2026-05-07 Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 7 MEI 2026 Onderwerp:
Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg
Voorzitter:
dhr. M. Achterbergh
De leden: dhr. S.A. Alderden, mw. L. van Beeren, mw. Y.M.G. Bouwhuis, mw. M.K. Denie, dhr. P.A.C. van Ham, dhr. F.J. van der Helm, mw. M.L. Kerkheide, dhr. A.C. Peters, mw. M.C.M. Roos, mw. C.R. Smand, mw. M. Woolthuis Griffier: mw. V. Bauer Portefeuillehouder: mw. C.F.M. van der Meij Insprekers: Geen
De VOORZITTER: Een hele goede avond. Ja, ik mis de hamer. Ik open dit sessiedebat. We gaan het hebben over de Rekenkamer, Opvolgonderzoek Jeugdzorg. De Haarlemmermeerse Rekenkamer doet onafhankelijk onderzoek voor goed bestuur, onder andere voor de gemeenteraad. Dit sessiedebat gaat over een opvolgonderzoek dat inhoudt dat gekeken is naar wat het college heeft gedaan met de aanbevelingen uit een eerder onderzoek. In dit geval was het eerder onderzoek genaamd Koersvast, maar doelloos. Er is dus in dit opvolgonderzoek onderzocht wat het college gedaan heeft met de aanbevelingen uit dat onderzoek. In dit raadsvoorstel doet de Rekenkamer opnieuw een aantal aanbevelingen aan de raad om die over te nemen. Verder heeft de Rekenkamer in de oplegnotitie een aantal suggesties gedaan aan u als raad, waar u het over kunt hebben. Dat zijn eerst de aanbevelingen van de Rekenkamer, de reactie van het college, de bestuurlijke reactie op die aanbevelingen, en vervolgens het nawoord van de Rekenkamer op de bestuurlijke reactie. Er hebben zich voor deze sessie geen insprekers gemeld. Met betrekking tot de orde nog korte spelregels. Het verzoek is om nooit het woord rechtstreeks tot elkaar te voeren, dus geen u, je en jij, maar in de derde persoon te spreken en te wachten met het nemen van het woord totdat u dat van mij heeft gekregen. Dan gaan we beginnen met de eerste termijn.
Er is een aantal collega-raadsleden en commissieleden die hun maidenspeech gaan houden. Die weten dat als het goed is ook allemaal. Dan rest mij te vragen wie als eerste het woord wil. Mijnheer Van Ham van de VVD. De heer VAN HAM: Ja, voorzitter, dank u wel. En voorzitter, uw inleiding was zo'n beetje ook mijn inleiding, dus de eerste alinea ga ik maar meteen overslaan. Voorzitter, in het kort samengevat is de conclusie van de Rekenkamer dat van de vijf aanbevelingen er drie opvolging hebben gekregen. Er is een nieuwe verordening en een visie Sociaal Domein opgesteld en een nieuwe verwervingsstrategie Inkoop Jeugdhulp. Daarnaast heeft de raad zijn informatiebehoeften verduidelijkt, is de Programmabegroting 2024 hierop aangepast en heeft de raad aangegeven welke punten vanuit de monitor Sociaal Domein in de programmabegroting opgenomen moesten worden. Voorzitter, dit zijn naar het oordeel van de fractie van de VVD belangrijke stappen om grip te krijgen ten aanzien van de stijgende kosten van de jeugdhulp. De aanbevelingen die voortvloeien uit het opvolgonderzoek, zoals deze in het raadsvoorstel zijn opgenomen, namelijk om de nieuwe raad goed ten aanzien van het onderwerp en jeugdhulp in te werken en bewust van te maken dat de raad een kaderstellende rol heeft, en hoe de raad dit kan doen. Dat zijn naar ons oordeel voor de hand liggende aanbevelingen.
Wel willen wij graag van de technisch portefeuillehouder een nadere toelichting waarom het college Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
1
geen volledige opvolging geeft aan de tweede aanbeveling om kwalitatieve informatie van deskundigen en professionals aan hun monitor Sociaal Domein toe te voegen. De bestuurlijke reactie van het college vonden wij op dit punt niet helder genoeg. Daarnaast zouden wij graag willen weten waarom ervoor wordt gekozen om niet meteen een lokaal onderzoek te starten, nadat steeds meer jongeren een beroep doen op de Jeugdzorg in Haarlemmermeer. Het college geeft aan dat dit op termijn nog kan gaan volgen en dat er reeds gebruik gemaakt wordt van lokale, regionale en lokale onderzoeken. Maar voorzitter, wat dit onderwerp betreft kan naar het oordeel van de VVD de problematiek niet scherp genoeg in beeld worden gebracht. Voorzitter, één ding is volstrekt helder. Ook in deze raadsperiode kunnen wij als gemeenteraad, maar ook het college, niet de leuning achterover zetten. Met een teruglopende Algemene Uitkering vanuit het rijk en het oplopen van de tekorten in de Jeugdzorg is het van belang dat we als raad, maar ook het college, een proactieve houding blijven aannemen om grip op de kosten te krijgen en het aantal jeugdigen die zorg nodig hebben, verder terug te dringen om daarmee het zorglandschap in Haarlemmermeer een duurzaam karakter te laten houden. Voorzitter, het college heeft ook in dit verband op 17 maart jl.
een brief met handelingsperspectieven naar de gemeenteraad gestuurd, die maatregelen bevat om de jeugdzorgkosten terug te dringen. Het is goed om te lezen welke stappen het college heeft genomen. Maar voorzitter, in de tweede termijn wissel ik graag met mijn collega's van gedachten of wij als raad zijnde ook nog in dit verband bepaalde stappen kunnen ondernemen. Tot zover voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Van Ham, dan gaan we naar mevrouw Roos en het is uw maidenspeech. Mevrouw ROOS: Voorzitter, vandaag spreek ik over een onderwerp dat iedereen zal raken. Zelfdoding onder jongeren en het falen van de Jeugdzorg dat daar in sommige gevallen onlosmakelijk mee verbonden is. Het breekt mijn hart wanneer we als raadslid een brief krijgen van een grootvader waarvan de hulp aan de 15-jarige kleindochter te laat kwam en zij haar leven heeft beëindigd. Dit is geen abstract probleem en dit is geen statistiek. Dit is een kind uit onze gemeenschap, een gezin uit onze gemeente en een systeem dat hen in de steek heeft gelaten. We zien al jaren een zorgwekkende trend. In Nederland is het aantal jongeren dat door zelfdoding overlijdt alsmaar stijgende. En ook lokaal voelen we die pijn. Haarlemmermeerse jongeren hebben een steeds slechtere mentale gezondheid en kampen met meer mentale problemen dan hun landelijke leeftijdsgenoten.
Voorzitter, achter deze cijfers schuilt een systeem dat piept en kraakt, een systeem waarin ouders en grootouders verdwalen. Waarin een gezin soms met meer dan tien instanties te maken krijgt zonder centrale regie. Waar verhalen telkens opnieuw verteld moeten worden. Waar deuren gesloten blijven op het moment dat de nood het hoogst is. En ja, op papier lijkt het geregeld. Er is een crisisdienst en er is samenwerking. Er zijn protocollen en hulpverleners doen ongetwijfeld hun uiterste best. Maar de vraag die wij ons als raad moeten stellen, werkt het ook in de praktijk? Op het moment dat het ertoe doet? Want als een jongere na maanden van hulp vragen geen passende plek krijgt, als een gezin uitgeput raakt van het zoeken naar hulp, als signalen op rood staan en er toch geen opname volgt, dan faalt het systeem. Voorzitter, we kunnen niet accepteren dat ouders veranderen in hulpverleners omdat het systeem tekortschiet. We kunnen niet accepteren dat jongeren tussen wal en schip vallen door bureaucratie of capaciteitsproblemen en we kunnen al helemaal niet accepteren dat wanhoop het wint van hulp. Daarom wil ik juist in deze eerste bijdrage een richting meegeven die wat mij betreft nodig is. Allereerst laten we echt gaan begrijpen hoe de jeugd-GGZ in de praktijk functioneert, voor jongeren en hun gezinnen. Niet alleen kijken naar de processen op papier, maar in de werkelijkheid.
Daarnaast, niemand zou moeten verdwalen in een systeem op het moment dat hulp het hardst nodig is. Eén aanspreekpunt, duidelijke regie, dat zou het uitgangspunt moeten zijn. Geen doolhof, maar een duidelijke route naar hulp. Voorzitter, elke jongere die we verliezen is er één te veel. Achter elk cijfer zit een naam, een gezicht, een toekomst die er niet meer is. En in dit kader, in het voorliggende onderwerp, verzoek ik het college een toezegging te doen om Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
2
te zorgen voor een toevoeging van kwalitatieve ervaringen van hulpverleners en jongeren aan de monitor Sociaal Domein. Om verdere duiding te krijgen wat er achter de stijgende kosten en zeker wat er achter de zorgvraag speelt. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw maidenspeech. Gefeliciteerd, maar u bent ook meteen door uw spreektijd heen. Dat heeft u goed uitgekiend. Dan gaan we door naar mevrouw Van Beeren van Hart van… nou twijfel ik, mevrouw Koolmoes. U heeft ook uw maidenspeech en u heeft het woord. Mevrouw VAN BEEREN: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt het Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg. Namens Hart van Haarlemmermeer danken wij de Rekenkamer voor de inzet en de heldere rapportage. Met tevredenheid constateren wij dat het merendeel van de aanbevelingen van de Rekenkamer zorgvuldig is opgevolgd, conform de besluiten van de raad. Voor mij als nieuw commissielid van Hart van Haarlemmermeer gaf dit direct een helder en samenhangend beeld. Een aantal aanbevelingen is niet opgevolgd, maar we begrijpen uit de reactie van het college dat aanbeveling 5, het onderzoeken naar achterliggende redenen, overbodig is omdat er landelijke gegevens beschikbaar zijn. Hier kunnen wij mee instemmen. Als we spreken over Jeugdzorg hebben we het vaak over systemen, budgetten en structuren maar laten we niet vergeten waar het in de praktijk echt om draait.
De professionals die dit werk elke dag uitvoeren en de cliënten die dit ondervinden. Jeugdzorgprofessionals staan naast kinderen en gezinnen op de momenten dat het er het meest toe doet. Ze bouwen relaties op, signaleren problemen vroegtijdig en nemen vaak onder hoge druk beslissingen die bepalend zijn voor iemands toekomst. Die combinatie levert waardevolle en diepgaande informatie op. Juist deze inzichten, van zowel professionals als cliënten, missen wij op dit moment in de monitor Sociaal Domein. De aanbeveling van de Rekenkamer om de kwalitatieve informatie toe te voegen aan de monitor Sociaal Domein steunt Hart van Haarlemmermeer dan ook van harte. En daarom, voorzitter, is dit niet alleen mijn maidenspeech, maar ook een moment waarop ik mijn eerste motie aankondig. Over drie weken zal Hart van Haarlemmermeer een motie indienen om deze kwalitatieve inzichten toe te voegen aan de monitor Sociaal Domein. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Gefeliciteerd met uw maidenspeech. Een vervolgvraag, wilt u de motie wel al in de tweede termijn behandelen? Dat is een ja. Dank u wel. Dan gaan we dat noteren. Dan gaan we naar Forza! Mevrouw Bouwhuis, u heeft het woord. Mevrouw BOUWHUIS: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we spreken vanavond over een onderwerp dat raakt aan de kern van wat wij als gemeente moeten doen. Zorgen dat onze jongeren de juiste hulp krijgen.
Op tijd, effectief en betaalbaar. Laten we beginnen met het positieve. De Rekenkamer constateert inderdaad dat er stappen zijn gezet. Er zijn kaders opgesteld, de informatievoorziening is verbeterd en er is meer grip op de uitvoering. Dat is goed en dat verdient erkenning. Maar daar kunnen we niet stil blijven staan want tegelijkertijd zien we dat twee essentiële aanbevelingen niet zijn opgevolgd. En juist die raken de kern van goed bestuur. Ten eerste het ontbreken van duidelijke, vastgestelde kaders door de raad zelf. Forza! vindt dat jammer. Als raad moeten wij bepalen wat we willen bereiken, waar we prioriteit aan geven en hoe we succes meten. Zonder heldere kaders sturen we niet, dan volgen we. Ten tweede er is geen verdiepend onderzoek gedaan naar de oorzaken van het stijgende jeugdzorggebruik en dat terwijl de cijfers nog steeds oplopen. Meer jongeren in zorg, hogere kosten per jongere en dus een groeiend probleem. Voorzitter, dat is alsof je bij een lekkende kraan blijft dweilen zonder ooit naar de kraan zelf te kijken. Forza! vindt dat we hier scherper in kunnen zijn. Ja, landelijke onderzoeken geven inzicht, maar Haarlemmermeer is geen gemiddelde gemeente. Wij hebben een eigen situatie, een eigen systeem en dus ook eigen oorzaken die we moeten begrijpen. Zonder dat inzicht blijven maatregelen symptoombestrijding.
En wat Forza! betreft zijn er dan dus ook drie dingen nodig. De raad moet zelf expliciet vaststellen wat goede kaders zijn. Niet impliciet of via omwegen, maar helder en vooral toetsbaar. En net zoals de VVD al benoemde, Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
3
vinden ook wij dat er alsnog verdiepend inzicht moet komen in de lokale oorzaak van jeugdzorggebruik. Niet omdat we nog een rapport willen, maar omdat we beter beleid willen maken. De focus moet sterker verschuiven naar preventie en normaliseren. Niet alles is zorg en zeker niet elk probleem vraagt een indicatie. Forza! staat voor een gemeente die verantwoordelijkheid neemt, voor jongeren die hulp nodig hebben, maar ook voor de belastingbetaler die dat mogelijk maakt. Grip op Jeugdzorg begint bij duidelijke keuzes en precies daar ligt onze opdracht. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Bouwhuis. Dan gaan we door naar mevrouw Kerkheide van het CDA en ook uw maidenspeech is daar. U heeft het woord. Mevrouw KERKHEIDE: Dank u wel voorzitter. Jeugdzorg in de aankomende raadsperiode gaat van heel groot belang zijn. Wij staan als raad voor enorme bestuurlijke kwesties rondom de financiering en de organisatie van onze Jeugdzorg. Het is daarom van essentieel belang dat de gehele raad zo goed mogelijk geïnformeerd wordt over deze kwesties want alleen dan kunnen wij goed en effectief besturen en kaders stellen. Ten tweede, voorzitter, begrijpen wij dat de huidige monitor Sociaal Domein een flexibel onderdeel bevat om kwantitatieve informatie aan te vullen met kwalitatieve informatie, als dit nodig wordt geacht.
Echter, het constructief toevoegen van kwalitatieve inzichten zorgt ervoor de effectiviteit van ons beleid enorm verbeterd kan worden, zodat wij duidelijke kaders kunnen stellen. Het inzichtelijk maken van deze informatie zorgt ervoor dat wij tot betere besluiten kunnen komen. Als wij nu al aan het begin van deze periode steken laten vallen, kunnen wij niet verwachten dat alles in de toekomst goed zal lopen. Dit begint bij het zo volledig mogelijk inzichtelijk maken van deze situatie. Dank u wel, voorzitter, tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. En dan heb ik geen handen meer gezien. Dus ik ga naar mevrouw Denie van PRO. U heeft het woord. Mevrouw DENIE: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk best wel blij om te horen dat mijn collegaraadsleden van andere partijen mijn punten hebben benoemd. Want ook wij wilden toch even iets zeggen over het feit dat het college in de bestuurlijke reactie aangeeft aanbeveling 5 niet te hebben opgevolgd en dat dat een weloverwogen keuze is. Er is al veel over gezegd en wij hopen echt dat hier, misschien in het debat later, een overeenstemming kan komen en dat we kijken hoe het college dat wel kan gaan doen. Want wat ons betreft kan je niet alleen maar praten over problemen en daar geld tegen aansmijten, zonder te onderzoeken wat de oorzaak daarvan is.
En daarnaast zijn we ook enthousiast over de aankondiging van de motie van Hart van Haarlemmermeer, want ook dat punt wilden wij graag meenemen. En dat is het voor nu. Dank u wel. De VOORZITTER: Dan gaan we naar mevrouw Smand, D66. Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Allereerst ook namens ons dank aan de Rekenkamer voor dit opvolgonderzoek. Het is goed om te zien dat er stappen zijn gezet in het stellen van kaders en informatievoorziening, maar we zijn er nog niet. En wat staat er, wat betreft de fractie van D66, voorop? Dat Jeugdzorg geen sluitpost is. Jongeren en gezinnen moeten op ons kunnen rekenen en kunnen blijven rekenen, ook in de toekomst, hoe moeilijk het ook wordt. En juist daarom is het belangrijk dat we met z'n allen werken aan een stelsel dat houdbaar is in de toekomst. De openeinderegeling voor Jeugdzorg is in ieder geval voor nu een gegeven. Die komt van het rijk, maar dat betekent niet dat we als gemeente geen rol hebben. Als het aantal jongeren in zorg toeneemt en we verplicht zijn die zorg te leveren, en dat willen we ook graag, dan stijgen de kosten automatisch mee. En dan is het juist voor ons als raad heel erg belangrijk om eerder inzicht te hebben op wat er gebeurt en de kaders die we als raad meegeven. Maar ook om die kaders regelmatig tegen het licht te houden en dat is misschien nu wel het moment om dat te doen.
We staan aan het begin van een Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
4
nieuwe periode en we kunnen denk ik nu prima met z'n allen gaan bepalen, ook in samenspraak met het college, hoe gaan we dit in de toekomst doen. Zijn we op de goede weg en heeft ons college alle instrumenten in handen om ook in de toekomst slagvaardig om te gaan met de Jeugdzorg? Het uitgangspunt voor D66 is en blijft dat wij de allerbeste Jeugdzorg willen blijven bieden aan de jeugd in Haarlemmermeer. De Rekenkamer laat zien dat we als raad nog niet voldoende expliciet hebben gemaakt wat we onder goede kaders verstaan en dat we beperkt zicht hebben op de oorzaken achter de groei van het gebruik en de kosten en dat zijn juist knoppen waar we wel aan kunnen draaien. Niet aan het recht op zorg, maar wel aan hoe we sturen. Wat onze fractie betreft hoort preventie daar ook heel nadrukkelijk bij, dus dat moet zeker ook een plek hebben. Voorzitter, als raad ontvangen we al heel veel informatie. En nog meer? De vraag is, wordt het dan allemaal duidelijker en hanteerbaarder? Wel kan het scherper. Misschien eerder in het jaar, maar ook de informatie die afkomstig is van professionals, zoals de Rekenkamer ook terecht in het onderzoek benoemt. De kwalitatieve informatie, de duiding door professionals en ervaringsdeskundigen, kan meer inzicht geven. Ik wil mijn collega's in de raad daarom oproepen om samen te kijken hoe we dit verder kunnen versterken.
Vooral als het gaat om die kwalitatieve informatie, niet als kritiek op wat er ligt, niet om nog meer informatie te stapelen, maar als een volgende stap in onze rol aan het begin van deze nieuwe periode. Zodat jongeren op ons kunnen rekenen, wij als raad op tijd zien wat er speelt en het college alle mogelijke instrumenten tot zijn beschikking heeft om Jeugdzorg in goede banen te leiden. Dat was het. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: En precies binnen de tijd, mevrouw Smand. Dat vind ik altijd best bewonderenswaardig, precies op de seconde. Mijnheer van der Helm, 50PLUS, u heeft het woord. De heer VAN DER HELM: Ja, dank u wel, voorzitter. Dit rapport laat iets belangrijks zien. Niet alleen over Jeugdzorg, maar ook over hoe wij als raad werken. Er is vooruitgang, de informatie is beter, er is meer grip. Dat herkennen wij. Maar twee dingen vallen onze fractie op. Ten eerste, de kosten blijven stijgen, meer jongeren, hogere kosten per jongere, ondanks alle maatregelen en we weten nog steeds niet echt waarom. De raad heeft in 2021 unaniem gevraagd om onderzoek naar die oorzaken. Dat onderzoek is er nooit gekomen en dan sturen wij dus zonder volledig beeld. Ten tweede de monitor. Het college deed eerder de toezegging om kwalitatieve informatie toe te voegen, ervaring van jongeren, ouders en professionals. De Rekenkamer constateert nu dat het college daarop terugkomt.
Dat is geen kleinigheid. Een toezegging aan de raad is een toezegging. Wij vragen het college om de volgende editie van de monitor Sociaal Domein alsnog een kwalitatief onderzoek op te nemen en de raad daarover voor 1 oktober a.s. te informeren. Dan hebben wij de informatie beschikbaar bij de begrotingsbehandeling. Als het college hierover anders beslist, zullen wij ook hierover een motie indienen. Ik hoop dat het zover niet hoeft te komen. Mijn vraag aan de portefeuillehouder is daarom ook heel simpel. Kan het college die toezegging nu wel hardmaken? Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. En dan, ja, de ChristenUnie-SGP, de heer Alderden en ook uw maidenspeech als het goed is. De heer ALDERDEN: Ja, voorzitter, dank u voor het woord. Voorzitter, in de Bijbel, in 1 Korintiërs 12, staat dat een lichaam uit vele delen bestaat. Elk deel is anders, maar geen enkel deel kan zonder het geheel en dat beeld neem ik graag mee naar mijn eerste bijdrage in onze raad want zo zie ik ons werk hier ook. Verschillend in overtuiging, maar samen verantwoordelijk voor het geheel. En dat geheel wordt heel concreet als we spreken over Jeugdzorg. Het opvolgonderzoek dat vandaag voorligt laat ons maar weer eens zien hoe groot die opgave eigenlijk is. De kosten blijven stijgen, maar achter die cijfers zitten jongeren, gezinnen en hulpverleners.
Voor onze fractie is het belangrijk dat we juist hen blijven zien. Daarom waarderen wij de inzet van het college en het rijk via de Hervormingsagenda Jeugd en het preventieve jeugdbeleid. Niet alleen met oog op de financiën, maar vooral om te bouwen Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
5
aan een sterke sociale basis. Een basis waarin het gezin een centrale plek houdt en waar problemen zoveel mogelijk vroeg worden voorkomen. De aanbevelingen uit het rapport helpen ons als raad om onze rol beter te pakken. Door tijd vrij te maken voor het Sociaal Domein en Jeugdzorgbeleid en nieuwe raads- en commissieleden goed toe te rusten, kunnen wij onze verantwoordelijkheid beter waarmaken. Ook het toevoegen van verhalen uit de praktijk, door middel van kwalitatieve informatie in de monitor Sociaal Domein, lijkt onze fractie een goede aanbeveling. Voorzitter, ik rond af. Ik hoop dat ik als nieuw commissielid op mijn manier kan bijdragen aan dat geheel, want juist in onze verschillen ligt de kracht om tot betere besluiten te komen. Als we elkaar maar blijven zien als onmisbare onderdelen van datzelfde lichaam. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel en ook u gefeliciteerd met uw maidenspeech. Dan hebben we nog twee kandidaten die het woord mogen voeren. Mevrouw Woolthuis, HAP. Mevrouw WOOLTHUIS: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, dat de gemeente hard bezig is om de uitvoering en de beheersing van Jeugdzorg te verbeteren, is duidelijk. Het onderwerp is al veel besproken in de vorige periode en ook in de aankomende periode verwachten wij dat dit vaak op de agenda gaat staan. Jeugdzorg is geen papieren boekwerk. Het gaat om jongeren, ouders en professionals.
Daar doen we het voor. Maar het beheersbaar maken vergt wel een tijdig en goed inzicht voor ons als raad. De Rekenkamer heeft ons een aantal aanbevelingen gedaan. Als eerste nieuwe raadsleden beter informeren over hun kaderstellende rol. Dat is geen luxe, maar noodzaak want als de raad geen duidelijke kaders stelt, dan blijft het dweilen met de kraan open en dat raakt jongeren met een zorgvraag direct. Daarom vindt HAP het belangrijk dat het inwerkprogramma niet alleen gaat over regels en structuren, maar ook over wat het betekent om regeling te geven, juist voor de jongeren, ouders en professionals die dit raakt. Als tweede, de monitor Sociaal Domein moet meer zijn dan cijfers. De Rekenkamer zegt terecht dat we kwalitatieve inzichten moeten toevoegen want cijfers vertellen ons dat iets stijgt of daalt, maar niet waarom. Professionals en cliënten weten wat werkt, waar het schuurt en waar jongeren en ouders vastlopen. Hun stem hoort niet in een voetnoot, maar in de kern van ons beleid. Voorzitter, als we willen dat Jeugdzorg in Haarlemmermeer beter beheersbaar wordt, dan moeten we blijven luisteren naar de verhalen, naar de mensen. Wij steunen alle aanbevelingen en vragen het college om een toezegging te doen om deze volledig over te nemen. Ze helpen ons koers te houden, grip te krijgen en de menselijke maat te bewaken. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Woolthuis.
Dan gaan we naar de heer Peters, EEN Haarlemmermeer. De heer PETERS: Dank u wel voorzitter. Ik sluit me graag aan bij veel wat er gezegd is. Koersvast maar doelloos was het rapport van de Rekenkamer vier jaar terug. En als we beleid willen voeren dan is de koers belangrijk maar dan moeten we ook af en toe terugkijken naar wat de resultaten zijn en dat heeft de Rekenkamer goed gedaan. Twee punten die naar boven kwamen die aandacht behoefden en daar kan EEN Haarlemmermeer zich goed in vinden. Zeker het tweede punt werd ook al benoemd: het gebruik van landelijke statistieken zal geen goede representatie geven van wat er hier lokaal in Haarlemmermeer speelt. Maar we moeten niet blind zijn voor alleen Haarlemmermeer. Ook in onze randgemeente zijn de problemen hetzelfde. En ik denk dat we zeker, als het gaat om de jeugd, ook moeten kijken naar de niet-grensoverschrijdende, maar gemeentegrensoverschrijdende aanpak, omdat dit een manier is waarbij de jeugd het meest gebaat is. We hebben wel een aantal vragen inderdaad in de zin dat de zorgvraag aanzienlijk stijgt en in hoeverre wij als gemeenteraad en als gemeente ervoor zijn om alle problemen van de gezinnen op te lossen en of wij niet meer aan de zelfredzaamheid van de gezinnen moeten werken.
Wij zien ook dat de kinderen een ongekende prestatiedwang en digitale stress ervaren en dat verdient ook onze aandacht en daar kunnen we op Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
6
verschillende manieren op inspelen. Ik wil wat dat betreft wel duiden inderdaad op Koersvast maar doelloos. We moeten voorkomen dat we doelvast maar koersloos raken. Dus laten we zorgen dat als we beleid uitzetten dit ook gericht is op wat er gaat gebeuren. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Peters. Dan constateer ik dat DENK en SRH afwezig zijn. Ik zie de PVV wel aanwezig maar volgens mij heeft hij aangegeven geen inbreng te hebben voor de eerste termijn. Dan hebben alle partijen, die aanwezig zijn, het woord gevoerd. Dan ga ik nu voor de beantwoording van de vragen naar het college. Mevrouw Van der Meij. Wethouder VAN DER MEIJ: Dank u wel, voorzitter. Ik wil even een paar inleidende opmerkingen maken, waarbij ik ook waarschijnlijk al een deel van de vragen beantwoord. Wat ik een beetje proef uit de inbreng van verschillende mensen is het contact met professionals, en met ouders en wat doen we met die ervaringen. Wat ik eruit proef is alsof wij dat contact niet hebben. Dat is natuurlijk absoluut niet aan de orde. We hebben ongelooflijk veel contact, zowel met ouders, zowel met jongeren als met onze professionals. Er zijn gesprekken van de contactmanagers die we hebben. Als zich een casuïstiek voordoet die escaleert, dan komt hij ook zo nu en dan bij mij op het bureau. Ik ga ook met ouders in gesprek. Ik ga ook met jongeren in gesprek.
Dus het is niet zo dat we geen weet hebben, van we hebben nu hier de kaders gesteld en het ligt nu in de buitenwereld en daar blijft het liggen. Dat wil ik wel even aan de voorkant meegeven. Dan even over die kaders en wat is een kadernota? Ik weet nog, ik was zelf namelijk raadslid toen die vraag aan de orde kwam, daar lag toen een uitgebreid onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur dat in zijn algemeenheid kadernota's van gemeenteraden wel wat scherper opgesteld konden worden. Daar hebben we toen als raad wel een aanzet toe gegeven, maar uiteindelijk hebben we dat ook voor een deel door de ambtelijke organisatie laten doen en daarmee kom ik op het volgende punt, want we hebben natuurlijk heel duidelijk wel kaders gesteld. En vrij recent nog hebben we kaders behoorlijk aangescherpt als het gaat om wat is gebruikelijke zorg, wat is voorliggende zorg, noem maar op. Dus dat wil ik toch ook even meegeven dat er echt wel wat gebeurd is ook op dat gebied. En dan kom ik even bij het Rekenkameronderzoek zelf en de vraag om kwalitatieve informatie. De monitor Sociaal Domein is ook aangepast. Toen we de nieuwe verordening hebben vastgesteld, hebben we ook een nieuwe vorm van die monitor opgesteld. Die bestaat van het begin af aan uit twee delen, echt een kwantitatief onderdeel en een flexibel onderdeel waar de kwalitatieve kant in kan landen.
Daar hebben we eigenlijk heel bewust voor gekozen, ook omdat we, Ik weet even niet meer hoe de vorige monitor heette, die heette de transformeermonitor, dank jullie wel. Die is vervangen en voordat je informatie uit cijfers kunt halen heb je een aantal jaar van cijfers nodig om trends te kunnen ontdekken. Dit is het derde jaar dat we die nieuwe monitor hebben en dit is dus nu ook de kans om te gaan kijken naar welke trends we daarin zien en op welke trends vinden we het inderdaad nodig om aanvullend onderzoek te doen. Kwalitatief onderzoek. Dus de raad in zijn algemeenheid, ik geloof dat iedereen in zijn inbreng die vraag heeft gesteld: kunt u dat kwalitatieve onderzoek toevoegen? Daar zijn we nu mee bezig. Die derde monitor komt nu, dan gaan we de trends ontdekken en dan gaan we kijken en waar gaan we verder kijken. Dus ik ga niet zeggen dat nu volgende week, of volgend jaar in die monitor gelijk het kwalitatieve onderzoek daaraan toegevoegd is, want dat heeft een verdiepingsslag nodig. We moeten die cijfers hebben. We moeten gaan duiden van oké, zijn er wijken waar veel Jeugdzorg bijvoorbeeld is? Zijn er wijken waar een bepaalde vorm van Jeugdzorg veel wordt ingezet? En op basis daarvan gaan we het kwalitatieve onderdeel bepalen. Dus dat kwalitatieve onderdeel dat komt, maar dat komt los van de Transformeermonitor.
De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij, u krijgt een vraag, een verduidelijkingsvraag van de heer Van Ham, VVD. De heer VAN HAM: Ja, voorzitter, dank u wel. Even voor mijn scherpte, ik hoor de wethouder zeggen: Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
7
dat kwalitatieve deel komt eraan, want we zijn nu met een monitor drie jaar onderweg en we verzamelen nu statistieken om dat op te nemen. Maar dat hangt toch niet specifiek van een monitor af. We zijn toch als gemeente zijnde er al veel langer onderweg met deze problematiek? Het verbaast me eigenlijk dat er nu naar deze periode wordt gerefereerd, want we hebben toch al een historie aangegeven, dus kan de wethouder toelichten waarom ze zo specifiek aan een periode van drie jaar hangt? Ik begrijp dat niet. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij. Wethouder VAN DER MEIJ: Omdat die samenhangt ook met het vaststellen van het nieuwe beleidskader en de nieuwe verordening. Dus als je daadwerkelijk duiding wilt geven aan wat hebben we bereikt, bijvoorbeeld met die verordening, dan zul je die gegevens wel aan elkaar moeten kunnen koppelen. Anders ga je appels met peren vergelijken, daar hebben we volgens mij niets aan. De VOORZITTER: Nog een verduidelijkende vraag van mijnheer Van der Helm, 50PLUS. De heer VAN DER HELM: Ik hoorde de wethouder zeggen dat zij dan de cijfers gaat interpreteren en daar een soort van kwalitatief oordeel aan gaat koppelen.
Is het niet mogelijk, en daar zit ik aan te denken als ik aan kwalitatief denk, dat je gewoon in gesprek gaat met de mensen in het veld, de mensen die zorg geven of zorg ontvangen, van waar schort het aan, wat gaat er mis, waarom is het zo dat de kosten zo de pan uit rijzen? En als ik grafieken en cijfers ga interpreteren, dan noem ik dat geen kwalitatief onderzoek. Is de wethouder dat met mij eens? De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij. Wethouder VAN DER MEIJ: Nee, dat ben ik niet helemaal met u eens, want daarmee wekt u opnieuw de suggestie dat wij die gesprekken nu niet voeren. En die voeren we, nogmaals, wel degelijk. We hebben het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek. We hebben participatief onderzoek in Graan voor Visch. We hebben de maandelijkse gesprekken met onze professionals. Op het moment dat er zich... We hebben ook al Opgroeien in een Kansrijke Omgeving, de GGD-monitor en op al die gebieden voeren we ook wel degelijk de gesprekken met dan wel de professional, dan wel de inwoner, dan wel de ervaringsdeskundige. Als je wilt kunnen, als het gaat om grip en daar hebben we het hier even over, want even los van het jeugdzorgbeleid gaat het hier over de aanbeveling van de Rekenkamer over het opvolgonderzoek. Sorry, ik ben even mijn verhaal kwijt, maar daar hebben we het hier over en daar zijn we met elkaar bezig. We hebben een nieuw beleidskader.
We hebben een nieuwe verordening. En op basis daarvan, wil je kijken, hebben we sturing die we hebben geprobeerd te krijgen met die nieuwe verordening en met dat nieuwe beleidskader. Daar hebben we het hier vandaag over. We hebben het niet over het hele jeugdbeleid of... De VOORZITTER: Gaat u verder met uw verhaal, alstublieft. Nee, u heeft geen tijd meer. Wel? Mevrouw Denie, nog een korte vraag. Mevrouw DENIE: Ja, dank u wel voorzitter. Eigenlijk in navolging een beetje van de VVD, kan de wethouder eventueel toelichten hoe het dan kan dat als al die gesprekken worden gevoerd, dat geloof ik ook, daar zal niet over gelogen worden, dat er dan voor de tweede keer een aanbeveling wordt gedaan door de Rekenkamer, die dus al eerder is gedaan, waarvan wordt gezegd 'dat kan dus beter'. Waarvan ook in het nawoord staat dat de data die jullie nodig hebben, daar zijn jullie al in het bezit van, om de aanbeveling laagdrempelig op te pakken. Hoe verhoudt zich dat dan? De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij. Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
8
Wethouder VAN DER MEIJ: Ja, dat vind ik wel een mooie, dat u die nog even aanhaalt want die was ik zelf… Sorry, excuus, dank u wel, voorzitter. Het vervolgonderzoek, of het onderzoek waar we het nu over hebben, daarvan is ook door de raad destijds zelf gezegd nee, we hebben genoeg informatie, we hebben allerlei onderzoeken en daar kunnen we mee uit de voeten. Dus dat wil ik dan toch ook nog wel bestrijden. Oude raad, nou ja, dat maakt niet uit, want de raad is de raad. De VOORZITTER: Graag via de voorzitter, alsjeblieft. En daar bedoel ik niet u mee, wethouder, maar gaat u wel verder met uw verhaal alstublieft. Wethouder VAN DER MEIJ: Ja, ik ben eigenlijk een beetje aan het einde van mijn verhaal. Mijn verhaal is, ja, we gaan met het kwalitatieve onderzoek aan de slag. Ja, wij hebben die gesprekken. Wat is een goede kadernota? Dat ligt lag bij de raad en ligt nog steeds bij de raad wat mij betreft. En uiteraard zijn we al bezig met u, en dat vind ik ook relatief voor de hand liggend, om u goed geëquipeerd deze volgende raadsperiode in te laten gaan als het gaat om het Sociaal Domein in de brede zin van het woord. De VOORZITTER: Nog een lastminutevraag, ChristenUnie-SGP. De heer ALDERDEN: Ja, toch op de valreep. Ik was nog even kort de bestuurlijke reactie aan het nalezen. Dat ging weer even over dat kwalitatieve gedeelte.
En er staat in, ik citeer even, "Wanneer de ontwikkelingen vanuit het vaste deel van de monitor er aanleiding voor geven, zullen we kwalitatief gaan verdiepen." En dan denk ik een beetje van, wanneer de ontwikkelingen daar aanleiding voor geven, ongeacht de ontwikkelingen, is er toch altijd aanleiding om kwalitatief te gaan verdiepen? Zou de wethouder daar op kunnen reflecteren? De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij en dan ronden we de termijn af. Wethouder VAN DER MEIJ: Nou, ja, dat ben ik dus niet helemaal met u eens, want nogmaals, dit ben ik niet helemaal... Nee, voed me maar op. Als we toch over Jeugdzorg hebben. Een beetje laat misschien, maar wie weet helpt het nog. Nee, sorry. De heer Van Alderden, dat ben ik niet helemaal met u eens. Ik ben nu wel weer van mijn à propos. Dat begrijpt u, denk ik. De heer VAN ALDERDEN: Ik kan de vraag even herhalen? Wethouder VAN DER MEIJ: Nee, maar ik weet het weer. Dank u. Dank u wel, de heer Van Alderden. De heer VAN ALDERDEN: Ja, ik maak het erg ingewikkeld. De VOORZITTER: Via de voorzitter alstublieft. De wethouder is aan het woord. Wethouder VAN DER MEIJ: En nu ben ik hem wel weer kwijt. Nee, het kwalitatieve onderzoek, nogmaals, dat heeft een doel in die zin dat je bespreekt met inwoners, je bespreekt met ervaringsdeskundigen, je bespreekt met de professionals om te kijken wat gebeurt er inderdaad in die monitor.
De gesprekken met die professionals, die hebben we. Daar zit alleen niet per se een trend aan gekoppeld waarvan we willen weten, maar waar komt die trend vandaan? En wat kunnen we eraan doen om daar grip en sturing op te krijgen? De VOORZITTER: Het lijkt me goed dat u als raad vooral de discussie ook met elkaar aangaat in de tweede termijn. Mocht u nog veel vragen hebben aan het college, want dat is redelijk door de tijd Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
9
heen, kunt u die schriftelijk indienen en dan kan de wethouder er ook even bijkomen. In uw inbreng, ik heb twee partijen duidelijk horen aangeven het in de tweede termijn ergens over te willen hebben, namelijk de VVD heeft aangegeven: hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we eerder geïnformeerd kunnen worden om zo nog beter onze kaderstellende rol binnen de Jeugdzorg uit te kunnen voeren? En Hart van Haarlemmermeer heeft aangegeven een motie te willen indienen en die te willen bespreken over de kwalitatieve inzichten met betrekking tot beslispunt 2 in het huidige raadsvoorstel en ik vermoed dat er nog een derde onderwerp aankomt van mevrouw Smand, D66. Mevrouw SMAND: Dank u wel voorzitter. Ja, 1a, 1b, maar wij hadden hetzelfde onderwerp genoemd als de VVD. Hoe kunnen we onze kaderstellende rol nu beter invullen? De VOORZITTER: Ja, dus dat is dat gaan we ineen doen. Zijn er andere onderwerpen die u als raad binnen dit huidige raadsvoorstel wil bespreken? Dat is niet het geval. We gaan wel even kijken hoever we komen. Dan beginnen we bij de eerste. Mijnheer Van Ham, kunt u hem introduceren? De heer VAN HAM: Ja, voorzitter, dank.
Ja, voorzitter, ik leid uit de eerste termijn af dat wij als rechtsopvolger, waar we ons volgens mij allemaal heel erg terdege van bewustzijn, echt goed notie hebben van het gegeven dat wij inderdaad een hele belangrijke rol hebben, een kaderstellende rol, een controlerende rol en ook een financiële rol. En voorzitter, wat mij in voorbereiding op deze sessie heel erg bezighield, was de frequentie van het informeren van de raad door het college. Want het inzicht dat ik tot nu toe heb, maar ik hoor het graag van mijn collegae of het anders is, is dat wij eigenlijk worden geïnformeerd via de P&C-cyclus, hoe het in financiële zin verloopt, en via de monitoren Sociaal Domein. En als ik dan denk aan de P&C-cyclus, dan komt er een gevoel over mij dat wij als raad zijnde een hele reactieve houding krijgen. Dit is echt een enorm belangrijk onderwerp, want financieel gaat het er echt heel slecht aan toe. Het aantal jeugdigen in de Jeugdzorg neemt alleen maar toe en daar moeten we echt als raad zijnde iets mee. Dat gaf ik net ook in de eerste termijn aan. U ziet het ook aan mijn houding. Ik zit naar voren. En ik denk ook dat ook in de informatieverstrekking die tot ons komt vanuit het college, dat we deze periode nog veel meer die houding moeten gaan krijgen.
En als u dan vervolgens aan mij de vraag stelt, want die verwacht ik wel van de collegae van ja: hoe ziet u dat dan voor zich? Kijk, we hebben natuurlijk de raadsbrieven die we kennen, maar je hebt bijvoorbeeld ook informatieve bijeenkomsten. En in die bijeenkomsten kunnen wij als raad zijnde ons nader laten informeren van: hoe gaat het bijvoorbeeld met de cliëntgebonden kosten tussentijds? Want wat we net ook uit de stukken hebben kunnen lezen is dat er dashboards zijn. In die dashboards zien we eigenlijk hoe gaat het met de zorgvraag en hoe het ook gaat met de financiële ontwikkelingen. Het is voor ons als raad zijnde heel erg fijn als we voor een P&C-cyclusmoment, lees bijvoorbeeld een jaarrekening, al vooraf weten van hé, het aantal jeugdigen is nog alleen maar aan het toenemen en de zorgkosten nemen nog alleen maar toe en dat zit op dat en dat segment. Ik denk dat we echt, als we het hebben over onze rol, kaderstellend en controlerend, als we de frequentie gaan veranderen, en ook de wijze waarop, dat we veel meer nog dat eruit kunnen halen waarvoor wij met elkaar op aarde zijn. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dus als ik hem kort mag samenvatten is uw vraag aan de raad, bent u het met de VVD eens dat we actiever en vaker, frequenter, geïnformeerd moeten worden over informatie die noodzakelijk is om de besluitvorming goed te kunnen doen.
Toch? Dat is mijn rol als voorzitter om het te samenvatten. De heer VAN HAM: Voorzitter, ik zou willen dat ik het zo in één woord had gezegd. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Smand heeft aangegeven hetzelfde onderwerp te willen inbrengen, dus ik wil u het woord geven en daarna ga ik naar mevrouw Denie van PRO. Mevrouw Smand. Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
10
Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Ja, in het verlengde van wat mijnheer Van der Ham aangeeft. Kijk, in de basis ben ik het echt wel met hem eens. Hoe kun je nu zo goed mogelijk op de Jeugdzorg in de toekomst gaan sturen? En moet je dan ook niet andere informatie en andere informatiemomenten inbouwen? Tegelijkertijd zeg ik ook, en dat heb ik de wethouder ook horen zeggen, wij zitten op een rijdende trein waar al heel veel informatie is. Die moet je niet zomaar stoppen, omdat, wil je trends ontdekken en wil je ook begrijpen wat er allemaal achter die informatie zit, dan moet je dat wel in die context gaan bekijken. Dus zomaar een hele nieuwe monitor of een tussentijds informatiemoment, ik sta niet vooraan in de rij om dat te gaan optuigen, omdat ik denk dat we ook de afspraken die er nu liggen een kans moeten geven om die trends te ontdekken en die kwalitatieve informatie op enig moment toe te voegen en te kijken wat we dan nog nodig hebben, want het gevaar van informatieoverload is ook levensgroot aanwezig. Dus dat punt wil ik wel even maken. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Smand. Ik kom bij u, maar ik zag de behoefte bij mijnheer Van Ham om een korte verduidelijking. De heer VAN HAM: Ja voorzitter, dank en fijn dat mevrouw Smand en ik het eigenlijk op hoofdlijnen met elkaar eens zijn.
Ter verduidelijking, ik heb het niet over het stoppen van informatie, ik heb het over het toevoegen van informatie. Wat mij betreft kunnen we dat ook op een vrij eenvoudige wijze doen, althans het college, want de systemen zijn daarvoor aanwezig en ik denk dat in dit geval we niet informatie genoeg kunnen hebben. Dus over een overload maak ik me geen zorgen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dan ga ik eerst naar mevrouw Denie van PRO en dan naar Forza! Mevrouw DENIE: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had toch niet verwacht dat bij een nieuwe raadsperiode ik een hernieuwde soort liefde zou voelen voor de VVD. Dus nee, ik ben blij met het voorstel. Alleen wil ik daar wel aan toevoegen dat wij van PRO ervoor willen waken dat… Extra informatie perfect, nodig, inderdaad reactieve houding is ook soms moeilijk om dan achteraf te zeggen 'ja maar ik wil dit' en dan is het 'ja maar het staat er al vast'. Alleen om bij te sturen en die extra informatie, dus is het wel belangrijk voor ons om dat niet alleen maar te doen op basis van geld en meetbaarheid en efficiencygedoe. Want het zou er juist om moeten gaan dat we dan bijsturen in het belang van de jongeren. En in dat geval komen we ook weer een beetje terug op een van de aanbevelingen dat je dus wel dan ook moet weten wat de oorzaak achter die stijging is.
Dus helemaal voor extra informatie, maar ik zou graag dus nog wel een aantal toevoegingen daaraan willen doen. De VOORZITTER: Mevrouw Bouwhuis, Forza! Mevrouw BOUWHUIS: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn het er bij Forza! ook zeker mee eens dat die informatievoorziening er gewoon moet komen want niet weten wat de oorzaak is, kost uiteindelijk gewoon veel meer. En snelheid zonder sturing, dat kan gewoon niet. Dat komt niet ten goede van het beleid dat we willen maken. Dus wij zijn er ook zeker voor. De VOORZITTER: Mevrouw Roos, Forum voor Democratie en dan het CDA. Mevrouw ROOS: Zoals ik in mijn bijdrage al heb genoemd zijn er echt wel onderwerpen waar wij extra informatie over kunnen krijgen. Als je ziet, over een paar weken krijgen we als het goed is een informatieve bijeenkomst over het jeugdonderzoek. Daar heb ik stiekem wel al naar gekeken en daar staat ook al heel veel informatie over hoe het gaat met de jeugd. En ik denk dat naar aanleiding van dat onderzoek we ook nog wel wat informatie, extra informatie kunnen krijgen. En als ik het dan heb over, ik heb het gehad over de zelfdoding, daar zijn in de vorige raadsperiode nog schriftelijke vragen Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
11
over gesteld en daar werd al door het college ook genoemd dat het daar best graag een informatieve bijeenkomst over wilde hebben. Dus ik denk dat het ook een beetje aan ons ligt om daar toch meer vragen over te stellen en dan inderdaad ook in te zetten op meer van die informatieve bijeenkomsten. Dus het is, we kunnen alles wel bij het college neerleggen, maar het is ook een vraag die vanuit ons moet komen. Nu ligt die vraag daar ook, maar ik denk als wij specifiek over onderwerpen meer willen weten, meer inzicht willen hebben, dan moeten we dat ook echt vragen. Dus in dat kader leg ik ook een beetje de bal bij onszelf. De VOORZITTER: U krijgt een verduidelijkende vraag van mevrouw Smand, D66. Mevrouw SMAND: Nou, niet zozeer een verduidelijkende vraag, voorzitter, maar een ondersteuning van uw betoog. Want dat is ook iets dat de Rekenkamer concludeert. Stel duidelijke kaders en duidelijk is niet altijd meer. En het goede moment is daarin ook belangrijk. Dus wat er al op de rol staat aan informatieve bijeenkomsten, aan onderzoeken die gedaan worden, laten we dat ook vooral betrekken bij: hoe zouden we dat dan in de toekomst willen zien en die trein wel door laten rijden en niet de hele zaak omgooien. De VOORZITTER: Dan gaan we naar het CDA, mevrouw Kerkheide. Mevrouw KERKHEIDE: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ik zie net zoals velen hier het enorme belang in van eventuele informatieve bijeenkomsten. Die kwantitatieve informatie geven over hoe het nou echt gaat met onze inwoners. Hoe gaat het nou echt met onze jeugd? Ik heb ook dingen gehoord over zelfmoordcijfers. Ook dat is echt een belangrijk probleem waar veel jongeren nu mee kampen. Zeker ook het financiële plaatje is niet iets wat we uit het oog moeten verliezen. We staan echt wel voor, problemen wil ik het niet direct noemen, maar we staan wel voor een groot bestuurlijk conflict daarin, wat willen wij qua kaders stellen en hoe willen wij dat financieel gaan uitwerken? Dus ook dat financiële plaatje is ook eventueel in een informatieve bijeenkomst heel belangrijk om mee te nemen. Voor de rest ben ik heel erg blij dat heel veel mensen dat ook beamen. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Ik kom bij u. Mijnheer Van der Helm, 50PLUS. Daarna EEN Haarlemmermeer. De heer VAN DER HELM: Ja, ik heb het al eerder aangegeven. We willen graag die informatie hebben, vooral op kwalitatief achterliggende redenen en informatie die van nut kan zijn voor ons als raad. Landelijke cijfers of landelijke informatie is wat ons betreft ondergeschikt. Wij vinden vooral belangrijk wat er specifiek voor Haarlemmermeer geldt, want de cijfers lopen hier uit de pan.
Gezien het landelijk beeld zijn de cijfers, wat ik heb begrepen, hoger dan… Het komt natuurlijk ook omdat het meer jongeren betreft en de cijfers per jongere zijn hoger. Maar periodiek prima. Maar waarom zouden we moeten wachten als er informatie beschikbaar is om dat periodiek ter beschikking te stellen? Ik zou willen voorstellen, zodra er informatie is dit gelijk te delen met de raad. Daar hoeven we helemaal geen termijn over af te spreken. Gewoon alles direct delen met de raad en dan kunnen we als raad besluiten hoe daar verder mee om te gaan. De VOORZITTER: EEN Haarlemmermeer. Ik wil toch Sanders zeggen, wat erg hè. De heer Peters. De heer PETERS: Nou voorzitter, ik sluit wat dat betreft graag aan bij wat mijnheer Van der Helm zei. Het gaat er inderdaad om dat de informatie niet periodiek in grote documenten wordt gedeeld. Want ik kan je eerlijk vertellen soms krijgen we documenten en ik ben nog net actief, waarbij ik denk waar moet ik beginnen, want ik ben op zoek naar een onderdeel. Dus ik zou het interessant vinden als we vanuit de gemeente kijken naar een informatieportaal waarbij we veel gerichter kunnen zoeken op specifieke informatie, dan elke keer te moeten wachten totdat er een lijvig rapport komt met een groot Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
12
deel informatie waar ik op dat moment geen behoefte aan heb. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Woolthuis HAP. Mevrouw WOOLTHUIS: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het is heel mooi om te zien dat dit onderwerp natuurlijk zo onwijs leeft en daar zie ik ook wel echt een gemene deler in en ook mooi om de input al te horen op dit onderwerp. Maar juist een van de aanbevelingen van de RKC is: zorg dat de nieuwe raad goed geïnformeerd wordt met inwerksessies. Dus laten we eens kijken, wat komt eruit, wat krijgen we aan informatie en daarna kunnen we beslissen, is er meer of minder nodig, want alles zomaar naar de raad sturen, ik kan u uit ervaring vertellen, dat gaat niet helpen, dus laten we even deze informatie die eraan komt, goed tot ons nemen en dan kunnen we vanuit daar besluiten hoe wij verder op een misschien nog betere manier geïnformeerd kunnen worden. De VOORZITTER: Mevrouw Bouwhuis, Forza! Mevrouw BOUWHUIS: Dank u wel voorzitter. Ik wil daar inderdaad ook nog even de kanttekening bij maken dat het inderdaad belangrijk is om echt lokaal inzicht te krijgen. Dus inderdaad de informatie die ons toekomt om echt te kijken hoe kunnen we dat hier lokaal inzetten. Want lokaal inzicht zorgt ervoor dat we lokaal beter beleid kunnen maken samen. De VOORZITTER: Ik wil hem afronden.
Mijnheer Van Ham, rondt u het onderwerp af? De heer VAN HAM: Ja voorzitter dank en ik wil graag de collega's bedanken voor hun reacties. Ik proef hier eigenlijk een brede consensus om toch wel iets met de frequentie te gaan doen voor wat betreft de informatieverstrekking. Ook wel inderdaad terecht de kritische houding van: wat komt er op ons af. En vooral ook van: wat moeten we daarmee? Maar ik vind het heel fijn om te constateren dat wij echt de urgentie voelen om hier op een proactieve wijze mee aan de slag te gaan en dat er niet genoeg momenten kunnen zijn om hierbij als raad zijnde stil te staan. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan ronden we dit onderwerp af. Dan gaan we naar onderwerp 2. Dat is Hart van Haarlemmermeer en dat gaat over de mogelijke motie kwalitatieve inzichten met betrekking tot beslispunt 2. Kunt u hem inleiden? Mevrouw VAN BEEREN: Jazeker, dank u wel voorzitter. Met deze motie willen wij uitvoering geven aan de aanbeveling van de Rekenkamer om kwalitatieve inzichten en ervaringen toe te voegen aan de monitor Sociaal Domein. Wij delen de opvatting dat achter ieder cijfer een mens, een gezin of een kind schuilgaat. Juist daarom moet de monitor niet alleen ontwikkelingen in cijfers laten zien, maar ook inzicht geven in de kwaliteit van de zorg en ondersteuning die inwoners ontvangen.
Op die manier krijgen wij als raad bovendien meer handvatten om kaders te stellen en onze controlerende rol goed uit te oefenen. Tot zover. De VOORZITTER: Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Roos, Forum voor Democratie. Mevrouw ROOS: Ondanks dat we toch een soort van toezegging hebben gekregen van het college wil ik deze motie inderdaad steunen, want ik denk dat het onvoldoende is om het over te laten aan het zelf zoeken, als het college het idee heeft dat er ergens een punt is dat nader onderzocht moet worden. Ik denk dat wij ook, behalve dan inderdaad dat het college dat dan zo doet, dat er over het algemeen ook meer inzicht moet komen. Dus dat eigenlijk zodra er een cijfermatige monitor is en het kan ook kwalitatief meer geduid worden, dat het dan ook echt gebeurt.
Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
13
De VOORZITTER: Wie mag ik het woord geven? Dat is niemand. Dan gaan we, ja, dan is het kennelijk een hele duidelijke, hele goede motie. Zonder waardeoordeel. Dan mag u het onderwerp afronden. Mevrouw VAN BEEREN: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik denk dat het eigenlijk wel duidelijk is voor zover en wij gaan in overleg of we de motie zullen indienen. Dank u wel. De VOORZITTER: Er zijn onderwerpen besproken die zijn aangemeld door uw raad. Ik kijk nog één keer rond. Er is geen behoefte aan een nieuw onderwerp, dan zijn we op tijd klaar. Resumé, er zijn twee onderwerpen besproken in de tweede termijn, waarbij het onderwerp dat door VVD/D66 werd ingebracht is om de behoefte aan gerichtere lokale informatie om de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraad nog beter te kunnen uitvoeren. En Hart van Haarlemmermeer heeft een motie aangekondigd om beslispunt 2 nader kleur te geven. Volgens mij heb ik hem zo volledig verwoord. Dan kijk ik nog één keer rond en dan sluit ik deze sessie. Dank u wel.
Conceptverslag Sessiedebat Rekenkamer Opvolgonderzoek Jeugdzorg 7 mei 2026
14