2023-11-23 Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 23 NOVEMBER 2023 Onderwerp:
Woonwagenbeleid Haarlemmermeer (8414029)
Voorzitter:
mw. H.J. van den Berg
De leden: dhr. M. Achterbergh-Copier, dhr. M.L. Beusenberg, mw. Y.M.G. Bouwhuis, mw. J.M. Hup, dhr. R.P. van Laar, mw. A.P. Maat, mw. M.C.M. Roos, mw. C.R. Smand, dhr. R. Staal, mw. M. Woolthuis Griffier: dhr. B. Heerema Portefeuillehouders: dhr. C. El Idrissi, mw. M. Steffens-van de Water Insprekers: mw. S. Achterbergh, dhr. B. Joren, dhr. P. Kollof
De VOORZITTER: Dames en heren, ik zou graag willen beginnen met deze vergadering. Ik heet u allen van harte welkom. We bespreken het raadsvoorstel Woonwagenbeleid Haarlemmermeer. Voor deze sessie hebben zich drie insprekers gemeld bij de griffie en daar zullen we straks mee beginnen. Daarna starten we met de eerste termijn. Daarin heeft u de gebruikelijke spreektijden. En na de eerste termijn geven we het college de mogelijkheid eventuele vragen te beantwoorden, waarna we doorgaan naar de tweede termijn. Technische vragen kunt u beter schriftelijk stellen, zoals u weet. Ik wil voor de orde nog even opmerken dat in de raadzaal niet geklapt mag worden, ook niet als u heel enthousiast bent, en ook niet gerookt nee, dat mag ook niet. Ik wil dan graag op volgorde van aanmelden met de insprekers beginnen. Het eerste woord is aan de heer Joren, mag ik u uitnodigen om hier te komen staan? U krijgt vijf minuten. Ik stel voor om de vragen allemaal te stellen na de drie insprekers, dus schrijf ze eventjes op, dan doen we dat allemaal als ze aan het woord zijn geweest. Gaat uw gang. De heer JOREN: Geacht college, leden van de raad. Hier sta ik dan voor de vijfde keer.
Als eerste wil ik even terugkomen op een bericht van Mark Achterbergh-Copier over het feit dat hij teleurgesteld was in de woonwagensamenleving Haarlemmermeer omdat wij onze zienswijze niet gegeven zouden hebben op het nieuwe woonwagenbeleid waar hier vanavond over gesproken wordt. Beste Mark, dat dat door de collega's van de VVD en door het college blijkbaar niet doorgegeven wordt aan de raadsleden vind ik spijtig. Echter, Peter Kollof en ik hebben meegeschreven aan dit woonwagenbeleid. Wij zijn samen het afgelopen jaar een stuk of zeven keer op het gemeentehuis geweest bij onder meer Sandra van Ginkel, Gerard Braam, personen van Ymere en zelfs de wethouder heeft persoonlijk met ons aan tafel gezeten. Tevens zijn er het afgelopen halfjaar ook nog eens drie delegaties op de woonwagenlocatie aan de Zuiderdreef geweest om te praten over eventuele nieuwe standplaatsen aan die Zuiderdreef. Eigenlijk alles dat in dat nieuwe beleid staat, wisten wij, hebben wij toestemming voor gegeven op één ding na. Het stukje over de grootte van de standplaatsen. In het beleid staat dat er standplaatsen kunnen komen met een afmeting van tussen de 100 en 200 m². Daarvan hebben wij gezegd dat 100 m² te klein is en dat de minimumafmeting 200 m² moet zijn. Dat heeft Sandra van Ginkel niet in het beleid opgenomen. Wij hebben eigenlijk overal verder in toegestemd.
Wij zijn hulpvaardig geweest, iets dat ook meerdere keren erkend is door de ambtenaren die het beleid hebben geschreven en door de wethouder zelf. Het valt mij dan ook tegen dat de wethouder zegt in een stuk op de gemeentesite dat wij onze zienswijze niet hebben gegeven. Daar wil ik het dan ook over hebben. Dit is nu net het stukje vertrouwen dat wij in Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
1
de afgelopen 1,5 jaar hebben gekregen in dit college, dat hiermee gelijk weer is afgebrokkeld. Als wij nu alles weer op een rijtje zetten, is het vertrouwen weer gezakt naar het nulpunt. Eerlijk gezegd begrijp ik Nederland wel, dat gisteravond met duidelijk overmacht is gekozen voor de PVV. Niet dat de PVV ons als woonwagenbewoners wel zou helpen, maar die zou in ieder geval duidelijkheid verschaffen. De zittende macht, die de afgelopen 25 jaar de lakens uitdeelde in Nederland, beloofde altijd heel veel. De minderheden werden geholpen en er werd sterk rekening met ze gehouden. Met hondstrouwe ogen keken ze je aan en zeiden 'alles komt goed'. Echter, de mensen in de toeslagenaffaire, de mensen in Groningen wachten al jaren. Ze worden aan het lijntje gehouden, zoals dat zo mooi heet. En dat gevoel krijgen wij nu ook met de gemeente en dit college. Met hondstrouwe ogen werden wij aangekeken. Er werd ons beloofd dat zij zich verenigd sterk zouden maken voor onze woonwagengemeenschap. Nog dit jaar zouden er locaties aangewezen worden. En eigenlijk is er van alles nog helemaal niets. Het enige wat wij hebben, is een beleid waarin staat dat het realiseren van een woonwagenlocatie duur is en dat de geluidsoverschrijding aan de Zuiderdreef te groot is om er nieuwe standplaats te maken.
Nieuwe standplaatsen op het kampje dat al dertig jaar naast dat evenemententerrein staat en waar nooit iemand last heeft gehad van de jaarlijkse feestweek en de kermis. En nog erger voor ons is dat er slechts 30 meter verder een stuk land braak ligt waar wij jaren geleden al voor aan de bel hebben getrokken, maar dat is gekocht door een projectontwikkelaar die hier in samenwerking met de gemeente achttien appartementen wil bouwen. Dus een woonwagenkamp niet, maar een appartementencomplex wel. Als dit de hobbels zijn waar wij mee te maken hebben, gaan die kampjes er nooit komen. En wat betreft de prijs voor de bouw van een standplaats met woonwagen, dat dat zou komen door de toenemende kosten van materialen en duurdere arbeidskrachten, begrijpen wij. Maar wat als de materialen en arbeidskrachten over vijf jaar nog eens keer verdubbelen in prijs? Krijgen wij dan andermaal te horen dat het te duur is? Als u 25 jaar geleden gewoon scherp was geweest en had geluisterd naar de roep van de woonwagenbewoner, was u vele malen goedkoper uit geweest. Maar u, de burgerbevolking, wilde ons weg hebben. Daar kunnen wij niets aan doen. Dat is jullie eigen schuld geweest. Tja, misschien zouden wij eens moeten gaan vragen om herstelbetalingen voor het uitsterfbeleid. Tevens is inmiddels onze projectbegeleider Gerard Braam alweer opgestapt en is daar een nieuwe voor gekomen.
Iemand die het dossier heeft gekregen, maar zich eerst nog in moet lezen en die tegen Peter Kollof heeft gezegd dat het goed mogelijk is dat de eerste locatie pas over twee of drie jaar aangewezen zou kunnen worden. En wat denkt u? Over twee of drie jaar is deze raad weer weg en dan kunnen we weer van vooraf aan beginnen. Zo gaat het ons leven lang. Geacht college en leden van de raad. Het vertrouwen is weer gezakt naar het nulpunt. Maar wij geven niet op. Sterker nog, wij zijn voornemens om er alles aan te doen om nog aankomend voorjaar minimaal locaties aangewezen te hebben gekregen voor de 21 standplaatsen die in het beleid staan voor de korte termijn. Gebeurt dat niet, zullen wij elke locatie waar huizen of flexwoningen gebouwd zullen worden, ook gaan blokkeren en er met woonwagenbewoners vanuit het hele land gaan staan met onze caravans. Wij willen dat de oude bestuurscultuur, met hondstrouwe ogen, nu per direct stappen onderneemt en we laten ons niet meer afschepen. Anders zijn wij genoodzaakt om zelf stappen te ondernemen en daarnaast te gaan kiezen voor een nieuwe bestuurscultuur. En al zijn wij met weinig mensen, wij hebben, als wij echt willen, de macht. Fijne avond. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Joren. Ik wil eventjes opmerken dat we geen namen van ambtenaren noemen in deze bijdragen. Voor de volgende. Mijnheer Kollof. U heeft ook vijf minuten spreektijd.
De heer KOLLOF: Daar staan we weer, een jaar later, we hebben hier een jaar geleden gestaan en er is dus helemaal niets gebeurd. We mogen de namen niet noemen, maar u weet allemaal wie het is en wie er is aangesteld. Een jaar geleden hebben we hier gestaan en toen is ons beloofd 'we gaan dit met Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
2
zijn drieën oppakken. Er staan drie ambtenaren, of drie mensen die dit gaan begeleiden, drie projectmanagers, en als er eentje wegvalt, hebben we altijd die andere twee nog die het op kunnen vangen'. Er is er een weggevallen en vervolgens kreeg ik een mailtje 'iemand anders neemt het over'. Er gebeurt gewoon weer wat ieder jaar gebeurt en wat altijd gebeurt, wat al tien keer is gebeurd. Het gaat gewoon weer opnieuw beginnen. Deze mijnheer vertelt mij dat hij overal opnieuw moet beginnen; hij moet opnieuw gaan intekenen, hij moet opnieuw met een planoloog, een ecoloog, de hele logische familie aan de slag. Het gaat gewoon niet gebeuren. Wij zijn van een uitsterfbeleid naar een uitstelbeleid gegaan met deze gemeente. Het gaat niet gebeuren op deze manier. Er moet actie ondernomen worden. Jullie moeten gaan bouwen, op de korte termijn. Jullie zien hier ook de jeugd op de voorste rij zitten, die staat dadelijk ook in de rij. Ik ben 37 jaar, ik woon bij mijn moeder in een woonwagen. Ik heb daar geen privacy en dat komt alleen maar doordat er gewoon niet gebouwd is. En dan kunnen jullie dingen aanhalen van 'dat gebeurt ook in huizen', maar voor ons is er 35 jaar niets bijgebouwd. Nu wordt er in Getsewoud-West gebouwd. Daar worden 4000 woningen gebouwd. Ik ben heel benieuwd of met dit beleid er ook woonwagenkampjes in gebouwd zullen worden want dat zeggen jullie wel.
Ons is nu een jaar lang een worst voorgehouden. We zijn netjes op komen draven, acht keer, tien keer bij de gemeente in een kamertje gezet en er is ons zo veel beloofd en toegezegd, vooral door de dame van wie de naam niet mogen noemen – en dat gaan we ook niet doen, die zit daar leuk maar die doet net of ze gek is – die heeft ons een heleboel beloofd. Echt een heleboel, en er is gewoon helemaal niets van waar. Er zijn geen onderzoeken geweest, er zijn geen dingen geweest, er is helemaal niets van waar. De mijnheer die het nu heeft overgenomen, moet helemaal opnieuw beginnen en die vertelt me gewoon doodleuk dat we over twee of drie jaar misschien een locatie hebben waar ze kunnen gaan bouwen. Moet ik dan nog twee of drie jaar thuis blijven wonen? Hoe zit dat hier nou? Wie zijn jullie voor de gek aan het houden? Nogmaals, het is geen uitsterfbeleid meer, het is een uitstelbeleid. Meer heb ik er niet over te zeggen. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Kollof. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Achterbergh. Ook u heeft vijf minuten spreektijd. Mevrouw ACHTERBERGH: Goedenavond allemaal. Ja, daar zijn we weer, zou ik zeggen. Ik kom hier eigenlijk alleen maar om te horen welke locatie de komende maand nog wordt aangewezen want we hadden het over 2023. En daar wil ik jullie wel aan houden.
Dus graag horen we voor 31 december 24.00 uur de locatie die aangewezen wordt voor de nieuwe woonwagens. Daar houden we jullie aan, het staat ook op tape. Door persoonlijke omstandigheden heb ik helaas geen zienswijze kunnen indienen, maar ik zie wel behoorlijk wat hiaten in dit beleid. Waaronder dat er niet wordt aangeraden om ook koopstandplaatsen aan te leggen, maar woningcorporaties wel worden gewezen op het aanleggen van inkomensafhankelijke standplaatsen. Als er geen koopstandplaatsen aangelegd worden, waar moeten deze mensen dan wonen die iets meer verdienen? Daarnaast is een woonwagenlocatie nu eenmaal een mix van arm en rijk door elkaar. En stel dat nu een rijk iemand op een duurdere standplaats zou overlijden, dan gaat die de volgende keer weer naar een arme, en andersom. Dus dit is in deze logica die jullie hebben niet in te bouwen in dezelfde wijze als bij huizen. Bij ons woont rijk en arm door elkaar. Dan verhuizen vanuit andere gemeenten. Uiteraard moet er voor deze groep eerst gebouwd worden, maar wij moeten ook gewoon in Nederland vrij kunnen verhuizen en dat wordt nu door jullie als gemeenteraad allemaal tegengehouden. Ik wil misschien ook wel in een woonwagen bij mijn familie in Arnhem wonen.
Deze mensen hebben misschien ook wel elders familie en waarom zou je die meteen uitsluiten? Dan staat er 'de afbouw van een standplaats is niet toegestaan behoudens uitzonderlijke omstandigheden'. Dan wil ik graag dat jullie dat definiëren want we worden altijd maar weggeschoven voor huizen, want 'hier komen mensen wonen'. Hoe moet ik dit lezen? 'De standplaatsen dienen een samenhangend karakter te krijgen, een zogeheten Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
3
woonwagencentrum waarbij de grootte van het centrum in goede samenhang is met omliggende woonwijken'. Nou, als je dan bijvoorbeeld duizenden huizen bouwt, mogen we dan ook duizenden standplaatsen? Dat vind ik een goede samenhang. Wat wordt hiermee bedoeld? Of wordt hiermee bedoeld 'we zijn bang voor hen en het mogen er maar maximaal vijftien zijn, net als in het deconcentratiebeleid'? Het is mij niet duidelijk. Dan zie ik hier 'voornamelijk alleen maar uitbreidingen, geen nieuwe locaties erbij'. Ik wil erop wijzen dat we ook gewoon daarnaast willen blijven kijken naar nieuwe locaties. We willen graag bij voorrang op de flexwonen zoektocht. Er zijn immers al bijna 35 tot 40 jaar geen standplaatsen gebouwd. En we hebben ook geen voorkeur voor een combinatiewijk. Woonwagenbewoners hebben al veel last van institutioneel racisme en komen dan in een wijk met asielzoekers nog meer in de verdrukking van discriminatie en uitsluiting door de buurtbewoners. We willen gewoon dat er een woonwagenlocatie komt. Dan 'voor andere woonopgaven zoeken we momenteel ook nog naar locaties'. In een integrale ruimtelijke zoektocht naar locaties ga je ook kijken naar woonwagens. Ik vind dat er gewoon voorrang gegeven moet worden aan nieuwe standplaatsen. Dan de maten waar net ook al over gesproken is. De overheid en gemeente gaan zich weer bemoeien met het model woonwagen.
Beseffen jullie dat jullie mijn voorouders uit de, zoals jullie zeggen, pipowagens hebben gejaagd en verdreven als gemeente, omdat het niet goed was, verboden, ze mochten niet meer reizen, maar ze moesten in een VRO-wagen. Dat was ook al een wagen opgedrongen door de staat. Die was ook al te klein voor het bouwbesluit, toen moesten ze in een grotere en nu moeten ze weer in een kleinere; blijft er gesold worden met de maten? Houd gewoon nu de maat aan waarvoor ook tweedehands woonwagens te koop zijn die je gewoon op Marktplaats kunt kopen. Ik heb mijn woonwagen ook op Marktplaats gekocht. Ook dat hele gedoe met de omgevingsvergunning – houd jullie ogen eens open! Ik heb een woonwagen gekocht op een veiling. Ik moest binnen vijf dagen bieden op Marktplaats, die werd geveild door een gemeente. En dan moet ik hem neer kunnen zetten. Denken jullie dat ik tijd heb voor een maandenlange woonwagenvergunningaanvraag? Het is net als met een nieuwe auto; je koopt een auto en je moet hem ophalen. Dat moet ook veel sneller. Vroeger hadden we alleen 'je plaatst een woonwagen en je blijft 5 meter van de buren af'. Dat soort dingen. Dan het gasloos bouwen waarover gepraat wordt en de hoge kosten. Als je gewoon het VNGbeleidskader leest, en ik heb het ook persoonlijk van het ministerie van BZK gehoord, is gasloos bouwen helemaal nog geen hoge eis voor woonwagens.
Ten eerste omdat het niet beschikbaar is in de huidige woonwagenmarkt en omdat het geen voorrang heeft. Dat staat in het VNG-beleid te lezen. Dan 'alleen families laten bepalen op een kamp'. Dat is heel belangrijk, maar houdt ook de kleinere families in de gaten want als je een grotere en kleinere familie bij elkaar hebt, win je dat nooit met stemmen dus je moet in goede samenhang naar de families kijken. Dan vind ik ook nog het afstammingsbeginsel in de eerste en tweede graad heel erg. Laten we dat maar verruimen tot de derde en vierde graad of misschien wel de vijfde graad, als je al 35 jaar niets bijbouwt en wie weet hoe lang we nu nog moeten wachten. Nog lang gaan we zeker niet accepteren. Maar we hebben het dan ook al over achterkleinkinderen, misschien wel achterachterkleinkinderen die wachten. Dus beperk dat niet tot de tweede graad. De VOORZITTER: Wilt u afronden, mevrouw Achterbergh? Mevrouw ACHTERBERGH: Ja. Ook met het doorstromen moet goed in ogenschouw worden gehouden dat er niet onnodig woonwagens gesloopt hoeven te worden als iemand wil doorstromen. Dus ik denk dat het beleid nog even naar de tekentafel terug moet, maar we horen wel graag voor 31 december 24.00 uur waar de woonwagens komen. Ik zie ernaar uit. Dank u. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Achterbergh, blijft u maar even staan.
Ik ga even vragen of er vragen zijn uit de raad en als er vragen zijn aan de andere twee, dan komen zij erbij. Wie? Mevrouw Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
4
Woolthuis, mijnheer Achterbergh, mijnheer Beusenberg… Mevrouw WOOLTHUIS: Ja, dank u wel voorzitter. Dank aan u allen voor het inspreken. Wij hebben als raad gezegd dat dit prioriteit heeft en we nemen dit als raad heel serieus. Dat wil ik als eerste even zeggen. Ik hoor u zeggen, mevrouw Achterbergh, dat er in het beleid niet is opgenomen dat er ook koopplaatsen komen. Toch lees ik in het beleid zelf dat wordt gesproken over 21 standplaatsen, waarvan vijf tot tien met sociale huur. Dus ik vroeg me even af hoe u dat heeft geduid en anders zou ik graag van het college horen of dit klopt ja of nee? Mevrouw ACHTERBERGH: Volgens mij, hoe ik dat gelezen heb en hoe dat mij voor de geest staat, is het dan vijf standplaatsen als sociale huurwoonwagens, volgens mij. Dus dat wil zeggen dat voor mensen die geen geld hebben om een woonwagen te kopen – wij krijgen van banken ook haast geen leningen, daar worden we ook mee gediscrimineerd en sommige mensen kunnen zelf vanwege een uitkering geen lening krijgen – de gemeente of de corporatie daarin gaat voorzien. Dus die koopt een huurwoonwagen en die kunnen zij dan voor een prijsje huren. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh, de volgende vraag en mevrouw Hup en mijnheer Van Laar heb ik ook op het lijstje. De heer ACHTERBERGH: Ook namens mij heel erg bedankt.
Ik had inderdaad een oproep geplaatst omdat ik in het beleid las dat de woonwagenbewoners het eigenlijk hadden opgegeven en dat trek ik me persoonlijk aan. Dat vind ik echt heel erg. Maar als het dan over die sociale huurwoonwagens gaat – het is wel een rotwoord – kan ik nergens echt terugvinden, ook niet in jullie eerdere inbreng, of daar ook echt behoefte aan is en of dat inderdaad vijf tot tien is. Ik lees namelijk in het beleid dat juist die sociale huurwoonwagens het heel duur maken. Kunt u daar wat meer over vertellen? De VOORZITTER: Mevrouw Achterbergh. Mevrouw ACHTERBERGH: Daar kan ik wat meer over vertellen. We hebben dus in 2017 in heel de Haarlemmermeer woonwagen voor woonwagen met een onafhankelijk onderzoeker een onderzoek uitgevoerd. Daarin kunt u lezen dat destijds – en dan heb ik het dus niet over nu, we zijn nu vijf jaar verder – de meeste mensen aangaven wel redelijk goed zelf een woonwagen te kunnen kopen en dat daar niet echt een grote behoefte aan is. Dat is ook wel de landelijke trend, dat het overgrote deel liever zelf een woonwagen plaatst en een iets kleiner deel een huurwoonwagen wenst. Maar het advies is dan ook 'geef ons de beschikking en de mogelijkheid om weer die kampjes te kunnen onderzoeken, om dan te kijken hoeveel mensen dus geen woonwagen kunnen kopen'.
Dan hebben we ook echt de cijfers, en niet zomaar iets uit de lucht gegrepen, zoals mijnheer Achterbergh ook aangaf, dat er tussen de vijf en tien sociale huurwoonwagens komen. Misschien is het wel te veel. Maar misschien ook veel te weinig. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Ja dank u voorzitter. Met alle respect, ik had een vraag aan de heer Joren. De VOORZITTER: Mijnheer Joren, komt u even naar voren? Dat rijmt ook nog. De heer BEUSENBERG: Ja, mijnheer Joren. Ik hoorde u zeggen dat u de hele periode erbij betrokken bent geweest, met de gemeente, en dat u veel erover heeft gesproken en ik hoor u ook iets zeggen over dat de gemeente wel of niet gevraagd heeft om een zienswijze. Maar het lijkt mij toch dat als je aan tafel zit, dat dan heel duidelijk is wat er besproken wordt, of niet? Is de behoefte vanuit de Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
5
woonwagenbewoners duidelijk gecommuniceerd met de gemeente? Is duidelijk wat de behoeften zijn? De heer JOREN: Ja. Mevrouw Achterbergh heeft in haar hoofd het beeld over heel Nederland en elke regio, elke ander soort mens heeft een andere zienswijze op wat nodig is. Daarom doet mevrouw Achterbergh dat over heel Nederland. Wij zijn hier in de Haarlemmermeer en met de meesten hier in de Haarlemmermeer hebben wij gewoon besproken wat er nodig is. Dat zijn gewoon 42 standplaatsen. Op korte termijn was er afgesproken 'we kunnen niet 42 in één keer doen, maar 21 op korte termijn en 42 op de iets langere termijn', dus die andere 21. En 'bij elke 1000 woningen die nieuwgebouwd worden in Haarlemmermeer, 1,2 standplaatsen'. Omdat wij gewoon in hoge nood zitten, hebben wij op een gegeven moment ook gewoon gezegd 'weet je, laten we hier nu in ieder geval mee beginnen'. Dat hebben wij allemaal aangegeven en dat hebben wij allemaal besproken met de ambtenaren met wie we aan tafel hebben gezeten. Wij zijn zelfs een keer weggelopen van een gesprek en toen zijn wij door de assistent van de wethouder gebeld om de volgende dag weer terug te komen om te praten. En toen zat de wethouder ook weer aan tafel en was de vraag of we alsjeblieft wilden blijven praten. Nou, dat hebben we gedaan. We hebben het weer netjes opgepakt en eigenlijk is alles voortvarend gegaan.
Ik heb zoiets 'als wij dan helemaal meeschrijven aan het beleid hier, van Haarlemmermeer, denk ik dat we onze zienswijze hebben gegeven'. De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg, nog een vervolgvraag, want dan gaan we door. De heer BEUSENBERG: Ja, ik heb daar zeker een vervolgvraag over. Daarom bevreemdt het mij dat dit dan zo lang heeft geduurd want ver voor de verkiezingen hadden we het er al over en werd al gezegd dat er standplaatsen bij moesten komen. Nu bent u na de verkiezingen bijna twee jaar verder, dus in totaal bijna drie jaar verder. Is er nu in die tussenliggende periode wel of geen standplaats bijgekomen? De heer JOREN: Nee. De heer BEUSENBERG: Niet één? De heer JOREN: Nul. De heer BEUSENBERG: Oké, dank u wel, dan heb ik wel een vraag aan het college straks. De VOORZITTER: Ja, maar we gaan eerst nu even door met de insprekers. Mevrouw Maat. Mevrouw MAAT: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had ook een vraag aan de heer Joren, die nu net wegloopt. Allereerst ontzettend bedankt voor het inspreken en dat jullie er allemaal zijn. Jullie hebben meegeschreven aan dit beleid. Er is dus een beetje verwarring over of het nu wel of niet een zienswijze was, maar u zei 'we hebben er zeven à acht keer gezeten, dus dat is onze zienswijze'.
Nu ben ik wel benieuwd – mevrouw Achterbergh heeft daar ook al punten over meegeven – als ik dit nu lees, wat zijn dan echt grote dingen waarvan u zegt 'ja, maar dit hebben wij zo niet gezegd en dit moet echt anders, of we hebben een verkeerde opvatting over en weer gehad'? De heer JOREN: Sowieso de afmeting, dus niet 100 m², want daar kan je niets op zetten en dan houd je geen tuin meer over. Dus dat moet sowieso minimaal 200 m² zijn. Dat lijkt mij gewoon redelijk. Bebouwd, dus dan houd je niet veel over. Daar zit ook vaak nog een natte schuur op. Dus ja, 200 m² is eigenlijk wel het minste. En mevrouw Achterbergh heeft nog wel een paar punten, maar dat is meer echt inhoudelijk. Iets waar ik misschien niet al te veel kaas van heb gegeten. Dat weet mevrouw Achterbergh wat beter, omdat zij al vijftien jaar aan de bel aan het trekken is.
Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
6
De VOORZITTER: Dank u wel. De heer JOREN: Maar voor ons blijft het belangrijkste die 42 standplaatsen en 21 standplaatsen op korte termijn. En dat er voor december 2023 een locatie aangeboden zal worden. De VOORZITTER: Dank u. Dan ga ik naar de volgende. Blijft u maar even staan, mijnheer Joren. Mevrouw Hup, aan wie is uw vraag? Mevrouw HUP: Misschien aan alle drie, maar ik richt me denk ik even op mevrouw Achterbergh, misschien weet u daar een hoop van. Ik wil in ieder geval een verduidelijkingsvraag stellen en ook nog een vraag aan de wethouder stellen daarna. Ik heb kunnen lezen dat jullie meer standplaatsen nodig hebben voor de komende 25 jaar, waarvan 29 standplaatsen dan vrijkomen voor verhuizing of overlijden. Dit beleid levert dan 21 standplaatsen op, waarvan vijf of tien sociale huur, daar hebben we het net al over gehad. Als ik dat optel binnen die 25 jaar, dan zijn dat er 50. 29 plus 21 is 50. Dus het huidige behoefteonderzoek op korte termijn leert dat voor 24 bewoners en 27 spijtoptanten, dat zijn er dan 51, eigenlijk geen plek is. Bent u dat met me eens? Mevrouw ACHTERBERGH: Ja, ik wil zelf altijd een berekening heel goed zelf even checken. Hoe u dat zegt, lijkt dat te kloppen maar ik wil er nu geen ja op zeggen omdat ik dat eerst voor me wil zien en wil begrijpen. Mevrouw HUP: Dat snap ik. Ik refereer echt aan het beleid. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Hup.
Dan gaan we naar mijnheer Van Laar. Aan wie is uw vraag gericht? De heer VAN LAAR: Voorzitter, ik wil de insprekers heel hartelijk bedanken, ik had exact dezelfde vraag als mijnheer Achterbergh dus die is al gesteld en beantwoord. De VOORZITTER: Mevrouw Woolthuis. U heeft een reactie voor het college. Ik wil voorstellen… O, u heeft nog een vraag? Ik kom zo bij u terug. Mijnheer Staal. De heer STAAL: Ja excuses, er schoot mij nog een vraag te binnen. Bedankt voor de zienswijze en dat jullie hier allemaal zijn. Ik merk best veel punten waarover jullie het er niet mee eens zijn. De zienswijze is meegegeven en straks wordt aan het einde van deze sessie gevraagd 'is dit rijp voor besluitvorming?' Ik zou graag willen weten hoe jullie daarnaar kijken. Vinden jullie dat we een besluit erover kunnen nemen op deze manier? Of dat we via amendementen iets kunnen doen? Want ik zit ook te twijfelen. We kunnen het ook teruggeven aan het college als we zeggen 'het is niet rijp genoeg, neem het weer terug', maar ik ben ook bang dat dan uitstel afstel wordt. Dus daar ik ben er ook nog een beetje naar op zoek hoe jullie daarnaar kijken. De VOORZITTER: Mevrouw Achterbergh, denk ik. Mevrouw ACHTERBERGH: Ja, uiteraard moet ik dat even in overleg doen met de bewoners, misschien dadelijk in de pauze.
Maar de punten van de maten en dat er helemaal niet nagedacht is over het feit dat rijk en arm door elkaar woont, daar moet denk ik wel drastisch iets aan veranderd worden. Dat zijn een paar zinnen. Om nu te zeggen dat het weer maandenlang terug moet naar het college, dat zien we ook niet zitten, maar laten we even gaan zitten met desnoods een of twee raadsleden erbij en bespreken 'die en die punten willen we veranderd zien'. Dan lijkt het me toch een simpele druk op de knop, backVerslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
7
space, nieuwe zin typen en enter. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Achterbergh, dank u wel alle insprekers. U mag weer even plaatsnemen. Ik wil voorstellen dat u allemaal in uw eerste termijn de vragen aan het college meeneemt. Dat lijkt me een goed idee. Mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Voorzitter, ik zou toch willen vragen of we eerst vragen mogen stellen aan de wethouder om dan een eerste en tweede termijn in te gaan. Want dan is het wel een stuk duidelijker, denk ik, waar we over praten. De VOORZITTER: Mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Daar sluit ik me bij aan en ik heb misschien ook een heel praktisch voorstel, en dan kijk ik even naar alle collega's, want we hebben nog een uur en er is best wat te doen in dat uur. Dus ik vraag me af of we allemaal onze bijdragen zo moeten geven, of dat we echt veel meer naar de toekomst moeten kijken en over de oplossingen moeten praten. Wat kunnen we bereiken in dat uur? Want ik ben het met de collega van GroenLinks eens, als we terug gaan kijken hoe dat allemaal zo gekomen is, komen we nergens. Dat is denk ik niet de bedoeling van vanavond. De VOORZITTER: Duidelijk. Dus we gaan toch eerst de vragen aan het college doen? Dan gaan we dat doen. Mevrouw Hup, u wilt nog iets toevoegen? Mevrouw HUP: Ja, volgens mij had ik mijn hand opgestoken.
Dus inderdaad, daar sluit ik me bij aan en ik vind het nadelig voor de mensen die minder spreektijd hebben om dat aan de spreektijd toe te voegen. Dus daar ben ik het niet mee eens. Ik vind het een goed voorstel, voorzitter. De VOORZITTER: Nou, dat is helemaal duidelijk, mevrouw Hup. Dan begin ik met de eerste vraag. Wie heeft de eerste vraag? Mijnheer Beusenberg, dan mevrouw Hup, dan mevrouw Woolthuis dan mijnheer Achterbergh. De heer BEUSENBERG: Ja dank u, voorzitter. Voorzitter, via u. De wethouder hebben wij in de sessie voor de verkiezingen duidelijk aangegeven, ook als fractie van SRH, dat wij snelheid in het proces willen en dat we geen genoegen nemen met een afwachtende houding. Wat is nu dan… De VOORZITTER: Wat is uw vraag? De heer BEUSENBERG: Mijn vraag is: staat de wethouder of staat het college open voor de suggestie die net gedaan is over die minimaal 200 m² per standplaats en om zich daar op korte termijn voor in te zetten? Er moet wat gebeuren, dat is duidelijk en wat we eigenlijk vanavond willen bereiken – en misschien moeten we dan wel tien minuten schorsen, zodat we de wensen van de bewoners op een rijtje krijgen – is dat we de wensen van de bewoners kunnen verwerken in dit raadsvoorstel. Want dan gebeurt er wat, dan doen we zaken vanavond. Het heeft nu zo lang geduurd… De VOORZITTER: Maar mijnheer Beusenberg, uw punt is duidelijk.
Ik ga door naar de volgende. Ik ga zo het rondje maar af. Mijnheer Staal. De heer STAAL: Ja, ik heb eigenlijk meer vragen, maar ik ben het ermee eens om het gezien de tijd compact te houden. Mijn grootste vraag is eigenlijk: waar blijft het voorstel aan de raad voor de grond? Wanneer kunnen we dat verwachten? Waar die plekken gerealiseerd kunnen worden? Wanneer kunnen we dat verwachten? Ik begrijp dat het er al had moeten zijn, dus wanneer kunnen we dat wel Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
8
verwachten? De VOORZITTER: Mevrouw Maat. Mevrouw MAAT: Ja, dank u wel voorzitter. Die vraag is al gesteld, ik stel even een vraag in het kader van het vertrouwen. Ik vind het wel schokkend om te horen dat ambtenaren weer van het begin af aan moeten beginnen en dat er dan wordt gezegd ' ja, over twee of drie jaar misschien een keer een locatie'. Ik vind inderdaad dat dat niet kan. Dus hoe zit dat? De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Maat. Dan ga ik naar mevrouw Roos. Mevrouw ROOS: Mijn vraag is eigenlijk het volgende. Er staat in de stukken dat er geen zienswijze is ingediend. En het is duidelijk dat er inderdaad meegeschreven is aan dat hele beleid. Had dat dan niet duidelijker in de stukken geplaatst moeten worden en niet moeten worden benoemd als 'er is geen zienswijze'? Dan komt het er eigenlijk op neer dat wij denken 'nou, dat is ook raar!' Laten we eerlijk zijn, het is een beleidsstuk en er komt geen zienswijze op. Dus wij denken 'er is helemaal geen samenhang geweest'. Dat wil ik wel graag horen De VOORZITTER: Uw vraag is duidelijk. Dan ga ik door naar mevrouw Hup. Mevrouw HUP: Ja, dank u wel voorzitter.
Voorzitter, aanvullend aan mijn vraag aan mevrouw Achterbergh zojuist, ben ik wel benieuwd of de wethouder het met mij eens is dat er dan eigenlijk 51 standplaatsen nodig zijn, op papier, want eigenlijk heb je er echt veel meer nodig als je kijkt naar de derde, vierde of vijfde graad… De VOORZITTER: Maar mevrouw Hup, dat is wel een heel technische vraag, die zou eigenlijk schriftelijk gesteld moeten worden. Mevrouw HUP: Dan maak ik hem nu niet technisch. In het beleidsstuk staat een getal, 21. Mijn vraag aan de wethouder is of dit dan voldoende is voor de korte termijn, of is het een beetje aan de krappe kant? Naar ons inzicht wel, daar kunnen ze dus niets mee. En hoe gaat de wethouder dit dan rechtbreien voor zowel de korte, als de lange termijn? De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Hup. Mevrouw Bouwhuis? Geen vraag. Mevrouw Woolthuis. Mevrouw WOOLTHUIS: Dank u wel voorzitter. Ik heb één vraag aan het college. In dit stuk staat namelijk heel duidelijk dat de woonwagenbewoners hebben meegeschreven aan dit stuk. Wij vragen ons dan af: waarom is dan gevraagd om een zienswijze als ze al hebben meegeschreven? Daar hoor ik graag een antwoord op. De VOORZITTER: Mijnheer Van Laar. De heer Van Laar: Ja voorzitter, dank u wel. Ik zou eigenlijk aan het college willen vragen om puntsgewijs te reageren op wat de insprekers hebben ingebracht.
Anders blijft het hangen, maar in ieder geval op het punt van het formaat van de percelen. Waarom is daarvan afgeweken? Er wordt zelfs gesproken over gestapelde woonwagens, woonwagens met een verdieping. Volgens mij is daar geen behoefte aan, dus waarom schrijft de gemeente gewoon dingen op die…? De VOORZITTER: Volgens mij komt daar zo een antwoord op. Dan nu alleen nog mijnheer Achterbergh als u nog een vraag heeft, en mevrouw Smand en dan gaan we naar het college. Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
9
De heer ACHTERBERGH: Ik heb wel wat vragen, maar die zitten in de inbreng, dus ik laat het dan even zo. De VOORZITTER: Mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Een heel korte vraag, heel erg gericht op de uitvoering: wat is er nodig om in ieder geval de kortetermijnafspraak die in deze beleidsnota staat, namelijk het realiseren van een aantal standplaatsen voor het einde van het jaar, waar te maken? Wat is daarvoor nodig? De VOORZITTER: Nou, mevrouw Steffens, u krijgt het woord. Wethouder STEFFENS: Ja, voorzitter, ik laat toch even achterwege wie ik allemaal wil bedanken voor hun inbreng, want daar is gewoon geen tijd voor. Maar om even te beginnen met mevrouw Smand. Wat u zegt, is niet juist. We hebben nooit met u afgesproken dat er plekken gerealiseerd zijn voor het einde van het jaar. We hebben wel een aantal andere dingen gezegd, daar kom ik op terug nadat u zelf uw inbreng allemaal heeft gedaan met wat ik daarover kan zeggen. Dan even kort over die afmeting. Die hebben we er zo ingezet om flexibiliteit te houden. We gaan natuurlijk uit van die 200 m², maar we hebben het zo opgeschreven… De VOORZITTER: Mevrouw Steffens. U krijgt een interruptie van mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Voorzitter, in de sessie voor de verkiezingen is duidelijk gezegd door het college 'op korte termijn'.
Het is bijna twee jaar na de verkiezingen dus wat ons betreft, is die korte termijn nu wel gerealiseerd. De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg, ik geef het woord aan mevrouw Steffens. Wethouder STEFFENS: De sessie was een jaar geleden, mijnheer Beusenberg, in november 2022. Dat kan ook niet met mij zijn geweest voor de verkiezing, want toen had ik namelijk deze portefeuille niet, dus het gesprek is gevoerd in november '22 en we hebben toen met elkaar afgesproken dat u beleid zou krijgen, dat we op basis van het beleid een aantal stappen zouden zetten en dat is wat ik u vanavond voorleg. Ik begrijp alle gevoelens en emoties, bij u, maar ook bij de mensen die op de publieke tribune zitten, over het gevoel dat het te lang duurt. Want als je 36 jaar wacht, is het gewoon te lang, dus daar wil ik ook echt… Dat begrijp ik heel goed, maar wij hebben hier ook onze manieren van procedures moeten volgen, en daar hebben we mee te maken. Ik zou graag door willen gaan, voorzitter met beantwoorden van die paar vragen naar aanleiding van de insprekers. De VOORZITTER: Ja, mevrouw Smand, wacht even want wellicht zit uw antwoord er al bij. Mevrouw Steffens. Mevrouw SMAND: Want procedures, dat begrijp ik heel goed, maar soms moeten we buiten de lijntjes kleuren en ik denk dat we het daar vanavond over hebben. Want 35 jaar, 36 jaar, dat kunnen we niet meer uitleggen.
Die oproep zou ik wel willen doen. De VOORZITTER: Maar dat is geen vraag, mevrouw Smand. Mevrouw SMAND: Wilt u dat overwegen? De VOORZITTER: Mevrouw Steffens. Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
10
Wethouder STEFFENS: Ik ben het er roerend mee eens dat we moeten kijken wat we kunnen doen, maar ik ga u daar later in het debat ook nog wel iets over zeggen waarom het ook heel belangrijk is om zorgvuldig te zijn. We hebben namelijk ook mensen die bezwaar kunnen maken en als wij onze procedures niet goed volgen, dan denken we allemaal dat we iets hebben en aan het einde van de rit staan we met lege handen. Dat proberen we te voorkomen. Voorzitter, even terug naar de afmetingen. Ik hoop dat ik dat duidelijk heb gemaakt. 200 m² als uitgangspunt. Opschrijven van 100-200 m² zodat je in sommige situaties misschien iets mogelijk kunt maken. Dat is de enige reden dat het er zo in staat. Iemand heeft ook gevraagd 'wanneer is er nu iets meer bekend over locaties die kunnen?' Ik kan u zeggen, en dat probeer ik dan maar even heel kort door de bocht te doen, dat we verwachten dat we in het eerste kwartaal van 2024 voor de eerste acht locaties beter de mogelijkheden in kaart hebben. En dan komt dat ook bij u terug. Daarvoor ben ik natuurlijk afhankelijk van de inspanningen van mijn collega van Ruimtelijke Ordening die hier ook gezwinde spoed achter heeft gezet. Dan de rekensom, mevrouw Hup.
Die kon ik gewoon niet volgen, dus ik hoop dat u genoegen neemt met de keuze die we hebben gemaakt om deze berekening aan te houden en daarin een korte en een langere en een extra lange termijn te hebben. Tegelijkertijd is er nog de zienswijze. Daar wil ik ook iets over zeggen, voorzitter, want… De VOORZITTER: Mevrouw Hup heeft nog een verduidelijkende vraag, denk ik. Mevrouw HUP: Ik ben nog wel benieuwd of de wethouder haar eigen beleidsstuk kent, want het staat er letterlijk in. De VOORZITTER: Mevrouw Steffens. Wethouder STEFFENS: Ja, die ken ik en daarom heb ik het ook voorgelegd zoals het aan u is voorgelegd, dus nogmaals, ik kon toen uw rekensom niet goed begrijpen en ik weet niet wat u nu van mij wilt horen. De VOORZITTER: We gaan nu even door. Wethouder STEFFENS: Even terug naar die zienswijze. Ik begrijp dat het vragen van een zienswijze door ons puur bedoeld was om iedereen die had meegeschreven aan het beleid de gelegenheid te geven om nog even extra op papier te zetten 'dit is voor ons belangrijk, wilt u daar rekening mee houden?' Ik voel aan wat de insprekers zeggen dat zij het hebben ervaren als 'ja, we hebben het toch samen gedaan? Dan hoeven we geen zienswijze'. Dat is gewoon een keuze die zij kunnen maken. Daar hebben we geen enkel waardeoordeel over.
De reden dat daar nog eens een keer over teruggebeld is, is eigenlijk om de hand uit te steken 'mochten er dingen zijn die u nog extra aan de orde wilt stellen, dan kan dat'. En meer betekent het niet. Dus uw inbreng heeft geleid tot dit beleid. Dat zei mijnheer Joren heel treffend. Dat is precies wat vandaag bij uw voorligt. En ik begrijp ook dat er vanuit de landelijke organisatie nog een aantal extra punten aan de orde worden gesteld, maar dit is wat we hebben besproken en zo is dit tot stand gekomen. Voorzitter. Ik denk dat dat het even was op basis van de vragen naar aanleiding van de insprekers. De VOORZITTER: Dan ronden we het daarmee af. Dan gaan we beginnen aan de eerste termijn want daarna kunt u ook nog allemaal vragen stellen. Steekt u uw handen op om te spreken? Mevrouw Woolthuis had van tevoren al gevraagd of zij als eerste mocht, dus dat wil ik toestaan. Mijnheer Achterbergh, mevrouw Bouwhuis, iedereen.
Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
11
Mevrouw WOOLTHUIS: Dank u wel voorzitter. Als eerste een woord van dank voor het college voor dit stuk. Mijn fractie is wel heel erg blij dat we nu eindelijk een beleid hebben om te kunnen bespreken want dit heeft ook echt langer geduurd dan zou moeten. Als eerste is het ook nog fijn om te zeggen dat we blij zijn dat afspraken met Ymere zijn gemaakt om de achterstanden in het onderhoud op te lossen. Ook dit was echt hoognodig, zoals we hebben ondervonden bij een bezoek aan het woonwagenkamp in Nieuw-Vennep. Verder willen we over het stuk graag drie dingen bespreken. Het onderzoek naar de standplaatsbehoefte, de wachtlijst voor de standplaatsen en de realisatie en concreet maken hiervan. Voorzitter, ik neem u eerst even mee in de lange historie van dit onderwerp en er is ook al veel over gezegd, maar ik vind het wel belangrijk. Sinds 1986 is er geen woonwagen meer bijgekomen en is er een uitsterfconstructie gehanteerd. In 2014 is de woonwagencultuur aangemerkt als immaterieel cultureel erfgoed en in 2018 is het Landelijk Beleidskader Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid gepresenteerd. In datzelfde jaar is er een onderzoek gedaan naar de woonbehoeften van de woonwagenbewoners in Haarlemmermeer en was er op dat moment behoefte aan 51 plekken op korte termijn en 62 op middellange termijn.
In 2018 is er ook al een toezegging gedaan door de toenmalige wethouder dat er dat jaar nog standplaatsen bij zouden komen. Dat is niet gebeurd. In 2023, vandaag de dag, bijna '24, hebben we dan het beleid hier voor ons liggen en bespreken we dit voor stemming. Maar ook is er nog steeds geen enkele woonwagenplaats bijgekomen. En wanneer er standplaatsen bijkomen blijft vaag – het is ook al eerder gezegd – aangezien we in het stuk praten over ambities, en geen concrete afspraken. Dit is nieuw voor ons. We hebben niet eerder gezien dat het college de raad voorstelt om een beleid vast te stellen met daarbij de ambitie om plekken te creëren. College, wij horen graag waarom dat zo in dit stuk is gezet. Wij overwegen hier een amendement op in te dienen want ambities zijn te vrijblijvend. Dan het onderzoek naar de standplaatsbehoefte. In dit beleid staat dat er een ambitie is om 21 woonplaatsen te creëren of uit te breiden. Daarbij is gekeken naar het landelijk gemiddelde, maar dat is opvallend laag omdat uit het onderzoek uit 2018 al blijkt dat er op korte termijn toen behoefte was aan 51 plekken, dus dat strookt niet met elkaar. College, waarom is ervoor gekozen om uiteindelijk te kijken naar het landelijk gemiddelde? Ook hier overwegen we een amendement op in te dienen om in ieder geval de behoefte van het aantal standplaatsen uit het onderzoek over te nemen in dit beleid.
Dan nog over de wachtlijsten. In het Landelijk Beleidskader Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsen staat 'om recht te doen aan de woonbehoefte van woonwagenbewoners dient een woonwagenwoonruimte zoekende binnen afzienbare tijd kans te maken op een woonwagen'. Hoe kwantificeren wij 'binnen afzienbare tijd'? En dan wordt er toch snel weer een koppeling gemaakt met de wachtlijst voor sociale huurwoningen. Volkomen onterecht, vindt mijn fractie, want sinds 1986 is er namelijk geen enkele standplaats bijgekomen en er zijn wel woningen gebouwd. Een wachtlijst opzetten is dus prima, maar dat kan pas als de achterstand redelijkerwijs is ingelopen. Dan als laatste, het creëren van de nieuwe plekken, want het beleid lijkt er prima uit te zien, met uitzondering van de aangedragen onderwerpen door de insprekers vandaag. Maar wij zoeken nu naar hoe het concreet wordt gemaakt. Eerder is daarbij al een oproep gedaan om in 2023 naast beleid ook met concrete plekken te komen waar woonwagens geplaatst kunnen worden. Dus de vraag is, en eigenlijk is hij al beantwoord, verrast het college de woonwagenbewoners nog voor de kerst met heugelijk nieuws? Want dat verdienen zij. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Woolthuis, dan geef ik nu het woord aan mevrouw Bouwhuis. Nee? Was u eerder? Ik kon het niet meer volgen, jullie gingen allemaal tegelijk.
Dan eerst mijnheer Achterbergh van de VVD en dan mevrouw Bouwhuis van Forza! De heer ACHTERBERGH: Dank u wel voorzitter. Collega's, onze voorgangers hebben sinds 1986 de bal laten liggen. Maar niet deze raad. Vorig jaar hebben wij unaniem als raad een motie aangenomen Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
12
om meer zorg te dragen voor de woonwagen. Daarin hebben we beleidskaders meegegeven. Ik ben heel blij dat het college die heeft meegenomen en mee heeft gewogen en dat de woonwagenbewoners om wie het gaat ook daadwerkelijk zijn meegenomen in het vaststellen van dit beleid. Ik ben zelf heel blij dat het beleid er ligt. Als we het goedkeuren natuurlijk. Als het over het aantal woonwagenstandplaatsen gaat, denk ik dat dat ruimhartig is opgesteld; 1,2 plaatsen per 1000 woningen. Maar ik vraag me wel af in hoeverre dat dan ook realiseerbaar en haalbaar is want we houden zo best een mooie grote worst voor, maar als we A zeggen, moeten we ook B zeggen. Ik heb daar een beetje zorgen over. Ik wil heel graag van het college – over de korte termijn gaan we het zo nog wel hebben, denk ik, daar heb ik het in mijn inbreng ook nog over – een sterke visie hebben… Wilt u wat zeggen? De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh, u krijgt een interruptie van mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Ja, dank u voorzitter. Ik wil mijnheer Achterbergh van de VVD vragen hoe hij er tegenover staat. Want ik hoorde net de HAP zeggen, en daar was u zelf ook bij, dat er op korte termijn standplaatsen geleverd zouden worden. Hoe staat u er tegenover en wat vindt u er nou van dat dat niet gebeurd is? De VOORZITTER: Via de voorzitter graag, mijnheer Achterbergh.
De heer ACHTERBERGH: Ik begrijp de vraag van de heer Beusenberg. Volgens mij heb ik net al uitgesproken dat ik het heel erg vind dat dat niet is gebeurd. In de motie stond heel duidelijk 'er moet in 2023 een plaats aangewezen zijn'. Dat is niet gebeurd. Ik hoorde de insprekers ook duidelijk zeggen 'we willen nu ook actie, we willen nu ook zien dat er echt wat gebeurt. We wachten al 36, 37 jaar.' En volgens mij willen we ook een betrouwbare overheid zijn en dat zijn we nu dus gewoon niet. Dat is onderdeel van ons probleem als politiek, dat we dingen zeggen en vervolgens niet nakomen. Daar moeten we wat aan gaan doen, dit kan gewoon niet langer. Als ik dan bijvoorbeeld in het beleid kijk, naar de Zuiderdreef. Daar ben ik zelf vorig jaar nog geweest bij de heer Joren en anderen, daar staan gewoon zeven woonwagens en daar kunnen er prima drie bij. Dan lees ik 'vanwege een evenemententerrein is er iets met geluid'. U weet allemaal hoe het met de Kruisweg is afgelopen. Daar hebben we ook als raad gezegd 'dat is zo van ondergeschikt belang – of hoe je dat ook precies zegt – het belang van wonen prevaleert hier'. En ik zeg nu: die drie wagens moeten er komen en die moeten er snel komen. Waarom? Het kan namelijk gewoon. Anders hoor ik heel graag van het college heel duidelijk waarom het niet kan, want ik ben van mening, de VVD is van mening, dat het gewoon kan.
Desnoods al volgende maand. Maar goed, dat is een uitspraak die ik niet waar kan maken. Maar ik wil heel graag weten hoe snel die drie plaatsen daar geplaatst kunnen worden, want er is gewoon plaats voor. Dus dat moet kunnen. Ik had al gezegd inderdaad, met betrekking tot die standplaatsen horen we graag, waar, wanneer en hoe. Van die maatstaf van 1,2 standplaats per 1000 woningen horen we graag of dat realistisch en haalbaar is. En dat was het voor nu even, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Achterbergh. Dan nu wel mevrouw Bouwhuis van Forza! Mevrouw BOUWHUIS: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de heer Joren, de heer Kollof en mevrouw Achterbergh bedanken voor het inspreken. Forza! heeft de woonwagenbewoners in onze gemeente en hun belangen hoog staan, net als die van andere inwoners in Haarlemmermeer. Met het beleid dat op tafel ligt, willen we de woonwagenbewoners tegemoetkomen in hun belangen. Als kind leren we het al; afspraak is afspraak. Ook als je afspreekt dat er in 2023 een locatie wordt toegewezen. Vertrouwen is waardevol en dat hebben de bewoners en Forza! helaas nog niet in de daadwerkelijke uitvoer van dit beleid. De eerste locatie voor standplaatsen zou dit jaar worden toegewezen. Er werd naar de Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
13
Zuiderdreef gekeken. Maar dat werd afgewezen wegens mogelijk geluidsoverlast van het evenemententerrein verderop. Voorzitter, er staan, zoals de heer Joren al benoemde, al dertig jaar zes of zeven standplaatsen in deze straat. En nog nooit hebben die bewoners geklaagd over de twee weken kermis die er elk jaar gehouden wordt. Sterker nog, deze kermis en de feesttent zijn de woonwagenbewoners niet vreemd in hun cultuur. Als op zulke punten al niet aan een toezegging wordt gekomen om een locatie toe te wijzen voor standplaatsen, maakt Forza! zich ernstige zorgen over welke beren de gemeente nog meer op de weg zal zeggen te zien in de uitvoer van dit voorstel. Als een appartementencomplex 30 meter verderop wel mogelijk is, valt het absoluut niet uit te leggen waarom de toewijzing van de Zuiderdreef als locatie niet door kan gaan. Goede voornemens zijn een goede start voor een concreet plan, een plan dat deze inwoners verdienen en dat in hun belang is. Het is na vaststellen van dit beleid tijd om de mooie woorden in daden om te zetten. Er wonen meerdere kinderen, zoals de heer Kollof, van ver in de dertig nog bij hun ouders in de wagen. Niet vrijwillig. Met de uitvoer van dit beleid komt daar een eind aan, eindelijk. Over financiële beren zal ik kort zijn. Vijf jaar geleden kostte de standplaats nog geen € 230.000,00.
Het is iets waar de VNG hard zijn best voor doet om bij de minister aan te dringen op een tegemoetkoming in de kosten van maximaal € 8.500,00 per standplaats van de Rijksoverheid. Maar als we nog langer wachten, dan lopen de kosten ook op. Het is de wereld waar we nu in leven die de prijzen zo hoog maakt als ze zijn. Het begint nu bij locaties toewijzen. Tijd om door te pakken. Laten we onze kinderen het goede voorbeeld geven. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Bouwhuis, dan geef ik het woord aan de heer Van Laar van de PvdA. De heer VAN LAAR: Dank u wel voorzitter. Wij sluiten ons graag aan bij de woorden van HAP. Zij hebben heel veel goede vragen gesteld. Daarop aanvullend een aantal punten. Als eerste de behoefte. Er staat in het stuk letterlijk 'het Nederlands gemiddelde geeft een realistische indicatie van de behoefte in Haarlemmermeer.' Dus van het Nederlands gemiddelde van het aantal woonwagenplaatsen per 1000 inwoners zegt het college nu 'dat is precies de behoefte die er in Haarlemmermeer is'. Dat lijkt me op zijn best wensdenken. Ik denk dat de behoefte veel groter is. Dat blijkt ook al uit eerder onderzoek. De insprekers vragen nu ook om actueel onderzoek.
Zou het niet handig zijn als er een actueel onderzoek gedaan wordt naar de behoefte, zodat we daadwerkelijk weten waar we het over hebben? Want we hebben nu wel beleid, maar we hebben nog geen plan en we hebben erg behoefte aan een plan met die concrete aanwijzingen. Ik sluit me aan bij de heer Achterbergh als het gaat over die vraag over de sociale huurwoonwagens. Zijn die wel echt nodig en als dat zo ingewikkeld is, wacht daar dan mee en begin met de woonwagens realiseren die je wel kunt realiseren. Dat gaat dus ook om de koopplaatsen. Dat lijkt me een stuk eenvoudiger dan van alles moeten organiseren met huurconstructies en inrichting. Gewoon percelen aanwijzen en verkopen, met de voorwaarde dat het een woonwagenplaats blijft. Waarom doen we dat niet? Dat lijkt de simpelste weg. Het college lijkt op zoek naar de moeilijkste weg en dan zegt het 'het is heel moeilijk, we wachten er nog even mee'. Want voorzitter, die eerste locatie dit jaar zien wij niet meer gebeuren, maar wanneer komen ze dan wel? De wethouder zei net 'acht locaties in Q1 beter in kaart hebben'. Wat betekent 'beter in kaart hebben'? We willen gewoon een plan met een tijdlijn, met 'zo veel gaat het kosten, dan zijn ze klaar, zo veel gaan we verkopen en dan hebben we een gat van zo veel en dan dekken wij dat uit de algemene dekkingsreserve' en hup, we hebben het gedaan. We moeten tempo maken in dit dossier.
Er staat ook geen enkele deadline in voor het college. Zelfs niet voor die 21 plekken die het college wil realiseren. Ja, 'op korte termijn', maar wat is dat dan? Bij mij is dat drie maanden, maar bij het college volgens mij niet. Dus definieer nu helder wat dat is, doe een belofte en maak hem waar. Die oproep doen wij. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Van Laar, dan gaan we naar mevrouw Smand, D66. Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
14
Mevrouw SMAND: Dank u wel voorzitter, ik had ook een heel betoog voorbereid, maar ik houd het even kort want het gaat volgens ons om een aantal punten. Inderdaad, hoe kunnen we dit zo snel mogelijk vaststellen en tot uitvoering komen? Want ik denk dat uiteindelijk iedereen daarbij gebaat is. Ook omdat in het stuk staat dat het woonwagenbeleid, eenmaal vastgesteld, wordt opgenomen in het woonbeleid van de gemeente Haarlemmermeer. Dat woonbeleid gaat tot en met 2025 en daarmee hebben we meteen een instrument in handen waarmee we het woonwagenbeleid als onderdeel van het woonbeleid ook gewoon weer regulier langs zien komen en kunnen bespreken en daar vinger aan de pols bij houden. Maar dan moeten we nu wel tempo maken. Dat houdt inderdaad vaststellen in van deze beleidsnota en daar zullen misschien nog wat wijzigingen in aangebracht moeten worden, maar daar staat natuurlijk wel enorme tijdsdruk op. Het tweede is – en dat lees ik ook in het stuk – dat een update van de aantallen die zijn gebruikt om de rekensommen te maken in dit stuk, dus een update van de getallen, eigenlijk ook onderdeel uitmaakt van dit beleid. Daar ben ik ook blij mee, want dan kun je altijd actualiseren en dan kun je altijd tijdig bijstellen. Dus ik zou zeggen, en dan sla ik het even heel plat: zo snel mogelijk vaststellen, in het woonbeleid fietsen, en actie! Dank u wel.
De VOORZITTER: Kort maar krachtig, dank u wel mevrouw Smand. Dan ga ik naar mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Dank u voorzitter. Ik zal heel kort zijn. Belofte maakt schuld en er zouden dit jaar standplaatsen worden opgeleverd. Dat is beloofd en nogmaals, ik vind dat de gemeente dat waar moet maken. Als daar eventueel de knip voor getrokken moet worden, dan zijn wij van SRH bereid om dat goed te keuren. Zo simpel is het, want je kunt niet als overheid maar de boel afhouden. Ik hoorde net de wethouder zeggen 'ja, maar ik was er toen niet'. Dat is nou precies hetzelfde verhaal als de heer Joren te horen kreeg 'er is een ambtenaar vanaf en de volgende moet er weer helemaal induiken'. We willen nergens meer helemaal induiken. We willen gewoon dat het geregeld wordt. Ik denk ook dat de raad een heel duidelijk signaal af moet geven dat op korte termijn, en het liefst nog dit jaar, de eerste standplaatsen opgeleverd moeten worden, zoals afgesproken en beloofd. Als je als gemeente je wilt profileren als een onbetrouwbare gemeente, ben ik daar niet voor. Ik vind: belofte maakt schuld, dus doen, en dan de knip trekken. Het is niet anders, want waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dit is een foutje. Er is al sinds 1985 of 1986 niets opgeleverd qua standplaatsen en daar moet verandering in komen, niet meer en niet minder. En op een heel snelle manier.
Nogmaals, de wethouder mag dan aangeven of ze daaraan mee wil werken en als ze daar niet aan mee wil werken, dan houdt het op en dan zoeken we een andere wethouder. Zo simpel is het. Dank u. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Beusenberg. Dan gaan we naar mevrouw Maat en daarna naar mijnheer Staal. Mevrouw MAAT: Dank u wel voorzitter. Mijn collega's hebben al best veel slimme dingen gezegd en wat goede vragen gesteld. Je denkt op het eerste gezicht 'er ligt een woonwagenbeleid voor, wat goed dat we dat hier hebben '. En dan zit je hier nu vanavond en dan denk je 'o, dat gaat dus niet helemaal zoals we dat misschien verwacht hadden'. Er rijst bij ons wel de vraag, en dan houd ik het ook maar even kort, over bepaalde dingen. We gaan nu beleid met elkaar vaststellen. Dat wordt uiteindelijk dan, zoals mevrouw Smand ook al zei, in een groter beleid gefietst over wonen. Maar wij lezen dat er een Xaantal woonwagens bij komt. We hebben natuurlijk 36 jaar niets gedaan. Wat is nu het beleid als wij eenmalig zeggen 'zo veel komen erbij'? Dat klinkt dan meer als een plan. Dus wij missen in dit beleid veel meer de lange termijn. Dan ga ik helemaal over mezelf heen regeren, maar hoe ziet dat er dan over tien, twintig, dertig jaar uit? Daarbij hebben we met het college ook afgesproken na de verkiezingen dat we qua wonen out of the box zouden denken.
Over de Tiny Houses hebben we het al 100.000 keer Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023
15
gehad, dat we dat allemaal leuk zouden vinden, maar ook woonwagens passen hierbij. Wij vinden het dan jammer bij het CDA dat we zien dat we met elkaar de ambitie zouden hebben om toch veel meer out of the box te denken, maar in dezen gewoon weer tegen bepaalde procedures aanlopen, tegen kaders op en tegen muren oplopen. Dan komen we dus tot een punt waar ik uiteindelijk heen wilde, dat is dat het vandaag 23 november 2023 is. Dat er in 2023 een locatie zou worden aangewezen en we zitten hier met heel veel mensen die zeggen 'waar blijft dat nou?' Dan hoor ik inderdaad de wethouder zeggen, zoals de PvdA ook al zei, 'in Q1 hebben we het beter in kaart'. Dan denk ik 'dan hebben we het beter in kaart?' Hallo, gaan we dan begin april weer met elkaar bekijken hoe het er dan voorstaat? Dan kom je inderdaad bij dat vertrouwen uit. Waar ik ook de heer Kollof al over hoorde, dat ambtenaren dan toch weer aan het begin moeten beginnen, dat er wordt gezegd 'pas over twee of drie jaar'. Dan denk ik 'wat doen we hier nou met elkaar?' We hebben gisteren de verkiezingsuitslagen gezien. Wij willen hier in Haarlemmermeer gewoon die handschoen oppakken. Wij willen doen wat we zeggen en dat moet ook gewoon gebeuren. Ik hoop dat we daar vanavond met elkaar uitkomen. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Maat van het CDA. Dan ga ik naar mijnheer Staal van GroenLinks. De heer STAAL: Dank u wel.
Ik ga ook mijn tekst inkorten want ik ben ook heel erg benieuwd naar de antwoorden van het college. Ik denk niet dat het nodig is, maar ik ga het toch even doen, ik wil benadrukken dat het hier om een kwetsbare groep gaat die onze bescherming nodig heeft en gewoon onderhevig is geweest aan uitsterfbeleid de afgelopen jaren. Dus inderdaad, ik heb het allemaal gehoord, het draagvlak in de raad is hoog om hier wat aan te gaan doen. Ik wil zelf nog wat toevoegen. Dit is beleid, maar we missen het perspectief, het handelingsperspectief, want beleid is leuk, maar de vraag is inderdaad 'waar gaat het gebeuren?' Dan heb ik ook gehoord 'in Q1 gaan we met iets komen'. De PvdA refereerde er al aan en zojuist het CDA ook. Ik zou daar als betrouwbare overheid, wat de VVD ook noemde, wel gewoon harde toezeggingen over willen; wat ligt er in Q1 voor? Kunnen we de toezegging krijgen dat er voor het einde van 2023 nog een locatie aangewezen is? En niet met 'we gaan het in kaart brengen dan en dan', maar laten we gewoon harde toezeggingen doen met elkaar. Daar zijn wij als raad dan bij, maar ook als college en op wisselende ambtenaren kunnen we dat niet afschuiven. Dat is gewoon echt aan ons. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Staal. Dan ga ik naar mevrouw Roos van FVD. Mevrouw ROOS: Dank u voorzitter.
Er zijn, denk ik, maar weinig onderwerpen waar een raad zo eensgezind over kan optrekken. Ik heb zelden zo veel gezucht in de raadzaal gehoord, van de wethouder, maar ook van de raadsleden. Het beleidsstuk dat helaas, gezien het tijdsverloop, nu pas aan de raad voorligt, is een stap in de goede richting. Grote voorwaarde is natuurlijk wel dat de betreffende gemeenschap hier serieus in meegenomen wordt en het nu echt tot uitvoering komt. Hup, vaart erin met het toewijzen van standplaatsen, want het vertrouwen is keer op keer geschaad. Maatwerk is nodig. Voor de rest had ik nog vele vragen. Ze zijn eigenlijk allemaal al gesteld. Ik kan mij aansluiten bij de woorden van mevrouw Woolthuis en de heer Achterbergh. Ik zit inderdaad met die cijfers; zijn die behoeften nog wel actueel? Als ik zie dat er inderdaad via de verhuur dan nog een uitvraag wordt gedaan, had dat natuurlijk vele malen eerder gekund. Ik zeg: eensgezind optrekken en van de ambities gaan naar doen, tijd van handelen. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Roos. Dan mevrouw Hup, ChristenUnie-SGP. Mevrouw HUP: Dank u wel voorzitter. Wij zijn ervan overtuigd dat het belangrijk is om goed om te gaan Verslag Raadssessie Woonwagenbeleid Haarlemmermeer 23 november 2023