3127050-W
Tekst van het document
CONCEPT TECHNISCH ONTWERP ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES Ten behoeve van de werktuigbouwkundige installaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp R&V-nummer: 3127050-W Datum: 2 februari 2024
TECHNISCH ONTWERP WERKTUIGBOUWKUNDIGE INSTALLATIES
Ten behoeve van: de werktuigbouwkundige installaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp
TO-nummer: 3127050-W
Datum: 2 februari 2024
Op dit TO rust het STABU Keurmerk onder licentienummer: 903502-E
Concept
TO-nummer: 3127050-W Datum: 2 februari 2024 Technisch Ontwerp ten behoeve van: de werktuigbouwkundige installaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp
Hoofdzakelijk bestaan de werkzaamheden uit het: - engineren van de werktuigbouwkundige installaties; - tekenwerk van de gehele werktuigbouwkundige installaties; - leveren en bedrijfsklaar installeren, inbedrijfstellen/commissioning, opleveren en nazorg van de werktuigbouwkundige installaties; - een en ander inclusief goedkeuring en certificaten van de keuringsinstanties. De werktuigbouwkundige werkzaamheden van dit Technisch Ontwerp is een onderdeel van de totale bouw voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp
Concept
ALGEMENE INFORMATIE Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG HOOFDDORP Telefoon: 023-5677415 Contactpersoon: de heer N. Lamme E-mail: Nils.Lamme@haarlemmermeer.nl Architect: Architectenbureau Cepezed b.v. Ezelsveldlaan 61 2611 RV DELFT Telefoon: 06-40117732 Contactpersoon: mevrouw F. van Alphen E-mail: frederique.van.alphen@cepezed.nl Bouwmanagement: DVP Planontwikkeling B.V. Prinses Alexialaan 6 2496 XA DEN HAAG Telefoon: 088-0106838 Contactpersoon: de heer W. Bruinsma E-mail: wbu@dvp.nl
Concept
Constructeur: Royal HaskoningDHV Postbus 8520 3009 AM ROTTERDAM Telefoon: 06-15559927 Contactpersoon: de heer W. Van Adrichem E-mail: walter.van.adrichem@rhdhv.com Adviseur bouwfysica en brandveiligheid: ZRi Balistraat 1 2585 XK DEN HAAG Telefoon: 06-15559927 Contactpersoon: mevrouw A. Haak E-mail: haak@zri.nl Adviseur bouwkosten: IGG bouweconomie Prinses Catharina-Amaliastraat 32 2496 XD DEN HAAG Telefoon: 070-5145420 Contactpersoon: de heer H. Smit E-mail: h.smit@igg.nl
Adviseur installaties Halmos Adviseurs Wassenaarseweg 30 2596 CJ DEN HAAG Telefoon: 070-3468300 Contactpersoon: de heer U. van der Burg E-mail: ubu@halmos.nl
Concept
OVERZICHT BIJLAGEN Bij de beschrijving van het werk behorende tekeningen: Schema's SW-00-00
Renvooi
SW-10-01 SW-10-02 SW-10-03 SW-10-04
Principeschema warmteverdeling Principeschema koudeverdeling Principeschema warmte- en koudeverdeling luchtbehandeling Principeschema verwarming en koeling op verdiepingsniveau
SW-20-01 SW-20-02 SW-20-03 SW-20-04
Principeschema lucghtbehandelingskast t.b.v. kantoren en Raadzaal incl. vergaderen Principeschema luchtbehandelingskast t.b.v. keuken Principeschema ventilatie op verdiepingsniveau Principeschema naregelingen
SW-40-01 SW-40-02 SW-40-03
Principeschema tapwaterinstallatie Principeschema huishoudwatersysteem Principeschema huishoudwaterinstallatie
SW-50-01
Principeschema vuilwater- en hemelwaterafvoer
SW-60-01
Principeschema sprinklerinstallatie
DEW-10-01
Principe plafondindeling inclusief sensoren Smart Building
-
Concept
Installatiemodel
Plattegronden PW-10-0K Werktuigbouwkundige installaties kelder PW-10-00 Werktuigbouwkundige installaties begane grond PW-10-01 Werktuigbouwkundige installaties 1e verdieping PW-10-02 Werktuigbouwkundige installaties 2e verdieping PW-10-03 Werktuigbouwkundige installaties 3e verdieping PW-10-04 Werktuigbouwkundige installaties 4e verdieping PW-10-05 Werktuigbouwkundige installaties 5e verdieping PW-10-0D Werktuigbouwkundige installaties Dak PW-11-00 PW-11-01 PW-11-02 PW-11-03 PW-11-04
Vloerverwarming/vloerkoeling begane grond Vloerverwarming/vloerkoeling 1e verdieping Vloerverwarming/vloerkoeling 2e verdieping Vloerverwarming/vloerkoeling 3e verdieping Vloerverwarming/vloerkoeling 4e verdieping
PW-20-0K PW-20-00 PW-20-01 PW-20-02 PW-20-03 PW-20-04 PW-20-05 PW-20-0D
Sanitaire installaties kelder Sanitaire installaties begane grond Sanitaire installaties 1e verdieping Sanitaire installaties 2e verdieping Sanitaire installaties 3e verdieping Sanitaire installaties 4e verdieping Sanitaire installaties 5e verdieping Sanitaire installaties dak
Bijlagen: De volgende bijlagen met datum 2 februari 2024 tenzij anders aangegeven behoren tot dit TO: W-1 Specificatie inschrijfsom W-2 UPD sprinklerinstallatie W-3 Thermische simulaties atrium W-4 Wateropslag en retentie W-5 Overzicht sturingen en signaleringen GBS W-6 Warmteverliesberekening W-7 Monsterboek sanitaire installaties W-8 Overzicht TO-berekeningen W-9 Boorprotocol W-10 Bouwfysica GHM2201R003 W-11 Brandveiligheidsrapport GHM2201R002 W-12 Smart Building en Smart Sensoring
Concept
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
INHOUDSOPGAVE 00 VOOR HET WERK GELDENDE VOORWAARDEN UAV 2012 00.01 VAN TOEPASSING ZIJNDE VOORWAARDEN EN VOORSCHRIFTEN 00.04 AANBESTEDING/INSCHRIJVING 00.09 AANVULLENDE BEPALINGEN 09 AANV. KWALITEITSEISEN W-INSTALLATIES 09.00 AANV. KWALITEITSEISEN W-INSTALLATIES 09.01 APPARATUUR 09.02 LEIDINGEN 09.03 LUCHTKANALEN 09.04 ISOLATIE 09.05 REGELTECHNIEK 14 BUITENRIOLERING EN DRAINAGE 14.00 ALGEMEEN 14.12 TEKENINGEN EN BEREKENINGEN 14.33 KUNSTSTOF BUISLEIDINGEN 14.52 AFSCHEIDERS 14.53 KOLKEN 14.90 DIVERSEN 50 DAKGOTEN EN HEMELWATERAFVOEREN 50.00 ALGEMEEN 50.11 FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN 50.12 TEKENINGEN EN BEREKENINGEN 50.19 BEPROEVEN, INREGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN CONTROLEREN 50.42 KUNSTSTOF BUISLEIDINGEN 50.49 BRANDWERENDE DOORVOERINGEN 50.50 APPENDAGES 50.89 DIVERSEN 50.90 ISOLATIE 51 BINNENRIOLERING 51.00 ALGEMEEN 51.11 FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN 51.12 TEKENINGEN EN BEREKENINGEN 51.13 BEPROEVEN, INREGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN CONTROLEREN 51.31 METALEN BUISLEIDINGEN 51.32 KUNSTSTOF BUISLEIDINGEN 51.42 PUTTEN 51.49 BRANDWERENDE DOORVOERINGEN 51.61 APPENDAGES IN LEIDINGEN 51.62 APPENDAGES AAN LEIDINGEN 51.63 APPENDAGES OM LEIDINGEN 51.81 ISOLATIE 51.89 DIVERSEN 52 WATERINSTALLATIES 52.00 ALGEMEEN 52.11 FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN 52.12 TEKENINGEN EN BEREKENINGEN 52.13 BEPROEVEN, INREGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN
CONTROLEREN 52.31 METALEN BUISLEIDINGEN 52.32 KUNSTSTOF BUISLEIDINGEN 52.40 POMPEN EN APPARATEN 52.49 BRANDWERENDE DOORVOERINGEN 52.51 VOORRAADTOESTELLEN 52.61 APPENDAGES IN LEIDINGEN
Concept
TO: KUBUS/3127050-W
02.02.2024
1 1 2 2 4 4 14 22 33 35 38 51 51 53 54 55 56 56 57 57 61 62 63 63 65 65 68 68 69 69 72 73 73 74 75 76 77 77 78 78 80 81 82 82 86 87 88 90 90 91 93 93 95
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
52.62 52.63 52.81 52.82 52.89 53 53.00 53.11 53.19 53.31 53.32 53.33 53.34 53.70 53.80 54 54.00 54.11 54.12 54.13 54.31 54.40 54.49 54.50 54.89 54.91 54.92 54.93 60 60.00 60.11 60.12 60.13 60.31 60.33 60.41 60.42 60.49 60.71 60.72 60.73 60.81 60.82 60.89 61 61.00 61.11 61.12 61.13 61.32 61.41 61.42 61.43 61.49
APPENDAGES AAN LEIDINGEN APPENDAGES OM LEIDINGEN ISOLATIE ISOLATIE-AFWERKINGEN DIVERSEN SANITAIR ALGEMEEN FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN TEKENINGEN CLOSET- EN URINOIRCOMBINATIES DOUCHE-, BAD- EN BIDETCOMBINATIES WASTAFEL- EN WASTROGCOMBINATIES GOOTSTEEN- EN SPOELBAKCOMBINATIES KRANEN EN KRAAN-AFVOERCOMBINATIES TOEBEHOREN SANITAIR BRANDBESTRIJDINGSINSTALLATIES ALGEMEEN FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN TEKENINGEN EN BEREKENINGEN BEPROEVEN, INREGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN CONTROLEREN METALEN BUISLEIDINGEN BRANDBLUSTOESTELLEN BRANDWERENDE DOORVOERINGEN APPENDAGES HULPCONSTRUCTIES SPRINKLERPOMPUNIT BLUSGASSYSTEEM DIVERSEN VERWARMINGSINSTALLATIES ALGEMEEN FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN TEKENINGEN EN BEREKENINGEN BEPROEVEN, INREGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN CONTROLEREN METALEN BUISLEIDINGEN VERDELERS EN VERZAMELAARS VERWARMINGSLICHAMEN, NATUURLIJKE AFGIFTE VERWARMINGSLICHAMEN, GEFORCEERDE AFGIFTE BRANDWERENDE DOORVOERINGEN APPENDAGES IN LEIDINGEN EN KANALEN APPENDAGES AAN LEIDINGEN EN KANALEN APPENDAGES OM LEIDINGEN EN KANALEN ISOLATIE ISOLATIE-AFWERKINGEN DIVERSEN VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES ALGEMEEN FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN TEKENINGEN EN BEREKENINGEN BEPROEVEN, INREGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN CONTROLEREN METALEN KANALEN LUCHTBEHANDELINGSKASTEN VENTILATIE-, VERWARMINGS- EN
BEVOCHTIGINGSAPPARATEN VENTILATOREN BRANDWERENDE DOORVOERINGEN
TO: KUBUS/3127050-W
Concept
02.02.2024
97 98 99 100 100 101 101 103 103 103 106 107 110 110 112 113 113 115 117 117 118 118 121 121 122 122 125 126 127 127 130 132 134 134 136 136 139 140 140 144 146 147 148 148 149 149 152 154 157 158 160 161 162 163
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
61.51 61.52 61.60 61.81 61.91 62 62.00 62.11 62.12 62.13 62.31 62.33 62.42 62.49 62.60 62.71 62.72 62.73 62.81 62.82 62.90 68 68.00 68.09 68.12 68.13 68.31 68.32 68.33 68.34 68.51 68.90 70 70.00 70.11 70.41 70.43
BINNENROOSTERS BUITENROOSTERS EN DAKKAPPEN APPENDAGES ISOLATIE DIVERSEN KOELINSTALLATIES ALGEMEEN FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN TEKENINGEN EN BEREKENINGEN BEPROEVEN, REGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN CONTROLEREN METALEN BUISLEIDINGEN VERDELERS EN VERZAMELAARS LOKALE KOELAPPARATEN BRANDWERENDE DOORVOERINGEN TANKS APPENDAGES IN LEIDINGEN APPENDAGES AAN LEIDINGEN APPENDAGES OM LEIDINGEN ISOLATIE ISOLATIE-AFWERKINGEN DIVERSEN REGELINSTALLATIES ALGEMEEN INFORMATIEOVERDRACHT TEKENINGEN EN BEREKENINGEN KEURING EN BEPROEVING MEETORGANEN EN OPNEMERS REGELAARS CORRIGERENDE ORGANEN BEDIENENDE ELEMENTEN SCHAKEL- EN VERDEELEENHEDEN DIVERSEN ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES ALGEMEEN FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN KANALISATIE DOORVOERINGEN
TO: KUBUS/3127050-W
Concept
02.02.2024
163 168 169 172 173 175 175 178 179 181 182 184 185 186 186 186 190 192 193 193 193 195 195 206 222 223 225 226 229 230 231 232 234 234 234 235 237
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
1 02.02.2024
00
VOOR HET WERK GELDENDE VOORWAARDEN UAV 2012
00.01
VAN TOEPASSING ZIJNDE VOORWAARDEN EN VOORSCHRIFTEN
00.01.09
ALGEMENE OMSCHRIJVING VAN HET WERK 01. ALGEMENE OMSCHRIJVING Het betreft de de nieuwe huisvesting van het Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp, bestaande uit: 5 bouwlagen (begane grond t/m 4e verdieping), opgesplitst in het voorhuis en kantoordeel. 02. OMVANG VAN DE WERKZAAMHEDEN Met betrekking tot de werktuigbouwkundige werkzaamheden bestaat het werk uit: het berekenen, engineren en de levering, de montage, inbedrijfstelling, certificering, het bedrijfsvaardig opleveren en onderhouden van de volgende installaties: a. dakgoten- en hemelwaterafvoeren b. binnenriolering c. waterinstallaties d. sanitair e. brandbestrijdingsinstallaties f. verwarmingsinstallaties g. ventilatie-installaties h. koelinstallaties i. regelinstallaties
Concept
Een en ander conform dit TO compleet met bijbehorende bijlagen en tekeningen. De onder a. t/m i. genoemde werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens de bepalingen van dit TO, met inbegrip van alle rechtstreeks of zijdelings voor de uitvoering nodige kosten, waaronder alle leveranties, winst, arbeidsloon, sociale lasten, reis- en verblijfkosten, risico, transportkosten e.d. 03. ALGEMENE VOORWAARDEN Van toepassing zijn alle algemene 'voor het werk geldende voorwaarden', zoals gesteld in de algemene bepalingen van Cepezed. De hierna omschreven aanvulling en wijzigingen zijn mede van toepassing op deze voorwaarden c.q. vormen hier een aanvulling op. 04. COMPLETE UITVOERING Op de TO-tekeningen en in het TO zijn de installaties zo ver mogelijk uitgewerkt. Wijziging van routing, afmetingen en capaciteiten noodzakelijk van goede coördinatie en goede werking worden geacht tot het werk te behoren. Indien in de omschrijving, in de materiaalspecificatie, op tekeningen enz. één of meer onderdelen niet genoemd of aangegeven zijn, welke echter voor een goede en volledige uitvoering van het werk noodzakelijk zijn, dus geacht moeten worden tot het werk te behoren, dan moet de installateur deze werken uitvoeren zonder daarvoor enige vergoeding in rekening te brengen en zonder dat bijbetaling volgt.
Voorzover niet nadrukkelijk anders omschreven, moeten alle benodigde materialen door en voor rekening van de installateur worden geleverd en verwerkt. In geval van tegenspraak tussen de aantallen, aangegeven in het TO en op de TO-tekeningen, prevaleert de hoogst aangegeven waarde en geeft geen recht op verrekening. 05. CAPACITEITEN EN AFMETINGEN Daar waar in dit TO en op de TO-tekeningen capaciteiten, aantallen en/of afmetingen zijn aangegeven, zijn deze op basis van berekeningen voorzien. De installateur dient aan de hand van aan te passen deze berekeningen de exacte capaciteiten en afmetingen te bepalen. Afwijkingen t.o.v. in dit TO en tekeningen aangegeven waarden zijn niet verrekenbaar.
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
2 02.02.2024
Alle maatvoeringen en capaciteiten die niet zijn aangegeven dienen door de installateur te worden bepaald, gebaseerd op de uitgangspunten zoals aangegeven in dit TO. Na gunning is de installateur verantwoordelijk voor het ontwerp en de berekende capaciteiten. 06. BOUWKUNDIGE TEKENINGEN De bouwkundige TO-tekeningen en constructietekeningen, zoals aangegeven in het bouwkundig besteksdeel, zijn leidend op de tekeningen van dit TO. Alle installatietechnische voorzieningen en hoeveelheden materialen die noodzakelijk zijn om de installaties in te passen in de bouwkundige tekeningen, worden geacht in de aanneemsom te zijn opgenomen. 07. BRANDWERENDE AFDICHTINGEN Uitgangspunt is dat alle brandwerende afdichtingen door de bouwkundige aannemer zullen plaatsvinden.
00.04
AANBESTEDING/INSCHRIJVING
00.04.09
AANBESTEDING/INSCHRIJVING 01. AANBESTEDING, EISEN EN GEGEVENS Aan de open begrotingen zoals wordt geëist bij inschrijving worden de volgende voorwaarden gesteld: - codering zodanig dat kan worden gesorteerd op de TO-volgorde - uitsplitsen in: * materiaal bruto per eenheid * kortingspercentage * materiaal netto per eenheid * materiaal per regel totaal * montage per eenheid * montage per regel totaal * B.T.W. In het totaaloverzicht dienen per installatiesoort alle nettomaterialen, toeslagen en uurlonen specifiek te zijn vermeld. Per installatiesoort zoals in de specificatie inschrijfsom is aangegeven, dient een totaalblad met begrotingsschema te worden opgesteld. De open begroting dient in euro's te zijn opgebouwd. De open begroting dient verder opgebouwd te zijn conform de van toepassing zijnde algemene bepalingen.
Concept
00.09
AANVULLENDE BEPALINGEN
00.09.02
KERNDOCUMENT EN REVISIEDOCUMENTEN 01. KERNDOCUMENT EN REVISIEDOCUMENTEN Gewaarborgd dient te worden dat de duurzaamheid van het ontwerp en de uitvoering na oplevering is geborgd. Daartoe dient een kerndocument conform ISSO publicatie 105 door de installateur tijdens de uitvoering te worden opgesteld en ingediend en uiteindelijk bij de revisiestukken te worden ingediend. Zowel het kerndocument als ook alle revisiedocumenten dienen zowel in PDF als in een originele digitale bewerkbare versie te worden geleverd.
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
00.09.03
3 02.02.2024
REVIT/BIM MODELLEREN EN TEKENEN 01. REVIT/BIM MODELLEREN EN TEKENEN De installaties dienen in het bouwkundige 3D Revit model integraal te worden gemodelleerd in de Revit MEP applicatie. Hiertoe dient in de ontwikkeling van de contract- en uitvoeringstekeningen als basis het installatiemodel wekelijks te worden geüpload op een nader te bepalen locatie. Het 3D Revit-model behorende bij dit TO is ter informatie toegevoegd.
Concept
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
4 02.02.2024
09
AANV. KWALITEITSEISEN W-INSTALLATIES
09.00
AANV. KWALITEITSEISEN W-INSTALLATIES
09.00.10
VOORSCHRIFTEN 90. VOORSCHRIFTEN Het werk dient te voldoen aan de op de dag van de aanbesteding geldende normen en voorschriften van het Nederlands Normalisatie Instituut, inclusief wijzigingen, aanvullingen en correcties alsmede aan de voorwaarden van de water-, gas- en elektriciteit leverende bedrijven. 91. VOORSCHRIFTEN Tevens zijn van toepassing de plaatselijk geldende voorschriften en de voorschriften van de Arbeidsinspectie. Bovenal zijn van toepassing alle voorschriften met betrekking tot milieueisen. Nadere en eventueel afwijkende eisen zijn in deze TO vermeld. 92. VOORSCHRIFTEN Het werk dient te voldoen aan de voorwaarden, gesteld door de afdeling Milieu van de Gemeentelijke Bouw en Woningtoezicht, alsmede de eisen gesteld door de plaatselijke brandweer. 93. VOORSCHRIFTEN In het geval dat er verschillen zijn tussen genoemde voorschriften, de wetsvoorschriften, de plaatselijke verordeningen, de gebruikelijke bedrijfsvoorschriften of de TO-stukken, zal het meest dwingende dienen te overheersen. De aannemer zal prompt de directie inlichten als zulk een verschil zich voordoet. 94. VOORSCHRIFTEN Indien de aannemer een of ander werk uitvoert, dat niet in overeenstemming is met de gebruikelijke wetsvoorschriften, plaatselijke verordeningen of de gebruikelijke bedrijfsvoorschriften, dan zal hij alle kosten dragen, welke betrekking hebben op de correctie.
Concept
09.00.11
MATERIAALVOORSCHRIFTEN 90. MATERIAALVOORSCHRIFTEN De voor het werk benodigde materialen dienen te voldoen aan de op de datum van aanbesteding geldende voorschriften en richtlijnen. 91. MATERIAALVOORSCHRIFTEN De materialen dienen te voldoen aan de keuringseisen van de overheidsinstanties. 92. MATERIAALVOORSCHRIFTEN Voor zover van toepassing dient aan de keuringseisen van GIVEG, KIWA, CE-normering en dergelijke instanties te worden voldaan. 93. MATERIAALVOORSCHRIFTEN Bij het toepassen van bijzondere materialen, waartoe ook kunststoffen worden gerekend, dient nauw overleg met de leverancier(s) plaats te vinden. Voorschriften voor de behandeling van deze materialen dienen nauwkeurig te worden opgevolgd. 94. MATERIAALVOORSCHRIFTEN Voor alle materialen en toestellen waarvan in deze TO het fabrikaat is genoemd of die met een speciale benaming zijn aangegeven, mogen andere gelijkwaardige materialen worden geleverd, mits de gelijkwaardigheid ten genoegen van de directie vooraf wordt aangetoond. 95. MATERIAALVOORSCHRIFTEN De aannemer is aansprakelijk voor alle gevolgen verbonden aan het gebruik van die materialen of toestellen waartoe hij krachtens aan derden verleende octrooien niet is gerechtigd, hij dient zowel de hierboven eventueel aan de directie opgelegde boeten,
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
5 02.02.2024
schadevergoedingen en dergelijke, als de aan het monteren en vervangen van die materialen resp. toestellen verbonden kosten te vergoeden. 96. MATERIAALVOORSCHRIFTEN Indien in de periode tussen de aanbesteding en aflevering door een fabrikant wijzigingen aan de voorgeschreven apparatuur worden aangebracht, dient de aannemer eerst toestemming van de directie te krijgen alvorens de gewijzigde apparatuur toe te passen. Wanneer de directie deze toestemming weigert en de apparatuur niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke uitvoering kan worden geleverd, zal de directie een ander fabrikaat voorschrijven. De eventuele financiële gevolgen zullen als meer- of minderwerk worden verrekend. 97. MATERIAALVOORSCHRIFTEN Alvorens tot bestelling van materialen over te gaan dient de aannemer de directie te vragen of er in verband met eventuele wijzigingen geen bezwaren hiertegen bestaan. Desgewenst dienen voor de bestelling maatschetsen, monsters of nadere gegevens ter goedkeuring aan de directie te worden aangeboden. Verstrekte monsters blijven zolang de directie dit nodig acht in haar bezit. De monsters zijn voor rekening van de aannemer en blijven zijn eigendom. 09.00.12
VERFWERK EN OPPERVLAKTEBEHANDELING 90. VERFWERK EN OPPERVLAKTEBEHANDELING Alle te verwerken materialen dienen op een daarvoor geschikte plaats te worden opgeslagen. 91. VERFWERK EN OPPERVLAKTEBEHANDELING Alle te verwerken materialen en apparaten dienen alvorens zij worden aangebracht van walshuid, bramen en roest te worden ontdaan, te worden gereinigd en deugdelijk te worden behandeld met een standaard verfbehandeling of worden verzinkt. De fabrikant dient de corrosiewerendheid van de verfbehandeling te waarborgen. Draadstangen moeren en bouten dienen te zijn vercadmiumd of verzinkt. 92. VERFWERK EN OPPERVLAKTEBEHANDELING Indien door vervoer of tijdens montage verfbeschadigingen zijn opgetreden dient deze onverwijld te worden hersteld en wel zodanig dat een even goede bescherming als voorheen wordt gegarandeerd. Beschadigde zinklagen dienen te worden hersteld met zink compound met een laagdikte van 40 micrometer. 93. VERFWERK EN OPPERVLAKTEBEHANDELING Alle stalen leidingen dienen uitwendig gestraald en gemenied met een laagdikte van 25 micrometer op het werk te worden aangevoerd. De lassen, fittingen en beschadigingen dienen direct na montage te worden gemenied met een minimum dikte van 20 micrometer. 94. VERFWERK EN OPPERVLAKTEBEHANDELING De door de aannemer te leveren apparaten dienen te zijn voorzien van een op de fabriek aangebrachte grondverflaag.
Bij warmwaterapparaten dienen de voorbehandeling,de verfbehandeling en aan de verf te stellen eisen voor de grondverflaag, ongeacht de herkomst van de apparaten geheel te voldoen aan het V.S.R. grondverf-voorschrift, volgens de G.T.A.B. keuringsnorm 16.54. De behandeling van de gegrondverfde radiatoren op de bouwplaats dient te geschieden volgens adviezen,opgesteld door de vereniging Fabrieken van Staalplaatradiatoren (V.S.R.). Tenzij deze TO anders aangeeft dienen de radiatoren te zijn voorzien van een op de fabriek aangebrachte standaard aflaklaag. 95. VERFWERK EN OPPERVLAKTEBEHANDELING Alle installatiedelen dienen tijdens uitvoering van het project afdoende te worden beschermd tegen mechanische beschadigingen, vocht en verontreinigingen, totdat de ruimten, waarin deze delen zijn opgeslagen, opgesteld of aangebracht, zodanig ver zijn afgebouwd dat geen beschadigingen, zoals genoemd, meer kunnen optreden.
Concept
09.00.13
LASWERK 1 90. ALGEMEEN De lasverbindingen dienen bij voorkeur te worden uitgevoerd volgens het elektrisch vlamboogprocede. Indien de aannemer echter de voorkeur geeft aan autogeen lassen, dienen de lassen
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
6 02.02.2024
kwalitatief gelijkwaardig te zijn aan booglasverbindingen. 91. ALGEMEEN Indien blijkt dat een onderzochte lasverbinding niet deugdelijk is, dienen de verbindingen voor en na deze lasverbinding te worden uitgezaagd en door de directie worden gecontroleerd. Blijkt een van deze verbindingen ook van onvoldoende kwaliteit te zijn, dan dient te worden nagegaan of meer ondeugdelijke lassen aanwezig zijn. 92. ALGEMEEN Indien sprake is van ondeugdelijk laswerk dient de oorzaak te worden achterhaald. Bij gebleken slechte kwaliteit van verwerkte materialen dienen deze van het werk te worden verwijderd en te worden vervangen. Indien slecht vakmanschap de oorzaak is dient zowel de lasser als het laswerk te worden vervangen. 93. RONTGENFOTO CONTROLE'S Het röntgentechnisch onderzoek van lassen of door de daartoe bevoegde instanties wordt geëist, dient op kosten van de aannemer te geschieden door de Röntgen Technische Dienst (RTD) te Rotterdam. 94. RONTGENFOTO CONTROLE'S Het aantal te onderzoeken lassen zal ongeveer een twintigste van het totaal in aanmerking komende aantal gemaakte lassen zijn. 95. RONTGENFOTO CONTROLE'S Het onderzoek zal op vooraf door de directie te bepalen tijdstippen dienen plaats te vinden. De goedkeuring is afhankelijk van het waarderingscijfer en de categorie. Waarderingscijfers 4 en 5 worden niet aanvaardbaar geacht. 96.
RONTGENFOTO CONTROLE'S Uitgevoerde lassen die naar het oordeel van de directie gebreken vertonen, dienen te worden uitgesneden en opnieuw worden uitgevoerd. 97. RONTGENFOTO CONTROLE'S Wanneer tweede lassen worden aangebracht als gevolg van een afgekeurde las, dienen deze lassen opnieuw te worden onderzocht. Deze lassen blijven voor het onderzoek als genoemd onder sub 02 buiten beschouwing 98. RONTGENFOTO CONTROLE'S Indien na het onderzoek blijkt dat de afgekeurde lassen door een lasser zijn uitgevoerd, zal zijn laswerk geheel aan een onderzoek worden onderworpen. Bij een onbevredigend resultaat van dit onderzoek zullen zowel de lasser als het laswerk dienen te worden vervangen. 99. RONTGENFOTO CONTROLE'S Alle kosten verbonden aan het onderzoek, keuring en herhaald laswerk zijn voor rekening van de aannemer.
Concept
09.00.14
LASWERK 2 90. LASSEN ONDER BEPAALDE CATEGORIE De aard van de lasverbindingen die vallen onder de bepalingen van het stoomwezen, dient in overleg met het Rijkstoezicht op het Stoomwezen in het desbetreffende district te worden vastgesteld. 91. LASSEN ONDER BEPAALDE CATEGORIE Voor lasverbindingen die bij het röntgenonderzoek een waarderingscijfer 3 krijgen, zal, afhankelijk van het installatiegedeelte waarin deze verbindingen zijn aangebracht, de RTD beoordelen of dit leidt tot afkeuring.
09.00.15
BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN 90. BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN Het is zonder toestemming van de directie niet toegestaan gaten, uithollingen, sleuven of inkepingen te (laten) maken in kolommen, balken, vloeren, wanden, kozijnen, trappen en andere bouwkundige constructies. 91. BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN Het boren van gaten in, het lassen en slijpen aan bouwkundige constructies behoort tot de
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
92.
93.
94.
95.
7 02.02.2024
werkzaamheden van de aannemer, maar is alleen na toestemming van de directie toegestaan. Tot het werk van de aannemer behoort het boren van gaten, tot een diameter van 25 mm, voor zover dit voor de uitvoering van zijn werkzaamheden noodzakelijk is. Bevestigen door middel van inschieten in de constructie slechts na overleg met de directie. Voor het maken van sparingen, sleuven enzovoorts dient zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van freesmachines. BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN Aan te brengen sparingen en overige bouwkundige voorzieningen dienen op bouwkundige tekeningen te worden aangegeven, opdat deze door de bouwkundig aannemer kunnen worden gerealiseerd. BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN Voor door derden te maken fundaties, opstortingen, dakopstanden, dakdoorvoeringen en dergelijke dient de aannemer tijdig de nodige hierop betrekking hebbende werktekeningen te verstrekken. De apparaten waarvoor deze voorzieningen dienen te worden uitgevoerd, mogen niet eerder op het werk worden aangevoerd dan nadat de voorzieningen zover gereed zijn, dat de opstelling van de apparatuur onmiddellijk kan plaatsvinden. BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN BRANDWERENDE DOORVOERINGEN Het brandwerende afdichten van alle doorvoeringen behoort tot de werkzaamheden van de aannemer.
De afdichtingen te voorzien van een sticker, aangevende de doelstelling en verwijzing naar leverancier en contactpersoon (telefoonnummer) bij wijziging/beschadiging. BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN, AKOESTISCHE DOORVOERINGEN In het zicht liggende doorvoeringen van luchtkanalen/leidingen/goten dienen te worden afgewerkt met hoekstalen frames/rozetten zodanig dat de doorvoeropeningen aan het oog worden onttrokken. Bij doorvoeringen van luchtkanalen/leidingen/goten door bouwkundige constructies dient de overblijvende ruimte tussen kanaal/leiding/goot en doorvoeropening te worden opgevuld met een geluiddempend materiaal. De geluiddempende werking van dit materiaal dient gelijk of beter te zijn dan de geluiddempende werking van de bouwkundige constructie. Het afdichten van alle doorvoeringen (in vloeren, beton-, metsel- en binnenwanden) behoort tot de werkzaamheden van de aannemer.
Concept
09.00.16
PLAATSBEPALING INSTALLATIES 90. PLAATSBEPALING INSTALLATIES De plaatsing en de aansluiting van installatiedelen dienen zodanig te zijn, dat deze goed bereikbaar zijn voor onderhoud en reparatie en tevens gemakkelijk verwisselbaar zijn. 91. PLAATSBEPALING INSTALLATIES De aannemer dient voor het indienen van werktekeningen en het aanbrengen ervoor te zorgen, dat de coördinatie en daaruit volgende ruimtelijke indeling met het werk van overige aannemers heeft plaatsgevonden. 92. PLAATSBEPALING INSTALLATIES Alle tekeningen, aanvragen en dergelijke, nodig voor de aansluiting op het net van het desbetreffende gas-water- en/of elektriciteitsbedrijf of op de riolering dienen door de aannemer te worden vervaardigd resp. behandeld. Eventuele hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de aannemer, dit geldt niet voor de aansluitkosten. 93. PLAATSBEPALING INSTALLATIES Tijdens de uitvoering van het werk, dient de aannemer de juiste loop en ligging van leidingen, kabels, putten, tanks, afsluiters en andere essentiële onderdelen in tekening te brengen, voordat deze aan het oog worden onttrokken. Van de in de grond liggende leidingen, kabels en dergelijke dienen tevens de diepten ten opzichte van een door de directie aan te geven peil of ander vast punt te worden vermeld.
De tekeningen zoals hierboven bedoeld, dienen ter keuring aan de directie te worden gezonden voordat de genoemde onderdelen worden afgedekt (zie tevens art. 09.00.20 t/m 09.00.23 Richtlijnen voor tekeningen en opleveringsbescheiden).
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
8 02.02.2024
09.00.17
CODERING 90. NAAM- EN CODERINGSPLAATJES De aannemer dient tijdig een lijst met naamplaatjes bij de directie ter goedkeuring in te dienen. 91. NAAM- EN CODERINGSPLAATJES Naamplaatjes dienen te worden aangebracht op die onderdelen die voor de werking en bediening van de installaties van belang zijn alsmede daar waar de directie dit nodig acht zoals luchtbehandelingskasten, ventilatoren, pompen, ketels, koelmachines, condensors, bevochtigers, afsluiters, luchtkleppen en regelkasten. Op deze naamplaten dient onder andere te worden vermeld het bouwjaar, de capaciteit, de functie, het fabrikaat, het type, het codenummer en andere essentiële gegevens. Alle apparaten die verbonden zijn aan een regelof en voedingskabel dienen tenminste te worden voorzien van een naamplaat waarop aangegeven de functie en het codenummer. De naamplaatjes uit te voeren in Resopal, zwarte letter op witte achtergrond en te bevestigen met parkers op een stalen strip, welke door middel van een aangelaste afstandhouder op of nabij het betreffende onderdeel dient te worden aangebracht, bij koperen leidingen dienen koperen strippen en afstandhouders te worden toegepast. Daar waar de mogelijk aanwezig is om de naamplaten op een vlakke ondergrond te bevestigen is dit toegestaan. De plaats van de naamplaten dient ter goedkeuring aan de directie te worden voorgelegd. 92.
NAAM- EN CODERINGSPLAATJES Coderingsplaatjes voor alle regelapparaten dienen te worden uitgevoerd in Resopal, zwart opschrift op witte achtergrond, formaat 35 x 10 mm met sjabloonschrift letters 5 mm hoog. De codering dient overeen te komen met de stroomkring- en instrumentatieschema's, waarbij onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters dient te worden gemaakt. 93. KLEURCODERING Na het gereedkomen van de installatie en het door derden uit te voeren verfwerk en/of isolatiewerk dient de aannemer gekleurde tapes en/of stickers aan te brengen op kanalen en leidingwerk, met nader op te geven kleurcoderingen.
09.00.18
INSPECTIE, INREGELEN EN BEPROEVEN 1 90. ALGEMEEN Elk onderdeel van de apparatuur, het systeem en/of installatie dient te worden onderworpen aan een grondige inspectie en/of beproeving om er zeker van te zijn dat het overeenkomt met het betreffende ontwerp, de fabrikantspecificaties, -tekeningen en dat materialen en vakmanschap voldoen aan aanvaardbare kwaliteitsnormen. Het inspecteren, in bedrijfstellen, instellen en beproeven dient te worden gecoördineerd door een daartoe bevoegde technicus in nauwe samenwerking met de directie. De technicus dient volledig vertrouwd te zijn met de te beproeven materialen, apparatuur en installatie. Zijn vakkundigheid is ter beoordeling van de directie. 91. ALGEMEEN De inbedrijfstellingstechnicus dient van de directie goedkeuring te verkrijgen voor de te volgen procedures alvorens te beginnen met inspectie, inregelen en beproeven. 92. ALGEMEEN De inbedrijfstellingstechnicus dient op zijn minst 10 werkdagen voor de aanvang van het inspecteren beproeven en inregelen een lijst van de te gebruiken beproevingsapparatuur te overleggen. Alle beproevingsapparatuur dient van goede kwaliteit, goed onderhouden gecalibreerd te zijn. 93. ALGEMEEN De aannemer is verantwoordelijk voor het beschikbaar zijn van testgereedschap, beproevingsapparatuur en faciliteiten en verbruiksartikelen zoals in dit hoofdstuk is genoemd. 94.
ALGEMEEN De geconstateerde defecten en/of afwijkingen ten opzichte van de specificaties of algemene eisen, dienen terstond te worden gemeld aan de directie. 95. ALGEMEEN
TO: KUBUS/3127050-W
Concept
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
96.
97.
98.
99.
09.00.19
9 02.02.2024
Van alle inspecties, inregel- en beproevingsactiviteiten dient een rapport te worden opgesteld welke binnen 10 dagen na beëindiging van de activiteiten ondertekend dient te worden, overhandigd aan de directie. In de rapporten dienen zowel de ontwerp als de gemeten waarden te worden vermeld, alsmede de karakteristieken met werkpunten worden opgenomen. Indien de directie dit vereist kunnen materialen en apparaten in de fabriek worden geïnspecteerd. ALGEMEEN De directie kan eisen dat de aannemer in de garantietermijn bij lage- en hoge buitentemperaturen de inregeling van de installaties nogmaals controleert. ALGEMEEN Beproeving mag pas worden uitgevoerd nadat alle inspecties zijn verricht en goedgekeurd. Om aan te tonen dat de installaties goed werken dient na alle beproevingen en inregelingen de installatie 5 x 24 uur continu zonder storingen in bedrijf te zijn. In deze periode dient in representatieve ruimten een schrijvende thermo/hygrometer te worden opgesteld voor het aantonen dat de temperatuur- en vochtigheidsregeling in orde is.
DRUKTESTEN VAN WATERVOERENDE LEIDINGEN Na het gereedkomen van de montage dienen de leidingen, alsmede alle in/op het leidingnet opgenomen appendages en aangesloten verwarmings- respectievelijk koellichamen onder toezicht van de directie gedurende 2 uur afgeperst te worden op een druk van 1 1/2 x de werkdruk, waarbij de perspomp dient te worden afgekoppeld en de druk niet mag teruglopen. De druk dient middels een schrijvende meter te worden geregistreerd. Gedurende de druktest dienen expansievaten te zijn afgekoppeld. Zowel voor, tijdens als aan het eind van de test dient de omgevingstemperatuur en watertemperatuur met enige regelmaat te worden gemeten. Dit om eventuele drukschommelingen door temperatuursverandering aan te tonen. Na de test dienen de leidingen te worden schoongespoeld, en worden gevuld tot de werkdruk. Pas na goedkeuring van de druktesten mag de isolatie worden aangebracht danwel de sleuf te worden gedicht. INREGELEN VAN DE WATERSTROMEN De waterstromen van verwarmingssystemen dienen te worden ingeregeld bij de bijbehorende aanvoer-temperatuur. De waterverdeling dient te worden ingesteld door drukverschil metingen over bekende weerstanden zoals regelventielen of gekalibreerde afsluiters. De waterhoeveelheden naar elke groep dient zowel te worden gemeten bij een 100% open regelklep als bij een gesloten regelklep.
De waterverdeling dient te worden ingesteld bij een 100% openstand van alle groepen en afnemers. De doorstroming van alle warmtepompen, koelmachines, ketels, warmtewisselaars, verwarmings- en koellichamen dienen te worden gemeten middels een drukverschilmeting en het drukverliesgrafiek van het betreffende apparaat. Van alle pompen dient het drukverschil over de pompwaaier te worden gemeten. Dit drukverschil dient te worden uitgezet in de pompkarakteristiek om zodoende de doorstroming te controleren. De gemeten doorstromingen van de pompen mag maximaal 5% afwijken ten opzichte van de ontwerpwaarde. Alle andere gemeten doorstromingen mogen maximaal 10% afwijken ten opzichte van de ontwerpwaarde. Indien geen filters zijn geprojecteerd dient tijdelijk bij elke zuigzijde van de pomp een gaasfilter te worden gemonteerd. Deze filters mogen worden verwijderd na diverse dagen pompbedrijf, wanneer er geen vuil meer in de leidingen kan worden verwacht. Indien de leidingen dienen te worden gevuld met een water glycolmengsel, dan dienen de waterstromen met dit mengsel te worden gemeten. De waterdoorstromingen door de radiatoren dient te worden gemeten aan de hand van de aanvoer- en retourtemperatuur.
Concept
INSPECTIE, INREGELEN EN BEPROEVEN 2 90. TEMPERATUUROPNEMERS De temperatuuropnemers in de regelinstallatie dienen alvorens deze worden gemonteerd, te worden getest en gecalibreerd. Hiervoor dient een testopstelling te worden gemaakt, waarbij de aflezing wordt vergeleken met een thermometer met een meetcertificaat. 91. DRUKTESTEN VAN LUCHTKANALEN
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
92.
93.
94.
95.
TO: KUBUS/3127050-W
10 02.02.2024
Door de kanalenfabrikaat dienen kanalenstelsels op dichtheid te worden beproefd. Hiertoe dienen alle eindpunten te worden afgesloten. Vervolgens dient met een zogenaamde "meetventilator" het kanalenstelsel onder een overdruk van minimaal 1000 Pa te worden gebracht. Alle hoorbare lekken dienen te worden gedicht. Vervolgens dient de druk in het kanalenstelsel op bedrijfsdruk te worden gebracht. De luchtverplaatsing mag dan niet meer dan 1% van de totale luchtverplaatsing van het ventilatiesysteem bedragen. HET INREGELEN VAN DE LUCHTSTROMEN In elk kanaaldeel dient de luchthoeveelheid te worden gemeten middels een pitotbuis en een schuine buismanometer. Na inregelen mag de maximale afwijking ten opzichte van de ontwerpwaarde in de aftakkingen 10% bedragen en in de hoofdkanalen 7% bedragen. Voor de metingen dienen gaten te worden geboord van minimaal 12 mm. Deze gaten dienen te worden afgedicht door plastic dopjes. Indien uitwendige isolatie is aangebracht dient het meetpunt eveneens te worden afgewerkt met aluminiumtape. De meetpunten dienen te worden gemerkt met een sticker waarop de meetwaarde, ontwerpwaarde en de code overeenkomstig aan het meetrapport staat vermeld. De definitieve stand van alle inregelkleppen dient te worden gemerkt en in het meetrapport worden vermeld.
De luchthoeveelheid van de roosters en dergelijke dient per rooster/aannamestaat te worden gemeten, ingeregeld en vastgelegd in een meetrapport en vermeld op revisietekening. De luchtverdeling bij inductie-units dient te worden ingesteld met behulp van de druk onder de nozzles. Van alle ventilatoren dient het drukverschil over de ventilator te worden gemeten. Dit drukverschil dient te worden uitgezet in de ventilator karakteristiek om zodoende de doorstroming te controleren. De afwijking van de gemeten luchthoeveelheid van ventilatoren mag maximaal 5% zijn ten opzichte van de ontwerpwaarde. Bij het meetrapport dient een isometrisch schema van de kanalen te worden bijgevoegd waarop alle relevante gegevens van elk meetpunt is aangegeven. LUCHTBEHANDELINGSKAST Alvorens de luchtbehandelingskast in bedrijf te stellen dient een tijdelijk voorfilter te zijn aangebracht om het grove bouwvuil te filteren. Dit mag in de vorm van een zgn. kaasdoek. Voor de luchtbehandelingskast dient de totale luchthoeveelheid en het aandeel buitenlucht en recirculatielucht te worden gemeten. Na het inregelen van de gehele installatie mag de afwijking van de gemeten waarden maximaal 5% afwijken van de ontwerpwaarde. Tevens dienen de statische drukken tussen alle componenten worden gemeten. Het toerental van de motor en de waaier dient eveneens te worden gemeten.
Er dient een geluidsmeting te worden uitgevoerd conform voorschriften leverancier. KOELMEDIUMLEIDINGEN De koelmediumleidingen dienen te worden afgeperst en op lekkage worden getest door in de leidingen een weinig koelmedium te injecteren en af te persen met de hoogst mogelijke druk die voor kan komen in het systeem. Met behulp van een lekdetector dient het gehele systeem te worden geïnspecteerd. Indien deze druktest goed is verlopen dan dient het systeem te worden gevacumeerd tot een absoluut vacuüm van 2 Torr. Dit vacuüm dient voor een periode van 24 uur te worden aangehouden en gedurende deze periode mag het vacuüm niet boven de 7 Torr stijgen. Indien deze vacuümtest goed is verlopen, dan dient het systeem gevuld te worden met de benodigde hoeveelheid koelmedium. Het type en de hoeveelheid koelmedium dient op het naamplaatje te staan. KOELMACHINE/WARMTEPOMPEN De koelmachine/warmtepomp dient door de leverancier in bedrijf te worden gesteld. De koelmachine/warmtepomp mag pas dan in bedrijf worden gesteld als de waterdoorstroming is goed bevonden. Na inregeling dienen alle gegevens door de leverancier in een rapport te worden opgesteld. In dit rapport dient tenminste de volgende gegevens te worden opgenomen. - Rendement COP - Koelvermogen - In- en uittredetemperatuur gekoeldwater - Verdampingstemperatuur
Concept
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
11 02.02.2024
- Condensatietemperatuur - Opgenomen vermogen van de compressoren - Gekoeldwater doorstroomhoeveelheid - De schakeldrukken van alle pressostaten - Geluidsmeting conform voorschriften leverancier Deze metingen dienen bij stappenregelingen bij elke deellast te worden uitgevoerd. Tevens dient de werking van de pressorstaten thermostaten en alle niet genoemde regelingen en beveiligingen worden getest. 96. REGELINSTALLATIE Voor de regeling dienen per regelkring de functies te worden uitgetest en ingeregeld. Het openen dichtsturen van de regelkleppen zowel in luchtsystemen als in watersystemen dient te worden gesimuleerd. Alle automatische overneemschakelingen dienen te worden getest en alle storingen dienen te worden gesimuleerd, alle verrichte testen en resultaten dienen in een rapportage te worden vastgelegd. Aan de hand van de rapporten zal de directie de regelinstallatie controleren. Na het inregelen van de installaties dient middels schrijvende temperatuurmeters en vochtigheidsmeters de stabiliteit van de regeling te worden aangetoond. De laatste meetstroken waaruit blijkt dat de regelkringen stabiel zijn en op de juiste instelwaarden regelen dienen in het meetboek te worden opgenomen. Alle instelpunten van de regelaars en andere apparatuur dienen in een rapport te worden vermeld. 09.00.20
RICHTLIJNEN VOOR TEKENINGEN 90. WERKTEKENINGEN De installaties dienen in het 3D-model te worden toegevoegd. Ten behoeve van het verstrekken van werktekeningen dient vanuit het 3D-model door de aannemer 2D plattegrond werktekeningen te worden gerealiseerd. Deze 2D werktekeningen dienen compleet met maatvoeringen, peilmaten etc. te worden verstrekt, zie ook art. 09.00.20 sub 93. Bij het verstrekken van de werktekeningen dient tevens het 3D-model te worden aangeleverd. 91. WERKTEKENINGEN 2D De symbolen vermeld in de normen NEN 3157, 2322, 3048, 5152 en 3347 dienen te worden gebruikt. Voor niet genormaliseerde symbolen dient van de op de schema's voorkomende symbolen en afkortingen een referentietekening te worden gemaakt. 92. WERKTEKENINGEN PRINCIPESCHEMA Een volledig luchttechnisch, verwarmingstechnisch en koeltechnisch principeschema dient te worden gemaakt waarop aangegeven alle apparaten, luchthoeveelheden, temperaturen, relatieve vochtigheden, regelcomponenten etc. Voor alle hoofdcomponenten zoals (indien van toepassing) luchtbehandelingskasten, ventilatoren, heaters, bevochtigers, pompen, koelmachines, expansievaten, vacuümontgassers etc. dient eveneens het fabrikaat, type, de karakteristieke technische gegevens en het gewicht op het schema te zijn vermeld. 93.
WERKTEKENINGEN 2D Tevens dienen volledig uitgewerkte kanalen- en leidingenplattegronden, met alle maatvoeringen, details en de benodigde doorsneden te worden getekend. Deze tekeningen dienen voldoende informatie te bevatten zodat de aannemer de definitieve montage- en werkplaatstekeningen kan maken. Werktekeningen (1:50) * kanalenstelsels dubbellijnig * kanalen voorzien van maatvoering, debiet en luchtsnelheid * roostercodering/flexibels inclusief luchthoeveelheid * leidingwerk inclusief appendages, met groepsvermelding en flow Details: * schaal 1:20 94. WERKTEKENINGEN
Concept
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
12 02.02.2024
Voor het ondersteunen en/of ophangen van de leidingen en kanalen dienen standaard detailtekeningen te worden gemaakt. 95. WERKTEKENINGEN De routing en maatvoering van de kanalen en leidingen dienen voor indiening bij directie in nauwe samenwerking met de andere uitvoerende disciplines te worden overlegd om botsingen van verschillende installaties uit te sluiten. 96. SPARINGSTEKENINGEN De aannemer dient hierop alle benodigde sparingen, doorvoerhulzen, in te storten leidingen en/of installatieonderdelen, ankerrails, opstortingen e.d. aan te geven. De sparingen e.d. dienen te worden gecodeerd met een door de directie nader te geven symbool. De sparingen dienen te worden voorzien van maten, gerekend vanuit de systeemlijnen of vanuit het peil van de bouw. 97. SPARINGSTEKENINGEN Indien voor het juist aangeven van sparingen en voorzieningen coördinatie met derden noodzakelijk is, dient de aannemer hiervoor zorg te dragen. 09.00.21
RICHTLIJNEN OPLEVERINGSBESCHEIDEN 1 90. BEDIENINGS- EN ONDERHOUDSBESCHEIDEN: ALGEMEEN De aannemer dient een compleet onderhouds- en bedieningsvoorschrift samen te stellen in ordners en indien deze TO niet anders voorschrijft, deze ter goedkeuring binnen twee weken na oplevering indienen. 91. BEDIENINGS- EN ONDERHOUDSBESCHEIDEN: ALGEMEEN De bedienings- en onderhoudsvoorschriften dienen tenminste de volgende onderdelen te bevatten: - inhoud - inleiding - ontwerpgegevens - omschrijving van de installaties - bedieningsvoorschriften - onderhoudsvoorschriften - materiaalspecificaties - fabrikanten/leveranciers gegevenslijst - reserve onderdelenlijst - tekeningenlijst - instelgegevens - meetrapporten - documentatie - certificaten - inspectie en beproevingsformulieren. 92. ONDERDEEL: INHOUD In de inhoud dient te worden vermeld uit hoeveel boekwerken het gehele onderhouds- en bedieningsvoorschrift bestaat. Per hoofdstuk dient te worden vermeld alle paragrafen en de bladzijdenummers 93. ONDERDEEL: INLEIDING In de inleiding dient te worden vermeld waar het onderhouds- en bedieningsvoorschrift betrekking op heeft, het projectnummer en de naam van de aannemer. 94. ONDERDEEL: ONTWERPGEGEVENS Alle ontwerpgegevens zoals binnen- en buitencondities etc. dienen voor zover niet gewijzigd uit dit TO worden overgenomen en door de aannemer gecontroleerd 95.
ONDERDEEL: OMSCHRIJVING VAN DE INSTALLATIES In deze omschrijving dient duidelijk tot uiting te komen hoe de installatie functioneert met de bijbehorende regelingen, signaleringen, beveiligingen etc. Per systeem dient een omschrijving te worden gemaakt. De omschrijvingen van deze TO kunnen voor zover niet gewijzigd als leidraad worden gebruikt. 96. ONDERDEEL: BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN
Concept
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
13 02.02.2024
Van alle systemen dient puntsgewijs te worden omschreven hoe de installatie in bedrijf dient te worden gesteld en hoe deze installatie buiten bedrijf dient te worden gesteld. Tevens dient te worden aangegeven welke maatregelen in acht dienen te worden genomen, alvorens de installaties in bedrijf worden gesteld,bijvoorbeeld het controleren van schakelaars, drukmeters, standen van afsluiters, enz. Indien bedieningsinstructies vanwege de fabrikant worden verstrekt die vermeld staan in zijn documentatie kan hiernaar worden verwezen. 97. ONDERDEEL: ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN Van elke installatie dient te worden omschreven welk onderhoud hieraan dient te worden verricht. Hiervoor dienen twee onderhoudsschema's te worden opgesteld voor periodiek onderhoud, namelijk een voor het technisch personeel en een voor de technische specialist. Indien onderhoud van installatieonderdelen omschreven staat in de documentatie van de fabrikant dan kan hiernaar worden verwezen. 98. ONDERDEEL: STORINGEN Van elke installatie dient te worden omschreven welke storingen worden gesignaleerd. Voor storingen die door het technisch personeel kan worden verholpen, dient te worden omschreven hoe deze dienen te worden verholpen. Indien storingen zijn omschreven in documentatie van fabrikanten dan kan hiernaar worden verwezen. 99.
ONDERDEEL: MATERIAALSPECIFICATIE Alle installatieonderdelen dienen in dit hoofdstuk technisch te worden gespecificeerd tot in de kleinste details, zoals fabrikaat, type, serienummer, opgenomen stromen en vermogen, opgesteld vermogen, capaciteiten, temperaturen, toerentallen, relatieve vochtigheden, geluidsgegevens, fabrikaten en typen van onderdelen, diameters van pulleys, enz. Als leidraad kan de materiaalspecificatie van deze TO worden aangehouden waarop de nodige aanvullingen dienen te worden aangegeven. Tevens dient bij elk apparaat indien aanwezig een tagnummer te worden opgegeven. Dit dient te worden vermeld in een aparte kolom naast de betreffende materiaalspecificatie. 09.00.22
Concept
RICHTLIJNEN OPLEVERINGSBESCHEIDEN 2 90. ONDERDEEL: FABRIKANTEN/LEVERANCIERS GEGEVENSLIJST In deze lijst dienen van alle fabrikanten en/of leveranciers de volgende gegevens te worden vermeld: - naam - geleverde materialen - adres postcode/plaats postbus - postcode/plaats land - telefoonnummer 91. ONDERDEEL: RESERVEONDERDELENLIJST In dit hoofdstuk dienen alle reserveonderdelen te worden opgenomen die noodzakelijk zijn voor storing vrij opereren. E.e.a. dient in overleg met de directie te worden samengesteld. 92. ONDERDEEL: TEKENINGENLIJST In de tekeningenlijst dienen alle tekeningen te worden opgenomen die behoren bij de betreffende installatie. De tekeningenlijst dient te bestaan uit het tekeningnummer, titel, revisie-code en revisiedatum. 93. ONDERDEEL: INSTELGEGEVENS Alle instelgegevens van alle apparaten dienen in dit hoofdstuk te worden vernoemd zoals temperaturen, relatieve vochtigheden, proportionele banden, integratie- en differentiatietijden, versterkingsfactoren, begrenzingswaarden, tijdinstellingen, tijdrelais, enz. De instelgegevenslijst dient te bestaan uit de omschrijving van het apparaat, tag-nummer en alle bijbehorende instelgegevens. 94. ONDERDEEL: MEETRAPPORTEN Alle testrapporten met meetgegevens dienen hierin te worden opgenomen. 95.
ONDERDEEL: DOCUMENTATIE Van alle apparatuur zoals in de materiaalspecificatie is omschreven, dient documentatie en indien van toepassing onderhouds- en bedieningsvoorschriften van de fabrikant te worden opgenomen. Deze documentatie dient te worden voorafgegaan door een index.
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
14 02.02.2024
96. ONDERDEEL: CERTIFICATEN Alle certificaten dienen te worden opgenomen. Deze certificaten dienen te worden voorafgegaan door een index. 97. ONDERDEEL: RICHTLIJNEN- EN BEPROEVINGSFORMULIEREN Alle inspectie- en beproevingsformulieren dienen te worden opgenomen voorafgegaan door een index. 09.00.23
RICHTLIJNEN REVISIETEKENINGEN 90. RICHTLIJNEN REVISIETEKENINGEN Gedurende de montage dient de aannemer periodiek alle gegevens te verzamelen die voor het samenstellen van de revisietekeningen nodig zijn. De revisietekeningen dienen overeen te stemmen met de situatie op het tijdstip van het indienen van de tekeningen. Alle wijzigingen welke tijdens de uitvoering plaatsvinden dienen zowel op plattegrond (2D) als in het 3D-model te worden verwerkt alvorens de revisie wordt verstrekt. 91. RICHTLIJNEN REVISIETEKENINGEN Tot de revisietekeningen behoren: - Alle installatietekeningen 2D die behoren bij het uitgewerkte ontwerp - Alle tekeningen van de fabrikanten en/of leveranciers - Alle tekeningen die naast de hierboven genoemde tekeningen zijn gemaakt voor het goed monteren, coördineren en fabriceren van de installaties - 3D-model 92. RICHTLIJNEN REVISIETEKENINGEN De revisietekeningen dienen uitvoerig en overzichtelijk te zijn. Dit kan betekenen dat bepaalde installatiedelen, zoals knooppunten in de leidingaanleg, montage, stijgschachten, bedieningspanelen e.d. dienen te worden gedetailleerd. 93. REVISIETEKENINGEN Op de revisietekeningen en in het model dient o.a.
aangegeven te worden: - leiding/kanalenloop met afmetingen en peilmaten - ophang en ondersteuningsconstructies - opstellingsdetails en specificatie van apparatuur - isolatie gegevens - coderingen - flows/capaciteiten en luchthoeveelheden
Concept
09.01
APPARATUUR
09.01.10
ALGEMEEN 90. ALGEMEEN Alle installatie-onderdelen, zoals radiatoren, convectoren, koelers, luchtverwarmers, maar ook tegenstroomapparaten, pompen, boilers, ketels, koelmachines en dergelijke dienen te zijn afgeperst op een druk van tenminste 1,5 maal de hoogst voorkomende druk. 91. ALGEMEEN Vervormde en beschadigde installatieonderdelen dienen op eerste aanwijzing te worden vervangen. De installatie- onderdelen dienen nieuw van een beproefd ontwerp, fabrikaat en vrij van gebreken te zijn zodat beschikbaarheid, betrouwbaarheid en levensduur optimaal verzekerd is. De installatieonderdelen dienen geschikt te zijn voor een bedrijf onder de klimatologische en lokale condities. De verfbehandelingen dienen zoals in art. 09.00.12 is omschreven te worden uitgevoerd.
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
09.01.20
15 02.02.2024
KOELINSTALLATIE 1 90. ALGEMEEN Koelmachines en bijbehorende componenten zoals compressor, condensor, verdamper, schakel-, regel- en beveiligingsapparatuur dienen met het oog op onderhoud en service zoveel mogelijk van 1 leverancier te worden betrokken. 91. ALGEMEEN Samengebouwde aggregaten dienen te worden voorzien van een controlepaneel waarin alle besturings-, beveiligings- en signaleringsfuncties zijn opgenomen. Bij grote compressorvermogens mag de voedingskabel via een afzonderlijke beveiliging direct worden aangesloten. 92. ALGEMEEN Samengebouwde koelaggregaten dienen zodanig te zijn omkleed en verend te zijn opgesteld dat luchtgeluid en trillingsoverdracht naar andere ruimten tot de toelaatbaar gestelde grenzen worden beperkt. 93. ALGEMEEN Verbindingen aan verend opgestelde of trillende apparatuur dienen van trillingopnemers te worden voorzien. 94. ALGEMEEN Verbindingen aan condensors of verdampers (waterkoelers) dienen zodanig te worden aangebracht dat voor het trekken van de pijpenbundels zo weinig mogelijk installatiedelen behoeven te worden gedemonteerd. 95. ALGEMEEN Indien een koelmachine om bijzondere redenen uit diverse componenten dient te worden samengebouwd, dienen voor de bestelling van deze onderdelen uitvoeringstekeningen ter goedkeuring aan de directie te worden gezonden.
Op deze tekeningen dienen alle belangrijk gegevens te worden vermeld, zoals gas- en vloeistofverplaatsing, slagvolume, vereist koelmedium, condensorcapaciteit met bijbehorend kwantum lucht of water, enz. 96. ALGEMEEN Watergekoelde condensoren en verdampers voor waterkoeling dienen te worden uitgelegd met een maximale vervuilingsfactor van 0,88 x 10-4 m² K/W. Het lamellenblok van een luchtgekoelde condensor dient te zijn uitgevoerd met een minimale lamel afstand van 3 mm en een minimale lameldikte van 0,12 mm. Nadat de koelmachine door de aannemer is geïnstalleerd dient de leverancier in samenwerking met de aannemer de koelmachine in bedrijf te stellen en in te regelen. Hiervan dient de leverancier een rapport te maken en ter goedkeuring aan de directie te overleggen. 97.
ALGEMEEN STEK-EISEN - Het gebruik van chloorhoudende koelmiddelen is verboden - De te verrichten werkzaamheden aan koeltechnische installaties, zowel nieuwbouw als onderhoud, mogen alleen worden verricht door gediplomeerd personeel, die tevens in het bezit zijn van een STEK-registratienummer - Elke koelmachine dient te voldoen aan de in de STEK-eisen voorgeschreven onderdelen - Tevens dient een logboek te worden aangelegd met de volgende inhoud: * INFORMATIE - Inleiding wetgeving op gebruik van CFK-koudemiddelen * INSTALLATIEGEGEVENS - Vaste gegevens over en van de koelinstallatie - Gegevens koelinstallatie - Principeschema('s) koeltechnische installatie - "Instructiekaart" of "Bedieningsinstructies" - Kenplaat installatie (kopie) * CERTIFICATEN EN INBEDRIJFSTELLINGSRAPPORTEN - Drukbeproevingscertificaat - Lekdichtheidcontroleercertificaat - Installatiecontroleercertificicaat
Concept
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
16 02.02.2024
- Vacumeer- en vulcertificaat - Inbedrijfstellingsrapport * AFBRAAK RAPPORTEN - Afvoerbewijs voor afvoer van koudemiddelen - Afvoerbewijs voor afvoer van koel- en en -apparatuur - Registratie afbraak en afvoer installatie en koudemiddelen - Registratie van de afbraak van de koelinstallatie (CFK-handeling) * ONDERHOUDSBEZOEKEN - Registratie van het onderhoud - Registratie van beheer * INFORMATIE ONDERHOUD - Onderhoudscontract(en) - Servicerapport(en) - Inspectierapport(en) * BIJLAGEN - Bij kleiner dan 30 kg: Geplastificeerde instructiekaart - Bij groter dan 30 kg of meer dan 2 verdampers: Principeschema koeltechnische installatie De bovengenoemde maatregelen gelden voor alle koelinstallaties, met dien verstande, dat voor een installatie met een koelmiddelinhoud van 3 kg of minder geen logboek benodigd is. Men is voor deze installatie wel registratie verplicht.
Concept
09.01.22
WARMTEWISSELAARS 90. WARMTEWISSELAARS Bij toepassing van warmtewisselaars dient rekening te worden gehouden met een zo gunstig mogelijke uitwisseling van temperaturen bij geringe drukverliezen. 91. WARMTEWISSELAARS Warmtewisselaars voor luchttechnische installaties dienen zodanig te zijn geconstrueerd, dat de afgevoerde lucht met hinderlijke geuren niet opnieuw kan worden toegevoerd. 92. WARMTEWISSELAARS Warmtewisselaars met een vloeistof als tussenmedium dienen tegen vorst te worden beschermd. 93. WARMTEWISSELAARS Zonnewarmtecollectoren dienen tegen bevriezing en te hoge drukken te worden beveiligd. 94. WARMTEWISSELAARS De toe te passen antivriesmiddelen dienen op de toe te passen materialen te worden afgestemd.
09.01.24
DRUKVATEN EN EXPANSIERESERVOIRS 91. DRUKVATEN Drukvaten dienen van het keuringsmerk van de Dienst van het Stoomwezen te zijn voorzien. Voor drukvaten met een inhoud van 2000 liter of meer, dienen certificaten te worden overlegd, waarop de aangegeven persdruk overeenkomt met de in deze TO geëiste druk. Tevens dienen hierop de inhoud, het gewicht en de samenstelling te zijn aangegeven. 92. DRUKVATEN Drukvaten dienen aan het Drukhouderbesluit te voldoen. 93. DRUKVATEN Drukvaten en reservoirs dienen te worden geleverd in cilindrische uitvoering, worden vervaardigd uit staalplaat en van een corrosiebeschermlaag zijn voorzien. 94. DRUKVATEN De onderzijde van elk drukvat dient door middel van ondersteuningen ten minste 300 mm
TO: KUBUS/3127050-W
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Werktuigbouwkundige installaEes
17 02.02.2024
boven de vloer te worden opgesteld. De aansluiting van de drukveiligheid dient zo te zijn, dat bij afblazen geen lucht of stikstof verloren gaat. De aftapvoorziening dient in het midden van de bodem te worden aangebracht, terwijl de afsluiter op de afvoerleiding gemakkelijk hanteerbaar dient te zijn. 95. DRUKVATEN Peilglazen dienen duidelijk afleesbaar te zijn en door u-vormige hulzen worden beschermd. Bij meer peilglazen op een drukvat dienen deze elkaar tenminste 100 mm te overlappen. 96. EXPANSIERESERVOIRS Expansiereservoirs dienen zodanig te worden aangesloten dat geen warmwater in het vat kan komen. Voorts dienen de inbouwvoorschriften van de fabrikant te worden opgevolgd. 09.01.25