitgangspunt te nemen kunnen gemeenschappelijke doelstellingen gemakkelijker worden onderscheiden. Identiteit gaat immers over wat we willen zijn. Zo wordt de
Beleidsnota Archeologie
5
2020
2021
Beleidsnota
Integraal
Archeologie
Erfgoedbeleid
2022 Omgevingsvisie Figuur 1 Planning
omgevingsvisie een document waarmee de 'unique selling points' van Haarlemmermeer echt worden benut. Om relevante keuzes te kunnen maken die in lijn zijn met de andere beleidsdoelen die de gemeente zich stelt, zal straks een integrale afweging plaatsvinden. Dit betekent dat naast de inhoudelijke waarde van de archeologie, ook de andere waarden door de gemeente in ogenschouw worden genomen, in navolging van de Omgevingswet. Op deze wijze wordt het waarderingsproces van de archeologie maatschappelijk relevant.
Per 2022 wordt de nieuwe Omgevingswet van kracht. Deze wet dwingt lokale overheden hun rol en sectorale focus te heroverwegen. De nieuwe wet beoogt een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Het gaat om de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Daarnaast moeten regels inzichtelijker worden voor burgers en moet er meer ruimte komen voor initiatieven.
6
Gemeente Haarlemmermeer
2. Verhaal van Haarlemmermeer
Figuur 2 Tijdlijn gemeente Haarlemmermeer
Rondtrekkende jagers en verzamelaars
veroorzaakt door verstuivingen en overstromingen.
Het landschap bestaat in de Vroege Steentijd uit
De groepen jagers en verzamelaars werden steeds
een dekzandvlakte waar jagers en verzamelaars in
gedwongen verder te trekken omdat het gebied
rondtrekken. De Noordzee was toen nog een koude,
te nat werd of duinvorming bewoning onmogelijk
droge laagvlakte, bevolkt door mammoeten en
maakte. Ze exploiteren kleine gebieden en
andere prehistorisch wild. Toen het klimaat warmer
verblijven, afhankelijk van het seizoen, dus steeds op
werd en de ijsmassa’s op het noordelijkste deel
andere locaties. Ze gebruiken vuurstenen spitsjes
van het halfrond begonnen te smelten, steeg de
voor de jacht op vogels, groot en klein wild, zoals
zeespiegel en ontstond geleidelijk de Noordzee. In
herten, bevers en beren, maar ook vissen.
een samenspel van wind en water vormde zich een uitgestrekt gebied van kwelders en kreken, wat we
Wadden- en getijdengebied
het Oerij noemen. De tijdelijke kampementen van
Zo’n 5000 jaar voor het begin van onze jaartelling
mensen die hier hebben rondgetrokken, kunnen
veranderden de stromingen in de Noordzee,
bewaard zijn gebleven, voor zover ze niet zijn
waardoor meer zand werd aangevoerd. Zo
geërodeerd door het latere geulensysteem. Deze
ontstaan verschillende rijen lage duinen. Op deze
archeologische laag ligt erg diep; minimaal 8 meter
strandwallen en de hoger gelegen oevers van
onder NAP. De kans dat we archeologische sporen
oude kreken, houdt je droge voeten. Daarom
aantreffen van mensen uit deze tijd is dus heel klein.
bouwen prehistorische bewoners daar hun eerste permanente nederzettingen. Ze leven van
Tijdelijke kampementen in een dynamisch
eenvoudige landbouw en veeteelt, aangevuld
landschap
met wat de jacht en de visvangst opleveren. De
In het Mesolithicum of de Midden Steentijd
relatief hoge oeverwallen en de laagtes van de
(8800-4900 voor Chr.) zet een langdurige
oorspronkelijke geulen uit dit landschap, kun je op
klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur
sommige plekken nog terugzien in de welving van
stijgt, waardoor er zich geleidelijk bosvegetatie
het huidige landschap.
ontwikkelt en de variatie in flora en fauna toeneemt.
Uit deze periode zijn niet zoveel archeologische
Deze tijd kenmerkt zich door een grote dynamiek,
vondsten bekend. Onze gemeente is op dit moment
Beleidsnota Archeologie
7
dan ook een groot wadden en getijdegebied. In zo’n
in het gebied steeds groter. Aan het eind van de
natte omgeving is het lastig overleven. Toch is het
15e eeuw resulteerde dit in drie meren die door
landschap waarschijnlijk wel bewoond of gebruikt
smalle stroken land van elkaar werden gescheiden:
geweest. Er is bijvoorbeeld een vuurstenen bijl
het Leidse meer, het Haarlemmermeer en het
gevonden die op menselijke aanwezigheid wijst.
Spieringmeer. In de 16e eeuw groeiden de drie meren door overstromingen aaneen en ontstond
Bijzonder krekensysteem
het ‘Grote Haarlemmermeer’. Uit die periode
In de Bronstijd (2000-800 voor Chr.) raakt het
vinden we overblijfselen van scheepvaart en
gebied overgroeid met veen doordat de zeegaten
visserij zoals een scheepsmast, scheepsonderdelen
dichtslibden. Als er al gewoond werd, deden mensen
en bootmansfluitjes. Er zijn diverse dorpjes uit
dat op de hoger gelegen strandwallen en niet in
het veengebied door erosie verdwenen in het
natte veengebieden. Er liepen smalle kreekruggen
Haarlemmermeer.
door het noordelijk deel van de gemeente: de oude aftakkingen van het Oer-IJ Estuarium. Omdat die
In Spaarnwoude werden naast het ontginnen
hoger liggen, kan het zijn dat daar wel mensen
van het veen, de aanwezige bossen gerooid om
gewoond hebben. Ook is het goed mogelijk dat de
meer landbouwgrond te krijgen. Het huidige dorp
kreeksystemen in deze periode zorgden voor een
Spaarnwoude is ontstaan op een oude strandwal,
verbeterde waterafvoer waardoor de randzones
maar het is niet zeker of het dorp daar al vanaf
van het veengebied weer konden worden bewoond.
het begin van de ontginning heeft gelegen. De
Hoe dan ook is er tot nu toe geen aanwijzing
andere ontginningseenheden (Haarlemmerliede,
voor de aanwezigheid van mensen in dit gebied.
Hofambacht en Houtrijk) zijn ontgonnen vanuit
Pas in de Late IJzertijd werd door daling van de
de Liede en het IJ. Wanneer door inklinking de
grondwaterstand opnieuw bewoning mogelijk.
akkergrond te nat werd en het water niet meer afgevoerd kon worden, verplaatsten de mensen
Romeinen ontmoeten de Friesen
het akkerland in het verlengde van de bestaande
In 47 na Chr. wordt de Rijn definitief als rijksgrens
akker. Zo werden de stroken steeds langer. Soms
van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van
werd zelfs de hele nederzetting in het verlengde van
deze zogenaamde limes worden langs de Rijn
de percelen verplaatst. De bewoners legden kleine
castella (militaire forten) gebouwd. De inheemse
huisterpjes aan, zodat ze droge voeten hielden.
leefwijze blijft bestaan, ook al wordt de invloed
Op sommige plekken in de gemeente zie je die als
van de Romeinen steeds duidelijker in bijvoorbeeld
kleine verhogingen nog terug in het landschap.
aardewerk en een betere infrastructuur.
Toen in het begin van de 15e eeuw de windbemaling
De geschiedschrijver Tacitus beschreef het
werd uitgevonden konden gebieden verder worden
grondgebied van onze huidige gemeente als een
ontwaterd. Toch werd de grond uiteindelijk weer
onbegaanbaar veenmoeras. Maar hij schrijft ook
te nat voor akkerbouw, waardoor de boeren
dat hier de Friezen wonen. Aanvankelijk willen
grotendeels op veeteelt zijn overgegaan. Uiteindelijk
de Romeinen ook het gebied ten noorden van
zijn de inwoners van Haarlemmerliede langs de
de Rijn veroveren. Tussen 15 en 28 na Chr. lag in
dijk van de Liede gaan wonen. Van de eerdere
Velsen een Romeins fort (Castellum Flevum). In de
nederzettingen zijn slechts enkele boerderijen over.
omgeving daarvan zijn sporen van boerderijen en Fries aardewerk gevonden. En in Abbenes werd in
Nieuw land
1920 een spectaculaire muntenschat gevonden
De bedreiging van de omliggende steden door
uit deze periode. Mogelijk dienden de munten als
het nog steeds uitbreidende meer en de uitvinding
basismateriaal voor een smid om mantelspelden
van het stoomgemaal zorgden ervoor dat in
van te vervaardigen.
1837 werd besloten tot de droogmaking van de Haarlemmermeer. In 1852 viel het meer uiteindelijk
8
Ontginning van het veen
droog. De polder werd verdeeld in vier afdelingen:
In de Middeleeuwen (450 – 1500 na Chr.) werd het
Vijfhuizen, Rijk, Beinsdorp en Burgerveen, genoemd
veengebied ontgonnen door het graven van sloten.
naar nederzettingen die in het verleden waren
Door de bodemdaling die hierdoor plaatsvond en
opgeslokt door het meer. Deze vier afdelingen
ook de turfwinning, werden de aanwezige meren
werden op hun beurt verder verkaveld in een
Gemeente Haarlemmermeer
strikt geometrisch patroon van hoofdwegen,
van de dijk is op die plek rechtgetrokken, zodoende
zijwegen, vaarten en tochten. Ruim 16 hectare werd
zijn op die plek waarschijnlijk nog sporen van het
gereserveerd voor de aanleg van twee dorpen:
fort in de ondergrond aanwezig. Andere forten
Kruisdorp (nu Hoofddorp) en Venneperdorp (nu
binnen de gemeentegrenzen zijn de forten bij
Nieuw-Vennep). De eerste kolonisten vestigden zich
Spaarndam, Penningsveer, de Liebrug, de Fuikvaart,
langs de nieuwe Ringdijk waar gronden het eerst
Vijfhuizen, Hoofddorp en fort bij Aalsmeer. Door de
droogvielen; in de buurt van een brug, om gebruik
samenvoeging in 2019 heeft de gemeente meer
te kunnen maken van bestaande voorzieningen aan
forten op haar grondgebied dan welke gemeente
de overkant. De inrichting van de polder was sober
ook. Ook andere onderdelen van de stelling zoals
en geheel gericht op agrarische productie. Na drie
batterijen, kazematten en sluizen zijn zichtbaar in
jaar lang een soort niemandsland te zijn geweest
het landschap.
werd de polder in 1855 een zelfstandige gemeente: Haarlemmermeer.
Verstedelijking De Randstedelijke ontwikkelingen zorgden na de
Om de veenweidegebieden in Spaarnwoude te
Tweede Wereldoorlog voor een explosieve groei
beschermen tegen het water vanuit het IJ werd
van de dorpen in de Haarlemmermeer. Met name
een stelsel van dijken aangelegd. De dijken boden
Hoofddorp en Nieuw-Vennep ontwikkelden zich
niet alleen bescherming tegen hoog water, maar
tot belangrijke kernen: Hoofddorp groeide van
blokkeerden ook de scheepvaart. Daarbij werd het
5.000 inwoners in 1950 tot de huidige 73.000
Spaarne afgedamd bij het huidige Spaarndam.
inwoners. Naast veel kantoren en bedrijfsgebouwen
Daarom werden ten behoeve van de scheepvaart
is er de laatste decennia ook een groot
sluizen aangelegd. Tussen Haarlem en Amsterdam
glastuinbouwgebied bij Rijssenhout aangelegd.
was een gegraven trekvaartverbinding met een overstappunt in Halfweg, bij de sluis naar het
Schiphol ontwikkelde zich van een militair vliegveld
Haarlemmermeer. Langs die trekvaart werd in 1839
bij (het inmiddels verdwenen) Fort Het Schiphol
de eerste spoorlijn van Nederland aangelegd. Met
tot een burgerluchtvaartterrein (1920). In 1938
het weer zichtbaar maken van het verloop van de
kreeg het vliegveld verharde landingsbanen en
spoorlijn nabij het sluizencomplex Halfweg wordt
dertig jaar later werd een nieuw banenstelsel en
dat stuk historie weer beleefbaar.
luchthavengebouw in gebruik genomen. Met de uitbreidingsplannen voor Schiphol groeide ook
De Lutkemeerpolder werd in 1865 drooggemalen.
de overlast. De Polderbaan is er in 2003 gekomen,
En bij de aanleg van het Noordzeekanaal (tussen
waarmee de luchthaven over de Hoofdvaart
1865 en 1872) werd een groot deel van het IJ
‘sprong’.
ten westen van Amsterdam drooggelegd en ingericht als landbouwpolders. De aanleg van het
Groene bufferzones
Noordzeekanaal en de polders vond gelijktijdig
In 1936 werden de twee spoorlijnen door
plaats: met grond uit het kanaal werden de dijken
Haarlemmermeer opgeheven. In de decennia
voor de droogmakerijen aangelegd.
daarna werden de snelwegen A44, A4 en A9 aangelegd. Rond 1980 werd de Schiphollijn
Stelling van Amsterdam
aangelegd en in 2000 was de spoorverdubbeling op
Als onderdeel van de Stelling van Amsterdam werd
dit tracé gereed.
tussen 1888 en 1903 de Geniedijk aangelegd, schuin door de polder. De forten op de accessen van de
De droogmakerijen aan de zuidkant van het
ringvaart en de Hoofdvaart dienden ter verdediging
Noordzeekanaal gaven ruimte voor uitbreidingen
van de Stelling. De Geniedijk verbindt de forten
van de haven van Amsterdam. Aan de zuidzijde van
en batterijen met elkaar. Het deel ten zuiden van
de Haarlemmerweg en -vaart werden naoorlogse
de Geniedijk werd inundatiegebied. Dit gebied
uitbreidingen van Amsterdam (Westelijke
moest bij een vijandelijke aanval onder water
Tuinsteden) in de veenpolders aangelegd. In
gezet kunnen worden. Het Fort aan de Nieuwe
1941 werd de droogmakerij Eendrachtspolder
Meer is onderdeel van de stelling en archeologisch
opgeleverd. De grootste uitbreidingen van
rijksmonument. Het fort is gesloopt en het traject
de havens vonden plaats in de jaren 60 en 70
Beleidsnota Archeologie
9
van de vorige eeuw. Het oostelijke deel van de Houtrakpolder werd in de jaren 60 getransformeerd tot havengebied. Als tegenwicht aan de verstedelijkingsdynamiek investeerde de rijksoverheid in groen- en recreatiegebieden in het gebied. Om Amsterdam en Haarlem niet aan elkaar vast te laten groeien werd Spaarndam en de noordelijke Haarlemmermeer in 1958 bestempeld tot Rijksbufferzone. Het westelijke deel van de IJpolders werd ingericht als recreatiegebied. Slechts enkele stukken grond ten oosten van Spaarndam bleven voor akkerbouw in gebruik. Laatste ontwikkelingen Met de samenvoeging van Haarlemmermeer en Haarlemmerliede en Spaarnwoude in 2019 is een nieuwe bestuurskrachtige gemeente ontstaan. De nieuwe gemeente blijft de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus versterken. Ook in de toekomst moet de gemeente een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats zijn. Het behouden en uitdragen van de identiteit van de gemeente en het aanwezige erfgoed speelt daarbij een belangrijke rol. Duurzaamheid, kwaliteit en oog voor bestaande structuren zijn daarbij leidend. De gemeente is volop in ontwikkeling. Er komen veel nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en groen- en sportvoorzieningen. De gemeente ligt ingeklemd tussen de Amsterdam en Haarlem en fungeert met al haar groen en openheid als groene buffer in de Randstad.
Tevens wordt gewerkt aan het realiseren van piekberging om wateroverlast tegen te gaan. Met de ontwikkeling van PARK21 verandert het polderlandschap op termijn van karakter. Grootschalige productie maakt plaats voor stadslandbouw met recreatieve en maatschappelijke functies. Meer recreanten zullen van het PARK21-gebied gebruikmaken. De openheid, belangrijke en gewaardeerde eigenschap van de polder, wordt gewaarborgd door condities te stellen aan de ontwikkelingen van de linten, de tochten en watergangen, de erven en het achterland.
10
Gemeente Haarlemmermeer
3. Wettelijk kader 3.1
Nationaal kader
3.1.1 Verdrag van Malta In 1992 heeft Nederland het Europese Verdrag
een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te
•
leggen; de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de
van Malta (ook wel het Verdrag van Valetta)
Minister van OCW om toegang tot een terrein
ondertekend. Doel van het verdrag is het
af te dwingen om archeologisch onderzoek te
beschermen en behouden van archeologisch
kunnen doen.
erfgoed als bron van ons gemeenschappelijke geheugen. In de Nederlandse wetgeving is dit
De gemeente is verplicht om verwachte en
verdrag verwerkt in de Erfgoedwet en krijgt het in de
aanwezige archeologische waarden mee te wegen
toekomst haar beslag in de Omgevingswet (2022).
bij ruimtelijke beslissingen. De wetgever geeft de
De uitgangspunten van de Nederlandse wetgeving
gemeente de vrijheid om naar eigen inzicht vorm
gaan een stapje verder dan het verdrag aangeeft.
geven aan de archeologische monumentenzorg
Uitgangspunt is dat er onderzoek moet worden
binnen de gemeentegrens. Deze beleidsnota geeft
gedaan naar de aanwezigheid van archeologische
hier invulling aan.
waarden voordat ruimtelijke plannen worden uitgevoerd.
3.1.2 Erfgoedwet
3.1.3 Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet is de zorg voor het archeologisch erfgoed straks in twee wetten
Voorheen was de Nederlandse omgang met
geregeld. Een gedeelte van de Monumentenwet is
archeologie geregeld in de Monumentenwet
opgegaan in de Erfgoedwet, een ander gedeelte
1988. Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet
zal opgaan in de Omgevingswet. Alle wettelijke
in 2016 zijn meerdere wetten en regelingen op
regelingen rond de omgang met archeologie in de
het gebied van cultureel erfgoed vervangen,
fysieke leefomgeving komen in de Omgevingswet
waaronder de Monumentenwet. In de Erfgoedwet
terecht. Daarmee is de Omgevingswet van grote
is vastgelegd hoe er met archeologisch
betekenis voor de archeologie. Het resterende
erfgoed wordt omgegaan, wie daarbij welke
deel (onder meer de verplichte certificering van
verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht
archeologische adviesbureaus) is overgegaan naar
daarop wordt uitgeoefend.
de nieuwe Erfgoedwet.
Er zijn ook onderdelen van de Monumentenwet die
Gemeenten behouden hun belangrijke rol in
straks worden opgenomen in de Omgevingswet.
het archeologische stelsel. De gemeentelijke
Het betreft alle regelgeving over archeologie in de
taak is rekening te houden met (te verwachten)
fysieke leefomgeving. Omdat de Omgevingswet pas
archeologische waarden in bestemmingsplannen
in januari 2022 in gaat, vallen bepaalde zaken nu
(nu) en omgevingsplannen (straks). Uitgangspunt
binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het
van de Omgevingswet is zoveel mogelijk decentraal
gaat om:
te regelen, waardoor meer taken en bevoegdheden
• • •
het meewegen van het archeologische belang
bij de lagere overheden komen te liggen. Daarnaast
bij het opstellen van bestemmingsplannen;
zet de wet hoog in op de participatiesamenleving.
de mogelijkheid om voorschriften te verbinden
Inwoners, initiatiefnemers, ondernemers en
aan de omgevingsvergunning ter bescherming
maatschappelijke organisaties moeten de
van archeologie;
kans krijgen om mee te praten over beleids- en
de mogelijkheid van de Minister van Onderwijs,
besluitvormingsprocessen. De nieuwe wet vraagt
Cultuur en Wetenschap om bij (dreigende)
van alle overheden een meer proactieve houding,
schade aan archeologische monumenten na
met als kernbegrip ‘uitnodigingsplanologie’.
Beleidsnota Archeologie
11
De Omgevingswet regelt in de toekomst onder
waaronder de archeologie. De omschreven
meer:
verplichtingen houden verband met het Verdrag van
• •
•
vergunningen voor het wijzigen van
Malta (zie 2.1). Er staat dat in een omgevingsplan
rijksmonumenten;
rekening gehouden moet worden met het belang
het rekening houden met cultureel erfgoed bij
van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip
het maken van ruimtelijke plannen, waaronder
van bekende of aantoonbaar te verwachten
de omgang met (verwachte) archeologische
archeologische monumenten (waarden). Deze regel
waarden;
valt dus onder het middelste niveau, wat betekent
de bescherming van stads- en dorpsgezichten.
dat hier alleen van kan worden afgeweken met
Veel bepalingen worden verder uitgewerkt in
voldoende motivatie.
zogeheten uitvoeringsregelingen, de Algemene Maatregelen van Bestuur.
In het omgevingsplan moeten in ieder geval regels opgenomen worden ter bescherming van cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met:
3.1.4 Besluit kwaliteit leefomgeving
•
De inhoudelijke rijksregels en de instructies voor
•
het voorkomen van beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde
het praktisch uitvoeren van de Omgevingswet
monumenten en archeologische monumenten; het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
zijn opgenomen in de Algemene Maatregelen van Bestuur. Een daarvan is het Besluit kwaliteit
In het belang van de archeologische
leefomgeving (Bkl), dat de inhoudelijke normen voor
monumentenzorg kunnen verder in het
de bestuurlijke besluitvorming beschrijft. In het Bkl
omgevingsplan ook:
staan de omgevingswaarden (ook wel normen) voor
•
ambities worden vastgesteld over eisen aan
luchtkwaliteit, waterkwaliteit, zwemwaterkwaliteit
onderzoek naar de archeologische waarde van
en waterveiligheid en de instructieregels voor
een locatie of aan de wijze van het verrichten
de lagere overheden. In het Besluit activiteiten
van opgravingen of archeologische begeleiding
leefomgeving (Bal) staan de algemene regels
van andere activiteiten die tot bodemverstoring
waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten
•
leiden; gevallen worden aangewezen waarin kan
uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt
worden afgezien van onderzoek naar de
het besluit voor welke van deze activiteiten een
archeologische waarde van een locatie of het
omgevingsvergunning nodig is.
opleggen van plichten met die strekking, mits voldoende onderbouwd.
Deze instructieregels moeten door gemeenten worden over genomen in hun omgevingsplan. Het
Als in een omgevingsplan regels worden gesteld
Rijk maakt gebruik van instructieregels op drie
over het verrichten van archeologisch onderzoek,
niveaus. Daarbij gaat het om:
bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van
• •
‘in acht nemen’ – dit betreft een harde,
toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte
dwingende doorwerking;
van minder dan 100 m2. Hiervan kan worden
‘rekening houden met’ – dit duidt op een
afgeweken door in het omgevingsplan een andere
verzwaarde belangenafweging. Er kan alleen
oppervlakte vast te stellen.
van worden afgeweken als daar goede redenen
•
voor zijn die voldoende worden gemotiveerd; ‘betrekken bij’ – dit betekent dat aandacht moet worden besteed aan het betrokken belang, maar
3.2
Provinciaal kader
dat het belang geen verzwaarde positie heeft in
3.2.1 Beleid Noord-Holland
de belangenafweging.
De provincie voert een aantal wettelijke en autonome taken uit op het gebied van archeologie.
12
Artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving
Zo is de provincie verplicht een archeologisch depot
omvat instructieregels voor het cultureel erfgoed,
in stand te houden. Voor het duurzaam behoud van
Gemeente Haarlemmermeer
de collectie heeft de provincie de beschikking over
activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning
het archeologische depot voor bodemvondsten
nodig is.
in Huis van Hilde in Castricum. De publieke toegankelijkheid van de collectie is gewaarborgd in
De wet bevat geen inhoudelijke norm voor de
de publieksruimten van Huis van Hilde. De provincie
omgang met archeologie. De gemeente kan wat
is in de regel eigenaar van alle archeologische
dat betreft zelf beleid opstellen binnen de grenzen
vondsten en collecties in Noord-Holland.
van de gemeentelijke zorgplicht voor archeologisch erfgoed, mits goed onderbouwd en gemotiveerd.
Daarnaast voert de provincie autonoom erfgoedbeleid dat erop gericht is om de historie
Op grond van artikel 5.130 uit het Bkl is het verplicht
van de provincie onder de aandacht te brengen.
in een omgevingsplan rekening te houden met
Dit doet zij via de Leidraad Landschap en
het behoud van bekende of aantoonbaar te
Cultuurhistorie en de Structuurvisie 2014. Hierin
verwachten archeologische waarden. Dit betekent
staat wat de provincie van belang vindt en hoe
dat voor gebieden met een dubbelbestemming
de provincie die belangen wil realiseren. Tevens
archeologie moet worden aangegeven waarom
bevat de leidraad een provinciale archeologische
hier archeologische waarden verwacht worden.
verwachtingenkaart en het beeldkwaliteitsplan
Het inventariserend onderzoek moet dus al verricht
Stelling van Amsterdam, waarmee de gemeente
worden in het kader van de vaststelling van het
logischerwijs rekening houdt. De Stelling van
omgevingsplan. Dit voorkomt onverwachte
Amsterdam is aangewezen als provinciaal
belemmeringen of kosten aan de kant van
monument en als zodanig opgenomen in de
initiatiefnemers, met name omdat bij de uitvoering
gemeentelijke beleidskaart.
van een concreet initiatief alleen nog archeologisch onderzoek kan worden voorgeschreven als sprake
Om de doorwerking van het provinciaal beleid
is van bekende of aantoonbaar te verwachten
ten aanzien van (archeologisch) erfgoed zeker
archeologische waarden.
te stellen, heeft de provincie een ruimtelijke verordening (PVR) opgesteld. Hierin staan de
De gemeente heeft omwille hiervan haar
instructieregels die gemeenten moeten overnemen
archeologische waardenkaart geactualiseerd op
in hun bestemmings-/ omgevingsplannen. De
basis van in het verleden uitgevoerd onderzoek, en
provincie ondersteunt gemeenten op het gebied
heeft de verwachting van archeologische waarden
van ruimtelijke ordening en archeologie via het
naar verschillende zones gespecificeerd. De
Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-
onderbouwing van de nieuwe waardenkaart staat
Holland.
in bijlage 5.
3.3
3.3.2 Archeologisch onderzoek
Gemeentelijk kader
3.3.1 Omgang met archeologie in gemeentelijke plannen
Archeologisch onderzoek wordt gefaseerd uitgevoerd volgens een vaste methodiek, zoals beschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1). Het volgen van deze
Als opsteller van het bestemmingsplan/
onderzoekscyclus is verplicht bij de voorbereiding
omgevingsplan en als vergunningverlener is de
van bodemverstoringen in gebieden waar een
gemeente verantwoordelijk voor de omgang met
archeologische waarde aan is toegekend (zie
archeologie. In omgevingsplannen dient rekening
beleidskaart). Die verplichting is gekoppeld
gehouden te worden met de mogelijkheid dat zich
aan bestemmingsplannen (toekomstige
archeologische resten in de grond of waterbodem
omgevingsplannen) en omgevingsvergunningen.
bevinden. De gemeente kan de initiatiefnemer
De kosten van het archeologisch onderzoek zijn
van een bouwproject vervolgens verplichten
voor de initiatiefnemer van de bodemverstoring.
om een archeologisch vooronderzoek te doen.
Vanzelfsprekend volgt het nieuwe archeologiebeleid
Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid
alle uitgangspunten zoals verwoord in de KNA 4.1.
om voorschriften te verbinden aan een aantal
Beleidsnota Archeologie
13
Op basis van een archeologisch bureauonderzoek wordt een gespecificeerde archeologische verwachting gegeven en een advies over al dan geen vooronderzoek. Vooronderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek en/of booronderzoek. Na dit vooronderzoek vindt een inhoudelijke waardering plaats met weer een advies voor het vervolg. Hier adviseert de archeoloog op basis van een inhoudelijke waardering wat er moet gebeuren met de aangetroffen archeologie. Er zijn drie mogelijke uitkomsten:
• • •
behoud in situ (in de grond laten) en maatregelen voor bescherming verder onderzoek en als laatste stap definitief opgraven geen vervolg, het gebied wordt vrijgegeven
Het besluit over elke volgende stap wordt genomen door de gemeente (bevoegd gezag). Bij ontgrondingen of provinciale projecten zoals wegaanleg en waterwerken ligt de beslissing over het wel of niet behouden van de archeologische waarden bij de provincie. Het Rijk neemt de besluiten voor rijksprojecten.
14
Gemeente Haarlemmermeer
4. Archeologie op de kaart 4.1
Archeologische beleidskaart
Onderdeel van dit beleid is de beleidskaart
•
(bijlage 2). Deze is opgesteld op basis van lokale bodemkaarten, specifieke kennis van de lokale archeologische potentie, een recente
Waarde Archeologie 1 betreft een provinciaal monument, waarvoor de provincie
•
Noord-Holland het bevoegd gezag is. Waarde Archeologie 2 betreft reeds vastgestelde
verstoringenkaart en de archeologische
archeologische vindplaatsen. Daarom is het
verwachtingskaart (bijlage 3) van de gemeente.
van belang dat elke bodemingreep hier hetzij wordt voorkomen, hetzij wordt uitgevoerd in
Op de beleidskaart zijn 6 zones (Waarde archeologie 1 t/m 6) aangegeven, waaraan verschillende beleidsadviezen zijn gekoppeld. Conform deze beleidsadviezen wordt vroegtijdig
• •
een bepaalde diepte bodemingrepen plaatsvinden.
Waarde Archeologie 3 betreft gebieden waar een hoge archeologische verwachting geldt. Waarde Archeologie 4 en 5 betreffen gebieden waar een middelhoge archeologische
archeologisch onderzoek geadviseerd wanneer in een plangebied vanaf een bepaalde grootte en met
combinatie met archeologisch onderzoek.
•
verwachting geldt. Waarde Archeologie 6 betreft gebieden met
Vroegtijdig onderzoek wil zeggen dat vroeg in het
een lage verwachting op archeologie. Hier
planproces eventueel noodzakelijk onderzoek wordt
hoeft alleen onderzoek te worden verricht als
uitgevoerd, opdat archeologie geen belemmering
de bodemingreep van flinke omvang is (> 10.000
hoeft te worden in het verdere proces.
m2), omdat de trefkans beperkt is en de kosten
•
van het onderzoek dan niet in verhouding zijn. In de gebieden zonder archeologische verwachting is de archeologie reeds opgegraven of de bodem reeds verstoord en dus geen archeologische trefkans. Daarom hoeft ook hier geen onderzoek te worden uitgevoerd.
De ondergrenzen zijn geformuleerd als oppervlaktegrenzen en dieptegrenzen (figuur 3). De beleidsadviezen zijn zo geformuleerd dat ze eenvoudig naar regels voor omgevingsplannen omgezet kunnen worden.
Beleidsnota Archeologie
15
Waarde
Zone
Onderzoeksverplichting
Archeologie
Stelling van Amsterdam: geen bodemingreep toegestaan. Vergunning
1 Provinciaal
aanvragen bij provincie.
monument Archeologie 2
Vastgestelde archeologische waarden Onderzoek verplicht bij alle bodemingrepen.
Archeologie 3
Bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek.
Archeologie 4
Bij bodemingrepen groter dan 500m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek.
Archeologie 5
Bij bodemingrepen groter dan 2.500m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek.
Archeologie 6
Bij bodemingrepen groter dan 10.000m2 en dieper dan 40 cm: archeologisch onderzoek.
Verwachting
Gebied zonder
Geen onderzoek.
archeologische verwachting Figuur 3: Ondergrenzen op te leggen bij bodemverstoring.
Na de actualisatie van de verwachtingskaart (bijlage 3) zijn er op de beleidskaart (bijlage 2) een aantal terreinen bijgekomen die gevrijwaard zijn van
4.2
Archeologische verwachtingskaart
verdere archeologische verplichtingen. Hier heeft
Om meer inzicht te krijgen in de verwachte
archeologisch onderzoek aangetoond dat geen
waarden, kan de verwachtingskaart (bijlage 3)
archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
worden geraadpleegd. Juist datgene wat niet bekend is, wordt met een verwachtingskaart
Daarnaast zijn - op basis van voortschrijdend inzicht
inzichtelijk gemaakt en in een archeologische
en in de afgelopen jaren uitgevoerd archeologisch
verwachting uitgedrukt. De verwachting betreft hier
onderzoek - de ondergrenzen en oppervlaktematen
de verwachte vindplaatsdichtheid, weergegeven
aangepast. Er is een balans gezocht tussen
op een kaart. Deze geeft aan of de kans op
archeologisch verantwoord handelen en dat
archeologische waarden hoog is, of lager wordt
wat maatschappelijk en praktisch haalbaar is.
ingeschat.
Dit evenwicht wordt bereikt door een weging te maken van archeologische criteria en economisch-
De betrouwbaarheid van de geformuleerde
maatschappelijke criteria (figuur 4).
archeologische verwachtingen is hierbij uiteraard afhankelijk van de mate van detail van de
EconomischArcheologische criteria maatschappelijke o Verwachtingszones en trefkans o Percentage areaal
van het onderzoek o Verlies /behoud
verwachtingskaart is samengesteld op basis
criteria
van bekende geologische en archeologische
o Kosten en tijd: aan de
gegevens over de gemeente, waaronder het
kant van de
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), de
initiatiefnemer
cultuurhistorische waardenkaart van het provinciale
dat wordt onderzocht o Kosten en tijd: aan de o Verwacht resultaat
beschikbare basisinformatie. De archeologische
Steunpunt Monumenten en Archeologie en De
kant van het bevoegd
bodemgesteldheid van de Haarlemmermeer
gezag
zoals opgesteld door Haans (1954 's-Gravenhage:
o Draagvlak:
van archeologische
voorkomen van over-
waarden
bodige toetsingen
Staatsdrukkerij Uitgeverijbedrijf). De ruimtelijke verspreiding van archeologische vindplaatsen, met name nederzettingsterreinen,
Figuur 4: Onderbouwing ondergrenzen en oppervlaktematen.
16
Gemeente Haarlemmermeer
is niet willekeurig, maar sterk gerelateerd aan de
opbouw van het landschap. Reliëf, bodemtypen
Burgemeester en wethouders kunnen op grond
en waterhuishouding zijn door de eeuwen heen sterk
van Verordening Fysiek Domein gemeente
van invloed geweest op de gebruiksmogelijkheden
Haarlemmermeer 2019 besluiten een archeologisch
voor de mens. Vindplaatsen komen in de regel voor
monument dat van bijzonder belang is voor de
op hoge, droge plaatsen nabij water. Met deze
gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis
kennis is de aanwezigheid van archeologische resten
voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde
in het huidige landschap tot op zekere hoogte te
(alsnog) aan te wijzen als gemeentelijk monument.
voorspellen. De kaart geeft aan of de verwachting op archeologische vindsplaatsen hoog of laag is.
4.3
Monumenten
Gemeente Haarlemmermeer heeft geen archeologische rijksmonumenten. Voor rijksmonumenten stelt de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed ook de eisen aan de archeologische maatregelen in geval van verstoring. De gemeente voert het beheer, maar draagt geen financiële verantwoordelijkheid voor de instandhouding. Tenzij er sprake is van een project waarvoor zij initiatiefnemer is, gelijk aan ander archeologische vindplaatsen. Eisen aan en maatregelen voor rijksmonumenten vallen dus buiten de gemeentelijke zeggenschap. De gemeente kent verschillende provinciale archeologische monumenten, allemaal onderdeel van de Stelling van Amsterdam. De Stelling van Amsterdam is het stelsel van verdedigingswerken dat tussen 1880 en 1914 in een straal van ongeveer 20 km rondom Amsterdam is aangelegd. Het is de grootste kringstelling ooit gebouwd en bestaat uit forten, dammen, sluizen, onderling verbonden door dijken en liniewallen met een totale lengte van 135 km. De stelling van Amsterdam staat op de Wereld Erfgoed Lijst van de UNESCO. In Haarlemmermeer bestaat de Stelling van Amsterdam uit de Liniedijk en forten in Vijfhuizen, Hoofddorp en Rijsenhout. De Stelling van Amsterdam is opgenomen in de gemeentelijke beleidskaart als Waarde Archeologie 1. Er zijn, voor zover nu bekend, geen gemeentelijke archeologische monumenten aangewezen.
Wel locaties met reeds vastgestelde archeologische vindplaatsen (Waarde Archeologie 2). Hier zijn bodemingrepen niet toegestaan, tenzij uitgevoerd in combinatie met archeologisch onderzoek. Het betreft de Spaarndammerdijk en Inlaagse Dijk.
Beleidsnota Archeologie
17
5. Uitvoering 5.1
Archeologie in het bestemmingsplan/ omgevingsplan
De gemeente is voornemens een
de gemeente welke maatregelen noodzakelijk zijn om eventueel aanwezig archeologische waarden veilig te stellen.
paraplubestemmingsplan op te stellen, zodat
5.3
Verordening fysiek domein
het beleid in deze nota, optimaal wordt vertaald
De Verordening fysiek domein gemeente
voor heel het gemeentelijke grondgebied. De
Haarlemmermeer (2019) regelt onder andere
archeologische waarden 1 t/m 6 uit de beleidskaart
de aanwijzing van eventuele toekomstige
krijgen in het paraplubestemmingsplan (en ieder
gemeentelijke (archeologische) monumenten.
nieuw omgevingsplan) de dubbelbestemming
De oude Erfgoedverordening (2016) is samen
‘Waarde Archeologie’. In het bestemmingsplan
met verschillende andere verordeningen hierin
kunnen meerdere, verschillende ‘Waarden
opgegaan. De Verordening fysiek domein bevat
Archeologie’ voorkomen. Reeds opgegraven of
tevens een vergunningenstelsel ter bescherming van
niet behoudenswaardige locaties krijgen geen
archeologische monumenten. Tevens is voorzien in
dubbelbestemming; de archeologie is hier niet
een Erfgoedcommissie en Welstandscommissie.
(meer) aanwezig. Met deze verordening kan de gemeente in het In de planregels worden de voorschriften voor de
belang van het gemeentelijk erfgoed:
conditie archeologie die betrekking hebben op de
een erfgoedcommissie inschakelen;
ontheffing of omgevingsvergunning opgenomen. De initiatiefnemer van een ontwikkeling doorloopt een specifiek stappenplan ten aanzien van
• • •
5.2
Omgevingsvergunning
De aanvrager van de omgevingsvergunning
beschermde stads- of dorpsgezichten aanwijzen; bepalen dat voor de sloop of wijziging van een gemeentelijk monument een
archeologie, beschreven in de AMZ: proces van de archeologische monumentenzorg (paragraaf 5.5).
gemeentelijke (archeologische) monumenten of
•
omgevingsvergunning vereist is; voorschriften verbinden aan de verstrekking van een omgevingsvergunning zoals archeologisch of
•
bouwhistorisch onderzoek; een subsidieregeling in het leven roepen voor de
kan verplicht worden gesteld om archeologisch
restauratie en het onderhoud van gemeentelijke
onderzoek te laten uitvoeren. Door bouw- of
monumenten.
sloopwerkzaamheden of andere bodemingrepen kunnen archeologische resten immers verstoord of
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet
vernietigd worden. De beleidskaart (bijlage 2) toont
(2022) vervalt straks de verplichting om een
in welke gebieden onderzoek noodzakelijk is.
erfgoedverordening te hebben. De bescherming van eventuele archeologische monumenten gaat
Mocht archeologisch onderzoek nodig zijn, dan
dan over in het gemeentelijke omgevingsplan.
dient dat volgens de eisen van de Kwaliteitsnorm
In de toekomst zullen de Erfgoedcommissie en
voor de Nederlandse Archeologie uitgevoerd te
Welstandscommissie samengaan in een Commissie
worden. Het onderzoek moet uitwijzen of er mogelijk
kwaliteit ruimte, met een brede taakstelling in de
belangrijke relicten in het plangebied liggen, zodat
geest van de Omgevingswet.
een goed besluit over de omgang met het erfgoed te maken is. Alleen gecertificeerde bedrijven
18
mogen het onderzoek uitvoeren. Zij brengen de
5.4
archeologische waarde van het gebied in kaart en
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen (in een gebied
leveren een archeologisch onderzoeksrapport. Op
met dubbelbestemming archeologie) gepland zijn,
basis van de resultaten van dit onderzoek bepaalt
die mogelijk bedreigend zijn voor archeologische
Gemeente Haarlemmermeer
Archeologisch onderzoek
resten, is een archeologisch vooronderzoek
gebied op een zodanige plek plaatsvinden
nodig om nader inzicht te krijgen in de eventueel
respectievelijk van dien aard zijn dat geen
aanwezige of te verwachten archeologische resten.
verstoring van de verwachte archeologische
Archeologisch onderzoek moet voldoen aan de
resten plaatsvindt, hetzij doordat archeologie
Kwaliteitsnorm Archeologie (KNA 4.1) en worden
in het plan wordt opgenomen, hetzij doordat
uitgevoerd door een gecertificeerd archeologisch
kan worden aangetoond dat de ingrepen niet
bureau. Verder zijn hiervoor van belang: de
verstorend zullen zijn. Omdat het uitgangspunt
Beoordelingsrichtlijn archeologie (van SIKB) en de
van de archeologische monumentenzorg
aanvullende eisen van de provincie. Bijlage 1 toont
behoud in situ is, is archeologievriendelijk
de verschillende stappen die in het archeologisch
bouwen een oplossing. Het staat initiatiefnemers
proces worden doorlopen.
daarom vrij om aan te tonen dat het bouwplan de onderliggende verwachte archeologische
Het is van belang dat bij ruimtelijke plannen in een
waarden niet verstoort en daarmee
vroeg stadium van de planvorming rekening wordt
archeologievriendelijk is.
gehouden met archeologie. Voor de bescherming van de archeologie dient het proces van de Archeologische Monumentenzorg (hierna AMZ) tijdig te worden opgestart, zodat het plan hierop nog kan worden aangepast. Dit kan aanzienlijk in de kosten schelen.
5.5
Proces Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Het werkproces van de AMZ is erop gericht om stapsgewijs een steeds nauwkeuriger inzicht te
Voor het bepalen of in een concreet geval
geven in de eventuele aanwezigheid en aard