2021-03-18 Raadssessie Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis.doc
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 18 MAART 2021 Onderwerp:
Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis
Voorzitter:
mw. S. van de Meeberg
De leden: dhr. R. Ahmed Khatab, mw. M.E. Ballieux-Hamel, dhr. M.L. Beusenberg, dhr. E. Boscher, mw. N.M. Elfers, dhr. R. Kenselaar, mw. D. Kerkhoff, dhr. J.A. Kos, mw. C.F.M. van der Meij, mw. I.C. Vink-Albrecht, dhr. J.P.H. de Vries Griffier: dhr. B. Heerema Portefeuillehouders: mw. M.H. Ruigrok, dhr. F. Sidali, mw. M. Steffens-van de Water Insprekers: Geen
De VOORZITTER: Dames en heren, welkom allemaal bij deze vergadering over het Sociaal Domein. We gaan het met elkaar hebben over de Sociale Basis. Dit is een sessieverzoek van de hele raad maar ingediend door mijnheer Boscher van de VVD en het is de gewoonte om de indiener van het sessieverzoek vijf minuten extra spreektijd te geven. Ik kijk even naar mijnheer Boscher en hoor graag of hij daar gebruik van wenst te maken. De heer BOSCHER: Voorzitter, in de vorige debatten hebben we dat ook niet gedaan en dat vond ik eigenlijk prima omdat we dan meer tijd overhouden voor het vrije debat. De VOORZITTER: Goed. Ik wilde u dat even vragen for the record. Wie mag ik als eerste het woord geven? Ik zie mijnheer Boscher, gaat uw gang. De heer BOSCHER: Dank u wel voorzitter. Het is dus geen algemeen intro, maar gewoon mijn eigen inbreng. De VVD is blij dat we eindelijk een debat gaan voeren over de Sociale Basis. Deze sessie ligt ook mooi in het verlengde van de sessies die we vorige week hebben gehad en hopelijk is het debat net zo constructief, om ook dit element van het Haarlemmermeers model kritisch tegen het licht te houden. Allereerst wil ik zeggen dat ik de beantwoording van onze vragen over dit onderwerp summier vind. Sommige vragen zijn eigenlijk niet beantwoord, maar soms is geen antwoord ook een antwoord.
Voor de VVD is de term Sociale Basis de laatste jaren een ongrijpbaar begrip geworden. Ik kan niet anders dan concluderen dat, gezien de antwoorden van het college, dat ook voor hen geldt. Even ter herinnering. In 2015 heeft Haarlemmermeer onder de bezielende leiding van Derk Reneman een grote ombuiging gerealiseerd van de subsidies van het sociaal beleid. Men heeft toen al deze subsidies beoordeeld op de vraag of ze bijdragen aan onze nieuwe doelstelling, namelijk het inzetten van preventie om te voorkomen dat een zorgvraag ontstaat. Niet in de laatste plaats omdat zo het Sociaal Domein betaalbaar blijft. Dat is uiteindelijk de creatie geweest en de bedoeling van de Sociale Basis. Naarmate de jaren vorderden, is gebleken dat de effecten van deze Sociale Basis niet merkbaar of niet meetbaar waren. Op alle vlakken is er in Haarlemmermeer een grotere zorgvraag waar te nemen. Iets wat natuurlijk haaks staat op het idee dat als we maar genoeg investeren in preventie dit de zorgvraag zal dempen. We vragen ons al enige tijd af hoe dit komt en waar we als raad kunnen bijsturen. Maar door de inflatie van de term Sociale Basis kom ik er maar niet achter. Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
1
Hier hebben we regelmatig debat over gevoerd tijdens het bespreken van de TransforMeerMonitors. Uit de beantwoording van het college blijkt nu dat men alles uit het begrotingsprogramma Maatschappelijke Ontwikkeling, zo'n slordige € 100 miljoen, beschouwt als Sociale Basis. Hier valt dus alle sport, onderwijs, cultuur en welzijn onder. De term is hiervoor zo opgerekt en allesomvattend dat het eigenlijk nietszeggend is geworden en onbestuurbaar. We stellen voor om kritisch te kijken naar de definitie van wat de Sociale Basis is, wat wij daarvan verwachten en welke onderdelen daar nu wel of niet bij horen. Waarom is dit belangrijk? Juist om terug te gaan naar wat we ook in 2015 hebben gedaan: beoordelen wat bijdraagt aan onze doelstellingen en wat niet. Met de huidige tekorten in het Sociaal Domein is het broodnodig dat we keuzes maken en met de informatie die er nu ligt, kunnen wij die keuzes niet maken. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Boscher, ik vergat net bij de introductie te melden dat er een vandaag een uitvoeringsplan Sociale Basis is verzonden naar de raad. Een geactualiseerd plan. Dat moest ik even melden voor de volledigheid van deze vergadering. Mijnheer Kos van Forza! had zich gemeld als tweede spreker. Gaat uw gang. De heer KOS: Ja voorzitter, dank u wel. Onze Sociale Basisinfrastructuur staat onder druk.
Budgettair overschrijden we en ondertussen groeit de eenzaamheid onder de burgers in onze gemeente. De fractie van Forza! heeft een aantal ideeën om ons beleid op het lokale sociale welzijn te verbeteren. Daar waar we de vorige keer met de koffie-to-go-metafoor hebben aangegeven dat het eigenlijk waanzinnig is dat een zorgondernemer kan bepalen welke zorg hij biedt en hoe lang zijn klanten zorg bij hem afnemen, is Forza! wel groot voorstander van meer koffiemomentjes. Of het nu gaat over de langer thuiswonende ouderen of juist de vereenzaming van volwassenen of jeugd, de basis valt of staat met onderlinge aandacht. Als je dit beleidsmatig beredeneert, zou je meer focus moeten aanbrengen voor licht naar zwaar, dan het huidige van zwaar naar licht. Vroegsignalering is hierbij wat Forza! betreft het toverwoord. In de diverse sociale initiatieven, de koffiemomentjes, ontstaat vaak een schat aan informatie bij de mantelzorger, de sociaal werker of de docent. Die informatie is nodig om snel bij de oorsprong van een hulpvraag bij te sturen. Laten we in onze gemeente de focus leggen op vroegsignalering. Creëer beleidsmatige binding met heel korte lijntjes naar casemanagers, verwijzers en zorginstellingen. In een beginstadium van vereenzaming is een bakje koffie in een wijkcentrum of met een vrijwilliger vaak al genoeg om het tij te keren.
Als er niet snel geschakeld kan worden, wordt vereenzaming psychisch lijden of depressie en is een dure behandeling nodig. Dan missen we nog een creatief element en dat is doelgroepen mixen. Het heeft zorginhoudelijk en financieel meerwaarde om een aantal schotten weg te halen. Stelt u zich eens voor dat de beginnend eenzame oudere samen met zijn vrijwilliger twee keer per week op locatie X aankomt. Die locatie straalt hospitality uit doordat die dagelijks wordt bijgehouden door een groep mensen met een verstandelijke beperking die via dagbesteding de locatie onderhouden en natuurlijk de koffie schenken. Ondertussen wordt de appeltaart die niet onlosmakelijk gezien kan worden van de koffie, gebakken onder begeleiding van een jobcoach zodat er certificaten gehaald kunnen worden door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De inmiddels een stuk minder eenzame oudere gaat voldaan terug naar zijn woning. Dat lukt helaas niet meer zelfstandig en mobiliteit is belangrijk voor deze doelgroep. Dus het vervoer terug gebeurt door een van onze nieuwkomers in de gemeente: de statushouder die nog net geen betaald werk heeft gevonden, poetst zijn CV op door als vrijwilliger zijn ouder wordende medeburger veilig thuis te brengen. De VOORZITTER: Nog een halve minuut, mijnheer Kos De heer KOS: Dat gaan we redden, de laatste zin.
Van licht naar zwaar, vroegsignalering en mixen van doelgroepen, Forza! gunt al onze burgers vooral heel veel koffiemomentjes.
Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
2
De VOORZITTER: Precies binnen de tijd, dank u wel. Dan heeft mevrouw Vink van het CDA zich gemeld, gaat uw gang. Mevrouw VINK: Dank u wel voorzitter. Alvorens ik mijn bijdrage doe, wil ik even een opmerking maken over wat u aan het begin van de vergadering zei over de actualisatie van het uitvoeringsplan stevige Sociale Basis. Ik vind het jammer dat dat weer op het laatste moment verstuurd is. Er zijn een heleboel raadsleden die vandaag nog gewerkt hebben en er waren vanmiddag vanaf 13.00 uur al bijeenkomsten dus ik heb geen gelegenheid gehad om überhaupt naar het stuk te kijken en ik denk met mij meerdere raadsleden. Dat wil ik toch even zeggen want het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Dan wil ik nu mijn bijdrage doen voorzitter. De VOORZITTER: U krijgt een interruptie van mijnheer Boscher van de VVD. De heer BOSCHER: Ik wil me daarbij aansluiten. Ik vind dat heel vervelend. Het is al lang bekend dat we deze sessie gaan houden en dan komt er nu opeens een stuk naar ons toe over dit onderwerp en hebben we niet de tijd gehad om dat te beoordelen. Ik vind dat een kwalijke zaak. De VOORZITTER: Dank u wel. Dat gezegd hebbend, kunt u nu beginnen met uw eigen bijdrage mevrouw Vink, gaat uw gang. Mevrouw VINK: Dank u wel. De Sociale Basis is de bouwsteen voor iedere inwoner, jong of oud, om mee te kunnen doen in de maatschappij.
Bij het verstevigen van de Sociale Basis wordt ervan uitgegaan dat de professionals en vrijwilligers elkaar goed kennen en weten te vinden. Hier zijn volgens mijn fractie nog wel wat puntjes te scoren. We hoorden afgelopen donderdag inspreker Simone Duin, sociaal medewerker bij MeerWaarde, over een jongere die door hun toedoen niet is doorverwezen naar een professional. En er zijn helaas, denk ik, nog meer van dit soort gevallen. We zijn als gemeente voor onze sterke Sociale Basis afhankelijk van informele zorg. Deze zorg wordt verleend door mantelzorgers en zorgvrijwilligers. We weten allemaal dat de informele zorg steeds belangrijker wordt; mensen blijven langer thuis wonen en willen meedoen aan activiteiten in de buurt. Maar hoe lang houden de mantelzorgers en de vrijwilligers het nog vol? Het is wel eerder gezegd door mijn fractie, zullen deze mensen er nog wel zijn in de toekomst? Veel van deze mensen zijn op leeftijd en we weten allemaal hoe moeilijk het is om vrijwilligers te vinden. De jongeren staan niet te springen om vrijwilligerswerk te doen en zeker niet nu de meeste hun baantje zijn kwijtgeraakt door corona, zij zullen straks zo snel als het kan weer betaald werk gaan zoeken. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de mantelzorgers, jong en oud, die voor corona al op hun tenen liepen.
De jonge mantelzorgers hadden eerst nog verplichtingen buiten de deur, maar zitten nu nagenoeg de hele dag thuis en misschien wordt er nu nog wel meer beroep op hen gedaan dan voorheen. Kortom, we moeten onze vrijwilligers en mantelzorgers de komende tijd heel goed in de gaten houden. De schijf van vijf van kwaliteit van het leven wordt gebruikt als basis voor het netwerk in de wijk. In een aantal kleine kernen is er of wordt er een life variant opgezet of is in ontwikkeling. We zijn wel benieuwd of deze variant al aan de verwachtingen voldoet en wat onze inwoners hiervan vinden. Het verstevigen van de kleine kernen is een absolute noodzaak. Deze mensen zitten vaak al in een isolement en omdat er ook niet veel te doen is in de kernen, wordt dat alleen maar erger. Eenzaamheid was al een punt van aandacht, maar is nu door corona een zeer actueel probleem geworden. Niet alleen onder ouderen, maar ook heel veel jongeren hebben daarmee te maken. Ze kunnen nergens heen en de meeste activiteiten in de buurt zijn gesloten. Dan nog even over het Haarlemmermeers model. De wethouder gaf in een van de vorige sessies aan dat vanuit het ministerie een Visitatiecommissie bezig is om het model te onderzoeken en te evalueren. Alvorens we hierover in discussie gaan, is het misschien verstandig om te wachten op de Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
3
uitkomst daarvan om dan met elkaar het gesprek daarover aan te gaan. Misschien kan de wethouder ons wel aangeven wanneer dit onderzoek afgerond is? Kortom, voorzitter, goede informatievoorziening voor iedereen, inwoners, maar ook de professionals, is van belang voor duidelijker wegwijzers. Hierbij wil ik het nu even laten, dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Vink, dan mevrouw Elfers van HAP, gaat uw gang. Mevrouw ELFERS: Dank u wel voorzitter, ook ik sluit me aan bij de opmerking van mevrouw Vink van het CDA want ook ik heb geen tijd gehad om het stuk te lezen en dat vind ik zeer spijtig. Maar voorzitter, het gaat hier vanavond om het welzijn… De heer BOSCHER: Voorzitter, mag ik even iets rechtzetten om verwarring te voorkomen? De VOORZITTER: Mijnheer Boscher, een korte interruptie. De heer BOSCHER: Volgens mij is het stuk dat we al hadden in beantwoording van de vragen opnieuw gestuurd. Dus correctie, dat had ik niet gezien, maar het is geen nieuw stuk maar een stuk dat we al hadden. Dus er is verwarring. De VOORZITTER: Ja, het is een geactualiseerd stuk natuurlijk, maar het is vandaag gestuurd en de opmerking blijft, denk ik staan dat niet iedereen het heeft kunnen lezen en mensen wisten ook niet, mijnheer Boscher, dat u het niet helemaal goed zei. Ik ben blij dat u dat even recht zet. Mevrouw Elfers, gaat u verder met uw bijdrage.
Mevrouw ELFERS: Dank u wel. Ik begin even opnieuw want het gaat hier vanavond om het welzijn en het welbevinden van onze inwoners in de breedste zin van het woord. En ook vanavond hebben we beperkt de tijd en daarom wil ik me vanavond richten op het belang van preventie. En voorzitter, u weet het al. Voor mijn partij staat buiten kijf dat preventie werkt. Daar hebben we een Sociale Basis voor nodig. Per kern, per wijk, per doelgroep wordt gekeken waar de behoefte ligt. Wat HAP betreft, is de Sociale Basis een winning team. Dat betekent niet 'never change a winning team'. Zelf ben ik opgegroeid in een topsportfamilie en om de Olympische Spelen te halen, heb je een stevig fundament nodig voor je een succesvol Olympisch team kunt opbouwen. Onze samenleving werkt eigenlijk ook als een Olympisch team. Naast een stevig fundament is het heel belangrijk dat er tijdens zo'n Olympisch traject constant iemand observeert, analyseert, evalueert en traint en vooral dat het team niet bang is om bij te sturen. Never change a winning team gaat wat mij betreft dan ook niet op want voorzitter, verandering brengt soms ook verbetering. En ook Haarlemmermeer kampt met flinke tekorten, bij jeugdzorg en bij WMO, bij zorg en welzijn.
Geen enkele partij in deze raad wil dat deze tekorten verder oplopen en niemand in deze raad wil dat de kwaliteit van zorg voor onze inwoners drastisch wordt teruggeschroefd. Zeker mijn fractie niet. Het is dus een kwestie van keuzes maken. Voor HAP is het duidelijk dat beknibbelen op preventie zorgt voor dweilen met de kraan open en dat veroorzaakt een tsunami aan zwaardere zorg. Dat maakte jongerenwerker Simone Duin van MeerWaarde vorige week pijnlijk duidelijk toen zij insprak in onze raad. Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse van sociaal makelaars blijkt dat € 1,00 aan de voorkant, preventief dus, € 5,50 voorkomt aan de achterkant, de zwaardere zorgkant. Een beter voorbeeld van 'voorkomen is beter dan genezen' kan ik niet geven. En ondanks alle tekorten doen we het in Haarlemmermeer als samenleving met alle beperkingen en uitdagingen nog steeds goed. En dat komt omdat in Haarlemmermeer de mens centraal staat. Het uitgangspunt dat zelfs de titel is geweest van het HAP verkiezingsprogramma. En 'de mens centraal' willen we graag zo houden. We kunnen de gevolgen van de coronacrisis en de social distance maatschappij waarin we nu leven niet overzien. Ik breng u in herinnering dat voor deze crisis 41% van de volwassenen in Haarlemmermeer al aangaf eenzaam te Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
4
zijn en zelfs 43% van de ouderen. En de recente cijfers over eenzame jongeren zijn helemaal schrikbarend. Wat mijn fractie betreft, gaan we niet ongefundeerd zagen aan de Sociale Basis, maar gaan we bijvoorbeeld door uitvoeren van maatschappelijke kosten-batenanalyses kijken waar we kunnen bijsturen zodat er nog meer winst uit de sociale en de stevige Sociale Basis, de preventieve kant dus, gehaald kan worden. Want die € 5,50 kan wellicht wel € 6,00 worden, of meer, zonder dat we hoeven in te leveren aan de preventieve kant. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: Ruim binnen de tijd, dank u wel mevrouw Elfers. Dan mevrouw Kerkhoff PvdA, gaat uw gang. Mevrouw KERKHOFF: Dank u wel voorzitter. De hamvraag voor vanavond is: bevalt het Haarlemmermeers model en daaraan gekoppeld de Sociale Basis? Daar moeten we eerst overeenstemming over hebben want daarna spreek je pas over de uitvoering, over geld, over hoe efficiënt het allemaal is en wat er nog ontbreekt. Onze gemeente heeft 31 kernen en een groot aantal wijken. Voor de PvdA is de leefbaarheid en de sociale cohesie in de kernen en de wijken het cement van de samenleving. Met een stevige basis van vrij toegankelijke laagdrempelige voorzieningen, is het mogelijk dat eenieder zich kan ontwikkelen en kan meedoen in de maatschappij.
En ondersteuning bieden we zo licht als kan en zo zwaar als nodig is en dat is het mantra van onze hulpvragen. Dat kost geld en we zijn bereid dat ervoor uit te geven, maar ook de PvdA vindt dat we goed moeten bekijken of wat we nu bieden nog wel aansluit. Zijn er dubbelingen? Kan het efficiënter? Zijn vragen misschien veranderd? Wat levert onze ervaring van het afgelopen jaar op? Wat is er nu echt nodig? Het laat ons zien dat eenzaamheid op de loer ligt en sociale contacten uitermate belangrijk zijn. Dus ontmoetingsplekken zijn nodig. De digitale snelweg, dat weten we nu wel. Gewoon de school, het winkelcentrum, de bieb of gewoon die hangplek, binnen of buiten en dat betekent concreet dat algemene voorzieningen hard nodig zijn. Laagdrempelig. Laten we die vooral in stand houden, maar ook kijken naar andere vormen van ontmoetingen. Wil de huidige jeugd nog wel naar een jeugdhonk? Of willen ze nu juist iets anders? Wil die oudere nog steeds bridgen of juist iets anders? Het is nu een heel mooi moment om dat uit te zoeken. De PvdA stelt voor om de oude activiteiten tegen het licht te houden en te onderzoeken of die vraag nog wel bestaat en zo ja, in welke vorm. We weten dat ook kwetsbare personen juist de basis in de kernen en de wijken hard nodig hebben.
Door hen te ondersteunen, kunnen ze langer thuis blijven en door de mantelzorgers te ontlasten kunnen ze dat blijven volhouden. De PvdA stelt voor om de inzet van Maatvast en MeerWaarde van de afgelopen tijd tegen het nieuwe licht te houden. Sluiten ze nog wel goed aan bij de nieuwe vragen of zijn ze juist anders gaan inspelen op die vraag? En waar dubbelen deze organisaties en waar vullen ze elkaar aan? En natuurlijk hebben we de TransforMeerMonitor al. Daar kijken we naar de indicatoren, want meten is weten dus we weten ook dat het aantal vrijwilligers onder druk staat. De VOORZITTER: Wilt u afronden, mevrouw Kerkhoff? Mevrouw KERKHOFF: Ja, bijna. De huidige verenigingen hebben een zware tijd en activiteiten liggen stil of vinden plaats in aangepaste vorm. Laten we hen de kans geven zich te herstellen en ook te vernieuwen. Afsluitend, de PvdA staat open voor evaluatie en aanpassingen gebaseerd op nieuwe ervaringen. De financiën zullen zeker een rol spelen, maar draai het om: door te investeren in de basis voorkom je kosten op een later moment op een andere plek. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Kerkhoff. Dan mijnheer De Vries, ChristenUnie-SGP. Gaat uw gang. De heer DE VRIES: Dank u wel voorzitter. De Sociale Basis is wat de fractie van ChristenUnie-SGP betreft een essentieel onderdeel van de gemeentelijke voorzieningen.
Dat gezegd hebbende, worden Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
5
we enerzijds geconfronteerd met grote financiële tekorten en anderzijds met de vraag in hoeverre de onderdelen van de Sociale Basis bijdragen aan de gestelde doelen. In het sessieverzoek worden enkele aandachtspunten opgesomd 'wat kunnen we verwachten van de Sociale Basis in het kader van de doelstelling van zwaar naar licht? Zijn we zes jaar na de decentralisatie toe aan een bijsturing van het Haarlemmermeers model? En weten we genoeg om die eventuele bijsturing aan te kunnen brengen?' Collega Koning zei anderhalf jaar geleden dat er wel heel veel plannen waren, maar dat hij zich afvroeg of het allemaal wel te realiseren was. Misschien is het goed om nu eens tegen het licht te houden wat er inmiddels is gerealiseerd en wat succes heeft. Met andere woorden: wat bijdraagt aan het doel dat iedereen kan blijven meedoen in de Haarlemmermeerse samenleving. In Koersvast Steeds Beter wordt een hoofdstuk 9 ingegaan op focus voor de komende tijd. Daarbij wordt in 9.4 'gezondheid' en 9.5 'meedoen' behandeld. Gezondheid en meedoen, dat zijn naar het idee van onze fractie belangrijke onderdelen van de Sociale Basis en dus in het kader van deze sessie interessant wat er precies is bereikt in de afgelopen tijd. En misschien is het een idee om ook te proberen wat SMART'er te zijn in de doelen zoals aangedragen door de Participatieraad indertijd.
Nog even terugkomend op het optreden van Simone Duin. Dat was typisch een voorbeeld waarvan je zegt 'ja, daar kun je dus aan zien wat preventie en wat licht versus zwaar kan betekenen op een heel laagdrempelige preventieve manier'. De VOORZITTER: Wilt u afronden, mijnheer De Vries? De heer DE VRIES: Ja hoor, ik ben bijna aan mijn eind, van de tekst dan, bedoel ik. Inmiddels zijn we al een aantal jaren bezig dus we zouden zo langzamerhand wel zicht moeten hebben op wat echt helpt om die Sociale Basis stevig te krijgen en wat je kunt scharen onder overbodige luxe. In dat kader zouden we ook nog nadere informatie kunnen gebruiken over de mogelijke antwoorden op vraag 13. Die is niet beantwoord omdat dat te politiek is maar het is natuurlijk wel heel essentieel om het daarover te hebben. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, dan mijnheer Khatab van EEN Haarlemmermeer. De heer KHATAB: Dank u wel voorzitter. Bij een stevige Sociale Basis draait het om een afname van eenzaamheid en een toename van de participatie van inwoners, maar ook de verschuiving van zware naar lichte zorg. Gisteren zijn inwoners met een folder via de post op de hoogte gebracht van de wijk Bornholm waar naar een online enquête wordt verwezen. Hierbij wil ik ook graag de inwoners aansporen om de enquête in te vullen zodat de ideeën en laagdrempelige acties kunnen worden uitgevoerd.
EEN Haarlemmermeer ziet graag hoe we kunnen zorgen voor een betere kwaliteit van het leven van de inwoners. De doorstroom van wonen zien we dan ook als belangrijk punt om senioren een passende plek aan te bieden en ruimte te maken voor kleinere gezinnen en misschien jongeren. We zien een groeiend aantal ouderen zodat het belangrijk is te kijken naar hoe we deze basis kunnen versterken. Hoe steviger de basis, des te minder aanbod er nodig is vanuit de zorg en samen met partners zoals MeerWaarde, Maatvast en Sportservice kan een vele malen hogere efficiëntie worden bereikt. Ook lezen we dat bekend is welke stoornissen het meest voorkomen onder de jeugdigen, vooral nu in coronatijd. We willen nogmaals benadrukken dat slachtoffers van eenzaamheid en gedragsstoornissen bijvoorbeeld niet zo snel erkennen dat ze hier slachtoffer van zijn. Hoe ziet u dat? Wat kan de gemeente doen om deze jeugdigen toch te motiveren en hen toe te laten geven dat ze actie moeten ondernemen? Tot slot, door onderzoek van EEN Haarlemmermeer is er nog snel een nieuw actueel uitvoeringsplan opgevraagd van de zorgaanbieders, waar eerst stond dat projecten nog van start moesten gaan, zijn sommige al gaande of zelfs al afgelopen. Wat is de reden dat het rapport eerder een foutief beeld gaf? Ook moeten we dit kunnen voorkomen.
Zoals mijnheer De Vries al noemde, het is belangrijk te kijken welke succesvolle projecten er zijn zodat we hierop kunnen voortbouwen. Tot zover. Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
6
De VOORZITTER: Dank u wel, dan mevrouw Ballieux van GroenLinks. Gaat uw gang. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter. Zoals de VVD net al opmerkte is de Sociale Basis steeds breder en breder geworden en daar sluit GroenLinks zich wel bij aan. We hebben het nu in feite over de hele samenleving en alles wat er tussen mensen gebeurt en we vinden ook dat dat de discussie over kaders stellen en bijsturen wel erg bemoeilijkt. Daarom proberen we het een beetje simpeler te maken, namelijk door het eerst maar eens over die samenleving te hebben. We zijn als gemeente een koploper op het gebied van inclusiviteit en dat past ook precies bij wat GroenLinks heel erg belangrijk vindt. We vinden meedoen aan de samenleving, dat de samenleving ook toegankelijk is voor iedereen, een heel belangrijk uitgangspunt. Dat betekent ook dat je dat moet terugzien in alle programma's van ons gemeentelijk beleid en dat betekent dat we ons ervan bewust moeten zijn dat we bezuinigingen die we soms in het ene programma doen, terugvinden in het Sociaal Domein. Dat lijkt ons eigenlijk niet wat we willen. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld 39 bushaltes schrappen bij een OV-concessie. Dat zien we dan terug in het Sociaal Domein doordat we dan extra MeerTaxipasjes moeten uitgeven.
Dat is financieel voor de gemeente buitengewoon vervelend maar wat GroenLinks nog erger vindt, is dat we daarmee onze inwoners hun zelfstandigheid ontnemen en de toegankelijkheid van de samenleving, voor de dingen waar zij ook gebruik van willen maken, gewoon lastiger maken. Die 42% eenzame mensen in onze gemeente baren ons zorgen en vervoerarmoede is daar een belangrijke reden voor. Dus wij vinden gewoon: laten we die samenleving toegankelijk maken en het principe design for all ook in alle oren laten knopen zodat we die samenleving toegankelijk houden. Dat is volgens ons een belangrijk preventiemiddel om de kosten enigszins te beperken want die kosten zullen we echt moeten maken als het gaat om mensen die echt zorg nodig hebben. We kunnen wat ons betreft niet bezuinigingen op de extra zorg en ondersteuning. We hebben een zorgplicht. Er zijn alarmerende rapporten over de Participatiewet en de jeugdzorg en over heel veel uitvoeringstaken die tot ons zijn gekomen. Daar gaat het gewoon niet goed mee en dat betekent dus ook dat het ontzettend onverantwoordelijk is om daarop te bezuinigen. Een voorbeeld is: je zou kunnen denken 'laten we op het armoedebeleid bezuinigen'. Maar we weten al dat bijstand € 100,00 per maand te weinig is. Mensen in de bijstand komen geld tekort, structureel.
Dus dan kun je wel vinden dat je daarop moet bezuinigen en dat kun je dan misschien wel doen, maar die mensen gaan we terugzien in de bijzondere bijstand of omdat ze dan bijvoorbeeld zorg gaan mijden of omdat ze uit hun huis worden gezet. Dus dat is gewoon geen oplossing. Dus voor GroenLinks geldt: die Sociale Basis is heel erg belangrijk maar zit hem vooral in toegankelijkheid. Wat de mensen betreft die extra zorg nodig hebben, dat is echt het allerlaatste waar we op kunnen bezuinigen als het aan GroenLinks ligt. De VOORZITTER: Dat was uw tijd, mevrouw Ballieux. Mevrouw BALLIEUX: Nou, dat was precies bij mijn punt, dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij, D66. Gaat uw gang. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter. Ik begin even met twee opmerkelijke dingen en die komen uit het vorige week wel aangehaalde rapport van Andersson en consorten, dat heb ik vanavond nog niet horen noemen. Het eerste is dat daarin werd opgemerkt, dat was een van mijn hoofdpunten, dat de inzet op preventie en vroegsignaleren niet leidt tot minder kosten in de jeugdzorg. Mogelijk wel in andere wetten, maar die opmerking daar was heel duidelijk: preventie en vroegsignalering leidt niet tot minder kosten in de jeugdzorg. Dat roept bij mij de vraag op wat dat zegt over de preventie en vroegsignalering in het brede Sociaal Domein.
Heeft dat effect? Het tweede punt dat ik daaruit heb gehaald, waarbij ik ook even refereer aan mevrouw Ballieux van GroenLinks, is dat Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
7
armoedebeleid en armoedepreventie, zeker op een wijze die buiten het wettelijk kader omgaat, dus echt maatwerk, een enorm effect lijkt te hebben op het beroep op jeugdzorg. Een kind zit nog niet in de schulden, maar het systeem daaromheen waar we het de vorige keer over gehad hebben, mogelijk wel. Waarom haal ik deze twee onderwerpen aan? Omdat ze zo enorm verschillend zijn en er op voorhand niet noodzakelijk een logica inzit. Ons hele systeem, die brede basis, is erop gericht dat preventie en vroegsignalering helpen en als ik alle bijdragen hoor van mijn collega's kan ik bijna niet anders dan die volgen. En toch liggen er onderzoeksgegevens die het tegenovergestelde lijken te suggereren. Dan kom ik even terug op mijn collega van de VVD die aangeeft dat die hele Sociale Basis zo ongeveer alles is wat we als gemeente doen, als je het Fysieke Domein even buiten beschouwing laat. Al het andere is dan de Sociale Basis. Dat geeft aan, en dat is ook de lijn die ik bij veel collega's hoor, dat we het eigenlijk gewoon niet meer weten. We hebben vraagtekens.
We hebben zo veel dat we niet meer aan kunnen geven is het Sociale Basis of niet en als het Sociale Basis is wat doet het dan in de lijn die we willen, van zwaar naar licht? Ik denk inderdaad, en verschillende collega's hebben die oproep al gedaan, dat we met z'n allen eens heel serieus moeten gaan kijken 'wat is Sociale Basis en wat niet?' We hebben geprobeerd een voorzet te doen in het sessieverzoek, maar dat is er niet uitgekomen dus we moeten dat zelf gaan doen met elkaar. We moeten elkaar daar denk ik kritisch op durven bekijken en we hebben daar wel het college bij nodig om invulling te geven aan wat er nu onder valt en dat is tot op heden onvoldoende gedaan. Maar ik denk dat we met elkaar serieus moeten kijken 'wat hoort hier wel bij en wat levert het ons op en is dit iets wat we moeten behouden of waar we toch echt afstand van moeten nemen?' Tot zover. De VOORZITTER: Precies op tijd, dank u wel mevrouw Van der Meij. Dan heb ik nog twee of drie sprekers over. Mijnheer Beusenberg, mijnheer Kenselaar en ik weet niet of mijnheer Meijer vanavond aanwezig is. Ik heb hem nog niet gezien. Mijnheer Beusenberg, wilt u het woord? De heer BEUSENBERG: Ja hoor voorzitter. De VOORZITTER: Gaat uw gang. De heer BEUSENBERG: Dank u. Wat verwachten we van een stevige Sociale Basis? SRH heeft vorige week al in de vergadering aangegeven hoe de fractie hierin staat.
Om dat nog een keer te herhalen: wat de fractie van SRH betreft, wordt er niet bezuinigd op de jeugdzorg en de zwakkeren in onze samenleving en onze gemeente. Waar effectiever gewerkt kan worden, moet dat worden ingezet. Daar kunnen deskundigen hun expertise in kwijt en ook aantonen. Hoe de Sociale Basis eruit zou moeten komen te zien zodat niemand tekort wordt gedaan, is volgens SRH aan deskundigen en wat dat betreft zal SRH alles in het werk stellen om steun te geven aan wat er dan nodig is. Maar aan de andere kant, wat moeten we verwachten van een stevige basis als we nu praten over bezuinigingen op dit punt? Ik wil de collega's graag vragen hoe zij daarin staan en of we moeten toestaan dat hierop bezuinigd wordt. SRH is daar pertinent op tegen. Dank u. De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer Kenselaar van GEZOND Haarlemmermeer, gaat uw gang. De heer KENSELAAR: Dank u wel voorzitter. De Sociale Basis, misschien wel de fundering van alles dat verder onder jeugdhulp valt. We weten allemaal dat het op een slechte fundering slecht bouwen is.
Niet dat de Sociale Basis nu slecht is, dat wil ik niet zeggen, maar als we nog even los van het rondwaren van het COVID-19-virus dat flink wat roet in het eten gooit, er met elkaar voor kunnen zorgen dat de zaken die onder de Sociale Basis vallen dusdanig verankerd, of misschien wel herankerd worden in onze dorpen en kernen, zal het ongetwijfeld zo zijn dat veel jongeren en ook ouderen onder ons niet de gang naar de professionele hulp hoeven te maken. We kunnen natuurlijk Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
8
hopen dat het afgelopen COVID-19--jaar een dusdanige bewustwording bij de mensen heeft aangewakkerd dat naast scholen en sportverenigingen ook de jeugdhonken, de sosen en andere sociale samenkomstpunten gaan floreren omdat iedereen zijn steentje bijdraagt, maar dat is nogal een risicovolle aanname. We zullen dus goed moeten kijken of en waar we een en ander moeten aanpassen om te zorgen dat jong en oud hun sociale ei weer kwijt kunnen. En mocht het zo zijn dat mensen om wat voor reden dan ook in de problemen komen, dan is in elk geval de kans groot dat de eerstelijnshulpverlening sneller bereikbaar is en ingezet kan worden en dat zal uiteindelijk doorwerken naar de hele keten, naar zwaardere ondersteuning toe. In een participatiesamenleving is het ontzettend belangrijk dat iedereen zichzelf kan zijn om zodoende het beste en meest passende uit zichzelf te kunnen halen. Dat werkt alleen als men het gevoel heeft erbij te horen en niet het gevoel buiten de boot te vallen om welke reden dan ook. En mocht dit voor iemand wel dreigen te gebeuren, dan is in een vroeg stadium signaleren en adresseren geboden zodat iedereen het gevoel heeft kans te hebben om onderdeel uit te maken van de maatschappij.
Ook GEZOND Haarlemmermeer vraagt zich echter af 'wat valt er nu onder de Sociale Basis?' Daar is wel een antwoord op gegeven maar de vraag is eigenlijk: kan het niet eenvoudiger en overzichtelijker worden opgetuigd zodat iedereen weet hoe de vork in de steel zit? Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Kenselaar. Ik kijk even of ik mijnheer Sidali of mevrouw Steffens als eerste het woord mag geven. Ik vermoed mijnheer Sidali. Wethouder SIDALI: Dank u wel. Dank in ieder geval voor deze sessie namens de raad ingezet en het is goed dat we met elkaar praten over deze belangrijke Sociale Basis. Het is misschien goed om eerst even aan te geven dat het document dat vandaag is toegezonden echt niet nieuw is. Dat is geactualiseerd en door een van de collega's is daarom gevraagd en toen hebben we gezegd 'we geven het aan alle raadsleden'. Dus we hebben een actualisatie gedaan en we hebben gewoon laten zien wat er gerealiseerd is. Dat even als aftrap. Het is ook belangrijk om met elkaar even te kijken 'waar hebben we het eigenlijk over?' De Sociale Basis en de stevige Sociale Basis. Als het gaat om een Sociale Basis, is dat eigenlijk een beetje de 'nuldelijn', zogezegd, dan gaat het meer om algemene voorzieningen in wijken en kernen in de vorm van accommodaties en/of activiteiten. Dus op het gebied van gezondheid, onderwijs welzijn, cultuur, sport en vrijetijd.
Dat is de Sociale Basis en daar bovenop krijg je de stevige Sociale Basis en dat is dat we welzijn inzetten, nog voordat zorg om de hoek komt kijken. Dus welzijn voor zorg uit. Dan hebben we het over lichte ondersteuning door een professional of vrijwilliger, een maatje wordt het ook wel eens genoemd, voor inwoners die al dan niet tijdelijk in een kwetsbare situatie verkeren. Bijvoorbeeld op het gebied van sport: een buurtsportcoach om kwetsbare inwoners toe te leiden naar sportactiviteiten of nieuwe activiteiten op te starten. We bereiken vervolgens met de stevige Sociale Basis 1500 gehandicapte jongeren die bewegen. Als we die stevige Sociale Basis niet doen, zoals ik al zei, welzijn voor zorg uit, kan het zo zijn dat je iemand toch dagbesteding moet gaan geven en dan komt die terecht in de geïndiceerde zorg onder WMO en jeugdzorg. Dat is een beetje hoe ik het hier uiteen wil zetten want dan hebben we de neuzen dezelfde kant op: Sociale Basis, daarboven stevige Sociale Basis en daarboven, als dat niet gaat, komt iemand in de geïndiceerde zorg terecht en dat willen we met z'n allen voorkomen. Dan ga ik even in op een aantal vragen. De VVD zegt dat de beantwoording wat summier is. We hebben echt geprobeerd om u zo goed mogelijk van informatie te voorzien. Ik heb wel geprobeerd uit te leggen wat we met dat ongrijpbare begrip van Sociale Basis bedoelen en hoe dat in elkaar zit.
Forza! had een mooi verhaal van hoe je inderdaad een stevige Sociale Basis toepast. Het vroegsignaleren, dat is wat we doen in de stevige Sociale Basis. Mensen worden toegeleid door alle andere partners die in die keten met elkaar werken om mee te doen aan de activiteiten. Het doelgroepen mixen gebeurt uiteraard op verschillende manieren. Het CDA had het over de jonge mantelzorgers, die houd je natuurlijk ook in het vizier. We komen ze Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
9
tegen via school of via een accommodatie of we komen deze jongeren via-via op het spoor. Verder had het CDA ook nog iets over de Visitatiecommissie . Laten we dat even afwachten voordat we iets kunnen doen op het gebied van Sociale Basis. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali. Ik wijs u er even op dat u over de helft van de tijd van het college heen bent. Wethouder SIDALI: Oké. Die Visitatiecommissie wordt in kwartaal 3 afgerond en dan komt het naar het college dus ik verwacht niet dat het voor het eind van het jaar bij u is. Dus dan weet u in ieder geval waar het om gaat. De PvdA, even de activiteiten tegen het licht houden. Natuurlijk, altijd. Actualisatie van het aanbod gebeurt bij het programma van eisen en ter informatie wordt dat ook altijd doorgestuurd aan de raad. Jeugdigen motiveren om eenzaamheid op te sporen, dat is ook wat we doen in de stevige Sociale Basis, met allerlei soorten projecten die we daarvoor hebben: met een MeerWaarde waar we dan mee aan de slag gaan, met vrijwilligers die jongeren dus ook opsporen via een punt waar we mee samenwerken. Dit is een enorme keten wat dat betreft. D66, preventie en vroegsignalering, heeft dat nu effect? U refereert ook aan het AEF-onderzoek. Het AEF-onderzoek zegt 'we kunnen geen relatie leggen en aantonen dat het effect heeft', maar het zegt ook 'preventie blijft belangrijk'.
Dus we kunnen niet zeggen 'omdat het niet kostenbesparend is naar de jeugdzorg, doen we het niet'. Preventie blijft belangrijk. Ik denk dat ik dan alle vragen heb beantwoord. De VOORZITTER: En zo niet, dan horen we dat straks maar dan geef ik eerst mevrouw Steffens even het woord, gaat uw gang. Wethouder STEFFENS: Voorzitter, eigenlijk alleen om te zeggen dat ik op dit moment niets aan te vullen heb en mevrouw Ruigrok is hier ook als portefeuillehouder bij, maar ik geloof dat zij ook geen aanvulling heeft. De VOORZITTER: Dat ga ik haar vragen, ze stond niet op mijn oplegnotitie dus dank dat u mij daarop wijst. Heeft u nog wat, mevrouw Ruigrok? Wethouder RUIGROK: Nee, klopt, ik heb geen bijdrage. De VOORZITTER: Dan denk ik dat het misschien verstandig is om, nu er wat tijd van het college over is, even te checken of alle raadsleden ook vinden dat de vragen zijn beantwoord. Als dat het geval is, dan stel ik voor dat we naar de tweede termijn gaan en het vrije debat openen. Dan vraag ik wie ik als eerste het woord mag geven. Mevrouw Ballieux, gaat uw gang. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter. Wij worstelen eigenlijk vanaf het begin van de decentralisaties een beetje met de definitie van de beweging van zwaar naar licht.
We hebben daar al heel veel discussies over gevoerd en de vraag is eigenlijk: wat betekent dat nu? Kijken we dan of preventie zorgt dat we minder geld uitgeven, of dat het beter gaat met onze inwoners? We hebben een TransforMeerMonitor en daar hebben we die beweging eigenlijk weer uitgehaald. Nu heb ik nog even dat stuk dat we vanochtend hebben toegestuurd gekregen opengeslagen en daar valt me dan weer op dat het eigenlijk allemaal stopt bij de uitvoeringsplannen die we zelf hebben, of die onze partners hebben. Ik zie nergens staan wat het nu betekent voor onze inwoners. Dus ik heb daar een paar vragen over. Hoe kijken we aan tegen de definitie van zwaar naar licht? En vinden jullie ook niet, collega's, die ik aanspreek via de voorzitter, dat we misschien meer op doelgroepsniveau moeten kijken? En wat vinden we ervan dat we de effecten voor de inwoners, voor wie we het eigenlijk doen, niet zo goed kunnen zien? En met name over dat laatste maak ik me zorgen dus ik ben erg benieuwd Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
10
naar het gesprek met de collega's. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, ik zie een handje van mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Ik heb een vraag aan mevrouw Ballieux, waar ik mee worstel is 'waar moeten we het nu over hebben?' Want op het moment dat er iets fout gaat, mag je toch aannemen dat direct geacteerd wordt op een bepaald probleem? Maar wat kunnen we nu als raad hiermee? Wat verwacht u nu van de raad hiermee? De VOORZITTER: Dat was een rechtstreekse vraag aan mevrouw Ballieux dus die kan ze nu beantwoorden en dan geef ik daarna het woord aan mevrouw Van der Meij. Mevrouw BALLIEUX: Ik ga ervan uit dat inderdaad als er iets gebeurt met een inwoner, daarop ingespeeld wordt, maar ik heb meer de vraag: we hebben als voornemen om eenzaamheid te beperken en dat is eigenlijk alleen maar gestegen. Ik las dat het twaalf jaar geleden 28% was en nu geeft 42% van onze inwoners aan eenzaam te zijn. Dat is de omgekeerde beweging terwijl we heel veel geld en moeite en energie en power daarin stoppen. Daar zit mijn vraag. Hoe weten we dat nu? De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg, gaat uw gang. De heer BEUSENBERG: Voorzitter, ik begrijp u wel, mevrouw Ballieux, en het is geen onwil en ik weet dat u zeer betrokken bent en u weet dat van mij ook, maar u geeft zelf aan 'het was 28% en het is naar 42% gegaan'.
Maar hoe kunnen we dat tij dan keren? De VOORZITTER: Mevrouw Ballieux, en daarna wil ik wel nog andere mensen bij het gesprek betrekken. Mevrouw BALLIEUX: Ik ben wel benieuwd wat mijn collega's vinden van mijn vraag. Maar het punt is dat we proberen iets te bereiken met elkaar. We kunnen niet individueel met 155 inwoners contacten onderhouden, dat zou u vast ook wel willen, maar zo werkt het niet. Dus de vraag is gewoon: hoe kunnen we nu zien… We hebben op het over de grote beweging van zwaar naar licht, maar ik constateer dat we dat op het gebied van eenzaamheid eigenlijk ook al niet weten hoe dat gaat en hoe inzet zich vertaalt in vermindering. Misschien was het zonder die inzet nu wel meer dan 50% geweest, dat weet ik niet, maar we moeten wel die cijfers hebben van de effecten op onze inwoners. We moeten inzicht hebben en misschien zijn het meer verhalen in plaats van cijfers. Ik weet het niet, maar nu stopt ook die rapportage die we vandaag hebben gekregen eigenlijk bij wat de gemeente en de partners doen en niet bij wat het oplevert. Daar zit mijn probleem. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van der Meij, D66. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter, mevrouw Ballieux, volgens mij benoemt u hier de preventieparadox. We zetten in op een brede doelgroep en we weten niet wat het resultaat zou zijn als we die inzet niet gepleegd zouden hebben.
De beweging van zwaar naar licht. Het klinkt zo ongekend logisch, maar er blijkt uit meerdere onderzoeken – we zijn niet de enige die die beweging aan de basis hadden gelegd van ons systeem – dat de resultaten die behaald worden… Ik hoor u ook zeggen 'ik mis ook vooral het meten van die resultaten'. We meten van alles en we zetten van alles in de TransforMeerMonitor, maar dat komt niet uit bij die individuele inwoner of bij die individuele groep van mensen die met eenzaamheid te kampen hebben, of de mantelzorgers. Juist die individuele resultaten meten we niet. Is dat wat ik u hoor zeggen?
Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
11
De VOORZITTER: Dat is een vraag aan mevrouw Ballieux, gaat uw gang. Mevrouw BALLIEUX: Dat is niet helemaal wat ik bedoel. Als je gewoon naar die rapportage kijkt die we hebben gekregen, staat nergens het bevragen van inwoners van de effecten op hun leven van onze inzet. Het gaat de hele tijd over de partners en de gemeente. Laat ik het zo zeggen, het gesprek met onze inwoners, die ook stakeholders zijn, namelijk degenen om wie het zou moeten gaan, voeren we te weinig. Ik vind dat we te weinig gebruikmaken van de Participatieraad en te weinig gebruikmaken van ervaringsdeskundigheid. Ik ben wel heel blij met dat jongerenprogramma, dat JECprogramma, daar maak ik echt een compliment voor. Dat zouden we veel meer moeten doen. Wat betekenen onze interventies voor de inwoners? Maar ook 'wat kunnen we anders of beter doen?' Dat betekent overigens heel vaak ook dat het misschien nog wel goedkoper kan, want men denkt vaak dat het duurder is, maar mensen hebben vaak onthutsend simpele oplossingen. Dus laten we het zo zeggen: het gaat vooral om het gesprek met onze inwoners, want daar doen we het uiteindelijk allemaal voor. De VOORZITTER: Goed. En het gesprek met elkaar, dan mijnheer Boscher, VVD. De heer BOSCHER: Dank u wel voorzitter. Mevrouw Ballieux snijdt een heel palet aan onderwerpen aan maar concreet denk ik dat de doelstellingen niet helder geformuleerd zijn.
We doen dingen zonder dat daar een heel heldere doelstelling in zit. Ja, van zwaar naar licht, maar kennelijk bereiken we dat niet of we meten dat niet. Dat is ook zoiets, we meten het misschien niet. We hebben daar mijns inziens weinig tot geen grip op. Dus dan zou je, denk ik, de doelstellingen moeten herijken en even teruggaan naar de vraag 'wat verwachten we nu? Wat willen we nu bereiken?' En soms kan dat betekenen, zoals bij eenzaamheid, wat u aansnijdt, dat we heel veel inzetten op tegengaan van eenzaamheid en het toch zien stijgen. Dan zou misschien ook de conclusie kunnen zijn 'dat werkt dus niet en dus moeten we iets anders doen'. Dat zou een heel mooi meetbaar resultaat kunnen zijn. Maar ik denk dat we even terug moeten, ik wil het woord eigenlijk niet zeggen, maar toch: terug naar de basis; wat willen we met de Sociale Basis bereiken en wat is het? Zo lang we dat niet helder hebben… Ik heb de wethouder wel gehoord, maar een stapel stenen en een schoolgebouw, wat is de preventieve werking daarvan? Dat is mij nog steeds te abstract en doordat het zo abstract is, is het onbestuurbaar en weten we niet goed wat we doen naar mijn mening. De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer De Vries, ChristenUnie-SGP. De heer DE VRIES: Ik kan heel erg meegaan met wat mevrouw Ballieux heeft gezegd over meten. Ik hoorde mevrouw Van der Meij de preventieparadox noemen.
De eenzaamheid neemt toe. Komt dat doordat wat we doen niet werkt, of zou de eenzaamheid toch wel toenemen? Daar zit ook wel een probleem in de ontwikkeling van maatschappelijke dingen. Ik kan me ook wel vinden in wat mevrouw Ballieux zegt, je moet wel nagaan wat dingen dan opleveren. Als ik dan het verhaal van Simone Duin weer terughaal, is dat iets waarvan ik dan zeg 'dat is een stukje preventie op superlaag niveau, de stevige Sociale Basis zoals mijnheer Sidali het noemde, waar je kunt zien dat dat in ieder geval geholpen heeft.' Maar dat is een specifieke situatie en je zou over veel meer onderwerpen veel meer willen weten. De VOORZITTER: Mevrouw Elfers, HAP. Mevrouw ELFERS: Dank u wel voorzitter. Ik hoor een hele hoop en in heel veel kan ik me vinden want ik herken een heleboel van de vragen die opspelen, over de meetbaarheid en hoe kunnen we toetsen aan doelstellingen en sturen? Vandaar dat ik in mijn bijdrage ook de maatschappelijke kostenbatenanalyse had meegenomen. Even inhakend op wat mijnheer Boscher zei, wellicht kunnen we die Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
12
tool inzetten. Preventie is lastig te meten maar met een maatschappelijke kosten-batenanalyse kunnen we wellicht een nulpunt creëren om vervolgens daaraan te toetsen 'komt dat een beetje overeen met de huidige doelstellingen die we hebben?' Dat zouden we als vertrekpunt kunnen nemen om het maar even zo te zeggen. In die denkrichting denk ik momenteel en ik ben benieuwd wat mijn collega's ervan vinden. De VOORZITTER: Ik zag nog een hand van mevrouw Van der Meij D66. Gaat uw gang. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter. Volgens mij zitten mevrouw Ballieux en mijnheer Boscher uiteindelijk niet zover van elkaar vandaan, in die zin dat het dus niet heel verschillende onderwerpen zijn, zoals mijnheer Boscher aangaf. Uiteindelijk gaat het erom dat je van dat hele brede palet een soort… Analyse is niet het juiste woord. Het hele brede palet moet helder zijn en uit dat hele brede palet moeten we beoordelen 'van welke dingen denken we dat die bijdragen aan de Sociale Basis, of aan preventie, of het voorkomen of oplossen van allerlei problemen?' En daarin zou je de kosten-batenanalyse die mevrouw Elfers noemt, kunnen gebruiken, want dat voorbeeld dat vorige week werd genoemd door mevrouw Duin was prachtig. En eigenlijk zou je zo'n soort sjabloon op al onze onderdelen van de Sociale Basis willen leggen.
Maar ik denk dat daar nog een stap voor zit en dat is waar mijnheer Boscher naar op zoek is. Een school, in hoeverre hoort dat bij de Sociale Basis? Dat is een school en die hebben we nodig omdat we aan allerlei andere wettelijke verplichtingen moeten voldoen. We moeten onderwijs bieden aan onze jongeren. Dus volgens mij zit het niet heel ver uit elkaar maar is er een aantal stappen te onderscheiden en ik zou er wel in geïnteresseerd zijn om daar eens met elkaar wat dieper op in te gaan om te bekijken hoe we die dingen kunnen ontvlechten. Eerst ontvlechten, en dan een sjabloon erop leggen. Om het maar even zo aan elkaar te knopen. De VOORZITTER: Mijnheer Kos Forza!, gaat uw gang. De heer KOS: Dank u wel voorzitter. Ik wil me er graag ook even in mengen. Ik denk dat wat mijnheer Boscher zegt, klopt. Er moet ergens een basis zijn, maar die zul je toch ook ergens moeten uitkaderen. Ik zie het eigenlijk anders. Ik zie die omgekeerde beweging die ik ook van GroenLinks dacht te horen, ik denk niet dat het van zwaar naar licht is, maar van licht naar zwaar. Landelijk is het zo geregeld dat mensen steeds meer en meer thuis blijven wonen en alleen voor die laatste levensfase de zwaardere zorg in gaan, maar dat betekent dat… Toen ging de deurbel en de hond wordt even wild. Ik zat bij van licht naar zwaar.
In die ouderenzorg kom je daar echt in laatste levensfase pas, maar dat betekent dat het moment van signaleren wel degelijk van groot belang is omdat de timing essentieel is van het moment waarop je de plank misslaat, of dat mensen door het ijs vallen of de tevredenheid zakt. Die timing is essentieel want die mantelzorgers blijven steeds langer die ouderen bij zich houden tot het moment dat het niet meer gaat. De timing is gewoon superbelangrijk. Dat is met het jongerenwerk ook. Hartstikke leuk dat we die mevrouw spraken die haar werk heel goed deed, de HAP zei dat ook, maar hoe maak je van die € 5,00 nu € 6,00? Dat zit hem ook in het moment dat de jongere ontspoort. Hoe lang kan hij met die vrijwilliger of die sportvereniging aan de slag en wanneer komt het moment dat er echt zwaardere zorg nodig is? Dus ik denk echt dat de meeste winst in signalering zit. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan mevrouw Kerkhoff, PvdA. Mevrouw KERKHOFF: Dank u wel. Ik wil even terugkomen op mijnheer Boscher die begon over stenen en scholen. Dat zijn de plekken in wijken waar mensen elkaar ontmoeten. Jonge ouders die met andere ouders kunnen praten, oma's en opa's die kinderen uit school halen, kinderen die met buurkinderen kunnen spelen, dat zijn essentiële onderdelen. Want kijk eens naar de kleine kernen die Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
13
we hebben waar heel veel sociale voorzieningen niet zijn, waar we toch proberen bijvoorbeeld wel een school open te houden. Daar, in die kleine kernen, ligt die eenzaamheid heel erg op de loer. Daarnaast hebben we maatschappelijk de opdracht dat we mensen zo lang mogelijk in de eigen omgeving houden. Dat is ook wat de heer Kos aangeeft. Dan moet je wel die welzijnsfaciliteiten hebben waar ze naartoe kunnen voor dat kopje koffie, waar ze een praatje kunnen maken bij de winkel, waar je heel dicht bij ze kunt zijn zonder meteen professionele hulp erop te zetten, maar wel die signalering hebt. Je wilt die mantelzorger ontlasten en dat kan door ook leuke dingen te doen met elkaar. Dus die hele primitieve basis, dat welzijn dat je nodig hebt, waardoor iemand goed in zijn vel zit en waardoor je dicht op mensen kunt zitten en kunt signaleren, dat is het uitgangspunt. Daar hoort een school bij en daar hoort een winkelcentrum bij en daar hoort een dorpscentrum bij, of die leuke voetbalvereniging waar een jeugdcoach zit. Dat is de allereerste basis wat ons betreft. De VOORZITTER: Mijnheer Boscher, VVD. De heer BOSCHER: Dank u wel voorzitter. Wat mevrouw Kerkhoff aangeeft, is natuurlijk wel interessant en dat is denk ik ook een beetje het dilemma waar ik mee zit. Als je het zo breed gaat definiëren, bent u eigenlijk gewoon de maatschappij, de samenleving aan het beschrijven.
En ik wil proberen dat meer af te kaderen, of in te kaderen, zodat we daar ook meer heldere doelstellingen bij kunnen formuleren. Als u bijvoorbeeld zegt 'een school draagt bij aan minder eenzaamheid', zeg ik 'nee, een school op zich draagt daar niet aan bij, het gaat om de mensen in de school en de kennis die zij hebben'. Dus ik heb niet zo een, twee, drie duidelijk hoe we dat moeten doen, maar ik heb wel behoefte om dat verder in te kaderen en noem het dan breed Sociale Basis, maar zoals de Sociale Basis nu wordt geformuleerd, is dat gewoon de maatschappij. Dat zijn ook dingen die we twintig jaar geleden ook deden en dat zijn de voetbalvelden en dat zijn de sportverenigingen en dat is het cultuurgebouw. Daar kunnen we niet zo veel mee in de context van dit Sociaal Domein. De VOORZITTER: Mevrouw Kerkhoff, wilt u reageren? Mevrouw KERKHOFF: Dat ben ik niet helermaal met u eens. In de context van het Sociaal Domein kunnen we daar juist wel wat mee, want we hebben gezegd 'we willen graag dat mensen zo veel mogelijk in hun eigen omgeving blijven'. Je ziet de omgekeerde beweging, dat mensen wel uit de zware zorg teruggeplaatst worden naar de maatschappij. Kijk maar bij het RIBW, kijk in de verstandelijke-gehandicaptenzorg. Daar zijn steeds meer mensen die teruggaan naar de wijk. Dat is van zwaar naar licht.
Dat willen we met z'n allen en we vinden dat ook een heel goed idee, maar dat betekent wel dat je die basis moet faciliteren om die mensen te ontvangen, om ze te kunnen ondersteunen en liefst zo licht mogelijk. Het is een mooie opmerking van mijnheer Kos als hij zegt 'verstandelijk gehandicapten kunnen als werk een kopje koffie zetten voor die ouderen of die andere persoon die daar behoefte aan heeft'. Dat soort combinaties zijn er al en die zijn zeer essentieel aan allerlei kanten bijvoorbeeld? Dat zijn geen heel dure projecten, maar het is wel heel waardevol. De VOORZITTER: Mijnheer Boscher, u stak uw hand op. De heer BOSCHER: Ik blijf toch een beetje een probleem ermee hebben dat alle voorzieningen dus vallen onder de Sociale Basis. Ik denk dat wat mevrouw Kerkhoff ook wel goed aangeeft, de Sociale Basis misschien net dat beetje meer is dat we moeten geven zodat bepaalde mensen langer thuis kunnen wonen. Dat is misschien meer de Sociale Basis dan de school, of de winkel op zich. Die zijn er gewoon ook al en ook voor iedereen toegankelijk. Maar misschien is net dat beetje extra dat we doen om mensen bijvoorbeeld langer thuis te laten wonen, dan wel de Sociale Basis, meer dan dat het gewoon alle algemene voorzieningen zijn.
Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
14
De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij, D66. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter. Ik ben volkomen kwijt waar ik op wilde reageren. Ik ga er nog even over nadenken. De VOORZITTER: Dan geef ik het woord aan mevrouw Ballieux. GroenLinks. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel, voorzitter. Ik zit de hele tijd met dat plaatje van de piramide in mijn hoofd, dat werd ons net door wethouder Sidali uitgelegd. De onderste laag noemen we de brede Sociale Basis en dat noemde mijnheer Boscher de samenleving, dat herken ik ook wel. De laag daarboven is dan de stevige Sociale Basis voor mensen die wat meer nodig hebben, dus die verwarde persoon die dan wel naar de supermarkt gaat. En ik ben het met mijnheer Boscher ook eens, en dat heb ik ook betoogd in mijn bijdrage, dat de gewone samenleving, de basis, de onderste laag, gewoon toegankelijk zou moeten zijn. Daar hebben we ons ook aan gecommitteerd omdat we koplopergemeente zijn op het gebied van inclusiviteit. Dat betekent dat als je gewoon over de hele linie en alle programma's daar rekening mee houdt, je een heel eind komt. En de laag daar boven, dat extra, kan van alles zijn. Voor verwarde personen is dat dat er op een goede manier wordt gereageerd in de woonomgeving, bij wijze van spreken door de buren, maar ook dat de politie weet wie daar woont. Dat is bijna maatwerk om iemand heen.
Als we het daarover hebben, hebben we volgens mij een heel andere discussie want ik ben het helemaal met mijnheer Boscher eens dat de discussie nu vertroebeld wordt doordat we eigenlijk alles van sport tot school onder de brede Sociale Basis hebben gestopt. Dat moet allemaal bijdragen aan de zorgkostenbeperking. Dat klopt niet helemaal, dus misschien moeten we met elkaar dat ook helder krijgen en dan hebben we een wat kleinere laag om een discussie over te voeren. De VOORZITTER: Goed. Mevrouw Van der Meij, u weet u wat u wilde zeggen? Gaat uw gang. Mevrouw VAN DER MEIJ: Ja, dank u wel. Ik heb een mooie aanvulling. Het ging over iets wat mevrouw Kerkhoff zei, maar het sluit wel aan bij wat mevrouw Ballieux zegt, het lijkt of we een discussie hebben over de waarde van die hele brede basis, maar dat is natuurlijk niet zo. Maar wat D66 betreft, hebben we daar geen discussie over. Die is noodzakelijk en hoe eerder je signaleert, hoe beter. Daar is geen discussie over maar wat mij betreft, zou de discussie moeten gaan over de vraag 'wat hoort er nu bij de Sociale Basis en wat hoort er bij dat beetje meer en wat voor kosten zijn daaraan verbonden en wat zijn de resultaten die dat oplevert?' Want als daar geen resultaten zijn, dan moeten we echt wel met elkaar serieus bedenken of we die kosten nog wel op willen brengen. De VOORZITTER: Mevrouw Elfers, HAP.
Mevrouw ELFERS: Dank u wel voorzitter. Mevrouw Ballieux inspireerde me, daardoor kreeg ik een Willie Wortellampje want ik zie ook de vertroebeling ook en dat komt niet ten goede aan het gesprek dat we met elkaar moeten voeren of dat we met elkaar willen voeren, vandaar ook al die die sessieverzoeken. Is het een idee dat we per doelstelling met elkaar praten, in plaats van dat we het zo breed erover hebben? Want we zijn het met elkaar voor een groot deel wel eens dat de Sociale Basis erg belangrijk is. Zoals mevrouw Van der Meij van D66 zegt, het lijkt wel over de waarde te gaan, maar ik heb ook het idee dat de verwarring ook gaat over welke definitie waarbij hoort. We hebben allerlei doelstellingen. Is het misschien een idee om, bij wijze van spreken, in een plan van aanpak per doelstelling het gesprek met elkaar te voeren, of wat dan ook? Want op deze manier heb ik het idee dat we elke keer in hetzelfde cirkeltje draaien en dat lijkt me niet van toegevoegde waarde. We komen er niet mee vooruit. Dat is wat ik wilde zeggen.
Conceptverslag Sessieverzoek van de gehele raad inzake Sociale Basis 18 maart 2021
15
De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer De Vries, ChristenUnie-SGP. De heer DE VRIES: Toch nog even naar mevrouw Van der Meij over stoppen met iets dat niet helpt. Dan moet er wel een oorzakelijk verband zijn tussen het niet werken van iets en de maatregel die je genomen hebt. Pas als je dat zeker weet… Voor hetzelfde geld stop je met iets en zie je daarna de zwaardere hulp nog harder oplopen dan het al deed. Dan weet je wel dat het wel heeft gewerkt, maar dat je het niet doorhad. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan zie ik het handje van mijnheer Kos van Forza!. De heer KOS: Ja voorzitter, dank u wel. De hond is afgevoerd, we kunnen verder. Om hierop te reageren, ik denk dat het en/en is. Ik denk dat dat het Sociaal Domein zo is uitgegroeid en niet te zien is, van de kant van de burger gezien wel begrijpelijk is, want het zit ook in de sportverenigingen en het zit ook in een aantal dingen die we zelfs als gemeente kunnen organiseren. Maar je kunt ook in en/en denken als we dan niet zozeer van bezuinigingen uitgaan, maar over budgetten heen kijken. Als we nu eens zo kijken: 'dit is het budget dat beschikbaar is en daar gaan we een aantal sociale voorzieningen voor opzetten' en van daaruit kijken we verder. Daarnaast hebben we een aantal dingen die vanuit de maatschappij toch al bestaan en er zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Ballieux.