4818313 Beantwoording informatieve vragen van de fractie van het CDA over Transformatorstation A4zone- Incheonweg.pdf
Tekst van het document
De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer
Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Faxnummer 023 563 95 50
Cluster Contactpersoon Telefoon
Projecten mevrouw Evelien Scherpenhuijsen 0900 1852
Verzenddatum
20 mei 2021
Uw brief Ons kenmerk Bijlage(n) Onderwerp
X.2021.03392 Geen Beantwoording informatieve vragen van de fractie van het CDA over Transformatorstation A4zone- Incheonweg
Geachte heer, mevrouw, Op 17 mei 2021 ontvingen wij informatieve vragen van de fractie van het CDA over Transformatorstation A4zone- Incheonweg. Onderstaand treft u de beantwoording aan. Vraag 1 Is qua vermogen het station te vergelijken met een ander station in Nederland? De genoemde Middenmeer zou slechts de helft zijn, van hetgeen aan de Incheonweg wordt gerealiseerd. Er zou sprake zijn van een vermogen van 1125 Mega Volt Ampere (MVA). Antwoord: Het transformatorvermogen van Liander van het nieuwe station bedraagt 480 MVA, waarvan effectief maximaal 400 MVA wordt ingeschakeld (één transformator wordt slechts ingezet bij uitval van een andere). Ook op station Middenmeer heeft Liander dit transformatorvermogen. De transportcapaciteit van TenneT naar de eerste en tweede locatie bedraagt 1.400 MVA, waarvan effectief 1.050 MVA beschikbaar is. Vanwege het hanteren van de wettelijk verplichte enkelvoudige storingsreserve, kan een kabelcircuit uitvallen, zonder dat de levering van stroom aan afnemers wordt onderbroken. Het vermogen op 150kV-hoogspanningsniveau wordt ook ingezet om direct de grootste klanten aan te sluiten, dus zonder dit op een van de transformatorstations zelf naar middenspanningsniveau te transformeren.
Vraag 2 De Mega aanvoerkabels en de uitvoer, die pas na een kilometer worden gesplitst, zijn die voldoende beschermd door ze 1 meter 20 diep te leggen? Of kan er straling naar boven komen? Hoe veilig is wandelen in het Geniepark?
Ons kenmerk: X.2021.03392
Pagina 2
Antwoord: De voedende kabels worden grotendeels door middel van horizontaal gestuurde boringen aangelegd en voor een klein deel in open ontgraving. De delen die geboord worden liggen op grote diepte, circa 10 meter onder maaiveld. De delen die in open ontgraving worden aangelegd, liggen op 1,20 meter onder maaiveld. Voor ondergrondse hoogspanningsverbindingen geldt op basis van Europese normen een blootstellingslimiet van 100 microtesla. TenneT zorgt ervoor dat voor publiek toegankelijke plaatsen aan deze norm wordt voldaan. Vraag 3 Wij lezen dat veel locaties zijn afgevallen als gevolg van aanvliegroutes van de start en landingsbanen van Schiphol. De gekozen locatie ligt naast de reservering 2e Kaagbaan en is bovendien aanvliegroute van de Zwanenburgbaan. U schrijft dat uit overleg met Schiphol is gebleken dat aan de luchtvaartbelangen kan worden voldaan. Heeft Schiphol dit inmiddels schriftelijk bevestigd? Moet hier niet op gewacht worden? Deze zou eind maart 2021 komen. Antwoord: TenneT/Liander hebben over de uitwerking op de locatie gesprekken gevoerd met Schiphol en Schiphol heeft laten weten dat zij op basis van de huidige informatie géén bezwaar heeft tegen het verder uitwerken en planologisch voorbereiden van een nieuw te realiseren transformatorstation op de beoogde locatie aan de Incheonweg. Nadere afstemming met Schiphol vindt nog plaats.
Vraag 4 Waarom is met Tennet en Liander afgesproken om het cumulatieve effect van toevoeging van een transformatiestation eerst bij het bestemmingsplan te doen? Wat als er toch een forse toename van het cumulatieve geluid (vliegverkeer, snelweg en bedrijventerrein) blijkt? Waarom is dit nu niet meteen meegenomen? Antwoord: De keuze is gemaakt omdat dit onderzoek naar het cumulatieve effect niet tijdig, dus vóór oplevering van het haalbaarheidsonderzoek, was afgerond. Wel is het akoestisch onderzoek aangepast met de wijziging van de uitvoering van de compensatiespoelen en de transformatoren van drie naar vier wanden. Inmiddels is het cumulatief akoestisch onderzoek beschikbaar en getoetst. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de invloed van het transformatorstation op de gecumuleerde geluidbelastingen volledig verwaarloosbaar is. Het onderzoek zal opgenomen worden in het ontwerpbestemmingsplan. Vraag 5 In het advies van de GGD is de aanbeveling opgenomen om ook na realisatie van het station, contact te blijven onderhouden met de omwonenden en hen de gelegenheid te bieden in gesprek te gaan en/of klachten te uiten. Is het college hiertoe bereid? Antwoord: Daartoe is het college bereid. Vraag 6 Indien er sprake is van meer dan 1000MVA dient ingevolge de algemeen gehanteerde VNG richtlijn een afstand tot woningen in acht genomen worden van 500 meter.
In het haalbaarheidsonderzoek van 2017 voor de bekende locaties 2A en 2B is een richtafstand van 300 meter aangehouden. Kan het college toelichten, waarom in dit geval 200 meter volstaat? Op basis van welke regelgeving?
Ons kenmerk: X.2021.03392
Pagina 3
Antwoord: Zoals hiervoor al is aangegeven is op de locatie aan de Incheonweg het opgesteld vermogen 480 MVA en het maximaal ingeschakeld vermogen 400 MVA. De richtafstand van 300 meter is uitgangspunt geweest voor de zoektocht in 2017 naar een nieuwe locatie, omdat op voorhand niet door TenneT en Liander kon worden beoordeeld in welke gebieden ruimte beschikbaar zou zijn (rustige woonwijk of gemengd gebied). In het geluidsonderzoek, onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek, is de locatie aan de Incheonweg als gemengd gebied aangemerkt, waarvoor een afstandsnorm van 200m geldt. Ongeacht de afstand tot de woningen moet het station voldoen aan de wettelijk geldende geluidsnormen. Op grond van akoestisch onderzoek is vervolgens vastgesteld of op de gevel van de omliggende gevoelige bestemmingen (woningen) voldaan wordt aan de geluidnorm van 50 dB. Dat is hier het geval (met vierde wand ten hoogste 47 dB). Een en ander is conform de Richtlijn “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. De richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een in de ruimtelijke ordeningspraktijk veelgebruikt hulpmiddel om in ruimtelijke plannen een zonering aan te brengen tussen milieubelastende en gevoelige functies. Wanneer een ruimtelijk plan bijvoorbeeld een nieuw bedrijf toestaat, dan bepaalt de richtlijn welke afstand geldt tot bestaande woningen.
De richtlijn bevat richtafstanden waarvan gemotiveerd afwijken mogelijk is. Wanneer een situatie voldoet aan de vastgelegde afstandsnorm, is in beginsel sprake van een goede ruimtelijke ordening. In de richtlijn zijn ook elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen opgenomen. In de onderstaande tabel zijn de milieucategorieën en indicatieve afstanden tot gevoelige functies weergegeven. Deze indicatie laat onverlet dat op grond van onder andere een akoestisch onderzoek ook daadwerkelijk aangetoond moet worden dat aan de gestelde geluidsnorm ook wordt voldaan. Dat onderzoek maakt deel uit van het haalbaarheidsonderzoek.
Vraag 7 Wordt in de verdere ontwikkeling nog bezien in hoeverre de restwarmte kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld de verwarming van nabij gelegen kassen? Antwoord: De transformatoren leveren te weinig restwarmte ten behoeve van hergebruik elders.
Ons kenmerk: X.2021.03392
Pagina 4
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, namens dezen,
mr. M.L. Sedee-Schuitemaker wethouder Ruimtelijke Ordening, Milieu en Agrarisch beleid
drs. Jurgen Nobel wethouder Financiën, Luchthavenzaken, Bouwen & Energietransitie
drs. Marja Ruigrok wethouder Economie & Innovatie en Cultuur