CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-12-19 Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 16 januari 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Vaststellen van de verslagen van 12 en 19 december 20259.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 19 DECEMBER 2024 Onderwerp:

(VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024

Voorzitter:

dhr. P.J. Boerman

De leden: dhr. M. Achterbergh, dhr. M.L. Beusenberg, dhr. S.J. Bier, mw. M.K. Denie, mw. A.E. Gumbert, mw. J.M. Hup, dhr. E.J. van der Peet, dhr. J.G. Rip, dhr. A. de Ruiter, dhr. K. Sulmann, dhr. E. Vermeulen Griffier: dhr. M.H.H. Gerding Portefeuillehouders: mw. C.F.M. van der Meij, mw. M.H. Ruigrok, mw. B.C. van Straten-van Diepenbeek Insprekers: Geen

De VOORZITTER: Het is 19.00 uur, geachte aanwezigen, en ik ben blij met de stilte die over de raadzaal valt want dat betekent dat we kunnen beginnen. We kunnen beginnen met het tweede deel van het geschorste sessiedebat inzake de raadsvoorstellen Najaarsrapportage 2024 en Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024. Ik ben gevraagd om in te vallen voor de heer Sidali die het eerste deel voorzat. Ik hoop dat u daarmee kunt instemmen. Ik heropen hierbij het sessiedebat van 12 december jl. en we vangen dus aan met de tweede termijn waarin de raad vrij kan debatteren met elkaar aan de hand van onderwerpen. Vanavond staan deze raadsvoorstellen op de stemmingenlijst, dan weet u dat ook alvast. Hierover moet voor 31 december van dit jaar besluitvorming door de raad plaatsvinden, anders zwaait er wat. Aan het eind van het vorige sessiedebat zijn er nog vier onderwerpen blijven liggen voor de tweede termijn. Namens D66 was dat het incidentele tegenover het structurele geld, namens BVNL ging het over de daklozenopvang. Namens Forza! over een verlanglijst van de raad voor zodra er geld vrijkomt en namens GroenLinks en PvdA zijn er eerder twee moties verspreid; de moties Toegankelijkheid geeft je vrijheid en Een slimme volger is goed voorbereid. Dan weten we allemaal wat er vanavond zo'n beetje gaat gebeuren.

Ik stel voor om in ieder geval deze onderwerpen te bespreken, zoals is afgesproken. De procedure is dat we de inleiders van deze onderwerpen vragen hier vooraan het even in te leiden waarna het debat in de arena plaatsvindt en het college ook nog enige gelegenheid krijgt, ook al is dat in een tweede termijn niet gebruikelijk. We dachten dat we hiervoor een keer een uitzondering konden maken. Dan denk ik dat ik het het handigst is als ik eerst D66 vraag om naar voren te komen om haar punt in te leiden. O, ik zie ook al een punt van orde van mijnheer De Ruiter namens BVNL. De heer DE RUITER: Ja voorzitter, dank u wel. Ik heb een puntje van orde. Volgens mij is eerder vanavond besloten dat we over daklozen binnenkort een sessie beleggen, op uw eigen voorstel, meen ik, als ik het me goed herinner, dus ik stel voor dat ik wat betreft mijn bijdrage mijn kruit even droog houd totdat die sessie komt, met uw instemming.

Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

1

De VOORZITTER: Dat heeft zeker mijn instemming, ik hoopte eigenlijk al dat u zoiets zou zeggen. Dank daarvoor. Dan zal ik u dadelijk niet vragen om… O, ik zie mevrouw Denie die hierover nog iets wil zeggen, neem ik aan? Mevrouw DENIE: Nee, niet over wat mijnheer De Ruiter zei, maar ik wilde graag een ordevoorstel doen dat het college eerst reageert op de ingediende moties en we daarna gewoon, zoals gebruikelijk, het debat voeren, als de rest het daarmee eens is en u ook. De VOORZITTER: Dat lijkt mij ook een prima voorstel eigenlijk. Ja, ik kijk even rond en ik zie dat anderen dat ook vinden. Nee, u bedoelde volgens mij bij uw bijdrage toch? Dat u eerst de vraag aan het college voorlegt? O, nu eerst, op dit moment zelfs? Oké. Mevrouw DENIE: Ik dacht 'dan hebben we dat gehad'. De VOORZITTER: Dan hebben we dat gehad, dacht u. Dan denk ik hetzelfde, dan hebben we dat gehad. Dan vraag ik het college of het mogelijk is om nu te reageren op de twee moties die er liggen, met name op Toegankelijkheid geeft je vrijheid, en op Een slimme volger is goed voorbereid. Maar met name op Toegankelijkheid geeft je vrijheid, volgens mij. Wethouder RUIGROK: Dank u wel voorzitter. Dank ook dat dat op deze manier nog even kan want ik was de vorige keer al heel voortvarend over… De VOORZITTER: Mevrouw Ruigrok, eigenlijk is het handig als u het kunt doen achter de katheder.

Wethouder RUIGROK: Dank u wel voorzitter en dank dat ik de mogelijkheid krijg om even terug te komen op de motie Toegankelijkheid geeft je vrijheid. Ik heb vorige keer al een voorschot genomen. Toen heb ik gezegd 'wij doen al het een en ander op dit gebied. Dus ik zou dit ontraden, want het is een vraag naar een extra subsidiepot'. Vervolgens heeft mevrouw Denie ook nog wat vragen gesteld dus die kan ik dan misschien ook meteen beantwoorden. Want we hebben een programma lopen in onze Economische Koers, dat heet Het toekomstbestendig maken van werklocaties. Dan gaan we met de ondernemers in gesprek, zowel in winkelcentra als op werklocaties. Als die ondernemers daar aangeven 'goh, we zouden graag iets willen doen aan de fysieke of digitale toegankelijkheid', is het mogelijk om daar een aanvraag voor te doen. We hebben een jaarlijks budget van € 350.000,00 voor het hele pakket. Dus ondernemers kunnen allerlei dingen indienen en wensen aangeven om hun werklocatie toekomstbestendig te maken. Maar als ze specifiek hierom vragen, dan zou dat kunnen. Het is geen lening. Het is geen subsidie. Het is een bijdrage van de gemeente. Op die manier geven we daar dus invulling aan. Dus ik ontraad de motie van mevrouw Denie, aangezien we het al opgenomen hebben in onze manier van werken. De VOORZITTER: Ik kijk even rond.

We gaan dadelijk het debat voeren, maar misschien roept dit toch nog vragen op op dit moment. Ik zie mevrouw Denie er heel enthousiast van worden. Mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel voorzitter en dank aan het college voor het snelle en uitgebreide antwoord. Ik heb toch wel een korte vervolgvraag: kan het college mij vertellen of, als het gaat om een – wat is het? – bijdrage voor het verbeteren van de toegankelijkheid, daar voorwaarden aan vastzitten, zoals bijvoorbeeld het raadplegen van ervaringsdeskundigen of belangengroepen conform het VN-verdrag Handicap? De VOORZITTER: Het woord is aan het college. Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

2

Wethouder RUIGROK: Volgens mij gaat dit nog goed. Ja, ik ben nog steeds dezelfde. Nee, de voorwaarden zijn in samenspraak met die ondernemers. En als het dan tot een plan komt… Het zal misschien een onderzoek zijn; wat is er nodig? Kijk, ondernemers zijn zelf al verplicht om toegankelijk te zijn, fysiek en digitaal. Maar mocht het zijn dat ze met elkaar met een verzoek komen om een onderzoek te doen, zullen we natuurlijk gewoon onze vaste partners en ervaringsdeskundigen vragen om dat verder uit te werken. De VOORZITTER: Dan komt het dadelijk terug in het debat, denk ik. Dat is voor nu genoeg besproken. Dat kan ik nu de heer Bier toch vragen om naar voren te komen. De microfoon staat al op de juiste hoogte voor u. Er was nog een motie, dat klopt. Wilt u daar ook nu het antwoord op hebben? Dat was inderdaad het ordevoorstel, dat klopt. Daar heeft u helemaal gelijk in. Mijnheer Bier, ik vraag u nog een keer om te gaan zitten. Het klopt, het ging met name over de motie over toegankelijkheid, maar is er ook een reactie mogelijk op de motie Een slimme volger is goed voorbereid namens het college? Wie kan ik daarvoor het beste aankijken? Wethouder VAN DER MEIJ: Is dat de motie Een duwtje in de juiste richting? De VOORZITTER: Mevrouw Gumbert, kunt u licht werpen op deze kwestie? Mevrouw GUMBERT: Dit gaat om de motie Een slimme volger is goed voorbereid.

De VOORZITTER: Zoals ik het volgens mij ook zei. Het gaat volgens mij over…. Mevrouw GUMBERT: De duurzaamheidsrapportages. De VOORZITTER: De duurzaamheidsrapportage, ja, zo had ik het ook in mijn hoofd. Dan zie ik dat mevrouw Van der Meij zich toch aangesproken voelt. Er is wat verwarring, maar de motie roept op om duurzaamheid in de P&C-cyclus mee te nemen. Het woord is aan mevrouw Van der Meij namens het college. Wethouder VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter. Ik heb een niet-ingediende motie – tenminste, nog niet ingediend, maar ik heb hem wel kunnen lezen – die hier nog Een duwtje in de juiste richting heet. Motie Duwtje in de juiste richting over het kennisnemen van de Handreiking Duurzaamheidsrapportage. Is dat wel het juiste dictum? Dan hebben we het in ieder geval wel over dezelfde. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de niet-indieners van de motie. Mevrouw GUMBERT: Het is wel heel vreemd dat die een andere titel heeft want die hebben wij werkelijk nooit gebruikt, dus ik weet niet wie… De VOORZITTER: Er is even wat verwarring over de titel, maar over het dictum in ieder geval niet. Wethouder VAN DER MEIJ: Zal ik het dictum even voorlezen, dan weten we dat voor de volledigheid.

Kennis te nemen van de Handreiking Duurzaamheidsrapportage en verantwoording voor decentrale overheden, volgens het stappenplan, hoofdstuk 6, in gesprek te gaan met de raad uiterlijk in Q3 2025 over stap 1 van de handreiking, na het gesprek met de raad voor het eind van 2025 met een tijdpad te

Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

3

komen hoe de duurzaamheidsrapportage in de P&C-cyclus wordt verwerkt. Goed, dat is het dictum van de motie. De VOORZITTER: Ik zie een duimpje dus het dictum is goed. Wethouder VAN DER MEIJ: Dan komt daar nu mijn reactie op. Dat is dat ik deze motie aan u ontraad. Ambtelijk kennen wij uiteraard de Handreiking waar u naar verwijst, de Handreiking Duurzaamheidsrapportage. Gelet op de vele regels die voor de gemeente gelden in jaarverslagleggingen, hebben we hier intern afgesproken dat we niet nu nieuwe initiatieven daarop initiëren, anders dan wanneer er echt een landelijke richtlijn wordt vastgesteld. Dat is in ieder geval nog niet aan de orde. We monitoren de ontwikkelingen in de wetgeving wel in dit kader. Er is ook gezegd dat de raad geïnformeerd wordt begin 2025 over de laatste ontwikkelingen, niet zozeer alleen maar op duurzaamheid, maar gewoon op wat er in die P&C-cycli moet komen en wat dat betekent voor de gemeente Haarlemmermeer. Dus die toezegging ligt er al. Er is op dit moment ook geen capaciteit voor beschikbaar om die motie uit te voeren. Als u dat toch zou willen doen, is daar ook budget voor bij nodig. Maar kort samengevat, we komen al terug naar de raad met 'wat is er allemaal nodig?' Zolang er geen verplichting ligt om dat te doen, houden we dat nog even af gezien alle eisen die er al zijn. Dank u wel.

De VOORZITTER: Dan kijk ik even rond of dit nog vragen oproept op dit moment. Dat is niet het geval. Ik durf het bijna niet meer te vragen, maar dan is volgens mij nu het moment om de heer Bier te vragen naar voren te komen. Iemand nog nu? Nu kan het nog. De heer BIER: Ja. Mijn app suggereerde dat ik aan een avondwandeling was begonnen. Dat is niet helemaal waar. Ik kom het eerste onderwerp inleiden. Dat gaat over structureel versus incidenteel. Dat valt uiteen in twee onderdelen; de vraag 'als het al € 23 miljoen overschot is en als dat al allemaal incidenteel is, is dat dan niet enorm veel in het kader van het idee dat de helft van onze activiteiten sowieso al doorgeefgeld is?' Dan is het probleem nog een keertje een factor 2 groter. En het andere punt hierbij is: als we naar de toelichting kijken op incidenteel, is het dan wel incidenteel? Want het Gemeentefonds is onze belangrijkste bron van inkomsten en de bijstelling van het Gemeentefonds wordt hier opgevoerd als incidenteel. Ja, je kan het misschien niet van tevoren weten, maar het gebeurt wel elk jaar. En het gaat over onze kerntaken. Er zijn twee andere voorbeelden bij. We hebben voorzieningen vrij laten vallen. Eentje voor dubieuze debiteuren en eentje voor loon- en prijsontwikkeling. Dat zijn toch ook voorzieningen die gevormd zijn met geld.

Dat geld is waarschijnlijk uit de structurele middelen gekomen en dan zou het in de lijn der verwachting liggen dat het ook weer in de structurele middelen terugkomt. Dat wilde ik graag inbrengen en horen hoe daarover gedacht wordt. De VOORZITTER: Ik ben er ook heel benieuwd naar. Is incidenteel niet incidenteel? Is er iemand die daar een reactie op zou willen geven? Ik ben zelf voorzitter, dus ik mag het niet. Mijnheer Vermeulen, kijk eens. De heer VERMEULEN: Voorzitter, ik heb een klein beetje behoefte aan verduidelijking van waar mijnheer Bier precies naartoe wil. Want het is op dit moment een technisch verhaal, maar welke gedachte zit erachter? Wat wilt u bereiken? De heer BIER: Wat erachter zit, is natuurlijk ons budgetrecht. Gaat het om een overschot in de structuur, dan gaat het naar de algemene reserve en kunnen wij er vrijer over beschikken. Gaat het om een overschot incidenteel, dan hebben we de afspraak 'Reserve schaalsprong'. Dan is het al bestemd. Dan vloeit het uit onze handen weg. Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

4

De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Voorzitter, dat kan ik heel goed volgen en dat is ook eigenlijk een van mijn zorgen over de manier waarop we begroten. We moeten een sluitende begroting maken. Dat is een verplichting die we hebben. En op de sluitende begroting blijft, omdat we bepaalde doelen niet halen, ieder jaar een fors bedrag over, ondanks dat er soms ook geprognotiseerd negatieve resultaten in zitten. Mijn zorg is – en ik weet zeker dat dat niet gebeurt – dat het bijna zo is alsof je te veel begroot, zodat je die Schaalsprong Wonen kunt vullen. Dat is natuurlijk niet zo, maar stel dat die gedachte erachter zou zitten, dan zou ik inderdaad liever op voorhand dan dat geld een andere bestemming geven. De VOORZITTER: Mijnheer Rip. De heer RIP: Het is inderdaad heel technisch, maar ik heb altijd begrepen – en ik weet niet of dat zo is, anders moet u me maar corrigeren – dat incidenteel geld ook maximaal drie jaar structureel gemaakt kan worden. Ik weet niet of dat zo is. Als dat zo is, hebben we toch een hoop opgelost? De VOORZITTER: Mijnheer Bier, kunt u daar… De heer BIER: Ik vind het bijna een vraag aan de portefeuillehouder. Ik kan het wel volgen. Ik denk ook dat het, gelet op de omschrijving in de najaarsrapportage, wel van toepassing zou kunnen zijn. De VOORZITTER: Ik denk dat we ook dadelijk wel even die kant op kunnen gaan.

Ik weet niet of dat nu al…. De heer RIP: Fijn, dat wilde ik u vragen. De VOORZITTER: Misschien dat eerst nog anderen even de inbreng leveren. Volgens mij is dat handig, dan hebben we het debat in ieder geval scherp. Mevrouw Gumbert en daarna mijnheer Achterbergh. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel voorzitter. De heer Bier weet vast wel dat wij altijd al pleiten voor realistischer begroten. In plaats van te zeggen 'we begroten 100%', maar slechts 65% te realiseren of misschien op een gegeven moment nog wel minder, lijkt het mij handiger om dan minder te begroten. Natuurlijk wel iets meer dan je hoopt, of dan je vreest, dat je uitgeeft; je wilt wel wat overhouden. Maar we dat hoeft niet de helft te zijn van wat je denkt werkelijk uit te kunnen geven. En dan heb je dus inderdaad meer geld over om structureel te besteden aan andere dingen. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: Ja, dank voorzitter. Ik heb een verduidelijkende vraag want mijnheer Bier zegt 'als het structureel is, dan gaat het naar de ADR, de algemene dekkingsreserve, en structureel gaat naar de Schaalsprong Wonen'. Maar is D66 het met de VVD eens dat het juist een heel goed idee is dat het naar die Schaalsprong Wonen gaat? Want volgens mij willen we woningen bouwen. De VOORZITTER: Kijk, nu gaat het over de Schaalsprong Wonen en dan is mijnheer Vermeulen ook bij de microfoon. Gaat uw gang.

De heer VERMEULEN: Voorzitter, het risico dat je dan loopt, is dat er eigenlijk een enorme prikkel komt om de begroting wat op te pompen en die reserves te hebben omdat je de Schaalsprong Wonen wilt Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

5

vullen. Ik denk dat dat iets is dat je moet voorkomen want als je dat dan wilt, moet je dat gewoon aan de raad vragen; mogen we ieder jaar de Schaalsprong Wonen vullen? Dat is dan de betere vraag. Maar als het op deze manier gaat, denk ik niet dat dat de manier is waarop de raad ermee om hoort te gaan. De VOORZITTER: Mijnheer Van der Peet stond ook al een tijdje klaar. De heer VAN DER PEET: Dank u wel voorzitter. De heer Vermeulen zei al dat hij denkt dat het niet zo gaat. Ik denk ook dat het niet zo gaat. Dat zou wel een heel vervelende prikkel zijn. Ik denk dat ook als we het in de Schaalsprong Wonen stoppen, er altijd als we daar gaat uit willen onttrekken, een kredietvoorstel naar de raad voor komt. Dus beslissen we als raad uiteindelijk alsnog over hoe we dat geld besteden. En ik denk dat de oproep die u doet eigenlijk al zit in de denklijn 'scherper aan de wind varen', even uit mijn hoofd gezegd, waarbij het college volgens mij al flink wat oproepen heeft gehad vanuit de verschillende partijen om te kijken naar de technische mogelijkheden die we hebben om de problematiek voor de lange termijn te verzachten. De VOORZITTER: De heer Vermeulen. Daarna… De heer VERMEULEN: Ja, ik zou daar namelijk graag nog een aanvulling op doen.

Als wij natuurlijk een debat hebben, en dat debat komt eraan, over pijnlijke ombuigingen, terwijl we tegelijkertijd aan het einde van het jaar een Schaalsprong Wonen aan het vullen zijn, denk ik dat de raad ook dan andere keuzes zou willen maken en een ander gesprek zou willen hebben en dat je eerder zou zeggen 'wij kiezen ervoor om realistischer te begroten en wellicht bepaalde ombuigingen niet te hoeven doen'. Ik denk dat dat het belangrijkste signaal is dat we ook nog aan het college mee willen geven. Ondanks dat ik net hoor dat er al heel hard aan gewerkt wordt, want als je niet hoeft om te buigen, moet je dat ook doen. De VOORZITTER: Mevrouw Gumbert, nog aanvullend? Mevrouw GUMBERT: Ja zeker, voorzitter, want dat is precies wat we kunnen. We kunnen ombuigingen voorkomen en wellicht is dat niet op de heel lange termijn, maar misschien kan het op een gegeven moment wel. Maar zolang er aan het eind van het jaar nog een paar miljoen of een paar tientallen miljoenen over zijn, hadden we die dus nog niet hoeven te bezuinigen. Dus het lijkt mij heel relevant om daar goed naar te kijken en te zorgen dat we minder overhouden, zeker als we het jaar daarvoor ook al hebben doorgeschoven. De VOORZITTER: Mijnheer Rip. De heer RIP: Ik ben het daar wel mee eens. Ik wil even benadrukken dat we met de Schaalsprong geen woningen bouwen. Daar moeten we wel heel realistisch in zijn.

Daar bouw je geen woningen mee. In het kader van die ombuigingen hebben wij als HAP ook constant gezegd 'pas goed op en laten we zo lang mogelijk wachten met definitieve beslissingen nemen'. Wij zijn ook van mening dat ombuigen helemaal niet nodig is. We zijn ook benieuwd naar die discussie die aanstaande is. De VOORZITTER: Die discussie is aanstaande, maar die is ook nu al een beetje aan de orde. Mevrouw Gumbert.

Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

6

Mevrouw GUMBERT: Dank u wel voorzitter. Ik wil nog even één ding toevoegen, namelijk dat realistisch begroten niet iets is dat alleen in het kader van ombuigingen belangrijk is. Het is namelijk altijd standaard een ding dat anders en beter kan. De VOORZITTER: Ik kijk even rond. Mijnheer Van der Peet heeft nog een aanvullende opmerking. De heer VAN DER PEET: Ik had er twee eigenlijk, maar mijnheer Rip is al weer weggelopen. Maar ik denk dat feitelijk klopt wat u zegt, dat we met de Schaalsprong Wonen niet direct woningen bouwen. Maar ik denk dat met dat geld onttrekken voor groen en grijs, de rekening voor het realiseren van woningen een stuk gunstiger wordt, waardoor er projecten wel kunnen doorgaan, in plaats van niet. Dus volgens mij is het indirect wel het geval. Het tweede is dat we, denk ik, niet moeten vergeten dat de € 23 miljoen overschot dit jaar – en de afgelopen jaren hebben we ook heel grote bedragen gezien – ook onder heel specifieke omstandigheden voorkwamen. Coronagelden die later werden uitgekeerd. Kosten voor de vluchtelingen uit Oekraïne die na-ijlen. Dat zijn zaken die we nu een aantal jaar achter elkaar hebben gehad. Maar het is niet zo dat we automatisch elke keer een bedrag in de € 10 of 20 miljoen hebben dat we zomaar overhouden. De VOORZITTER: Mijnheer Rip wil toch nog een reactie geven.

De heer RIP: Mijnheer Van der Peet, u bent het toch wel met de fractie HAP eens dat we de laatste jaren wel een soort structurele trend zien dat we elke keer overhouden? Want de prognose voor 2025 is, dacht ik, ook plus € 11 miljoen. Dus kunnen we niet langzaamaan ervan spreken dat het elk jaar hetzelfde is? We beginnen het jaar met heel zwaar onweer voorspellen en aan het eind van het jaar hebben we allemaal feest. De VOORZITTER: We zijn aan het eind van het jaar. Dus mijnheer Van der Peet. De heer VAN DER PEET: Ik ben het zeker met u eens dat er wel een vorm van structureel karakter in zit. Vandaar dat wij ook helemaal niet afwijzend staan tegenover het scherper aan de wind varen. Dat hebben we in onze bijdrage twee weken geleden ook al aangegeven, dus daar gaat het niet om. Het gaat mij om de hoogte. Een verschil van € 5 of € 7 miljoen ten opzichte van € 23 miljoen is nogal een groot gat. De VOORZITTER: Mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Dank u wel voorzitter. Ik ben in ieder geval blij te horen, maar dat was eigenlijk ook al duidelijk uit de eerste termijn, dat we het er allemaal wel over eens zijn dat realistisch begroten echt belangrijk is en dat ook duidelijk is dat dat nu niet gebeurt. Maar ik meen me ook te herinneren dat de wethouder aangaf dat zij het ook met ons eens was, of dat het college dat was, excuus, dat het begroten soms beter of realistischer kan.

Dus ik heb dat zo geïnterpreteerd dat het college daar iets mee gaat doen en dat we hopelijk de volgende ronde iets realistischer cijfers te zien krijgen. De VOORZITTER: Mijnheer Van der Peet, die kan een reactie geven op mevrouw Denie. De heer VAN DER PEET: Ja, ik dacht 'ik ga rustig zitten', maar ik moet toch even reageren want u zei 'dat doen we nu dus niet'. Dat vind ik wel een heel boude uitspraak en erg kort door de bocht. Dat het beter kan, daar zijn we het, denk ik, wel over eens. Maar nu zegt u dat dat niet gebeurt en dat ben ik niet met u eens. Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

7

De VOORZITTER: Mevrouw Denie, een boude uitspraak. Mevrouw DENIE: Ja, dank u wel. Oké, dan zijn we het daar niet over eens, laat ik het dan even nuanceren. We zijn het er wel over eens dat het niet voldoende is zo. De VOORZITTER: Ik denk dat het handig is als ik nu eerst het woord geef aan de heer Bier en dan ook nog even aan het college om te vragen of het een reactie kan geven op wat er gezegd is. De heer Bier, kunt u afronden wat u hier gehoord heeft? Nee, het college heeft daar geen behoefte aan, hoor ik. Dat is ook prima. Dan geef ik het woord aan de heer Bier om af te ronden. De heer BIER: Ik wil eigenlijk alleen nog even reageren op de opmerking van de VVD, van mijnheer Achterbergh. Het gaat er bij incidenteel-structureel niet om of je het wel of niet in de reserve Schaalsprong gooit. Het gaat om het automatisme dat er nu in zit en welke posten worden opgevoerd om hem te vullen. Dan hebben we het over een bijstelling van het Gemeentefonds, vrijvallen van twee voorzieningen en ja, inderdaad, twee heel incidentele dingen als je het hebt over verkoop van deelnemingen. Dat is echt wel logisch. De VOORZITTER: Dan heb ik het woord gegeven aan de heer Bier om dit deeldebatje af te ronden. Wilt u toch heel graag nog hierop reageren? Mijnheer Rip? De heer RIP: Nee, maar ik vond dat u wel heel snel begon af te ronden. Ik had echt een serieuze vraag aan het college.

Dat gaat over incidenteel: mag je dat drie jaar lang in structurele zin gebruiken? De VOORZITTER: Ik heb de vraag gehoord. Ik heb de vraag aan het college gesteld, maar het college gaf zelf aan liever geen antwoord te geven, want het is de tweede termijn. Dan geef ik toch mevrouw Van Straten het woord. Ja, misschien is het flauw, maar de vraag is gesteld. Wethouder VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Ik probeer mijn best te doen om de orde van de raad te handhaven. U bent de vorige keer uitgelopen en u had geen gelegenheid om de tweede termijn aan te gaan. Die orde wilde ik respecteren. Maar om de vraag te beantwoorden, als iets langer dan drie jaar incidenteel voorkomt, kun je ervan uitgaan dat het op een gegeven moment structureel is. De VOORZITTER: Dank. Dank ook voor het soepel reageren op de vraag van de raad. Ik vraag de heer Bier om terug te lopen naar zijn plek en dan geef ik nu het woord aan – dan moet ik even denken – Forza! om het onderwerp 'de verlanglijst van de raad voor zodra er geld vrijkomt', in te leiden. De verlanglijsten hebben we al een beetje gehad in de decembermaand, maar de kerstman moet ook nog komen. De heer VERMEULEN: Het is een beetje in lijn met het vorige eigenlijk, maar dat kan ook bijna niet anders als je ergens half december, of eigenlijk misschien wel eind december, een najaarsrapportage bespreekt.

Ik lees even een klein stukje voor uit het raadsvoorstel. Er staat 'In de najaarsrapportage rapporteren wij aan de raad over de uitvoering van beleid en onvermijdelijke afwijkingen in 2024 ten opzichte van de Programmabegroting 2024-2027 en/of de Voorjaarsrapportage 2024'. En nu komt-ie. 'Waar nodig doen we voorstellen om de begroting te wijzigen. Zo voorkomen we dat in de Jaarstukken 2024 baten en lasten worden verantwoord die niet door de raad zijn geautoriseerd en daarmee onrechtmatig zijn.' Dat wil ik eigenlijk een klein beetje omdraaien. Dat is dan ook het voorstel dat ik hier mee wil geven. We moeten een sluitende begroting maken. Dat is één ding. Daar ontkomen we niet aan. Dat zijn de regels. Die sluitende begroting, dat hebben we net ook al vastgesteld, resulteert er niet Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

8

zelden in dat daar een fors bedrag overblijft. We kunnen niet 'overbegroten' want we kunnen niet begroten met een verlies daar al in verwerkt. Dus mijn voorstel is om met een addendum te komen, zodat aan het einde van de rit niet het college besluit, of voorstellen doet, waar al dat geld naartoe gaat, maar zelf inderdaad al met een wensenlijstje komen voor als er geld overblijft, waar we dat aan besteed zouden willen zien. Mijn idee zou ik eigenlijk aan jullie voor willen leggen en vragen wat de andere fracties daarvan vinden. De VOORZITTER: Het wensenlijstje vooraf meegeven. Ik zag mijnheer Beusenberg daar al een idee over hebben. De heer BEUSENBERG: Ja dank u, voorzitter. Ik zou de heer Vermeulen willen vragen: is het nou daadwerkelijk zo erg dat er overschotten zijn? Want ik denk dat het probleem groter wordt als er tekorten zijn.

Wij staan natuurlijk altijd als raad aan het roer bij wat er dan met dat overgebleven geld gebeurt, toch? Bent u dat met de fractie van SRH eens? En ten tweede, dan kunnen wij toch als raad bepalen waar dat geld naartoe gaat? Want als je iedere keer aan het begin van het jaar, zoals er ook gezegd wordt, moet bezuinigen, terwijl er tientallen miljoenen overblijven, kan de raad daar – lijkt mij, alhoewel dit niet mijn portefeuille is, want die is van Tim Beusenberg – toch met de vingers aan zitten en zeggen waar het naartoe moet? Die schaalvergroting bouwen, dat bepalen wij toch? De VOORZITTER: De Schaalsprong, bedoelde u. Volgens mij gaan we nu eerst anderen het woord geven om reacties te geven. De heer VERMEULEN: Dit was een heel… De VOORZITTER: Ik dacht dat we eerst de andere reacties ophalen. Dat lijkt me handiger. Mevrouw Gumbert. Mevrouw GUMBERT: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wilde eigenlijk ook wel op de heer Beusenberg reageren want hij stelt namelijk dat wij daar zelf over kunnen beslissen. Maar het rottige is dat het nu 19 december is. Wij kunnen nu voor 2024 niets meer beslissen als raad, want het jaar is gewoon om. We hebben bij de begroting een motie ingediend om de raad eerder te informeren als er overschotten dreigen, als er onderbesteding dreigt. Als dus geplande investeringen, begrote investeringen, niet kunnen worden gedaan om wat voor reden dan ook.

Want dan moet er een keuze gemaakt worden: welke dingen gaan we dan nog wel doen? Welke dingen krijgen prioriteit en welke dingen moeten we dan laten vervallen? Want dan blijft er dus geld over. Op het moment dat wij die informatie niet ter bespreking krijgen eind december, maar eerder in het jaar, heeft de raad nog de mogelijkheid om daar een verlanglijstje voor een andere bestemming voor in te dienen. De VOORZITTER: Mijnheer Van der Peet. Nee, anders wordt het een een-tweetje. Het was geen… Volgens mij is uw naam niet eens genoemd. O ja, 'in reactie op', maar dat was het. Maar mijnheer Vermeulen heeft het ingeleid en mijnheer Van der Peet geeft nu een reactie op de vraag van mijnheer Vermeulen 'zouden we een verlanglijstje moeten indienen vooraf?' De heer VAN DER PEET: Dank u wel voorzitter. Volgens mij hebben we, als we het proces helemaal goed doorlopen, eigenlijk al de handvatten in huis om dat te doen. Want we hebben de najaarsrapportage, dat is het meest actuele beeld van wat we begroten, en vervolgens hebben we de jaarrekening waar we daadwerkelijk vaststellen of we iets hebben overgehouden. Dat is het moment dat je ook dat geld pas echt beschikbaar hebt om iets mee te doen.

Dit moment, dit debat is bij uitstek Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

9

een mogelijkheid om als raad kaders mee te geven voor voorstellen waar het college mee kan komen bij de jaarrekening. Dat is pas het moment dat we besluiten over wat we met het overschot doen. Dus een voorstel om het in de Schaalsprong te stoppen, is altijd gecombineerd met de jaarrekening. De VOORZITTER: Mijnheer Rip. De heer RIP: Ik vind het altijd mooi als ideeën op tafel gelegd worden. Ik wil mijnheer Vermeulen vragen: hoe had u dat vorm willen geven? Hoe moeten we dat zien? Hoe komen we tot een wensenlijstje waar de hele raad een plezier aan beleeft? De VOORZITTER: De 'hoe-vraag'. De heer Bier. De heer BIER: Ja, dank u wel. Dit voelt als een veel beter seizoen om het eigenlijk maar gewoon te herhalen: bij de voorjaarsrapportage heeft D66 meegegeven dat we ons niet Sinterklaas moesten voelen als we een enorm positief resultaat zouden hebben. Ik heb me toen verbaasd over het enorme enthousiasme over alle moties om extra geld uit te geven. Ik sluit me dan aan bij mijnheer Beusenberg. Het is niet erg als er geld overblijft natuurlijk, maar je wilt wel realistisch begroten. Je wilt van tevoren weten waar je aan toe bent, zodat je het niet aan het eind van het jaar hebt over heel grote gaten ten opzichte van de begroting. Daar gaat het uiteindelijk om. De VOORZITTER: De heer De Ruiter. De heer DE RUITER: Ja dank u, voorzitter.

Het verbaast u misschien, maar ik sluit me geheel aan bij het punt van mevrouw Gumbert. Ik heb in mijn eerste termijn 'het kloteklaren' voor het college genoemd. De VOORZITTER: Dat verbaast me helemaal niets, mijnheer De Ruiter. De heer DE RUITER: Pardon? De VOORZITTER: Mij verbaast niets, zei ik. De heer DE RUITER: Daarom zei ik ook 'het verbaast u misschien'. Ik heb het in mijn eerste termijn 'het kloteklaren van het college' genoemd. Dat is misschien een boude uitdrukking, maar dat is wel waar het op neerkomt als ons veertien dagen voor het einde, voor het sluiten van het jaar, gevraagd wordt om een handtekening, om te tekenen bij het kruisje voor de bestedingen die niet gedaan zijn, die wel gedaan hadden moeten worden of hadden kunnen worden. Om dan terug te komen op het voorstel van mijnheer Vermeulen. Dat vind ik op zich niet zo'n goed plan. Het zal de begroting heel erg vervuilen om al verlanglijstjes in te dienen over geld dat er misschien wel is of misschien niet is en dat misschien wel uitgegeven zal worden of misschien niet uitgegeven zal worden. Het college moet gewoon eerder komen met duidelijke cijfers zodat als dan blijkt dat er een fors overschot blijft, we nog tijdig kunnen besluiten wat er op dat moment van belang is om in te investeren als gemeente. Dat is ons punt. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh namens de VVD.

De heer ACHTERBERGH: Ik dacht 'ik ga eens luisteren naar wat mijn collega's allemaal zeggen over deze stelling van Forza!' Maar inderdaad, zoals mijnheer Beusenberg ook al zegt, er zijn heel veel gemeenten die tientallen tekortkomen. Dat is een iets groter probleem dan dat je overhoudt. Wat we overhouden, is niet weg. Het is niet zo dat het verdampt. Het is niet zo dat het weggegeven wordt. We Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

10

hoeven het niet terug aan het rijk te geven. Het is gewoon ons geld. En wat we daarmee doen, daar gaan wij inderdaad zelf over. Maar nu wordt een beetje de illusie gewekt dat wij slecht begroten. Dat wil ik echt bestrijden. Ik geloof echt dat we zoveel mogelijk realistisch begroten. Alleen als je nu naar de najaarsrapportage kijkt, zijn de plussen die we ten opzichte van de begroting zien, allemaal wel goed onderbouwd. Dat gebeurt. Ja, we zijn een heel grote gemeente en we hebben geen 5500 inwoners meer, zoals waar we vroeger in Haarlemmerliede en Spaarnwoude mee zaten. Het gaat om een grote gemeente. Dus ja, dan is het risico, althans risico, de kans groot dat je op bepaalde posten misschien iets een keer niet kunt uitgeven of dat je een keer wat overhoudt. Dus ik zie het probleem niet zo. De VOORZITTER: Mevrouw Gumbert zag ook het probleem wel. Daarna mijnheer De Ruiter. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel voorzitter. Ik was de vorige keer bij de najaarsrapportage nog vergeten aan mijnheer Achterbergh te vragen welke gemeenten dat dan zijn die tekorten hebben op dit moment. Want ik ken ze in ieder geval niet. Het komt heel veel voor dat er overschotten zijn. Er blijft echt heel veel over, wat ook logisch is, want je moet in ieder geval voorzichtig begroten. Je moet natuurlijk niet heel krap gaan zitten. Dat snap ik ook wel.

Maar ik wilde ook nog reageren op wat mijnheer Van der Peet zei 'het is helemaal niet zo dat we dat geld nu al kunnen bestemmen'. Nee, het kan nu al niet meer. Het is nu al te laat, want het is geld voor 2024. Dat kan dus niet meer uitgegeven worden. Het klopt wel dat we pas bij de jaarstukken definitief weten hoeveel het is, waarschijnlijk nog een slok op een borrel meer dan het nu is. Maar wij kunnen er niets meer mee. We kunnen alleen maar besluiten naar welke reserve het dan gaat. De VOORZITTER: Mijnheer Van der Peet en mijnheer Achterbergh werden allebei rechtstreeks aangesproken, maar de heer Achterbergh geeft het woord aan de heer Van der Peet. De heer VAN DER PEET: Dank u wel voorzitter. De voorjaarsrapportage handelen we vlak voor de zomer af. Dan komt daarna een najaarsrapportage. Daartussen zit nog een programmabegroting. Het kan wat eerder, maar al is het in oktober, dan hebben wij niet de illusie dat we dan nog geld in het potje hebben en dat in die drie maanden tijd nog even erdoorheen halen, met de ambtenarencapaciteit die we hebben. Dus het geld dat we overhouden in 2024 is per definitie, denk ik, pas uit te geven in 2025 of 2026 of 2027. De VOORZITTER: Het lijkt me dat we een beetje in een cirkel ronddraaien. Mijnheer De Ruiter. De heer DE RUITER: Misschien kan ik die cirkel doorbreken voorzitter.

Ik had eigenlijk een verduidelijkende vraag aan mijnheer Achterbergh. Ik heb hem niet zo duidelijk horen zeggen of hij nu wel of niet een voorstander is van het voorgestelde verlanglijstje. De VOORZITTER: U heeft geluk, hij staat naast u. Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: Ik moet ook nog op mevrouw Gumbert reageren. Maar ik zal uit beleefdheid eerst mijnheer De Ruiter antwoord geven. Ja, verlanglijstjes stuur je naar de Noordpool. Daar is de kerstman voor. Maar zonder gekkigheid. Er werd net ook al door GroenLinks gezegd 'je kunt aan het eind van het jaar niet meer je verlanglijstjes insturen'. Volgens mij hebben wij als raad voldoende momenten om onze verlanglijstjes in te dienen. Daar heb je een voorjaarsrapportage voor, de begroting is daar voor. Daar kunnen we moties indienen. Dus volgens mij is er genoeg ruimte voor om dat als raad te doen. Dat is één. Als het dan om voorbeelden gaat van gemeenten waar het wat minder goed gaat, kan ik er heel veel opnoemen, maar het beste voorbeeld is Amsterdam. 'Ja, maar die begroting is toch rondgekomen?' Ja, Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

11

maar ze hebben wel hun inwoners uitgeknepen door 27% ozb er bovenop te gooien. En weet u wat het vervelende daarvan is? Dat er minder sociale huurwoningen worden gebouwd in Amsterdam. De VOORZITTER: Mevrouw Gumbert nog? Ik geef het woord aan mijnheer Vermeulen, denk ik, om het debatje af te ronden. De heer VERMEULEN: Ik heb eigenlijk mijn best gedaan om het heel goed uit te leggen. En dan is mevrouw Gumbert de enige die eigenlijk de boodschap heeft begrepen. Wij klagen er iedere keer over dat wij te laat op de hoogte zijn van overschotten. De hele cyclus die mijnheer Achterbergh noemt… Hij komt, vertelde hij net, uit een heel kleine gemeente met 5500 inwoners en het gaat er hier anders aan toe. Hier blijven we gewoon ieder jaar zien dat de begroting niet wordt gehaald. Tegelijkertijd zien we, en ik noem maar een voorbeeld, dat de wethouder moeite heeft om in de openbare ruimte met het budget dat ze heeft, haar werk voor elkaar te krijgen. Dus als je een klein beetje over hebt – en ik hoef maar te denken aan het hele opknappen van de Ringdijk waar we inmiddels, volgens mij, al een jaar of tien mee bezig zijn en waar werkzaamheden steeds naar de toekomst worden verschoven – kun je op het moment dat je weet dat je een paar miljoen overhoudt, wachten tot het einde van het jaar en dan half december ermee komen en vertellen 'we gaan allemaal potjes vullen'.

Maar we kunnen ook een lijstje meegeven 'luister, als je weet dat je een paar miljoen euro overhoudt, ook al is dat incidenteel geld, geef dat dan aan de wethouder, bijvoorbeeld voor de openbare ruimte en geef haar de ruimte om dat opknappen van die Ringdijk uit te voeren', om maar iets te noemen. En op het moment dat wij in een addendum bij de begroting – want het mag nooit onderdeel uitmaken van de begroting – het college al de ruimte geven om geld dat overschiet voor zulke heel noodzakelijke dingen in te zetten, denk ik dat we onze inwoners een grotere dienst bewijzen dan door dat in Schaalsprong Wonen te storten. Dat was de inhoud van het debat eigenlijk. Maar helaas kon ik het debat niet bijsturen. De VOORZITTER: Dat heeft u nu gedaan. Ik had u het woord gegeven om af te ronden, maar ik zie dat dit toch weer een aantal mensen naar de microfoon heeft doen lopen. Ik kijk even naar de indieners van de moties of ze het erg vinden als we dit debatje nog even voortzetten. Ja, precies. Dus dan denk ik dat we nog wel even tijd hebben om het hierover te hebben. Mijnheer Rip als eerste. De heer RIP: Ik vond dat ik mijnheer Vermeulen een compliment moet geven. Zijn laatste afsluiting klonk de HAP natuurlijk als muziek in de oren. Want inderdaad, we hebben een portefeuillehouder die verantwoordelijk is voor de openbare buitenruimte, maar die hebben we te weinig geld meegegeven.

En als dat op het wensenlijstje komt, mijnheer Vermeulen, ben ik heel nieuwsgierig naar hoe we dat vorm gaan geven, de hoe-vraag dus. Want dan ben ik zeer enthousiast of zijn wij zeer enthousiast. De VOORZITTER: Bent u ook enthousiast, mevrouw Gumbert? Mevrouw GUMBERT: Zeker wel, mijnheer Beusenberg. Voorzitter, ik ben enthousiast over dit stukje van het debat op initiatief van de heer Vermeulen. Maar ik wil nog even reageren op mijnheer Achterbergh. Die zei namelijk 'maar we worden al voldoende geïnformeerd en eerder kan niet'. Bij de voorjaarsrapportage hebben wij een motie ingediend die is aangenomen. Die heet Inzicht in investeringen. De toenmalige wethouder van Financiën zei ook 'ja, dat kan ik eigenlijk wel doen'. Die was daar min of meer positief over. Hij zei 'ik kan hem wel omarmen'. Wij hebben geen inzicht gekregen in de investeringen sindsdien. Dat zouden we natuurlijk in de toekomst heel graag alsnog wel krijgen. Ik kijk hierbij de huidige wethouder van Financiën aan. Dus het lijkt mij dat er wel degelijk mogelijkheden zullen zijn om die informatie eerder te geven.

Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

12

De VOORZITTER: Waarvan akte. De heer Bier. De heer BIER: Dank u wel voorzitter. Ik vond het een mooi bruggetje naar de eerste termijn omdat de portefeuillehouder openbare ruimte kennelijk op pad wordt gestuurd met te weinig geld. We horen steeds 'het piept en het kraakt'. Kennelijk zit er in het incidentele vlak wel overschot. Ik vraag me af of die dingen echt incidenteel zijn of dat je die daar moet bijrekenen. En dan hoort bij een realistische begroting een portefeuillehouder op pad sturen met de middelen die die nodig heeft voor de taken die we geven. Het is bijna 'Haarlemmermeerse knaken bij Haarlemmermeerse taken'. De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen, lokt dit bij u nog een reactie uit? De heer VERMEULEN: Het college zit natuurlijk in een spagaat wat betreft de begroting want die moet sluitend zijn. En op het moment dat je hem sluitend maakt, kan het dus voorkomen dat een wethouder eigenlijk voor de taken die ze heeft, te weinig geld meekrijgt. Omdat er ook door ons als raad andere keuzes gemaakt zijn die ook allemaal in die begroting moeten passen. Ik denk juist daarom dat, als je op voorhand al een aantal dingen meegeeft 'luister, als die begroting meevalt, dan zouden we graag wat in eerste instantie structureel niet in de begroting past, in tweede instantie meegeven in zo'n addendum' we het gewoon kunnen gebruiken.

Dan investeer je het uiteindelijk ook in grijs, alleen dan niet in nieuw grijs, maar in oud grijs en in oud groen, dat ook gewoon onderhoud behoeft. Daar wil ik het mee afsluiten, met uw permissie. De VOORZITTER: Zeker. We worden allemaal grijzer, mijnheer Vermeulen. Dank daarvoor. En ook groener, precies. Dan is nu de tijd aangekomen om de motie te bespreken. Ik heb al naar mevrouw Denie gekeken. Volgens mij is er nog maar sprake van één motie en gaat het over de motie Een slimme volger is goed voorbereid. Ik geef het woord aan mevrouw Gumbert. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel voorzitter. Ik ben blij dat de wethouder nog een reactie heeft gegeven. Het ging ons er dus om dat er een verplichting komt, ook voor overheden, ook voor lagere overheden zoals gemeenten, om in hun financiële producten over duurzaamheid te rapporteren. Die verplichting is er nu nog niet, maar die gaat komen. We weten niet wanneer. Voor ondernemingen zal die waarschijnlijk ergens in 2025 komen. Dat zal ook problematisch zijn. We hebben net vandaag van de accountant gehoord in de Auditcommissie dat het voor ondernemingen nog lastig is. Wij hoopten met deze motie het college te stimuleren om alvast te gaan voorbereiden op het moment of de situatie dat dat verplicht zal zijn, maar waarschijnlijk doet het college dat zelf. We hebben dus van het college begrepen dat het dat al gaat doen.

We begrijpen ook dat het op dit moment heel ingewikkeld is, ook omdat die wetgeving er gewoon nog niet is. Dus wij zullen de motie niet in stemming brengen. Maar we vinden het wel fijn dat de wethouder vandaag daar nog op heeft kunnen reageren. Dank u wel. De VOORZITTER: Is er nog een vraag die u aan uw collega's stelt? Op dit moment niet, merk ik. Dan betekent dat ook dat er verder geen debat over deze motie zal zijn op dit moment. Of wil iemand nu een reactie geven? Nee, dat lijkt me ook niet hoor. Dat betekent dus dat ik ook… O, ik wilde net gaan afsluiten. U bent net op tijd, laat ik het zo zeggen. Het is 19.45 uur dus we hebben nog even de tijd, ik kan er niets anders van maken. Mijnheer Beusenberg heeft het woord. De heer BEUSENBERG: Voorzitter, we hebben als inwoners en bedrijven in Nederland al heel veel voor onze kiezen gehad met betrekking tot slim investeren in met name energie, zuinige energie. Maar het komt steeds meer naar boven dat die zuinige energie eigenlijk helemaal niet zuiniger is en elektrische auto's eigenlijk helemaal niet verstandig zijn. Dus ik zou een vraag aan het college daartegenover willen zetten: voordat u zich in dit soort zaken gaat verdiepen, wacht in ieder geval, zodat Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

13

u niet volgt, tot u zeker weet dat het voor de inwoners van de gemeente Haarlemmermeer en misschien wel in Nederland wel rendabel zal zijn. Met name wat betreft groen en groene energie. Dank u. De VOORZITTER: U mag iets terugzeggen, als niemand anders in de arena komt en zich geroepen voelt. Dan mag u dat doen. Het is niet helemaal het punt dat aan de orde is, maar we hebben nog een kwartier de tijd. Ik denk het wel want ik denk dat er vragen komen aan u, mijnheer Beusenberg. Mijnheer Bier. De heer BIER: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vind het eigenlijk wel jammer dat duurzaam rendement nu wordt platgeslagen tot enkel geld. Wij hebben onze muur geïsoleerd en de eerste dag op de bank was meteen raak en was het terugverdiend want het is veel comfortabeler als je geen tocht in je nek hebt. Wij hebben gewoon een gasverwarming. Het is een stuk zuiniger geworden. Dat is helemaal niet afhankelijk van of je gaat elektrificeren of wat dan ook. Duurzame investeringen lonen eigenlijk altijd. De VOORZITTER: Kijk, we komen aan de huiselijke verhalen toe. Mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Ja, met uw permissie ga ik even terug naar het onderwerp. Dat is de rapportage van de gemeente. Het is een klein beetje alsof je rijlessen neemt maar nog niet weet aan welke kant van de weg je moet rijden en dat rijbewijs haalt terwijl je links rijdt en later blijkt dat het rechts moet zijn.

Dat is, denk ik, niet heel efficiënt. En vanuit dat oogpunt denk ik dat het ook niet verstandig is om als gemeente nu te beginnen, als je niet weet wat de normen zijn voor die rapportages waar je aan moet voldoen. Ik denk dat het veel belangrijker is voor bedrijven, voor mensen… Laat ik het zo zeggen. Eigenlijk vind ik dat je bedrijven ook die verplichting niet moet opleggen. Maar ik kan me voorstellen dat je als consument die het heel belangrijk vindt dat een bedrijf zich inspant voor wat dan ook, milieu en klimaat, en daar waarde aan hecht, dan ook in een rapportage kunt zien dat dat bedrijf dat doet. En uiteindelijk denk ik dat overheden wat dat betreft veel meer volgend zullen zijn want die ontkomen er ook niet aan. Die zullen ook willen laten weten wat ze doen. Maar laten we wachten totdat het zover is dat daar ook bepaalde normen voor zijn. De VOORZITTER: Ik zie dat anderen zijn gaan zitten dus het woord is aan mevrouw Gumbert om af te ronden, denk ik. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel voorzitter. Het punt van onze motie was ook 'als dit voor ondernemers verplicht is, dan wordt het niet door ons verplicht, maar die verplichting is er wel of zal er binnenkort zijn en is het eigenlijk raar dat wij ons als overheid niet aan regels zouden moeten houden waar ondernemers wel toe worden gedwongen'.

Hoe ernstig, hoe belastend die dwang dan is, hangt natuurlijk van de ondernemer of de overheid af. Maar wij hadden gewoon het idee 'laten wij ons ook aan die regels gaan houden en zorgen dat we voorbereid zijn voor wanneer die ingevoerd moeten worden'. Dat was het punt van de motie. De VOORZITTER: Laten we ons aan regels houden. Mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Als we nog wat tijd hebben praten we die gewoon vol. Anders zitten we elkaar maar aan te kijken. Kijk, de gemeente bakt geen brood, bouwt geen huis. Wij produceren niets. Behalve het hier praten en dat is al belastend genoeg, maar niet zozeer voor het milieu en voor het klimaat. Als wij iets doen, dan laten we iets doen door een onderneming. Een ondernemer bouwt voor ons een raadhuis en die ondernemer heeft straks de verplichting om aan bepaalde regels te voldoen. Dus uiteindelijk voldoen wij aan alle regels omdat we zelf niets voortbrengen, behalve de lucht die we hier uitademen. Zo komt het vanzelf goed. Dus zelfs als we erover moeten rapporteren, kunnen we alleen Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

14

trots zeggen dat we alleen werken met ondernemingen die aan hun wettelijke plicht voldoen en rapporteren over milieu en klimaat. De VOORZITTER: Als laatste het woord aan mevrouw Gumbert. Mevrouw GUMBERT: Ik ben dat niet helemaal eens met de heer Vermeulen want we hebben ook eigen doelstellingen die we ook zelf moeten behalen en die niet alleen afhankelijk zijn van die ondernemers. Maar goed, nu gaat hij weer terug. De VOORZITTER: Ik ga dit afkappen, want ik constateer dat u het niet eens bent met elkaar. Dat kan. Daarvoor is in deze raad altijd voldoende gelegenheid. U heeft een motie ingediend en dan wordt die ter stemming gebracht. Nee, hij wordt niet ter stemming gebracht, want dat heeft u gezegd. Dus zullen we nooit merken hoe het uitpakt. Maar we hebben wel gemerkt dat u het niet eens bent met elkaar en dat zal wel zo blijven. Dus ik dank u voor uw inbreng. Ik dank eenieder voor zijn inbreng bij dit debat. Ik kijk rond of er nog iets is dat gezegd moet worden en dat is volgens mij niet het geval. Dan kan ik concluderen dat ik de najaarsrapportage door kan voeren naar stemming, dat geldt voor beide raadsvoorstellen, sorry. Zoals in het begin aangegeven, moet over deze voorstellen vanavond bij de stemming worden besloten. Ik zal het nog maar eens benadrukken. En met deze woorden… De heer BEUSENBERG: Nee, niet slaan, ik heb een voorstel.

De VOORZITTER: Een ordevoorstel, hoop ik? De heer BEUSENBERG: Ja, een ordevoorstel. We hebben een kleine veertig minuten over voor de volgende sessie. Ja, het is 19.50 uur maar om 20.30 uur begint de volgende toch pas? Ik wil het juist over die pauze hebben. Ik stel voor om die pauze eventueel te gebruiken om die moties te bespreken. Zou dat niet een goed voorstel zijn? De VOORZITTER: U kunt het aan mij vragen. Als voorzitter zou ik u adviseren om dat niet te doen omdat we dat niet gewoon zijn en mensen die ons misschien volgen dan niet de gelegenheid hebben om dat te kunnen volgen, want ze weten niet wat er gebeurt. Maar ik wil het best in stemming brengen. We hebben in ieder geval een quorum, dat kan ik wel zeggen. Zijn er mensen die nu over de moties zouden willen spreken of die er bezwaar tegen hebben om daar nu over te spreken? Ik zie een zwaaiende vinger van mevrouw Denie. Mevrouw DENIE: Ja, dank u wel voorzitter. Ik vind het ook een leuk idee, maar niet iedereen is er en dat maakt het niet mogelijk om nu goed te beslissen, ondanks dat er genoeg mensen aanwezig zijn voor een quorum. De VOORZITTER: U heeft formeel zeker gelijk. Ik vraag het ook aan degenen die er wel zijn. Dat is genoeg om over het ordevoorstel te beslissen. Maar ik zie dat veel mensen… Ik ga eerst het voorstel van mevrouw Denie in stemming brengen om het er nu niet over te hebben.

Dat kan gewoon met handopsteken op dit moment. En dan zie ik dat alleen mijnheer Beusenberg die tijd zou willen gebruiken. Dan concludeer ik dat we om 20.30 uur verdergaan met de volgende sessie. Over de moties hebben we het om 22.15 uur. Dan sluit ik deze vergadering.

Conceptverslag (VERVOLG GESCHORST SESSIEDEBAT VAN 12 DECEMBER) Sessiedebat RV Najaarsrapportage 2024 & RV Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2024 19 december 2024

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=0a2f52fe-6378-4624-8bab-c43b5d9c310d