CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.0000015. Reactie gemeenteraad op het provinciaal inpassingsplan Cruquiusbrug

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 februari 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Reactie gemeenteraad op het provinciaal inpassingsplan Cruquiusbrug (2021.0000015)29.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Reactie gemeenteraad op het provinciaal inpassingsplan Cruquiusbrug mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker, drs. Marja Ruigrok Judith Filippo 12 januari 2021

Portefeuillehouders Steller Collegevergadering Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0000015

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. in te stemmen met de bijgevoegde antwoordbrief als reactie op het horen van de gemeenteraad van Haarlemmermeer door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op het provinciale inpassingsplan Cruquiusbrug (PIP Cruquiusbrug) waarin is opgenomen dat de gemeenteraad zich kan vinden in het voorgelegde ontwerp-inpassingsplan. 2. Samenvatting

In bijgevoegde brief wordt inhoudelijk een instemmende reactie gegeven op het verzoek van de provincie Noord-Holland in het kader van het horen op grond van artikel 3.26 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) naar aanleiding van het PIP Cruquiusbrug. Met dit inpassingsplan wordt onder andere voorzien in de vervanging van een brug, groot onderhoud, verlengen van de voetgangersonderdoorgang onder N201 (kant Heemstede) en de aanleg van een fietsonderdoorgang. 3. Uitwerking 3.1 Wat is de aanleiding?

De provincie is wettelijk bevoegd om een provinciaal inpassingsplan op te stellen wanneer blijkt dat er sprake is van een provinciaal belang. De vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug is een provinciaal belang om de volgende redenen: •

de Cruquiusbrug ligt in een provinciale weg, de N201, en daarmee is de provincie Noord-Holland belast met het beheer en onderhoud van de weg en de daarin liggende Cruquiusbrug;

•

de Cruquiusbrug ligt binnen de gemeenten Haarlemmermeer en Heemstede en een provinciaal inpassingsplan kan een gemeentegrens overschrijdend plangebied hebben, in tegenstelling tot een bestemmingsplan dat gemeentegebonden is. Omdat de provincie verantwoordelijk is voor het wegontwerp, de planning van het project, de

Reactie gemeenteraad op het provinciaal inpassingsplan Cruquiusbrug

Pagina 2

communicatie met alle betrokkenen, grondverwerving en ambtelijke en bestuurlijke afstemming is het duidelijk, efficiënt en kostenbesparend om ook de planologische procedure en daarmee de besluitvorming over het ruimtelijk plan bij provincie neer te leggen door middel van een provinciaal inpassingsplan. Dit in plaats van het opstellen van twee aparte bestemmingsplannen. De provincie Noord-Holland werkt samen met de projectpartners (hoogheemraadschap van Rijnland, Vervoerregio Amsterdam, gemeente Heemstede en gemeente Haarlemmermeer) aan de vervanging van de bruggen en de bereikbaarheid en de (fiets(verkeersveiligheid bij de Cruquiusbrug.

Luchtfoto Cruquiusbrug De beoogde plannen voorzien in: • vervanging van brug A door een bredere brug; • groot onderhoud aan brug B; • verlengen van voetgangersonderdoorgang onder N201 (kant Heemstede); • aanleg van fietsonderdoorgang onder de Cruquiusbruggen; Op grond van artikel 3.26 Wro wordt de raad over het plan gehoord. De raad kan een inhoudelijk reactie geven op het concept ontwerp PIP Cruquiusbrug. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?

De voorgestelde maatregelen en onze belangen om te komen tot een goede ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zijn goed geborgd in het PIP. Op grond van artikel 3.26 Wro wordt de raad over het plan gehoord. In bijgaande brief wordt een inhoudelijk reactie gegeven op het verzoek van de provincie Noord-Holland in het kader van het horen op grond artikel 3.26 Wro. Hierin is opgenomen dat de gemeenteraad zich kan vinden in het voorgelegde ontwerp-inpassingsplan. 3.3 Wat mag het kosten?

Aan de uitvoering van dit raadsvoorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden.

Reactie gemeenteraad op het provinciaal inpassingsplan Cruquiusbrug

Pagina 3

3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

Ingevolge artikel 3.26, eerste lid van de Wro dient de betrokken gemeenteraad voorafgaande aan de vaststelling van een inpassingsplan te worden gehoord. De provincie is hiervoor verantwoordelijk. Provinciale Staten stelt het inpassingsplan vast. Het PIP regelt de planologische grenzen en bestemmingen zoals een bestemmingsplan dat binnen de gemeente vastlegt. De wethouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt in het college. De wethouder Verkeer en Vervoer heeft in dit proces een inhoudelijke rol in het tot stand komen van een verbetering in de verkeersveiligheid, doorstroming en overzichtelijkheid van de wegvakken, kruisingen en fietsroutes ter plekke. Uit de voorgenomen wijzigingen van de bovengenoemde elementen kunnen wijzigingen in bestemming en functie van de betreffende openbare ruimte voortvloeien welke door middel van het PIP worden vastgelegd. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

Juridisch Na instemming van de raad wordt bijgevoegde reactie naar de provincie verstuurd. Daarmee is de rol van de gemeenteraad in dit PIP-proces afgerond. Naast de reactie van de gemeenteraad ontvangt de provincie reacties van de andere gebiedspartners en mogelijk zienswijzen van omwonenden. De provincie zal de zienswijzen verwerken in een reactienota. Op basis van de adviezen en zienswijzen wordt het definitieve PIP opgesteld dat naar verwachting in het voorjaar aan Provinciale Staten wordt aangeboden ter vaststelling. Na vaststelling volgt nog een periode van beroep. Communicatie Omwonenden zijn per brief geïnformeerd. Daarnaast voorziet de provincie in een wekelijks telefonisch spreekuur. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?

De rol van de gemeenteraad is afgerond in dit PIP-proces. 4. Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, , de burgemeester,

Bijlage(n): • Brief van de provincie Noord-Holland • Antwoordbrief aan de provincie Noord-Holland • Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Cruquiusbrug

AANTEKENEN Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland T.a.v. Dhr. J.A. de Bruyn Postbus 3007 2001 DA HAARLEM

Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Faxnummer 023 563 95 50

Cluster Contactpersoon Telefoon Uw brief Ons kenmerk Bijlage(n) Onderwerp

Ruimte, Economie en Duurzaamheid mevrouw J.E. Filippo 0900 1852 1 september 2020 4018193 Geen Horen PIP Cruquiusbrug

Verzenddatum

Geacht college van Gedeputeerde Staten, De gemeenteraad van Haarlemmermeer heeft kennisgenomen van uw schrijven d.d. 1 september 2020 om onze raad te horen in het kader van het provinciaal inpassingsplan Cruquiusbrug op grond van artikel 3.26 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeenteraad kan zich vinden in het door u voorgelegde ontwerp-inpassingsplan. Wij onderschrijven de voorgestelde maatregelen om te komen tot een goede ruimtelijke ontwikkeling in het gebied. Wij menen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De griffier,

De voorzitter,

J. van der Rhee, B.Ha

M.H.F. Schuurmans-Wijdeven

7-1-2021

Toelichting

Cruquiusbrug: Toelichting Plan: Status: Plantype: IMRO-idn:

Cruquiusbrug ontwerp inpassingsplan NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Het project Cruquiusbrug is een bijzonder project voor de provincie Noord-Holland. Het project kent naast een vervangings- en onderhoudsopgave voor het behouden en in stand houden van een belangrijke regionale verkeersverbinding, ambities op het gebied van circulariteit, energieneutraliteit en slim onderhoud. Tevens is hier een wens om de mogelijkheden tot standaardisatie te onderzoeken voor toekomstige projecten waarin een soortgelijke vervangingsopgave speelt. Voor dit project werkt de provincie NoordHolland samen met de gemeente Heemstede, gemeente Haarlemmermeer, hoogheemraadschap van Rijnland en Vervoerregio Amsterdam. De Cruquiusbrug bestaat uit twee delen: brugdeel A (het meest oostelijke deel) en brugdeel B. De aanleiding van het project is de vervangingsopgave die speelt bij brug A. Deze brug dateert uit 1932 en is op dit moment aan het einde van zijn levensduur. De brug wordt daarom vervangen en verbreed met een vrijliggend fiets- en voetpad. Aan de Haarlemmermeerzijde komt een nieuwe fietsonderdoorgang (zuidzijde). Dit zorgt voor een veiligere situatie en een verbetering van de doorstroming van het verkeer op de N201. Brug B dateert uit de jaren ‘70 en dient te worden onderhouden voor een restlevensduur van tenminste 30 jaar.

Om na deze periode een oplossing als bijvoorbeeld een aquaduct niet onmogelijk te maken wordt brug A en de fietsonderdoorgang zo demontabel mogelijk gerealiseerd conform de principes van Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen. Tot slot wordt aan de Heemstedezijde de bestaande voetgangerstunnel verlengd en de toegangen tot het tunneltje verhard. De bestaande olifantenpaden worden verlegd, verlengd en verhard. Het talud wordt hiertoe verbreed. Een deel van de bovenstaande wijzigingen van en bij de Cruquiusbrug past niet binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom wordt dit provinciaal inpassingsplan (een bestemmingsplan van de provincie) opgesteld. Paragraaf 1.3.1 gaat hierop in.

1.2 Ligging plangebied De Cruquiusbrug maakt deel uit van de N201 (Cruquiusweg) en kruist de Ringvaart tussen Hoofddorp en Heemstede, ter hoogte van wegkilometrering 21.2 en vaarwegkilometrering 15.6. De ophaalbruggen en de aansluitende infrastructuur aan de zuidzijde liggen in de gemeente Haarlemmermeer. De aansluitende infrastructuur aan de noordzijde ligt in de gemeente Heemstede.

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

1/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied

1.3 Planologische inpassing 1.3.1 Strijdigheden met vigerende bestemmingsplannen De Cruquiusbrug ligt binnen het plangebied van bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Landgoederen en groene gebieden (eerste herziening) vastgesteld door de gemeente Heemstede, d.d. 29 juni 2017 (NL.IMRO.0397.BPh1landgoederen-0201); Bestemmingsplan horeca en terrassen vastgesteld door de gemeente Heemstede op 31 oktober 2019 (NL.IMRO.0397.BPterrassen-0201); Bestemmingsplan aanvullende voorschriften parkeren, vastgesteld door de gemeente Heemstede op 30 januari 2020 (NL.IMRO.0397.BPparkeren-0201); Bestemmingsplan Cruquius 2009 vastgesteld door de gemeente Haarlemmermeer, d.d. 17 augustus 2011 (NL.IMRO.03940000BPGcrquius2009); Bestemmingsplan Ringvaart vastgesteld door de gemeente Haarlemmermeer, d.d. 26 januari 2017 (NL.IMRO.0394.BPGlgbringvaart-C001); Paraplubestemmingsplan parkeerregels vastgesteld door de gemeente Haarlemmermeer, d.d. 4 oktober 2018 (NL.IMRO.0394.BPGlgbparkeerregls-C001). Het initiatief is strijdig met het bestemmingsplan Landgoederen en groene gebieden en het bestemmingsplan Cruquius 2009. Met de andere vier bestemmingsplanen zijn geen strijdigheden geconstateerd. Hieronder wordt enkel ingegaan op de strijdigheden met de vigerende plannen.

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

2/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

3/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

4/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

Afbeelding 1.2 Bestemmingsplankaarten met nieuwe situatie (grotere versie in Bijlage 1) 1.3.1.1 Bestemmingsplan Herziening Landgoederen en groene gebieden (Heemstede) Het landhoofd van de huidige brug, de voetgangerstunnel en het noordelijke gedeelte van het plangebied waar werkzaamheden zullen plaatsvinden, liggen binnen de enkelbestemmingen ‘Verkeer’, ‘Agrarisch met waarden’, en dubbelbestemmingen ‘Waarde Archeologie 5’, ‘Waterstaat - Waterkering’. Binnen dit bestemmingsplan zijn de volgende zaken strijdig met de regels van het bestemmingsplan: de verlenging van de voetgangerstunnel valt niet binnen de specifieke bouwaanduiding voor de onderdoorgang en past daarmee niet binnen bestemming 'Verkeer'; de bocht van het langzaamverkeerspad (vanuit de onderdoorgang) is strijdig met de bestemming 'Agrarisch met waarden'; binnen bestemming Waterstaat - Waterkering is bouwen enkel toegestaan als er gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, dat is met de vervanging van brug A niet het geval; de beoogde bestemming 'Verkeer' van dit PIP is strijdig met de vigerende bestemming 'Natuur - 1'. 1.3.1.2 Bestemmingsplan Cruquius 2009 (Haarlemmermeer) Bestemmingsplan Cruquius 2009 beslaat de Cruquiusbrug zelf en de aansluitende infrastructuur gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. Hier gelden de enkelbestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Water’ en de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’.

Binnen dit bestemmingsplan zijn de volgende zaken strijdig met de regels van het bestemmingsplan: de verbreding van de brug past niet binnen bestemming Water; verbreding van de brug past niet binnen de bestemming Waterstaat - Waterkering; de nieuwe fietsonderdoorgang past niet binnen de bestemming Water. 1.3.1.3 Planologische inpassing Om de strijdigheden met bovengenoemde bestemmingsplannen op te lossen wordt een nieuw provinciaal inpassingsplan (PIP) opgesteld.

1.3.2 Nieuw provinciaal inpassingsplan Om de aanpassingen aan de Cruquiusbrug planologisch in te passen dient er een PIP opgesteld te worden. Dit PIP maakt de maatregelen voor de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug mogelijk. 1.3.2.1 Wat is een PIP? Een PIP is een door Provinciale Staten vastgesteld ruimtelijk plan. Dit staat in artikel 3.26 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Een PIP is een middel waarmee bestemmingen/ functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Het is dan voor de grondgebruiker (eigenaar, huurder, et cetera) toegestaan om die functie uit te oefenen. Dit houdt in dat: de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het PIP aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren;

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

5/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). De regels van het PIP bevatten regels voor gebruik van de gronden, zoals bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen over het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels die in het plan zijn opgenomen zijn juridisch bindend voor iedereen: de overheid zelf en private partijen (bijvoorbeeld eigenaren en gebruikers van het plangebied). De verbeelding is de plankaart van het PIP en visualiseert de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het (juridische) bindende onderdeel van het PIP. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden gelezen en toegepast. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Op basis van artikel 3.26 Wro treden bij een PIP de Provinciale Staten in de plaats van de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten in de plaats van Burgemeester en Wethouders. Artikel 3.26 lid 4 onder b Wro biedt de mogelijkheid aan Provinciale Staten om bij besluit aan te geven dat Gedeputeerde Staten op een aanvraag om een omgevingsvergunning kunnen beslissen.

De provincie Noord-Holland zal van deze bevoegdheid geen gebruik maken en Provinciale Staten zal een dergelijk besluit dus niet nemen. Voor het PIP in het algemeen dient de betrokken gemeenteraad in elk geval te worden gehoord (artikel 3.26 lid 1 Wro). Artikel 3.26 lid 5 Wro geeft aan dat de gemeenteraad niet langer bevoegd is tot vaststelling van een bestemmingsplan voor de gronden waarop het PIP betrekking heeft. In de Wro is het zo geregeld dat deze bevoegdheid tien jaar na vaststelling van het PIP weer ontstaat, dan wel eerder, indien het inpassingsplan dat bepaalt. In dit PIP is ervoor gekozen een regeling op te nemen met betrekking tot de bevoegdheid van de gemeenten tot het vaststellen van een nieuw plan na dit inpassingsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het PIP deel uit gaan maken van het (tijdelijk deel) van het omgevingsplan . Paragraaf 3.1.4 gaat in op de relatie van dit PIP en de Omgevingswet. 1.3.2.2 Provinciaal belang Een PIP kan alleen vastgesteld worden als er sprake is van een provinciaal belang.

De vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug is een provinciaal belang om de volgende redenen: de Cruquiusbrug ligt in een provinciale weg, de N201, en daarmee is de provincie Noord-Holland belast met het beheer en onderhoud van de weg en daarin liggende kunstwerken als de Cruquiusbrug; de vervanging en uitbreiding van de Cruquiusbrug is opgenomen in het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2017 2021; de Cruquiusbrug ligt binnen twee gemeenten en een PIP kan een gemeentegrens overschrijdend plangebied hebben, in tegenstelling tot een bestemmingsplan welke gemeente gebonden is. Omdat de provincie verantwoordelijk is voor het wegontwerp, de planning van het project, de communicatie met alle betrokkenen, grondverwerving en ambtelijke en bestuurlijke afstemming is het duidelijk, efficiënt en kostenbesparend om ook de planologische procedure en daarmee de besluitvorming over het ruimtelijk plan bij provincie neer te leggen door middel van een PIP. Dit in plaats van het opstellen van twee aparte bestemmingsplannen.

1.4 Crisis- en herstelwet Dit PIP valt onder de werking van afdeling 2 van de Crisis- en herstelwet (Chw). De Chw bevat onder meer een aantal tijdelijke en permanente maatregelen, waarmee procedures voor ruimtelijke initiatieven sneller en eenvoudiger verlopen. De vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug is namelijk een infrastructureel project als bedoeld in bijlage I van de Crisis- en herstelwet, onder categorie 2 ‘gebiedsontwikkeling en werken van provinciaal of nationaal belang’. Het betreft de ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.5 Wet ruimtelijke ordening (categorie 2.1).

1.4.1 Gevolgen bezwaar en beroep De Chw heeft voornamelijk gevolgen voor de mogelijkheden voor beroep tegen het voorliggende PIP. De volgende bepalingen uit de Crisis- en herstelwet zijn voor dit PIP relevant: bij het indienen van zienswijzen (bij het ontwerp-PIP) en beroepschriften kunnen geen pro-formastukken worden ingediend, om die later aan te vullen. Binnen de zienswijzen- of beroepstermijn van zes weken moeten alle gronden (argumenten) genoemd worden, met een goede inhoudelijke onderbouwing; de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de bestuursrechter) doet binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn van het PIP een uitspraak. In het besluit tot vaststelling van het PIP en in de bekendmaking moet vermeld worden dat het een besluit betreft waarop de Chw van toepassing is; https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

6/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

bovendien moet aangegeven worden, dat de beroepsgronden in het beroepschrift moeten worden opgenomen en dat de beroepsgronden na afloop van de beroepstermijn niet meer mogen worden aangevuld (artikel 11 Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet). Met het permanent worden van de Crisis- en herstelwet (25 april 2013) is het artikel over de inperking van het beroepsrecht decentrale overheden aangepast, waardoor decentrale overheden weer beroep kunnen instellen tegen besluiten van andere decentrale overheden waarbij de Chw van toepassing is.

1.5 Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de maatregelen aan de Cruquiusbrug. Hoofdstuk 3 beschrijft al het voor dit PIP relevante ruimtelijk beleid. Vervolgens brengt Hoofdstuk 4 de effecten op de leefomgeving van het plan in beeld door middel van de bespreking van diverse omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 gaan in op de juridische planbeschrijving respectievelijk de maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid van het PIP. Hoofdstuk 7 beschrijft de procedure van het PIP.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving maatregelen Cruquiusbrug 2.1 Huidige situatie De Cruquiusbrug bestaat uit twee delen: brugdeel A en brugdeel B. De oostelijk gelegen brug is brug A. Brug A bestaat uit twee rijstroken in dezelfde richting voor autoverkeer met daarnaast een nietvrijliggend tweerichtingenfietspad. De westelijk gelegen brug is brug B. Brug B bestaat uit vier rijstroken voor autoverkeer in dezelfde richting, waarvan één voor links afslaand verkeer (richting Haarlemmermeermuseum De Cruquius), twee voor recht doorgaand verkeer en één voor rechts afslaand verkeer (richting het dorp Cruquius). Brug B is voorzien van een vrijliggend tweerichtingenfietspad.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto Cruquiusbrug

2.2 Planbeschrijving en noodzaak maatregelen Cruquiusbrug De aanleiding van het project is de vervangingsopgave die speelt bij brug A. Deze brug dateert uit 1932 en is op dit moment aan het einde van zijn levensduur. Brug B dateert uit de jaren ‘70 en dient te worden voorzien van groot onderhoud om ten minste 30 jaar mee te kunnen. De noodzaak om de maatregelen uit te voeren vinden hun grondslag daarmee enerzijds in de vervangings- en https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

7/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

onderhoudsopgave, maar anderzijds is de winst die te behalen valt op het gebied van verkeersveiligheid ook een belangrijke noodzaak om de verkeersituatie van en rondom de Cruquiusbrug aan te pakken. Brug A wordt vervangen door een bredere brug, waarvan het brugdek vrij indeelbaar wordt om in de toekomst flexibiliteit te bieden. Op de brug komen voor het autoverkeer twee rijstroken, een fietspad van 4 meter breed en een voetpad. In de bestaande situatie zijn er ook twee rijstroken voor autoverkeer, de vernieuwing brengt daarom geen uitbreiding van verkeerscapaciteit met zich mee. In de bestaande situatie is er ook een fietspad aanwezig, echter ligt deze niet vrij van de rijbanen van het autoverkeer. In de nieuwe situatie komt daarom een middenberm voorzien van een geleiderail om de verkeersstromen veilig te scheiden. Voor scheepvaart is een doorvaartbreedte van 9,6 meter het uitgangspunt. Brug B wordt onderhouden voor een restlevensduur van tenminste 30 jaar. De maatregelen bestaan uit een samenstel van maatregelen uit verschillende inspectierapporten en onderhoudsanalyses en zijn vastgelegd in een instandhoudingsplan. De verkeerssituatie op de brug blijft hetzelfde. De brug is reeds voorzien van een vrijliggend fietspad.

Om voor de fietsers de kruising N201 (Kruisweg) met de Bennebroekerdijk en Cruquiusdijk veiliger te maken komt er aan de Haarlemmermeerzijde een nieuwe fietsonderdoorgang. Fietsers vanaf de Bennebroekerdijk naar de Cruquiusdijk (en vice versa) hoeven daardoor de N201 niet meer gelijkvloers over te steken. Het weghalen van deze gelijkvloerse kruising voor fietsers zorgt voor het autoverkeer voor een vlottere doorstroming. Voor voetgangers blijft het wel mogelijk om vanaf de Bennebroekerdijk naar de Cruquiusdijk (en vice versa) gelijkvoers (middels verkeerslichten) over te steken. De bestaande voetgangerstunnel aan de Heemstedezijde wordt verlengd vanwege de verbreding van brug A. Tevens wordt voor het comfort de toegangspaden tot dit tunneltje verhard. De bestaande olifantenpaden worden verlegd, verlengd en verhard. Het talud wordt hiertoe verbreed. Industrieel, Flexibel en Demontabel De ontwikkeling van de nieuwe Cruquiusbrug is een pilot voor innovatie in de bruggenbouw. Veel bruggen in Nederland zijn de komende decennia toe aan groot onderhoud of vervanging. Niet alleen om technische redenen, ook functioneel stelt het huidige verkeer andere eisen aan een brug om bereikbaarheid en veiligheid in de toekomst te blijven garanderen.

De provincie ziet vervanging van de Cruquiusbrug als een kans om aan de slag te gaan met slimme, innovatieve én duurzame oplossingen die toepasbaar zijn bij alle bruggen die in de toekomst toe zijn aan renovatie of vervanging. Zo wordt brug A en de fietsonderdoorgang zo demontabel mogelijk gerealiseerd conform de principes van Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen, zodat op het moment dat brug B aan vervanging toe is (over 30 jaar) een oplossing als bijvoorbeeld een aquaduct niet onmogelijk is.

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

8/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

Afbeelding 2.2 Nieuw wegontwerp

Hoofdstuk 3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het beleid, voor zover dat op dit plan betrekking heeft, toegelicht. Aangegeven wordt wat de relatie is tussen het plan en het beleid. Daarnaast wordt getoetst of het plan in overeenstemming is met het geldende beleid.

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

9/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De SVIR geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De drie hoofddoelen voor de middellange termijn (2028) zijn: 1. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk hoofdwegennet en waterveiligheid. Het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid worden meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Het Rijk wil samen met de decentrale overheden werken aan een robuust en samenhangend mobiliteitssysteem. Voor het verbeteren van de bereikbaarheid zet het Rijk in op een beleidsmix van slim investeren, innoveren en in stand houden.

3.1.1.1 Toetsing Het relevante nationale belang voor de ontwikkelingen die met dit PIP worden mogelijk gemaakt, is nationaal belang 5: een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen. Investeringen moeten ‘slim’ gedaan worden: over de modaliteiten heen en niet alleen op basis van verkeerskundige principes, maar ook kijkend naar de gebruiker en het ruimtelijk-economisch functioneren van de regio's en Nederland als geheel. Het nationale doel voor wat betreft verkeersveiligheid is als volgt omschreven: permanente verbetering van de verkeersveiligheid om het aantal verkeersdoden en ernstige verkeersgewonden terug te dringen. De voorgenomen vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug houdt onder andere in dat het fiets- en voetpad verbreed wordt en gescheiden van het autoverkeer. Het maakt de N201 robuuster (verbetering doorstroming) en verkeersveiliger. Tevens komt er een nieuwe fietsonderdoorgang aan de Haarlemmermeerzijde, wat ook een investering in de verkeersveiligheid betreft. 3.1.1.2 Conclusie De vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug is passend binnen het de SVIR.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regelt de juridische implementatie van de kaderstellende uitspraken uit de SVIR ten aanzien van de dertien daarin genoemde nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in ruimtelijke plannen (zoals een PIP) te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan de versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 3.1.2.1 Toetsing De voorgenomen vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug kan niet worden geschaard onder een van de nationale belangen beschreven in het Barro. Van belemmering van de nationale belangen is dan ook geen sprake. 3.1.2.2 Conclusie De vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug staat de nationale belangen van het Barro niet in de weg.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Deze regeling staat beschreven in artikel 3.1.6 Bro. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt via een inpassingsplan, bestemmingsplan, uitwerkings- of wijzigingsplan, of een omgevingsvergunning. Zo bevat een dergelijk plan een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het plan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

10/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Mede aan de hand van jurisprudentie is duidelijk welke ontwikkelingen al dan niet worden aangemerkt als (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. 3.1.3.1 Toetsing Voorliggend PIP betreft het mogelijk maken van de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug. Dit is geen stedelijke ontwikkeling en hoeft daarom niet getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3.2 Conclusie De laddertoets is niet van toepassing.

3.1.4 Omgevingswet 2022 Naar verwachting treedt de Omgevingswet (Ow) op 1 januari 2022 in werking. De Omgevingswet betreft een wet die een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt, door tientallen op dit moment vigerende wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De wet betekent een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed. Het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt de verhouding tussen nieuwe en bestaande regelgeving. De IOw en de Ow bevat tevens het overgangsrecht voor de kerninstrumenten van de Ow: de Omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan, de omgevingsverordening en waterschapsverordening, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning, het projectbesluit en instructieregels. De uitwerking van het overgangsrecht kan overigens nog wijzigen in aanloop richting inwerkingtreding.

3.1.4.1 Dit provinciaal inpassingplan in relatie tot de Omgevingswet Op het moment van inwerkingtreding van de Ow, gaat dit PIP op grond van artikel 4.6 onderdeel I Invoeringswet Omgevingswet op in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan van de gemeente, mits de officiële procedure (terinzagelegging) van het ontwerp-PIP voor inwerkingtreding van de Ow is gestart. Opname in het omgevingsplan gebeurt direct bij de inwerkingtreding van de Ow, of, als het PIP nog in procedure is, op het moment dat het onherroepelijk is geworden. Specifiek met betrekking tot de bevoegdheden tot (1) het verlenen van een omgevingsvergunning of (2) het vaststellen van een nieuw plan verandert de Omgevingswet de situatie niet: Provinciale staten kunnen bij besluit bepalen dat gedeputeerde staten beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning. De provincie Noord-Holland maakt van deze mogelijkheid, beschreven in artikel 3.26 lid 4 Wro, geen gebruik. Dat betekent dat de gemeente, net als bij bestemmingsplannen, voor het verlenen van omgevingsvergunningen op grond van dit PIP bevoegd gezag is. Dit is in artikel 12.2 van het bestemmingsplan ook nog expliciet opgenomen. In artikel 3.26 lid 5 Wro staat dat de gemeente tot 10 jaar na vaststelling geen bestemmingsplan mag vaststellen op het plangebied van het PIP, tenzij het PIP wat anders aangeeft.

In de regels van het PIP is in artikel 13.1 de bevoegdheid tot het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan door de gemeenteraden van de gemeenten Haarlemmermeer en Heemstede onder voorwaarden opgenomen. Op grond van artikel 4.105 van de Invoeringswet Omgevingswet is opgenomen dat de gemeenteraad in het omgevingsplan geen regels stellen die in strijd zijn met het inpassingsplan. Deze verplichting geldt tevens voor 10 jaar, behalve als in het inpassingsplan iets anders is geregeld. 3.1.4.2 Conclusie Dit PIP gaat ter inzage voor de invoering van de Ow. Dat betekent de huidige wetgeving geldt voor dit PIP. Op het moment dat de Ow in werking treedt zal dit PIP opgaan in het omgevingsplan van de gemeente Heemstede en Haarlemmermeer.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De provincie Noord-Holland wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

11/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. In de visie zijn vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd; 2. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijft de provincie hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht; 3. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden; 4. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie; 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. 3.2.1.1 Toetsing De provincie Noord-Holland heeft hoge ambities voor de nieuwe Cruquiusbrug.

De nieuwe brug wordt circulair, energiezuinig en zo onderhoudsarm mogelijk gebouwd. Circulair bouwen betekent efficiënt en slim omgaan met grondstoffen en materialen zoveel als mogelijk hergebruiken. Het zo onderhoudsarm mogelijk bouwen van de brug levert in de toekomst minder hinder voor het verkeer op. 3.2.1.2 Conclusie De vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug is passend in beweging 4 van de Omgevingsvisie ‘nieuwe energie’. 3.2.1.2.1 Note Met de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie NH2050 zijn een aantal strategische plannen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Noord-Holland vervangen. De structuurvisie Noord-Holland 2040 en het provinciaal Verkeers- en Vervoerplan zijn met inwerkingtreding van de Omgevingsvisie NH2050 vervallen en worden daarom niet behandeld in dit hoofdstuk ‘Beleidskader’.

3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op dit moment is de provincie bezig met het opstellen van de eerste integrale Omgevingsverordening. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Op 14 februari 2020 hebben Gedeputeerde Staten de ontwerp-Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze lag van 18 februari tot 10 april 2020 ter inzage. Na de termijn voor het indienen van opmerkingen reageren Gedeputeerde Staten op de reacties. Provinciale Staten stellen vervolgens de Omgevingsverordening NH2020 al dan niet gewijzigd vast. De verwachting is dat Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 op 5 oktober 2020 vaststellen. 3.2.2.1 Conclusie Omdat de Omgevingsverordening nog niet in werking is getreden, wordt het initiatief van dit PIP niet hieraan getoetst. De Provinciale Ruimtelijke Verordening op dit moment vigerend, de volgende paragraaf gaat hierop in.

3.2.3 Provinciale Ruimtelijke Verordening In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. De laatste wijziging van de PRV is op 27 mei 2019 door Provinciale Staten vastgesteld. Strikt genomen is de PRV niet van toepassing op provinciale projecten: de PRV schrijft namelijk voor waaraan de inhoud van (gemeentelijke) bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen voor afwijken van het bestemmingsplan en beheersverordeningen moeten voldoen. Het gaat daarbij om thema's over bebouwingscontouren, ecologische hoofdstructuur, agrarische bedrijven, kantoren, bedrijventerreinen, detailhandel, waterkeringen et cetera. Echter omdat Provinciale Staten bij het vaststellen van het PIP in beginsel gebonden zijn aan het in de PRV neergelegde ruimtelijke beleid, wordt in deze paragraaf het PIP voor de Cruquiusbrug ook aan de PRV getoetst. Op het plangebied zijn drie zaken uit de PRV van toepassing: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

12/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

1. ruimtelijke kwaliteitseis (artikel 15 PRV, nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied); 2. natuurverbinding - Ecologie (artikel 19 PRV, Natuurnetwerk Nederland en natuurverbindingen); 3. kleinschalige oplossingen voor duurzame energie (artikel 32 PRV, Windturbines).

Afbeelding 3.1 Uitsnede kaart PRV artikel 19

Afbeelding 3.2 Uitsnede kaart PRV artikel 32

3.2.3.1 Toetsing Artikel 15 van de PRV betreft de regel 'Een bestemmingsplan (in dit kader kan hier ook 'PIP' gelezen worden) kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie'. In het https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

13/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

'ambitiedocument integraal ontwerp Cruquiusbrug' heeft de provincie Noord-Holland een kader is vastgesteld voor de gewenste (ruimtelijke) kwaliteit. Dit kader is in het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 13) nader uitgedetailleerd en vertaald naar ruimtelijke inrichtingsmaatregelen, eisen en specificaties. In de paragraaf 4.9 Ruimtelijke inpassing en cultuurhistorie wordt dit nader toegelicht. Artikel 19 van de PRV verplicht bestemmingsplannen gelegen in de gebieden aangeduid als natuurnetwerk Nederland of als natuurverbinding (kaart 4 Natuurverbinding - Ecologie) tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden. In paragraaf 4.5.1 onder het kopje ‘Natuurnetwerk Nederland’ wordt onderbouwd dat de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug van dit PIP de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de op kaart 4 aangegeven gebieden niet in de weg staat. Aan artikel 19 van de PRV wordt voldaan. Artikel 32 van de PRV verbiedt bestemmingsplannen te voorzien in bestemmingen en regels die het bouwen of opschalen van een of meer windturbines mogelijk maken. Dit PIP maakt geen windturbines mogelijk, waarmee aan artikel 32 van de PRV wordt voldaan. 3.2.3.2 Conclusie Artikel 15, 19 en 32 van de PRV zijn voor dit PIP relevant. Aan alle drie artikelen wordt voldaan.

3.2.4 Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023 In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023 zijn in hoofdstuk 9 de projecten in studie-, plan- realisatie- en nazorgfase opgenomen. Het groot onderhoud aan de N201a en de vervanging van de Cruquiusbrug is opgenomen in dit meerjarenprogramma. De omschrijving van het project is in tabel 3.1 weergegeven. Project- Soort nr. project N20129a

Omschrijving project

TrajectTrajectbenadering groot onderhoud N201a, Cruquiusbrug, gemeente Heemstede en benadering Haarlemmermeer De vervanging van de Cruquiusbrug (brug A) was onderdeel van de trajectbenadering N201a. Gelijktijdig met de vervanging wordt brug A verbreed en een onderdoorgang voor fietsers aangelegd om een veiligere en betere doorstroming te realiseren.

Fase Realisatie

Tabel 3.1 Omschrijving trajectbenadering 3.2.4.1 Toetsing In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023 wordt de vervanging en uitbreiding van de Cruquiusbrug benoemd als onderdeel van een project. Dit PIP betreft de planologisch-juridische borging van de vervanging en uitbreiding van de Cruquiusbrug. 3.2.4.2 Conclusie Het PIP faciliteert (en is dus in overeenstemming met) het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Beleidskader Mobiliteit Op 12 december 2017 is het Beleidskader Mobiliteit van de Vervoerregio Amsterdam (VRA) vastgesteld door de regioraad van VRA. Het beleidskader geeft richting aan de activiteiten en investeringen van de VRA voor de komende jaren aan hand van vijf strategische opgaven: 1. van modaliteit naar mobiliteit: een betere integratie van de verschillende vervoerwijzen; 2. naar een CO2-neutraal mobiliteitssysteem: meer aandacht voor duurzaamheid en leefbaarheid; 3. een prettige en veilige reis: meer aandacht voor comfort, beleving, veiligheid en informatie; 4. mobiliteit en omgeving passen bij elkaar: meer aandacht voor inpassing en ruimtelijke kwaliteit; 5. nabijheid van dagelijkse activiteiten versterken: ondersteuning van verdichtingsopgaven. 3.3.1.1 Toetsing Dit PIP maakt de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug (in de N201) mogelijk. Hierbij wordt onder andere het fietsen voetpad verbreed en gescheiden van het (vracht)autoverkeer. In het algemeen past dit binnen strategische opgave 1, waar er onder https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

14/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

andere wordt ingezet op het optimaliseren van het regionale fietsverkeer en de doorstroming van het autoverkeer. Daarnaast draagt het bij aan strategische opgave 3, waar onder andere op het vergroten van de verkeersveiligheid door het verbeteren van de infrastructuur wordt ingezet. Meer specifiek is de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug tevens opgenomen in de Investeringsagenda Mobiliteit van de VRA. 3.3.1.2 Conclusie De vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug draagt bij aan twee strategische opgaven van het Beleidskader Mobiliteit en is opgenomen in de Investeringsagenda Mobiliteit van de VRA.

3.3.2 Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland Elke gemeente in Zuid-Kennemerland probeert al langer een bijdrage te leveren aan een betere bereikbaarheid. Gezien het gemeentegrensoverschrijdende karakter van de problematiek is meer nodig om tot echte antwoorden te komen. Bereikbaarheidsproblemen trekken zich immers niets aan van gemeentegrenzen. Samenwerking is dan ook onontbeerlijk. De bereikbaarheidsvisie is opgesteld door alle gemeenten in Zuid-Kennemerland, te weten: Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede, Heemstede en Zandvoort. De visie is een doorkijk naar 2030 met daarin een aantal belangrijke speerpunten: een volwaardige ringstructuur voor de auto rond de regio; een volwaardige ringstructuur voor de auto rond Haarlem; Hoogwaardig Openbaar Vervoer in Haarlem en de regio. 3.3.2.1 Toetsing Dit PIP maakt de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug mogelijk. Hierbij wordt onder andere het fiets- en voetpad verbreed en gescheiden van het (vracht)autoverkeer. Dit verbetert de doorstroming voor het (vracht)autoverkeer, maakt de N201 verkeersveiliger en draagt bij aan een betere bereikbaarheid van de regio. 3.3.2.2 Conclusie Dit PIP draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen zoals geformuleerd in de Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland.

3.4 Gemeentelijk beleid Haarlemmermeer Het relevante beleid van de gemeente Haarlemmermeer betreft de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer en de Visie Ringdijk en Ringvaart. Deze worden in de navolgende paragrafen toegelicht.

3.4.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 De op 18 oktober 2012 vastgestelde Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 beschrijft de belangrijke ambities, speerpunten en opgaven voor Haarlemmermeer in de periode tot 2030. De structuurvisie is een belangrijk document dat de kaders stelt voor de ontwikkeling van Haarlemmermeer. De visie heeft een sterke doorwerking in het sectorale beleid. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend; duurzaam en klimaatbestendig; fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving; blijvend gepositioneerd als attractieve ontmoetingsplaats. De structuurvisie beschrijft de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samen te vatten in zes kernpunten: 1. een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem; 2. energie als speerpunt; 3. netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut; 4. synergie met Schiphol; 5. ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties; 6. cultuurhistorie en diversiteit als drager. https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

15/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

3.4.1.1 Toetsing Dit PIP maakt de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug mogelijk. Dit is in overeenstemming met kernpunt 3 Netwerk (keten)mobiliteit: het versterken van de auto- en fietsinfrastructuur. 3.4.1.2 Conclusie Dit PIP is in overeenstemming met de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030.

3.4.2 Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer De mobiliteitsvisie Haarlemmermeer is in december 2018 vastgesteld door de raad. Mobiliteit is van vitaal belang voor het functioneren van Haarlemmermeer. Haarlemmermeer is een goed bereikbare gemeente. Het behouden van de bereikbaarheid is de komende decennia niet vanzelfsprekend. Hert aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in omliggende gemeenten. De druk op de verkeers- en vervoersnetwerken zal toenemen. Het doel is om de groei van mobiliteit te faciliteren, gerelateerd aan de ruimtelijke ontwikkelingen. De reiziger krijgt hierin keuzevrijheid, hij kan zelf het beste bepalen met welke modaliteit(en) hij het beste zijn reis kan maken. Drie specifieke aandachtspunten in Haarlemmermeer zijn de snelle economische groei in de metropoolregio, de toenemende verkeersstromen van en naar de luchthaven en de versnellingsopgave van de woningbouw in Haarlemmermeer. In de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer zijn tien ambities benoemd voor het behouden van de bereikbaarheid en mobiliteit: 1. vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; 2. ruimte voor innovatie voor het ‘nieuwe bewegen’; 3. een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; 4. bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; 5. mobiliteit met oog voor de leefomgeving; 6. veilig bewegen; 7.

evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; 8. mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, Rijk en bedrijfsleven; 9. faciliteren van schone en stille mobiliteit; 10. monitoring en indicatoren. 3.4.2.1 Toetsing Dit PIP maakt de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug mogelijk. Hierbij wordt onder andere het fiets- en voetpad verbreed en gescheiden van het (vracht)autoverkeer. Dit verbetert de doorstroming voor het (vracht)autoverkeer en maakt de N201 verkeersveiliger. Tevens komt er een nieuwe fietsonderdoorgang aan de Haarlemmermeerzijde, wat ook een investering in de verkeersveiligheid betreft. 3.4.2.2 Conclusie Dit PIP draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen zoals geformuleerd in het Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer.

3.4.3 Visie Ringdijk en Ringvaart In de Visie Ringvaart en Ringdijk wil de gemeente Haarlemmermeer in samenspraak met direct betrokkenen, bewoners en bedrijven, en de verantwoordelijke overheden de kwaliteiten en kansen van de ringdijk en ringvaart beter benutten en zo mogelijk een verbetering of oplossing bewerkstelligen voor de problemen die door de bewoners worden ervaren op het vlak van ruimtelijke kwaliteit, inrichting, gebruik en functioneren. Uit onder andere de resultaten van participatie kwam naar voren dat de veiligheid en leefbaarheid op de dijk de belangrijkste onderwerpen zijn voor de bewoners van de dijk. Daarnaast zijn bewoners trots op hun stuk dijk, ze hebben oog voor de kwaliteiten zoals de herkenbaarheid van de dijk, de uitzichten op het water, de historische bebouwing, de kansen voor recreatie en toerisme, etc. De gemeente Haarlemmermeer wil van de ringdijk en ringvaart een veilige en aantrekkelijke voordeur van de Haarlemmermeerpolder maken. De basis van de ringdijk is een veilig en rustige dijk met heldere en gelijke verkeersoplossingen over de hele dijk, mogelijkheden voor passerende boten om aan te leggen en aan wal te gaan. Diversiteit zit in de ligging, de omgeving aan beide zijden van de vaart, de historie en de bijzondere plekken aan de dijk. Dit zijn niet alleen de bestaande parels, maar ook nieuwe plekken die voor elk dorp karakteristiek zijn.

Deze ambitie is vertaald in de volgende uitgangspunten: identiteit, historie en herkenbaarheid van ringdijk en ringvaart versterken; https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

16/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

veiligheid en leefbaarheid op de dijk vergroten; benutten van de kansen voor recreatie en toerisme; verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende overheden. 3.4.3.1 Toetsing De ringvaart van de Haarlemmermeerpolder en de dijk (Bennebroekerdijk en Cruquiusdijk) zijn gelegen binnen het plangebied van dit PIP. Dit PIP maakt de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug mogelijk. Hierbij wordt onder andere het fiets- en voetpad verbreed en gescheiden van het (vracht)autoverkeer. Dit verbetert de doorstroming voor het (vracht)autoverkeer en maakt de N201 verkeersveiliger. Tevens komt er een nieuwe fietsonderdoorgang aan de Haarlemmermeerzijde voor fietsers van de Bennebroekerdijk en Cruquiusdijk (en vice versa) wat ook verbetering van de leefbaarheid verkeersveiligheid betreft. De plannen die met dit PIP worden mogelijk gemaakt dragen daarom bij aan uitgangspunt 2 van de Visie Ringvaart en Ringdijk: veiligheid en leefbaarheid op de dijk vergroten. 3.4.3.2 Conclusie Dit PIP draagt bij aan het bereiken van de ambities zoals geformuleerd in de Visie Ringvaart en Ringdijk.

3.5 Gemeentelijk beleid Heemstede Het relevante beleid van de gemeente Heemstede betreft het Collegeakkoord 2018-2022. De gemeente Heemstede beschikt niet over een gemeentelijke structuurvisie. De omgevingsvisie Heemstede is nog in opmaak, waarvoor de gemeenteraad op 20 juni 2019 de basis heeft vastgesteld. Dit PIP wordt daarom getoetst aan het Collegeakkoord 2018-2022, waarin de visie van de gemeente Heemstede staat over de fysieke leefomgeving. Naast het Collegeakkoord 2018-2022 heeft de gemeente Heemstede samen met de gemeente Haarlem, Bloemendaal, Haarlemmerliede & Spaarnwoude en Zandvoort (de gemeenten in Zuid-Kennemerland) de ‘Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland’ opgesteld. Deze visie werd reeds behandeld in paragraaf 3.3.2.

3.5.1 Collegeprogramma 2018-2022 Het college van de gemeente Heemstede werkt aan een openbare ruimte die uitnodigt tot lopen, fietsen, buitenspelen en ontmoeten; aan wijken waar plaats is voor iedereen. De ruimtelijke veranderingen die een energieneutrale, circulaire economie met zich meebrengt, wil de gemeente zo goed mogelijk inpassen in het landschap, met respect ook voor de leefomgeving van dieren. Tevens wil de gemeente de kansen benutten die het realiseren van een schone leefomgeving biedt voor nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid. De visie op de fysieke leefomgeving heeft de gemeente Heemstede onderverdeelt in de volgende thema’s: volkshuisvesting, stedelijke vernieuwing, ruimtelijke ordening; verkeer, openbare ruimte, vervoer en waterstaat; milieu, duurzaamheid, afval; natuur en groen in de wijk. 3.5.1.1 Toetsing Voor dit PIP is thema 2 ‘Verkeer, openbare ruimte, vervoer en waterstaat’ relevant. Hierin staat onder andere beschreven dat aandacht uitgaat naar een betere doorstroming van het verkeer en het verder realiseren van veilige fietsroutes, met zoveel mogelijk vrijliggende fietspaden. Bij de vervangings- en onderhoudsopgave van de Cruquiusbrug wordt het fiets- en voetpad verbreed en gescheiden van het autoverkeer. Dit verbetert de doorstroming voor het autoverkeer en maakt de N201 verkeersveiliger voor fietsers en voetgangers.

3.5.1.2 Conclusie Dit PIP draagt bij aan het realiseren van de visie zoals geformuleerd in het Collegeprogramma 2018-2022.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten In het kader van de provinciale besluitvorming dient bij een PIP door middel van een integrale ruimtelijke benadering nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de consequenties van het plan voor de omgeving en omwonenden. Het bevoegd gezag is namelijk https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

17/58

7-1-2021

Cruquiusbrug: Toelichting

verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de bespreking van diverse omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen. Hiermee wordt tevens de uitvoerbaarheid van dit PIP aangetoond. De omgevingsaspecten die in dit hoofdstuk aan bod komen, zijn: m.e.r.-(beoordelings)plicht; verkeer; geluid; luchtkwaliteit; natuur; water; (water)bodem; archeologie; cultuurhistorie; bedrijven en milieuzonering; externe veiligheid; kabels en leidingen.

4.1 M.e.r.-(beoordelings)plicht Voor elk besluit dat betrekking heeft op een activiteit of activiteiten die voorkomen op de C of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

4.1.1 Wettelijke grondslag Het voornemen van dit PIP komt voor op de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Er sprake is van: ‘de wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg’ (categorie D1.2 Besluit m.e.r). Omdat de wijzigingen aan de Cruquiusbrug niet over een tracélengte van 5 kilometer of meer worden gedaan, valt het voornemen onder de drempelwaarde van de D-lijst. Voor projecten onder de drempelwaarde geldt (minimaal) een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Tevens is uit stikstofdepositieberekeningen gebleken dat negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie door het voornemen van dit PIP op voorhand niet uit te sluiten zijn. Om verder op deze effecten in te gaan is een ecologische toets uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de berekende stikstofdepositie(toename) in de uitvoeringsfase van de werkzaamheden zodanig klein is, en tevens tijdelijk is, dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Vervolgonderzoek in de vorm van een passende beoordeling (waarin dieper ingegaan zou worden op de gevolgen voor natura 2000-gebieden) is niet nodig.

Uit artikel 7.2a van de Wet milieubeheer volgt dat bij het ontbreken van de noodzaak voor een passende beoordeling, het opstellen van een Plan-m.e.r. niet verplicht is. Het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is voldoende. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in de volgende paragraaf van onderhavig rapport.

4.1.2 Resultaten m.e.r.-beoordeling In onderstaande tabel zijn de resultaten van de m.e.r.-beoordeling opgenomen. De beoordeling wordt uitgevoerd op basis van de criteria uit bijlage III van de m.e.r.-richtlijn. Project

Project Cruquiusbrug

1. kenmerken van het project omvang van het project

omvang van het project De Cruquiusbrug bestaat uit twee delen: brugdeel A (het meest oostelijke deel) en brugdeel B. De aanleiding van het project is de vervangingsopgave die speelt bij brug A. Deze brug dateert uit 1932 en is op dit moment aan het einde van zijn levensduur. De brug wordt daarom vervangen en verbreed met een vrijliggend fiets- en voetpad. Aan de Haarlemmermeerzijde komt een nieuwe fietsonderdoorgang (zuidzijde). Dit zorgt voor een veiligere situatie en een verbetering van de doorstroming van het verkeer op de N201. Brug B dateert uit de jaren ‘70 van de vorige eeuw en dient te worden onderhouden voor een restlevensduur van tenminste 30 jaar. Om na deze periode een oplossing als bijvoorbeeld een aquaduct niet onmogelijk te maken, worden brug A en de fietsonderdoorgang zo demontabel mogelijk gerealiseerd conform de principes van Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen. Tot slot wordt aan de Heemstedezijde de bestaande voetgangerstunnel verlengd en worden de toegangen tot de voetgangerstunnel verhard. De bestaande ‘olifantenpaden’ worden verlegd, verlengd en verhard. Het talud wordt hiertoe verbreed.

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01/t_NL.IMRO.9927.IPCRUQUIUSBRUG-ON01.html

18/58

7-1-2021

cumulatie met andere projecten

Cruquiusbrug: Toelichting

Ten zuidoosten van het plangebied, op circa 500 m afstand, wordt Cruquius Wickevoort gerealiseerd, een bouwplan van circa 1.000 woningen. Op 22 maart 2018 is het vastgestelde bestemmingsplan Cruquius Wickevoort onherroepelijk geworden (verbeelding bestemmingsplan op onderstaande afbeelding, Cruquiusbrug in rode cirkel). De bouw van de eerste woningen start naar verwachting medio 2020. De eerste woningen van fase 1 worden opgeleverd medio 2021. Voor onderhavig project Cruquiusbrug geldt de volgende globale planning. Het definitieve PIP zal naar verwachting voorjaar 2021 worden vastgesteld. De uitvoeringsfase staat voor de periode 2022-2023 gepland.

Er is geen directe samenhang tussen de projecten. De projecten zijn geen onderdeel van eenzelfde project, programma of plan. Het ene project is niet nodig om het andere project uit te voeren. Het ruimtebeslag overlapt niet. Wel vinden werkzaamheden plaats op korte afstand, en naar verwachting in dezelfde periode, plaats. Voor het onderwerp cumulatie worden de volgende conclusies en aanbevelingen getrokken: 1. De effecten van de brug zijn qua aard en omvang kleiner dan die van de woonwijk. De effecten bereiken geen kritische grens. Er is daarom geen aanleiding dat deze samen met de woonwijk tot belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen leiden. Wel zal zekerheidshalve afstemming tussen beide projecten plaatsvinden op de volgende aspecten: · Vleermuizen en houtopstanden: het moment van de ingrepen en de wijze van mitigatie en compensatie zal moeten worden afgestemd. Met name wanneer er in het noordwesten van het plangebied voor de woonwijk wordt gewerkt. Daardoor wordt ervoor gezorgd dat soorten tijdig en voldoende uitwijkmogelijkheden krijgen wanneer er parallel wordt gewerkt. Er worden maatregelen getroffen die passend zijn voor beide projecten; · Aanlegfase / bouwwerkzaamheden: om zeker te zijn dat er geen sprake is van cumulatie op het gebied van verkeershinder, geluidshinder of luchtkwaliteit, zal de fasering van de bouwwerkzaamheden op elkaar moeten worden afgestemd. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=3df5171e-c59a-4e6e-89da-5b1cde54c271