CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.0001380 b8 achtergrondrapport Milieu en Gezondheid.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 8 juli 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 3. 19.00 - 20.30 uur (Heijezaal) Nota Vaststelling voorontwerpbestemmingsplan en concept-MER Park 21 (2021.0001380) - geheime bijlagen25.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21

projectnummer 0417636.106 definitief 23 april 2021

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21

projectnummer 0417636.106 definitief 23 april 2021

Auteurs R.H. Kouwen W. Mennes J.J. Verhoeven

Opdrachtgever Gemeente Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TX Hoofddorp

datum vrijgave 23‐04‐2021

beschrijving revisie versie voorontwerp

gecontroleerd A.C. Oerlemans

vrijgave J.J. Verhoeven

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Plangebied Leeswijzer

1 1 1

2

Voorgenomen ontwikkeling

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Masterplan Algemene beschrijving voornemen Doelstellingen PARK21 Referentiesituatie Te onderzoeken varianten

3 5 7 8 10

3

Externe veiligheid

19

3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader Beschouwing risicobronnen Verantwoording groepsrisico Conclusie en aanbevelingen

19 21 33 38

4

Luchtkwaliteit

40

4.1 4.2 4.3 4.4

Toetsingskader Resultaten Ultrafijnstof Conclusie en aanbevelingen

40 42 48 50

5

Geluid

51

5.1 5.2 5.3 5.4

Toetsingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten van de voorgenomen ontwikkeling Conclusie en aanbevelingen

51 51 55 67

6

Overige milieuhinder

69

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Hinder door bedrijven Trillingen Lichthinder Elektromagnetische straling Conclusie en aanbevelingen

69 70 71 72 72

7

Gezondheid

74

7.1 7.2 7.3

Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering Conclusie en aanbevelingen

74 75 82

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Gemeente Haarlemmermeer werkt aan de ontwikkeling van PARK21: een park voor iedereen, met ruimte voor sport, recreatie, ontspanning, groen en landbouw. Het park met een omvang van 1.000 hectare ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en wordt een groot en gevarieerd parklandschap, openbaar toegankelijk voor publiek. Er is ruimte voor activiteiten bij de boer, allerlei soorten sport en spel, cultuur, ontspanning, een recreatieplas, groen en weides, wandel- fiets- en skatepaden, horeca, evenementen en dagrecreatie. PARK21 wordt een park voor mensen uit Haarlemmermeer, de regio en verder. Het wordt het groene hart van Haarlemmermeer. Een deel van PARK21 is al vastgelegd in een bestemmingsplan en gerealiseerd. Voor de verdere ontwikkeling van PARK21 is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dat bestemmingsplan vormt de formele, juridisch-planologische vertaling om de ambities en kaders uit het Masterplan PARK21 mogelijk te maken. Vanwege de omvang van deze ontwikkeling heeft de gemeente Haarlemmermeer besloten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r. met kleine letters) te doorlopen. Voor de m.e.r. worden diverse milieu- en gebiedsonderzoeken uitgevoerd. Dit rapport richt zich op het thema milieu en gezondheid.

1.2

Plangebied Het plangebied voor PARK21 ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Noordelijke Randweg, aan de oostzijde door de A4, aan de noordzijde door de Bennebroekerweg en aan de westzijde door de Drie Merenweg. Het gebied is ten behoeve van de oriëntatie ingedeeld in zes zones, die op onderstaande figuur zijn aangeduid. Een gedeelte van zone 1 en 2 is reeds gerealiseerd. In hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied nader toegelicht.

Figuur 1.1: Plangebied PARK21

1.3

Leeswijzer In dit rapport zijn de onderzoeksresultaten van de aan milieu en gezondheid gerelateerde thema’s beschreven. Het rapport is als volgt opgebouwd:

Blad 1 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

•

Hoofdstuk 2: Voorgenomen ontwikkeling, inclusief beschrijving referentiesituatie en te onderzoeken varianten. • Hoofdstuk 3: Externe veiligheid. • Hoofdstuk 4: Luchtkwaliteit. • Hoofdstuk 5: Geluid. • Hoofdstuk 6: Overige milieuhinder: hinder door bedrijven en trillinghinder. • Hoofdstuk 7: Gezondheid, waarbij dieper wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gezondheidsbevordering. Elk hoofdstuk wordt besloten met een conclusie en aanbevelingen voor de verdere planvorming. Dit rapport vormt met de achtergrondrapportages Duurzaamheid, Groenblauw en Ondergrond en het verkeersonderzoek de inhoudelijke basis voor het milieueffectrapport PARK21.

Blad 2 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

2

Voorgenomen ontwikkeling

2.1

Masterplan PARK21 wordt al aan het eind van de vorige eeuw in beleidsstukken genoemd. In 2011 is een masterplan opgesteld, waarvan in 2016 de uitvoeringsstrategie herijkt is.

Figuur 2.1: Masterplan PARK21, beeld 2016

Masterplan In het Masterplan en de Herijking uitvoeringsstrategie PARK21 zijn de hoofdstructuren van de gebiedsontwikkeling beschreven en de kaders voor de ontwikkeling en de strategie voor de realisering opgenomen. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is sprake van een landschappelijke ‘stip op de horizon’ waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald. Ontwikkeling vindt plaats per kavel op initiatief van de gebruiker, de eigenaar of andere private partijen. De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren binnen de kaders van het Masterplan het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie). Tevens zet de gemeente met de beschikbare en gereserveerde publieke middelen zich in op het realiseren van de basisstructuur. De basisstructuur bestaat uit de hoofdontsluiting(en), een deel van de waterplas, met aanliggend parkhart, en een retentiebekken als onderdeel van het duurzame watersysteem. Deze basisstructuur is een vliegwiel voor verdere investeringen uit de markt.

De ontsluiting maakt dat functies hier op kunnen aanhaken, laat zien dat de transformatie daadwerkelijk vorm krijgt en creëert een geconcentreerde stroom van gebruikers. Deze basisstructuur wordt de prioritaire structuur genoemd en zal minimaal 175-180 hectare omvatten als parklaag met parkkamers (bijvoorbeeld voor het Parkhart als icoonproject).

Blad 3 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.2: Prioritaire structuur (conform herijking Masterplan)

Botsproeven In het kader van de planvorming is een aantal “botsproeven” uitgevoerd in voorbereiding op het opstellen van het MER en het bestemmingsplan. In deze botsproeven is de haalbaarheid van het masterplan onderzocht door middel van globale berekeningen voor verschillende milieuthema’s. Hieruit kwam naar voren dat de initiële voorgenomen ontwikkeling tot grote (lastig oplosbare) knelpunten leidt. De botsproeven hebben aangetoond dat de voorgestane ontwikkeling verkeerstechnisch niet haalbaar was en de doorgang van andere gebiedsontwikkelingen in de gemeente onevenredig zou belemmeren. Naar aanleiding van deze botsproeven heeft in 2020 een ambtelijke verdieping plaatsgevonden op de initiële voorgenomen ontwikkelingen binnen de kaders voor de planvorming conform de herijking 2016. Enerzijds om een aantal knelpunten te voorkomen en anderzijds om het plan van andere accenten en een aangepaste transformatiestrategie te voorzien, die beter aansluiten bij de actuele ambities van de gemeente Haarlemmermeer. De grootschalige leisure waarvan in eerdere plannen sprake was en het totale programma voor PARK21 zijn daarbij afgeschaald.

De nadruk is komen te liggen op een groen-recreatieve basisinrichting waarin opgenomen, met daarin de wenselijke groenblauwe dooradering van het gebied en de recreatieve verbindingen voor langzaam verkeer tussen de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en een recreatieve langzaam verkeer verbinding oost-west. Daarin hebben icoon onderdelen als het parkhart en recreatieplas, retentiebekken (ook polderuiterwaarden genoemd) en VDS een plaats. Daarnaast wordt ruimte geboden voor leisure voorzieningen die het park versterken zonder het verkeersnetwerk te overbelasten of voor een onevenredig grote milieu-impact zorgen. De aspecten van het herijkte masterplan - de drie lagen, de prioritaire structuur, de uitgangspunten met betrekking tot organische ontwikkeling en de brede doelstellingen - zijn overeind gebleven. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt het actuele planvoornemen beschreven, dat dient als uitgangspunt voor het MER en de bijbehorende onderzoeken. Dit planvoornemen bevat een grote mate van flexibiliteit, zodat er ruimte is voor optimalisatie gedurende de planvorming en realisatie van deelprojecten. Deze optimalisatie wordt gezocht door het MER strategisch in te zetten en nadrukkelijk te gebruiken om randvoorwaarden en spelregels te ontwikkelen voor de transformatie van het gebied.

Deze randvoorwaarden en spelregels zullen worden vertaald in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (hierna: bestemmingsplan), dat zowel de realisatie van een prioritaire structuur van 175-180 hectare op korte termijn als de verdere organische groei van PARK21 zal begeleiden.

Blad 4 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

2.2

Algemene beschrijving voornemen Met PARK21 maakt Haarlemmermeer een groot en gevarieerd landschap om te recreëren, te verblijven en te ondernemen, voor nu en in de toekomst. PARK21 is de nieuwe achtertuin voor bewoners, maar ook het groene hart van Haarlemmermeer, een bijzondere schakel in de regionale groenstructuur, een nieuw landschap, een manier om Haarlemmermeer en haar cultuurhistorie méér gezicht te geven. Realisatie gebeurt ten dele traditioneel door de gemeente en voor een belangrijk deel in samenwerking met initiatiefnemers. De overheid faciliteert, geeft kaders mee en nodigt initiatiefnemers uit om met concrete plannen te komen. Zo groeit het park organisch richting het indicatieve eindbeeld. Het park wordt opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen vullen elkaar aan, lopen in elkaar over, maar verschillen ook duidelijk. • De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw. • De parklaag is een toegankelijke recreatieve groenstructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21.

Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en is ruimte voor sport, spel en voorzieningen, maar vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. • De leisurelaag biedt (commerciële) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. Drie sferen PARK21 bestaat uit drie sferen die van west naar oost verschillen. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart; in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de landbouw de sfeer en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en polderlaag prominent aanwezig. Binnen het park verkleurt de verhouding tussen de drie lagen van west naar oost. In zone 1 en 2 ligt de nadruk op de parklaag met daarbinnen kleinere parkkamers en een centrumgebied rondom de recreatieplas en het parkhart. De nadruk ligt op (water)sport en ontspanning en recreatie met een lokaal/regionaal bezoekersprofiel. In zone 3 en 4 is de polderlaag omvangrijker en ligt in de leisurelaag de nadruk op innovatie, educatie, ontspanning en cultuur. Verder naar het oosten worden de parkkamers groter en vergroot het verzorgingsgebied steeds verder van lokaal naar nationaal.

In zone 5 is ook ruimte voor leisurefuncties met een groot nationaal verzorgingsgebied. Deze functies kunnen ook in deeltijd aanwezig zijn, zoals bij een evenementenlocatie. In zone 6 is met name landbouw in de polderlaag aanwezig.

Blad 5 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.3: Streven zonetypering PARK21

Prioritaire structuur PARK21 is als park een verbindende groenstructuur met de prioritaire structuur van minimaal 175180 hectare als groen/blauwe ruggengraat met een ambitie om door te groeien tot een parklaag van circa 360 hectare. De prioritaire structuur geeft invulling aan de minimale doelstellingen en ambities achter PARK21. Het realiseert de groenblauwe oost-west verbinding en een kwalitatief verblijfsgebied dat Nieuw Vennep en Hoofddorp verbindt. Het nodigt uit om vanuit de kernen het park en polderland te verkennen en biedt plaats aan een robuust toekomstbestendig watersysteem. Dit komt alleen tot wasdom als de basisstructuur als aaneengesloten gebied wordt gerealiseerd van voldoende kwaliteit. Door het inrichten van de prioritaire structuur wordt een vrij openbaar toegankelijke, recreatieve, parkomgeving gecreëerd met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde. Er ontstaat dynamiek omdat mensen uit Haarlemmermeer er graag recreëren. De dynamiek vormt een potentieel voor nieuwe ondernemers (zowel profit als non-profit). Met de komst van de ondernemers ontstaat de basis voor een verdere versterking en groei van het park. De prioritaire structuur verbindt op deze wijze de parklaag met de leisurelaag. In de onderstaande figuren is de prioritaire structuur indicatief weergegeven.

Om deze in samenhang en aaneengesloten te kunnen ontwikkelen heeft de gemeente Haarlemmermeer diverse posities minnelijk verworven, namelijk: • zone 1 (reeds gerealiseerde deelgebied 1), • zone 3 (locatie Groot Vennep), • zone 5 (locatie MeerGrond) • zone 6 (locatie PARKlanden). Grote ontbrekende schakels zijn zones 2 en 4, waar nog noordelijke en zuidelijke opties mogelijk zijn. Afhankelijk van de invulling van deze schakels, zouden er nog kleinere verbindende schakels tussen de deelgebieden ontstaan die op dit moment nog onduidelijk zijn.

Blad 6 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.4: Indicatieve prioritaire structuur (boven), met opties voor zone 2 (links, boven optie 2A, onder optie 2B) en zone 4 (rechts, boven optie 4A, onder optie 4B)

2.3

Doelstellingen PARK21 Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; • het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw;

Blad 7 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

•

het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale, nationale en wellicht internationale bezoekers; • een voorbeeld project op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied om klimaatveranderingen, verzilting en voldoende zoetwater het hoofd te kunnen blijven bieden in de toekomst. De ambitie en de opgave om park-, polder-, en leisurelaag te realiseren zijn vertaald in nadere doelstellingen als richtkader voor onder andere het MER-onderzoek. De doelstellingen zijn in de volgende alinea’s verwoord, waarbij onderscheid is gemaakt in een hoofddoelstelling en nevendoelstellingen. De hoofddoelstelling voor PARK21 is: PARK21 realiseert een parklaag als grootschalige groenvoorziening tussen Hoofddorp en NieuwVennep, die bestaat uit minimaal 175-180 hectare prioritaire, openbaar vrij toegankelijke groenstructuur. Dit hoofddoel van PARK21 verbindt een tweetal nevendoelstellingen die randvoorwaardelijk zijn voor een evenwichtige, toekomstbestendige en volwaardige transformatie naar een multifunctioneel recreatief gebied. Deze nevendoelstellingen zijn: • De polderlaag biedt perspectief voor transitie van de landbouw zodat de landbouwsector in PARK21 ook op de lange termijn een belangrijke plek kan behouden.

• De leisurelaag biedt een duurzame stimulans voor het doorgroeien van PARK21. De volledige doelstellingen zijn opgenomen in het hoofdrapport van het MER.

2.4

Referentiesituatie In het milieueffectrapport wordt de plansituatie (inclusief ontwikkeling) vergeleken met de referentiesituatie. De plansituatie is de situatie na uitvoering van de plannen in een vooraf bepaald referentiejaar. De referentiesituatie is de situatie zonder planontwikkeling, in dat jaar. Die wordt bepaald door de huidige situatie inclusief de trends en ontwikkelingen, die plaats zullen vinden gedurende de planperiode, zonder dat daarvoor nieuwe ruimtelijke besluiten noodzakelijk zijn. Door de plansituatie en referentiesituatie met elkaar te vergelijken ontstaat een duidelijk beeld van de effecten die ook daadwerkelijk het gevolg zijn van het plan. In deze paragraaf wordt de referentiesituatie samengevat, een uitgebreide toelichting is opgenomen in het hoofdrapport. De plansituatie wordt in twee scenario’s, te weten de basisvariant en de maximale variant onderzocht. Er is gekozen voor deze twee varianten omdat beide het uiterste beschrijven van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen de gegeven doelstellingen en kaders. De twee varianten beschrijven daarmee de twee uitersten van de ontwikkeling van PARK21. Omvang transformatiegebied Een deel van PARK21 in zones 1 en 2 is al opgenomen in het bestemmingsplan “Nieuw-Vennep PARK21 deelgebied 1” (2012) en de beheersverordening “Haarlemmermeer 2014” (2014) . Dit deel van het park is ook al aangelegd en in gebruik genomen.

In het milieueffectrapport worden de effecten van de realisatie van het resterende deel van PARK21 onderzocht, omdat deelgebied 1 tot de autonome situatie behoort. De doelstellingen voor PARK21 en de beoogde verdeling tussen de park-, polder- en leisurelaag gelden echter voor het gehele gebied.

Blad 8 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

De totale oppervlakte van het plangebied is 1019 hectare. Daarvan beslaat aanwezige infrastructuur (spoorwegen, wegen en vaarten) in totaal 57 hectare. De omvang van het reeds getransformeerde gedeelte is 84 hectare. Het plangebied waar het MER direct betrekking op heeft is de resterende 878 hectare.

Figuur 2.5: Schets huidige situatie (noordelijk deel zone 1 en 2)

Planjaar De plantermijn van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte dat voor PARK21 wordt opgesteld is 20 jaar. De ontwikkeling van de basisvariant (zie paragraaf 3.4 voor een nadere beschrijving van de te onderzoeken varianten) wordt echter voorzien voor 2030. Als planjaar voor de basisvariant wordt daarom 2030 gehanteerd. Voor de ontwikkeling van de maximale variant is in principe 2040 het planjaar. Vanwege de onzekerheid over (onder andere) maatschappelijke, technologische en klimatologische trends is het lastig om voor een dergelijke lange plantermijn concrete uitspraken over milieueffecten te willen doen. Bovendien speelt mee dat de exacte ontwikkeling van PARK21 nog onzeker is en daarmee ook de effecten. Het is goed denkbaar dat de transformatie van PARK21 eerder “afgerond” is dan het eindjaar 2040. Een dergelijk eindbeeld bevindt zich tussen de varianten in, ook qua milieueffecten. Voor het MER staat het op hoofdlijnen in beeld brengen van worst case effecten en het bepalen van noodzakelijke randvoorwaarden en spelregels centraal. Verkeersstructuur Haarlemmermeer is een dynamische gemeente met vele vraagstukken en opgaven die in samenhang gerealiseerd worden. Wonen, verkeer en recreëren moeten hand in hand oplopen, zonder elkaar daarbij te belemmeren.

Het is een opgave gebleken om in het bestaande verkeersnetwerk toekomstige woningbouwopgaven én PARK21 gezamenlijk inpasbaar te maken tot 2030 en tussen 2030 en 2040. Uit de in 2020 uitgevoerde verkeersonderzoeken is gebleken dat tot 2030, met een aantal autonome, kleinschalige verkeersnetwerkaanpassingen, voldoende verkeersruimte voor de start van PARK21 ontstaat, naast de beoogde woningbouw en bedrijventerreinenontwikkelingen. Na 2030 is een structurele uitbreiding van de infrastructuur noodzakelijk om de toename van verkeer in de toekomst te kunnen faciliteren. De autonome verkeersmaatregelen voor 2030 zijn zonder ruimtelijke procedures toe te passen. Voor de grote aanpassingen richting 2040 moeten nog wel besluiten worden genomen. Dit is een van de redenen dat in het MER een basisvariant wordt onderzocht, met planjaar 2030, en een maximale variant met planjaar 2040. Van deze maximale variant is op voorhand duidelijk dat de uitvoerbaarheid afhankelijkheid is van de infrastructurele maatregelen, die in feite een raakvlakproject vormen. Dit vraagt om een goede voorwaardelijke regeling in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte PARK21. Dit sluit echter goed aan bij de voorgenomen organische ontwikkeling van PARK21, waarbij naast de initiatieven die zich aandienen, ook de

Blad 9 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

ontwikkelruimte die op een gegeven moment beschikbaar is bepalend is voor de snelheid van transformatie. Referentiesituatie 2030 Voor de autonome situatie 2030 wordt uitgegaan van de ontwikkeling van een deel van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in Haarlemmermeer. Om rekening te houden met een ontwikkelingen in verschillende planfasen, sommige zeker en sommige minder zeker, mee te wegen is ter indicatie een globaal programma opgenomen. Hoewel deze nog niet allen juridischplanologisch zijn vastgelegd, is er voor PARK21 voor gekozen om in alle gevallen rekening te houden met het doorgaan van deze ontwikkelingen. Op deze wijze wordt voorkomen dat PARK21 op voorhand de ontwikkeling van woningbouw en bedrijventerreinen beperkt. Referentiesituatie 2040 Voor de effectbeoordeling van de maximale variant wordt uitgegaan van de realisatie van een aantal infrastructurele maatregelen zoals hiervoor beschreven. Een tweede uitgangspunt is dat de ontwikkeling van de prioritaire structuur heeft plaatsgevonden voor 2030. Daarnaast wordt rekening gehouden met de realisatie van diverse ruimtelijke ontwikkelingen.

Raakvlakprojecten en relevante trends Naast de hiervoor genoemde projecten, die onderdeel uitmaken van de referentiesituatie voor 2030 respectievelijk 2040, zijn de volgende raakvlakprojecten voor PARK21 relevant: • Opwaardering van de Nieuwe Bennebroekerweg en andere infrastructurele ingrepen in gemeente Haarlemmermeer (zie ook 3.3.1); • Luchthavenindelingbesluit Schiphol / herverdeling luchtruim; • Mogelijkheid tot doortrekken van de Noord-Zuidlijn in de Haarlemmermeer; Belangrijke trends met impact op (de milieueffecten van) PARK21 zijn onder meer: • Klimaatverandering; • De energietransitie en het landelijke en regionale beleid dat daarvoor ontwikkeld is en wordt; • Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en veranderende huishoudensomvang; • De ontwikkelingen en mogelijke transitie in de landbouwsector; • De achteruitgang van biodiversiteit en ecologische waarden; • Technologische ontwikkelingen, met gevolgen voor emissies, grondstofgebruik en afvalproductie; • Mobiliteitsontwikkelingen (deelvoertuigen, zelfrijdende voertuigen etc.); • Verandering van de maatschappelijke behoefte aan (specifieke typen) recreatiegebieden, bijvoorbeeld de groei van het aantal evenementen en de behoefte aan meer sporten en bewegen in de buitenlucht; • De (maatschappelijke) impact van de Covid-19 pandemie.

2.5

Te onderzoeken varianten De doelstellingen, voorgeschiedenis, eigendomsverhoudingen en interne botsproeven met specialisten hebben invulling gegeven aan een uitwerking van het planvoornemen op hoofdlijnen. De totale omvang van PARK21, exclusief infrastructuur, is ca. 960 hectare. Op basis van de doelstellingen in paragraaf 3.2 is het streefeindbeeld een verdeling van 1/3 – 1/3 – 1/3, maar geldt

Blad 10 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

dat dit voor de polderlaag en parklaag een minimum is en voor de leisurelaag een maximum. Er is dan ook een bandbreedte aan eindsituaties mogelijk, die voldoen aan dit streven. Er worden twee planvarianten onderscheiden die in het MER worden onderzocht: een basisvariant en een maximale variant. De basisvariant bestaat uit de prioritaire structuur inclusief ontwikkelruimte voor initiatieven. De realisatie van dit deel van het voornemen is voor 2030 voorzien en wordt in het bestemmingsplan direct mogelijk gemaakt (met flexibiliteit). Omdat de transformatie, los van de prioritaire structuur, nog onzeker is, zowel qua verloop als qua invulling, zijn er tal van eindbeelden mogelijk. Met de maximale variant wordt een indicatieve maximale invulling van PARK21 in 2040 onderzocht die aansluit bij de nu voorziene kaders voor PARK21, te denken valt bijvoorbeeld aan een zone-indeling voor functies, de doelstellingen per laag en de complete ontwikkeling volgens de verdeling 1/3 parklaag, 1/3 leisurelaag en 1/3 polderlaag. Met deze hypothetische invulling worden de worst case milieueffecten onderzocht. In de volgende paragrafen worden eerst de uitgangspunten beschreven die voor beide varianten gelden. Vervolgens worden de programmatische en ruimtelijke kaders per variant behandeld.

2.5.1

Algemene uitgangspunten De ontwikkelstrategie van PARK21 draait om samenwerking van partijen. De gemeente creëert condities, stimuleert en begeleidt. Publiek/private samenwerking is noodzakelijk voor het waarmaken van de recreatieve ambities. Speciale doelgroep hierbij zijn de huidige agrariërs die mogelijkheden krijgen geboden en gefaciliteerd worden door de gemeente om in de polderlaag te komen tot agrarische transformatie met kansen op verbreding in relatie tot de stad en de omringende parkontwikkelingen (productverkoop, bed&breakfast, zorg, etc). Een belangrijke voorwaarde voor het welslagen is dat de ontwikkeling niet alleen van buiten wordt geïnitieerd, maar ook door de sector zelf gedragen wordt. Wegens de focus op ontwikkeling op basis van private initiatieven vormt de kavelgewijze ontwikkeling het uitgangspunt (in plaats van een ontwikkelingsstrategie per deelgebied), waarbij het niet zeker is welke kavel op welk moment transformeert. Parkkamers Omsloten door de parklaag worden parkkamers gerealiseerd, waar ruimte is voor initiatieven die verenigbaar zijn met de doelen van PARK21. De invulling van een deel van deze parkkamers is al concreter uitgewerkt. Nabij de toekomstige HOV-halte op de Zuidtangent worden, in zone 2 een parkhart en een recreatieplas aangelegd.

Ten oosten van de Zuidtangent, in zone 3, wordt verwacht dat een educatieve proeftuin kan worden gerealiseerd en ten zuiden daarvan een polderuiterwaarde. In de overige zones worden eveneens parkkamers gerealiseerd, waar verschillende typen initiatieven een plek kunnen krijgen. Parkhart Het Parkhart is een drager van de recreatieontwikkeling, welke ontwikkeld kan worden tot een centrum voor buitenrecreatie en outdoor activiteiten, gecombineerd met horeca en indoor voorzieningen nabij de recreatieplas. Recreatieplas In PARK21 is een recreatieplas voorzien. De plas krijgt een recreatieve (zwemwater)functie. Over de randvoorwaarden en ontwerpuitgangspunten is overeenstemming tussen gemeente en

Blad 11 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

hoogheemraadschap. De wijze waarop de plas wordt gevoed (regenwater, boezem of VDS) is nog niet bepaald. De plas krijgt een eigen peil en mag onder reguliere omstandigheden 50 cm fluctueren (seizoensfluctuatie). Ontwikkelingen in de linten In PARK21 wordt in ontwikkelruimte in de linten voorzien als onderdeel van de polderlaag. De ontwikkelruimte is verspreid over de agrarische erven in het plangebied. De ontwikkelruimte gaat gepaard met de transformatie van het agrarisch gebied naar polderlaag conform de doelstellingen die voor deze laag gelden. Op de erven wordt ruimte geboden voor verbreding van de agrarische bedrijven, met bijvoorbeeld een vergadercentrum, B&B of kleinschalige horeca en detailhandel. Verbeterd droogmakerij systeem Het VDS is een vorm van flexibel peilbeheer. Het gebied krijgt een waterpeil met een bandbreedte tussen het peil van de polderboezem en het oorspronkelijke zomerpeil van de vakbemaling.. Als het water boven het maximale peil komt stroomt het water het gebied uit, de polderboezem in. Uitgangspunt voor PARK21 is dat het VDS wordt toegepast in de park- en leisurelaag en op vrijwillige basis in de polderlaag. Meer informatie over het VDS is te vinden in het achtergrondrapport Groenblauw en hoofdstukken 8 en 15 van het MER.

Retentiebekken (polderuiterwaarde) In het plangebied van PARK21 bestaat, als gevolg van het verkleinen of dempen van watergangen, een tekort aan waterbergend oppervlak. Ten behoeve van een robuust watersysteem dat water vast kan houden ten tijde van piekbuien in combinatie met de voorgenomen aanleg van verhard oppervlak is extra waterbergend oppervlak benodigd. Deze extra compensatie kan gedeeltelijk worden gezocht in de toename van het wateroppervlak en het bewust aanleggen of gebruiken van reeds lage delen die door onderlopen bij een peilstijging een bijdrage levert aan de bergingscapaciteit. In zone 3 wordt hiervoor een polderuiterwaarde (retentiebekken) ingericht. Het retentiebekken is geprojecteerd in het zuiden van zone 3 op een deel met laag maaiveld op een actuele hoogte van ca NAP -5,67 m. Ophoging en inrichting Zowel de parklaag als de parkkamers worden gedeeltelijk opgehoogd. Voor de ophoging wordt uitgegaan van een ophoging ten opzichte van het bestaande maaiveld van gemiddeld 2 meter voor de parklaag en 0,25 meter voor de parkkamers. De parklaag varieert van 0 tot 4 meter in hoogte. In het plangebied is een baggerslibdepot aanwezig (in zone 5), waar afgeweken zal worden van deze hoogtes. Aan deze locatie wordt een landschappelijke invulling gegeven met een landmark op een heuvel, waarmee tevens de verbinding over het spoor kan worden gemaakt.

De verbindende parklaag heeft een variabele breedte van 65 tot 115 meter. Hieronder zijn principeprofielen opgenomen van de beoogde inrichting van de prioritaire structuur. Voor de parklaag is een concept beplantingsstrategie opgesteld, de ‘Leidraad groene bouwsteen’. Deze vormt een belangrijke leidraad bij de inrichting van de parklaag.

Blad 12 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.6: Principe oplossing voor dwarsdoorsnedes prioritaire structuur (parklaag)

Infrastructuur In de prioritaire structuur wordt infrastructuur gerealiseerd in de vorm van de parkweg en fiets-, wandel- en ruiterpaden. De parkweg ontsluit de parkkamers in het westelijk deel op het omliggende wegennet. De parkweg is voorzien vanaf het honkbalstadion in zone 1 (waar het eerste stuk al is gerealiseerd) en loopt door zone 1 en 2 naar het oosten, aan de oostzijde van de Nieuwekerkertocht naar het zuiden en sluit ter hoogte van de Operaweg aan op de Noordelijke Randweg Nieuw-Vennep. Met deze weg ontstaat een ontsluitingsroute voor de parkkamers in de prioritaire structuur in zone 1, 2 en 3, zodat deze niet op de polderlinten (IJweg en Hoofdweg) hoeven te worden aangesloten. Met de bestaande ontsluitingsweg van het baggerdepot langs het spoor van noord naar zuid in zone 5 wordt ook in die zone voorkomen dat regulier verkeer vanuit de parkkamers wordt afgewikkeld op het polderlint (Rijnlanderweg). Deze bestaande parallelweg langs het spoor maakt in de toekomst in zone 5 ook een lus om het huidige baggerdepot heen, om als dienstweg te kunnen worden ingezet bij evenementen. De hoofdroute voor het langzaam verkeer slingert vanaf de Drie Merenweg door de zes zones tot de verzorgingsplaats langs de A4, waar deze aansluit op de bestaande parallelstructuur langs de A4 naar het noordoosten. In deze route worden een wandelpad, fietspad en ruiterpad gebundeld.

Op de bestaande HOV-baan tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep door PARK21, wordt een nieuwe halte gerealiseerd ter hoogte van het parkhart.

2.5.2

Basisvariant De basisvariant bestaat uit circa 180 hectare prioritaire structuur in de vorm van parklaag met parkkamers, die in aanvulling op het reeds aangelegde deelgebied 1 als een verbinding tussen oost en west en tussen noord en zuid door PARK21 wordt gerealiseerd. Deze prioritaire structuur bestaat uit een parklaag die gedeeltelijk wordt opgehoogd en waarbinnen parkkamers worden gerealiseerd. Onderdeel van de basisvariant zijn een recreatieplas in zone 2 en een

Blad 13 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

polderuiterwaarde in zone 3, alsmede de totale verbinding tussen oost (Westeinderplassen) en west (duingebied). Ook wordt binnen de prioritaire structuur het verbeterd droogmakerij systeem (VDS) toegepast. Voor de ontwikkeling van de basisvariant, zal ook een gedeeltelijke transitie van het huidige landbouwgebied kavelgewijs plaats vinden. Naast verandering van landbouw naar park en leisure (parkkamers) is er ook sprake van transitie van huidige landbouw naar multifunctionele landbouw. Als voorbeeld wordt de boerderij ‘Kleine Vennep’ genoemd die reeds transformeert naar een landgoed met verbrede mogelijkheden. In totaal, inclusief deelgebied 1 en de getransformeerde polderlaag, ontstaat een ontwikkeling van meer dan 300 hectare binnen PARK21 door het realiseren van de basisvariant. In de onderstaande figuur is een indicatieve uitwerking van de prioritaire structuur opgenomen, waarbij zowel in zone 2 als zone 4 een zuidelijke optie is gekozen. Dit is de worst case invulling van de prioritaire structuur, doordat in de zuidelijke varianten landschappelijk meer ruimte mogelijk wordt geacht aan leisure activiteiten. Door rekening te houden met de maximale invulling van parkkamers met leisurevoorzieningen, wordt er rekening gehouden met de maximaal te verwachten milieueffecten.

Figuur 2.6: Indicatieve prioritaire structuur (zuidelijke variant in zone 2 en 4)

Parkkamers Naast het parkhart en een mogelijke educatieve proeftuin kan er nog ca. 80 hectare aan parkkamer gecreëerd waar leisurevoorzieningen een plek kunnen krijgen. In totaal gaat het om maximaal 100 hectare als worst case voor de milieueffectbeoordeling. De invulling van de parkkamers moet passen bij en liefst bijdragen aan de doelstellingen van PARK21. De thematische typering per zone is een streven voor het eindbeeld. In de onderstaande tabel zijn de uitgangspunten voor de basisvariant per zone opgenomen. Met de uitgangspunten uit de tabel worden per gebiedsonderzoek (luchtkwaliteit, geluid, verkeer, etc.) worst case aannames gedaan over enerzijds de landinrichting (grondbalans en benodigde werkzaamheden) en anderzijds de emissies in de plansituatie, wanneer in alle parkkamers initiatieven zijn gerealiseerd. Er wordt bijvoorbeeld uitgegaan van de aanleg van minimaal 180 hectare prioritaire structuur, in plaats van 175 hectare, omdat nog niet zeker is hoe groot deze exact wordt. Voor de parkkamers wordt een maximaal oppervlak aan ontwikkelruimte aangehouden.

Blad 14 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Tabel 2.2: Uitgangspunten basisvariant (totale nieuwe ontwikkeling)

Zone 1

Zone 2

Zone 3

Zone 4

Zone 5

Zone 6

Typering zone

Sport en recreatie

Watersport en recreatie

20 ha

55 ha, inclusief ca. 25 ha recreatieplas

Landbouw, cultuur en educatie 25 ha

Landbouw en grootschalige recreatie 25 ha

Landbouw en park

Te realiseren prioritaire structuur Ruimte voor functies Indicatie nieuwe functies

Landbouw, innovatie en educatie 50 ha

5 ha

180 ha

17 ha

37 ha

6 ha

20 ha

20 ha

-

100 ha

Buitensportvoorzieninge n

Proeftuin met hotel, kenniscentrum

-

1,5 ha

Natuurbegraafplaats , (openlucht)museum. 1,5 ha

Evenementenlocatie

Ontwikkel ruimte in de linten Indicatie nieuwe functies in de linten

Watersport, vakantieresort, parkhart 3 ha

1,5 ha

3 ha

1,5 ha

Totaal

12 ha

Verbrede agrarische activiteiten, zoals horeca, bed & breakfast, vergadercentra.

Wanneer een parkkamer niet of niet geheel wordt ontwikkeld, zal deze (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk en daarmee onderdeel van de parklaag blijven. Wordt een parkkamer wel ontwikkeld, dan kan de parkkamer groter zijn dan sec de ontwikkelruimte, omdat bijvoorbeeld de landschappelijke afscheiding, ondersteunende voorzieningen en de infrastructuur om ruimte vragen. Circa 700 hectare van het plangebied (878 hectare minus 175-180 hectare prioritaire structuur) blijft in de basisvariant dezelfde functie behouden als dit nu heeft.

2.5.3

Maximale variant In de maximale variant wordt een indicatief eindbeeld van PARK21 gebruikt om de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te onderzoeken. In dit eindbeeld is geheel PARK21 getransformeerd, wat betekent dat het park bestaat uit een parklaag, een polderlaag en een leisurelaag in een 1/3-1/31/3 verhouding. In totaal is ca. 360 hectare aan recreatief groen gerealiseerd, inclusief de prioritaire structuur en deelgebied 1, dat tot de autonome situatie behoort. De polderlaag omvat

Blad 15 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

minimaal 1/3 van het gebied, waar landbouw de hoofdfunctie blijft. Maximaal 1/3 wordt in parkkamers als leisurelaag met diverse recreatieve voorzieningen ingericht. De onderstaande tabel geeft de te onderzoeken variant weer voor de situatie zonder en met het reeds gerealiseerde gedeelte van PARK21. De omvang van de polderlaag en de parklaag is groter dan 1/3 per laag, van de leisurelaag is de omvang flink kleiner dan 1/3. De gehanteerde 175 hectare is het uitgangspunt voor de totale ontwikkelruimte voor functies in parkkamers. Wanneer een parkkamer niet of niet geheel wordt ontwikkeld, zal deze (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk en daarmee onderdeel van de parklaag blijven. Wordt een parkkamer wel ontwikkeld, dan kan de parkkamer groter zijn dan sec de ontwikkelruimte, omdat bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing, ringwater als afscheiding en compensatie, ondersteunende voorzieningen en de infrastructuur om ruimte vragen. Voor de worst case benadering wordt uitgegaan van de aangegeven of ingeschatte indicatieve ontwikkelruimte per functie. Tabel 2.3: Verdeling lagen in maximale variant

Maximale variant Parklaag Polderlaag Leisurelaag Totaal

350 350 175 875

Inclusief deelgebied 1 400 370 190 960

In de bovenstaande tabel zijn de uitgangspunten per zone voor de maximale variant beschreven. Hierin wordt in totaal rekening gehouden met 350 hectare nieuw te realiseren parklaag, bovenop de bestaande 51 hectare in deelgebied 1, die deel uit maakt van de referentiesituatie. Hiermee wordt ruim voldaan aan het streven om meer dan 1/3 parklaag te realiseren. Er wordt rekening gehouden met in totaal 175 hectare aan ontwikkelruimte voor leisure in de parkkamers, in aanvulling op de 15 hectare die tot de referentiesituatie behoort. De rest van de beschikbare ruimte voor de leisurelaag (max 1/3 van het totaal) kan worden benut voor de ontsluiting en landschappelijke inpassing en de afscheiding middels water op het snijvlak van de leisure- en parklaag. De polderlaag zal met deze uitgangspunten nog circa 370 hectare beslaan. Afhankelijk van het verloop van de transformatie kan de polderlaag echter kleiner zijn. Voor enkele thema’s en in het bijzonder voor de landbouwsector is het van belang om naar de effecten te kijken wanneer de omvang van het totale agrarische gebied (polderlaag en/of voortzetting van de bestaande agrarische activiteiten) wordt teruggebracht tot 320 hectare, 1/3 van de totale 960 hectare. In de polderlaag wordt in totaal 21,5 hectare aan ontwikkelruimte voorzien voor verbrede agrarische activiteiten.

Blad 16 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Tabel 2.4: Uitgangspunten maximale variant

Uitgangspunt verdeling lagen, maximale variant 100% 80% 60% 40% 20% 0% zone 1

zone 2

zone 3 Parklaag

zone 4

zone 5

Leisurelaag

Polderlaag

zone 6

Totaal

Zone 1

Zone 2

Zone 3

Zone 4

Zone 5

Zone 6

Typering zone

Sport en recreatie

Watersport en recreatie

39,5 ha

49 ha

Landbouw, cultuur en educatie 25 ha

Landbouw en grootschalige recreatie 45 ha

Landbouw en park

Ruimte voor functies Indicatie nieuwe functies

Landbouw, innovatie en educatie 16,5 ha

Wellness, horeca, scouting

Watersport, vakantieresort

Themapark/ experience

Grootschalige leisure

-

Ontwikkelruimte in de linten Indicatie nieuwe functies in de linten

5,5 ha

3 ha

Proeftuin met hotel, kenniscentrum 1,5 ha

7 ha

1,5 ha

3 ha

• •

-

Verbrede agrarische activiteiten, zoals horeca, bed & breakfast, vergadercentra. Paardenpension in zone 4

Blad 17 van 83

Totaal

175 ha

21,5 ha

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

In totaal wordt 525 hectare ingericht als parklaag of leisurelaag, met veel groen, water in de vorm van watergangen, polderuiterwaarde en recreatieplas(sen). Als worst case benadering wordt aangehouden dat 350 hectare wordt ingericht als groene parklaag met een significante ophoging, 135 hectare als parkkamer met een beperkte ophoging en 40 hectare als recreatieplas. Hiervan wordt de eerste 180 hectare aangelegd conform de uitgangspunten voor de basisvariant/prioritaire structuur in de periode tot 2030. De overige ontwikkelingen hebben een looptijd tot 2040.

Blad 18 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

3

Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen en risicovolle activiteiten zoals luchtvaart. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. In en rond het park liggen verschillende risicobronnen: hogedruk aardgastransportleidingen, transportleidingen voor brandbare vloeistoffen, de Rijksweg A4, tanks en opslagen, twee LPG-tankstations (bij verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek) en Schiphol. Deze risicobronnen dienen in het kader van de ruimtelijke procedure beschouwd te worden ten opzichte van de transformatie van PARK21. Hiervoor is een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd.

3.1

Beleidskader Externe veiligheid gaat over inrichtingen en transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10 6 /jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fNcurve.

Blad 19 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 3.1: Weergave plaatsgebondenrisicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport

Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

Figuur 3.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico

Omgevingsveiligheid (Omgevingswet) Omgevingsveiligheid is een begrip dat hoort bij de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking zal treden. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto ‘Eenvoudig beter’. De Omgevingswet introduceert (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) een aantal aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor hogedruk aardgastransportleidingen gaat een ‘brandaandachtsgebied’ gelden ter grootte van het invloedsgebied.

Blad 20 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen (zoals gebouwen bestemd voor het verblijf van jonge kinderen). Voor zeer kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gelden de aanvullende bouwkundige maatregelen (of gelijkwaardige maatregelen) altijd.

3.2

Beschouwing risicobronnen

3.2.1

Hogedruk aardgastransportleidingen In de omgeving van het plangebied bevinden aardgastransportleidingen van Gasunie (figuur 3.3).

zich

verschillende

hogedruk

W-532-12

A-553 A-554 A-803

Figuur 3.3: Ligging hogedruk aardgastransportleidingen in de omgeving van PARK21

Enkele kenmerken van deze leidingen zijn weergegeven in tabel 3.1, waaronder het invloedsgebied. De personendichtheid hierbinnen is bepalend voor de hoogte van het groepsrisico.

Blad 21 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Tabel 3.1: Leidinggegevens Leidingbeheerder

Kenmerk

Druk [bar]

Diameter [mm]

Invloedsgebied (1%-letaliteit) [meter]

N.V. Nederlandse Gasunie

A-553

66.20

914.40

430

N.V. Nederlandse Gasunie

A-554

66.20

914.40

430

N.V. Nederlandse Gasunie

A-803

80

1219

585

N.V. Nederlandse Gasunie

W-532-12

40

323.80

140

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleidingen met kenmerk A-553, A-554, A-803 en W-532-12. Om het risiconiveau van deze hogedruk aardgastransportleidingen te bepalen zijn risicoberekeningen uitgevoerd. Een uitgebreide beschrijving van deze risicoberekeningen is opgenomen in bijlage 1. Plaatsgebonden risico Uit de risicoberekeningen blijkt dat de hogedruk aardgastransportleidingen geen PR 10 -6-contour hebben. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico. Belemmeringenstrook Voor de hogedruk aardgastransportleidingen geldt een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Binnen deze strook is geen bebouwing toegestaan. Voor leiding met kenmerk W-532-12 geldt een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden van de leiding. Groepsrisico Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleidingen is zowel in de referentiesituatie, de basisvariant als de maximale variant lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. De maximaal berekende waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie alleen toe voor de leiding met kenmerk W-532-12 (tabel 3.2 en figuur 3.4 t/m figuur 3.7). Voor deze leiding verschuift de maatgevende kilometer van het groepsrisico in de maximale variant naar zone 2 en 3 (in de overige varianten bevindt de maatgevende kilometer zich ter hoogte van Hoofddorp).

Figuur 3.4a: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-553 in de referentiesituatie

Blad 22 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 3.4b: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-553 in de basisvariant

Figuur 3.4c: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-553 in de maximale variant

Figuur 3.5a: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-554 in de referentiesituatie

Blad 23 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 3.5b: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-554 in de basisvariant

Figuur 3.5c: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-554 in de maximale variant

Figuur 3.6a: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-803 in de referentiesituatie

Blad 24 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 3.6b: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-803 in de basisvariant

Figuur 3.6c: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-803 in de maximale variant

Figuur 3.7a: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding W-532-12 in de referentiesituatie

Blad 25 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 3.7b: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding W-532-12 in de basisvariant

Figuur 3.7c: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding W-532-12 in de maximale variant Tabel 3.2: Hoogte van het groepsrisico (normwaarde; oriëntatiewaarde = 1) Kenmerk leiding Referentiesituatie Basisvariant Maximale variant A-553 0,011 0,011 0,011 A-554

0,006

0,006

0,006

A-803

0,003

0,003

0,003

W-532-12

0,001

0,002

0,006

Het groepsrisico is voor geen van de leidingen hoger dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde (10 procent van de oriëntatiewaarde). Daarom is een beperkte verantwoording conform het Bevb verplicht (beschouwen van de elementen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid). In hoofdstuk vijf zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. Omgevingswet Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico dient onder de Omgevingswet ook berekend te worden voor een hogedruk aardgastransportleiding. Uit de risicoberekeningen blijkt dat er voor deze leidingen geen sprake is van een PR 10-6-contour.

Blad 26 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Belemmeringengebied Voor deze hogedruk aardgastransportleidingen zal, conform het Besluit kwaliteit leefomgeving, onder de Omgevingswet een belemmeringengebied (voorheen: belemmeringenstrook) gelden van 4-5 meter aan weerszijden van de leidingen. Aandachtsgebied In het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangegeven dat voor een hogedruk aardgastransportleiding een brandaandachtsgebied zal gelden. De grootte van dit aandachtsgebied zal samenvallen met het invloedsgebied van de leiding. Het brandaandachtsgebied zal daarmee 140 tot 585 meter per leiding bedragen. Hierbinnen kan de gemeente Haarlemmermeer het voorschriftengebied laten gelden in het omgevingsplan, waarmee aanvullende maatregelen kunnen gaan gelden.

3.2.2

Overige transportleidingen Binnen het plangebied van PARK21 is een kooldioxideleiding (CO 2-leiding) van OCAP en een productenleiding (kerosine, diesel) van de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) aanwezig. De ligging van deze leidingen is hieronder weergegeven.

Figuur 3.8: Ligging van de kooldioxideleiding en productenleiding met invloedsgebied (rood/blauw) binnen het plangebied (zwart)

Blad 27 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

3.2.2.1

Kooldioxideleiding (OCAP) Plaatsgebonden risico De PR 10-6-contour van deze leiding komt maximaal circa 2 meter uit het hart van de leiding en ligt daarmee binnen de belemmeringenstrook. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico conform het Bevb. Belemmeringenstrook Voor deze kooldioxideleiding geldt een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Binnen deze strook is geen bebouwing toegestaan. Groepsrisico Het invloedsgebied strekt zich maximaal 6 meter uit het hart van de leiding uit. Dit betekent dat de ruimtelijke ontwikkelingen binnen PARK21 geen gevolgen hebben voor het groepsrisico van deze leiding. Het groepsrisico van deze leiding is in alle varianten nihil, want aan beide zijden van de leiding bevindt de populatie zich buiten het invloedsgebied. Omgevingswet Plaatsgebonden risico Deze leiding wordt onder de Omgevingswet niet beschouwd als milieubelastende activiteit. Belemmeringengebied Voor deze leiding zal, conform het Besluit kwaliteit leefomgeving, onder de Omgevingswet geen belemmeringengebied gelden. Aandachtsgebied In het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangegeven dat voor deze leiding geen aandachtsgebied zal gelden.

3.2.2.2

Productenleiding (DPO) Plaatsgebonden risico De PR 10-6-contour van deze leiding ligt binnen de belemmeringenstrook. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico conform het Bevb. Belemmeringenstrook Voor deze buisleiding met brandbare vloeistoffen geldt een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Binnen deze strook is geen bebouwing toegestaan. Groepsrisico Het RIVM geeft aan dat ten aanzien van het groepsrisico van deze leiding geldt dat het groepsrisico beperkt is. Bij een dichtheid tot 100 personen per hectare zal er sprake zijn van een groepsrisico lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Deze personendichtheid zal in geen van de varianten gerealiseerd worden. Verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevb verplicht vanwege de ligging van PARK21 binnen het invloedsgebied van de leiding.

Blad 28 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Omgevingswet Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico dient onder de Omgevingswet ook berekend te worden voor deze leiding. Belemmeringengebied Voor deze leiding zal, conform het Besluit kwaliteit leefomgeving, onder de Omgevingswet een belemmeringengebied (voorheen: belemmeringenstrook) gelden van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Aandachtsgebied In het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangegeven dat voor een buisleiding met gevaarlijke stoffen een brandaandachtsgebied zal gelden dat berekend dient te worden. Hierbinnen kan de gemeente Haarlemmermeer het voorschriftengebied laten gelden in het omgevingsplan, waarmee aanvullende maatregelen kunnen gaan gelden.

3.2.3

Rijksweg A4 Het plangebied wordt aan de oostgrens begrens door de Rijksweg A4. Over deze transportroute vindt, conform de Regeling basisnet, transport plaats van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A4 (>4.000 meter; stofcategorie LT3). Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen over Rijkswegen is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin is aangegeven dat er op de A4 ter hoogte van het plangebied sprake is van een maximale PR 10-6-contour van 0 meter. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico. Plasbrandaandachtsgebied Voor de A4 geldt conform de Regeling basisnet een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Binnen dit PAG van 30 meter, gemeten vanaf de buitenste kantstrepen van de weg, gelden ter bescherming aanvullende bouwvoorschriften conform het Bouwbesluit. In dit deel van PARK21, zone 6, is in principe geen nieuwe bebouwing voorzien. Mocht er sprake zijn nieuwbouw van een (beperkt) kwetsbaar object binnen dit PAG, dan gelden deze aanvullende bouwvoorschriften zoals 60 minuten brandwerendheid. Groepsrisico PARK21 bevindt zich binnen 200 meter van de A4. Het groepsrisico dient daarom conform het Bevt inzichtelijk te worden gemaakt.

In de Regeling basisnet is de transportintensiteit voor deze weg aangegeven die dient te worden gehanteerd bij het bepalen van het groepsrisico (het aantal transporten GF3 per jaar). Voor de A4 ter hoogte van het plangebied (wegvak N84; afrit 3 - afrit 4) moet worden uitgegaan van het vervoer van 4.000 wagen GF3 (brandbaar gas) per jaar. Om de hoogte van het groepsrisico te bepalen is gebruikgemaakt van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). In (paragraaf 1.2.2 van) de bijlage van de HART staat beschreven wanneer er sprake zal zijn van een groepsrisico hoger dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Voor het trajectdeel ter hoogte van het plangebied moet de gemiddelde personendichtheid op 60 meter van de weg

Blad 29 van 83

Achtergrondrapport Milieu en gezondheid PARK21 projectnummer 0417636.106 23 april 2021 Gemeente Haarlemmermeer

hoger zijn dan 80 personen per hectare (op basis van tweezijdige bebouwing). Het gebied van PARK21 binnen 200 meter van de A4 bevindt zich volledig binnen zone 6. Deze zone wordt getypeerd als ‘landbouw en park’ en is primair voorzien voor ontwikkelingen in de parklaag. Op basis van de huidige en beoogde omgevingskenmerken (primair agrarisch) dient te worden vastgesteld dat de personendichtheid ter hoogte van het plangebied lager is. Op basis van de vigerende ruimtelijke situatie en de varianten is de hoogte van het groepsrisico in alle situaties lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Omdat het groepsrisico van de weg lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, is een beperkte verantwoording van het groepsrisico (beschouwen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) conform artikel 7 van het Bevt verplicht. Omgevingswet Conform het Besluit kwaliteit leefomgeving zal voor deze weg een brand- en explosieaandachtsgebied gaan gelden. De grootte van deze gebieden bedraagt 30 meter en 200 meter, respectievelijk voor het brand- en explosieaandachtsgebied. Hierbinnen kan de gemeente Haarlemmermeer het voorschriftengebied laten gelden in het omgevingsplan, waarmee aanvullende maatregelen kunnen gaan gelden.

3.2.4

Tanks en opslagen Binnen het plangebied bevindt zich een propaantank (IJweg 1329), een vuurwerkopslag (IJweg 1391) en een opslag van noodsignalen (Hoofdweg 965). Deze tanks en opslagen vallen onder het Activiteitenbesluit (propaantank en opslag van noodsignalen) en het Vuurwerkbesluit (vuurwerkopslag). Propaantank Voor de propaantank aan de IJweg 1329, die gelegen is in zone 1, geldt conform het Activiteitenbesluit milieubeheer een maximale veiligheidsafstand van 20 meter. Indien het aantal bevoorradingen per jaar is gelimiteerd tot maximaal vijf, geldt er een veiligheidsafstand van 10 meter rondom de propaantank. Deze veiligheidsafstand dient in acht te worden genomen tot (beperkt) kwetsbare objecten. De geprojecteerde ontwikkelingen binnen zone 1 kunnen zowel beperkt kwetsbare objecten (sport) als kwetsbare objecten zijn (meerdere woningen). Op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldt voor propaantanks geen beleid ten aanzien van het groepsrisico. Vuurwerkopslag De vuurwerkopslag aan de IJweg 1391 is ook gelegen is in zone 1. Voor deze opslag geldt conform het Vuurwerkbesluit een veiligheidsafstand van 8 meter. Deze veiligheidsafstand dient in acht te worden genomen tot (beperkt) kwetsbare objecten. De geprojecteerde ontwikkelingen binnen zone 1 kunnen zowel beperkt kwetsbare objecten (sport) als kwetsbare objecten zijn (woningen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=a5df026c-5ddc-4df1-b064-c9306b875485