2025-04-03 Raadssessie Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 3 APRIL 2025 Onderwerp:
Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden
Voorzitter:
mw. M. Woolthuis
De leden: dhr. M. Achterbergh, mw. B.M. Antolini, dhr. T.M. Beusenberg, mw. K. van Goethem, dhr. J.A. Hekstra, mw. R.F. Hussain, dhr. H.C.M. Koning, mw. J. Koolmoes, mw. S. van de Meeberg, dhr. A. Salhi, dhr. H.P. Spijker, dhr. E. Vermeulen Griffier: mevrouw E.H.M. Ouwehand-Brussel, mw. V. Bauer Portefeuillehouders: mw. M.H.F. Schuurmans-Wijdeven Insprekers: Geen
De VOORZITTER: Goedenavond, dames en heren. Wij gaan verder, zeker gezien de tijd die we hebben. Dank u wel, zo heb ik in ieder geval alle aandacht, top! Mag ik de mensen op de tribune ook vragen te gaan zitten of de zaal te verlaten, afhankelijk van wat u gaat doen de rest van deze avond? Dan kunnen we beginnen met het sessieverzoek van D66 over de stedenbanden. Voor u ligt geen raadsvoorstel en er liggen geen beslispunten, maar we hebben wel een motivatieformulier ontvangen uiteraard. We hebben vandaag ook – heel bijzonder – een extra griffiemedewerker hier zitten. Dit is Vera Bauer. Zij zal als assistent-griffier op donderdag het team komen versterken. Dus we zitten vandaag hier met zijn drieën, als unicum. In het motivatieformulier zijn twee punten naar voren gebracht die besproken kunnen worden. Er zijn verder geen insprekers die zich voor deze sessie hebben aangemeld. Ik wil beginnen met een ordevoorstel. Zoals u misschien heeft gezien in iBabs is er voor deze sessie geen tweede termijn, geen vrij debat ingepland. Het voorstel is om de eerste termijn gewoon te doen met de spreektijden, zoals die ook in iBabs staan vermeld en de tweede termijn gewoon vrij debat te houden als daar nog tijd voor is. Kunt u daarmee akkoord gaan? Dank u wel. Dan wil ik u wel vragen echt goed op uw tijd te letten, want de spreektijden zijn voor velen heel erg kort vandaag.
Ook voor het college ga ik heel streng zijn, dat wil zeggen voor het enige collegelid dat hier nog zit om zich echt aan de spreektijden te houden want we hebben geen ruimte voor uitloop vandaag. Wij gaan spreken vanaf de plek om te voorkomen dat er te veel gewandeld moet worden en de tijd goed kan worden benut. Ik zal dus ook mijn mond gaan houden en ik geef als eerste het woord aan D66. D66 krijgt extra spreektijd om het onderwerp in te leiden. Daarna gaan we op volgorde van aanmelding verder. Mevrouw Van de Meeberg, het woord is aan u. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter en dank ook voor dat ordevoorstel. Omdat ik de sessie heb aangevraagd, heb ik de tekst dit keer wel uitgeschreven en doe ik het niet, zoals gebruikelijk, uit mijn hoofd. Normaal doe ik dat wel, maar ik dacht 'vandaag ga ik hem even oplezen'. Dat bent u niet van mij gewend, excuses alvast. Recentelijk heeft onze raad besloten dat de stedenband met Cebu City beëindigd moest worden. D66 vindt het terecht dat Haarlemmermeer de stedenband met Cebu heeft verbroken op basis van de actieve samenwerking van Cebu met Rusland, midden in de oorlog met Oekraïne. Dat besluit past bij een gemeente die zich bewust is van haar symbolische rol in de wereld, ook al is die misschien bescheiden. Wellicht opent het ruimte voor een band met een stad waarmee we wel de waarden delen.
Dit roept een bredere vraag op: welke waarde heeft een stedenband voor onze Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
1
gemeente? Hoewel het aangaan van een stedenband geen kerntaak is van de gemeente kan de gemeenteraad ertoe besluiten om binnen onze begroting middelen vrij te maken voor initiatieven die bijdragen aan internationale samenwerking en solidariteit. Gezien onze jaarlijkse begroting van ruim € 600 miljoen kunnen we overwegen een klein deel hiervan aan te wijzen voor een dergelijke samenwerking. Met het aangaan van een stedenband doe je als gemeente ook aan profilering. Het laat zien wat voor soort gemeente je bent. Een stedenband is een vorm van diplomatie. Je investeert in relaties, wederzijds begrip en vertrouwen. Dat is niet direct meetbaar in de euro's, maar het bouwt aan reputatie, gunfactor en langdurige samenwerking. Dat betaalt zich vaak later terug, juist in periodes van crisis of herontwikkeling. Daarnaast is er een economische component in het aangaan van een stedenband. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld mee met werkbezoeken en kennis en diensten naar een andere gemeente brengen. Waarom zou je nou geld uitgeven aan een stedenband terwijl mensen in onze eigen gemeente niet rondkomen? Ik ben ervan overtuigd, voorzitter, dat solidariteit niet ophoudt bij onze gemeentegrens. Een stedenband is geen liefdadigheid, maar een wederkerige relatie die ook onze gemeenschap iets kan brengen via educatie, betrokkenheid, internationale samenwerking.
Binnen onze begroting is het mogelijk om daar bescheiden middelen voor vrij te maken zonder dat dit ten koste gaat van onze inzet voor armoedebestrijding hier. Juist door bewust verbinding te leggen, ook via scholen of maatschappelijke organisaties, kunnen we beide werelden dichter bij elkaar brengen. Het is dus niet of/of, maar en/ en. In dit licht stel ik voor om de mogelijkheid te verkennen van een stedenband met een stad in Oekraïne. Dat zou niet alleen een gebaar van solidariteit zijn, maar ook praktische ondersteuning kunnen bieden aan een gemeenschap die getroffen is door een conflict. De VNG heeft eerder aangegeven dat Nederlandse gemeenten bestuurlijke steun kunnen bieden aan Oekraïense steden, bijvoorbeeld door het aangaan van partnerschappen. Ik stel voor om de volgende drie punten in overweging te nemen. Het eerste is: ontwikkeling van de Europastrategie. Die Europastrategie is, als het goed is, in voorbereiding, maar heeft de raad helaas nog niet bereikt. Daarbij kunnen we dus een visie ontwikkelen waarbij we internationale samenwerking binnen Europa en onze rol en bijdrage als gemeente vaststellen. Het tweede punt is: verkenning van geschikte partnergemeenten. Onderzoek in samenwerking met de VNG welke Oekraïense gemeente qua behoefte en profiel aansluit bij Haarlemmermeer voor een mogelijke stedenband. En als derde: een voorstel voor een vernieuwde stedenband.
Kom – en dat zou een oproep zijn aan het college – met een concreet voorstel voor het aangaan van een stedenband waar de nadruk ligt op bovenliggende punten en de potentiële meerwaarde voor beide gemeenten. Ik ben heel benieuwd hoe de collega-raadsleden erover denken. Ik dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van de Meeberg. Dan is nu het woord aan mijnheer Salhi van HAP. De heer SALHI: Dank u wel, voorzitter. Vandaag staan we opnieuw voor een keuze. Hoe gaan we om met de beëindigde stedenband met Cebu en de vrijgekomen € 75.000,00? Onze keuze was in dat geval 'niet', maar goed. Het gaat wel over onze visie op internationale samenwerking, saamhorigheid en de vraag welke rol wij als gemeente willen spelen in de wereld. Willen we een nieuwe stedenband? Wat HAP betreft is de vraag terecht, maar laten we niet automatisch zoeken naar een stad die op ons lijkt met dezelfde welvaart en uitdagingen. Laten we juist de blik naar buiten richten en een verbinding aangaan met een stad waar we iets van kunnen leren en waar we ook daadwerkelijk iets kunnen betekenen. Er zijn talloze steden in de wereld die te maken hebben met uitdagingen waar wij nauwelijks weet van hebben. Steden die worstelen met klimaatverandering en zoeken naar vernieuwende oplossingen voor overstromingen en droogte. Steden die ondanks beperkte middelen enorme sociale cohesie en gemeenschapszin laten zien.
Waarom zouden we onze kennis en middelen niet delen met de stad die daar baat bij heeft, terwijl wij tegelijk leren van hun veerkracht en creativiteit? Een stedenband moet niet slechts een symbolisch gebaar zijn. Het moet een wederzijds partnerschap zijn, waarbij we concreet samenwerken op thema's als klimaat, armoedebestrijding, onderwijs en Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
2
duurzaamheid. Dat kan door kennisuitwisseling, gezamenlijke projecten of het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven. Daarnaast kunnen onze inwoners en ondernemers betrokken worden. Denk aan lokale scholen die samenwerken met scholen in onze partnerstad, bedrijven die duurzame oplossingen delen of jongeren die internationale ervaring willen opdoen. Een stedenband kan zoveel meer worden dan een vriendschap op papier. Het kan een bron van innovatie en inspiratie zijn. Wellicht dat de JGR hier ook een rol in kan spelen. Dan, voorzitter, de vraag over het bedrag van € 75.000,00. Willen we dat inzetten in het kader van een stedenband? Wat HAP betreft is het antwoord volmondig ja, maar laten we goed kijken hoe we dat gaan doen. Geen willekeurige donatie, maar gerichte… De VOORZITTER: Mijnheer Salhi, kunt u afronden alstublieft? De heer SALHI: Ja. Gerichte investering die aansluit bij de samenwerking die we aangaan. Laten we hier dus over in debat gaan. Volgens mij gaan we daar zo meteen ook verder over spreken. Dan kom ik dan ook wel even terug op de visie van D66 met betrekking tot Oekraïne. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Salhi. Dan is nu het woord aan de ChristenUnie-SGP, de heer Hekstra. De heer HEKSTRA: Voorzitter, dank u wel. Ik heb ons verkiezingsprogramma even geraadpleegd en dat vat heel kernachtig samen hoe wij daartegen aankijken.
Internationale samenwerking en hulp zijn geen kerntaken van het gemeentebestuur. Dat betekent niet dat het gemeentebestuur niet zou kunnen deelnemen aan projecten. Stedenbanden moeten regelmatig worden geëvalueerd. Dienstbaarheid en internationale gerechtigheid moeten bij dit alles vooropstaan. Particulier initiatief moet hierin aangemoedigd worden. Ik denk dat ik het hierbij laat, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel en precies binnen uw spreektijd. Dank u wel. Dan is nu het woord aan FVD, mevrouw Antolini. Mevrouw ANTOLINI: Dank u, voorzitter. Stedenbanden, goede doelen en Oekraïne. Dat is de inhoud van dit debat, maar laten we de realiteit eens schetsen. Basisproducten zoals brood zijn in tien jaar tijd 75% duurder geworden. Melk steeg met 80% en eieren met 66%. De woningprijzen stegen met bijna 50% in vijf jaar en het woningtekort staat inmiddels op meer dan 400.000 woningen. Tegelijkertijd komen er wekelijks 700 tot 1000 asielzoekers bij. Een instroom die ons land al jaren destabiliseert. Tegelijkertijd zijn politici hier vooral bezig met de vraag: hoe kunnen we nog meer geld van onze inwoners stoppen in zaken waar zij geen enkel voordeel uit halen? In 2023 gaf deze gemeente € 20 miljoen uit aan opvang voor Oekraïners en nu willen partijen geld sturen voor de wederopbouw van Oekraïne.
Een land dat op plek 105 staat op de wereldwijde corruptie-index, lager dan sommige ontwikkelingslanden. Nederland staat op plek 9. Voorzitter, wij zitten hier niet namens Kiev of Cebu. Wij zitten hier namens de mensen die elke dag de prijs betalen voor deze keuzes. Onze inwoners verdienen veel en veel beter. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Antolini. Dan is nu het woord aan mijnheer Vermeulen van Forza! De heer VERMEULEN: Dank u wel, voorzitter. Ik zou de allerkortste bijdrage kunnen hebben door drie keer 'nee' te zeggen tegen mevrouw Van de Meeberg: nee, nee, nee. Maar ik ga toch iets verder. We zijn blij dat we van die stedenband af zijn. Mocht nu een meerderheid van de raad alsnog besluiten dat we toch weer een stedenband willen, dan vindt Forza! het van belang dat onze inwoners daar beter van worden en dan stellen we voor bijvoorbeeld een stad met een grote luchthaven te nemen want dan kunnen we wat van elkaar leren. Misschien kunnen zij huizen bouwen waar wij dat niet kunnen. Noem maar op. Als mevrouw Van de Meeberg op zoek is naar zielige mensen, slachtoffers om ons geld naar Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
3
over te maken, dan vinden wij dat geen goed idee want ontwikkelingshulp valt niet binnen de directe verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het gemeentebestuur, ook niet voor Oekraïne. Gemeenten richten zich op lokale aangelegenheden. Gemeenten hebben geen mandaat om internationale hulp te organiseren of te financieren. Ontwikkelingshulp is een taak die op nationaal of internationaal niveau wordt uitgevoerd door nationale overheden, internationale organisaties en ngo's. De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen, u krijgt een interruptie. Ik was op zoek naar uw punt, maar mevrouw Van de Meeberg wil graag reageren. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Ik hoor van mijnheer Vermeulen dat ik op zoek ben naar zielige mensen. Dat is in het geheel natuurlijk niet het geval. Ik vind het jammer dat mijnheer Vermeulen iedereen die niet dezelfde privileges heeft die hij heeft, zielig vindt. Dat is gewoon niet aan de orde, dank u wel. De VOORZITTER: Ja, uw vraag is: bent u dat met mij eens? Denk ik? Maar mijnheer Vermeulen, gaat u verder. De heer VERMEULEN: Ik hoorde inderdaad geen vraag en ik ben het ook niet met mevrouw Van de Meeberg eens. Forza! zal echter, want zo zijn wij, geen inwoner die zijn geld graag weggeeft, tegenhouden en we zullen mensen die dat niet willen, er niet toe verplichten. Dat is dan weer de andere kant. Als D66 graag geld van anderen uit wil geven, is dat heel makkelijk.
Dan kunnen ze met een collectebus langs de deuren. De primaire taak van het gemeentebestuur is het besturen van de gemeente en het zorgen voor lokale, publieke dienstverlening. Daar is nog werk genoeg. Laten we dat eerst eens goed doen. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Vermeulen. Dan is nu het woord aan mijnheer Spijker van EEN Haarlemmermeer. De heer SPIJKER: Voorzitter, dank u wel. Wij mogen blij zijn dat we af zijn van het project Cebu. Dan is de vraag: waarom een stedenband aangaan met een dorp in oorlogsgebied? Overwegende dat armoede in onze gemeente hand over hand toeneemt, vindt EEN Haarlemmermeer het verkeerd een oorlogsgebied vanuit de gemeente te steunen want helaas komt dat geld nooit op de juiste plek of bij de juiste mensen terecht. Wel staat EEN Haarlemmermeer open voor het doneren van hulpgoederen, zoals een afgeschreven brandweer-/ziekenauto of ander verzorgingsmateriaal. Wij steunen eventuele burgerinitiatieven als dat kan met een klein budget. Dat was het. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Spijker. Dan is nu de beurt aan uw buurvrouw, mevrouw Hussain. Mevrouw HUSSAIN: Dank u wel, voorzitter. In de afgelopen tijd hebben we het meerdere keren gehad over de stedenband. Enkele weken geleden heeft de raad ook gestemd over de verdere toekomst van die stedenband, onder andere over Cebu. Daar was de raad best verdeeld over.
Als PvdA hadden we al aangegeven dat we voorstander zijn van een stedenband. Daarbij maakt het niet uit of die uitwisseling van kennis, financiën of iets dergelijks wederzijds is, ook als de wederpartij niet dezelfde middelen en capaciteiten heeft. Je moet elkaar namelijk kunnen helpen of steunen als dat kan. Daarmee heb ik, denk ik, meteen ook een antwoord gegeven op de vragen die voorliggen vanuit de motivatie van de sessie. Het is namelijk altijd goed om een ander te helpen en een steentje ergens bij te dragen als een ander het moeilijker heeft of lastiger heeft dan jij. Wij hebben het er wel moeilijk mee, voorzitter, als de raad nu besluit tot het aangaan van een stedenband voor een x-aantal jaar en diezelfde raad of een andere raad over enkele jaren op deze toezeggingen terugkomt, wetende onder welke omstandigheden die stad zich dan bevindt. Bijvoorbeeld als een stedenband een eenzijdige band wordt en nog enkel Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
4
ontwikkelingshulp betreft. Het maakt het natuurlijk anders als normen en waarden niet meer met elkaar stroken. We willen dus graag een stedenband aangaan met een andere stad. We kijken ook graag hoe dat verder uitgewerkt kan worden door de raad. We gaan graag het gesprek met elkaar aan. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Hussain. Dan geef ik nu het woord aan mijnheer Koning van het CDA. De heer KONING: Dank u wel, voorzitter. Er liggen twee vragen voor: A. willen we een nieuwe stedenband en zo ja, onder welke voorwaarden? B. hoe staat de raad tegenover ontwikkelingshulp? De fractie van het CDA is niet voor een nieuwe stedenband. Wij horen keer op keer 'daar hebben we geen capaciteit voor', dan moeten we dus geen onverplichte activiteiten gaan doen of daar in elk geval zeer terughoudend mee zijn. Het betekent toch altijd één keer per jaar bij die stad op bezoek gaan en hen één keer per jaar ontvangen. Dat brengt allerlei georganiseer met zich mee, etentjes, bezoeken, culturele bijeenkomsten, et cetera. Bovendien hebben we nu twee stedenbanden niet prettig beëindigd. Bezint eer ge begint, is het standpunt van het CDA. Wij zien ook geen toegevoegde waarde. We kunnen beter, als dat nodig is, een buitenlandse gemeente uitzoeken die op een bepaald gebied beter en verder is dan wij en dan een keer een bezoek brengen.
Zoals we dat ten tijde van Focus Klant een keer aan Liverpool hebben gedaan. De VNG geeft ook aan dat er in plaats van een langdurige officiële band meer gekozen wordt voor een tijdelijke, projectmatige samenwerking op een specifiek thema. Dit maakt ook Europese subsidie mogelijk. De VOORZITTER: Mijnheer Koning. U krijgt een interruptie. Mevrouw Van de Meeberg. De heer KONING: Daar heb ik toch bezwaar tegen want ik heb twee minuten en dan word je nog geïnterrumpeerd terwijl ik… De VOORZITTER: Mijnheer Koning, het gaat af van de spreektijd van degene die interrumpeert, niet van die van u. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Ik gun het CDA extra spreektijd, voorzitter. Ik ben verbaasd te horen dat het CDA eerst voor het behouden van de band met Cebu was en nu tegen het aangaan van een stedenband, maar bovenal ben ik verbaasd te horen dat mijnheer Koning wel bereid is om eventueel te halen, maar niet om eventueel ook te brengen. Dat zou natuurlijk niet alleen in de vorm van geld kunnen, maar dat kan ook in kennis of in de vorm van andere dingen zijn. Hoor ik dat verkeerd of niet? De VOORZITTER: Mijnheer Koning. De heer KONING: Dat heeft u nog niet gehoord. Daar kom ik op terug. U had het wel gehoord als u niet geïnterrumpeerd had. De VOORZITTER: Gaat u verder met uw betoog.
De heer KONING: Uit een onderzoek van de VNG blijkt dat de helft van de gemeenten door de rijksbezuinigingen activiteiten op een lager pitje zetten. Er zijn dan ook bijna geen nieuwe stedenbanden aangegaan. Voorts is er geen meerderheid meer in de raad die ontwikkelingshulp ziet als een taak voor de gemeente. Als partij conformeren wij ons daaraan, dus die discussie hoeven we niet over te doen. Daar is de afgelopen tijd genoeg over gezegd. Voorzitter, het CDA is tegen het aangaan van een nieuwe stedenband en wil ook geen nieuwe discussie over wel of niet ontwikkelingshulp en is voorstander van een tijdelijke, projectmatige samenwerking op een specifiek thema. Tot zover.
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
5
De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Koning. Dan is nu het woord aan de heer Achterbergh, VVD. De heer ACHTERBERGH: Dank u wel, voorzitter. Als de vraag is 'hoe staan wij tegenover ontwikkelingshulp?', dan zijn we daar in het verleden heel duidelijk over geweest. Dat is gewoon niet aan ons, dat is aan het rijk, dus daar gaan wij ook nu niet in mee. De vervolgvraag in het sessieverzoek is dan 'als die € 75.000,00 vrijvalt, gaan we die dan opnieuw inzetten voor ontwikkelingshulp?' Daar is het antwoord kort en bondig: nee, dat gaan we niet doen. Als we dan kijken naar een stedenband kan dat op zich wel interessant zijn. We zijn er niet zozeer voorstander van, maar als je kijkt naar hoe universiteiten met elkaar samenwerken, hoeft dat niet per se heel veel geld te kosten. Natuurlijk kost het wel iets, maar het gaat dan niet om die € 75.000,00. Als die vrijvalt – dat heb ik van mijn moeder geleerd – hoef je het ook niet meteen weer uit te geven. Je kunt het ook voor een Schaalsprong wonen gebruiken waar we zo een paar honderd miljoen euro tekortkomen. Als we die stedenband dan toch willen, gaan we dat dan met een stad in Oekraïne doen? Daar zijn we op zich niet zo een voorstander van. Eigenlijk zijn we er gewoon geen voorstander van. Dat heeft ermee te maken dat er al heel veel gebeurt. Er is vanuit het rijk al € 1,2 miljard naartoe gegaan vanuit Nederland.
Recent heeft premier Schoof ook nog € 3,5 miljard extra steun toegezegd. Er is € 252 miljoen vanuit Nederland bijgedragen aan kritieke herstelprojecten en humanitaire hulp. Wat gaan wij met die € 75.000,00 daar dan nog doen? Het is dus niet om het af te zeiken, want ik denk dat we als Nederland heel trots mogen zijn dat wij een land als Oekraïne in nood zo erg te hulp schieten. We staan in verhouding tot andere landen als Nederland volgens mij zo'n beetje in de top-5 aan hulp, zowel qua geld, als qua middelen. Ook als gemeente doen we al best veel voor Oekraïners. We vangen ze op. We hebben in het verleden een mooi werkbezoek gehad, waar ook zelfs een schooltje was. Daar moeten we niet nog een schepje bovenop doen. Als we dan dus die stedenband doen, laten we dan een stad wat dichterbij vinden, die ook dezelfde normen en waarden heeft als we hier hebben, die een gelijkwaardige stad is qua omvang, qua problematiek zodat we een gelijkwaardige vriendschapsband hebben. Dan volg ik mijnheer Koning, laten we dan ook samenwerken op bepaalde thematiek. Laten we dat niet zomaar doen omdat we een stedenband zouden moeten hebben. Nee, dan moet het ook een wederzijdse samenwerking zijn tussen twee steden die problematiek hebben met een luchthaven, met watermanagement, verzin het maar, met mobiliteit bijvoorbeeld, dat hebben we vanavond ook gehoord. Laten we daar dan naar op zoek gaan.
Daar hebben we ook wel ideeën bij welke steden interessant zouden kunnen zijn, maar misschien is dat voor de tweede termijn. Dat is hoe wij er als VVD op dit moment in zitten. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Achterbergh. Dan is nu het woord aan mijnheer Beusenberg, SRH. De heer BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Voor deze sessie wil ik namens mijn partij drie vragen beantwoorden: willen we een nieuwe stedenband? Willen we vooral leren, of willen we vooral zenden? Om met die laatste te beginnen, wij willen vooral leren. Ik denk ook dat er steden zijn die van ons kunnen leren en dat wij iets van andere steden kunnen leren. Zo zouden we bijvoorbeeld kunnen kijken naar een stad met een gigantisch drukke luchthaven, waar het OV fantastisch geregeld is, waar wel eens een heleboel regen valt die voor problemen kan zorgen. Dat soort dingen waar wij dus iets van kunnen leren en zij van ons. Zouden we een nieuwe stedenband willen? Wij staan er als partij helemaal niet afwijzend tegenover. In eerste instantie wilden wij de stedenband met Cebu ook niet stoppen, totdat de situatie met Rusland zich voordeed. Daarom hebben wij uiteindelijk ook voor gestemd.
Dan de vraag: zouden wij het zien zitten om een stedenband te beginnen met een stad in Oekraïne? Daar zijn we tegenstander van, want ik denk dat wij niet willens en wetens banden moeten opzoeken met steden die zich op dit moment in een oorlogsconflict bevinden om er op die manier voor te zorgen dat wij daarin geen kant kiezen. Hoe verschrikkelijk oorlog ook is, ik denk niet dat wij dat als gemeente moeten willen. Daarom zouden wij het niet zien zitten om een stedenband aan te gaan met een stad die zich op dit moment in een oorlogsgebied bevindt. Daar wil ik het voor nu bij laten. Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
6
De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Beusenberg. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Goethem van GroenLinks. Mevrouw VAN GOETHEM: Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van het stoppen van de stedenband met Cebu ligt nu de bredere vraag voor: willen we een nieuwe? Wat GroenLinks betreft wel want steun aan een ander kan veel leren over jezelf. Het kan solidariteit kweken, zowel lokaal, landelijk als internationaal. Des te beter dat we nu kijken waar we net wel over onze grenzen heen kunnen kijken. Wat ons betreft is een stedenband, kort of langdurig, dus nog steeds van waarde. Waar beter te kijken dan naar de plekken waar we nodig zijn? Wat GroenLinks betreft is een van die plekken op dit moment zeker Oekraïne. We kunnen ons ook vinden in andere plekken, maar we kennen allen de beelden van de afgelopen drie jaar. We weten allemaal nog hoeveel geelblauwe vlaggen er voor de ramen hingen, ook in Haarlemmermeer, en hoe hartelijk we de gevluchte Oekraïners konden verwelkomen hier. Inmiddels is dat wereldtoneel veranderd. We moeten er serieus rekening mee houden dat we dan wel een deel van Oekraïne moeten loslaten als EU en onze eigen inwoners worden ondertussen aangespoord om een noodpakket aan te leggen en samen redzaam te zijn, zoals onze burgemeester ook al zei in haar nieuwjaarstoespraak. Voorzitter, wat GroenLinks betreft kan zo'n stedenband juist die samenredzaamheid dienen.
Het kan ons bewust laten worden van de ander en we kunnen van elkaar leren. Het kan een link vormen tussen de inwoners en de gevluchte Oekraïners die hier momenteel zitten en ook andersom solidariteit tussen onze inwoners samen bevorderen en ze bewust laten worden van de veranderende tijd waar we in leven. We zijn niet voor niets een gemeente met een internationale luchthaven. Dus laten we vooral buiten die grenzen kijken. We zien een kans voor de jeugd en jongeren in Haarlemmermeer, andere partijen zeiden het net ook al, om hier actief in mee te denken en we horen graag in tweede termijn hoe de collega's ertegen aankijken om onze inwoners echt participatief mee te laten denken hierover. Wat GroenLinks betreft roepen we het college dus op om naar aanleiding van dit debat twee zaken uit te voeren. Namelijk: blijf bij de VNG benoemen dat wij als gemeente graag solidair zijn met de opgaven in Europa. Dat hoorde ik D66 ook al in de inleiding noemen. De tweede lokale grote opdracht zou dan zijn om alvast samen met onze jonge inwoners te verkennen welke mogelijkheden er zijn om een band te vinden met een gemeente of stad in Oekraïne. Dank u wel. De VOORZITTER: Hartelijk dank, u bent precies door uw spreektijd heen. Dan is nu het woord aan Lid Koolmoes, mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja, dank u wel, voorzitter.
Volgens de woorden van D66 in de inleiding doen we dan ook aan profilering want volgens D66 laten we hiermee zien wat voor gemeente we zijn. Wij zijn verbaasd dat D66 dat nog niet wist, maar dat even terzijde. Voor Lid Koolmoes zijn twee dingen belangrijk. Eén: als we iets aangaan, moeten we niet alleen geld brengen, maar we moeten ook wat op kunnen halen. Dat is het allerbelangrijkste, denk ik. Punt twee: juist door de inleiding van D66 net ben ik er nog meer van overtuigd dat we het, in verband met de aankomende ontwikkeling van de Europastrategie en de daarvandaan komende visie op eventuele internationale samenwerking, vooral aan de nieuwe raad moeten overlaten. Deze raad heeft nog maar net gesproken over Cebu. De inkt is nog nat. Op deze manier heeft het college ruim de tijd om met een plan naar ons toe te komen en naar de nieuwe raad toe te komen. In deze tijd, een klein jaar voor de volgende verkiezingen, zou ik ervoor kiezen om daar dan een nieuwe stedenband neer te leggen. Daarbij heeft onze voorkeur, of mijn voorkeur als Lid Koolmoes, tijdelijk, projectmatig met eventueel Europese subsidie. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Koolmoes. Dan ga ik even kijken. Sorry, op de valreep nog een interruptie?
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
7
De heer BEUSENBERG: Ja, want mevrouw Koolmoes stelt voor dat we dat na de volgende verkiezingen in de nieuwe raad moeten doen, maar ik ben wel benieuwd hoe Lid Koolmoes er dan nu over denkt, want ik weet niet of Lid Koolmoes ook als Lid Koolmoes terugkomt in de volgende raad. De VOORZITTER: Mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ik begrijp misschien de vraag niet helemaal, maar dat weten we natuurlijk niet. Ik heb geen glazen bol om te zien of ik volgend jaar nog in de nieuwe raad zal zitten. Dat is ook nu de vraag niet, denk ik. De vraag is van mijn kant om dat aan de nieuwe raad over te laten. Deze raad heeft gesproken, denk ik. Zowel over Cebu als over het andere project in Hongarije. Ik denk dat de nieuwe raad nu nieuwe banden mag aangaan. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan kijk ik naar het college. Ik heb niet heel veel vragen gehoord voor het college, maar ik ga toch kijken of er een reactie is. U mag blijven zitten. U heeft het woord. Burgemeester SCHUURMANS: Voorzitter, dank u wel. Ik had een paar opmerkingen opgeschreven die eigenlijk ook een vraag hadden kunnen zijn. Eén daarvan was: hoe zit het nu met de Europastrategie? Dat werd impliciet gevraagd, voorzitter. De route die wij voorstaan is dat er, zo gauw het in het college is geweest, een informatieve bijeenkomst komt, als het presidium dat tenminste gaat agenderen.
Wij zijn bezig met een werkbezoek aan Brussel zodat u daar gemotiveerd naar kunt kijken want het zou best eens zo kunnen zijn dat u dan beter kunt beoordelen hoe die Europastrategie eruit moet zien, dus dan kunt u bij wijze van spreken een sessie daarvoor inrichten. Ook dat is aan u en aan het presidium, en dan het besluit voorleggen. Dat zou de route zijn die wij nu hebben bedacht. Dus als u daar iets aan wilt veranderen, is daar nu de gelegenheid voor voorzitter. Dat is één. Twee. Ik hoorde mensen zeggen 'het geld dat vrijvalt', maar u heeft met elkaar besloten dat geld nooit vrijvalt, dat gaat altijd naar de algemene middelen. Op het moment dat u iets anders wilt en dat kost geld moet u daartoe dat volgend jaar, want het gaat tot de helft van 2026 door, bij de voorjaarsnota een amendement voor indienen. Maar dat is zuiver technisch. Ten slotte wil ik meegeven dat als een meerderheid in deze raad er voorstander van is, ik aanneem dat er dan een motie of zoiets naar ons toekomt om ons te vragen iets voor te bereiden als het gaat over het wel of niet niet aangaan van een stedenband. Daarbij wil ik u meegeven dat ik erg houd van een soort McDonaldsmenu met keuzes. Dat heeft u in het verleden ook wel eens gezien van mij. Ik hoor namelijk heel veel keuzes. Dan wil ik ook echt graag tegemoetkomen aan wat de meerderheid van deze raad wil. Dat zijn dan kaders.
Dat gaat over de lengte; wilt u een lange of een kortdurende of projectmatige band. Dat laatste hoorde ik ook een aantal van u zeggen. Projectmatig kan bijvoorbeeld zijn dat je in het kader van samenredzaamheid naar een paar landen gaat kijken waar die samenredzaamheid heel goed georganiseerd is. Dan ben je thematisch bezig. Je kunt ook gewoon langdurige banden aangaan met een land. Dan noemt u partnerschap, samenwerking, vergelijkbaar met ons of juist niet, uitwisselen, een grote luchthaven, gelijkwaardigheid, eventueel hulpvoertuigen. Kortom, u heeft een heleboel genoemd, ook nog mobiliteit en solidariteit. Dat zijn, denk ik, allemaal kaders die we dan ophalen in het voorstel dat ik namens u mag maken zodat we, als we dit gaan doen, aan de voorkant duidelijk hebben waar we naar moeten kijken. Dat zou mijn voorstel zijn. Last but not least, de VNG, dat was een belangrijk onderdeel. Solidariteit met Oekraïne wordt helemaal voorbereid. Mijn voorstel is dat ik, op het moment dat de uitvraag komt 'gemeenten, wilt u iets doen om die plaatsen, die steden en dorpen te helpen om weer op hun poten terecht te komen?' de uitvraag aan u zal doen. Dan kom ik echt bij u terug. De VOORZITTER: Dank u wel en ik zag al twee aanvullende vragen. Ik zal ze allebei even ophalen. Als eerste een vraag van mevrouw Van de Meeberg.
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
8
Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor onze voorzitter, de voorzitter van de raad, de burgemeester, zeggen 'oordeel raad'. Dat waardeer ik, maar ik hoor onze burgemeester ook zeggen 'we gaan het werkbezoek aan Brussel gebruiken als een eerste aanzet om daar eens te kijken naar visiebepaling'. Ik zie haar heel hard 'nee' schudden. De VOORZITTER: Maakt u uw vraag eens af? Mevrouw VAN DE MEEBERG: Ik had het idee... Ik was onder de indruk dat de burgemeester zei 'we gaan een werkbezoek aan Brussel brengen en daar kunt u misschien een aanzet doen tot een Europavisie'. Ik zie haar heel hard 'nee' schudden, dus ik wacht even met mijn vervolgvraag. De VOORZITTER: Dan ga ik eerst naar het college. Burgemeester SCHUURMANS: Ja voorzitter, excuus, maar ik vind het zo zonde van de vraag. Als ik iets verkeerd heb uitgelegd, ligt het echt aan mij. Er ligt een Europastrategie voor. Die heb ik af. Dat wil zeggen, die gaat naar het college en dan naar de raad. Toen waren we bezig met de Europastrategie en dachten we 'is het niet mooi als je straks in Brussel bent geweest als raad en je dan veel gemotiveerder en op inhoud die Europastrategie met elkaar kunt bekijken?' Dat was de route.
Dat maakt dat – want nogmaals, hij zou in juni of juli 2025 gewoon naar de raad kunnen – het misschien prettiger is als u juist in september 2025 af kunt tasten of dit de strategie is die u met elkaar voorstaat. De VOORZITTER: Mevrouw Van de Meeberg, een aanvullende vraag? Mevrouw VAN DE MEEBERG: Eerder een conclusie, want dan denk ik dat mevrouw Koolmoes op haar wenken bediend zal worden en dat er pas in de volgende raadsperiode iets over een Europastrategie zal plaatsvinden. Maar goed, ik begrijp dat het al in juni 2025 naar deze raad kan komen en daar wachten wij dan met smart op. Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Van Goethem. Mevrouw VAN GOETHEM: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de portefeuillehouder, in dit geval, voor het heldere betoog. Ik vroeg me nog wat af. De portefeuillehouder noemde een aantal kaders, voorzitter, die wij zelf als raad al hadden benoemd. Heeft de portefeuillehouder ook zelf nog kaders waarvan ze zegt 'denk hier alstublieft wel aan als raad', of 'neem dit in ieder geval in ogenschouw?' De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Schuurmans. Burgemeester SCHUURMANS: Voorzitter, een aantal partijen heeft het al gezegd, als je het hebt over een grote luchthaven, zie je dat veel luchthavens vergelijkbare opgaven hebben. Die zitten zowel op de overlast, de duurzaamheid, in een andere manier van inrichten van het vliegen. Er zijn echt veel opgaven.
We hebben een congres gehad twee weken geleden, toen vertegenwoordigers van al die grote luchthavens hier waren. Het viel mij op dat het echt zinvol is om het projectmatig op te halen, dus door te zeggen 'hoe verduurzamen luchthavens en hoe kun je daar als gemeente in ondersteunen?', dan wel door een stad te kiezen die een vergelijkbare internationale luchthaven heeft. Dat is wel van belang want het speelt echt door al onze onderwerpen heen en in alle portefeuilles, dus dat zou wat het college betreft, echt een belangrijke overweging zijn voor het uitkiezen van een stad. De VOORZITTER: Dank u wel. Er waren nog twee vragen, dus ik ga ze allebei even ophalen, dan kunt u daar nog antwoord op geven. Als eerste de heer Koning.
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
9
De heer KONING: Dank u wel, voorzitter. In de door het college bijgeleverde links heb ik gelezen dat de VNG over Oekraïne zegt dat de Europese gemeenschap een cruciale rol moet vervullen. Nederlandse gemeenten en zelfs Nederland als geheel moeten daar nu niet op eigen houtje in gaan opereren, dus mijn conclusie is: daar hoeven we het op dit moment niet over te hebben. De VOORZITTER: Dank u wel, dan ga ik door naar de heer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Ja, voorzitter, dank u wel. Aan het begin van deze sessie zei u 'er liggen geen beslispunten voor', maar ik hoor onze burgemeester heel veel beslispunten wel noemen en eigenlijk zelfs al een beetje voor de muziek uitlopen naar mijn gevoel. Is het niet zo dat de burgemeester niet eerder bij ons terug hoeft te komen dan wanneer wij als raad in meerderheid aangegeven hebben dat we prijs stellen op een volgende stedenband? De VOORZITTER: Ik denk dat het college daar eigenlijk al een voorstel voor heeft gedaan. Het heeft al aangegeven dat we als raad of met een motie kunnen komen om te vragen om een voorstel voor te bereiden, of volgend jaar een amendement kunnen indienen op de voorjaarsnota om daar vervolgens geld voor vrij te maken vanuit de ABR. Ik denk dat die vraag is beantwoord. Ik zag ook nog een vraag bij mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Ja, dank u wel, voorzitter.
Misschien dat ik het even heb gemist, maar ik heb aangegeven in mijn eerste termijn dat mijn partij het niet verstandig vindt om een stedenband aan te gaan met een stad die zich in een conflictgebied bevindt. Ik zou daar graag nog een reactie op willen krijgen van de portefeuillehouder Veiligheid. De VOORZITTER: Dat ligt wel een klein beetje in lijn met de vraag van mijnheer Koning. Ik ga terug naar het college voor het antwoord. Burgemeester SCHUURMANS: Voorzitter, we zien dat – ik heb dat geprobeerd te zeggen – de VNG in the lead is als het gaat over het onderhouden van contacten met Oekraïne. Wat zij doen, is verzamelen, gericht op de toekomst wanneer er echt sprake is van vrede en rust en de mogelijkheid om aan wederopbouw te doen. Dan hebben wij een goede gewoonte, al tachtig jaar, om te helpen zoals wij zijn geholpen na de Tweede Wereldoorlog door heel veel steden in de wereld met de wederopbouw. Dat doen we nu weer terug als het gaat over Oekraïne. Als de uitvraag komt van de VNG – dat had ik gezegd, voorzitter – zal ik zeker aan u voorleggen of wij daarop ingaan en op welke wijze. De VOORZITTER: Dank u wel. Dat is duidelijk, denk ik. Dan kijk ik nog rond. Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: Een verduidelijkende vraag aan de portefeuillehouder want dat is dus niet een stedenband zoals wij die nu bedoelen.
Dat is meer om een stad uit een voormalig conflictgebied te helpen om opnieuw op te bouwen. Heb ik dat goed begrepen? De VOORZITTER: Klopt dat? Burgemeester SCHUURMANS: Voorzitter, in de keuze die je maakt, gaat het, als het gaat over Oekraïne, niet over een stedenband, maar over support, het helpen van de steden die daar wederopgebouwd moeten worden. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan zie ik dat er verder geen vragen zijn. Voor de notulen: BVNL en GEZOND Haarlemmermeer zijn niet aanwezig. Daarmee sluiten we de eerste termijn af. We hebben
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
10
nog iets meer dan vijftien minuten dus ik ga even kijken wie er een onderwerp heeft voor de tweede termijn. Twee onderwerpen? Mevrouw Van Goethem. Mevrouw VAN GOETHEM: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik al in mijn inbreng aangaf, ben ik heel erg benieuwd hoe raadsleden het voor zich zien om bij een eventuele stedenband de inwoners te betrekken en dan met name de jonge inwoners. Ik hoorde de HAP al iets zeggen over de JGR. Ik hoorde een andere partij iets zeggen over scholen. Ik ben wel benieuwd welke ideeën er leven. De VOORZITTER: Dank u wel, dan ga ik kijken of er reacties zijn. Mijnheer Koning. De heer KONING: Wij zijn op dit moment tegen een nieuwe stedenband, dus we kunnen die vraag ook niet beantwoorden. De VOORZITTER: Mevrouw Van de Meeberg. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Ja, wat een goed idee. Je zou inderdaad de Jongerengemeenteraad kunnen betrekken en ook met jongeren uit andere steden samen kennis kunnen uitwisselen. Er werd mij net ingefluisterd dat er vanuit Brussel ook heel veel subsidiemogelijkheden voor zijn, dus het lijkt me heel interessant om die kennis te delen. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: De vraag: hoe? gaat nu vooraf aan de vraag of we een stedenband willen. Volgens mij moeten we eerst die vraag beantwoorden en komt het hoe daarna, maar niet andersom. De VOORZITTER: Mijnheer Salhi.
de heer SALHI: Misschien kan ik die vraag alvast beantwoorden. In mijn bijdrage heb ik al aangegeven dat wij inderdaad een stedenband willen. Ik vind het eigenlijk best droevig hoe we dit hier bespreken, want de achtergrond van hoe dat ooit is bedacht, was juist om mensen daar waar het slechter is dan bij ons – en ik denk dat wij het heel goed hebben – te helpen. Met dit verhaal gaan we ook kijken wat wij ervan kunnen leren en hoe wij mensen in plaats van dingen opleggen ergens mee kunnen helpen. Dat is wel jammer. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Ja, ik zag nog twee reacties. Als eerste mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Ik snap heel goed wat mijnheer Salhi zegt, maar dan moeten we, denk ik, het verschil tussen een stedenband en ontwikkelingshulp wel goed maken, want ik denk dat we van een stedenband wel allebei iets moeten kunnen leren of er allebei profijt van kunnen hebben. De situatie die mijnheer Salhi nu schetst, zie ik meer als ontwikkelingshulp. Mevrouw VAN GOETHEM: Punt van orde, voorzitter. De VOORZITTER: Ja, mevrouw Van Goethem. Mevrouw VAN GOETHEM: Dit was niet mijn vraag. Mijn vraag was; hoe gaan we onze jonge inwoners betrekken? We gaan het nu weer opnieuw hebben over ontwikkelingshulp versus stedenbanden. Ik vind het prima, maar dan wil ik wel graag dat dat als apart onderwerp wordt ingebracht.
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
11
De VOORZITTER: Ik hoor uw punt. Zijn dat punten van orde of heeft u een reactie? Een punt van orde van mijnheer Vermeulen? Nee, een reactie. Mijnheer Achterbergh had namelijk zelf ook een reactie. De heer ACHTERBERGH: Ik ben het met mevrouw Van Goethem eens, maar ook met de heer Beusenberg, dus dan is alles meteen afgehecht. De VOORZITTER: Oké, dan gaan we verder met de reactie op het onderwerp van mevrouw Van Goethem, mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Ja, goed, dan ga ik me aansluiten bij wat de heer Koning en mijnheer Achterbergh hebben gezegd. Laten we het eerst eens erover hebben – en dat zal waarschijnlijk ook in de volgende raad worden – of we dat nog willen, voordat we inderdaad in de geschiedenis gaan duiken om te kijken wat een stedenband is. De volgende raadsperiode. De VOORZITTER: Oké. Mevrouw Antolini. Mevrouw ANTOLINI: Dank u, voorzitter. GroenLinks geeft aan 'ik wil het gewoon hebben over hoe we de jongeren kunnen betrekken'. Ik snap dat het vervelend is als eromheen wordt gedraaid, maar voor mij, of voor ons is het wel belangrijk om te weten wat dan de bedoeling daarbij is, want dan kan ik veel beter antwoord geven. Dus wat dat betreft: is het dan ontwikkelingshulp of niet? Wat heeft GroenLinks dan in gedachten? De VOORZITTER: Dan ga ik naar mevrouw Van Goethem.
Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, voorzitter, ik denk dat ik het dan eens ben met wat volgens mij mijnheer Achterbergh van de VVD zei, die het ook met iedereen eens was. Dan zou je dus denken dat we het allemaal eens zijn, maar dat is toch niet het geval. Ik denk dat we het dan inderdaad eerst moeten hebben over de vraag of, en dan over de vraag hoe. De gedachte die ik in ieder geval heb bij het betrekken van onze inwoners is onder andere een brede uitvraag, het betrekken bij de keuze welke stad of stedenband het dan wordt, welk project het dan wordt, wat zij belangrijk vinden om als kaders mee te geven en daarnaast dus nog specifiek gericht op jongeren en het kweken van de samenredzaamheid en solidariteit daar waar het nodig is. Ik denk dat we het hiermee kunnen afronden. Dank u wel. De VOORZITTER: Ik wilde u net vragen of dat ook meteen de afronding van het onderwerp was. Dat is prima. Mijnheer Salhi, u had ook nog een onderwerp. De heer SALHI: Dat had ik u al een beetje ingefluisterd, dat gaat namelijk over de vraag die mijnheer Achterbergh ook stelde: willen we inderdaad een stedenband? Ik heb in mijn bijdrage aangegeven wat de oorsprong is van de stedenband, hoe die ooit is geweest, dat daaraan gesleuteld zal worden en we dan misschien die stedenband op een andere manier aan moeten gaan, vind ik allemaal hartstikke goed.
We kunnen wel kijken naar wat ik ook al aangegeven heb; gaan we kijken naar steden die heel erg op ons lijken? Dat vond ik niet zo'n goed idee. Ik heb liever dat we naar een stedenband met een stad kijken waar ze onze hulp zeker nog kunnen gebruiken. Daar blijf ik bij. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Van Goethem. Mevrouw VAN GOETHEM: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat is waar de HAP en GroenLinks elkaar niet zullen vinden, want wat GroenLinks betreft moeten we eigenlijk ook een keertje uit dat 'slechter- en beterverhaal' komen. Volgens mij hebben we het hier niet per se beter of slechter dan op een andere plek. Je kunt op heel veel verschillende manieren meten of dat wel of niet zo is, maar volgens mij moeten Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
12
we vooral kijken naar 'wat kunnen we met elkaar uitwisselen? Waar kunnen we van elkaar leren?' Dan houd je het ook, als ik de reacties van de rest van de raad een beetje proef, een beetje uit de ontwikkelingshulp en ga je meer richting het hebben van een relatie. Dat is wat ons betreft wel iets om over na te denken. De VOORZITTER: Dank u wel. Dat roept reacties op. Ik zag mevrouw Van de Meeberg volgens mij het eerst? Nee, dan ga ik naar mijnheer Achterbergh. Die is nog even in gesprek. Dan ga ik verder. Mijnheer Achterbergh? De heer ACHTERBERGH: Ja voorzitter, een historisch moment: de VVD is het eens met GroenLinks in die zin dat er natuurlijk wel een doel moet zijn. Mijnheer Koning zei het in de eerste termijn ook. Samenwerking op thematiek, dat vind ik wel belangrijk om te benadrukken, maar wij willen ook echt van de ontwikkelingshulp af, van dat 'zij zijn zielig, dus moeten we helpen'. Nee, er moet een wederkerigheid zijn. Wij moeten hen kunnen helpen, maar zij moeten ook ons kunnen helpen op thema's, bijvoorbeeld, ik zeg maar wat, met iets met zonnepanelen. We willen wel uit die ontwikkelingshulp. De VOORZITTER: Dank u wel. We gaan het niet over zonnepanelen hebben dus ik ga door naar mevrouw Hussain. Mevrouw HUSSAIN: Ja, voorzitter.
Mijnheer Achterbergh haalt me de woorden uit de mond, maar misschien moeten we als raad ook definiëren wat een stedenband is, los van wat we daarmee willen, en daarna pas het gesprek met elkaar aangaan. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja, ik ben het ook wel eens met mijnheer Achterbergh en met mevrouw Van Goethem. Bij mij rees wel de vraag: als je een relatie aangaat met een band, een stedenband of wat dan ook, hoeft dat toch geen geld te kosten? Dan kunnen we dat geld toch wel in de ABR zetten, lijkt mij. De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Ja, ik ben het eens met het Lid Koolmoes. Het hoeft inderdaad geen geld te kosten. Bij echte vriendschappen gaat dat over en weer. Dat is tenslotte een beetje de definitie van een vriendschap. We zijn niet op zoek naar iemand die alleen maar aan je portemonnee hangt. Zo is het ook bedoeld. Wij zijn het ermee eens dat we het er eerst eens over gaan hebben 'wat is anno 2025, en dat zal waarschijnlijk 2026 worden, een stedenband?’. Daarvandaan kunnen we kijken hoe we verder gaan. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Salhi voor de afronding. De heer SALHI: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat we nog steeds redelijk verdeeld zijn en ik denk dat we ook gewoon op dat plan moeten wachten wat inderdaad een stedenband precies zal inhouden en hoe we daar een invulling aan kunnen geven.
Dank u. De VOORZITTER: Dank u wel, dan kijk ik of er nog meer onderwerpen zijn die u misschien net heeft bedacht. Nee, dat is niet het geval. Dan geef ik het laatste woord aan mevrouw Van de Meeberg om deze sessie af te sluiten.
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
13
Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter. Het was te verwachten, maar bij dit onderwerp kun je heel goed zien wat iedereens kleur eigenlijk is; waar de één het over solidariteit heeft, heeft de ander het over 'ik wil alleen maar halen'. Er zit bij sommige mensen zelfs nog wat oud zeer, merk ik. Zo heb je weer een kijkje in iedereens overwegingen daarbij. Ik heb goed geluisterd naar iedereen en ik denk dat we aan de achterkant nog wel wat erover gaan overleggen en wellicht toch nog met een motie komen. Ik wil iedereen in ieder geval heel erg bedanken voor het laten zien van de ware kleur. Dank u wel. De VOORZITTER: Dan wil ik u allen bedanken voor dit debat en ik wens u allen een heel fijne avond.
Conceptverslag Sessieverzoek D66 (mw. Van de Meeberg) Stedenbanden 3 april 2025
14