CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

4. RV Algemene Plaatselijke Verordening 2021.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 10 juni 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Algemene Plaatselijke Verordening 2021 (2021.0000596)41.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Algemene Plaatselijke Verordening 2021 Marianne Schuurmans-Wijdeven Tim van Diepen 30 maart 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0000596 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college heeft besloten om: 1. het Collecte- en wervingsrooster gemeente Haarlemmermeer 2021 vast te stellen; 2. het Aanwijzingsbesluit parkeren grote voertuigen Haarlemmermeer 2021 vast te stellen en de gebieden in bijlage 1 van dit besluit aan te wijzen als gebieden als bedoeld in artikel 5:8 lid 2 van de APV; 3. het Aanwijzingsbesluit met betrekking tot het parkeren van grote voertuigen/caravans en dergelijke van 5 februari 1988 in te trekken. Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 vast te stellen; 2. de Algemene Plaatselijke Verordening 2019 - le wijziging (2019.0034204) in te trekken; 3. de voorgestelde wijziging van de legestarieven voor evenementen bij de eerstvolgende wijziging van de legesverordening vast te laten stellen. 2. Samenvatting De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is een gemeentelijke verordening. De APV wordt vastgesteld door de raad en bevat onder meer regels op het gebied van de openbare orde alsmede regels over andere onderwerpen die de huishouding van de gemeente betreffen. De APV wordt periodiek geactualiseerd. Tot onze spijt moeten wij constateren dat wij als gevolg van een rechterlijke uitspraak genoodzaakt zijn het verbod op straatintimidatie te schrappen uit de APV.

Ook moeten wij helaas constateren dat het opnemen van een algeheel verbod op het dragen van messen niet verenigbaar is met hogere regelgeving. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Wij toetsen de APV doorlopend op effectiviteit, actualiteit en dereguleringsmogelijkheden. Het is gebruikelijk de APV periodiek te actualiseren vanwege wijzigingen in wetgeving, beleid of jurisprudentie.

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

pagina 2

3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Wat zijn de oplossingen?

Hieronder lichten wij nader toe welke artikelen wij hebben toegevoegd, gewijzigd of geschrapt in deze APV. Vervolgens geven wij artikelsgewijs een toelichting op de wijzigingen in de verordening voor zover dat relevant is. Kleine wijzigingen, tekstuele wijzigingen en wijzigingen van wetstechnische aard benoemen wij niet. Artikel 2:1H Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of remotely piloted aircraft (RPA) In dit artikel is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aan te wijzen waar het verboden is om een modelluchtvaartuig of RPA (beter bekend als drones) voorhanden te hebben. Het Justitieel Complex Schiphol is aangewezen als gebied waar het verboden is om een drone voorhanden te hebben. In de praktijk maken organisaties die zijn belast met hulpverlening, zoals de Koninklijke Marechaussee en de politie, ook gebruik van drones. Omdat in het huidige artikel geen uitzondering is opgenomen voor organisaties die met hulpverlening zijn belast, vallen deze ook onder het verbod. Dat is onwenselijk. Wij herstellen dit door op te nemen dat het verbod niet van toepassing is op de Koninklijke Marechaussee, de politie en andere overheidsorganisaties die met hulpverlening zijn belast. Artikelen 2:24 en 2:25 Evenementen Dit artikel regelt de vergunningsplicht voor evenementen.

In de definitie van artikel 2:24 is een nieuwe categorisering opgenomen voor evenementen waarvoor een vergunningplicht geldt. Het risicoprofiel van een evenement bepaalt in welke categorie (A, B of C) een evenement wordt ingedeeld waarbij geldt dat een C-evenement de zwaarste categorie is met het hoogste risicoprofiel. Deze indeling wordt niet alleen landelijk veel toegepast, maar ook binnen de Veiligheidsregio Kennemerland waartoe de gemeente Haarlemmermeer behoort. In artikel 2:25, tweede lid, is een aantal criteria voor vergunningsvrije evenementen versoepeld. Voorts is artikel 2:25 zodanig aangepast dat artikel 2:25A komt te vervallen. Bovenstaande wijzigingen maken deel uit van het nieuwe uitvoeringsbeleid evenementen. De nieuwe categorisering voor evenementen heeft ook gevolgen voor de legesverordening. Daarom stellen wij de raad ook voor om de legesverordening op dit onderdeel aan te passen bij de eerstvolgende wijziging. Hoe hoger het risicoprofiel, des te meer tijd en capaciteit de behandeling van een aanvraag om een evenementenvergunning kost. Dit rechtvaardigt ook hogere legestarieven. Het risicoprofiel wordt bepaald aan de hand van een risicoscan en adviezen van professionals. In vergelijking met de huidige werkwijze kunnen wij zo beter onderbouwen in welke categorie een evenement valt.

Bezoekersaantallen zijn bijvoorbeeld niet leidend voor het bepalen van het risicoprofiel. De A-B-C-categorisering voor evenementen is ook opgenomen in het vast te stellen uitvoeringsbeleid evenementen. Artikel 2:28A Exploitatie openbare inrichting De afgelopen jaren is het aantal waterpijpcafés (ook wel bekend als shishalounges) toegenomen. Dat is een landelijke trend. Voor het exploiteren van een waterpijpcafé is geen exploitatievergunning vereist als reeds een vergunning is verleend op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet (een vergunning voor het verstrekken van alcoholhoudende drank). Dat vinden wij niet wenselijk. Wij willen -net als voor coffeeshops geldt- dat voor het exploiteren van een waterpijpcafé altijd een exploitatievergunning vereist is, zodat wij de aanvraag kunnen toetsen aan de weigeringsgronden uit de APV en, indien nodig, voorschriften en beperkingen kunnen verbinden aan de exploitatievergunning, in artikel 2:27 benoemen wij 'waterpijpcafé'

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

pagina 3

als openbare inrichting. In artikel 2:28A, vijfde lid, nemen wij op dat de exploitatievergunningplicht altijd van toepassing is op waterpijpcafés. In de beleidsregels over coffeeshops staat dat in onze gemeente maximaal twee coffeeshops zijn toegestaan. Vanuit juridisch oogpunt verdient het de voorkeur om het maximumstelsel niet in beleidsregels vast te leggen, maar in de APV op te nemen dat voor ten hoogste twee coffeeshops een exploitatievergunning kan worden verleend. Het andere maximumstelsel (seksinrichtingen van prostitutiebedrijven) is ook opgenomen in de APV. Daarom hebben wij een nieuw lid toegevoegd aan dit artikel. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (straatintimidatie) Artikel 2:47, eerste lid, aanhef en onder c, luidt als volgt: 'het is verboden op een openbare plaats iemand uit te jouwen, na te schreeuwen, met aanstootgevende taal lastig te vallen, al dan niet met een voorwerp hinderlijk aan te raken, dan wel op andere wijze overlast aan te doen'. Met dit artikel wordt beoogd om verschillende vormen van straatintimidatie te verbieden. Op grond van artikel 6:1 van de APV kan overtreding van dit artikel worden bestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of met een geldboete van de tweede categorie (€ 4.350).

Op 19 december 2019 heeft het Gerechtshof Den Haag een belangrijk arrest gewezen over een (vrijwel) vergelijkbare verbodsbepaling (artikel 2:1a) van de APV van Rotterdam (ECLI:NL:GHDHA:2019:3293). In deze zaak stond de vraag centraal of de gemeentelijke wetgever bevoegd is om dergelijk gedrag strafbaar te stellen. Kort samengevat was het Hof van oordeel dat deze bepaling in strijd is met artikel 7, derde lid, van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting). De (verbale en fysieke) uitingen die in de bepaling staan omschreven, vallen volgens het Hof onder de vrijheid van meningsuiting. Uitsluitend de wetgever in formele zin (de Tweede en Eerste Kamer) mag een beperking aanbrengen op dit grondrecht. Voorts was het Hof van oordeel dat de Rotterdamse bepaling in strijd is met artikel 10, tweede lid, van het EVRM (vrijheid van meningsuiting). Uit de formulering blijkt namelijk niet duidelijk welke gedragingen leiden tot op het opleggen van straf en welke niet. Vanwege de strijdigheid met de Grondwet en het EVRM verklaarde het Hof de betreffende bepaling onverbindend. Dat betekent concreet dat dit artikel geen grond biedt voor strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie.

Gelet op het uitgebreid gemotiveerde arrest van het Hof en op het feit dat onze verbodsbepaling over straatintimidatie (vrijwel) hetzelfde is als die van Rotterdam schrappen wij artikel 2:47, eerste lid, onder c uit de APV. Wij vinden het belangrijk om op te merken dat op dit moment een wetsvoorstel ter consultatie ligt dat strekt tot modernisering van een aantal artikelen in het Wetboek van Strafrecht (Wet seksuele misdrijven). Nieuw is de strafbaarstelling van seksuele intimidatie in de openbare ruimte (artikel 429ter). Opmerkingen, gebaren, geluiden of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend of onterend is te achten worden in dit wetsvoorstel strafbaar. Tot 4 juni 2021 kan door eenieder op dit wetsvoorstel gereageerd worden via de website internetconsultatie.nl/wetsvoorstelseksuelemisdrijven. Ten slotte wijzen wij erop dat onze handhavers wel zullen blijven doorgaan met het aanspreken van personen die zich schuldig maken aan straatintimidatie. Doorgaans beoordelen zij ook of mogelijk sprake is van andere overtredingen van de APV (bijvoorbeeld artikel 2:47, eerste lid, aanhef en onder a en b). Artikel 2:48A Verboden lachgasgebruik In artikel 2:48A is aan het college de bevoegdheid gegeven om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om lachgas te gebruiken. In het 'Aanwijzingsbesluit lachgasverbod 2020'

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

pagina 4

(2020.0002979) hebben wij een aantal voor publiek toegankelijke plaatsen aangewezen waar het gebruik van lachgas verboden is. Vorig jaar heeft het kabinet aangekondigd lachgas op lijst II van de Opiumwet te willen plaatsen om daarmee recreatief gebruik van lachgas te verbieden. Het plan was om dit verbod per 1 januari 2021 te laten ingaan. Het gevolg daarvan zou zijn dat het verbod in de APV niet langer nodig is. De wijziging van de Opiumwet vergt echter meer tijd dan verwacht. Het is op dit moment nog niet bekend wanneer het verbod in werking treedt. Zolang een landelijk verbod uitblijft, laten wij artikel 2:48A in de APV staan. Artikel 2:50B Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties In artikel 2:50B is, kortgezegd, een verbod opgenomen om zichtbaar goederen te dragen die uiterlijke kenmerken zijn van een verboden organisatie. Ook andere gemeenteraden in NoordHolland hebben inmiddels een vergelijkbare bepaling in de APV opgenomen. De gemeenteraad van Haarlem is nog een stapje verder gegaan. Daar is het verboden om zichtbaar kleding of goederen te dragen die uiterlijke kenmerken vertonen van een verboden organisatie of daarmee sterke gelijkenis hebben. De betreffende bepaling in de APV van de gemeente Haarlem heeft daarmee een groter toepassingsbereik.

Hiermee is het mogelijk om op te treden tegen personen die goederen of kleding dragen die niet exact, maar wel sterke overeenkomsten vertoont met de naam, logo's of symbolen van een verboden organisatie. Wij nemen daarom deze formulering over in onze APV. Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Artikel 154a van de Gemeentewet bepaalt dat de raad de burgemeester de bevoegdheid kan verlenen om aangewezen groepen van personen tijdelijk te doen ophouden op een door hem aangewezen plaats bij grootschalige ordeverstoringen. De burgemeester kan deze bevoegdheid slechts uitoefenen tegenover personen die specifieke artikelen uit de APV groepsgewijs niet naleven. De betreffende artikelen uit de APV strekken tot handhaving van de openbare orde of beperking van gevaar. Met bestuurlijke ophouding kan een groep personen worden overgebracht naar een bepaalde plaats en daar voor korte tijd worden vastgehouden. Bij grootschalige ordeverstoringen kan gedacht worden aan (uit de hand lopende) demonstraties. In het kader van deregulering was dit artikel geschrapt uit de APV. Wij vinden het wenselijk om deze bevoegdheid weer op te nemen in de APV.

Indien de raad de burgemeester deze bevoegdheid niet verleent, is de burgemeester (op grond van artikel 176a van de Gemeentewet) uitsluitend bevoegd bestuurlijke ophouding te gelasten als een noodbevel of noodverordening niet wordt nageleefd en personen, nadat zij in de gelegenheid zijn gesteld dat alsnog te doen, daarmee in gebreke blijven. Artikel 2:80 Sluiting gebouw en daarbij behorende erven Op grond van dit artikel kan de burgemeester de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw en een daarbij behorend erf. In het eerste lid, sub a tot en met f staat vermeld in welke gevallen de burgemeester dat kan doen. Uit de formulering van het eerste lid bleek niet duidelijk of de burgemeester naast het gebouw ook de sluiting kan bevelen van het erf dat bij het gebouw hoort. Ter verduidelijking stellen wij daarom voor om in dit artikel op te nemen dat de burgemeester ook de sluiting kan bevelen van een bij een gebouw behorend erf.

Artikel 2:80 Verborgen compartimenten in vervoermiddelen (sub e) Mede op advies van de politie nemen wij ook een nieuwe sluitingsgrond op in het eerste lid. Met enige regelmaat komt de politie tijdens onderzoek auto's tegen waarin verborgen compartimenten zijn of worden ingebouwd. Deze verborgen compartimenten zijn bedoeld om bijvoorbeeld drugs, wapens of geld te verstoppen voor opsporingsambtenaren. Het was voor de burgemeester lastig om op te treden tegen (malafide) ondernemers die zich bezighouden met

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

pagina 5

het inbouwen van deze verborgen compartimenten. Dat willen wij in het kader van het bestrijden van ondermijning veranderen. Wij stellen daarom voor om expliciet te bepalen dat de burgemeester de mogelijkheid heeft om de sluiting te bevelen van een gebouw als daar vervoermiddelen aanwezig zijn die kennelijk zijn of worden ingericht om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Georganiseerde criminaliteit ondermijnt het lokale gezag en doet afbreuk aan de veiligheid en leefbaarheid in een gebied. Ondermijning betekent dat de grenzen tussen de bovenwereld en de onderwereld vervagen. Ondermijnende activiteiten kunnen zich op verschillende manieren manifesteren, maar zijn niet altijd even zichtbaar. Drugscriminaliteit is een bekend voorbeeld. Witwassen, intimidatie, illegale handel in wapens, handgranaten bij horecazaken en schietpartijen zijn ook voorbeelden van ondermijning. Niet zelden maken criminelen daarbij gebruik van diensten of faciliteiten van de bovenwereld. Criminelen kunnen bijvoorbeeld een bedrijf gebruiken als dekmantel voor malafide activiteiten. Zulke bedrijven benadelen niet alleen de legale lokale economie, maar zorgen ook voor een onveilig woon- en ondernemersklimaat. Wij vinden het belangrijk dat wij tegen zulke ongewenste ontwikkelingen kunnen optreden.

Bij het bestrijden van ondermijning zijn verschillende publieke en private partijen betrokken. Niet alleen de politie, de Koninklijke Marechaussee en het Openbaar Ministerie, maar ook de gemeente, de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en brancheorganisaties. Een bestuurlijk instrument dat de gemeente kan inzetten om malafide ondernemers te weren, is een vergunningstelsel. Wij nemen daarom een nieuw artikel in de APV op dat gericht is op het stimuleren en behouden van een goed en veilig ondernemersklimaat en het weren van malafide ondernemers. Het college krijgt de bevoegdheid om bepaalde gebieden, gebouwen of branches aan een vergunningplicht te onderwerpen. Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is de raad bevoegd om regels vast te stellen die tot doel hebben om een onveilig, onleefbaar en malafide ondernemersklimaat tegen te gaan. Wij benadrukken dat de vergunningplicht primair in het belang van de openbare orde en veiligheid is. Het betreft geen vergunningstelsel in het belang van de economische ordening. Een vergunningplicht is geen ongebruikelijk instrument binnen de gemeente. Zo geldt bijvoorbeeld voor het exploiteren van een horecabedrijf of seksbedrijf ook een vergunningplicht. Bovendien heeft een vergunningplicht ook een preventieve werking. Wij betwisten niet dat een vergunningplicht leidt tot een toename van administratieve lasten.

Een bedrijf dat eerst geen vergunning nodig had, dient nu wel een vergunning aan te vragen. Wij menen echter dat deze toename van administratieve lasten gerechtvaardigd is. Een vergunningplicht geldt namelijk alleen als het college daartoe een aanwijzingsbesluit neemt. Dat besluit dient zorgvuldig gemotiveerd te zijn en te voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarnaast is een vergunningplicht ook in het belang van ondernemers die zich niet met malafide praktijken bezighouden. Zij zijn immers niet gebaat bij een ondernemersklimaat dat gekenmerkt wordt door onveiligheid, oneerlijke concurrentie of een slecht imago van het betreffende gebied of de betreffende branche. Toelichting per artikellid Eerste lid De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Het 'voor rekening en risico' heeft betrekking op de natuurlijke persoon of op de rechtspersoon. Het bestuur van een rechtspersoon kan zelf ook een rechtspersoon zijn, maar gelet op de (persoonlijke) eisen die

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

pagina 6

worden gesteld aan de exploitant dient er uiteindelijk altijd één natuurlijke persoon te zijn die kan worden beschouwd als exploitant in de zin van de APV, al dan niet als vertegenwoordiger van die rechtspersoon. De dagelijkse leiding in het bedrijf kan in plaats van bij de exploitant zelf, bij een beheerder rusten. Er wordt dus in het kader van de vergunningverlening gewerkt met een beheerderslijst. De APV hanteert deze systematiek al voor openbare inrichtingen (horeca). Voor het begrip bedrijf wordt aangesloten bij het algemeen spraakgebruik. Het betreft hiervoor het publiek toegankelijke bedrijven, zoals winkels of dienstverlenende bedrijven. Tweede lid De systematiek van artikel 2:81 gaat uit van een gebieds-, gebouw- of branchegerichte aanpak. Hiermee kan maatwerk geleverd worden. Het college kan met een aanwijzingsbesluit nieuwe en reeds gevestigde ondernemers onderwerpen aan een vergunningplicht. In de eerste plaats kan een vergunningplicht op gebiedsniveau worden ingezet als in het betreffende gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Uit dit criterium volgt dat het niet noodzakelijk is dat zich concrete incidenten hebben voorgedaan.

In de tweede plaats kan een vergunningplicht op gebouwniveau worden ingezet naar aanleiding van strafbare feiten of wanneer als gevolg van de activiteiten die in of rondom het gebouw plaatsvinden de leefbaarheid of openbare orde onder druk staat. Een gebouwgerichte aanpak kan ook zinvol zijn als de eigenaar van een gebouw niet bereid is om mee te werken aan het bestrijden van de malafide praktijken. Indien sprake is van (ernstige) structurele problematiek in een bepaalde branche kan op grond van deze APV-bepaling een vergunningplicht voor een branche worden ingevoerd. Bij het aanwijzen van een branche wordt gemotiveerd waarom de bedrijfsmatige activiteiten met het oog op de leefbaarheid en/of openbare orde en veiligheid gereguleerd moeten worden. Een branche kan ook uit voorzorg worden onderworpen aan een vergunningplicht. Derde lid In het derde lid is het verbod opgenomen om in een aangewezen gebied of gebouw zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten te verrichten. In het aanwijzingsbesluit worden de bedrijfsmatige activiteiten genoemd waarop de aanwijzing betrekking heeft. Dat kunnen ook alle bedrijfsmatige activiteiten zijn. Het college kan ook voor de hele gemeente een branche aanwijzen. Dan geldt een vergunningplicht voor die activiteiten die behoren tot de branche.

Vierde en vijfde lid De algemene intrekkings- en/of wijzigingsgronden staan vermeld in artikel 1:6 van de APV. In het vierde en vijfde lid van artikel 2:81 staan de specifieke weigerings- en intrekkingsgronden vermeld. Toezicht op en handhaving van de vergunningplicht is mogelijk door intrekking van een reeds verstrekte vergunning of door sluiting van het bedrijf. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden (artikel 1:4 van de APV). Voor de reikwijdte van het begrip 'niet in enig opzicht van slecht levensgedrag' wordt aangesloten bij de terminologie van de Drank- en Horecawet. Indien de exploitant zijn verplichtingen uit de vergunningvoorschriften niet nakomt, kan er reden zijn de vergunning in te trekken. De artikelleden 2:81, vierde lid, sub c en vijfde lid, sub i, zijn opgenomen om constructies van schijnbeheer tegen te kunnen gaan indien de praktijk niet in overeenstemming is met de situatie zoals op de vergunning vermeld. Achtste lid

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

pagina 7

Om oog te kunnen houden op relevante veranderingen is de vergunninghouder verplicht wijzigingen te melden. Als er met inachtneming van de geldende regels geen bezwaar bestaat tegen een voortgezet bedrijf, wordt een gewijzigde vergunning verleend. Als blijkt dat de wijzigingen niet zijn gemeld, kan dat leiden tot intrekking van de vergunning. Het is van groot belang om een actueel overzicht te hebben van de in de gemeente actieve exploitanten. Om die reden moet ook worden gemeld dat de exploitatie wordt beëindigd of overgedragen. Ook wanneer slechts één van de exploitanten stopt. Om schijnbeheer te voorkomen en te bestrijden is het van belang dat de beheerders bij de gemeente bekend zijn. Een wijziging in het beheer kan pas plaatsvinden indien de burgemeester de gevraagde wijziging in het beheer heeft bijgeschreven en de exploitant hiervan bericht heeft ontvangen. Tiende lid De vergunningplicht op grond van het aanwijzingsbesluit en het verbod om zonder vergunning bedrijfsmatige activiteiten te verrichten, geldt voor nieuwe exploitanten onmiddellijk na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit. Onder nieuwe exploitanten worden ook verstaan: exploitanten die een andere bedrijfsmatige activiteit dan voorheen willen uitoefenen en/of op een andere locatie dan voorheen.

Exploitanten kunnen dus niet de inwerkingtreding van het verbod rekken door op een locatie waar zij al actief zijn, over te stappen op een andere bedrijfsmatige activiteit die ook onder de aanwijzing valt. Voor zittende exploitanten geldt dat zij drie maanden de tijd krijgen om een vergunning aan te vragen en te verkrijgen. Lukt dat niet tijdig, dan handelen zij in strijd met het verbod. Wordt de aanvraag om een vergunning binnen de periode van drie maanden geweigerd of wordt een eventueel reeds verleende vergunning ingetrokken, dan handelen zij vanaf dat moment in strijd met het verbod. De burgemeester kan dan met onmiddellijke ingang tot handhaving van het verbod overgaan. Voor zover de Dienstenrichtlijn van toepassing is op het vergunningstelsel en de voorwaarden, geldt dat met name gelet op de openbare orde en veiligheid er een dwingende reden van algemeen belang is en de gestelde eisen ook evenredig (geschikt en noodzakelijk) zijn, zodat het stelsel en de voorwaarden gerechtvaardigd zijn. Artikel 5:38 Verbod magneetvissen Magneetvissen is een activiteit die landelijk gezien steeds meer aan populariteit wint bij kinderen en volwassenen. Met behulp van een magneet proberen zij bijzondere objecten uit het water te halen. Aan deze hobby kleven echter grote risico's, omdat magneetvissers soms explosieven en (vuur)wapens boven water halen.

Bij de vondst van een (mogelijk) explosief object moet de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) ter plaatse komen. De groeiende populariteit van deze hobby heeft tot gevolg dat de EOD steeds vaker moet uitrukken, omdat magneetvissers explosieven uit het water halen. Het aantal keren dat de EOD in Nederland moest uitrukken voor vondsten van magneetvissers is gestegen van 78 in 2018 naar 98 in 2019. Het gevaar schuilt vooral in het feit dat explosieven die lang onder water hebben gelegen kwetsbaar zijn. De politie en de EOD waarschuwen daarom ook voor de risico's van magneetvissen. Een aantal gemeenten heeft (recent) een verbod op magneetvissen in de APV opgenomen of overweegt dat. In navolging van deze gemeenten en op advies van de politie nemen wij - gelet op de hierboven genoemde risico's - ook een verbod op in de APV.

Verbod op het dragen van steekwapens In de raadsvergadering van 16 januari 2020 heeft de burgemeester toegezegd te onderzoeken of in de APV een verbod op het dragen van steekwapens kan worden opgenomen. Op grond van de Wet wapens en munitie (Wwm) is niet alleen het bezit van wapens, maar ook het dragen ervan op de openbare weg in principe verboden. Dit geldt ook voor voorwerpen die niet

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

pagina 8

bedoeld zijn als wapen (bijvoorbeeld een keukenmes), maar gelet op de omstandigheden wel zo worden gebruikt. Met de Wwm heeft de wetgever al voorzien in een landelijke regeling over dit onderwerp. Met het opnemen van een algeheel verbod op het dragen van steekwapens in de APV zou de raad de grenzen van haar verordenende bevoegdheid overschrijden. Van een hoge concentratie wapenincidenten is in onze gemeente overigens geen sprake. Via preventie (de campagne 'YouChoose') en controles op scholen proberen wij het bezit en gebruik van messen onder jongeren tegen te gaan. Collecte- en wervingsrooster 2021 Voor het houden van een openbare inzameling van geld of goederen geldt in onze gemeente een meldingsplicht. De plicht geldt niet voor organisaties die zijn ingedeeld op het door ons vastgestelde collecte- en wervingsrooster. Wij maken daarbij gebruik van het landelijke collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). Aanwijzingsbesluit parkeren grote voertuigen Flet is verboden om binnen de bebouwde kom een aanhangwagen of voertuig te parkeren dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter. Wij kunnen gebieden aanwijzen waar dit verbod niet geldt. Van maandag tot en met vrijdag, van 8.00 uur tot en met 18.00 uur, geldt dit verbod overigens niet.

Ook is het verbod niet van toepassing op campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg staan. Dit is geregeld in artikel 5:8 van de APV. Het parkeren van grote voertuigen - in het bijzonder vrachtwagens - binnen de bebouwde kom willen wij zoveel mogelijk tegengaan. De gevaren en ongemakken die deze parkeergedragingen kunnen opleveren, zijn velerlei: onvoldoende opvallen bij schemer en duisternis van geparkeerde grote voertuigen, onvoldoende zichtbaarheid van tussen of achter deze voertuigen spelende kinderen, buitensporige inbeslagneming van de schaarse parkeerruimte, belemmering van het uitzicht vanuit de woning, afbreuk aan het uiterlijk aanzien der gemeente enzovoorts. Ons uitganspunt is dat bedrijven en ondernemers in principe zélf zorg dienen te dragen voor voldoende parkeermogelijkheid op eigen terrein. Daarnaast kan het huren van een terrein een mogelijkheid zijn voor een bedrijf of ondernemer om daar zijn voertuig(en) te parkeren. Mocht hiertoe desondanks toch geen ruimte beschikbaar zijn, dan kunnen zij parkeren in de gebieden binnen de bebouwde kom die wij met dit besluit daarvoor aanwijzen.

De gevaren en ongemakken zoals hiervoor genoemd, achten wij in deze gebieden het minst schadelijk en deze gebieden bieden over het algemeen qua weginrichting betere mogelijkheden tot het parkeren van grote voertuigen dan in bijvoorbeeld woonwijken. Gebleken is dat het aanwijzingsbesluit uit 1999 destijds niet is gepubliceerd. Daardoor is het besluit niet in werking getreden en is het Aanwijzingsbesluit met betrekking tot het parkeren van grote voertuigen/caravans en dergelijke van 5 februari 1988 nog van kracht. Wij wijzen daarom in dit besluit de gebieden uit 1999 alsnog aan. Gezien ons beleid dat bedrijven en ondernemers in principe zelf zorg dienen te dragen voor voldoende parkeermogelijkheid hebben wij besloten om geen gebieden toe te voegen. Ook is het niet nodig gebleken om gebieden te laten vervallen. Dit besluit dient voornamelijk ter formalisering van een in de praktijk al bestaande situatie. Daarnaast staat in het ongepubliceerde besluit dat de aangewezen gebieden worden aangeduid met het verkeersbord "E8 vrachtwagen". Dit verkeersbord bepaalt dat alleen vrachtwagens daar mogen parkeren. Niet alle grote voertuigen zijn echter vrachtwagens. Wij willen het mogelijk maken dat bestuurders van alle soorten grote voertuigen in de aangewezen gebieden kunnen parkeren. Daarom vervangen wij deze

pagina 9

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

verkeersborden voor een APV-bord waarop staat aangegeven dat de parkeerplaats bestemd is voor grote voertuigen. 3.3 Wat mag het kosten?

Aan de wijzigingen van de APV zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. De voorgestelde wijziging van de legesverordening, zoals beschreven in de bijlage, heeft naar verwachting weinig effect op de legesopbrengsten. In de huidige legesverordening is een tarief opgenomen voor niet-commerciële evenementen. De vraag of een evenement commercieel is of niet, is echter vatbaar voor discussie. In de voorgestelde wijziging van de tarieventabel geldt daarom voor alle evenementen in de A-categorie (laagste risico) een tarief van € 100. De B- en C-evenementen hebben doorgaans een commerciëler karakter en hiervoor geldt dan ook een hoger tarief. Hiermee wordt het gemis aan legesopbrengsten gecompenseerd. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de verordening. De uitvoering van de verordening en het toezicht op de naleving van de in de verordening opgenomen bepalingen behoren tot de verantwoordelijkheden van het college en de burgemeester. Binnen het college is de burgemeester het eerste aanspreekpunt. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

De APV treedt in werking door publicatie in het elektronisch Gemeenteblad op de website www.overheid.nl. In de InforMeer zal aandacht besteed worden aan de vaststelling van de APV. Waar nodig zal communicatie richting de doelgroep plaatsvinden. Tegen de verordening zelf kan geen bezwaar of beroep worden ingesteld. Rechtsmiddelen staan pas open bij afzonderlijke besluiten. De voorgestelde wijziging van de legestarieven voor evenementen wordt bij de eerstvolgende wijziging van de legesverordening meegenomen. Het is de vraag of in 2021 evenementen georganiseerd mogen worden. Voor versnelde wijziging van de legesverordening is daarom geen reden. Vanwege de samenhang tussen het uitvoeringsbeleid evenementen, de APV en de legesverordening worden deze voorstellen nu gelijktijdig behandeld. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?

Wij toetsen de APV doorlopend op effectiviteit, actualiteit en dereguleringsmogelijkheden. Als actuele ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, zullen wij de raad een aangepaste versie van de APV ter besluitvorming voorleggen. 4. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de bufgenneester, .de secretaris. Mari^n(ie Schuurmans-Wijdeven drs. Carel Brugman

u

Bijlage(n): • APV 2021 • APV 2021 met wijzigingen • Collecte- en wervingsrooster gemeente Haarlem rrfermeer 2021 • Aanwijzingsbesluit parkeren grote voertuigen H: i a lemmermeer 2021

Algemene Plaatselijke Verordening 2021

•

Tarieventabel evenementen legesverordening

pagina 10

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4 Afdeling 5 Afdeling 6 Afdeling 7 Afdeling 8 Afdeling 8A Afdeling 9 Afdeling 10 Afdeling 11 Afdeling 12 Afdeling 13 Afdeling 14 Afdeling 15

Openbare orde Bestrijding van ongeregeldheden Betoging Verspreiden van gedrukte stukken Vertoningen e.d. op de weg Bruikbaarheid en aanzien van de weg Veiligheid op de weg Evenementen Toezicht op openbare inrichtingen en terrassen Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Toezicht op speelgelegenheden Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Vuurwerk Drugsoverlast Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Voor publiek openstaande gebouwen

Afdeling 16 Hoofdstuk 3 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4

Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Algemene bepalingen Vergunning seksbedrijf Uitoefenen seksbedrijf Overige bepalingen

Hoofdstuk 4

Bescherming van het milieu en natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Geluidshinder en verlichting Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Het bewaren van houtopstanden Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Kamperen buiten kampeerterreinen

Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4 Afdeling 5 Hoofdstuk 5 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4 Afdeling 5 Afdeling 6 Afdeling 7 Afdeling 8 Afdeling 9 Afdeling 10

Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Parkeerexcessen Collecteren Goederen en diensten Standplaatsen Snuffelmarkten Openbaar water Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Verbod vuur te stoken Verstrooiing van as Overige bepalingen

Hoofdstuk 6

Straf-, overgangs- en slotbepalingen

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

Trefwoordenregister In de Algemene Plaatselijke Verordening is een aantal afdelingen/artikelnummers vervallen of gereserveerd. Deze trefwoorden worden niet in dit register benoemd. Onderwerp A Aanbieden diensten Afvalstoffen verbanden (verbod)

Artikel 5:15 5:34

B Bedelarij Beperkingen vergunning of ontheffing Beplanting Beslistermijn Bestuurlijke ophouding Betogingen Binnentreden (woningen) Bijen

2:65 1:4 2:15 1:2 2:75 2:3 2:41, 6:3 2:64

C Cameratoezicht Carbidschieten Citeertitel Collecteren

2:77 2:73B 6:6 5:13

D Drankgebruik Drugsgebruik (openlijk) Drugshandel op straat Donateurwerving Drones

2:48 2:74A 2:74 5:13 2:1H

E Eieren Evenementen - definitie Exploitatievergunning - openbare inrichting - speelautomatenhal G Gebiedsontzeggingen Gedrag - hinderlijk gedrag publiek toegankelijke ruimten - hinderlijk gedrag op openbare plaatsen - verboden gedrag bij of in gebouwen Grote voertuigen H Honden - gevaarlijke - loslopend - verontreiniging I Inbrekerswerktuigen Intrekking vergunning of ontheffing Inwerkingtreding verordening

2:43 2:25 2:24 2:28A 2:39A

2:78 2:50 2:47 2:49 5:8

2:59 2:57 2:58 2:44 1:6 6:4

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

Inzameling (geld of goederen)

5:13

K Kabels over de weg Kansspelautomaten Kladden

2:19 2:40 2:42

L Lachgasgebruik Laser gebruik Ledenwerving Liggen (openbare weg) Lokaal (betreden)

2:48A 2:1E 5:13 2:50A 2:41

M Magneetvissen Modelluchtvaartuig Motorclub Motorvoertuigen (onbeheerd achterlaten)

5:38 2:1H 2:1A 2:1B

N Natuurlijke behoefte doen

4:8

O Ongeregeldheden Openbare inrichtingen - definities - exploitatie Ordeverstoring - evenement - openbare inrichting Overgangsbepaling Overlast (brom)fiets

2:1A 2:27 2:28A 2:26 2:31 6:5 5:12

P Paracommerciële instellingen - definities - regulering Parkeren anders dan op de rijbaan Parkeren grote voertuigen Persoonlijk karakter vergunning Plakgereedschap Plakken

2:34A 2:34B 5:10 5:8 1:5 2:43 2:42

R Raamprostitutie Rookverbod (in bossen en natuurterreinen)

3:18 2:18

S Samenscholing Sampelen Seksinrichtingen - aanvraag - adverteren - bedrijfsplan - definities - eisen aan vergunning

2:1A 5:15 3:6 3:13 3:15 3:2 3:8

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

- intrekkingsgronden - leeftijd prostituee - maximering - melding gewijzigde omstandigheden - raamprostitutie - sluitingstijden - straatprostitutie - verbodsbepalingen klanten - vergunning - verplichtingen exploitant/beheerder - weigeringsgronden Slapen (openbare weg) Sluiting gebouw Sluitingstijden - openbare inrichtingen - afwijkende sluitingstijden Snoeren over de weg Speelautomatenhal - definities - exploitatievergunning Sterke drank Straatkolken (openen) Straatprostitutie Strafbepaling T Taxidiensten - het aanbieden van Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Termijnen Terrassen Toezichthouders V Vechtsportgala Veiligheid op het ijs Veiligheidsrisicogebieden Venten Verblijfsontzegging Verkoopregister Verontreiniging (van de weg) Verspreiding gedrukte stukken Verstoring openbare orde e.d. Voertuigen aantasten groenvoorziening Voorschriften vergunning of ontheffing Vuur (verbod tot stoken) Vuurwerk - definities - gebruik buiten jaarwisseling - gebruik jaarwisseling - ter beschikking stellen W Weigeringsgronden (algemeen) Wensballon Wildplassen Woonoverlast

3:9 3:14 3:5 3:10 3:18 3:12 3:19 3:21 3:3 3:17 3:7 2:50A 2:75A 2:29 2:30 2:19 2:39 2:39A 2:34C 2:16 3:19 6:1

2:1G 2:81 1:2, 1:7 2:27, 2:28B 6:2

2:25A 2:23 2:76 5:14 2:1D 2:67 2:23A 2:6 2:1C 5:11 1:4 5:34 2:71 2:73A 2:73 2:72

1:8 2:1F 4:8 2:79

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

Z Zichtbare uitingen van verboden organisaties

2:50B

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - aanhangwagen: aanhangwagen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bromfiets: bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in deze definities; - parkeren: parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of een persoonlijk recht; - vaartuig: alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; - verkeer: alle weggebruikers als bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; - voertuig: voertuig als

bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; - weg: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; - woonschepen: elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot woonverblijf van een of meer personen. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. 2.

Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

Artikel 1:3 Indiening aanvraag (Vervallen) Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1.

2.

Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van een vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. Artikel 1:7 Termijnen 1. 2.

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.

2.

Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE AFDELING 1 BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN Artikel 2:1A Samenscholing en ongeregeldheden 1. 2.

3. 4. 5.

Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door de burgemeester in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:1B Onbeheerd achterlaten van motorvoertuigen 1. 2. 3.

De burgemeester kan in het kader van het voorkomen van terreuraanslagen gebieden aanwijzen waarbinnen het verboden is om een motorvoertuig langer dan 5 minuten onbeheerd achter te laten. Het is verboden een motorvoertuig langer dan 5 minuten onbeheerd achter te laten in een door de burgemeester aangewezen gebied. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op de Koninklijke Marechaussee, de politie en andere overheidsdiensten die met hulpverlening zijn belast.

Artikel 2:1C Verstoring van de openbare orde en dergelijke 1.

2.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of als er ernstig gevaar voor het ontstaan daarvan dreigt, op de in het eerste lid genoemde plaatsen een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om die orde te verstoren, bij zich te hebben. Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of ter afsluiting van een gedeelte van een weg of vanwege het bevoegde bestuursorgaan is aangebracht, te verplaatsen, te verwijderen of omver te halen.

Artikel 2:1D Verblijfsontzegging 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7.

De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen. De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde dan wel een dreiging van ernstige verstoring van de openbare orde. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren dan wel dreigen te verstoren door te handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen uit hoofdstuk 2, afdeling 1. De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt. Een verblijfsontzegging kan niet worden opgelegd aan personen die blijkens de Basisregistratie Personen in het aangewezen gebied wonen of in het aangewezen gebied werken. Als personen geen vaste werkplek hebben, wordt de statutaire vestigingsplaats van het bedrijf gezien als werkplek. De burgemeester kan, als de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven, de verblijfsontzegging naar tijd en plaats beperken.

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

8.

Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde verblijfsontzegging.

Artikel 2:1E Gebruik lasers 1. 2.

Het is verboden of aan de weg of op een openbare plaats zodanig met laserlicht te schijnen dat daardoor de openbare orde wordt verstoord of overlast wordt veroorzaakt. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, lasers, laserpennen of dergelijke apparatuur in bezit te hebben of met zich mee te voeren, anders dan voor professioneel gebruik.

Artikel 2:1F Verbod op gebruik wensballonnen 1. 2.

Het is verboden zogenoemde wens- of ufoballonnen door middel van hete lucht afkomstig van vuur op te laten stijgen. Onder een wens- of ufoballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon, etc.

Artikel 2:1G Het aanbieden van taxidiensten 1.

2. 3.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, locaties of gebieden aanwijzen waar het verboden is om taxidiensten, dan wel door hem te bepalen categorieën van taxidiensten aan te bieden op openbare, in de openlucht gelegen plaatsen of in openbaar toegankelijke gebouwen. Het is verboden om taxidiensten aan te bieden in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen locatie of gebied. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, als ook de invulling daarvan, wordt periodiek geëvalueerd op de noodzaak daarvan.

Artikel 2:1H Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of RPA 1.

2. 3. 4.

In dit artikel wordt verstaan onder: - modelluchtvaartuig: modelluchtvaartuig als bedoeld in artikel 1 van de Regeling modelvliegen en artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen; - remotely piloted aircraft (RPA): RPA als bedoeld in artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aanwijzen waar het verboden is om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben. Het is verboden om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben in een door de burgemeester aangewezen gebied. Het verbod in het derde lid is niet van toepassing op de Koninklijke Marechaussee, de politie en andere overheidsdiensten die met hulpverlening zijn belast.

AFDELING 2 BETOGING Artikel 2:2 Optochten (Vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. 2.

3.

In afwijking van artikel 1:1 wordt in dit artikel verstaan onder openbare plaats: openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 96 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging;

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

4. 5.

6.

c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloopt te bevorderen. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen) Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen) AFDELING 3 VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN Artikel 2:6 Beperking verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

AFDELING 4 VERTONINGEN E.D. OP DE WEG Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (Vervallen) Artikel 2:8 Dienstverlening (Vervallen) Artikel 2:9 Straatartiest e.d. (Vervallen) AFDELING 5 BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG OF OPENBARE PLAATS Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats (Verplaatst naar Verordening fysiek domein) Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (Verplaatst naar Verordening fysiek domein)

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg (Verplaatst naar Verordening fysiek domein) AFDELING 6 VEILIGHEID OP DE WEG Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen) Artikel 2:14 Winkelwagentjes (Vervallen) Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke (Vervallen) Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. 2.

3. 4.

Het is verboden te roken in bossen, op veengronden en in natuurterreinen of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode. Het is verboden in bossen, op veengronden en in natuurterreinen of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de openlucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.

Artikel 2:19 Elektriciteitssnoer/kabel boven, op of naast de weg 1. 2.

Het is verboden een elektriciteitssnoer/kabel voor het opladen van elektrische auto’s, aanhangwagens en/of andere (vakantie)voer- of vaartuigen boven, op of naast de weg te leggen. Het verbod is niet van toepassing bij het gebruik van een door of namens de gemeente geplaatste laadpaal.

Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen) Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (Verplaatst naar Verordening fysiek domein) Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

(Verplaatst naar Verordening fysiek domein)

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1.

2.

Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening

Artikel 2:23A Verontreiniging van de weg 1.

2.

Als bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden of een calamiteit een openbare plaats wordt verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht of anderszins verantwoordelijk is voor de stoffen of voorwerpen die de verontreiniging veroorzaken, alsmede als dezen in opdracht handelen hun opdrachtgever verplicht: a. als de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert dan wel hinder veroorzaakt, de weg terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of te doen reinigen; b. als de verontreiniging geen (direct) gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na het beëindigen van de werkzaamheden of, als deze langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op die dag te reinigen of te doen reinigen. Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de provinciale wegenverordening van toepassing is.

AFDELING 7 EVENEMENTEN Artikel 2:24 Definitie 1.

2.

3.

In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak al dan niet tegen betaling, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen overeenkomstig de bestemming van dat gebouw; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie of snuffelmarkt; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg; d. een straatfeest of buurtbarbecue. In deze afdeling worden de volgende evenementen onderscheiden: a. meldingsplichtig evenement: evenement met een zeer laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd; b. A-evenement: regulier evenement waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; c.

B-evenement: evenement waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

d.

voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; C-evenement: risicovol evenement waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Artikel 2:25 Evenementen 1. 2.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Het verbod geldt niet voor: a. het houden van evenementen in gebouwen, niet zijnde vechtsportwedstrijden of -gala’s, overeenkomstig de bestemming van dat gebouw; b. activiteiten in (horeca)bedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn; c. het houden van snuffelmarkten in ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als: a. het evenement op één locatie in de openlucht plaatsvindt; b. het aantal gelijktijdig aanwezigen (deelnemers, publiek en personeel) niet meer bedraagt dan 300 personen; c. het evenement plaatsvindt op: 1º. maandag tot en met zaterdag tussen 07.00 en 23.00 uur; 2º. op zondag tussen 13.00 en 23.00 uur; d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; e. het geluidsniveau van de muziek als bedoeld in sub d tussen 07.00 uur en 23.00 uur voldoet aan de eisen van artikel 6.11, derde lid, van de Verordening fysiek domein. f. het evenement niet plaatsvindt op de doorgaande weg of anderszins een belemmering vormt voor de hulpdiensten of de bereikbaarheid van woonwijken; g. niet meer dan 5 kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m² per object; h.

er een aanspreekpunt ten tijde van het evenement aanwezig is die vooraf bekend gemaakt is bij de gemeente; i. de organisator uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan uiterlijk 48 uur voordat een meldingsplichtig evenement plaatsvindt besluiten om beperkingen op te leggen aan het organiseren van een evenement of het evenement verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een A- of B-evenement minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een C-evenement minder dan twaalf weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 7. De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van de aanvraag afwijken van de genoemde termijnen in het vijfde en zesde lid of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag uiterlijk moet worden ingediend. 8.

De burgemeester kan de vergunning voor een evenement weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van een vechtsportwedstrijd of -gala van slecht levensgedrag is. 10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021

AFDELING 8 TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN EN TERRASSEN Artikel 2:27 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - horecabedrijf: horecabedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet; - openbare inrichting: 1. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; 2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; - paracommerciële rechtspersoon: paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet; - terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting in de openlucht liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. Artikel 2:28A Exploitatie openbare inrichting 1. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=0aa7129d-36be-44e7-b30a-743460ee9ac0