2024-07-18 Sessiedebat Nota Startnotitie short stay
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 18 JULI 2024 Onderwerp:
Nota Startnotitie short stay (11094514)
Voorzitter:
mw. M. Woolthuis
De leden: mw. B.M. Antolini, dhr. M.L. Beusenberg, mw. G.D.W. van 't Hull-Bettink, mw. G. Knikker, mw. A.P. Maat, dhr. J.G. Rip, dhr. H.P. Spijker, dhr. E. Vermeulen, dhr. F. Sidali, dhr. J.C. Soellaart, dhr. R. Staal Griffier: mw. H. Khairouni Portefeuillehouder: mw. M.H. Ruigrok, mw. B.C. van Straten-van Diepenbeek Insprekers: Geen
De VOORZITTER: Goedenavond allemaal, wat fijn dat u er bent. Dank u wel en welkom bij de sessie over de nota Startnotitie short stay. We hebben vandaag de inhoudelijke behandeling van deze startnotitie en de aanleiding van deze nota is een motie die op 20 juli jl. is ingediend en door de gemeenteraad aangenomen waarin het college wordt verzocht een startnotitie voor te bereiden over het beleid, bestaand shortstaybeleid te vergelijken met dat van andere gemeenten, dit mee te nemen in de voorbereidingen, te onderzoeken welke groepen precies gebruikmaken van short stay en waarom en de resultaten van deze startnotitie te delen en aan de gemeenteraad ter bespreking voor te leggen. Dat is wat wij hier vanavond gaan doen. Voor deze nota is ook een motie ingediend en aangepast door Forza! en een tweede versie daarvan is beschikbaar in iBabs. Ik vraag u allen om het ook echt over het onderwerp van de startnotitie te hebben. U gaat over uw eigen woorden maar we bespreken vanavond echt de startnotitie zelf. Er hebben zich geen insprekers gemeld. Hebt u een punt van orde mijnheer Rip of wilt u graag beginnen? De heer RIP: Nee een punt van orde, ik wil helemaal niet graag beginnen. Wij overwegen ook een motie in te dienen, moet ik die hier aankondigen of is dat… De VOORZITTER: Dat ligt aan de inhoud van de motie, op zich is het een motie vreemd aan de orde van de dag.
De heer RIP: Correct, tevens juist. De VOORZITTER: Dank u wel. U hebt straks uw eerste termijn, u kent het riedeltje, technische vragen horen niet in deze sessie thuis. Aan het eind van de eerste termijn zal het college vragen beantwoorden. Dan zitten we er nu allemaal klaar voor en ik zag dat mijnheer Spijker wil beginnen. Dan geef ik u als eerste het woord mijnheer Spijker. De heer SPIJKER: Dank u wel voorzitter. Er is een groeiende trend van short stay in Nederland, waaronder in Haarlemmermeer, het nieuwe verdienmodel voor hotels en leegstaande panden. Dit biedt verblijfskansen voor seizoenarbeiders en ouders met woonurgentie. Op het eerste gezicht lijkt het een goede oplossing maar er is een groot risico op misbruik. De stap naar opvang van vluchtelingen en spoedzoekers is snel gemaakt terwijl deze doelgroep niet de eerste bedoeling is. Hoe gaat u ervoor Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
1
zorgen dat de regels strikt worden nageleefd? Laten we het hebben over de short stay Woodstock in Badhoevedorp, een gigantisch complex dat voor een periode van minimaal tien jaar nog geen 100 tot 150 meter van de PFAS-opslag en de PFAS-wascentrale ligt, dit is ongezond voor alle aanwezigen. Wie gaat controleren of de bewoners, zoals expats, hier daadwerkelijk zakelijk verblijven? De short stay Corendon zit al vol met Oekraïners, het Ramada Hotel deels ook en ook dit zijn geen expats. Ik voorspel wat er met short stay Woodstock zal gebeuren. Dat zal geen expats huisvesten maar zal een enorme accommodatie zijn die naast een PFAS… en een startbaan komt te liggen. Dit levert een zeer ongezonde verblijfsituatie voor alle gebruikers op. Daarnaast zal de verkeersdrukte toenemen, er komen 94 parkeerplaatsen bij, de huidige Sloterweg is al veel te smal en niet berekend op extra verkeer. Laten we deze kwestie grondig heroverwegen voor de gezondheid en de veiligheid van onze gemeenschap, er is gewoon geen ruimte voor deze ontwikkeling. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Ik zie een punt van orde denk ik, mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Ja voorzitter, ik hink zelf ook op twee gedachten. Gaan we het hebben over de startnotitie of over het raadsvoorstel, over de startnotitie toch? De VOORZITTER: Dat is het idee van deze sessie, de startnotitie, en ik zie een reactie van de heer Spijker.
De heer SPIJKER: Ik wil ze allebei behandelen als u het niet erg vindt. De VOORZITTER: Deze sessie gaat officieel over de startnotitie over het beleid voor short stay, daarover moeten we het vanavond hebben. U bent klaar met uw termijn en dat is fijn, dan gaan we door naar de volgende spreker, mijnheer Vermeulen van Forza! De heer VERMEULEN: Dank u wel voorzitter. Wij zien denkrichtingen van het college die kunnen leiden tot shortstaybeleid en wat ons dan opvalt, is een uitgesproken angst voor wonen en de aanname dat het aan de gemeente zou zijn om te voorkomen dat een verblijf langer dan zes maanden duurt. Het woord 'wonen' komt maar liefst 21 keer voorbij en wat Forza! betreft, gaat het bij short stay om een verblijf van ten hoogste zes maanden en is daarmee de lading gedekt. Het naleven van deze periode is aan de exploitant en niet aan de gemeente. Omdat bij short stay een huurcontract hoort dat naar aard van korte duur is, is geen sprake van huurprijsbescherming en dit verhuurdersbelang is voor Forza! voldoende garantie dat een verblijf ook niet langer dan zes maanden zal duren. Wij vinden het ook leuk om doelgroepen te benoemen, daar heeft de raad ook om gevraagd maar wat ons betreft, mag dat niet een toetsingskader vormen, we moeten geen businessplan gaan schrijven.
Wij vinden het vreemd dat de kenniswerker kennelijk wel welkom is in short stay en de praktisch geschoolde werknemer dan weer niet en we zouden het benoemen van doelgroepen dan ook graag buiten het beleid houden, dit vormt onzes inziens een onnodig toetsingskader. Het begrip 'hotel' komen we 51 keer tegen en de reden daarvoor is ons ook niet duidelijk. De raad heeft reeds uitgesproken dat ons hotelbeleid de lading niet dekt en er ligt nu niet voor niets een startnotitie Short stay voor, er ontbrak immers een correct toetsingskader. Hotelbeleid dient wat Forza! betreft dan ook buiten beschouwing te worden gelaten, is het college dat met ons eens? In het maatwerkbeleid dat het college voor Corendon opstelde, wordt short stay gedefinieerd als een zelfstandige verblijfsruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een aaneensluitende periode van ten minste één week en maximaal zes maanden en wat Forza! Betreft, zou ook onzelfstandige woonruimte, mits afzonderlijk afsluitbaar, onder de definitie kunnen vallen. Verder missen we het definiëren van een parkeernorm die bij short stay past.
Tijdens de bijeenkomst over huisvesting van arbeidsmigranten in het gemeentehuis van Aalsmeer waar ook Forza! aanwezig was, leerden we van de directeur van een bedrijf dat door heel Nederland 3500 shortstayappartementen exploiteert dat de parkeernorm die in de gemeente waar zij opereren bij short Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
2
stay wordt gehanteerd 0,33 is en dat zegt ook iets over de verkeersaantrekkende werking die ook in het beleid moet worden opgenomen. Forza! is van mening dat short stay een aantrekkelijke vorm van verblijf is die we mogelijk moeten maken in de gebieden die vanwege Luchtvaartbesluit uitgesloten zijn voor reguliere woningbouw. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Vermeulen. Dan is nu het woord aan de VVD, mevrouw Van 't Hull. Mevrouw VAN 'T HULL: Ja, dank u wel. Een startnotitie, dan denk je ook na over wat wij belangrijk vinden bij short stay en waarom het belangrijk is om short stay te faciliteren. We kunnen het college volgen dat we in aansluiting op andere en omliggende gemeenten short stay als logies moet benaderen en om een waterbedeffect te voorkomen is het goed dat dit in lijn met andere gemeenten ligt. Short stay valt eigenlijk tussen twee werelden in, die van recreatie en toerisme aan de ene kant en tijdelijk wonen aan de andere kant. Het onderscheid zit wat de VVD betreft in of we spreken over een hoofdverblijf. Wanneer we over short stay spreken, gaat het over een locatie die een tijdelijke oplossing biedt voor mensen die, let op, een tijdelijke oplossing zoeken en dan kan het dus niet om een hoofdverblijf gaan. We kunnen de voorbeelden uit andere gemeenten en het voorstel van het college waarin short stay wordt aangemerkt als logies dan ook goed volgen.
De doelgroepen die het college in de startnotitie noemt, vindt de VVD daarbij passen. Tegelijkertijd moet ook duidelijk zijn dat wanneer een locatie wordt voorgesteld of aangevraagd die permanente woningbouw of de broodnodige bedrijventerreinen niet in de weg zit. We hebben al vaker geconstateerd dat we een ruimtetekort hebben en waar en waarom moeten we dan toch ruimte aan short stay bieden? Gezien het voorgaande vinden wij het dan ook logisch dat de uitwerking van deze startnotitie wordt meegenomen in het verblijfsaccommodatiebeleid. Zeker gezien de hoge woningnood en ruimtetekort is een scherpere definiëring van short stay met kaders noodzakelijk. We begrijpen dat dit kan worden gezien als een verlichting voor de woningnood maar we zien daarbij ook de taak voor de gemeente om te voorkomen dat mensen permanent verzeild raken in een tijdelijke verblijfslocatie met minder hoge eisen aan gezondheid en veiligheid. Dit kan onbedoeld leiden tot meer inwoners die een beroep op de zorgplicht van de gemeente doen en het kan de woningbehoefte uiteindelijk nog meer doen toenemen, dat wil de VVD voorkomen. De definitie en doelgroepen moeten duidelijk zijn evenals de voorwaarden die we daaraan stellen, zoals de maximale verblijfsduur.
In tegenstelling tot Forza! ziet de VVD wel een knelpunt qua handhaving en daarom is het des te belangrijker dat we aan de voorkant de goede voorwaarden scheppen zodat het niet op handhaving hoeft aan te komen. Wellicht kan het college ons meegeven hoe het die verdere uitwerking voor zich ziet. De VOORZITTER: Mevrouw Van 't Hull, u krijgt een interruptie van de heer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Ik heb daar inderdaad een vraag over. Is mevrouw Van 't Hull het met mij eens dat het juist in het belang van de verhuurder is dat de periode maximaal zes maanden duurt omdat die anders vastzit aan huurbescherming. Dat zou er al voor zorgen dat wij niet hoeven te handhaven. De VOORZITTER: Mevrouw Van 't Hull Mevrouw VAN 'T HULL: Ja, dat zou zeker de motivatie moeten zijn, dat ben ik met u eens maar ik denk dat het ook goed is om van tevoren goed na te denken over hoe we de doelgroepen scherper kunnen krijgen zodat dit zo min mogelijk al aan de voorkant tot handhaving leidt. De VOORZITTER: U krijgt nog een interruptie van de heer Soellaart. De heer SOELLAART: Natuurlijk heeft mijnheer Vermeulen wel gelijk dat dit een voordeel voor de Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
3
verhuurder is maar is er een heel groot verschil tussen een halfjaar of twee jaar want de huurbescherming is twee jaar en dat blijft gunstig voor de verhuurder. De VOORZITTER: En uw vraag is? Ik moet u er wel op wijzen dat ook interrupties van uw spreektijd afgaan. Dat was geen vraag aan mevrouw Van 't Hull? Dan mag u verdergaan. Mevrouw VAN 'T HULL: Helemaal prima. Wij vinden deze startnotitie in ieder geval een verhelderend document dat richting geeft aan de actualisatie van het tijdelijke verblijfsaccommodatiebeleid en om wat meer structuur mee te geven aan de verdere uitwerking en misschien wel dit debat zien wij graag dat dit langs de volgende criteria wordt gedaan en dat is naar voorbeeld van de gemeente Eindhoven, die heeft een hele heldere indeling gemaakt. Dat gaat over definitie en doelgroep, locatiecriteria, kwantitatieve criteria, wat is de behoefte en voor wie doe je het, en kwaliteitscriteria, als je de doelgroep, de kwaliteit en de locatie weet aan welke kwaliteit moeten die dan voldoen. Door deze verscherping wordt duidelijk of waar en hoe er ruimte is voor short stay binnen onze gemeente met onze vele ambities. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is nu het woord aan GroenLinks, de heer Staal. De heer STAAL: Ja, dank u wel voorzitter.
Ik begin met de doelgroep en dan heel breed want de woningnood raakt vele groepen en deze groepen zijn uiteenlopend, het is moeilijk om de doelgroep te definiëren omdat er verschillende levensgebeurtenissen kunnen zijn waardoor je een tijdelijke woonoplossing nodig hebt. Laten we geen een uitputtende lijst opstellen met allemaal scenario's waaraan je behoefte zou kunnen hebben qua short stay want dit is gewoon mensenwerk, het is voor iedereen anders. Een student uit Groningen kan behoefte hebben aan short stay omdat hij een halfjaar in de buurt komt studeren, een oudere is aan het doorstromen maar heeft twee tot drie maanden iets nodig voordat hij in een nieuwe woning kan of een jongere jaagt op de overdrukke woningmarkt op een woning heeft tijdelijk onderdak nodig en hoopt intussen een betaalbaar alternatief te vinden. Al dit soort unieke menselijke gevallen is niet te definiëren in een specifieke doelgroep en wat ons betreft, is de doelgroep iedereen die tijdelijk een woning nodig heeft en er op de huidige woningmarkt niet tussen komt. Ook als je op zoek bent naar een langdurige woonoplossing kan een tijdelijke tussenoplossing ervoor zorgen dat je niet afglijdt en economisch dakloos wordt. Daarbij komt dat ons woonbeleid niet voorziet in de woningnood specifiek voor betaalbare woningen.
We hebben een woonbehoefte waarvan we zeggen dat 70% van de woningzoekende behoefte aan een betaalbare woning heeft, ons woonbeleid voorziet in 50% en daar zit gewoon een gat tussen. Wat betreft de functie hebben wij al in een vorige sessie bepleit dat wij short stay niet onder wonen zien vallen en dat daar andere normen voor gelden. We zijn blij dat omliggende gemeenten dit ook hebben en dat zo zien. Wel hebben wij nog zorgen over de handhaving in de praktijk. Langdurig wonen op een shortstaylocatie waar de normen lager zijn, bijvoorbeeld vlak bij een snelweg, is niet in het belang van de woningzoekende en daar zit onze grootste zorg want iedereen heeft recht op een woning in een gezonde woon- en leefomgeving en daar mogen ook betaalbare woningen staan. Er moeten geen andere normen komen voor doelgroepen die in de knel zitten of die minder mogelijkheden hebben om op de woningmarkt te komen. Short stay vrijwaart de gemeente niet van het realiseren van betaalbare woningen, sterker nog short stay was misschien wel helemaal niet nodig geweest als we in Haarlemmermeer meer betaalbare woningen hadden gehad. Tot slot hebben wij nog wat vragen over de parkeernormen en de verkeersbewegingen.
In de visie van het college op autobezit… De vraag is hoe het college autobezit met betrekking tot short stay ziet en hoe dat correspondeert met omliggende gemeenten, welke normen zijn daar van toepassing of welke metingen zijn daar van toepassing? Als we het hebben over verkeersbewegingen vragen we ons af of dat dan puur autobewegingen of ook bijvoorbeeld fietsbewegingen zijn. De VOORZITTER: Mijnheer Staal, u bent ruimschoots door uw tijd heen, wilt u afronden?
Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
4
De heer STAAL: Ik ben al klaar. De VOORZITTER: Helemaal geweldig, dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Soellaart van de ChristenUnie-SGP. De heer SOELLAART: Dank u wel voorzitter. Wij zijn blij met de startnotitie, het is mooi dat die er is, het schept duidelijkheid en we vinden het ook goed dat het niet ten koste van permanente woningen, bewoning en nieuwe woningen gaat, daar kunnen we ons helemaal in vinden. Wij willen in de notitie misschien wel nog iets sterker geborgd zien dat die woningen voor verschillende groepen betaalbaar zijn want we spreken soms wel over studenten maar het is natuurlijk maar de vraag of die woningen wel betaalbaar zijn voor studenten en of hierover iets in de notitie kan worden opgenomen. We weten bijvoorbeeld dat bepaalde sociale huur altijd tot € 809,00 per maand is en je zou een en ander kunnen regelen in een percentage lage, midden en hoge huur, dat zouden wij positief vinden. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Soellaart. Dan is het nu het woord aan mevrouw Knikker van D66. Mevrouw KNIKKER: Dank u wel voorzitter. De raad heeft lang op deze startnotitie moeten wachten en dat is eigenlijk niet hoe D66 dit proces graag had zien lopen.
Dat de ambtelijke capaciteit op tal van terreinen uitdagingen heeft, is wel duidelijk maar de prioriteit die dit onderwerp met zich meebrengt kan wat ons betreft niet vaak genoeg worden benadrukt. We zijn tevreden over de uitgangspunten van deze startnotitie want dit verkennende onderzoek biedt een goede basis voor het vervolg om tot beleid te komen. Voor D66 staat voorop dat we de groeiende behoefte aan een tijdelijk verblijf graag faciliteren zonder dat dit extra druk op onze woningmarkt oplevert. Wij zien een duidelijke definitie en afgebakende kaders in dit stuk, tijdelijke huisvesting, minimaal zeven dagen en maximaal zes maanden. Gezien de druk op de reguliere woningmarkt in onze regio en de ontwikkelingen is het van groot belang dat Haarlemmermeer zo snel mogelijk meer beleid vaststelt, enerzijds om initiatieven beter te kunnen begeleiden en beoordelen en anderzijds om aan de hand van een duidelijke definitie van short stay te kunnen handhaven indien er ongewenste initiatieven zouden kunnen ontstaan want als reguliere woningen worden omgezet in shortstayaccommodaties kan dit de beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen verminderen en de prijzen in een toch al oververhitte woningmarkt opdrijven, dat moeten we toch echt niet willen. Short stay is alleen van toepassing op een verblijfsbestemming met een logiesfunctie en geen wonen, dat is een heel belangrijk onderscheid.
We kunnen ons vinden in de vier doelgroepen die hier worden ingekaderd, zeker als we kijken naar die laatste, de gescheiden ouders met een acute woonbehoefte. Dat is vaak een schrijnende groep waar veel moeilijke gevallen tussen zitten. We zijn benieuwd naar de onderzoeken die worden gedaan als het gaat over de juridische inkadering en wanneer we die kunnen verwachten. Wat ons opviel, voorzitter. We hebben het in de raad al vaak over seizoenarbeiders en arbeidsmigranten gehad en we lezen dat er beleid in voorbereiding is maar het is ons nog niet helemaal duidelijk wat de samenhang met short stay wordt. Ik hoorde mevrouw Van 't Hull al aan Eindhoven refereren, die heeft dat heel mooi in het shortstaybeleid opgenomen met een kadering waarbij telkens even per punt terugkomt wat dat specifiek voor arbeidsmigranten betekent. Wij geven mee dat we het een hele mooie oplossing vinden als dit in beide beleidsvoorstellen wordt verwerkt. Dan de herijking van het accommodatiebeleid en de hotelstop. We zijn benieuwd wanneer we dit kunnen verwachten en of dit tegelijkertijd met het shortstaybeleid zal zijn. Mevrouw Van 'Hull had het al over de gewenste schaalgrootte en de afwegingscriteria die de gemeente Eindhoven hanteert.
Daar is bijvoorbeeld opgenomen dat het altijd om minimaal vijftig verblijfsplekken moet gaan maar er is geen bovengrens, en dat het natuurlijk ook belangrijk is vanwege de voorzieningen en het tegengaan van versnippering in de gemeente. We zouden het heel mooi vinden als ook wij daar in ons beleid handen en voeten aan weten te geven. Ten slotte geven we mee dat het zinvol kan zijn om een klankbordgroep Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
5
in te stellen om de behoefte aan short stay in onze gemeente en in onze regio continu te monitoren waarbij ook enkele grote werkgevers en enkele grote aanbieders van shortstayvoorzieningen aansluiten. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Knikker. Dan ga ik naar uw buurvrouw, mevrouw Maat van het CDA. Mevrouw MAAT: Dank u wel voorzitter. We hebben het in de raad al verschillende malen over short stay gehad met telkens een heldere conclusie wat ons betreft: we hebben geen beleid, dus hoe toetsen we zulke initiatieven? Vandaag hebben we zo net voor de vakantie een startpunt, een zogenoemde startnotitie en die begint bij het definiëren van de termen, wat is short stay, wat zijn logies, wat is een hoofdverblijf en wie zijn onze doelgroepen. Er staat dat je maximaal zes maanden in een appartement kunt verblijven als het gaat om short stay, dus geen studenten, starters, spoedzoekers, werkende jongeren of promovendi. Wij kunnen ons vinden in de doelgroepen die wel in aanmerking komen voor short stay, mensen met hoge nood, zoals gescheiden ouders met jonge kinderen of internationale werknemers die hier komen voor een korte uitwisseling. Dat wij hier in Haarlemmermeer een woningprobleem hebben, is geen discussiepunt, voor de gehele raad niet.
Short stay gaat ons niet van dat probleem afhelpen en mensen op shortstaylocaties laten wonen ook niet, daar is het CDA zich van bewust en zo moeten we deze startnotitie wat ons betreft ook niet lezen want dat is het, voor ons ligt een uitgebreide startnotitie om daarop te kunnen voortborduren. We stellen de kaders vast waardoor we verder kunnen met het maken van echt beleid. We lazen dat eerst onderzoek wordt gedaan naar de doelgroep Gescheiden ouders en dat hierop direct een uitwerking volgt. Wij hebben dan ook nog als vraag: is er al zicht op een tijdspanne? Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Maat. Dan kijk ik rond wie de volgende is, er zijn nog vier mensen over. Mijnheer Beusenberg, SRH. De heer BEUSENBERG: Ja dank u voorzitter, ik wil mijn tijd gebruiken voor een paar verduidelijkende vragen. Stel, via u voorzitter, dat een vader of een moeder met kinderen een periode van short stay moeten gebruikmaken maar dat ze na zes maanden geen alternatief hebben gevonden, is het dan mogelijk dat ze in die short stay, in dat beleid, verhuizen naar een ander appartement in dat gebouw en ze dan opnieuw met een halfjaar beginnen? Dat is mijn eerste vraag en mijn tweede vraag is: valt short stay eigenlijk ook onder toeristenbelasting? Ja, dat denk ik wel want het is natuurlijk een soort hotel of horecagelegenheid.
Dat zou ik willen weten, dat is voor SRH wel van belang want ik zou het niet prettig vinden als een moeder of een vader met kinderen door omstandigheden op straat worden gezet. We hebben het over een startnotitie, misschien kan daar iets over worden opgenomen. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Beusenberg. De eerste vraag is redelijk technisch en dat laat ik aan het college over. Ik kijk verder rond. We hebben nog FVD, PvdA en HAP. Wie gaat er voor de short stay en wie voor de long? FVD, mevrouw Antolini. Mevrouw ANTOLINI: Dank u voorzitter. Vandaag bespreken we een belangrijk onderwerp dat onze gemeente en haar toekomst zal beïnvloeden, het beleid rond shortstayaccommodaties en voorzitter, ik heb hier grote twijfels bij. Hoewel het idee aantrekkelijk kan lijken voor bepaalde doelgroepen, moeten we ons afvragen wie hier echt van profiteert. We zien nu al dat expats en tijdelijke arbeidsmigranten de woningmarkt in onze gemeente domineren en shortstayvoorzieningen komen voornamelijk ten goede aan internationale bedrijven en hun tijdelijke werknemers. Dat betekent dat de lokale woningmarkt wordt gebruikt om de behoeften van buitenlandse werknemers te vervullen terwijl onze eigen inwoners steeds meer moeite hebben om betaalbare en stabiele huisvesting te vinden.
Dit leidt overigens ook tot een continue wisseling van bewoners waardoor de sociale cohesie in onze wijken ernstig wordt aangetast. Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
6
Mensen die ergens slechts kort verblijven hebben weinig binding met de buurt en straks hebben we niet alleen woonwijken vol expats maar ook nog in deze zogenaamde tijdelijke voorzieningen. Wij staan voor bescherming van onze lokale gemeenschappen, wij pleiten voor een focus op permanente woningen voor onze eigen inwoners in plaats van tijdelijke oplossingen die voornamelijk de belangen van internationale bedrijven dienen. We moeten prioriteit geven aan de behoeften van onze eigen inwoners en investeren in echte oplossingen voor de woningmarkt. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Antolini. Dan is nu het woord aan de PvdA, mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Dank u wel voorzitter en dank ook voor deze startnotitie, die helpt ons op weg naar een beleid over short stay. Wat ons betreft, ademt de startnotitie in de verste verte niet dat je hiermee ook deels de woningnood zou kunnen tegengaan. Het woord 'wonen' komt heel vaak voor en ik heb even goed gekeken, het tegengaan van woningnood komt bijna in ieder stuk voor als we het over wonen hebben maar hier wordt het eigenlijk een beetje meer gezien als 'ja, er zitten heel veel beren op de weg', 'gaan mensen dan misschien wat langer verblijven?' en 'ja maar gaan ze dan niet van de ene short stay naar de andere short stay?'.
De PvdA wil ook dat gewoon iedereen recht heeft op een volwaardige en permanente woning maar niet iedereen kan een woning betalen of huren en voor die mensen moet je ook onorthodoxe maatregelen kunnen nemen. Ja shoppen van de ene short stay naar de andere, wat dacht u ervan als mensen van de ene slaapbank van een vriend of familie naar de andere slaapbank gaan, wat dat doet met mensen, staan we daar een beetje meer bij stil? Er wordt iets gezegd over toeristen maar we zijn echt een hotelgemeente. De VOORZITTER: U krijgt een interruptie van de heer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Dank u wel voorzitter. Ik hoor dan wel graag van mijnheer Sidali wat hij liever ziet. U zegt shoppen van de ene locatie naar de andere short stay. Ik zou dat wel toejuichen want dan staan die mensen niet op straat en het zou in principe in sommige gevallen een mooie bijkomstigheid zijn als ze de mogelijkheid kunnen krijgen om na een halfjaar naar een volgend adres te verhuizen en ze niet op straat komen te staan. Bent u dat met mij eens? De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Ja voorzitter. Misschien heb ik mij niet duidelijk uitgedrukt. Ik heb liever dat dan dat mensen van de ene slaapbank bij een vriend of familielid naar een andere slaapbank gaan. Volgens mij zijn we het daarover eens. De heer BEUSENBERG: Ja dank u voorzitter.
U gaf ook duidelijk aan dat deze mensen een woning nodig hebben maar deze mensen hebben niet binnen een halfjaar een woning, dat weet ook iedereen, vandaar. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali, ik zal u het woord geven. De heer SIDALI: Voorzitter dank u wel. Nee, ik heb gezegd dat de PvdA in principe vindt dat eenieder recht heeft op een volwaardige en permanente woning maar dat dit niet altijd kan en toen heb ik mijn verhaal verder gedaan. Misschien daalt het in als u het bandje terugluistert. De VOORZITTER: Gaat u verder met uw betoog. De heer SIDALI: Voorzitter, ik had het er net over dat mensen gewoon geen uitzicht hebben op een permanente woning en daarmee kom je eigenlijk ook op doelgroepen. Er staat in de startnotitie iets, of Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
7
eigenlijk heel veel, over toeristen en gescheiden ouders. Wij zijn volgens mij een hotelgemeente en als je hier lang wilt verblijven kun je heel lang in hotels verblijven. De PvdA vindt het wel een goed punt als het gaat om gescheiden ouders, dat is ook een doelgroep. Op dit moment moet je naar de brede centrale toegang in Haarlem om je te melden en dan alsjeblieft nog even op een wachtlijst van de Estafette et cetera staan. Voorzitter, short stay is een onorthodoxe maatregel die een bepaald gezin gewoon even zes maanden rust geeft en dat kan niet voor ieder gezin maar je geeft daarmee rust aan gezinnen die dat op dat moment kunnen betalen. Als je dat niet doet, zijn ze overgeleverd aan andere manieren en daar hebben we ook in onze gemeente al problemen mee, namelijk wachtlijsten, die woningen zijn niet altijd voorradig. Ik vind dat er meer over doelgroepen moet worden gesproken en meer als een middel om de woningnood deels tegen te gaan. Begrijp me goed, het is niet het walhalla want uiteindelijk moeten mensen een permanente volwaardige woning kunnen hebben. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Sidali. Dan is nu het woord aan de heer Rip van HAP. De heer RIP: Dank u wel voorzitter. Mijn fractie is bijzonder verheugd dat er een startnotitie ligt, daar zijn we ontzettend blij mee, dank.
Wat ons ook ontzettend aanspreekt, is dat in de startnotitie staat dat short stay de druk op de woningmarkt verlicht en dat is juist wat we nodig hebben in een tijd waarin we geen woningen kunnen bouwen of het stroef gaat, dan zijn onorthodoxe maatregelen nodig om in die behoefte te voorzien. Of het nou flexwoningen, Tiny Houses of dit zijn, het is goed en waarom vinden wij dat zo belangrijk? Omdat wij willen dat mensen legaal in beeld verschijnen in plaats van illegaal verdwijnen. We hoeven elkaar niet voor de gek te houden, we weten allemaal dat er in schuurtjes, boerderijtjes, overal, iemand slaapt. Als je niet in de behoefte kunt voorzien, woningen, dan worden mensen heel creatief en als je hen in beeld houdt, gaan ze meedoen. Dan kom je in short stay en dan kom je op de doelgroepen. Beste mensen, doe dat niet want vandaag heet ik Johan, morgen heet ik een deuger en overmorgen ben ik een eenzame oudere. Ik bedoel hiermee te zeggen dat je het risico loopt dat je er een paar vergeet als je doelgroepen benoemt en dat maakt het zo lastig want het is helemaal niet nodig. We hebben het hier over een vorm en dan moet je aan de voorkant gewoon zorgen dat die terecht zijn. Ik snap de zorgen over het hoofdverblijf en je vaste positie heel goed want wat gebeurt er dan? In mijn beleving moet je dat aan de voorkant met goede afspraken kunnen afdekken.
Nu kom ik op een gebied dat ik niet helemaal snap, het is een eerste, ik noem het even, schaakzet van het college in deze startnotitie maar ik heb de pech dat ik helemaal niet kan schaken en als ik dat lees... De VOORZITTER: Mijnheer Rip, ik moet u heel even een momentje stoppen, u hebt een interruptie van mevrouw Van 't Hull. Mevrouw VAN 'T HULL: Ik wil graag een verduidelijkende vraag over de doelgroepen stellen en dat hoorde ik de heer Sidali eigenlijk ook al een beetje zeggen. Er zijn nu vier doelgroepen echt benoemd en u zegt dat we die eigenlijk niet in een hokje moeten plaatsen. Wij hebben natuurlijk ook gezegd dat we echt nog wel even goed naar die definitie moeten kijken en zegt u nu eigenlijk dat je het meer zou moeten typeren, meer een soort doelgroep aangeven, waaraan die moeten voldoen, en dan rolt er vanzelf uit welke doelgroepen dat zijn. De VOORZITTER: Mijnheer Rip. De heer RIP: Ik zal een voorbeeld geven.
Er wordt in deze startnotitie direct naar toerisme verwezen en dat maakt deze schaakzet wat lastig voor mij omdat ik het idee heb dat deze startnotitie enigszins vooringenomen is geschreven want hij verwijst direct, heel veel keren, naar ons beleid op de verblijfsaccommodatiehotels en ik durf de stelling aan dat als ik morgen met mijn koffertje bij Corendon aankom niemand mij er over zes maanden uit stuurt, als ik gewoon de rekening betaal dan kan ik gewoon blijven zitten en dan vraagt niemand of ik daar het hoofdverblijf heb. Ik probeer te zeggen: maak Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
8
toerisme geen onderdeel van short stay, daar hebben we hotels zat voor in de gemeente Haarlemmermeer, dat aanbod is ruim voldoende. Er zijn talrijke gescheiden ouders en eenpersoonshuishoudens en, met alle respect, ik hoef geen onderzoek te hebben om te bepalen of die kwetsbare groep af en toe een moment rust moet hebben en ik zeg dat echt uit het grond van mijn hart omdat ik denk dat onderzoeken politiek gezien vaak een reden zijn om het zo lang mogelijk uit te stellen en dat wil ik echt doorbreken. Kwetsbare mensen vormen voor mij geen discussie, dat is een doelgroep die je moet faciliteren maar wat ik al zeg, omdat je de neiging hebt om een doelgroep te vergeten moet je er niet aan beginnen en het aan de voorkant afdichten. Dat gaat ook over het hoofdverblijf en ik ben het met mijnheer Vermeulen van Forza! eens dat een exploitant zich eraan moet houden als je het aan hem overlaat en je aan de voorkant goede afspraken maakt, dan moet hij het op de een of andere manier gewoon overleggen en als je dan gewoon zegt dat je pas bij short stay naar binnen kunt op het moment dat je kunt aantonen dat je ergens een hoofdverblijf hebt dan heb je dat in mijn beleving afgedekt. Ik ben heel erg benieuwd, dat is een vraag aan het college, hoe de hoteleigenaren op dit moment verantwoording over hun shortstaysituatie afleggen.
De VOORZITTER: U krijgt nog een interruptie van mevrouw Van 't Hull. Mevrouw VAN 'T HULL: Misschien is het een goed idee om het hier in de tweede termijn over te hebben want ik moet ook heel erg denken aan de sessie hiervoor over weginrichting om te zorgen dat mensen niet te snel rijden en nudging. De heer RIP: Geen idee waar u het over hebt. Mevrouw VAN 'T HULL: Dat het allebei nodig is om ervoor te zorgen dat het goed gaat, kijken of we ook de link naar short stay kunnen leggen. De VOORZITTER: Ik denk dat de vraag is of u het daarmee eens bent. Gaat uw gang mijnheer Rip. De heer RIP: Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet weet waar u het over hebt, u wilt kennelijk en-en. Het gaat mij om de signalen die we mee kunnen geven en ik hoop dat daar een prachtig mooie mix uit voortkomt. Ik ben nog niet in het stadium waarin ik kan zeggen 'dat vind ik goed' of 'dat vind ik niet goed', ik probeer alleen te zeggen dat we het voor onszelf wat gemakkelijker moeten maken en als je het gemakkelijker maakt dan moet je in ieder geval in de eenvoud bij die definitie beginnen want hoe moeilijker je het maakt, hoe meer ambtelijke capaciteit je nodig hebt om alles te registreren en te faciliteren. We moeten het terugbrengen naar de eenvoud maar we moeten het er wel over eens zijn… Oh, moet ik afronden? Oké.
Oh ja, nog één ding over… Ik vind het wel raar dat we in MRA-verband… dat ik in Amsterdam toch een andere visie op short stay lees dan we zelf proberen hier in de startnotitie weer te geven en dat verbaast me omdat we in MRA-verband zo vaak zaken delen. In Amsterdam hebben ze gewoon een apart beleid, hotel en short stay, en daar komt toerisme niet in short stay voor. Ik denk... De VOORZITTER: Mijnheer Rip, u bent echt door uw tijd heen en ik moet u vragen om nu een punt achter uw zin te zetten. De heer RIP: Punt. Oh nee, ik heb een motie aangekondigd die betrekking heeft op het raadvoorstel dat we vanavond in stemming gaan brengen maar ik lanceer hem hier wel. Dus ik combineer hem heel stiekem, anders moet ik misschien bij de stemming een open vraag stellen. De VOORZITTER: Misschien een onderwerp voor de tweede termijn, dat laat ik aan u. Dan hebben wij alle partijen die nu om tafel zitten gehad. Voor de notulen, BVNL en GEZOND Haarlemmermeer zijn Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
9
niet aanwezig. Dan ga ik het woord geven aan het college voor de beantwoording van uw vragen. Mevrouw Van Straten. Wethouder VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Ik heb vanavond heel veel gehoord en daar is zo'n startnotitie ook voor bedoeld, om heel veel zaken die de raad belangrijk vindt op te halen. Ik start met te proberen toch de overeenkomsten die ik hier heb gehoord te vinden en van daaruit zal ik proberen alle vragen te beantwoorden. Ik vertrouw erop dat u mij eraan herinnert als ik er één vergeet. Ik heb bij bijna iedereen gehoord dat mensen zoeken. De ene noemt het angst en de ander noemt het handhaving maar iedereen heeft de behoefte om een bepaalde grip op short stay te krijgen. Ik denk dat, als u gaat kijken naar hoe wij het beleid willen maken, dit precies is wat wij als gemeente willen. We willen grip krijgen en daarmee eigenlijk ook voorkomen dat we achteraf moeten handhaven en daarom zetten we bepaald beleid in. Je kunt heel veel aan de voorkant voorkomen om ook handhavingssituaties te voorkomen. Als ik dan mijnheer Sidali van de PvdA hoor zeggen dat je hiermee de woningnood niet kunt oplossen dan zeg ik direct dat ik het daar helemaal mee eens ben. Dat is ook zo, dat is ook helemaal niet de bedoeling, om de woningnood op te lossen hebben we een ambitie om hier heel veel woningen te bouwen.
Voor de mensen die tussentijds doorstroming nodig hebben, hebben we flexwoningen en voor de mensen die al ergens anders een hoofdverblijf hebben en die hier tijdelijk moeten zijn, gaan we nu shortstaybeleid maken en aan de andere kant gaan we arbeidsmigrantenbeleid maken. Ik ga ook al iets zeggen over dat arbeidsmigrantenbeleid want ik hoop dat u dan ook terugziet dat we op die manier grip krijgen. Dat krijgt u aan het eind van 2024 en dat doen we samen met de werkgevers van deze arbeidsmigranten om zo ook meer te borgen en hun ook de verantwoordelijkheid te laten nemen om te borgen dat het ook echt om tijdelijk verblijf gaat. Omdat het voor ons zo belangrijk is dat het om tijdelijk verblijf gaat, zoeken wij nu ook de combinatie met short stay en het verblijf- en accommodatiebeleid. De verblijf- en accommodatieondernemers, de hotels en logies, daarop zijn ingericht, die zijn daarop geaccommodeerd, die weten hoe ze moeten omgaan met mensen die tijdelijk ergens in Nederland of in Haarlemmermeer verblijven en die presenteren daar ook een rekening voor. Dat is voor een groep die dat kan betalen en door dit beleid zo te maken zorgen we er ook voor dat die mensen bij de juiste accommodatie terechtkomen en geen gebruikmaken van onze bestaande woningvoorraad. Dat in zijn algemeenheid. De VOORZITTER: Ik was even aan het overleggen in verband met de tijd.
Hebt u een aanvullende vraag? De heer VERMEULEN: Ik hoor de wethouder heel veel dingen zeggen en ik begrijp echt niet waarom dat zo zou moeten. Ten eerste begrijp ik niet waarom we de exploitanten, de mensen die zoiets zouden willen exploiteren, nu al beperken tot dezelfde mensen die hier ook hotels exploiteren, dan sluiten we gewoon heel veel mensen die iets dergelijks willen uit. Waarom zouden we ergens grip op moeten hebben en het langer dan zes maanden doen terwijl het in het nadeel is van iedereen die voor kortere termijn woonruimte verhuurt want op het moment dat dit langer dan zes maanden duurt, vallen ze onder een heel ander wetgevingsregime waardoor ze het risico lopen dat in de huurmarkt wordt ingegrepen in de prijs die ze in rekening brengen en ze vanwege de huurbescherming nooit meer van iemand die daar huurt af kunnen komen. In het shortstaysysteem zit al ingebakken dat de exploitant er belang bij heeft dat het zes maanden duurt, waarom zouden wij daarop moeten handhaven, waarom gaan wij onnodig uit van het feit dat... De VOORZITTER: Ik denk dat uw vraag duidelijk is, dank u wel. Ik ga terug naar het college. Wethouder VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Waarom willen wij daar grip op hebben? Omdat we ook een zorgplicht hebben, als mensen ergens langer wonen, dat dit in een goede leefomgeving is en die verantwoordelijkheid willen wij ook nemen.
Daar komt het vandaan en ik heb van meerdere raadsConceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
10
leden gehoord dat mensen dat belangrijk vinden. Ik heb mijn algemene verhaal gedaan en dan pak ik even mijn briefje erbij. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Ik kan er ook aan het eind op komen hoor maar dit hoort bij het algemene verhaal. Ik werd aangehaald, ik zou hebben gezegd dat je hiermee de woningnood niet oplost maar ik zei dat je hiermee de woningnood deels oplost. Dat is iets anders dan de woorden die de portefeuillehouder heeft gebezigd, dat lijkt me voor de handelingen heel goed maar het staat op de band. De VOORZITTER: Dank u wel voor de verduidelijking. Dan ga ik terug naar het college om de vragen te beantwoorden. Wethouder VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Spijker van EEN Haarlemmermeer vroeg hoe het college ervoor zorgt dat de regels strikt worden nageleefd. Volgens mij heb ik net geprobeerd dat uit te leggen. Door verschillend beleid voor verschillende groepen te maken, borgen we aan de voorkant dat we meer grip krijgen en we op die manier minder handhaving hoeven in te zetten want u weet allemaal dat dit erg lastig is. Mijnheer Vermeulen van Forza! had het over een parkeernorm die in Aalsmeer wordt gebruikt. Dat kan best maar wij hanteren de CROW-parkeernormen in onze gemeente, ook bij dit voorstel, en ik stel voor om ons daar gewoon aan te houden. Mevrouw Van 't Hull gaf aan de criteria van Eindhoven te willen meenemen.
Daar kijk ik met grote belangstelling naar. De VOORZITTER: Er is nog een aanvullende vraag over de parkeernorm van de heer Vermeulen. Graag kort en bondig als het kan. De heer VERMEULEN: Zijn dat specifieke parkeernormen voor short stay of pakt u dan parkeernormen voor andere vormen van logies? De VOORZITTER: Mevrouw Van Straten. Wethouder VAN STRATEN: Dat is een wat technische vraag als ik heel eerlijk ben en ik gok dat het parkeernormen voor logies- en accommodatiebeleid zijn en dan kijk ik even naar mevrouw Ruigrok die precies voor dit beleid is aangeschoven en die bevestigt dat. De VOORZITTER: Gaat u verder. Wethouder VAN STRATEN: Ik geloof dat de heer Staal van GroenLinks vroeg naar autobezit, short stay, normen, metingen en verkeersbewegingen, zijn dat ook fietsbewegingen? Ik moet u eerlijk zeggen dat die vragen zo technisch zijn dat ik die op dit moment niet kan beantwoorden maar ik beloof u daar schriftelijk op terug te komen. Mijnheer Soellaart van de ChristenUnie-SGP vroeg hoe betaalbaar short stay is. Als we aansluiten bij het accommodatiebeleid dan zijn daar allerlei verschillende ranges in om het maar even in goed Nederlands te zeggen, er zal iets voor iedere doelgroep zijn. De vraag over seizoenarbeiders heb ik volgens mij beantwoord. Er werd ook gevraagd of we onderzoek naar gescheiden ouders gaan doen. Dat kunnen we meenemen.
Ik krijg mee dat het verblijfsaccommodatiebeleid in 2024 wordt geëvalueerd en daar kan dat in worden meegenomen, ik krijg een bevestiging van mevrouw Ruigrok. Mevrouw Antolini wil investeren in echte oplossingen voor de woningmarkt, daar ben ik het helemaal mee eens en daarom gaan we ook heel veel bouwen. Mijnheer Rip had nog de vraag: vindt u het gek dat ze het in Amsterdam anders doen? Nee, dat vind ik niet gek want eerlijk gezegd komt me dat wel een beetje bekend voor, Amsterdam kiest wel vaker een solistische weg in een aantal zaken die ze anders doen dan wij hier. Volgens mij heb ik dan zo alle Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
11
vragen beantwoord. Ik zie mijnheer Beusenberg nog. Kunt u mij helpen herinneren? De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Dank u voorzitter. Ik vroeg wat er na een halfjaar gebeurt als daar een ouder met kinderen zou wonen. Wethouder VAN STRATEN: Ja dank u wel voorzitter. Ik hoorde de vraag en toen dacht ik 'ja maar dit is nou precies het probleem waarmee we worstelen', we beseffen dat het bij deze groep ook om kwetsbare kinderen gaat en die willen we op deze manier ook accommoderen maar op het moment dat dit langer dan een halfjaar is, speelt wel de vraag of dit een goede en gezonde leefomgeving is. Ik zou niet op voorhand willen zeggen dat we die mensen iedere keer in een andere kamer zetten en ze daar dan wat langer kunnen blijven want dan neem ik de verantwoordelijkheid voor een goede gezonde leefomgeving niet serieus. De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg heeft een aanvullende vraag. De heer BEUSENBERG: Dat betekent dat het echt na een halfjaar stopt. De VOORZITTER: Mevrouw Van Straten. Wethouder VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Dat is wel de insteek. De VOORZITTER: Dan zie ik nog een aanvullende vraag van mevrouw Van 't Hull. Ik denk dat uw vraag nog niet is beantwoord. Mevrouw VAN 'T HULL: Dat klopt deels.
Ik had een vraag over handhaving en eigenlijk is die wel gedeeltelijk beantwoord hoor, wat is de richting van de uitwerking om zo veel mogelijk handhaving te voorkomen? Dit is eigenlijk naar aanleiding van de HAP en over Amsterdam, waarom wordt daar niet meer naar gekeken terwijl wij natuurlijk juist zeiden dat het goed is dat naar de omliggende gemeenten is gekeken. Ik vraag me af, juist om het waterbedeffect te voorkomen, hoe die samenwerking gaat en of die net als bij het arbeidsmigrantenbeleid ook op dit onderwerp wordt opgezocht. De VOORZITTER: Er is ook nog een vraag van de heer Rip en die ga ik ook even ophalen als dat gaat dan kunt u die direct beantwoorden. De heer RIP: Ik begrijp heel goed dat de kersverse wethouder misschien dingen vergeet en dat vind ik helemaal niet erg want ik zie het echt als een startnotitie. Als we het beleid gaan vormgeven en we in mijn beleving de signalen onvoldoende goed hebben weten over te brengen dan komen we altijd een keer terug. Een van de zaken die ik u toch wel wil meegeven is: laten we proberen in onze gemeente niet te veel te hameren op de gezondheid en de leefomgeving omdat we in andere sessies wel eens met de neus op de feiten worden gedrukt door een GGD-rapport met code Rood op het moment dat we besluiten nemen.
Ik denk dat we voorzichtig met dat argument moeten zijn, dat wil ik u meegeven als een advies en het tweede is dat onze boodschap eigenlijk was: zorg voor de eenvoud. Als je zorgt voor de eenvoud, in de definitievorm maar ook voor het zo min mogelijk categoriseren van doelgroepen dan maak je het jezelf ook wat gemakkelijker in je organisatie en ook in de handhaving want dat moet je vooral neerleggen bij hoteleigenaren of bij andere ondernemers. Laten we wel wezen, dit is gewoon een ondernemer die zijn verantwoordelijkheid wil nemen en dan moet je hem ook die ruimte geven. De VOORZITTER: Mag ik vragen wat uw vraag aan het college is? Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
12
De heer RIP: Dat is een advies en de vraag is hoe u tegen die eenvoud aankijkt. Het tweede is dat ik graag wil dat toerisme geen deel uitmaakt van short stay want wij zijn namelijk de beste gemeente van Nederland qua hotels, dat aanbod voor toerisme is uitstekend en die categorie valt gewoon af. De VOORZITTER: Dank u wel, ik denk dat uw vraag duidelijk is. We hebben een vraag over het waterbedeffect en over toerisme. Ik ga terug naar het college voor de beantwoording. Wethouder VAN STRATEN: Ik hoorde een vraag van de VVD over het arbeidsmigrantenbeleid. Dat doen we juist met de lokale ondernemers die deze arbeidsmigranten in dienst hebben, juist om te voorkomen dat wij hier woonvoorzieningen bouwen voor arbeidsmigranten die ergens anders werken, dat is een nauw verband. Qua accommodatiebeleid zou ik mevrouw Ruigrok het woord moeten geven met betrekking tot de samenwerking met Amsterdam, die vraag kan zij beter beantwoorden. Wethouder RUIGROK: Ja dank u wel. Wat de wethouder naast mij al zei, we komen eind 2024 met een actualisatie van het verblijfsaccommodatiebeleid. Dan worden al dit soort punten meegenomen, ook bijvoorbeeld de hotelstop die we na corona hebben ingesteld, we leggen nu de nadruk op bestaande hotels. Die actualisatie komt en dan nemen we de verschillende elementen mee. De VOORZITTER: Eerst nog naar mevrouw Van Straten.
Wethouder VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Rip van de HAP vroeg ook: wilt u het niet simpeler maken? Als ik heel eerlijk ben, als er een betere oplossing zou zijn dan zou ik dat doen maar die zien wij niet. Ik denk dat het juist om die grip te houden echt belangrijk is dat we het juiste beleid voor de juiste groepen maken. De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen, u hebt een aanvullende vraag op dit onderwerp? De heer VERMEULEN: Ja, ik ben heel benieuwd wat de hotelstop met het shortstaybeleid dat we willen vaststellen heeft te maken. De VOORZITTER: Ik ga namens het college even kijken, mevrouw Ruigrok. Wethouder RUIGROK: Niet direct maar ik hoorde een vraag over de hotelstop en ik dacht die nemen we mee in de actualisatie van dat verblijfsaccommodatiebeleid. Vandaar dat ik hem even noemde. De VOORZITTER: Ik ga even kijken. Hebt u nog vragen openstaan? Nee. Mijnheer Rip, hebt u nog een aanvullende vraag? De heer RIP: Ik denk dat je pas iets kunt zeggen over… Ik heb het woord 'vooringenomen' neergelegd, over deze startnotitie. Kijk, dit is de eerste keer dat we een shortstayaanvraag echt serieus behandelen, met alle respect voor die verblijfaccommodatie, dat beleid in 2021 maar dat was louter ingegeven door de coronacrisis.
Niets meer en niets minder, dat was louter om de eigenaren, de hotelbranche, te behoeden voor faillissementen omdat niemand wist wat de dag van morgen zou brengen. We hebben een carte blanche gegeven, 'alles is welkom en we noemen het short stay', en vervolgens hebben we dat vier jaar lang vastgesteld. We kunnen vaststellen dat corona voorbij is en dat we de loopgraven kunnen verlaten want de oorlog is over. Dus op een gegeven moment ... Ik krijg nu een klein beetje kramp. De VOORZITTER: Ik moet ook even streng zijn mijnheer Rip, is het een onderwerp voor de tweede Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
13
termijn of is het echt een vraag aan het college? De heer RIP: Ik heb een vraag aan het college. De VOORZITTER: Kunt u dan uw vraag stellen? De heer RIP: Waarom op voorhand, zonder dat je... Ik heb de hele dag in de tuin gewerkt, dat had ik beter niet kunnen doen. De VOORZITTER: Kunnen we de sessie heel even schorsen? De heer RIP: De vraag is even, waarom... Schorsing De VOORZITTER: Dank u wel. Ik ga naar de heer Rip voor een kort en bondige vraag. De heer RIP: Ja, kort en bondig. Ervaring, dan krijg je leermomenten en we staan nu nog aan de start. Ik zou niet al op voorhand zeggen dat we ergens bang voor zijn, laten we gewoon de eenvoud erin brengen en gewoon van start gaan. Dat lijkt me beter, zo snel mogelijk. De VOORZITTER: Bent u dat met de heer Rip eens? Ik denk dat dit de vraag is. Wethouder VAN STRATEN: We zijn zeker niet bang maar we willen wel grip krijgen en daarom hebben we deze startnotitie opgesteld. Wat ons betreft, gaan we zo snel mogelijk door naar het vaststellen van het beleid. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik rond hierbij de eerste ronde af. Ik heb ik in ieder geval één onderwerp gehoord van de VVD en ik zie dat de heer Vermeulen ook een onderwerp heeft. Ik ga even een rondje doen om de verschillende onderwerpen op te halen. Mevrouw Van 't Hull.
Mevrouw VAN 'T HULL: Dat is inderdaad naar aanleiding van de inbreng van de HAP, ik hoorde daarin, en net ook weer, eigenlijk een beetje 'ga gewoon van start' maar om grip te krijgen en bij voorbaat goed te regelen dat de juiste voorwaarden er zijn, is onzes inziens…Ben je dan juist goed bezig om die grip te organiseren en ik gaf het voorbeeld vanuit de verkeerssessie, je moet iets doen aan een weginrichting en daarnaast kun je door nudging of bijvoorbeeld flitspalen nog iets doen om de snelheid te beperken. Dat wil je zo veel mogelijk voorkomen, dan kom je weer bij preventie en dan zou je de juiste voorwaarden moeten scheppen en dat zo scherp mogelijk doen. De vraag is eigenlijk of jullie dat met ons eens zijn. De heer RIP: Ja. Oh. De VOORZITTER: Ik wil eigenlijk een rondje onderwerpen ophalen en ik kijk even kort wat het onderwerp van de heer Vermeulen is, daarna het onderwerp van de heer Staal en dan beginnen we bij het onderwerp van mevrouw Van 't Hull. De heer VERMEULEN: Ik wil het graag hebben over het benoemen van doelgroepen en dat zal daarbij aansluiten. Ik wil het ook hebben over het gebruiken van een parkeernorm die niet past bij short stay en ik wil het hebben over problemen op de woningmarkt die je denk ik deels met short stay oplost. De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer Staal. Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
14
De heer STAAL: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb als tweede termijn ook de doelgroepen omdat ik vind dat dit een beetje in het midden bleef en ik wil daar specifiek aan toevoegen: is het nou zo hard nodig dat je ergens anders een hoofdverblijf hebt als je short stay aanvraagt of heb je juist heel erg behoefte aan onderdak, dus aan short stay, als je geen hoofdverblijf hebt. De VOORZITTER: Dank u wel. Misschien zit daar inderdaad een samenvoeging in, zeker als het over doelgroepen gaat. Dan ga ik naar de grip en voorwaarden van de VVD. U hebt de onderwerpen al ingeleid en ik weet niet of u er nog iets aan wilt toevoegen. Nee. Dan zag ik het handje van mijnheer Rip. De heer RIP: Ja. Natuurlijk ben ik het met mevrouw Van 't Hull eens maar ik wil eigenlijk een wedervraag stellen. Hoe hebben we nu de short stay bij alle hotels geregeld, hebben we dat? Als we het daar goed geregeld hebben dan zeg ik copy-paste. Kennelijk hebben we het daar goed geregeld, daar hoor ik niemand over en nu is er een nieuw initiatief en popt het op omdat we ons zorgen over de handhaving maken. Laten we hetzelfde systeem hanteren als we bij hotels hebben gedaan, dan hebben we het opgelost. Bent u dat met mij eens? De VOORZITTER: Mevrouw Van 't Hull, wilt u daar eerst op reageren? Dan ga ik het rondje af. Mevrouw Knikker.
Mevrouw KNIKKER: Ik ben het uiteraard met mevrouw Van 't Hull eens dat het belangrijk is. Ik denk dat het daarom ook goed is dat er is gekeken naar wat soortgelijke gemeenten doen. Als je niet aan de voorkant al wat gaat trechteren wordt het veel te breed en dat moet niet. Volgens mij zijn de verschillende doelgroepen in de succesvolle voorbeelden van de gemeenten die dit beleid hebben allemaal geclusterd. Ik vind het interessant dat Eindhoven arbeidsmigranten wel in short stay heeft meegenomen maar dat het is ingekaderd. Dat zou een overweging zijn maar dan is natuurlijk wel de vraag of het nog betaalbare short stay is. Wij zeggen dat het echt een verblijfsbestemming met logies is, dus absoluut geen wonen en dat doet ook iets. Dan een reactie op de woorden van mijnheer Rip. Hotels hebben een registratieverplichting, een exploitatievergunning en een Omgevingsvergunning en er is een Bibob-vragenlijst. Dan voldoe je ineens aan hele andere regelgeving dan als het los is gezongen van een verblijfsvergunning met een bestemming Logies. Dan heb je een heel ander kader en ik denk dat je juist een heel helder onderscheid kunt aanbrengen als je aan de voorkant echt alleen selecteert op voldoen aan de kaders van het accommodatiebeleid, ik denk dat we onszelf daarmee aan de achterkant heel veel ellende kunnen besparen. De VOORZITTER: Eerst is het woord aan mijnheer Vermeulen.
De heer VERMEULEN: Ja dank u. Ik ga even op alles... Ik begrijp gewoon niet dat je overal grip op moet hebben. Het enige wat ik begrijp is dat short stay een zelfstandige woonruimte is, je kunt het uitleggen als logies en ook als een vorm van flexwonen, het is een zelfstandige woonruimte. Het onderscheid dat we maken is dat het ten minste voor zeven dagen en ten hoogste voor zes maanden is. Dat is het enige wat telt, dat is short stay zoals we het, zoals mijnheer Rip zei, hebben gedefinieerd voor een zeker hotel dat dit gewoon keurig netjes voor zichzelf in het bestemmingsplan opgenomen heeft gekregen. Daarin staat niets meer dan dat, daarin staan niet allemaal doelgroepen benoemd. De doelgroep is iemand die er langer dan een week en korter dan zes maanden woont. That's it. De VOORZITTER: Mevrouw Knikker wil graag op u reageren. Mevrouw KNIKKER: Ja omdat ik u hoorde zeggen dat het altijd zelfstandige woonunits zijn. Dat is bij Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
15
short stay niet altijd zo, er is ook een onderscheid tussen onzelfstandige en zelfstandige units en dat neem je mee in de afwegingscriteria die in het beleid terugkomen omdat het gaat over een verblijfsbestemming met een functie Logies, zoals appartementenhotels. De VOORZITTER: Wilt u daarop reageren mijnheer Vermeulen? De heer VERMEULEN: Ik werd erbij aangekeken en ik had het gevoel dat we eigenlijk bijna in een soort debat verzeild raakten, god verhoede dat dit gebeurt. Ik ben dat helemaal niet met u eens. Ik ben het eens met de definitie dat het tijdgebonden verblijf is en dat wij daar helemaal niet op hoeven te handhaven zoals ik net ook al uiteen heb gezet en ik heel kort zal herhalen, omdat het in het belang van de exploitant is dat dit maximaal zes maanden duurt. Wij hoeven daar helemaal niet op te handhaven, het enige wat we moeten doen is zorgen dat een bonafide ondernemer het uitvoert, daarvoor hebben we een Bibob-onderzoek of anderszins. Als het maar niet op een plek is waar je ook regulier kunt wonen, dan zou het heel kwalijk zijn. Als we daardoor mensen uit een reguliere woning trekken die nu door een bedrijf is aangekocht omdat we geen goed shortstaybeleid hebben en we die faciliteiten hier niet bieden… dan zie ik graag al die expats uit die woningen trekken, zodat onze eigen inwoners erin kunnen.
De VOORZITTER: Dan heeft de heer Beusenberg een reactie op de woorden van mijnheer Rip? Niet meer? Nee. Dan ga ik naar mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het deels wel met de VVD eens dat je goed moet kijken waar het allemaal naartoe gaat en ik dacht dat Forza! dat wel even ging pakken want dat staat gewoon in uw motie, dat is ook grip, daar bepaal je ook een aantal zaken, hoe je dat wilt inrichten en welke spelrechten er zijn. Ik zou zeggen, lees de motie van Forza! en stem daarmee in want dan heb je in ieder geval in het begin bij de startnotitie sturing. Ik had gehoopt dat Forza! dat zelf zou doen maar dan doe ik het voor hen. Ik ben het niet vaak eens met Forza! als het gaat om wonen maar in dit geval zeer zeker. De VOORZITTER: Mijnheer Rip. De heer RIP: Het gekke is dat ik gewoon ga zeggen dat ik helemaal geen motie nodig heb. Ik ben hier vanavond gewoon om vanuit mijn gedachtegoed en mijn partij signalen en wensen mee te geven en of ze wel of niet worden gehonoreerd, zie ik graag terug, dan krijgen we vanzelf weer een debat. Ik heb bij een startnotitie geen motie nodig. Ik heb er toevallig wel een aangekondigd maar ik heb al gezegd dat die over iets anders gaat.
Ik wil aan mijnheer Vermeulen vragen het gewoon niet te doen want uw boodschap is helder en als u het terugziet in het beleid dan kun je altijd nog overwegen om een motie in te dienen. Ik heb geen motie nodig voor deze wethouder omdat ik heel goed begrijp dat ze onze signalen wel degelijk meeneemt. De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen werd in eerste instantie direct aangesproken. De heer VERMEULEN: Ik vind het jammer dat mijnheer Rip geen motie nodig heeft want ik heb al voldoende van de wethouder gehoord dat mij de haren te berge doet rijzen. Ik maak me ernstig zorgen over het beleid dat straks onze kant op komt, ik vrees dat het zo wordt dichtgetimmerd is dat straks niemand behalve bevriende hotels hier short stay kunnen exploiteren. Ik hoop dat ik ongelijk heb maar ik ben bang. De VOORZITTER: Ik ga eerst naar de heer Beusenberg die een reactie heeft op u, mijnheer Rip. De heer BEUSENBERG: Ja, ik ga het toch vragen voorzitter, via u. Ik hoorde u in eerste instantie zeggen Conceptverslag Sessiedebat Nota Startnotitie short stay 18 juli 2024
16
dat je gewoon in een hotel kunt blijven als je daar langer dan een halfjaar zit als je maar betaalt maar er is nu duidelijk uitgekomen dat het niet langer dan een halfjaar mag. Bent u het daarmee eens of zegt u 'we gaan dan niet handhaven, laat hen na een halfjaar maar zitten'? De VOORZITTER: Mijnheer Rip. De heer RIP: Ik bemerk dat u luisteren toch wel lastig vindt want dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik probeer te zeggen dat we in mijn beleving in het hotelbeleid, in de handhavende sfeer, niet goed op de rit hebben of iemand er vijf, zes of zeven maanden zit. We noemen het shortstaybeleid maar in de hotelbranche is dat gewoon eigenlijk ruimbaan voor de hotels. Nu gaan we naar de short stay waarin een definitie van zes maanden zit en, dat heeft mijnheer Vermeulen heel goed uitgelegd, na die zes maanden verval je in andere wetgeving en dan komt handhaving ineens boven. Ik probeer te zoeken naar: als we de handhaving gelijk willen trekken met short stay, hoe doen we dat bij de hotels en kunnen we dat projecteren op het shortstaybeleid dat we willen vormgeven, dat probeer ik te zeggen. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali wil ook nog reageren op mijnheer Rip en ik denk dat ik dat eerst ga doen. De heer SIDALI: Dank u wel voorzitter.