CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.0001380 b2 Samenvatting MER.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 8 juli 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 3. 19.00 - 20.30 uur (Heijezaal) Nota Vaststelling voorontwerpbestemmingsplan en concept-MER Park 21 (2021.0001380) - geheime bijlagen4.094 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting MER PARK21 Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Plangebied ....................................................................................................................................................... 1 De m.e.r.-procedure ........................................................................................................................................ 2 Voornemen ..................................................................................................................................................... 3 Drie lagen ........................................................................................................................................................ 3 Drie sferen ....................................................................................................................................................... 3 Prioritaire structuur ........................................................................................................................................ 4 Doelstellingen .................................................................................................................................................

5 Aanpak van het MER ....................................................................................................................................... 6 Aanpak effectbeoordelingen ........................................................................................................................... 6 Effectbeoordeling ............................................................................................................................................ 7 Nadere uitwerkingsopgaven ........................................................................................................................... 8 Spelregelkader .............................................................................................................................................. 11 Monitoring en evaluatie ................................................................................................................................ 11 Inleiding In de polder tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep ligt circa 1.000 hectare polderlandschap, waar momenteel voornamelijk akkerbouw plaatsvindt. Dit gebied wordt de komende decennia herontwikkeld tot het parklandschap PARK21. Het park wordt groot, groen, gevarieerd en toegankelijk voor iedereen, met onder andere een (recreatie)plas, ruimte voor horeca en evenementen, ontspanning en cultuur.

Het park wordt deels door de gemeente gerealiseerd (bij aanvang) en daarna voor een belangrijk deel in samenwerking met initiatiefnemers. Op die wijze wordt beoogd een park van en voor iedereen te maken, dat op organische wijze groeit. Het Park van de 21ste eeuw (PARK21) wordt al vanaf het eind van de vorige eeuw genoemd in beleidsstukken. In 2011 is het Masterplan PARK21 vastgesteld, dat nog steeds de kaders biedt voor de transformatie. De omvang en de potentiële milieueffecten van deze transformatie zijn aanleiding om de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. Het resultaat van deze procedure is het milieueffectrapport (MER). Het MER bevat een beschrijving van de milieugevolgen van de voorgenomen ontwikkeling. Complexe ruimtelijke ontwikkelingen hebben effecten op de omgeving/ het milieu. Deze worden beschreven en beoordeeld in het milieueffectrapport. Daardoor krijgt het milieu een plaats in de besluitvorming over een plan of project. De gemeenteraad kan, als bevoegd gezag, de milieubelangen volwaardig meewegen bij de besluitvorming over het de transformatie. Plangebied PARK21 ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en tussen de Drie Merenweg (N205) en de A4.

1

Plangebied PARK21

Ten behoeve van de oriëntatie is het plangebied verdeeld in zes zones, die van elkaar worden gescheiden door de polderlinten, de HOV-busbaan en de spoorlijn. Deze zones hebben geen status, maar zijn ruimtelijk wel duidelijk afgebakend en bieden daardoor handvatten voor de planvorming.

Zone-indeling van het plangebied

De m.e.r.-procedure De eerste stap in de m.e.r.-procedure is de in 2016 ter inzage gelegde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) geweest. De reacties op de NRD, waaronder een advies van de Commissie m.e.r., zijn betrokken bij het vervolg van de m.e.r.-procedure. In het planvormingsproces zijn sinds 2016 diverse stappen gezet, waarin de m.e.r. als instrument een rol heeft gespeeld. Het voorliggende concept MER brengt alle beslisinformatie bij elkaar om inzicht te geven in de doorlopen stappen. Als tussenstap in de procedures wordt het voorontwerp bestemmingsplan met dit concept MER in participatie gebracht. Zo is het voor eenieder mogelijk om te reageren op de inhoud van beide stukken. Deze fase is bewust in de procedure opgenomen vanwege de lange tijd die is verstreken sinds de besluitvorming over het Masterplan PARK21 en het naar buiten brengen van de NRD. De reacties die binnen komen worden gebruikt om het MER en het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte af te ronden. Deze stukken, dan ontwerp bestemmingsplan en MER genoemd, worden vervolgens wederom ter inzage gelegd, waarbij het voor eenieder mogelijk is om een formele zienswijze in te dienen. In deze fase wordt de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) gevraagd om een toetsingsadvies uit te brengen. De Commissie m.e.r.

is een onafhankelijk adviesorgaan, dat adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten. De Commissie toetst en beoordeelt of alle voor het project relevante milieugevolgen goed en volledig zijn beschreven.

2

De uitkomsten van de zienswijzenprocedure en het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. worden betrokken bij de vaststelling van het bestemmingsplan met het definitieve MER als bijlage. Tot slot volgt de beroepsfase, waarin beroep kan worden aangetekend tegen het bestemmingsplan. Voornemen Met PARK21 maakt Haarlemmermeer een groot en gevarieerd landschap om te recreëren, te verblijven en te ondernemen, voor nu en in de toekomst. PARK21 is de nieuwe achtertuin voor bewoners, maar ook het groene hart van Haarlemmermeer, een bijzondere schakel in de regionale groenstructuur, een nieuw landschap, een manier om Haarlemmermeer en haar cultuurhistorie méér gezicht te geven. Realisatie gebeurt ten dele traditioneel door de gemeente en voor een belangrijk deel in samenwerking met initiatiefnemers. De overheid faciliteert, geeft kaders mee en nodigt initiatiefnemers uit om met concrete plannen te komen. Zo groeit het park organisch richting het indicatieve eindbeeld. De ruimtelijke impact van PARK21 is afhankelijk van de wijze waarop de organische ontwikkeling plaats zal vinden. Het parkconcept met lagen en sferen is daarbij structurerend. Drie lagen Het park wordt opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen vullen elkaar aan, lopen in elkaar over, maar verschillen ook duidelijk.

• De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw. • De parklaag is een toegankelijke recreatieve groenstructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en is ruimte voor sport, spel en voorzieningen, maar vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. • De leisurelaag biedt (commerciële) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. Drie sferen PARK21 bestaat uit drie sferen die van west naar oost verschillen. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart; in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de landbouw de sfeer en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en polderlaag prominent aanwezig. Binnen het park verkleurt de verhouding tussen de drie lagen van west naar oost. In zone 1 en 2 ligt de nadruk op de parklaag met daarbinnen kleinere parkkamers en een centrumgebied rondom de recreatieplas en het parkhart.

De nadruk ligt op (water)sport en ontspanning en recreatie met een lokaal/regionaal bezoekersprofiel. In zone 3 en 4 is de polderlaag omvangrijker en ligt in de leisurelaag de nadruk op innovatie, educatie, ontspanning en cultuur. Verder naar het oosten worden de parkkamers groter en vergroot het verzorgingsgebied steeds verder van lokaal naar nationaal. In zone 5 is ook ruimte voor leisurefuncties met een groot nationaal verzorgingsgebied. Deze functies kunnen ook in deeltijd aanwezig zijn, zoals bij een evenementenlocatie. In zone 6 is met name landbouw in de polderlaag aanwezig.

3

Streven zonetypering PARK21

Prioritaire structuur PARK21 is als park een verbindende groenstructuur met de prioritaire structuur van minimaal 175-180 hectare als groen/blauwe ruggengraat met een ambitie om door te groeien tot een parklaag van circa 360 hectare. De prioritaire structuur geeft invulling aan de minimale doelstellingen en ambities achter PARK21. Het realiseert de groenblauwe Oost-West verbinding en een kwalitatief verblijfsgebied dat Nieuw Vennep en Hoofddorp verbindt. Het nodigt uit om vanuit de kernen het park en polderland te verkennen en biedt plaats aan een robuust toekomstbestendig watersysteem. Dit komt alleen tot wasdom als de prioritaire structuur als aaneengesloten gebied wordt gerealiseerd van voldoende kwaliteit.

4

Indicatieve prioritaire structuur (boven), met opties voor zone 2 (links, boven optie 2A, onder optie 2B) en zone 4 (rechts, boven optie 4A, onder optie 4B)

Doelstellingen Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; • het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw; • het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale, nationale en wellicht internationale bezoekers; • een voorbeeld project op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied om klimaatveranderingen, verzilting en voldoende zoetwater het hoofd te kunnen blijven bieden in de toekomst. De ambitie en de opgave om park-, polder-, en leisurelaag te realiseren zijn vertaald in nadere doelstellingen als richtkader voor onder andere het MER-onderzoek. De doelstellingen zijn in de volgende alinea’s verwoord, waarbij onderscheid is gemaakt in een hoofddoelstelling en nevendoelstellingen.

5

De hoofddoelstelling voor PARK21 is: PARK21 realiseert een parklaag als grootschalige groenvoorziening tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep, die bestaat uit minimaal 175-180 hectare prioritaire, openbaar vrij toegankelijke groenstructuur. Dit hoofddoel van PARK21 verbindt een tweetal nevendoelstellingen die randvoorwaardelijk zijn voor een evenwichtige, toekomstbestendige en volwaardige transformatie naar een multifunctioneel recreatief gebied. Deze nevendoelstellingen zijn: • De polderlaag biedt perspectief voor transitie van de landbouw zodat de landbouwsector in PARK21 ook op de lange termijn een belangrijke plek kan behouden. • De leisurelaag biedt een duurzame stimulans voor het doorgroeien van PARK21. Aanpak van het MER Het MER voor PARK21 is een strategisch MER. Dat betekent dat het nadrukkelijk gebruikt is om keuzes af te wegen en kaders voor de ontwikkeling te bepalen. Dit is terug te zien in de aanpak van het MER, dat uit drie delen bestaat. In deel A worden de voorgeschiedenis, de doelstellingen en de te onderzoeken varianten beschreven. In deel B vindt de effectbeoordeling van deze varianten plaats. In deel C worden nadere uitwerkingsopgaven behandeld, die om keuzes door de gemeenteraad vragen. Het MER sluit af met een aanzet voor monitoring en evaluatie en een spelregelkader.

In het MER komen alle relevante ruimtelijke thema’s en milieuthema’s aan bod. Deze thema’s vormen gezamenlijk het beoordelingskader, aan de hand waarvan de toetsing en beoordeling van de milieueffecten in het MER plaatsvindt.

Aanpak effectbeoordelingen In het milieueffectrapport wordt de plansituatie (de situatie in een bepaald planjaar, inclusief PARK21) vergeleken met de referentiesituatie (de situatie zonder PARK21, in datzelfde planjaar). Door de plansituatie en referentiesituatie met elkaar te vergelijken ontstaat een duidelijk beeld van de effecten die ook daadwerkelijk 6

het gevolg zijn van het plan. De plansituatie wordt in twee scenario’s, te weten de basisvariant en de maximale variant onderzocht. Er is gekozen voor deze twee varianten omdat beide het uiterste beschrijven van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen de gegeven doelstellingen en kaders. De twee varianten beschrijven daarmee de twee uitersten van de ontwikkeling van PARK21. In de referentiesituatie wordt uitgegaan van de realisatie van geprogrammeerde woningbouw- en werklocaties in de gemeente Haarlemmermeer en andere autonome ontwikkelingen. Ook wordt uitgegaan van de realisatie van een aantal aanpassingen aan de verkeersstructuur, waarvan gebleken is dat deze noodzakelijk zijn om in de toekomst het verkeer af te wikkelen. De autonome verkeersmaatregelen voor 2030 zijn zonder ruimtelijke procedures toe te passen. Voor de grote aanpassingen richting 2040 moeten nog wel besluiten worden genomen. Dit is een van de redenen dat in het MER een basisvariant wordt onderzocht, met planjaar 2030, en een maximale variant met planjaar 2040. Van deze maximale variant is op voorhand duidelijk dat de uitvoerbaarheid afhankelijkheid is van de infrastructurele maatregelen, die in feite een raakvlakproject vormen. Dit vraagt om een goede voorwaardelijke regeling in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte PARK21.

Dit sluit echter goed aan bij de voorgenomen organische ontwikkeling van PARK21, waarbij naast de initiatieven die zich aandienen, ook de ontwikkelruimte die op een gegeven moment beschikbaar is, bepalend is voor de snelheid van transformatie. De basisvariant bestaat uit circa 180 hectare prioritaire structuur in de vorm van parklaag met parkkamers, die in aanvulling op het reeds aangelegde deelgebied 1 als een verbinding tussen oost en west en tussen noord en zuid door PARK21 wordt gerealiseerd. Deze prioritaire structuur bestaat uit een parklaag die wordt opgehoogd en waarbinnen parkkamers worden gerealiseerd. Onderdeel van de basisvariant zijn een recreatieplas en parkhart in zone 2 en een polderuiterwaarde in zone 3, een evenemententerrein in zone 5, alsmede de totale verbinding tussen oost (Westeinderplassen) en west (duingebied). Ook wordt binnen de prioritaire structuur het verbeterd droogmakerij systeem (VDS) toegepast. De basisvariant wordt onderzocht voor het planjaar 2030. In de maximale variant wordt een indicatief eindbeeld van PARK21 gebruikt om de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te onderzoeken. In dit eindbeeld is geheel PARK21 getransformeerd, wat betekent dat het park bestaat uit een parklaag, een polderlaag en een leisurelaag in een 1/3-1/3-1/3 verhouding. In totaal is ca.

360 hectare aan recreatief groen gerealiseerd, inclusief de prioritaire structuur en deelgebied 1, dat tot de autonome situatie behoort. De polderlaag omvat minimaal 1/3 van het gebied, waar landbouw de hoofdfunctie blijft. Maximaal 1/3 wordt in parkkamers als leisurelaag met diverse recreatieve ontwikkelingen ingericht. Voor de maximale variant is het planjaar 2040. Effectbeoordeling Hieronder is de integrale effectbeoordeling weergegeven van de onderzochte varianten voor de ontwikkeling van PARK21. Daarbij is een beoordelingskader gehanteerd dat loopt van zeer negatief (- -) tot zeer positief (++). Eindtabel effectbeoordeling PARK21 Hoofdthema

Beoordelingsaspect

Criteria

Ondergrond

Bodemopbouw

Gevolgen voor bodemopbouw Gevolgen voor grondstromen Gevolgen voor bodemkwaliteit

-

Maximale variant --

-

--

Gevolgen voor archeologische waarden Gevolgen voor trillinghinder door vrachtverkeer Gevolgen voor bereikbaarheid, OV en langzaam verkeer, parkeren

? 0 0/+

? 0 +

Verkeerssituatie en verkeersveiligheid

Gevolgen voor verkeersstructuur-, afwikkeling en verkeerscirculatie en verkeersveiligheid

0/+

0/+

Externe veiligheid

Externe veiligheidsrisico’s: bronnen, bedrijven, risico’s en leidingen

0/-

-

Mobiliteit

Milieu en gezondheid

Milieuhygiënische bodemkwaliteit Archeologie Trillingen Bereikbaarheid (auto, ov en langzaam verkeer)

Basisvariant

7

Geluid

Gevolgen van geluidbelasting door weg, spoor en luchtvaart (en cumulatie) Gevolgen voor en door toekomstige functies Gevolgen voor concentratie fijnstof en stikstofdioxide

Luchtkwaliteit

Groenblauwe kwaliteit

Geur Gezondheid

Gevolgen voor hinder door geur Gezondheidsbescherming (geluid, lucht, hittestress, etc.) Bevordering gezond gedrag (bewegen, groen, etc.)

Watersysteem

Gevolgen voor oppervlaktewaterkwantiteit

Klimaatbestendigheid

Natuur

Ruimtelijke kwaliteit

Landschap

Cultuurhistorie

Duurzaamheid

Energie en circulariteit

Gevolgen voor oppervlaktewaterkwaliteit Gevolgen voor grondwater Gevolgen voor waterveiligheid Gevolgen voor wateroverlast Gevolgen voor droogtestress Gevolgen voor hittestress Gevolgen voor beschermde gebieden (Natura 2000) Gevolgen voor beschermde gebieden (NNN) Gevolgen voor beschermde soorten Gevolgen voor biodiversiteit Gevolgen voor de landschappelijke karakteristiek Gevolgen voor openheid en ruimtebeleving Gevolgen voor landschapselementen en structuren Gevolgen voor het agrarisch cultuurlandschap Gevolgen voor De Stelling van Amsterdam Gevolgen voor Historisch (steden)bouwkundige waarden Energietransitie Circulariteit

0/-

0/-

0

0

0 0/+ +

0 + ++

+

++

+

++

0/+

+

-

+

0/-

0/+

+ -

+ -

De gevolgen van de transformatie van PARK21 zijn beoordeeld aan de hand van een basisvariant en een maximale variant. Vanwege de grotere omvang van de maximale variant, zijn voor vrijwel alle thema’s de effecten ook groter, zowel de negatieve als de positieve. De grootste knelpunten doen zich voor op het gebied van de ondergrond. Op de hoofdthema’s mobiliteit en groenblauwe kwaliteit worden positieve beoordelingen gegeven. Op de milieuthema’s worden licht negatieve beoordelingen gegeven doordat de ontwikkeling leidt tot toename van geluid en veiligheidsrisico’s, maar de effecten op de gezondheid zijn positief. De basisvariant scoort negatief voor landschap en cultuurhistorie, de maximale variant positief. Energietransitie scoort positief en circulariteit negatief. Nadere uitwerkingsopgaven In de onderstaande tabel zijn de nadere uitwerkingsopgaven en de voorgestelde keuzes samengevat. Dilemma Toepassen hergebruiksgrond en mate van ophoging

Omgang met verkeersruimte

Ontwerp recreatieplas

Korte samenvatting De uitvoering conform het masterplan en het gebiedsspecifiek grondbeleid heeft ongewenste gevolgen op verschillende milieuthema’s. De mate van ophoging en de toepassing van hergebruiksgrond zijn daarom heroverwogen. Er wordt een voorkeur uitgesproken voor een parklaag variërend van 0 tot 1,5 meter, met een gemiddelde hoogte van 0,75 meter en met hoogte-accenten tot 3 à 4 meter. Om ontwikkelingen in PARK21 mogelijk te maken, zonder daarbij de ontwikkeling van woon- en werklocaties elders in de gemeente te belemmeren, kan enkel de restruimte op het verkeersnetwerk worden benut. Om initiatieven in PARK21 toe te kunnen staan wordt daarom aanbevolen de restruimte te monitoren en voor elk advies een kwantitatieve toetsing te doen om te bepalen of er voldoende restruimte beschikbaar is. Verschillende opties voor de recreatieplas zijn beoordeeld en tegen elkaar afgewogen. De voorkeur gaat uit naar een combivariant, met: • Een recreatieplas in ‘opgelegde’ vorm, die voldoende waterdiepte (ca. 2 -2,5 meter) biedt en zwemwaterkwaliteit heeft, van minimaal 25 ha, met ambitie tot 30 ha. 8

•

Toepassing VDS

Verdeling park-polder-leisure

Perspectief voor de landbouw

Afweging aan de hand van SDG’s

Natuurlijk wateroppervlak van 10-20 ha dat onderdeel uitmaakt van het VDS, dus max 1 meter diep, basiswaterkwaliteit en geschikt voor extensievere, op natuur- en rustgerichte recreatievormen. Vanuit milieuoptiek verdient het sterk de aanbeveling om het VDS op een zo groot mogelijk gebied door te voeren. Van belang vanuit agrarisch perspectief is dat het VDS en het oude watersysteem van elkaar gescheiden worden. Een belangrijke vervolgopgave is de combinatie van VDS en het retentiebekken tijdens een gebeurtenis van hevige wateroverlast. Op de prioritaire structuur in zone 5 en 6 na kan het VDS-systeem overal, zonder al te grote complicaties, ingevoerd worden. Er bestaan nog vervolgopgaven rondom opbarsting en wateroverlast in relatie tot het retentiebekken. Het advies is deze vervolgopgaven in de nadere planvorming mee te nemen en de benodigde ruimte voor VDS te verankeren in het bestemmingsplan. In de aanloop naar het ontwerp bestemmingsplan zal door de gemeente een Beeldkwaliteitsplan voor de leisurelaag worden opgesteld dat als beleidsregel aan het bestemmingsplan wordt verbonden. In dat beeldkwaliteitsplan worden de kaders voor ontwikkelingen in de parkkamers beschreven.

In aanvulling op de gebruikelijke thema’s, die in een beeldkwaliteitsplan worden beschreven, zoals bouwvolumes en materialisatie, wordt aanbevolen om de volgende zaken op te nemen: • Het maximaliseren van de leisurelaag tot 20% van het oppervlakte, resulterend in 220 hectare bruto parkkamers voor ongeveer 145 hectare leisure en ondersteunende voorzieningen. • Een verhouding van 2/3 ontwikkelruimte tegenover 1/3 ruimte voor landschappelijke inpassing (groen en blauw). • Differentiatie in type parkkamer, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen publieke parkkamers en private parkkamers. • De landschappelijke verweving van de parklaag en de leisurelaag, waarbij de aansluiting van parkkamers op de parklaag zo wordt ontworpen, dat de parklaag ruimtelijk en in de beleving het primaat heeft boven de leisureontwikkelingen. • De beleving van het park vanaf de randen en de polderwegen moet aansluiten bij de functie als park. De leisurefunctie moet ruimtelijk en in de beleving ondergeschikt zijn. • Borgen dat de parklaag sneller ontwikkelt, aangezien de beplanting tijd nodig heeft om te groeien. In het bestemmingsplan wordt daarnaast de totale oppervlakte aan ontwikkelruimte voor leisure initiatieven beperkt tot circa 145 hectare. In de regie op de transformatie zal de gemeente Haarlemmermeer het streven naar 1/3 leisurelaag loslaten en terugbrengen naar maximaal 1/5 leisurelaag.

Daarmee wordt ruimte geboden aan de versterking van de park en polderlaag. Schaalvergroting is nu de meest gehanteerde bedrijfsstrategie voor agrariërs, maar zal door de afname van landbouwareaal in PARK21 minder aantrekkelijk worden. Daar staat tegenover dat voor andere bedrijfsstrategieën, zoals waardecreatie, verbreding en werkzaamheden buiten het bedrijf, extra perspectief wordt geboden. Dit wordt gedaan door een combinatie van de verruiming van planologische mogelijkheden voor agrarische bedrijven en de geleidelijke transformatie naar een metropolitaan park met vermenging van park, landbouw en leisure. PARK21 zal bijdragen aan verschillende Sustainable Development Goals. Er zijn zeven SDG-subdoelen geselecteerd, die relevant zijn voor afzonderlijke initiatieven. Er wordt aanbevolen om aan de hand van deze een meetlat te ontwikkelen om initiatieven in PARK21 af te wegen. • Met behulp van deze meetlat kan waar nodig een keuze gemaakt worden tussen initiatieven, op basis van de totale bijdrage aan de SDG’s. Ook kan de meetlat als

9

Inpassing evenementenlocatie

Realisatie biodiversiteit

Omgang met stikstofdepositie

instrument worden gebruikt in de afstemming tussen gemeente en initiatiefnemer. • Aangezien de doelstellingen voor PARK21 al grotendeels aansluiten bij de SDG’s, wordt aanbevolen om de SDG-meetlat in te zetten als aanvullend instrument. Toetsing of een initiatief past binnen de doelstellingen, milieukundige randvoorwaarden en spelregels voor transformatie zal primair moeten plaatsvinden, waarna de meetlat kan worden ingezet om meerwaarde van initiatieven te stimuleren en concretiseren. De realisatie van een evenementenlocatie in zone 5 wordt acceptabel geacht, op voorwaarde dat: • De kruispunten aan de noordkant van de evenementenlocatie hebben bij grotere evenementen onvoldoende ruimte om al het verkeer in de avond en de weekenden rondom de periode dat een evenement plaatsvindt te verwerken. Daarom is spreiding in de aanrij-routes en extra sturing door verkeersregelaars noodzakelijk. • De kruising vanaf de Nieuwe Bennebroekerweg naar de toegangsweg van de evenementenlocatie zal tijdens evenementen altijd moeten worden geregeld met verkeersregelaars. Na de herinrichting van de Nieuwe Bennebroekerweg wordt dit kruispunt mogelijk ongelijkvloers en vervalt de extra regeling met verkeersregelaars. • Door spreiding kan het reguliere verkeer en het evenementenverkeer met beperkte hinder doorgang vinden.

• Op het terrein is onvoldoende parkeergelegenheid aanwezig (behalve bij kleine concerten). Dit leidt tevens tot spreiding van het verkeer, waarmee knelpunten op kruispunten deels worden opgelost. Om dit te realiseren moeten vanaf centrale parkeergelegenheden pendelbussen ingezet worden naar en van de evenementenlocatie. Uit het MER is gebleken dat het planvoornemen een gunstig effect heeft op de natuurwaarde van het gebied. Vanuit dit perspectief verdient het aanbeveling om de parklaag conform de opzet uit de Groene bouwsteen uit te werken. Specifieke aanbevelingen om de biodiversiteit verder te vergroten gaan over het realiseren van natuurverbindingen (en daarmee mogelijk het vergroten van de natuurwaarde van het NNN), het voorkomen van verstoringen van beschermde soorten en het beperken van negatieve effecten van de landbouw. De set met aanbevelingen is nog niet planologisch geborgd. Een selectie van welke aanbevelingen de gemeente waar wil en kan maken en op welke wijze dit vormgegeven wordt moet nog plaatsvinden. Daarvoor is ook nog vervolgonderzoek nodig. Op basis van verkennende berekeningen is gebleken dat, bij de uitgangspunten voor de basisvariant en de maximale variant, stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats niet kan worden uitgesloten. Daarom kunnen significant negatieve effecten nog niet op voorhand worden uitgesloten.

Dit vraagt om een nadere uitwerking, waarbij: 1. het plan moet worden aangepast om de stikstofdepositie terug te brengen; 2. een passende beoordeling moet worden opgesteld waarin de risico’s en benodigde maatregelen om significante effecten te voorkomen worden uitgewerkt; of 3. extern gesaldeerd moet worden, door elders emissiereductie te bewerkstelligen. De stikstofruimte die hiermee vrijkomt kan gedeeltelijk voor nieuwe ontwikkelingen worden gebruikt. Met een aantal aanpassingen aan het plan, die vanuit meerdere perspectieven gewenst zijn, kan de toename en de reductie van stikstofemissies in het plangebied met elkaar in balans worden gebracht. Definitieve stikstofberekeningen zullen voorafgaand aan het ontwerp bestemmingsplan worden uitgevoerd.

10

Duurzame energieopwekking

De gemeente kiest ten aanzien van duurzame energieopwekking voor een combinatie van sturing en flexibiliteit: • Elke ontwikkeling dient energieneutraal te zijn en kan dit naar eigen invulling realiseren. Deze optie biedt flexibiliteit aan ontwikkelaars, biedt ruimte voor innovaties én het biedt de zekerheid dat de energieopgave in PARK21 een plek krijgt. • De gemeente houdt sturing middels beleidskaders en toetsing aan o.a. landschappelijke inpassing.

Spelregelkader De transformatie van PARK21 zal naar verwachting 10 à 20 jaar gaan duren. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn in het MER spelregels en aanbevelingen voor de ontwikkeling van PARK21 en voor vervolgonderzoek geformuleerd. De spelregels worden direct in het bestemmingsplan vertaald en zijn harde eisen voor ontwikkelingen. Er zijn bijvoorbeeld spelregels voorgesteld om te voorkomen dat bestaande en nieuwe functies significante hinder van elkaar zullen ondervinden. Ook het verzorgen van een goede doorstroming op het wegennet en een passende omgang met in de ondergrond aanwezige functies en waarden zijn vertaald in spelregels. De aanbevelingen zijn bedoeld om de gemeente handvatten te bieden bij het begeleiden van de transformatie. Zo zijn in het MER onder andere aanbevelingen gedaan voor het bevorderen van de bereikbaarheid voor langzaam verkeer en het bevorderen van gezond gedrag. Er is in de aanbevelingen ook aandacht voor het creëren van een divers park met plekken en functies voor verschillende doelgroepen. Voor de omgang met grond wordt onder andere een voorkeursvolgorde aanbevolen waarbij grond van dichtbij de voorkeur heeft. Het spelregelkader vormt als het ware een aanvulling op de reeds bestaande kaders voor de transformatie van PARK21, zoals beleidskaders en wet- en regelgeving.

De gemeente Haarlemmermeer heeft hiermee de nodige instrumenten in handen om de ontwikkeling van PARK21 te begeleiden op basis van de huidige inzichten. Gezien het verschil in abstractieniveau tussen dit MER en de individuele initiatieven, zal er altijd behoefte blijven bestaan aan maatwerk en concretisering van milieugevolgen. Dit MER biedt daarvoor de paraplu en borgt de samenhang binnen het plangebied. Monitoring en evaluatie Voor PARK21 zijn twee vormen van monitoring relevant: monitoring ten behoeve van de vergunningverlening en monitoring van de milieueffecten. Het is niet noodzakelijk om jaarlijks een uitputtend overzicht van alle ontwikkelingen en milieueffecten te bieden, maar de monitoringsinformatie biedt wel de mogelijkheid om algemene beschrijvingen van de voortgang van PARK21 te onderbouwen. Er wordt aanbevolen om bij de afronding van de prioritaire structuur een monitoringsrapportage op te stellen, waarin wordt geëvalueerd of de transformatie op koers ligt ten aanzien van de doelstellingen.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=45e06d6b-8bc2-484a-b4b0-fcc5f0fe3542