CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

28. Informatie over toepassing woningtarief ozb sportaccommodaties.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 februari 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Brieven van college aan raad - wk 21.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer

Postbus 250 2130 AG Hoofddorp

Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Faxnummer 023 563 95 50

cluster contartpersoon Telefoon

Financiën en Administratie mevrouw M. Jak 0900 1852

Uw brief Ons kenmerk

Verzenddatum

13 JAN. 2021

X.2020.06803

Bijlage(n) onderwerp

Informatie over toepassing woningtarief ozb sportaccommodaties

Geachte heer, mevrouw, Op 30 november 2020 heeft minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Ollongren een brief gestuurd naar de Tweede Kamer over de toepassing van artikel 220f Gemeentewet. Middels artikel 220f hebben gemeenten de mogelijkheid om onder andere sportaccommodaties voor de onroerende zaakbelasting (OZB) tegen het woningentarief te belasten in plaats van het niet-woningentarief. In onze gemeente is de afgelopen jaren vanuit verschillende hoeken gevraagd om het lagere tarief OZB voor sportaccommodaties toe te passen. Onder andere bij brief van de CDA fractie van 4 december 2018 (2018.0077112) Het zogenoemde OZB amendement Omtzigt. Uit de brief van 30 november 2020 (zie bijlage) blijkt dat de huidige wettelijke bepaling voor gemeenten niet toepasbaar is. Om de bedoeling van de bepaling wel mogelijk te maken wordt onderzocht hoe de gedachte achter de wettelijke bepaling het beste uitgevoerd kan worden. Het onderzoek kan leiden tot een aanpassing van artikel 220f Gemeentewet (of een alternatieve bepaling of instrument die het doel beter bereikt). De keuze hiertoe is voorbehouden aan een nieuw kabinet.

Omdat de wetgeving nog niet duidelijk is, zou gebruik maken van dit artikel zorgen voor grote onzekerheid over de wegvallende ozb-opbrengsten en leiden tot juridische procedures omdat wij nog niet weten welke sportaccommodaties onder dit artikel kunnen vallen.

Ons kenmerk: X.2020.06803

Pagina 2

Wij volgen de lijn van de minister en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en zullen de raad geen voorstel doen voor het toepassen van het lagere OZB woningentarief door gebruik te maken van artikel 220f Gemeentewet totdat er duidelijkheid is over de aanpassing of een alternatieve bepaling of instrument. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, de burgemegsi

w

drs. Carel Brugman

Marianne s/huurmans-Wijdëven

^5

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk

Kenmerk 2020-0000668869 Uw kenmerk

Datum

30 november 2020

Betreft

Toepassing woningtarief ozb sportverenigingen

In navolging op de plenaire behandeling van het Belastingplan 2021 informeer ik u over de uitkomst van het gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) inzake de toepassing van artikel 220f Gemeentewet. Dit artikel is bij gelegenheid van de behandeling van het belastingplan 2019 bij amendement aangepast.1 Middels artikel 220f hebben gemeenten de mogelijkheid om onder andere sportaccommodaties voor de onroerendzaakbelasting (ozb) tegen het woningentarief te belasten in plaats van het niet-woningentarief. Allereerst wil ik graag benadrukken dat ik het van belang vind dat gemeenten de sportverenigingen, indien gewenst, financieel kunnen ondersteunen. Tot op heden ondersteunen de meeste gemeenten sportverenigingen door het verstrekken van een subsidie en raadt de VNG gemeenten af om van artikel 220f Gemeentewet gebruik te maken. Ook uit wetenschappelijke hoek zijn kanttekeningen bij het artikel 220f gemaakt.2 Uit mijn gesprek met de VNG blijkt dat er interpretatieve vraagstukken zijn en een wetstechnische onduidelijkheid. De interpretatieve vragen zijn gerelateerd aan het feit dat de ozb een objectieve en zakelijke belasting is. Bij de heffing staat het belastingobject centraal en niet de eigenaar of gebruiker. Zo zijn kerkgebouwen bijvoorbeeld vrijgesteld op basis van het feit dat het een object betreft waarin een eredienst plaatsvindt.

Echter, als gemeenten een ander tarief gaan heffen over gebouwen op basis van het feit dat het een object betreft waar een sportactiviteit plaats vindt, roept dit interpretatieve vragen op. Ik noem er hier enkelen. In een café wordt gebiljart, daarmee kan het café een object zijn waar een sportactiviteit plaatsvindt. Moet dit object dan in aanmerking komen voor het andere tarief? Hoe ermee om te gaan als in het object deels commerciële sportactiviteiten plaatsvinden, moet dan deels een ander tarief worden geheven? 1 Kamerstukken II, 2018-2019 35026, nr. 52. 2 "Lager OZB-tarief voor sportaccommodaties, dorpshuizen en onroerende zaken van sociale instellingen en ANBI's : goed idee?" van prof. dr. J.A. Monsma, Belastingblad 2018/452.

Pagina 1 van 2

Datum

30 november 2020 Kenmerk

2020-0000668869

En hoe om te gaan met de commerciële kantine die in het gebouw waar de sportactiviteit plaatsvindt is gevestigd? Deze en andere interpretatieve vragen zullen mogelijk aanleiding geven tot procedures bij de belastingrechter en zijn reden voor gemeenten om te kiezen voor het instrument van een subsidie in plaats van voor het heffen van een ander ozb-tarief. Vergelijkbare vragen kunnen ook gesteld worden ten aanzien van andere groepen waarvoor men artikel 220f Gemeentewet wil toepassen, zoals dorpshuizen. De wetstechnische onduidelijkheid komt voort uit het feit dat de wettekst en de toelichting bij het amendement niet op elkaar aansluiten. Uit de toelichting bij het amendement volgt dat beoogd is dat bepaalde niet-woningen voor de heffing van de ozb worden gelijkgesteld met woningen. Meer specifiek dat voor de betreffende niet-woningen, net als voor woningen, een lager eigenarentarief kan worden berekend en dat de heffing van de gebruikersbelasting achterwege kan worden gelaten. De tekst van artikel 220f Gemeentewet regelt dit niet. Die tekst stelt dat, in plaats van de voor niet-woningen bestemde tarieven, het tarief voor eigenaren van woningen kan worden berekend. Het is helder dat beoogd is het lagere eigenarentarief voor woningen te hanteren. Echter, de wettekst geeft niet expliciet aan dat het gebruikersdeel achterwege blijft.

Zoals hiervoor al gezegd, heb ik sympathie voor de gedachte achter de wettelijke bepaling. Gelet op bovenstaande redenen en met name de interpretatieve vragen, kom ik tot de conclusie dat de huidige wettelijke bepaling voor gemeenten niet toepasbaar is. Om de bedoeling van de bepaling wel mogelijk te maken kan onderzocht worden hoe de gedachte achter de wettelijke bepaling het beste uitgevoerd kan worden, ik ben bereid om dit onderzoek op te starten. Dit onderzoek kan leiden tot een aanpassing van artikel 220f Gemeentewet (of een alternatieve bepaling of instrument die het doel beter bereikt). De keuze hiertoe is voorbehouden aan een nieuw kabinet.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

drs. K.H. Ollongren

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=3a57ce93-ef6c-4d26-9656-6f8def655be2