3. Notitie Onderbouwing voorgenomen besluit opheffing OBS Zilvermeeuw In Lisserbroek per 1 augustus 2022.pdf
Tekst van het document
Onderbouwing voorgenomen besluit opheffing OBS Zilvermeeuw In Lisserbroek per 1 augustus 2022 1.
Huidige situatie Zilvermeeuw
Onderwijs De Zilvermeeuw is een kleinschalige, openbare basisschool in Lisserbroek. De Zilvermeeuw kent deels een wijkfunctie en deels een functie voor HB‐leerlingen in de Haarlemmermeer. De school heeft 3 reguliere groepen en twee groepen voor hoogbegaafde kinderen. Het uitgangspunt van de Zilvermeeuw is dat leerlingen zichzelf kunnen zijn, de leerkrachten plezier in hun vak hebben en ouders betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun kind. Het belangrijkste dat de school de leerlingen meegeeft is plezier in leren. Dat zorgt ervoor dat zij nieuwsgierig blijven, zich blijven ontwikkelen en er nog lol in hebben ook. De school ziet dat succeservaringen hierbij heel belangrijk zijn. De school zorgt ervoor dat elke leerling succeservaringen kan opdoen, waardoor hij trots kan zijn op wat hij bereikt. Door die succeservaringen en het plezier in het leren, volgen er meer succeservaringen enzovoorts. Zo leren de leerlingen leren, ofwel zich ontwikkelen met een positief zelfbeeld. Daarbij heeft de school voor elke leerling aandacht en weet de school wat die leerling kan, wil en waarin ze nog kan ontwikkelen. De Zilvermeeuw heeft op dit moment 70 leerlingen, waarvan 25 woonachtig in Lisserbroek en 45 daarbuiten.
Dat laatste wordt vooral veroorzaakt door de profilering van HB onderwijs, waardoor ook veel leerlingen elders uit de Haarlemmermeer en vanuit omliggende gemeente hun kinderen in Lisserbroek op school doen. Team Het team van de Zilvermeeuw bestaat momenteel uit 11 personeelsleden en staat onder leiding van een directeur. Leerlingaantallen In onderstaande tabel staat de leerlingenprognose van de Zilvermeeuw. In deze prognose zijn de meest recente bevolkingsgegevens en de op het moment van opstellen bekende woningbouwplannen verwerkt. Voor de instandhouding van scholen, de berekening van de ruimtebehoefte en de bekostiging in het schooljaar T is het aantal leerlingen op 1 oktober van T‐1 bepalend. Onder het kolommetje 2020 staat het aantal leerlingen van 1 oktober van het jaar daarvoor. Opgemerkt moet worden dat deze prognoses niet overeenkomen met de werkelijke aantallen leerlingen vanaf 1 oktober 2021. Het werkelijk aantal leerlingen van 1 oktober 2021 ligt maar liefst 36 leerlingen lager dan waar in deze prognose vanuit is gegaan. Deze beperktere omvang zal ook een drukkend effect hebben op het aantal geprognosticeerde leerlingen voor de komende schooljaren.
De Reiger (JL) Zilvermeeuw (Sop
2020 177 106 283
2021 180 101 281
2022 181 96 277
2023 185 95 280
2024 192 95 287
2025 216 97 313
2026 237 101 338
2031 311 114 425
2036 680 179 859
2041 768 195 963
De Zilvermeeuw kende in 2018 een leerlingenaantal van 118 en daalt al enkele jaren en in het laatste jaar bijzonder snel. Dat heeft vooral te maken met het feit dat een aantal leerlingen een andere onderwijsbehoefte heeft dan de school kan bieden. Een aantal kinderen zijn om die reden toegeleid naar een andere school of schooltype.
1
Als gekeken wordt naar de huidige in‐ en uitschrijvingen, aangeleverd door de directie dan is de verwachting op dit moment dat de school in het schooljaar 2022‐2023 zal starten met rond de 60 leerlingen. De Reiger In Lisserbroek staat naast de Zilvermeeuw nog een andere school te weten de Reiger van de stichting JongLeren. Een katholieke basisschool met ongeveer 170 leerlingen, die vooral uit Lisserbroek afkomstig zijn. Huisvesting: Capaciteit gebouwen en ruimtebehoefte Het gebouw van Zilvermeeuw heeft momenteel een capaciteit van 793 m² bruto‐vloeroppervlakte Bron: Demo meting NEN 2580, 2015). In onderstaande tabel is berekend wat de normatieve ruimtebehoefte (bruto vloeroppervlak) van de school is op grond van het geprognosticeerde leerlingenaantal1. Tabel: ruimtebehoefte Ruimtebehoefte per jaar op basis van de bovenstaande leerlingenprognose: Jaar Ruimtebehoefte in m2 bvo
2020 733
2021 733
2022 723
2023 713
2024 718
2025 733
2030 849
2040 1171
Als we de ruimtebehoefte van de school op basis van de leerlingenprognose afzetten tegen de huidige capaciteit van 793 m2, dan zien we bij de Zilvermeeuw op basis van de prognose tot voorbij 2025 een structurele leegstand van gemiddeld circa 70 m2. De prognose ligt echter boven het niveau van het werkelijk aantal leerlingen van de school op dit moment. Op basis van een verwacht leerlingenaantal in 2022/2023 van 60 bedraagt de leegstand zelfs 291 m2. Kosten leegstand Een teruglopend leerlingenaantal heeft niet alleen gevolgen voor de formatie, maar ook voor de ruimtebehoefte. Die wordt kleiner en daarmee ontstaat leegstand in het schoolgebouw. Natuurlijk kunnen leegstaande lokalen in de praktijk wel gebruikt worden door de school, maar feit is dat er geen vergoeding staat tegenover de kosten van een leegstaand lokaal (onderhoud, schoonmaken, verzekering, belasting enz.) Dergelijke kosten (waar dus geen vergoeding tegenover staat) kunnen gecompenseerd worden door de leegstaande lokalen in medegebruik te geven of te verhuren. De gemeente heeft met de schoolbesturen afgesproken dat leegstand zoveel mogelijk vermeden wordt. Zolang er geen sprake is van medegebruik of verhuur van leegstaande lokalen heeft leegstand een negatieve invloed op de exploitatie.
2.
Beleid SOPOH
SOPOH werkt aan de hand van een koersplan waarin wordt gewerkt aan de verdere verbetering en versteviging van het onderwijs. Eén van die pijlers is de ontwikkeling naar robuuste, duurzame scholen. Robuuste, duurzame scholen zijn scholen van minimaal 200 leerlingen die tegen een tegen een stootje kunnen, goede kwaliteit kunnen leveren, ook als er iemand uitvalt, en groeimogelijkheden bieden. In de overwegingen voor de toekomst van de Zilvermeeuw spelen de criteria voor robuuste scholen een belangrijke rol. De Zilvermeeuw voldoet in de visie van het bestuur niet meer aan de kenmerken 1
Volgens de formule: aantal leerlingen x 5,03 + vaste voet van 200 m2 (norm gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs)
2
van een robuuste school. In dit hoofdstuk is op een rij gezet wat die criteria zijn en welke kaders het bestuur hanteert bij het beoordelen van het toekomstperspectief van een school. Robuuste scholen In het koersplan van SOPOH schetst het bestuur drie samenhangende pijlers de manier waarop het wil werken aan verdere verbetering en versteviging van het onderwijs. Eén van die pijlers is de ontwikkeling naar robuuste, duurzame scholen/IKC’s. Deze pijler komt mede voort uit de afspraken die schoolbesturen en gemeente Haarlemmermeer gemaakt hebben om zich “te richten op het behoud van kleine scholen in kleine kernen en het vormen van sterke duurzame scholen in grote kernen”. Sterk betekent dan tegen een stootje kunnen, goede kwaliteit kunnen leveren ook als er iemand uitvalt en groeimogelijkheden bieden. Duurzaamheid betekent verantwoord omgaan met grondstoffen en energie, vermindering van leegstand en opgewassen zijn tegen verandering van het klimaat.2 In december 2018 heeft het bestuur deze pijler uitgewerkt in een beleidskader voor de instandhouding van de SOPOH‐scholen.
Dit kader is besproken in de GMR en door de Raad van Toezicht van SOPOH vastgelegd als toezichtkader voor het toetsen van voorgenomen besluiten aangaande fusie en opheffing.3 Het bestaat uit de volgende criteria: Robuuste, toekomstbestendige scholen zijn scholen van minimaal 200 leerlingen, volgens het principe comply or explain (pas toe of leg uit); Juridisch kader is de opheffingsnorm van de gemeente (134) en voor SOPOH: als de gemiddelde schoolomvang onder de 224 komt. Scholen van SOPOH bieden een goede kwaliteit als het gaat om leren en ontwikkelen van kinderen; Op SOPOH‐scholen is het aantrekkelijk om te werken; SOPOH biedt bereikbaar en toegankelijk openbaar onderwijs: ‐ Kleine kernen ‐> kleine scholen, grote kernen ‐> grote scholen ‐ In wijken op redelijke afstand openbaar onderwijs ‐ Bestendigen marktverhoudingen tussen besturen Financiële rentabiliteit van scholen (de school moet een gezonde exploitatie hebben); T.a.v. basiskwaliteit: Een belangrijk criterium uit het toezichtkader is uiteraard het bieden van een goede onderwijskwaliteit. De basiskwaliteit zoals beschreven in het waarderingskader van de onderwijsinspectie is de absolute ondergrens die SOPOH hanteert voor de scholen. Maar het ambitieniveau van SOPOH overstijgt die ondergrens.
SOPOH plaatst kwaliteitszorg in het perspectief van kwaliteitsontwikkeling, verbetering en groeien (zie pijler in koersplan “Groeien in Kwaliteit”) en stimuleert vanuit die visie de scholen om te werken met eigen ambitieuze kwaliteitsnormen. SOPOH ziet professionele ontwikkeling en groei van leerkrachten als de sleutel voor de verbetering van de onderwijskwaliteit. In relatie tot robuuste scholen ziet het bestuur robuuste scholen als scholen met aantrekkingskracht voor leerkrachten, scholen die leerkrachten een prettige werkomgeving bieden en ruimte om zich te ontwikkelen. In het handboek kwaliteit van SOPOH zijn de visie op kwaliteitsontwikkeling en de manier waarop men binnen SOPOH zicht houdt op ‐ en het gesprek voert over kwaliteit omschreven.
2 3
Koersplan SOPOH 2018‐2020 Besluit RvT d.d. 17 december 2018
3
Uitgangspunten onderwijshuisvesting De afspraken die SOPOH samen met andere schoolbesturen met de gemeente heeft gemaakt over de onderwijshuisvesting vormen een belangrijk kader voor de vaststelling van het criterium “robuustheid”. Ze spelen bovendien een rol bij het bepalen van de haalbaarheid van toekomstscenario’s. Daarom vatten we hier die afspraken kort samen. In Haarlemmermeer hebben de gemeente en de schoolbesturen besloten de huisvestings‐ verantwoordelijkheid samen op te pakken en dus ook gezamenlijke strategische huisvestingsafspraken te maken. In het “Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen” zijn alle afspraken/ interventies voor de komende jaren opgenomen.
Een aantal relevante uitgangspunten die aan die afspraken ten grondslag liggen: een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen door deze te laten aansluiten op de vraag naar onderwijs, in voldoende omvang en van voldoende diversiteit; anticiperen op krimp van de leerlingenaantallen, waarbij geldt: kleine scholen in kleine dorpen, grote scholen in grote dorpen; efficiënt gebruik maken van beschikbare ruimte waarbij leegstand zoveel mogelijk vermeden wordt; het zo multifunctioneel mogelijk inzetten van onderwijshuisvesting ten behoeve van activiteiten op het gebied van opvang, zorg, ondersteuning, welzijn, sport en cultuur; functionele en kwalitatief goede schoolgebouwen, passend binnen het beschikbare budget. Opheffingsnorm Zoals aangegeven hanteert SOPOH de norm van 200 leerlingen als robuuste scholennorm. De gemeentelijke opheffingsnorm is een harde wettelijke norm. De opheffingsnorm van de gemeente Haarlemmermeer is 134. Als een openbare school drie schooljaren achter elkaar een leerlingaantal onder de opheffingsnorm heeft, dan wordt de school volgens de Wet Primair Onderwijs per 1 augustus (van het daaropvolgende schooljaar) opgeheven4.
Als het bestuur het volledige aanbod van onderwijs op de locatie toch wil handhaven, dan kan het bestuur gebruik maken van twee uitzonderingssituaties: (1) gebruik maken van de gemiddelde schoolgroottesystematiek5 (jaarlijks aan te vragen voor 1 februari) of (2) in stand houden van de locatie als nevenvestiging van een fusieschool. Aangezien het aantal leerlingen van de Zilvermeeuw zich reeds meer dan drie jaar onder de opheffingsnorm bevindt is ten aanzien van deze school tot op heden gebruik gemaakt van de systematiek van de gemiddelde schoolgrootte om opheffing te voorkomen. 3.
Overwegingen inzake de toekomst van de Zilvermeeuw
In 2020‐2021 is met de komst van een nieuwe directeur een verkenning gestart naar mogelijke perspectieven voor de Zilvermeeuw. Aanleiding voor deze verkenning was met name gelegen in de ook toen al ingezette daling van het leerlingenaantal van de school. Deze verkenning heeft geleid tot een viertal scenario’s. Op basis van deze scenario’s die zijn gemaakt in het schooljaar 2020‐2021 zou na de zomer het gesprek worden gestart over de verschillende scenario’s met MR en team om in het voorjaar van 2022 een definitieve richting te bepalen. Na de zomer 2021 is echter een nieuwe situatie ontstaan. Het leerlingenaantal is sterker gedaald dan gedacht van 101 voor de zomer naar 70 na de zomer met een te verwachten uitstroom aan het eind
4 5
Artikel 153‐1 Wet Primair Onderwijs: einde bekostiging bijzonder onderwijs en opheffen openbare school Artikel 157 Wet Primair Onderwijs: het gemiddeld aantal leerlingen van het schoolbestuur moet hoger zijn dan 290 of 10/6e maal de gewogen gemiddelde opheffingsnorm.
4
van dit school jaar van 13 leerlingen, terwijl de aanwas in de kleutergroepen te beperkt is om dit op te vangen. Groep
Totaal aantal ll
Waarvan aantal ll HB
Woonachtig in Lisserbroek
Woonachtig in Haarlemmermeer
Woonachtig in Duin& Bollenstreek
Woonachtig elders, nl.
1
1
0
1
0
0
2
7
0
3
1
3
3
7
0
5
2
0
4
10
0
3
3
3
1 Amstelveen
5
11
7
3
4
3
1 Bennebroek
6
11
7
4
3
3
1 Bennebroek
7
15
6
5
3
6
1 Roelofarendsveen
8
12
5
3
2
6
1 Roelofarendsveen
Totaal
74
25
27
18
24
5
Deze ontwikkeling heeft het bestuur doen besluiten om serieus na te denken over het zelfstandig voortbestaan van de Zilvermeeuw. De conclusie van het bestuur is dat de school kwalitatief te kwetsbaar is om duurzaam zelfstandig te kunnen blijven voortbestaan. Dit is gelegen in een combinatie van factoren: Leerlingenaantal Robuuste scholen zijn scholen die tegen een stootje kunnen, goede kwaliteit bieden en ontwikkelruimte bieden aan medewerkers. Met een snel dalend leerlingenaantal en een prognose voor eerste schooldag van het schooljaar 2022/2023 van 60 leerlingen bevindt De Zilvermeeuw zich niet alleen ruim onder de wenselijke robuuste schoolomvang van 200, maar inmiddels ook ruim onder de gemeentelijke opheffingsnorm van 134. Er is geen reëel perspectief op groei van de school indien gekeken wordt naar de omvang van de onderbouw in relatie tot omvang van de bovenbouw, naar de beperkte instroom in de afgelopen jaren en naar de prognose voor de komende jaren. Weliswaar is de verwachting dat het leerlingaantal op langere termijn zou kunnen gaan groeien ivm de verwachte nieuwbouw in de nabijheid van de school, maar navraag bij de gemeente leert dat niet eerder dan over zes jaar begonnen wordt met nieuwbouw en dan met kleine groepjes woningen. In de prognoses van de gemeenten zien we dat de Zilvermeeuw daar ook maar beperkt van profiteert.
De demografische ontwikkelingen in Lisserboek bieden dus onvoldoende perspectief voor de school. Het te verwachten aantal leerlingen in de kern neemt de komende 10 jaar maar beperkt toe. Volgens de gemeente blijft de komende vijf jaar het leerlingaantal stabiel, pas vanaf 2030 zou er groei kunnen plaatsvinden. Daarmee is er geen reëel perspectief dat de Zilvermeeuw binnen afzienbare tijd in de buurt of boven 5
de norm van 200 leerlingen komt die het bestuur hanteert. Tevens heeft de Zilvermeeuw al meer dan drie jaren een leerlingaantal ruim onder de opheffingsnorm van de gemeente Haarlemmermeer. Kwaliteit De daling van het aantal leerlingen zet de kwaliteit van de school inmiddels ook onder druk. Er moeten combinatiegroepen worden geformeerd waarin tot en met drie leerjaren in één groep worden geplaatst. Dit vraagt veel van de professionaliteit en flexibiliteit van de leerkracht waarvan sowieso al wordt verwacht dat hij of zij binnen de leerjaren een gedifferentieerd aanbod verzorgt. De kwaliteit van het onderwijs is ook kwetsbaarder aangezien er op kleine scholen minder mogelijkheden zijn om taken te verdelen onder het personeel, er minder professionaliserings‐ mogelijkheden zijn, er minder specialisatiemogelijkheden zijn en de werkdruk hoger ligt. Het vormen van homogene (jaar)groepen of heterogene (combinatie)groepen is een keuze van de school zelf. Met het huidige en verwachte leerlingaantal is er geen sprake van een keuze en is het werken met combinatiegroepen van leerlingen uit 2 of 3 leerjaren noodzakelijk. Op de Zilvermeeuw wordt nu gewerkt met combinatiegroepen van 2 en 3 leerjaren.
Het leren in combinatieklassen heeft voor‐ en nadelen, maar vraagt hoe dan ook meer organisatorische inspanning van de leerkracht en doet een bovengemiddeld beroep op de didactische vaardigheden van leerkrachten. Het gaat dan vooral om de complexere vaardigheden, zoals de afstemming van de instructie en het geven van feedback. Leraren van combinatiegroepen moeten in dezelfde hoeveelheid onderwijstijd hun onderwijs afstemmen op grotere verschillen tussen leerlingen dan leraren in een homogene groep 6. Een voordeel van het leren in combinatiegroepen is dat leerlingen zich sociaal goed kunnen ontwikkelen, omdat ze met kinderen van alle leeftijden omgaan. Dit voordeel kan echter teniet worden gedaan op het moment dat het leerlingenaantal zeer gering is. Een aspect van de terugloop van de leerlingen is namelijk ook dat leerlingen steeds minder sociale aansluiting hebben met leeftijdsgenoten op hun school. Het bestuur ziet een verdere terugloop van het leerlingenaantal in dit kader ook als een risico voor de sociale ontwikkeling van kinderen. Dit effect doet zich op dit moment al voor in met name de jongste groepen van de school gelet op de geringe omvang van het aantal leerlingen in die groepen.
De feitelijke resultaten staan dan ook onder druk: het behaalde referentieniveau 1F en 1S/2F ligt boven het minimale referentieniveau berekend over de afgelopen drie jaar, maar niet op of boven het gemiddelde referentieniveau wat de norm is die SOPOH stelt. Ook scoort de Zilvermeeuw op drie van de zes aspecten van eindtoets 2021 onder het minimale referentieniveau. Het bestuur realiseert zich dat de Zilvermeeuw moeilijke jaren achter de rug heeft, mede door Corona, maar ziet ook dat er stevige investeringen noodzakelijk zijn om de kwaliteit op het gewenste niveau te krijgen. Personele aspecten en schoolorganisatie Een smalle personele bezetting betekent dat minder personeelsleden dezelfde praktische werkzaamheden moeten uitvoeren (werkdruk). Specialisaties, zoals ICT‐, taal‐ of rekencoördinator, kunnen op de Zilvermeeuw vanwege de geringe formatie over minder hoofden worden verdeeld. In de praktijk zijn er nauwelijks tot geen uren over voor de ontwikkeling van deze specialistische taken. Er zijn in een klein team beperkte mogelijkheden voor het uitwisselen van kennis en ervaring met en het leren van collega’s. De ruimte voor innovatie en experimenteren is gering, niet alleen vanwege de beperkte financiële mogelijkheden, maar ook door het gebrek aan menskracht en uren. Zoals 6
Inspectie van het onderwijs: De staat van het onderwijs 2018
6
blijkt uit het rapport van de Onderwijsraad van februari 2013 “Grenzen aan kleine scholen” brengen kleine scholen risico’s met zich mee voor de onderwijskwaliteit. Voorbeelden van die kwetsbaarheid zijn dat er op kleine scholen minder mogelijkheden zijn om taken te verdelen onder het personeel, er minder professionaliseringsmogelijkheden zijn, er minder specialisatie is, het effect van een zwakke leerkracht groter is en de werkdruk hoger ligt. Lerarentekort Het ziekteverzuimpercentage op de Zilvermeeuw was de afgelopen jaren 4,9 %. De kortstondige (en langdurige) vervangingen wegens ziekte zullen voor de Zilvermeeuw een uitdaging blijven met de huidige lerarentekorten. Het lerarentekort zal de komende jaren ook in deze regio sterk stijgen, zoals de volgende tabel aangeeft.
Ook met de beschikbaarstelling van de gelden in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) neemt de druk op de arbeidsmarkt alleen maar toe. In die context Is het volgens het bestuur niet of nauwelijks mogelijk om de kwaliteit structureel te verbeteren, zodat niet alleen de basiskwaliteit op orde is, maar ook tot verdere kwaliteitsverbetering op lange termijn kan worden gekomen. Een ander aspect van het lerarentekort is dat leerkrachten steeds meer te kiezen hebben. De Zilvermeeuw lijkt op dit moment voor veel leerkrachten geen aantrekkelijke school, terwijl een stabiel team van bovengemiddeld sterke leerkrachten juist hard nodig is op een kleine school waar de kwaliteit onder druk staat. Opnieuw zien we ook lopende het huidige schooljaar een grote personeelswisseling evenals voorgaande jaren.
Exploitatie Criterium robuuste scholen: ‐ Financiële rentabiliteit, gezonde exploitatie Scholen onder de 200 leerlingen ‐de ondergrens die SOPOH hanteert voor robuuste scholen‐ zijn vaak niet in staat tot een gezonde exploitatie. Kleine scholen zijn kostbaar, omdat de verhouding tussen vaste kosten en aantal leerlingen ongunstig is. De kosten per leerling zijn hoger omdat bepaalde overheadkosten over minder leerlingen kunnen worden omgeslagen. Dit neemt met de verdere daling van het aantal leerlingen alleen maar toe, waardoor het steeds lastiger is een gezonde exploitatie te realiseren. Bij het voortzetten van de Zilvermeeuw wordt duidelijk dat, zonder forse groei van de leerlingaantallen, de rijksmiddelen niet voldoende zijn om de school financieel gezond te laten draaien.
7
4.
Mogelijke toekomstscenario’s
Scenario’s voor de toekomst zijn: a. Behouden van de Zilvermeeuw als zelfstandige school b. Fusie met een andere school binnen SOPOH c. Fusie met de buurschool de Reiger d. Opheffen van de school a. Behouden van de Zilvermeeuw als zelfstandige school Dit scenario betekent een voortzetting van de huidige situatie en betekent dus het zelfstandig voortbestaan van de Zilvermeeuw in de huidige setting. De school behoudt het eigen BRIN‐nummer, de daarop gebaseerde rijksbekostiging vanuit SOPOH en het huidige gebouw. De school blijft dan een reguliere school met als duidelijke profilering hoogbegaafdheid. De school profileert zich ook als zodanig. Voor de gevolgen van het blijven voortbestaan van de Zilvermeeuw als zelfstandige school wordt verwezen naar het gestelde in paragraaf 3. De conclusie van het bestuur is dat dit geen reële optie is aangezien er geen perspectief is dat de school binnen de huidige setting op korte of middellange termijn kan voldoen aan de criteria van een robuuste school. b.
Fusie met een andere school binnen SOPOH Aangezien het zelfstandig laten voortbestaan van de Zilvermeeuw zoals hiervoor onderbouwd geen verantwoord perspectief meer is kan worden gekeken of er een mogelijkheid is voor een fusie met een andere school: Fusie met ’t Joppe in Nieuw‐Vennep op 4,5 km gelegen vanaf de huidige school Fusie met Twickel in Hoofddorp op 9,5 km gelegen vanaf de huidige school ’t Joppe is de meest dichtbij gelegen andere openbare school in de gemeente Haarlemmermeer. ‘t Joppe is een kwalitatief goede en grote school (750 LL‐en) met goede resultaten. De Zilvermeeuw kan dan of worden behouden als kleinschalige locatie naast de grote school ‘t Joppe of er vindt een volledige integratie van de huisvesting plaats in het gebouw van ‘t Joppe. Fusie met ’t Joppe waarbij de huidige locatie van de Zilvermeeuw in Lisserbroek behouden blijft als een dislocatie is een kostbare en niet realistische optie. De kosten van de locatie blijven in dat geval namelijk gelijk aan de kosten van de huidige zelfstandige school, echter de bekostiging die van het Rijk wordt ontvangen neemt wel af aangezien de vaste voet in de bekostiging wordt ingeleverd. De druk op de exploitatie van deze locatie neemt daardoor alleen maar verder toe en daarmee wordt ook een aanzienlijke claim neergelegd op de solidariteit van de fusieschool.
Het is de vraag of gelet op dat perspectief instemming kan worden verkregen van de medezeggenschapsraad van ’t Joppe met een eventuele fusie indien de locatie in Lisserbroek behouden blijft. Het fuseren van de school om daarna de locatie in Lisserbroek in stand te houden is dan ook een optie met nog meer nadelen dan het behouden van de Zilvermeeuw als zelfstandige school. Ingeval de huisvesting na de fusie wel wordt geconcentreerd op de huidige locatie van ’t Joppe in Nieuw‐Vennep geldt het volgende. Er is conform de maatstaven die worden gehanteerd door het Ministerie van Onderwijs pas sprake van een fusie als een substantieel deel van de leerlingen meegaat naar de gefuseerde school. Of dat kan worden gerealiseerd met een fusie met ’t Joppe is niet waarschijnlijk . Ouders woonachtig in Lisserbroek (25 LL‐en) zullen eerder kiezen voor De Reiger als buurtschool. Voor de HB‐leerlingen is op ‘t Joppe geen speciale voorziening voor deze leerlingen en de school heeft onvoldoende specialistische kennis in het huis op dit terrein. Dat maakt ook de overstap van de HB‐leerlingen naar deze school onwaarschijnlijk. Verder zijn er veel leerlingen (27) die in de Duin‐ en Bollenstreek woonachtig zijn, ook zij hebben dichterbij huis, onder andere in 8
Lisse, voldoende alternatieven beschikbaar. Tot slot zullen ook ouders die bewust hebben gekozen voor een kleinschalige school niet snel voor ’t Joppe kiezen. Ook bij een fusie met Twickel die nog verder weg van Lisserbroek is gelegen dan ’t Joppe zullen veel ouders vanwege die afstand niet de keuze niet maken om naar Hoofddorp te gaan, maar kiezen voor alternatieven zeker voor de leerlingen uit Lisserbroek en Lisse. De mogelijke uitzondering hierop zijn de HB‐leerlingen omdat Twickel ook HB‐onderwijs verzorgt. Echter met in achtneming van de uitstroom in groep 8 aan het einde van het schooljaar bedraagt de groep HB‐leerlingen slechts 18 leerlingen waarvan het ook maar de vraag is of zij allemaal voor Twickel zullen kiezen. Ook bij een fusie met Twickel is het dus niet waarschijnlijk dat een substantieel deel van het aantal leerlingen van de Zilvermeeuw overstapt naar deze school. Het voordeel van een fusie is dat er door het Rijk fusiefaciliteiten beschikbaar worden gesteld. Echter voor het kunnen ontvangen van de volledige fusiefaciliteiten is noodzakelijk dat meer dan 50% van de leerlingen mee overstapt naar de fusieschool. Voor het verkrijgen van een deel van de fusiefaciliteiten is noodzakelijk dat tenminste 25% van de leerlingen mee overstapt.
Voor beide van de hiervoor aangegeven fusies geldt dat het niet waarschijnlijk is dat de grens van 50% wordt bereikt, maar dat het ook niet met zekerheid is te zeggen dat de grens van 25% wordt bereikt. Voor een fusie geldt dat de instemming noodzakelijk is van beide medezeggenschapsraden van de scholen betrokken bij de fusie en dat ook de gemeenteraad betrokken dient te worden in het besluitvormingsproces. Dit dient te geschieden aan de hand van een fusie‐effectrapportage. Gelet op de doorlooptijd van dit proces zal een fusie naar verwachting dan ook niet per 1 augustus 2022 kunnen worden gerealiseerd. c. Fusie met de Reiger van het bestuur Jongleren De Reiger is een echte buurtschool die direct naast de Zilvermeeuw (één gebouw) is gelegen. Het gaat hier om een katholieke basisschool die onder het bevoegd gezag staat van een ander schoolbestuur, te weten de Stichting Jongleren. Voor de leerlingen woonachtig in Lisserbroek (25) is dat mogelijk een aantrekkelijk alternatief. De Reiger biedt echter geen HB‐onderwijs en de verwachting is dat kinderen uit de rest van de Haarlemmermeer en de Duin‐ en Bollenstreek die tot op heden ook niet voor De Reiger hebben gekozen voor andere scholen zullen kiezen. Van een substantiële overstap van het aantal leerlingen naar de fusieschool zal dan ook geen sprake zijn daarmee is de toegevoegde waarde van een dergelijke fusie beperkt.
Bij een fusie met de Reiger zal de school geen openbare school meer kunnen blijven, de Stichting Jongleren bestuurt namelijk geen openbare scholen. Ook voor een fusie met De Reiger is de instemming verreist van beide medezeggenschapsraden en moet de gemeenteraad van Haarlemmermeer worden betrokken, naast uiteraard het bestuur van Jongleren. Ook deze fusie zal dan ook naar verwachting niet per 1 augustus 2022 gerealiseerd kunnen worden. d. Opheffing Een laatste scenario is opheffing van de Zilvermeeuw. Daarmee wordt de school opgeheven en worden leerlingen en teamleden op een zorgvuldige wijze overgedragen naar andere scholen van SOPOH of andere besturen. Nadeel is het mislopen van de mogelijkheid op fusiebekostiging, voordeel is dat leerlingen op een school komen waar gedurende langere tijd continuïteit en kwaliteit meer gewaarborgd zijn. 5. Conclusie Gelet op het bovenstaande moet het bestuur concluderen: dat het leerlingenaantal van de Zilvermeeuw zich ruim bevindt onder de norm die SOPOH hanteert voor robuuste scholen en dat het leerlingenaantal nog steeds dalende is en in de afgelopen periode nog sneller dan eerst voorzien; 9
dat het leerlingenaantal inmiddels meer dan drie jaar ruim onder de opheffingsnorm voor de gemeente Haarlemmermeer is gezakt; dat door het gebrek aan instroom van leerlingen en de beperkte omvang van de onderbouw er geen perspectief is op groei van het aantal leerlingen; er geen perspectief is op nieuwbouw in een afzienbare periode die zou kunnen leiden tot groei van de school; dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs zeker nu drie van de zes aspecten van eindtoets 2021 onder het minimale referentieniveau liggen; dat de kwaliteit van de school (verder) onder druk komt door het vertrek van een deel van het personeel; dat het op termijn voor de Zilvermeeuw niet meer mogelijk zal zijn om nog een sluitende exploitatie te realiseren mede vanwege de dalende bekostiging en de aanzienlijke leegstand in het gebouw; dat een daadwerkelijke fusie met een andere school van SOPOH of van een ander schoolbestuur vooral vanwege de diversiteit in de samenstelling van de leerlingenpopulatie van de Zilvermeeuw niet haalbaar is.
Gelet op deze ontwikkelingen kan het bestuur van SOPOH de kwaliteit van het onderwijs op de Zilvermeeuw niet langer meer duurzaam garanderen en rest er geen andere mogelijkheid dan het voorgenomen besluit te nemen tot opheffing van de Zilvereeuw per de eerst mogelijke datum, zijnde 1 augustus 2022.
6.
Gevolgen en regeling van de gevolgen van de opheffing voor de personeelsleden
Als gevolg van de opheffing van de Zilvermeeuw kunnen de personeelsleden niet langer tewerk worden gesteld aan deze school. Alle personeelsleden hebben een bestuursaanstelling en dat betekent dat de werkgelegenheid van de personeelsleden niet in het geding is. Medewerkers zullen met behoud van hun functie en arbeidsvoorwaarden worden overgeplaatst naar andere scholen binnen SOPOH, waarbij zowel organisatiebelang als persoonlijk belang en persoonlijke wensen meegewogen worden. Met elk personeelslid zal in een persoonlijk gesprek worden gevoerd waarin deze zaken aan de orde kunnen worden gesteld en Het geldende SOPOH‐beleid geeft aan dat medewerkers in de verplichte mobiliteit twee jaar lang niet opnieuw verplicht kunnen worden overgeplaatst. Dat betekent dat medewerkers van de Zilvermeeuw die op een andere school worden geplaatst twee jaar vrijgesteld zijn van verplichte overplaatsing. Het personeelsbeleid van SOPOH blijft voor de personeelsleden die als gevolg van de opheffing worden overgeplaatst naar een andere school onverkort van toepassing.
7.
Gevolgen en regeling van de gevolgen van de opheffing voor de ouders en leerlingen
De leerlingen zullen als gevolg van de opheffing van de school moeten worden ingeschreven aan een andere school. Hierin is de vrije keuze van ouders vanzelfsprekend. Voor deze leerlingen blijft echter openbaar onderwijs in de buurt voldoende beschikbaar en wel bij ’t Joppe en voor HB‐leerlingen op Twickel. Daarnaast is er voor ouders die hechten aan een school in de buurt de mogelijkheid om in te schrijven aan de Reiger. Tevens zijn er net buiten de Haarlemmermeer verschillende openbare basisscholen voor leerlingen die woonachtig zijn in de Duin en Bollenstreek zoals de Tweemaster in Lisse.
10
Gelet op dit gevolg van de opheffing van de Zilvermeeuw worden de volgende faciliteiten aan geboden aan de ouders en de leerlingen: De ouders en leerlingen worden actief begeleid bij de keuze voor, en de overstap naar een nieuwe school. In dit verband kan door ouders en leerlingen aanspraak worden gemaakt op een gesprek met een teamlid waarbij de mogelijke keuzes voor een andere school worden toegelicht inclusief de voor‐ en nadelen van de verschillende keuzes gerelateerd ook aan de onderwijsbehoeften van de leerling; Voor elke leerling wordt een onderwijskundig rapport (OKR) opgesteld dat voldoet aan de eisen van de onderwijsinspectie. Elke ouder krijgt dit rapport toegestuurd met het verzoek dit te ondertekenen voor gezien. Elke ouder heeft de mogelijkheid om feedback te geven, welke feedback aan het rapport wordt toegevoegd; Er wordt zorggedragen voor een warme overdracht van de leerlingen naar de nieuwe school. In het kader van deze warme overdracht worden ouders, mits de ontvangende school hiertoe ook bereid is, uitgenodigd om bij het overdrachtsgesprek tussen de leerkrachten en de ontvangende school aanwezig te zijn; Aan leerlingen die daar behoefte aan hebben wordt op onderwijsinhoudelijk en sociaal‐ emotioneel vlak extra begeleiding aangeboden indien dit noodzakelijk is om de overstap naar een nieuwe school tot een succes te maken.
Inrichting van deze begeleiding is maatwerk en wordt in afstemming tussen ouders en de school vastgesteld.
8.
Vervolgtraject.
Bevoegdheden Verschillende geledingen zijn betrokken bij het besluit tot opheffing van de school, te weten: ‐ Het College van Bestuur van SOPOH neemt het besluit tot opheffing. ‐ De medezeggenschapsraad heeft op basis van artikel 11 lid 1 sub c van de Wet medezeggenschap op scholen een adviesbevoegdheid ten aanzien van het voorgenomen besluit tot opheffing van de school. ‐ De personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad heeft op basis van artikel 12 lid 1 sub a van de Wet medezeggenschap op scholen een instemmingsbevoegdheid ten aanzien van de gevolgen voor het personeel van het voorgenomen besluit tot opheffing van de school. ‐ De oudergeleding van de medezeggenschapsraad heeft op basis van artikel 12 lid 1 sub a van de Wet medezeggenschap op scholen een instemmingsbevoegdheid ten aanzien van de gevolgen voor de ouders en de leerlingen van het voorgenomen besluit tot opheffing van de school ‐ De Raad van Toezicht van SOPOH wordt geraadpleegd over het voorgenomen besluit tot opheffing van een school. ‐ de gemeenteraad van de Haarlemmermeer dient op grond van artikel 159 lid 4 van de Wet op het primair onderwijs in te stemmen met de opheffing. Daarnaast dient op grond van artikel 15 lid 3 van de Wet medezeggenschap op scholen voorafgaand aan het nemen van het besluit tot opheffing van de school in het kader van het medezeggenschapstraject een ouderraadpleging te worden.
Tijdpad besluitvorming Het tijdpad om te komen tot de opheffing van De Zilvermeeuw per 1 augustus 2022 is als volgt: Begin November 2021 Voorgenomen besluit tot opheffing van de Zilvermeeuw per 1 augustus 2022 door het College van Bestuur van SOPOH en het voorleggen van het voorgenomen besluit aan de medezeggenschapsraad van de Zilvermeeuw en de Raad van Toezicht 11
Voor 15 december Voor 22 december Voor 1 februari 2022 1 augustus 2022
SOPOH en de gemeenteraad Haarlemmermeer. Tevens in overleg met de MR de organisatie van een ouderraadpleging Ontvangst besluiten MR, oudergeleding, personeelsgeleding en de Raad van Toezicht Besluit College van Bestuur van SOPOH tot opheffing van de Zilvermeeuw per 1 augustus 2022 Besluit gemeenteraad Haarlemmermeer inzake instemming met opheffing de Zilvermeeuw Effectuering opheffing
12