CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

12926740 nota Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 19 februari 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIEDEBAT 1 – Raadzaal 19.30 – 21.00 uur: NOTA Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen (12926740)5.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

nota van B&W

Onderwerp

Portefeuillehouder Collegevergadering Inlichtingen Registratienummer

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker 20 januari 2026 Marijevan Montfoort 12926740

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college heeft besloten om: 1. de startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen vast te stellen met de voorgestelde beleidsuitgangspunten en het bijbehorende voorkeursscenario. 2. onder voorbehoud dat de raad € 225.000 beschikbaar stelt bij de integrale afweging van de Voorjaarsrapportage 2026. 3. deze nota ter bespreking aan te bieden aan de raad. 2.

Samenvatting

Deze startnotitie is bedoeld als startpunt om te komen tot nieuw sportaccommodatiebeleid. In het nieuwe sportaccommodatiebeleid leggen we de visie op toekomstbestendige sportaccommodaties vast en geven we richting aan de keuzes en maatregelen die genomen moeten worden om de sport en beweegvoorzieningen toekomstbestendig te maken en te houden. De concrete maatregelen en financiële consequenties werken we uit in een Integraal huisvestingsplan (IHP) sport en bewegen. De beleidsuitgangspunten zijn: • er is voldoende capaciteit aan sportvelden per kern. Tekorten aan velden bij de ene vereniging worden indien mogelijk opgevangen bij andere verenigingen in dezelfde kern; • de huidige sportaccommodaties blijven dicht bij de inwoners en zoveel mogelijk in de wijk en op de huidige locatie; • de capaciteit van buitensportaccommodaties wordt optimaal benut, de wedstrijddagen worden verlengd en er is minder leegstand van velden op zondag; • we investeren in multifunctioneel gebruik van de gemeentelijke sportaccommodaties; • we ondersteunen verenigingen bij het verduurzamen en moderniseren van hun clubgebouw; • we investeren in extra sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte; • we maken ruimte voor nieuwe sporten en/of sportverenigingen.

Er zijn drie scenario's uitgewerkt met concrete voorstellen waarmee we nu en in de toekomst kunnen voldoen aan de capaciteitsbehoeften van onze sportende inwoners. Scenario 'investeren in intensiveren' (scenario 2) heeft onze voorkeur. In dit scenario leggen we geen

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

Pagina 2

extra velden aan in PARK21, maar investeren we in het intensiever gebruik van de bestaande sportparken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat er tot en met 2050 geen extra sportvelden nodig zijn als de speeldagen worden verlengd en er meer wedstrijden op zondag worden gespeeld. Daarnaast investeren we in multifunctioneel gebruik van buitensportaccommodaties en sporthallen. Zo kunnen deze een grotere maatschappelijke rol vervullen en bijdragen aan de samenredzaamheid van inwoners. Middels een subsidie ondersteunen we sportverenigingen bij het onderhoud en de verduurzaming van hun clubgebouwen. We stimuleren en faciliteren sport en bewegen in de openbare ruimte door de aanleg van extra voorzieningen. Met dit scenario kunnen we de meeste maatschappelijke meerwaarde realiseren voor een groter deel van onze inwoners. Tevens sluit dit scenario het beste aan bij de beleidsuitgangspunten. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Er zijn voldoende sport- en beweegvoorzieningen zodat al onze inwoners voldoende én aantrekkelijke mogelijkheden hebben om te sporten en te bewegen. Onder sport- en beweegvoorzieningen verstaan we de gemeentelijke binnensportaccommodaties, de buitensportaccommodaties en de sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. Zie tabel 1 voor een verdere toelichting van de verschillende begrippen. Begrip

Toelichting

Binnensportaccommodaties

Gemeentelijke gymzalen, sportzalen, sporthallen en zwembaden. De sportparken waar onze verenigingen gebruik van maken. Een sportpark omvat de voorzieningen van één of meerdere sportverenigingen. Het betreft het geheel aan gemeentelijke sportvelden en de clubgebouwen van de sportverenigingen. Bijvoorbeeld: outdoor fitness en calisthenics toestellen, wandel-, fiets- en MTB-routes, basketbalveldjes, skatebanen

Buitensportaccommodaties Sportpark

Sport- en beweegvoorzieningen in openbare ruimte Tabel 1: Toelichting begrippen Wat is de aanleiding?

We vinden het belangrijk dat er voldoende sport- en beweegvoorzieningen zijn in onze gemeente. In diverse beleidsdocumenten, de Sport- en Beweegvisie 2019-2029 (2019.00036310), het Speelruimtebeleid (2021.000181), de Visie landschap en recreatie (2021.0002744) en de Omgevingsvisie gemeente Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036), wordt het belang van voldoende sport- en beweegvoorzieningen benadrukt. Het is echter de verwachting dat er als gevolg van de schaalsprong tekorten aan sport- en beweegvoorzieningen gaan ontstaan. We ontvangen nu al signalen van sportverenigingen die kampen met een tekort aan trainingsvelden. Onderzoek van het Muller Instituut (bijlage 2) bevestigt bovendien dat er groeiende tekorten aan sportvelden gaan ontstaan als we de sportvelden blijven gebruiken op de manier zoals de verenigingen dat nu doen. Het ontbreekt ons nu echter aan duidelijke richtlijnen of beleidskaders die richting geven aan het maken van keuzes en bijbehorende investeringen om in de toekomst te kunnen blijven voorzien in voldoende en passende sport­ en beweegvoorzieningen. Een consequentie van het ontbreken van duidelijke richtlijnen en beleidskaders is ook dat twee sportverenigingen in onzekerheid verkeren over de toekomst van hun sportpark. Voetbalvereniging UNO (vv UNO) en rugbyclub (rc) Haarlemmermeer Hawks zijn tot 2029 gevestigd op een tijdelijke locatie.

Tot op heden is niet besloten of zij daar kunnen blijven, of

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

Pagina 3

dat zij moeten verhuizen. Deze onduidelijkheid brengt verschillende problemen met zich mee voor de verenigingen en hun leden. In het nieuwe sportaccommodatiebeleid willen we op basis van de beleidsuitgangspunten vastleggen hoe we om willen gaan met deze verenigingen. Welk doel wordt nagestreefd?

Om investeringsbeslissingen te kunnen nemen voor het toekomstbestendig maken en houden van de sport- en beweegvoorzieningen, is aanvullend beleid nodig. We stellen daarom voor om sportaccommodatiebeleid op te stellen. In dit beleid werken we onze visie op de toekomst van gemeentelijke sport- en beweegvoorzieningen uit en leggen we beleidsuitgangspunten vast die richting geven aan keuzes en investeringen. De concrete maatregelen en financiële consequenties werken we uit in een Integraal huisvestingsplan (IHP) sport en bewegen. Het IHP sport en bewegen vervangt het IAP binnensport (2024) en IAP buitensport (concept), zie bijlage 4 en 5. We willen met deze startnotitie bereiken dat de raad vooraf betrokken wordt bij het proces om te komen tot nieuw sportaccommodatiebeleid. We willen de raad op basis van deze startnotitie een discussiedocument bieden op grond waarvan de raad richtinggevende uitspraken kan doen. Vervolgens betrekken wij deze uitspraken bij het opstellen van het sportaccommodatiebeleid en het IHP sport en bewegen. 3.2

Wat gaan we daarvoor doen?

In deze startnotitie komen de volgende onderwerpen aan de orde: A. een onderbouwing van de beleidsuitgangspunten; B. de beleidsuitgangspunten; C. scenario's; D. onderbouwing voorkeursscenario; E. de kanttekeningen en risico's van het voorkeursscenario; F. vervolgstappen in het proces om te komen tot sportaccommodatiebeleid. Hieronder gaan wij op deze onderwerpen in. A. Onderbouwing beleidsuitgangspunten

De beleidsuitgangspunten zijn gebaseerd op huidig beleid, onderzoek en trends en ontwikkelingen. Huidige beleid ten aanzien van sportaccommodaties en sport en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte: In de Sport- en beweegvisie Haarlemmermeer staat het volgende: • in Haarlemmermeer vinden inwoners in hun wijk diverse mogelijkheden om te sporten; • de sportvoorzieningen zijn bereikbaar, toegankelijk, veilig, duurzaam en aantrekkelijk en worden goed benut; • de belangrijkste randvoorwaarden voor inclusief sporten en bewegen zijn verbeterd. Onderzoek Er zijn door het Mulier Instituut een tweetal onderzoeken uitgevoerd waarvan de resultaten bepalend zijn voor het sportaccommodatiebeleid. • De groei van onze gemeente vraagt om extra capaciteit voor de georganiseerde sport In 2024 heeft het Mulier Instituut een behoefteonderzoek sportaccommodaties uitgevoerd. Zij baseerden hun onderzoek op de gemeentelijke bevolkingsprognose van 2023. Uit het onderzoek blijkt dat er met name tussen 2030 en 2040 tekorten aan sportaccommodaties

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

•

Pagina 4

ontstaan als gevolg van de schaalsprong. De schaalsprong van onze gemeente betekent een groei van minimaal 20.000 extra woningen tot 2040. ■ Binnensport Uit het onderzoek blijkt dat onze gemeente relatief weinig sporthallen heeft ten opzichte van landelijke referentiecijfers. Het Muller Instituut hanteert in grootstedelijke gebieden een richtlijn van één sporthal per 17.500 inwoners. Wij hebben nu zeven sporthallen. Dat betekent dat wij momenteel gemiddeld één sporthal per 23.500 inwoners hebben. Zonder extra sporthallen wordt het tekort aan ruimte voor binnensporten alleen maar groter. De binnensportverenigingen hebben op dit moment nauwelijks ruimte om te groeien. ■ Buitensport Voor de buitensport blijkt dat tussen 2030 en 2040 tekorten ontstaan bij enkele verenigingen, met name bij voetbalverenigingen. De grootste knelpunten worden verwacht in Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Niet alle sporten zijn meegenomen in het onderzoek van het Mulier Instituut. Er is bijvoorbeeld een groeiende vraag naar cricketvelden. Op dit moment is er geen cricketvoorziening voor een groep van circa 300 cricketers, bestaande uit met name expats. De capaciteit van de gemeentelijke sportvelden wordt niet optimaal benut De belasting van sportvelden concentreert zich sterk op zaterdag, terwijl op zondag en doordeweeks capaciteit onbenut blijft.

Aanvullend onderzoek van het Mulier Instituut (2025) laat zien dat met een efficiëntere inzet van bestaande voetbalvelden in Hoofddorp en Nieuw-Vennep kan worden voldaan aan de groei tot 2050, zonder aanleg van nieuwe velden. Oplossingen liggen in spreiding van wedstrijden (zondag, vrijdagavond), verlenging van de wedstrijddag van 7,5 naar 9,5 uur op zaterdag en omzetting van grasvelden naar kunstgrasvelden. Een kunstgrasveld heeft een veel grotere belastbaarheid dan een grasveld, zodat er meer wedstrijden op gespeeld kunnen worden. Andere gemeenten hanteren het uitgangspunt dat er geen uitbreiding plaatsvindt voor alleen de zaterdagpiek. Zij sturen actief op het beter benutten van de bestaande capaciteit. Zo geeft de gemeente Utrecht bijvoorbeeld aan: 'Er vindt geen uitbreiding plaats voor alleen de zaterdagpiek. We werken samen met de verenigingen en de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) aan stimulerende maatregelen en het wegnemen van drempels om wedstrijden beter te spreiden. Wanneer dit niet leidt tot substantiële verbetering van de bezetting van de capaciteit, gaan we over tot meer regulering.'

Trends en ontwikkelingen Er zijn een aantal landelijke en lokale trends waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van sportaccommodatiebeleid. • Steeds minder volwassenen sporten bij een sportvereniging De trend dat steeds meer volwassen Nederlanders individueel of bij een commerciële sportaanbieder sporten zien we ook in Haarlemmermeer. Van onze volwassen inwoners sport nog slechts 17% bij een sportvereniging. Het merendeel sport individueel (40%), bijvoorbeeld door te wandelen, zwemmen, fietsen of hardlopen. Ook sport ongeveer 30% bij een commerciële aanbieder. Bij de jeugd liggen de cijfers anders. Van de 10-14 jarigen is ruim 60% lid van een sportvereniging. Na die leeftijd neemt het aantal inwoners dat lid is van een sportvereniging sterk af. Om de niet-sporters te stimuleren om meer te sporten en bewegen en om de individuele sporters te blijven faciliteren, is het noodzakelijk om naast verenigingssport ook te investeren in sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. • Het multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

•

•

•

B.

Pagina 5

Binnen- en buitensportaccommodaties worden nog beperkt multifunctioneel gebruikt. Er liggen kansen om sportaccommodaties sterker te laten bijdragen aan gezondheid, ontmoeting, vergroening en recreatie. Door sportparken toegankelijker en multifunctioneler in te richten en clubgebouwen breder te benutten kan hun maatschappelijke waarde aanzienlijk worden vergroot. Ook sporthallen kunnen veel breder worden gebruikt dan alleen voor sport. Veel andere gemeenten zetten in op het multifunctioneel gebruiken van hun sportaccommodaties. Zo geeft Amsterdam bijvoorbeeld aan: 'Vanwege de verdichting en groei van de stad, en de sociale uitdagingen die dit met zich meebrengt, is het gewenst om slimme combinaties te maken tussen voorzieningen en zo efficiënt mogelijk met voorzieningen om te gaan. Dit geldt ook voor sportparken. Er liggen kansen om beleidsdoelen aan elkaar te koppelen en sportparken nog meer te laten bijdragen aan gezonde, leefbare en inclusieve buurten en wijken. We willen de komende jaren de ontmoetingsfunctie van onze sportparken versterken door ze meer toegankelijk te maken voor de buurt. We transformeren sportparken naar 'parken om in te sporten, bewegen, spelen en recreëren'. Het unieke karakter van de gemeente Haarlemmermeer Haarlemmermeer kent grote verschillen tussen kernen.

In grote kernen lopen verenigingen vaak tegen capaciteitsgrenzen aan, terwijl in kleinere kernen soms sprake is van overcapaciteit. Toekomstbestendige sport- en beweegvoorzieningen vragen daarom om maatwerk per kern. Sportverenigingen staan voor grote uitdagingen bij het toekomstbestendig maken en houden van hun clubgebouwen Sportverenigingen zijn in onze gemeente zelf verantwoordelijk voor hun clubgebouwen (kantine en kleedkamers). In Nederland is ruim 60% van de sportaccommodaties verouderd en toe aan renovatie. Dat beeld zien we ook in onze gemeente. Sportverenigingen hebben te maken met stijgende bouwkosten en afnemende rijksbijdragen. Zo is er door het Rijk flink gekort op de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA). Hierdoor nemen de financiële kosten en risico's voor verenigingen toe. De hogere lasten voor verbouw, renovatie en verduurzaming kunnen uiteindelijk leiden tot contributieverhogingen. We ontvangen de laatste tijd steeds meer vragen en verzoeken van sportverenigingen om hen financieel te ondersteunen bij onderhoud, renovatie en verbouw van het clubgebouw. Verduurzaming gemeentelijke binnensportaccommodaties Sportverenigingen, gemeenten en kennispartners werken samen aan de verduurzaming van de sportsector via de Routekaart Verduurzaming Sport (routekaart).

De ambities van de vier thema's van de routekaart gaan verder dan alleen CCh-reductie: naast een CCh-reductie van 55% in 2030 en 95% in 2050 richt de routekaart zich op milieuvriendelijk beheer van sportvelden, circulair materiaalgebruik en een klimaat adaptieve sportomgeving. De beleidsuitgangspunten

In deze startnotitie leggen we zeven beleidsuitgangspunten voor. 1. Er is voldoende capaciteit aan sportvelden per kern. • Per kern/gebied zijn voldoende sportvelden beschikbaar voor de inwoners. Niet de behoefte per vereniging, maar de behoefte per kern/gebied is hierbij het uitgangspunt. Een tekort aan velden bij de ene vereniging wordt in eerste instantie opgevangen bij omliggende verenigingen die nog wel capaciteit hebben. • We zorgen gemeentebreed voor minimaal twee extra sporthallen. We bouwen alleen een sporthal als er voldoende behoefte is vanuit zowel het bewegingsonderwijs als de binnensportverenigingen. • Bij grote woningbouwontwikkelingen in de focusgebieden van de schaalsprong (zie bijlage 1 voor de focusgebieden uit de Investeringsstrategie Schaalsprong (IVS) 2025)

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

2.

3.

4.

5.

Pagina 6

wordt ruimte gemaakt voor sport- en beweegvoorzieningen. De ruimtereservering voor de sport- en beweegvoorzieningen borgen we in de gebiedsontwikkelingen. De benodigde middelen worden opgenomen in de Investeringsanalyse schaalsprong (IVA). De huidige sportaccommodaties blijven dicht bij de inwoners en zoveel mogelijk in de wijk en op de huidige locatie. • Buitensportaccommodaties worden zo min mogelijk verplaatst naar de rand van de kern. Zij worden bijvoorbeeld alleen verplaatst als gevolg van concrete woningbouwplannen of wanneer de vereniging door wil groeien, maar er bij de vereniging zelf én bij andere verenigingen in de kern geen ruimte is om de groei op te vangen. • Sportverenigingen (onder andere vv UNO en rc Haarlemmermeer Hawks) krijgen de zekerheid dat zij voor langere tijd op hun locatie kunnen blijven. Deze zekerheid hebben ze nodig om te kunnen investeren in hun eigen clubgebouwen en voorzieningen (kantine, kleedkamers, verlichting en verduurzaming et cetera). De capaciteit van de buitensportaccommodaties wordt optimaal benut, de wedstrijddagen worden verlengd en er is minder leegstand op zondag. De tekorten aan sportvelden worden opgevangen op de huidige sportparken door aanpassingen te maken aan de sportparken en velden en door afspraken te maken met de verenigingen en omgeving.

Het betreft onder andere: • het toepassen van de verlengde speeldag (van 7,5 uur naar 9,5 uur) op de zaterdag. Dit geldt voor alle buitensporten maar is vooral bij voetbal van belang; • het uitwijken naar andere wedstrijddagen, zoals bijvoorbeeld de vrijdagavond en zondag; • het omzetten van een natuurgrasveld naar een kunstgrasveld als er sprake is van een tekort aan trainingscapaciteit of om de belastbaarheid en daarmee de capaciteit van de wedstrijdvelden te vergroten. We investeren in multifunctioneel gebruik van de gemeentelijke sportaccommodaties. • Dit beleidsuitgangspunt sluit aan bij de Investeringsstrategie 2023 (7736120) waarin we zeggen: 'We zetten in op multifunctioneel ruimtegebruik in sporthallen, kantines en scholen, en wegen per gebiedsontwikkeling de noodzaak tot uitbreiding van dorps- en wijkcentra af. • We willen een aantal bestaande sportparken ontwikkelen tot multifunctionele sportparken met een centrale maatschappelijke rol in die kern, wijk of buurt. Een open en multifunctioneel sportpark wordt efficiënt gebruikt voor verschillende doeleinden en door diverse doelgroepen. Er is ruimte voor zowel georganiseerde sport als recreatief sporten, bewegen, bewegingsonderwijs en spelen. Het sportpark is groen, (sociaal) toegankelijk, nodigt uit tot ontmoeten en draagt bij aan samenredzaamheid van de buurtbewoners en leefbare wijken.

Op basis van onderzoek en nog vast te stellen criteria bepalen we in welke sportparken we investeren. • We investeren niet alleen in de accommodatie maar ook in toezicht, coördinatie, programmering en activiteiten op de sportparken. Er zijn bijvoorbeeld sportparkmanagers nodig die zorgen voor een goede programmering en coördinatie van gebruikers. Daarnaast kunnen buurtsportcoaches extra activiteiten voor omwonenden organiseren op de sportparken. We ondersteunen verenigingen financieel bij het onderhouden en verduurzamen van hun clubgebouwen. We onderzoeken de mogelijkheden om hiervoor een subsidieregeling op te stellen. Veel van de clubgebouwen zijn verouderd. Er zijn flinke investeringen nodig om de gebouwen weer toekomstbestendig te maken. Met deze subsidie kunnen verenigingen een financiële

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

6.

7.

Pagina 7

bijdrage krijgen voor groot onderhoud, renovatie, vernieuwing of verduurzaming. Een subsidie voor dit doel kan verenigingen ondersteunen bij het renoveren van hun sterk verouderde clubgebouwen. \Ne investeren in extra sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. In een aantal aandachtsgebieden realiseren we extra sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte (fitnesstoestellen, basketbalveldjes et cetera). Waar mogelijk doen we dit op of nabij een bestaand sportpark, op een bestaande bovenwijkse speelplek of nabij een jongeren ontmoetingsplek (JOP). Met aandachtsgebieden bedoelen we de wijken en/of gebieden in Haarlemmermeer met de grootste gezondheidsachterstanden. We sluiten hierbij aan bij het uitgangspunt van de visie Sociale basis: ongelijk investeren voor gelijke kansen. We maken ruimte voor nieuwe sporten en/of sportverenigingen. We stellen een afwegingskader op met uitgangspunten waar een aanvraag van een nieuwe sportvereniging voor nieuwe sportvelden aan moet voldoen. Het gaat hier bijvoorbeeld om de vraag of we wel of niet de cricketsport willen faciliteren. Maar ook waar verzoeken voor het aanleggen van extra sportvelden bij grote woningbouw ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld Lisserbroek en Cruquius, aan moeten voldoen.

De zeven beleidsuitgangspunten zijn voorgelegd aan tien sportverenigingen die kampen met vragen ten aanzien van hun sportpark. Zij waren alle positief. Zij willen vooral zo snel mogelijk duidelijkheid over de toekomst en blijven het liefst op hun huidige locatie. C.

Scenario's

Er zijn in deze startnotitie drie scenario's uitgewerkt (zie tabel 1) met daarin verschillende oplossingen voor de tekorten aan sport- en beweegvoorzieningen, die gaan ontstaan in de periode tot 2040. Voor deze startnotitie zijn we uitgegaan van de verwachte tekorten op basis van de bevolkingsprognose december 2023, omdat deze ook zijn gebruikt voor de onderzoeken uit 2024 en 2025 van het Mulier Instituut. Scenario 1. Investeringsstrategie 2025

2. Investeren in intensiveren

Kenmerken Dit scenario volgt de investeringen en bijbehorende uitgangspunten die zijn opgenomen in de investeringsanalyse schaalspong (IVA) 2025. Kenmerken: 1. Tekorten aan sportvelden (voetbal en rugby) in Hoofddorp en Nieuw-Vennep worden opgevangen op een nieuw groot sportpark (12 ha) met meerdere verenigingen in PARK21. 2. Een aantal sportverenigingen uit Hoofddorp wordt verplaatst en gaan van de wijk naar PARK21. 3. Er wordt alleen geïnvesteerd in sportvoorzieningen in de focusgebieden (zie bijlage 1) die onderdeel zijn van de schaalsprong. In het geval van grootschalige woningbouw (Lisserbroek en Cruquius) maken we ruimte voor nieuwe sporten en/of sportverenigingen. 4. Er wordt vooralsnog niet geïnvesteerd in de groei van andere verenigingen. Voorkeursscenario. 1. Tekorten aan sportvelden in Hoofddorp en Nieuw-Vennep worden opgevangen door de capaciteit van de huidige sportparken te vergroten. 2. Sportverenigingen blijven op hun huidige locatie in de wijk. 3. We investeren in multifunctioneel gebruik en maatschappelijke impact van onze sportparken en sporthallen. 4. Er is aandacht voor alle sportparken en niet alleen voor de sportparken in de focusgebieden van de schaalsprong.

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

Pagina 8

5.

Sportverenigingen krijgen financiële steun bij verduurzaming en renovatie van hun clubgebouwen. 6. Er is extra aandacht voor sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. 7. We maken ruimte voor nieuwe sporten en/of sportverenigingen. Dit scenario is een combinatie van scenario 1 en 2. 3. Combinatie van 1. Tekorten aan sportvelden worden primair opgevangen door de capaciteit van scenario 1 en 2 huidige sportparken te vergroten. 2. Om invulling te geven aan de plannen voor PARK21 (2022.0000326) en de Parken (2017.0016044) worden vv UNO en rc Haarlemmermeer Hawks op basis van het huidige aantal velden verplaatst naar PARK21. 3. De locaties van vv UNO en rc Haarlemmermeer Hawks worden ingezet voor groen. 4. We investeren in multifunctioneel gebruik en maatschappelijke impact van onze sportparken en sporthallen. 5. Er is aandacht voor alle sportparken en niet alleen voor de sportparken in de focusgebieden van de schaalsprong. 6. Sportverenigingen krijgen financiële steun bij verduurzaming en renovatie van hun clubgebouwen. 7. Er is extra aandacht voor sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. 8. We maken ruimte voor nieuwe sporten en/of sportverenigingen. Tabel 2: Kenmerken per scenario Naast de verschillen zijn er ook twee kenmerken die gelijk zijn in de drie de scenario's. 1.

Bij grootschalige woningbouwontwikkelingen wordt ruimte voor nieuwe sport- en beweegvoorzieningen gecreëerd. Lisserbroek is hier een goed voorbeeld van. 2. Tot en met 2040 bouwen we minimaal twee sporthallen in de focusgebieden van de schaalsprong (een sporthal in Hoofddorp en een sporthal in Lisserbroek) en maximaal vier sporthallen in totaal (een sporthal in Nieuw-Vennep West en een sporthal in Cruquius). De sporthallen in Nieuw-Vennep West en Cruquius zijn afhankelijk van de woningbouwontwikkeling in deze kernen. Deze twee sporthallen staan bijvoorbeeld nog niet opgenomen in de IVA 2025. Scenario 2: 'investeren in intensiveren' heeft onze voorkeur. Met dit scenario kunnen we de meeste maatschappelijke meerwaarde realiseren voor een groter deel van onze inwoners. Tevens sluit dit scenario het beste aan bij de beleidsuitgangspunten. D.

Onderbouwing voorkeursscenario

Scenario 2: 'Investeren in intensiveren' heeft de voorkeur om de volgende redenen: 1. Dit scenario sluit het beste aan bij de speerpunten en aandachtspunten uit de Sport- en beweegvisie 2019-2029 en andere relevante beleidsstukken. • Sport dicht bij de inwoners. In Haarlemmermeer vinden inwoners in hun wijk diverse mogelijkheden om te sporten en te bewegen. • De sportvoorzieningen zijn bereikbaar, toegankelijk, veilig, duurzaam en aantrekkelijk en worden goed benut. • De belangrijkste randvoorwaarden voor inclusief sporten en bewegen zijn verbeterd. Dit betreft de 'sociale toegankelijkheid', zodat iedereen zich welkom voelt in de sport. Het betreft de praktische toegankelijkheid van accommodaties, hulpmiddelen

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

2. 3.

4.

E.

Pagina 9

en vervoer en de financiële toegankelijkheid, zodat sporten en bewegen voor mensen die willen meedoen ook mogelijk is. Dit scenario sluit het beste aan bij de huidige trends en ontwikkelingen. Dit scenario heeft financiële voordelen ten opzichte van scenario 1 en 3: • Er hoeft minder/geen grond aangekocht te worden in PARK21. We hebben op dit moment geen geschikte grondposities voor de georganiseerde sport in het park. • Verenigingen hoeven niet verplaatst en gecompenseerd te worden. Dit scenario heeft meer maatschappelijke meerwaarde in meer kernen van onze gemeente: • Sport blijft in de wijk. Dicht bij de inwoners. • We investeren niet alleen in de kernen waar schaalsprong plaatsvindt, maar ook in andere kernen/wijken waar sprake is van gezondheidsachterstanden of waar kansen rondom multifunctioneel gebruik van de sportparken spelen. • Sportparken wordt toegankelijker en meer gebruikt. Zo kunnen de sportparken bijvoorbeeld worden gebruikt door: ongeorganiseerde sporters, kleine commerciële sportaanbieders, jongerenwerk en kinderopvang. Een sportpark kan ook fungeren als ontmoetingsplek voor buurtbewoners. • We stimuleren laagdrempelig sport en bewegen door het verbeteren van de sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. • De rol van de vereniging kan worden vergroot binnen het netwerk van de sociale basis.

Op die manier dragen zij bij aan een zorgzame buurt en de samenredzaamheid van de buurtbewoners. Kanttekeningen en risico's van voorkeursscenario

De kanttekeningen en risico's van scenario 2: 'investeren in intensiveren' zijn: • De planstudie Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) Haarlemmermeer Zuidwest zal conform de huidige planning medio april 2026 afgerond worden, met als resultaat een voorkeursalternatief voor de HOV-verbinding. Op dit moment is het nog niet duidelijk wat de uitkomst van deze planstudie zal zijn en wat dit betekent voor het ruimtebeslag, die de HOV-verbinding nabij de Nieuwe Bennebroekerweg nodig heeft. Het risico bestaat dat door de ruimte die de HOV-verbinding in beslag neemt, de locatie minder ideaal wordt voor een definitieve vestiging voor vv UNO. • Er komt geen of in ieder geval minder sportprogrammering in PARK21. In de IVA 2025 is uitgegaan van de aanleg van minimaal tien sportvelden in PARK21. In de plannen voor PARK21 is ook rekening gehouden met de programmering van sportvelden (circa twaalf ha). In het scenario 'Investeren in Intensiveren' is er geen extra sportprogramma in PARK21 nodig. In het bestemmingsplan PARK21 (2022.0000326) blijft in zone 1 wel planologische ruimte voor maatschappelijke sport geborgd. • Mocht het verlengen van de speeldag toch niet voldoende extra capaciteit opleveren, dan moeten er wedstrijden worden verplaatst van de zaterdag naar de zondag of vrijdagavond.

Dit kan alleen als er medewerking is van de KNVB en als er voldoende andere gelijkwaardige teams uit de regio de competitiewedstrijden op een ander moment dan de zaterdag willen spelen. Omdat meerdere gemeenten kampen met dezelfde capaciteitsproblemen als wij, zijn er brede gesprekken gaande met de KNVB. • Het intensiveren van het gebruik van de sportvelden vraagt een cultuurverandering bij verenigingen. De verenigingen geven aan dat zij wel uitdagingen zien, maar dat zij niet tegen dit voorstel zijn. De uitdaging zit hem vooral in het zorgen voor voldoende vrijwilligers. • Het intensiever gebruiken van sportparken kan gevolgen hebben voor de omgeving, zoals de wijk, ecologie, natuur en parkeersituatie. Er bestaat een risico dat op sommige sportparken geluids- en lichtoverlast toeneemt en dat de parkeerdruk op en rond de

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

•

•

F.

Pagina 10

buitensportparken stijgt, vooral tijdens piekmomenten. Om de leefbaarheid in de wijk te waarborgen, is aanvullend onderzoek en participatie van omwonenden noodzakelijk bij aanpassingen aan sportparken die gericht zijn op capaciteitsvergroting. Investeren in de sportparken vraagt ook om extra investering in toezicht, coördinatie en programmering en activiteiten op de sportparken. Een oplossing hiervoor kan zijn het creëren van extra capaciteit aan sportparkmanagers en/of buurtsportcoaches. Dit vraagt om additionele en structurele investering. De verenigingen blijven zoveel mogelijk op hun huidige locatie. Dit geldt ook voor vv UNO en rc Haarlemmermeer Hawks. Zij zitten beide tot 2029 op een tijdelijke locatie. Als beide verenigingen definitief op hun huidige locatie mogen en kunnen blijven heeft dit impact op eerder vastgesteld beleid: • voor vv UNO betekent dit dat er geen akoestisch landschap/groene verbinding komt tussen de Toolenburgerplas en PARK21 (zie essentiekaart de Parken (2017.0016044 en deelstructuurvisie Hoofddorp 2013.028472); • voor rc Haarlemmermeer Hawks betekent dit dat de locatie definitief in de polderlaag van PARK21 dient te worden ingepast (zie bestemmingsplan PARK21 NUMR0.0394.BPGIgb PARK21000000-B001). Of dat kan zonder aanpassingen van de bestaande accommodatie, is op voorhand niet duidelijk en zal onderzocht moeten worden.

De locatie biedt geen mogelijkheid tot groei. Vervolgstappen in het proces om te komen tot sportaccommodatiebeleid

Om te komen tot nieuw sportaccommodatiebeleid worden de volgende stappen doorlopen: 1. Participatie: • we organiseren sessie(s) met (buitensport)verenigingen en inwoners; • we incorporeren het onderwerp sport en bewegen in de openbare ruimte in de nieuw te ontwikkelen gebiedsprogramma's; • we organiseren een informatieve sessie voor de raad. 2. Onderzoek: • we doen onderzoek naar open en multifunctionele sportparken. We onderzoeken welke aanpassingen nodig zijn om sportparken te optimaliseren en toekomstbestendig te maken en welke sportparken hiervoor het meest geschikt zijn. 3. Pilots: Vooruitlopend op het sportaccommodatiebeleid starten we in 2026 de volgende pilots: • één of twee pilots open sportpark (inclusief het aanstellen van een sportparkbeheerder); o één of twee pilots sport en bewegen in de openbare ruimte in een aandachtsgebied; 4. Opstellen accommodatiebeleid: • met alle input van de raad en participatie met inwoners en verenigingen wordt het nieuwe beleid ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. 5. Opstellen IHP sport en bewegen: • tegelijkertijd met het sportaccommodatiebeleid wordt een IHP sport en bewegen 2027-2040 uitgewerkt. Een IHP sport en bewegen leidt tot een breed gedragen, realistisch en integraal meerjarenplan voor de gemeentelijke sport- en beweegvoorzieningen. 3.3 Wat mag het kosten?

Kosten opstellen sportaccommodatiebeleid De kosten voor het opstellen van het sportaccommodatiebeleid worden geraamd op € 225.000. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd:

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

Pagina 11

•

€ 75.000 voor onderzoek naar multifunctioneel gebruik sportaccommodaties en externe inhuur voor het opstellen van het IHP sport en bewegen. • € 150.000 voor pilots multifunctioneel gebruik sportparken en sport en bewegen in de openbare ruimte. Met deze kosten zijn geen rekening gehouden in de programmabegroting. Voor de dekking van de geraamde kosten wordt een voorstel gedaan bij de integrale afweging in de voorjaarsrapportage 2026. De uitvoering van deze nota kan pas starten nadat de raad de voorjaarsrapportage heeft vastgesteld. Kosten uitvoering sportaccommodatiebeleid Om de totale kosten van de benodigde investeringen voor toekomstbestendige sport- en beweegvoorzieningen inzichtelijk te maken, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Ter indicatie presenteren wij per scenario een globaal overzicht van de investeringsopgave voor de periode tot en met 2040 (tabel 2), een raming van de bijbehorende kapitaalslasten (tabel 3) en een indicatie van de uitvoeringslasten (tabel 4). De meeste investeringen staan gepland voor 2030. De investeringen van scenario 1 zijn in zijn geheel opgenomen in de IVA 2025. De investeringen van scenario 2 en 3 zijn deels opgenomen in de IVA 2025. Een grote kostenpost voor de toekomst is het opvangen van de tekorten aan voetbalvelden.

Voor een nieuw voetbalveld op een nieuwe locatie rekenen we met € 1.350.000 per veld (dit is inclusief grondaankoop voor velden en clubgebouw en bijvoorbeeld kosten voor parkeerplaatsen). Voor het omzetten van een grasveld naar kunstgrasveld op bestaande sportaccommodaties rekenen we met € 750.000 per veld. Voor de investeringen die niet zijn opgenomen in de IVA 2025 zullen ramingen worden opgenomen in het investeringsplan. De definitieve investeringen uit het IHP sport en bewegen worden betrokken bij de integrale afweging in de voorjaarsrapportage. Tabel 2: Investering per scenario tot en met 2040 1

Scenario 2

3

€22.000.000 € 22.500.000

€ 22.000.000 € 11.000.000

€ 22.000.000 € 17.500.000

-

€ 2.000.000 €3.000.000

€ 2.000.000 €3.000.000

-

€ 2.000.000

€ 2.000.000

€44.500.000

€40.000.000

€46.500.000

Uitgaven

Binnensport (sporthallen) Tekorten focusgebieden (Hoofddorp, NieuwVennep en Lisserbroek (inclusief schadeloosstelling verenigingen*) Tekorten niet-focusgebieden Multifunctioneel gebruik sportaccommodaties Sport en bewegen in de openbare ruimte Totaal

-

(*) Verenigingen worden bij gedwongen verhuizing financieel gecompenseerd voor de waarde van hun

opstallen. Met deze schadeloosstelling kunnen zij op een nieuwe locatie weer nieuwe opstallen (clubgebouwen kleedkamers) bouwen.

Tabel 3: Kapitaalslasten per scenario (bij een gemiddeld afschrijvingstermijn van 16 jaar) Kapitaalslasten eerste jaar (kapitaallasten lopen jaarlijks af)

Vanaf 2030

Scenario 1

2

3

€ 4.100.000

€ 3.900.000

€ 4.100.000

Tabel 4: Uitvoeringskosten per scenario Scenario

Aanvullende uitvoeringskosten (jaarlijks) 1

2

3

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

Subsidie clubgebouwen sportverenigingen

Pagina 12

-

Sportparkmanagers en buurtsportcoaches

-

Totaal

€

0

€ 200.000

€

200.000

€ 300.000

€

300.000

€ 500.000

€

500.000

In scenario 2 liggen de investeringen en kapitaalslasten lager dan bij scenario 1 en 3. Wij stellen voor om het verschil in de kapitaalslasten tussen scenario 1 (IVA 2025) en scenario 2 in te zetten ter dekking van de subsidie clubgebouwen en de noodzakelijke inzet van sportparkmanagers. Wat zijn de financiële risico's?

• • •

o

•

•

3.4

De extra investeringen in de sportaccommodaties verhogen structureel de lasten voor beheer en onderhoud. Deze hogere kosten zijn nog niet meegenomen in deze startnotitie. Eventuele investeringen die nodig zijn om vv UNO en rc Haarlemmermeer Hawks definitief op hun huidige locatie te laten blijven zijn nog niet in kaart gebracht. In geen van de scenario's zijn de financiële investeringen opgenomen die nodig zijn om te zorgen dat met name jeugdige inwoners van nieuwe wijken makkelijk, snel en veilig op de fiets bij de sportparken kunnen komen. Het is belangrijk om hier aandacht voor te houden. In geen van de scenario's zijn kosten opgenomen om eventuele consequenties van het intensiever gebruiken van de sportparken (onder andere parkeer-, geluid- en lichtoverlast) te compenseren of corrigeren. Deze startnotitie focust met name op de tekorten die ontstaan in de periode tot 2040 en volgt hiermee de looptijd van de IVA 2025. Bij extra woningbouwontwikkelingen of als er nieuwe trends of ontwikkelingen zijn binnen de (georganiseerde) sport, zijn wellicht aanvullende acties en investeringen nodig. Bij scenario 2: 'Investeren in intensiveren' gaan we er, op basis van de woningbouwprognose 2023 en het beschikbare onderzoek, van uit dat tot 2040 geen extra grond hoeft te worden aangekocht voor sportvelden in PARK21.

Mocht blijken dat uitbreiding van sportvelden in PARK21 toch noodzakelijk is, dan zullen de kosten voor grondaankoop waarschijnlijk hoger uitvallen. Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de kaders van het sportaccommodatiebeleid en het IHP sport en bewegen. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van het beleid. Binnen het college is de portefeuillehouder Sport het eerste aanspreekpunt. 3.5

Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

Parallel aan het op te stellen accommodatiebeleid werken we ook aan de financiële toegankelijkheid van de sportaccommodaties. Dit is een apart traject dat echter wel van invloed is op het gebruik en beheer van de sportaccommodaties. Niet alleen de aanwezigheid van voldoende accommodaties is van belang, ook de verhuurtarieven van de sportaccommodaties en de hoogte van de retributie zijn van belang voor het gebruik van de voorzieningen. De tarifering van de buitensport (raadsvoorstel 12620265) is reeds afgerond en wordt de komende jaren geïmplementeerd. 3.6

Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?

Het beleid wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 ter vaststelling aangeboden aan de raad.

Startnotitie sportaccommodatiebeleid en integraal huisvestingsplan sport en bewegen

Pagina 13

3.7 \Nat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de MRA en er zijn met betrekking tot dit onderwerp geen regionale afspraken gemaakt. 4.

Ondertjejkening

Burgerpge^gTerj wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, 1de burgemeester,

e vfen Bockxmeer

K/larianne Schuurmans-Wijdeven

Bijlage(n) Focusgebieden IVS 2025 Behoefte sportaccommodaties gemeente Haarlemirijermeer (Mulier Instituut, 2024) Ruimte voor voetbal in Hoofddorp en Nieuw-Vennep (Mulier Instituut 2025) IAP Binnensport IAP Buitensport (concept)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=a55cbc8e-7d2b-4878-8421-661b9570a665