CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-05-22 Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 12 juni 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Vaststellen van de verslagen van 22 mei 20259.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 22 MEI 2025 Onderwerp:

RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden

Voorzitter:

dhr. S.J. Bier

De leden: mw. B.M. Antolini, dhr. T.M. Beusenberg, mw. A.E. Gumbert, dhr. C.L. Klaassen, dhr. H.C.M. Koning, mw. J. Koolmoes, mw. A.N. Mees-Marhe, dhr. J.J. Schaap, dhr. J.C. Soellaart, mw. C.R. Smand Griffier: mw. V. Bauer Portefeuillehouders: mw. C.F.M. van der Meij, mw. M. Steffens-van de Water Insprekers: Geen

De VOORZITTER: Goedenavond, ik heb de vergadering nog niet officieel geopend. Dat doe ik nu wel. Ik zie dat nog niet iedereen zit. Ik kan me voorstellen dat men hoog in de energie zit van de vorige sessie, maar ik wil iedereen oproepen te gaan zitten. Dank u wel. Dan maak ik van de gelegenheid gebruik om te starten. Welkom bij het sessiedebat over het Raadsvoorstel Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden. Dit raadsvoorstel komt voort uit het opvolgonderzoek Samenwerking met Dorps- en wijkraden van de Rekenkamer. De raad wordt voorgesteld om een drietal aanbevelingen over te nemen. Ten eerste om in samenspraak met het gebiedsmanagement een voorstel te maken welke vervolgstappen het college wil zetten om gebiedsgericht werken uit te bouwen. Ten tweede om per gebied een portefeuillehouder te overwegen en ten derde om dorps- en wijkraden meer te betrekken bij de langetermijnagenda. Er zijn geen insprekers bij dit debat. Ik wil starten met de eerste termijn waarin u allen spreektijd heeft. Ter afronding van de eerste termijn zal het college reageren op gestelde vragen. Wethouder STEFFENS: Voorzitter, mag ik u melden dat een van de portefeuillehouders, voor zover ik nu heb begrepen, naar huis is? Dat is de burgemeester. Ik geloof dat ze ziek is, maar ik weet het niet zeker. U moet het dus even met mij doen vandaag.

De VOORZITTER: Ik vind u een uitstekende invaller voor de portefeuillehouder. Daar gaat de raad, denk ik, wel mee akkoord. Ik als voorzitter in ieder geval wel. Dan kom ik bij mijn volgende punt: technische vragen behoren niet tot de mogelijkheid, die zullen schriftelijk afgehandeld worden. De eerste termijn. Ik ga over naar de eerste termijn. Mevrouw Koolmoes, Lid Koolmoes. Ik zie dat u graag als eerste wilt beginnen. Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, laat mij maar lekker starten vanavond. De mensen van de Rekenkamer hebben opnieuw een rapport naar ons toegebracht, deze keer een opvolgonderzoek. Om te begrijpen wat er beschreven staat, heb ik een tijdsprongetje gemaakt naar 2020. Ik las dat men in 2020 ook kritisch naar dit onderzoek had gekeken want twee derde van de dorpsen wijkraden wil niet eens meewerken aan samenwerkingsafspraken op maat. Het allermooiste komt nog, voorzitter. Er komt een volledig digitaal en makkelijk benaderbaar gebiedsprogramma. Dat zal in het najaar wel klaar zijn. Voorzitter, dat was 2020.

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

1

We zijn vijf jaar verder en opnieuw lezen we in de reactie van het college dat het nu echt opschiet met het makkelijk benaderbare gebiedsprogramma. De aanbevelingen die de Rekenkamer nu meegeeft, worden allemaal aan dit gebiedsprogramma opgehangen. Een digitaal benaderbaar gebiedsprogramma, dus het college kan alle vinkjes aanzetten. Maar is dat wel voldoende, voorzitter? Moeten wij als raad nu niet die stap extra zetten, zodat ook aan de langetermijnagenda kan worden gedacht? Lid Koolmoes heeft een motie klaar waarin ik een oproep doe aan het college om opnieuw een Dag van de Raden te organiseren, met deze keer als doel om punt 3 van de aanbevelingen samen te brengen: de dorps- en wijkraden die dat willen meer bij de langetermijnagenda betrekken en hen helpen met het bepalen wanneer en op welke punten zij vooraf invloed kunnen uitoefenen. Collega's, ik deel mijn motie graag. Vijf jaar geleden ontstonden er ook mooie dingen. Zo gaan we sindsdien eens in de drie maanden op locatie en ontstond de eerste Dag van de Raden, destijds in 2021. Voorzitter, ik wil graag één ding… De VOORZITTER: Mevrouw Koolmoes, ik wil u wel vragen af te ronden want u bent bijna door uw tijd heen. Mevrouw KOOLMOES: Dat komt goed uit, voorzitter. Dat was ik net van plan. Voorzitter, ik wil graag één ding meegeven voor de tweede termijn. Ik wil dan met mijn collega's praten over het uitdaagrecht.

Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik geef nu het woord aan mijnheer Klaassen van de HAP. De heer KLAASSEN: Voorzitter, dank u wel. Wij hebben goud in handen als gemeente. Een structuur van lokale specialisten die zich volledig, vol overgave inzetten, belangeloos inzetten, voor de samenleving, hun samenleving, dus ook onze samenleving. Voor het gemak hebben we deze grote groep 'de dorps- en wijkraden genoemd'. Laten we deze groep dan ook koesteren en de waardering geven die ze verdienen. Vandaar ook het Rekenkameronderzoek. Voorzitter, ze willen meedenken, meepraten en meebeslissen, dat is ook onze lijfspreuk als HAP. De inwoners die mee mogen denken over de plannen, nog voor de startfase, zullen mee gaan praten en uiteindelijk, als er ook geluisterd wordt naar de inwoner of vertegenwoordiger, zullen ze ook meebeslissen. Gaat er veel goed? Zeker. Is er ruimte voor verbetering? Ook zeker. Als ik terugkijk naar de korte periode die ik in deze raad mag deelnemen, heb ik al veelvuldig voorbeelden voorbij zien komen van dingen waar het aan schort. Kunnen wij het altijd voor iedereen goed doen? Wij hopen van wel, maar de werkelijkheid is anders. Er zijn immers veel belangen die spelen bij een besluit.

Waar wij het moeten doen met dossiers die we doorwerken en waarmee we tot een besluit moeten komen, heeft een dorps- of wijkraad deze informatie niet altijd voorhanden of krijgt deze niet toegestuurd. Hierdoor worden ze, voor hun eigen gevoel, niet betrokken in de studies en plannen die er in hun kern plaatsvinden, terwijl er juist in dit huis gewerkt moet worden en ook gewerkt wordt aan het tegenovergestelde. Voorzitter, bij het raadsvoorstel dat we nu zien had HAP wel een déjà-vugevoel. 'Overweeg het instellen van een portefeuillehouder per gebied'. Wij kijken terug naar de opdracht die wij het college hebben gegeven in 2023 via een motie, om een start te maken met een projectwethouder in het gebied Rijsenhout. Dit om de ontwikkeling te bespoedigen. Voorzitter, laten we de groep dorps- en wijkraden nog beter bij alle plannen betrekken, maar het belangrijkste hierin is: laat duidelijk weten wat de kaders zijn, zodat de dorps- en wijkraden ook weten waar ze nog invloed op hebben. Dat kan vervelende situaties voorkomen. Denk aan parkeerproblematiek, busbanen of wegen door een polder heen. Waar gaan ze nog wel over? Leg dit

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

2

vast in de startnotitie bij de participatie bij een project zodat we de dorps- en wijkraden kunnen laten schitteren met waar ze goed in zijn: opkomen voor hun eigen straat, de buren, het dorp of de wijk. Voorzitter, u spreekt in dit stuk over dynamische processen in de samenwerking met de dorps- en wijkraden en stelt dat u daarmee ook een intensivering van de samenwerking met de dorps- en wijkraden wilt bewerkstelligen. Wordt deze samenwerking ook geëvalueerd? HAP is benieuwd naar de reactie van het college hierop. HAP vraagt ook aan het college of we via de gebiedsmanagers extra aandacht kunnen vragen voor de langetermijnagenda. Hiermee weten de dorps- en wijkraden ook wat er op hen af komt, wellicht in de digitale gebiedskaart, zoals mevrouw Koolmoes net ook aangaf. We horen graag een reactie. Voorzitter, HAP is via de contacten bij de dorps- en wijkraden ook ter ore gekomen dat ze terugkijken op een lange periode van opzetten van participatiebeleid. Immers, sinds 2008 staat het op de agenda met een afsluiting in 2021, met de Dag van de Raden, georganiseerd door het DB Kernen dat helaas is opgeheven. Kan het college aangeven waarom het zo lang geduurd heeft en hoe het nu aankijkt tegen de huidige signalen over de participatie van de dorps- en wijkraden? 2021 ligt al weer bijna een raadsperiode achter ons.

Voorzitter, laten we duidelijk onze plannen kenbaar maken want op die manier kunnen we onze inwoners laten meedenken, meepraten en meebeslissen. Dank u wel. De VOORZITTER: Ik dank u wel. U bent bijna aan de tijd. Dan vraag ik mevrouw Mees van de VVD naar voren te komen. Mevrouw MEES: Voorzitter, allereerst wil ik de Rekenkamer bedanken voor het opvolgonderzoek en het college voor de bestuurlijke reactie daarop. De afgelopen jaren zijn er echt stappen gezet. De raad komt nu drie keer per jaar op locatie bijeen voor een bijzondere raadsvergadering. Daarover worden vervolgens gebiedssessies gehouden in het raadhuis en er is een nieuwe Inspraak- en participatieverordening in de maak. Daar zijn we als VVD Haarlemmermeer blij mee. Tegelijkertijd weten we dat met 31 dorpen en kernen gebiedsgericht werken in Haarlemmermeer complex is en moeten we goed nadenken over hoe we dit verder brengen. De Rekenkamer doet een aantal concrete en bruikbare aanbevelingen. Een daarvan is om samen met het gebiedsmanagement een voorstel te maken voor de vervolgstappen in het gebiedsgericht werken. Het college noemt dit proces te dynamisch voor een vast plan. Wij begrijpen die terughoudendheid, gezien de druk op de capaciteit, maar juist in een dynamisch proces is het van belang om richting en houvast te hebben. Als raad willen we onze kaderstellende en controlerende rol goed kunnen vervullen.

Dat vraagt om een zekere mate van structuur en een richtinggevend document waarin niet alles is dichtgetimmerd, maar wel helpt om verwachtingen te managen, vooruitgang te volgen en, waar nodig, bij te sturen. Wij zijn benieuwd hoe de portefeuillehouder hiernaar kijkt. Wat ons betreft, kan het gebiedsmanagement hierin het voortouw nemen door een eerste voorstel te schetsen. De Werkgroep Werkwijzen Raad kan daarop namens de raad reflecteren, waarna het college een reactie kan geven. Uiteindelijk kan het voorstel, eventueel aangepast op basis van die input, worden voorgelegd aan de voltallige raad. Zo geven we richting zonder de dynamiek van het proces te verliezen en benutten we de rol van alle betrokkenen op een efficiënte en constructieve manier. Ook steunen wij de oproep van de Rekenkamer om dorps- en wijkraden actief te betrekken bij het ontwikkelen van de vervolgstappen in het gebiedsgericht werken. Door hen uit te nodigen om mee te denken over het beleid dat uiteindelijk van invloed is op hun eigen omgeving, benutten we hun kennis en betrokkenheid en leggen we de basis voor breder draagvlak. Tegelijkertijd is het belangrijk om helder te zijn over de wederzijdse verwachtingen. Participatie is geen garantie op instemming, maar wel een waardevolle manier om belangen inzichtelijk te maken en afgewogen besluiten te nemen in het algemeen belang.

De suggestie om te werken met een portefeuillehouder per gebied vinden wij creatief. We begrijpen dat dit in de huidige bestuursperiode niet meer haalbaar is, maar het lijkt ons verstandig om het idee mee Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

3

te nemen in de volgende collegevorming. Een vorm van gebiedsverantwoordelijkheid of een herkenbaar aanspreekpunt per gebied kan namelijk bijdragen aan de betere verbinding, continuïteit in contact en een meer herkenbare structuur voor inwoners en betrokken partijen. Positief zijn we ook over het voorstel om dorps- en wijkraden die dat willen, actiever te betrekken bij de langetermijnagenda. Juist door hen te ondersteunen in het bepalen wanneer en op welke punten zij vooraf invloed kunnen uitoefenen, ontstaat er ruimte voor betekenisvolle participatie. Het is goed om te zien dat onze eerdere inbreng hierover, dat participatie geen verplichting moet zijn, maar een kans is voor wie wil meedenken, is teruggekomen in deze aanbeveling. Belangrijk blijft dat ook dorps- en wijkraden die geen actieve politieke rol ambiëren die ruimte behouden. Wat ons betreft, is het voornemen van het college om te werken met een volledig digitaal en makkelijk benaderbaar gebiedsprogramma een waardevolle stap. Zo een instrument kan helpen om samenhang tussen opgaven inzichtelijk te maken en biedt daarmee ondersteuning bij integrale afwegingen. We vinden het belangrijk dat het systeem niet alleen binnen de ambtelijke organisatie wordt benut, maar ook toegankelijk is voor de raad, voor dorps- en wijkraden en, waar mogelijk, voor het publiek.

Het werd ons niet helemaal duidelijk uit de bestuurlijke reactie. Wellicht kan de portefeuillehouder daar iets meer over vertellen. Voorzitter, er zijn al mooie stappen gezet. Het advies van de Rekenkamer is serieus genomen en heeft geleid tot meer structuur en zichtbaarheid in het gebiedsgericht werken. Laten we die lijn nu vasthouden. De volgende stap is verder professionaliseren met hulp van het gebiedsmanagement, de Werkgroep Werkwijzen Raad, het college, de raad en de dorps- en wijkraden zelf. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan roep ik nu mevrouw Smand van D66 naar voren. Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Een belangrijk onderwerp, dorps- en wijkraden. Het is ook een onderwerp dat al enige tijd loopt, in de discussie en in onderzoek. Ik hoop van harte, wij hopen van harte dat we na deze sessie concrete stappen kunnen zetten in de uitvoering van allerlei goede aanbevelingen die we in het rapport van de Rekenkamer lezen. D66 staat voor helderheid, slagkracht en echte invloed voor inwoners via, onder andere, dorps- en wijkraden. De uitkomsten van dit opvolgonderzoek laten zien dat er flinke stappen zijn gezet. Dat is mooi, maar er zijn ook een aantal hardnekkige kernproblemen. Problemen die aangekeken moeten worden. Gebiedsmanagers spelen een cruciale rol, maar lopen nog regelmatig vast in onze eigen ambtelijke organisatie.

Je zou kunnen zeggen 'ze missen mandaat of slagkracht', waardoor simpele vraagstukken verstrikt raken in bureaucratische procedures. Dat is jammer. Burgers, inwoners zijn hiervan de dupe. Dorps- en wijkraden ervaren frustratie, maar andersom kunnen wij ons ook voorstellen dat dat binnen een ambtelijke organisatie ook frustratie oproept, dus dat kan beter. De Rekenkamer benoemt terecht het gebrek aan duidelijkheid rond de dynamische aanpak van gebiedsgericht werken. Dynamiek klinkt mooi, maar zonder concrete doelen, tijdlijnen en verantwoordelijkheden leidt dit tot ruis en onduidelijkheid. Daarom pleiten wij voor scherpe en praktische afspraken. Stel heldere doelen en geef gebiedsmanagers meer mandaat om daadwerkelijk door te kunnen pakken. Er zijn mooie voorbeelden bekend dat gebiedsmanagers periodiek spreekuren organiseren – dat kan één keer per maand – waarbij mensen vanuit de ambtelijke organisatie aanschuiven om heel praktische problemen en vragen op te lossen. Dat klinkt ons als muziek in de oren. Het is niet de heilige graal, maar het kan wel enorm helpen. We constateren dat dorps- en wijkraden vaak te laat betrokken worden bij planvorming. Inspraak achteraf wordt dan ervaren als 'niet echte inspraak kunnen hebben'.

Wij vinden het belangrijk dat dorpsen wijkraden en andere betrokken inwoners veel eerder meegenomen worden in projecten, juist aan de voorkant, als ideeën nog gevormd kunnen worden. Zo benutten we kennis – het is al eerder gezegd, die is vaak uitgebreid aanwezig als ervaringsdeskundigheid – maar ook betrokkenheid op een optimale

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

4

manier. We voorkomen frustraties en we versterken het draagvlak. Hierover heldere afspraken maken, is wat ons betreft belangrijk en nu aan de orde. De suggestie van een portefeuillehouder per gebied… De VOORZITTER: Mag ik u vragen om tot een afronding te komen? Mevrouw SMAND: Zeker mag u dat. Ik heb nog twee zinnen, dank u. De suggestie van één portefeuillehouder per gebied kan helpen om lijnen tussen raad, college en organisatie kort en duidelijk te houden. Deze aanbeveling verdient daarom een serieuze overweging, niet pas in de volgende bestuursperiode. Laten we daar ook in deze raadsperiode al mee beginnen. Ten slotte, voorzitter, laten we vooral heldere afspraken maken, doelen stellen. Geef gebiedsmanagers vertrouwen, betrek dorps- en wijkraden aan de voorkant en verlicht het proces rond bureaucratisch pingpongen, zoals dat wel ervaren wordt door betrokkenen. Alleen dan maken we participatie echt mogelijk. De VOORZITTER: Dank u wel, na deze vijf komma's, zet ik even een punt. Ik vraag uw buurman, mijnheer Beusenberg van SRH naar voren te komen. De heer BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Het opvolgonderzoek van de Rekenkamer laat zien dat de samenwerking met dorps- en wijkraden nog altijd verbetering behoeft. Als SRH erkennen we het belang van deze raden als klankbord voor signalen uit de samenleving.

Maar laten we helder zijn, wij pleiten niet voor extra zeggenschap voor deze raden. Haarlemmermeer wordt bestuurd door het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Die laatste is gekozen door de inwoners. We willen wel een betere informatievoorziening en meer transparantie. De dorps- en wijkraden moeten in staat zijn hun rol als sparringpartner goed te vervullen. Dat betekent dat het college open en tijdig communiceert, zodat deze raden op het juiste moment signalen kunnen doorgeven. Ook staan we positief tegenover het instellen van een portefeuillehouder per gebied. Daarmee versterken we het gebiedsgericht werken zonder onduidelijkheid te scheppen over wie er uiteindelijk beslist. Voorzitter, laten we inzetten op versterking van de democratische legitimiteit. Geen parallelle besturen maar een duidelijke rolverdeling en goede samenwerking. Dat is in het belang van onze inwoners. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Als zesde noem ik de heer Soellaart van ChristenUnie-SGP. De heer SOELLAART: Dank u wel, voorzitter. Dorps- en wijkraden zijn bij uitstek organen die een wezenlijke rol kunnen spelen bij het participatieproces. Nu zie je vaak dat er per raadsvoorstel wordt gekeken hoe het participatieproces ingeregeld kan worden.

Vaak is dit niet geheel zoals de dorpsraad of de wijkraad het zou willen, zo hebben wij ook begrepen via de raadsvergadering op locatie. Onze fractie is blij met het vervolgonderzoek dat gedaan is door de Rekenkamer. Op deze manier kunnen we zien waar nog aan gewerkt moet worden. We kunnen ons vinden in de aanbevelingen. De bestuurlijke reactie van het college ten aanzien van het opvolgonderzoek valt ons op. Is het onwil om geen portefeuillehouder per gebied aan te stellen? Dat vroegen wij ons af. Al eerder proefden we dat het college hier niet zoveel zin in heeft. Nu wordt het, wat het college betreft, op het bordje van het volgende college geschoven. We vinden dit jammer, maar we zijn eigenlijk benieuwd naar de argumenten. Waarom ziet het college dit niet zitten? Zijn er inhoudelijke argumenten of heeft het college alternatieven? We horen het graag, voorzitter. Tot zover.

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

5

De VOORZITTER: Dank u wel. Dan vraag ik Forza!, mijnheer Schaap naar voren. De heer SCHAAP: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Rekenkamer. Forza! staat voor een samenleving van onderop, geen top-downbestuur, maar inwoners zelf aan zet. Er staat ook al jaren in ons programma dat onze dorpen, kernen en wijken een eigen identiteit moeten kunnen behouden en versterken met echte zeggenschap over hun leefomgeving. Dorps- en wijkraden zijn daarin essentieel. Zij kennen de buurt, horen de signalen en willen verantwoordelijkheid nemen, maar dan moet je ze ook serieus nemen en dat niet als klankbord, maar als vaste partner. De Rekenkamer zegt wat wij al jaren zeggen: meer structuur, meer helderheid en vooral meer betrokkenheid van deze raden. Dat is precies de richting die we op moeten. Helaas lijkt het college dat niet te zien. Er konden wel twee hele pagina's vanaf voor de bestuurlijke reactie, met veel woorden, maar geen antwoord op de kernvragen. Geen plan, geen rol voor deze raden, geen enkel concreet voorstel over hoe dorps- en wijkraden structureel betrokken worden bij het langetermijnbeleid. Alleen maar het bekende dynamische proces, maar een proces zonder richting, zonder tijdlijn, zonder aanspreekpunt is geen proces. Dat is vrijblijvendheid. De Rekenkamer doet drie heldere aanbevelingen. Voordat ik naar die drie ga, ga ik, denk ik, het antwoord geven op een vraag.

De VOORZITTER: Dat wordt een heel korte vraag van HAP. De heer KLAASSEN: Ja zeker, voorzitter, ik twijfelde al. Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag aan Forza! en mijnheer Schaap het volgende vragen. Hij geeft het belang van de wijkraden aan en zegt 'we gaan graag met elkaar in gesprek. We zien de noodzaak en het nut van deze raden'. Echter, Forza! heeft ook opgeroepen om ze niet meer uit te nodigen bij de gebiedsvisies. Ik vraag me af hoe dat strookt met uw opmerkingen. De VOORZITTER: Ja. Het woord is aan u. De heer SCHAAP: Dank u wel. Dat klopt inderdaad, ik had hem zien aankomen. Ik heb dat destijds ook uitgelegd. Dat is omdat we de dorpsraden vrij intensief spreken en betrekken. We willen ze juist meer betrekken naar aanleiding van dit onderzoek, dus als vaste partner. De vergadering op locatie zien wij meer als iets voor de inwoners en de ondernemers. Dus wij willen hen daarin juist meer vrijheid geven zodat we de dorps- en wijkraden daarnaast apart kunnen nemen. Dan heb ik mijnheer Klaassen zijn tijd volgepraat, volgens mij? De VOORZITTER: Mijnheer Klaassen had al geen tijd meer, maar gaat u verder met uw eigen betoog? U heeft nog anderhalve minuut. De heer SCHAAP: Dat ga ik redden. Ik ging naar de drie heldere aanbevelingen uit dit rapport.

Maak een concreet plan voor doorontwikkeling van gebiedsgericht werken, overweeg een portefeuillehouder per gebied en betrek dorps- en wijkraden bij de langetermijnagenda's. Het college wuift de eerste aanbeveling al weg omdat een plan te statisch zou zijn, maar zonder plan is er geen kader, geen grip, geen verantwoordelijkheid. Dat is niet alleen bestuurlijk zwakjes, maar ook oneerlijk tegenover de betrokken inwoners die vrijwillig hun tijd steken in de wijk. Forza! roept daarom het college op: kom gewoon binnen drie maanden met een plan met doelen, tijdslijnen en een heldere rolverdeling. Leg vast hoe de raad vooraf en niet achteraf actief betrokken wordt, vraag de dorps- en wijkraden waar ze invloed op willen en geef hun die. Als een portefeuillehouder per gebied nu niet lukt, geef dan aan wie wel bestuurlijk verantwoordelijk is. Dat laatste is een belofte die al vele jaren gedaan wordt en het zou zonde zijn als dat weer naar de volgende periode wordt overgeheveld. Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

6

De laatste alinea, voorzitter. De Rekenkamer heeft zijn werk gedaan. Nu is het aan ons als raad om door te pakken voor een sterke samenleving van onderop. We hopen dat het college alsnog de handschoen oppakt en iets doet met de aanbevelingen. Dank u wel. De VOORZITTER: Hartelijk dank, mijnheer Schaap. Ik vraag mevrouw Gumbert, GroenLinks naar voren. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel, voorzitter. Ik wil als eerste zeggen dat ik hier mede namens de PvdA sta omdat mevrouw Hussain helaas plotseling ziek is geworden. Ik wens haar beterschap. De Rekenkamer heeft in 2020 onderzoek gedaan naar de samenwerking van de gemeente met onze dorps- en wijkraden. De conclusie was toen dat de vele actieve dorps- en wijkraden weinig democratische invloed hebben, dat hun kennis en kunde onvoldoende benut worden en dat de dorpsen wijkraden onder andere meer duidelijkheid willen over hun rol en gebaat zouden zijn bij een actieve opstelling van de gemeente. Dat was in 2020. Hoewel er eerst veel enthousiasme was om met de aanbevelingen aan de slag te gaan en er goede stappen zijn gezet, zijn de kernpunten die de Rekenkamer toen benoemde, nog niet gerealiseerd. Er is geen langetermijnvisie. Het gebiedsgericht werken is nog niet af en er zijn geen overkoepelende afspraken gemaakt over de verbeterpunten in de samenwerking. Een langetermijnvisie maak je niet één-twee-drie.

Over minder dan een jaar begint alweer de derde bestuursperiode sinds het oorspronkelijke Rekenkameronderzoek. Laten we met deze nieuwe aanbevelingen snel een begin maken en zorgen voor een goede overdracht naar de nieuwe raad in 2026. Het zou echt zonde zijn als door de wisselingen vanwege verkiezingen het wiel telkens opnieuw moet worden uitgevonden. Die langetermijnvisie moet er gewoon komen en wel op de korte termijn. GroenLinks pleit er ook voor dat de langetermijnvisie voor de samenwerking met de dorps- en wijkraden in de nieuwe Participatieverordening zal worden opgenomen. In veel gesprekken die GroenLinks met inwoners heeft, onder andere tijdens de Raad op locatie, komt steeds hetzelfde punt terug dat de Rekenkamer hier ook weer noteert: er is onvrede, over ons, over de gemeente. We luisteren te weinig, nemen inwoners onvoldoende serieus, hun kennis en ervaring wordt niet gewaardeerd. Mensen willen graag vooraf meedenken, maar kunnen in plaats daarvan alleen achteraf laten weten wat ze ergens van vinden. Juist daarom is dat vaak scherpe kritiek want we organiseren geen inspraak, maar op deze manier organiseren we weerstand. Wij vinden participatie heel belangrijk en niet alleen wij, mijn fractie, maar de hele raad en het college vinden dat.

Voor de binnenkort verplichte Participatieverordening wordt zelfs participatie over de actualisatie van het participatiebeleid georganiseerd. Hoe kan het dan zijn dat de Rekenkamer vaststelt dat de dorps- en wijkraden zich onvoldoende gehoord voelen? Zij horen bij de meest betrokken inwoners die we hebben. Het vertrouwen van burgers in de lokale politiek is al niet groot. Laten we zorgen dat de dorps- en wijkraden dat vertrouwen niet verliezen. Het is een simpele kwestie van goed bestuur dat iedereen weet wat er van hen verwacht wordt en waar ze op kunnen rekenen. Dat geldt zeker ook voor de dorps- en wijkraden. Betrek hen dus bij de langetermijnagenda, maak duidelijk wanneer en waarover zij invloed kunnen uitoefenen en zorg dat dat niet alleen maar achteraf is. Tot zover. De VOORZITTER: Keurig, dank u wel. Ik geef het woord aan FVD, mevrouw Antolini. Mevrouw ANTOLINI: Dank u wel, voorzitter. Uit het Rekenkameronderzoek blijkt dat er wat beweging is geweest rond de samenwerking met dorps- en wijkraden, maar dat het nog steeds ontbreekt aan een duidelijke visie, structuur en rolverdeling. De gemeente noemt het een dynamisch proces, maar in de praktijk ervaren we vooral onduidelijkheid.

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

7

De gebiedsgerichte aanpak klinkt op papier misschien ambitieus, maar mist in de uitvoering richting. Gebiedsmanagers hebben geen doorzettingsmacht en wijkraden krijgen geen echte terugkoppeling. Daarmee loop je het risico op frustratie aan alle kanten. FVD vindt participatie belangrijk, maar dan wel op een manier die eerlijk en transparant is. Niet als symbolisch praatrondje, maar als serieus onderdeel van beleid. Wat zou er dan wel moeten gebeuren? Stel duidelijke spelregels op; wanneer en hoe worden wijkraden betrokken en wat gebeurt er met hun inbreng? Maak de rolverdeling helder. Wie beslist wat? En breng de raad weer centraal in het proces. Het is aan ons om de kaders te stellen. Kortom, we zijn voor participatie, maar ook voor duidelijke verwachtingen, transparantie en verantwoording. Dank u, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het woord aan het CDA met mijnheer Koning. De heer KONING: Voorzitter, de Rekenkamer concludeert dat de originele aanbevelingen maar deels zijn ingevuld. Het CDA vindt dat het college wel voldoende heeft gedaan. Zo is er een Dag van de Raden geweest op 30 oktober 2021. Die heeft geleid tot een Startnotitie Langetermijnparticipatiedemocratie, die unaniem is aangenomen door de raad. De Raad op locatie heeft alle gebieden afgewerkt en geëvalueerd. Er zijn gebiedsprogramma's met een looptijd van vier jaar opgesteld.

Er zijn gebiedsagenda's die elke twee jaar worden geactualiseerd. Er is een digitaal toegankelijk programma ontwikkeld dat weliswaar enige tijd stil heeft gelegen, maar nu weer wordt opgestart. De halfjaarlijkse bijeenkomsten met dorps- en wijkraden vinden plaats en er is een nieuwe Inspraak- en participatieverordening, waarin nieuwe instrumenten zoals actief zeggenschap en uitdaagrecht worden vastgelegd. Wat wil het college allemaal nog meer ondernemen? Dorps- en wijkraden meer betrekken bij de langetermijnagenda. Daar kom ik zo dadelijk nog op terug. Meer doorzettingsmacht voor de gebiedsmanagers, overkoepelende afspraken maken over de belangrijkste verbeterpunten, een duidelijke visie op de rol van dorps- en wijkraden binnen de lokale democratie ontwikkelen. Het college wil meer nadruk op gebiedsgericht werken bevorderen en deze manier van werken beter borgen in de organisatie. Het college wil een volledig digitaal en makkelijk benaderbaar gebiedsprogramma maken. Het college wil samen met de actualisering van het participatiebeleid zorgen dat we samen met de dorps- en wijkraden afspreken hoe we participeren. Er komen nu drie nieuwe aanbevelingen. De eerste aanbeveling luidt: in samenspraak met het gebiedsmanagement een voorstel maken voor welke vervolgstappen het college wil zetten om het gebiedsgericht werken uit te bouwen.

De vervolgstappen die het college wil doen, heb ik zojuist allemaal genoemd. Wij zijn het eens met het college dat geen nieuw plan nodig is naast de al geplande en benoemde acties voor de toekomst. Dan is er het voorstel om gebiedswethouders in te stellen. Wij vinden het prima om dit aan de nieuwe coalitie over te laten. Wij voorzien echter conflicten tussen een projectwethouder en een wethouder in wiens gebied iets zal plaatsvinden. Ook in den lande zijn hiermee geen positieve ervaringen opgedaan. De derde aanbeveling, het meer betrekken van de dorps- en wijkraden die dat willen bij de langetermijnagenda, kunnen wij ook niet steunen omdat het college dat al heeft toegezegd. Tot zover. De VOORZITTER: Keurig binnen de tijd, helemaal goed. Ik constateer dat PvdA, BVNL, EEN Haarlemmermeer en GEZOND Haarlemmermeer niet aanwezig zijn op dit moment. Dit was de eerste termijn. Ik heb weinig concrete vragen gehoord, dus volgens mij kan het college dat prima af in de zeven minuten die ervoor staan. Wethouder STEFFENS: Ja, voorzitter, dat kan absoluut. Ik moet u eerlijk zeggen, ik had mijnheer Koning op mijn plaats kunnen zetten want die heeft eigenlijk in een notendop gezegd wat er gebeurd is tot nu toe, wat wij hebben toegezegd – ik kan u niet zien, mijnheer Koning, u zit achter het hokje – en Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

8

wat we nog gaan doen en dat dat de argumenten zijn om een aantal dingen niet nu op te pakken, maar bijvoorbeeld later. Zoals de portefeuillehouder in het gebied, maar dat zou flauw zijn, dus ik ga u vooral even wat meegeven over ons beeld over wat er in het verleden en nu is gebeurd. Wij hebben namelijk de aanbevelingen uit 2020, zoals ook beschreven door mijnheer Koning en een aantal anderen, opgepakt en een groot deel daarvan uitgevoerd. We werken nu aan het nieuwe participatiebeleid waarin we juist de dorps- en wijkraden heel goed betrekken en hun rol expliciet zullen opnemen. Het opvolgonderzoek waar u nu over spreekt met elkaar heeft plaatsgevonden toen wij als college nog in de opstartfase zaten om hierover te participeren en dus de gesprekken met de dorps- en wijkraden nog niet waren gestart. Daardoor zien wij dat de conclusies van het opvolgonderzoek eigenlijk doorkruist worden door de nieuwe afspraken die we al aan het uitvoeren zijn. Ik heb namelijk vrij recent – ik heb dat natuurlijk nagevraagd – heel positieve berichten gehoord van een aantal dorps- en wijkraden die aangaven 'we zijn zo blij met hoe we nu het gesprek aan het aangaan zijn'.

Dus er zit een soort vervelende kruislijn tussen de conclusies die hier zijn getrokken op het moment dat die conclusies terecht waren en het proces waar wij al mee bezig waren om te komen tot een nieuwe verordening en nieuw participatiebeleid waarin de dorps- en wijkraden echt een prominente rol krijgen. Voorzitter, een aantal van u heeft het ook gehad over dat dynamisch doorontwikkelen. Wat bedoelen we daar nou eigenlijk mee? Daar bedoelen we eigenlijk mee, ik heb het net al een beetje gezegd, dat we bezig zijn met dat doorontwikkelen omdat we sinds april die gesprekken hebben met dorps- en wijkraden en dat zij die ook positief ontvangen. Er is ook iets gezegd over de langetermijnagenda want er is een aantal aanbevelingen en conclusies uit eerdere rapporten en er zijn ook aanbevelingen uit het nieuwe rapport. Ik wil u meegeven dat met alles wat gezegd wordt over meer betrekken bij de langetermijnagenda en die voormalige langetermijnvisie op de participatieve democratie, de toenmalige raad, naar ik meen via de WWR, maar dat durf ik niet met zekerheid te zeggen, heel proactief is begonnen. Alleen is er na de verkiezingen geen vervolg gegeven aan die startnota waar één van u ook aan refereerde, waarin stond hoe de raad dat verder zou aanpakken. Dat was namelijk een aanbeveling die gericht was aan de raad, dus het college is daar niet mee verder gegaan.

Het was een vraag/verzoek aan de raad en u heeft dat opgepakt, maar dat verder niet uitgewerkt. Wij zijn wel verdergegaan. Een aantal van u heeft ook in ander verband al een lans gebroken voor participatie die zorgt dat er duidelijkheid ontstaat over wie welke rol heeft en ervoor zorgt dat duidelijk is waar mensen wel en niet over gaan. Dat is precies wat in het nieuwe participatiebeleid, dat natuurlijk door u wordt vastgesteld, samen met de nieuwe verordening, een plaats krijgt. Voorzitter, dan heb ik volgens mij nog wat over. Dan kijk ik even heel snel of ik hier nog wat heb gemist. Nee, ik heb iets gezegd over het dynamische proces. Iemand heeft ook gevraagd 'hoe zit dat met die portefeuillehouder? Waarom komt u dan niet nu al met een voorstel om een portefeuillehouder per gebied te doen?' Je krijgt dan een heel lastige situatie, in de opinie van het college, want dan krijg je bijvoorbeeld de vraag wie er over mobiliteit gaat in een gebied. Is dat de vakwethouder, de gebiedswethouder, een projectwethouder? Op de wijze waarop we het nu hebben ingericht, gaat dat eerder onduidelijkheid geven dan duidelijkheid, maar als de wens breed gedragen is, is dat natuurlijk iets – zo probeerden wij dat ook aan u voor te leggen – dat in de volgende bestuursperiode echt vorm kan krijgen. Even kijken of ik niets vergeten ben.

Ja, voorzitter, dan nog de samenwerkingsafspraken die we hadden waar een aantal van u ook aan refereerde. Die worden elk jaar of om het jaar, dat ben ik even kwijt, geëvalueerd door gebiedsmanagement en de dorps- en wijkraad die het betreft. Daar waar ze dat nodig vinden, stellen ze die bij en daar waar zij zeggen 'wij vinden dat de samenwerking op dit moment helder geformuleerd is', laten ze het hoe het is. Even kijken, voorzitter, wat ik nu nog mis. De digitale versie van het gebiedsprogramma waar mevrouw Koolmoes het volgens mij over had. Zij had het erover dat die onvoldoende toegankelijk zou zijn. Dat klopt. U heeft ook iets gezegd over wat er in 2020 gestart is en vervolgens verder wordt ontwikkeld. U heeft daar een terecht punt. Hij was ook onvoldoende toegankelijk. Daar zijn we nu hard aan aan het Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

9

werk. Mijn verwachting is dat – dan kijk ik even om – eind dit jaar de digitale versie in ieder geval beter is. U krijgt vast in de tweede termijn nog het echte antwoord, als ik ernaast zit, voorzitter. De VOORZITTER: Ik geloof dat u heel even tijd krijgt, want mevrouw Koolmoes gaat haar vraag verduidelijken. Mevrouw KOOLMOES: Ja, want ik vertelde dat in 2020 door de wethouder was toegezegd dat het aan het eind van het jaar toegankelijk zou zijn. Ik hoor nu dat het toen niet toegankelijk was. Dat staat niet in het stuk. Dus ik dacht 'dat heeft er helemaal niet in gestaan en nu, na vijf jaar, hebben we het nog niet online staan'. Maar dat is dus anders. Dat hoor ik graag. De VOORZITTER: Ik ga even kijken of mevrouw Mees daarop aan wil sluiten. Mevrouw MEES: Wij hadden ook de vraag gesteld dat het ons niet duidelijk was voor wie het nu allemaal wordt opengesteld. De VOORZITTER: Oké. Kan het college op beide vragen reageren? Wethouder STEFFENS: Ja, voorzitter, dat doe ik even uit het hoofd. Volgens mij, even terugkomend op mevrouw Koolmoes, was het eerdere gebiedsprogramma van '22-'26 wel digitaal, maar niet voldoende toegankelijk en het nieuwe gebiedsprogramma, waarvan u mag verwachten dat dat, laat ik zeggen Q4 is afgerond, zal dat wel zijn, of zal dat beter zijn.

Dan moet ik het even uit het hoofd doen, mevrouw Mees, maar als ik me niet vergis is het gebiedsprogramma vooral bedoeld om de samenwerking in het gebied beter vorm te geven. Dus het zal niet opengesteld worden voor iedereen, zoals een inwoner of een ondernemer die er ook naar wil kijken, maar vooral gebruikt worden in de samenwerking met de dorps- en wijkraden die dan ook samen met het team van gebiedsmanagement dat met hen overlegt in dat digitale programma kunnen kijken. Daar worden ook dingen aan toegevoegd – het is een dynamisch programma – en waarschijnlijk ook weer uitgehaald. Voorzitter, ik denk dat ik nu het meeste heb gehad, dus ik hoop dat dat voldoende is voor de rest van het debat. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik zie twee mensen opstaan, willen jullie hier nog een vervolgvraag aan verbinden? Dan geef ik eerst het woord aan mevrouw Koolmoes en vervolgens aan de heer Soellaart. Mevrouw KOOLMOES: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij moet ik dan zeggen: punt van orde. Ik mis nog een antwoord. Ik heb het over een motie gehad om opnieuw een Dag van de Raden te organiseren. Ik hoopte dat de wethouder mij wel een klein hintje zou geven of dat een leuk idee zou zijn. Wethouder STEFFENS: Daar kan ik kort op reageren, voorzitter. Die is toentertijd… De VOORZITTER: Dan krijgt u nu van mij het woord om daar kort op te reageren. Wethouder STEFFENS: Dank u wel, voorzitter.

Het is door een van uw collega's namelijk al gezegd, maar ik zal het herhalen. Die is toentertijd door het DB Kernen georganiseerd, niet door de gemeente. Dat DB Kernen is er alleen niet meer, dus het was een initiatief vanuit de dorps- en wijkraden en ik denk dat het goed is dat we het daar ook laten. Mocht u daar met hen over in gesprek willen of een voorzetje willen geven, dan denk ik dat dat heel welkom is.

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

10

De VOORZITTER: Mijnheer Soellaart, ChristenUnie-SGP. De heer SOELLAART: Dank u wel. Voorzitter, ik heb twee vragen gesteld en ik heb een vervolgvraag aan de wethouder over de wethouder per gebied. Daarvan heb ik begrepen dat het college eigenlijk vindt dat dat conflicteert met de wethouders zoals we die nu hebben, die allemaal een bepaald vakgebied hebben. Ik vind het dan jammer dat ze daar dat antwoord niet geven, want nu blijft het een beetje in het midden liggen, in de beantwoording, met 'we leggen het bij het volgende college neer'. Mijn vraag is dan ook: is het dan volgens de wethouder uiteindelijk zo dat we dat beter niet kunnen doen? Of zien ze toch alternatieven? De VOORZITTER: Dank u wel. Voordat ik naar het college ga, nog even mevrouw Gumbert, GroenLinks. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel, voorzitter, dan wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om op beide vorige sprekers te reageren. Wat betreft het organiseren van een Dag voor de Raden: wij zijn ook een raad. Het college is geen raad, maar wij zijn het wel. dus ik denk dat wij dat zelf kunnen organiseren. Dat lijkt mij in ieder geval. Ik denk dat we dat initiatief kunnen neerleggen bij bijvoorbeeld de WWR.

Wat betreft de opmerking van de heer Soellaart zou ik willen voorstellen om wat betreft het al dan niet aanstellen van wethouders per gebied met de nieuwe raad, bijvoorbeeld bij het duidingsdebat, te bespreken hoe we dat gaan doen. Ik weet niet of u daar heil in zou zien. De VOORZITTER: Ik hoor deze suggestie. Ik had hem op mijn briefje staan als potentieel onderwerp voor de tweede termijn. Zo vat ik hem maar even op. Mijnheer Beusenberg, heeft u nog een reactie op de reactie van het college? De heer BEUSENBERG: Eigenlijk wel, maar het ging ook een beetje over de gebiedswethouder want ik wil het college nog het volgende vragen. Los van het idee dat een wethouder in een bepaald gebied daar de gebiedswethouder is, kunnen we natuurlijk ook kijken naar een bepaalde vorm waarin een wethouder in een bepaald gebied wordt vooruitgeschoven als het directe aanspreekpunt van het college, zonder dat daar beslissingen door worden genomen, zodat het gebied in ieder geval wel weet bij wie ze altijd terecht kunnen. De VOORZITTER: Nog een opmerking in aansluiting daarop? Dan geef ik u het woord. De heer SCHAAP: Zeker in aansluiting daarop, want ik had een paar aanbevelingen gedaan en één daarvan ging inderdaad over die wethouders. Dat ligt al jaren op tafel en wordt nu weer doorgeschoven.

Eigenlijk is mijn vraag in het verlengde van wat SRH ook heeft gezegd: waarom kunnen we niet gewoon heel duidelijk aanwijzen wie er nu, tot de volgende periode, verantwoordelijk is? Kunnen we dat oppakken? De VOORZITTER: Dan tot slot mevrouw Smand. Ik neem aan ook in aansluiting op dit onderwerp? Mevrouw SMAND: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk wel heel gevoelig voor het punt dat de wethouder maakte dat het ook heel verwarrend kan zijn als je wethouders per gebied gaat benoemen. Dat moet je weer helemaal opnieuw inrichten. In onze bijdrage hebben we ook gezegd 'kijk naar de gebiedsmanagers en welke rol zij spelen en of je dat niet verder uit kunt bouwen en op kunt tuigen'. Ik hoor graag van de collega's hoe zij daartegen aankijken.

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

11

De VOORZITTER: Dat is eventueel voor de tweede termijn, maar dan ga ik nu toch naar de portefeuillehouder namens het college. Het was een reactie op hoe we de portefeuillehouder namens het college per gebied kunnen inrichten. Wethouder STEFFENS: Voorzitter, ik denk dat de verschillende mogelijkheden en het momentum, zoals door mevrouw Gumbert aangegeven bij het duidingsdebat, op zich werkbaar zijn. Een van u vroeg eigenlijk aan mij – mijnheer Soellaart was dat volgens mij – 'wat denkt u?' Ik ben onderdeel van het college, maar zoals u in de bestuurlijke reactie kunt lezen, hebben wij daar geen onderwerp van gesprek van gemaakt. We zijn met elkaar tot de conclusie gekomen dat dit niet het moment is om dat in te stellen, want het geeft gewoon veel te veel ingewikkelde situaties als je zo'n negen maanden voor de verkiezingen bent en dit dan gaat instellen, dus of we het wenselijk vinden of niet, hebben we daarbij eigenlijk niet echt met elkaar besproken. Als u het mij vraagt, dat heb ik toen ook gezegd, toen ik dit antwoord gaf, geeft het op dit moment te veel verwarring.

Mijnheer Beusenberg had het over een direct aanspreekpunt namens het college, maar wij hebben juist het gebiedsgericht werken ingericht – daar zijn we jaren geleden mee begonnen – en we proberen het gebiedsmanagement en de gebiedsmanager steeds meer positie te geven namens het gemeentebestuur om die in de wijken en de dorpen het gezicht te laten zijn. Mijn inschatting is dat het niet ineens beter wordt als dat een wethouder is. De VOORZITTER: Dank u wel. Dat is dan de reactie. Ik zie mijnheer Schaap met een... U heeft nog geen antwoord op uw vraag. U mag van die plek de vraag nog een keer concreet herhalen. Kort graag. De heer SCHAAP: Dank u wel, voorzitter, voor de coulance. Waarom kunnen we nu niet voor de rest van deze periode bestuurlijk aanwijzen wie de verantwoording heeft en gewoon een overzicht plaatsen? De VOORZITTER: Een reactie van het college. Wethouder STEFFENS: Voorzitter, het argument om het niet te doen, heb ik nu, denk ik, meerdere keren gedeeld. U kunt dat ook niet aanwijzen als raad, in mijn beleving, omdat u gaat over de zaken waar u over gaat, maar het college als entiteit gaat natuurlijk over de inrichting van de werkzaamheden en hoe we dat met elkaar verdelen en vormgeven. Dus ik denk niet dat dat iets is wat u nu kunt besluiten.

De VOORZITTER: Volgens mij heeft u zelfs opdracht gekregen van de coalitie om het op een bepaalde manier te doen, inclusief de verdeling van portefeuilles. Om dat negen maanden van tevoren op te halen, lijkt mij dan ook moeilijk. Volgens mij is dat het antwoord. Het is te kort op de verkiezingen. Ik wil hiermee de eerste termijn sluiten. Ik heb in ieder geval één concreet onderwerp gehoord. Ik zie twee vingers, maar ik heb één concreet onderwerp gehoord. Dat is het uitdaagrecht, ingebracht door mevrouw Koolmoes. Daar hoort een motie bij, die gaan we ook bespreken. Hebben we nog andere onderwerpen die we in tweede termijn willen bespreken? Ik zie geen verdere vingers of onderwerpen, dan gaan we naar mevrouw Koolmoes. U mag naar voren komen om uw punt in te brengen. Mevrouw KOOLMOES: Ja, voorzitter, de motie hebben we net besproken met de wethouder en toen kwam mevrouw Gumbert met een heel goed idee, dus ik denk dat wij daar even over gaan bomen de komende paar weken en dat dan uitwerken. Dus ik wil het, wat dat betreft, daar nu even bij laten. Of mijn collega's moeten het er wel over willen hebben. Ik wil het graag even hebben over iets wat ik ook tegenkwam bij het uitzoeken van participatie en dorpsen wijkraden en dat is het uitdaagrecht. Daarmee kunnen initiatiefnemers met een plan naar ons toe komen, in plaats van andersom.

Dan kunnen ze bijvoorbeeld bestaande zaken van ons overnemen en gaan uitvoeren. Nou, dat klinkt wel heel grappig natuurlijk. Dat kan men doen door bijvoorbeeld zelf draagvlak te zoeken in de buurt en daarover een plan in te dienen bij ons. Zoals het onderhouden of Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

12

schoonhouden van een park, of het beheer van een buurthuis, als voorbeelden. Dus een dorpsraad zou dat ook kunnen doen. Als het plan past binnen onze middelen, nemen zij die taak over. Op deze manier worden wij uitgedaagd als gemeente en kunnen inwoners of maatschappelijke organisaties zelf een idee uitvoeren. Ik hoor graag hoe mijn collega's hierover denken. Dus stel je voor: iemand komt naar ons toe en zegt 'wij kunnen het beter dan jullie'. Hoe kunnen we daarmee omgaan en kunnen we dat uitdaagrecht in beleid plaatsen? De VOORZITTER: Dank u wel, ik zie GroenLinks, mevrouw Gumbert. Mevrouw GUMBERT: Ja voorzitter, mevrouw Koolmoes heeft het in goed Nederlands over 'the Right to Challenge'. Dat is een goed idee dat op veel plekken een participatiemiddel is. Mensen kunnen initiatieven nemen en kunnen die tegenover het geldende beleid leggen en zeggen 'wij willen het op deze manier doen en wij denken dat dit beter is, dat het beter op deze manier gedaan kan worden'. Hartstikke mooi. Wat ons, GroenLinks betreft, wordt dit onderdeel van het geactualiseerde participatiebeleid. Er zijn nog andere mogelijkheden, instrumenten die toegevoegd zouden kunnen worden aan het beschikbare instrumentarium voor participatie. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik doe het toch, heel zachtjes: burgerberaad. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage. Mijnheer Koning van het CDA.

De heer KONING: Wij gaan natuurlijk die nieuwe participatieverordening vaststellen. Dan moet er een uitspraak gedaan worden. Ik kan dus niet zo goed begrijpen waarom er nu zo'n klein stukje uit die verordening gehaald wordt en we het daar nu over moeten hebben. De VOORZITTER: Ja, u mag reageren, mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja, mijnheer Koning, dat begrijp ik en dat wil ik graag toelichten. Een van de dingen die uit het onderzoek is gekomen, is dat de dorps- en wijkraden meerdere malen hebben aangegeven dat ze meer inspraak willen. Ik probeer ze op deze manier meer inspraak te geven. De VOORZITTER: Dan geef ik het woord aan Forza! Mijnheer Schaap. De heer SCHAAP: Dank u wel. GroenLinks zei het al, 'the Right to Challenge'. Als Forza! ergens voorstander van is, is het wel daarvan, dat iedereen kan concurreren, of, laten we het mooi zeggen, kan bijdragen, meehelpen aan het verbeteren en mooier maken van de eigen woonplek, straat, wijk, hele kern, als ze dat willen. Dat zou fijn zijn en zo geven we de gemeente weer terug aan de burgers. Het enige waar we even naar moeten kijken, zijn de budgetten en middelen daarvoor. Ik vind wel dat, als wij daar goedkeuring voor geven, we wel goed moeten kijken hoe we die budgetten en middelen verdelen. De VOORZITTER: Dit roept een reactie op bij GroenLinks. Mevrouw GUMBERT: Ja, dank u wel voorzitter.

Ik vroeg me af of mijnheer Schaap ervan op de hoogte is dat onderdeel van dat uitdaagrecht is dat degene die met het andere alternatieve plan komt, daar ook zelf bij kan zeggen 'zo en zo gaan wij dat doen'. Dus dat hoeft niet te betekenen dat wij dan moeten betalen voor iets dat we niet zelf hebben bedacht. Het is juist zo dat wij nu middelen uitgeven, maar zij kunnen zeggen 'dat kan veel beter anders want wij wonen in de kern, wij weten wat hier speelt, wij kunnen dit beter'. Maar het hoeft niet per se meer te kosten.

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

13

De VOORZITTER: Ik hoor dat Lid Koolmoes daar graag even op wil reageren. Mevrouw KOOLMOES: Ja, mag ik daar verduidelijking aan geven? Het is bijvoorbeeld een plan dat wij hier hebben om een buurthuis te faciliteren. Daar zijn dan al financiële middelen voor en op dat moment komen mensen naar ons toe die zeggen 'wij kunnen dat beter' met die financiële middelen die wij al beschikbaar hebben gesteld. De VOORZITTER: Mijnheer Schaap van Forza!, u wilde daar nog op reageren? De heer SCHAAP: Ik snap wat mevrouw Gumbert zegt en daar ben ik ook helemaal voor als mensen dat zelf willen, maar ik vind dat, als wij als gemeente iets uit handen geven, we dat vanwege de veiligheid en vanwege onze zorg die wij hebben voor de inwoners, zouden kunnen doen., maar ik sluit me ook graag aan bij de woorden van mevrouw Koolmoes in dezen. Dus als dat erin staat, helemaal mooi. De VOORZITTER: Dan ga ik naar mevrouw Smand, D66. Mevrouw SMAND: Dank u wel, voorzitter. Uitdaagrecht is inderdaad een mooie tool in een moderne democratie, dus het is zeker de moeite waard om dat te onderzoeken. Ik wil het onderwerp niet ombuigen, maar ik ga het toch even zeggen. Ik denk dat het belangrijkste dat we lezen in het Rekenkameronderzoek is dat mensen zo graag eerder betrokken willen worden. Ik denk dat daar veel meer de focus op moet liggen dan op allerlei nieuwe instrumenten inzetten.

Ik zou er heel erg voor willen pleiten om dat concreet te maken; hoe doen we dat, hoe gaan we dat organiseren, hoe leggen we dat vast? Hoe maken we daar afspraken over? Anders blijft het een beetje boven de markt hangen. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Gumbert. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel, voorzitter. Daar wil ik graag nog even op reageren want dat ben ik helemaal eens met mevrouw Smand. Dat is een achterafmiddel. Het is een middel voor als er al een plan is, zodat inwoners of dorps- en wijkraden dan kunnen zeggen 'hé, dat plan kunnen wij beter, wij vinden dat het beter anders kan'. Terwijl het Rekenkameronderzoek er ook heel nadrukkelijk op wijst: zorg dat het vooraf gebeurt, zorg dat zij mee kunnen denken met de plannen die nog uitgevoerd moeten worden. Dan hoeft er ook achteraf niet te worden ingegrepen. De VOORZITTER: Ik ben bijna zover om u af te laten ronden op dit punt, maar er werd mij iets ingefluisterd door het college en voor de notulen wil ik dan toch even het woord geven aan het college. Hoewel het de tweede termijn is, dus graag even kort. Wethouder STEFFENS: Dank u, voorzitter, wat ik u inderdaad influisterde, is dat het in ieder geval mijn bedoeling is om over de nieuwe verordening voordat die er is een informatieve bijeenkomst te organiseren. Als het aan mij ligt, zal 'the Right to Challenge' daar ook onderdeel van uitmaken.

De VOORZITTER: Dank u wel, dan geef ik het woord om dit punt af te ronden aan mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja, voorzitter, wat fijn dat u de wethouder nog even het woord gaf want dat is heel erg mooi. Meerdere partijen zien het en zien ook wat ik zie. Dat vind ik fijn. D66 zegt terecht 'ja, maar ze wilden meer aan de voorkant meegenomen worden'. Dan grijp ik terug naar de motie, waarmee ik eigenlijk oproep om een langetermijnagenda op te stellen samen met de dorps- en wijkraden waarmee mensen dan kunnen zien 'hé, op lange termijn gaat hier wat gebeuren. Misschien kunnen we hier wat mee om zelf met een initiatief naar de raad te komen?', bijvoorbeeld. Dus ik zie die beren op de weg Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

14

niet, want misschien moeten we inderdaad het beleid afwachten. Het beleid gaan we allemaal schrijven en daarin kan het uitdaagrecht meegenomen worden, hoor ik net. Dat vind ik heel fijn. Ik ben dus blij met wat ik opgehaald heb. Ik wil nogmaals het belang benadrukken van overleg, of we het nu met een Dag van de Raden doen die wij organiseren, of op een andere manier, zodat er een visie komt, een langetermijnagenda, in overleg met de dorps- en wijkraden. Die agenda is natuurlijk per dorps- en wijkraad verschillend, want wat we in Hoofddorp nodig hebben, hebben we in Zwanenburg misschien niet nodig. Dus een lange termijnagenda per dorp- of wijkraad. De VOORZITTER: Dank u wel. U was aan het afronden, maar dat roept op de valreep nog een reactie of een vraag op van mijnheer Schaap. De heer SCHAAP: Ja, toch even uit nieuwsgierigheid want mevrouw Koolmoes had het ook over de Dag van de Raden en dat wij die zelf moeten organiseren. Nou organiseren wij als raad natuurlijk ook de Holocaustherdenking. Dat doen wij zelf, ook uit eigen budget. Is het idee van mevrouw Koolmoes om dat ook volledig zelf op te pakken? Of willen we daarin samenwerken met de dorps- en wijkraden om te kijken of we dat gezamenlijk oppakken? Wat is uw idee daarachter? Mevrouw KOOLMOES: U haalt wel een heel andere bijeenkomst erbij, dus dat vind ik erg lastig.

De VOORZITTER: Volgens mij zit dat niet in de orde van de vergadering, eigenlijk. de heer SCHAAP: Het is een voorbeeld. Het is iets wat wij als raad zelf organiseren. U zegt dat u de Dag van de Raden wilt organiseren, dus het is gewoon als voorbeeld bedoeld. Het is een heel ander onderwerp, maar hoe ziet u dat voor zich? Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, ik kan heel kort reageren. Ik heb net gezegd… De VOORZITTER: U krijgt het woord even om hierop te reageren. Mevrouw KOOLMOES: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb net al aangegeven dat ik samen met mevrouw Gumbert de komende weken de motie ga uitwerken. Hoe we dat dan invullen, dat zal blijken. Sowieso zullen we hem dan ook rondsturen zodat er aanvulling op gegeven kan worden. De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer Klaassen van de HAP. U heeft hier toch ook nog een vraag over? De heer KLAASSEN: Ja, voorzitter, een kleine opmerking. De dorps- en wijkraden hebben al niet gek veel budget, dus op het moment dat het van een ander budget af kan, heeft dat wel de voorkeur voor HAP. De VOORZITTER: Dank u wel. Ook mevrouw Koolmoes, dank u wel. Volgens mij is dit onderwerp daarmee besproken. Ik had geen andere onderwerpen gezien. Ik zie dat we nog wel iets tijd hebben, maar laten we het onszelf ook gunnen.

Is er nog iemand anders met een onderwerp? Nee? Als er verder geen onderwerpen meer besproken hoeven te worden in de tweede termijn, concludeer ik dat het raadsvoorstel voldoende besproken is voor besluitvorming op het raadsplein van 12 juni a.s. en sluit ik dit debat. Dank u wel.

Conceptverslag Sessiedebat RV Rekenkamer opvolgonderzoek Dorps- en wijkraden 22 mei 2025

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=6190bbb9-1cac-4401-81cb-531e95729fa1