2025-12-11 Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 11 DECEMBER 2025 Onderwerp:
Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken (12644432)
Voorzitter:
mw. K. van Goethem
De leden: dhr. S. Blankestein, dhr. P.J. Boerman, mw. J.M. Hup, mw. J.B. Kamsteeg, dhr. C.L. Klaassen, mw. J. Koolmoes, mw. S. van de Meeberg, dhr. E.J. van der Peet, mw. M.C.M. Roos, dhr. F. Sidali, dhr. K. Sulmann, dhr. E. Vermeulen Griffier: mw. V.L. Bauer Portefeuillehouders: mw. C.F.M. van der Meij, mw. M. Steffens-van de Water Insprekers: Geen
De VOORZITTER: Goedenavond allemaal. Als iedereen langzaam de plek wil zoeken en eventuele gesprekken buiten de raadzaal verder kunnen gaan plaatsvinden, dan kunnen we zo beginnen. Want wij gaan zo beginnen met de Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken. Dus welkom allemaal bij dit sessiedebat. U heeft als raad deze startnotitie gevraagd om zo een discussie te kunnen voeren over de leefbaarheid in bestaande wijken. Twee vragen staan hierin centraal: welke leefbaarheidsopgaven wegen het zwaarst en waarom en in welke mate wil de raad de huidige aanpak intensiveren Er hebben zich geen insprekers gemeld voor deze sessie, dus dan kunnen wij starten met de eerste termijn, waarvoor u allen spreektijd heeft. En ter afronding van de eerste termijn zal het college reageren op de gestelde vragen. En zoals u weet, technische vragen behoren niet tot de mogelijkheid. Die kunnen eventueel nog achteraf worden gesteld. Wie mag ik als eerste het woord geven? De heer Blankestein heeft zich al gemeld. Dus dan maak ik even een rondje en dan geef ik ondertussen het woord aan de heer Blankestein. Gaat uw gang. De heer BLANKESTEIN: Voorzitter, dank voor het woord. Het college schotelt ons vandaag twee vragen voor.
Namelijk één: welke opgaven wegen het zwaarst voor de raad als het om leefbaarheid in de bestaande wijken gaat? En ten tweede, in welke mate wil de raad de huidige aanpak intensiveren? Laat ik beginnen met de eerste vraag, namelijk welke opgaven wegen het zwaarst voor de VVD? Dat zal u niet verbazen. Dat zijn natuurlijk veiligheid, wonen, economie en mobiliteit. En op eentje ga ik graag meer op detail in. Namelijk, volgens onderzoek van de rijksoverheid, gepresenteerd in de Leefbaarometer, is veiligheid namelijk het belangrijkste aspect voor een goede, leefbare omgeving. En voorzitter, dat is ook niet gek. Als je je niet veilig voelt in je wijk, is het haast onmogelijk om er fijn te kunnen wonen en dit gaat de laatste tijd gewoon echt niet goed in onze gemeente. Er zijn steeds meer berovingen in de gemeente Haarlemmermeer en steeds meer vrouwen voelen zich onveilig als ze zich alleen op straat begeven. Daarom is veiligheid het punt om te verbeteren, om voor een betere leefbare omgeving te zorgen. Wij hebben daarom eerder gepleit voor de introductie van wijkboa's. Meer blauw op straat is namelijk een van de oplossingen, samen met preventie, om de veiligheid in onze wijken te verbeteren. Helaas bleek in het debat destijds dat er geen meerderheid voor in de raad was. Wij zullen als VVD daarom keihard blijven knokken om veiligheid in onze wijken te verbeteren.
Ik keek net namelijk hoopvol onder de kerstboom, voorzitter. Maar helaas is veiligheid geen cadeau dat de kerstman onder de boom kan leggen. Nee, veiligheid is iets waar we iedere dag keihard voor moeten vechten. Dan de tweede vraag, in welke mate wil de VVD de huidige aanpak intensiveren? En laat ik beginnen met eens Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
1
goed duidelijk te maken dat we ook al ontzettend veel doen als we de startnota lezen. In verschillende wijken werken we namelijk al met onze partners aan nieuwe werkwijzen. We doen dus al ontzettend veel dingen en laten we één ding glashelder maken. In tegenstelling tot de kerstboom staat er geen geldboom in onze tuin en ook zeker geen ambtenarenstruik. Dit betekent wat de VVD betreft dat de aanpak alleen geïntensiveerd kan worden op de terreinen waar reeds geld voorhanden is. Ook niet onbelangrijk, ambtelijke capaciteit. Want we hebben net verschillende partijen in de Najaarsrapportage gehoord dat we niet genoeg ambtenaren hebben om al onze ambities te kunnen waarmaken. Laten we hier dan ook niet extra ambities gaan toevoegen, voorzitter, want we hebben die ambtenaren keihard nodig voor onze woningbouwopgave. Want volgens mij is dat het onderwerp, voorzitter, dat bijna alle partijen superbelangrijk vinden. Dus voorzitter, ik zou het daar graag bij willen laten. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van de Meeberg van D66. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter. En wat ga ik graag met de VVD in gesprek straks in de tweede termijn. Goed, we hebben een mooi stuk gekregen over de toekomst van onze wijken.
En dat gaat eigenlijk over iets heel eenvoudigs, namelijk hoe zorgen we dat mensen fijn kunnen wonen, elkaar kunnen ontmoeten, zich prettig en welkom voelen in hun buurt. Aan de raad de vraag aan welke opgaven wij voorrang willen geven. Nou, voor D66 zijn dan drie dingen het belangrijkst. 1. We moeten zorgen voor sterke buurten. Nee, niet veiligheid. In sommige wijken voelen mensen zich alleen, maken ze zich zorgen over geld of gezondheid, of kennen buren elkaar niet meer. Dat kunnen wij als gemeente natuurlijk niet oplossen door te zeggen hoe mensen moeten leven. Dat werkt natuurlijk niet en dat willen we ook niet. Wat we wel kunnen doen is ruimte maken. Voor ontmoetingsplekken, activiteiten, voor groen waar mensen elkaar tegenkomen. En dat helpt. Dat blijkt uit de cijfers uit het stuk dat wij kregen. Meer groen en meer plekken om elkaar te ontmoeten maken buurten gezonder en veiliger. En voorzitter, de kosten-batenanalyses laten duidelijk zien dat investeren in klimaatadaptatie, meer groen, betere waterberging en verkoeling zichzelf terugverdient in gezondheid en in veiligheid. Voor D66 hoort dat dus vanzelfsprekend bij het in één keer goed doen. Het tweede punt dat wij belangrijk vinden: er moeten woningen bij die passen bij wat mensen nodig hebben. Veel ouderen zitten vast in een huis dat te groot is, terwijl jongeren geen plek kunnen vinden.
Gezinnen komen in de knel en starters wachten al jaren. Daarom wil D66 slim verdichten. Bouwen op plekken waar het kan, rond centra en bij het OV. Geen hoge flats in elke straat, maar keuze uit verschillende woningsoorten. Een kleine woning voor als je alleen woont, een woning zonder trappen voor ouderen, betaalbare woningen voor jongeren en starters. Als mensen kunnen verhuizen binnen hun eigen wijk, blijft hun sociale netwerk bestaan. En dan het derde punt is, laten we slim werken als we toch al de wijk in moeten. Straten, riolen en stoepen moeten natuurlijk de komende jaren vervangen worden. En dat kost heel veel geld, maar het biedt ook een kans. Want dan kunnen we meteen kijken, hoe maken we die wijk groener? Hoe houden we water bij grote regenbuien weg van huizen? En hoe maken we de straat een goede speelplek voor kinderen? In plaats van elk probleem apart op te lossen, kunnen we het dan in één keer goed doen. En natuurlijk speelt de energietransitie en de druk op het elektriciteitsnet mee maar dat staat al hoog op de bestuurlijke agenda en daarom noem ik het niet als apart punt, want het loopt gewoon mee in de integrale wijkverbetering die al op de rol staat. Voorzitter, dan buiten die drie punten die we graag willen meegeven, wij hebben brieven gekregen, e-mails van dorps- en wijkraden en zij zeggen: we willen heel graag meedenken.
En dat is goed, want de mensen die in die wijken wonen weten natuurlijk het beste wat werkt en wat niet werkt. Wij zeggen dus, laten we het samen doen. Niet van bovenaf bedenken wat goed is, maar samen ontwerpen, samen besluiten. En ook eerlijk zijn, de gemeente kan natuurlijk veel, maar niet alles. Een fijne buurt maak je met elkaar, maar wij als gemeente kunnen zorgen dat er ruimte, middelen en een luisterend oor zijn. De VOORZITTER: Wilt u afronden mevrouw Van de Meeberg?
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
2
Mevrouw VAN DE MEEBERG: Zeker. Dit stuk laat zien dat we deze opgave niet hoeven te zien als problemen, maar als kansen. Kansen om onze buurt sterker te maken en ervoor te zorgen dat iedereen, jong, oud, nieuwkomer of oudgediende zich thuis kan voelen in onze gemeente. Dank u wel. De VOORZITTER: U ook bedankt en dan geef ik nu het woord aan de heer Sidali van Lid Sidali. De heer SIDALI: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het doet me goed te zien hoe het college dit onderwerp serieus heeft opgepakt. Bedankt daarvoor. Bedankt ook voor de onderzoeksgegevens die deze startnotitie ondersteunen. Dit maakt de discussie ook echt echt. Maar ik wil iets zeggen dat verder reikt dan dankwoordjes, voorzitter. Een gemeente is altijd in ontwikkeling. Het is nooit af. Huidige wijken worden oud, voorzieningen komen erbij of verdwijnen. De nostalgie van de mooie grote oude wijk, ja, die bestaat ook in Haarlemmermeer, maar soms slaat die om in vervreemding, soms in woede, over veranderingen waar mensen geen zeggenschap in hebben. Dan hebben we geen keus. We moeten permanent werken aan onze wijken, zodat ze die nostalgie behouden en met de tijd meegaan, met de behoeften van de inwoners. Daarom gaat het niet om incidentele projecten, het gaat om iets veel groters. Een masterplan van nu tot laten we zeggen 2050. Een echte lange-ademaanpak.
Want dit vraagstuk is veel te complex voor verkiezingsbeloftes die elk jaar weer opnieuw zich voordoen. Dit vraagt om bestuurlijke rust, voorzitter. Dit vraagt om samenwerking tussen gemeenten, inwoners en deskundigen. De bijlage wijst dan ook terecht op die lange adem. Maar langzaam mag niet betekenen vaag en ongecoördineerd. We hebben heldere kaders nodig, een richting, normen van vitale wijken, geld dat structureel beschikbaar is. Daarom mijn vraag aan het college: wt heeft het college nodig om de transitie in te zetten van incidentele projectfinanciering naar structurele langetermijnmiddelen voor wijkontwikkeling, zodat continuïteit in kennis en ambitie gewaarborgd is? Laten we deze startnotatie tot slot een begin laten zijn van een nog lange reis. Laten we dit tot een echte lange ontwikkeling maken waarmee we samen, gemeente, inwoners en deskundigen, onze wijken voor generaties vitaal houden. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: U ook bedankt en dan gaan we door naar mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, dank u wel. De vraag die voor ons ligt is welke prioriteit hebben we nodig om de leefbaarheid te verbeteren in de wijken. Tijdens ons werkbezoek aan de wijk Overbos kregen we een duidelijke boodschap mee van de bewoners. Onze wijken zijn verouderd en we vragen om een serieuze kwaliteitsimpuls.
En onze behoefte ligt niet bij spelelementen die hun tijd gehad hebben, zoals de wipkip, maar bij voorzieningen die aansluiten bij de huidige bewoners en hun levensfase. En het is aan ons, de raad, om de leefbaarheid van onze wijken niet alleen te behouden, maar actief te verbeteren. Voorzitter, in dit alles staat voor ons één ding bovenaan. Participatie met de inwoners van de wijk want zij weten als geen ander wat er nodig is om hun leefomgeving te verbeteren. Daarom willen wij de leefbaarheid niet voor, maar met de bewoners vormgeven. Want het is aan ons om hun stem centraal te stellen en samen te bouwen aan een wijk die weer toekomstbestendig is. Een wijk die recht doet aan de wensen, de leeftijd en de leefstijl van de mensen die hier dagelijks leven. Want vernieuwing van de wijk kan alleen gedragen en omarmd worden als men aan de voorkant participeert. In mijn top 3 staat uiteraard ook wonen en de bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen want dat stimuleert de verbinding en de zelfredzaamheid. En zeker ook de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Op 1 heb ik staan, participatie. Op 1b heb ik staan wonen. Op 1c heb ik de maatschappelijke voorzieningen. Op 1d de fysieke leefomgeving. En op plek 2, 3 en 4 mag u de rest invullen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Koolmoes. Dan geef ik het woord aan mevrouw Roos van Forum voor Democratie.
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
3
Mevrouw ROOS: Voorzitter, de startnotitie laat zien dat er veel op ons afkomt in de bestaande wijken. Vergrijzing, verouderde openbare ruimte, druk op voorzieningen en de behoefte aan renovatie. Veel oudere bestaande wijken kampen bovendien met verpaupering en achterstallig onderhoud. Dit heeft direct effect op het veiligheidsgevoel van bewoners. Een onverlichte of verwaarloosde straat voelt onveiliger aan en nodigt uit tot overlast. Tegelijkertijd lezen we een zoektocht naar een bredere, integraal en vaak ambitieuze aanpak. Wij kijken primair naar veiligheid als randvoorwaarde, de eigen verantwoordelijkheid, de betaalbaarheid en de uitvoerbaarheid en de bescherming van de leefkwaliteit van huidige inwoners. Daarom zien we een aantal risico's en kansen om tot een scherper en realistischer koers te komen. Veiligheid is een van de sterkste bepalende factoren voor leefbaarheid. Verpaupering en onderhoudsissues in oude wijken versterken het onveilige gevoel en voor ons is de veiligheid de basis, niet een van de vele opgaven. De notitie vraagt om een nieuw gebiedsprogramma. Juist omdat de opgaven breed en complex zijn, zijn keuzes belangrijk en vraagt het niet om stapeling van ambities. Wat heeft nu echt effect en wat zijn de kosten daarvan? Wij vinden participatie zeer belangrijk. Juist bewoners weten vaak het beste wat een buurt nodig heeft.
Zij leven er elke dag, zien de problemen vroeg en kennen de realiteit beter dan welk rapport ook. Een leuk en inspirerend voorbeeld hoorde ik onlangs bij de AM-bijeenkomst. Elektriciteitskastjes beplakken met mooie lokale foto's van natuur, cultuur en historie. Kosten zijn laag, voorkomt bekladding, maakt de straat meteen vrolijker en geeft daarmee een veiliger gevoel. Precies dit soort eenvoudige betaalbare ideeën met betrokkenheid van bewoners passen perfect bij een realistische aanpak. De verdichting kan waardevol zijn, maar alleen waar voorzieningen het aankunnen, waar parkeerdruk beheersbaar is en waar de leefkwaliteit niet onder druk komt te staan. De VOORZITTER: Wilt u afronden, mevrouw Roos? Mevrouw ROOS: Heel kort nog, het klimaat. Wij zijn voor maatregelen die iets toevoegen en gericht zijn op effectief groen, het realiseren van slimme wateropvang waar dat noodzakelijk is. Kortom, klimaatmaatregelen die werken, die nodig zijn en betaalbaar blijven. Nog een laatste zin. We staan natuurlijk achter investeren in leefbaarheid, maar zien de noodzaak van een realistisch betaalbaar en duidelijke koers die begint bij veiligheid en eindigt bij keuzes die echt werken voor onze bewoners. De VOORZITTER: Het is een hele lange zin, mevrouw Roos. Mevrouw ROOS: Ja, mijnheer Sidali had ook een hele lange laatste zin.
De VOORZITTER: Nou, ik heb u ook gevraagd om af te ronden volgens mij, maar ik ga wel iets strenger op de tijd zijn. Als we allemaal zo lang zijn, dan houden we geen tweede termijn meer over. En dat lijkt me zonde bij een startnotitie. Ik heb op het lijstje staan de heer Klaassen van HAP. De heer KLAASSEN: Ja hij doet het, dat is mooi. Voorzitter, Haarlemmermeer scoort al jaren bijzonder goed op leefbaarheid. We hebben ruimte, we hebben groene wijken, lage criminaliteit en hoge welvaart. Echter, de sociale cohesie kan beter. Bij mij in de wijk hebben we aanstaande zaterdag weer een leuke kerstmarkt. Daar wordt hard aan gewerkt in deze cohesie. Voorzitter, in deze startnotitie worden wij gevraagd om als raad mee te geven wat wij belangrijk vinden. Maar zoals mijn voorgangers net ook al zeiden, HAP is juist benieuwd wat de bewoners zelf belangrijk vinden. Immers, bij de Leefbaarometer zijn er twee indicatoren, de objectieve en de belevenisindicator. Wij kunnen als raad meegeven wat we belangrijk vinden, maar HAP wil er wel voor waken dat wij als raad niet gaan bepalen welke indicatoren onze bewoners belangrijk moeten vinden. Maar om in te gaan op de vraag die gesteld wordt in de notitie bij ad 1. Hier worden voorstellen gedaan voor de prioriteit.
Waar HAP de prioriteit op wil zetten, zijn de punten, omdat wij denken dat we er meer aandacht aan moeten geven, niet omdat het nu niet op orde is of omdat de rest niet belangrijk is. We geven hiermee aan wat voor HAP de sociale cohesie in deze Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
4
welvarende gemeente vergroot en dat is wonen en gebiedsontwikkeling. Maar er wel van uitgaande dat er wordt geparticipeerd, maatschappelijke voorzieningen en gezondheid. Voorzitter, bij deze aanpak lijkt het ons verstandig om te kijken naar een aanpak per gebied. Elke wijk is anders en elke wijk heeft andere voordelen die we kunnen benutten. Laten we dan ook die kracht pakken en vanuit het positieve deze ontwikkeling voortzetten. Dan nog wel één punt van aandacht. In bijlage 1 staat aan alle kanten 'groen zorgt voor goede gezondheid'. En een paar pagina's verder staat dat de wijken ruim opgezet zijn met veel groen en dat kunnen we verdichten. Voorzitter, het kan toch niet zo zijn dat we het schaarse groen dat we met de buren delen gaan vervangen voor woningen? Graag een reactie van het college hierover. Om samen te vatten: wij vinden woningen en gebiedsontwikkeling belangrijk, mits echte bewonersparticipatie. Maatschappelijke voorzieningen, ontmoetingsplekken waar je elkaar tegenkomt, zonder dat het moet. En gezondheid, want een gezonde levensstijl begint in je buurt. Dus als we het allemaal samenvatten, verdichten kan en ontgroenen niet. Dank u wel voor de aandacht. De VOORZITTER: U ook bedankt en dan gaan we door naar de heer Sulmann van GEZOND Haarlemmermeer. De heer SULMANN: Dank u wel, voorzitter.
Het college vraagt de raad om richting te geven middels deze Startnotitie leefbaarheid huidige wijken. Het college stelt zelfs twee directe vragen aan de raad. De eerste vraag aan de raad gaat over prioriteiten. Welke leefbaarheidsopgaven wegen het zwaarst? En dan breekt wederom mijn polderklomp. Ik moet toch eens naarstig op zoek naar betere kwaliteit klompen. Maar goed, in het overzicht uit welke prioriteiten we als raad kunnen kiezen, lezen we als eerste helemaal bovenaan de 20.000 woningen bouwen. We gaan er even van uit dat deze 20.000 woningen niet in de zes genoemde wijken moeten komen. Maar het geeft wel precies weer waar de prioriteit van dit college ligt. Er moeten 20.000 woningen gebouwd worden, maar wat ons betreft ligt de prioriteit bij onze huidige inwoners en die hebben die 20.000 woningen niet nodig. Zeker, we hebben huizen nodig, maar 20.000 woningen is gewoonweg een te grote doelstelling vanwege allerlei redenen, om maar niet te noemen stikstof en netcongestie. Maar als ambtelijke organisatie kunnen we dit niet aan en zorgen alle investeringen voor deze woningen ook nog eens dat we financieel zwaar in het rood gaan de komende jaren. Wat ons betreft is er dus een hogere vraag die moet worden beantwoord door de raad. Willen we ons focussen op 20.000 woningen? Of mag het ook een onsje minder en zorgen we ook goed voor onze huidige inwoners.
Als we als raad hier geen antwoord op willen of durven geven dan heeft deze startnotitie niet zo heel veel zin. We gaan dan als gemeente weer alles willen doen. Onze torenhoge ambities in ere houden, de huidige wijken opknappen, wegen afsluiten, noem maar op. Om toch nog een antwoord te geven op de vraag welke prioriteiten het zwaarst wegen, wellicht had u al een idee, maar 20.000 woningen weegt voor ons zeker niet het zwaarst. Sterker, het is geen prioriteit. Wij gaan nog steeds voor een gezond Haarlemmermeer, dus de prioriteiten die het zwaarst wegen zijn wat ons betreft prima door Maslow in zijn welbekende piramide gegoten. Dus begin bij onze fysieke behoeften, dan goede gezondheid en veiligheid en dan onze sociale behoeften. Als deze drie voor elkaar zijn, volgt vaak de rest wel. Begin bij de basis, zou een bepaalde volkszanger zeggen. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Vermeulen van Forza! staat op de lijst. De heer VERMEULEN: Voorzitter, bij het verbeteren van de leefbaarheid in onze bestaande wijken zijn, wat Forza! betreft, de bewoners het uitgangspunt. Niet het systeem, niet alle mooie ideeën van raadsleden, maar het gevoel van veiligheid, comfort en gehoord worden moeten wat Forza! betreft leidend zijn.
Uit de startnotitie blijkt dat veel van onze groeikernwijken, waaronder Graan voor Visch, Pax, Bornholm en Overbos, tegelijkertijd verouderen en met diverse uitdagingen kampen. Dit betreft zowel sociale, fysieke als procesmatige uitdagingen. De bijlagen bij de startnotitie toont aan dat de vergrijzing toeneemt, de woningvoorraad eenzijdig is en de openbare ruimte niet meer aansluit bij de hedendaagse eisen en dit alles maakt de leefbaarheid kwetsbaar. Ook al waarderen inwoners hun wijk Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
5
op dit moment nog relatief positief. We krijgen nog een apart raadsdebat maar ook de Rekenkamer waarschuwt dat de kwaliteit van de openbare ruimte al jaren onder druk staat. Streefwaardes zijn verlaagd, inspecties tonen achterstallig onderhoud en het huidige CPI-indexeringsmodel zorgt structureel voor te lage budgetten voor beheer en onderhoud en ook hierdoor loopt de leefbaarheid op termijn gevaar. Dit is precies wat Forza! wil voorkomen. Dus Forza! pleit voor een scherpere aanpak en wij zien drie hoofdpunten waarop de aanpak van leefbaarheid in de wijken aangescherpt moet worden. De Rekenkamer concludeert dat achterstallig onderhoud deels het gevolg is van te lage budgetten en verlaagde streefwaarden. En dat vinden wij onacceptabel, want leefbaarheid begint immers bij een schone, veilige en goed onderhouden wijk. En daarom ondersteunt Forza! de aanbeveling om structureel te begroten wat nodig is voor het groeiend areaal en aan het volgend college om hier keuzes in te maken. En volgens de Rekenkamer worden inwoners nauwelijks geraadpleegd bij het beoordelen van leefbaarheid en beheer qua kwaliteit. En Forza! vindt het onbegrijpelijk. Bewoners weten als geen ander waar overlast ontstaat, waar verlichting ontbreekt, of waar kansen liggen voor vergroening. Elke wijkgerichte aanpak moet starten bij bewoners. Daar moet het niet eindigen.
Andere gemeenten, zoals Zoetermeer en Purmerend, kiezen voor gebiedsgerichte, meerjarige wijkprogramma's met heldere doelen en meetbare resultaten. En wat Forza! betreft is de startnotitie nog wat te abstract. Wij vragen het college om voor iedere prioritaire wijk duidelijke keuzes te maken. Wat doen we wel, wat doen we niet en wat merken de bewoners en wanneer? En hoe worden ze meegenomen? Voorzitter leefbaarheid mag nooit een papieren ambitie worden. Forza! kiest voor een aanpak die begint bij het herstel van de basis, het luisteren naar inwoners, het daadwerkelijk uitvoeren van beloften en alleen op deze manier kunnen we onze wijken leefbaar houden nu en in de toekomst. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel en met vijf seconden op de teller. We gaan door naar mevrouw Hup van ChristenUnie-SGP. Mevrouw HUP: Voorzitter, we zijn vorige week bij de interactieve bijeenkomst over leefbare wijken geweest en wat ons opviel tijdens de gesprekken in groepsverband was dat de aanpak van deze wijken heel belangrijk is. Er zijn, zoals geschetst, ook in de nota nogal wat uitdagingen. Dat gaf ons best wel veel inzicht. De eerste conclusie is dat we echt in deze wijken aan de slag moeten om de leefbaarheid voor de toekomst veilig te stellen. Maar ook is veiligheid erg belangrijk, want dat is tenslotte de basis. Daar moeten we goed op gaan inzetten als poldergemeente in bestaande wijken.
Participatie is heel belangrijk, maar mag niet leiden tot een 'not in my backyard'-houding. Er is in deze ruim opgezette wijken ruimte voor verdichting en dit geeft eventueel financiële ruimte om ook te slagen op het gebied van verduurzaming, klimaatadaptatie en energietransitie. En dan kunnen we hier echt stappen in gaan maken. Alles hangt tenslotte met elkaar samen in deze wijken, dus een integrale aanpak is heel erg essentieel. De economische versterking is, wat onze fractie betreft, alleen aan de orde in wijken met winkelcentra. Verder zou de leefbaarheid versterkt kunnen worden door versterking van maatschappelijke voorzieningen en zorg en welzijn. Om echt om te zien naar elkaar. Wat betreft de aanpak, we willen doen wat we al doen en hoe kunnen we dan intensiveren? Dan zouden wij zeggen in alle gevallen intensiveren. Behoud wat je hebt en wees zuinig op hetgeen je krijgt vanuit de samenleving. Voor een toekomstbestendige leefbaarheid. Wat ons betreft focussen we eerst op onze eigen inwoners en dan pas zetten we in op groei. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: U ook dank u wel. De heer Van der Peet van het CDA. De heer VAN DER PEET: Dank u wel, voorzitter. Haarlemmermeer is van origine een echte ontwikkelgemeente. Na de drooglegging woonden ongeveer 3000 mensen in Haarlemmermeer en dat zijn er nu al meer dan 165.000. Het einde is nog niet in zicht.
Deze groei is gepaard gegaan met flinke groeistuipen in de jaren zeventig en tachtig. Nu vijftig jaar later krijgen we te maken met een fenomeen waar oudere steden om ons heen al veel langer mee te maken hebben. De leefbaarheid komt onder Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
6
druk te staan, de inrichting sluit niet meer aan op de behoefte en grootschalige renovatie en vernieuwing zijn noodzakelijk. We veranderen dus langzaam van een ontwikkelgemeente in een beheergemeente. Daarom moeten we ook onze ambities gaan bijstellen. Dit kan niet anders om het betaalbaar te houden. Het CDA had deze startnotitie dan ook graag al wat eerder besproken want we zijn op dit moment aan het experimenteren en we zien die boeggolf al heel lang aankomen. En we hebben toch het gevoel dat we nu een beetje, op een aantal plekken in ieder geval, al een beetje achter de feiten aanlopen. Als we kijken naar de vragen, wat het CDA betreft zijn de zaken die het belangrijkste zijn: de gemeenschapsvorming en toekomstbestendigheid van de bestaande woningvoorraad in de openbare ruimte. Wij vinden het belangrijk dat mensen kunnen doorstromen in hun eigen wijk, zodat ouderen in een vertrouwde leefomgeving kunnen blijven en jongeren de kans krijgen om een gezin te stichten dicht bij de plek waar ze zijn opgegroeid. Dit draagt bij aan het zorgen voor elkaar, wat met de aankomende vergrijzing steeds belangrijker gaat worden. Natuurlijk horen voldoende maatschappelijke voorzieningen daarbij. Wij zien kansen om bij de vernieuwing te kiezen voor klimaatadaptieve inrichting en handen en voeten te geven aan de energietransitie, maar dan wel op een realistische manier.
We zijn ervan overtuigd dat als je deze aspecten goed invult, dit ook een positief effect gaat hebben op de gezondheid en op de veiligheid in de wijken. Want die veiligheid is vooral het resultaat van al die andere zaken. Dat staat los van de inzet van een blik boa's of een wijkagent. We vernieuwen wijken immers niet met agenten, maar met bouwvakkers en hoveniers. In welke mate wil de raad de huidige aanpak dan intensiveren? Eigenlijk moeten we op alle genoemde onderdelen onze inzet gaan intensiveren. We moeten vooral minder praten en meer doen. Benut de deskundigheid in de wijken, voer meer de regie en maak afspraken met andere beheerders om samen te werken. En investeren vraagt om keuzes maken. Ambities zijn één, maar grootschalige wijkvernieuwing is meer dan een ambitie. Het is gewoon bittere noodzaak. In die zin gaat het behouden van het bestaande steeds vaker boven het nieuwe. En tot slot nog een advies. Als we dan iets doen, doe het dan ook in één keer goed. Ondanks alle goede bedoelingen zien we het in Welgelegen helaas al fout gaan. De energiebeheerder haalt de hele wijk overhoop en als straks de laatste tegel gelegd is, begint de gemeente van voor af aan, aan de andere kant. Onvermijdelijk, dat snap ik. Maar als we echt vooruitkijken en durven te investeren, kunnen we die afspraken vast en zeker maken met elkaar. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: U ook bedankt.
U heeft nog spreektijd over, maar ik geef nu het woord aan mevrouw Kamsteeg van PvdA. Mevrouw KAMSTEEG: Dank u wel, voorzitter. PvdA is blij met deze startnotitie. Een mooi stuk waarin alle uitdagingen in de wijken, die al wat langer geleden ontwikkeld zijn, beschreven worden. Voor welke uitdagingen we staan met het oog op de toekomst, zoals het aantal extra woningen dat gebouwd moet worden en de mobiliteitsopgave die hierbij komt kijken, maar ook de vervangingen die gedaan moeten worden, zoals het riool, de energietransitie, et cetera, et cetera. Het zijn er een heleboel. Vorige week hebben we een inspirerende interactieve bijeenkomst gehad, waarvoor onze dank aan de organisatoren hiervan. Wat wij vinden als raad dat belangrijk is als het gaat om de leefbaarheid van een wijk. Eigenlijk werd al snel duidelijk dat de verschillende aspecten zoals veiligheid, wonen, aanwezigheid van voorzieningen, gezondheid, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, aanwezigheid van voldoende groen elkaar beïnvloeden. Zowel positief als deze goed op orde zijn, maar ook negatief als dit niet het geval is. Dus een keuze welke van deze het zwaarst weegt is een lastige. Voor de PvdA werd tijdens deze bijeenkomst het belang van participatie ook heel duidelijk. Zeggenschap over de eigen woonomgeving is heel belangrijk. Niet voor of over inwoners, maar met inwoners.
Vraag aan de inwoners van een wijk, uiteraard los van de zaken die moeten, zoals vervanging van het riool, wat zij graag aangepakt zouden willen zien en bepaal daaruit de keuze waarop extra ingezet moet worden. Gebruik daar ook de expertise van de dorps- en wijkraden voor, zoals zij zelf al aangaven, graag te willen. Maar hoeveel zeggenschap geven we dan aan de inwoners? Laten wij ze participeren, maar beslist het college of de
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
7
raad? Of durven we het echt aan de bewoners van de wijk over te laten om samen tot overeenstemming te komen waar het eerst op ingezet moet worden in een wijk? De PvdA hoort het graag van de collega's. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Kamsteeg. En dan is de laatste in het rijtje de heer Boerman van GroenLinks. Voor de notulen is het ondertussen goed om te benoemen dat EEN Haarlemmermeer, BVNL en SRH niet aanwezig zijn bij dit debat. En dan geef ik het woord aan de heer Boerman. De heer BOERMAN: Ik ben welkom. Ja, gelukkig. Ja, de laatste voorzitter. Laat ik dan ook beginnen met het zeggen, net zoals anderen gezegd hebben, dat we blij zijn met het stuk. En zelfs ook wel een beetje hier met trots staan. Omdat ik denk dat het heel verstandig is dat we dit als raad zelf op de agenda gezet hebben. Het CDA zei, we zijn er rijkelijk laat mee. Laat ik zeggen: wij denken dat het niks te vroeg komt. Dat we juist op tijd zijn, omdat de opgave nu aan de hand is en dat ik denk dat we dat als raad goed hebben aangevoeld. En we zijn ook heel blij met de goede analyse die eronder ligt. Heel volledig en niet bang om ook de scherpe kanten van het debat te benoemen. Dus wat dat betreft een goede start, een goede startnotitie en een goede voorloper op het gesprek dat we nog gaan voeren. Er ontbreken wat ons betreft nog wel een paar dingen. Eén is de integraliteit.
We hebben een hele goede werksessie gehad vorige week, maar missen daar toch ook wel het onderwerp de sociale cohesie. Die is vanavond al vaker benoemd. Die is van oudsher vrij sterk in deze wijken, waar we het vanavond over hebben, maar verdient wat ons betreft toch ook nog meer aandacht in de startnotitie en in de uitwerking. In Graan voor Visch worden daar op dit moment goede ervaringen mee opgedaan en ook met BuurtSaam in Overbos, dus dat zou ook wat ons betreft in dit stuk meer aandacht mogen krijgen, en in ieder geval ook in het vervolg. Gelukkig staat de klimaatadaptatie wel in het stuk, maar wij vrezen dat dit onderwerp in de toekomst nog veel meer aandacht zou verdienen en dus ook in het stuk meer terug zou moeten komen. En nog iets dat we een beetje misten. We zijn natuurlijk niet de enige die met deze uitdaging zitten. Dat hebben ook al meerdere gezegd. We missen ook een beetje de blik over de Ringvaart. Waar zijn anderen mee bezig? Waar kunnen we samenwerken? Waar kunnen we van leren? Het staat in het stuk vluchtig genoemd, maar we hopen dat het in vervolg toch nog wel iets meer body krijgt, om het in het Engels te zeggen. En voorzitter, laten we vooropstellen, waar we het hier over hebben, dat zijn duidelijk geen probleemwijken. Zo moeten we ze ook vooral niet zien en het risico lopen ze ook echt niet meteen.
Het zijn wijken waar mensen doorgaans met heel veel plezier wonen en gelukkig maar. Maar het gaat ons er juist om dat we in deze gemeente doorgaans heel veel aandacht geven aan het nieuwe en daardoor het bestaande wel eens een beetje uit het oog verliezen en dat zouden we ook bijzonder onterecht vinden. Voorzitter, u zei al, er zijn geen insprekers vandaag, maar we hebben wel allemaal de brief gehad van de wijkraden en die roepen duidelijk op, betrek ons nou erbij, want alleen samen met de inwoners komen we hierin verder. Wij roepen het college op om die uitgestoken hand ook aan te nemen. Voorzitter, wat ook steeds meer een uitdaging wordt en ik heb het weinig gehoord, maar ik ga het toch hier noemen, deze wijken zijn natuurlijk allemaal opgezet als echte autowijken. Vanuit het idee van snel eruit, snel erin, alles om maar niet op die plek te hoeven blijven. Maar dat begint natuurlijk steeds meer te knellen. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid, maar ook vanuit het oogpunt van gezondheid en veiligheid. Veiligheid! Veiligheid, hij is genoemd. We hebben wijken die veel voller staan met auto's dan oorspronkelijk ooit de bedoeling was. Die geest terugkrijgen in de fles zal heel moeilijk worden, maar gelukkig staat in het stuk ook heel veel over de mobiliteitstransitie. De VOORZITTER: Wilt u afronden mijnheer Boerman? De heer BOERMAN: Ja, want ik ben naar mijn laatste zin bezig.
We kijken er dan ook naar uit om daarover verder te praten, bijvoorbeeld bij de te actualiseren Omgevingsvisie. Alleen zo kunnen we onzes inziens de vele prachtige kansen benutten die deze wijken nog altijd bieden.
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
8
De VOORZITTER: Dank u wel. En ondertussen probeer ik aan mevrouw Van de Meeberg te seinen dat ze helaas geen spreektijd meer heeft. Dan ga ik door naar het college, dat in totaal zeven minuten heeft om te reageren op de vragen. Wie van de portefeuillehouders? Ja, mevrouw Van der Meij, gaat uw gang. Wethouder VAN DER MEIJ: Dank u wel, voorzitter. Ik moet even snel. Ik heb ongelooflijk veel mee zitten schrijven, dus ik moet er weer even snel doorheen. En laat ik vooropstellen dat ik u wil danken voor de woorden ook over deze startnotitie, waar inderdaad ontzettend hard aan is gewerkt, wat echt ook wel nieuw is voor ons. Ik heb dat al eerder gezegd. We zijn ongelooflijk bezig. Het is ook hier een paar keer gezegd, ongelooflijk bezig met nieuwbouw. Maar die verouderde wijken, ja, die kennen we eigenlijk helemaal niet. En met verouderde wijken, dat klinkt gelijk alsof het morgen allemaal in elkaar stort, dat is natuurlijk absoluut niet aan de gang maar het is wel iets waar we inderdaad nu en daar heeft GroenLinks van gezegd, we zijn precies op tijd. Het CDA zei, het had iets eerder gemoeten. Maar in ieder geval, we zijn ermee aan de gang. In alle eerlijkheid, als ik even mijn briefjes doorkijk, ik ga zo meteen wat dingen nog wel daarover zeggen, maar zie ik één echte concrete vraag en die kwam van het Lid Sidali.
Wat heeft het college nodig voor een structurele wijkaanpak die verder kijkt dan morgen, dan over vier jaar, maar gewoon naar 2050 of zelfs nog verder kijkt? Dat antwoord heb ik niet voor u. Want dat is precies de vraag die wij eigenlijk hier aan u stellen. Want dat is heel erg afhankelijk van wat je van belang vindt voor zo'n wijk, welke opgaven wil je aanpakken en hoe ver wil je daarin gaan? U heeft hierin al allemaal hele mooie aanknopingspunten gegeven, die ik eigenlijk zou samen kunnen vatten als nummer één participatie. Dat is volgens mij bij iedereen zo'n beetje op 1. En we zijn ook heel blij dat de dorps- en wijkraden en ook het Podium voor Architectuur zich al hebben gemeld, van vraag ons er alsjeblieft bij. Er was ook absoluut geen enkele reden om aan te nemen dat we dat niet gingen doen. Maar die betrokkenheid is heel fijn om zo te ervaren. Dat hebben we in het project BuurtSaam ook gezien, wat die betrokkenheid doet. Maar goed, ik was een beetje aan het opsommen waar ik op uitkwam en dat was 1, dus participatie. En er is een aantal dingen heel veel genoemd, maar waar het op neerkwam is wel inderdaad, misschien wel onder de noemer de sociale cohesie.
We moeten zorgen dat we wijken krijgen waar jong en oud kunnen blijven wonen of weer kunnen komen wonen om te zorgen dat er verscheidenheid is in die wijken en dat die verscheidenheid ook zorgt voor sociale binding met een wijk. En dus niet alleen dat we nu gaan zorgen dat de oorspronkelijke bewoners kunnen blijven wonen, wat wel belangrijk is en daar is iets anders voor nodig dan waar ze nu in wonen, maar ook juist dat die jongere bewoners weer kunnen aanhaken. Klimaatadaptatie, groen, is heel veel genoemd en met als gedachtegang dan komt gezondheid, dan komt sociale cohesie en dan komt veel veiligheid daar in het kielzog in mee. Ik ga eigenlijk alweer bijna afronden, want ik kan wel allemaal herhalen wat u allemaal heeft gezegd, maar dat lijkt me een beetje zonde van deze tijd, want volgens mij is met name ook die tweede termijn heel erg belangrijk want we hebben wel iets van u nodig. Laat dat even duidelijk zijn. We hebben wel van u richting nodig. Wat wordt de volgende stap? Maar daar gaat mijn collega nog even wat verder op aanvullen. Had u specifiek een vragen aan mij of is er een vraag nog niet beantwoord? De VOORZITTER: Zal ik dat doen, mevrouw Van der Meij? Wethouder VAN DER MEIJ: Oh, excuus. De VOORZITTER: Geen probleem. Ik zat te wachten op een punt in uw betoog. De heer Klaassen heeft denk ik nog een verduidelijkende vraag. Gaat uw gang.
De heer KLAASSEN: Ja, voorzitter. Het college gaf net aan dat het één vraag had gehoord. Ik had zelf ook nog een vraag gesteld. Ik weet niet of die meegenomen wordt of dat de collega dat doet, voorzitter.
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
9
De VOORZITTER: Ik zie de andere wethouder knikken. De heer Van der Peet, heeft u nog een vraag aan mevrouw Van der Meij? De heer VAN DER PEET: Ja, dat gaat wel over de vraag die al gesteld is, met mijn aanvulling erop. Ik snap dat het afhankelijk is van wat wij aangeven aan prioriteiten en extra nadruk die er ligt maar ik heb ook sterk het gevoel dat als we gewoon doen wat we nu doen, we dan al een flinke uitdaging hebben. Dus ik ben wel benieuwd wat voor investeringsboeggolf zien we op ons afkomen? Los van het feit of we dingen gaan prioriteren of intensiveren. De VOORZITTER: Ik zie tussen de wethouders dat dit ook door de andere wethouder wordt opgepakt. Dan geef ik gelijk het woord aan u. Wethouder STEFFENS: Dank u voorzitter, voor het woord. Om maar even te beginnen met de opmerking die mijnheer Van der Peet van het CDA maakte. Dat is de investering die hierachter zit. Die kunnen we pas met u bepalen als u ons de richting heeft gegeven waar er meer op moet worden ingezet. Sociale samenhang organiseren is wat anders dan een wijk verdichten. In welke wijk, op welke mate en op welke wijze een aanpak doen, daar kunnen we pas echt iets over zeggen, als het over geld gaat, als we meer richting hebben van u. En we zijn natuurlijk blij dat u straks in de tweede termijn met elkaar die richting verder gaat vormgeven. Maar dat het niet gratis is, dat lijkt me duidelijk.
Het gaat geld kosten en dat kan hem zitten in dingen slimmer doen. Dat kan hem zitten in dingen sneller doen en misschien ook en ik denk dat u dat ook zei in uw eerste termijn: we gaan van een ontwikkelgemeente naar een beheergemeente en dat vraagt iets anders van de organisatie. We zitten in die omslag en daar is dit eigenlijk een heel mooi moment voor, deze startnotitie, om daar met elkaar ook echt over na te gaan denken want het stopt natuurlijk niet na deze wijken. Ook hierna moeten we verdergaan en mijnheer Sidali zei er al iets over, een soort van masterplan zoals u het noemde maar in elk geval een plan dat verdergaat dan je neus lang, is of de eerste drie of vier wijken. Voorzitter, de vraag die door HAP is gesteld, door de heer Klaassen, was eigenlijk, en ik vond het wel mooi hoe u dat zei, verdichten kan maar ontgroenen niet. Nou, dat zijn we helemaal met elkaar eens. Wat wel zo is, is dat je soms ook meer woonruimte kunt creëren in dezelfde woningen door bijvoorbeeld woningen te splitsen. Je kunt soms ook ergens een laagje op maken. En als je ergens een laagje op maakt, krijg je meer woonruimte, zonder dat je de ruimte van het groen anders gaat gebruiken. Ik heb ook wel iemand iets over parkeren horen zeggen en auto's. Ja en misschien moeten we ook toe naar een andere inrichting van de openbare ruimte waar dat kan.
Terwijl u tegelijk ook zei, mijnheer Boerman, want ik bedoelde uw woorden, die geest gaat natuurlijk niet terug die fles in. Dat is ook realisme. Dus we moeten kijken waar dingen kunnen en waar we werkend naar die toekomst ook in die bestaande wijken misschien andere oplossingen kunnen organiseren voor inwoners. Voorzitter, waar ik mee wilde afronden is eigenlijk wat mijn collega Van der Meij en ik heel graag zouden meemaken als we klaar zijn met dit gesprek vandaag. Het was een startnotitie. U heeft hem zelf geagendeerd. Wij waren hier al wel over aan het denken, dus het is heel mooi bij elkaar gekomen. Ook dit moment, zeg maar, in tijd. Wat we heel graag zouden willen met u is procesafspraken maken om in gesprek te gaan met de samenleving, waar u allemaal om vraagt, zodat we met hen verder kunnen werken aan het vormgeven van deze nieuwe aanpak. Gebiedsgericht, soms wijkgericht en tegelijkertijd ook experts van buiten daarbij te betrekken. Waar u mee in gesprek kunt maar waar ook in de wijken mensen mee in gesprek zouden kunnen gaan. Dit college geeft dat nog heel graag vorm voor u daar willen we mee beginnen en dan zou de volgende gemeenteraad die wordt gekozen de route verder kunnen bepalen. Dank u voorzitter. De VOORZITTER: En perfect binnen de tijd. Dank u wel, mevrouw Steffens.
Ik kijk even rond of de reactie van het college nog verduidelijkende vragen oplevert? En dat doet het bij mevrouw Koolmoes. Gaat uw gang.
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
10
Mevrouw KOOLMOES: Ja en ik pik eigenlijk een momentje van mijnheer Boerman hierin. Want mijnheer Boerman vroeg ook naar de buurgemeenten en hoe we daarin kunnen samenwerken of samen verder kunnen gaan en ik ben toch wel benieuwd naar dat antwoord. Daar zat ik op te wachten. De VOORZITTER: Wie kan ik daarvoor het woord geven? Mevrouw Steffens staat op. Wethouder STEFFENS: Ja voorzitter, wij hebben dat niet echt opgevat als een vraag aan het college, maar meer als een vraag aan u. Of u met elkaar vindt dat we op die manier ook verder moeten kijken. En laten we wel wezen, goed gejat is soms veel slimmer dan dat je het zelf verzint, maar dat betekent niet dat we alles bij de buren kunnen halen. De VOORZITTER: Blijft u nog maar heel even staan, want er komen nog wat andere vragen. Ik kijk even, mijnheer Blankestein, wilt u hierop reageren? Want anders geef ik… Dan geef ik de heer Boerman eventjes eerst het woord. De heer Boerman. De heer BOERMAN: Ja, inderdaad eventjes, want ik had hem zo gehoord, ik had hem ook zo bedoeld en ik hoorde de wethouder toen zeggen: we gaan ook in gesprek met deskundigen, zoiets zei ze. En toen hoorde ik, nou dat zijn eigenlijk mensen van over de grens, mensen die er al mee bezig zijn. Dat is eigenlijk een uitnodiging die ik aan onszelf doe. De VOORZITTER: Oké, helder. De heer Blankestein. De heer BLANKESTEIN: Ja, voorzitter, een vraag aan de wethouder.
Ik snap heel goed dat het afhankelijk is van welke ambities we allemaal hebben, hoeveel geld het gaat kosten en wat de ambtelijke capaciteit is die daarvoor nodig is. Maar kan de wethouder aangeven of zij die ambtelijke capaciteit heeft om überhaupt de huidige ambitie, laat staan nieuwe ambities eraan toe te voegen, om dat daadwerkelijk uit te kunnen voeren? Wethouder STEFFENS: Uiteraard niet. De VOORZITTER: Kijk, dat is kort maar krachtig. Dan blijft er veel tijd over voor de tweede termijn. Ik heb als tweedetermijnonderwerp in ieder geval het appel van het college gehoord om procesafspraken te maken en prioriteiten te stellen. En ik heb daarnaast volgens mij van de PvdA een tweedetermijnonderwerp gehoord maar we hebben niet goed opgeschreven wat dat onderwerp dan is. Dus misschien wilt u dat nog toelichten, mevrouw Kamsteeg? En zijn er daarnaast nog andere tweedetermijnonderwerpen? Ja, ik zie de heer Van der Peet, de heer Sidali, mevrouw Koolmoes. Dan wil ik graag beginnen bij mevrouw Kamsteeg. Dan kunnen we zo het rijtje af. Mevrouw KAMSTEEG: Ja, dat ging over de participatie, maar aangezien de wethouder hem eigenlijk al op 1 gezet heeft, weet ik niet of de collega's er nog behoefte aan hebben om dat verder te bespreken. Ja? Oké, ik hoor dat er een behoefte is. De VOORZITTER: Ik hoor ook dat er een behoefte is, dus dan gaan we daarover beginnen.
Wilt u hem dan aftrappen, mevrouw Kamsteeg? Ja, dat moet weer bij het spreekgestoelte. Dat is goed voor de stappenteller. Mevrouw KAMSTEEG: Ja, ik heb in mijn bijdrage duidelijk gezegd: wat vinden wij nou eigenlijk als raad over participatie. We hebben het er hier heel vaak over. We klagen er ook vaak over dat we hem te weinig en niet genoeg vinden. Maar wat vinden we er nou eigenlijk zelf van? Willen we nu dat bewoners
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
11
kunnen participeren en wij beslissen? Of durven we ook eens wat uit handen te geven om de bewoners te laten beslissen? De VOORZITTER: De heer Vermeulen was als eerste. Gaat uw gang. De heer VERMEULEN: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ik kom bij het laatste. Dat is wat Forza! betreft altijd het uitgangspunt. De bewoners geven aan wat ze willen en ik denk ook dat dit de vervolgstap moet zijn. Ophalen in de wijk wat er leeft. Daar een realistisch beleid en een begroting op maken. En dan kunnen we als raad uiteindelijk, omdat we over het geld gaan, het moet wel betaald worden, de beslissing nemen. Maar we moeten hier niet gaan zitten invullen voor elke wijk, hoe wij die wijk op gaan knappen. Want dat weten de mensen zelf veel beter dan wij. De VOORZITTER: Mevrouw Van de Meeberg. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter. Ja, niet helemaal, want soms kom je nieuw in een wijk en moet je ook maar afwachten wat er gebeurt. Ik denk inderdaad dat de huidige wijkbewoners vaak het beste weten wat er in hun eigen wijk speelt. Maar ik denk dat het belangrijk is dat de raad de integraliteit bewaakt. En de samenhang tussen verschillende wijken bewaakt, zodat je niet waterbedeffecten gaat creëren of heel veel, nou ik zeg maar wat, coffeeshops in één gebied en nul in een andere. Ik zeg maar iets, hè.
Maar dus dat die integraliteit, die helikopterblik, dat die bij de raad blijft liggen en de input van de wijk heel erg belangrijk is. De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Van der Peet van het CDA, gaat uw gang. De heer VAN DER PEET: Ik wil misschien wat scherpte in het debat brengen want ik denk dat het echt belangrijk is dat we keuzes maken waar je dat wel doet en waar je dat niet doet. Want er zijn, denk ik, een heleboel elementen in deze opgave die, als we dit niet collectief aanpakken met heel weinig inspraak, gewoon onbetaalbaar gaan worden. Als we iedereen de keuze laten maken wat voor rioolaansluiting die wil hebben, dan gaat het finaal mis. Dus ik denk dat we echt moeten beseffen, een heleboel dingen die te maken hebben met die vernieuwing en vervangingsopgaven, zijn ook gewoon dingen waar bij de aanleg van een wijk ook niemand bij stilstaat. Dat zijn dan nutsvoorzieningen en dat soort zaken. En vooral die punten van bijvoorbeeld de inrichting in het groen en dergelijke, ja daar moet je dan wel de mensen betrekken en ook duidelijk maken waar ze dan over gaan en waar ze vooral niet over gaan. De VOORZITTER: Dat levert weer een reactie op van de heer Vermeulen. Wilt u daarop reageren? De heer VERMEULEN: Dat wil ik heel erg graag, want ik denk voorzitter, dat mijnheer Van der Peet gewoon wat te hard van stapel loopt. Ik heb net gezegd: haal bij de bewoners op wat ze willen.
Dan kan het college ons vertellen wat de bewoners willen, wat dat kost. En wij gaan over het geld. We kunnen altijd zeggen, als de wensen onrealistisch zijn, kunnen we altijd wat afzwakken. Maar om nou gelijk te zeggen dat de inwoners die inspraak niet mogen hebben, omdat wij erover gaan en dat het anders uit de rails loopt, dat lijkt me echt te ver gaan. De VOORZITTER: De heer Van der Peet? De heer VAN DER PEET: Nou, ik bedoel het eigenlijk zo, en dat sluit op zich wel weer aan bij wat u net in het tweede deel heeft ingebracht, dat er ook bepaalde dingen zijn waar de bewoners waarschijnlijk helemaal geen erg in hebben dat die vernieuwd moeten worden, want die zijn helemaal niet zichtbaar. Dus er is een opgave die zichtbaar is en er is een onzichtbare opgave qua onderhoud en vernieuwing. Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
12
Ja, waar de mensen zelf de ervaring mee hebben, daar moeten we natuurlijk luisteren en de mensen bij betrekken. Maar bij een heleboel basale dingen, zoals verhardingen vervangen en weet ik wat allemaal, riolering, dat moet gewoon en dat is gewoon iets technisch zeg maar. De VOORZITTER: De participatie op participatie is hoog. Dit levert namelijk weer een reactie op van mevrouw Van de Meeberg. Dus mevrouw Van de Meeberg. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter. Wat staat deze hoog? Ik hoor mijnheer Van der Peet zeggen: soms hebben inwoners helemaal geen erg in sommige dingen die aan de hand zijn. Bijvoorbeeld jongeren, die worden heel vaak gewoon over de hoofd gezien. Heel veel wijken zijn gebouwd voor kleine kinderen. Het ging al eerder over de wipkip. Maar het is nog steeds belangrijk dat jongeren kunnen hangen op een veilige manier, zonder dat ze heel veel overlast veroorzaken voor buurtbewoners. Die moeten wat ons betreft ook echt betrokken worden in die participatieronde. Veel actiever dan tot nu toe gebeurde. De VOORZITTER: Oké, daarmee denk ik dat dit onderwerp eventjes binnen het onderwerp is afgerond. Dan ga ik eventjes het rijtje weer af. Mevrouw Roos? Mevrouw ROOS: Ja, een onderwerp als participatie brengt natuurlijk altijd heel veel met zich mee. Het is punt 1, net zoals de wethouder al zei, dat is voor ons allemaal heel belangrijk. Het staat buiten kijf.
Alleen is het wel zo dat er natuurlijk inderdaad vanuit de raad dan toch daar richting in gegeven moet worden. En dat er ook zeker geen vertragingen in de broodnodige projecten komen, en dan heb ik het dan meer inderdaad over de riolering en dergelijke, dat snijdt geen hout. Er moet duidelijk zijn wat de verwachtingen zijn, dus de invloed daarvan. Geef echt mee wat de verwachting hoort te zijn daarin. Meepraten, doen, maar ook inderdaad zullen er waarschijnlijk ook onrealistische voorbeelden voorbijkomen. De VOORZITTER: De heer Boerman van GroenLinks. De heer BOERMAN: Ja, dank u voorzitter. Ik probeer een beetje te luisteren wat de algemene tendens is in dit verhaal. En ik zie aan de ene kant mensen zeggen ja, je moet aan de inwoners gaan vragen wat ze willen. En aan de andere kant is er ook een lijn die zegt ja, we hebben als gemeente een aantal taken en die moeten we gaan brengen en die moeten we gaan overleggen. En volgens mij zit juist de oplossing daar in het midden. We moeten het samen doen. We moeten samen naar die mensen toe, om samen te overleggen. Wat zouden jullie willen? Wat willen wij? Waar gaan we elkaar vinden? Hoe gaan we het doen? Volgens mij is dat de opgave die we met elkaar met participatie zouden willen. De VOORZITTER: Dan mevrouw Koolmoes, gaat uw gang. Mevrouw KOOLMOES: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, mevrouw Kamsteeg, u heeft gelijk maar in mijn visie doen we dat al een beetje. Dus waarom zouden we het nou niet meer doen bij de leefbaarheid in de wijken? Want we doen het al met speelvelden. Daar halen we al op bij de buurt hoe ze hun speelveldje ingericht willen hebben en ook bij kleine parkjes doen we dat al. Dat weten we. Dat doen we al. Dus waarom zouden ze dat nu niet meer doen? Dus eigenlijk vind ik uw vraag overbodig, want ik denk dat ze dat echt wel gaan doen. De VOORZITTER: De heer Klaassen is aan de beurt, maar mevrouw Kamsteeg wordt ook direct genoemd, dus ik geef eventjes het woord terug aan mevrouw Kamsteeg. Gaat uw gang.
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
13
Mevrouw KAMSTEEG: Ja, even richting mevrouw Koolmoes, via u voorzitter. Op kleine dingen doen we dat, maar niet bij de grote opgaven. Bij de grotere opgaven wordt toch altijd wel weer uiteindelijk alleen maar opgehaald en toch niet gedaan wat de inwoners willen. En dan staan ze weer hier. Bent u dat met mij eens, mevrouw Koolmoes? De VOORZITTER: Via de voorzitter. Ja, mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja voorzitter, dat ben ik uiteraard met mevrouw Kamsteeg eens. En dat is misschien maar goed ook, want wie gaat er nou ophalen hoe de riolering moet worden gelegd. Ik heb er geen verstand van en ik wil me helemaal niet met zoveel geld bemoeien. En ik denk dat we nu gewoon klein beginnen en dat we misschien over een paar jaar wel met de grote dingen het ook zo gaan doen. Maar we moeten ergens beginnen hè mevrouw Kamsteeg. Dat bent u wel met me eens. De VOORZITTER: Daar wil mevrouw Kamsteeg nog op reageren? Mevrouw KAMSTEEG: Ja, natuurlijk. Als ik een vraag krijg, wil ik hem graag beantwoorden. Nou, ik ben het ten dele met mevrouw Koolmoes eens, maar ik heb in mijn bijdrage al aangegeven dat het natuurlijk niet over grotere zaken gaat die uiteraard gewoon moeten, zoals de riolering of de verhardingen. Daar gaat mijn vraag eigenlijk niet over. Het gaat juist over de dingen waar de inwoners wel over kunnen gaan.
De VOORZITTER: Dan ga ik naar de heer Klaassen, die ook nog in de ring staat. De heer KLAASSEN: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, we kunnen in principe het hele stuk participatie platslaan door te zeggen: we vinden dat inwoners moeten meedenken, meepraten en meebeslissen. Ook over verharding. We hebben bij ons in de wijk een stuk verharding vernieuwd en op het moment dat we daarmee bezig waren, voordat we verharding gingen vernieuwen, is bij de bewoners opgehaald: vinden jullie dat een straatje net iets anders kan, dat er een groenperkje uitgebreid moet worden? Er moet verharding uit, wat vindt u, welk perkje kan groter? Dus er wordt op alle kanten al geparticipeerd, dus dat doen we al. De VOORZITTER: De heer Blankestein. De heer BLANKESTEIN: Ja voorzitter, ik heb ook geen zin om de hele avond de boeman te spelen dus stel in het geval, de boeman niet de Boerman. Daarvoor begon hij helaas over parkeren dus daar gaan we niet over beginnen. Nee voorzitter, maar stel nou in het geval dat we als raad en college zijnde het geld en de ambtenaren hebben gevonden om extra ambitie toe te voegen. Dan vinden wij het als VVD en ik als liberaal, natuurlijk heel belangrijk dat de mensen daar ook daadwerkelijk inspraak in hebben, omdat we dat niet als overheid van bovenaf moeten opleggen. Dus daar steun aan mevrouw Kamsteeg.
Maar laten we ook wel realistisch zijn, we hebben de wethouder gehoord. Als we ambities willen toevoegen, moeten we daar wel de ambtelijke capaciteit voor hebben en ook het geld. En ik zie die op dit moment niet. De VOORZITTER: De heer Van der Peet, geen participatie zonder geld. Gaat uw gang. De heer VAN DER PEET: Nee, dan komen we misschien terug op wat de heer Boerman even geleden al zei: participatie vanuit het midden. Ja, dat klinkt mij als muziek in de oren. Want ik denk echt dat we echt realistisch moeten zijn. Want wat nu bij die experimenten gebeurt, op wat kleinere schaal, bijvoorbeeld in een wijk als Graan voor Visch, dat is natuurlijk hartstikke mooi om ervaring mee op te doen. Maar wil je dit gaan uitrollen de komende veertig jaar over al die wijken, hoeveel mensen je Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025
14
daarvoor nodig hebt en hoeveel geld je daarvoor nodig hebt, ja dat is op een gegeven moment gewoon niet meer betaalbaar. Dus je zult toch naar een vorm moeten dat je én mensen de kans geeft om hun inbreng te geven, maar ook met collectieve zaken aan de slag gaat. De VOORZITTER: Dat levert weer nieuwe reacties op. Mevrouw Roos is volgens mij eerst, daarna mevrouw Koolmoes en daarna de heer Vermeulen volgens mij. Gaat uw gang. Mevrouw ROOS: Ja, ik kom even terug op wat de VVD zei, want die heeft het steeds over die extra ambities. Maar volgens mij zijn het helemaal geen extra ambities, het zijn ambities die bestaan en die vragen alleen maar om de prioritering van ons. Dus zo zie ik het. En dat die ambities er liggen is een feit en participatie daarover, graag. De VOORZITTER: Mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: In navolging van mevrouw Roos zal ik ook de VVD vragen waar de ambtelijke capaciteit nou vandaan moet komen, in het kader van de veiligheid, wat hij zelf in de eerste bijdrage heeft gezegd. Want daar zullen we dan toch ook meer capaciteit op moeten zetten, dus dan kan dat ook niet. Is het VVD dat met me eens? De VOORZITTER: De heer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Kijk, we zijn bezig met de startnotitie. Dat wil zeggen op welke manier willen wij aan die leefbaarheid in die wijken gaan werken.
Volgens mij zijn we het daar allemaal over eens, dat begint bij de bewoners van die wijken en die input is belangrijk. Maar ik denk ook dat we heel duidelijk moeten zijn en daarbij, we hebben al gezien in wijken dat er ook gewoon heel veel bereidheid is om daar hun eigen bijdrage aan te leveren. Het moet niet zo zijn dat wij een soort serviceorganisatie zijn van: u vraagt en wij draaien. Maar we mogen best aan onze inwoners vragen om daar ook hun eigen bijdrage aan te leveren en om ook zelf te werken aan de vergroening van je wijk. En dan kunnen wij materiaal leveren en de spullen, maar ja, uiteindelijk, als we echt iets in de maatschappij met z'n allen doen, dan zullen in die wijken ook de handjes uit de mouwen moeten. En dat is wat ik mee wil geven. De VOORZITTER: De heer Blankestein, u wilt waarschijnlijk reageren op het onderwerp over veiligheid. Ik wil u er wel aan herinneren dat we het op dit moment over participatie hebben. Dus wilt u dit zo meteen nog als apart onderwerp inbrengen of wilt u dat nu afronden? De heer BLANKESTEIN: Nee, voorzitter, ik wil gewoon even kort reageren. De VOORZITTER: Gaat uw gang. De heer BLANKESTEIN: Allereerst word ik heel blij van wat de heer Vermeulen zegt, dat daar eigen verantwoordelijkheid hoort. Daar ben ik als liberaal natuurlijk groot voorstander van. Maar om even kort in te gaan op het Lid Koolmoes, voorzitter.
Ik heb ook in mijn bijdrage gezegd, er kan alleen geïntensiveerd worden op de gebieden waar ambtelijke capaciteit en ook de middelen beschikbaar zijn. Dus op dit moment is wat de VVD betreft dat niet aan de orde, maar we gaan zeker in de volgende raadsperiode kijken of we dat kunnen realiseren. De VOORZITTER: Mevrouw Van de Meeberg. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel voorzitter. Nou, het gaat niet om intensiveren, het gaat om keuzes maken in prioriteiten. Het gaat niet om intensiveren. Overigens was het de VVD die vond in een Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie leefbaarheid huidige wijken 11 december 2025