2022-06-23 Raad.docx
Tekst van het document
Index Raadsvergadering
Raadsplein
raadsgriffie
Raadsvergadering d.d. 23 juni 2022
Index
Pagina
1.
Opening en mededelingen
2.
Ambtsbezoek commissaris van de Koning, dhr. A.Th.H. van Dijk
3.
Sluiting
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
2 2-16 16
1
VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 23 JUNI 2022 Voorzitter: mw. M.H.F. Schuurmans-Wijdeven De leden: dhr. M. Achterbergh-Copier, mw. H.J. van den Berg, dhr. M.L. Beusenberg, dhr. T.M. Beusenberg, dhr. T.M. Blom, dhr. M.F. Boels, dhr. P.J. Boerman, mw. N.M. Elfers, dhr. M. van der Horst, mw. G.D.W. van 't Hull-Bettink, mw. J.M. Hup, mw. R.F. Hussain, mw. K. Kliphuis, mw. G. Knikker, mw. J. Koolmoes, mw. A.P. Maat (vanaf 16.05 uur), mw. A.N. Mees-Marhé, mw. S. van de Meeberg, dhr. E.J. van der Peet, dhr. A. Salhi, dhr. F. Sidali, mw. C.R. Smand, mw. B.C. van Straten-van Diepenbeek, dhr. K. Sulmann, dhr. E. Vermeulen, mw. M. Woolthuis Griffier: dhr. J. van der Rhee Portefeuillehouders: dhr. C. el Idrissi, mw. C.F.M. van der Meij, mw. M.H. Ruigrok, mw. M.L. SedeeSchuitemaker, mw. M. Steffens-van de Water Gasten: dhr. A.Th.H. van Dijk, commissaris van de Koning Noord-Holland, dhr. A. Dalenoort, chef Kabinet van de commissaris van de Koning
1.
Opening en mededelingen
De VOORZITTER: Dames en heren, ik open deze vergadering, de buitengewone raadsvergadering waarbij ik speciaal welkom heet de commissaris van de Koning, de heer Van Dijk en zijn kabinetschef. Van harte welkom in ons midden. Er is bericht van verhindering ontvangen van de heer Meijer, de heer Spijker, de heer Klaassen, de heer Rip, de heer Zuyderwijk, mevrouw Antolini, mevrouw Hogervorst en de heer Kos. Mijnheer Kos kan ook later aanwezig zijn, begrijp ik en dat geldt ook voor mevrouw Van Goethem en mevrouw Maat. Ja? Mevrouw KNIKKER: Mevrouw Van der Veldt is ook afwezig. De VOORZITTER: Dat zullen we noteren. Nog anderen die ik gemist heb? Mijnheer Boerman. De heer BOERMAN: Dank u voorzitter, mijnheer Schouten is er ook niet bij, zoals u ziet, en mevrouw Ballieux is nog steeds ziek. De VOORZITTER: Dank u wel, dan zullen we ook die namen noteren. De heer SIDALI: Voorzitter, ook mevrouw Denie is niet aanwezig. De VOORZITTER: Mevrouw Denie. Dank u wel. 2.
Ambtsbezoek commissaris van de Koning, dhr. A.Th.H. van Dijk
De VOORZITTER: Ik ga samen met u naar de onderwerpen die we hebben voorbereid. Ik wil u zeggen dat de commissaris vanmiddag eerst met het college heeft bijgepraat over een aantal onderwerpen die spelen in onze gemeente en gewoon over de samenwerking met de provincie. Daarna zijn we naar Kite Pharma gereden om te kijken naar de situatie, hoe een bedrijf dat heel bijzonder en speciaal is het moet Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
2
doen met het energieprobleem waar we tegenaanlopen. Dat was een zeer interessant bezoek. En we komen net terug van Abbenes, waar de commissaris kennis heeft genomen van de mooie initiatieven die daar genomen zijn om het dorpshuis te verbouwen en dat bijna helemaal zelf te bekostigen. Het was ook heel goed om te zien hoe een van onze kleine kernen dat op een heel mooie wijze doet. Dus ik was heel blij dat de commissaris daar kennis van kon nemen. Hij zal er ongetwijfeld zelf ook verder op ingaan. Op de agenda staat een aantal onderwerpen waarvan u heeft aangegeven dat u dat van belang vond en daarnaast vindt de commissaris het ook heel belangrijk om een aantal onderwerpen met u te bespreken. Ik kan me voorstellen dat we beginnen met... Ik kijk even naar de commissaris. Vindt u het leuk om als eerste het woord te krijgen om de raad toe te spreken en daarna te kijken naar de raad voor het eerst onderwerp? De heer VAN DIJK: Ja dank u wel, mevrouw de voorzitter. Altijd weer bijzonder en fijn om terug te zijn op je eigen honk, alhoewel de zaal natuurlijk anders is dan de zaal waar ik ooit mocht zitten. Maar wel knap, complimenten voor hoe de gemeente dat heeft aangepakt. Want deze setting, deze ronde setting, geeft ook wel iets bijzonders als je met elkaar politiek bedrijft omdat je elkaar kunt aankijken als je het gesprek voert en het debat voert.
Als voorzitter kan ik ook zeggen, in de Staten hebben we een gelijksoortige indeling, dat geeft toch wel heel fijn overzicht. De burgemeester gaf het al aan. Het ambtsbezoek leg ik af niet als provinciaal orgaan maar als rijksheer. De bedoeling is dat ik in mijn ambtsperiode tenminste een keer langs ga bij iedere gemeente in de provincie en daar gesprekken heb met het bestuur. Dat doe ik dan in vertrouwelijkheid. Dan kunnen we met elkaar nog eens over dingen van gedachten wisselen. Vervolgens bekijken we iets maatschappelijks met elkaar. Dat ligt er een beetje aan wat de gemeente wil laten zien en het ligt er ook een beetje aan wat actueel is op dat moment. Ik denk dat het beeld van Kite dat mooi schetst, waar we aan de ene kant het belang zien van de medicijnen die ze maken, levensreddende medicijnen, en aan andere kant de uitdagingen van de energie en de netwerkcongestie. Zaken die op dit moment heel relevant zijn, niet alleen voor de bedrijvigheid, maar ook voor woningen en ook voor vergroening, et cetera. En aan de andere kant zagen we de uitdagingen van het dorp Abbenes. Die zijn mij natuurlijk niet onbekend, maar het is wel goed om te laten zien waar een gemeente als Haarlemmermeer mee te maken heeft. Een 150.000-plusgemeente die aan de ene kant grootstedelijke problematiek kent en aan de andere kant het platteland ook in zich heeft.
Daar moet aandacht voor gevraagd worden en het bijzondere is dat ik, dat wij proberen dat ook weer terug te geven aan Den Haag waartoe wij verslagen maken van dit ambtsbezoek. Ik eindig dan altijd met een gesprek met de raad, dank dat dat vandaag ook kan. Ik zag dat u veel punten voor mij had, vragen eigenlijk aan de commissaris, maar ik kom hier niet zozeer bij u op audiëntie in de zin dat ik al die vragen kan beantwoorden, alhoewel ik misschien wel op een aantal punten kan ingaan. Want ik ben hier namelijk ook om te kijken hoe u dat doet als raad. Dat vind ik heel interessant. Want die uitdaging die ik net noemde, daar moet u als raad ook mee kunnen dealen en dat betekent dat u aan de ene kant grootstedelijke besluiten moet nemen en aan de andere kant ook dat kleine en dat platteland niet moet vergeten. Dat kan natuurlijk best wel eens schuren. Voor mij is in dat gesprek dat wij hebben, uw voorbereiding en hoe u zich daarop kunt voorbereiden heel erg van belang. Uw bestuurscultuur, hoe u met elkaar omgaat, hoe de inwoners kijken naar het proces dat hier plaatsvindt. Er is natuurlijk veel over te doen op dit moment in Nederland en ja, dat volgen wij natuurlijk ook nauwgezet. Het is niet zo dat ik elke dag in de krant lees dat u in deze raadzaal vechtend met elkaar omgaat. Maar het is wel belangrijk want het vertrouwen in de politiek begint natuurlijk hier.
U luistert, u praat en uiteindelijk moet u beslissen. Dat laatste wordt, denk ik, een steeds belangrijker onderwerp, omdat de uitdagingen waarvoor wij staan groot zijn, kijk naar stikstof, de netwerkcongestie die ik al noemde en de woningbouw. U bent als gemeente natuurlijk ook niet met kleine zaken bezig. Kijk naar het hele stationsgebied en alles wat daar gebeurt. En dan is het belangrijk dat je als raad uiteindelijk ook wel met elkaar durft te beslissen en ook beseft dat je tot het besluit moet Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
3
durven komen. Ook het samenspel tussen u en het college is wat dat betreft van belang. Ik hoop dat we daar in ieder geval met elkaar even bij stil kunnen staan. Maar ook onderwerpen als regionale samenwerking en hoe u daar tegenaan kijkt, zijn van belang omdat Haarlemmermeer het natuurlijk niet alleen kan. Zelfs Amsterdam kan het niet alleen. Dat betekent dat Haarlemmermeer daar op alle fronten ook een belangrijke rol in heeft. Ik denk een extra belangrijke rol, want u bent niet de kleinste gemeente, u bent een grote gemeente en er zijn ook veel gemeenten om u heen waar u dan toch ook soms de grote broer of grote zus voor moet willen zijn. Ook participatie is belangrijk en zeker in een gemeente als Haarlemmermeer niet makkelijk. U heeft 31 kernen die over een groot grondgebied verspreid zijn. Dat betekent, denk ik, dat dat niet eenvoudig is. Ik hoor graag van u hoe u daarmee omgaat, om toch te zorgen dat u al die geluiden uit die hele gemeente tot u neemt om uiteindelijk in dat proces van luisteren en praten tot een besluit te komen. En niet in de laatste plaats, ik noemde het al, het onderwerp Integriteit. Overigens moet u er niet van schrikken als ik dat woord gebruik, want in de kern is integriteit een heel mooi begrip. Maar het gaat ook om omgangsvormen, hoe je in de politiek met elkaar omgaat en hoe de buitenwereld naar ons kijkt.
Ik zeg 'ons' want ik maak daar net zo goed onderdeel van uit. De Staten van Noord-Holland maken daar onderdeel van uit en ik vind het belangrijk dat we met elkaar werken. Een stevig debat mag, daar mag ook emotie bij zijn, maar uiteindelijk moet het uitlegbaar zijn, ook naar onze achterban. Dat zijn onderwerpen, mevrouw de voorzitter, die ik ook interessant vind en die ik graag mee terugneem uit Haarlemmermeer, maar waar ik ook uw worsteling graag hoor omdat het ook goed is dat men in Den Haag dat dan ook weer terugkrijgt over hoe het eraan toe gaat en waar de uitdagingen liggen. En natuurlijk kunnen we even stilstaan bij de vragen die gesteld zijn. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan stel ik voor dat we eerst een reactie geven want ik hoor een aantal vragen aan u als raad en het lijkt me goed om te kijken of u daarop zou willen reageren en ik daarna de vragen die u zelf heeft voorbereid aan de commissaris voorleg. Ik hoorde de commissaris zeggen dat hij graag wil praten over de wijze waarop hier in de raad met elkaar wordt omgegaan en hoe de omgang is het met college. Dat raakt natuurlijk onderwerpen als 'je veilig voelen' en integriteit. Ik denk dat dat de thema's zijn die daarbij horen. Ik weet niet of iemand van u daarop wil reageren? Mijnheer Vermeulen, gaat uw gang.
De heer VERMEULEN: Ik wil ten eerste de commissaris van de Koning bedanken voor zijn inleidende verhaal. Ik denk dat wij hier als raad meer dan uitstekend met elkaar omgaan. Zelfs de mensen die lijnrecht tegenover elkaar staan qua politieke opvattingen kunnen prima door een deur. Ik maak mij wel zorgen over het feit dat wij als gemeenteraad steeds minder te zeggen hebben, dat er over onze hoofden heen in Den Haag besluiten worden genomen, zoals nu over de overloop die er in Ter Apel is, dat wij zonder dat we daar iets van mogen vinden of over mogen zeggen of een debat over mogen hebben, asielzoekers moeten gaan huisvesten. Maar ook over de stikstof, ook over alles dat met bouwplannen te maken heeft. En als de inwoner al het gevoel heeft dat de politiek niets voor hem doet en dat hij niet gehoord wordt, kan ik me dat voorstellen, maar als ik dat als raadslid langzaam maar zeker ook begin te krijgen, denk ik dat we met onze democratie op de verkeerde manier bezig zijn. In plaats van dat we decentraliseren en dat we dingen lokaal regelen met bepaalde vrijheid in beleid, worden we eigenlijk steeds meer en meer ingekaderd. Dat zijn de dingen waar ik mij zorgen over maak. De VOORZITTER: Dank u wel, ik zag de heer Boerman, GroenLinks. De heer BOERMAN: Dank voorzitter. Ik voel me ook meteen aangesproken als politiek opponent, en dat ben ik ook, van mijnheer Vermeulen.
Toch kunnen we inderdaad samen door een deur en dat is belangrijk. Volgens mij is de sfeer in deze raad ook goed. Ik heb me nooit onveilig gevoeld in die twintig jaar dat ik hier rondloop, of ruim twintig jaar. Dat is ook iets wat ik wat graag wil meegeven, maar mijn zorg ligt toch net op een iets ander vlak. Laat ik het maar zo zeggen, ik maak me zorgen over het Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
4
dualisme in Nederland. En met name ook in deze raad. Ik denk dat we in deze raad het dualisme te weinig tot uiting brengen, waardoor het debat verstomt en waardoor ook de roep van de inwoner vaak heel moeilijk de weg vindt in de besluiten van de gemeente. Ik denk dat we die zorg graag overbrengen naar u als rijksheer, om het zo maar te zeggen, omdat ik denk, en ik hoor het ook wel vaker, dat dat ook in andere gemeenten speelt. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Van Straten, VVD. Mevrouw VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Ik hoor de heer Van Dijk toch zeggen dat wij als lokale politiek een soort van sluitstuk zijn in de verbinding naar de inwoner. En ik ben blij om dat te horen. Ik deel de constatering dat wij hier met elkaar heel goed door een deur kunnen. Ook al kunnen we in de arena best wel eens fel tegen elkaar zijn of hard naar elkaar uitvallen, we kunnen het allemaal goed vinden en we keren altijd weer terug naar de inhoud. Dat is tenminste mijn ervaring. Dus wat die cultuur betreft, die is heel goed. Ik deel de zorgen van de heer Vermeulen, in de zin dat wat wij als gemeente steeds meer moeten uitvoeren en dat zijn vaak regels die niet door onszelf bedacht zijn, maar inderdaad, vanuit een ander gremium komen, zowel van de provincie als het rijk.
En dat wij ons wel eens afvragen 'goh, was daar in dat gremium wel goed zicht op hoe die uitvoering zou uitpakken?' want op het moment dat het uitgevoerd moet worden, gaat het nog wel eens anders dan bedacht. En dan zijn wij degenen die dat te horen krijgen. Wij zijn meestal het eerste aanspreekpunt als dat niet goed loopt. Wij zijn inderdaad dat sluitstuk, dat eerste contact met die inwoner. Dus wat dat betreft, zou ik ook wel mee willen geven: betrek ons daar dan ook bij wanneer je die besluitvorming maakt en neemt. Omdat je dan, denk ik, beter zicht kunt krijgen op de uitvoering. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik zag mevrouw Van de Meeberg. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel voorzitter. Aanvullend daarop en ook op wat mijnheer Vermeulen zegt, mensen voelen zich niet gehoord. We kunnen ook constateren dat we in november natuurlijk fusieverkiezingen hebben gehad en daar was de opkomst erg laag en dat is te verwachten bij dat soort tussentijdse verkiezingen, maar de afgelopen verkiezingen is ook meer dan de helft van het aantal kiesgerechtigden niet op komen dagen. Dat is ook een grote zorg. Ik weet bijna zeker dat alle raadsleden die hier nu zijn allemaal heel actief zijn in de samenleving, echt op pad gaan en het gesprek aangaan en daarvoor openstaan. Maar wat kunnen we nog meer? Dat is echt ook wel een grote zorg, die, denk ik, breed gedeeld wordt. De VOORZITTER: Dank u wel.
Mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Dank u wel, voorzitter. Ik kan nog aanvullen als het gaat om de werkdruk die op de raad afkomt, dat die wel enorm is. Het gaat vaak ook om heel complexe stukken en die moeten vaak onder bepaalde omstandigheden vastgesteld worden en dan is er niet altijd de tijd voor. Als raad, als raadslid heb je soms nog wel even iets meer tijd nodig omdat het echt complexe zaken zijn. Daar zou met name vanuit de wetgeving en alles wat op ons afkomt vanuit de provincie en het rijk iets meer tijd gegeven kunnen worden aan gemeenteraadsleden om zich daar ook echt over te kunnen uitspreken en daar ook een goed gesprek over te kunnen hebben, want wij moeten uiteindelijk de vertaalslag maken naar onze inwoners. De VOORZITTER: Als laatste deze ronde mijnheer Van der Peet. De heer VAN DER PEET: Dank u wel voorzitter. Ja, ik kan me eigenlijk aansluiten bij heel veel wat hier al gezegd is. Ik denk dat het heel wijze woorden zijn. Ik zou er nog aan willen toevoegen dat de inwoners Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
5
vaak de politiek als een geheel zien, die zien niet wat er op lokaal niveau gebeurt, of bij de provincie of het rijk. Dus op het moment dat het rijk iets besluit, word je daar eigenlijk op straat gewoon verantwoordelijk voor gehouden. Dat is best lastig uit te leggen en een worsteling soms omdat we er zo weinig invloed op hebben. Dus zoals mevrouw Van Straten zegt 'betrek bij het maken van beleid ook het lokale niveau', dan is dat een stuk makkelijker want dan kun je in ieder geval je input hebben. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik kijk naar de heer Van Dijk. U wilt vast reageren. De heer VAN DIJK: Dank u wel. Daar is altijd spanning en daar bent u niet uniek in. Ik kom bij meerdere gemeenteraden tegen dat de werkdruk hoog is. Goed, volgens mij heeft u na de verkiezingen zeventien nieuwe raadsleden gekregen. Ik kijk ook even naar de griffier. Je krijgt een inwerkprogramma, maar vanaf dag 1 – zijn het er zestien? – ben je geen inwerkend raadslid, je bent vanaf dag 1 gewoon een volwaardig raadslid. Er wordt ook wat van je verwacht, dus ik denk wel dat het inwerken en het vak leren en het debatteren hier ook ongetwijfeld zal gebeuren, maar dat is denk ik ook een vak op zich. En ja, ik merk het ook in mijn eigen Staten en we hebben daar ook – ik weet niet hoe het hier geregeld is – continu aandacht voor en daar moet je ook aan werken.
Alleen al die stukken interpreteren en leren interpreteren. En veel belangrijker nog is de discussie die ik ook met veel raden heb die gaat over de rolvastheid; waar ga je over, waar ga je niet over? Als je daar geen duidelijkheid over hebt, dan is het eigenlijk altijd frustrerend, want dan word je soms geconfronteerd met regelgeving of beleid, die bijvoorbeeld een collegebevoegdheid is en geen raadsbevoegdheid. Als je dan een discussie hebt waarbij een inwoner niet meer begrijpt hoe het zit, dan kan dat tot problemen leiden. Onlangs bij een andere gemeenteraad heb ik daarover ook aangeven dat je dat ook kunt oplossen door aan het begin van het proces met elkaar daar een raadsbesluit over te nemen waar jullie over gaan en waar het college overgaat, en dat inclusief participatie. Dan begin je dus een traject waarin de rolvastheid van tevoren is afgesproken. Ik weet uit eigen ervaring dat het soms ook wel de raad is die soms iets verder wil gaan dan die eigenlijk kan.
Dan krijg je heel lastige discussies en spanning, dus het is denk ik ook in de transparantie van het proces waar wij mee bezig zijn – dat geldt niet alleen voor u, dat geldt ook voor de Staten van Noord-Holland en ook voor andere gemeenten – heel belangrijk dat degenen die dan nog de moeite nemen om het te volgen en die daar ook interesse in hebben, heel goed meegenomen worden in waar die verschillende verantwoordelijkheden liggen. Dat is best ingewikkeld. Sommigen hebben het over het BOB-model, zelf praat ik altijd over luisteren, praten en beslissen. Ik hoor er niet voor niets over. Als je het over participatie hebt, is het heel ingewikkeld om dat in deze tijd vorm te geven. Want je kunt heel veel vormen opzetten. We hebben er nu in de Staten van Noord-Holland voor gekozen om eerst maar eens de uitgangspunten te benoemen, waarom we willen participeren. En het hoe is eigenlijk het sluitstuk. Want instrumenten ontwikkelen zich en as we speak kun je ook als overheid misschien op een andere manier van moderne middelen gebruik gaan maken, maar je moet wel heel helder hebben waarom je participeert, wanneer, met wie, wie je stakeholders zijn en hoe zich dat bijvoorbeeld vertaalt in de organisatie, bij het maken van beleid en in de participatievoorstellen. Kortom.
Deze discussie die u heeft, zie ik bij alle gemeenteraden, maar als je dan vraagt, 'waar ga je dan echt over?', merk ik ook dat sommige raadsleden – en dat is niet flauw bedoeld – dat staatsrecht nog niet allemaal tot zich hebben genomen, met als gevolg dat als je daar in het begin al onduidelijkheid over hebt, je misschien heel gefrustreerd bent dat je niet meegenomen wordt, terwijl je eigenlijk misschien met elkaar eerst die discussie had moeten hebben 'waar gaan wij over, waar gaat het college over, maar waar gaan bijvoorbeeld ook de inwoners over en wanneer willen we die inwoners betrekken?' Dit geldt dus niet voor alles, maar dit is wel een punt waarvan ik wel merk dat we daar wel met elkaar transparanter over moeten zijn. De VOORZITTER: Ik heb een aanvullende vraag van mijnheer Vermeulen.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
6
De heer VERMEULEN: Dank u wel voorzitter, uiteindelijk gaan de inwoners natuurlijk overal over want dat is nu net de kern van de democratie die met zijn allen belijden. Ik hoor van u een heel verhaal. Dat zijn allemaal prachtige punten maar ik mis in uw antwoord dat er in Den Haag beleid gemaakt wordt – en dan zal ik ander beleid noemen, uiteindelijk is besloten dat de jeugdzorg gedecentraliseerd werd of überhaupt de uitvoering van de WMO gedecentraliseerd zou worden naar de gemeenten – maar wij als gemeente daar vervolgens nul bewegingsvrijheid in hebben. Eigenlijk zijn we gewoon uitvoerende partij die een zak geld krijgt, maar wij kunnen niet sturen, wij kunnen geen beleid maken om met het geld dat we daarvoor krijgen uit te komen. We moeten uitvoeren. Het probleem is dat als je hier een democratisch proces wilt doorlopen en met z'n allen een debat wilt hebben en iets wilt beslissen, je dat helemaal niet kunt doen omdat je iets uit moet voeren. En als er steeds minder overblijft dat binnen een gemeente gebeurt waar de gemeenteraad überhaupt de bevoegdheid bij heeft om daarover te beslissen, moet je je afvragen wat het nut is van de gemeenteraad. De VOORZITTER: Helder, het signaal is volgens mij helder. Tenzij mijnheer Van Dijk daar nog op wil reageren, anders kan ik me voorstellen dat we naar het volgende punt gaan.
De heer VAN DIJK: We gaan hier natuurlijk daar niet over in debat, in die zin dat het IPO namens de provincies onderhandelt en de VNG natuurlijk afgelopen jaar met het rijk afspraken heeft gemaakt over dit soort zaken. We zien natuurlijk ook waar het knelt, dat zien we gelukkig ook. Het is ook heel goed om dat terug te geven. Het zou heel raar zijn als we dat niet zouden doen. Aan de andere kant zullen we er ook mee moeten leven dat – dan kijk ik even naar de rol van de provincie – als ik het in B1-taal moet uitleggen, alles wat gemeentegrensoverstijgend is in de provincie, iets is waar de provincie over gaat. Of het nu gaat over milieu of over ruimtelijke ordening, woningbouw of over natuur. Ondergronds en bovengronds. Dat is maar goed ook, want anders zouden wellicht de gemeenten met de rug naar elkaar toe bouwen, bij wijze van spreken. We moeten ook nog een stukje groen hebben om te recreëren en er zijn heel veel uitgangspunten, dus daar gaat het volgens mij niet om. Het gaat er volgens mij veel meer om dat je, daar waar je wel over gaat, dat helder met elkaar communiceert en ook uitspreekt aan het begin. Dat voorkomt teleurstellingen aan het einde.
En daar neem ik niet mee weg dat er een aantal uitdagingen is op dit moment zoals de opvang van asielzoekers, het geven van huisvesting aan statushouders, de opvang van Oekraïners die op dit moment een onderkomen zoeken waar ik er wel voorstander van ben dat je dat zo centraal mogelijk regelt want als dat hier beslist zou moeten worden, denk ik dat er zo veel raadsleden, zo veel meningen zijn. En daar zien we nu op dit moment de worsteling van Nederland. Maar ik kan u wel zeggen, dat heb ik vanmorgen ook tegen de burgemeester gezegd en dat kan ik nog een herhalen hier, dat Haarlemmermeer de afgelopen tijd enorm het goede gezicht heeft laten zien, als het gaat om de flexibiliteit om daarin op te vangen. Wat mij betreft, wil ik u daar wel mee complimenteren. De VOORZITTER: Ik wil dit afronden, want ik heb zes onderwerpen staan en we staan hier nu heel lang bij stil, maar ik heb ook een aantal andere mensen al gezegd dat ik naar het volgende punt ga. U heeft zelf nog drie punten aangegeven en ik hoorde de commissaris nog vragen hoe u dacht over regionale samenwerking. Dan kijk ik even recht tegenover mij want daar zit de vicevoorzitter van de MRA Raadtafel. Misschien dat u beginnen om iets te zeggen over hoe deze raad kijken naar de regionale samenwerking. Mevrouw VAN 'T HULL: Ja, dank u wel.
Niet geheel voorbereid hierop, maar als we over het algemeen kijken, is deze raad heel constructief en werken we al jaren met een werkgroep die nu voor de nieuwe periode nog moet beginnen. Dus we gaan zien hoe dat gaat en we hebben het hier goed geregeld. We spreken met elkaar over de issues die we op regionaal niveau zouden willen bespreken en die kunnen wij ook meenemen door de manier waarop we zijn georganiseerd. En dan is het ook wel heel erg fijn dat je iemand hebt, in mijn persoon dan, die dat dan ook mee kan nemen naar de verschillende gremia. Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
7
De VOORZITTER: Zijn er nog andere die iets over de samenwerking willen zeggen? Gaat uw gang, mevrouw Knikker. Mevrouw KNIKKER: Dank u wel voorzitter. Vorige week hadden we het toevallig over het Recreatieschap, en we zitten natuurlijk ook in de regionale samenwerking, en over hoe wij daar als raad grip op houden. Ik denk dat dat wel iets is waar we soms ook echt mee worstelen. Er zijn zo veel gremia waarin we natuurlijk samenwerken. Als raad ben je soms best reactief; je krijgt een stuk en daar vind je dan iets van. Maar we hebben het ook gehad over 'hoe kunnen we als raden elkaar gewoon wat vaker vinden?' Dus zoals mevrouw Van 't Hull ook net zei, dat is volgens mij heel belangrijk. Ik denk dat het ook goed is dat wij ons als raad daar steeds bewuster van zijn, dat als we grip willen houden op die samenwerking, wij dan ook actiever moeten zijn, en wat minder reactief. De VOORZITTER: U had ook voorgesteld om met andere raden daar samen te gaan kijken hoe u daar samen kunt optrekken, toch? Ja, zijn er nog anderen die hier iets over willen zeggen? Mijnheer Van der Peet. De heer VAN DER PEET: Ik ga proberen gewoon twee onderwerpen te combineren tot een reactie. Dat zou misschien tijd schelen.
Als ik kijk naar mobiliteit, zien we ook regionale samenwerking, niet alleen in de Vervoerregio waar wij onderdeel van uitmaken, maar ook over de bereikbaarheidsproblemen die we hebben voor onze woningbouw. Ik denk dat we als raad vorig jaar een heel mooi initiatief hebben genomen om met gemeenteraden aan de andere kant van de Ringvaart te gaan praten, om te discussiëren in het beroemde Duinpolderwegdossier en over hoe dat verdergaat. Je ziet eigenlijk al dat dat heel veel positieve energie oplevert. Dat soort regionale samenwerking is er denk ik eigenlijk te weinig geweest in de afgelopen jaren. Het is goed dat je elkaar zoekt op de plekken waar je elkaar kunt versterken, maar dat je ook duidelijk maakt op plekken waar je elkaar niet kunt versterken, dat je dat gewoon lokaal houdt. Regionale samenwerking is niet een doel op zich, maar het kan toegevoegde waarde hebben en op het gebied van mobiliteit heeft het dat zeker. De VOORZITTER: Mevrouw Koolmoes Mevrouw KOOLMOES: Dank u wel voorzitter. Ten eerste wil de fractie HAP u ook alsnog van harte welkom heten. We waren net nog niet aan het woord geweest. Wij lopen er nog wel eens tegenaan op provinciaal niveau… Laat ik het anders zeggen. De gemeente moet wel altijd samenwerken met de provincie, maar andersom is dat geen must.
De provincie mag eigenlijk op eigen houtje dingen doen zonder met ons te overleggen, daar komt het sec op neer. Dat gebeurt gelukkig niet altijd, maar het is wel zoals het is. Ik vroeg me af hoe u daartegen aankijkt. Waarom moet de gemeente wel altijd in overleg en andersom niet? De VOORZITTER: Maar voordat ik dat ga voorleggen, kijk ik of ik alles heb opgehaald als het gaat over regionale samenwerking. Dat was wel een cliffhanger, commissaris. De heer VAN DIJK: Ja, leuke vraag die laatste. Dan toch even eerst dit. Ik was blij met de opmerkingen want ik loop er vaak tegenaan in de gemeenteraden dat de gemeenteraad zich vaak op afstand voelt als er veel samenwerkingsverbanden zijn. Die zijn er vaak heel veel en het gaat altijd over democratische legitimatie, maar u heeft eigenlijk het antwoord al gegeven. Ik was heel benieuwd hoe u daar als raad mee omgaat, om te zorgen dat dat gevoel er niet is. De MRA is een convenant en geen gemeenschappelijke regeling, maar u heeft natuurlijk veel meer samenwerkingsverbanden. Ik vind het fijn om te horen dat een manier die u hanteert is door met andere raden het gesprek aan te gaan. Ik denk dat dat een heel waardevolle manier is om dat gevoel van 'we gaan er niet meer over' tegen te Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
8
gaan. Want je weet dat je, als je samenwerkt, ook iets inlevert. Dat is in een goede relatie ook zo, maar je krijgt er vaak ook wat voor terug. Dat is, denk ik precies waarom je met elkaar samenwerkt. En soms kan het ook gewoon niet anders. Dan heb je die samenwerking keihard nodig. Dus wat dat betreft, dank voor de verbreding en het antwoord dat u eigenlijk gaf. De provincie heeft natuurlijk ook wel gewoon een verantwoordelijkheid. Als u kijkt naar het interbestuurlijk toezicht, dat is eenzijdig. Dat betekent dat u uw financiën bij de provincie inlevert en wij toetsen daaraan. We hebben een wettelijke plicht om dat te doen, sterker nog, we hebben zelfs de plicht om als u uw financiën niet op orde heeft dan ook in te grijpen. Dat geldt bijvoorbeeld ook bij de huisvesting van statushouders en zo zijn er nog wel een aantal zaken. En ja, provincies nemen soms besluiten waar gemeenten het niet altijd mee eens zijn, maar die besluiten worden altijd ook wel weer voorgelegd in het democratisch gremium, waar er ook over besloten wordt, waar ook weer mensen zitten die gekozen zijn. Maar ook voor die mensen geldt dat ze natuurlijk gaan over de onderwerpen waar ook daar een rolvastheid geldt, zal ik maar zeggen, voor de Statenleden en de provincie. Maar het merendeel is natuurlijk gewoon in kerntaken vastgelegd.
Er is een aantal taken waar de provincie eigen beleidsvrijheid heeft, zou je kunnen zeggen, de open huishouding, zoals dat zo mooi heet. Ik weet dat daar wel degelijk heel veel overleg heeft plaatsgevonden. Tijdens COVID-19 hebben we gezien dat de provincie € 110 miljoen of iets dergelijks had vrijgemaakt en daarvan gingen grote delen naar cultuur. Dat is allemaal in overleg met de gemeenten vastgesteld. Er zijn veel samenwerkingsverbanden, regionale samenwerkingsverbanden waarbij de provincie juist om redenen die u schetst, participeert. Want mijn advies is altijd zo vroeg mogelijk met de provincie samen op te trekken. Want kijk, als je een controlerende taak hebt als provincie en aan het eind van het traject is het 'o ja, we moeten ook nog even met de provincie samenwerken', loop je natuurlijk het risico dat het beleid van de provincie niet helemaal past op de wens die de gemeente heeft. Dat is vervelend, want dan ben je de 'rivd'er', de 'remmer in vaste dienst', zal ik maar zeggen. Dat wil je natuurlijk niet zijn. Je wilt ook een partner zijn. En ik denk dat het daarom ook zo fijn is dat die regionale samenwerkingsverbanden er zijn. Dat heb ik trouwens vanochtend ook besproken met het college en we hebben daar ook afspraken over gemaakt, dat de colleges elkaar ook wat vaker zien.
Nu is dat natuurlijk met 44 gemeenten en een collegebestuur in Haarlem wat lastig om elke keer te organiseren, maar daarom is het zo fijn dat die regionale samenwerkingsverbanden er ook zijn en je met elkaar kunt overleggen. Want alles wat u hier beslist, heeft ook invloed op uw omliggende gemeenten. Als u hier groen heeft, trekt dat verkeer, dan gaat dat ook via omliggende gemeenten. Als u hier bedrijvigheid heeft, gaat dat ook via omliggende gemeenten. Dus je hebt eigenlijk sowieso altijd elkaar nodig. Er zullen altijd dossiers blijven, helaas is dat zo, waar de provincie haar rol pakt en moet nemen, maar daar ook wettelijk toe is verplicht. Als er dossiers zijn waar dat niet zo is, dan hoor ik dat ook graag. Dat is natuurlijk ook een van de punten. Ik hoor hier achter mij 'oké' roepen, dat is het college dat dat zegt. Er is natuurlijk altijd wat te verbeteren in de samenwerking. Dat is natuurlijk ongetwijfeld zo, maar het is ook goed om te weten – en daarom is het ook goed om je erin te verdiepen – 'wie gaat waarover?' Want terecht werd net even door iemand al gezegd, we zijn wel een overheid. Dus onze inwoners zien ons toch allemaal als vertegenwoordiger van die overheid. En als er lucht tussen zit, moeten we het ook met elkaar hebben over hoe die taakverdeling precies is, want het zou jammer zijn als daar misverstanden over zijn.
Want ondertussen denkt die inwoner 'die overheid is alleen maar met elkaar bezig', en dat is niet goed. Maar we zijn het, denk ik, wel eens dat het niet goed zou zijn als dat het beeld is. De VOORZITTER: Dank u wel. Uw laatste punt ging over participatie. Ik wil daar twee dingen over zeggen. Ten eerste is het zo dat mevrouw Steffens, wethouder Steffens, namens het college het voorstel heeft voorgelegd dat de raad ook heeft aangenomen waarbij de raad in een vroeg stadium een aantal onderwerpen gaat aanwijzen waarover de raad gaat praten over wat en hoe daarover geparticipeerd gaat worden. Dus dat voorstel is aangenomen. Maar daarnaast is er een werkgroep die zich heeft beziggehouden met participatie en met name de deelname van en het gesprek met de Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
9
dorpsraden en wijkraden. Ik kijk even want er komt binnenkort een initiatiefvoorstel van die werkgroep en de drie mensen die daar het woord bij voeren zijn mevrouw Van de Meeberg, mevrouw Kliphuis en mijnheer Boerman. Misschien dat een van hen – ook geheel onvoorbereid – ook iets wil uitleggen. Ze kijken nu alle drie naar elkaar. Mijnheer Boerman, wilt u beginnen? De heer BOERMAN: Ik zal een korte aftrap doen. U zei het, volgens mij komt hier binnenkort een voorstel over naar de raad namens de Werkgroep Werkwijze Raad. We hebben geconstateerd in die werkgroep dat er een goede participatie is vanuit het college en uit de gemeente naar de inwoners toe en dat er een soort hiaat ligt vanuit de raad. De raad heeft weinig contact meer met inwoners en dat zou versterkt kunnen worden. Daar hebben wij een voorstel voor opgesteld en wij drieën zijn daar nu zogezegd de wegbereiders voor geworden, maar het werd breder gedeeld in de commissie en nu gaat het naar de raad. We zijn benieuwd hoe de raad erover denkt maar het is bedoeld om die omissie weer wat recht te trekken en de geluiden uit de samenleving weer wat directer bij de raad terecht te laten komen en dan vervolgens dat ook in het debat in te kunnen brengen. De VOORZITTER: Ik weet niet of iemand daar nog een aanvulling op heeft. Volgens mij is het helder, dus een reactie, gaat uw gang.
De heer VAN DIJK: Even een vraag want ik ben er heel nieuwsgierig naar. Het valt precies… Ik ben zelf niet de voorzitter van de Werkgroep Participatie, bewust niet omdat ik wilde meedenken, ook in de Staten, maar een van de eerste punten was eigenlijk 'hoe gaan we het luisteren weer vormgeven?' Dat is precies wat u bedoelt, denk ik, dus ik ben erg geïnteresseerd in hoe u dat als Haarlemmermeer gaat aanpakken. Dus op het moment dat u de klap erop heeft gegeven als raad, zal ik zeker graag meelezen want het is een heel interessante verkenning en het wordt steeds lastiger om dat luisteren vorm te geven in deze samenleving. De heer BOERMAN: Ik zou u zelfs aanraden om niet alleen het stuk te lezen, maar ook een beetje bij te houden hoe dat dan gaat want dat luisteren is inderdaad, denk ik ook, echt de essentie. Dat zal ook in de praktijk een beetje moeten gaan groeien. De VOORZITTER: Dan ga ik kijken naar de raad want ook vanuit de raad was behoefte om een aantal dingen met de commissaris te bespreken en dat was onder andere, hoe kan het anders in onze gemeente, de woningbouw. Ik kijk even wie van de partijen dat opent. Het is mevrouw Van Straten die het aftrapt. Mag ik u het woord geven? Mevrouw VAN STRATEN: Dank u wel voorzitter. Ik hoor hier heel veel dat aansluit bij wat ik mee wilde geven.
Ik hoor hier iets over rolvastheid en dat wordt heel – ik zeg het maar even zo – zwart-wit neergezet en dat begrijp ik uit staatsrechtelijk oogpunt, maar dat is volgens mij waar we hier als raad niet helemaal naar op zoek zijn. We zijn juist op zoek naar die tinten grijs, om het zo maar te zeggen. Ik heb toch nog eventjes het Masterplan Wonen van de provincie Noord-Holland erbij gepakt en daar zag ik gelukkig die tinten grijs in terug. Dat is anders dan wij voorheen zagen, want toen zagen wij wat meer zwart-wit. Dat werd hier ook al eerder aangegeven, dan denk ik aan Rijsenhout, dan denk ik aan een verbinding naar de Bollenstreek waar een streep doorheen gezet werd, waardoor wij minder konden bouwen en het gevoel dat wij daar misschien niet helemaal bij betrokken waren, of in ieder geval dat dat invloed had op onze gemeente, zonder dat wij daar heel veel over konden zeggen. En dan zie ik gelukkig – ik wil daarom toch wel een beetje als vertegenwoordiger hier meegeven dat ik die ontwikkeling wil aanmoedigen als Haarlemmermeer – in dat masterplan 'pilot starten', om te kijken of bij het bouwen in voormalig agrarisch gebied niet wat mogelijkheden en flexibiliteit kunnen worden betracht. Met betrekking tot lintbebouwing zie ik ook wat openingen voor eventuele uitzonderingen en ik zie openingen voor maatwerk.
Dat is denk ik iets dat – want ik heb natuurlijk een beetje nagedacht over wat Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
10
ik hier nu mee kan geven zonder dat het heel erg politiek is – breedgedragen is. Volgens mij is dat wel iets waar wij als Haarlemmermeer heel blij mee zouden zijn. Dat maatwerk, toch kijken of er lokaal toch een iets betere inpassing gezocht kan worden, met behoud van die rolvastheid natuurlijk. Maar ook binnen die zwart-witkaders zijn er heel veel tinten grijs mogelijk. En ik ben blij met wat ik las en ik hoop dat we die met elkaar opzoeken. De VOORZITTER: Ik weet niet of mijnheer Van Dijk daar nog op zou willen reageren? De heer VAN DIJK: Ja, die tinten grijs bevallen mij wel. Ik denk dat het goed is dat dat stuk er ligt en dat is nog in beweging, dus dat gaat nog door. Het doet me deugd om u te kunnen zeggen dat ik vanochtend een handtekening heb gezet namens het college van Gedeputeerde Staten onder een brief, een ondersteuningsbrief voor de woningbouwplannen rond het stationsgebied. Daar was ook om gevraagd. In relatie tot het verder volmaken van het Masterplan Wonen en ook die pilots die daarin genoemd zijn, gedeputeerde Loggen gaat daarover. In die brief wordt gezegd dat we met u samen willen kijken of dat een van de pilots zou kunnen zijn. Daarmee heeft u nog niet alles dichtgerekend, zal ik maar zeggen, maar het is wel weer een stap, precies in de richting die u zegt.
Ik denk dat dat ook een voorbeeld is van hoe het ook kan, waarbij de provincie wel zal waken dat er een goede mix ontstaat. Want dat is, denk ik, het belang dat we met elkaar hebben. Eenzijdige woningbouw – maar goed, dat hoef ik hier in Haarlemmermeer niet uit te leggen – is ongewenst. Je hebt ook die mix nodig en die mix is alweer breder dan vijf jaar geleden, als we kijken naar de uitdaging waarvoor we staan en hoe Nederland op dit moment groeit. Maar ik denk dat we… Laat ik het zo zeggen, het is denk ik een handschoen die wordt aangereikt. De een moet hem oppakken en de ander moet hem ook durven neerleggen en dat gebeurt nu. De VOORZITTER: Ik zie wat reacties in de zaal. Mijnheer Van der Peet. De heer VAN DER PEET: Dank u wel voorzitter, ja, als we het over handschoenen hebben, dan denk ik dat dat voor twee kanten geldt. Als we kijken naar echt dingen proberen met elkaar te bereiken, met collega's aan de andere kant van het water, hebben we daar uiteindelijk ook weer de provincie bij nodig. Dus ik roep op: geef die lokale samenwerking een goede kans en kom ook als provincie in actie op het moment dat het gevraagd wordt, om te helpen, zodat we als lokale overheid en provincie niet tegenover elkaar komen te staan, maar gewoon met elkaar werken aan een mooie samenwerking. Dat eerste, tegenover elkaar staan, hebben we, denk ik, de afgelopen tijd iets te vaak gezien.
De VOORZITTER: Gaat uw gang, mevrouw Kliphuis. Mevrouw KLIPHUIS: Onze mooie gemeente grenst natuurlijk ook aan de grenzen van de provincie ZuidHolland. We hebben natuurlijk ook behoefte aan samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en Zuid-Holland, vooral ook als het gaat om mobiliteit. Want de wegen lopen door beide provincies heen, dus wij zijn aan onze kant bezig met de samenwerking vormgeven en we zouden het ook heel erg fijn vinden en het zou ons ook steunen om op die onderwerpen vanuit de provincies ook samenwerking te zien. De VOORZITTER: Nog anderen? Ik kijk nog even. Ja, de heer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Dank u wel, ook weer voor dit antwoord. Ik mis een antwoord op een aantal vragen. Het is heel mooi dat er een handtekening staat bij de plannen voor het stationsgebied. Maar we hebben natuurlijk veel meer dorpskernen. Een van de getroffen dorpen is inderdaad zoals net door mevrouw Van Straten al werd genoemd, Rijsenhout. Rijsenhout wil ook enorm graag aan de eigen vitaliteit werken. We hebben nu toch het gevoel dat de dwarsligger daarin toch de provincie is. U zit hier Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
11
natuurlijk als rijksheer en niet als een politicus uit de provincie dus ik weet ook niet wat u voor ons kunt doen, maar ik hoop in ieder geval dat u dit verhaal meeneemt, dat hier toch wel enige noden zijn die geledigd moeten worden. De VOORZITTER: Oké. Mevrouw Woolthuis. Mevrouw WOOLTHUIS: Dank u wel voorzitter. Ik wil ook meegeven dat goede samenwerking natuurlijk cruciaal is. Laten we ook vooropstellen dat het onze inwoners, als we het dan ook even hebben over die rolvastheid, niet uitmaakt wat er gebeurt, maar zij willen een woning hebben. Dus zij kijken uiteindelijk naar ons als gemeenteraad. De klachten hierover komen ook bij ons terecht. Dus juist wat dat betreft, is het zo handig, of is het juist heel belangrijk, dat die samenwerking optimaal is en dat we samen echt dingen kunnen bereiken om te zorgen dat er gewoon voldoende woningen zijn en ook betaalbare woningen voor alle inwoners hier in Haarlemmermeer. De VOORZITTER: Ik hoor ongerustheid die aan u meegegeven wordt. Ik weet niet of u nog iets wilt reageren of dat u het tot u heeft genomen.
De heer VAN DIJK: Ik kan wel op een paar dingen reageren, alhoewel ik niet met mijnheer Van der Peet een politiek debat aanga want voor een deel gaat u natuurlijk zelf ook in deze raad over wat u zou willen, maar er zijn ook heel veel beperkingen en belemmeringen momenteel in Nederland die maken dat het niet allemaal zo gemakkelijk is. We hebben het over bereikbaarheid, over stikstof, netwerkcongestie. Ik noem maar een paar dingen. Ten aanzien van de samenwerking tussen Zuid-Holland en Noord-Holland, die is er. We waren vorige week nog als twee colleges bij elkaar, waarbij we afspraken hebben gemaakt over een aantal zaken. Zuid-Holland is ook doorgegaan met de bereikbaarheid, uiteraard, en dat moet natuurlijk ook. En ook op het gebied van woningbouw, maar ook op gebied van stikstof omdat we daar een gelijksoortige uitdaging hebben. De provincie Noord-Holland heeft weliswaar boeren, maar over het algemeen is dat extensieve landbouw en onze problemen liggen vooral bij de industrie, en denkt u bijvoorbeeld aan Schiphol, maar ook bijvoorbeeld bij de duinen en de neerslag daar. Dat is echt een gelijksoortige problematiek als een provincie als Zuid-Holland heeft. Dus daar is het goed om juist met elkaar op te trekken om ook gezamenlijk te kijken hoe we die problemen het hoofd kunnen bieden om bijvoorbeeld woningbouw mogelijk te maken.
Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de lusten van Haarlemmermeer ook lasten kennen en dat heeft er onder andere mee te maken dat niet overal alles kan en mag. Dat is een uitdaging. En ja, dat is een uitdaging waar we, denk ik, met z'n allen mee moeten leren leven. Voor een deel geldt dat sommige gebieden, als u bijvoorbeeld kijkt naar het Speciaal Provinciaal Landschap, het groen, heel belangrijk is. We kunnen heel veel huizen meer bouwen, maar we hebben ook nog wel de ruimte nodig om te recreëren en te leven. Onlangs is daar een rapport over gepubliceerd waarin ook duidelijk naar voren komt dat we daar ook met elkaar aandacht voor moeten hebben. Kortom, het is een samengesteld probleem, maar daarom moet je juist – het is al vaker gezegd en het is zeker geen dooddoener – elkaar opzoeken, het gesprek aangaan. Dat is ook provincie overstijgend, maar ook gemeente overstijgend. Dat geldt ook voor u, want ik durf wel te zeggen dat alle gemeenten in Noord-Holland woningnood kennen en op heel veel plekken zouden willen bouwen, dus wat dat betreft is het een gedeeld probleem. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik wil naar het onderwerp complexe gebiedsontwikkeling en ik begrijp dat mevrouw Van de Meeberg daar een korte inleiding op zal geven. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Voorzitter, de korte inleiding die we voorbereid hadden hiervoor, is eigenlijk net al redelijk besproken.
Het gaat over de samenwerking tussen verschillende overheden, gemeenten, provincies en het gaat bijvoorbeeld over de Duinpolderweg, de afslag op de N201, de Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
12
gebiedsontwikkeling Lisserbroek waar zelfs vier overheden bij betrokken zijn. Daar zie je dat wij heel graag willen samenwerken en heel graag verder willen, maar het lijkt juist dat door die samenwerking of door het gebrek eraan ontzettend veel vertraging plaatsvindt op dat soort grote ontwikkelingen. Ik was ook wel eens benieuwd – want ik hoor net 'we moeten samenwerken' en ik denk dat we dat willen en ik hoor ook 'we moeten met sommige dingen leren leven' en dat snap ik ook – maar misschien kunnen we ook nog eens kijken en zijn er nog wat insights die we kunnen delen met elkaar. Als het gaat over hoe we die impasse die we af en toe ervaren, kunnen doorbreken. De VOORZITTER: Anderen die hierop willen reageren voordat ik naar de commissaris kijk? In eerste instantie niet. Mijnheer Van Dijk. De heer VAN DIJK: Als het heel specifiek over het stationsgebied gaat, heb ik daar net al iets over gezegd, over die steunverklaring. Waarmee ik nog niet heb gezegd dat dat betekent dat al uw problemen zijn opgelost, maar het is wel een teken dat het ook wordt erkend. Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat je op een gegeven moment niet alleen weet waar de ontwikkelingen zijn, maar dat je ook erkent wat de uitdagingen zijn. Ik vind 'impasse' wel een heel zwaar woord. Ik geloof niet dat dat we met elkaar in een impasse zitten.
Ik denk dat soms tussen de wens wat iemand wil en wat mogelijk is wel ruis op de lijn kan ontstaan en dat moet je met elkaar oplossen. En ik denk dat op dit moment in ieder geval vanuit de provincie, maar ook vanuit uw college, maar dat geldt natuurlijk ook voor andere gemeenten, natuurlijk veel overleg is. Daarom hebben wij, als je kijkt naar de provincie en wat wij gedaan hebben… Niet alle gemeenten hebben natuurlijk ook voldoende menskracht zelf in huis om heel grote projecten… Ik weet dat de heer Loggen op dit moment een flexibele schil heeft van meer dan 100 fte in de provincie waarmee gemeenten worden ondersteund bij woningbouwprojecten. Dat is gewoon nu, vandaag gaande. Dus het is niet zo dat de provincie alleen maar theorie bedrijft, de provincie intervenieert zeker ook wel degelijk daar waar het nodig is. Omdat je als provincie gemeenten wilt helpen bij het realiseren van de woningbouwplannen want daar komt natuurlijk veel bij kijken. Het is niet alleen maar een stukje grond en daar komt een woning. Het gaat ook over de voorzieningen, het gaat over bereikbaarheid en het gaat over al dat soort dingen. Dus ik vind impasse een vrij zwaar woord. Ik denk wel dat het goed is, maar dat hebben we vanochtend ook met het college besproken, dat je je plannen vroegtijdig met elkaar communiceert om te kijken wat wel en wat niet kan.
Als je daar eenmaal uit bent, dan kun je op wat wel kan ook daadwerkelijk stappen gaan zetten. Uit het feit dat we die brief hebben ondertekend, blijkt natuurlijk dat er in ieder geval erkenning is voor wat de uitdaging is en hoe we daar gezamenlijk mee omgaan. Overigens ook met het rijk, want dit zijn de woningbouwplannen die Haarlemmermeer heeft, die heel ambitieus zijn en ook heel erg noodzakelijk. Laat dat ook heel helder zijn. Daar hebben we ook het rijk bij nodig, dus gezamenlijk optrekken naar het rijk is daar denk ik heel erg van belang. Sterker nog, de bredere regio moet ook willen ondersteunen, omdat iedereen zal zien dat wat we hier met elkaar willen realiseren een heel belangrijke impuls is voor de bredere regio dan alleen het cirkeltje rond die woningbouw zelf. De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Dank u, dan heb ik nog een aanvullende vraag, want dat stationsgebied is natuurlijk een initiatief van het college, van de gemeente zelf. Hoe faciliteren we initiatieven die van onderaf komen, vanuit onze samenleving zelf? Hoe kunnen wij onze inwoners vertellen dat er alleen maar iets mogelijk is als het geïnitieerd wordt door de gemeente? Wat moeten zij met hun eigen plannen? De heer VAN DIJK: Ik ga nu... Ik weet niet of ik nu een wenselijk antwoord geef, maar dat is heel simpel.
Als u een bestemmingsplan heeft en dat kan volgens het bestemmingsplan, kan iedereen een plan indienen. Maar als u ergens in een prachtig stukje groen heeft waar natuurbestemming op ligt, dan geef Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
13
ik u weinig kans. Ik denk dat u daar ook als gemeentebestuur helder en duidelijk in moet zijn hoe u daar zeg maar… Het is niet zo dat overal alles mag en kan, maar u gaat er hier voor het grootste gedeelte over, want u stelt de bestemmingsplannen vast. De VOORZITTER: De laatste… De heer VERMEULEN: Nog een aanvullende vraag, want het is heel goed dat u over de bestemmingsplannen begint. Als we dan bijvoorbeeld inderdaad kijken bij Rijsenhout waar we met volledig verouderde kassengebieden te maken hebben, waarvan een heel groot gedeelte van die kassen of zijn gesloopt of alleen nog karkassen resteren. Daar wil het dorp heel graag vitaliseren. Vanuit onze gemeente weet ik zeker dat het college daar zijn medewerking aan wil verlenen, dus dan komen we uiteindelijk toch bij de provincie terecht. Welke rol gaat de provincie daar dan in nemen? De VOORZITTER: Een heel specifieke vraag. De heer VAN DIJK: Die ga ik toch beantwoorden, maar dan zeg ik wel dat u moet kijken wie erover gaat, waarom mag daar niet gebouwd worden? Als u antwoord heeft op die vraag kunt u het ook uitleggen aan de inwoners, want ook de provincie zou dolgraag willen dat Rijsenhout vitaliseert. Daar staan we echt niet tegenover elkaar, maar u moet wel goed uitleggen, ook aan de inwoners daar, waar het probleem zit.
Daarom zeg ik: de lusten en lasten van het hebben van de luchthaven en het Luchthavenindelingsbesluit en allerlei regels die cumuleren met elkaar, geluid, … Ik hoef het hier niet uit te leggen. Dus wat dat betreft, kan ik u niet tegemoetkomen, maar zitten we aan dezelfde kant en willen we dat net zo graag. Maar we moeten ook eerlijk zijn en uitleggen waarom het niet kan. De VOORZITTER: Dank voor de reactie. Ik ga kijken, want er was bij de voorbespreking ook behoefte om te spreken over het toezicht en handhaving door omgevingsdiensten en de inleiding daarover komt van mijnheer Boerman van GroenLinks. De heer BOERMAN: Ja dank u, voorzitter, dat gaat vandaag met name over de lusten en de lasten van de luchthaven en wat dat betreft is dat een mooi bruggetje, denk ik. We praten vanmiddag al vaker over 'wie gaat waarover?' en ook over de regionale samenwerking en de dingen die op afstand staan. Dat gevoel hebben we ook als het gaat om de omgevingsdienst. Ik wil daar een bespiegeling op van de rijksheer. We maken ons zorgen als het gaat over stoffen zoals ZZS, zeer zorgwekkende stoffen, ultrafijnstof, waar deze week nog een rapport over verschenen is van het RIVM, PFOS en PFAS. De OD heeft daar een belangrijke rol maar is zowel qua menskracht, als wettelijke middelen, laten we zeggen, nauwelijks toegerust voor deze zware taak, zien wij.
Ik vroeg me af wat uw oordeel daarover is en ook als het gaat over de vraag 'waar gaan we over als raad?' en hoe u ons daarin kunt ondersteunen. De VOORZITTER: Zijn er nog aanvullende vragen? Nee, dan ga ik naar de commissaris. De heer VAN DIJK: Ik zag dit onderwerp voorbij komen. Toen keek ik eigenlijk een beetje naar de burgemeester want u bent volgens mij de voorzitter van het bestuur van de omgevingsdienst. Ik denk, maar dat zeg ik meer in zijn algemeenheid, het zit in het portefeuille van de heer Olthof, dat we er natuurlijk mee te maken hebben dat we nu meer meten en meer weten. Veel meer dan tien, twintig, dertig jaar geleden. Ik denk dat dat ook voor ons allemaal een zorg is want we moeten zorgen dat we daar waar noodzakelijk dat op een goede manier kunnen handhaven. Maar het is natuurlijk ook een proces dat in de afgelopen jaren, zou je kunnen zeggen, in een soort van stroomversnelling is gekomen. En daar zullen we moeten bij halen en daar zullen we het, denk ik, ook moeten accepteren dat dergelijke toezichthoudende instanties daar dus ook de mensen en de middelen voor nodig hebben. Dat is soms ook best lastig. Je ziet bij sommige gemeenten als het gaat om de begrotingen voor dit soort instanties, Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
14
dat ze heel makkelijk denken 'daar kan het wel een tandje minder', maar ik kan u zeggen dat het volgens mij soms ook een tandje meer moet zijn. Maar nogmaals, dat is meer de persoonlijke beleidsopvatting van de rijksheer op dit moment want die discussies worden natuurlijk overal gevoerd en dat betekent dat die discussie ook in de Staten van Noord-Holland worden gevoerd. De VOORZITTER: Ik zie mijnheer Boerman nog. De heer BOERMAN: Nog even een aanvullende vraag. Ik stelde de vraag ook omdat we zagen dat de provincie wel optrad toen het ging om Tata Steel en ik vroeg me dus af of dat ook voor deze gemeente gevolgen heeft. Daar kwam nog een beetje bij dat de Randstedelijke Rekenkamer natuurlijk ook bij Tata Steel actief is geweest en nog niet op dit gebied. Misschien zou u daar ook een bespiegeling op kunnen geven? De heer VAN DIJK: Een van de dingen die ik hierop kan zeggen, is dat ik mij niet moet begeven op het terrein van mijn gedeputeerde en dat ga ik dus ook niet doen. Ik zou u zeker willen aanraden om als u daar de discussie over wilt voeren, dat met de heer Olthof te doen. Maar net als hier, is het ook bij ons natuurlijk in de Staten een belangrijk onderwerp, want de omgevingsdiensten zijn er niet voor niets. Ik zeg wel eens 'controle is ook een recht'. Dus het is niet per definitie zo dat alle bedrijven het niet goed doen. Het is ook een recht. De VOORZITTER: Dank u wel.
Ik kijk even of er in de raad behoefte is om andere zaken met de commissaris aan de orde te stellen. Mevrouw Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Dank u wel burgemeester. Ik wil graag afsluiten met iets leuks want we zijn misschien best een beetje negatief geweest. Mijnheer Van Dijk, social return. Ik zag dat de provincie Noord-Holland daar een heel mooi plan bij heeft, een verplichting bij de inkoop van diensten dat jullie bij bedragen boven de € 214.000,00 een social return verplichting in hebben gebouwd. Dat vind ik ten eerste een heel mooi idee, want mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt moeten natuurlijk allemaal een kans krijgen en ik vroeg me af of u dat nog iets kunt toelichten aan ons. De heer VAN DIJK: Het is precies zoals u zegt. Bij ons is het inclusief werken, bereikbaarheid heel belangrijk. We willen een goede afspiegeling zijn van de samenleving omdat we ook merken dat de problemen waarvoor we staan ook steeds meer problemen zijn die voortkomen uit diezelfde samenleving. Dus we hebben wat dat betreft op alle fronten geprobeerd daar ons beleid op aan te passen en die social return is een van die punten. Dat betekent dat bij aanbestedingscontracten inderdaad boven dat bedrag, u heeft het helemaal precies, € 214.000,00, dat wordt gevraagd en daar monitoren we ook op. Dus dat betekent dat we daar ook naar kijken en ook op rapporteren.
De VOORZITTER: Als er verder geen reacties meer uit de raad zijn, dan rond ik af. U kwam hier als rijksheer om de thermometer in onze gemeente te steken en u heeft een beeld gehad, zowel bij het gesprek met collegeleden als in uw bezoeken en het gesprek met de raad over waar we met elkaar staan. Ik weet niet of u nog iets wil teruggeven aan ons over uw bezoek vandaag over hoe het beeld is, dat u als rijksheer meeneemt over de stand van zaken. U heeft nog een opmerking? De heer VERMEULEN: U stelt helemaal de vragen die ik ook nog in mijn hoofd had. En dan wil ik ook heel graag weten wat u met wat u hier opgehaald heeft, gaat doen. Want het is natuurlijk leuk dat we hier 1,5 uur samen gezeten hebben... De VOORZITTER: Ik ben zo blij dat u mij helpt want dat scheelt mij de vraag weer.
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
15
De heer VERMEULEN: En ik ben wat impertinenter dan u, dus ik kan hem makkelijker stellen. De VOORZITTER: Oké. Dus ik ga kijken hoe u vandaag samenvat, mijnheer Van Dijk. De heer VAN DIJK: Het is goed dat u dat vraagt en voor alle duidelijkheid, ik zit hier dus als rijksheer en dat betekent dat ik rechtstreeks terugkoppel aan de minister. Dat is de bedoeling. De minister haalt via de rijksheer dus op 'hoe gaat het er in de praktijk aan toe?' Wat ik ophaal, is het volgende. Ik was niet zozeer blij verrast, maar ik vond het heel fijn om te horen hoe u bijvoorbeeld omgaat met samenwerkingsverbanden, samenwerking met de raden. Maar ik zie natuurlijk ook de uitdagingen van een 150.000-plusgemeente als Haarlemmermeer waar je grootstedelijk met elkaar de zaak als raadslid moet kunnen beoordelen, maar de andere kant toch ook het kleine dorp levensvatbaar wilt houden in een omgeving die heel uitdagend is, het wel al een paar keer gezegd, met Schiphol, veel rijkswegen en wat dat betreft een heel dynamisch geheel. Dat is, denk ik, interessant om dat beeld ook terug te brengen en aan te geven dat soms in zo'n gemeente, bijvoorbeeld als het gaat om behoud van onderwijs in kleine kernen, je wat anders wilt nadenken en misschien wel buiten de regels wilt kleuren van wat de regels voorschrijven.
Ik denk dat dit een heel belangrijk signaal is, temeer omdat Haarlemmermeer nog steeds vrij hoog staat in de in de economische ladder. Sociaal is volgens mij een behoorlijk been bijgehaald in de afgelopen tien, vijftien jaar. Maar dat is continu, denk ik ook, een soort van struggle hoe je dat met elkaar moet realiseren. Het is interessant om te zien hoe u dat als raad doet en hoe het college dat doet. Ik heb er een positieve ervaring aan over gehouden. De VOORZITTER: Dat is goed te horen. Ik stel dan ook voor dat we hiermee uw bezoek afronden. Ik weet dat het absoluut not done is om iets aan u mee te geven. Maar goed, als u vrouwelijk zou zijn geweest, dan had ik toch een bloemetje meegegeven om u te bedanken voor uw bezoek. U bent mannelijk, natuurlijk is het zo dat het als man ook leuk is om een bloemetje te krijgen, maar we wilden iets meegeven waardoor u vaak aan Haarlemmermeer zal denken. Ik weet niet of u zo'n kast heeft. Veel commissarissen hebben een kast met dingen die ze krijgen als ze een bezoek hebben gebracht, een trofeeënkast. Dan hebben wij een heel mooie trofee en dit is echt goedkoper dan een bosje bloemen en we hopen dat u daarmee in ieder geval regelmatig aan ons zal denken. Dank voor uw bezoek aan Haarlemmermeer. (De burgemeester overhandigt de commissaris van de Koning een geschenk.) 3.
Sluiting
De VOORZITTER: We gaan samen met de commissaris naar het persgesprek, dat is buiten rechts en de raad nodig ik van harte uit om om 17.00 uur tot aan het diner de introductiebijeenkomst over de Omgevingswet bij te wonen. Na het diner komen de RO-projecten en wonen aan de orde. Dank u wel en ik sluit hiermee met dank de vergadering.
Sluiting 16.47 uur
Verslag raad der gemeente Haarlemmermeer 23 juni 2022
16