CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-01-08 Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 29 januari 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Vaststellen van de verslagen van 8 januari en 15 januari15.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waar aan de ene kant de partijen zijn die het mandaat juist naar de raad willen trekken, omdat ze bezorgd zijn dat het college eventueel, als er toch niet genoeg draagvlak is, het wellicht er wel doorheen zou drukken. Aan de andere kant hoor ik mensen die het mandaat juist bij het college willen houden om te voorkomen dat we voor ieder straatje naar de raad toe moeten. Ik denk dat we hierin een goede middenweg kunnen vinden, omdat ik denk dat door een toevoeging aan artikel 2 we de zorgen kunnen wegnemen van de mensen die het mandaat helemaal naar de raad willen toetrekken want ik hoorde bijvoorbeeld Forum voor Democratie ook zeggen, ja als er een meerderheid van de inwoners voor betaald parkeren of een blauwe zone is, dan zullen wij daar waarschijnlijk mee instemmen. Dus dan denk ik dat het onnodig is om het naar de raad te brengen als we een toevoeging aan artikel 2 doen. En die toevoeging aan artikel 2 gaat over het mandaat van het college: dat de procedure die op dit moment gevolgd wordt aan het artikel wordt toegevoegd. Concreet betekent dit dat we in het artikel vastleggen dat er dus minimaal 90% parkeerdruk moet zijn, blijkend uit parkeerdrukmetingen.

En ten tweede dat er uit een enquête, of zoiets dergelijks, een meerderheid van de bewoners voor een vorm van regulering moet zijn en op die manier leggen we dus keihard vast wat de eisen zijn en is het wat de VVD betreft niet nodig om voor ieder straatje naar de raad te moeten gaan. De VOORZITTER: Ik zie een aantal reacties. Ik begin bij de heer Van der Peet, CDA. De heer VAN DER PEET: Ja, dank u wel voorzitter. In de eerste termijn heeft een aantal partijen de uitvoering genoemd: daar moeten wij ons niet mee bemoeien. Maar ik denk juist dat het eigenlijk elkaar helemaal niet hoeft tegen te zitten. Het gaat natuurlijk om een stuk uitvoering om het allemaal voor te bereiden, maar het gaat hier om een stukje besluitvorming waar we op heel veel punten het college de uitvoering geven, maar waar we de besluitvorming toch in de raad hebben. En juist bij gebieden waar we echt vanaf blanco beginnen met een parkeerregulering ligt het gewoon heel maatschappelijk gevoelig. Het CDA denkt echt dat we dat in de raad moeten hebben. Misschien moeten we een splitsing maken tussen hele nieuwe gebieden, of een straat ergens erbij, om het behapbaar te maken. Aan de andere kant denk ik dat wat de heer Blankestein zegt dat zoals het in het beleid staat het eigenlijk al automatisme is. Als er een meerderheid is uit die enquête dan gaat er iets gebeuren.

Als je het zo Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

16

dwingend opschrijft en dus niet meer besluitvorming hiervan bij de raad zou leggen, dan zou je dus ook moeten gaan vastleggen: oké, maar hoe moet die enquête dan worden vormgegeven? Wordt iedereen wel gehoord in zo'n enquête? Moeten minimaal zoveel mensen reageren? Als we dat niet vastleggen dan ontnemen we ook de mensen die daar niet op reageren om nog een inbreng te geven. Daarom denk ik dat het beter is, zeker bij nieuwe gebieden, om gewoon die verantwoordelijkheid hier naar ons toe te halen, dan zou er bijvoorbeeld voor Pionier-Bols helemaal niets veranderd zijn. Alleen het voorstel was niet een nota van het college geweest met één beslispunt voor ons, maar gewoon een raadsvoorstel met meerdere beslispunten. Voor de rest zou er niet veel veranderd zijn. De VOORZITTER: Ik zie in ieder geval SRH en Forum voor Democratie. Ik geef eerst het woord aan de heer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Om ook even in te gaan op de woorden van mijnheer Van der Peet, daar sta ik grotendeels achter. Wat mijnheer Blankestein ook zegt, als er een meerderheid is, dan kan het in één keer door. Wat ons wel een beetje zorgen baart is, hoe groot is die meerderheid? Want is dat 51% om 49%, dan denk ik dat het echt wel discussie gaat opwekken, ook bij ons in de raad. En in principe is er, tenzij het fiftyfifty is altijd een meerderheid.

En dan is er of een meerderheid voor wel of voor niet dus ik snap heel goed wat u zegt. En is er nou echt een overgrote meerderheid, dan kan ik iets meer naar de kant van de VVD wijken, maar over het algemeen ben ik het meer eens met de woorden van mijnheer Van der Peet. De VOORZITTER: Mevrouw Roos. Mevrouw ROOS: Ja, mijnheer Van der Peet weet het heel goed uit te drukken en daar ga ik dus ook helemaal in mee. Het gaat mij ook om de procedure, dat we die ook echt zien. Dus wij weten dan wat er dan ook gebeurd is. Inwoners komen ook naar ons toe. Dit wordt ons door de strot heen geduwd, zo zal een aantal mensen het noemen. Wij moeten ook kunnen uitleggen aan de inwoners waarom die keuze is gemaakt en waarom dan die keuze ook niet bij ons neerleggen? Als wij dan dus zien wat de procedure is, wat de participatie is geweest, wat voor meerderheid er ook is, net zoals SRH zegt, dan kunnen wij dat ook voor onszelf verantwoorden naar de inwoners toe en dan is het ook voor iedereen ook duidelijk. Nu is er ook heel vaak het idee van 'het college besluit maar en waar is dan de raad?' Ja, nu kunnen we die regierol dus nemen. Dus pak hem dan ook. De VOORZITTER: Ik zie mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Dank u wel voorzitter. Mevrouw Roos, u heeft me wel met uw betoog op een idee gebracht en ook mijnheer Van der Peet.

We moeten duidelijk een knip maken tussen wat echt uitvoering is en hoe de procedure in elkaar zit en wat de resultaten van die procedure zijn en daar wellicht ook kijken naar de verschillende gebieden. Als het bijvoorbeeld gaat over wat mijnheer Spijker aangeeft, het waterbedeffect dat in Badhoevedorp is ontstaan door de invoering van betaald parkeren en uit onderzoek van een grote groep inwoners blijkt daar dat men iets van regulering wil, dan hoef ik daar geen debat over. Dat is voor mij zo klaar als een klontje, want dat gaat alleen maar vertragen en dat levert alleen maar tijdverlies op. Maar als we het hebben over grote bouwprojecten, grote ingrepen in bestaande infrastructuur, waardoor parkeren verandert, dan wel. Dus kunnen we ergens een knip maken dat we selectief zijn in wat naar de raad gaat en wat niet en dat we het ook nog allemaal een beetje overzichtelijk houden en behapbaar. Dat is de vraag die mij wel bezighoudt. Hoe gaan we dat doen? De VOORZITTER: Directe reactie, mijnheer Van der Peet?

Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

17

De heer VAN DER PEET: Ja, dank u wel voorzitter. Ik dacht dat mevrouw Smand tegen een knip was in Badhoevedorp? Maar dat terzijde, dat is een ander debat. Ik ben even benieuwd, waar zit bij u het onderbuikgevoel dat het zoveel vertraging gaat opleveren? Wij hebben namelijk het idee dat het helemaal niet zo heel vaak voorkomt dat parkeergebieden worden aangewezen. Misschien een, twee keer per jaar. Waar zit uw zorg nou om het hele proces, dat hartstikke goed wordt doorlopen door het college en iedereen die er meedoet, om daar dan als laatste een oordeel over te geven zodat we ook onze controlerende taak uit kunnen voeren of inderdaad het proces en het beleid uitgevoerd wordt zoals wij het bedoeld hebben? De VOORZITTER: Mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Dat zijn eigenlijk twee dingen. Dat is een heel actueel onderwerp en dat is Badhoevedorp, waar we al heel lang met overlast zitten en door de procedure, die best lang duurt, zijn daar nog geen maatregelen genomen. Ik heb het niet over Quatrebras, ik heb het over het waterbedeffect uit Amsterdam. En het tweede is dat, en dat is misschien de stip op de horizon, ruimte is schaars, zoals mijnheer Boerman ook aangeeft.

En ik denk dat deze raad, toekomstige raden, in de toekomst veel meer met betaald parkeren of in ieder geval parkeerregulering, geconfronteerd zullen worden omdat we keuzes moeten maken en als we dat iedere keer helemaal via de raad moeten doen, dan ben ik bang dat we nergens komen en dat heeft te maken met leefbaarheid en leefomgeving. Waardoor die vraag, verwacht ik, hoe langer hoe meer gaat langskomen. De VOORZITTER: Dit roept nog een reactie op bij mevrouw Roos, Forum voor Democratie. Mevrouw ROOS: Ja, ik hoor mevrouw Smand zeggen: helemaal naar de raad maar ik zie niet wat nou het grote verschil is. Het komt bij het college te liggen en inderdaad, het college leest het dan, zo in mijn optiek, leest dat dan. Oké, dit ziet er helemaal goed en klaar uit en zet het dan gewoon door naar de raad. Ik snap niet precies… Daar gaat toch niet een halfjaar overheen? De VOORZITTER: Ik popel om er zelf iets over te zeggen, maar dat doe ik niet. Mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Ja, en toch wel, want we zien best wel dat besluiten over betaald parkeren een lange tijd in beslag nemen. En het tweede is, dat gaat natuurlijk over de Parkeerverordeningen en al het ander beleid eromheen, dat we aan die voorkant dan heel goed vast moeten leggen hoe die procedure in elkaar zit. Dat we daar geen vragen over hebben.

Dus dat zijn wel dan, wil je dat een beetje in een goed tempo kunnen doen, dan moet je aan de voorkant die procedure wel kunnen onderzoeken. Wat verstaan we dan onder draagvlak? Wat is een hoge parkeerdruk als niemand in parkeergarages parkeert, maar wel op de openbare weg? Dat zijn allemaal dingen die dan glashelder moeten zijn, anders verzanden we in eindeloze debatten en dan gaat misschien het recht van de sterkste spreken. De VOORZITTER: Dit roept een vraag op bij de heer Van der Peet en de heer Blankestein en de heer Boerman. Eerst de heer Van der Peet. De heer VAN DER PEET: Ja, ik denk dat we proberen even helderheid te scheppen want volgens mij hoor ik bij mevrouw Smand twee dingen een beetje door elkaar heen lopen. Dat gaat over het besluitvormingsproces. Dat de raad een besluit zal gaan nemen en dus ook het hele proces, de regie pakt, om dat allemaal zelf te gaan uitzoeken en daar de keuzes in te maken. Ik kan me voorstellen dat het proces zelf, voordat je namelijk overgaat tot oplossingen, heel lang duurt. Dat is een frustratie denk ik bij inwoners, misschien zelfs bij de wethouder, dat het allemaal te traag gaat. Maar wat ons betreft gaat het om die bevoegdheid, om die laatste bevoegdheid dat het een nota van het college is, of een Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

18

besluit van de raad in een raadsvoorstel. Ik kan me niet voorstellen dat geen enkele partij hier, op de stemmingenlijst een collegebesluit over het invoeren van betaald parkeren in Badhoevedorp, niet naar een sessie gaat vragen. Dus wat is het verschil? Nogmaals, wat is het verschil? De VOORZITTER: De heer Blankestein. De heer BLANKESTEIN: Ja, voorzitter. Ik heb niet zozeer een vraag, maar ik wil meer gewoon ingaan op punten die zijn ingebracht, maar ik weet niet of dat nu al het moment is of dat u wilt dat ik nog even wacht daarmee? De VOORZITTER: Daar wil ik nog even mee wachten, want ik heb nog een paar reacties. Ik zie ook de heer Blankestein op dit punt van D66. De heer BEUSENBERG: Beusenberg. De VOORZITTER: De heer Beusenberg op dit punt van D66. De heer BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik denk inderdaad ook dat die laatste besluitvorming gewoon bij de raad moet liggen en op het moment dat er al klip-en-klaar is wat de inwoners willen dan hoeft daar volgens mij ook geen sessie over gehouden te worden. Ik denk dat we vaak op stemmingenlijsten ook stukken terugvinden waar überhaupt geen sessie over is geweest en volgens mij is het onze taak als volksvertegenwoordiger om dan die stukken te lezen en daar een besluit over te nemen. De VOORZITTER: Ik geloof dat u ook wilt reageren, mevrouw Roos.

Mevrouw ROOS: Ja, ik zal het inderdaad heel kort houden, want mijnheer Van der Peet zei het al. Ik merk dat de frustratie meer zit in het hele proces, wat er allemaal voor zit. Ik hoop niet meer dat dat die frustratie opwekt, maar die hele procedure blijft hetzelfde. Het enige wat inderdaad dan nu zo is, is dat het dan nog even in een raadsvoorstel bij ons langskomt dus ik zie niet in dat er een grote vertraging daarin zou ontstaan. De VOORZITTER: Ik heb in ieder geval nog van BVNL, ChristenUnie-GSP en PVDA de eerste reactie op het ingebrachte thema. Ik zie GroenLinks ook nog. Ik geef eerst het woord aan de heer De Ruiter. De heer DE RUITER: Ja, dank u voorzitter. Ik volg de discussie met aandacht. Voor mijnheer Van der Peet heb ik één woord. Dat is referendum. Dan de inbreng van D66. Ik zou willen zeggen, het is godbetert onze taak als raad om hier juist over te oordelen. Dus hoe kan zij nu zeggen dat dat te lang zou gaan duren? En dan terugkomend op het oorspronkelijk thema dat mijnheer Blankestein heeft ingebracht. Moet nou die beslissingsbevoegdheid naar de raad? Ja, wat BVNL betreft wel. Ik heb dat in mijn bijdrage in de eerste termijn ook al aangegeven.

En wat ons betreft is dat hoofdzakelijk omdat we natuurlijk de notoire vergeetachtigheid van de VVD intussen wel kennen en dat we maar al te bang zijn dat straks na de verkiezingen de coalitie, of de wethouder wellicht, totaal is vergeten wat er hier is besproken en wat er hier is toegezegd en dat het gewoon ingevoerd wordt, draagvlak of geen draagvlak. Dus die beslissingsbevoegdheid moet echt naar de raad wat BVNL betreft. Dank u. De VOORZITTER: Dit roept een reactie op bij D66 en de HAP, mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog heel eventjes terughalen wat ik heb gezegd. Dat een voorwaarde voor het delegeren van dit soort besluiten aan het college is dat die participatie Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

19

heel goed geregeld moet worden, heel goed dichtgetimmerd moet zijn en ons voldoende informatie geeft om daar ook op te kunnen vertrouwen. Dat is denk ik wel een belangrijke toevoeging als het gaat om de rol van de raad. De VOORZITTER: De heer Klaassen. De heer KLAASSEN: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, zoals ik in mijn bijdrage ook heb aangegeven, ik heb zelf aan den lijve ondervonden hoe het is bij een uitbreiding van een blauwe zone. Bij mij is de participatie uiterst goed verlopen en zijn ook de brieven en de communicatie die ik van de gemeente op dat moment gewoon als inwoner ontvangen heb, ontzettend duidelijk en transparant. Er staan alle hoeveelheden in, er staat een aantal mensen in dat gestemd heeft, er staat het aantal mensen voor, het aantal mensen tegen, een aantal ongeldige stemmen. Je zou bijna denken dat het een gemeenteraad is wat dat betreft, zo duidelijk de stemmen zijn qua tellingen. En als de inwoners zeggen: ik wil een blauwe zone, wat ik ook als interruptie bij mevrouw Roos net van BVNL heb gegeven, als de inwoners vinden dat er een uitbreiding moet komen, wie zijn wij dan als raad om te zeggen: jammer voor je, doen we niet. Als de inwoners dat willen, dan kunnen wij dat doen. Als de inwoners het niet willen op dat moment, dan wordt er een, Wegenverkeerswet in werking gesteld, dan wordt er een aanpassing gedaan.

Dat wordt ter inzage gelegd en dan kunnen er bezwaren gemaakt worden. Dat zijn allemaal geldige en lopende instrumenten die er op dit moment zijn. Waarom gebruiken we die dan niet en gaan we ons weer aanpassen en moeten er andere dingen ingesteld worden en nog meer stukken langs de raad terwijl we het al zo druk hebben? De VOORZITTER: Mevrouw Roos. Mevrouw ROOS: Ja, in reactie daarop. Uw ervaring is dat het helemaal goed gelopen is en dat is helemaal prima. Ik bedoel, het is heel fijn om te horen. Wij kunnen alleen, als dat alsnog langs de raad komt, dat gewoon controleren. En is het goed, dan gaat er voor ons ook een stempel op en dan wordt het gewoon uitgevoerd. Dus het gaat ook om het controleren en weten, is het goed gegaan? Is er inderdaad een duidelijke meerderheid? Is er inderdaad sprake van alle voorwaarden waar wij willen dat het aan voldoet? Helemaal prima. En dan gaat het gewoon langs de raad. Dus ik snap ook niet waarom dat dan per se dan niet zou moeten gebeuren. Want de ervaring is, bij uw gebied is het helemaal hartstikke goed gegaan, maar er zijn ook gebieden waar het misschien helemaal niet zo fijn gaat en zo goed gaat en dan hebben wij alsnog een taak om daar dus wat van te vinden. De VOORZITTER: Ik zie de heer Beusenberg ook nog in reactie op BVNL. De heer BEUSENBERG: Ja, dat klopt, voorzitter.

Maar mevrouw Roos heeft mij echt al het gras voor de voeten weggemaaid. De VOORZITTER: Dan ben ik bij de heer Sulmann. De heer SULMANN: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wat ik me gewoon even afvraag, wat is de meerwaarde van de raad als de parkeerdruk 95% is en 80% wil een blauwe zone? Wat gaan wij daar dan nog van vinden? Nou, blijkbaar zijn er mensen die vinden dat we er toch nog wat van moeten vinden. Ik zie dan die stap niet als een extra toegevoegde waarde. Volgens mij kan het college die afweging prima maken. Mochten wij als raad nou vinden: dit gaat helemaal mis. Nou, inderdaad, wat mijnheer Van der Peet zegt, dan kunnen wij als raad altijd zeggen: dit collegebesluit willen we gaan bespreken. We kunnen moties indienen, we kunnen van alles. Het is niet zo dat als het college een besluit neemt, dat we dan als raad niets meer kunnen. Daarbij hebben we het college gemandateerd

Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

20

en daarnaast is het college in principe ook gewoon onderdeel van de raad. We zijn onderdeel van het gemeentebestuur, laat ik het dan zo zeggen. De VOORZITTER: Ik ga naar mevrouw Kamsteeg. Mevrouw KAMSTEEG: Ja, dank u wel, voorzitter. Er is al heel veel gezegd. Ik kan me eigenlijk vinden in de woorden van de heer Van der Peet en dat heb ik in mijn bijdrage ook gezegd: als het uit de bewoners zelf komt, dan hoeft het uiteraard niet langs de raad. Dus dat in antwoord op mevrouw Smand, van wanneer doe je het wel of niet. Maar zeker bij nieuwe gebieden, waar je iets heel nieuws instelt, lijkt het me prima dat het langs de raad komt. De VOORZITTER: Ik heb nog een paar reacties staan op…. Oké, dat mag, de heer Blankestein. De heer BLANKESTEIN: Ja, ik wil namelijk een vraag stellen aan mevrouw Kamsteeg dan. Want ik hoor haar zeggen, in het ene geval, dus op het moment dat het gaat over bestaande gebieden, dan vinden we het eigenlijk wel prima als we gewoon artikel 2 verzwaren met die procedures. Alleen als het gaat over een nieuw gebied, dan vinden we dat het echt langs de raad moet. Heb ik dat correct begrepen? De VOORZITTER: Mevrouw Kamsteeg. Mevrouw KAMSTEEG: Dank u wel. Nee, dat heeft de heer Blankestein niet helemaal goed begrepen. Ik zei in ieder geval bij nieuwe gebieden en als het uit de bewoners zelf komt, dan hoeft het niet.

Maar komt het vanuit het college, dan zou het wat mij betreft gewoon langs de raad moeten, maar sowieso bij nieuwe gebieden. De VOORZITTER: En dit roept bij de heer Van der Peet een reactie op. De heer VAN DER PEET: Ja, nou meer eigenlijk ook wat de heer Sulmann zei, maar uw laatste bijdrage maakt het voor beide zinvol. Als er nou een volgende situatie is, dan wordt er een enquête uitgezet. En die is, laten we zeggen, net voor de zomermaanden, die doen we iets langer, omdat er een zomervakantie is. En vervolgens van de 5000 mensen in een wijk reageren er 800 waarvan de meerderheid zegt: we willen het. Vervolgens komen er 2000 mensen in oproer, want zij wisten er niet van en hebben niet kunnen reageren en dan ligt er een collegebesluit. Als het college verstandig is neemt het dat niet, maar dat terzijde. En dan is het dus wel degelijk hartstikke ingewikkeld om er dan nog wat aan te veranderen. Dat hebben we gezien met de besluitvorming over ons amendement. Ik heb daar met juristen over moeten spreken om die tekst zo te formuleren dat het wel ordentelijk was. Dus het is zeer complex om als raad iets aan een collegebesluit te veranderen. Dat kan eigenlijk gewoon niet. Dat was in de reactie op de heer Sulmann.

En op mevrouw Kamsteeg, er zijn dus ook, als het vanuit de inwoners komt, moeten we wel goed kunnen beoordelen hoeveel inwoners er zijn en is dat dan een representatieve vertegenwoordiging van het hele gebied, et cetera. Dat is puur, denk ik, een controlerende taak die we toch moeten hebben om te kijken of dit goed gaat en dat het blijft goed gaan. De VOORZITTER: Mijnheer Klaassen? De heer KLAASSEN: Ja, voorzitter. Voorzitter, op een reactie van de heer Van der Peet. Op het moment dat zaken niet ordentelijk verlopen en mensen voelen zich niet gehoord, of wat er ook gebeurd is, dan is er altijd gewoon een mogelijkheid tot bezwaar. Dat zijn gewoon lopende processen. Dus wel degelijk kunnen de inwoners op dat moment ook een bezwaarschrift maken en ook op dat moment zeggen: hé, dit is niet goed verlopen, kijk hier nog een keer naar en het college moet er dan op terugkomen.

Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

21

De VOORZITTER: Ik geef het woord aan de heer Schaap van Forza! De heer SCHAAP: Dank u wel, voorzitter. Veel is al gezegd. Ik wil eigenlijk alleen reageren op de stelling die de VVD, de heer Blankestein, heeft ingebracht om weer terug naar het onderwerp te gaan. Ik heb het zelf ook al genoemd, wat ik heb gezegd in mijn bijdrage, invoering of uitbreiding van parkeerregulering mag niet automatisch volgen uit beleidswerken, maar vereist een expliciet raadsbesluit. En waarom is dat? Als je bevoegdheden generiek delegeert naar het college, dan krijgt de raad pas achteraf inzicht. En ik zou liever zeggen, laten we het expliciet vooraf beslissen, zodat we niet steeds achteraf moeten gaan bijsturen. Dat was hem. Ja, sorry. De VOORZITTER: Hij gaat al een tijdje rond. Ik wil hem even terugbrengen bij de heer De Ruiter. Is uw punt of uw reactie op de inbreng van VVD inmiddels voldoende besproken? De heer DE RUITER: Nou, voorzitter, dank u. Nee, maar ik ga ervan uit dat we nog een afronding krijgen straks van mijnheer Blankestein. Ik heb één andere opmerking nog voor mijnheer Klaassen van HAP en die ligt al een tijdje op het puntje van mijn tong. Als u mij dat nog toestaat. Ik begrijp dat HAP geweldig voorstander is van ons participatiebeleid. Het is ook hartstikke leuk voor hem dat hij met anekdotisch bewijs kan komen dat het in zijn eigen situatie goed is gegaan.

Maar deze gemeente heeft niet echt een denderende reputatie als het gaat over de uitvoering van participatie. Als dat nou op een gegeven moment echt goed gaat en op peil is, we zijn ook bezig met een update van het participatiebeleid, en als dat al een tijdje goed gaat, dan kan ik meevoelen met wat mijnheer Klaassen zegt. Maar op dit moment is dat denk ik nog niet zo. Dus ik vind echt dat het bij de raad moet blijven. De VOORZITTER: HAP werd aangesproken, mijnheer Klaassen. De heer KLAASSEN: Voorzitter, het enige dat ik daarop kan zeggen is: geef het een kans. De VOORZITTER: Dank u wel. In het lijstje van reacties op de VVD heb ik dus nog staan ChristenUnieSGP, PvdA en GroenLinks. Ik geef nu het woord aan mevrouw Hup. Mevrouw HUP: Dank u wel. Het is alweer een tijd geleden, maar wij zijn het ook geheel eens met wat de CDA heeft ingebracht, maar we snappen de VVD natuurlijk ook met wat wordt voorgelegd. Wij willen ook niet voor ieder straatje naar de raad gaan. Het zou vertragend kunnen zijn, maar het hoeft ook niet zo te zijn. Wij vinden het zelf heel belangrijk dat we als raad dus alsnog een oordeel kunnen vellen over een te nemen collegebesluit. We hoorden net ook al het CDA schetsen hoe lastig dat kan zijn voor ons om daar nog aan te gaan sleutelen. Wij denken bijvoorbeeld ook aan het onderwerp parkeerhubs.

Bij verdichting in bestaande wijken kan dat een hele andere discussie zijn dan in een nieuwe. Dus daar maken we ons dan echt zorgen om als dat verandert. Wij vinden het heel belangrijk dat het niet te duur gaat worden namelijk en dat bewoners dan niet in die omgeving staan. Het kan zomaar zijn dat iemand anders daar weer anders over denkt. Dus ons voorstel, betrek ons als raad in het proces, bij een raadsvoorstel, zodat wij een goed besluit kunnen nemen, nogmaals, voor onze inwoners, ondernemers en zorgverleners. De VOORZITTER: Mevrouw Kamsteeg, PvdA. Mevrouw KAMSTEEG: Ja, dank u wel, voorzitter. Maar ik heb mijn punt al gemaakt, dus ik ben al aan de beurt geweest. De VOORZITTER: Prima, als reactie op is het punt gemaakt. Helemaal goed. Dan ga ik naar GroenLinks, mijnheer Boerman. Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

22

De heer BOERMAN: Ja, dank u voorzitter. Ik twijfel een beetje over hoe ik het ga zeggen. Maar in ieder geval, de vraag over het mandaat, die had ik al een tijdje geleden gesteld aan het college. Daar hebben we toen antwoord op gekregen. Daar waren we toen eigenlijk wel tevreden mee want daaruit blijkt in ieder geval een belangrijke rol voor de inwoner. De inwoner mag daar beslissen, of ze dat willen in hun eigen wijk of niet. Maar de vraag is nu, moet het dan ook nog langs de raad. Als de inwoner eenmaal gesproken heeft 'we willen dat', moet er dan ook een raadsvoorstel zijn? Ik denk dat het college er verstandig aan doet om daar een raadsvoorstel van te maken, want ik denk dat het eerder minder vertragend werkt dan meer vertragend. Want ik denk juist als je dat niet doet en je maakt er een nota van en die nota komt ook bij de raadsleden, mensen vinden er iets van, dan gaan we er dan over praten. Dat duurt alleen maar langer. Het is handig om meteen met alle ins en outs een raadsvoorstel te maken en dan kan het ook snel gaan, dat is mijn ervaring. Het duurt ook weleens wat langer. Maar waar mijn twijfel zit, die zal ik ook delen en misschien dat dat ook wel weer heel veel losmaakt, bij Pionier-Bols hebben we natuurlijk ook het probleem, of het probleem, de uitdaging, hoe gaan we ermee om als we zien dat er problemen aankomen, het vooruitzien daarvan.

Gaan we dan aan inwoners vragen, ja er komen problemen aan, wat vindt u daarvan? Of gaan we dan afwachten tot die problemen er zijn? En ik heb daar de oplossing niet voor, maar ik denk wel dat we daar als raad ook een oplossing voor zouden moeten verzinnen. De VOORZITTER: Mevrouw Smand, een reactie. Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat mijnheer Boerman de spijker op zijn kop slaat, want ik ben er altijd van uitgegaan, en dat hebben we hier ook een aantal keer gehoord van de wethouder, wij starten een onderzoek naar parkeerregulering op het moment dat bewoners dat zelf aangeven. Dat is het startpunt. Dus het initiatief om iets aan parkeerregulering te doen, kan nooit van het college komen. Of heb ik dat nou fout? En als we het dan zo inrichten, zijn we dan, wollig woord, toekomstbestendig bezig? Omdat we inderdaad in sommige gevallen de ellende voor moeten zijn en iets moeten gaan organiseren, omdat we voorzien dat er parkeeroverlast ontstaat en niet wachten totdat de melk overkookt en het signaal dan komt en dan nog die hele procedure moeten doen. Daar worstel ik mee. De VOORZITTER: De heer Van der Peet. De heer VAN DER PEET: Ja, dank u wel voorzitter. Ik denk dat de laatste twee dossiers die we hier hebben gehad inderdaad beide een voorbeeld waren van een actie vanuit het college om iets voor te zijn.

Er is geen inwoner uit de Piratenwijk en Pionier-Bolsterrein, de omliggende wijken, die aan de bel hebben getrokken met de opmerking: wij hebben overlast, integendeel zelfs. Het wordt nog een opgave denk ik, voor de wethouder, maar de Parkeerverordening moet voor beide zaken het juiste proces en de juiste borging bieden. En in die zin is het, ik hoorde dat volgens mij mijnheer Beusenberg zeggen, ja het moment dat er een besluit wordt genomen, of een raadsvoorstel wordt ingediend en er is helemaal niks meer aan de hand, het is een initiatief vanuit een wijk, alle bijlagen kloppen en het staat op de stemmingenlijst, so be it. Maar dan hebben we wel de mogelijkheid om de zaken waar dat niet het geval is en die andere richting wordt gekozen, dat we het er gewoon hier goed over kunnen hebben met elkaar. Of daar waar allerlei geluiden komen dat er iets niet zou kloppen. Dus ik denk toch steeds dat het het beste is om gewoon één uniform proces af te spreken, laat het de raad passeren. We kunnen zelf afspreken of we het willen agenderen ja of nee, maar dan hebben we in ieder geval de stem hier in de raad liggen. En dat is inderdaad wat de heer Boerman ook zei, ik denk alleen maar krachtiger, ook voor het college. Omdat het zich dan ook gesteund voelt in een besluit erover.

Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

23

De VOORZITTER: Dank u wel. We hebben nog vier minuten. Ik wil hem nog laten afronden door, dat heb ik zelfs toegezegd, de heer Blankestein. Door het lijstje van alle partijen die wilden reageren op de heer Blankestein zijn we heen. Dat klopt hè, ja. Mijnheer Blankestein, u mag dit onderwerp afronden. De heer BLANKESTEIN: Ja, ik heb even op mijn tong moeten bijten. voorzitter, maar het heeft redelijk wat losgemaakt en er is mij net vergeetachtigheid verweten, dus ik ga toch nog proberen alles samen te vatten. Maar wellicht dat ik wat vergeten ben, voorzitter. Maar nee, ik ga mijn best doen. Ik denk eigenlijk dat ik twee grote zaken in deze discussie heb gehoord en wellicht dat we daarin dan toch weer wat meer naar elkaar toe kunnen bewegen. Dus die poging ga ik doen. Dat is allereerst de zorgen om of de procedure wel goed wordt gevolgd. Die heb ik meerdere keren gehoord. En wat is nou bijvoorbeeld een grote meerderheid? Hoeveel mensen moeten er minimaal komen opdagen bij het stemmen? En ik denk dat het allemaal dingen zijn die je uiteindelijk wel ook in deze verordening zou kunnen vastleggen. Dus wellicht dat we op die manier toch nog wat meer naar elkaar toe kunnen bewegen. En dan het tweede punt is, willen we voor ieder straatje naar de raad? Of willen we alleen echt voor de grote issues naar de raad toe? En ik proef daar wel een meerderheid voor.

Nou, voor een straatje gaan we niet naar de raad toe en zouden we wellicht een collegebesluit als voldoende kunnen hebben. Terwijl voor een groter project, en daar kan ik mijn mederaadsleden ook in vinden, moeten we ook wel echt naar de raad toe, omdat het gewoon over zo'n grote groep gaat. Dus wellicht dat we daar ook dan een onderscheid in kunnen maken, in de verordening, tussen het straatje, of een heel gebied. En ik denk als we die twee zaken, dus de procedure en het onderscheid tussen het straatje en het gebied, in de verordening op de een of andere manier zouden kunnen vastleggen, dus daar kijk ik via de voorzitter, de wethouder aan en haar ambtenaren of dat mogelijk is, om te kijken of we naar elkaar toe kunnen bewegen want ik denk dat we dan een mooi compromis bepaald hebben, voorzitter. De VOORZITTER: Bij deze samenvatting zie ik twee, drie vier reacties. Eerst mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Voorzitter, ik wil mijnheer Blankestein graag het voorstel willen doen om uit te gaan van 'waar ligt het initiatief?' Komt het initiatief vanuit het college, om iets aan parkeerregulering, al is het maar een onderzoek, te gaan doen. Dan gaat het altijd via de raad. Komt het vanuit bewoners, dan kan het in principe als een collegebesluit worden afgedaan. Willen we er dan toch iets van vinden, kunnen we het altijd van de besluitenlijst afhalen en daarover in debat gaan met elkaar.

De VOORZITTER: Mevrouw Kamsteeg. Mevrouw KAMSTEEG: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik heb eigenlijk nog een vraag voor de heer Blankestein, omdat hij dat onderscheid zo maakt tussen een straatje of een heel gebied. En ik vraag me eigenlijk af, wanneer hebben wij een parkeerregulering uitgebreid voor alleen maar een straatje? Kan hij iets noemen? De VOORZITTER: Ik hoor een uitdaging aan mijnheer Blankestein, maar ik wil toch even mevrouw Roos en de heer De Ruiter eerst horen. Mevrouw Roos. Mevrouw ROOS: Ja mevrouw Kamsteeg, ik heb precies dezelfde vraag. Ik heb in de vier jaar in ieder geval nog nooit een straatje voorbij zien komen. Maar goed, het is ook een collegebesluit. Het is ook een collegebesluit. De VOORZITTER: Omdat we officieel door de tijd zijn of iets nieuws, of… Een nieuwe reactie. Mevrouw ROOS: Dus het straatje, volgens mij komt het nauwelijks of niet voor. En mevrouw Smand die zegt nog inderdaad van als er een collegebesluit is dan kunnen we het altijd nog amenderen of Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

24

terugpakken, maar zo eenvoudig is het dus niet. Dus het is nog steeds, laat het via de raad lopen, dan kan je inderdaad wat doen. Is het een collegebesluit, dan is het bijna een ongedane zaak. De VOORZITTER: De heer De Ruiter. De heer DE RUITER: Ja, voorzitter, dank u. Een korte opmerking naar mijnheer Blankestein. Ik hoor hem zeggen dat ik hem iets zou hebben verweten. Dat is zeker niet het geval, voorzitter. Wat ik heb opgemerkt is dat we de notoire vergeetachtigheid van de VVD zo zachtjesaan wel kennen en daarmee verwijt ik mijnheer Blankestein niets. De VOORZITTER: Dat helpt niet veel bij de samenvatting, denk ik. Mijnheer Van der Peet, in reactie op de samenvatting van het onderwerp? De heer VAN DER PEET: Ja, ik denk dat het gaat helpen als het college in de richting van het nieuwe voorstel inzichtelijk maakt hoe vaak het per jaar voorkomt en waar hebben we het nu eigenlijk over want we kunnen een hele theoretische discussie voeren, maar als het maar om een enkele keer per jaar gaat, ja, waarom zouden we dan een scheiding maken? Misschien gaat dat te helpen om tot elkaar te komen. De VOORZITTER: Is het zo voldoende besproken, mijnheer Blankestein? De heer BLANKESTEIN: Ja, ik wil nog wel even antwoord geven, voorzitter, als dat via u zou mogen. De VOORZITTER: Nee, dat doen we niet. We zijn door de tijd heen en ik heb al gereageerd.

Dit droeg verder niet bij aan de discussie over mandaat versus college en raad. De heer BLANKESTEIN: Er werd nog een vraag gesteld door mevrouw Kamsteeg aan mij, dus die zou ik graag kunnen beantwoorden. De VOORZITTER: De vraag van mevrouw Kamsteeg mag u beantwoorden. De heer BLANKESTEIN: Nou, voorzitter. Er werd mij om een voorbeeld gevraagd en die heb ik toevallig even doorgekregen. De Dennenlaan in Zwanenburg is er een voorbeeld van. En om nog heel even kort, richting de heer De Ruiter dat ik een grapje maakte. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer Beusenberg, SRH, u wilt nog een opmerking maken? De heer BEUSENBERG: Ja, eigenlijk één hele korte. Ik denk niet dat we de Dennenlaan in Zwanenburg onder een straatje moeten gaan scharen. Ik denk dat dat wel een belangrijke straat is. Dank u wel. De VOORZITTER: Als er verder geen vragen of onderwerpen meer besproken hoeven te worden in de tweede termijn, dan concludeer ik dat de nota voldoende is besproken. Dank u wel.

Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie Actualisering Parkeerverordening 2018 8 januari 2026

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=80f0ec7f-6c25-4dc6-9df6-b2c4f4384ceb